A10. 20250410 Voorlopige jaarrekening 2024 en ontwerpbegroting 2025 OZHZ.pdf
Tekst van het document
6
Begroting 2026. Ontwerpbegroting, vastgesteld door het DB op 10 april 2025.
II
Kritische prestatie-indicatoren
1.
Algemene kentallen
Het AB heeft in de bijdrageverordening de kaders voor financiën en kwaliteit opgenomen. In de algemene prestatie indicatoren is de naleving van deze verordening opgenomen. Naast het rapporteren van (financiële) gegevens als zodanig, is ook het tijdig bespreken en tussentijds informeren en communiceren met de opdrachtgevers een belangrijke algemene prestatie indicator. Met de deelnemers zijn prestatieafspraken gemaakt. OZHZ moet deze afspraken binnen een bandbreedte van 90% - 110% realiseren. Essentieel voor het behalen van de omzetdoelstelling is de productiviteit van de medewerkers. Voor een sluitende exploitatie van OZHZ is het noodzakelijk dat de productieve medewerkers voor gemiddeld 1.381 uur per FTE productief zijn. De gemiddelde productiviteit is 1.381 uur per FTE. De omzet van OZHZ is per taakveld in verschillende mate variabel. Voor de wettelijke (VTH) taken geldt dat budgetten binnen zekere marges mogen fluctueren. Voor de adviestaken geldt dat er tot dusver geen sprake is van een verplichting voor gemeenten om opdrachten bij OZHZ neer te leggen. Tegen deze achtergrond hanteert OZHZ de doelstelling van een gemiddelde flexibele schil van 10%. Het aandeel overhead (ondersteuning en management) wordt begrensd op 27,3% van de totale formatie, inclusief de capaciteit van de flexibele schil met overheadtaken. Zie hierover de Nota Bedrijfsvoering.
Vanuit het Interbestuurlijk Programma voor de versterking van het VTH-stelsel wordt sinds 2024 gerapporteerd over een tweetal aanvullende prestatie-indicatoren: -
De landelijke robuustheidscriteria, waartoe onder andere ook behoren de VTH-kwaliteitseisen waarover OZHZ al enkele jaren rapporteert.
-
De uitvoering van het plan van aanpak vanwege de externe visitatie. Speerpunt
Prestatie indicator
Taakuitvoering vindt plaats binnen de door het AB gestelde kaders voor financiën en kwaliteit (bijdrageverordening), de landelijke robuustheidscriteria en het plan van aanpak vanwege de externe visitatie
Taakuitvoering van OZHZ voldoet aan de landelijke robuustheidscriteria. Producten en prestaties worden gerealiseerd binnen een bandbreedte van 90-110% van het jaarprogramma. Volumeafspraken voor de uitvoering van de wettelijke en additionele wettelijke taken voldoen aan de afgesproken bandbreedten. Projecten uit het plan van aanpak vanwege de externe visitatie worden volgens planning uitgevoerd.
Opdrachtgevers worden actief geïnformeerd.
2 maal per jaar voortgangs- en 1 maal per jaar jaarrapportages volgens planning in jaarprogramma.
Periodiek overleg met de opdrachtgever
1 maal per 2 maanden vindt gesprek met de gedeputeerde plaats. 2 maal per jaar met wethouders. 1 maal per 4 maanden ambtelijk MARAP-overleg.
Klanttevredenheid
Het gemiddelde van het klanttevredenheidsonderzoek is minimaal een 7.
Productiviteit
Het aantal productieve uren per FTE bedraagt 1.381 uur.
Flexibele schil
Het aandeel uren inhuur ten opzichte van het totaal aantal uren is gemiddeld 10%.
7
Begroting 2026. Ontwerpbegroting, vastgesteld door het DB op 10 april 2025.
Aandeel overhead
Het aandeel uren overhead ten opzichte van het totaal aantal uren is genormeerd op 27,3%.
Ziekteverzuim
OZHZ hanteert een norm van 5% voor ziekteverzuim.
OZHZ levert expertise op het gebied van o.a. geluid, lucht, bodem, externe veiligheid, energiebesparing en circulaire economie aan de gemeenten en provincie voor het ontwikkelen, inrichten en beheren van een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Om de kwaliteit van de producten, waarvoor geen wettelijke termijn bestaat en ook een toets bij de rechter niet van toepassing is, te beoordelen is een klanttevredenheidsonderzoek (KTO) de beste aanpak (indien een geschikte applicatie weer beschikbaar is). OZHZ voert regulier klanttevredenheidsonderzoek uit met behulp van projectevaluaties voor de adviestaken.
2.
Vergunningen en meldingen
Vergunningaanvragen moeten binnen wettelijke termijnen worden afgehandeld en meldingen moeten beoordeeld worden op juistheid en volledigheid. De door de inwoners en bedrijven ingediende documenten worden getoetst en leiden bij volledigheid en juistheid tot een bevestigingsbrief of een beschikking. Speerpunt
Prestatie indicator
Tijdige vergunningverlening
Vergunningen onder de Omgevingswet: 95% van de vergunningen wordt binnen de wettelijke termijn verleend. Bodembeschikkingen: Minimaal 90% van de producten wordt afgerond binnen de termijn.
