bijlage 1 - 13513 A4 Rapport - Routekaart Jeugd.pdf
Tekst van het document
Gemeente Papendrecht
Routekaart Jeugd
Inhoud 1. Inleiding
3
2. Overzicht Jeugdzorg en kosten
6
3. Maatschappelijke vraagstukken
8
4. Organisatorische vraagstukken binnen jeugdzorg
14
5. Financiën
16
6. Afhankelijkheden
19
7. Routekaart Jeugd is een dynamisch (leer)document
21
8. Begrippenlijst
22
Bijlage 1. Wat we hebben gedaan en bereikt
26
Bijlage 2. Landelijke data en bronnen
29
Bijlage 3. Actieagenda organisatorische vraagstukken 30 Bijlage 4. Planning 2024
35
Bijlage 5. Lokale data m.b.t. maatschappelijke vraagstukken 39
2
1. Inleiding In de gemeente Papendrecht ondersteunen we de jeugd graag. In het Kompas Sociaal Domein 20212024 staat omschreven wat wij belangrijk vinden voor onze jeugd. Het Kompas is onze lokale visie op het sociaal domein. De Routekaart Jeugd sluit aan bij uitgangspunten uit dit kompas. De uitgangspunten van de landelijke hervormingsagenda Jeugd*, zoals zicht, sturing en organiseren op de kwaliteit en effectiviteit van jeugdzorg, maken ook onderdeel uit van deze Routekaart. De jeugdzorg lijkt, ondanks meerdere stappen in de goede richting, niet altijd aan te sluiten bij wat nodig is. De landelijk toegenomen vraag naar jeugdzorg en de kosten die hierbij horen zijn zorgelijk. Toen het Rijk in 2015 de jeugdzorg overdroeg aan de gemeenten, had zij onvoldoende grip en zicht op jeugdzorg. Zowel op het gebied van kwaliteit als kosten. Dit werd op dat moment onvoldoende gezien en/of erkend door zowel Rijk als gemeenten, met als gevolg dat dit bij en na de overdracht niet goed is aangepakt. Door deze gebrekkige overdracht is de uitvoering van de Jeugdwet sinds de decentralisatie een grote uitdaging voor gemeenten. De kosten en het gebruik van jeugdzorg zijn de afgelopen jaren flink gestegen. Dit gebeurde ook al voor de decentralisatie. *
Dit is en blijft naar verwachting de komende jaren een belangrijk aandachtspunt. We zijn voor een groot deel nog steeds afhankelijk van de manier waarop het Rijk invulling geeft aan de inhoud en de sturing op de Jeugdhulp. Een voorbeeld hiervan is de Hervormingsagenda Jeugd. Deze is vooral gemaakt om een stevige bezuiniging te kunnen neerleggen bij de gemeenten, terwijl de concrete inhoudelijke onderbouwing voor deze bezuiniging mist. Een commissie moet zorgen voor de nodige onderbouwing voor de bezuiniging die door de landelijke overheid is bedacht. Deze commissie wordt nu gevormd. Dit is echter werken in de verkeerde volgorde.
Terugblik: Wat we hebben ingezet met bestaand beleid Op basis van wat staat vermeld in de uitvoerings agenda jeugdhulp 2022 en Kompas Sociaal Domein 2021-2024 hebben we diverse stappen gezet. Een aantal staan hieronder vermeld. 1.
2.
Verder is het voor gemeenten in beperkte mate mogelijk het bereik van jeugdzorg juridisch gezien af te bakenen. Uit jurisprudentie blijkt dat hier landelijke wetgeving voor nodig is. Het Rijk is hierin aan zet. Tenslotte zien we een zorgelijke ontwikkeling onder jeugdigen, met name meisjes, als het gaat om mentaal welbevinden** Dit vraagt om een heldere duiding en aanpak, waarbij vooral moet worden gekeken wat de feiten zijn rond dit vraagstuk. Zo kan vervolgens zo effectief mogelijk worden gehandeld.
3.
Ingezet op monitoring door het maken van een jaarlijkse lokale jeugdzorganalyse en door het maken van analyse op de inzet van een praktijkondersteuner jeugd bij de huisarts. Er is ingezet op het realiseren van preventie door het inzetten van: - De praktijkondersteuner jeugd bij de huisarts. - Opvoedingsondersteuning vanuit ons lokale jeugdteam. - Een vast persoon die aanspreekpunt is voor het onderwijs vanuit het jeugdteam, waardoor er laagdrempelig contact is en waar nodig zorg kan worden ingezet. - Inzet ASS Expert/Autismepoli om zorg meer naar de voorkant te halen om zwaardere zorg te voorkomen. Lokaal contracteren van St. Jeugdteam om onze rol als opdrachtgever te kunnen pakken.
De hervormingsagenda bestaat uit een pakket aan maatregelen die erop gericht zijn om de jeugdzorg beter en financieel houdbaar te maken. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/06/20/hervormingsagenda-jeugd-2023-2028
** https://www.scp.nl/actueel/nieuws/2022/09/14/mentale-gezondheid-van-meisjes-fors-verslechterd.
3
Een overzicht van verdere stappen die we hebben gezet staat in bijlage 1. Hierin staat wat we hebben gedaan en hebben bereikt op basis van bestaand beleid. Waar we nu staan en naartoe willen: de positie van deze routekaart ten opzichte van de beleidsstukken. Lokaal en regionaal zijn stappen gezet om de jeugdzorg te verbeteren. Maar, er valt nog een wereld te winnen. Dit geldt niet alleen voor de gemeente Papendrecht, maar voor alle gemeenten. Door het onderzoek van Sharon Stellaards realiseren we ons dat we ook in Papendrecht een verdiepingsslag te maken hebben. Sharon geeft in haar onderzoek naar 40 jaar jeugdzorgbeleid* aan, dat er nog steeds sprake is van ‘boemerangbeleid’. Hierin geeft ze aan dat we veel bezig zijn met kortetermijndenken en handelen, waarbij de primaire focus ligt op het repareren van vorig beleid. Daarbij wordt onvoldoende gekeken naar de oorsprong van het vorige beleid en of dit überhaupt wel het repareren waard is. Het repareren van vorig beleid gebeurt dus nog veel reactief en oude denkfouten worden (onbewust) herhaaldelijk meegenomen in nieuw beleid. Daarmee zegt Stellaard niet dat de gezette stappen
tot dusver, niet helpen of niet kunnen helpen. Wel weten we dat we nog een verdiepingsslag te maken hebben om erachter te komen of wat we doen binnen Jeugdzorg ook het gewenste resultaat oplevert. Namelijk de juiste zorg bieden die werkt en aansluit bij wat de jeugdige/het gezin nodig heeft. We maken deze verdiepingsslag door eerst te omschrijven welke maatschappelijke en organisatorische vraagstukken belangrijk zijn om aan te pakken. In de uitvoeringsplannen van deze twee type vraagstukken beschrijven we hoe we deze vraagstukken aan gaan pakken. Daarbij zetten we consequent een leercyclus in (ook wel PDCA-cyclus genoemd**). Dit betekent in hoofdlijnen dat de volgende zaken worden omschreven voordat we aan de slag gaan: a. b. c.
Het vraagstuk; Aanpak van het vraagstuk (acties/actieplan); De wijze van monitoring. Zodat duidelijk wordt wat we wel/niet aan het bereiken zijn en we op tijd de aanpak kunnen bijstellen. Daarnaast kan monitoring ertoe leiden dat het nodig blijkt te zijn andere, dan de nu gekozen, vraagstukken op te pakken. Dit alles met als doel om tot het gewenste effect te komen.
Het volledig toepassen van de omschreven leercyclus wordt lokaal, regionaal en landelijk nog te weinig gedaan. Dit meer gaan toepassen betekent daarom gedragsverandering en het beter bundelen van informatie. Dat kost tijd. Het is onze ambitie om dit goed neer te zetten. De Routekaart Jeugd maakt duidelijk hoe we deze ambitie steeds meer gaan waarmaken. In de Routekaart Jeugd staat omschreven hoe we een verdiepingsslag gaan maken en hoe we de omschreven leercyclus lokaal gaan toepassen. Hoe we dit gaan doen is meerdere keren afgestemd met alle stakeholders**, omdat we snappen dat we alle stakeholders hard nodig hebben om dat wat in de Routekaart Jeugd staat, toe te passen. Met de omschreven stappen in de Routekaart Jeugd willen we de volgende doelen bereiken: 1. Door het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken ervoor zorgen dat onze jeugd mentaal en fysiek gezonder wordt. We willen ervoor zorgen dat de instroom in de jeugdzorg lager wordt. 2. Door het aanpakken van organisatorische vraagstukken meer controle te krijgen op het gebied van kwaliteit*** en kosten binnen de jeugdzorg in Papendrecht.
