A34. 20240724 Getekende Jaarstukken 2023 DGJ bijlage 1.pdf
Tekst van het document
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
46
c. Risicobeheersing GGD, VT, LVS en bedrijfsvoering GR Op basis van het model voor het rangschikken van risico's van de GR zijn in onderstaande tabel de geïnventariseerde risico’s weergegeven met betrekking tot de GGD, VT, LVS en bedrijfsvoering van de GR. Ook is aangegeven of het risico incidenteel dan wel structureel is. Deze risico's omvatten slechts dat deel van de totaal door de GR DG&J in kaart gebrachte risico's welke gekwantificeerd kunnen worden en 'resteren' na het nemen van beheersmaatregelen.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
47
Hieronder volgt een toelichting op de in de tabel benoemde risico's. Batenraming De producten van DG&J worden hoofdzakelijk gefinancierd uit inwoner- en directe gemeentelijke bijdragen. Een deel van de inkomsten heeft echter een fluctuerend karakter, zoals de subsidies in het kader van Veilig Thuis en de opbrengst van de polikliniek voor onder meer reizigersvaccinaties. In toekomstige begrotingen zijn verder ramingen opgenomen voor onder meer OGGZ, Wmo toezicht en kinderopvang waarvoor jaarlijks een traject met gemeenten wordt doorlopen over de omvang vergoeding van het takenpakket (in de vorm van offertes/DVO's). Hierdoor is er een risico dat de realisatie van deze baten afwijkt van de raming. Het risico is gehandhaafd op € 250.000. Autonome groei Onder dit risico wordt verstaan de mogelijke extra inzet van mensen en middelen indien er een hoger dan voorzien beroep wordt gedaan op de dienstverlening in brede zin (GGD, VT, LVS en hiermee samenhangende ondersteuning) van DG&J. Een voorbeeld hiervan is ook de (extra) inzet in crisissituaties. In de parallel voor 2025 opgestelde begroting is beoogd de autonome groei zo reëel mogelijk te ramen. Bij onder meer VT en LVS gaan we bij deze - zo reëel mogelijke raming uit van mensen en middelen - uit van een inzet die aanzienlijk onder de landelijke normen en benchmarks liggen.
Mede op basis van het stijgend aantal meldingen betekent dit een risico voor de bedrijfsvoering, personele inzet en aansturing van de organisatie in de breedte en VT en LVS in het bijzonder. Hiertoe is vooralsnog een structureel risico van € 750.000 opgenomen. RVP en uitvoering (Jong) JGZ In de JGZ wordt gestreefd naar een forse wijziging van het aantal contactmomenten. De impact hiervan en de gevolgen voor de uitvoering en de financiën worden naar verwachting in het derde en vierde kwartaal van 2024 meer duidelijk. Dit effect kan nog niet worden verwerkt in de voor 2025 opgestelde begroting. Daarnaast speelt dat de JGZ door Jong JGZ wordt uitgevoerd. Van Jong JGZ is een afwijkend indexatieverzoek voor 2024 en verder ontvangen (bovenop de reguliere indexatie). Deze is nog niet te kwantificeren. Hiertoe is in deze risicoparagraaf een p.m. opgenomen. Claims DG&J kent een grote verscheidenheid aan producten. Om de kwaliteit hiervan te borgen worden de nodige inspanningen geleverd, mede in het kader van de HKZ-certificatie (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector). Risico's op fouten (miscommunicatie, foutieve registraties) en hieruit mogelijk voortkomende schadeclaims zijn echter nooit in zijn geheel uit te sluiten. Op moment van opstellen van deze begroting loopt nog de zogenoemde ICAM-claim, waarover in eerdere p&c-documenten is gerapporteerd.
Het zal waarschijnlijk tot 2026 duren voordat er een uitspraak van de rechtbank volgt. Op dit punt zijn (ten opzichte van
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
48
2de bestuursrapportage 2023) geen ontwikkelingen te vermelden en zien wij, gelet op de procedure die nog moet worden doorlopen, geen aanleiding om ten aanzien van deze claim een financieel risico te kwantificeren. Het algemene risicobedrag voor claims handhaven we op € 150.000. Loon- en prijsstijgingen Conform de notitie kaderstelling op de GR-en houdt DG&J rekening met een loon- en prijs indexatie bij het opstellen van de begroting. Daarvoor moet, conform deze notitie, uitgegaan worden van de indices van de septembercirculaire van het vorige begrotingsjaar. In de parallel opgestelde begroting 2025 is op basis van het principe van reëel raming rekening gehouden met herziene indexatie over 2024 en de impact daarvan op 2025 en verder. Hiertoe kan het algemene risicobedrag voor loon- en prijsstijgingen dalen naar € 100.000. Transitie SCD-SGD Tot ultimo 2021 steunde DG&J voor ICT, HRM, juridische diensten en inkoop op het Servicecentrum Drechtsteden (SCD). Vanaf 2022 is het SCD ondergebracht bij de Servicegemeente Dordrecht (SGD) en is de gemeente Dordrecht als servicegemeente verantwoordelijk voor de taakuitvoering. Met de SGD is hiervoor een overeenkomst tot en met 2025 gesloten waarbij afspraken zijn gemaakt over onder meer de omvang en prijs van de te leveren diensten.
Door de SGD wordt ook een vervolg gegeven aan het door het SCD ingezette traject "ICT Beweegt" waarmee een transitie naar een regie-organisatie op het gebied van ICT wordt beoogd en de uitvoering van operationele taken meer in de markt worden belegd. Deze transitie brengt kansen maar ook mogelijke (financiële) risico's met zich mee. Vooral het privacygevoelige karakter van het takenpakket van DG&J brengt namelijk met zich mee dat er hoge eisen (moeten worden) gesteld aan de informatiebeveiliging. Indien daarin niet kan worden voorzien door het SGD/leveranciers dan vraagt dit mogelijk aanvullende inspanningen en kosten. Verder blijkt inmiddels dat de transitie ook aanvullende investeringen vraagt in hardware (zero-clients moeten worden vervangen) en het (eerder) vervangen van mobiele telefoons en tablets zodat deze aan de gevraagde specificaties voldoen. De transitie omtrent ICT Beweegt en de hogere eisen omtrent informatiebeveiliging vragen om een nadere uitwerking. De raming in deze risicoparagraaf is opwaarts bijgesteld naar € 200.000 in deze risicoparagraaf. Pandemische paraatheid In het kader van de bestrijding van COVID-19 zijn in 2023 inspanningen verricht door DG&J en 2024 wordt het jaar van verdere borging van de bestrijding hiervan én het paraat staan voor eventueel nieuwe pandemieën.
