CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

A10. 20250410 Voorlopige jaarrekening 2024 en ontwerpbegroting 2025 OZHZ.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 15 mei 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken31.078 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Onder de Omgevingswet gelden de termijnen van orde voor alle procedures. Voor 2025 willen we daarom de reguliere en uitgebreide procedures samenvoegen met een KPI van 95%. Niet alleen omdat voor beide 19

procedures de termijn van orde geldt, maar ook omdat de uitgebreide procedure onder de Omgevingswet een uitzondering is geworden. Ten opzichte van de resultaten zoals gerapporteerd bij BURAP II van 2024 zien we een lichte stijging in de realisatie van de KPI. Hiermee wordt het effect van sturing zichtbaar. De normen van de KPI’s voor zowel de reguliere als de uitgebreide procedures zijn los van elkaar niet behaald voor 2024, maar wanneer we deze procedures op dit moment al zouden samenvoegen, resulteert dat in een realisatie van de KPI van 95%, waarbij we de norm dus wel behalen. Er zijn onder de Omgevingswet nog maar weinig uitgebreide procedures. Dit zorgde in de eerste periode van 2024 al voor een percentage waardoor de KPI al niet meer behaald kon worden. En juist doordat er nog maar weinig uitgebreide procedures zijn, heeft het percentage hierdoor niet veel kunnen stijgen. Dit is dan ook de reden waarom we deze kpi vanaf 2025 samenvoegen.

3.3 Toezicht en handhaving OZHZ houdt toezicht en handhaaft de relevante wettelijke bepalingen. Bij toezicht wordt informatie verzameld en een oordeel gevormd over het feit of een activiteit voldoet aan de in de vergunning en regels gestelde eisen. Onder handhaving wordt verstaan het opleggen van sancties (bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk) indien uit het toezicht blijkt dat niet aan de gestelde eisen wordt voldaan. "TD is gedefinieerd als het percentage uitgevoerde periodieke controles in een verslagperiode t.o.v. het aantal geplande periodieke controles in het jaarprogramma." "NA-initieel is gedefinieerd als het aantal uitgevoerde periodieke controles zonder overtredingen t.o.v. het aantal uitgevoerde periodieke controles aan het einde van een verslagperiode." Speerpunt

Prestatie indicator

Resultaten 2024

Betrouwbaarheid Provincie

Provincie Grijs: TD = 100% NA-initieel >= 60%1

TD grijs = 118% NA-initieel = 33%

Provincie Groen: TD = 100% NA-initieel >= 80%1

TD groen = 100% NA-initieel = 80%

Provincie Bouw en sloop: NA-initieel >= 90%1

NA-initieel = 95%

Betrouwbaarheid Gemeenten

Gemeenten RUN2 milieu periodiek toezicht: TD milieu = 100% NA-initieel >= 60%

TD = 93% NA-initieel = 45%

1 De norm is nog niet formeel vastgesteld 2

Regionaal Uitvoeringsniveau (RUN) 20

Betrouwbaarheid Gemeenten AL, DO, ML

Gemeenten RUN integraal periodiek toezicht: Deze werkzaamheden zijn uitgevoerd voor de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht en Molenlanden. TD integraal = 100% NA-initieel >= 60%

TD = 89% NA-initieel = 40%

Gemeenten Bouw en sloop (incl. asbest): Deze werkzaamheden zijn uitgevoerd voor de gemeenten Alblasserdam en Dordrecht. Voor de bouw- en sloopfase is geen KPI TD vast te stellen. Afhankelijk van het soort bouw- of sloopplan geeft het beleid aan of toezicht noodzakelijk is. NA-initieel = 97% NA-initieel >= 70% Risicobeheersing

80% van de zaken die bij de

Realisatie = 93%

bezwarencommissie, rechtbank en afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden behandeld blijft in stand.

Provincie Grijs TD: De realisatie is hoger uitgekomen doordat begin het jaar het bevoegd gezag bij 3 tankcleaners en een afvalverwerkingsbedrijf in onze regio is verschoven van B&W naar GS. NA: De naleving van de gecontroleerde bedrijven is lager dan de norm. Het resultaat komt overeen met het regionale beeld. Het gaat met name om het tijdig uitvoeren van terugkomende verplichtingen zoals keuringen van installaties. Provincie Groen TD: De toezichtdichtheid is conform de norm. Er zijn wel verschillen in de afzonderlijk onderdelen. In 2024 zijn er, als gevolg van de uitbreiding van uren voor zowel soortenbescherming en ook Natura 2000 meer controles uitgevoerd en dat zie je ook terug in het aantal tekortkoming. Provincie Bouw en sloop NA-initieel: De naleving bij de bouw- en sloopwerkzaamheden bij de bedrijven die onder de provincie vallen in onze regio is goed. Het percentage is al meerdere jaren stabiel. Het gaat echter wel om een beperkt aantal controles die uitgevoerd zijn, waardoor het resultaat vertekend. Gemeenten RUN milieu periodiek toezicht TD: De uitvoering van dit toezicht vraagt om meer inzet. De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft een aanzienlijke impact. Zowel bij de gecontroleerde bedrijven als bij OZHZ ontbreekt ervaring en efficiëntie als het gaat om de nieuwe algemene regels voor milieu. Zoals eerder gemeld stond de volledige uitvoering van het 21

controleprogramma onder druk. In de uitvoering is rekening gehouden met de nieuwe prioritering die onder de nota VTH per 2025 van kracht zal worden en zijn bijvoorbeeld een aantal zwembaden niet gecontroleerd. Deze locaties zullen in 2025 vanuit het Programma Toezicht Midden alsnog projectmatig worden bezocht. NA-initieel: De naleving van de gecontroleerde bedrijven en instellingen ligt lager dan de norm. Dit beeld is onveranderd ten opzichte van voorgaande jaren. Het gaat met name om het tijdig uitvoeren van terugkomende verplichtingen zoals keuringen van installaties. De huidige arbeidsmarkt zorgt ervoor dat bijtijds opdracht moet worden gegeven aan bijvoorbeeld installatiebedrijven om verplichtingen tijdig en op en juiste wijze te laten plaatsvinden. Om dit voor elkaar te krijgen is een vanuit eigenaarschap een veel actievere houding nodig dan vaak nu het geval is. In de nieuwe nota VTH die in 2025 operationeel zal zijn wordt het verbeteren van de naleving rondom (terugkerende) verplichtingen één van de speerpunten. Gemeenten RUN integraal periodiek toezicht (Alblasserdam, Dordrecht en Molenlanden) TD: De uitvoering van dit toezicht vraagt om meer inzet. De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft een aanzienlijke impact.

Zowel bij de gecontroleerde bedrijven en instellingen als bij OZHZ ontbreekt ervaring en efficiëntie als het gaat om de nieuwe algemene regels voor milieu, bestaande bouw en brandveilig gebruik. De norm van 100% is in 2024 niet gehaald. Vanuit gemeente Dordrecht is het verzoek gekomen om het controleprogramma in Dordrecht te versoberen. In BURAP 2 is gesteld dat door deze aanpassing de toezichtdichtheid rond de 90% zal uitkomen. Aan deze verwachting is voldaan. NA-initieel: De naleving van de gecontroleerde bedrijven en instellingen ligt lager dan de norm. Dit beeld is onveranderd ten opzichte van voorgaande jaren. Het gaat met name om het tijdig uitvoeren van terugkomende verplichtingen zoals keuringen van veiligheidsinstallaties. De huidige arbeidsmarkt zorgt ervoor dat bijtijds opdracht moet worden gegeven aan bijvoorbeeld installatiebedrijven om verplichtingen tijdig en op en juiste wijze te laten plaatsvinden. Om dit voor elkaar te krijgen is vanuit eigenaarschap een veel actievere houding nodig dan vaak nu het geval is. In de nieuwe nota VTH die in 2025 operationeel zal zijn wordt het verbeteren van de naleving rondom (terugkerende) verplichtingen één van de speerpunten. Gemeenten Bouw en Sloop (incl. asbest) NA-initieel: De naleving van de regelgeving rondom met name het slopen en afvoeren van asbest is stabiel en komt overeen met eerdere resultaten.

