CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021.pdf

Commissie Ruimte Papendrecht 16 juni 2021, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 12: Regeling onzelfstandige huisvesting in de Reparatie Beheersverordening en APV - Voorstel26.366 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 ontwerp, 16 maart 2021

33

4.4

Milieuhygiëne

Milieubeleid wordt steeds meer geïncorporeerd in andere beleidsvelden. Verbreding van milieubeleid naar andere beleidsterreinen is dan ook een belangrijk uitgangspunt. Ook in de ruimtelijke planvorming is structureel aandacht voor milieudoelstellingen nodig. De milieudoelstellingen worden daartoe integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces meegewogen. Een duurzame ontwikkeling van de gemeente is een belangrijk beleidsuitgangspunt dat zijn doorwerking heeft in meerdere beleidsterreinen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op een aantal van deze beleidsterreinen. Gelet op het beheersmatige karakter van deze beheersverordening wordt niet bij alle aspecten even uitgebreid stilgestaan.

4.5

Bedrijven en milieuzonering

De binnen het besluitgebied Woongebied bestaande en mogelijk toelaatbare (vergelijkbare) bedrijven en instellingen betreffen met name inrichtingen in de categorie 1 en 2, welke goed inpasbaar zijn in een woonomgeving en zeker in een gemengd gebied zoals het centrum. Binnen het besluitgebied zijn ook enkele inrichtingen uit categorie 3.1 gelegen. Categorie 3.1 inrichtingen passen normaal gesproken niet binnen een overwegend woongebied, maar vaak nog wel binnen een gemengd gebied, waar wonen en andere functies afwisselend aanwezig zijn. Voor zover deze bestaande categorie 3.1 inrichtingen vanuit het verleden op een legale wijze tot stand zijn gekomen, blijven de aanwezige rechten gehandhaafd en worden de bestaande functies gerespecteerd en in deze beheersverordening vastgelegd in hun huidige omvang en aard. Van het inpassen van nieuwe inrichtingen in categorie 3.1 (of hoger) is gezien het beheersaspect van deze beheersverordening geen sprake. Nieuwe categorie 1 en 2 inrichtingen zijn mogelijk mits de vigerende bestemming daarvoor de ruimte biedt. Met betrekking tot de aanwezige bedrijven en instellingen wordt in de huidige situatie geen (grootschalige) overlast ervaren. Gelet op de aard en omvang van de functies zal dit ook in de toekomst niet het geval zijn.

De binnen het besluitgebied Centrumgebied bestaande en mogelijk toelaatbare (vergelijkbare) bedrijven en instellingen betreffen met name inrichtingen in de categorie 1 en 2, welke goed inpasbaar zijn in een woonomgeving en zeker in een gemengd gebied zoals het centrum. Binnen het besluitgebied zijn ook enkele inrichtingen uit categorie 3.2 gelegen. Categorie 3.2 zijn in een dorps- of stadskern normaal gesproken ongewenst, gelet op de aard van de activiteiten en de daaraan gekoppelde richtafstanden. Dergelijke inrichtingen horen thuis op bedrijventerreinen. Feit blijft dat zich momenteel enkele bedrijven en instellingen van categorie 3.2 in het besluitgebied bevinden. Voor zover deze bestaande inrichtingen vanuit het verleden op een legale wijze tot stand gekomen, blijven de aanwezige rechten gehandhaafd en worden de bestaande functies gerespecteerd en in deze beheersverordening vastgelegd in hun huidige omvang en aard. Van het inpassen van nieuwe inrichtingen in categorie 3.2 is gezien het beheersaspect van deze beheersverordening geen sprake. Nieuwe categorie 1 en 2 inrichtingen zijn mogelijk mits de vigerende bestemming daarvoor de ruimte biedt. Met betrekking tot de aanwezige bedrijven en instellingen wordt in de huidige situatie geen (grootschalige) overlast ervaren. Gelet op de aard en omvang van de functies zal dit ook in de toekomst niet het geval zijn.

Binnen het besluitgebied Buitengebied zijn in totaal drie agrarische bedrijven en twee nutsvoorzieningen aanwezig. Bedrijven en instellingen welke een zonering conform de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' kennen en waarvoor een regeling in de beheersverordening dient te worden opgenomen, Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 ontwerp, 16 maart 2021

34

zijn niet aanwezig. De agrarische bedrijven bestaan uit melkveehouderijen en fruitteeltbedrijven aanwezig. Conform de vigerende planologische regeling is intensieve veehouderij als nevenactiviteit toegestaan bij de aanwezige agrarische bedrijven. De aanwezige nutsvoorzieningen zijn bestemd voor de distributie van elektriciteit. Met betrekking tot de aanwezige bedrijven en instellingen wordt in de huidige situatie geen (grootschalige) overlast ervaren. Gelet op de aard en omvang van de functies zal dit ook in de toekomst niet het geval zijn. Met het bestemmingsplan Matenasche Scheidkade 2 wordt de uitbreiding van de bestaande loods van het fruitteeltbedrijf mogelijk gemaakt. Voor bedrijfsgebouwen van fruitteeltbedrijven geldt op basis van de VNGpublicatie een richtafstand van 30 m tot een rustige woonwijk (10 m tot gemengd gebied) in verband met het aspect geluid. De dichtstbijzijnde woningen liggen op een afstand van circa 65 meter. Er wordt dan ook voldaan aan de richtafstand. Daarnaast komt de bedrijfsbestemming door de uitbreiding van de loods niet dichterbij de woningen te liggen. Er zal ter plaatse van de woningen dan ook sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect bedrijven en milieuhinder staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg. In het bestemmingsplan Aansluiting A15/N3 zijn geen bedrijven aanwezig.

Daarnaast liggen er ook in de nabijheid geen bedrijven die van enige invloed op dit project zijn. Bedrijven en milieuzonering is dan ook verder niet van toepassing op dit bestemmingsplan en zorgt niet voor knelpunten. Geluidzone Aan de zuidoostzijde (Oostpolder) en de westzijde van het besluitgebied Woongebied reikt de geluidzone van de rondom de gemeente gelegen bedrijventerreinen tot binnen de grenzen van het besluitgebied. Binnen deze geluidzone mag geen geluidsgevoelige bebouwing worden opgericht. Aangezien de beheersverordening niet uitgaat van het oprichten van nieuwe bebouwing, levert deze zonering geen belemmeringen op.

4.6

Externe veiligheid

4.6.1

Algemeen

Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Daarbij gaat het om de risico's verbonden aan risicovolle inrichtingen, waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt, om het vervoer van gevaarlijke stoffen via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen en om natuurrampen. 4.6.2

Risicovolle inrichtingen

De huidige situatie met betrekking tot externe veiligheid wijzigt niet als gevolg van de beheersverordening, aangezien geen nieuwe ontwikkelingen zijn opgenomen. Hierna zullen de risicovolle inrichtingen ten tijde van de vaststelling van de beheersverordeningen en bestemmingsplannen worden beschreven. In en rond het besluitgebied 'Woongebied' zijn ten tijde van de vaststelling enkele risicovolle inrichtingen aanwezig. Aan de Burgemeester Keijzerweg 1 ligt een gasdrukregel- en meetstation van Eneco. Aan de Burgemeester Keijzerweg 6 vindt opslag plaats van gevaarlijke stoffen. De risicocontouren van deze Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 ontwerp, 16 maart 2021

35

installaties reiken niet tot gevoelige functies in de nabijheid. Binnen het besluitgebied 'Woongebied' bevindt zich verder het tankstation aan de Burgemeester Keijzerweg 2 met een lpg-vulpunt, lpg-afleveringsinstallatie en lpg-reservoir. Binnen de plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar van het lpg-tankstation zijn echter geen kwetsbare objecten gelegen. Op de Risicokaart is te zien dat bij een tweetal woningen en één agrarisch bedrijf aan de Matenasche Scheidkade bovengrondse tanks aanwezig zijn. In de circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik worden veiligheidsafstanden gegeven ten opzichte van inrichtingen waar dergelijke stoffen opgeslagen worden. Voor de betreffende inrichtingen wordt uitgegaan van de bestaande situatie met bijbehorende risicoafstanden. Deze reiken niet tot de in de omgeving aanwezige (bedrijfs)woningen. Verder bevindt zich ten zuidwesten van de besluitgebieden 'Woongebied' en 'Centrumgebied' het terrein van Stork Fokker AESP B.V., waar een zwavelzuur- / chroomzuurbad aanwezig is. De hieraan verbonden risicoafstand voor het plaatsgebonden risico (PR 10-6) bedraagt 71 meter. Deze contour reikt niet tot binnen de besluitgebieden. Aangezien ook de veiligheidszones van andere bedrijven in Papendrecht niet over kwetsbare bebouwing reikt, wordt voldaan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico.