In de begroting 2025 wordt gevraagd om een verhoging van de inwonerbijdrage met € 70.000 structureel om deze werkzaamheden uit te kunnen voeren. Dit omdat de kosten niet volledig door het Ministerie van VWS worden gedekt en er een gat ontstaat met de formatienormering uitgevoerd door Berenschot. Er zit een bandbreedte in de kosten die mogelijk door het ministerie worden gedekt en de verdeling over de GGD'en. Op basis hiervan is een structureel risico opgenomen in de risicoparagraaf van € 90.000. COVID-19 Het Ministerie van VWS is voornemens is om richting de toekomst de vergoedingssystematiek te veranderen in een 'prijs per prik'. Dit betekent dat de vergoeding voor een GGD afhankelijk is van het aantal gezette prikken in de betreffende regio. Op dit moment is nog onduidelijk of de vergoeding op basis van een 'prijs per prik' definitief door zal gaan, per wanneer dit het geval gaat zijn en op welk prijsniveau deze vergoeding komt te liggen. DG&J heeft enkele specifieke kenmerken, waardoor onze GGD relatief hoge kosten per prik moet maken ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Denk bijvoorbeeld aan de
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
49
beperkte omvang van onze GGD waardoor veel met inhuur moeten worden gedaan, we hebben geen JGZ in huis en dat er sprake is van een grote geografisch oppervlakte. Indien de vergoedingssystematiek wordt aangepast naar een prijs per prik en het prijsniveau lager ligt dan ons kostenniveau tot op heden, dan moeten er mogelijkerwijs inhoudelijke keuzes worden gemaakt (bijvoorbeeld door niet of beperkt te prikken in de kleinere gemeenten in onze regio) en komt het financieel risico bij DG&J te liggen. Vanwege het onzekere karakter is het in eerdere p&c-documenten omschreven impactrisico van COVID-19 bijgesteld naar het eerdere niveau van € 200.000. Organisatieontwikkeling en bedrijfsvoering In het kader van organisatieontwikkeling is het organisatieplan "Op goede bodem" vastgesteld en de implementatie opgepakt. Daarnaast is eind december 2023 de eerste fase bestuursopdracht "Verkenning bijdrage GR DG&J aan verminderen financiële problematiek gemeenten" opgepakt. Inmiddels is geconstateerd is dat op diverse vlakken organisatieontwikkeling nodig is en het verstandig is voorstellen voor verdere verbetering en borging van de bedrijfsvoering voor te bereiden.
Denk daarbij bijvoorbeeld aan ontwikkelingen in de huisvesting (herinrichting Karel Lotsyweg en incidentele kosten verhuizing Johan de Wittstraat), vitaliteit, opleidingen, arbeidsmarktcommunicatie, MJP uitvoeringsbudget, strategie en hervormingssessie met medewerkers, communicatiebudget, innovatiebudget, verduurzaming en versterken van het medisch profiel om onder meer op de in de begroting 2025 genoemde ontwikkelingen voorbereid te zijn. Omdat de impact op het moment van het opstellen van deze jaarstukken 2023 nog onvoldoende helder is, is een p.m.-post opgenomen in deze risicoparagraaf. Renteontwikkeling In de jaarstukken 2023 is een incidentele rentebate opgenomen. Eerste analyse in het kader van deze jaarstukken leert dat gezien het onzekere karakter het vooralsnog niet mogelijk is om met eventuele rentebaten in de toekomst rekening te houden. Mochten eventuele rentebaten zich blijven voordoen dan kan op een later moment worden geanalyseerd in hoeverre er structurele elementen zitten in deze incidentele middelen. Rentebaten kunnen als een positief risico worden voorzien, maar gezien het onzekere karakter is ook hiertoe is een p.m.-post opgenomen in deze risicoparagraaf.
Impact op risico-inventarisatie bij deelnemers aan de GR De deelnemers aan de GR benoemen in hun gemeentelijke begroting welke risico's er zijn ten aanzien van hun deelname aan de gemeenschappelijke regeling. Daarbij worden verschillenden modellen en benaderingen gehanteerd. In dat kader worden de volgende aantekeningen geplaatst. Bij de 1ste en 2de bestuursrapportage is geconstateerd dat een aantal risico's zich daadwerkelijk hebben gemanifesteerd, waardoor monitoring van de algemene reserve en de toereikendheid voor het opvangen van risico's van groot belang is.
3.1.3 Financiële kengetallen
Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat de gemeenschappelijke regelingen een aantal kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarstukken. Naast de door het BBV voorgeschreven kengetallen is tevens de weerstandsratio toegevoegd.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
50
Kengetallen
Jaarrekening 2022
Begroting 2023
Jaarrekening 2023
netto schuldquote
-0,76%
-0,84%
-1,46%
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-0,77%
-0,83%
-1,47%
solvabiliteitsratio
5,57%
2,87%
8,08%
structurele exploitatieruimte
0,00%
0,00%
0,00%
0,9
1,5
1,1
weerstandsratio
3.1.3.1 Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van DG&J ten opzichte van de eigen middelen. Een percentage tussen de 0 en 100 is voldoende. Een quote boven de 130% is een indicatie voor een te hoge schuld. De norm houdt in dat de netto schuldquote ruim onder de 130% dient te zijn wanneer zij voornemens is een grote investering te doen. De GR DG&J heeft een netto schuldquote van -1,46%. Dit betekent dat ruim onder de norm wordt gebleven. Het kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen laat een beeld zien: -1,47%. Bij dit kengetal wordt geen rekening gehouden met de verstrekte lening aan de Stichting Breedband.
3.1.3.2 Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee het bezit gefinancierd is met eigen vermogen. Het ratio is de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal en geeft aan in hoeverre het bezit op de balans is afbetaald. Normaal bevindt het solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. De GR DG&J heeft een ratio van 7,79% wat zou aangeven dat het bezit van de GR DG&J zwaar belast is met schuld. Gezien de wijze waarop de afrekening met zorgaanbieders/gemeenten van SOJ plaatsvindt, ontstaat per balansdatum een hoge schuld. Tegenover deze schuld staat een hoge vordering. Dit betekent dat de GR DG&J tegenover de schulden voldoende vorderingen heeft staan.
3.1.3.3 Structurele exploitatieruimte
De structurele exploitatieruimte is een maatstaf voor het verschil tussen structurele baten en lasten met in achtneming van beperkingen en verruimingen van de exploitatie door dotatie en onttrekking aan reserves. De maatstaf geeft aan welke structurele ruimte de GR heeft om de eigen lasten te dragen. De GR kan de structurele lasten dekken uit de structurele inkomsten.
3.1.3.4 Weerstandsratio
De weerstandsratio geeft de verhouding tussen de risico's en het weerstandsvermogen van de GR DG&J. Het weerstandsvermogen bestaat uit het totaal van de reserves, de post onvoorzien en de stille reserves. De GR DG&J heeft geen post onvoorzien en stille reserves. Binnen de GR DG&J heeft de Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) geen reserves. Zoals opgenomen in de bijdrageverordening komen tegenvallers en meevallers ten opzichte van de begroting voor jeugdhulp ten laste respectievelijk ten gunste van de deelnemende gemeenten. Dit betekent dat de weerstandscapaciteit gelijk is aan de omvang van de reserves van de GR DG&J, ofwel € 1,87 miljoen (stand per 31 december 2023). Gezien de financiële omvang van de risico's, € 1,74 miljoen, leidt dit tot een weerstandsratio van 1,08. Dit
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
51
betekent dat de GR DG&J een beperkte ruimte heeft om onvoorziene risico's op te kunnen vangen. Hierbij moet tevens de kanttekening worden geplaatst, dat van de reserves (€ 1,87 miljoen) € 1,4 miljoen is bestemd voor het opvangen van nog resterende frictiekosten als gevolg van de uittreding Leerdam/Zederik (en de nog resterende impact daarvan op de organisatie van de GR). Als deze reserve buiten beschouwing wordt gelaten, dan bedraagt de weerstandsratio 0,27. Dit betekent dat de risico's ruimschoots het weerstandsvermogen overtreffen.
3.1.3.5 Kengetallen in relatie tot de financiële positie
De GR DG&J hoeft tot op heden geen langlopende leningen af te sluiten om haar activiteiten te financieren. Het niet hoeven afsluiten van langlopende leningen heeft een gunstig effect op de netto schuldquote en op de begroting. De begroting wordt niet belast met langlopende renteverplichtingen vanuit aangetrokken langlopende geldleningen.