Deze goede naleving is mede het gevolg van actieve inzet op gedragsbeïnvloeding. Door de inspecteur wordt bij aanvang van de werkzaamheden contact opgenomen met de opdrachtgever om de verplichtingen die bij de werkzaamheden behoren door te nemen. Dit zorgt ervoor dat de uitvoerders bewuster de voorschriften naleven.

3.4 Beoordelingen en beschikkingen bodem Speerpunt

Prestatie indicator

Realisatie 2024

Tijdigheid

Minimaal 90% van de producten wordt afgerond

100% (cumulatie kort- en

binnen de termijn.

langlopende procedures)

99% van de in mandaat genomen besluiten

Er is geen

blijft in stand na bezwaar, beroep of hoger

rechtsbescherming gezocht

beroep

tegen bodembeschikkingen.

Risicobeheersing

22

Dienstbaarheid

Klanttevredenheid: het gemiddelde van het

Over periode t/m december

KTO is minimaal een 7

is geen klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd.

Tijdigheid Voor de KPI 'Tijdigheid' ligt de realisatie met 100% ruim boven de minimale prestatie indicator. Risicobeheersing In deze verslagperiode is geen nieuw bezwaar gemaakt en is er geen nieuw beroep ingesteld. Klanttevredenheid OZHZ heeft geen klanttevredenheidsonderzoek kunnen uitvoeren omdat de betreffende applicatie niet meer werkt. Dit is al bij BURAP I van 2024 gemeld. Aan een oplossing wordt nog gewerkt.

4. Wat heeft het gekost? Het overzicht van baten en lasten 2024 sluit met een positief resultaat van € 604.106. Ten opzichte van de tweede bestuursrapportage (€ 155.370) is er sprake van een voordeel van € 448.736. Per saldo is sprake van € 796.000 aan lagere lasten ten opzichte van de bijgestelde begroting 2024 in de tweede bestuursrapportage. De lagere lasten betreffen hoofdzakelijk de additionele productkosten (€ 176.000); de externe kosten die direct in rekening worden gebracht bij de opdrachtgevers. Hier staan direct gerelateerde lagere baten tegenover. Daarnaast is sprake van lager dan geraamde personeelskosten (€ 411.000). De kosten voor het vaste personeel waren € 185.000 lager, de inhuurkosten waren € 226.000 lager. De lagere personeelskosten hangen voor een deel samen met de iets lager dan geraamde omzet. 4.1 Overzicht van baten en lasten 2024 Het overzicht van baten en lasten 2024 sluit met een positief resultaat van € 604.106. In vergelijking met de bijgestelde begroting bij de tweede bestuursrapportage (€ 155.370) is er sprake van een voordeel van € 448.736.

23

Overzicht van baten en lasten 2024 Realisatie 2023

Begroting 2024 primair

Begroting 2024 3e wijziging

Realisatie 2024

Begroting 2024 verschil

2.253 25.609 2.684 263 30.809

2.463 25.481 2.444 21 30.408

2.508 29.614 2.588 206 34.917

2.509 29.033 2.757 272 34.570

1 581168 66 347-

Personeelskosten Kapitaallasten Ondersteuning SGD Huisvesting Overige bedrijfskosten Additionele productkosten Onvoorzien Overige bijzondere posten Totaal lasten

26.995 429 1.749 706 1.632 886 73 32.470

24.763 539 1.862 690 1.410 968 176 30.408

29.422 453 1.896 620 1.627 837 177 35.032

29.011 444 1.828 610 1.680 661 2 34.236

4119681053 176175796-

Gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten

1.662-

0-

115-

333

449

Onttrekkingen aan reserves Toevoegingen aan reserves

1.150 117

-

271 -

271 -

0 -

Baten Inwonerbijdrage Wettelijke taken Offerte- en subsidietaken Overige baten Overige bijzondere posten Totaal baten Lasten

Gerealiseerd resultaat Waarvan algemeen dek k ingsmiddel

629-

0-

155

604

449

2.253

2.463

2.508

2.509

1

Bedragen x € 1.000

4.2 Baten De totale baten komen € 346.790 lager uit dan begroot. Inwonerbijdrage (nihil) De inwonerbijdrage is een lumpsumbudget en kan worden beschouwd als een algemeen dekkingsmiddel. Vanuit de inwonerbijdrage wordt een deel van de overhead gedekt en algemene activiteiten van inspecteurs, vergunningverleners en adviseurs die ten goede komen aan alle deelnemers. Voorbeelden zijn: relatiebeheer, kwaliteitszorg, de voortgangsrapportages en de organisatie van de wachtdienst. De realisatie van de inwonerbijdrage (€ 2.508.572) is conform de begroting. Wettelijke taken milieu/bouw/gebruik (€ 581.358 lagere baten) OZHZ maakt in de individuele jaarprogramma’s per opdrachtgever afspraken over de uit te voeren activiteiten en budgetten. Verantwoording vindt plaats door middel van financiële maandrapportages en de bestuursrapportages. Na het vaststellen van de begroting (zomer 2023), worden de jaarprogramma's 2024 opgesteld. Diverse opdrachtgevers hebben in hun jaarprogramma's hogere budgetten verwerkt dan in de primaire begroting. Dat is vervolgens verwerkt in begrotingswijzigingen: de begroting is op het onderdeel jaarprogramma's (wettelijke taken) opgehoogd met € 4,133 mln, oftewel met 16%. Uiteindelijk is de werkelijke realisatie hier met € 0,6 mln op achtergebleven.

Op een enkel onderdeel is de afgesproken output niet gehaald, als gevolg van de hoge instroom aan nieuwe medewerkers, waardoor de productiviteitsnorm op die onderdelen niet gehaald kon worden. Dat speelde onder meer bij toezicht.

24

In de verantwoordingen die OZHZ opstelt per deelnemer, wordt meer in detail ingegaan op de realisatiecijfers per taakveld per deelnemer. Offerte- en subsidietaken (€ 168.051 hogere baten) De offerte- en subsidietaken vallen € 168.051 hoger uit. Ten opzichte van de primaire begroting was de raming aan offertetaken fors naar beneden bijgesteld, namelijk met 20% oftewel ruim € 0,5 mln; die bijstelling is te hoog gebleken. Overige baten (€ 65.875 hogere baten) De overige baten hebben een incidenteel karakter. De hogere baten worden met name veroorzaakt door de ontvangen rentevergoeding bij de bank: deze is € 65.741 hoger dan geraamd.

4.3 Lasten De totale lasten komen € 449.000 lager uit dan begroot. Personeelskosten (€ 410.869 lagere lasten) Onder personeelskosten vallen de kosten van eigen personeel en de kosten van inhuur. Voor het capaciteitsbeleid wordt verwezen naar de paragraaf Bedrijfsvoering (paragraaf 5.4).

Personele lasten

Begroting 2024 Realisatie 2024 Verschil

Personeelskosten intern Flexibele capaciteit

22.422 6.999

22.238 6.774

-184 -225

Personele lasten Bedragen x € 1.000

29.421

29.012

-409

De belangrijkste verschillen waren de volgende:  

de uren koop/verkoop leverde een baten op van € 135.394 hoger dan geraamd. de inhuurkosten waren € 226.126 lager dan geraamd. Dit had te maken met de lagere omzet waardoor iets minder inhuurcapaciteit noodzakelijk was.