Wel reikt het aandachtsgebied groepsrisico van Stork Fokker AESP B.V. over kwetsbare bebouwing binnen het besluitgebied 'Woongebied'. Uit het Veiligheidsrapport van dit Bevi-/BRZO-bedrijf blijkt echter dat dit groepsrisico onder de 0,1 maal de oriënterende waarde (OW) blijft. Bevi-inrichtingen, zoals LPG-tankstations zijn niet aanwezig binnen of in de nabijheid van het plangebied 'Centrumgebied'. Bij de tankstations aan De Overtoom en aan de Veerweg vindt geen verkoop van LPG plaats. Binnen de besluitgebieden 'Woongebied', 'Centrumgebied' en 'Buitengebied' bevinden zich eveneens een aantal niet risicovolle (agrarische) bedrijven. In de situatie ten tijde van de vaststelling van de beheersverordeningen is geen sprake van buiten de wettelijke grenzen vallende overlast van deze bedrijven. De bedrijfsactiviteiten zijn door middel van de milieuregelgeving en de verstrekte milieuvergunningen afgestemd op de milieugevoelige functies in de omgeving. Daar de plannen niet rechtstreeks voorzien in nieuwe ontwikkelingen is onderzoek naar hinder door de aanwezige bedrijvigheid niet uitgevoerd. Ter plaatse van het plangebied Matenasche Scheidkade 2 vindt opslag van propaan plaats. Rondom de tank is sprake van een PR 10-6 contour van 9 meter. De uitbreiding van de loods vindt buiten deze contour plaats.

De aanwezigheid van de propaantank vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Ter hoogte van de ongelijkvloerse kruising gelegen in het plangebied Aansluiting A15/N3 zijn geen knelpunten van het groepsrisico. Het groepsrisico verandert door de infrastructurele aanpassing niet, ten opzichte van de nulsituatie. De juiste bestrijdingsmiddelen, blusmiddelen en bluswatervoorzieningen dienen beschikbaar te zijn. Deze middelen dienen goed bereikbaar te zijn. Het getroffen gebied dient goed bereikbaar te zijn. Adequate risicocommunicatie dient ingezet te worden ter bevordering van het zelfreddende gedrag. De verkeerskundige doelstelling van het project is het vergroten van de verkeerscapaciteit, het bewerkstelligen van een goede verkeersafwikkeling en het bevorderen van de doorstroming. Bijkomend positief effect is dat het voor hulpdiensten dan automatisch gemakkelijker wordt het getroffen gebied te bereiken. Indirect heeft de verkeerskundige doelstelling een positief effect op het groepsrisico. Een uitgebreide verantwoording acht de Veiligheidsregio Zuid - Holland Zuid niet noodzakelijk.

Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 ontwerp, 16 maart 2021

36

4.6.3

Buisleidingen

Door het besluitgebied Woongebied loopt een aantal gastransportleidingen van de Nederlandse Gasunie. De OZHZ heeft een kwantitatieve risicoanalyse van de aardgastransportleidingen in Papendrecht uitgevoerd (Kwantitatieve Risicoanalyse P101897 aardgastransportleiding Papendrecht, d.d. november 2011), waaruit volgt dat het groepsrisico van de leidingen onder de 0,1 maal de oriënterende waarde blijft. Binnen de invloedsgebieden van de leidingen binnen het besluitgebied worden met de voorliggende beheersverordening geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, zodat geen sprake is van toename van het groepsrisico. Ten tijde van de aanleg van de leidingen zijn al de veiligheidsaspecten uitvoerig onderzocht en daarnaast is zoals vermeld een kwantitatieve risicoanalyse voor de leidingen uitgevoerd. Alle percelen binnen het invloedsgebied zijn goed bereikbaar en binnen het invloedsgebied zijn geen groepen verminderd zelfredzame personen aanwezig. Door het besluitgebied (of de directe omgeving) Centrumgebied lopen geen buisleidingen waar gevaarlijke stoffen door worden getransporteerd en die planologische bescherming behoeven. Door het besluitgebied Buitengebied lopen in totaal drie gastransportleidingen van de Nederlandse Gasunie.

Binnen het invloedsgebied van de leiding binnen het besluitgebied worden met de voorliggende beheersverordening geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, er is dus geen sprake van toename van het groepsrisico. Ten tijde van de aanleg van de leidingen zijn reeds de veiligheidsaspecten uitvoerig onderzocht. Alle percelen binnen het invloedsgebied zijn goed bereikbaar en er zijn geen groepen verminderd zelfredzame personen binnen het invloedsgebied aanwezig. Ten zuiden van het plangebied Matenasche Scheidkade 2 vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats door de aardgasleiding 119630. Deze leiding heeft een uitwendige diameter van 12,76 inch en een maximale werkdruk van 40 bar. Het invloedsgebied van de leiding is circa 180 meter. Het plangebied ligt op circa 80 meter van de leiding, hetgeen binnen het invloedsgebied valt. Gezien de personendichtheid in het gebied rondom de leiding zal geen sprake zijn van een overschrijding van 0,1 maal de oriënterende waarde van het groepsrisico. Door de uitbreiding van de bestaande loods zal daarnaast de personendichtheid en daarmee het groepsrisico nauwelijks toenemen. De aanwezigheid van de aardgasleiding vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. In het plangebied Aansluiting A15/N3 bevindt zich een gasleiding die als dubbelbestemming op de verbeelding en in de regels is opgenomen.

Het plaatsgebonden risico van gastransportleiding W53001 voldoet in het beschouwde gebied aan de door de Nederlandse overheid in het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen gestelde voorwaarde dat het PR van de verlegging van deze leiding, die een ontwerpdruk van 40 bar heeft, op een afstand van vier meter gemeten uit het hart van de leiding niet hoger is dan 106 per jaar. Het niveau van 106 per jaar wordt niet bereikt en dus wordt tevens voldaan aan de voorwaarde dat er zich geen kwetsbare objecten binnen deze contour bevinden. Zowel voor als na verlegging van de gastransportleiding W53001 bestaat er geen scenario met 10 of meer slachtoffers. Hierdoor is er in het kader van het Besluit externe veiligheid buisleidingen in beide situaties geen sprake van groepsrisico. 4.6.4

Transport gevaarlijke stoffen

Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen'. Door het besluitgebied Woongebied loopt een aantal buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Deze zijn reeds aan bod gekomen in paragraaf 4.6.3. In (de nabijheid van) het besluitgebied Centrumgebied komen geen rail- , weg- en vaartransportroutes voor uit de lijsten met aandachtspunten of knelpunten voor het plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). In deze situatie zijn evenmin veranderingen voorzien. Er zijn dan ook geen Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 ontwerp, 16 maart 2021

37

knelpunten met betrekking tot het plaatsgebonden en het groepsrisico ten aanzien van deze wegen. Ten zuiden van het besluitgebied Buitengebied is de A15 gelegen en ten noordwesten de N214. Over beide wegen vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Voor deze wegen zijn echter geen plaatsgebonden risicocontouren 10-6 opgenomen. De A15 en N214 zijn ook geen aandachtspunt in het kader van het groepsrisico. Aangezien in het kader van de beheersverordening geen nieuwe ontwikkelingen worden opgenomen is derhalve geen sprake van een toename van het groepsrisico. Er zijn dan ook geen knelpunten met betrekking tot het plaatsgebonden en het groepsrisico ten aanzien van deze wegen. Verder komen in (de nabijheid van) het besluitgebied geen rail- , weg- en vaartransportroutes voor uit de lijsten met aandachtspunten of knelpunten voor het plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). De spoorlijn is op de Risicokaart niet aangeduid als een route waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. In deze situatie zijn evenmin veranderingen voorzien. Ten zuiden van het plangebied Matenasche Scheidkade 2 vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de Rijksweg A15 en de Betuweroute. Beide risicobronnen vormen echter geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling omdat het plangebied op een afstand van meer dan 200 meter van deze bronnen is gelegen.

