A08. 20220105 Gemeente Zeist, M50 nieuwe datum 7 februari webinair Wonen en Verduurzamen in Middelgroot.pdf
Tekst van het document
_________ 57
Edward Glaeser, Triumph of the City, New York, 2011; Zef Hemel, De toekomst van de stad. Een pleidooi voor de metropool, Amsterdam, 2016.
58
Gerard Marlet, Marten Middeldorp, Roderik Ponds en Clemens van Woerkens, Atlas voor gemeenten 2019. Groei & krimp, Utrecht, 2019, blz. 15, 18 en 19.
59
NIDI en CBS, Bevolking 2050 in beeld. Drukker, diverser en dubbelgrijs. Deelrapport Verkenning Bevolking 2050, Den Haag, 7 juli 2020.
Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten
De coronacrisis en de naweeën van de crisis kunnen de bevolkingsprognoses aanzienlijk gaan beïnvloeden. Komen ná de pandemie de arbeidsmigranten en buitenlandse studenten weer in dezelfde mate naar Nederland als vóór de crisis? Voor de eigen en regionale woningbouwafspraken is het van belang om de ontwikkeling van het saldo van de buitenlandse én binnenlandse migratie goed te blijven volgen. Valt de motor van de bevolkingsgroei (buitenlandse migratie, binnenlandse migratie en soms natuurlijke aanwas) in belangrijke mate weg, dan kunnen de woningbouwplannen té ambitieus zijn. Een aandachtpunt is verder dat op termijn niet de beschikbare woningen de bevolkingsgroei mede mogelijk maken, maar de mate waarin de vrijkomende woningen van de vergrijzende bevolking weer bezet gaan worden. Dit zijn voor de middelgrote gemeenten ingewikkelde keuzes en afwegingen die zich lenen voor onderling overleg. De-organisatie van de zorg aan de zorgbehoeftige ouderen in wijk en buurt Naast de duurzaamheidstransitie wordt de zorg aan de zorgbehoeftige ouderen dé belangrijkste trend én een grote politieke uitdaging voor de komende jaren.
De sterke groei van het aantal oude ouderen in de middelgrote gemeenten, en de wens om 90 procent van de zorgbehoeftige ouderen zorg te verlenen in wijk, buurt en kern vraagt om nieuwe antwoorden.60 Handelingsopties voor het goed organiseren van de woonzorgopgave in wijk en buurt −
Heb oog voor en sluit aan bij de twee levensgebeurtenissen die vooral voor kwetsbaarheid zorgen: overlijden van de partner of het ontstaan van meerdere gezondheidsproblemen.
−
De doorstroming van oude ouderen (veelal op enig moment alleenstaand) naar een geschiktere woning kan bevorderd worden door de combinatie van een individuele benadering, een huurprijskorting op de nieuwe woning, vergoeding van de verhuiskosten, en verhuishulp. Dit zorgt er bovendien voor dat grote eengezinswoningen vrijkomen voor nieuwe gezinnen.
−
63
Stimuleer de ontwikkeling van allerlei vormen van nieuwe huisvesting tussen enerzijds het verpleegtehuis en anderzijds de oude (eengezins)woning in. Bijvoorbeeld aanleunwoningen, knarrenhoven, groepswoonvormen, woonzorgconcepten, zorghotelappartementen, en dergelijke. Er is vooral een groot gebrek aan betaalbare woonzorgvarianten voor (lage) middeninkomens, een kwalitatieve mismatch in gewenste woonvariaties op de woningmarkt voor senior eigenaar-bewoners en een gebrek aan samenhang in woon-zorg aanbod op gebouw- en gebiedsniveau.
−
Weeg de kosten van woonaanpassing of het wonen in een woongemeenschap af tegen de kosten van toekomstig zorggebruik. De voordelen van woonaanpassing, woongemeenschap en dergelijke worden tot nu toe door gemeenten niet meegenomen in de woningprogrammering.
−
Investeer in en bevorder de ontwikkeling van de community organisation: dagbesteding, gezamenlijke buurtactiviteiten, buurthuizen nieuwe stijl (‘huizen van de wijk’), een nieuwe generatie bibliotheekfilialen, woningcorporaties die investeren in ‘kamers’, ‘huizen’ en gezamenlijke maaltijdvoorzieningen van en in de wijk, et cetera.
−
Denk verder aan de ontwikkeling van betaalbare 24/7 professionele beschikbaarheid van zorg en welzijn en aan poliklinieken geriatrie in de buurt en wijkklinieken voor acute ouderenzorg.
_________ 60
Het is lang gegaan over de verpleeghuizen, daar komt ook 2 miljard euro extra beschikbaar om de kwaliteit op orde te krijgen. Maar de overgrote groep ouderen (93 procent) woont thuis en de gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om deze zorg in wijk en buurt goed te organiseren. Corinne Ellemeet, Lachend tachtig. Initiatiefnota voor een toekomstbestendige ouderenzorg, s.l., 2018; Wilma Kieskamp, “Interview Ouderenzorg. We weten nog niet half wat op ons afkomt, met de zorg voor zieke ouderen die thuiswonen”, in: Trouw, 18 november 2019; Commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen, Oud en zelfstandig in 2030. Een reisadvies, Den Haag, 15 januari 2020; Kim Putters, “Steeds meer ouderen vallen tussen wal en schip door gebrek aan zorg en ondersteuning thuis”, in: Het Financieele Dagblad, 7 december 2019, blz. 34.
Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten
Nu al wonen 760.000 ouderen in een ongeschikte woning die te ver afligt van de triple-A-voorzieningen (arts, apotheek en Albert Heijn) en van het openbaar vervoer.61 De zorg wordt bovendien complexer. Dit zorgt ook voor meer druk op mantelzorgers, terwijl op termijn het aantal mantelzorgers ook nog eens afneemt.
10.2 Woningmarkt De generieke opgaven voor de woningmarkt hangen sterk samen met de demografische trends. Daarnaast verandert de huishoudenssamenstelling de komende jaren door een sterke groei van het aantal eenpersoonshuishoudens en een afname van het aantal paarhuishoudens. Het is vooral de opgave om de bestaande woningvoorraad aantrekkelijk te houden voor de veranderende huishoudens en nieuwe woonwensen. Met de beperkte instrumenten van gemeenten is dit met name een lastige opgave voor de particuliere voorraad. Veranderende woonwensen vragen om meer variatie in woon- en leefomgevingen Een grotere variatie en hogere kwaliteit in de woon- en leefmilieus is nodig om aantrekkelijker te zijn voor huidige én nieuwe inwoners en om beter in te spelen op de behoefte om met gelijkgestemden te kunnen wonen. Gelijkgestemd qua etniciteit, levensfase (gezinnen die bij elkaar wonen en bijvoorbeeld een binnentuin delen), het delen van hobby’s (golven, paardrijden, watersport) of het hebben van een bepaalde overtuiging (zoals in duurzame of klimaatneutrale woonwijken). Het inspelen op deze trend zien we in afgesloten woondomeinen, in complexen met gezamenlijke voorzieningen (zorgcoöperaties), in collectief particulier opdrachtgeverschap (zelfbeheer), in thematisch samenwonen (waterwonen, 64
retroarchitectuur, energieneutrale woningen) en in communities voor senioren. Waar werken, wonen en recreëren in de praktijk steeds meer in elkaar overlopen, wordt in de regelgeving vaak nog uitgegaan van vaste bestemmingen en standaardoplossingen. Om op deze ontwikkeling in te spelen, kunnen de middelgrote gemeenten in hun regio met een gezamenlijke woonvisie en -agenda veel meer variatie realiseren. Zij kunnen gezamenlijk ook veel meer experimenteren met verschillende planregimes, met functiemenging en met ‘onbestemd bouwen’ (differentiatie van het nieuwbouwprogramma niet van tevoren vastleggen maar zo lang mogelijk flexibel houden). Tekort aan woningen in het lagere en middensegment van de woningmarkt In bijna alle middelgrote gemeenten zijn er tekorten aan betaalbare woningen in het lagere en middensegment van de woningmarkt. Dit belemmert de doorstroming op de woningmarkt en zorgt ervoor dat met name starters moeite hebben om een woning te vinden. Het gaat om jonge gezinnen, afgestudeerden die uit hun kamer moeten of jongeren die willen gaan samenwonen. Maar ook personen met een vitaal beroep, zoals leraren, politieagenten en zorgpersoneel, kunnen met hun modale salaris in veel grote en middelgrote steden weinig betaalbaars vinden.