Zoals bij de solvabiliteitsratio aangegeven, ontstaat er door de wijze waarop de afrekening met zorgaanbieders/gemeenten van SOJ plaatsvindt, per balansdatum een hoge schuld. Tegenover deze schuld staat echter een hoge vordering. Dit betekent dat de GR DG&J tegenover de schulden voldoende vorderingen heeft staan. Hierdoor is de lage ratio op dit moment niet zorgwekkend. Daarnaast is in de nota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgelegd in hoeverre de GR DG&J reserves mag aanhouden. Hierdoor wordt een verbetering van de ratio door een toename van de reservepositie beperkt. Tevens zorgt dit ervoor dat de GR DG&J in beperkte mate haar risico's kan afdekken. Hier staat tegenover dat mogelijke tekorten ten laste van de deelnemende gemeenten kunnen worden gebracht.
3.2 Onderhoud kapitaalgoederen DG&J heeft beperkte investeringen in gebouwen en installaties. Op de vaste activa wordt lineair afgeschreven. De jaarlijkse kapitaal- en onderhoudslasten zijn in de jaarstukken verwerkt. SOJ heeft geen kapitaalgoederen.
3.3 Financiering In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de GR DG&J. Dit zijn risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), financiering, het relatiebeheer en de informatievoorziening. Het in december 2022 door het Algemeen Bestuur vastgestelde financieringsstatuut vormt het kader voor beleid en uitvoering van de treasuryfunctie.
3.3.1 Risicobeheer
De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn de kasgeldlimiet, de renterisico’s en de kredietrisico’s.
3.3.2 Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is het bedrag dat per jaar maximaal met kort geld mag financieren. Volgens de Wet FIDO bedraagt deze limiet 8,2% van het totaal van de exploitatiebegroting voor een gemeenschappelijke regeling. Gezien de omvang van de begroting 2023 (€ 171,1 miljoen) betekende dit dat DG&J haar financiële huishouding voor maximaal circa € 14,0 miljoen met kort geld mocht financieren. De kasgeldlimiet is niet overschreden. In 2023 zijn er namelijk geen kasgeldleningen aangetrokken.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
52
3.3.3 Renterisiconorm
De renterisiconorm heeft tot doel om binnen de portefeuille aan langlopende leningen een overmatige afhankelijkheid van de rente in een zeker jaar te voorkomen. Omdat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm niet meer dan 20% zijn van het begrotingstotaal. DG&J heeft echter in 2023 geen opgenomen leningen, waardoor deze norm niet van toepassing is.
3.3.4 Kredietrisico’s
DG&J heeft geen uitzettingen (onder andere verstrekte geldleningen) of leningen waarop door haar een borgstelling is afgegeven. Er wordt derhalve ook geen kredietrisico gelopen.
3.3.5 Financiering
In de met de BNG afgesloten Financieringsovereenkomst fungeert de rekening van de RAV als hoofdrekening. Naast een rekening voor DG&J zijn er twee rekeningen ten behoeve van SOJ. Eén rekening bevat het inkomend- en uitgaand betalingsverkeer van SOJ zelf; de andere rekening houdt verband met betalingen en afrekeningen zoals deze door Zorgned worden gegenereerd. De BNG-kredietlimiet voor het gehele stelsel van bankrekeningen bedraagt € 5 miljoen. Per 1 april 2024 is de rekening van RAV opgezegd en zal de rekening van DG&J als hoofdrekening fungeren, voor het gezamenlijke rekeningstelsel.
3.3.6 Relatiebeheer
De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is huisbankier van DG&J.
3.3.7 Administratieve Organisatie
Via een DVO zijn aan de servicegemeente Dordrecht enkele treasury-aspecten, voornamelijk rondom het reguliere betalingsverkeer, overgedragen.
3.3.8 Schatkistbankieren
Bij het verplicht schatkistbankieren mag DG&J een bedrag van 2% van het begrotingstotaal aan lasten na bestemming, dus inclusief de stortingen in reserves (bij aanvang van het begrotingsjaar) buiten de Schatkist aanhouden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. In onderstaande tabel staat per kwartaal aangegeven wat het gemiddelde positieve banksaldo was. Hieruit blijkt dat in 2023 het drempelbedrag van € 3,4 miljoen niet is overschreden. (bedragen x € 1.000) 1. Benutting drempelbedrag Schatkistbankieren 2023: Begrotingstotaal Wettelijk percentage Drempelbedrag
€ 171.122 2,0 % € 3.423
2. Kwartaaluitkomsten benutting drempelbedrag 2023: 1e kwartaal
2e kwartaal
3de kwartaal
4de kwartaal
Gemiddeld positieve banksaldi
€ 2.231
€ 1.496
€ 2.476
€ 1.738
Ruimte t.o.v. het drempelbedrag
€ 1.192
€ 1.927
€ 950
€ 1.685
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
53
De ECB heeft in 2023 in meerdere stappen haar depositotarief, waarop de rekening courant rente voor de Schatkistbankieren rekening bij het Ministerie is gebaseerd, verhoogd tot 4,00% aan het eind van 2023. De vergoeding op de rekening courant bedroeg toen circa 3,90%.
3.4 Bedrijfsvoering 3.4.1 Structuur
De Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ is een overheidsorganisatie waarin de tien gemeenten in de regio ZHZ samenwerken. De samenwerking wordt beschreven in onze gemeenschappelijke regeling. De Wet gemeenschappelijke regelingen is het juridisch kader daarvoor. De organisatieonderdelen geven, elk op hun eigen terrein, invulling aan de aan hen toebedeelde taken. DG&J doet dit op het gebied van: publieke gezondheid en preventieve gezondheidszorg (GGD-taken). onderwijs, leerplicht en voortijdig schoolverlaten. jeugdhulp en jeugdbescherming. maatschappelijke ondersteuning, in het bijzonder huiselijk geweld en kindermishandeling. geneeskundige hulpverlening.
Met de bestrijding van COVID-19 is een forse inspanning geleverd door DG&J welke ook een (tijdelijke) forse uitbreiding van de bedrijfsvoeringstaken heeft gevraagd. Deze waren deels direct ondergebracht bij de uitvoeringsorganisatie zelf en deels bij het cluster bedrijfsvoering. Vanaf medio 2023 is de uitvoeringsorganisatie COVID-19 ingevlochten en ondergebracht bij DG&J organisatie alsmede ook de daarbij verbonden bedrijfsvoeringstaken. In 2023 is tevens een besluit voorbereid om DG&J organisatiestructuur aan te passen. Het organisatieplan “Op goede bodem” beschrijft de voorgestelde aanpassingen. In het verlengde daarvan is tevens een adviesrapport “Gewoon goede bedrijfsvoering en concerncontrol” opgesteld voor de toekomstige inrichting van het huidige cluster bedrijfsvoering.
3.4.2 Terugblik en vooruitblik
Omdat de jaarstukken 2023 en de begroting 2025 parallel worden opgesteld is ervoor gekozen om deze paragraaf waar mogelijk zodanig op te stellen dat hierin zowel een terugblik als een vooruitblik wordt gegeven op een aantal thema's die spelen op het onderdeel bedrijfsvoering. Daarmee wordt beoogd voor dit onderdeel een meer samenhangend beeld te schetsen. Achtereenvolgens komen aan bod: Informatisering Personeel Huisvestiging Financiën Kwaliteit
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
54
Informatisering Informatie is een belangrijk bedrijfsmiddel voor de organisatie. Iedere medewerker heeft informatie nodig om zijn/haar werk te kunnen doen. Het cluster bedrijfsvoering, en in het bijzonder het team informatievoorziening en ICT, adviseert en ondersteunt de organisatie bij de vertaling van informatiebehoefte naar informatievoorziening (IV), zodat de organisatie de geschikte informatiesystemen en services tot haar beschikking heeft en deze op de juiste manier gebruikt. Ultimo 2023 speelden een paar ontwikkelingen, die in 2024 en 2025 worden opgepakt, voorbeelden hiervan zijn: • Strategisch Informatiebeveiligingsbeleid herijken en bijbehorende normeringen (NEN7510/NIS2) verder implementeren NEN 7510 implementeren. • Implementatie van Wmebv (Wet modernisering elektronisch verkeer) en Woo (Wet open overheid). • Aanvullende archiveringsaanbevelingen implementeren. • Programma ICT Beweegt uitvoeren. • Websites geschikt maken in het kader van Besluit Digitale Toegankelijkheid Overheid (BDTO). • Ondersteunen najaarscampagne COVID-19. • Onderzoeken toepassingen AI en verdere robotisering. • Door ontwikkelen integraal datagedreven werken binnen de eigen organisatie en in samenwerking met ketenpartners. Beveiliging Informatieveiligheid en beveiliging heeft een hoge prioriteit binnen de gehele organisatie en de hedendaagse bedreigingen worden onderschreven.