Kapitaallasten (€ 8.659 lagere lasten) De kapitaalgoederen van OZHZ betreffen voornamelijk specifieke investeringen in huisvesting en ICT. De omvang van de kapitaalgoederen is relatief beperkt, aangezien OZHZ de kapitaalgoederen grotendeels huurt of leaset. Voorbeelden zijn het huurcontract inzake Post 120 en leasecontracten voor het wagenpark. Voor de omvang en samenstelling van de kapitaalgoederen wordt verwezen naar de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen (hoofdstuk 5.2).

25

De raming van de kapitaallasten is tussentijds met € 86.225 naar boven bijgesteld. De realisatie is lager uitgevallen van de bijgestelde raming. Ondersteuning Servicegemeente Dordrecht (SGD) (€ 68.188 lagere lasten) De ondersteuning door de SGD heeft betrekking op de dienstverlening met betrekking tot ICT, personeelszaken, inkoop, verzekering en juridische diensten. Bij eerdere begrotingswijzigingen is de begroting opwaarts bijgesteld met € 34.046. De realisatie 2024 bedraagt € 68.188 lager dan begroot. Dit is gelegen in aanvullende variabele kosten die door SGD in rekening zijn gebracht (bijvoorbeeld voor inkoop, en werving op vacatures). De onderverdeling per onderdeel is als volgt:

Huisvesting (€ 9.976 lagere lasten) Huurkosten € 5.416 lager dan bijgestelde begroting. Minder onderhoudskosten huisvesting dan geraamd. Overige bedrijfskosten (€ 53.037 hogere lasten) De overige bedrijfskosten hebben onder meer betrekking op software licenties, externe advies- en accountantskosten, kantoorbenodigdheden, facilitaire kosten en verzekeringen. De raming is bij de tussentijdse begrotingswijzigingen verhoogd met € 217.206. Belangrijkste reden was een verschuiving van kosten voor software en ophoging van de accountantskosten. Additionele productiekosten (€ 175.843 lagere lasten). De additionele productiekosten worden direct in rekening gebracht bij de opdrachtgevers. Het kan daarbij gaan om externe (juridische) expertise, uitgevoerde werkzaamheden door aannemers, etc. Aan het begin van het jaar is het doorgaans lastig te ramen welke kosten zullen ontstaan; immers, deze kosten hangen direct samen met de opdrachten van de deelnemers en deze verschillen van jaar tot jaar. Het effect op het financiële resultaat is nihil, omdat de lagere lasten leiden tot overeenkomstige lagere baten. Onvoorzien (€ 175.027 lagere lasten) Het verlofstuwmeer is afgenomen (-€ 19.936) doordat hier gedurende het boekjaar actief op is gestuurd.

26

Daarnaast is sprake van spaarverlof, sinds 2022 een onderdeel van de arbeidsvoorwaarden in de CAO SGO. Hierbij is het spaarverlof gebaseerd op de verlofuren die in 2024 daadwerkelijk zijn omgezet in spaarverlof (€ 44.162) en waarvoor conform het uitgangspunt van de commissie BBV een voorziening moet worden gevormd. Voor een nadere toelichting op het verlofstuwmeer wordt verwezen naar de jaarrekening (2.2 Overlopende passiva). Op grond van de risicoanalyse van doorlopende projecten is de voorziening vanwege oninbaarheid verlaagd met circa € 22.230. In gevallen van oninbaarheid is veelal sprake van uren die zijn gemaakt op nog niet formeel bevestigde projecten of meerwerk op deze projecten. 4.4 Reserves

Toevoegingen (conform begroting)

Toevoeging reserves

Begroting 2024

Realisatie 2024

Verschil

Algemene reserve

-628.544

-628.544

-

Totaal Bedragen x €

-628.544

-628.544

-

Algemene reserve Het negatieve resultaat 2023 ad € 628.544 is via besluitvorming in de 1e Bestuursrapportage onttrokken van de Algemene reserve. De algemene reserve is onderdeel van het weerstandsvermogen. Voor de beleidsuitgangspunten, omvang, en samenstelling van het weerstandsvermogen en de bijbehorende risico’s wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen.

Onttrekking reserves Algemene reserve Materieel budget PZH Frictiekosten Regieplan Werkconcept Totaal Bedragen x €

Begroting 2024 270.669 270.669

Realisatie 2024 270.669 270.669

Verschil -

Bestemmingsreserve Frictievergoeding Bestemmingsreserve frictiekosten (Onttrekking 2024: € 270.669) De reserve is bedoeld voor improductiviteit ten gevolge van het inwerken van nieuwe medewerkers en het bevorderen van uitstroom of doorstroom naar andere functies. Beiden zijn nodig om de formatie kwalitatief en kwantitatief op orde te brengen. Hiervoor is toegelicht dat de productiviteit achter blijft bij de norm vanwege een bovengemiddeld hoge instroom van nieuwe medewerkers, deels zij-instromers, die een intensief opleidingstraject volgen. Ook wordt meer ingehuurd en tegen hogere tarieven, dan waar in de 27

begroting rekening mee is gehouden. Om beide (financiële) effecten te dempen wordt de reserve frictiekosten ingezet. Bij de 2de bestuursrapportage heeft het AB ingestemd met een begrotingswijzigingen tot extra onttrekking.

28

5. Paragrafen Het Besluit Begroting en Verantwoording stelt de volgende paragrafen verplicht in de programmabegroting en de jaarstukken: -

Lokale heffingen.

-

Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

-

Onderhoud kapitaalgoederen.

-

Financiering.

-

Bedrijfsvoering.

-

Verbonden partijen.

-

Grondbeleid.

De paragrafen Lokale heffingen, Verbonden partijen en Grondbeleid zijn niet op OZHZ van toepassing, omdat OZHZ niet wordt gefinancierd door heffingen, niet participeert in verbonden partijen en geen gronden in bezit heeft. De overige paragrafen zijn hieronder toegelicht. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de meerjarenbegroting is en geeft inzicht in de financiële draagkracht van OZHZ indien zich onvoorziene gebeurtenissen voordoen. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen wordt aangegeven hoe kapitaalgoederen worden beheerd. De financieringsparagraaf is een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens rond de bedrijfsvoering. 5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de meerjarenbegroting is en geeft inzicht in de financiële draagkracht van OZHZ indien zich onvoorziene gebeurtenissen voordoen. Een exact sluitende meerjarenbegroting zonder toereikende buffer betekent dat elke onvoorziene financiële tegenvaller direct dwingt tot bezuinigen om alsnog een structureel sluitende begroting te houden. In dat geval staat het beleid van OZHZ ook direct onder druk. Daarom heeft OZHZ op elk moment voldoende weerstandscapaciteit nodig.

Begripsomschrijving Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de risico’s, waarvoor geen specifieke maatregelen zijn getroffen enerzijds, en de capaciteit van middelen en mogelijkheden (weerstandscapaciteit) die de organisatie heeft om niet begrote kosten op te vangen anderzijds. Hoe groot die weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico’s die OZHZ op dat moment loopt. Hiertoe worden strategische risico’s onderscheiden van de reguliere.

29

Reguliere risico’s doen zich regelmatig voor en zijn over het algemeen goed meet- en beheersbaar. Voorbeelden van beheersmaatregelen zijn het afsluiten van verzekeringen, het vormen van voorzieningen, het creëren van bestemmingsreserves en het inrichten van de administratieve organisatie en interne controle. Kenmerkend aan strategische risico’s is dat er sprake is van niet of nauwelijks beïnvloedbare (externe) risico’s. Meestal is de kans dat het risico zich voordoet klein, terwijl de financiële gevolgen groot kunnen zijn. Beide zijn moeilijk in te schatten. Dergelijke risico’s kunnen samenhangen met bezuinigingen bij opdrachtgevers, onvoorziene kostenstijgingen, productiviteitsverlies en veranderingen in de vraag. De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit geeft het weerstandsvermogen aan. Beleid OZHZ inzake risico’s en weerstandsvermogen De weerstandscapaciteit van OZHZ bestaat uit de algemene reserve, het budget onvoorzien en de (structureel) aanwezige begrotingsruimte. Voorzieningen behoren niet tot de weerstandscapaciteit. Uitgangspunt is dat de structurele begroting van OZHZ sluitend is. Echter, als OZHZ geconfronteerd wordt met incidentele uitgaven die leiden tot een nadelig exploitatieresultaat, dan wordt dit nadelige resultaat ten laste gebracht van de deelnemers in de GR OZHZ.