* https://research.vu.nl/en/publications/boemerangbeleid-over-aanhoudende-tragiek-in-passend-onderwijs-en- | https://www.youtube.com/watch?v=iBWaNZk9s1U ** https://managementmodellensite.nl/pdca-cyclus/ *** Tussen februari en april 2023 zijn de hoofdlijnen van de Routekaart Jeugd met de stakeholders besproken en hebben zij hier feedback op gegeven. Vanaf september 2023 zijn we met alle stakeholders in gesprek gegaan over de verder geconcretiseerde versie van de Routekaart Jeugd.
4
Leeswijzer Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin beschrijven we waar jeugdzorg allemaal uit bestaat. In hoofdstuk 3 staan de maatschappelijke vraagstukken die we binnen jeugdzorg zien en hoe we deze willen aanpakken. Het doel daarvan is om onnodig gebruik van jeugdzorg te voorkomen, door lokaal meer aandacht te geven aan de thema’s opgroeien en opvoeden, en zo preventie te versterken. Voor de aanpak van maatschappelijke vraagstukken gaan we samenwerken met maatschappelijke organisaties in Papendrecht. In hoofdstuk 4 staan organisatorische vraagstukken die zijn gericht op het beter maken van jeugdzorg, zodat we meer controle krijgen op het gebied van kwaliteit en kosten. De planning van acties is te vinden in de bijlage. De financiële consequenties staan in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 staan factoren omschreven waar we afhankelijk van zijn. Hoe we n.a.v. de Routekaart Jeugd blijven leren en ontwikkelen staat in hoofdstuk 7. Hoofdstuk 8 bestaat uit een begrippenlijst.
5
2. Overzicht Jeugdzorg en kosten De jeugdzorg binnen gemeente Papendrecht bestaat uit vier onderdelen (zie afbeelding). In dit hoofdstuk lichten we op basis van de driehoek hiernaast toe wat lokaal is geregeld en waar wij lokaal op kunnen sturen. We leggen ook uit wat regionaal wordt aangestuurd en waar we dus veel minder invloed op hebben. Wat de begrippen betekenen staat kort omschreven in de begrippenlijst in hoofdstuk 8.
Met verblijf & geëscaleerde zorg
jeugdbescherming verblijfslocaties pleegzorg crisiszorg etc.
Zonder verblijf
specialistische begeleiding thuis jeugd geestelijke gezondheidszorg dagbesteding etc.
Toegang specialistische hulp
2.1. Lokale vrij toegankelijke jeugdhulp (voorliggend veld): Jeugdgezondheidszorg, jongerenwerk en opvoedingsondersteuning zijn voorbeelden van jeugdhulp die inwoners vrij kunnen gebruiken. Hier is geen verwijsbriefje of indicatie voor nodig. De gedachte hierachter is dat deze vormen van zorg lichtere problematiek aanpakt en grotere problemen voorkomt. Deze vormen van jeugdzorg worden lokaal ingekocht en aangestuurd bij met name St. Jeugdteam/ Sterk Papendrecht. Het jongerenwerk is ondergebracht binnen de gemeente zelf onder de naam Suppord.
2.2. Toegang tot specialistische jeugdzorg lokaal: Toegangsmedewerkers binnen het Jeugdteam bepalen of specialistische jeugdzorg nodig is. Een indicatie wordt afgegeven als zij vinden dat dit nodig is. Een soort verwijsbrief. Ook bepalen zij of de geleverde
Voorliggend veld / pedagogische basis
zorg door specialistische jeugdzorgaanbieders kwalitatief goed is. Het jeugdteam bewaakt ook of het normenkader* wordt gehanteerd. Dit betekent dat de jeugdzorg binnen een bepaalde periode moet zijn afgerond. In het normenkader staan ook afspraken over hoeveel uren jeugdzorg er maximaal ingezet mogen worden binnen de gestelde periode. Ook huisartsen kunnen specialistische jeugdzorg voorschrijven. Om onnodige inzet van specialistische jeugdzorg te voorkomen zijn Praktijkondersteuners bij de huisartsen ingezet (POH Jeugd). De POH Jeugd kan
medische verwijzers (w.o. huisarts, psychiater) jeugdbescherming jeugdteam
opvoedingsondersteuning kinder- en jongerenwerk jeugdgezondheidszorg
zelf lichte zorg bieden zonder indicatie. En zij kunnen in afstemming met het jeugdteam ook zorgen voor een verwijzing naar specialistische jeugdzorg. * Het normenkader is onderdeel van het contract met specialistische jeugdzorgaanbieders. Daarin staat hoe lang zorg maximaal mag duren (bijvoorbeeld maximaal één jaar) en hoeveel uren er maximaal mogen worden ingezet. Wanneer een zorgaanbieder inschat dat de zorg langer moet gaan duren en/of meer uren nodig denkt te hebben, moet hier toestemming voor worden gevraagd bij het jeugdteam. Dit wordt een aanvraag voor een normenkaderoverschrijding genoemd.
* Het normenkader is onderdeel van het contract met specialistische jeugdzorgaanbieders. Daarin staat hoe lang zorg maximaal mag duren (bijvoorbeeld maximaal één jaar) en hoeveel uren er maximaal mogen worden ingezet. Wanneer een zorgaanbieder inschat dat de zorg langer moet gaan duren en/of meer uren nodig denkt te hebben, moet hier toestemming voor worden gevraagd bij het jeugdteam. Dit wordt een aanvraag voor een normenkaderoverschrijding genoemd.
6
Verder zijn er nog jeugdbeschermers, psychiaters en andere medische verwijzers die kunnen zorgen voor een verwijzing naar specialistische jeugdzorg. De gemeente heeft geen directe invloed op het verwijsgedrag van deze disciplines.
2.3. Specialistische jeugdzorg zonder verblijf: Specialistische jeugdzorg zonder verblijf kan toegeleid worden via onze lokale toegang mits de vraag binnenkomt bij ons jeugdteam en of de POH Jeugd. Dit gaat om o.a. Specialistische begeleiding thuis, Geestelijke gezondheidszorg Jeugd en dagbesteding.
2.4. Specialistische jeugdzorg met verblijf en geëscaleerde zorg: Specialistische jeugdzorg en geëscaleerde zorg Regionale inzet kunnen we op sturen via onze lokale toegang mits de vraag binnenkomt bij ons jeugdteam en of de POH Jeugd. De diensten waar wij lokaal niet direct op kunnen sturen zijn Jeugdbescherming (inclusief hun verwijsgedrag) en Veilig Thuis. Via het algemeen bestuur dienst gezondheid en jeugd, waaronder de serviceorganisatie jeugd, kunnen we wel proberen invloed uit te oefenen. Maar onze invloed binnen de regio is beperkt.
2.5 Uitgaven en aantal jeugdigen per onderdeel: 2023 *Datum export, 15-01-2023
Totaal Totaal jeugdzorg aantal jeugdigen:
811
Totaal jeugdzorgkosten:
8.318.837
Met verblijf & geëscaleerde zorg Geëscaleerde zorg (jeugdbescherming) Aantal jeugdigen:
86
Kosten:
689.445
Zorg met verblijf Aantal jeugdigen:
80
Kosten:
2.523.016
Zonder verblijf /Ambulant Aantal jeugdigen met een niet-verblijfsproduct (mogelijk met of zonder verblijfsproduct erbij):
793
Kosten niet-verblijfsproducten:
5.682.363
Jeugdteam Aantal jeugdigen door het jeugdteam verwezen of geholpen:
636
Subsidie Jeugdteam:
1.410.910
Onze sfeer van invloed ligt met name bij wat St. Jeugdteams doet op het gebied van vrij toegankelijke jeugdhulp en op het gebied van sturing op specialistische jeugdzorg via hun toegang.
7
3. Maatschappelijke vraagstukken De vraag naar jeugdzorg groeit. Twintig jaar geleden kreeg ongeveer 1 op de 27 kinderen jeugdzorg, nu is dat ongeveer 1 op de 8. Ook in Papendrecht stijgt de vraag. Het cijfer ligt nu rond de 1 op de 8 kinderen onder de 18 jaar. Het Nederlands jeugdinstituut wijst op drie hoofdfactoren voor de groei van de vraag naar jeugdzorg; ontwikkelingen in het opgroeien en opvoeden van kinderen, het stelsel van de jeugdzorg en de staat van jeugdzorg. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe de factoren in het opgroeien en opvoeden de Papendrechtse situatie beïnvloeden, welke doelen we lokaal stellen en welke lokale aanpak wenselijk is. Dit noemen we verder de maatschappelijke vraagstukken. Het stelsel van de jeugdzorg bespreken we in hoofdstuk 4.