Binnen het team informatievoorziening en ICT zijn 2 adviseurs in 2023 gestart met aanvullende opleidingen (ISO) in het kader van informatiebeveiliging. Zodoende zorgt DG&J ervoor dat de ISO rol en de kennis op het gebied van informatiebeveiliging in de eigen organisatie geborgd is. DG&J dient te voldoen aan de NEN7510 norm. In 2023 is de implementatie van NEN7510 verder opgepakt. Medewerkers van team informatievoorziening en ICT zijn getraind in de NEN7510 certificering waardoor in 2024 de implementatie van NEN7510 afgerond zal worden. Doel is NEN7510 compliant te zijn. Verder zal de Europese NIS2 richtlijn aanvullend worden geïmplementeerd. Infrastructuur Voor de ICT-infrastructuur wordt gebruik gemaakt van de dienstverlening van de Servicegemeente Dordrecht (SGD), waarmee ultimo 2021 afspraken zijn gemaakt over omvang en kwaliteit van de dienstverlening tot en met 2025. Volgens contractvoorwaarden zou uiterlijk 31 december 2023 een besluit genomen dienen te worden voor verlenging van het contract met de SGD na 1 januari 2026. Dit beslismoment is in overleg met de SGD uitgesteld. Redenen hiervoor zijn een regio brede evaluatie van de SGD die nog in het 1ste kwartaal 2024 doorloopt en een onderzoek naar de toekomstige bekostiging van de dienstverlening van de SGD waarvan de uitkomsten naar verwachting voor de zomer van 2024 bekend worden.
De resultaten van beide trajecten zijn noodzakelijk voor een goede besluitvorming omtrent de verlenging van het SGD contract. Momenteel vindt er onder het programma ICT-beweegt een grootschalige actie plaats om de ICT-infrastructuur en dienstverlening uit te besteden bij de door het SGD gekozen leverancier KPN. De SGD zal daardoor als uitvoeringsorganisatie omgevormd worden tot een regie organisatie. Dit heeft nu en ook in de toekomst een grote impact op de ICT en
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
55
automatisering zoals de devices waarmee gewerkt (kan) worden, veilige opslag van gegevens, het gebruiksgemak en de mogelijkheden van beveiliging. Streven van de SGD was om het project op 31 december 2023 afgerond te hebben echter loopt het programma vertraging op. Eerste oplevering is nu beoogd per april 2024 waarna er nog resterende werkzaamheden in 2024 zullen moeten plaatsvinden voor een gehele afronding van het project. Personeel HRM- beleid De rechtspositie en bezoldiging van de werknemers van de dienst wordt, zoals opgenomen in de Gemeenschappelijke Regeling, bepaald door de regels welke zijn of zullen worden vastgesteld voor de werknemers in dienst van de gemeente Dordrecht, tenzij het Dagelijks Bestuur zelf voorziet in (onderdelen van) de rechtspositie en bezoldiging. In 2024 en 2025 worden een groot aantal zaken opgepakt. De belangrijkste zaken zijn: Implementatie van de organisatieplannen “op goede bodem” en “gewoon goede bedrijfsvoering”. Vitaliteitsbeleid en duurzame inzetbaarheid (uit MJP), inclusief RVU maatwerkkader, verzuimtraining. Implementatie van nieuw of geactualiseerd regionaal beleid/CAO SGO, zoals Integriteitsbeleid. Stagebeleid en -regeling. Vitaliteitsbeleid. Werktijdenregeling. Recruitmentbeleid / Werving en selectie beleidslijnen. Rapportage verplichting CO2 werk gebonden personenmobiliteit.
Verbetering van werkprocessen zoals implementatie van gesprekkenportaal in AFAS, Klein MTO, onderzoeken/inzetten arbeidsmarktcommunicatie, verkennen deelname aan Regionaal Traineeprogramma. Jaarlijks terugkerende werkzaamheden, zoals functie-onderhoud, Sociaal jaarverslag 'Personeel in Beeld', HR management informatie. Bezetting DG&J heeft ultimo 2023 466 medewerkers, inclusief inhuur (192). Hiervan waren er 94 medewerkers werkzaam voor COVID-19 (van 81 van deze medewerkers liep op 31 december 2023 hun contract af). De invulling voor het cluster COVID-19 is vrijwel volledig op basis van inhuur. De verhouding man/vrouw is ultimo 2023 25%/75% (was 30%/70%). Ziekteverzuim Het ziekteverzuim en ook de meldingsfrequentie is in 2023 gestegen en gemiddeld over 2023 boven de doelstelling van 5% uitgekomen. Bij DG&J is hier voortdurend aandacht voor en wordt samen met de arbodienst geschakeld om maatwerk te leveren om het verzuim omlaag te brengen.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
56
Huisvesting Op het gebied van huisvesting spelen er ultimo 2023 een aantal ontwikkelingen. Er is behoefte aan een duidelijke huisvestingsstrategie voor de midden/lange termijn die in 2024 verder vastgesteld zal worden. Ontwikkelingen die invloed hebben op deze strategie zijn de veranderende huisvestingsbehoefte op de Karel Lotsyweg waarbij sinds de COVID-19 periode meer hybride werken plaatsvindt. Er is sprake van noodzakelijk onderhoud ten aanzien van de inrichting op de Johan de Wittstraat waar Veilig Thuis en OGGZ gehuisvest is. Het huurcontract hier loopt 1 augustus 2025 af er dient voor 1 augustus 2024 besloten te worden over een mogelijke verlenging van het huurcontract. Verder zijn er landelijke ontwikkelingen met betrekking tot het inrichten van een VEC (Vaccinatie Expertise Centrum) wat gevolgen kan hebben voor de GGD-huisvesting, exacte timing hiervan is nog onduidelijk. Een andere ontwikkeling die invloed kan hebben op de huisvestiging is het onderzoek wat loopt naar de toekomst van de JGZ. Ook in 2024 zal er waarschijnlijk sprake zijn van een COVID-19 najaarscampagne waar ook (tijdelijke) huisvesting voor dient te worden georganiseerd. Financiën Vanaf verslagjaar 2023 moet er gewerkt gaan worden met een zogenaamde rechtmatigheidsverantwoording.
Hiervoor zijn in 2022 al de nodige voorbereidingen getroffen en hierover heeft in de vergadering van het Algemeen Bestuur van december 2022 de benodigde bestuurlijke besluitvorming (vaststellen normenkader) plaatsgevonden. De daadwerkelijke implementatie vraagt ook in 2024 nog nadere begeleiding van onze accountant en een investering in training en capaciteit. Hiervoor wordt verder verwezen naar de paragraaf rechtmatigheid in deze jaarstukken. Kwaliteit DG&J is in het bezit van het certificaat van HKZ (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector). In 2023 is de hercertificering afgegeven. Dit certificaat staat voor duurzame kwaliteitsverbetering in zorg en welzijn. Periodiek wordt de certificering getoetst en worden aanbevelingen en aandachtspunten benoemd. Deze zijn in de loop van 2023
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
57
geprioriteerd en op basis van nadere prioritering opgepakt. In april 2024 vindt een nieuwe toetsing plaats.