De wijze waarop dit gebeurt is vastgelegd in de financiële verordening OZHZ. Het weerstandsvermogen/de algemene reserve van OZHZ wordt gevoed uit de positieve exploitatieresultaten, totdat de vereiste weerstandscapaciteit is bereikt. Hieronder vindt een verdere uitwerking plaats van het risicoprofiel. De totale benodigde weerstandscapaciteit wordt vervolgens gerelateerd aan de aanwezige weerstandscapaciteit. Risicoprofiel Omgevingsdienst

30

Waarschijnlijkheid Zeer hoog

Kans > 75%

Hoog

Kans > 50% en < 75%

Medium

Kans > 25% en < 50%

Laag

Kans < 25%

Impact Groot

financieel risico > € 400.000

Medium

financieel risico > € 150.000 en < € 400.000

Klein

financieel risico < € 150.000

Algemeen Het AB heeft in 2023 besloten om in vier jaar het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau te brengen, door in elk geval de (eventuele) positieve rekeningresultaten uit die jaren, toe te voegen aan de algemene reserve (en dus niet terug te geven aan de deelnemers). Met het positieve resultaat over het boekjaar 2024 ad € 604.000 is het weerstandsvermogen toegenomen tot een bedrag ad € 939.000. De verwachting is dus dat in het jaar 2025 het weerstandsvermogen weer terug is op het gewenste niveau. 1.

Bezuiniging wettelijke taken

Met de uitvoering van wettelijke taken is een budget van circa € 31,4 mln. gemoeid. Gegeven de financiële positie van gemeenten is de kans op bezuinigingen medium (50%). Met inbegrip van onderstaande beheersmaatregelen is de financiële impact medium (€ 377.000). Daarbij is ervan uitgegaan dat het effect gedurende een periode van 2 jaar kan worden gedekt uit het weerstandsvermogen. Beheersmaatregelen -

De gemeenten hebben een minimaal regionaal uitvoeringsniveau (RUN) vastgesteld voor de uitvoering van milieutaken. Daarmee is een zekere mate van continuïteit gewaarborgd.

-

PZH heeft in dit kader de nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) vastgesteld.

-

Daarnaast zijn in de bijdrageverordening bepalingen opgenomen ten aanzien van de meerjarige budgetten. Opdrachtgevers die individueel meer willen bezuinigen dan de norm van 2% per jaar, dienen een frictievergoeding te betalen.

-

Het capaciteitsbeleid van OZHZ. Voor de wettelijke taken geldt dat budgetten binnen zekere marges mogen fluctueren. Doelstelling is om 90% van de benodigde capaciteit in te vullen met eigen formatie.

-

Voor het restant wordt de zogenaamde “flexibele schil” ingezet.

-

Structurele effecten worden opgevangen in het tarief.

Benodigde weerstandscapaciteit Vanwege bovengenoemde beheersmaatregelen beperkt de benodigde weerstandscapaciteit zich grotendeels tot de schaalnadelen, in geval van bezuinigingen. Inschatting is een bedrag van circa € 189.000. 2.

Overige omzet

De overige taken betreffen onder meer de offertetaken en subsidies. Met de uitvoering is een budget van circa € 2,8 mln. per jaar gemoeid. De kans op bezuinigingen is hoog (75%). Gerekend over een periode van 1 jaar en met inbegrip van onderstaande beheersmaatregelen wordt de financiële impact ingeschat op hoog (€ 849.000). 31

Beheersmaatregelen Voor de adviestaken geldt dat er tot nu toe geen sprake is van enige verplichting naar gemeenten om werk bij OZHZ neer te leggen. Doelstelling is om 90% van de benodigde capaciteit in te vullen met eigen formatie. Voor het restant wordt de zogenaamde “flexibele schil” ingezet. Daarmee kan flexibel worden ingespeeld op omzetfluctuaties.

Benodigde weerstandscapaciteit Vanwege bovengenoemde beheersmaatregelen beperkt de benodigde weerstandscapaciteit zich tot de schaalnadelen, in geval van bezuinigingen. Op basis van de jaarrekening is de inschatting circa € 637.000. 3.

Ziekteverzuim

In de begroting wordt uitgegaan van een norm voor ziekteverzuim van 5%. In geval van een hoger ziekteverzuim, is er sprake van productiviteitsverlies. Een laag risico is reëel gezien de ervaringscijfers over 2024 (uitkomst ziekteverzuim over 2024 is 4,8%); de financiële impact met inbegrip van onderstaande beheersmaatregelen is groot (€ 548.000), gerekend over een periode van een jaar. De kans wordt ingeschat op laag (25%). Beheersmaatregelen: -

Het verzuimbeleid van OZHZ.

-

Monitoren ziekteverzuim gedurende het jaar.

-

De norm van 5% is financieel vertaald in de begroting.

Benodigde weerstandscapaciteit Door bovengenoemde beheersmaatregel is een weerstandscapaciteit benodigd van circa € 137.000.

4.

SGD samenwerking

Op dit moment wordt er gewerkt aan een nieuw dienstverlenings- en financieringsmodel van de Servicegemeente Dordrecht. De financiële effecten van dit model zijn op dit moment nog niet te overzien. Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid accepteert een risico tot een bandbreedte van 7,5% van het offertebedrag voor de jaren 2026 en 2027. Het offertebedrag bedraagt € 1.862.000. De kans wordt ingeschat op medium (50%). Beheersmaatregelen: -

Actief overleg met de deelnemers.

-

Marktverkenning.

Benodigde weerstandscapaciteit Door bovengenoemde beheersmaatregel is een weerstandscapaciteit benodigd van circa € 70.000. 5.

Herziening omgevingsrecht

De Omgevingswet heeft betrekking op bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, water, natuur, infrastructuur en ontgrondingen en raakt daarmee rechtstreeks het werkdomein van OZHZ. Thans lopende separate wetstrajecten als de eerdergenoemde Wkb en de VTH-kwaliteitseisen zullen op termijn (deels of geheel) onderdeel worden van de Omgevingswet. Gekozen is voor een Omgevingswet als raamwerk, waarbij uitwerking van diverse 32

vraagstukken en onderwerpen die voor de uitvoeringspraktijk cruciaal zijn, in onderliggende regelgeving plaatsvindt. Op dit moment is er nog veel onzekerheid over de impact voor OZHZ en zijn opdrachtgevers. Beheersmaatregelen Het capaciteitsbeleid van OZHZ. Voor de wettelijke taken geldt dat budgetten binnen zekere marges mogen fluctueren. Doelstelling is om 90% van de benodigde capaciteit in te vullen met eigen formatie. Voor het restant wordt de zogenaamde “flexibele schil” ingezet. Benodigde weerstandscapaciteit Gegeven de onzekerheden kan de financiële impact nog niet worden bepaald. Weerstandscapaciteit versus benodigde weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit van OZHZ bestaat uit de algemene reserve en de post onvoorzien. De omvang van het weerstandsvermogen per ultimo 2024 bedraagt € 939.000 (na toevoeging van het positieve exploitatieresultaat 2024 aan de algemene reserve). Gegeven het risicoprofiel is een weerstandsvermogen van € 1.033.000 benodigd. Het effect van de Omgevingswet is opgenomen als p.m. Bovenstaande bedragen resulteren in een weerstandsratio van 0,9. De normering voor omgevingsdiensten om te voldoen aan de robuustheidscriteria qua weerstandsratio bedraagt 0,8. Bovenstaande is op basis van de stand van zaken per 31 december 2024. Naar verwachting zal het weerstandsvermogen ultimo 2025 weer terug zijn op het gewenste niveau.