Juridische kwaliteit
3.
99% van de in mandaat genomen besluiten blijft in stand in bezwaar, beroep of hoger beroep.
Toezicht en handhaving
OZHZ voert in opdracht van gemeenten en provincie toezichts- en handhavingstaken uit. Hierbij hanteert OZHZ de landelijke handhavingsstrategie die alle gemeenten en de provincie als onderdeel van hun uitvoeringsbeleid hebben vastgesteld. Kritische prestatie-indicatoren in deze zijn de toezichtdichtheid (TD) en naleving (NA). Deze zijn als volgt omschreven: -
TD is het percentage uitgevoerde planmatige controles in een verslagperiode ten opzichte van het aantal geplande controles in het jaarprogramma.
-
NA is het aantal uitgevoerde initiële controles zonder overtredingen ten opzichte van het aantal uitgevoerde initiële controles aan het einde van een verslagperiode.
8
Begroting 2026. Ontwerpbegroting, vastgesteld door het DB op 10 april 2025.
Speerpunt
Prestatie indicator
Toezichtdichtheid en naleving provincie
Provincie Grijs: TD grijs = 100% NA grijs >= pm Provincie Groen: TD groen = 100% NA groen >= pm
Toezichtdichtheid en naleving gemeenten
Gemeenten: TD = 100% NA Risico Midden >= 30% NA overig >= 70%
Juridische kwaliteit
4.
80% van de in mandaat genomen besluiten blijft in stand in bezwaar, beroep of hoger beroep.
Beoordeling en beschikkingen bodem
OZHZ levert expertise op het gebied van geluid, lucht, bodem en externe veiligheid aan de gemeenten en provincie voor het ontwikkelen, inrichten en beheren van een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Om de kwaliteit van de producten, waarvoor geen wettelijke termijn bestaat en ook een toets bij de rechter niet van toepassing is, te beoordelen is een klanttevredenheidsonderzoek (KTO) de beste aanpak. OZHZ voert regulier klanttevredenheidsonderzoek uit met behulp van projectevaluaties voor de adviestaken. Voor de beoordelingen en beschikkingen bodem voert OZHZ periodiek een klanttevredenheidsonderzoek uit, omdat bij deze taak sprake is van een relatief kleine klantenkring. OZHZ rapporteert hierover alleen in de jaarstukken en niet in de tussentijdse rapportages. Beoordeling en beschikking bodem Tijdigheid
Minimaal 90% van de producten wordt afgerond binnen de termijn.
Risicobeheersing
99% van de in mandaat genomen besluiten blijft in stand in bezwaar, beroep of hoger beroep.
Dienstbaarheid
Klanttevredenheid: het gemiddelde van het KTO is minimaal een 7.
9
Begroting 2026. Ontwerpbegroting, vastgesteld door het DB op 10 april 2025.
III Financiën 1.
Algemeen
De ontwerpbegroting 2026 is gebaseerd op de door het AB vastgestelde begrotingsrichtlijnen 2026 (zie I, paragraaf 6). Onderstaande tabel geeft het meerjarige begrotingsbeeld.
Bedragen in €
De begroting is meerjarig in evenwicht. Het positieve bedrijfsresultaat in 2024 wordt aangewend voor het aanvullen van het weerstandsvermogen. Daarmee komt het weerstandsvermogen ultimo 2025 weer op het vereiste niveau. Het voldoet daarmee ook weer aan de landelijke robuustheidseisen voor omgevingsdiensten. Met ingang van 2026 geldt voor alle gemeenschappelijke regelingen ook dat de notitie overhead van toepassing is. Het BBV schrijft voor dat kosten van bedrijfsvoering (in BBV-termen ‘Overhead’) afzonderlijk worden begroot en verantwoord. In bijlage 4 is de begroting 2026 enerzijds verdeeld naar structureel en incidenteel en anderzijds naar overhead en primair. De door het Algemeen Bestuur op 20 maart 2025 vastgestelde nota Overhead vormt de basis hiervoor. Financieel technische uitgangspunten Bij het opstellen van de financiële begroting 2026 en het financieel meerjarenperspectief zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
10
Begroting 2026. Ontwerpbegroting, vastgesteld door het DB op 10 april 2025.
Baten De ramingen voor de baten zijn gebaseerd op: -
De jaarprogramma’s 2025 van Gemeenten en Provincie wat resulteert in een verwacht werkaanbod van ca. 314.000 declarabele uren.
-
De begroting 2025. Het vastgestelde tarief ad € 112,83 per uur.
De vastgestelde realisatiecijfers 2024.