Ontwikkelingen en vraagstukken Ontwikkelingen in opgroeien en opvoeden van kinderen Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat psychosociale problematiek in puur klinische zin niet toe lijkt te nemen. Het aantal echtscheidingen, prestatiedruk en problematisch mediagebruik neemt wel toe. Verder zien we nationaal, maar ook internationaal een hoge ‘geluksnorm’, waardoor relatief kleine problemen in opgroeien en opvoeden worden benaderd als een groter probleem. Allerlei risicofactoren krijgen veel aandacht en beschermende factoren blijven onderbelicht. Dat alles wekt de
indruk dat opgroeien en opvoeden lastig is. De verantwoordelijkheid voor het succesvol opvoeden van kinderen wordt vooral neergelegd bij het individuele gezin en veel minder bij de samenleving. Bij alle onvrede die dat oplevert, komt professionele hulp goed van pas. De rol en impact van de gemeente bij het oplossen van maatschappelijke vraagstukken is beperkt. Het gaat immers om ontwikkelingen die (inter)nationaal een rol spelen bij het opgroeien van kinderen. Een lokale aanpak van de vraagstukken is alleen mogelijk in samenwerking met alle organisaties en mensen die een rol spelen in het opgroeien van kinderen; van sportverenigingen, onderwijs, Sterk Papendrecht tot ouders en/of verzorgers en familie. Het doel van het aanpakken van deze maatschappelijke vraagstukken is het laten afnemen en voorkomen van jeugdzorgproblematiek. Zo neemt jeugdzorggebruik in Papendrecht af, doordat het beter gaat met jeugdigen en ouders en/of verzorgers. Hieronder beschrijven we de verschillende vraagstukken.
3.1. Vraagstuk 1: Toename jeugdzorggebruik door veranderde verwachtingen en opvattingen Jeugdzorggebruik is in bepaalde mate toegenomen door veranderde verwachtingen en opvattingen vanuit jeugdigen en ouders en/of verzorgers*. De ‘geluksnorm’ is hoger geworden door onder andere de invloed van
media. Dit blijkt uit onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut**. Problemen met opgroeien en opvoeden zijn normaal en vragen inspanning van kinderen en opvoeders. De manier waarop gezinnen daarmee om kunnen gaan is afhankelijk van risicofactoren zoals armoede, uitsluiting, een niet voldoende ondersteunend netwerk en levensgebeurtenissen als scheiding of relationele problemen, verhuizing of overlijden van familie of een bekende. Daar tegenover staat dat veerkracht in het omgaan met tegenslagen voortkomt uit beschermende factoren zoals je geliefd voelen, een zinvolle dagbesteding hebben en een positief sociaal netwerk hebben. Vaak kan jeugdzorg worden voorkomen door een combinatie van voldoende beschermende factoren en beperkte aanwezigheid van risicofactoren. Nederland kent een hoge geluksnorm. Deze hoge norm maakt alledaagse problemen en ingrijpende gebeurtenissen steeds minder vanzelfsprekend. De moeite die het omgaan met alledaagse problemen kost, verhoudt zich slecht tot het beeld van “het goede, gelukkige leven” dat de moderne maatschappij, vooral de media, kinderen en opvoeders voorhoudt. Voor veel mensen staat dat beeld in schril contrast met hun alledaagse leven. Problemen lijken daardoor sneller te worden gezien als uitzonderlijk, waarvoor jeugdzorg nodig is. Voor sommige kinderen en gezinnen is die hulp noodzakelijk, omdat ze ernstige problemen 8
hebben waar ze zonder professionele hulp niet uit komen. Maar hulp inschakelen lijkt ook steeds meer onderdeel te zijn van het gewone leven. In de hoop dat die hulp, de pijn en de stress verzacht en/of wegneemt die ontstaat bij het opgroeien en opvoeden. Bij gebrek aan een betere term gebruiken we vaak de term sociale media of media als aanjager van een negatief zelfbeeld van jeugd; influencers en YouTubesterren laten, geholpen door filters en photoshop, een perfect plaatje zien. Ook in dit stuk gebruiken we die term. Breder bekeken gaat het om de constante beschikbaarheid van internet met al zijn toepassingen op allerlei verschillende apparaten.
van die basis. Samen met beroepsopvoeders (zoals pedagogisch medewerkers in de kinderopvang, leerkrachten en sportbegeleiders), maar ook anderen die in vrijwilligerswerk, sportclubs of andere maatschappelijke organisaties met jeugd omgaan, proberen we tot een gezamenlijk, lokaal, pedagogisch pact te komen. • •
Doelstellingen: Doelstelling 1: De vraag die niet past bij jeugdzorg laten afnemen door ouders en/of verzorgers, jeugdigen en hun netwerk handvatten te geven die bijdragen aan het normaliseren van hun problemen. Aanpak voor het realiseren van doelstelling 1: Vóórkomen dat jeugdigen of hun ouders en/ of verzorgers een beroep doen op professionele hulp, en het bevorderen van (mentale) gezondheid heet preventie. Tegenslagen in het leven, dus de risicofactoren, kunnen we vaak niet voorkomen. We kunnen wel de beschermende factoren versterken en mensen beter leren omgaan met die tegenslagen. Kinderen en jongeren groeien op in een gezin en een buurt, en brengen veel tijd door op de kinderopvang en op school. De eerste stap is een versterking *
•
•
Met dit pact als basis wordt met alle lokale partners, waaronder het onderwijs, jeugdteam en Jong JGZ, inzichtelijk gemaakt wat zij ouders en/ of verzorgers en jeugdigen mee kunnen geven om een gezonde norm te bevorderen voor geluk en welzijn. Voor zowel de ouders en/of verzorgers zelf als de kinderen. Zo kunnen we bepalen of dat wat we uitdragen bijdraagt aan voorkomen en/of aanpakken van een geluksnorm die niet realistisch en/of niet constructief is. Met die partners maken we een plan om lokaal een op elkaar afgestemde aanpak te organiseren. We gaan jeugdigen en gezinnen niet verwijzen naar jeugdzorg, wanneer er geen jeugdzorgproblematiek is. Het kan bijvoorbeeld in bepaalde gevallen voldoende zijn om een gezin te verwijzen naar een cursus of training die gericht is op mediawijsheid. We kunnen ook verwijzen naar een diëtist (via de huisarts) of een sportvereniging als blijkt dat op gebied van voeding of lichaamsbeweging extra aandacht nodig is. We zetten het project Samen Oplopen in. Hierin ondersteunen vrijwilligers gezinnen
met vrijwillige hulp bij het oplossen van hun problemen, waardoor professionele hulp minder hoeft te worden ingezet of zelfs kan worden voorkomen. De vrijwilligers van Samen Oplopen kunnen daarmee aanvullend zijn op de inzet van Sterk Papendrecht, en werken daar ook mee samen. Wanneer de problematiek dusdanig is dat er jeugdzorg nodig is, dan wordt dit uiteraard wel ingezet.
Doelstelling 2: Laten afnemen van ongezond (social) mediagebruik, waaronder smartphonegebruik en laten toenemen van bewust en gezond (social) mediagebruik Aanpak voor realiseren doelstelling 2: •
•
Bij aanmelding brengt het jeugdteam samen met de jeugdige en het gezin de situatie in kaart. Het jeugdteam stelt vragen over mediagebruik en het effect hiervan op het gezin en/of het kind. Als blijkt dat de wijze waarop het gezin omgaat met mediagebruik een aandachtspunt is, dan zet het jeugdteam interventies in die bijdragen aan het bewust(er) omgaan met mediagebruik. Vooral door het informele netwerk, zoals familie, buren en overig sociaal netwerk handvatten te geven. Denk bijvoorbeeld aan het leren helder communiceren met kinderen over mediagebruik en het maken van afspraken hierover. We gaan in gesprek met het maatschappelijk
Bron: https://www.nji.nl/system/files/2021-04/Het-groeiend-jeugdzorggebruik-Duiding-en-aanpak.pdf
** Bronnen waar een gezonde basis voor geluk en welzijn mogelijk op kan worden gebaseerd: - De Maakbaarheid Van Het Geluk: Een wetenschappelijke benadering voor een gelukkig leven; S. Lyubomirsky - https://www.nji.nl/sites/default/files/2021-07/Wat-werkt-bij-het-bevorderen-van-een-positieve-ontwikkeling-van-jeugdigen.pdf (blz. 3) - https://www.thomasencharles.nl/kindgesprekken-growthmindset/
9
•
•
•
middenveld in Papendrecht, waaronder onderwijs (o.a. intern begeleiders en zorgcoördinatoren) en het jeugdteam (vooral schoolmaatschappelijk werk en de vaste contactpersonen vanuit het jeugdteam voor het onderwijs). Doel van dit gesprek is inzicht krijgen in hoeverre ongezond mediagebruik ervoor zorgt dat jeugdigen en ouders en/of verzorgers ‘normale’ problemen gaan zien als onoplosbaar zonder de inzet van jeugdzorg. In het te maken plan van aanpak, zoals beschreven in doelstelling 1, is speciale aandacht nodig voor wat wel en niet zou helpen in het bevorderen van bewuster opvoeden van kinderen in media/ smartphonegebruik. En wat de omgeving, zoals ouders en/of verzorgers/verzorgers en onderwijs, al doen en eventueel kunnen doen om hierbij te helpen. Met het primair en voortgezet onderwijs brengen we in beeld welk beleid zij voeren op het gebied van smartphone/mediagebruik en welke acties zij al inzetten om dit positief te beïnvloeden.. Vervolgens bepalen we samen welke acties nog nodig en uitvoerbaar zijn om ongezond mediagebruik tegen te gaan en bewust mediagebruik (en toezicht hierop) te bevorderen. Dit kunnen acties zijn die binnen het onderwijs passen en/of interventies die losstaan van het onderwijs. Hierbij is niet alleen oog voor wat nodig of wenselijk is, maar ook voor wat uitvoerbaar is.