3.4.3 Rechtmatigheid Inleiding Rechtmatig handelen is voor een overheidsorganisatie belangrijk; een overheid hoort te voldoen aan wet- en regelgeving. Daarom geeft sinds de introductie van het Besluit begroting en verantwoording (‘BBV’) in 2004 de accountant jaarlijks bij de jaarstukken van een gemeenschappelijke regeling een verklaring over het getrouw beeld én over de rechtmatigheid. De invoering van dit rechtmatigheidsoordeel leidde tot opschoning van de eigen verordeningen van de gemeenschappelijke regelingen en gaf een impuls aan een verbetering van het financieel beheer bij gemeenschappelijke regelingen. Bij de evaluatie van het besluit BBV in 2013 heeft de commissie BBV een advies gegeven aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken om de verantwoordelijkheid voor het afgeven van de rechtmatigheidsverantwoording neer te leggen bij het Dagelijks Bestuur. Dit is overgenomen door de commissie Depla en is onderdeel van de wetswijziging. Dit betekent dat met ingang van de jaarrekening 2023 het Dagelijks Bestuur een verantwoording af moet leggen over de rechtmatigheid. Dit past in de tijdgeest waarin de verantwoordelijkheid gelegd wordt waar deze hoort. Het Dagelijks Bestuur is zich hierdoor nog meer bewust van haar verantwoordelijkheid te zorgen voor een goed financieel beheer, inclusief bijbehorende verordeningen.
De accountant controleert nog wel de verantwoording van het Dagelijks Bestuur aangezien deze feitelijk een (financiële) toelichting is op de staat van baten en lasten en de balans. Daarmee zijn voor het Algemeen Bestuur waarborgen ingebouwd dat het Dagelijks Bestuur niet zomaar de verantwoording kan opstellen en afgeven. Het Dagelijks Bestuur, het Algemeen Bestuur, de auditcommissie en het Directieteam zijn in 2022 en 2023 op enkele momenten geïnformeerd over de bovenstaande wijziging. Schematisch ziet e.e.a. er als volgt uit:
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
58
In de jaarstukken 2023 legt het Dagelijks Bestuur voor de eerste keer verantwoording af over de rechtmatigheid. Er wordt hierbij getoetst op drie criteria: Begrotingscriterium; Voorwaardencriterium; M&O criterium. De verantwoording door het Dagelijks Bestuur wordt afgelegd via de rechtmatigheidsverantwoording (zie hieronder paragraaf 4.9.2). Met het Dagelijks Bestuur, het Algemeen Bestuur en de auditcommissie is afgesproken om de werkzaamheden inzake rechtmatigheid ‘lean en mean’ in te richten. Conform de kadernota rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV geeft het Dagelijks Bestuur in de paragraaf bedrijfsvoering een toelichting op de afwijkingen. Begrotingscriterium Er zijn in 2023 afwijkingen geconstateerd ten aanzien van het begrotingscriterium. Deze afwijkingen zijn: (bedragen x € 1.000) 1A. Overschrijding 3. Overschrijding van baten en van lasten onderschrijding van lasten en baten
Afwijking 2023 Lasten Publieke gezondheid Veilig Thuis Onderwijs en aansluiting arbeidsmarkt Jeugd(-gezondheidszorg) Kennisprogramma Serviceorganisatie Jeugd Algemene dekkingsmiddelen Saldo baten en lasten Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat
Baten
Saldo
Lasten
1.735 300
-1.616 4
119 303
-19
-34
-53
14 105 -2.161 1.238 1.211 0 1.211
0 41 2.161 -1.174 -618 0 -618
14 146 0 64 593 0 593
Baten 1.735 300
1.616 4
19
2.161
2.180
34 14 105 1.238
3.392 8.422
41 2.161 1.174
5.030
In de financiële verordening (vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 11 juli 2024) is in artikel 8 lid 4 vastgelegd dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: 1. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. 2. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. 3. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. Daarnaast is in artikel 8 lid 5 opgenomen dat begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het Algemeen Bestuur, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar niet nader worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Waarbij onder bestaand beleid wordt verstaan het beleid zoals dit is opgenomen in de begroting 2023. Tot slot is in artikel 8 lid 6 vastgelegd, dat onderschrijdingen van lasten of investeringsprojecten, en/of onderschrijding en/of overschrijding van de baten ten opzichte van de door het algemeen bestuur geautoriseerde begroting worden in het kader van begrotingsrechtmatigheid als tijdige melding aangemerkt als deze gemeld en toegelicht worden in de jaarrekening.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
59
Om het Algemeen Bestuur een volledig inzicht te geven in de over- en onderschrijding zijn de afwijkingen hieronder toegelicht. Waarbij conform artikel 6 van de financiële verordening een grens van € 100.000 wordt gehanteerd. Per programma volgt hieronder een toelichting. Publieke gezondheid De lagere lasten zijn onder andere het gevolg van lagere lasten voor COVID-19, hier staat tegenover dat ook de baten (vergoeding van het Ministerie) lager uitvallen (afwijking valt onder punt 1). Daarnaast is er zowel een voordeel op de lasten als op de baten bij het product kinderopvang (zie ook paragraaf 2.1.1.) (afwijking valt onder passend binnen bestaand beleid). Veilig Thuis Betreft lagere huisvestingslasten en lagere personeelslasten (zie paragraaf 2.1.2) (afwijking valt onder passend binnen bestaand beleid). Kennisprogramma De lagere lasten worden grotendeels veroorzaakt door: Later of niet invullen van vacatureruimte. Personeelslasten ten laste kunnen brengen van externe financieringsbronnen (Integraal Zorg Akkoord en SPUK GALA). Zie paragraaf 2.1.5. (afwijking valt onder passend binnen bestaand). Serviceorganisatie Jeugd De lasten van SOJ liggen hoger dan bij de 1ste bestuursrapportage 2023 was voorzien.
Bij de 2de bestuursrapportage 2023, vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 9 november 2023, was al aangeven dat de lasten in 2023 naar verwachting hoger uit zouden vallen dan bij de 1ste bestuursrapportage 2023 was voorzien. De 2de bestuursrapportage 2023 is echter niet meer vertaald in een wijziging van de begroting 2023, omdat de vereiste zienswijzeprocedure hiervoor over de jaargrens heen zou gaan. Het is wettelijk niet toegestaan om begrotingswijzigingen na afloop van het boekjaar vast te stellen. Voor een toelichting op de financiële afwijkingen wordt verwezen naar paragraaf 2.2.3 (afwijking valt onder punt 1, 2 en 3 daarnaast is er sprake van passend binnen bestaand beleid). Algemene dekkingsmiddelen De lasten liggen per saldo lager. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door lagere overheadkosten bij SOJ. Bij DG&J is er enerzijds sprake hogere lasten door stortingen in de voorzieningen verlofsparen en de voorziening bovenwettelijk verlof en anderzijds is er sprake van lagere overheadkosten. Doordat ICT Beweegt pas in 2024 wordt uitgerold in plaats van in 2023 ontstaat er een voordeel. Daarnaast waren kosten voorzien om de informatiehuishouding op orde te krijgen naar aanleiding van de bevindingen van de archiefinspecteur. Dit hebben we in 2023 niet meer op kunnen pakken en zal in 2024 worden opgepakt.
Voor een toelichting op de financiële afwijkingen wordt verwezen naar paragraaf 2.2.3 en 2.3.1 (afwijking valt onder punt 1, 2 en 3 daarnaast is er sprake van passend binnen bestaand beleid).