Over de A15, N3 en N214 vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen geldt dat over elke overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico of toename van het groepsrisico verantwoording moet worden afgelegd. Met behulp van RBM II is het plaatsgebonden risico berekend voor de A15, de N3 en de N214. Het groepsrisico is niet kwantitatief bepaald maar kwalitatief benaderd. Dit omdat het hoofdwegennet niet wordt aangepast. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de betreffende snelwegen vormt een risicobron voor de aanwezigen in de omgeving van het gebied. Door de infrastructurele verandering verandert de externe veiligheidssituatie en is onderzocht of de externe veiligheidssituatie verandert voor de aanwezigen personen in de omgeving van het plangebied. De huidige situatie verandert niet ten opzicht van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Voor de reconstructie van de aansluiting op de A15 hoeven geen maatregelen genomen te worden. Het plaatsgebonden risico verandert niet in 2021, vergeleken met 2011. Verder is een PR 10- 6 contour berekend, hierbinnen liggen echter geen kwetsbare objecten. De Veiligheidsregio Zuid - Holland Zuid heeft een risicoanalyse uitgevoerd waarbij ook het groepsrisico is bepaald. Het groepsrisico is relatief laag (<0,2) en zal niet toenemen door de aanpassing van de kruising.

Een uitgebreide verantwoording acht de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid niet noodzakelijk. De toename van het transport van gevaarlijke stoffen heeft geen invloed op het plaatsgebonden risico. 4.6.5

Belemmeringsstroken

Voor de aardgasleidingen in het besluitgebied Woongebied is planologische bescherming vereist. Hiervoor wordt een belemmeringenstrook opgenomen van 4 meter aan weerszijde van het hart van de leiding. Ook de aanwezige hoogspanningsleidingen (zowel boven- als ondergronds) beschikken over een belemmeringenstrook. Deze varieert in breedte van 3 meter aan weerszijde van het hart van de ondergrondse leiding tot een totale breedte van 55 tot 76 meter voor de diverse bovengrondse hoogspanningsleidingen. De belemmeringenstroken betreffen een bebouwingsvrije zone. Voor de aardgasleidingen in het besluitgebied Buitengebied is planologische bescherming vereist. Hiervoor wordt een belemmeringenstrook opgenomen van 4 meter aan weerszijde van het hart van de leiding. Ook de aanwezige hoogspanningsleidingen (zowel boven- als ondergronds) beschikken over een belemmeringenstrook. Deze varieert in breedte van 3 meter aan weerszijde van het hart van de ondergrondse leiding tot een totale breedte van 35 dan wel 76 meter voor respectievelijk de meest oostelijke en meest westelijke bovengrondse hoogspanningsleiding. De belemmeringenstroken betreffen Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 ontwerp, 16 maart 2021

38

een bebouwingsvrije zone. 4.6.6

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering oplevert voor deze beheersverordening.

Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 ontwerp, 16 maart 2021

39

Hoofdstuk 5

Juridische opzet

Zoals in Hoofdstuk 2 al is aangegeven, is de regeling van de voorgaande bestemmingsplannen voor het besluitgebied overgenomen. De structuur van de beheersverordening is zodanig dat de kaart (verbeelding) de primaire informatie geeft over de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Vervolgens kan men in de regels teruglezen welk gebruik en welke bouwmogelijkheden zijn toegestaan. De ordening van de regels is daartoe zodanig opgezet dat bij iedere bestemming een nagenoeg compleet beeld van de bepalingen voor die bestemming is gegeven. Desondanks blijven aanvullend inleidende regels en algemene regels nodig. Tot slot wordt dit aangevuld met het overgangsrecht en de slotregel. Het op grond van artikel 5.1.1 Bro verplichte overgangsrecht is vormgegeven zoals het voor het bestemmingsplan voorgeschreven overgangsrecht. De bestemming en het beheer van de gronden gelegen binnen de grens van het besluitgebied is geregeld in de beheersverordening. Het besluitgebied is dan ook niets anders dan het plangebied bij een bestemmingsplan (met uitzondering van de verleende omgevingsvergunningen, vastgestelde wijzigingsplannen en postzegelbestemmingsplannen). Het besluitvlak is de in een beheersverordening gebezigde term voor een bestemmingsvlak. Het bouwvlak geeft de begrenzing weer waarbinnen bepaalde gebouwen opgericht mogen worden.

In de regels zijn eerst de Inleidende regels opgenomen: een omschrijving van de in de regels gebruikte begrippen die om een nadere omschrijving vragen en de bepalingen omtrent de wijze van meten. Vervolgens zijn de Bestemmingsregels voor de verschillende bestemmingen opgenomen, met de regels voor de afzonderlijke aanduidingen. Daarnaast is een aantal regels van een algemeen karakter, zoals een algemene bevoegdheid tot afwijken opgenomen in de Algemene regels. Tot slot volgen de Overgangs- en slotregels.

5.1

Toelichting op de bestemmingen

5.1.1

Algemeen

Bij het opnemen van de bestemmingen is (zoveel mogelijk) aangesloten bij de feitelijke bestaande situatie. Deze komt zogezegd voor het grootste deel overeen met de vigerende planlogische situatie. 5.1.2

Agrarisch

De agrarische gronden worden met name gebruikt als de bedrijfsvoering van een agrarisch bedrijf in de vorm van een veehouderij op open grond, met daaraan ondergeschikt onder andere groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en parkeervoorzieningen. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor schuilgelegenheden, een bedrijfsgebouw, sleufsilo's en wonen ter plaatse van de daartoe opgenomen aanduidingen. 5.1.3

Bedrijf

Dit betreft een bedrijfsbestemming gericht op individuele bedrijven in het stedelijke gebied. Daarom is in de regels opgenomen dat er uitsluitend bedrijven gevestigd mogen worden in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten. Over verkooppunten voor motorbrandstoffen kan worden opgemerkt dat het niet wenselijk is dat elk bedrijf een verkooppunt voor motorbrandstoffen kan worden. Met de aanduidingen 'verkooppunt motorbrandstof lpg' en 'verkooppunt motorbrandstof zonder lpg' is aangegeven waar zich een verkooppunt van motorbrandstoffen met en zonder lpg bevindt. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor een doe-het-zelfzaak, volumineuze detailhandel, een transportbedrijf, een (straat)reinigingsbedrijf, een brandweerkazerne en politiebureau, een kerk en ondergrondse spoorwege ter plaatse van de daartoe Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 ontwerp, 16 maart 2021

40

opgenomen aanduidingen. Ook zelfstandige kantoren en/of dienstverlening en volumineuze detailhandel binnen de bedrijfsbestemming zijn toegestaan ter plaatse van de daartoe opgenomen aanduiding. 5.1.4