Lasten -
Conform de september-circulaire 2024 d.d. 17 september 2024 is rekening gehouden met een gemiddelde loonkostenstijging met behulp indexcijfer cf. prijs overheidsconsumptie, beloning medewerkers ad 3,4%.
-
Conform de september-circulaire 2024 d.d. 17 september 2024 is rekening gehouden met een gemiddelde prijsstijging met behulp indexcijfer cf. prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) ad 2,2%.
-
De vastgestelde realisatiecijfers 2024.
-
Het hiervoor, onder ‘Baten’, beschreven werkaanbod vraagt een benodigde formatie voor het primaire proces van 226,5 fte (die we met vast en flex realiseren).
-
Er wordt rekening gehouden met een declarabiliteitsnorm van 1381 uur per fte.
-
Het BBV schrijft voor dat kosten van bedrijfsvoering (in BBV-termen ‘Overhead’) afzonderlijk worden begroot en verantwoord. Volgens de definitie van het BBV worden tot de bedrijfsvoering gerekend “Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”;
-
De formatieomvang van bedrijfsvoering bedraagt 65,2 fte.
-
Om mogelijke tegenvallers adequaat te kunnen opvangen wordt rekening gehouden met een post onvoorzien van € 181.000. Deze post staat ter beschikking van het dagelijks bestuur.
-
De effecten van een mogelijke nieuwe CAO zijn als volgt ingeschat: o
01-04-2025: 4,05%.
o
01-04-2026: 0,60%.
o
01-01-2026: 2,00%.
11
Begroting 2026. Ontwerpbegroting, vastgesteld door het DB op 10 april 2025.
2.
Baten
Inwonerbijdrage (€ 2,6 mln.) De inwonerbijdrage is een lumpsumbudget, te zien als een algemeen dekkingsmiddel. De inwonerbijdrage heeft een omvang van € 2,6 mln. Vanuit de inwonerbijdrage worden gedekt: •
Kosten voor instandhouding van het bestuur en bedrijfsvoering van de dienst.
•
De taken en werkzaamheden van inspecteurs, vergunningverleners en adviseurs, die indirect ten goede komen aan alle opdrachtgevers en producten, zoals relatiebeheer, kwaliteitszorg, externe communicatie en rapportages, etc.
•
De regionale uitvoering van de wachtdienst.
Wettelijke taken (€ 31,3 mln.) De wettelijke taken omvatten producten en prestaties die per kwartaal op voorschotbasis bij de opdrachtgevers (gemeenten en provincie) in rekening worden gebracht. Het regionaal uitvoeringsniveau (RUN) vormt daarbij het bestuurlijke vastgestelde kader. Jaarlijks vindt nacalculatie plaats aan de hand van de geleverde prestaties. De wettelijke taken Bouw- en Woningtoezicht worden eveneens op voorschotbasis bij de opdrachtgevers in rekening gebracht. Het betreft de PZH en de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam en Molenlanden 1. De omzetraming is gebaseerd op de meerjarige doorwerking van de jaarprogramma's. Bijlage 1 bevat het overzicht van de jaarprogramma's per opdrachtgever. In de aangepaste begroting 2025 is duidelijk te zien dat ten opzichte van de primaire begroting 2025 de baten sterk zijn toegenomen met ruim € 4,6 mln. Dit wordt verklaard door zowel toegenomen omzet op wettelijke taken van zowel de gemeenten (als voorbeeld de overdracht van de bouwtaken door de gemeente HardinxveldGiessendam naar OZHZ) als provincie maar ook op de offerte- en subsidietaken. Dit betreft dan ook deels incidentele baten die we dan structureel niet kunnen verwerken in de meerjarige prognose waardoor de langdurige baten daalt van € 38,1 mln naar € 36,5 mln. Voor nadere informatie wordt verwezen naar deel I, paragraaf 5. Ontwikkelingen.
Offerte en subsidietaken (€ 2,4 mln.) Opdrachtgevers verstrekken op basis van een offerte of programma een opdracht voor een specifiek advies of onderzoek. Afrekening vindt plaats op basis van gerealiseerde kosten of een vaste opdrachtsom. Daarnaast ontvangt OZHZ subsidiebijdragen of kan er sprake zijn van detachering van personeel. In de raming is ook rekening gehouden met BRIKS 2-taken die worden uitgevoerd voor de provincie Zuid-Holland en de DCMR. Uitgangspunt voor de structurele raming is de realisatie van afgelopen jaren en de ontwikkelingen die inmiddels realistisch worden ingeschat (bijv. toekenning van subsidies). In 2025 is sprake van een totale omzet ad € 3,3 mln waarvan € 1,2 mln incidenteel is. Dit betekent voor 2026 en later dat we vooralsnog uitgaan van een structurele omzet ad € 2,1 mln (en voor het jaar 2026 specifiek nog incidenteel een bedrag voor SPUK energie ad € 213.000).
1
Het betreft enkel de uitvoering van toezicht bouw.
2
Vergunningverlening en toezicht met betrekking tot bouwen, reclame, inrit, kappen en slopen.