Het draait hierbij overigens niet alleen om de betaalbaarheid van huur- en koopwoningen, maar ook om de geschiktheid van woningen die wel beschikbaar zijn. In veel gemeenten is er naast een kwantitatieve mismatch tussen vraag en aanbod ook sprake van een kwalitatieve mismatch. De woningen die wel beschikbaar zijn, zijn veelal verouderd en voldoen niet aan de vraag van starters. In een recent onderzoek naar
_________ 61
Zie voor voorbeelden van betaalbare woonzorgvarianten het rapport van Platform31, Langer thuis: Vernieuwende woonzorg voor kwetsbare senioren (verkenning en praktijk) en dan vooral het praktijkdeel. Zie ook de 174 ideeën interessant die zijn ontwikkeld voor de prijsvraag Who Cares van de rijksbouwmeester Floris Alkemade om naoorlogse wijken in Sittard-Geleen, Groningen, Almere en Rotterdam stedenbouwkundig en zorgtechnisch aan te passen aan de naderende vergrijzingsgolf.
Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten
starters op de woningmarkt zijn meer dan dertig maatregelen geformuleerd die gemeenten kunnen overnemen om de huur- en koopstarters te helpen.62
10.3 Werkgelegenheid en economie De komende jaren zal de potentiële beroepsbevolking in Nederland afnemen. De bevolking van 15 tot 75 jaar daalt voor het eerst sinds decennia. Het Centraal Planbureau heeft beschreven wat de gevolgen zijn van de krimpende beroepsbevolking op de korte en middellange termijn.63 Dankzij een groeiende arbeidsparticipatie neemt het arbeidsaanbod naar verwachting nog wel licht toe met zo’n 135.000 mensen in de volgende kabinetsperiode. Als gevolg van de toenemende zorguitgaven in dezelfde periode is dit grotere arbeidsaanbod volledig extra nodig in de zorg. De Sociaal Economische Raad liet recentelijk zien dat er in 2022 naar verwachting 80.000 zorgmedewerkers te weinig zullen zijn. Er werken nu 1,4 miljoen mensen in de zorg. In 2040 zijn er meer dan 2 miljoen zorgmedewerkers nodig.64 Bij ongewijzigd beleid betekent dit dat er géén extra arbeidskrachten beschikbaar zijn voor andere publieke sectoren (onderwijs, politie, gemeenten, en dergelijke) en voor de marktsector. De krimpende beroepsbevolking en de tekorten aan arbeidskrachten treft vele middelgrote gemeenten, maar in het bijzonder de werksteden in het hart. Dit betekent dat het nog belangrijker wordt om de inwoners die langs de kant staan beter te benutten in economische zin. In heel Nederland is in 2018 het onbenutte arbeidspotentieel bijna 16 procent van de beroepsbevolking.
En er zijn middelgrote gemeenten waar dit percentage zelfs op 31 procent ligt. De werking van de arbeidsmarkt: een publieke verantwoordelijkheid met een belangrijke rol voor
65
de middelgrote gemeenten De gemeente is slechts één van de actoren in de ingewikkelde samenwerking en complexe overleggen van werkgevers, werknemers (vakbonden), UWV en onderwijsinstellingen in de arbeidsmarktregio. Qua formele taak is de gemeente slechts betrokken bij een zéér klein onderdeel van de arbeidsmarkt (Participatiewet en bijstand). De publieke taak van de gemeente is echter veel groter dan de formele taak. De werkgevers en de vakbonden behartigen een privaat belang, het UWV is een uitvoeringsorganisatie met een strikte, nauw afgebakende taakopdracht, en ook de onderwijsinstellingen verdedigen veelal een deelbelang. In dit complexe veld is alléén de gemeente, de wethouder en het college, de enige actor die het publieke belang kan behartigen of zou kunnen behartigen. Niet om de arbeidsmarkt over te nemen maar als gemachtigde regisseur − met liefst enige doorzettingsmacht − om het publieke belang aan tafel te blijven inbrengen. Vergroten van het aanbod van goed opgeleide arbeidskrachten Beleid gericht op het vergroten van het arbeidsaanbod en het aantrekkelijker maken van werken, is goed voor de economische groei en kan de krimp van de potentiële beroepsbevolking deels opvangen.
Internationaal onderzoek laat zien dat méér arbeidsaanbod – in tegenstelling tot wat veel mensen intuïtief verwachten (lump of labour fallacy) – op de lange termijn niet leidt tot een hogere werkloosheid. Er is geen vaste hoeveelheid werk. De arbeidsmarkt is geen vol café met een rij wachtenden waarbij
_________ 62
Vera Beuzenberg, Frank Wassenberg en Mees Zonneveld, Starters op de woningmarkt; 34 maatregelen voor gemeenten om huur- en koopstarters te helpen, Platform31, Den Haag, september 2020.
63
Centraal Planbureau, Verkenning Middellangetermijn 2022-2025, CPB Raming, november 2019.
64
Sociaal Economische Raad (SER), Zorg voor de toekomst. Over de toekomstbestendigheid van de zorg, Verkenning 20/02, Den Haag, juni 2020.
Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten
pas iemand het volle café binnen kan gaan als iemand anders vertrekt. Zo heeft de sterke toename van arbeidsparticipatie van vrouwen in de jaren negentig van de vorige eeuw geleid tot hoge economische groei en meer werkgelegenheid, zonder dat de werkloosheid onder mannen of jongeren steeg.65 Kortom, de hoeveelheid banen ligt niet vast in een middelgrote gemeente of regio, maar hangt af van het aantal mensen dat zich aanbiedt op de arbeidsmarkt, de regelgeving, de vormgeving van de instituties en of werken loont.66 In het licht van de verwachte afname van de potentiële beroepsbevolking in vele middelgrote gemeenten is een belangrijke publieke verantwoordelijkheid om in te zetten op een betere werking van de regionale arbeidsmarkt. Met een groter arbeidsaanbod, een hogere arbeidsparticipatie, een goed en beter opgeleide beroepsbevolking, méér permanente educatie, minder mismatches op de arbeidsmarkt en een betere kenniscirculatie kan een dreigende negatieve economische ontwikkeling voorkomen worden.67 Handelingsopties voor het verbeteren van de werking van de arbeidsmarkt −
Breng meer samenhang aan tussen de beleidsterreinen ‘economie’, ‘arbeidsmarkt’, ‘werk en inkomen’, ‘re-integratie’ en ‘onderwijs’.
−
Vergroot de intersectorale (regionale) mobiliteit door middel van transitiefondsen en -instrumenten over sectoren heen in plaats van scholings- en ontwikkelingsfondsen per sector. Dit maakt het mogelijk om de vaardigheden van werknemers (een vaardighedenpaspoort kan deze vaardigheden vastleggen) in te zetten in andere sectoren waar vraag naar arbeid is. Zo werkt Amsterdam met de House of Skills aan een arbeidsmarkt die vraag en aanbod van werk meer op basis van vaardigheden matcht.
−
Besteedt meer aandacht aan de kwaliteit en variatie in het onderwijs (vooral ook op vmbo- en mboniveau), stimuleer de ontwikkeling van allerlei modulaire vormen van deeltijdonderwijs zodat mensen zich kunnen bij- en omscholen, bevorder het aanbod van leerwerkbanen, erken Elders Verworven Competenties, en ontwikkel met de bedrijven een ‘vaardighedenpaspoort’ voor werknemers om de arbeidsmobiliteit in de sector en tussen sectoren te vergroten.
−
66
Pak laaggeletterdheid aan met meer, specifieke en informele scholingsinspanningen. Een grotere inzet op het versterken van de Nederlandse taalvaardigheid met gemeentelijke middelen voor de kwart laaggeletterden in de beroepsbevolking is een optie.
−
Voor de onderkant van de arbeidsmarkt, mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt of met een verstandelijke beperking (ongeveer 25 procent van de laagopgeleiden) zijn loonkostensubsidies en beschutte werkplaatsen effectief. Probeer kwetsbare inwoners uit de bijstand te krijgen of te houden met intensieve face-to-face begeleiding, bij-, om- en herscholing, leerwerkplekken, opleidingsvouchers en scholingsfondsen.