Bedrijf - Nutsvoorziening

Kleinschalige nutsvoorzieningen zijn toegestaan binnen diverse bestemmingen zoals 'Verkeer'. Voor de aanwezige grotere nutsvoorzieningen is deze bestemming opgenomen. 5.1.5

Bos

Deze bestemming is opgenomen voor het behoud en/of herstel van de aanwezige landschappelijke waarden, de bescherming van natuurwaarden, bossen en houtopstanden, extensieve dagrecreatie (zoals wandelen en fietsen), houtproductie, een educatief centrum met heemtuin, en de daarbij behorende voorzieningen. 5.1.6

Centrum

De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor detailhandel, dienstverlening, horeca van categorie 1a, 1b en 2, zelfstandige kantoren en wonen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten' gebruik voor woondoeleinden / een zelfstandige woning niet is toegestaan. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor een onderdoorgang, een parkeergarage, branchering, dienstverlening, cultuur en ontspanning, showrooms, kantoren, maatschappelijke voorzieningen, een apotheek en een gezondheidscentrum ter plaatse van de daartoe opgenomen aanduidingen. Tot slot zijn de gronden bestemd voor de bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, laad- en losruimte, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en bergingen. 5.1.7

Detailhandel

Deze bestemming is opgenomen voor detailhandel op de begane grond en parkeervoorzieningen ten behoeve van de toegelaten functies. Specifieke functies zoals horeca, wonen, dienstverlening en een tuincentrum zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aan deze functies gekoppelde aanduidingen. 5.1.8

Dienstverlening

De voor deze bestemming aangewezen gronden zij bestemd voor dienstverlening en wonen. Daarnaast zijn specifieke functies zoals detailhandel en kantoren toegestaan ter plaatse van de aan deze functies gekoppelde aanduidingen. Horeca ondergeschikt aan en ten dienste van de dienstverlenende functies en parkeervoorzieningen ten behoeve van de toegelaten functies zijn ook toegestaan. 5.1.9

Groen

De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, calamiteitenontsluiting en geluidwerende voorzieningen. Daarnaast zijn specifieke functies zoals parken, een bergbezinkbassin, ondergrondse spoorwegen, een voetgangersbrug, een ijsbaan en een jongeren ontmoetingsplek toegestaan ter plaatse van de aan deze functies gekoppelde aanduidingen. 5.1.10 Horeca De aanwezige horecabedrijven zijn voorzien van een specifieke aanduiding die de maximaal toegestane horecacategorie aangeeft. Daarnaast is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca partycentrum' tevens een partycentrum toegestaan. Tot slot zijn de voor horeca aangewezen gronden bestemd voor parkeervoorzieningen ten behoeve van de horecafuncties.

Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 ontwerp, 16 maart 2021

41

5.1.11 Kantoor Dit betreft de commerciële dienstverlenende instellingen zonder baliefunctie, voor zover deze niet binnen de centrumbestemming zijn gelegen. Het gaat om zelfstandige kantoren waar het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor kantoren en praktijkruimte en dienstverlening, met de ten behoeve van de toegelaten functies parkeervoorzieningen. Daarnaast zijn de beeldbepalende panden aangeduid met de aanduiding 'karakteristiek'. 5.1.12 Maatschappelijk Publieke (niet commerciële) dienstverlening wordt binnen deze bestemming geregeld. Daarbij gaat het om functies als openbaar bestuur, dienstverlening van overheidswege, sociale en culturele dienstverlening, godsdienstuitoefening, onderwijs en medische doeleinden. Daarnaast is toegestaan horeca, kantoren en parkeervoorzieningen ten behoeve van de toegelaten functies. Ondergeschikte functies zoals horeca van categorie 2, wonen en een voetgangersbrug zijn specifiek aangeduid.

5.1.13 Recreatie - 1 De voor 'Recreatie - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor extensieve recreatie, openbaar groen, grasland, bruggen, volkstuinen en dierenweiden, waterhuishoudkundige voorzieningen en bij de bestemming behorende voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, wandel- en fietspaden, nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. Speelvoorzieningen en een groendepot zijn specifiek aangeduid. 5.1.14 Recreatie - 2 Deze gronden zijn specifiek bestemd voor recreëren in zomerhuizen met de daarbij behorende voorzieningen. 5.1.15 Sport De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor sportvelden of een sportpark ten behoeve van de uitoefening van diverse veldsporten en overige sporten met de daarbij behorende voorzieningen en accommodaties alsmede voor sportverenigingen. Daarnaast zijn deze gronden bestemd voor horeca en parkeervoorzieningen ten behoeve van de toegelaten functies. Specifieke functies zoals horeca van categorie 1b, dienstverlening, opslag, een jongeren ontmoetingsplek, een manege en een hondenvereniging zijn specifiek aangeduid. 5.1.16 Tuin - 1 Deze gronden zijn bestemd voor (volks)tuinen. 5.1.17 Tuin - 2 Deze gronden zijn bestemd voor tuinen behorende bij de woonwagenwoningen en patiowoningen aan de Ambersdreef.

5.1.18 Tuin - 4 De voor 'Tuin - 4' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen bij (recreatie)woningen, met de daarbij behorende voorzieningen.

Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 ontwerp, 16 maart 2021

42

5.1.19 Verkeer Deze bestemming wordt toegekend aan de binnen het besluitgebied voorkomende hoofdwegen. Binnen deze bestemming zijn stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen toegestaan. Daarnaast is ook een voetgangersbrug en zijn ondergrondse spoorwegen binnen deze bestemming toegestaan. 5.1.20 Verkeer - Carpool Deze bestemming wordt toegekend aan de binnen het besluitgebied voorkomende carpoolplaats. Deze gronden zijn bestemd voor parkeervoorzieningen ten behoeve van een carpoolplaats, toegangswegen, verblijfsgebieden, fietsenstallingen en langzaamverkeer voorzieningen. 5.1.21 Verkeer - Railverkeer De bestemming 'Verkeer - Railverkeer' is specifiek opgenomen voor railverkeer en bijbehorende voorzieningen zoals brandveiligheidsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en kunstwerken. 5.1.22 Verkeer - Verblijfsgebied De overige wegen en het openbare gebied krijgen deze bestemming.

Deze gronden zijn bestemd voor erftoegangswegen met de daarbij behorende kunstwerken en voorzieningen, fietspaden, voetpaden, standplaatsen voor ambulante handel, speelvoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, bermen en taluds, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, kortdurende activiteiten en evenementen, zoals een weekmarkt en rommelmarkt, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, voorzieningen behorende bij en/of passend in de genoemde functies en voorzieningen ten behoeve van het openbaar vervoer. Specifieke functies zoals een evenemententerrein, een bergbezinkbassin en een fietsenstalling zijn specifiek aangeduid. 5.1.23 Water Deze bestemming is toegekend aan de binnen het besluitgebied gelegen watergangen. Het water is als zodanig bestemd en betreft overwegend de legger waterlopen van het waterschap. Deze gronden zijn bestemd voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen, bermen, taluds en kademuren en groenvoorzieningen. Tevens is het toegestaan in deze bestemming om bruggen, duikers en andere waterhuishoudkundige voorzieningen te realiseren. Specifieke functies zoals ondergrondse spoorwegen en een voetgangersbrug zijn specifiek aangeduid. 5.1.24 Wonen - 1 Deze gronden zijn enerzijds bestemd voor wonen in de vorm van eengezinsrijen-, twee-onder-een-kapen vrijstaande woningen en anderzijds voor patio- en kwadrantwoningen.