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
60
Voorwaardencriterium Voor wat betreft het voorwaardencriterium hebben onder andere interne controle werkzaamheden plaatsgevonden op het gebied van inkoop en aanbesteden. Hierbij is de juiste toepassing van de Europese aanbestedingsrichtlijnen gecontroleerd. Deze controle bestond uit een controle van grote contracten (high value items) en een steekproef op de resterende contracten (restmassa). Op basis van deze controle is één contract als onrechtmatig aan te merken. De onrechtmatigheid bedraagt € 68.000. Met de leverancier is met ingang van 1 januari 2024 een nieuw contract gesloten waardoor e.e.a. in 2024 rechtmatig is. Daarnaast is er sprake van een financiële rechtmatigheidsfout voor de Persoonsgebonden budget jeugd (Pgb) van € 98.500. Deze rechtmatigheidsfout komt voort uit de accountantscontrole 2023 bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De SVB controleert zorgovereenkomsten, toetst facturen en declaraties en betaalt uit aan zorgverleners of andere instellingen. Wij verstrekken de beschikkingen Pgb en zijn verantwoordelijk voor een adequate cliëntregistratie en het vaststellen van de prestatielevering. Uit de accountantscontrole 2023 bij de SVB blijkt dat landelijk sprake is van een aangepast (niet-goedkeurend) oordeel, hetgeen effect heeft op onze financiële rechtmatigheid. Doordat e.e.a.
buiten onze invloedssfeer ligt kunnen wij geen gerichte eigen verbeteringen aanbrengen voor volgende jaren. M&O criterium DG&J heeft geen formeel vastgelegd M&O beleid. Het voornemen is om hier in 2024 invulling aan te gaan geven. Wel wordt ten aanzien van het M&O criterium jaarlijks een frauderisicoanalyse uitgevoerd. In 2023 zijn hier geen bijzonderheden uit naar voren gekomen.
3.5 Verbonden partijen Met ingang van 1 januari 2019 is de Coöperatie Ambulancezorg Zuid-Holland Zuid (CAZ) opgericht. Naast de ziekenhuizen Erasmus Medisch Centrum (EMC) en Albert Schweitzer Ziekenhuis (ASZ) is DG&J lid in deze zelfstandige coöperatie. In deze coöperatie is de uitvoering van de taken rondom ambulancezorg ondergebracht. Met ingang van 2021 is ook de vergunning voor de ambulancezorg in de regio Zuid-Holland Zuid overgegaan naar de CAZ. Algemene informatie Vestigingsplaats
Openbaar belang dat wordt behartigd
Omvang van financieel belang
Deelnemende partijen
Papendrecht De Coöperatie Ambulancezorg Zuid-Holland Zuid (CAZ) is een transparante zorginstelling, met professionele medewerkers, die hoogwaardige ambulancezorg verleent. We werken samen met partners in de ketens van zorg en openbare veiligheid. De CAZ is een coöperatie UA, dus met uitgesloten aansprakelijkheid. DG&J is lid van de coöperatie, maar betaalt geen contributie. De leden van de CAZ zijn behalve DG&J de ziekenhuizen Erasmus Medisch Centrum (EMC) en Albert Schweitzer Ziekenhuis (ASZ)
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
61
Beleidsinformatie Verbonden doelstelling -
Actuele opgaven van de verbonden partij Financiële informatie Eigen vermogen verbonden partij aan het begin en einde van het begrotingsjaar Vreemd vermogen verbonden partij aan het begin en einde van het begrotingsjaar Financieel resultaat (2023) Verwacht financieel resultaat (2024)
Verlenen hoogwaardige ambulancezorg Samenwerking in de ketens van zorg en openbare veiligheid
Eigen vermogen 1-1-2023: € 3.146.039 Eigen vermogen 31-12-2023: € 3.316.055
Vreemd vermogen 1-1-2023: € 9.132.587 Vreemd vermogen 31-12-2023: € 8.469.646 Financieel resultaat 2023: € 170.016 Verwacht financieel resultaat 2024: € 0
3.6 Algemene Verordening Gegevensbescherming 2023 stond vooral in het teken van de uitbreiding en herinrichting van de privacyorganisatie binnen DG&J. Deze bestaat vanaf midden 2023 naast de Functionaris Gegevensbescherming (FG) ook uit een Privacy Officer (PO). In deze structuur kan de FG zich beter toeleggen op zijn wettelijke taken uit de AVG. Deze taken zijn zowel het toezichthouden op de naleving van de AVG (samen met andere regelgeving over gegevensbescherming) als het adviseren daarover aan directie en management. De PO is het aanspreekpunt voor alle privacy gerelateerde vraagstukken binnen de organisatie. De PO ondersteunt bij het implementeren van privacyregelgeving in de werkprocessen en brengt ook privacy risico's in binnen deze werkprocessen in kaart, onder meer door het uitvoeren van Data Protection Impact Assessments (DPIA’s). Voor de HPV-vaccinaties voor jongvolwassenen (HPV 18+) zijn in 2023 nieuwe processen ingericht met daarbij ook een nieuwe registratiesystemen. Ditzelfde geldt voor TBC, waarvoor het systeem iTBC zal worden ingevoerd. Deze werkprocessen zijn zeer privacygevoelig vanwege het gebruik van gezondheidsgegevens en de verschillende partijen die bij de uitvoering zijn betrokken.
Samen het Ministerie van GGD GHOR Nederland en andere GGD'en is gewerkt aan passende waarborgen voor de bescherming van de privacy van patiënten en adequate bescherming tegen beveiligingsincidenten. In 2024 wordt een nieuw convenant getekend voor de hulp en opvang voor personen met onbegrepen gedrag. Het Meldpunt Zorg & Overlast binnen DG&J voert deze taken uit en werkt daarbij samen met gemeenten, zorgverleners en woningcorporaties. Er is eind 2023 een nieuw concept-convenant voorbereid dat wordt gepresenteerd aan de ketenpartners. Daarnaast wordt door DG&J ook een DPIA uitgevoerd. DG&J ontvangt van gemeenten steeds vaker verzoeken om data te verstrekken, bijvoorbeeld voor het doen van onderzoek op het gebied van zorg & veiligheid. Voor eventuele verstrekkingen wordt rekening gehouden met de bepalingen uit de AVG (met name dat minimalisatie en pseudonimisering. Bovendien wordt altijd een DPIA uitgevoerd. Er is ook afstemming met de FG’s binnen de Drechtsteden en Gemeenschappelijke regeling Sociaal.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
62
Datalekken DG&J registreert alle interne beveiligingsincidenten in een register en doet melding bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) van datalekken conform de AVG. In 2023 heeft DG&J 5 beveiligingsincidenten geregistreerd. Geen van deze beveiligingsincidenten zijn meldingswaardige datalekken die dienen te worden gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens. In één geval zijn medische gegevens abusievelijk gedeeld met een andere medisch hulpverlener. Met deze persoon is contact opgenomen en deze heeft aangegeven de gegevens direct te verwijderen. Aangezien deze persoon daarnaast ook gebonden is aan geheimhouding, is geconcludeerd dat het hier ging om een betrouwbare ontvanger volgens de richtlijnen van de Autoriteit Persoonsgegevens. In twee andere gevallen ging het om de autorisaties van medewerkers die op inhuurbasis actief zijn binnen DG&J, maar nog niet als zodanig geregistreerd stonden. De autorisaties zijn daarop direct aangepast en er zijn maatregelen genomen om herhaling te voorkomen.