De hieronder vermelde acties worden overigens al op een aantal scholen uitgevoerd: a. Basisscholen geven lessen in mediawijsheid (ouders en/of verzorgers lezen hierover in de
b.
nieuwsbrief) Het voortgezet onderwijs biedt het programma “Je brein de baas “aan.
** bron: https://www.nji.nl/system/files/2021-04/Hetgroeiend-jeugdzorggebruik-Duiding-en-aanpak.pdf Zie blz. 9.
Monitoring van aanpak:
Aanpak:
•
•
•
•
Het jeugdteam gaat bijhouden welke hulpvragen bij hen binnenkomen. We houden in de gaten of de acties die we ondernemen op het gebied van mediagebruik invloed hebben op een afname van aanmeldingen bij het jeugdteam. Onze verwachting is dat we de effecten van onze inzet niet volledig hard kunnen maken, maar wel voldoende aannemelijk. De gezondheidsmonitor (van de GGD) gaan wij zoveel mogelijk benutten om te zien of dat wat we inzetten, zorgt voor een afname in ongezond mediagebruik en toename van bewust mediagebruik. En afname in jeugdproblematiek, zoals het ervaren van eenzaamheid, prestatiedruk en depressie gerelateerde klachten.
3.2. Vraagstuk 2: Toegenomen (ervaren) prestatiedruk Epidemiologische gegevens tonen geen sterke stijging van psychische problemen in puur klinische zin bij jongeren. Wel ervaren jongeren een toenemende prestatiedruk, ook op school. De Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving en de Sociaal Economische Raad wijzen ook op een toenemende prestatiedruk in het onderwijs, maar ook op de invloed van (social) media en de druk om een rijk sociaal leven te leiden**. Hier ligt dus ook een mogelijk verband met het voorgaande vraagstuk.
•
•
We willen samen met het onderwijs verkennen of en in welke mate prestatiedruk is toegenomen binnen het onderwijs in Papendrecht. En/of in welke mate de beleving van jeugdigen/ouders en/of verzorgers is veranderd, waardoor er zonderechte veranderingen in het onderwijs meer prestatiedruk wordt ervaren. Op basis van deze verkenning wordt bekeken of er samen met het onderwijs tot een gezamenlijke aanpak van dit vraagstuk gekomen kan worden Op basis van voorgaande actie bepalen we of er interventies/acties nodig zijn om de prestatiedruk of de beleving hiervan te laten afnemen. Bij het aanpakken van de beleving van prestatiedruk kunnen we waarschijnlijk een verband leggen met het vorige vraagstuk (mediagebruik/ de veranderde geluksnorm) en sluiten we aan bij de aanpak zoals genoemd in doelstelling 1. Een belangrijke richtlijn is dat we alleen interventies inzetten waar goede onderbouwing voor is en die ook uitvoerbaar zijn. Daarnaast is het belangrijk dat zowel het onderwijs als gemeente achter de acties staan die we mogelijk gaan uitvoeren. De gemeente heeft een faciliterende rol als de acties binnen de taken van de gemeente vallen.
Monitoring van aanpak: •
Samen met het jeugdteam bepalen we of zij te maken hebben met hulpvragen die gerelateerd 10
•
• •
zijn aan (ervaren) prestatiedruk, hoeveel dit er zijn, en wat de oorzaak is van de (ervaren) prestatiedruk. Samen met het onderwijs, het jeugdteam en de jeugdgezondheidszorg bepalen we of zij kunnen bijhouden welke hulpvragen voorbijkomen in casusoverleggen. Dit zijn overleggen waarin kinderen worden besproken die vast (dreigen) te lopen in het onderwijs.. Vervolgens kunnen we kijken welke hulpvragen mogelijk (deels) gerelateerd zijn aan prestatiedruk. Of aan het ervaren van deze druk. Bij onderwijs achterhalen hoeveel van hun jeugdigen vastlopen of vast dreigen te lopen. Op basis van de gegevens van het jeugdteam en de casusoverleggen (tussen onderwijs, het jeugdteam en jeugdgezondheidszorg) achterhalen of onze acties aansluiten bij het verhelpen en/ of voorkomen van hulpvragen op het gebied van (ervaren) prestatiedruk. Zo niet, dan is het belangrijk om op basis van de beschikbare gegevens en kennis op dit onderwerp te bepalen of bepaalde interventies moeten worden aangepast, gestopt en/of worden vervangen.
3.3. Vraagstuk 3: Relatieproblemen risicofactor voor jeugdproblematiek (Vecht)scheidingen, relationele problemen en éénoudergezinnen zijn risicofactoren voor het ontwikkelen van problemen bij jeugdigen. Verschillende onderzoeken tonen aan dat kinderen waarvan de ouders en/of verzorgers ernstige
relatieproblemen, (v)echtscheiding of chronische conflicten) hebben, tweemaal zo vaak psychische en/of gedragsproblemen hebben dan jeugdigen zonder gescheiden ouders en/of verzorgers. Hoewel (vecht)scheidingen meer voorkomen en daarmee meer “normaal” zijn geworden, zijn de negatieve effecten ervan op kinderen niet minder geworden. Uit onderzoek blijkt dat problemen bij jeugdigen door een (vecht)scheiding erg zijn toegenomen de afgelopen tien jaar. Ook uit lokale data blijkt dat dit vraagstuk aandacht nodig heeft (zie bijlage 3). Problemen op de korte termijn zijn vaak emotionele- en gedragsproblemen, problemen in vriendschapsrelaties, een zwakkere band met ouders en/of verzorgers, problemen op school en lichamelijke problemen. Bij 80% van de jeugdigen zijn deze problemen na 2 jaar verdwenen. Bij 20% van de jeugdigen blijven deze problemen langer. Op lange termijn zijn de belangrijkste risico’s van relationele problemen en/of een ouderlijke (vecht)scheiding*: • • • • •
een lager eindniveau van de opleiding; een lager inkomen; een groter eigen scheidingsrisico; een groter risico op depressie inclusief een groter beroep op de hulpverlening; een zwakker wordende band met de (ouder wordende) ouders en/of verzorgers.
scheidingen. Vervolgens bepalen we op basis van onderzoek en/of data of de acties aangepast, gestopt en/of aangevuld moeten worden.