Daarnaast zijn de gronden bestemd voor aan huis gebonden beroep of bedrijf, erven, tuinen parkeerplaatsen en overige verhardingen en parkeervoorzieningen ten behoeve van de toegelaten functies en water. Specifieke functies, zoals detailhandel, dienstverlening, kantoren, horeca van categorie 1a, een apotheek, een garage en beeldbepalende panden zijn specifiek aangeduid. 5.1.25 Wonen - 2 Deze gronden zijn bestemd voor wonen in lintbebouwing in de dijklinten, aan huis gebonden beroep of bedrijf, erven, tuinen, parkeerplaatsen en overige verhardingen en water. Specifieke functies zoals kantoren en beeldbepalende panden zijn specifiek aangeduid.

Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 ontwerp, 16 maart 2021

43

5.1.26 Wonen - 3 Appartementengebouwen (geen duplexwoningen) en aan huis gebonden beroep of bedrijf krijgen deze bestemming, welke ook bestemd is voor erven, tuinen, parkeerplaatsen en overige verhardingen en parkeervoorzieningen ten behoeve van de toegelaten functies en water. Specifieke functies zoals een zorginstelling, zelfstandige kantoren en praktijken, detailhandel, dienstverlening en horeca, horeca van categorie 1b, maatschappelijke doeleinden, garageboxen en een chiropractor. 5.1.27 Wonen - 4 De voor 'Wonen - 4' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, aan huis gebonden beroep of bedrijf en erven, tuinen, parkeerplaatsen en overige verhardingen. 5.1.28 Wonen - Woonwagenstandplaats Woonwagenstandplaatsen krijgen deze specifieke bestemming, waarin onder meer het maximum aantal toegestane standplaatsen is bepaald. Er wordt een uitsterfbeleid gevoerd in die zin dat als een standplaats wordt verlaten, het de bedoeling is dat de woonwagen fysiek wordt verwijderd en er geen woonwagen meer mag worden teruggeplaatst. 5.1.29 Leiding - Gas De voor 'Leiding - Gas' bestemde gronden zijn ingevolge deze dubbelbestemming mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van een hoge druk aardgasleiding.

5.1.30 Leiding - Hoogspanningsverbinding De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' bestemde gronden zijn ingevolge deze dubbelbestemming mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van een bovengrondse hoogspanningsverbinding. 5.1.31 Waarde - Archeologie Deze dubbelbestemming is opgenomen ter bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden in het besluitgebied. In de regels wordt verwezen naar de gemeentelijke archeologische beleidskaart om zo te kunnen bepalen welke verwachtingswaarde op welke locatie van toepassing is. 5.1.32 Waterstaat - Water Om de belangen van de waterbeheerder veilig te stellen is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Water' aan de gronden toegekend. Deze gronden zijn mede bestemd voor water ten behoeve van de waterhuishouding. 5.1.33 Waterstaat - Waterkering Deze dubbelbestemming is opgenomen, mede bestemd voor de waterkering.

Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 ontwerp, 16 maart 2021

44

5.1.34 Reparatie onzelfstandige huisvesting Ten behoeve van de reparatie met betrekking tot onzelfstandige huisvesting is binnen alle bestemmingen waar in de bestemmingsomschrijving 'wonen' toegelaten is, bepaald dat het gaat om wonen in zelfstandige woonruimte; het betreft de bestemmingen 'Agrarisch', 'Centrum', 'Detailhandel', 'Dienstverlening', 'Maatschappelijk', 'Wonen - 1' t/m 'Wonen - 4' en 'Wonen - Woonwagenstandplaats'. Daaraan is, met uitzondering van de bestemmingen Agrarisch, Maatschappelijk en Wonen Woonwagenstandplaats, de bepaling toegevoegd dat wonen in onzelfstandige woonruimte is toegestaan wanneer deze wordt bewoond door maximaal 2 personen, ook in gevallen waarin de eigenaar al dan niet met zijn gezin tevens woonachtig is in de betreffende woning. Deze bepaling is in aangepaste vorm overgenomen uit de Huisvestingsverordening gemeente Papendrecht 2019 (paragraaf 3.1). Binnen de bestemmingen Agrarisch, Maatschappelijk en Wonen Woonwagenstandplaats wordt deze bepaling niet wenselijk geacht. Zo is het ongewenst dat een bedrijfswoning wordt bewoond door iemand anders dan degene wiens aanwezigheid nodig is voor de bedrijfsvoering, of dat onzelfstandige woonruimte kan worden gerealiseerd die geen relatie heeft met de maatschappelijke functie.

Daarnaast is binnen de woonbestemmingen een bepaling opgenomen met betrekking tot woningvorming, eveneens op basis van de Huisvestingsverordening 2019 (paragraaf 3.3). Binnen de bestemmingen Wonen - 1, Wonen - 2, Wonen - 3 en Wonen - 4 is in de bouwregels een maximum aantal woningen bepaald, waarmee woningvorming niet is toegestaan. Om dit toch mogelijk te maken is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen, onder de voorwaarden zoals opgenomen in de Huisvestingsverordening.

5.2

Overige bepalingen

5.2.1

Begripsbepalingen

Ten behoeve van de reparatie met betrekking tot onzelfstandige huisvesting zijn de begripsbepalingen 'huishouden', 'onzelfstandige woonruimte', 'woonruimte' en 'zelfstandige woonruimte' toegevoegd, en 'wonen' en 'woning' aangepast. Daarbij is zoveel mogelijk aangesloten bij de definiëringen uit de gemeentelijke Huisvestingsverordening. 5.2.2

Algemene regels

De algemene regels van de beheersverordening gelden voor het gehele besluitgebied. Hier zijn ondermeer de algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels en overige regels opgenomen. 5.2.3

Anti-dubbeltelregel

De antidubbeltelregel voorkomt dat dezelfde gronden meermaals in aanmerking mogen worden genomen bij het verlenen van (verschillende) vergunningen, waardoor bebouwingsmogelijkheden onbedoeld kunnen worden verruimd. Het opnemen van deze regel is verplicht op grond van de Wro. 5.2.4

Algemene bouwregels

In de algemene bouwregels is opgenomen dat het niet toegestaan is om een terrein of bouwperceel dusdanig te bebouwen dat daardoor op een aangrenzend terrein een toestand zou ontstaan die niet meer in overeenstemming met de planregels is. Mocht er reeds een dergelijke situatie bestaan, dan mag deze situatie voortgezet worden, maar mag de afwijking niet worden vergroot.

Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 ontwerp, 16 maart 2021

45

5.2.5

Algemene gebruiksregels

In dit artikel is bepaald welke specifieke gebruiken strijdig zijn met de bestemming. Het gaat zowel om strijdig gebruik als het strijdig laten gebruiken van gronden en of bouwwerken. Daarnaast is hier een overgangsbepaling opgenomen met betrekking tot omzettingen van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte, die zijn gerealiseerd voor inwerkingtreding van deze (gerepareerde) beheersverordening. 5.2.6

Algemene aanduidingsregels

In dit artikel is bepaald welke algemene aanduidingsregels gelden. 5.2.7

Algemene afwijkingsregels

In de algemene afwijkingsregels zijn enkele regels opgenomen waardoor er enige flexibiliteit in het bestemmingsplan mogelijk is. Hier zit onder andere een afwijking in voor het bouwen van nutsvoorzieningen en het (in geringe mate) afwijken van de in het plan weergegeven maten. Ten behoeve van de reparatie met betrekking tot onzelfstandige woonruimte is hier ook een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte. In afwijking van het bepaalde in de bestemmingen waar wonen in onzelfstandige woonruimte tot twee personen mogelijk is (zoals beschreven in paragraaf 5.1.34), kan een omgevingsvergunning worden verleend voor omzetting in onzelfstandige woonruimte voor drie of vier personen. Dit kan uitsluitend indien dit niet leidt tot een ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat in het gebouw en/of de omgeving van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft. Het bevoegd gezag beoordeelt of hiervan sprake is rekening houdend met de beleidsregels die in deze bepaling als dynamische verwijzing zijn opgenomen. 5.2.8

Overige regels

In dit artikel is een (dynamische) verwijzing opgenomen naar de Bomenverordening gemeente Papendrecht 2017, het Terrassenbeleid Levendig Papendrecht en zijn de voorrangsregels bij dubbelbestemmingen uiteengezet. 5.2.9

Overgangs- en slotregels

De overgangsbepalingen hebben als doel tijdens de overgang naar een nieuwe beheersverordening de rechtstoestand vast te leggen van bouwwerken die op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening zijn gebouwd of nog gebouwd kunnen worden. Tevens is geregeld hoe moet worden omgegaan met afwijkend gebruik ten tijde van inwerkingtreding van de beheersverordening. De slotbepaling geeft aan onder welke naam de regels van de beheersverordening moeten worden aangehaald: Regels van de beheersverordening Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021.

Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 ontwerp, 16 maart 2021

46

Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 ontwerp, 16 maart 2021

47

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

In Hoofdstuk 4 is al ingegaan op de aanvaardbaarheid c.q. uitvoerbaarheid van de verordening in verband met sectorale wetgeving en sectorale aspecten. Voor wat betreft de maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt erop gewezen dat er in de planologische regeling nauwelijks iets verandert. De situatie blijft zoals deze planologisch is. Vanwege het sterk beheersmatige karakter van deze beheersverordening is ook geen vooroverleg gevoerd met overheidsinstanties. Voor wat betreft de financieel - economische uitvoerbaarheid is van belang dat de verordening niet ziet op de realisering van nieuwe ontwikkelingen. Voor de gemeente, maar ook voor de ondernemer zijn aan uitvoering van de verordening (voor zover daarvan al gesproken kan worden) geen bijzondere kosten verbonden. De economische uitvoerbaarheid is dan ook niet in het geding. Bij de vaststelling van de beheersverordeningen / bestemmingsplannen zijn de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid reeds aan bod gekomen. Deze worden hierna per beheersverordening / bestemmingsplan beschreven.

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.1.1

Vooroverleg

Het voeren van vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening met de provincie Zuid - Holland, het waterschap Rivierenland en de betrokken ministeries is ten behoeve van het opstellen van een beheersverordening niet wettelijk verplicht. Over de voorgangers van deze beheersverordening is dit overleg wel gevoerd. Nu de wijzigingen in de beheersverordening Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 uitsluitend zien op het wonen in onzelfstandige woonruimte heeft overleg hierover met genoemde instanties geen meerwaarde. 6.1.2

Inspraak

Hoewel niet wettelijk verplicht is het in Papendrecht staand beleid om voorafgaand aan de vaststelling het ontwerp van een beheersverordening onderwerp te laten zijn van een inspraakprocedure.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

De Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 voorziet in een actuele regeling voor de bestaande situatie in het besluitgebied. De beheersverordening voorziet niet in de realisering van nieuwe zaken van gemeentewege. Voor de gemeente Papendrecht zijn aan de planvoornemens dan ook geen noemenswaardige kosten verbonden. De economische uitvoerbaarheid is niet in het geding.

Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 ontwerp, 16 maart 2021

48

Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 ontwerp, 16 maart 2021

49

Hoofdstuk 7

Procedure

De beheersverordening doorloopt de volgende procedure: a. voorbereiding: - inspraak. b. vaststelling: - vaststelling door de gemeenteraad. Er zal op grond van de gemeentelijke inspraakverordening een terinzagelegging in het kader van de inspraakprocedure plaatsvinden, waarbij inspraakreacties (zienswijzen) kunnen worden ingediend. Met ingang van 25 maart 2021 ligt de ontwerp Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 voor de duur van vier weken ter inzage. De ter inzage legging wordt bekend gemaakt in huis-aan-huisblad De Klaroen, in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website www.papendrecht.nl. De beheersverordening kan worden ingezien in het gemeentehuis van Papendrecht en op de gemeentelijke site. Van de eventueel te ontvangen inspraakreacties (zienswijzen) wordt te zijner tijd hier verslag gedaan. [volgende tekst actualiseren als terinzagetermijn is afgelopen] Er zijn [aantal later invullen] inspraakreacties ingediend. In de Nota van inspraak (bijgevoegd als Nota van inspraak) zijn de inspraakreacties kort samengevat en van een beantwoording voorzien. Aan het einde van de Nota van inspraak is een Nota van wijzigingen opgenomen. Hierin staan de wijzigingen die zijn doorgevoerd ten gevolge van de ontvangen inspraakreacties en de ambtshalve wijzigingen.

Na vaststelling van de Beheersverordening volgt niet een terinzagelegging met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure zoals bij een bestemmingsplan wel verplicht is voorgeschreven in de Wro. Ook staat na vaststelling door de gemeenteraad geen beroep open tegen dat besluit op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Ten aanzien van een omgevingsvergunning die wordt verleend (of geweigerd) op grond van het bepaalde in de beheersverordening - zoals een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, aanleggen of 'binnenplans' afwijken - staat wel bezwaar en beroep open. Bijlagen bij de toelichting

Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 ontwerp, 16 maart 2021

50

Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 ontwerp, 16 maart 2021

51

Bijlage 1 Toelichting Beheersverordening Woongebied

Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021 ontwerp, 16 maart 2021

beheersverordening Woongebied gemeente Papendrecht

status: datum: projectnummer: adviseurs:

vastgesteld 21 maart 2013 404541R.2002 Asn/Wle/Rvw

INHOUD 1

Inleiding

1

1.1

Algemeen

1

1.2

Besluitgebied: ligging en omgeving

2

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

2

1.4

De beheersverordening

4

1.5

Leeswijzer

6

2

Planbeschrijving

7

2.1

Ontstaansgeschiedenis

7

2.2

GIS inventarisatie

7

2.3

Ruimtelijke structuur

9

2.4

Functionele structuur

10

2.5

Juridisch-planologische situatie

11

3

Beleidskader

15

3.1

Bovengemeentelijk beleid

15

3.2

Regionaal beleid

16

3.3

Gemeentelijk beleid

17

4

Sectorale Aspecten

19

4.1

Milieuhygiëne

19

4.2

Bedrijven en milieuzonering

19

4.3

Waterparagraaf

20

4.4

Externe veiligheid

22

4.5

Overige zoneringen

27

4.6

Flora en fauna

28

4.7

Archeologie en cultuurhistorie

28

5

Juridische Beschrijving

30

5.1

Gehanteerde systematiek

30

5.2

Toelichting op de bestemmingen

32

5.3

Overige bepalingen

36

6

Maatschappelijke En Economische Uitvoerbaarheid

37

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

37

6.2

Economische uitvoerbaarheid

37

7 7.1

Procedure Te volgen procedure

beheersverordening Woongebied

38 38

Bijlagen Bijlage 1 - Analysekaart Bijlage 2 - Discrepanties Bijlage 3 - Inventarisatiekaart Bijlage 4 - Goot- en bouwhoogtekaart Bijlage 5 - Kwantitatieve risicoanalyse aardgasleidingen Papendrecht

toelichting

woongebied Papendrecht (topografische kaart)

1

Inleiding

1.1

Algemeen

In de gemeente Papendrecht is de vraag opgekomen naar een nieuwe planologische regeling voor het besluitgebied Woongebied. Dit onder meer vanwege het feit dat de voor de woongebieden geldende bestemmingsplannen reeds op dit moment, dan wel binnenkort (in 2013) ouder zijn dan tien jaar. Dit heeft tot gevolg dat, op grond van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro), voor dit gebied een nieuw bestemmingsplan moet worden gemaakt. Op basis van artikel 3.38 Wro kan de gemeente bepalen om, in plaats van een bestemmingsplan, een beheersverordening op te stellen. Deze mogelijkheid kan alleen worden gebruikt als in het gebied geen ruimtelijke ontwikkeling is voorzien. Met andere woorden: weinig tot geen planologische veranderingen plaatsvinden dan wel in de toekomst zullen plaatsvinden. Het instrument beheersverordening is dan ook bedoeld om voor planologisch weinig dynamische gebieden het bestaande gebruik en de bouwmogelijkheden vast te leggen. Het woongebied voldoet aan dit vereiste en besloten is voor dit gebied een beheersverordening op te stellen. Dit gebeurt mede aan de hand van de op 20 september 2012 vastgestelde Nota van Uitgangspunten Woongebieden.