5.2 Onderhoud kapitaalgoederen De omvang van de kapitaalgoederen is relatief beperkt, aangezien OZHZ de kapitaalgoederen grotendeels huurt of leaset. Het gaat daarbij om: - Het huurcontract inzake de locatie Post 120; - De uitbesteding van de ICT-dienstverlening bij het SGD (en derhalve geen eigen investering in een netwerk, rekencentrum en generieke hardware); - Leasecontracten voor het wagenpark. De kapitaalgoederen van OZHZ betreffen voornamelijk gedane investeringen in de sfeer van huisvesting: OZHZ heeft in 2021 en 2022 fors geïnvesteerd om het kantoor geschikt te maken voor het hybride werken. Daarbij hoorden niet alleen de investeringen in het gebouw, maar ook de aanschaf van laptops voor alle medewerkers, docking stations voor alle werkplekken op kantoor, verbeterde audiovisuele apparatuur in de vergader- en projectruimtes, etc. Bij de vorming van OZHZ zijn de vaar- en voertuigen en specifieke apparatuur “om niet“ overgenomen van de provincie. De onderhoud- en gebruikskosten van deze activa worden gedekt uit de provinciale bijdrage. Binnen de materiële budgetten die vanuit de provincie zijn opgenomen bij OZHZ zijn middelen vrijgemaakt om de kapitaallasten te kunnen opvangen van de noodzakelijke vervangingen van de kapitaalgoederen.

Bij de start van OZHZ is met de provincie overeengekomen dat de provincie de eerstkomende vervanging van het vaartuig De Pandion voor zijn rekening neemt. De Pandion is in 2024 in gebruik genomen.

33

Onderstaand een overzicht van de materiële vaste activa per categorie.

Bedragen x €

5.3 Financiering De financieringsparagraaf in de begroting is een belangrijk instrument voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. In het Treasurystatuut Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid (vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 20 maart 2025) zijn het begrippenkader en de doelstellingen van de treasury functie geformuleerd en geconcretiseerd naar de verschillende deelgebieden van treasury, risicobeheer, financiën en kasbeheer. Ook zijn de organisatorische randvoorwaarden weergegeven. Tot slot zijn in het statuut de uitgangspunten vastgelegd voor de informatie die noodzakelijk is om het gehele proces beheersbaar en meetbaar te houden. Algemene ontwikkelingen De treasury functie is gebaseerd op de Wet Fido. Een belangrijk element is het meer zicht krijgen op de ontwikkeling van de financieringspositie, zowel op de korte als lange termijn. Dit betreft met name het in beeld brengen van de behoefte aan financieringsmiddelen, gerelateerd aan de investeringsplanning en de inzet van vrijvallende dan wel beschikbaar komende financieringsmiddelen. Per 16 december 2013 is het Schatkistbankieren ingegaan. Decentrale overheden zijn verplicht om dagelijks overtollige kasgelden over te boeken naar het Rijk. Risicobeheer Algemene uitgangspunten met betrekking tot het risicobeheer zijn: 

Leningen en garanties uit hoofde van de "publieke taak" worden uitsluitend verstrekt aan door het Algemeen Bestuur goedgekeurde derde partijen;

Uit hoofde van de treasury functie kunnen middelen worden uitgezet indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet gericht zijn op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico;

Het gebruik van derivaten is niet toegestaan.

Renterisicobeheer Algemene uitgangspunten met betrekking tot het renterisicobeheer zijn: 

Geen overschrijding van de renterisico norm conform de Wet Fido; 34

Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning;

De rente typische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie;

Streven naar spreiding in de rent typische looptijden en uitzettingen.

Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de wet FIDO een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop de organisatie haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming, dus met uitzondering van de stortingen in de reserves. Voor 2024 bedraagt deze limiet 8,5% van € 35,03 mln. (omvang bijgestelde begroting) = € 2,98 mln. De liquide middelen betreffen rekening-courant tegoeden; deposito’s komen voort uit de financiering van het lopende bedrijf en de bestemmingsreserves. De totale netto vlottende schuld bedraagt -/- € 1,92 mln. en blijft daarmee ruim binnen de toegestane kasgeldlimiet. De ruimte bedraagt € 4,90 mln. Kasgeldlimiet Omvang begroting

31-12-2024

31-12-2023

35.032

32.878

1 Toegestane kasgeldlimiet Percentage

8,5%

8,5%

Bedrag

2.978

2.795

opgenomen gelden < 1 jaar

0

0

schuld in rekening courant

0

0

door derden gestorte gelden 1 < jaar

0

0

overige schulden

1.555

1.669

Totaal

1.555

1.669

1

0

3.472

2.775

0

0

3.473

2.776

Totaal netto vlottende schuld (2 -/- 3)

-1.918

-1.107

Toegestane kasgeldlim iet

2.978

2.795

Ruimte

4.896

3.901

2 Vlottende schuld

3 Vlottende middelen contante gelden in kas tegoeden in rekening courant overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal 4 Toets kasgeldlimiet

Bedragen x € 1.000 35

Renterisico norm Het renterisico op de lange financiering wordt wettelijk begrensd door de renterisico norm. Als lange financiering wordt volgens de wet Fido aangemerkt: alle financieringsvormen met een rente typische looptijd groter dan 1 jaar. Het renterisico wordt gedefinieerd als het minimum van de netto nieuw aangetrokken schuld en de betaalde aflossingen, vermeerderd met het saldo van de contractuele renteherzieningen op de opgenomen en uitgezette geldleningen. Het renterisico op de lange termijn wordt beperkt tot de in de wet genoemde 20% van de restant hoofdsom van de rente typische langlopende leningen. Achterliggende reden voor het gebruik van de renterisico norm is de spreiding van het renterisico over de jaren. Doordat OZHZ per 31 december 2024 geen leningen heeft uitstaan is het renterisico nihil. Ook zijn er in 2024 geen kortlopende leningen aangegaan.

Bedragen x € 1.000 Relatiebeheer Het betalingsverkeer is geconcentreerd bij de NV Bank voor Nederlandse Gemeenten. In 2013 heeft OZHZ een (verplichte) overeenkomst afgesloten met het ministerie van Financiën inzake het schatkistbankieren. Leningenportefeuille OZHZ heeft in 2024 geen leningen afgesloten. De stand van langlopende leningen is zowel per 1 januari 2024 als per 31 december 2024 nihil.

36

Overige kentallen Ook op grond van de netto schuldquote, solvabiliteit en structurele exploitatieruimte kan worden geconcludeerd dat de vermogenspositie van OZHZ op orde is. Indicatoren financiering

Rekening 2023

Begroting 2024

Rekening 2024

Netto schuldquote

18,2%

6,0%

33,8%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

18,2%

6,0%

33,8%

Solvabiliteitsratio

7,7%

28,8%

6,9%

Grondexploitatie

0,0%

0,0%

0,0%

Belastingcapaciteit

0,0%

0,0%

0,0%

Structurele exploitatieruimte

0,2%

0,6%

0,0%

Schatkistbankieren Conform het Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om dagelijks overtollige kasgelden over te boeken naar het Rijk. OZHZ mag gemiddeld € 1 mln. aan middelen aanhouden buiten de schatkist (het zogenaamde drempelbedrag). Om te voorkomen dat OZHZ het drempelbedrag overschrijdt zijn de afspraken met de BNG inzake de afroming en overboeking aangescherpt. BNG roomt het banksaldo dagelijks automatisch af vanaf 200.000 euro en boekt het overschot over naar de schatkistrekening bij het Rijk. In 2024 is OZHZ ruimschoots onder het drempelbedrag gebleven. Onderstaand is de berekening van het drempelbedrag nader toegelicht en is de realisatie weergegeven.