−
Breng de vervangingsvraag in kaart en leidt daar gericht voor op. De meeste vacatures ontstaan door de vervangingsvraag en niet door de uitbreidingvraag. Vooral de vervangingsvraag die ontstaat omdat oudere medewerkers met pensioen gaan, kan op voorhand goed gekend worden. Dit maakt het (theoretisch) mogelijk om op tijd voldoende mensen met de goede kwalificaties opgeleid te hebben.
−
Dwing als opdrachtgever bij het Werkbedrijf af dat klantmanagers evidence-based werken, nieuwe aanpakken experimenteel toetsen en de effecten van hun aanpakken systematisch monitoren en evalueren.
_________ 65
Tweede Kamer der Staten-Generaal, Nota over de toestand van ’s Rijks Financiën (Miljoenennota 2015), vergaderjaar 2014-2015, 34 000, nr. 1, blz. 37, 38; Dirk Waterval, “Plaatsmaken voor jongere collega? Het werkt niet”, in: Trouw, 30 mei 2020, blz. 18
66
Of werken voldoende loont, is wel een zorgpunt in Nederland. Vanwege de hoge marginale druk houdt iedereen vanaf 1½ keer het minimumloon maar 40 tot 50 procent van de extra verdiende euro’s over. De marginale druk ontstaat door het samenspel tussen de tarieven van de inkomstenbelasting, inkomensafhankelijke heffingskorting en toeslagen. Voor werkwillenden met lage inkomens en diverse toeslagen kan gaan werken, of méér gaan werken, zelfs inkomensverlies betekenen. Voor grote groepen mensen is derhalve het (meer) gaan werken onvoldoende lonend. De keuze voor meer vrije tijd, voor informeel werk of voor zwart werk wordt daarmee relatief aantrekkelijk. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Ministerie van Financiën, Marginale druk: op het randje van de mogelijkheden, Den Haag, september 2019; Ulko Jonker, “’Koreaanse’ marginale druk onuitroeibaar”, in: Het Financieele Dagblad, 8 oktober 2019, blz. 7.
67
Het Planbureau van de Leefomgeving heeft op basis van de literatuur, een uitgebreide analyse (20 jaar, 70 variabelen, 800 regio’s en 27 landen) en casestudies samengevat wat de “knoppen” zijn om een gemeente/regio te laten floreren. Otto Raspe, Martijn van den Berge en Thomas de Graaff, Stedelijke regio’s als motoren van economische groei. Wat kan beleid doen?, Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag, 2017. Centraal Planbureau, Kansrijk arbeidsmarktbeleid. Deel 2, Den Haag, 2016. Centraal Planbureau, Literatuurstudie ‘Effectiviteit
Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten
Daarbij zal er altijd sprake zijn van (groepen) mensen die niet mee kunnen komen, tijdelijk of permanent. De mensen die hun baan verliezen zullen niet altijd degenen zijn die aan de slag kunnen in de nieuw ontstane functies. Er zal sprake zijn van mismatches. Een tweedeling op de arbeidsmarkt tussen degenen die zich kunnen aanpassen en meekunnen met de nieuwe ontwikkelingen en gevraagde vaardigheden en zij die dat niet kunnen (door gebrek aan capaciteiten voor de moderne samenleving, onvoldoende sociale vaardigheden, laaggeletterdheid). Deze laatstgenoemde groep vraagt vooral beleidsmatige aandacht. Vergroten kwaliteit en variatie in het onderwijs Het vergroten van de kwaliteit van de beroepsbevolking is een taak die de middelgrote gemeenten zich kunnen toe-eigenen.68 Men houdt zich reeds met het onderwijs bezig in het kader van de voor- en vroegschoolse opvang, de volwasseneducatie, de schoolhuisvesting, de lokale onderwijsagenda’s en het bij- en omscholen van bijstandsgerechtigden, jonggehandicapten en werklozen (om te voorkomen dat zij in de bijstand terecht komen) in het kader van de Participatiewet.
De Onderwijsraad riep eerder gemeenten al op om een grotere rol te spelen in het onderwijsdomein.69 Dit sluit volgens de Onderwijsraad aan bij de decentralisaties in het sociale domein en maakt het mogelijk om het onderwijs, de jeugdhulp en het arbeidsmarktbeleid beter te integreren zodat de effectiviteit toeneemt.
Handelingsopties voor het verbeteren van de kwaliteit van en variatie in het onderwijs −
Trek extra gemeentelijke middelen uit voor het creëren van extra stageplaatsen en leerwerkplekken of zet in op extra leertijd voor leerlingen (taal, zaterdag-, weekend- en zomerscholen).
−
Stimuleer meer plaats- en tijdsonafhankelijk onderwijs, meer gevarieerd en meer geïntegreerd leren, stimuleer allerlei mengvormen van basisvorming en beroepsoriëntatie met micro-opleidingen, minimodules, MOOC’s, EVC’s, et cetera.
−
Pak de laaggeletterdheid aan met meer, specifieke en informele scholingsinspanningen.
−
Naast de juiste opleiding dienen jongeren en ouderen in toenemende mate te beschikken over een scala
67
aan competenties (vakinhoudelijke competenties én generieke competenties, ‘leren leren’, oordelen en analyseren, kennisprocessen organiseren) én aan soft skills (klantgerichtheid, samenwerken, doorzettingsvermogen, motivatie, sociale vaardigheden, netwerken). Aan deze vaardigheden kan – ook op lokaal en regionaal niveau – onder andere met een krachtige regionale Educatieve Agenda met de regiogemeenten méér aandacht besteed worden. −
In een aantal sectoren en voor een aantal beroepen waar vraag naar is, is de instroom in het onderwijs ontoereikend om de vervangings- en uitbreidingsvraag op te vangen. Met een voorlichtingscampagne kunnen de beroepen waar veel vraag naar is, onder de aandacht gebracht worden van schoolbesturen, ouders en leerlingen.
−
Vanwege de grote economische en technologische onzekerheden is het van belang om van Leven Lang Ontwikkelen een prioriteit te maken. Naar schatting zal ruim de helft van de kinderen die nu op de basisschool begint uiteindelijk een baan krijgen die op dit moment nog niet bestaat. Het bevorderen van levenslang leren kan bijvoorbeeld met een vaardighedenpaspoort, individuele leerbudgetten en leerwerkcombinaties.
Bevorder lokaal ondernemerschap
_________ van place-based beleid’. Ton Wilthagen, “Als Nederland sterker uit de crisis wil komen, moet kabinet arbeidsmarkt versneld vernieuwen”, in: Het Financieele Dagblad, 8 mei 2020, blz. 24. Ton Wilthagen, “Alleen sterk samenspel van regio’s, sectoren en Rijk helpt mensen snel naar ander werk”, in: Het Financieele Dagblad, 4 juni 2020. 68
Ruud Dorenbos, Koos van Dijken en Jeroen Korthals, Naar een verbetering van de onderwijskwaliteit in de stad. Wat kan het stadsbestuur doen? Den Haag, 2012; SER, Leren en ontwikkelen tijdens de loopbaan. Een richtinggevend advies, Advies 17/04, Den Haag, maart 2017. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Naar een lerende economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland, Amsterdam, 2013
69
Onderwijsraad, Decentraal onderwijsbeleid bij de tijd. Agenda voor een landelijk beraad over de rol van gemeenten bij onderwijs, Advies, Den Haag, 2017.
Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten
Om de economie te laten groeien, is een stijging van de arbeidsproductiviteit van cruciaal belang. Zeker in een tijd van vergrijzing, daling van de beroepsbevolking en oplopende kosten van zorg, wonen en oudedagvoorzieningen is behoud van de welvaart afhankelijk van een stijging van de arbeidsproductiviteit. De sleutelvariabelen voor een stijgende arbeidsproductiviteit zijn: investeringen, innovaties, onderwijs en ondernemerschap. De middelgrote gemeente kan op meerdere wijze het lokale ondernemerschap bevorderen.