12
Begroting 2026. Ontwerpbegroting, vastgesteld door het DB op 10 april 2025.
Overige baten (€ 200.000) Dit betreft renteopbrengsten. De realisatie van 2024 laat een opbrengst zien van € 272.000,-. Het is aannemelijk om deze opbrengst met inachtneming van enige voorzichtigheid meerjarig te verwerken.
3.
Lasten
Personeelskosten (€ 30,4 mln.) De personeelskosten zijn gebaseerd op de vaste formatie (€ 26,3 mln.) en de flexibele capaciteit (€ 2,0 mln.) van OZHZ. De salarislasten zijn berekend op basis van de werkelijke loonkosten. Daarbij is rekening gehouden met schaalfrictie, individuele rechten, pensionering en de verwachte CAO wijziging voor de jaren 2025 tot en met 2026. Wij hebben deze CAO wijziging ingeschat op een wijziging van 6,65% over de jaren 2025 en 2026. We gaan voor de begroting 2026 uit van een verhouding vast/flex van 90%/10% en bouwen dit in de jaren 2027 tot en met 2029 resp. af naar 94%/6%, 94,5%/5,5% en 95%/5%. Een gezonde verhouding tussen het structurele en incidentele budget brengt OZHZ beter in staat om een robuuste organisatie op te bouwen rondom de kerntaken. Daarnaast vormt het voor OZHZ een uitdaging om de vaste formatie te kennen werven/behouden waardoor soms inhuur de enige oplossing is op korte termijn. Kapitaallasten (€ 430.000) De kapitaallasten worden gevormd door enerzijds reeds gedane investering die voor de komende jaren conform het afschrijvingsbeleid worden afgeschreven. Anderzijds hebben we een investeringsbegroting opgesteld om de huidige faciliteiten in het kader van het nieuwe werk concept (hybride werken) te kunnen continueren.
OZHZ verwacht tot slot in 2026 en volgende jaren investeringen op ICT gebied om met name laptops, mobiele telefoons, enz. regulier te vervangen conform het afschrijvingsbeleid. Dat geldt ook voor reguliere vervanging van meubilair en huisvesting. Ondersteuning SGD (€ 2,0 mln.) Met ingang van 1 januari 2022 voert de Servicegemeente Dordrecht de taken uit die tot dan door het SCD werden uitgevoerd. Voor OZHZ gaat het om taken op het gebied van ICT, personeels- en salarisadministratie, juridische diensten en aanbestedingen. De overeenkomst betreft de ICT (€ 1,6 mln.) en overige dienstverlening, zoals inkoop, juridisch kenniscentrum en verzekeringen (€ 420.000). De paragraaf "Bedrijfsvoering" (deel IV) bevat meer achtergrondinformatie. Huisvesting (€ 774.000) OZHZ is gevestigd in het pand Post120 in Dordrecht. De huurkosten worden doorbelast door de verhuurder op basis van de getekende huurovereenkomst. De huisvestingskosten zijn opgebouwd uit de kale huurprijs en servicekosten en worden jaarlijks geïndexeerd. Overige bedrijfskosten (€ 1,9 mln.) De overige bedrijfslasten betreffen onder meer, print- en drukkosten, bedrijfsgezondheidszorg, kwaliteitszorg, externe advieskosten en telefoonkosten.
De grootste onderdelen binnen deze begrotingspost zijn de software onderhoud (€ 1.167.000), facilitaire kosten (€ 148.000), externe expertise en accountant (€ 127.000), leaseauto's (€ 88.000), verzekeringspremies (€ 82.000), telefonie (€ 38.000) en voorlichting en communicatie (€ 61.000).
13
Begroting 2026. Ontwerpbegroting, vastgesteld door het DB op 10 april 2025.
In de raming is rekening gehouden met € 150.000 aan extra kosten voor versterking van de functies van privacy en gegevensbescherming en informatiebeveiliging. Uitgangspunt is dit te doen in samenwerking met de omgevingsdiensten Zuid-Holland. Additionele productkosten (€ 0,8 mln.) Binnen deze begrotingspost zijn de additionele productkosten verantwoord voor de taakuitvoering van OZHZ. Daarbij gaat het om kosten die worden gemaakt door OZHZ en vervolgens een op een worden doorbelast aan de opdrachtgevers. Tegenover de additionele productiekosten staat dus een overeenkomstige omzet. Ook het materiële budget van de provincie Zuid-Holland voor het uitvoeren van de provinciale taken is binnen deze begrotingspost verantwoord. Onvoorzien (€ 181.000) De post onvoorzien is onderdeel van het weerstandsvermogen en bedraagt 0,5% van de totale lasten voor reservering. Voor meer informatie wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen (deel IV).
14
Begroting 2026. Ontwerpbegroting, vastgesteld door het DB op 10 april 2025.
