CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 - 13513 A4 Rapport - Routekaart Jeugd.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 23 mei 2024, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 7: Routekaart Jeugd - Voorstel15.004 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

•

Sociale problemen: pesterig gedrag, onvoldoende sociale vaardigheden bezitten.

•

Emotionele problemen: angst, teruggetrokken gedrag.

U

•

Opvallend gedrag: agressie, pesten.

V

Serviceorganisatie Jeugd (SOJ): De Serviceorganisatie is opgericht omdat gemeenten vanuit de Jeugdwet verantwoordelijk zijn voor het organiseren en betalen van jeugdhulp. De tien gemeenten in Zuid-Holland Zuid werken samen op het gebied van de jeugdzorg. De SOJ is een kleine regieorganisatie en dragen namens de tien gemeenten zorg voor: •

Veilig Thuis: Veilig Thuis verzamelt signalen rondom huiselijk geweld en kindermishandeling. Op basis van deze signalen schatten zij in of er actie ondernomen moet worden om de nodige veiligheid binnen een huishouden te realiseren. Wanneer jeugdzorg nodig is, dan wordt dit in afstemming met het jeugdteam/Sterk Papendrecht geregeld.

Verblijfslocaties: Dit zijn locaties waar kinderen verblijven en overnachten. Binnen deze locaties worden kinderen begeleid. In bepaalde gevallen ontvangen ze ook geestelijke gezondheidszorg vanuit deze locaties.

W X Y Z Zorgadvies teams: Casusoverleggen tussen het onderwijs, het jeugdteam en de jeugdgezondheidszorg waarin kinderen gezamenlijk worden besproken waar zorgelijke signalen over bekend zijn binnen de kinderdagopvang. Dit kan bijvoorbeeld te maken met signalen rondom ontwikkelachterstanden of gedragsproblemen.

het inkopen en contracteren van de regionale zorgmarkt

24

25

Bijlage 1. Wat we hebben gedaan en bereikt Om te kunnen bepalen waar we naartoe gaan werken met de Routekaart Jeugd hebben we eerst teruggeblikt op wat we tot dusver hebben gedaan en bereikt binnen jeugd(zorg). Hieronder wordt in hoofdlijnen omschreven wat we hebben gedaan en ingezet.

3.

• onnodige inzet van specialistische zorg te voorkomen en kosten te besparen; • lichte zorg zelf uit te voeren en direct te zorgen voor een juiste verwijzing wanneer de POHjeugd zelf niet de zorg kan bieden die nodig is.

Wat we lokaal hebben gedaan en bereikt Sinds 2022 zijn we lokaal opdrachtgever geworden van Stichting Jeugdteams. Sinds die tijd hebben we in afstemming en in samenwerking met hen diverse zaken gerealiseerd, waaronder: 1.

2.

4.

Opvoedingsondersteuning is ingezet om de beweging te maken van inzet van zware jeugdzorg naar lichte jeugdhulp. Autisme Expert is binnen het jeugdteam ingezet om: • de inzet van specialistische zorg te voorkomen en om ervoor te zorgen dat de zorg minder lang ingezet hoeft te worden; • kwaliteitsslagen te maken door ouders en/of verzorgers beter toe te rusten voor het oplossen van en omgaan met de problemen waar zij tegen aan lopen in plaats van vooral het kind te begeleiden. Dit laatste bleek wel te gebeuren vanuit specialistische begeleiding.

Jeugdteam zijn medewerkers sterker gemaakt in kostenbewust denken en werken m.b.t. het inzetten van zorg. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de wijze waarop er wordt gestuurd op het gebruik van jeugdhulpvervoer. Hierin wordt namelijk goed gekeken wat het gezin en het netwerk eromheen zelf kan betekenen op het gebied van vervoer. Dit voorkomt onnodig gebruik van jeugdhulpvervoer.. En dus onnodig kosten.

Inzet van praktijkondersteuner GGZ Jeugd bij de huisarts om:

5.

Inzet casusregie. Voor het krijgen van meer zicht en sturing op o.a. doelrealisatie en goede samenwerking (integraliteit) is casusregie ingezet. Doordat Veilig Thuis de casusregie gaat overdragen, is een lagere caseload bij casusregie o.a. om voor te sorteren op de extra verantwoordelijkheden die op casusregie afkomen. Dit vanwege het programma toekomst Kind- en Gezinsbescherming. Door te investeren in schoolmaatschappelijk werk (SMW) worden lichte problemen eerder en meer op scholen opgepakt. Dit om te voorkomen dat we specialistische jeugdzorg in moeten zetten. Daarnaast stelt het SMW-zorgcoördinatoren, intern begeleiders, etc. beter in staat om op tijd te zien dat hulp nodig is zodat deze kan worden ingeschakeld.

6. Via het programma Anders Zorgen van Stichting

Wat lokaal ingezet op het gebied van Preventieve dienstverlening 7.

Ondersteuningsteams: Dit zijn overleggen tussen het basisonderwijs, het jeugdteam en de jeugdgezondheidszorg over kinderen die vast (dreigen te) lopen in het onderwijs. In dit overleg wordt een integrale analyse gemaakt en een integrale aanpak georganiseerd.

8.

Zorgadviesteams: Dit zijn overleggen tussen de kinderopvang, het jeugdteam en de jeugdgezondheidszorg over kinderen van 0 t/m 4 jaar waarover zorgelijke signalen bekend zijn. In dit overleg wordt een integrale analyse gemaakt en een integrale aanpak georganiseerd.

9.