Het doel van het opstellen van een beheersverordening is, buiten de snelle en kostenefficiënte procedure, tevens de vigerende bestemmingsplannen te actualiseren naar de huidige (planologische) situatie alsmede de huidige regelgeving en inzichten. De beheersverordening zal tevens worden gedigitaliseerd om te voldoen aan de Wro en te komen tot een betere interne en externe informatievoorziening binnen de gemeente Papendrecht.

beheersverordening Woongebied

1

luchtfoto met globaal afgekaderd besluitgebied (rode lijn)

1.2

Besluitgebied: ligging en omgeving

De gemeente Papendrecht ligt in het noordelijke deel van de Alblasserwaard en maakt deel uit van de regio Drechtsteden. Het besluitgebied is het gebied waarop de beheersverordening van toepassing is. Het besluitgebied van beheersverordening Woongebied wordt gevormd door het grootste deel van de woongebieden van Papendrecht, met inbegrip van een aantal kleinere bedrijventerreinen en voorzieningenclusters. Het gaat om de wijken Molenvliet, Westpolder, Kraaihoek, Wilgenhoek, Middenpolder en Oostpolder, inclusief Oosteind en Matena. Ook worden enkele individuele percelen aan de zuidzijde van Papendrecht meegenomen in de beheersverordening. Het besluitgebied bestaat derhalve uit één groot vlak en enkele los daarvan gelegen kleinere vlakken. In totaal bedraagt de oppervlakte van het besluitgebied circa 550 hectare. 1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het besluitgebied van de voorliggende beheersverordening vigeren momenteel de volgende (herzieningen van) bestemmingsplannen: 

Middenpolder 1965: vastgesteld 28 januari 1965, goedgekeurd 23 februari 1966;

Westpolder 1977: vastgesteld 30 juni 1977, goedgekeurd 19 september 1978;

Kraaihoek 1983: vastgesteld 26 januari 1984, goedgekeurd 11 december 1984;

Oosteind/Matena: vastgesteld 24 februari 1994, goedgekeurd 20 september 1994;

Oostpolder 1993 (inclusief de uitwerkingsplannen Groenzone Noordrand Oostpolder en Tiendzone Oostpolder); vastgesteld 24 februari 1994, goedgekeurd 11 oktober 1994;

2

Kraaihoek-Noord: vastgesteld 26 mei 1994, goedgekeurd 29 november 1994;

toelichting

uitsnede plankaart bp Middenpolder - De Kooy

uitsnede plankaart bp Westpolder 1995

Middenpolder-De Kooy: vastgesteld 26 januari 1995, goedgekeurd 9 mei 1995;

Witte Brug: vastgesteld 30 mei 1996, goedgekeurd 17 september 1996;

Westpolder 1995: vastgesteld 21 november 1996, goedgekeurd 1 juli 1997;

Bedrijvenlocatie Wilgendonk Zuid-Oost: vastgesteld 29 mei 1997, goedgekeurd 16 september 1997;

M-project Stellingmolen: vastgesteld 23 oktober 1997, goedgekeurd 19 mei 1998;

Molenvliet: vastgesteld 25 maart 1999, goedgekeurd 29 juni 1999;

Wilgendonk 2001: vastgesteld 19 juli 2001, goedgekeurd 22 januari 2002;

Oostpolder fase 4b: vastgesteld 10 december 2009;

14 Bouwkavels Aalscholver: vastgesteld 10 december 2009.

Er is sprake van verschillende planvormen met een aantal verouderde regelingen. Een aantal plannen is reeds tientallen jaren geleden vastgesteld. Daarnaast zijn in de loop der jaren diverse ontwikkelingen mogelijk gemaakt met vrijstelling, ontheffing of afwijking. De beheersverordening Woongebied vervangt alle vigerende bestemmingsplannen, vrijstellingen, ontheffingen en afwijkingen binnen het besluitgebied. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat de bestemmingsplannen voor het woongebied van Papendrecht de termijn van tien jaar in 2013 al lang hebben overschreden, dan wel zullen overschrijden. In het kader van de Wro is het wettelijk verplicht om deze bestemmingsplannen te actualiseren, dan wel het planologisch regime vast te leggen door middel van een beheersverordening. Enkele (kleinere) vigerende bestemmingsplannen zijn weliswaar minder oud (zoals bestemmingsplan Oostpolder fase 4b), echter wel overwegend gebaseerd op de oude regeling en/of niet digitaal raadpleegbaar. De gebieden waar deze plannen betrekking op hebben worden daarom ook meegenomen in de beheersverordening. De regeling voor de beheersverordening wordt inhoudelijk afgestemd op de Nota van Uitgangspunten Woongebieden, waarin met name voor de woonbestemming een gedetailleerde regeling uiteen is gezet.

beheersverordening Woongebied

3

1.4

De beheersverordening

1.4.1 Verschil bestemmingsplan-beheersverordening Gemeenten hebben sinds de introductie van de Wro in beginsel de keuze tussen het vaststellen van een bestemmingsplan of een beheersverordening. De keuze voor een beheersverordening is afhankelijk van het karakter van het besluitgebied. De beheersverordening is namelijk geïntroduceerd voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkeling wordt voorzien (art. 3.38 Wro). De Wro geeft niet aan wat moet worden verstaan onder een ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Dit begrip is van wezenlijk belang voor de toepassing van de beheersverordening. In de wetsgeschiedenis is hierover onder meer te vinden 'dat van een ruimtelijke ontwikkeling sprake is als het gaat om ruimtelijk relevante veranderingen in het planologisch toegestane gebruik van gronden en opstallen alsmede om bouwkundige wijzigingen van bouwwerken, waarvoor een bouwvergunning (nu: omgevingsvergunning, red.) nodig is'. Bij de beheersverordening gaat het meestal om gebieden die ‘af’ of ‘uitontwikkeld’ zijn. Om te bepalen of zich ruimtelijke ontwikkelingen voordoen moet naar verleden en toekomst worden gekeken. Indien in het verleden veel ontwikkelingen hebben gespeeld, kan dat een indicatie zijn dat het om een dynamisch gebied gaat. Anderzijds heeft het begrip ruimtelijke ontwikkeling betrekking op de fase na het vaststellen van de beheersverordening.

Er mogen geen toekomstige ontwikkelingen zijn voorzien. Zo kan voor een gebied nieuw beleid zijn ontwikkeld of een structuurvisie zijn vastgesteld waaruit nieuwe ontwikkelingen blijken. In een dergelijke situatie wordt de beheersverordening niet als het geëigende instrument gezien. In de ‘Handreiking beheersverordening’ van de Vereniging Nederlandse gemeenten is onder meer aangegeven dat het begrip ‘bestaand’ op twee manieren kan worden gedefinieerd. Gebruik in enge zin is het gebruik dat feitelijk bestaand is op het moment van vaststellen van de beheersverordening. Gebruik in ruime zin gaat uit van het vigerende bestemmingsplan. Al het in het vigerende bestemmingsplan toegelaten gebruik en al de op basis van het bestemmingsplan toegestane bouwwerken worden in deze uitleg als bestaand beschouwd. Cruciaal verschil met een bestemmingsplan is dat in een beheersverordening het bestaande feitelijke gebruik of de bestaande planologische situatie en dus geen planologisch relevante ontwikkelingen worden vastgelegd. Het vastleggen van deze situatie betekent niet dat een beheersverordening geen enkele ontwikkeling toestaat. Voor gebieden waar weinig tot geen planologische ontwikkeling plaatsvindt, kan ook een conserverend bestemmingsplan worden opgesteld.

