CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

A08. 20220105 Gemeente Zeist, M50 nieuwe datum 7 februari webinair Wonen en Verduurzamen in Middelgroot.pdf

Commissie Ruimte Papendrecht 12 januari 2022, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Lijst ingekomen stukken en mededelingen35.783 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Van: Cc: Onderwerp: Datum: Bijlagen:

Middelgrotegemeenten "Anjel Punte"; Henk van der Linden M50: nieuwe datum 7 februari Webinar Wonen en Verduurzamen in Middelgroot woensdag 5 januari 2022 13:16:25 image001.png Op_zoek_naar_een_gedeeld_handelingsperspectief_voor_middelgrote_gemeenten (1)-min.pdf

Beste bestuurders en contactambtenaren van M50-gemeenten, Noteer in uw agenda de NIEUWE DATUM: maandag 7 februari 2022 van 15.00 uur tot 17.00 uur. Webinar Wonen en verduurzamen in middelgrote gemeenten. Deze interessante webinar van Platform31 en de Pijler Duurzaamheid stond eerst gepland op 6 december 2021, maar moest onverhoopt verplaatst worden. Neem deel voor praktische tips over energietransitie en woningtekort. Doe inspiratie op en ga het gesprek aan met enthousiaste partijen uit het veld! Waarover gaat deze M50-webinar? Middelgrote gemeenten hebben te maken met grote opgaven en uitdagingen. De energietransitie en het woningtekort zijn twee uitdagingen die nu roepen om actie. Tijdens een webinar op 7 februari van 15.00 uur tot 17.00 uur gaan we in gesprek over de trends en onderlinge verbondenheid van deze twee uitdagingen. Meld u aan, denk mee en wissel ervaringen uit met vakgenoten! Tanja de Jonge is wethouder in Barendrecht en trekker van de pijler duurzaamheid bij de M50. De Jonge trapt het webinar af door u te vertellen over de nieuwste ontwikkelingen binnen de M50. Platform31 schetst de relevante trends waarmee middelgrote gemeenten de komende jaren rekening moeten houden en we gaan in op een gedeeld handelingsperspectief. Deelsessies Daarna gaat u actief aan de slag in verdiepende deelsessies.

We bieden volop ruimte om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren. U kunt kiezen uit de volgende deelsessies: Creatieve oplossingen voor het woningtekort Het adagium is: bouwen, bouwen, bouwen. Maar welke kansen zijn er om de bestaande woningvoorraad beter te benutten? En als je toch overgaat tot bouwen, hoe vind je dan de balans tussen de duurzaamheidsambitie en noodzakelijke snelheid? De warmtetransitie: wat, hoe en wie? Transitievisies zijn gemaakt, campagnes van de Rijksoverheid in de maak en gemeenten hebben nog geen extra uitvoeringsmiddelen ontvangen. Hoe houd je als middelgrote gemeente de regie, zorg je voor de samenwerking en hou je de maatschappelijke kosten acceptabel? Collectief verduurzamen van gespikkeld bezit Wat leren we van praktijkvoorbeelden over het verduurzamen van gespikkeld bezit? Wat zijn de mogelijkheden voor financiering? Wat is er qua energieprestatie en -besparing mogelijk? En ook: welke partijen zijn betrokken, wie heeft welke rol, wie neemt het initiatief en welke maatregelen zijn er genomen bewoners/eigenaren mee te krijgen? Hoe werkt het? De bijeenkomst vindt plaats in Microsoft Teams. Dit is een applicatie van Microsoft Office 365. U hoeft niets te installeren, de bijeenkomst is via uw browser te volgen. U kunt zich aanmelden via het aanmeldformulier. Een paar dagen voor aanvang ontvangt u een mail met de link en verdere

instructies. U heeft alleen een computer of laptop nodig met geluid en een goede internetverbinding met voldoende snelheid. Wat vooraf ging Dit webinar is een vervolg op het eind 2020 door Platform31 opgeleverde onderzoek Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten. Om een verdiepingsslag te maken en gemeenten onderling de gelegenheid te bieden ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren, organiseert Platform31 in opdracht van de M50 vier webinars. In september vond de eerste webinar plaats met als thema ‘economisch herstel.’ Meld u hier aan voor de webinar. Wij zien u graag op 7 februari! Met vriendelijke groet, Remco van Riezen Afdeling Strategie en Bestuur Gemeente Zeist ’t Rond 1 3701 HS Zeist Telefoon: 14030 Mobiel: 06-54618595 Email: r.van.riezen@zeist.nl Secretariaat M50: middelgrotegemeenten@zeist.nl

Pl Denkt u aan het milieu voordat u deze mail print?

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

Marloes Hoogerbrugge, Daphne Bouman en Koos van Dijken

2

Uitgave Platform31 Den Haag, december 2020

Auteurs: Marloes Hoogerbrugge, Daphne Bouman en Koos van Dijken In samenwerking met Invisor KvRA Redactie: Marjan Wynia Coverfoto: MarketingOost / Vincent Croce

Platform31 Kennis- en netwerkorganisatie Platform31 ziet de trends in stad en regio. We verbinden beleid, praktijk en wetenschap rondom actuele vraagstukken en komen tot een aanpak waarmee bestuurders, beleidsmakers en uitvoerders direct aan de slag kunnen. De oplossingen houden we niet voor onszelf: iedereen profiteert mee van de resultaten.

Postbus 30833, 2500 GV Den Haag www.platform31.nl

Hoewel grote zorgvuldigheid is betracht bij het samenstellen van dit rapport, aanvaarden Platform31 en de betrokkenen geen enkele aansprakelijkheid uit welke hoofde dan ook voor het gebruik van de in deze publicatie vermelde gegevens. Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt mits de bron wordt vermeld.

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

Inhoudsopgave Samenvatting

6

Inleiding

10

1.1 Achtergrond

10

1.2 Doel rapport

11

1.3 Leeswijzer

12

Clustering middelgrote gemeenten

13

2.1 De middelgrote gemeenten

13

2.2 Kenmerken van de middelgrote gemeenten

13

2.3 Naar een clustering van middelgrote gemeenten

14

2.4 Naar een gedeeld handelingsperspectief

16

Aantrekkelijke woonstad

17

3.1 Demografie

17

3.2 Woningmarkt

18

3.3 Werkgelegenheid en economie

19

3.4 Voorzieningen

20

3.5 Kwaliteit van leven

21

3.6 Sociaaleconomisch

21

3.7 Bestuur en samenspel

22

3.8 Handelingsperspectief

23

Bloeiende streekstad

24

4.1 Demografie

24

4.2 Woningmarkt

25

4.3 Werkgelegenheid en economie

26

4.4 Voorzieningen

27

4.5 Kwaliteit van leven

27

4.6 Sociaaleconomisch

28

4.7 Bestuur en samenspel

28

4.8 Handelingsperspectief

29

Werkstad

31

5.1 Demografie

31

5.2 Woningmarkt

32

5.3 Werkgelegenheid en economie

33

5.4 Voorzieningen

34

5.5 Kwaliteit van leven

34

5.6 Sociaaleconomisch

35

5.7 Bestuur en samenspel

35

5.8 Handelingsperspectief

36

Centrumstad met uitdagingen

37

6.1 Demografie

37

3

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

4

6.2 Woningmarkt

38

6.3 Werkgelegenheid en economie

38

6.4 Voorzieningen

39

6.5 Kwaliteit van leven

40

6.6 Sociaaleconomisch

40

6.7 Bestuur en samenspel

41

6.8 Handelingsperspectief

42

Voorstad

43

7.1 Demografie

43

7.2 Woningmarkt

44

7.3 Werkgelegenheid en economie

45

7.4 Voorzieningen

46

7.5 Kwaliteit van leven

46

7.6 Sociaaleconomisch

47

7.7 Bestuur en samenspel

47

7.8 Handelingsperspectief

48

Stad in transitie

49

8.1 Demografie

49

8.2 Woningmarkt

50

8.3 Werkgelegenheid en economie

51

8.4 Voorzieningen

52

8.5 Kwaliteit van leven

52

8.6 Sociaaleconomisch

53

8.7 Bestuur en samenspel

54

8.8 Handelingsperspectief

55

Landelijke stad

56

9.1 Demografie

56

9.2 Woningmarkt

57

9.3 Werkgelegenheid en economie

57

9.4 Voorzieningen

58

9.5 Kwaliteit van leven

59

9.6 Sociaaleconomisch

59

9.7 Bestuur en samenspel

59

9.8 Handelingsperspectief

60

Aan de slag

62

10.1 Demografie

62

10.2 Woningmarkt

64

10.3 Werkgelegenheid en economie

65

10.4 Voorzieningen

68

10.5 Kwaliteit van leven

70

10.6 Sociaaleconomisch

71

10.7 Bestuur en samenspel

73

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

Bijlage 1 Overzicht van indicatoren

76

Bijlage 2 Kwaliteit van leven in de regio (PBL)