4. Reserves 4.1 Mutaties reserves Onderstaand de meerjarige mutaties van de reserves: Reserves
Beginsaldo
2025
2026
Saldo
Algemene reserve
169
604
0
773
Materieel budget PZH
155
0
0
155
Ontwikkelaanpak
26
0
0
26
Werkconcept
34
0
0
34
Onverdeeld resultaat
604
-604
0
0
Totaal
988
0
0
988
Bedragen * € 1.000
Algemene reserve De algemene reserve is onderdeel van het weerstandsvermogen. Voor de beleidsuitgangspunten, omvang, en samenstelling van het weerstandsvermogen en de bijbehorende risico’s wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen. De toename in 2025 betreft het positieve resultaat 2024. Materieel budget PZH De reserve is bedoeld voor eventuele complexe dossiers van PZH. Ontwikkelaanpak OZHZ en zijn opdrachtgevers zien in de maatschappelijke opgaven van de gemeenten en provincie in de komende periode belangrijke kansen en uitdagingen. De ontwikkelaanpak (voorheen regieplan) biedt een programmatische, doelgerichte, aanpak. Onverdeeld resultaat Het financieel resultaat 2024 bedraagt +/+ € 604.000. Dit bedrag wordt toegevoegd aan de algemene reserve ter versterking van het weerstandsvermogen. De geraamde exploitatieresultaten 2025 - 2029 zijn nog niet verwerkt in het overzicht. Conform de regionale afspraken worden deze toegevoegd aan het weerstandsvermogen indien dat onder het vereiste niveau zit. In totaal gaat het om € 184.000.
15
Begroting 2026. Ontwerpbegroting, vastgesteld door het DB op 10 april 2025.
IV Paragrafen 1.
Inleiding
In het Besluit Begroting en Verantwoording staat dat in de Programmabegroting in elk geval de navolgende paragrafen opgenomen moeten zijn: 1.
Lokale heffingen
2.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
3.
Onderhoud kapitaalgoederen
4.
Financiering
5.
Bedrijfsvoering
6.
Verbonden partijen
7.
Grondbeleid
De paragrafen Lokale heffingen, Verbonden partijen en Grondbeleid zijn niet op OZHZ van toepassing, omdat OZHZ niet wordt gefinancierd door heffingen, niet participeert in verbonden partijen en geen gronden in bezit heeft. Bijlage 2 bevat informatie voor de paragraaf verbonden partijen van de deelnemers. De overige paragrafen zijn hieronder toegelicht.
2.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de meerjarenbegroting is en geeft inzicht in de financiële draagkracht van OZHZ indien zich onvoorziene gebeurtenissen voordoen. Een exact sluitende meerjarenbegroting zonder toereikende buffer betekent dat elke onvoorziene financiële tegenvaller direct dwingt tot bezuinigen om alsnog een structureel sluitende begroting te houden. In dat geval staat het beleid van OZHZ ook direct onder druk. Daarom heeft OZHZ op elk moment voldoende weerstandscapaciteit nodig. 2.1
Begripsomschrijving
Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de risico’s, waarvoor geen specifieke maatregelen zijn getroffen enerzijds, en de capaciteit van middelen en mogelijkheden (weerstandscapaciteit) die de organisatie heeft om niet begrote kosten op te vangen anderzijds. Hoe groot die weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico’s die OZHZ op dat moment loopt. Hiertoe worden strategische risico’s onderscheiden van de reguliere. Reguliere risico’s doen zich regelmatig voor en zijn over het algemeen goed meet- en beheersbaar. Voorbeelden van beheersmaatregelen zijn het afsluiten van verzekeringen, het vormen van voorzieningen, het creëren van bestemmingsreserves en het inrichten van de administratieve organisatie en interne controle. Kenmerkend aan strategische risico’s is dat er sprake is van niet of nauwelijks beïnvloedbare (externe) risico’s. Meestal is de kans dat het risico zich voordoet klein, terwijl de financiële gevolgen groot kunnen zijn. Beide zijn moeilijk in te schatten. Dergelijke risico’s kunnen samenhangen met bezuinigingen bij opdrachtgevers, onvoorziene kostenstijgingen, productiviteitsverlies en veranderingen in de vraag.
16
Begroting 2026. Ontwerpbegroting, vastgesteld door het DB op 10 april 2025.