Nu niet zwanger is een programma dat zich richt op het voorkomen van zwangerschappen bij zeer

26

breed inloopspreekuren aanbod, een training voor ouders en/of verzorgers “de Scheidingsatlas” en is er een Theatervoorstelling “En de winnaar is” op scholen met daarbij een volledig voor en na hulptraject voor leraren, begeleiders, kinderen en ouders en/of verzorgers.

kwetsbare doelgroepen die anders ongewenst zwanger zouden worden. Dit voorkomt ernstige problemen die bij de geboorte zouden ontstaan, bij zowel de ouder als het kind zelf. 10. Kansrijke Start: In 2023 is een start gemaakt met de lokale coalitie Kansrijke start Papendrecht. De regionale coalitie bestaat al langer. Lian Siebelt is de projectleider van deze lokale coalitie. In de coalitie zijn verloskundigen vertegenwoordigd, sterk Papendrecht, jeugdarts, Jong JGZ, coördinator informele zorg etc. Deze coalitie heeft als doel om gelijke kansen te creëren voor alle kinderen binnen een veerkrachtig opvoed- en opgroeiklimaat. Dit doen ze door te zorgen voor een gezamenlijke aanpak gericht op de eerste 1000 dagen van kinderen, met speciale aandacht voor kwetsbare gezinnen. 11. Adviespunt scheiden, kind en ouders en/of verzorgerschap (Adviespunt SKO): De thema’s ‘gescheiden ouders en/of verzorgerschap’ en ‘ernstige relatieproblemen’ zijn belangrijke factoren die het opvoed- en opgroeiklimaat van kinderen negatief kunnen beïnvloeden. Het Adviespunt SKO werkt in het preventieve kader. Zij richten zich niet op het voorkomen van een scheiding, maar op het voorkomen van ernstige conflicten en het voorkomen van schade bij kinderen als gevolg van strijdende ouders en/of verzorgers. Op dit moment heeft Papendrecht een

12. Buurtgezinnen: Onder het motto ‘Opvoeden doen we samen’, koppelt Buurtgezinnen gezinnen die steun kunnen gebruiken aan een stabiel gezin in de buurt. Buurtgezinnen wil eraan bijdragen dat kinderen thuis in hun eigen gezin kunnen (blijven) opgroeien. Buurtgezinnen bestaat sinds 2015 en is actief in meer dan 115 gemeenten. Er worden jaarlijks zo`n 12-15 koppelingen gemaakt.

3.

Verbeterde dialoog met jeugdzorgaanbieders: Na een inkoopproces (waarin de doelen nog wel gelijk zijn, maar de belangen niet altijd) is stevig geïnvesteerd om de goede dialoog met het veld te verbeteren. Hierdoor ontstaat wederzijds vertrouwen waardoor een aantal organisaties ook voorop durven te lopen in het realiseren van de beoogde verbetering van jeugdzorg in de regio.

4.

In de overeenkomst Jeugdhulp (niet openbaar) zijn een aantal instrumenten opgenomen die bijdragen aan financiële sturing en sturing op kwaliteit. Deze maken integraal onderdeel uit van de overeenkomst en zijn niet beschreven in een apart stuk. Ter illustratie een paar voorbeelden:

Wat op regionaal niveau is gedaan en bereik

Prijs-kwaliteitsverhouding

1.

Dankzij het regionale dashboard hebben we inzicht in veel dat met betrekking tot aantallen, kosten en looptijd, per aanbieder en in totalen. Dit betekent niet dat we daar altijd sturing op hebben.

2.

Om samen met de serviceorganisatie jeugd te sturen op verschillende vormen van zorg via accountgesprekken zijn er (branche)teams georganiseerd. Deze teams bestaan uit een contractmanager van serviceorganisatie jeugd en één of meerdere beleidsadviseurs jeugd uit de regio Zuid Holland Zuid.

Binnen de overeenkomst Jeugdhulp en dus ook binnen het contractmanagement is veel aandacht voor de juiste prijs-kwaliteit verhouding voor de geleverde dienst. Voldoet een partij aan de gestelde kwaliteitscriteria om in aanmerking te komen voor een bepaald tarief? De tarieven zijn (door een onafhankelijke partij) opgebouwd op basis van onder andere landelijke benchmarks, Cao’s, benodigd opleidingsniveau en verwachte personele inzet. Dit toetsen we voortdurend en stellen we zo nodig contractueel bij. Hierdoor is beter te controleren of jeugdhulpaanbieders het juiste tarief factureren voor de diensten die ze leveren. Vooral bij niet-regulier gecontracteerde

27

partijen heeft dit geleid tot een betere prijs-kwaliteit verhouding. Aangezien het volume van niet regulier gecontracteerde zorg is toegenomen vanwege de wijziging van het woonplaatsbeginsel, is dit een stevig sturingsinstrument gebleken. Overigens bleek ook dat het merendeel van de regulier gecontracteerde partijen zich bij inschrijving aan de vernieuwde voorwaarden heeft gehouden.

Winstmaximalisatie In de overeenkomst is de winst van aanbieders gemaximeerd op 5%. Nu de jaarrekeningen 2022 beschikbaar komen, worden aanbieders met een winst van meer dan 5% gesommeerd een plan van aanpak aan te leveren om de publieke middelen terug te laten vloeien in het publieke domein. Dit kan een investering in kwaliteit betekenen om de kosten in de toekomst terug te dringen, maar bijvoorbeeld ook een afslag op het tarief om winsten in de toekomst te verkleinen.

Monitoren en bijsturen In het regionale dashboard zien we hoe de (jaar)omzet van de aanbieder zich ontwikkelt. Verder hebben we zicht op de gemiddelde kosten per client en het aantal cliënten wat hulp ontvangt vanuit de regio. Zeker met de aanbieders met een hoge omzet in de regio is dit periodiek onderwerp van gesprek, wordt bijgestuurd op geconstateerde afwijkingen en zo nodig afspraken gemaakt om de hulp tijdig te stoppen of af te schalen naar het voorveld.