Aanpak: •
•
•
Doelstelling: Inzichtelijk maken of de acties ervoor zorgen dat we voorkomen dat jeugdigen problemen ervaren door(vecht)scheidingen en/of de inzet bijdraagt aan het zo constructief mogelijk laten verlopen van
•
Extra aandacht voor aanpak (vecht)scheidingen wordt waarschijnlijk meegenomen in het programma Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming. Acties en uitkomsten worden in de gaten gehouden. Adviespunt scheiden, kind en ouders en/of verzorgerschap (Adviespunt SKO) voert al diverse programma’s en acties uit. We gaan onder andere samen met hen inzichtelijk maken wat goed gaat en werkt, wat er mogelijk anders/beter kan en hoe dit onderbouwd wordt. Het huidige aanbod van Adviespunt SKO bestaat in Papendrecht uit de wekelijkse inloopspreekuren waar ouders en/of verzorgers vrijblijvend en laagdrempelig informatie kunnen krijgen. Het Adviespunt SKO werkt op basis van vragen uit het werkveld. Er is regelmatig overleg tussen het Adviespunt SKO en Sterk Papendrecht. Momenteel wordt gewerkt aan samenwerking en kennisdeling tussen schoolmaatschappelijk werk, Sterk Papendrecht en het SKO m.b.t. kinderinterventies. Binnen het Jeugdteam van Sterk Papendrecht zijn uren gereserveerd voor het team echtscheidingsproblematiek. Dit team zet zich in om complexe (v)echtscheidingen in goede banen te leiden. Het team ontvangt aanmeldingen via de rechtbank. Het Adviespunt SKO organiseert meeloopdagen op het kinderdagverblijf. Hier geven ze tips over
* Bron: richtlijnen jeugdhulp
11
vroegsignalering van scheiden. Het aanbod van het SKO wordt uitgebreid met een trainingsatlas en theatervoorstelling op het voortgezet onderwijs (in 2024 of 2025).
Monitoren van aanpak: •
•
Het effect van het Adviespunt SKO in kaart brengen via bereik en uitvraag aan deelnemers tijdens een evaluatie. Via de registraties van het jeugdteam in kaart brengen wat de omvang is van hulpvragen op het gebied van (v)echtscheidingen. Vervolgens kan worden bijgehouden of de ingezette interventies bijdragen aan het oplossen en/of voorkomen van (v)echtscheidingsproblematiek, waaronder opvoedingsondersteuning (vanuit het jeugdteam) en ook het programma Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming.
3.4. Vraagstuk 4: Armoede als risicofactor voor ontstaan jeugdproblematiek Armoede is een belangrijke risicofactor die bij kan dragen aan het ontstaan van jeugdproblematiek. Dit blijkt uit een publicatie van het Nederlands Jeugdinstituut* en uit lokale data (zie bijlage 3). Armoede hoeft op zichzelf geen probleem te zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Vooral als een gezin
*
langdurig in armoede leeft, heeft dit invloed op het opgroeien. In het actieplan Armoede & schuldenproblematiek zijn acties (binnen de verschillende speerpunten) die inspelen op het doorbreken van langdurige/ intergenerationele armoede. Deze routekaart benadrukt het belang van dergelijke maatregelen. Om te weten welke effecten we via het armoedebeleid preventief bereiken in het jeugddomein, moeten we in kaart brengen wat de effecten zijn van de interventies die gericht zijn op het doorbreken en/of voorkomen van langdurige armoede (langer dan drie jaar) bij gezinnen. En of deze interventies aanpassingen kunnen gebruiken om te komen tot een beter resultaat. We pakken dit op bij de afronding van het huidige actieplan.
3.5. Vraagstuk 5: Aandacht voor overgewicht bij jeugdigen In de gemeente Papendrecht is sprake van een hoog percentage overgewicht/obesitas bij jeugdigen. Hier wordt vanuit het aandachtsveld sport en cultuur, met het programma Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG), aan gewerkt. JOGG zorgt voor het inzetten van onderbouwde interventies en voor de monitoring hiervan.
https://www.nji.nl/system/files/2021-04/Opgroeien-en-opvoeden-in-armoede.pdf
12
13
4. Organisatorische vraagstukken binnen jeugdzorg Het onderbrengen van de jeugdzorg bij gemeenten zorgde er in 2015 voor dat het grootste deel van het jeugdstelsel onder de beleids- en financiële verantwoordelijkheid kwam van die lokale overheid. Dit zou het stelsel verbeteren, omdat er meer samenhang mogelijk werd in de aansturing en de uitvoering van de jeugdzorg. Ook zou de samenwerking met gemeentelijke voorzieningen in het jeugdwelzijn, de jeugdgezondheidszorg en het bredere sociale domein verbeteren, net als de verbinding met het onderwijs. Tegelijkertijd zou het een prikkel zijn voor het versterken van de preventie. Onderzoek bij cliënten laat over het algemeen zien dat ze tevreden zijn over de jeugdzorg, maar de effectiviteit van de hulp in de praktijk is grotendeels onbekend. Enkele studies die zijn gedaan, wijzen op een beperkt effect: ongeveer een op de vijf kinderen en jongeren die jeugdzorg krijgen, hebben er echt wat aan. De rest niet. Behandeling bij zeer ernstige problematiek laat vaak grotere effecten zien, maar vaak is de situatie nog niet normaal en is vervolghulp nodig. Ook ‘evidence-based’ interventies die in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het NJi staan, tonen in studies geregeld grote effecten aan. Soms wel met meer dan de helft van de cliënten die beter af is.
Om de kwaliteit van hulp te verbeteren is het belangrijk om een goed beeld te hebben van de opbrengst van geboden hulp op lokaal en regionaal niveau. Zowel de kwalitatieve als kwantitatieve opbrengst. Dit leidt tot een aantal organisatorische vraagstukken op lokaal niveau. Het doel van het aanpakken van die organisatorische vraagstukken is ook om meer controle te krijgen op het gebied van kwaliteit en kosten binnen de jeugdzorg in Papendrecht. Dit kan er ook voor zorgen dat we gaan stoppen met het bieden van jeugdzorg die niet aansluit bij wat de jeugdigen/gezinnen in Papendrecht nodig hebben. Als bepaalde vormen van zorg stoppen, wordt ook gekeken of het inzetten van alternatieve interventies nodig is. De aanpak van organisatorische vraagstukken is verwerkt in een actieagenda met daarin de aanpak van de genoemde vraagstukken, de manier waarop we de effecten van de aanpak gaan monitoren.
4.1. Vraagstuk 1: Kwaliteit en effectiviteit jeugdzorghulp beter meten Er is nog te weinig zicht op kwaliteit en effectiviteit van de geboden hulp binnen jeugdzorg. Het is belangrijk dat we als opdrachtgever meten wat kwaliteit en effectiviteit is van de geboden hlup,
omdat dit beter inzicht geeft in de problematiek. Op basis hiervan kan steeds beter bepaald worden wat goed gaat, wat beter kan en waarmee we moeten stoppen.
4.2. Vraagstuk 2: Problemen binnen gezinnen breder aanpakken Problemen binnen gezinnen worden regelmatig nog te eenzijdig aangepakt. Vooral door aan de slag te gaan met omstandigheden die veel stress geven. Bijvoorbeeld het aanpakken van (dreigende) dakloosheid of het zorgen voor stabiele huisvesting. Soms wordt doorgeschoten naar het andere uiterste door de aandacht alleen te richten op het aan de slag gaan met de gedragsproblematiek van ouders en/of verzorgers en/of jongere. Factoren die gedragsverandering (vrijwel) onmogelijk maken worden soms uit het oog verloren. Het aanpakken van dit aandachtspunt sluit aan bij de insteek en doelstellingen van het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming. Dit scenario is gebaseerd op onderzoek dat aangeeft dat hieraan gewerkt moet worden om toename van problemen te voorkomen**en om terugval naar problematisch gedrag te voorkomen.
* Het normenkader is onderdeel van het contract met specialistische jeugdzorgaanbieders. Daarin staat hoe lang zorg maximaal mag duren (bijvoorbeeld maximaal één jaar) en hoeveel uren er maximaal mogen worden ingezet. Wanneer een zorgaanbieder inschat dat de zorg langer moet gaan duren en/of meer uren nodig denkt te hebben, moet hier toestemming voor worden gevraagd bij het jeugdteam. Dit wordt een aanvraag voor een normenkaderoverschrijding genoemd.
14
4.3. Vraagstuk 3: Bijhouden aantal en type hulpvragen verbeteren Lokaal is tot nu toe niet bijgehouden welke hulpvragen er binnenkomen bij St. Jeugdteams/Sterk Papendrecht. Daardoor weten we nog niet wat zorgt voor een toename van het gebruik van jeugdzorg in Papendrecht bij St Jeugdteams. Omdat we dit inzicht nog niet hebben, kan nog niet doelgericht iets gedaan worden om de oorzaak van toenemende hulpvragen te duiden en aan te pakken.
4.4. Vraagstuk 4: Meer sturing op aanvragen voor normenkaderoverschrijdingen Er zijn drie redenen waarom meer sturing nodig is op aanvragen voor normenkaderoverschrijdingen*. Ten eerste om ervoor te zorgen dat deze aanvragen goed worden gewogen en behandeld. Ten tweede om er op te letten dat er niet te veel en niet te lang zorg wordt geboden. En tenslotte om waar nodig, onderbouwd af te kunnen wijken van het normenkader.