83

5

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

Samenvatting In dit rapport zijn 58 middelgrote gemeenten onderverdeeld in zeven clusters. Per cluster benoemen we de gemeenschappelijke kenmerken, uitdagingen en opgaven. We beschrijven de ontwikkelingen op de thema’s demografie, woningmarkt, werkgelegenheid en economie, voorzieningen, kwaliteit van leven, sociale problematiek en bestuur en samenspel. Daarnaast formuleren we voor ieder cluster een gedeeld handelingsperspectief. Het doel van dit rapport is om de middelgrote gemeenten te stimuleren om met elkaar in gesprek te gaan, aanpakken uit te wisselen en van elkaar te leren. Bijvoorbeeld door samen te zoeken naar strategische antwoorden op de uitdagingen waarvoor middelgrote gemeenten staan. Aantrekkelijke woonstad De Bilt, Gooise Meren, Hilversum, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, De Ronde Venen, Soest, Veldhoven, Woerden en Zeist De aantrekkelijke woonsteden moeten opletten dat zij ook op de langere termijn aantrekkelijk blijven. Daarnaast bestaat het risico dat het te goed gaat met deze gemeenten en dat zij zich ‘uit de markt prijzen’. Voor alle aantrekkelijke woonsteden is de vraag of zij de bestaande woningvoorraad voldoende snel kunnen aanpassen aan de nieuwe woonwensen en de nieuwe kenmerken van de huishoudenssamenstelling.

Daarbij is vooral een belangrijk aandachtpunt of er in de toekomst voldoende huisvesting zal zijn voor de groeiende groep zorgbehoeftige ouderen die de zorg in wijk en 6

buurt moet krijgen. Om aantrekkelijk te blijven moeten de gemeenten inzetten op meer gevarieerde woon-, werk- en leefmilieus voor meerdere doelgroepen. Veel woningen zullen enigszins verouderd zijn doordat zij bewoond worden door een oudere generatie. De uitdaging daarbij is om de vrijgekomen, bestaande woningen aantrekkelijk en betaalbaar te laten zijn voor nieuwe eigenaren. Mogelijkerwijs biedt de verduurzamingsopgave hiervoor kansen. Bloeiende streekstad Heerhugowaard, Helmond, Kampen, Meierijstad, Nijkerk, Oss en Rijssen-Holten De bloeiende streeksteden groeien (sterk) in aantal inwoners en aantal huishoudens. Ook het aantal banen groeit. Het onderscheidende karakter van de afzonderlijke bloeiende streeksteden is niet evident en kent geen duidelijke pieken en dalen. De meeste bloeiende streeksteden zijn noch een overduidelijke woonstad noch een overduidelijke werkstad. De voorzieningen zijn rond het gemiddelde van alle middelgrote gemeenten, maar hebben wel een belangrijke streekfunctie. Dit vereist goede voorzieningen (detailhandel, zorg, onderwijs, cultuur, en dergelijke), een levendige binnenstad en goede verkeers- en vervoersverbindingen met de omliggende regiogemeenten.

Om de streekfunctie te versterken, moet het kernwinkelgebied verkleind en verbeterd worden, kunnen de aanloopstraten getransformeerd worden tot woonwerkmilieus en zijn meer multifunctionele bedrijventerreinen en werkmilieus nodig. Werkstad Almelo, Barendrecht, Barneveld, Etten-Leur, Venray, Waalwijk en Westland Voor werksteden is het van belang om de bedrijvigheid vast te houden en oog te hebben voor de toekomstbestendigheid van hun belangrijkste economische sectoren. Daarnaast ligt er een belangrijke opgave om het woningaanbod aan te laten sluiten bij de wensen van de werknemers. Als de

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

werksteden in het bijzonder de jonge werknemers weten vast te houden, verzekeren zij zich ervan dat ze de komende jaren een gemeente blijven waar bedrijven zich graag vestigen. Op het vlak van onderwijs ligt er een specifieke opgave voor de werksteden om het onderwijsaanbod nauw aan te laten sluiten bij de (toekomstige) vraag naar arbeid. Beter onderwijs met meer variatie, een serieuze aanpak van bij-, her- en omscholing (mede in het licht van de gevolgen van de coronacrisis en Leven Lang Ontwikkelen) en het beter mobiliseren van het onbenutte potentieel. Centrumstad met uitdagingen Assen, Doetinchem, Goes, Gorinchem, Gouda, Hengelo, Hoorn, Roermond en Veenendaal Voor de centrumsteden is het belangrijk om na te denken over de maatregelen die zij kunnen nemen om hun binnenstad vitaal te houden. Daarnaast moeten de voorzieningen op relatief hoog niveau zijn en blijven. Een handelingsperspectief dat daarbij past, is om in samenwerking en in afstemming met de regiogemeenten de voorzieningen complementair te verbeteren, gezamenlijk te komen tot een regionale woonagenda, een regionaal economisch beleid, een proactief arbeidsmarktbeleid en bijvoorbeeld een gezamenlijke Educatieve Agenda. De sociale problematiek van de centrumsteden dient geadresseerd te worden omdat anders de aantrekkelijkheid van de stad, en de financiële positie, te zeer aangetast wordt.

De centrumstad kan zoeken naar oplossingen voor de sociale problematiek in kwetsbare wijken door de problematiek aan te pakken in samenhang met de opgaven op het gebied van gezondheid en de energietransitie. Voorstad Hellevoetsluis, Nieuwegein, Nissewaard, Oosterhout, Papendrecht, Ridderkerk, Rijswijk, Schiedam, 7

Velsen en Vlaardingen Voor de voorsteden is het belangrijk om voldoende aantrekkelijk te blijven voor bestaande en nieuwe inwoners. Door in nauwe afstemming met de grotere stad te streven naar complementaire woon-,werken leefomgevingen. De voorsteden lopen in nabijheid van grote(re) steden het gevaar geconfronteerd te worden met vooral agglomeratienadelen. De dreigende nadelen kunnen tot uiting komen in een toename van de sociale problematiek, kwetsbare inwoners, een toename van het onbenutte arbeidspotentieel, overlast, verloedering en ondermijning. De sociale problematiek in de voorsteden dreigt daarmee alleen nog maar groter te worden , terwijl de financiële mogelijkheden ontbreken om daaraan het hoofd te bieden. Door functies beter te variëren en te differentiëren ten opzichte van de grote(re) stad kan men de eigen identiteit en het eigen profiel versterken. Door interessante groepen aan zich te binden kunnen voorsteden beter inspelen op de toenemende druk op de grootstedelijke woningmarkt en profiteren van de nabijheid van de grote(re) stad. Stad in transitie Den Helder, Heerlen, Hoogeveen, Kerkrade, Landgraaf, Lelystad, Sittard-Geleen en Roosendaal De transitieopgave in de meeste middelgrote ‘steden in transitie’ ligt in het formuleren van goede antwoorden op de verwachte krimp van de (beroeps)bevolking en de afname van het aantal huishoudens.

Eén van de antwoorden is het verbeteren van de aantrekkelijkheid van de stad. De focus ligt daarbij op het voorzieningenniveau en het creëren van een compacte en vitale binnenstad. Ook zijn kwalitatieve verbeteringen in de woon-, werk- en leefmilieus nodig. De gemeenten staan voor de opgave om de bestaande woningvoorraad te verduurzamen en aan te passen aan de veranderende huishoudens en de veranderende woonwensen. Andere betekenisvolle beleidsantwoorden zijn het

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

stimuleren van lokaal ondernemerschap, een krachtiger arbeidsmarktbeleid, verkleinen van de mismatches op de arbeidsmarkt, beter onderwijs met meer variatie, een serieuze aanpak van bij-, heren omscholing en het beter mobiliseren van het onbenutte arbeidspotentieel. Landelijke stad Altena, Coevorden, Dronten, Lochem, Oldambt, Peel-en-Maas en Winterswijk De grote vraagstukken rond de ruimtelijke kwaliteit van deze gemeenten hangen samen met de ruimte die de landbouw inneemt, de noodzaak om meer ruimte te bestemmen voor natuur en voor de productie van energie. De gemeenten staan voor de opgave om de ruimtelijke kwaliteit aan de voorkant in alle ruimtelijk-economische besluiten mee te nemen en te verbinden met de grote transities (energietransitie, transitie naar een circulaire economie, voedseltransitie en klimaatadaptatie). Door de veranderende economische functie van het landelijke gebied is er de afgelopen jaren veel agrarisch vastgoed leeg komen te staan. Dit leegstaande vastgoed kan kansen bieden in de vorm van ruimte voor ondernemerschap. Maar leegstaand vastgoed kan ook leiden tot verloedering en ondermijning. De coronacrisis biedt landelijke gemeenten de kans om zich te profileren als een aantrekkelijke gemeente om te wonen. Zeker nu steeds meer mensen op afstand kunnen werken en het aantal verhuizingen naar het platteland toeneemt.