Normen op intensiteit en duur van hulp Door in de overeenkomst normen op te nemen over intensiteit en duur ontstaat een prikkel om jeugdzorg zo eenvoudig en kort als mogelijk in te zetten. Ook geeft dat het contractmanagement de mogelijkheid om aanbieders onderling te benchmarken bij vergelijkbare hulp en hier binnen het contractmanagement op in te zetten.

28

Bijlage 2. Landelijke data en bronnen Hieronder staan alle bronnen op een rij welke allemaal in de Routekaart Jeugd staan vermeld.

5. Informatie over de Plan Do Check Act (PDCA) cyclus: https://managementmodellensite.nl/pdca-cyclus/

1. Link naar de hervormingsagenda: https:// www.rijksoverheid.nl/documenten/ rapporten/2023/06/20/hervormingsagenda-jeugd2023-2028#:~:text=Deze%20agenda%20heeft%20 als%20doel,houdbaar%20maken%20voor%20de%20 toekomst.

6. Link naar onderzoek waarin staat omschreven welke maatschappelijke vraagstukken nu spelen: https:// www.nji.nl/system/files/2021-04/Het-groeiendjeugdzorggebruik-Duiding-en-aanpak.pdf Zie blz. 9.

2. Link naar actuele informatie over de mentale gezondheid van meisjes: https://www.scp.nl/actueel/ nieuws/2022/09/14/mentale-gezondheid-van-meisjesfors-verslechterd#:~:text=Onder%20meisjes%20 uit%20groep%208,meer%20gedragsproblemen%20 en%20hyperactiviteit%2F%20aandachtsproblemen. 3. Link naar onderzoek van Sharon Stellaard naar 40 jaar jeugdzorgbeleid:*https://research.vu.nl/en/ publications/boemerangbeleid-over-aanhoudendetragiek-in-passend-onderwijs-en-

7. Aansluitende actuele essay van NJI: https://www. nji.nl/sites/default/files/2023-04/Andere-kijk-opgroeiend-jeugdzorggebruik.pdf 8. Link naar omschrijving van invloed van (v) echscheidingen: https://richtlijnenjeugdhulp.nl/ scheiding/gevolgen-van-een-ouderlijke-scheidingvoor-jeugdigen/de-belangrijkste-gevolgen-van-eenouderlijke-scheiding-voor-jeugdigen/ 9. Link naar essay van Nederlands Jeugdinstituut over invloed van (langdurige) armoede op jeugdigen: https://www.nji.nl/system/files/2021-04/Opgroeienen-opvoeden-in-armoede.pdf

10. Link naar onderbouwing van het belang om te werken aan stressgevende factoren die gedragsverandering in de weg staan. En werken aan gedragsverandering zelf: https://www.verweyjonker.nl/wp-content/uploads/2021/02/216037_ Kwestie_van_lange_adem-WEB.pdf vanaf het kopje “Welke factoren houden de kindermishandeling en partnergeweld in stand?” op blz. 169. Bronnen waar een gezonde basis voor geluk en welzijn mogelijk op kan worden gebaseerd: 11. De Maakbaarheid Van Het Geluk: Een wetenschappelijke benadering voor een gelukkig leven; S. Lyubomirsky 12. https://www.nji.nl/sites/default/files/2021-07/ Wat-werkt-bij-het-bevorderen-van-een-positieveontwikkeling-van-jeugdigen.pdf (blz. 3) 13. https://www.thomasencharles.nl/kindgesprekkengrowthmindset/

4. Link naar een filmpje over het onderzoek van Sharon Stellard: https://www.youtube.com/ watch?v=iBWaNZk9s1U

29

Bijlage 3. Actieagenda organisatorische vraagstukken Vraagstuk 1: Kwaliteit en effectiviteit jeugdzorghulp beter meten Er is nog te weinig zicht op kwaliteit en effectiviteit van de geboden hulp binnen jeugdzorg. Wat meten we nog niet: • We weten nog niet hoeveel casussen succesvol worden afgerond; • We weten nog niet of de casussen die succesvol zijn afgerond ook succesvol zijn op de lange termijn; • We weten nog niet of geleverde specialistische jeugdzorg goed wordt geëvalueerd en daardoor weten we nog onvoldoende wat er goed gaat bij specialistische zorgaanbieders en waar er verbeterpunten zijn (bekeken per zorgaanbieder). Het is belangrijk dat we dit als opdrachtgever meten, omdat dit beter inzicht geeft in de problematiek. Op basis hiervan kan steeds beter bepaald worden wat goed gaat, wat beter kan en waarmee we moeten stoppen.

Aanpak: • Samen met het Jeugdteam omschrijven we wanneer een casus succesvol is afgerond. We houden bij hoeveel casussen daadwerkelijk succesvol worden afgerond door de verschillende diensten binnen het Jeugdteam. Nadat dit inzichtelijk is gemaakt, spreken we streefwaarden af. Dus hoeveel % meer casussen we succesvol afgerond willen zien. En wat ervoor nodig is om dit te bereiken. • We maken inzichtelijk hoeveel jeugdigen/ gezinnen weer terugkeren bij het jeugdteam voor jeugdzorg nadat een eerder traject succesvol is afgerond. Hierdoor worden de langetermijneffecten inzichtelijk gemaakt. Op basis van deze meting spreken we streefwaarden af, dus hoeveel minder gezinnen/jeugdigen we willen zien terugkeren naar jeugdzorg en wat ervoor nodig is om dit te bereiken*. • Door te investeren in het versterken van de toegang van het jeugdteam is meer ruimte en tijd vrijgekomen om te kijken naar de kwaliteit van de geïndiceerde geboden jeugdzorg. Dit doen we door bij te houden wat de kwaliteit is van de evaluaties van de geleverde zorg per aanbieder. Wanneer de kwaliteit van de geëvalueerde zorg structureel onvoldoende blijkt te zijn bij een