Handelingsopties voor het stimuleren van het ondernemerschap −
Verlaag de lasten voor ondernemers (retributies, reclamebelasting, precariorechten, verlaag of schrap onroerendezaakbelastingen (OZB) voor starters of kleine ondernemingen). Voor deze gederfde opbrengsten moet wel elders dekking gevonden worden (maar het is maar een zeer klein deel van de gemeentelijke begroting).
−
Check regelmatig dat regels voor ondernemers werkbaar zijn en niet tegenstrijdig. Stroomlijn de vergunningverlening. Zorg voor minder belastend toezicht (vooruitlopend op de Omgevingswet).
−
Maak functiemenging en blurring maximaal mogelijk. Functiemenging kan bevorderd worden door het in bestemmingsplannen op te nemen: “B&W kan vrijstelling van de bestemmingsverplichting verlenen indien dit niet tot nadeel van derden leidt”. Het vergroten van de mogelijkheden voor functiemenging en voor blurring is nu nog belangrijker dan voorheen, omdat vele ondernemers in de horeca, de detailhandel, de recreatie, de evenementenbranche en de persoonlijke dienstverlening in de coronacrisis en in de anderhalvemetereconomie nieuwe businessmodellen zoeken.
−
Stimuleer sociaal ondernemerschap en allerlei mengvormen tussen de formele economie en de meer informele economie in de vorm van buurtzorg, buurthuizen, buurtbedrijven, coöperaties, stadslandbouw, buurtrestaurants, huiskamerverkopen en allerlei vormen van ruilhandel en gedeelde consumptie.
−
Zorg voor meer capaciteit in de ondernemersdienstverlening. Kijk bijvoorbeeld welke lessen in de dienstverlening geleerd kunnen worden uit de snelle ondersteuning van de bedrijven tijdens de
68
lockdownperiode. −
Bevorder veelzijdige bedrijfshuisvesting met grote variatie in prijs, kwaliteit en huurtermijnen; woonwerkvoorzieningen, bedrijfsverzamelgebouwen, (tijdelijke) huisvesting voor eenpitters en zzp’ers.
−
Betaal rekeningen aan kleine bedrijven op tijd (liefst binnen één week).
−
Tender de sociale en maatschappelijke vraagstukken van de gemeente en daag de markt uit. Dit kan nieuw ondernemerschap bevorderen.
Complementair aan deze generieke beleidsmaatregelen kunnen de middelgrote gemeenten ook voor een regionale missie-gestuurde ecosysteembenadering kiezen waarin de economische doelstellingen verbonden zijn met de maatschappelijke doelstellingen. Dit gaat verder dan een focus op bijvoorbeeld clusters, industrieparken, campussen en regionale innovatiesystemen. Zo’n missie-gestuurde ecosysteembenadering kan bestaan uit het versterken van een bestaand cluster, het richten van beleidsinterventies op de zwakke onderdelen van een cluster of ecosysteem, het ruimte geven aan andere partijen dan de overheid en het verbinden van het economisch beleid met de maatschappelijke opgaven in de regio (bijvoorbeeld zorgen voor een goede bereikbaarheid, excellente onderwijsvoorzieningen, voldoende stage- en leerwerkplekken of het realiseren van de energietransitie).70
10.4 Voorzieningen Het op peil houden van het voorzieningenpeil is een generieke opgave voor alle middelgrote gemeenten. Het kwantitatieve en kwalitatieve aanbod van voorzieningen bepaalt voor een belangrijk
_________ 70
Jan Peter van den Toren en Elmar Cloosterman, “Gevolgen en herstel van economische schok verschillen sterk per regio”, in: ESB, jrg. 105, nr. 4790, 8 oktober 2020, blz. 464-467.
Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten
deel de aantrekkelijkheid van de gemeente. Het creëren van een compacte, vitale en levendige binnenstad is een transformatieopgave waar veel middelgrote gemeenten voor gesteld staan en waar zij kennis over kunnen uitwisselen. Daarnaast staan de gemeenten voor de opgave om te streven naar meer regionale complementariteit en variëteit in het voorzieningenaanbod. Creëren van een compacte en vitale binnenstad De binnensteden van veel middelgrote gemeenten staan onder druk. Voor de coronacrisis had de binnenstad het al lastig door de verschuiving van places to buy naar places to be en de opkomst van online. Door de sluiting van veel winkels kampen veel gemeenten met een hoge winkelleegstand en door de coronacrisis is de verwachting dat dit alleen maar erger wordt. Voorheen werden veel leegstaande panden nog getransformeerd tot horeca of woningen, maar voor de panden die nu nog leeg staan wordt dit steeds lastiger en kostbaarder. Het creëren van een multifunctioneel stadscentrum dat als ontmoetingsplek en identiteitsdrager van een gemeente kan fungeren, was één van de opgaven die centraal stond in het Kennisontwikkelingstraject binnenstedelijke transformatie Midsize Brabant.71 In dit traject gingen acht middelgrote Brabantse gemeenten aan de slag met kennisontwikkeling rondom binnenstedelijke transformatie waaronder de centrumgebieden.
Oosterhout, één van de deelnemende gemeenten, stelde zichzelf het doel om de leegstand terug te dringen door de binnenstad compacter te maken, looproutes in te korten en het winkelvloeroppervlak omlaag te brengen. Meer regionale complementariteit en variatie in de voorzieningen Middelgrote gemeenten kunnen in samenwerking en afstemming met inwoners, organisaties, bedrijven en bezoekers een gevarieerd en complementair pakket aan voorzieningen en diensten aanbieden om te wonen, te werken, te ondernemen en te recreëren. Voorzieningen toegesneden op een stedelijke regio van 150.000 inwoners kunnen een heel andere kwaliteit en functionaliteit hebben dan
69
voorzieningen passend bij een middelgrote stad van 50.000 inwoners. Bijvoorbeeld niet overal dezelfde laagwaardige bedrijfsterreinen met relatief veel leegstand, maar duurzame bedrijfsterreinen die gespecialiseerd zijn in specifieke bedrijfsactiviteiten en daarmee complementair zijn aan elkaar. Geen meerdere middelmatige openbare bibliotheken, theaterzalen of zwembaden, maar één of twee die kwalitatief veel beter zijn. De beste regionale vmbo in gemeente A en de beste regionale mbo in gemeente B. Het aantal voorbeelden van hoogwaardige voorzieningen die complementair zijn aan elkaar is makkelijk uit te breiden. Dit maakt het mogelijk om functies te verbeteren én te delen met elkaar. Hoe beter dit pakket is, hoe duidelijker de complementariteit, des te aantrekkelijker de regio als geheel en hoe beter kansen kunnen worden benut om de sociaaleconomische positie van de middelgrote gemeente en de regio als geheel te versterken. Naar meer multifunctionele bedrijfsterreinen en werkmilieus In bijna heel Nederland is er een kwalitatieve mismatch in het aanbod van bedrijfsterreinen.
De enorme schaalvergroting in de logistiek is niet voorzien, er is veel aanbod op verkeerde plekken of in de verkeerde dimensies, er is meer behoefte aan gemengde interactiemilieus.72 Tegelijkertijd verandert door de toename van de kleinschalige bedrijvigheid (midden- en kleinbedrijf, zzp’ers, freelancers, startups) ook de woon- en werkplek van de ondernemers. Veel nieuwe bedrijven, nieuwe ondernemers en zzp’ers zijn actief in de ICT en de zakelijke dienstverlening. Van deze ondernemers begint bijna negentig procent aan huis en ongeveer twee derde runt zelfs na vijf jaar nog zijn of haar bedrijf vanuit
_________ 71
Wessel van Vliet, Leren transformeren in de middelgrote stad. Eindnotitie met lessen en inzichten uit het Kennisontwikkelingstraject
72
Commissie Verdienvermogen & Vestigingsklimaat (Cie Noordanus), Het nationale verdienvermogen en de cruciale rol van regio’s, s.l.,
binnenstedelijke transformatie Midsize Brabant, Platform31, Den Haag, februari 2020. december 2016, blz. 10.
Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten
huis. Hierdoor bieden woonwijken en buurten in toenemende mate een breed pallet van economische activiteiten: 45 procent van de stedelijke bedrijvigheid speelt zich reeds af in woonwijken.73 Door de schaalverkleining in het bedrijfsleven, de digitalisering en de verduurzaming is er ook een toenemende behoefte aan meer gemengde multifunctionele gebieden: centrumgebieden, gemengde woon-werklocaties, knooppuntlocaties en third places als koffiegelegenheden en dergelijke. Zzp’ers en kleine bedrijven werken steeds vaker thuis, in koffiezaken of op andere ontmoetingsplekken. Door de toenemende behoefte aan samenwerking en kennisdeling winnen werkplekken die goed met het openbaar vervoer te bereiken zijn aan populariteit. In vele middelgrote gemeenten bevindt de werkgelegenheid zich reeds grotendeels op informele werkmilieus en in woonwijken en neemt de aantrekkelijkheid van monofunctionele bedrijfsterreinen af.74
10.5 Kwaliteit van leven Er is steeds meer aandacht voor Brede Welvaart en de Sustainable Development Goals als alternatieve welvaartsmaat. In de Monitor Brede Welvaart beschrijft het Centraal Bureau voor de Statistiek de ontwikkeling van de brede welvaart in Nederland. Het gaat daarbij om zowel economische als ecologische en sociaal-maatschappelijke aspecten van welvaart.75 In de Brede Welvaartsindicator, en de recente Regionale Monitor Brede Welvaart, wordt gekeken naar indicatoren als milieu, gezondheid, subjectief welzijn, onderwijs, arbeid, veiligheid, vertrouwen en ongelijkheid. Uit een analyse van brede welvaart in Nederlandse regio’s blijkt dat Noord-Drenthe, Zuidwest-Friesland en Het Gooi en Vechtstreek hoog scoren op de elf dimensies van brede welvaart, terwijl de stedelijke regio’s 70
Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, gevolgd door Delfzijl en omgeving, Oost-Groningen en ZuidLimburg, laag scoren. In deze regio’s is de woontevredenheid laag, maar scoren de regio’s bovendien ook laag op tevredenheid in het algemeen. De middelgrote gemeenten kunnen op de verschillende dimensies en indicatoren van Brede Welvaart met elkaar in gesprek over beleidsopties die de kwaliteit van leven en de brede welvaart vergroten. Ook de Omgevingsvisie leent zich uitstekend voor een bredere invalshoek om de kwaliteit van leven en de brede welvaart in de middelgrote stad te versterken. Het kader van kwaliteit van leven en brede welvaart definiëren in de Omgevingsvisie Het verbeteren van de kwaliteit van leven en brede welvaart in de middelgrote gemeenten betekent het maken van keuzes. Als men A wil verbeteren kan dat betekenen dat B verslechtert. Het proces van afruilen wordt met de brede welvaartsbenadering inzichtelijk gemaakt. Dit is bij uitstek een politiek proces. De NOVI geeft op nationaal niveau richting, stimuleert de samenhang tussen de opgaven, laat de afruilen zien en helpt om keuzes te maken.
Waar bouwen we nog één miljoen woningen, hoe zorgen we voor goede bereikbaarheid en een aantrekkelijk vestigingsklimaat, waar gaan we meer duurzame energie opwekken, hoe passen we Nederland aan de klimaatverandering aan, hoe ontwikkelen we de circulaire economie en op welke wijze schakelen we over naar kringlooplandbouw? En hoe houden we daarbij rekening met een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit, gezondheid en een aantrekkelijke leefomgeving?
_________ 73
Anne Risselada en Emma Folmer, Bedrijvige wijken in bedrijvige steden. De wijkeconomie in vijf Nederlandse steden vergeleken, Nicis
74
Joost Hagens, Maarten Kruger en Miles Copping, Ruimte voor werken in de MRA van morgen: 2017-2030. Excellente werklocaties in de
75
Centraal Bureau voor de Statistiek, Monitor Brede Welvaart & Sustainable Development Goals, CBS, mei 2019, Den Haag.
Institute/Platform31, Den Haag, 2012. metropoolregio Amsterdam. Uitvoeringsstrategie Plabeka 3.0, Bureau Buiten, Utrecht, 20 juli 2017.
Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten
De middelgrote gemeenten hebben direct te maken met de NOVI en de Uitvoeringsagenda Nationale Omgevingsvisie 2021-2024 als zij onderdeel zijn van de 14 gebieden waar het Rijk samen met de provincies en gemeenten meer regie wil nemen op grootschalige woningbouw en bereikbaarheid. De middelgrote gemeenten kunnen ook een beroep doen op de extra capaciteit en deskundigheid van het Rijk om de procedures voor gebiedsontwikkeling en woningbouw te versnellen. Er zijn voorlopig ook acht NOVI-gebieden aangewezen waar verschillende grote, complexe en urgente opgaven spelen. Dit raakt de middelgrote gemeenten in de havengebieden van Amsterdam en Rotterdam, in de landelijke gebieden De Peel en het Groene Hart, in de regio’s Groningen, Zwolle en Zuid-Limburg.76 Maar los van de NOVI biedt de eigen lokale of regionale Omgevingsvisie de middelgrote gemeente óók allerlei mogelijkheden om keuzes te maken die de kwaliteit van leven en de brede welvaart kunnen bevorderen. Het is mogelijk en de bedoeling om lokaal juist het sociale en fysieke domein (woningbouw, natuur, milieu) zo goed mogelijk met elkaar te verbinden.77
10.6 Sociaaleconomisch Uit de zeven clusterverhalen blijkt dat de middelgrote gemeenten sterk verschillen wat betreft de sociale problematiek. Sommige clusters kennen weinig tot geen sociale problematiek (zoals de aantrekkelijke woonsteden of bloeiende streeksteden) terwijl dit voor andere clusters wel een prangende opgave is. Met name de centrumsteden en voorsteden kennen een sociale problematiek die enigszins vergelijkbaar is met de problematiek in grote(re) steden. Een gemeenschappelijke opgave voor alle middelgrote gemeenten is om de transformatie, vernieuwing en innovatie in het sociale domein met kracht voort te zetten. 71
Met kracht voortzetten van de transformatie, vernieuwing en innovatie in het sociale domein Na de overgang van nieuwe taken in het sociale domein naar de gemeenten vijf jaar geleden staan de middelgrote gemeenten voor de opgave om de transformatie en innovatie in het sociale domein met kracht voort te zetten. Een transformatie naar méér integraal beleid en méér samenhang op het gebied van jeugd, onderwijs, welzijn, sport, zorg, inkomensondersteuning, schuldhulpverlening, re-integratie en wijkaanpak. Om tot betere zorg, meer maatwerk en lagere kosten te komen, moet de gemeente samenwerken met vele maatschappelijke actoren (cliënten, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, GGZ, GGD, medeoverheden, regiogemeenten, onderwijsinstellingen, et cetera) en vernieuwingen en innovaties ‘afdwingen’. Het zijn de zorgaanbieders die met innovaties moeten komen. Maar de gemeente stelt de randvoorwaarden, stimuleert nieuwe toetreders en nieuwe aanpakken, en zorgt voor een innovatiebudget. Alleen op deze wijze is de betaalbaarheid van het sociale domein en de zorg op termijn te realiseren.78 Als de transformatie en innovatie niet lukt en er komen nieuwe vormen van bureaucratische verkokering en verantwoording tot stand, dan mislukt uiteindelijk de hele decentralisatie in het sociale domein.79
_________ 76
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Nationale Omgevingsvisie. Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving, Den Haag, september 2020; Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, Uitvoeringsagenda Nationale Omgevingsvisie 2021-2024, Den Haag, september 2020.
77
Zie bijvoorbeeld als voorbeeld van dergelijke verbindingen: Geiske Bouma en Jeroen de Jonge, Energietransitie versnellen met de
78
Zorginstituut Nederland en Nederlandse Zorgautoriteit, Samenwerken aan passende zorg: de toekomst is nú, Diemen, november 2020. Raad
Omgevingswet. Eindrapportage kennis- en leertraject Energietransitie en Omgevingswet, TNO, mei 2020. voor Volksgezondheid en Samenleving, Gezondheidsverschillen voorbij. Complexe ongelijkheid is een zaak van ons allemaal, Essay, Den Haag, oktober 2020. Jet Bussemaker, Tim S. Jongers en Robert Vonk, “Gezondheidsverschillen zijn symptoom van complexe ongelijkheid”, in: Sociale Vraagstukken, 3 oktober 2020; Michiel van der Geest, “Arme mensen gaan zes jaar eerder dood – waarom doen we daar niets aan?”, in: De Volkskrant, 2 oktober 2020. 79
Zie onder andere voor dit perspectief Rekenkamer Rotterdam, Het komt niet in de buurt; onderzoek naar aanpak knelpunten functioneren wijkteams, Rotterdam, juni 2018.
Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten
Ondermijning: groeiend maatschappelijk probleem Een andere opgave in het sociaaleconomische domein is de groeiende maatschappelijke problematiek van ondermijning. Bij deze vorm van criminaliteit gaat het om kleinere en grotere misdaden die (meer dan bij reguliere criminaliteit) de grenzen tussen de onderwereld en de bovenwereld overschrijden. Kwetsbare wijken zijn in het bijzonder gevoelig voor ondermijning. Daar maakt een opeenstapeling van problemen als armoede, achterstand en achterstelling plekken en mensen kwetsbaar om – als dader of slachtoffer – betrokken te raken bij ondermijnende criminaliteit.80 De aanpak van ondermijning is al langer geen exclusieve taak van de politie of het Openbaar Ministerie. Gemeenten spelen een belangrijke rol in de repressieve aanpak van ondermijning. Daarnaast zijn gemeenten bij uitstek de overheid die verantwoordelijkheid kan nemen bij de preventieve sociale aanpak in wijken en buurten.81 Zij kennen de gemeenschap en hebben ook scherper waarom en op wie de wereld van criminaliteit aantrekkingskracht heeft.
72
_________ 80 Platform31, Aanpak ondermijning in de wijk. Repressie en preventie verbinden, 2020. 81
Hans Boutellier, De andere kant van de medaille. Visiedocument over de rol van gemeenten in de aanpak van ondermijnende criminaliteit, VNG essay, oktober 2019.
Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten
Handelingsopties voor het bevorderen van de vernieuwing, transformatie en innovatie in het sociale domein −
De gemeenten en het Rijk staan gezamenlijk voor de opgave om de sterk stijgende zorguitgaven beheersbaar te houden. Het tempo van de sterk stijgende zorguitgaven is financieel en organisatorisch niet vol te houden. Bij ongewijzigd beleid zullen tot 2060 de zorgkosten met bijna 3 procent per jaar toenemen; het dubbele van wat we met zijn allen jaarlijks extra gaan verdienen. In het huishoudboekje van de Nederlanders, de gemeente en het Rijk dreigen de toenemende zorguitgaven andere noodzakelijke uitgaven te verdringen.
−
Door betere preventie (medegefinancierd door de zorgverzekeraars), meer voorzorg, vroegsignalering en meer integrale hulp door wijkteams ziekte en achterliggende problemen voorkomen.
−
Voor velen (mensen met een lage sociaaleconomische positie, mensen in kwetsbare omstandigheden, statushouders en dergelijke) is het door structurele achterstanden moeilijk om hun leven in te richten met een gezonde levensstijl. Een (dreigende) dakloosheid, (baan)onzekerheden, stress, armoede, schulden, eenzaamheid en dergelijke zijn achterliggende structurele oorzaken voor een ongezonde levensstijl. Ook het verbeteren van bijvoorbeeld de luchtkwaliteit buiten en binnenshuis en het verminderen van de geluidsoverlast draagt bij aan een betere gezondheid. Als deze structurele oorzaken niet worden aangepakt is een individuele benadering weinig effectief.
−
Vrijwel altijd is het binnen wettelijke kaders mogelijk om te ‘doen wat nodig is’. Dat dit in vele gevallen niet gebeurt, komt door onwetendheid, niet creatief zijn, afgesproken werkprocessen bij en met de gemeente, en de hoge werkdruk in de wijk- en gebiedsteams.
−
Ga verder met het organiseren van budgetten per wijk en alloceer de budgetten per wijk en per opgave verder. Zet de beste mensen in en alloceer de meeste middelen naar de grootste opgave.
−
Mandateer de gebiedsteamprofessionals en alloceer een flexibel (regelvrij)budget om beweging te krijgen in casuïstiek.
−
Door de kosten per huishouden in kaart te brengen van de huidige reguliere manier van ondersteuning
73
over meerdere jaren wordt gestimuleerd om andere, betere en onorthodoxe aanpakken te proberen in complexe casussen. Vaak blijken deze meer effectieve aanpakken ook aanzienlijke kostenbesparingen mogelijk te maken. −
Laat ‘gezondheidswinst’ de bekostigingsmaatstaf zijn en niet langer de verrichtingen. Dan ontstaat er een natuurlijke prikkel om over meerdere terreinen samen te werken en om de structurele factoren aan te pakken. Men kan als start bijvoorbeeld de gezondheidswinst van de sterk groeiende groep zorgbehoeftige, kwetsbare ouderen gaan bekostigen door het samenvoegen van de drie verschillende zorgpotten (Wmo, Wlz, Zorgverzekeringswet). Zo ontstaat per wijk of regio één pot met geld voor de integrale zorg aan thuiswonende ouderen.
−
Vergroot de transparantie in het sociaal domein door data per wijk of gemeente te genereren, liefst samen met de zorgverzekeraars. En stel op basis daarvan een meerjarig investeringsprogramma op waarbij shared savings inzichtelijk worden; eventueel aangevuld met een populatie gebonden budgettering van de gebiedsteams (één geldstroom P-wet, Wmo en Jeugdwet) of een gezamenlijk budget voor maatwerk over de grenzen van de Wmo, Wlz en Zvw heen.
10.7 Bestuur en samenspel Uit de gedeelde handelingsperspectieven van de zeven clusters blijkt dat er op de korte en langere termijn veel op de middelgrote gemeenten afkomt. De gemeenten staan voor een groot aantal uitdagingen en opgaven die zij het hoofd moeten bieden. Er is hierbij een groeiend besef dat de middelgrote gemeenten dit niet zelfstandig kunnen doen. De meeste opgaven zijn te groot en alomvattend om alleen op te kunnen pakken en vragen om een intensieve (regionale) samenwerking en gezamenlijke aanpak. Dit kan een aanpak zijn waarbij de middelgrote gemeenten een belangrijke voortrekkersrol moeten en kunnen vervullen voor de omliggende kleinere gemeenten in hun regio. In andere regio’s vormen de middelgrote gemeenten juist een belangrijke verbindende schakel tussen de
Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten
grotere stad en het ommeland. De rol die een middelgrote gemeente vervult, is afhankelijk van de positie van de middelgrote gemeente in hun regio.82 Grotere en belangrijkere rol voor de overheden Juist in tijden van grote onzekerheid en opgaven die de mogelijkheden van individuele burgers, organisaties of bedrijven overstijgen, ontlenen we houvast aan een overheid die doortastend optreedt. De coronacrisis maakt nog eens duidelijk dat de overheid onmisbaar is voor het vervullen van bepaalde taken. Het is te beperkt om de overheid te zien als een scheidrechter die kaders stelt, toezicht houdt en pas in actie komt als ‘de markt faalt’, maar die verder niet inhoudelijk (bij)stuurt.83 De crisis kan daarmee als katalysator werken voor een trend die al langer waarneembaar is: een herwaardering van stevige sturing door de overheid als strategie om collectieve doelen en publieke waarden te realiseren. Dit legt tegelijkertijd de lat voor de overheid erg hoog om de publieke waarden te definiëren, in te zetten op beleid ‘dat werkt’ en om tot excellente uitvoering van beleid te komen. Het verleden laat zien dat dit verre van een sinecure is voor de overheid. Daarbij kan de overheid het niet alleen. De overheid heeft de kennis noch het gezag om vanaf nu topdown te bepalen hoe de samenleving zich moet ontwikkelen.