4.5. Vraagstuk 5: Structureel aanpakken van aandachtspunten verbeteren Op casusniveau worden verbeterpunten regelmatig toegelicht en aangepakt. Of dezelfde aandachtspunten terugkeren in andere casussen, wordt niet bijgehouden. Het structureel aanpakken van aandachtspunten gebeurt dus niet regelmatig. Bijna geen enkele partij in de jeugdzorgketen verzamelt signalen over wat herhaaldelijk misgaat bij één of meerdere partijen. Doordat deze informatie niet wordt verzameld, kunnen organisaties niet verantwoordelijk worden gemaakt voor het verhelpen van deze structurele aandachtspunten.
4.7. Vraagstuk 7: Kind- en gezinsbescherming verbeteren Werken aan verbeteren van kind- en gezinsbescherming. Uit onderzoek blijkt dat er inhoudelijk verbeteringen nodig zijn. Ook op procesniveau zijn er verbeterpunten , zoals het beter beschikbaar maken van gegevens voor alle betrokken jeugdbeschermingspartners, en duidelijkheid in rollen, taken, en verantwoordelijkheden.
4.6. Vraagstuk 6: Meer gebruikmaken van wetenschappelijke data en onderbouwing bij beleidskeuzes Wetenschappelijke onderbouwing en data (lokaal, regionaal en landelijk) moet meer leidend worden in de keuzes die we maken binnen het gemeentelijk jeugd(zorg)beleid. Het is belangrijk dat we datagedreven werken meenemen in alle werkzaamheden. Bijvoorbeeld in het maken van keuzes met welke interventies we starten, doorgaan en stoppen.
15
5. Financiën Voor alle ambities en acties in de Routekaart, zijn ook uitgaven nodig. Deze uitgaven bestaan vooral uit investeringen in het inzichtelijk maken van wat ingezette jeugdzorg oplevert, en uit het verbeteren van de jeugdzorg die wij inzetten.
5.1. Uitgaven Continuering schoolmaatschappelijk werk (paragraaf 3.1) De huidige inzet van schoolmaatschappelijk werk voor primair onderwijs, die is uitgebreid om de gevolgen van de invloeden van corona te beperken, gaat verder in 2025. Het benodigde bedrag van € 55.000 wordt gedekt uit de egalisatiereserve rijksstromen taakmutaties. Voor 2024 is eerder budget beschikbaar gesteld via de Perspectiefnota 2023. Onze data-analist maakt samen met Stichting Jeugdteams/Sterk Papendrecht inzichtelijk welke inzet schoolmaatschappelijk werk precies pleegt. Concreet wordt bepaald hoe de effecten van schoolmaatschappelijk werk inzichtelijk gemaakt kunnen worden. Ook worden afspraken gemaakt, zodat we kunnen onderbouwen wat we verder gaan doen met de inzet van schoolmaatschappelijk werk. Samen Oplopen (paragraaf 3.1) Samen oplopen werkt met vrijwilligers. Deze worden ondersteund en getraind door een professionele coördinator. De kosten voor de coördinator, materiaal
en trainingen vrijwilligers zijn € 38.000 per jaar, te dekken uit de egalisatiereserve rijksstromen taakmutaties voor 2 jaar. In 2025 evalueren we de inzet. Autismepoli (paragraaf 4.6) We verwachten dat de inzet van de autismepoli meer bespaart dan kost. Dit komt omdat we verwachten dat gezinnen beter en sneller geholpen worden door de autismepoli, omdat de poli zich richt op alle hulpvragen binnen het gezin en niet alleen op het kind met autisme. Zo voorkomen we de inzet van duurdere en langdurige jeugdzorg. De kosten voor het inzetten van de autismepoli bedragen in 2024 € 170.000 en in 2025 € 175.000 per jaar. Voor beide jaren kunnen we dit voor € 60.000 dekken uit de reguliere exploitatie. Het resterende deel van € 110.000 en € 115.000, dekken we uit de egalisatiereserve rijksstromen taakmutaties. Onze data-analist maakt een kosten/batenanalyse, zodat we kunnen bepalen wat we doen met de omvang en de inzet van de autismepoli.
de POH Jeugd te optimaliseren. N.a.v. deze analyse bepalen we of het functioneel en wenselijk is dat we een dergelijke analyse ook uitvoeren in 2025. Versterken Toegang Jeugdteams (paragraaf 4.1) De sturing op de kwaliteit en effectiviteit van zorgaanbieders blijft de komende jaren nodig. Als de sturing beter wordt, komen steeds meer inzichten naar boven over wat wel en niet werkt binnen (geïndiceerde) jeugdzorg. En er zal moeten worden gemonitord of de nodige verbeteringen worden gerealiseerd naar aanleiding van de geconstateerde verbeterpunten. Voor de versterking toegang jeugdteams wordt voor 2025 € 180.000 en in 2026 € 185.000 gevraagd met de verwachting, dat deze inzet een structureel effect krijgt. Voor 2025 en 2026 wordt de inzet gedekt uit de Egalisatiereserve rijksstromen taakmutaties.
Analyse effectiviteit inzet Praktijkondersteuners Jeugd bij huisarts (POH Jeugd) (paragraaf 2.2) Voor 2024 reserveren we € 7.500 uit de Egalisatiereserve rijksstromen taakmutaties om een kosten/baten analyse te maken van de inzet van de POH Jeugd. Zo kunnen we bepalen welke acties nodig of wenselijk zijn om de effecten van de inzet van
16
Onderwerp k
2024
2025
2026
2027
2028
Continuering schoolmaatschappelijk werk Egalisatiereserve rijksstromen taakmutaties
€0 €0
€ 55.000 € -55.000
p.m. p.m.
p.m. p.m.
p.m. p.m.
Autismepoli Egalisatiereserve rijksstromen taakmutaties
€ 110.000 € -110.000
€ 115.000 € -115.000
p.m. p.m.
p.m. p.m.
p.m. p.m.
Analyse effectiviteit inzet praktijkondersteuner bij huisarts Egalisatiereserve rijksstromen taakmutaties
€ €
7.500 -7.500
p.m. p.m.
€0 €0
€0 €0
€0 €0
Versterken toegang jeugdteams
€
-0
€ 185.000
€ 185.000
€ 185.000
€ 185.000
Bevorderen kwaliteit jeugdteamleden Egalisatiereserve rijksstromen taakmutaties
€ 38.000 € -38.000
p.m. p.m.
€0 €0
€0 €0
€0 €0
Jeugdzorganalyse Egalisatiereserve rijksstromen taakmutaties
€ 9.000 € -9.000
€ 9.000 € -9.000
p.m. p.m.
p.m. p.m.
p.m. p.m.
Communicatie routekaart jeugd Egalisatiereserve rijksstromen taakmutaties
p.m. p.m.
€0 €0
€0 €0
€0 €0
€0 €0
Inzet jeugdarts Egalisatiereserve rijksstromen taakmutaties
€0 €0
€ 5.500 € -5.500
€0 €0
€0 €0
€0 €0
Team echtscheidingsproblematiek
€ 28.000
€ 28.000
€ 28.000
€ 28.000
€ 28.000
Samen oplopen Egalisatiereserve rijksstromen taakmutaties
€ 38.000 € -38.000
€ 38.000 € -38.000
p.m. p.m.
p.m. p.m.
p.m. p.m.
Totale lasten Totale dekking
€ 230.500 € -202.500
€ 435.500 € -222.500
€ 213.000 €0
€ 213.000 €0
€ 213.000 €0
17
Bevordering kwaliteit jeugdteamleden (Sterk Papendrecht) (paragraaf 4.1) Om te investeren in de kwaliteit van het jeugdteam (per individueel personeelslid) wordt in 2024 een gedragswetenschapper voor 10 uur per week ingezet. De kosten bedragen € 38.000 en worden gedekt uit de Egalisatiereserve rijksstromen taakmutaties. Het Jeugdteam maakt samen met de gemeente inzichtelijk wat het effect is van deze inzet op de kwaliteit van het team. Op basis van deze informatie kunnen we bepalen wat we doen met deze extra inzet in 2025. Dit hangt samen met de ontwikkeling van het toekomstscenario Kind en Gezin. Mogelijk is ook aandacht nodig voor training en ontwikkeling binnen het team. Jeugdzorganalyse (paragraaf 4.6) We willen jaarlijks inzichtelijk maken wat de ontwikkelingen zijn van jeugdzorg op het gebied van inzet en kosten. En of deze te koppelen zijn aan stappen die we maken op het gebied van verbeteren van de kwaliteit van jeugdzorg. Op basis hiervan kunnen we onze sturing afstemmen. In 2025 willen we bepalen of het nodig is dat we ieder jaar structureel jeugdzorganalyses maken. Als dit zo is, dan wordt dit een structurele kostenpost. Voor de kosten van een jeugdzorganalyse nemen we zowel in 2024 als in 2025 € 9.000 op. Zowel 2024 als 2025 dekken we vanuit de Egalisatiereserve rijksstromen taakmutaties.