•

•

bepaalde jeugdzorgaanbieder, worden er via een accountgesprek (via contractmanagement van serviceorganisatie jeugd) afspraken gemaakt worden over het verbeteren van de kwaliteit van zorg. . Vervolgens monitort het jeugdteam via de evaluaties of de geboden zorg daadwerkelijk beter wordt. We gebruiken bestaand cliëntervaringsonderzoek van de serviceorganisatie Jeugd (SOJ) en het Vertelpunt van het Jeugdteam, om erachter te komen of onze interventies bijdragen aan het behalen van het gestelde perspectief en de gewenste doelen die hierbij horen. Met perspectief bedoelen we het toekomstplaatje waar een gezin naartoe werkt, om te komen tot een stabiele situatie waarin ze (weer) duurzaam zelf verder kunnen. Het jeugdteam doet al veel goed, maar vanuit de voorgaande acties zal ook duidelijk worden waar ontwikkelpunten liggen. Om goed aan de slag te kunnen met de individuele ontwikkelpunten van de jeugdteamleden wordt er vanaf 2024 geïnvesteerd in de inzet van een gedragswetenschapper (10 uur per week). Daarbij wordt het Jeugdteam gevraagd inzichtelijk te maken welke kwaliteitsslagen ze maken binnen het team door deze inzet.

* Nuance: Het doel is dat gezinnen op de lange termijn verder kunnen met hun leven op een constructieve manier, zonder tussentijds weer een beroep te hoeven doen op jeugdzorg. Dit is niet altijd haalbaar en in bepaalde gevallen is een nieuwe vraag naar jeugdzorg legitiem. Maar we willen een herhaaldelijk beroep op jeugdzorg wel zoveel mogelijk voorkomen.

30

•

Jaarlijks stemmen we onze afspraken in de subsidie van Sterk Papendrecht (het jeugdteam) af op deze inzichten. Dit gaat om zowel de zorg die het Jeugdteam zelf biedt als de sturing op de jeugdzorg, die zij toewijzen vanuit hun toegang. Verder zijn er uiteraard tussentijdse gesprekken met het jeugdteam over de voortgang die we boeken, over aandachtspunten en over stappen die moeten maken of bijstellen.

Monitoren van aanpak: • Met het jeugdteam worden streefwaarden afgesproken die gemeten worden, zodat we kunnen werken naar toename van succesvol afgesloten casussen en duurzame effecten. Streefwaardes zijn geen doel op zich. • Door verhalen op te halen bij gezinnen en jeugdigen via cliëntervaringsonderzoek(en) kunnen we ook zien hoe gezinnen/jeugdigen de kwaliteit van jeugdzorg ervaren. En of we dit kunnen verbeteren. • We zetten de verbetercyclus van Sterk Papendrecht in. Deze richt zich op het leren op basis van casuïstiek onderzoek (dossieronderzoek en analyse/bespreking). Deze verbetercyclus is structureel onderdeel geworden van de evaluatieen verbetercyclus in Sterk Papendrecht. Het analyseren van klantreizen is hier een voorbeeld van, bij voorkeur samen met andere organisaties zoals Veilig Thuis, Sociale Dienst Drechtsteden,

Serviceorganisatie Jeugd en Jeugdbescherming. Hoe dit wordt uitgevoerd, met wie, wanneer en hoe vaak moet nog worden afgesproken.

Vraagstuk 2: Problemen binnen gezinnen breder aanpakken Problemen binnen gezinnen worden regelmatig nog te eenzijdig aangepakt. Vooral door aan de slag te gaan met omstandigheden die veel stress geven. Bijvoorbeeld het aanpakken van (dreigende) dakloosheid of het zorgen voor stabiele huisvesting. Soms wordt doorgeschoten naar het andere uiterste door de aandacht alleen te richten op het aan de slag gaan met de gedragsproblematiek van ouders en/of verzorgers en/of jongere. Factoren die gedragsverandering (vrijwel) onmogelijk maken worden soms uit het oog verloren. Het aanpakken van dit aandachtspunt sluit aan bij de insteek en doelstellingen van het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming. Dit scenario is gebaseerd op onderzoek dat aangeeft dat hieraan gewerkt moet worden om toename van problemen te voorkomen. Dit scenario is gebaseerd op onderzoek dat aangeeft dat hieraan gewerkt moet worden om toename van problemen te voorkomen**en om terugval naar problematisch gedrag te voorkomen.

Aanpak: We vragen jeugdprofessionals om in hun plannen standaard concrete doelen op te nemen die gericht zijn op het voldoende rust creëren. Zo ontstaat er voldoende ademruimte voor het realiseren van gedragsverandering. Werken aan beide onderdelen kan parallel aan elkaar lopen. Daarbij moet oog zijn voor een goede analyse en de vraag achter de vraag bij de gezinnen/het hele systeem. Aan beide elementen werken doen we, door het Jeugdteam een heldere opdracht op dit gebied te geven. Monitoring van aanpak: • Door steekproefsgewijs naar plannen van het jeugdteam te kijken, wordt inzichtelijk of het werken aan zowel stabilisatie van omstandigheden als het werken aan gedragsverandering (om te komen tot een gezonde pedagogische basis thuis) voldoende terugkomt in de plannen van aanpak. • Het jeugdteam kijkt in hoeverre in plannen wordt gewerkt aan zowel (stress gevende) omstandigheden, als aan problematisch gedrag (oog hebbend voor de oorzaken van dit gedrag). Het jeugdteam maakt hier een rapportage over, die ieder kwartaal wordt besproken met de gemeente.