Daarom is een veel betere opgavegerichte samenwerking tussen overheden en de maatschappelijke betrokkenheid van veel partijen noodzakelijk. De Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen schetst op welke wijze afscheid genomen kan worden van de “slordigheid” van het opgavegerichte samenwerken tussen overheden en tussen overheden en andere partijen en om veel doelmatiger en effectiever de grote maatschappelijke opgaven gezamenlijk aan te pakken.84 74
Alle opgaven van de middelgrote gemeenten zijn grensoverschrijdend Bijna alle opgaven van de middelgrote gemeenten zijn grensoverschrijdend. Regionale samenwerking is noodzakelijk voor de arbeidsmarkt, de duurzaamheidsopgave, recreatie en cultuur, verkeer en vervoer/mobiliteit, zorg, onderwijs, et cetera, et cetera. Het gaat daarbij om de koek te vergroten in plaats van de bestaande koek te verdelen. En de kans op een grotere koek wordt groter door goede en daadkrachtige regionale samenwerking en het vergroten van de differentiatie en complementariteit in de regio van de middelgrote stad. Empirisch onderzoek in Denemarken, Duitsland en Nederland laat zien dat bestuurlijke versnippering en onvoldoende regionale samenwerking en afstemming tussen meerdere gemeenten overal een negatieve invloed heeft op het economisch presteren van regio’s.85 De duurzaamheidsopgaven zijn alleen gezamenlijk goed aan te pakken De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur verwacht dat de vier duurzaamheidsopgaven (energietransitie, voedseltransitie, transitie naar een circulaire economie, klimaatadaptatie) op regionaal niveau steeds meer met elkaar verbonden zullen worden. Ook zal er steeds meer een procesmatige en
_________ 82
De rol die een middelgrote gemeente kan − en soms moet − vervullen, is afhankelijk van de positie van de middelgrote gemeente in hun regio. In het rapport Naar een strategie voor middelgrote steden van Platform31 wordt een onderscheid gemaakt tussen drie typen middelgrote steden: (1) steden die in de nabijheid van een grotere stad liggen, (2) steden die onderdeel uitmaken van een polycentrische regio met meerdere steden van min of meer vergelijkbare omvang en (3) monocentrische steden in een regio met voornamelijk kleinere gemeenten en kernen.
83
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Kwetsbaarheid en veerkracht. WRR-reflectie op de langetermijngevolgen van de
84
Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen, Nederland heeft één overheid nodig. Discussiedocument over vernieuwing in de
coronacrisis, Den Haag, 2020, blz. 11. interbestuurlijke en financiële verhoudingen, Den Haag, 8 april 2020; Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen, Nederland heeft één overheid nodig. Slagvaardig de toekomst tegemoet!, Den Haag, 10 september 2020. 85
Frank van Oort en Gerwin van der Meulen, Essay: bestuurlijke grenzen remmen welvaart”, in: Nieuwsbrief Binnenlands Bestuur, 22 maart 2019; Frank van Oort en Gerwin van der Meulen, De organisatie van openbaar bestuur en regionaal-economische ontwikkeling in ZuidHolland, s.l., s.a
Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten
inhoudelijke synthese optreden met de overige regionale opgaven. De Nationale Omgevingsvisie hanteert hetzelfde vertrekpunt. In de ene regio zal het meervoudig duurzaamheidsvraagstuk vooral worden verbonden met opgaven op het gebied van economie en arbeidsmarkt, in een andere regio zal verduurzaming met name om aandacht vragen in relatie tot leefbaarheid, toerisme en woningbouw. En in weer andere regio’s moeten de duurzaamheidsvraagstukken hoofdzakelijk worden ingepast in het beheer van natuur en landschappelijke kwaliteit. Elke regio kent haar eigen specifieke belemmeringen én kansen. Hoe eerder de samenhang tussen alle regionale opgaven wordt gesignaleerd, verkend en vormgegeven, des te groter de mogelijkheden om kansen te verzilveren en om op mogelijke bedreigingen te anticiperen. De Raad constateert dat de meeste initiatieven op dit moment kleinschalig en geïsoleerd zijn, het kenmerk hebben van ‘aanmodderen’, zich beperken tot één duurzaamheidsopgave (energietransitie, voedseltransitie, transitie naar een circulaire economie of de klimaatadaptatie) en onvoldoende samenhang vertonen. De initiatieven hebben wel resultaat, maar deze staan niet in verhouding tot de doelen die in 2050 moeten zijn behaald. De vele experimenten en initiatieven tellen nog niet op tot een fundamentele omslag.
De Raad ziet het doorbreken van de sectorale aanpak en de verkokerring als dé lakmoesproef voor de Omgevingsvisie.86 De ingrijpende duurzaamheidstransitie dwingt een groot aantal ongemakkelijke en duidelijke keuzes af en vergt krachtige bestuurders (nationaal, provinciaal, regionaal, gemeentelijk).87 Dit vergt een duidelijke stip op de horizon, heldere kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen, een verwarmend, aansprekend verhaal in begrijpelijke taal, én om een breed interventierepertoire (vernieuwen, beschermen, bewaken, versterken, aanjagen, verdelen, compenseren, loslaten én radicaal 75
doordrukken). Regionale samenwerking levert geld op en kan de welvaart vergroten De mate waarin de gemeenten in een polycentrische stedelijke regio netwerkkracht kunnen organiseren, is afhankelijk van de onderlinge gunfactor. De gemeenten moeten elkaar iets gunnen om samen de aantrekkelijkheid van de regio te versterken. Er moet voorkomen worden dat de gemeenten elkaar op allerlei wijzen beconcurreren om de drie B’s: bewoners, bedrijven en bezoekers. Naast het willen voorkomen van de agglomeratienadelen valt of staat de onderlinge gunfactor bij het inzichtelijk maken van de voordelen van regionale samenwerking. Wat levert het de individuele gemeenten op om in regionaal verband opgaven op te pakken? Uit onderzoek blijkt dat de agglomeratievoordelen, en functies van elkaar lenen, kan leiden tot 2 tot 5 procent hogere productiviteit.88 Als we heel voorzichtig zijn en de effecten van de intensievere regionale samenwerking − en meer functies van elkaar lenen − op 2 procent productiviteitswinst ramen, dan betekent dit voor de samenwerkende middelgrote steden per inwoner een toename van 1.000 euro per jaar. En dat jaar in en jaar uit. Zonder dramatische beleidswijzigingen, maar alleen maar vanuit het besef dat samenwerking loont en dat de urgentie daartoe oproept.
_________ 86
Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli), De som der delen. Verkenning samenvallende opgaven in de regio, Den Haag, maart
87
Zie bijvoorbeeld de vrees van Pieter Hilhorst en Jos van der Lans over de transformatie in het sociale domein. Pieter Hilhorst en Jos van der
2019. Lans, “De transformatie dreigt te stranden in verkokering”, in: Sociale Vraagstukken, 30 september 2016 (dossier ‘Nabij is beter. Decentraal denken en doen’ #27); Wim Derksen, “Poldermodel gedoogbeleid. Boeren of bouwers, wie de zaak vervuilt. Hoort last te hebben van de overheid”, in: De Volkskrant, 23 oktober 2019. 88
Roderik Ponds en Otto Raspe, Agglomeratievoordelen en de REOS, Atlas voor gemeenten, Utrecht, 2015, blz. 17, 18; Henri de Groot, “Verstedelijking en economische dynamiek”, in: Ruud Dorenbos, Wim Hafkamp en Joost van Hoorn, De economische stad, Kennis voor krachtige steden, Platform31, Den Haag, 2015, blz. 7; OECD, OECD Territorial Review: The Metropolitan Region of Rotterdam – The Hague, The Netherlands, Parijs, 2016, blz. 17.
Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten
Bijlage 1 Overzicht van indicatoren Demografie Indicator
Jaar
Maat en verklaring
Bron
Natuurlijke aanwas
2000-
De natuurlijke bevolkingsgroei wordt bepaald
CBS, Statline
2019
door het geboortecijfer te verminderen met het sterftecijfer.
20202030 Binnenlands
2000-
Absoluut (balans tussen het aantal personen
migratiesaldo
2019
dat uit de gemeente verhuist naar een andere
CBS, Statline
gemeente en het aantal personen dat vanuit 2020-
een andere gemeente naar de gemeente
2030
verhuist.
Buitenlands
2000-
Absoluut (balans tussen immigratie en
migratiesaldo
2019
emigratie). Bij een positief saldo zijn er meer
CBS, Statline
immigranten dan emigranten en groeit de 2020-
bevolking; bij een negatief saldo is het
2030
andersom. Buitenlandse migranten zijn onder andere kenniswerkers, studenten,
76
arbeidsmigranten, asielzoekers en vluchtelingen. Interne verhuizingen
2018
Percentage verhuizingen binnen de eigen
Invisor
gemeente.