Aan de slag Het doel van het rapport Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten is om de middelgrote gemeenten te stimuleren om met elkaar in gesprek te gaan, aanpakken uit te 8

wisselen en om van elkaar te leren. De middelgrote gemeenten kunnen het gesprek met elkaar aan gaan aan de hand van de opgaven en handelingsperspectieven beschreven in één of meerdere van de clusterhoofdstukken. Om aan de slag te gaan, kunnen de middelgrote gemeenten ook generieke opgaven voor alle clusters als vertrekpunt kiezen. De winnaars van nu kunnen de verliezers zijn in de toekomst en omgekeerd. De opgaven en uitdagingen van middelgrote gemeenten zijn namelijk met grote mate van onzekerheid omgeven. Het is vooral belangrijk om de bestaande woningvoorraad aantrekkelijk te houden voor de veranderende huishoudens en nieuwe woonwensen. Dit vraagt om meer variatie in woon- en leefomgevingen. Ook zijn er in bijna alle middelgrote gemeenten tekorten aan betaalbare woningen in het lagere en middensegment van de woningmarkt. De komende jaren zal de potentiële beroepsbevolking in Nederland afnemen. Middelgrote gemeenten kunnen hier een antwoord op formuleren door de kwaliteit en de variatie in het onderwijs te vergroten. Daarnaast is een stijging van de arbeidsproductiviteit van groot belang om de economie te laten groeien, bijvoorbeeld door lokaal ondernemerschap te bevorderen. Het op peil houden van het voorzieningenniveau is een generieke opgave voor alle middelgrote gemeenten.

Om dit te realiseren kunnen de gemeenten inzetten op het creëren van een compacte, vitale en levendige binnenstad, meer multifunctionele bedrijventerreinen en werkmilieus en meer regionale complementariteit en variatie in de voorzieningen. De Omgevingsvisie biedt de middelgrote gemeenten de mogelijkheid om stil te staan bij de brede welvaartsindicatoren waar zij op in willen zetten en op welke manier zij de kwaliteit van leven willen verbeteren. Een gemeenschappelijke opgave voor alle middelgrote gemeenten is om de transformatie, vernieuwing en innovatie in het sociale domein met kracht voort te zetten. Tenslotte wordt ondermijning als een groeiend maatschappelijke probleem gedefinieerd.

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

9

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

Inleiding Middelgrote gemeenten vormen een belangrijke schakel in het polycentrische stedelijke netwerk van Nederland. Tegelijkertijd staat deze schakel onder druk door de geografische opschaling van de verkeers- en vervoersbewegingen en door de toenemende regionale verschillen in Nederland.1 Het voorzieningenniveau in vele middelgrote gemeenten staat onder druk en veel gemeenten hebben te maken met leegstand van winkels en kantoren. Dat laatste zal de komende periode alleen nog maar verder toenemen door de gevolgen van de coronacrisis. De wijzigingen in de samenstelling van de huishoudens (meer oudere eenpersoonshuishoudens en minder paarhuishoudens) en veranderende woonwensen vereisen het aanpassen van de bestaande woningvoorraad om aantrekkelijk te blijven. Voor de middelgrote gemeenten, en alle andere gemeenten, vormen de duurzaamheidstransities (energietransitie, transitie naar een circulaire economie, voedseltransitie en klimaatadaptatie) een majeure opgave en uitdaging. Een opgave en uitdaging die om intensieve regionale samenwerking vraagt.

Maar hoe kom je tot goede en effectieve regionale samenwerking? Hoe gaan we − met beperkte middelen en capaciteit − bovendien verder om maatwerk, nabijheid, integraliteit én betaalbaarheid van zorg, welzijn en participatie te realiseren in onze middelgrote gemeente?2 Dit is nog maar een topje van de ijsberg van uitdagingen en opgaven waarvoor de middelgrote gemeenten staan. Er is dan ook alle reden om als middelgrote gemeenten ervaringen te delen, van elkaar te leren en in gesprek te gaan met elkaar om tot een duidelijke ontwikkelstrategie te komen.

10

1.1 Achtergrond Het zoeken naar strategische antwoorden op de uitdagingen waarvoor de middelgrote gemeenten staan, is reeds langer bezig. In het kader van het kennis-en inspiratietraject ‘Midsize NL’ is in de periode 2015 tot 2017 onderzoek gedaan naar de rol van middelgrote gemeenten. In 2016 brachten Platform31 en Ruimtevolk het Magazine Midsize NL: het toekomstperspectief voor de middelgrote stad uit. In het magazine laten vele deskundigen hun licht schijnen op de kansen en bedreigingen voor de middelgrote steden. In het magazine merkt bijvoorbeeld Hans Mommaas, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), op dat “de middelgrote steden op dit moment geen duidelijke ontwikkelstrategie hebben”.3 Na een aantal masterclasses met de middelgrote gemeenten in het najaar van 2016 over het versterken van de kracht van de middelgrote stad publiceerde Platform31 het rapport Naar een strategie voor middelgrote steden.4 Dit rapport biedt middelgrote steden een handreiking om tot een eigen strategie te komen door de eigen uitgangspositie te bepalen en door een keuze te maken uit achttien richtinggevende opgaven of een combinatie van deze richtinggevende opgaven. Specifiek is er aandacht voor de positie van de middelgrote stad in de eigen regio waarbij onderscheid is gemaakt

_________ 1 P. Tordoir, A. Poorthuis en P. Renooy, De veranderende geografie van Nederland. De opgaven op mesoniveau, Ruimtelijk Economisch Atelier Tordoir en Regioplan, Amsterdam, maart 2015. Tom Cordeweners, Dwars door Nederland. Ruimtelijke verschillen in beeld, Strategische verkenning 3, s.l., 27 januari 2020. 2 Jasper Loots en Piet-Hein Peeters, Vijf jaar lokaal sociaal domein. Veel gedaan, te weinig bereikt, Soest, 2019. Mariska Kromhout, Patricia van Echtelt en Peteke Feijten, Sociaal domein op koers? Verwachtingen en resultaten van vijf jaar decentraal beleid, Sociaal en Cultureel Planbureau, Den Haag, november 2020. 3 Judith Lekkerkerker (ed.), Midsize NL. Het toekomstperspectief van de middelgrote stad, Ruimtevolk, Utrecht, februari 2016. 4 Marloes Hoogerbrugge, Koos van Dijken en Niels Gastkemper, Naar een strategie voor middelgrote steden, Platform31, Den Haag, april 2017.

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

tussen (1) middelgrote steden die in de nabijheid van een grotere stad liggen, (2) middelgrote steden die onderdeel uitmaken van een polycentrische regio met meerdere steden van min of meer vergelijkbare omvang en (3) monocentrische middelgrote steden in een regio met voornamelijk kleinere gemeenten en kernen. In het rapport is onderstaand stappenplan opgenomen. Vanuit de specifieke geografische ligging en een selectie van richtinggevende opgaven of combinatie van richtinggevende opgaven kan een strategie gekozen worden binnen het eigen regionale stedelijke netwerk.