37

5.4 Bedrijfsvoering Organisatie en personeel Formatie en capaciteitsbeleid De omzet van OZHZ is per taakveld in verschillende mate variabel. Voor de wettelijke taken geldt dat budgetten binnen zekere marges mogen fluctueren. Voor de adviestaken geldt dat er tot dusver geen sprake is van enige verplichting voor gemeenten en provincie om opdrachten bij OZHZ neer te leggen. Ook subsidieontvangsten hebben een variabel karakter. Tegen deze achtergrond streeft OZHZ flexibilisering na ten aanzien van de eigen interne capaciteit. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in de verschillende taakvelden; onderdelen met een meer variabele omzet (bijvoorbeeld bouw en expertise en advies) hebben een hogere flexibele schil, dan de onderdelen die de wettelijke milieutaken uitvoeren. Onderstaande figuur geeft het capaciteitsbeleid samengevat weer:

3. Flexibele incidentele capaciteit (flexibele schil)

2. Flexibele formatie Benodigde capaciteit (formatie) in begroting.

1. Vaste formatie

Doelstelling is een totale flexibele capaciteit (flexibele formatieve en flexibele incidentele capaciteit) van gemiddeld 10%. De inhuur van extern personeel vindt plaats volgens het principe van een Dynamisch Aankoop Systeem. Op deze manier voldoen we aan de aanbestedingsregels die gelden voor het inhuren van personeel. Dit geldt voor alle vormen van inhuur voor de operationele taken. Daarnaast proberen we zoveel mogelijk samen te werken met andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland en afspraken te maken om over en weer personeel te kunnen detacheren in die gevallen waarin vraag en aanbod op elkaar kunnen worden afgestemd. In het Sociaal Jaarverslag 2024 wordt een verdere toelichting gegeven over ontwikkelingen op het gebied van de omvang van de organisatie en het verloop van het ziekteverzuim. Ook worden hierin de verdere resultaten, uitdagingen en ontwikkelingen op het gebied van personeel toegelicht. HR-agenda In 2024 bleef de focus van OZHZ onverminderd liggen op het invullen van vacatures. Elders in deze jaarstukken is hier al een toelichting op gegeven. Op het gebied van de arbeidsmarkt wordt er ook samengewerkt met de andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland onder de naam “De Betere Wereldbaan”. Op dit moment zijn de 38

belangrijkste successen een gezamenlijke website waar alle vacatures op staan, gezamenlijk bezoek van beurzen en stagemarkten en het traineeship. Op dit moment wordt verder onderzocht op welke punten verdere samenwerking mogelijk is. Daarnaast is het vasthouden van personeel een belangrijk aandachtspunt geweest. Zo zijn er regelingen opgesteld of verduidelijkt die het voor personeel aantrekkelijk(er) maken om bij OZHZ te blijven werken. Een belangrijk speerpunt daarbij is het vasthouden van de jongeren, mede omdat zij op de arbeidsmarkt een mobiele groep zijn. Ook dit jaar kregen de nieuwe medewerkers onder de 30 jaar een opleidingsprogramma. Uit de evaluatie is gebleken dat zij hier veel baat bij hebben en dus zal dit de komende jaren worden gecontinueerd. Ook is voor de jongeren een aparte sessie georganiseerd over hoe je zelf aan het roer komt te staan voor je eigen ontwikkeling en hoe je dat toepast binnen OZHZ. Uiteraard is er ook aandacht geweest voor medewerkers met meer ervaring. Er is beleid gemaakt op het gebied van workation, het tijdelijk verhogen van de arbeidsduur en is er een verduidelijking aangebracht van de doorgroeimogelijkheden. Daarnaast blijkt uit de gesprekken met deze groep medewerkers dat hun behoefte ten eerste best uiteenlopend zijn en dat daarnaast uitgesproken waardering voor hen van belang is.

Voor beide zaken geldt dat voldoende tijd en aandacht van het management hiervoor essentieel is. Het belang hiervan is in verschillende sessies met het management besproken. De komende periode zal de focus erop liggen om alle acties, beleidslijnen en mogelijkheden die de afgelopen jaren zijn gecreëerd en die ook nog verder verbeterd moeten worden te verankeren in overkoepelende instrumenten als een functiehuis en een nieuwe Strategische Personeelsplanning (SPP). Data en informatie Maatschappelijke ontwikkelingen en wetgeving zoals de Wet open overheid (WOO) vragen om steeds meer publieke informatie en inzicht in de besluitvorming van de overheid. Ook de Omgevingswet vereist dat applicaties, processen en documenten duurzaam toegankelijk zijn. Door de overgang naar ons nieuwe DMS/Zaaksysteem Djuma hebben we de kans om grote stappen te maken met het op orde brengen van onze archieven en het verbeteren van de datakwaliteit. Een strategie hiervoor is uitgewerkt en hier zal in 2025 inhoudelijk verder opvolging aan gegeven worden. Naast dat deze stap belangrijk is om voor onze medewerkers betere toegankelijkheid tot het archief te waarborgen, is dit ook een noodzakelijk stap om datatoegankelijkheid en kwaliteit te optimaliseren, zoals vereist door de landelijke robuustheidscriteria (business intelligence).

In 2024 is binnen de unit Data en ICT (DIT) de strategische en tactische sturing op data en ICT verankerd en kan data concreet waarde toe gaan voegen aan de producten van OZHZ. Uitgangspunten van de werkwijze zijn: risicogericht, datagestuurd en een ketenaanpak. In het afgelopen jaar heeft de focus gelegen op: -

Duidelijkheid creëren waar data het verschil moeten maken voor OZHZ. Er zijn grote stappen gezet in het ontwikkelen van een proces om nieuwe aanvragen naar resultaat te brengen. Daarnaast is er veel vooruitgang geboekt in de samenwerking met andere onderdelen van de organisatie.

-

Er is gestart met de implementatie van Djuma, het nieuwe DMS en MyForms, een applicatie voor de monitoring van de VTH-kwaliteitscriteria is in gebruik genomen.

-

Samen met Key Users worden continue verbeteringen doorgevoerd in de inrichting van onder andere onze VTH-applicatie OpenWave. Een van de belangrijkste sporen is de herinrichting en doorontwikkeling 39

van het omgevingsdossier. Dit is een belangrijke drijver voor het verbeteren van de datakwaliteit in OpenWave. -

Een andere belangrijke drijver voor het verbeteren van de datakwaliteit, zijn de informatieproducten (dashboards, gegevensverzamelingen etc.) die ontwikkeld worden. Continue monitoring van de (verbeterde) datakwaliteit die de basis vormt voor deze producten, wordt samen met de data-eigenaren ingericht.

-

Heldere en stevige regie op data en ICT (beheer en verandering). Bijvoorbeeld door het definiëren van duidelijke datastromen en een transparante ICT-architectuur met bijbehorende kwaliteitscriteria. Daarnaast worden nieuwe werkwijzen geïmplementeerd, met helder omschreven rollen en verantwoordelijkheden, waarbij gebruik wordt gemaakt van agile-werkmethoden. Het data- en ICTlandschap dat OZHZ beheert is tevens opgedeeld in overzichtelijke domeinen, waaraan specifieke verantwoordelijkheden en functies en rollen zijn gekoppeld op verschillende organisatieniveaus.

-

De afronding van de opbouw van de DIT-unit is gerealiseerd door het invullen en aanpassen van de formatie, en het afstemmen van het formatieplan op de werkprocessen.

Privacy en informatiebeveiliging Over privacy en informatiebeveiliging valt het volgende te melden: -

Het Register van verwerkingen is geactualiseerd vanwege o.a. inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het register volgt daarbij de geactualiseerde mandaten van de gemeenten en provincie, waarmee meteen ook duidelijk voor welke verwerkingen van persoonsgegevens OZHZ als 'verwerker' kwalificeert in de zin van de AVG. Het register is in te zien via de website van OZHZ.