** https://www.verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2021/02/216037_Kwestie_van_lange_adem-WEB.pdf

31

Vraagstuk 3: Bijhouden aantal en type hulpvragen verbeteren

Vraagstuk 4: Meer sturing op aanvragen voor normenkaderoverschrijdingen

Lokaal is tot nu toe niet bijgehouden welke hulpvragen er binnenkomen bij St. Jeugdteams/Sterk Papendrecht. Daardoor weten we nog niet wat zorgt voor een toename van het gebruik van jeugdzorg in Papendrecht bij St Jeugdteams. Omdat we dit inzicht nog niet hebben, kan nog niet doelgericht iets gedaan worden om de oorzaak van toenemende hulpvragen te duiden en aan te pakken, Aanpak: Samen met Sterk Papendrecht gaan we het registratiesysteem zo inrichten, dat inzichtelijk wordt welk type hulpvragen er bij hen binnenkomen en hoeveel. Dit start in 2024.

Er zijn drie redenen waarom meer sturing nodig is op aanvragen voor normenkaderoverschrijdingen*. Ten eerste om ervoor te zorgen dat deze aanvragen goed worden gewogen en behandeld. Ten tweede om er op te letten dat er niet te veel en niet te lang zorg wordt geboden. En tenslotte om waar nodig, onderbouwd af te kunnen wijken van het normenkader.

Om alvast goed aan de slag te kunnen met oorzaken van de toename naar de vraag naar jeugdzorg, is op basis van landelijke onderzoeken en lokale data (o.a. uit de GGD-monitor) bepaald welke maatschappelijke ontwikkelingen ten grondslag liggen aan de toename van jeugdproblematiek en/of de vraag naar jeugdhulp. In hoofdstuk 3 noemen we deze vraagstukken en leggen we uit hoe we deze aan kunnen pakken. Met St. Jeugdteams zijn afspraken gemaakt over het inzichtelijk maken welke type hulpvragen er bij het jeugdteam binnenkomen.

Aanpak: Meerdere toegangsmedewerkers van het jeugdteam gaan zich richten op het inhoudelijk wegen van aanvragen vanuit zorgaanbieders die het normenkader overschrijden*. De signalen die worden opgepikt door de casusregisseurs over zorgaanbieders worden gebundeld, net als bij de evaluaties. Monitoring van aanpak: • We monitoren hoeveel normenoverschrijdingsaanvragen worden afgewezen en toegekend. • We werken toe richting het realiseren van de regionale streefwaarde, om maximaal 15% van alle casussen (zowel in hoeveelheid jeugdigen als euro’s) het normenkader te laten overschrijden in 2026. Of het halen van deze streefwaarde realistisch is, moet nog blijken. Vooral omdat er geen concrete onderbouwing is van de regionale streefwaarde. Toch gaan we wel alles inzetten wat

•

we kunnen om deze streefwaarde te halen. Als we door het verzamelen van onze eigen data kunnen onderbouwen dat de regionale streefwaarde niet realistisch is, dan passen we dit uiteraard regionaal aan en passen we onze streefwaarde aan. Meerdere toegangsmedewerkers houden bij of de normenoverschrijdingsaanvragen goed zijn onderbouwd, en in hoeverre de aanvragende partij goede zorg heeft geleverd. Dit doen we bijvoorbeeld door te kijken naar hoe doelgericht er is gewerkt richting het (duurzaam) realiseren van het vooraf gestelde perspectief. Opvallendheden hierin (positief en negatief) worden bijgehouden. Wanneer blijkt dat er sprake is van een structureel verbeterpunt, dan worden (net als bij de evaluaties) via contractmanagement afspraken gemaakt met de betreffende zorgpartij om hierin een structurele verbetering te maken.

Vraagstuk 5: Structureel aanpakken van aandachtspunten verbeteren Op casusniveau worden verbeterpunten regelmatig toegelicht en aangepakt. Of dezelfde aandachtspunten terugkeren in andere casussen, wordt niet bijgehouden. Het structureel aanpakken van aandachtspunten gebeurt dus niet regelmatig. Bijna geen enkele partij in de jeugdzorgketen verzamelt signalen over wat herhaaldelijk misgaat bij één of

* Het normenkader is onderdeel van het contract met specialistische jeugdzorgaanbieders. Daarin staat hoe lang zorg maximaal mag duren (bijvoorbeeld maximaal één jaar) en hoeveel uren er maximaal mogen worden ingezet. Wanneer een zorgaanbieder inschat dat de zorg langer moet gaan duren en/of meer uren nodig denkt te hebben, moet hier toestemming voor worden gevraagd bij het jeugdteam. Dit wordt een aanvraag voor een normenkaderoverschrijding genoemd.

32

meerdere partijen. Doordat deze informatie niet wordt verzameld, kunnen organisaties niet verantwoordelijk worden gemaakt voor het verhelpen van deze structurele aandachtspunten. Aanpak en monitoring hiervan: Zorgen dat jeugdzorgpartners (zoals het jeugdteam, veilig thuis, gespecialiseerde jeugdzorgpartijen en de gemeente) het bundelen van feedback gaan organiseren en delen. Hier wordt o.a. mee gestart door de uitvoering van de acties die staan vermeld onder 4.1. Vooral door informatie te bundelen over de kwaliteit van de evaluaties. Ook wordt aan deze partijen gevraagd feedback te delen over het functioneren van het jeugdteam, zodat de gemeente samen met het jeugdteam kan zorgen voor nodige verbeteringen.