11

1.2 Doel rapport Het doel van het rapport Middelgrote steden: op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief is om de middelgrote gemeenten te stimuleren om met elkaar in gesprek te gaan, aanpakken uit te wisselen en om van elkaar te leren in de zoektocht naar strategische antwoorden. De vraag is hierbij welke middelgrote gemeenten hebben de meeste kans om van elkaar te leren? Zijn er groepen middelgrote gemeenten met enigszins dezelfde kenmerken, uitdagingen en opgaven? Kunnen er groepen middelgrote gemeente onderscheiden worden die met elkaar vruchtbaar in gesprek kunnen gaan over handelingsperspectieven voor hun beleid? Met een combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve methoden hebben wij zeven groepen middelgrote steden of clusters onderscheiden. De clusters bestaan uit middelgrote gemeenten verspreid over het hele land. De groepen middelgrote steden zijn zo samengesteld dat niet alle middelgrote gemeenten in dezelfde regio liggen. Dit vanuit de gedachte dat de gemeenten in een regio elkaar over allerlei

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

onderwerpen en thema’s reeds regelmatig spreken. Het met elkaar in gesprek gaan en van elkaar leren kan nieuwe inzichten opleveren als dit ook plaatsvindt met middelgrote gemeenten buiten de eigen regio. Bijvoorbeeld De Bilt met Pijnacker-Nootdorp, Heerhugowaard met Meierijstad en Barneveld met Westland. Vanuit bijvoorbeeld de netwerken M50 en G40 kan georganiseerd worden dat gemeenten in de clusters die normaal gesproken niet zo snel met elkaar in contact komen, elkaar nu treffen en spreken. Dit levert hopelijk meerwaarde op die anders niet tot stand komt. Met dit rapport wil Platform31 de onderlinge uitwisseling tussen de middelgrote gemeenten, het leren van elkaar, elkaar inspireren en tot goede antwoorden komen, stimuleren. We roepen de individuele gemeenten daarbij op om zich bij het lezen van dit rapport niet te beperken tot het cluster waarin zij door ons zijn ondergebracht. De uitdagingen en opgaven van de middelgrote gemeenten in andere clusters zijn ook interessant en relevant en kunnen ook bouwstenen aandragen voor het eigen toekomstperspectief en de eigen ontwikkelstrategie. Uiteindelijk draait het in dit rapport niet zozeer om de toedeling van de gemeenten aan de verschillende clusters, maar veel meer om een bijbehorend, begrijpelijk en navolgbaar verhaal voor elk cluster.

De handelingsperspectieven dienen als start van het onderlinge gesprek om ervaringen over overeenkomstige uitdagingen te delen.

1.3 Leeswijzer Hoofdstuk twee geeft een toelichting op de wijze waarop de auteurs de middelgrote gemeenten hebben ingedeeld in een specifieke groep. We beschrijven welke gemeenten onderdeel uitmaken van het onderzoek en welke kwantitatieve en kwalitatieve kenmerken van de gemeenten zijn gebruikt. 12

Daarnaast zetten we uiteen hoe we tot de zeven clusters zijn gekomen die centraal staan in dit rapport. In hoofdstuk drie tot en met negen beschrijven we de zeven clusters door de gemeenschappelijke karakteristieken, opgaven en uitdagingen te bespreken. Wat kenmerkt de middelgrote gemeenten die onderdeel uitmaken van een bepaald cluster? Wat bindt de gemeenten en wat maakt deze gemeenten onderscheidend ten opzichte van de andere gemeenten? Op basis van de opgaven en uitdagingen waar de gemeenten voor staan, formuleren we voor ieder cluster een gedeeld handelingsperspectief: waar moeten de gemeenten op korte en langere termijn mee aan de slag? In hoofdstuk tien geven we de middelgrote gemeenten handvatten hoe zij aan de slag kunnen gaan met de inzichten van dit rapport. Dit rapport is nadrukkelijk geen eindproduct, maar eerder een startpunt voor onderlinge kennisuitwisseling tussen middelgrote gemeenten. We zetten diverse generieke opgaven uiteen waar de middelgrote gemeenten voor staan. Deze opgaven vormen de basis van het handelingsperspectief en kunnen per gemeente aangevuld worden met opgaven die specifiek bij het cluster waarin de desbetreffende gemeente valt, zijn besproken.

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

Clustering middelgrote gemeenten Dit hoofdstuk legt uit met welk motief en op welke wijze de auteurs met kwantitatieve en kwalitatieve methoden op basis van een groot aantal indicatoren en kenmerken de middelgrote gemeenten hebben geclusterd.

2.1 De middelgrote gemeenten In totaal maken 58 middelgrote gemeenten deel uit van dit onderzoek. De 45 middelgrote gemeenten die lid zijn van de M50 of partner zijn van Platform31: Altena, Barendrecht, Barneveld, Coevorden, De Bilt, De Ronde Venen, Den Helder, Doetinchem, Dronten, Etten-Leur, Goes, Gooise Meren, Gorinchem, Heerhugowaard, Hellevoetsluis, Hoogeveen, Kampen, Kerkrade, Landgraaf, Leidschendam-Voorburg, Lochem, Meierijstad, Nieuwegein, Nijkerk, Nissewaard, Oldambt, Oosterhout, Papendrecht, Peel en Maas, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijssen-Holten, Rijswijk, Roermond, Soest, Veenendaal, Veldhoven, Velsen, Venray, Vlaardingen, Waalwijk, Westland, Winterswijk, Woerden en Zeist. Deze zijn aangevuld met de 13 middelgrote gemeenten die lid zijn van het G40-stedennetwerk: Almelo, Assen, Gouda, Heerlen, Helmond, Hengelo, Hilversum, Hoorn, Lelystad, Oss, Roosendaal, Schiedam en Sittard-Geleen. Hierbij hanteren we een maximumaantal inwoners van 100 duizend (peildatum 1 januari 2020). 13

2.2 Kenmerken van de middelgrote gemeenten Bij de indeling van de middelgrote gemeenten in groepen en clusters is gebruik gemaakt van een groot aantal kenmerken van de gemeenten. De kenmerken en indicatoren zijn afkomstig uit verschillende bronnen. De kwantitatieve data en de analyse van Invisor en gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek, LISA, Waarstaatjegemeente.nl, Planbureau voor de Leefomgeving en Findo. Meer informatie over de bronnen van de gebruikte indicatoren vindt de lezer in bijlage 1. De onderstaande thematische onderverdeling vindt u tevens terug in de beschrijving van de zeven clusters: (1) Demografie:

(2)

−

Natuurlijke aanwas (geboortecijfer minus sterftecijfer)

−

Binnenlands en buitenlands migratiesaldo

−

Groei/krimp uitgesplitst over leeftijdsgroepen

−

Percentage interne verhuizingen

−

Langetermijnbevolkingsprognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Woningmarkt: −

Langetermijnprognose over de ontwikkeling van het aantal en soort huishoudens van het Centraal Bureau voor de Statistiek

−

Gemiddelde woningprijs

−

Gemiddelde WOZ-waarde

−

Omloopsnelheid woningmarkt

−

Marktpotentie woningmarkt per prijssegment

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

(3)

Werkgelegenheid en economie: − Bedrijfssectorenstructuur − Werkgelegenheid per sector − Aantal banen per actieve inwoners − Ontwikkeling van aantal banen en vestigingen − Aantal oprichtingen per duizend vestigingen − Aantal snelgroeiende ondernemingen per duizend vestigingen − Aantal zzp’ers en hun gemiddelde inkomen − Verwachte ontwikkeling van de potentiële beroepsbevolking − Onbenutte arbeidspotentieel

(4)

Voorzieningen: − Voorzieningenpeil in gemeente en stadscentrum − Winkelleegstand

(5)

Kwaliteit van leven: − Op basis van 51 indicatoren van het Planbureau voor de Leefomgeving, Kwaliteit van Leven in de (zie bijlage 2)

(6)

Sociaaleconomisch: −

Welvaart

−

Uitkeringsindex

−

Arbeidsongeschiktheidsindex

−

Langdurige werkloosheid

−

Jeugdwerkloosheid

−

Percentage huishoudens met een inkomen onder 105 procent van het sociaal minimum

14

gedurende 4 jaar of langer

(7)

2.3

−

Criminaliteitsindex

−

Veiligheid

−

Misdrijven

−

Veiligheidsbeleving

−

Inkomensscheefheid

−

Opleidingsniveau

−

Eenzaamheid

−

Kinderen in uitkeringsgezinnen

−

Voortijdig schoolverlaters

−

Sociale contacten

−

Sociaal vertrouwen

−

Sociale cohesie

Bestuur en samenspel: −

Ligging binnen/buiten Randstad

−

Functie van gemeente binnen de regio

−

Politieke participatie

−

Begrote uitgaven per hoofdfunctie gemeente.