Vergeleken met een conserverend bestemmingsplan biedt een beheersverordening echter enkele voordelen, zowel financieel als procedureel. Het instrument is desondanks nog niet breed toegepast.

4

toelichting

1.4.2 Casus woongebied Papendrecht De reden waarom in onderhavig geval voor het instrument van de beheersverordening is gekozen, is het feit dat het besluitgebied nagenoeg uitontwikkeld is. Omdat het gebied bijna geheel is bebouwd dan wel ingericht voor de aanwezige bebouwing, is geen sprake meer van nieuwe ontwikkelingsruimte. Uit het gemeentelijk en provinciaal/regionaal beleid blijkt ook dat voor de toekomst weinig tot geen planologische veranderingen zullen worden doorgevoerd (op het beleid wordt nader ingegaan in hoofdstuk 3). De keuze voor een beheersverordening voor het woongebied is daarnaast gebaseerd op het feit dat procedureel gezien tijdwinst wordt geboekt ten opzichte van een bestemmingsplan. Gestreefd wordt namelijk om voor 1 juli 2013 alle bestemmingsplannen actueel te hebben. Dit mede in verband met de sanctie, zoals opgenomen in de Wro dat op basis van niet actuele plannen legesinning niet mogelijk is. Door gebruik te maken van het instrument beheersverordening voor ondermeer het woongebied is deze streefdatum makkelijker haalbaar. Aangezien het woongebied een gebied is waar op planologisch vlak weinig veranderingen zullen plaatsvinden, zou voor dit gebied ook een conserverend bestemmingsplan kunnen worden opgesteld. De keuze van de gemeente Papendrecht is om bovengenoemde redenen echter gevallen op een beheersverordening.

1.4.3 Juridische status De beheersverordening hoort wettelijk gezien tot de categorie verordeningen. Verordeningen zijn wetgeving in materiële zin, maar niet afkomstig van de formele wetgever. De beheersverordening wordt dan ook niet opgesteld door de formele wetgever, maar door de gemeenteraad. De bevoegdheid hiertoe wordt gegeven in artikel 3.38, eerste lid Wro. De gemeenteraad heeft (veel, maar) geen volledige vrijheid over hoe de beheersverordening er uitziet. Het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) schrijft in artikel 1.2.3 voor dat de beheersverordening langs elektronische weg wordt vastgelegd en vastgesteld. De verplichting hiertoe geldt vanaf 1 januari 2010. Ook moet een volledige verbeelding op papier zijn, zij het dat de elektronische versie juridisch gezien beslissend is. Voor de digitalisering bepaalt artikel 1.2.1, tweede lid Bro ook dat een beheersverordening digitaal beschikbaar moet worden gesteld en volledig, toegankelijk en begrijpelijk moet worden verbeeld. Deze vereisten komen overeen met de vereisten die gelden voor een bestemmingsplan. Afgezien van deze wettelijke vereisten heeft de gemeenteraad de vrijheid om de inhoud van de beheersverordening naar eigen inzicht vast te stellen. 1.4.4 Procedure In de Wro is geen bijzondere voorbereidingsprocedure voor de beheersverordening opgenomen.

De procedure tot vaststelling van een beheersverordening is hierdoor eenvoudiger en korter dan de vaststelling van een bestemmingsplan. Het bieden van de mogelijkheid tot inspraak voor belanghebbenden is daardoor niet wettelijk verplicht. Desalniettemin wil de gemeente Papendrecht de mening van de inwoners ter harte nemen en zal daarom mogelijkheid tot inspraak worden geboden.

beheersverordening Woongebied

5

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de beschrijving van het plan, waarbij, mede aan de hand van de uitgevoerde GIS inventarisatie, de ruimtelijke en functionele structuur van het besluitgebied wordt toegelicht. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 in het kort het relevante (boven)gemeentelijke beleid behandeld. Hoofdstuk 4 gaat daarna in op de diverse sectorale aspecten zoals externe veiligheid, water en flora en fauna. In hoofdstuk 5 komt de juridische beschrijving van de beheersverordening aan bod, waarbij de gehanteerde systematiek wordt toegelicht. Hoofdstuk 6 gaat in op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan, waarna in hoofdstuk 7 tenslotte de procedure wordt belicht.

6

toelichting

impressie besluitgebied

2

Planbeschrijving

2.1

Ontstaansgeschiedenis

impressie besluitgebied

Papendrecht is ontstaan als een typisch dijkdorp aan de Merwede, waarschijnlijk rond het jaar 1000. Papendrecht wordt voor het eerst officieel genoemd in een document uit 1105. Na 1277, toen een dijk werd aangelegd rondom de waard, ontstond een echt dorp. Tot 1816 was Papendrecht een heerlijkheid en in het bezit van adellijke families. Pas daarna kreeg het dorp een eigen gemeentebestuur. Behalve Papendrecht zijn binnen de gemeente geen andere kernen gelegen. e

Aan het dorpse karakter van Papendrecht kwam in de tweede helft van de 20 eeuw een einde, toen begonnen werd met de aanleg van grootschalige nieuwbouwwijken. Het overgrote deel van het gemeentelijke grondgebied is inmiddels volgebouwd met woningen en daaraan gerelateerde voorzieningen. Het betreft overwegend woonwijken en daarnaast enkele kleine bedrijven- en voorzieningenclusters en parken. Deze woongebieden zijn vrijwel allemaal afgerond. Voor zover nog sprake is van in ontwikkeling zijnde woongebieden (zoals 'Land van Matena') zijn deze buiten de beheersverordening gelaten. 2.2

GIS inventarisatie

2.2.1 Inleiding Zoals eerder is vermeld, kan een beheersverordening zowel het bestaande feitelijke gebruik vastleggen als het vigerende planologische gebruik. In de casus Woongebied gaat de voorkeur uit naar het vastleggen van het bestaande feitelijke gebruik, waarbij de bestaande planologische mogelijkheden niet worden uitgesloten. Voor het overgrote deel zal dit echter identiek zijn aan het vigerende planologische gebruik. In enkele gevallen is het vastleggen van het bestaande feitelijke gebruik, gezien de specifieke situatie ter plaatse, niet de juiste keuze. In die gevallen is bijvoorbeeld handhaving noodzakelijk of is geen sprake van bestaand gebruik, omdat een pand leegstaat.

beheersverordening Woongebied

7

Voor deze delen van het besluitgebied zijn per geval nadere keuzes gemaakt. Hiervoor is het noodzakelijk om een goed beeld te hebben van de huidige situatie in het besluitgebied; een goede inventarisatie is dan ook het vertrekpunt. Inventarisaties zijn niet nieuw en worden ook gebruikt bij bestemmingsplannen. Inventariseren gebeurt vaak door middel van veldinventarisaties, maar bij deze beheersverordening is mede gebruik gemaakt van GIS-inventarisatie. Met deze wijze van inventariseren wordt samen met een gedegen beleidsanalyse een goede afweging van het vigerende planologische gebruik mogelijk. Dit komt de kwaliteit van de regeling in de beheersverordening ten goede. Deze werkwijze wordt hierna nader uiteengezet. 2.2.2 Werkwijze In eerste instantie zijn de gegevens van de gemeentelijke Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) digitaal vergeleken met de bestemmingen van de moederplannen. De vigerende enkelbestemmingen zijn daarvoor digitaal aangeleverd door de gemeente. Ook is een vergelijking gemaakt met de gegevens van de Kamer van Koophandel (bedrijvenlijst) en met een lijst van verleende horecavergunningen. Vervolgens zijn door middel van een GIS analyse de afwijkingen inzichtelijk gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/266/documents/5592