Vraagstuk 6: Meer gebruikmaken van wetenschappelijke data en onderbouwing bij beleidskeuzes Wetenschappelijke onderbouwing en data (lokaal, regionaal en landelijk) moet meer leidend worden in de keuzes die we maken binnen het gemeentelijk jeugd(zorg)beleid. Het is belangrijk dat we datagedreven werken meenemen in alle werkzaamheden. Bijvoorbeeld in het maken van keuzes met welke interventies we starten, doorgaan en stoppen. Aanpak: • Toepassen kosten/baten analyse: voordat we starten met een nieuw initiatief of product, zoveel

•

•

•

•

•

mogelijk inzichtelijk maken wat we verwachten dat het initiatief gaat kosten en opleveren. Zowel maatschappelijk als financieel. De aard en omvang van het probleem duidelijk omschrijven in een aanvraag voor financiering (voor een bestaand of nieuw product). Onderbouwen dat waar we financiering voor aanvragen werkt en hoe we dit monitoren. En aangeven hoe dit (nieuwe) aanbod zich verhoudt tot wat er al is. Geen zorg, overlegvormen, convenanten, programma’s, etc. stapelen door iets nieuws op te zetten naast iets wat al in gang is gezet. Als wordt gevraagd om iets nieuws op te zetten, moet eerst duidelijk worden of dat wat er al is, al goed genoeg is. Als het bestaande niet goed genoeg is, dan moeten we ons eerst afvragen of we het bestaande beter kunnen maken. Als blijkt dat we het bestaande niet beter kunnen maken, dan moeten we hiermee stoppen, zodat we het kunnen vervangen door iets wat wel werkt. In 2024 en 2025 jeugdzorganalyses laten maken om een bijdrage te leveren aan het inzichtelijk maken van de gewenste effecten binnen jeugdzorg. Effecten/ (maatschappelijk en/of financieel) toegevoegde waarde inzichtelijk maken van: a. Schoolmaatschappelijk werk b. Autismepoli c. Praktijkondersteuner Jeugd bij de huisarts d. Inzet jeugdarts in Ondersteuningsteams en Zorgadvies teams

Monitoring: Alle betrokkenen/stakeholders houden in de gaten

of bovenstaande richtlijnen worden toegepast. Waaronder de beleidsadviseur, de wethouder, de gemeenteraad, jeugdzorgorganisaties, onderwijs, etc.

Vraagstuk 7: Kind- en gezinsbescherming verbeteren Werken aan verbeteren van kind- en gezinsbescherming. Uit onderzoek blijkt dat er inhoudelijk verbeteringen nodig zijn. Ook op procesniveau zijn er verbeterpunten , zoals het beter beschikbaar maken van gegevens voor alle betrokken jeugdbeschermingspartners, en duidelijkheid in rollen, taken, en verantwoordelijkheden. Aanpak en monitoring: We liften binnen de routekaart jeugd mee op de regionale ontwikkelingen binnen het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Hier wordt gewerkt aan het versterken van de jeugdbeschermingsketen door in te zetten op tijdige samenwerking, expertise naar voren halen (trainen van jeugdprofessional door VT/ GI), en werken volgens een uniforme werkwijze. Tijdens de uitvoering van het programma vindt monitoring plaats. Er wordt gekeken of er wordt gewerkt volgens de bedoelde aanpak, en wat dit oplevert. Enerzijds wordt dit opgehaald vanuit ervaringen, anderzijds wordt kwantitatieve data bestudeerd. Om te evalueren in hoeverre het programma het gewenste effect oplevert zijn streefwaarden opgesteld. Monitoring van deze streefwaarden vindt vooral plaats op regionaal niveau, met mogelijke verdieping op gemeenteniveau.

33

34

Bijlage 4. Planning 2024 Een belangrijke rode draad in de Routekaart Jeugd is dat we ervoor kiezen een gedoseerd aantal dingen goed te kunnen doen. Dit om te voorkomen dat de uitvoering matig wordt door te veel dingen tegelijkertijd te willen doen. Daarom wordt in dit hoofdstuk omschreven wat we in 2024 gaan ondernemen en realiseren. Dat betekent dat we bepaalde acties hebben uitgekozen om uit te voeren in 2024. Daarbij kijken we naar alle acties die staan vermeld onder de maatschappelijke en organisatorische vraagstukken.

35

Maatschappelijke vraagstukken Vraagstuk

Acties

Resultaat

3.1.1. Vraag naar jeugdzorg laten afnemen

Werkwijze jeugdteam aanpassen

Omschreven proces en integratie van vragen Q 2 2024 m.b.t. mediagebruik zijn onderdeel van analyse/ afwegingskader van het jeugdteam Jeugdteammedewerkers verwijzen naar voorliggend Q 2 2024 aanbod, zoals bijvoorbeeld een training in mediawijsheid, een diëtist, sportvereniging, etc. als onderdeel van hun werkwijze. Het Jeugdteam geeft, waar dit nodig en functioneel Q 2 2024 is, handvatten aan ouders en/of verzorgers/ verzorgers en het informele netwerk m.b.t. bewust mediagebruik. Een inventarisatie van in hoeverre mediagebruik Q 3 2024 door onderwijs en het jeugdteam wordt gezien als oorzaak (voor het ervaren) van jeugdproblematiek. Inventarisatie van wat ouders en/of verzorgers Q 4 2024 als helpend zien om bewuster omgaan met mediagebruik bij jeugdigen te vergroten Omschrijving van interventies die we inzetten en Q 3 2024 mogelijk nog willen inzetten, binnen en/of buiten onderwijs. Op basis van onderbouwing en op basis van wat uitvoerbaar blijkt. Een onderbouwd beeld bij in hoeverre de (ervaren) Q 3 2024 prestatiedruk de afgelopen jaren is toegenomen bij jeugdigen. En in hoeverre deze (ervaren) toegenomen druk problemen veroorzaakt bij jeugdigen. Plan van aanpak voor het doen afnemen van (het Q 1 2025 ervaren van) prestatiedruk in onderwijs, mits dit nodig blijkt op basis van de vorige twee vermelde acties. Effectmeting van adviespunt SKO Q 2 2024

Doorlopend

Een inventarisatie van: • De onderbouwing van ingezette interventies. • Wat er bekend is op het gebied van effecten van ingezette interventies.