3.7 Openbaarheidsparagraaf In artikel 3.5 (Openbaarheidsparagraaf) van de Wet open overheid (Woo) wordt voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Met dit artikel is beoogd een impuls te geven aan de actieve openbaarheid door voor te schrijven dat bestuursorganen in hun begroting en verantwoordingsverslag aan moeten geven hoe zij rekening houden met de bepalingen uit de Woo. De openbaarheidsparagraaf Woo moet in de begroting en jaarstukken worden opgenomen via een afzonderlijke paragraaf, zoals de in artikelen 9 en 26 van het BBV genoemde paragrafen. Deze verplichting geldt reeds sinds de jaarstukken 2022. De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 in werking getreden. Het doel van de Woo is overheden transparanter te maken. De Woo-contactpersoon is een rol die sinds 1 mei 2022 wordt uitgevoerd. De Woocontactpersoon beantwoordt op laagdrempelige wijze vragen over de bij DG&J beschikbare informatie. In de organisatie is de eerste helft van 2023 de directiesecretaris als Woo-contactpersoon aangewezen. Voor de beoordeling en afhandeling van concrete verzoeken wordt nauw samengewerkt met het Juridisch Kenniscentrum (JKC) van de Servicegemeente Dordrecht (SGD).
Halverwege het jaar 2023 is de Woo-contactpersoon rol vanuit de directiesecretaris overgegaan naar een juridisch adviseur vanuit het JKC. De Woo-contactpersoon coördineert en bewaakt ook de afhandeling van de ingediende verzoeken. Verschillende medewerkers hebben aanvullende expertise op de uitvoering van de Woo, dat geldt bijvoorbeeld voor de Functionaris Gegevensbescherming. Ook wordt samengewerkt met andere GGD'en en GGD GHOR Nederland bij de afhandeling van Woo-verzoeken als die aan meerdere GGD'en gelijktijdig worden gedaan. Veel meer dan de Wob legt de Woo de nadruk op actieve openbaarmaking. Actieve openbaarmaking betreft het uit eigen beweging (digitaal) publiceren van informatie. De Woo stelt de verplichting om gespecificeerde informatiecategorieën openbaar te maken.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
63
Deze verplichting zal echter niet voor alle categorieën tegelijk gaan gelden. Een en ander wordt gefaseerd ingevoerd. De precieze fasering is op dit moment nog niet bekend. Veel documenten uit de eerste fase worden nu al actief bekendgemaakt, zoals gegevens over de organisatie en stukken van het Algemeen Bestuur, etc. Besluiten op Woo-verzoeken worden op dit moment nog niet openbaar gemaakt. Actieve openbaarmaking van beschikkingen wordt op enig moment ook verplicht, maar dat zal naar verwachting nog enkele jaren duren. Volledige implementatie van de Woo vergt investeringen in de informatiehuishouding van DG&J. Via de SGD hebben wij de mogelijkheid om gebruik maken van een anonimiseringstool om documenten te ontdoen van gegevens die op grond van de Woo uitgezonderd zijn van bekendmaking. De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen acht jaar op orde moet zijn. In een 'groeimodel' zullen wij in de komende jaren uitvoering geven aan de eisen van de Woo. DG&J is gestart met het organisatiebreed implementeren van het archiefsysteem, zodat documenten voor bij de uitvoering van de Woo betrokken functionarissen toegankelijk zijn. In 2023 ontving DG&J 6 verzoeken op grond van de Wob en Woo. In enkele van deze verzoeken werden een aantal zeer omvangrijke vragen gesteld. Deze verzoeken leggen momenteel veel druk op de beschikbare capaciteit.
Verwacht wordt dat verbetering van de informatiehuishouding verbetering kan brengen.
3.8 COVID-19 paragraaf Bestuurlijk zijn tussen VWS, VNG en GGD GHOR afspraken gemaakt over de verantwoording van de uitgaven met betrekking tot COVID-19 naar VWS. Onderdeel van deze afspraken is dat de GGD'en in hun jaarverslag een COVID-paragraaf opnemen. In deze paragraaf geven we aan hoe de COVID-19 Uitvoeringsorganisatie binnen ZHZ is vormgegeven. Tevens wordt weergegeven wat de financiële omvang hiervan is. Tot 1 juli 2023 had de GGD de opdracht om op lokaal niveau een informatie- en vaccinatie aanbod te behouden (fijnmazige vaccinatie), met name voor doelgroepen die nog onvoldoende beschermd zijn. Deze opdracht is volledig bekostigd via de meerkostenregeling die per 1 juli 2023 is komen te vervallen. In juni heeft de Gezondheidsraad een advies gegeven aan VWS over een structureel vaccinatieprogramma tegen COVID-19. De minister van VWS heeft dit advies opgevolgd. Dit advies zorgde ervoor dat in het najaar van 2023 een vaccinatiecampagne voor medische risicogroepen, zorgmedewerkers en zwangeren heeft plaatsgevonden. Het doel hiervan is om de bescherming bij een COVID-19-infectie op peil te houden en daarmee ziekenhuisopnames en sterfte door COVID-19 te voorkomen. De kosten voor het uitvoeren van de najaarscampagne zijn vergoed via de zogenaamde Specifieke Uitkering (SPUK) COVID-19-vaccinatie.
Aantal COVID-19 vaccinaties in Zuid-Holland Zuid Campagne Najaarscampagne 2022/2023 2023 Aantal geprikte +/- 104.607 72.832 (doelgroep inwoners op locatie (doelgroep 18+)* 60+ en risicogroepen) Aantal thuis 1.830 1.670 geprikte inwoners ivm immobiliteit
*Deze campagne kent geen harde begin en einddatum. Het betreft de periode 19 september 2022 en 1 oktober 2023
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
64
In ZHZ heeft 51,9% van de 60-plussers tijdens de najaarscampagne een afspraak gemaakt om een prik te laten zetten. Landelijk gaat het om een opkomst van 50,5% van de 60-plussers. Financiën De financiële verantwoording is conform de regelgeving opgenomen in de jaarrekening 2023, zie hoofdstuk 4, paragraaf 4.8.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
65
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
66
4 Jaarrekening 2023
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
67
4.1 Balans GR DG&J
Balans per 31 december 2023 (bedragen x € 1,-)
ACTIVA
2023
2022
VASTE ACTIVA Materiële vaste activa Investeringen met economisch nut overige investeringen met een economisch nut
528.388 528.388
Financiële vaste activa Overige langlopende leningen
23.160
607.921 607.921
23.160
TOTAAL VASTE ACTIVA
24.608 24.608
551.548
632.529
VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Gereed product en handelsgoederen Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courantverhouding met het Rijk Overige vorderingen Liquide middelen Kas Banken
51.583
1.638.539 25.426.046 398.898
51.583
27.463.483
57.266
1.339.051 9.002.711 310.276
0 0
57.266
10.652.038
3.357.686 3.357.686
Overlopende activa
5.063.941
19.983.856
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
32.579.008
34.050.846
TOTAAL ACTIVA
33.130.556
34.683.375
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
68
Balans per 31 december 2023 (bedragen x € 1,-)
PASSIVA
2023
2022
VASTE PASSIVA Eigen vermogen Reserves: Algemene reserve Overige bestemmingsreserves
2.676.240
1.932.591
471.988 1.402.723
500.000 1.460.604
Gerealiseerd resultaat volgend uit het ovz van baten en laste
801.529
-28.012
Voorzieningen Overige voorzieningen
691.646
Vaste schulden met een rentetypische looptijd ≥ 1 jaar Onderhandse leningen van: Overige binnenlandse sectoren
691.646
489.151
0 0
TOTAAL VASTE PASSIVA
489.151
0 0
3.367.886
2.421.743
VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar Overige kasgeldleningen Banksaldi Overige schulden
0 1.888.771 1.902.866
3.791.637
0 0 2.210.169
2.210.169
Overlopende passiva
25.971.033
30.051.464
TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA
29.762.670
32.261.632
TOTAAL PASSIVA
33.130.556
34.683.375
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
69
4.2 Het overzicht van baten en lasten (bedragen x € 1.000)
Begroting 2023* Lasten
Baten
Realisatie 2023 Saldo
Lasten
Baten
Afwijking 2023 Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Publieke gezondheid
19.917
19.917
0
18.182
18.302
119
1.735
-1.616
119
Veilig Thuis
7.853
7.853
0
7.553
7.857
303
300
4
303
Onderwijs en aansluiting arbeidsmarkt Jeugd(-gezondheidszorg)
2.927
2.927
0
2.946
2.893
-53
-19
-34
-53
13.092
13.092
0
13.078
13.092
14
14
0
14
Kennisprogramma
1.134
1.134
0
1.029
1.175
146
105
41
146
Serviceorganisatie Jeugd
130.619
130.619
0
132.780
132.780
0
-2.161
2.161
0
Algemene dekkingsmiddelen
14.320
14.470
150
13.082
13.296
214
1.238
-1.174
64
189.861
190.011
150
188.650
189.394
744
1.211
-618
593
0
58
58
0
58
58
0
0
0
189.861
190.069
208
188.650
189.452
802
1.211
-618
593
Saldo baten en lasten Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat
Het resultaat van SOJ is als vordering van SOJ op de gemeente in de jaarstukken verwerkt, waardoor dit niet in bovenstaande tabel tot uitdrukking komt. In paragraaf 2 Programmaverantwoording is per onderdeel op hoofdlijnen een toelichting gegeven op bovenstaande afwijkingen. Daarnaast is in paragraaf 2, specifiek paragraaf 2.3, een specificatie opgenomen van de algemene dekkingsmiddelen.