Woningmarkt Indicator
Jaar
Maat en verklaring
Bron
Gemiddelde WOZ-
2020
Gemiddelde WOZ waarde in euro’s per
Invisor
waarde
gemeente.
Prognose
2021 -
Prognose van de groei van het aantal
huishoudensgroei tot
2030
huishoudens tot 2030.
Regionale prognose
2020 -
Prognose van de groei van het aantal
huishoudensgroei
2050
huishoudens tot 2050; uitgesplitst naar
Invisor
2030 CBS/PBL
eenpersoonshuishoudens en paarhuishoudens. Omloopsnelheid
2016 -
Woningvraagprijs per m2, percentuele stijging
woningmarkt
2020
waarde. Marktpotentie woningmarkt per prijssegment.
Werkgelegenheid en economie
Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten
Invisor
Indicator
Jaar
Maat en verklaring
Bedrijfssectorenstructuur
2018 Ingedeeld op
Werkgelegenheid per sector
2018 Percentage aandeel in
Aantal banen per duizend inwoners
2018 Aantal banen per duizend
Bron Invisor
bedrijfstakken/ branches. Invisor
werkgelegenheid. Invisor
inwoners van 15 tot en met 65 jaar. Aantal oprichtingen per 1.000 vestigingen
2018 Aantal oprichtingen van bedrijven per duizend
Waarstaatjegemeente. nl
vestigingen. Aantal zzp’ers en hun gemiddelde inkomen Aantal snelgroeiende bedrijven per 1.000 vestigingen
2018 Aantal zzp’ers in aantallen en gemiddeld inkomen in euro’s. 2018 Aantal snelgroeiende bedrijven per duizend
Waarstaatjegemeente. nl Waarstaatjegemeente. nl
vestigingen. Snelgroeiende bedrijven zijn alle bedrijven met tien of meer werknemers is het begin van het startjaar met een gemiddelde autonome groei van tien procent of meer over een 77
periode van drie jaar, waarbij de groei wordt uitgedrukt in het aantal werknemers. Werkgelegenheidsontwikkeling
2015 - Percentage ontwikkeling banen LISA 2019 in de afgelopen vijf jaar per inwoner. Het aantal banen heeft betrekking op het totaal aantal fulltimers, parttimers en uitzendkrachten.
Arbeidsparticipatie
2019 Percentage
CBS
arbeidsparticipatie: de werkzame beroepsbevolking als percentage van de totale bevolking van 15 tot 75 jaar. Verwachte
2018 Aantal uitkeringsgerechtigden
Berekening Platform31
ontwikkeling potentiële beroeps-
(WW, arbeidsongeschiktheid
op basis van gegevens
bevolking
plus bijstand tot AOW-leeftijd)
van het CBS (Statline).
als percentage van de beroepsbevolking. Het onbenutte arbeidspotentieel:
2018 Aandeel van 20-65 jaar, aantal CBS, Statline per duizend inwoners. Dit is het totaal aantal uitkeringsgerechtigden tot
Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten
AOW-leeftijd in 2018 (werklozen, bijstandsgerechtigden en arbeidsongeschikten). Dit is gerelateerd aan de omvang van de beroepsbevolking in 2018. Feitelijk is het “onbenutte potentieel” zeker 50 procent hoger als ook de mensen meegerekend worden die niet in een uitkering zitten maar wél willen werken of meer uren willen werken. Vermogen huishoudens
2018 Percentage huishoudens met
PBL, Kwaliteit van
een vermogen van 5.000 euro
leven.
of meer. Bij de berekening worden eigen woning(schulden) niet meegenomen. Langdurige werkloosheid
2018 Het percentage mensen van de PBL, Kwaliteit van potentiële beroepsbevolking dat leven langer dan een jaar een WWuitkering heeft ontvangen, of dat de maximale WW-duur (38
78
maanden) heeft behaald in het afgelopen jaar. Wordt berekend aan de hand van de jaarverslagen van het UWV. Voorzieningen Indicator
Jaar
Maat en verklaring
Bron
Voorzieningenpeil
2018
Voorzieningenniveau (zorg, kinderopvang,
Invisor
onderwijs, cultuur, recreatie, detailhandel en horeca) in gemeente en stadscentrum afgezet tegen landelijk gemiddelde. Leegstand van winkels
2004
Percentage leegstand van de totale
- 2018 winkelvoorraad.
Rijksoverheid, Compendium voor de Leefomgeving, Den Haag
Sociaaleconomisch profiel Indicator
Jaar
Maat en verklaring
Uitkeringsindex
2017 Aandeel WW en bijstandsuitkeringen.
Arbeidsongeschiktheids- 2017 Aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. index
Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten
Bron Invisor Invisor
Criminaliteitsindex
2017 Aantal misdaden per vierkante kilometer.
Invisor
Veel misdaden worden gepleegd door plegers afkomstig van buiten de buurt. Het uitdrukken van het aantal misdaden per inwoner geeft dan een vertekend beeld in bijvoorbeeld stadscentra en bedrijventerreinen met weinig inwoners. De weergave per vierkante kilometer geeft een realistischer beeld. Veiligheid
2018 Gewogen indicator van zes verschillende
PBL: Kwaliteit van Leven
veiligheids- en risico-indicatoren. Seksuele en geweldsmisdrijven.
2018 Misdrijven, door de politie vastgelegd in een PBL: Kwaliteit van leven proces-verbaal van aangifte of in een ambtshalve opgemaakt proces-verbaal. Hieronder vallen onder andere de gevallen van eenvoudige en zware mishandeling, bedreiging en stalking, seksuele misdrijven, de levensdelicten moord en doodslag, gijzeling en mensenhandel. De cijfers zijn uitgesplitst naar gemeente van plegen.
Veiligheidsbeleving
2017 Percentage inwoners dat zich wel eens
PBL: Kwaliteit van leven
onveilig voelt. Aan respondenten zijn vragen 79
gesteld over de veiligheidsbeleving in het algemeen en over de inschatting van de kans om zelf slachtoffer te worden van criminaliteit. Gevraagd is; “voelt u zich vaak, soms of zelfde onveilig’. Antwoordcategorieën: ‘vaak’, ‘soms’, ‘zelden’, ‘geen antwoord’. Deze vraag is alleen gesteld aan degenen die ‘ja’ antwoordden op vraag of men zich wel eens onveilig voelt. Het weergegeven percentage heeft wel betrekking op alle respondenten. Opleidingsniveau
2018 Het opleidingsniveau is gegeven in drie
CBS
categorieën. Laag: niveau basisonderwijs, vmbo-b/k, vmbo-g/t, avo onderbouw, mbo1; Middelbaar: niveau mbo 2, 3 of 4 en havo, vwo bovenbouw; Hoog: niveau hbo, wo, postacademisch en doctoraat. NB Hbo en wo propedeuse vallen onder middelbaar niveau. Eenzaamheid .
2016 Percentage Eenzaamheid is het percentage Waarstaatjegemeente.nl volwassenen (19+) met een hoge emotionele/sociale eenzaamheidsscore (volwassenen 19+). De
Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten
eenzaamheidsschaal bestaat uit elf uitspraken over emotionele en sociale eenzaamheid. Voorafgaand aan de uitspraken staat de vraag: “Wilt u van elk van de volgende uitspraken aangeven in hoeverre die op u, zoals u de laatste tijd bent, van toepassing is?”, met de toelichting “U kunt antwoorden met nee, min of meer, ja”. Een uitspraak voor het meten van emotionele eenzaamheid is bijvoorbeeld: “Ik mis een echte goede vriend of vriendin”. Sociale eenzaamheid wordt gemeten met onder andere de uitspraak: “Wanneer ik daar behoefte aan heb, kan ik altijd bij mijn vrienden terecht”. Iemand is sociaal of emotioneel eenzaam als diegene op minstens twee van de bijbehorende items ongunstig scoort. Iemand is eenzaam bij minstens drie ongunstige scores op alle items Kinderen in uitkeringsgezinnen
2018 Percentage kinderen tot 18 jaar die in een