-

Alle gemeenten en de provincie Zuid-Holland hebben inmiddels de verwerkersovereenkomst met OZHZ getekend.

-

In 2025 wordt een geactualiseerd privacybeleid voorgelegd aan het DB. Dit is voorbereid met partijen in de Drechtsteden. Samen met partijen in de Drechtsteden is ook het strategisch informatiebeveiligingsbeleid geactualiseerd. Dit wordt in Q1 van 2025 ter vaststelling aan het DB voorgelegd.

-

Het proces om in voorkomende gevallen verwerkersovereenkomsten te sluiten in aanvulling op een hoofdovereenkomst is begin 2024 aangescherpt. OZHZ maakt hierbij gebruik van de modeldocumenten van de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) van de VNG. OZHZ houdt een apart register van verwerkersovereenkomsten bij.

-

OZHZ is sinds juli 2024 aangesloten bij het landelijke algoritme-register. Zie: https://algoritmes.overheid.nl/nl/algoritme/octobox-anonimiseren-omgevingsdienst-zuidhollandzuid/55725558#algemeneInformatie. Vooralsnog betreft dit alleen het gebruik van de applicatie Octobox Anonimiseren voor het herkennen en anonimiseren van privacygevoelige informatie in documenten.

-

In 2024 was sprake van 8 datalekken. Deze hadden te maken met het toe- of doorsturen van persoonsgegevens naar een verkeerde ontvanger (5x), inloggen na contractdatum (2x) en de algehele ICTverstoring in juni 2024 (1x). In geen van deze gevallen zijn bijzondere persoonsgegevens gelekt. In één geval is contact opgenomen met een betrokkene wiens gegevens waren gelekt. In geen enkel geval behoefde een melding te worden gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

-

Er waren in 2024 geen verzoeken van betrokkenen (inzage enz.) of klachten in het kader van de AVG of Wpg.

-

Training van medewerkers om het bewustzijn te verhogen over het omgaan met persoonsgegevens en informatiebeveiliging geschiedt met de e-learning van de applicatie 'Sir Askalot'. En daarnaast met 40

regelmatige berichtgeving op intranet (SID) aan de hand van de actualiteit, zoals een Drechtstedenbrede phishing-actie en algemene nieuwsberichten over bijvoorbeeld datalekken en gehackte organisaties. -

De Functionaris Gegevensbescherming heeft over 2024 nog geen jaarverslag uitgebracht. Ook over 2023 is geen verslag uitgebracht. Een en ander volgt naar verwachting, wellicht gecombineerd, in Q1 van 2025.

-

Er zijn eind 2024 afspraken gemaakt tussen de 5 omgevingsdiensten in Zuid-Holland om intensiever te gaan samenwerken bij vraagstukken over informatiebeveiliging en privacy. De DCMR Milieudienst Rijnmond krijgt hierin een centrale rol. Voorafgaand hieraan voerde een extern bureau een onderzoek uit bij de omgevingsdiensten.

Omdat OZHZ ook boa's in dienst heeft moet ook worden voldaan aan de Wpg. De FG Wpg heeft een jaarverslag 2024 opgesteld dat in Q1 van 2025 aan het DB wordt voorgelegd. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. OZHZ heeft afspraken gemaakt met een extern bureau over de verplichte Wpg-audit in 2025. Rechtmatigheid In 2024 is er sprake van onrechtmatigheden onder de verantwoordingsgrens. Dit betreft de leverancier van het oude DMS systeem. In het verleden is deze leverancier als onzeker beoordeeld omdat de wijze van aanbesteden in het verleden onbekend was. Met de nieuwe wetgeving rondom de rechtmatigheid zijn de uitgaven over 2024 ad € 36.000 onrechtmatig. Met de ingang van het nieuwe DM systeem wordt dit contract beëindigd. De overige bedrijfskosten hebben een overschrijding van € 53.037. De overschrijding van de overige bedrijfskosten word aangemerkt als onrechtmatigheid. M&O beleid OZHZ heeft geen specifiek M&O-beleid; gelet op de aard van de primaire taken die OZHZ uitvoert en de financiële processen die daaraan ten grondslag liggen, achten wij een M&O-beleid niet relevant. Immers, OZHZ verstrekt geen subsidies, uitkeringen of andere voorzieningen of emolumenten waar misbruik of oneigenlijk gebruik van kan worden gemaakt.

Een collegiale afstemming met andere omgevingsdiensten, die dezelfde producten leveren en processen hebben ingericht, leert dat ook de andere omgevingsdiensten geen aanleiding zien om M&O-beleid te ontwikkelen. Waar het het risico op fraude betreft, kunnen wij vermelden dat wij eind 2024 een uitgebreide frauderisico analyse hebben uitgevoerd die in 2025 zal worden vastgesteld. Fraudepreventiebeleid Het afgelopen jaar heeft OZHZ veel aandacht besteed aan fraudepreventie. We hebben een nieuwe frauderisicoanalyse uitgevoerd en het staat frequent op de agenda van DB en directie/management. Daarnaast maakt OZHZ ook gebruik van de regionale regelingen zoals beschreven in de richtlijn voor onderzoek naar melding vermoeden misstand Drechtsteden / Zuid-Holland Zuid. Daarnaast is er een centraal regionaal meldpunt integriteit in ontwikkeling om te voldoen aan de nieuwe wet Wet Bescherming klokkenluiders, de Arbowet en vanuit goed werkgeverschap (BW). 5.5 Openbaarheidsparagraaf In artikel 3.5 (Openbaarheidsparagraaf) van de Wet open overheid (Woo) wordt voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering 41

van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Deze begroting en jaarlijkse verantwoording vloeien voort uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In de memorie van toelichting bij de Woo staat onder andere dat met dit artikel beoogd wordt een impuls te geven aan de actieve openbaarheid door voor te schrijven dat bestuursorganen in hun begroting en verantwoordingsverslag aan moeten geven hoe zij rekening houden met de bepalingen uit de Woo. De openbaarheidsparagraaf Woo moet in de begroting en jaarstukken worden opgenomen via een afzonderlijke paragraaf, zoals de in artikelen 9 en 26 van het BBV genoemde paragrafen. Deze verplichting geldt sinds de jaarstukken 2022. OZHZ handelt de meeste ingekomen verzoeken op basis van de Woo af op basis van het verleende mandaat van de gemeenten en provincie Zuid-Holland. Een overzicht daarvan is hieronder opgenomen. Daarnaast kan op basis van de Woo een verzoek worden ingediend bij de bestuursorganen van de gemeenschappelijke regeling. Dat is in 2024 niet voorgekomen. De Woo is op 1 mei 2022 in werking getreden. Het doel van de wet is overheden transparanter te maken. De Woo-contactpersoon is een nieuwe rol per 1 mei 2022. De Woo-contactpersoon beantwoordt op laagdrempelige wijze vragen over de bij de gemeente beschikbare informatie.

Bij OZHZ is de manager van de unit Bedrijfsondersteuning aangewezen als Woo-contactpersoon. Medewerkers van OZHZ zijn getraind in de toepassing van de Woo en hebben de werkprocessen en -instructies al in 2022 aangepast. Er is ook een speciale intranet (SID-) pagina beschikbaar over de Woo en een praktische handreiking om Woo-verzoeken te behandelen. Veel meer dan de Wob legt de Woo de nadruk op actieve openbaarmaking. Actieve openbaarmaking betreft het uit eigen beweging (digitaal) publiceren van overheidsinformatie. De Woo stelt de verplichting om 17 gespecificeerde informatiecategorieën openbaar te maken. Deze verplichting gaat echter niet voor alle categorieën op hetzelfde moment gelden. Het wordt gefaseerd ingevoerd. De eerste fase liep af op 1 november 2024. OZHZ voldoet hieraan, wat ook te lezen is in het Woo-register: https://organisaties.overheid.nl/woo/28093502/Omgevingsdienst_Zuid-Holland_Zuid. In het wijzigingsvoorstel van de gemeenschappelijke regeling (AB 30 november 2023) zijn, naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen, de openbaarmakingsbepalingen aangevuld voor wat betreft de actieve openbaarmaking van stukken van het DB en AB. De wijziging van de gemeenschappelijke regeling treedt begin 2025 in werking.