4.2.1 Overzicht van incidentele baten en lasten
De provincie Zuid-Holland toetst de gemeenten op duurzaam financieel evenwicht. Een belangrijk criterium hierbij is dat er sprake moet zijn van materieel evenwicht, wat inhoudt dat de structurele lasten ten minste worden gedekt door structurele baten. Incidentele baten en lasten betreffen die posten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden. Het gaat om eenmalige zaken en om (meerjarige) projecten of subsidies als deze eveneens het karakter van tijdelijkheid c.q. eindig doel hebben. In 2023 waren er geen incidentele baten en lasten.
4.2.2 Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves
DG&J kent geen structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves.
4.3 Taakvelden Met ingang van 2018 zijn gemeenschappelijke regelingen verplicht om de begroting/jaarrekening, naast de inrichting die zij zelf kiest, ook op basis van verplichte taakvelden te presenteren. Door op deze wijze de begroting/jaarrekening te presenteren kan de begroting worden vergeleken met andere openbare lichamen. In totaal zijn negen hoofdtaakvelden te onderscheiden. Voor de GR DG&J is een beperkt aantal hoofdtaakvelden daadwerkelijk van toepassing. In bijlage 4 is weergegeven welk onderdeel van de jaarstukken aan welk taakveld toegerekend wordt. De negen taakvelden zijn: 0. Bestuur en Ondersteuning 1. Veiligheid 2. Verkeer, vervoer en waterstaat 3. Economie 4. Onderwijs 5. Sport, cultuur en recreatie 6. Sociaal Domein 7. Volksgezondheid en milieu 8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
70
(bedragen x €1.000,-)
Taakveld
Werkelijke lasten
Werkelijke baten
Saldo
0.4
Overhead
12.796
13.590
794
0.5
Treasury
0
604
604
0.8
Overige baten en lasten
286
315
29
0.10
Mutaties reserves
0
58
58
4.3
Onderwijsbeleid en leerlingenzaken
2.946
2.893
-53
6.1
Samenkracht en burgerparticipatie
1.031
1.135
104
6.2
Toegang en eerstelijnsvoorzieningen
10.063
10.279
216
6.71
Maatwerkdienstverlening 18+
165
171
6
6.72a
Jeugdhulp begeleiding
23.974
30.840
6.866
6.72b
Jeugdhulp behandeling
4.532
3.440
-1.092
6.72c
Jeugdhulp dagbesteding
12.797
10.886
-1.911
6.72d
Jeugdhulp zonder verblijf overig
1.798
195
-1.603
6.73a
Pleegzorg
8.413
9.556
1.143
6.73b
Gezinsgericht
5.699
4.501
-1.198
6.73c
Jeugdhulp met verblijf overig
23.967
17.943
-6.024
6.74a
Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf
26.903
27.549
646
6.74b
Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf
9.873
12.108
2.235
6.74c
Gesloten plaatsing
1.898
1.963
65
6.82a
Jeugdbescherming
9.525
9.345
-180
6.82b
Jeugdreclassering
891
818
-73
7.1
Volksgezondheid
31.093
31.262
169
188.650
189.451
802
Totaal
In bijlage 4 zijn de baten en lasten per taakveld voor zowel de begroting als voor de jaarrekening weergegeven.
4.4 EMU-saldo Op grond van de Europese begrotingsregels mag het landelijk EMU-tekort (het gezamenlijk tekort van het Rijk, lokale overheden en sociale fondsen) van de landen die participeren in de Economische Monetaire Unie niet boven de 3% uitkomen. Om tot een goede raming van het EMU-saldo te komen is het van belang dat ook het EMU-saldo van lokale overheden, en daarmee de GR DG&J, in de cijfers worden opgenomen. Met de vernieuwing van het BBV is het verplicht gesteld om het EMU saldo te presenteren in zowel de begroting als in de jaarstukken.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
71
(bedragen x € 1.000)
Jaarrekening 2023* Kapitaalverstrekkingen en leningen -1 Financiële vaste activa Uitzettingen 0 Activa Uitzettingen 16.811 Mutaties Vlottende activa Liquide middelen -3.358 (1 januari – Overlopende activa -14.920 31 december) Vaste passiva Vaste schuld 0 Passiva Vlottende schuld 1.581 Vlottende passiva Overlopende passiva -4.080 EMU saldo (Activa -/- Passiva) 1.031 *Bedragen geven de mutatie weer tussen de balansstand per 31-12-2022 en de balansstand per 31-12-2023.
4.5 Toelichtingen 4.5.1 Grondslagen waardering en resultaatbepaling GR DG&J Algemeen De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het "Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten" (BBV) daarvoor geeft. Volgens de BBV-voorschriften dient de financiële analyse op de programma’s plaats te vinden in het jaarrekening gedeelte van de jaarstukken. Echter is er, voor de leesbaarheid, gekozen om deze analyse per onderdeel op te nemen in het jaarverslag (hoofdstuk 2 Programma’s) van de jaarstukken, per programma onder het kopje “wat heeft het gekost?”. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden meegenomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten als ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van jaarlijks gelijkblijvend volume, wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenbegroting, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) wordt wel een verplichting opgenomen. Vaste activa Materiële vaste activa De GR DG&J beschikt uitsluitend over materiële vaste activa met een economisch nut. Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijging- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de
Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2023 |
72
desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het jaar van oplevering dan wel het eerste moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. Bij investeringen die bestaan uit onderdelen met een verschillende economische levensduur gebruiken we verschillende afschrijvingstermijnen. Dit wordt de componentenmethode genoemd. De nota activeren en afschrijven is in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 22 december 2022 vastgesteld. Financiële vaste activa Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s worden, indien aanwezig, gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingprijs, zal afwaardering plaatsvinden. Financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vlottende activa Voorraden De grond- en hulpstoffen (magazijnvoorraden) worden gewaardeerd tegen historische inkoopprijzen. De als ‘onderhanden werken’ opgenomen producten zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingprijs, dan wel de lagere marktwaarde.
De vervaardigingprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals het aantal bestede uren tegen integrale kostprijs). Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vaste passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserves, bestemmingsreserves en het gerealiseerd resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten. Het gerealiseerd resultaat van voorgaand jaar is conform het betreffende besluit van het Algemeen Bestuur verwerkt in de algemene en bestemmingsreserves. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.