De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit geeft het weerstandsvermogen aan. 2.2
Beleid OZHZ inzake risico’s en weerstandsvermogen
De weerstandscapaciteit van OZHZ bestaat uit de algemene reserve, het budget onvoorzien en de (structureel) aanwezige begrotingsruimte. Voorzieningen behoren niet tot de weerstandscapaciteit. Uitgangspunt is dat de structurele begroting van OZHZ sluitend is. Echter, als OZHZ geconfronteerd wordt met incidentele uitgaven die leiden tot een nadelig exploitatieresultaat, dan wordt dit nadelige resultaat ten laste gebracht van de deelnemers in de GR OZHZ. De wijze waarop dit gebeurt is vastgelegd in de financiële verordening OZHZ. Het weerstandsvermogen/de algemene reserve van OZHZ wordt gevoed uit de positieve exploitatieresultaten, totdat de vereiste weerstandscapaciteit is bereikt. In paragraaf 2.3 vindt een verdere uitwerking plaats van het risicoprofiel. De totale benodigde weerstandscapaciteit wordt vervolgens gerelateerd aan de aanwezige weerstandscapaciteit. 2.3
Risicoprofiel Omgevingsdienst
Stand jaarrekening 2024
Waarschijnlijkheid Zeer hoog
Kans > 75%
Hoog
Kans > 50% en < 75%
Medium
Kans > 25% en < 50%
Laag
Kans < 25%
Impact Groot
financieel risico > € 400.000
Medium
financieel risico > € 150.000 en < € 400.000
Klein
financieel risico < € 150.000
17
Begroting 2026. Ontwerpbegroting, vastgesteld door het DB op 10 april 2025.
Algemeen In de jaarrekening 2024 is een voordelig exploitatieresultaat gepresenteerd van ruim € 0,6 mln. Dit resultaat wordt ten gunste gebracht van het weerstandsvermogen van OZHZ. Het AB heeft besloten om in vier jaar (2023-2026) het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau te brengen, door in elk geval de (eventuele) positieve rekeningresultaten uit die jaren, toe te voegen aan de algemene reserve (en dus niet terug te geven aan de deelnemers). Voor het jaar 2024 is sprake van een positief resultaat. Dit resultaat draagt bij aan het weer op peil brengen van het weerstandsvermogen. De verwachting is dat we met het resultaat 2025 het weerstandsvermogen weer op peil hebben gebracht. 1.
Bezuiniging wettelijke taken
Met de uitvoering van wettelijke taken is een budget van circa € 31,4 mln. gemoeid. Gegeven de financiële positie van gemeenten is de kans op bezuinigingen medium (50%). Met inbegrip van onderstaande beheersmaatregelen is de financiële impact medium (€ 377.000). Daarbij is ervan uitgegaan dat het effect gedurende een periode van 2 jaar kan worden gedekt uit het weerstandsvermogen. Beheersmaatregelen -
De gemeenten hebben een minimaal regionaal uitvoeringsniveau (RUN) vastgesteld voor de uitvoering van milieutaken. Daarmee is een zekere mate van continuïteit gewaarborgd.
-
PZH heeft in dit kader de nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) vastgesteld.
-
Daarnaast zijn in de bijdrageverordening bepalingen opgenomen ten aanzien van de meerjarige budgetten. Opdrachtgevers die individueel meer willen bezuinigen dan de norm van 2% per jaar, dienen een frictievergoeding te betalen.
-
Het capaciteitsbeleid van OZHZ. Voor de wettelijke taken geldt dat budgetten binnen zekere marges mogen fluctueren. Doelstelling is om 90% van de benodigde capaciteit in te vullen met eigen formatie.
-
Voor het restant wordt de zogenaamde “flexibele schil” ingezet.
-
Structurele effecten worden opgevangen in het tarief.
Benodigde weerstandscapaciteit Vanwege bovengenoemde beheersmaatregelen beperkt de benodigde weerstandscapaciteit zich grotendeels tot de schaalnadelen, in geval van bezuinigingen. Inschatting is een bedrag van circa € 189.000. 2.
Overige omzet
De overige taken betreffen onder meer de offertetaken en subsidies. Met de uitvoering is een budget van circa € 2,8 mln. per jaar gemoeid. De kans op bezuinigingen is hoog (75%). Gerekend over een periode van 1 jaar en met inbegrip van onderstaande beheersmaatregelen wordt de financiële impact ingeschat op hoog (€ 849.000). Beheersmaatregelen Voor de adviestaken geldt dat er tot nu toe geen sprake is van enige verplichting naar gemeenten om werk bij OZHZ neer te leggen. Doelstelling is om 90% van de benodigde capaciteit in te vullen met eigen formatie. Voor het restant wordt de zogenaamde “flexibele schil” ingezet. Daarmee kan flexibel worden ingespeeld op omzetfluctuaties. Benodigde weerstandscapaciteit Vanwege bovengenoemde beheersmaatregelen beperkt de benodigde weerstandscapaciteit zich tot de schaalnadelen, in geval van bezuinigingen. Op basis van de jaarrekening is de inschatting circa € 637.000.
18
Begroting 2026. Ontwerpbegroting, vastgesteld door het DB op 10 april 2025.
3.
Ziekteverzuim
In de begroting wordt uitgegaan van een norm voor ziekteverzuim van 5%. In geval van een hoger ziekteverzuim, is er sprake van productiviteitsverlies. Een laag risico is reëel gezien de ervaringscijfers over 2024 (uitkomst ziekteverzuim over 2024 is 4,81%); de financiële impact met inbegrip van onderstaande beheersmaatregelen is groot (€ 548.000), gerekend over een periode van een jaar. De kans wordt ingeschat op laag (25%). Beheersmaatregelen: -
Het verzuimbeleid van OZHZ.