In de context waarin OZHZ werkt is het overigens veelal aan de gemeenten en provincie om aan te geven hoe zij willen omgaan met de actieve openbaarmaking van verzoeken en openbaargemaakte informatie. Met Dordrecht zijn daarover bijvoorbeeld afspraken gemaakt over de publicatie op hun website. Met andere gemeenten moeten die afspraken nog worden gemaakt. Dat wordt in 2025 verder opgepakt. Daarnaast vindt actieve openbaarmaking van onder andere sanctiebesluiten al enkele jaren plaats op basis van een door alle colleges vastgesteld openbaarmakingsbeleid. In het kader van het landelijke traject IBP Versterking VTH-stelsel is in 2024 de actieve openbaarmaking van sanctiebesluiten inmiddels verder ontwikkeld.

42

Afgehandelde Woo-verzoeken in 2024: Bevoegd gezag:

Aantal:

Alblasserdam

2

Dordrecht

22

Gorinchem

0

Hoeksche Waard

1

Hardinxveld-Giessendam

0

Hendrik-Ido-Ambacht

0

Molenlanden

5

Papendrecht

3

Sliedrecht

1

Zwijndrecht

1

Provincie Zuid-Holland

3

OZHZ

0

Totaal

38

43

Deel II: Jaarrekening 2024 De jaarrekening bestaat uit de balans en overzicht van baten en lasten en met toelichting. Via de balans en het overzicht van baten en lasten wordt financiële verantwoording afgelegd over het in 2024 gevoerde beleid.

44

1. Balans per 31 december 2024 Balans per 31 december 2024 (bedragen in €)

ACTIVA

2024

2023

VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio

-

-

-

-

-

-

Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Bijdragen aan activa in eigendom van derden Materiële vaste activa Investeringen: met een economisch nut met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut In erfpacht gegeven gronden Financiële vaste activa Kapitaalverstrekking aan: deelnemingen gemeenschappelijke regelingen overige verbonden partijen Leningen aan: woningbouwcorporaties deelnemingen overige verbonden partijen openbare lichamen (art. 1a Wet Fido) overige langlopende leningen Uitzettingen: in ’s Rijks schatkist met een looptijd van één jaar of langer in de vorm van Nederlands schuldpapier met een looptijd van één jaar of langer overige met een looptijd van één jaar of langer

3.637.242 3.637.242

2.682.883 2.682.883

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

TOTAAL VASTE ACTIVA

3.637.242

2.682.883

VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Grond- en hulpstoffen Onderhanden werk, inclusief bouwgronden in exploitatie Gereed product en handelsgoederen Vooruitbetalingen Uitzettingen Deze hebben een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen (art. 1a Wet Fido) Overige verstrekte kasgeldleningen Rekening courant verhouding met het Rijk Rekening courant verhouding met overige niet-financiële instellingen Overige vorderingen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een looptijd korter dan één 1 jaar Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een looptijd korter dan één 1 jaar Overige uitzettingen met een looptijd korter dan één 1 jaar

9.706.128

Bank, inclusief kruisposten Overlopende activa Nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel van: Europese overheidslichamen het Rijk overige Nederlandse overheidslichamen Overige nog te ontvangen c.q. vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

3.607.996

6.242.021

1.031.640

3.464.107

2.576.356

-

-

-

-

-

-

Liquide middelen Kas

-

8.822 508

199.463 397

8.314

199.066 876.359

742.020

2.060.675

1.670.592

134.339

390.083

TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA

10.591.309

5.868.134

TOTAAL ACTIVA

14.228.551

8.551.017

45

Balans per 31 december 2024 (bedragen in €)

PASSIVA

2024

2023

VASTE PASSIVA Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves

169.201 215.092

Saldo van de rekening

604.106

988.399

Voorzieningen Voorzieningen

Vaste schulden Deze hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer Obligatieleningen Onderhandse leningen van: binnenlandse pensioenfondsen en verzekeraars binnenlandse banken en overige financiële instellingen binnenlandse bedrijven openbare lichamen (art. 1a Wet Fido) overige binnenlandse sectoren buitenlandse instellingen Door derden belegde gelden Waarborgsommen Overige leningen en vooruitontvangen bedragen

654.962 797.744 485.762 -628.544

675.713 675.713

31.500 31.500

-

-

-

-

-

-

-

-

TOTAAL VASTE PASSIVA

1.664.112

686.462

1.555.138

1.669.190

VLOTTENDE PASSIVA Vlottende schulden Deze hebben een rentetypische looptijd korter dan één jaar Kasgeldleningen aangegaan bij: openbare lichamen (art. 1a Wet Fido) overige partijen Banksaldi Overig Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume Ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren van: Europese overheidslichamen het Rijk overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

1.555.138

1.669.190 11.009.301

6.195.365

2.578.755

3.037.319

8.232.973

2.800.610

197.573

357.436

TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA

12.564.439

7.864.555

TOTAAL PASSIVA

14.228.551

8.551.017

46

1.1

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Algemeen De jaarrekening is opgemaakt in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, tenzij anders vermeld. Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, tenzij anders vermeld. De baten en lasten zijn toegerekend aan de periode waarop deze betrekking hebben. Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: - De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art.

17 Financiële-verhoudingswet; - De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: • Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 28 november 2024 door het algemeen bestuur is vastgesteld; • Voor het begrotingscriterium heeft het dagelijks bestuur en algemeen bestuur in de financiële verordening afspraken gemaakt over wanneer overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van lasten en baten en investeringsbudgetten (kredieten) in een begrotingswijziging aan het algemeen bestuur voorgelegd moeten worden. Afgesproken is dat deze tijdig gemeld zijn indien deze in de jaarrekening toegelicht worden. • Ten aanzien van het M&O criterium heeft Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid geen vastgesteld M&O beleid en heeft dit toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: • Een verantwoordingsgrens van 3% (zijnde € 1.027.000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; • Een rapporteringstolerantie van € 100.000,- is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.

Activa Vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de van derden ontvangen investeringsbijdragen en afschrijvingen. De verkrijgingsprijs bestaat uit de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van het product of dienst en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegekend. Afschrijving vindt lineair plaats op basis van de geschatte economische levensduur. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn bepaald op basis van artikel 8, tweede lid, van de Financiële en controleverordening: a.

Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.

b.

Technische installaties in bedrijfsgebouwen in 15 jaar. 47

c.

Automatiseringsapparatuur in 3 jaar.

d.

Kantoormeubilair in 10 jaar.

e.

Motorvaartuigen via de componentenbenadering met de volgende onderdelen:

-

e1 casco 40 jaar.

-

e2 technische installaties 20 jaar.

-

e3 accu's 15 jaar.

-

e4 bijboot 10 jaar.

f.

Aanhangwagens, personenauto’s, lichte motorvoertuigen en fietsen in 5 jaar.

OZHZ beschikt niet over gronden en terreinen In overeenstemming met artikel 8 " Waardering en afschrijving van vaste activa" van de Financiële en controleverordening worden activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 450 niet geactiveerd. Voorraden De als “onderhanden werken” opgenomen producten zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals het aantal bestede uren tegen integrale kostprijs). Uitzettingen korter dan één jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte kansen op inning. Overlopende activa en liquide middelen De overlopende activa en de liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Passiva Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Eigen vermogen Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het resultaat voor bestemming. Voor zover het algemeen bestuur gedurende het jaar besluiten over bestemmingsreserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1052/documents/15407