Naar een clustering van middelgrote gemeenten

Op basis van bovenstaande kenmerken en indicatoren gingen we op zoek naar gemeenten met min of meer vergelijkbare kenmerken. Al snel kwamen we erachter dat de groep middelgrote gemeenten zeer divers is. In wezen is elke middelgrote gemeente uniek. Het bleek onmogelijk om gemeenten te vinden

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

die op een groot aantal punten in belangrijke mate vergelijkbaar zijn. Het op statistische wijze definiëren van enigszins homogene clusters zou bovendien betekenen dat we op een groot aantal clusters uitkomen. In eerste instantie werden de 58 middelgrote gemeenten met een statistische analyse ingedeeld in 15 clusters. Clusters die soms maar uit drie, twee of soms zelfs één middelgrote gemeente bestonden. Een cluster met slechts één, twee of drie middelgrote gemeenten leek ons onwenselijk omdat de middelgrote gemeenten dan minder ‘referentiegemeenten’ hebben en er minder kans is om onderling kennis, ervaringen en praktijken uit te wisselen. Het doel van het onderzoek − het bevorderen van de dialoog tussen enigszins vergelijkbare gemeenten − dreigde daarmee te mislukken. Om tot zinvolle uitwisselingen te kunnen komen, hebben wij elk cluster daarom uit minimaal zeven gemeenten en maximaal tien middelgrote gemeenten laten bestaan. Bij de indeling hebben we ervoor gekozen om naast de objectieve kenmerken en indicatoren ook meer subjectieve afwegingen een rol te laten spelen. Denk bijvoorbeeld aan de identiteit of het imago van een bepaalde gemeente.

Daarnaast hebben we gemeenten ingedeeld op basis van informatie uit aanvullende rapporten van het Centraal Bureau voor de Statistiek, het Planbureau voor de Leefomgeving en Platform31.5 Op deze manier kregen we een meer alomvattend beeld van uitdagingen waar de middelgrote gemeenten voor staan. In dit rapport hebben we de 58 middelgrote gemeenten onderverdeeld in de volgende 7, willekeurig geordende, clusters: 6 1.

Aantrekkelijke woonstad (10): De Bilt, Gooise Meren, Hilversum, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, De Ronde

15

Venen, Soest, Veldhoven, Woerden en Zeist 2.

Bloeiende streekstad (7): Heerhugowaard, Helmond, Kampen, Meierijstad, Nijkerk, Oss en Rijssen-Holten

3.

Werkstad (7): Almelo, Barendrecht, Barneveld, Etten-Leur, Venray, Waalwijk en Westland

4.

Centrumstad met uitdagingen (9): Assen, Doetinchem, Goes, Gorinchem, Gouda, Hengelo, Hoorn, Roermond en Veenendaal

5.

Voorstad (10): Hellevoetsluis, Nieuwegein, Nissewaard, Oosterhout, Papendrecht, Ridderkerk, Rijswijk, Schiedam, Velsen en Vlaardingen

6.

Stad in transitie (8): Den Helder, Heerlen, Hoogeveen, Kerkrade, Landgraaf, Lelystad, Sittard-Geleen en Roosendaal

7.

Landelijke stad (7): Altena, Coevorden, Dronten, Lochem, Oldambt, Peel-en-Maas en Winterswijk

_________ 5 Onder andere: Koos van Dijken, Razia Ghauharali en Simone ’t Hooft, De coronacrisis en de stad. Een verkenning van scenario’s, effecten en handelingsperspectieven voor gemeenten, Platform31, Den Haag, juli 2020 6 Wij hebben in alle clusternamen bewust het woord ‘stad’ gebruikt. Zelfs als sommige van de middelgrote gemeenten zichzelf niet als ‘stad’ zouden typeren.

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

2.4 Naar een gedeeld handelingsperspectief Ondanks het feit dat iedere gemeente uniek is, zijn we verhalenderwijs op zoek gegaan naar de gemeenschappelijke kenmerken, uitdagingen en opgaven die op de korte en lange termijn op de middelgrote gemeenten per cluster afkomen. Binnen de beschrijving van de zeven clusters verwijzen we naar relevante studies en rapporten die interessant kunnen zijn voor de betreffende gemeenten. Per cluster benoemen we een aantal gedeelde handelingsperspectieven waar gemeenten samen in zouden kunnen optrekken. Wij hopen dat de gemeenten een begin van herkenning aantreffen in het verhaal per cluster en dat de beschrijving en handelingsperspectieven een vruchtbare basis vormen om met elkaar in gesprek te gaan en van elkaar te leren.

16

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

Aantrekkelijke woonstad De tien middelgrote gemeenten De Bilt, Gooise Meren, Hilversum, Leidschendam-Voorburg, PijnackerNootdorp, De Ronde Venen, Soest, Veldhoven, Woerden en Zeist kunnen getypeerd worden als ‘aantrekkelijke woonstad’. Bijna alle aantrekkelijke woonsteden liggen in de Randstad. Alleen Veldhoven ligt in ‘de vingers’ van de Randstad.

17

Hilversum

3.1 Demografie De verwachte bevolkingsgroei is in de aantrekkelijke woonsteden geringer dan men zou verwachten. In de aantrekkelijke woonsteden neemt volgens de recente prognose de komende dertig jaar de bevolking toe met 5,5 procent.7 Dit is iets minder dan de verwachte toename in heel Nederland (6,6 procent). Er zijn zelfs aantrekkelijke woonsteden waar naar verwachting de bevolking in 2050 niet groter zal zijn dan in 2020. Het betreft De Bilt, Gooise Meren en De Ronde Venen. De sterkste groei wordt verwacht in Zeist (10,6 procent) en Veldhoven (9,9 procent). Bij een aantrekkelijke woonstad hoort het beeld dat meer mensen uit andere gemeenten naar de aantrekkelijke woonstad verhuizen dan dat er eigen inwoners vertrekken naar andere gemeenten. Dit klopt voor bijna alle aantrekkelijke woonsteden. Het positieve saldo van binnenlandse migratie is in de periode 2000 tot en met 2019 vooral omvangrijk in Pijnacker-Nootdorp. In De Ronde Venen en Veldhoven is er over de hele periode een gering negatief binnenlands migratiesaldo. Mogelijkerwijs kon de woningbouw geen gelijke tred houden met de vraag naar woningen.

_________ 7

Dit percentage is berekend op basis van de actuele bevolkingsprognoses van CBS-Statline, 2019, zie bijlage 1.

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

In de bevolkingsprognose wordt de natuurlijke aanwas, het saldo van de binnenlandse en buitenlandse migratie geraamd als verklaringen van de verwachte bevolkingsontwikkeling. De komende dertig jaar wordt voor alle aantrekkelijke woonsteden een positief binnenlands migratiesaldo verwacht. De uitzondering op deze regel vormen Hilversum en Woerden met respectievelijk een negatief binnenlands migratiesaldo van 8.900 in Hilversum en 2.100 in Woerden over de hele komende dertig jaar. Dit is opmerkelijk omdat juist Hilversum en Woerden wijken hebben waar de mensen lang blijven wonen en weinig geneigd zijn om te verhuizen naar andere gemeenten. Het grootste positieve binnenlandse migratiesaldo in de komende dertig jaar wordt verwacht in Veldhoven (5.200 nieuwe inwoners). In alle aantrekkelijke woonsteden tezamen wordt de verwachte bevolkingsontwikkeling naar verwachting voor gemiddeld 36 procent verklaard door de natuurlijke aanwas, voor 39 procent door het saldo buitenlandse migratie en voor 25 procent door het saldo binnenlandse migratie. 8 Niet voor alle bevolkingsgroepen zijn de aantrekkelijke woonsteden voldoende aantrekkelijk. Vooral jongvolwassen tussen de twintig en dertig jaar trekken weg uit deze gemeenten.

Mogelijke redenen hiervoor kunnen zijn: weinig betaalbare of geschikte woningen, afwezigheid van geschikte banen of opleidingsmogelijkheden of een te beperkt aantal voorzieningen dat bij deze leeftijdscategorie past.

3.2 Woningmarkt In de bevolkingsprognose neemt de komende dertig jaar het aantal huishoudens in alle aantrekkelijke woonsteden tezamen toe met 7,7 procent; een toename van 19.800 huishoudens. Dit is een 1,9 procentpunt lagere groei van het aantal huishoudens in de aantrekkelijke woonsteden dan de 18

verwachte toename van het aantal huishoudens in heel Nederland. Een hoge groei van het aantal huishoudens wordt verwacht in Pijnacker-Nootdorp (20 procent), Zeist (12 procent), Veldhoven (11 procent) en Leidschendam-Voorburg (10 procent). Een geringe toename van het aantal huishoudens wordt verwacht in De Ronde Venen (1 procent), De Bilt (2 procent) en Soest (3 procent). Ook hiermee wordt duidelijk dat de aantrekkelijke woonsteden zeer verschillende karakteristieken hebben. De komende dertig jaar vindt naar verwachting een belangrijke verschuiving plaats in het soort huishoudens: een sterke toename van het aantal eenpersoonshuishoudens (17 procent) en een geringe toename van het aantal paarhuishoudens (1 procent). In Pijnacker-Nootdorp neemt naar verwachting het aantal eenpersoonshuishoudens de komende 3 decennia toe met 65 procent, in LeidschendamVoorburg met 31 procent, en in Veldhoven met 20 procent. Opvallend is dat er in Soest en in De Bilt geen toename van het aantal eenpersoonshuishoudens wordt verwacht. Klaarblijkelijk zelfs niet van oudere inwoners die op enig moment met het verlies van een partner worden geconfronteerd. Dit kan verklaard worden omdat de bevolking in deze middelgrote gemeenten reeds een relatief hoge leeftijd heeft en de woningmarkt voor deze ouderen al een soort balans heeft bereikt.