-
Monitoren ziekteverzuim gedurende het jaar.
-
De norm van 5% is financieel vertaald in de begroting.
Benodigde weerstandscapaciteit Door bovengenoemde beheersmaatregel is een weerstandscapaciteit benodigd van circa € 137.000.
4.
SGD samenwerking
Op dit moment wordt er gewerkt aan een nieuw dienstverlenings- en financieringsmodel van de Servicegemeente Dordrecht. De financiële effecten van dit model zijn op dit moment nog niet te overzien. Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid accepteert een risico tot een bandbreedte van 7,5% van het offertebedrag voor de jaren 2026 en 2027. Het offertebedrag bedraagt € 1.862.000. De kans wordt ingeschat op medium (50%). Beheersmaatregelen: -
Actief overleg met deelnemers.
-
Marktverkenning.
Benodigde weerstandscapaciteit Door bovengenoemde beheersmaatregel is een weerstandscapaciteit benodigd van circa € 70.000.
5.
Herziening omgevingsrecht
De Omgevingswet heeft betrekking op bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, water, natuur, infrastructuur en ontgrondingen en raakt daarmee rechtstreeks het werkdomein van OZHZ. Thans lopende separate wetstrajecten als de eerdergenoemde Wkb en de VTH-kwaliteitseisen zullen op termijn (deels of geheel) onderdeel worden van de Omgevingswet. Gekozen is voor een Omgevingswet als raamwerk, waarbij uitwerking van diverse vraagstukken en onderwerpen die voor de uitvoeringspraktijk cruciaal zijn, in onderliggende regelgeving plaatsvindt. Op dit moment is er nog veel onzekerheid over de impact voor OZHZ en zijn opdrachtgevers. Beheersmaatregelen Het capaciteitsbeleid van OZHZ. Voor de wettelijke taken geldt dat budgetten binnen zekere marges mogen fluctueren. Doelstelling is om 90% van de benodigde capaciteit in te vullen met eigen formatie. Voor het restant wordt de zogenaamde “flexibele schil” ingezet. Benodigde weerstandscapaciteit Gegeven de onzekerheden kan de financiële impact nog niet worden bepaald.
19
Begroting 2026. Ontwerpbegroting, vastgesteld door het DB op 10 april 2025.
2.4
Weerstandscapaciteit versus benodigde weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit van OZHZ bestaat uit de algemene reserve en de post onvoorzien. De omvang van het weerstandsvermogen per ultimo 2024 bedroeg € 334.000. Na verrekening met het positieve resultaat 2024 (€ 604.000) ontstaat een weerstandsvermogen van € 938.000. Gegeven het risicoprofiel is een weerstandsvermogen van € 1.033.000 benodigd. Door toevoeging van het positieve resultaat 2025 komt het weerstandsvermogen ultimo 2025 uit op het vereiste niveau.
3.
Onderhoud kapitaalgoederen
De omvang van de kapitaalgoederen is relatief beperkt, aangezien OZHZ de kapitaalgoederen grotendeels huurt of leaset. Het gaat daarbij om:
Het huurcontract inzake de locatie Post 120. De uitbesteding van de ICT-dienstverlening bij de SGD (en derhalve geen eigen investering in een netwerk, rekencentrum en generieke hardware).
Leasecontracten voor het wagenpark.
Onderstaand een overzicht van de materiële vaste activa per categorie.
Bedragen x € Onderstaand zijn de meerjarig geplande investeringen aangegeven:
De kapitaalgoederen van OZHZ betreffen voornamelijk gedane investeringen in de sfeer van huisvesting. Daarbij hoorden niet alleen de investeringen in het gebouw, maar ook de aanschaf van laptops voor alle medewerkers, docking stations voor alle werkplekken op kantoor, verbeterde audiovisuele apparatuur in de vergader- en projectruimtes, etc. Op deze apparatuur wordt snel afgeschreven, dat resulteert in het feit dat er jaarlijks geïnvesteerd moet worden in vernieuwing van dergelijke hardware.
20
Begroting 2026. Ontwerpbegroting, vastgesteld door het DB op 10 april 2025.
Voor wat betreft meubilair worden jaarlijks diverse nieuwe bureaustoelen en bureaus aangeschaft voor de arboverantwoorde thuiswerkplek en op het kantoor van OZHZ. Daarnaast leert de ervaring dat er gemiddeld 3 tot 5 aangepaste bureaustoelen moeten worden aangeschaft voor medewerkers met bijzondere beperkingen. Ook is voorzien dat de komende drie jaar de sloten van alle locker-kastjes moeten worden vervangen. Op het gebied van huisvesting zullen er in 2026 aanpassingen moeten worden gedaan in de pantry's, nu de wegwerpbekers zijn vervangen door aardewerken bekers en er meer afwas-capaciteit nodig is. Ook zullen in nauw overleg met de duurzaamheidsadviseurs van OZHZ nog andere energiebesparende maatregelen worden genomen en zijn er gespreken met de verhuurder over het klimaatsysteem. Bij de vorming van OZHZ zijn de vaar- en voertuigen en specifieke apparatuur “om niet“ overgenomen van de provincie. De onderhoud- en gebruikskosten van deze activa worden gedekt uit de provinciale bijdrage. Binnen de materiële budgetten die vanuit de provincie zijn opgenomen bij OZHZ zijn middelen vrijgemaakt om de kapitaallasten te kunnen opvangen van de noodzakelijke vervangingen van de kapitaalgoederen. De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de van derden ontvangen investeringsbijdragen en afschrijvingen.