Communicatie Routekaart Jeugd We willen inwoners graag op een positieve manier betrekken bij de maatschappelijke vraagstukken waar we ons op richten. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat
we gaan communiceren over positieve initiatieven op het gebied van bewust omgaan met smartphones en over mediagebruik. De kosten hiervan zijn nog niet bekend. Na het vaststellen van de Routekaart Jeugd, moeten we eerst nog acties ondernemen (die staan vermeld in de Routekaart) om te kunnen bepalen welke vormen van communicatie we willen gaan inzetten. Inzet Jeugdarts (paragraaf 4.6) Op dit moment werken we aan het inzichtelijke maken van de toegevoegde waarde van de jeugdarts in deelname aan Zorgadviesteams in het onderwijs.. Als de inzet van de jeugdarts voor een meer effectieve aanpak zorgt, dan kan de inzet in de 2e helft van 2025 doorgaan. De kosten bedragen € 5.500 in 2025 en kunnen worden gedekt uit de Egalisatiereserve rijksstromen taakmutaties. Team echtscheidingsproblematiek (paragraaf 3.3). Binnen het Jeugdteam van Sterk Papendrecht zijn uren gereserveerd voor het team echtscheidingsproblematiek. Dit team zet zich in om complexe (v)echtscheidingen in goede banen te leiden met als doel verdere problematiek binnen het gezin zoveel mogelijk te voorkomen. Het team ontvangt via de rechtbank de dossiers. De kosten bedragen in 2024 € 28.000, in 2025 € 28.000 plus door de raad vastgestelde indexatie. Zowel 2024 als 2025 wordt gedekt vanuit de Egalisatiereserve rijksstromen taakmutaties.
verschillende jeugdhulpposten. Verder worden de ontwikkelingen vanuit het Rijk nauwgezet gevolgd. Stelposten en besparingsopgave Extra middelen vanuit het Rijk In de gemeentelijke begroting 2024 zijn de door het Rijk extra beschikbaar gestelde middelen jeugd als stelpost opgenomen. De opgenomen stelposten bedragen over 2024 en 2025 € 900.000 respectievelijk € 500.000. Vanaf 2026 zijn deze middelen budgetneutraal voor jeugdhulp opgenomen. Besparingsopgave middelen jeugd Het kabinet heeft besloten tot het realiseren van een aanvullende besparing van structureel € 511 miljoen. Het gaat daarbij om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd worden (bv door middel van de invoering van een eigen bijdrage). Het rijk werkt de maatregelen nog uit. Gemeenten mogen in overleg met de provincie deze besparing opvoeren. Deze besparing is voor 50% meegenomen als stelpost in de gemeentelijke begroting oplopend van € 100.000 in 2024 tot € 300.000 in 2028.
Via de planning- en controlcyclus vindt rapportage plaats over de (kosten)ontwikkelingen over de
18
6. Afhankelijkheden De Routekaart Jeugd is zo ingericht en omschreven dat we vanuit de gemeente alles doen wat we kunnen om nodige stappen voorwaarts te maken. Factoren die we niet of nauwelijks kunnen beïnvloeden zijn er altijd. Maar die factoren hebben wel direct invloed op de mate waarin wij kunnen sturen en onze doelstellingen voor meer grip en sturing op de kwaliteit en kosten van jeugdzorg kunnen waarmaken. En op het beïnvloeden van maatschappelijke vraagstukken die zorgen voor (een toename in) het gebruik van jeugdzorg. De afhankelijkheden/risico’s staan hieronder.
6.1. Financiële afhankelijkheden Bij de landelijke hervormingsagenda hoort een behoorlijke bezuiniging. Zonder dat deze inhoudelijk onderbouwd is. Voor de inhoudelijke onderbouwing wordt nu wel een commissie georganiseerd door het Rijk. . Maar dit is de verkeerde volgorde. En dit wekt ook de indruk dat de hervormingsagenda niet eerst gericht is op het verbeteren van de jeugdzorg (inclusief het normaliseren), maar op het doordrukken van een bezuiniging. Jeugdbescherming (in samenwerking met de vakbond) geeft aan dat de caseload van zorgverleners moet worden gehalveerd. Zowel regionaal als landelijk. Wanneer deze vraag (deels) wordt erkend, zorgt dit direct voor een behoorlijke kostenstijging.
Casussen waarin zeer hoog specialistische zorg nodig is en jeugdzorg met verblijf, zorgen per direct voor een grote kostenstijging. Dit zijn vormen van zorg die jeugdbescherming regelmatig toewijst. Omdat wij lokaal geen opdrachtgever zijn van jeugdbescherming, hebben we hier weinig zicht en invloed op
6.2. Juridische afhankelijkheden De kaders vanuit het Rijk zijn vaak vaag, bijvoorbeeld als het gaat om het afbakenen van de Jeugdwet. Uit jurisprudentie blijkt dat gemeenten weinig ruimte hebben tot afbakeningen in de Verordening en de Nadere Regels. Dit betekent dat het Rijk de verantwoordelijkheid heeft om te zorgen voor de verdere juridische afbakening van jeugdzorg.
6.3. Politieke/regionale afhankelijkheden Door de huidige organisatiestructuur, namelijk het algemeen bestuur dienst gezondheid en jeugd, hebben we weinig tot geen directe invloed op diensten die regionaal worden aangestuurd, zoals Veilig Thuis en Jeugdbescherming. Daarnaast is consequent optreden in sturing richting specialistische jeugdzorg veel effectiever wanneer dit vanuit alle gemeenten gebeurt. En niet als wij met enkele andere gemeenten lokaal onze toegang steeds beter laten sturen op kwaliteit en doelmatigheid.
6.4. Personele afhankelijkheden
binnen jeugdzorg. Daardoor worden vacatures steeds moeilijker opgevuld.
6.5. Afhankelijkheden op gebied van beïnvloeden van maatschappelijke vraagstukken Via de Routekaart Jeugd gaan wij proberen landelijke vraagstukken regionaal te beïnvloeden. Waaronder de invloed van media en smartphones. In hoeverre we dit lokaal kunnen beïnvloeden, moet nog blijken. Daarbij komt dat we nu te maken hebben met een generatie aan ouders en/of verzorgers die normale opvoedkundige vraagstukken problematiseren. We verwachten dat we deze generatie niet zomaar naar huis kunnen sturen met de boodschap dat ze deze opvoedkundige vragen zelf zouden moeten kunnen oplossen. Ze beschikken niet over de gewoonten die ze nodig hebben om zelf te komen tot een andere manier van denken en handelen. Dit betekent dat als je slechts wijst op hun verantwoordelijkheden, ze geen oplossing zien en terugvallen in oud gedrag. Kortom, meerdere maatschappelijke vraagstukken in de Routekaart Jeugd vragen om een cultuuromslag die ervoor moet zorgen dat (toekomstige) ouders en/ of verzorgers weer meer over de gewoonten gaan beschikken om hun eigen opvoedkundige vragen op te kunnen pakken. Het moet nog blijken in hoeverre dit lokaal kan worden gerealiseerd en hoeveel tijd dit gaat kosten.
Er is een behoorlijke krapte op de arbeidsmarkt
19
6.6. Financiële risico’s in verschuiving van taken van Veilig Thuis naar het Jeugdteam We vragen het Jeugdteam steeds meer om te zorgen voor de uitvoering en de aansturing van jeugdzorg in casuïstiek waar sprake is van onveiligheid. Dit is een gezonde beweging, omdat het Jeugdteam een belangrijke rol kan spelen in het zorgen voor continuïteit in de zorg. We moeten alleen wel opletten dat deze verschuiving ook zorgt voor een verschuiving van financiële middelen van Veilig Thuis naar ons lokale jeugdteam. Hier moeten we regionaal goed op anticiperen. Het werk van Veilig Thuis neemt waarschijnlijk af en het werk van het Jeugdteam neemt toe. Als we hier goed op anticiperen, is dit geen risico. Het is wel de vraag of dit regionaal goed opgepakt gaat worden en of Veilig Thuis zich ook goed aan het voorbereiden is op deze verschuiving van mankracht en financiën.