In Gooise Meren zal het aantal paarhuishoudens in 2050 bijna vier procent lager liggen dan in 2020.

_________ 8

In de afgelopen twintig jaar zijn er belangrijke fluctuaties geweest in het saldo van de buitenlandse migratie (aantallen, herkomstlanden, migratiemotief, retourmigratie). De bevolkingsprognoses moeten voortdurend aangepast worden aan de veranderende werkelijkheid van vooral de buitenlandse migratie. In de meeste prognoses wordt tot nu toe uitgegaan van een langetermijn migratiesaldo van tussen de 15.000 en 25.000 buitenlandse migranten (kenniswerkers, studenten, arbeidsmigranten, asielmigranten). Van 2003 tot en met 2007 was het buitenlandse migratiesaldo voor heel Nederland negatief: er waren minder immigranten dan emigranten. Voor de recente periode (2010 tot 2018) is het gemiddelde migratiesaldo per jaar 43.375 personen. De meest recente prognose van het CBS, die loopt tot 2060, gaat nu uit van een jaarlijks positief saldo van 31.000 per jaar. Voor de toekomst zal het saldo van de buitenlandse migratie in de praktijk ook weer sterk gaan fluctueren. In 2019 (vóór corona) was het buitenlandse migratiesaldo 108.035 personen. Veel meer dan de 43.000 waar gemiddeld per jaar van wordt uitgegaan in de recente bevolkingsprognoses.

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

Voor alle aantrekkelijke woonsteden is de vraag of zij de bestaande woningvoorraad voldoende snel kunnen aanpassen aan de nieuwe woonwensen en de nieuwe kenmerken van de huishoudenssamenstelling. Daarbij is vooral een belangrijk aandachtpunt of er in de toekomst voldoende huisvesting zal zijn voor de groeiende groep zorgbehoeftige ouderen die de zorg in wijk en buurt moet krijgen. Zo verdubbelt de komende dertig jaar in de aantrekkelijke woonsteden het aantal 80-plussers. In sommige aantrekkelijke woonsteden stijgt het zelfs met 245 procent (PijnackerNootdorp). De woningen in deze gemeenten zijn relatief aantrekkelijk maar ook duur. Dit is één van de kenmerken van de aantrekkelijke woonsteden. De gemiddelde woningprijs ligt tussen de 428.000 euro (Leidschendam-Voorburg) en 523.000 euro (Gooise Meren). Het hogere segment van de woningmarkt heeft een groot aandeel in de woningvoorraad van de gemeenten. De aantrekkelijke woonsteden moeten opletten dat er geen te grote tekorten ontstaan in het lage en middensegment van de woningmarkt. Vooral voor De Bilt, Gooise Meren, De Ronde Venen en Soest bestaat het gevaar dat zij zich uit de markt prijzen, onvoldoende jongeren en jonge gezinnen kunnen aantrekken en een te eenzijdige (vergrijsde) bevolkingssamenstelling krijgen. De hoge woningprijzen kunnen de tendens van ontgroening en vergrijzing van de bevolking versterken.

De woningprijzen kunnen te hoog zijn voor starters op de woningmarkt en jonge gezinnen. Door woningen te reserveren voor jongeren, woningen toe te wijzen door loting, kleiner te bouwen, kortingen op de grondprijs, kavels voor zelfbouw uit te geven, flexwoningen, duo-wonen mogelijk te maken en dergelijke, kunnen gemeenten de kansen voor starters op de woningmarkt vergroten.9 Daarnaast houden huiseigenaren op leeftijd vaak (grote) gezinswoningen bezet en zijn ze minder geneigd om te investeren in de duurzaamheid van hun woningen. Als de oude ouderen (veelal op enig moment

19

alleenstaand) naar een beter geschikte woning of appartement kunnen verhuizen, zorgt dat ervoor dat de grote eengezinswoningen vrijkomen voor nieuwe, jonge gezinnen.10 Een combinatie van individuele benadering, een huurprijskorting op de nieuwe woning, het (deels) vergoeden van de verhuiskosten en het aanbieden van hulp bij de verhuizing, kan de doorstroming van ouderen bevorderen.

3.3 Werkgelegenheid en economie Met uitzondering van Veldhoven, Hilversum en Zeist is het aantal banen per duizend inwoners van 15 tot 65 jaar in de aantrekkelijke woonsteden niet erg hoog. De minste werkgelegenheid in de eigen gemeente is er in Leidschendam-Voorburg; slechts 377 banen per duizend inwoners. De specifieke economische kenmerken van sommige aantrekkelijke woonsteden verklaren het relatief grote aantal banen. In Veldhoven (1.047 banen per duizend inwoners) door het bedrijf ASML binnen de gemeentegrenzen. Voor Hilversum (910 banen per duizend inwoners) is de verklaring het mediapark en voor Zeist (829 banen per duizend inwoners) de grote dienstverlenende bedrijven (PGGM, KNVB, Triodos en Achmea) binnen de gemeentegrenzen.

_________ 9

Vera Beuzenberg, Frank Wassenberg en Mees Zonneveld, Starters op de woningmarkt; 34 maatregelen voor gemeenten om huur- en koopstarters te helpen, Platform31, Den Haag, september 2020

10

Zie voor voorbeelden van betaalbare woonzorgvarianten het rapport van Platform31, Langer thuis: Vernieuwende woonzorg voor kwetsbare senioren (verkenning en praktijk) en dan vooral het praktijkdeel. Zie ook de 174 ontwerpen die zijn ontwikkeld voor de prijsvraag Who Cares van de rijksbouwmeester Floris Alkemade om naoorlogse wijken in Sittard-Geleen, Groningen, Almere en Rotterdam stedenbouwkundig en zorgtechnisch aan te passen aan de naderende vergrijzingsgolf.

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

De toekomstige werkgelegenheid in deze drie gemeenten wordt wel bedreigd door de verwachte afname van de potentiële beroepsbevolking. Voor de overige aantrekkelijke woonsteden is het geringe aantal banen per duizend inwoners van 15 tot 65 jaar niet bijzonder zorgwekkend. Vanwege de ligging in de Randstad zijn er vele banen in de directe omgeving. Wel is van groot belang dat deze banen met goede verkeers- en vervoersverbindingen makkelijk bereikbaar zijn. Voor de middelgrote gemeenten (De Ronde Venen, Zeist en Veldhoven) met een grote afstand tot een treinstation of een hoofdverkeersader is dat zeker een aandachtspunt.11 De werkgelegenheid en de economie in de aantrekkelijke woonsteden, en vele andere middelgrote gemeenten, wordt gedomineerd door de verzorgende bedrijvigheid. In de aantrekkelijke woonsteden neemt de afgelopen vijf jaar het aantal banen met 5,8 procent toe; dit is 2,3 procentpunt minder dan de landelijke toename van het aantal banen.12 In de meeste (middelgrote) gemeenten en grote steden wordt de werkgelegenheidsgroei in de afgelopen tien jaar verklaard door de bevolkingsgroei en de daarmee verbonden verzorgende bedrijvigheid.

De coëfficiënt tussen bevolkingsgroei en werkgelegenheidsgroei (gecorrigeerd voor andere verklarende factoren) is dan groter dan één.13 In vele gemeenten komt de werkgelegenheidsgroei niet van de stuwende bedrijvigheid, maar volledig − en vaak méér dan volledig − van de verzorgende bedrijvigheid. De uitzonderingen op de regel onder de vijftig grootste gemeenten in Nederland zijn Sittard-Geleen, Hengelo, Deventer, Enschede, Haarlemmermeer, Leiden, Alphen aan den Rijn en Almelo. Zelfs in Eindhoven (maar het geldt ook voor vele andere steden en middelgrote gemeenten) is de afgelopen tien jaar vanuit de stuwende bedrijvigheid sprake van werkgelegenheidsverlies. De focus op topsectoren, campussen, valleys en dergelijke draagt klaarblijkelijk − bijna in het hele land − niet bij aan de groei van de werkgelegenheid. Waarbij natuurlijk niet uitgesloten kan worden dat zonder deze aandacht het werkgelegenheidsverlies 20

nog groter had kunnen zijn. Om de verzorgende bedrijvigheid te laten floreren, is − naast groei van de bevolking − voldoende en goed ondernemerschap nodig, voldoende en goed opgeleid personeel, en een goed ondernemers- en vestigingsklimaat.