Q2 2025

3.1.2. Beter omgaan met In gesprek met onderwijs en het jeugdteam mediagebruik In gesprek met ouders en/of verzorgers Bestaand beleid en acties in kaart brengen samen met onderwijs 3.2 Toegenomen prestatiedruk duiden

In gesprek met het onderwijs en het jeugdteam om lokaal een beeld te krijgen bij of, en zo ja, in welke mate prestatiedruk is toegenomen bij jeugdigen. En in hoeverre de beleving is veranderd van prestatiedruk Waaronder binnen het onderwijs. Op basis van de hierboven vermelde inventarisatie bepalen of er actie nodig is. En, zo ja, welke en vanuit welk veld (jeugdzorg, onderwijs, etc.)

3.3 (V)echtscheidingen

Het effect van het Adviespunt SKO in kaart brengen via bereik en uitvraag aan deelnemers tijdens een evaluatie. In kaart brengen wat de onderbouwing is en de effecten zijn van de interventies die gericht zijn op het doorbreken en/of voorkomen van langdurige armoede (langer dan drie jaar) bij gezinnen.

3.4. Armoede

Wanneer starten

Q4 2024

Wanneer klaar

Doorlopend

Doorlopend

Q 3 2024 Q 1 2025 Q 4 2024

Q 4 2024

Q1 2025

36

Organisatorische vraagstukken Vraagstuk

Acties

Resultaat

Wanneer starten

Wanneer klaar

4.1. Onvoldoende zicht op kwaliteit van jeugdzorg

Er wordt (nader) gedefinieerd en bijgehouden hoeveel casussen succesvol worden afgerond door het jeugdteam. Er worden streefwaardes afgesproken voor het laten toenemen van casussen die succesvol worden afgerond. Er wordt gestart met het bijhouden van de langetermijneffecten van ingezette jeugdzorg vanuit het jeugdteam. Hetzelfde geld voor POH Jeugd

Een rapportage die eens in de drie maanden wordt gedeeld door het Jeugdteam om te bespreken met de gemeente. In deze rapportage wordt ook terugkoppeling gegeven over vraagstuk 4.2.

Q 1 2024

Doorlopend

Q 2/3 2024

Doorlopend

Q 2 2024

Doorlopend

Q 1 2024

Doorlopend

Q 3 2024

Doorlopend

Q 1 2024

Doorlopend

Q 3 2024

Doorlopend

4.2. Problemen kunnen te eenzijdig worden aangepakt.

Over 3 jaar hebben we zicht op de langetermijneffecten van de ingezette zorg vanuit het jeugdteam (beginnende bij opvoedondersteuning) en POH Jeugd. Bijhouden wat de kwaliteit is van de evaluaties Data op basis waarvan zorgaanbieders aangestuurd van de geleverde zorg per specialistische kunnen worden om verbeterslagen te maken (waar jeugdzorgaanbieder. dit van toepassing blijkt) Cliëntervarings-onderzoek gebruiken om inzicht te De invalshoek van cliënten, voor zover mogelijk, krijgen in de kwaliteit van het jeugdteam, voor zover meenemen in het maken van verbeterslagen hier rode draden uit te herleiden zijn. De respons tot dusver op deze onderzoeken is tot dusver veelal laag. Hierdoor kan er over het algemeen moeilijk kwaliteitsslagen op worden gebaseerd. En de respons laten verhogen is tot nu toe moeilijk gebleken. Samen met de gemeente wordt er steekproefsgewijs gekeken naar dossiers om te zien hoe doelen zijn omschreven. En of deze doelen voldoende gericht zijn op het (duurzaam) oplossen van de problemen van de jeugdige/het gezin. De jeugdprofessionals binnen het jeugdteam nemen Het Jeugdteam heeft een proces en werkwijze standaard in hun plannen concrete doelen op die georganiseerd op basis van de hiervoor vermelde gericht zijn op het creëren van voldoende rust zodat actie die standaard wordt uitgevoerd.

er voldoende ademruimte is voor het realiseren van gedragsverandering. Waarbij oog is voor een gedegen analyse en de vraag achter de vraag bij de gezinnen/het gehele systeem. Samen met de gemeente wordt er steekproefsgewijs gekeken naar dossiers om te zien of de doelen voldoende zijn gericht op het creëren van nodige ademruimte voor het werken aan gedragsverandering.

37

Vraagstuk

Acties

Resultaat

4.3. Lokaal is er meer zicht nodig op de hulpvragen bij jeugdigen en/of gezinnen die zorgen voor een toename van de vraag, duur en/ of intensiteit van het gebruik van jeugdzorg in Papendrecht 4.4. Er is meer sturing nodig op aanvragen voor normenkaderoverschrijdingen*

In samenspraak met Sterk Papendrecht wordt het registratiesysteem zodanig ingericht dat inzichtelijk wordt welke type hulpvragen er bij hen binnenkomen.

Eens in de 3 maanden een rapportage waarin aan de Q 2/Q 3 2024 gemeente wordt gerapporteerd welke hulpvragen bij het binnenkomen en welke trends zij zien.