De verkrijgingsprijs bestaat uit de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van het product of dienst en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegekend. Afschrijving vindt lineair plaats op basis van de geschatte economische levensduur. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. De bijdrage van PZH aan de vaartuigen is geen investeringsbijdrage maar een bijdrage in de kapitaallasten en wordt derhalve niet op de investering in mindering gebracht. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn bepaald op basis van artikel 8, tweede lid, van de Financiële en controleverordening Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.
4.
Financiering
De financieringsparagraaf in de begroting is een belangrijk instrument voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. In het Treasurystatuut Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid (vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 20 maart 2025) zijn het begrippenkader en de doelstellingen van de treasury functie geformuleerd en geconcretiseerd naar de verschillende deelgebieden van treasury, risicobeheer, financiën en kasbeheer. Ook zijn de organisatorische randvoorwaarden weergegeven. Tot slot zijn in het statuut de uitgangspunten vastgelegd voor de informatie die noodzakelijk is om het gehele proces beheersbaar en meetbaar te houden.
4.1 Algemene ontwikkelingen De treasury functie is gebaseerd op de Wet Fido. Een belangrijk element is het meer zicht krijgen op de ontwikkeling van de financieringspositie, zowel op de korte als lange termijn. Dit betreft met name het in beeld brengen van de behoefte aan financieringsmiddelen, gerelateerd aan de investeringsplanning en de inzet van vrijvallende dan wel beschikbaar komende financieringsmiddelen. Per 16 december 2013 is het Schatkistbankieren ingegaan. Decentrale overheden zijn verplicht om dagelijks overtollige kasgelden over te boeken naar het Rijk.
21
Begroting 2026. Ontwerpbegroting, vastgesteld door het DB op 10 april 2025.
4.2 Risicobeheer Algemene uitgangspunten met betrekking tot het risicobeheer zijn:
Leningen en garanties uit hoofde van de "publieke taak" worden uitsluitend verstrekt aan door het Algemeen Bestuur goedgekeurde derde partijen;
Uit hoofde van de treasury functie kunnen middelen worden uitgezet indien deze uitzettingen een prudent
Het gebruik van derivaten is niet toegestaan.
karakter hebben en niet gericht zijn op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico;
4.3 Renterisicobeheer Algemene uitgangspunten met betrekking tot het renterisicobeheer zijn:
Geen overschrijding van de renterisico norm conform de Wet Fido;
Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning;
De rente typische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie;
Streven naar spreiding in de rent typische looptijden en uitzettingen.
4.4 Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de wet Fido een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop de organisatie haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming, dus met uitzondering van de stortingen in de reserves. Voor 2026 bedraagt deze limiet 8,5% van € 36,4 miljoen = € 3,1 miljoen.
4.5 Renterisico norm Het renterisico op de lange financiering wordt wettelijk begrensd door de renterisico norm. Als lange financiering wordt volgens de wet Fido aangemerkt: alle financieringsvormen met een rente typische looptijd groter dan 1 jaar. Het renterisico wordt gedefinieerd als het minimum van de netto nieuw aangetrokken schuld en de betaalde aflossingen, vermeerderd met het saldo van de contractuele renteherzieningen op de opgenomen en uitgezette geldleningen. Het renterisico op de lange termijn wordt beperkt tot de in de wet genoemde 20% van de restant hoofdsom van de rente typische langlopende leningen. Achterliggende reden voor het gebruik van de renterisico norm is de spreiding van het renterisico over de jaren. OZHZ heeft geen financieringsvormen met een rentetypische looptijd van langer dan een jaar en verwacht deze ook niet aan te gaan in 2026. De renterisico norm bedraagt voor 2026: € 7,3 miljoen.
4.6 Relatiebeheer Het betalingsverkeer is geconcentreerd bij de NV Bank voor Nederlandse Gemeenten. In 2013 heeft OZHZ een (verplichte) overeenkomst afgesloten met het ministerie van Financiën inzake het schatkistbankieren.
4.7 Leningenportefeuille Voor het begrotingsjaar 2026 heeft OZHZ geen langlopende leningen in de portefeuille. De liquiditeitspositie is momenteel ruim voldoende.
22
Begroting 2026. Ontwerpbegroting, vastgesteld door het DB op 10 april 2025.