3.4 Voorzieningen Het voorzieningenniveau van de aantrekkelijke woonsteden is veelal op voldoende niveau. Met variatie binnen de groep aantrekkelijke woonsteden heeft elke gemeente aantrekkelijke voorzieningen (detailhandel, horeca, kinderopvang, onderwijs, cultuur, recreatie). Zowel in algemene zin als in het stadcentrum. Een aantal aantrekkelijke woonsteden is ook aantrekkelijk omdat de gemeente in de buurt van een grote(re) stad ligt met nog meer voorzieningen waar inwoners gebruik van kunnen maken. Hiervoor is wel belangrijk dat de gemeenten (samen met het Rijk en de provincie) zorgen voor goede, frequente en multimodale verbindingen met de grote(re) stad. De aanwezigheid van voldoende voorzieningen blijkt ook uit het gemiddeld lage percentage winkelleegstand op 1 oktober 2018 in alle aantrekkelijke woonsteden tezamen (5,9 procent). Royaal onder het gemiddelde leegstandspercentage in heel Nederland (8,0 procent).

_________ 11

CBS – Statline: nabijheid voorzieningen

12

LISA-gegevens 2015 tot en met 2019.

13

Gerard Marlet, Marten Middeldorp, Roderik Ponds en Clemens van Woerkens, Atlas 2019 voor gemeenten Groei & Krimp, Utrecht, 2019, blz. 232.

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

Het leegstandspercentage is hoog in Hilversum (10,6 procent) en Zeist (10,2 procent) en bijzonder laag in De Ronde Venen (1,8 procent).14

3.5 Kwaliteit van leven Op de dimensies van kwaliteit van leven scoren de aantrekkelijke woonsteden gemiddeld of (veel) beter dan gemiddeld van alle andere gemeenten in Nederland. Dit geldt in het bijzonder voor De Bilt, Gooise Meren, Soest, Woerden en Zeist. De overige aantrekkelijke woonsteden moeten hun opgaven op het gebied van ‘milieu’ (Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp en Veldhoven), ‘gezondheid’ (Hilversum), ‘wonen’ (Pijnacker-Nootdorp, De Ronde Venen) en ‘toegang tot voorzieningen’ (De Ronde Venen) niet veronachtzamen. De aantrekkelijkheid van de woonsteden wordt ook verklaard door de rust, ruimte en ligging in en rondom groene natuurgebieden. Sinds 2014 blijven de volgende aantrekkelijke woonsteden zich goed of (veel) beter ontwikkelen dan alle gemeenten in Nederland gemiddeld: De Bilt, Gooise Meren, Hilversum, Soest, Veldhoven en Zeist. Met als uitzondering voor de dimensie 'wonen' in De Ronde Venen, Pijnacker-Nootdorp en Woerden, de dimensie 'toegang tot voorzieningen' in De Ronde Venen en de dimensie 'milieu' in LeidschendamVoorburg en Pijnacker-Nootdorp. De uitdaging voor de aantrekkelijke woonsteden ligt bij het in stand houden van aantrekkelijkheid. ‘Aantrekkelijkheid’ wordt in elke periode opnieuw gedefinieerd. Wat nu aantrekkelijk is, kan in de toekomst als (te) saai of (te) rustig worden beleefd.

Op deze veranderende vraag moeten de aantrekkelijke woonsteden anticiperen. Een goede bereikbaarheid is belangrijk voor woonsteden; de

21

uitgaande pendel is fors (sinds de gemeenten zelf weinig werkgelegenheid bieden en qua banen sterk afhankelijk zijn van andere gemeenten). Nieuwe concepten zoals smart mobility kunnen hier een uitkomst bieden.

3.6 Sociaaleconomisch De sociale problematiek in de aantrekkelijke woonsteden is relatief gering. Dit komt tot uiting in de relatief lage uitgaven in het sociale domein in de aantrekkelijke woonsteden.15 De geringe sociale problematiek is een aspect van de ‘aantrekkelijkheid’ van de gemeenten. Het besteedbaar inkomen is hoger en in sommige aantrekkelijke woonsteden (De Bilt, De Ronde Venen, Gooise Meren, PijnackerNootdorp en Zeist) zelfs véél hoger dan gemiddeld in Nederland. De bevolkingsopbouw wordt gekenmerkt door relatief veel hoogopgeleiden en relatief weinig inwoners met een migratieachtergrond. De ‘sociale contacten’ zijn in de meeste aantrekkelijke woonsteden gemiddeld of beter dan gemiddeld in vergelijking met het landelijke gemiddelde. De uitzonderingen zijn Veldhoven en Zeist, waar de ‘sociale contacten’ slechter dan gemiddeld zijn vergeleken met het gemiddelde van alle Nederlandse gemeenten. De andere uitzondering op de regel is Woerden. Daar zijn de ‘sociale

_________ 14

Rijksoverheid, Leegstand van winkels, 2004-2018, Compendium voor de Leefomgeving, Den Haag, 19 april 2019. Voor inwoners van De Ronde Venen is er alleen Mijdrecht als kern met veel detailhandel voor de dagelijkse boodschappen, zie bijlage 1.

15

Findo – Data Financiën Decentrale Overheden. Lasten in de begroting 2020 per inwoner per hoofdfunctie. Gemiddeld geven alle Nederlandse gemeenten 1.457 euro per inwoner uit in het sociale domein. Daarmee vergeleken geven de aantrekkelijke woonsteden gemiddeld 947 euro per inwoner uit. Geen enkele aantrekkelijke woonstad geeft in het sociale domein meer uit dan het gemiddelde van alle Nederlandse gemeente. Hilversum begroot de hoogste lasten per inwoner (1.354 euro per inwoner). Nijkerk verwacht het minst uit te geven in het sociale domein van de aantrekkelijke woonsteden (604 euro).

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

contacten’ véél slechter dan gemiddeld in Nederland. Het ‘sociaal vertrouwen’ is alleen in de aantrekkelijke woonstad Pijnacker-Nootdorp vergelijkbaar met het gemiddelde van alle Nederlandse gemeenten. In de overige aantrekkelijke woonsteden (Leidschendam-Voorburg, Woerden en Zeist) is het ‘sociaal vertrouwen’ beter of zelfs véél beter dan gemiddeld in Nederland. In de aantrekkelijke woonsteden groeien gemiddeld minder kinderen op in uitkeringsgezinnen dan in de rest van Nederland. Daarnaast is er ook niet opvallend veel schooluitval onder jongeren. De ‘eenzaamheid’ varieert in de aantrekkelijke woonsteden: hoog in Leidschendam-Voorburg (46,3 procent) en laag in Woerden (35,9 procent). In Woerden gaat derhalve relatief weinig ‘eenzaamheid’ gepaard met relatief slechte ‘sociale contacten’. Gemiddeld scoren alle aantrekkelijke woonsteden tezamen op de indicator ‘eenzaamheid’ 41,3 procent. Dat is minder dan de gemiddelde ‘eenzaamheid’ in Nederland (42,9 procent).16

3.7 Bestuur en samenspel Gemiddeld over alle aantrekkelijke woonsteden tezamen wijken de begrote uitgaven per hoofdfunctie niet erg af van de gemiddelde uitgaven van alle gemeenten. Voor alle hoofdfuncties geven de aantrekkelijke woonsteden gemiddeld minder uit per inwoner dan alle Nederlandse gemeenten gemiddeld. De belangrijkste verschillen zijn er voor de hoofdfunctie ‘sociaal’ (34 procent minder lasten per inwoner), ‘verkeer, vervoer en waterstaat’ (31 procent geringere begrote uitgaven per inwoner), ‘onderwijs’ (28 procent minder begrote uitgaven per inwoner) en ‘sport, cultuur en recreatie’ (22 procent lagere uitgaven per inwoner). Binnen de groep aantrekkelijke woonsteden zijn er wel belangrijke 22

verschillen. Zo heeft Leidschendam-Voorburg zeer hoge kosten per inwoner voor ‘bestuur en ondersteuning’, Veldhoven voor ‘economie’ en Pijnacker-Nootdorp voor ‘volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing’. De politieke participatie is hoog in de aantrekkelijke woonsteden. In slechts drie van deze gemeenten is de politieke participatie gemiddeld ten opzichte de gemiddelde politieke participatie in heel Nederland. In de zeven overige aantrekkelijke woonsteden is de politieke participatie beter en in een enkel geval (De Bilt) zelfs véél beter dan de gemiddelde politieke participatie in heel Nederland. De hoge politieke participatie kan deels ook verklaard worden door de motivatie van de hoogopgeleide, welgestelde inwoners om te houden wat men heeft (rust, ruimte, groen). Diverse aantrekkelijke woonsteden kunnen hun complementariteit ten opzichte van de grote stad in de regio vergroten en nog beter gaan profiteren van de voorzieningen in de nabijgelegen grote stad (borrowing functions). Tegelijkertijd kunnen zij hun kwaliteiten ook inzetten om nieuwe inwoners − onder andere hoogopgeleide starters of jonge gezinnen − uit de nabijgelegen gemeenten aan te trekken. Het aantrekkelijke leefklimaat, de ligging in het groen en de geringe sociale problematiek kunnen een pullfactor zijn.