20
7. Routekaart Jeugd is een dynamisch (leer)document In de Routekaart staan duidelijke vraagstukken en acties die daarbij horen. We zijn ons ervan bewust dat het werken aan deze vraagstukken een proces is dat continu in ontwikkeling is. Omdat we gaan voor concrete resultaten en voor het werken op de meest actuele en onderbouwde inzichten, passen we onze koers door de jaren heen aan. We zijn ons ervan bewust dat we onze koers af en toe moeten wijzigen. Wel zetten we met deze Routekaart een basis neer voor onderbouwing van ons beleid en onze koers. We gaan onze koers steeds meer bepalen en bijstellen door te leren van data en onderzoek.
Per kwartaal laten we de voortgang van de Routekaart zien. De gemeente bespreekt de voortgang met het jeugdteam. Verder is het voorstel om regelmatig een inhoudelijke evaluatiesessie te houden met de gemeenteraad. Om dieper in te kunnen gaan op wat we concreet hebben bereikt, wat niet en waarom. En om te bespreken welke koerswijzigingen we overwegen op basis van de kennis en bepaalde resultaten die op dat moment beschikbaar zijn. Daarnaast kijken we welke stakeholders verder betrokken moeten worden bij tussentijdse peilmomenten en/of de jaarlijkse evaluatie. Dit wordt nader bepaald.
21
8. Begrippenlijst A
F
ASS expert/ Autismepoli: Aanbod vanuit het jeugdteam, waarbij ouders en/of verzorgers/ verzorgenden terecht kunnen die een hulpvraag hebben in verband met een kind met autisme. Hier is geen indicatie voor nodig.
G
B C Casusoverleg: Een overleg waarin specifieke gezinnen en/of jeugdigen worden besproken.
D Dagbesteding: Dagbesteding is begeleiding - in een groep - waarbij kinderen en jongeren met een beperking verschillende activiteiten doen. Een kind gaat naar dagbesteding om activiteiten te doen. Een kind leert bijvoorbeeld hoe hij of zij boodschappen moet doen. Maar ook hoe hij of zij geld moet pinnen of hoe hij/zij met het openbaar vervoer kan reizen. Een kind kan op de dagbesteding ook knutselen, schilderen, timmeren of handwerken. Soms is er een cursus om te leren koken.
E
Geestelijke gezondheidszorg Jeugd: De jeugd-GGZ (geestelijke gezondheidszorg) biedt hulp als een kind psychische problemen heeft. Denk aan een eetstoornis, ernstige ADHD, autisme of depressie. Een kind heeft een verwijzing nodig voor deze hulp van bijvoorbeeld het jeugdteam, een huisarts of jeugdbescherming. Gezondheidsmonitor: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het lokale gezondheidsbeleid. Voor het maken van lokaal gezondheidsbeleid is inzicht nodig in de gezondheid van de bevolking. Dit is vastgelegd in de Wet Publieke Gezondheid. De GGD Zuid-Holland Zuid (ZHZ) voert daarom, in opdracht van haar gemeenten, gezondheidsmonitors uit om de gezondheid van de bevolking in regio Zuid-Holland Zuid in beeld te brengen. De gezondheidsmonitors worden uitgevoerd bij vier doelgroepen.
H I J Jeugdbescherming: Kinderen hebben het recht om veilig op te groeien zodat ze later als evenwichtige
volwassenen volwaardig kunnen meedoen in de maatschappij. Ouders en/of verzorgers zijn hiervoor het eerst verantwoordelijk. Als die hun pedagogische verantwoordelijkheid niet nemen of waarmaken, kan de veiligheid en ontwikkeling van het kind ernstig bedreigd worden. Dan is soms jeugdbescherming nodig. Onder jeugdbescherming wordt formeel verstaan het uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Jeugdbeschermingstaken worden uitgevoerd door de zogenoemde gecertificeerde instellingen. De Jeugdwet bepaalt dat een rechtspersoon die in aanmerking wil komen voor het uitvoeren van de jeugdbescherming of jeugdreclassering, gecertificeerd moet zijn. Dat betekent dat de instelling aan een normenkader moet voldoen. De bekostiging van jeugdbescherming loopt via de gemeenten. Tegelijk met jeugdbescherming, kan een kind jeugdhulp ontvangen van een jeugd- en opvoedhulpaanbieder. Indien nodig kan een jeugdbeschermer een indicatie afgeven voor jeugdzorg die zij nodig vinden. Jeugdgezondheidszorg: Jong JGZ biedt gratis professionele ondersteuning aan alle kinderen en jongeren in Zuid-Holland Zuid. Vanaf de zwangerschap tot de leeftijd van achttien jaar kijken we mee met de groei en ontwikkeling van je kind. Dat doen we tijdens
22
contactmomenten op het consultatiebureau of op school.
contactmomenten op het consultatiebureau of op school.
Jeugdteam/ Stichting Jeugdteams / Sterk Papendrecht: Het jeugdteam bestaat uit vrij toegankelijke jeugdhulp en uit de toegang naar specialistische jeugdzorg. Ook voert het jeugdteam regie wanneer er meerdere partijen betrokken zijn waardoor onderlinge afstemming nodig is. Het Jeugdteam maakt onderdeel uit van Sterk Papendrecht. Vanuit Sterk Papendrecht wordt alle (jeugd)hulp en zorg geregeld voor inwoners van alle leeftijden.
K
Het jeugdteam maakt tegelijkertijd onderdeel uit van hun moederorganisatie, Stichting Jeugdteams. Met het jeugdteam en St. Jeugdteams wordt hetzelfde bedoeld.
Ondersteuningsteams: Casusoverleggen tussen het onderwijs, het jeugdteam en de jeugdgezondheidszorg waarin kinderen gezamenlijk worden besproken die vast (dreigen) te lopen in het onderwijs.
Jongerenwerk: Jongerenwerk is er voor iedereen van 6 tot en met 21 jaar uit Papendrecht. Het stimuleren van zelfstandigheid en het ontwikkelen van talenten staat bij jongerenwerk centraal. Hierbij gaan ze uit van het standpunt dat iedere jongere een kans verdient. Dit doet jongerenwerk op verschillende manieren: door te informeren, adviseren, coachen maar ook door het stimuleren van ontmoeten. Jong JGZ: Jong JGZ biedt gratis professionele ondersteuning aan alle kinderen en jongeren in Zuid-Holland Zuid. Vanaf de zwangerschap tot de leeftijd van achttien jaar kijken we mee met de groei en ontwikkeling van je kind. Dat doen we tijdens
L M N O
Opvoedondersteuning: Sterk Papendrecht biedt ondersteuning aan ouders en/of verzorgers, kinderen en jongeren die uiteenlopende vragen hebben over opvoeding en opgroeien.
P PDCA: Zie https://managementmodellensite.nl/pdcacyclus/ Praktijkondersteuner Jeugd bij de huisarts (POH Jeugd): In de huisartsenpraktijk kunnen ouders en/of verzorgers en jeugdigen voor geestelijke
gezondheidszorg, afgekort tot GGZ, terecht bij de Praktijkondersteuner van de huisarts (POH). Deze gespecialiseerde praktijkondersteuner ondersteunt de huisarts bij het verlenen van zorg aan ouders en/of verzorgers en kinderen met lichte tot matige psychische en/of psychosociale klachten. Programma Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming: Het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming is een gezamenlijk programma van de ministeries van J&V en VWS en VNG. Dit Toekomstscenario is gericht op een meer eenvoudige, systeemgerichte aanpak, waarbij gezinnen centraal staan. Het betreft niet alleen de jeugdbescherming, maar het gehele traject van zorg en ondersteuning aan kinderen, gezinnen en huishoudens, waar verschillende organisaties bij betrokken zijn.
Q R S Schoolmaatschappelijk werk: Indien een ouder met hun zoon of dochter tegen problemen aanloopt in de thuissituatie is er de mogelijkheid om schoolmaatschappelijk werk in te schakelen. Dit loopt via de intern begeleider op school.
23
Door samen te werken met de school, vroegtijdig te signaleren en snel hulp te bieden of effectief te verwijzen, draagt Schoolmaatschappelijk werk bij aan een complete aanpak. Met welke vragen en problemen kunt u zoal bij Schoolmaatschappelijk werk terecht? •
Problemen rond aanpak en opvoeding van het kind: grenzen stellen, onvoldoende stimulering.
•
contractmanagement
•
informatievoorziening en accountmanagement
T Toegang tot specialistische jeugdzorg: Bepaalde vormen van jeugdzorg zijn niet vrij toegankelijk. Zoals specialistische begeleiding thuis, dagbesteding en geestelijke gezondheidszorg. De toegang tot deze vormen van jeugdzorg verloopt via partijen die deze vormen van zorg mogen toekennen (ook wel indiceren genoemd). De toegang voor jeugdzorg verloopt via ons jeugdteam (binnen Sterk Papendrecht)