Doorlopend

Er wordt door meerdere toegangsmedewerkers bijgehouden wat de kwaliteit van de normenoverschrijdings-aanvragen is. Opvallendheden hierin (positief en negatief) worden bijgehouden.

Wanneer blijkt dat er sprake is een structureel verbeterpunt bij een jeugdzorgpartij, dan worden er (net als bij de evaluaties) afspraken gemaakt met de betreffende zorgpartij om deze verbetering te maken.

Q 2 2024

Doorlopend

4.6. Het is nodig dat wetenschappelijke onderbouwing en data (lokaal, regionaal en landelijk) steeds meer leidend wordt in de keuzes die we maken binnen jeugd(zorg) beleid vanuit de gemeente.

Effecten (maatschappelijk en/of financieel) inzichtelijk maken van:

Een onderbouwde analyse waaruit blijkt welke effecten de genoemde diensten opleveren of op moeten gaan leveren. Dit kan op de korte termijn mogelijk alleen duidelijk gemaakt worden door het maken van een kosten/baten analyse. Dit omdat bij bijv. schoolmaatschappelijk werk en de autismepoli nog geen data aanwezig is waaruit blijkt wat het effect is.

Q 4 2024 / Q 1 2025

Doorlopend

a. School-maatschappelijk werk b. Autismepoli c. Praktijk-ondersteuner Jeugd bij de huisarts

Wanneer starten

Wanneer klaar

38

Bijlage 5. Lokale data m.b.t. maatschappelijke vraagstukken: 1. Lokale beschikbare cijfers/data m.b.t. (social) mediagebruik: 0-12 jaar Nog veel jeugdigen kennen geen afspraken over beeldschermgebruik (28% onder 0-12-jarigen) in 2021. Groei in stijging naar 31% gebruik social media in 2021. Stijging in negatieve effecten die worden ervaren n.a.v. social media gebruik, ‘te grote tijdsbesteding’, ‘verwaarlozing gewone contacten’, ‘contact onbekenden’. Het negatieve effect ‘te weinig beweging’ is over 2017 en 2021 gelijk, met 6%. Stijging op dezelfde punten in negatieve effecten wordt ervaren bij gamen, en stijging in ‘ruzie maken’.

‘Te weinig bewegen is in 2017 en 2021 als negatief effect door 23% genoemd. Zorgen over het social media gebruik van het kind is gestegen van 11% in 2017 naar 13% in 2021.

12-18 jaar Het risico op problematisch gebruik social media is gedaald van 5% risico op problematisch social media gebruik in 2019 in Papendrecht naar 4% in 2021. Het risico zit (op regioniveau) vooral bij meisjes. Stijging van 3% naar 4% in risico problematisch gamen van 2019 op 2021 voor Papendrecht. Het risico zit (op regioniveau) vooral bij de jongens.

Het aandeel wat zich overdag slaperig voelt door tot te laat beeldscherm te gebruiken is gestegen van 13% naar 32% onder 13jarigen van 2019 op 2021, en van 16% naar 22% onder 15jarigen. Voelt zich meestal gelukkig afgenomen van 80% in 2019 naar 75% in 2021 in Papendrecht. Onder zowel 13- als 15-jarigen, zowel jongens als meisjes een afname op regioniveau. De eenzaamheid zit hoog in Papendrecht t.o.v. de regio in 2021 (40% t.o.v. 35%). De eenzaamheid zit vooral bij meisjes. Zorgen van ouders en/of verzorgers met betrekking tot gebruik social media (zie groene balk)

39

2. Lokale data met betrekking tot éénoudergezinnen en echtscheidingen: 0-12 jaar Woont in eenoudergezin gestegen van 7% in Papendrecht in 2017 naar 8% in 2021. Regio beide jaren op 7% gebleven. -Grootste stijging zit bij 0-4-jarigen (van 3% naar 5%). Bij 4-12-jarigen van 8% naar 9%. Regio bij beiden gelijk gebleven. -Op regio niveau vooral bij laag opleidingsniveau (laag 8%, middelbaar 5%, hoog 7%)

Last van scheiding In Papendrecht in 2019 15% problemen door scheiding ouders en/of verzorgers Papendrecht t.o.v. 6% in regio. -17% door 13jarigen -14% door 15jarigen In regio vooral bij lage niveau kind (7% vmbo, 5% havo, 5% vwo)

3. Lokale cijfers met betrekking tot armoede: De data van de GGD-jeugdmonitor laat zien dat er in 2021 onder de 0-12jarigen in 4% van de gevallen geen betaald werk was binnen het gezin. In 2017 was dit 5%. Daarnaast was er in 2021 in 8% van de gezinnen moeite met rondkomen. In 2017 was dit 8%. Onder 12-18-jarigen was zowel in 2019 als 2021 in 4% van de gevallen moeite met rondkomen in het gezin. Dit is de meest recente data, maar aannemelijk is dat deze aantallen afgelopen jaren hoger zijn geworden i.v.m. inflatie en energieprijzen.

12-18 jaar Eenoudergezin Woont in een eenoudergezin gedaald van 13% in Papendrecht in 2019 naar 10% in 2021. Voor regio stijging. -Van 6% naar 10% voor 13-jarigen -Van 18% naar 10% voor 15-jarigen Vooral laagste opleidingsniveau kind (11% vmbo, 10% havo, 6% vwo) Scheiding Daling Papendrecht van 31% in 2019 naar 25% in 2021 die scheiding heeft meegemaakt of nu meemaakt. Regio stijging -Van 28% naar 22% 13-jarigen -Van 33% naar 28% 15jarigen Regio vooral lage opleidingsniveau kind (27% vmbo, 21% havo, 15% vwo)

40

Gemeente Papendrecht Markt 22 3351 PB Papendrecht tel. 14 078 41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/878/documents/13101