Daar staat tegenover dat de relatief dure woningen een deel van de potentieel nieuwe inwoners zal afschrikken. Het wonen in een aantrekkelijke woonstad is slechts voor de happy few weggelegd. Het exclusieve karakter kan het voor nieuwe bewoners, zelfs de potentieel nieuwe inwoners met goede inkomens, onmogelijk maken om te verhuizen naar de aantrekkelijke woonstad. De doorstroomgegevens geven aan dat de woningprijzen op de limiet zitten wat de potentiële inwoners met redelijke inkomens zich nog kunnen veroorloven.

_________ 16

Zie bijlage 1.

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

3.8 Handelingsperspectief Houd niet vast aan de status quo met een verouderende bevolking gesteld op rust De aantrekkelijke woonsteden lopen het risico dat het te goed gaat en dat zij zich ‘uit de markt prijzen’. Aantrekkelijke, dure woningen, een relatief welgestelde bevolking, voldoende banen in de eigen stad of in de directe omgeving, ruimte, groen en een beperkte sociale problematiek. Jong talent kan geen betaalbare of geschikte woning vinden en trekt naar de grote stad. Een prachtig woonklimaat is niet meer voldoende om (jonge) mensen te binden. Daar is meer voor nodig: werkruimtes, woonwerkmogelijkheden, horeca, appartementen, startup-voorzieningen, een innovatief klimaat en reuring. De meeste aantrekkelijke woonsteden worden daarbij bovendien gehinderd omdat zij geen uitleglocaties meer hebben. De kwaliteiten die nodig zijn om nieuwe generaties aan te trekken, kunnen schuren met de welgestelde babyboomgeneratie die zijn hele wooncarrière heeft gemaakt in de aantrekkelijke woonstad en op zijn rust is gesteld. Van de relatief kleine verzorgende economie, in de meeste aantrekkelijke woonsteden, gaat ook geen grote mate van dynamiek uit. Zet in op meer gevarieerde woon-, werk- en leefmilieus voor meerdere doelgroepen De aantrekkelijke woonsteden kunnen inzetten op een grotere variatie in de woon-, werk- en leefmilieus.

Daarmee kunnen zij beter inspelen op de behoefte om met gelijkgestemden te kunnen wonen. Gelijkgestemd qua etniciteit, levensfase (gezinnen die bij elkaar wonen en bijvoorbeeld een binnentuin delen), het delen van hobby’s (golven, paardrijden, watersport) of het hebben van een bepaalde overtuiging (zoals in duurzame of klimaatneutrale woonwijken). Het inspelen op deze trend zien wij in afgesloten woondomeinen, in complexen met gezamenlijke voorzieningen (zorgcoöperaties), in collectief particulier opdrachtgeverschap, in thematisch samenwonen (waterwonen, retroarchitectuur,

23

energieneutrale woningen, zelfbeheer, zorgcoöperaties) en in communities voor senioren). In toenemende mate vindt de differentiatie plaats naar sociaal-culturele factoren zoals leefstijl, waarden, stijl, smaak en symboliek. Waar werken, wonen en recreëren in de praktijk steeds meer in elkaar overlopen, wordt in de regelgeving vaak nog uitgegaan van vaste bestemmingen en standaardoplossingen. Om op deze ontwikkeling in te spelen, kunnen de aantrekkelijke woonsteden veel meer experimenteren met verschillende planregimes, met functiemenging en met ‘onbestemd bouwen’ (differentiatie van het nieuwbouwprogramma niet van tevoren vastleggen maar zo lang mogelijk flexibel houden). Daarbij moeten niet alle kaarten gezet worden op nieuwe woningen om meer variatie te creëren. De belangrijkste transitie is die van de bestaande woningen en woon- en leefmilieus. Met de vergrijzing wordt op termijn dé opgave om de woningen die vrijkomen als de langstlevende partner van de sterk vergrijzende bevolking overlijdt weer bezet te krijgen. In de toekomst wordt dan ook het bouwen van nieuwe huizen minder van belang om nieuwe inwoners aan te trekken. Op zoek naar een nieuw businessmodel voor een herdefiniëring van aantrekkelijkheid De aantrekkelijke woonsteden dienen op zoek gaan naar een vernieuwend ‘businessmodel’ om aantrekkelijk te blijven voor een brede groep (nieuwe) inwoners.

Bijvoorbeeld door grote vrijkomende woningen te (laten) splitsen in appartementen voor ouderen (al dan niet met zorg) of voor jongeren. Mogelijkerwijs biedt de verduurzamingsopgave ook kansen voor een nieuw businessmodel. Bij de overdracht van woningen kan de gemeente nieuwe eigenaren stimuleren om niet alleen te renoveren (nieuwe keuken en badkamer), maar ook om te verduurzamen. Veel woningen zullen enigszins verouderd zijn doordat zij bewoond worden door een oudere generatie. De uitdaging daarbij is om de vrijgekomen, bestaande woningen aantrekkelijk en betaalbaar te laten zijn voor nieuwe eigenaren.

Op zoek naar een gedeeld handelingsperspectief voor middelgrote gemeenten

Bloeiende streekstad De zeven middelgrote gemeenten Heerhugowaard, Helmond, Kampen, Meierijstad, Nijkerk, Oss en Rijssen-Holten kunnen getypeerd worden als ‘bloeiende streekstad’. Ze liggen veelal buiten de Randstad en vaak in de buurt van één of enkele andere grote of middelgrote gemeenten. De bloeiende streeksteden hebben zeer verschillende achtergronden. Deels zijn het oude industriesteden (Helmond, Oss), deels een moderne stad (Heerhugowaard met ‘Stad van de Zon’) en deels fusiegemeenten met zeer verschillende kernen (Meierijstad, Rijssen-Holten). Een gezamenlijk kenmerk van de gemeenten is dat zij ‘bloeien’ in termen van bevolkingsgroei of werkgelegenheidsgroei. Ondanks dat ze geen uitgesproken woonstad of werkstad zijn, doen de bloeiende streeksteden het relatief goed.

24

Heerhugowaard

4.1 Demografie De bloeiende steeksteden groeien (sterk) in aantal inwoners en in aantal huishoudens. In alle gemeenten tezamen neemt het aantal inwoners de komende dertig jaar met bijna 38.000 inwoners toe; een toename van 8,2 procent. Dit is een hogere verwachte bevolkingsgroei dan voor heel Nederland in dezelfde periode (6,6 procent). Een hoge bevolkingsgroei wordt vooral verwacht in Helmond en Oss (beide 12 procent), Nijkerk (11 procent) en Meierijstad (8 procent). Voor Rijssen-Holten wordt verwacht dat de bevolking stabiel blijft de komende drie decennia. ‘Bloei’ wordt derhalve niet gedefinieerd door enkel en alleen bevolkingsgroei. Ook de determinanten van de bevolkingsgroei verschillen tussen de bloeiende streeksteden. In de afgelopen twintig jaar droeg de binnenlandse migratie bij aan de bevolkingsgroei in Heerhugowaard, Helmond en enigszins in Kampen. In Kampen en Rijssen-Holten is er vooral een sterke natuurlijke aanwas. De afgelopen twintig jaar verhuisden er per saldo meer inwoners uit Meierijstad, Oss en Rijssen-Holten naar andere gemeenten dan er zich inwoners uit andere gemeenten in deze (bloeiende)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/440/documents/7516