CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

A08. 20210712 OZHZ, Jaarrekening 2020 en begroting 2022 OZHZ.pdf

Commissie Ruimte Papendrecht 15 september 2021, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Lijst ingekomen stukken en mededelingen28.413 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

1.3

Financiële vaste activa

OZHZ beschikt niet over financiële vaste activa.

56

Jaar stukken 2020.

2. Vlottende activa 2.1

Voorraden

De in de balans opgenomen voorraden is uitgesplitst naar de volgende categorie: Voorraden a

31-12-2020

31-12-2019

Onderhanden Werk

355.881

640.308

Totaal

355.881

640.308

Bedragen x €

Het onderhanden werk betreft projecten/opdrachten ten behoeve van gemeenten op het gebied van milieuonderzoek. De voorraad bestaat uit nog te factureren uitgevoerde werkzaamheden tegenover ontvangen bijdragen waarvoor nog activiteiten moeten worden verricht.

2.2

Uitzettingen korter dan één jaar

De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar worden als volgt gespecificeerd: Uitzettingen rente typische looptijd korter dan een jaar

31-12-2020

31-12-2019

A B C D E F G H I

Vorderingen op openbare lichamen Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen Overige verstrekte kasleningen Rekening-courantverhoudingen met het Rijk Rekening-courantverhoudingen met overige financiële instellingen Overige vorderingen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met looptijd < 1 jaar Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier Overige uitzettingen

9.012.218 0 0 0 4.631.521 6.083 0 0 0

827.592 0 0 0 1.984.700 18.990 0 0 0

Totaal

13.649.822

2.831.282

Bedragen x €

De vordering op openbare lichamen betreft voornamelijk de voorschotfacturen aan gemeenten en provincie inzake uitvoering van de wettelijke taken en programma’s en de inwonerbijdrage. Het saldo is fors gestegen omdat de voorschotfacturen van het eerste kwartaal 2021 eind december 2020 zijn verzonden. OZHZ verwacht de gelden begin 2021 te ontvangen.

57

Jaar stukken 2020.

2.3

Liquide middelen

Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: 31-12-2020

31-12-2019

Kas Bank inclusief kruisposten

262 204.343

479 98.581

Totaal

204.605

99.060

Liquide middelen

Bedragen x €

Het banksaldo betreft de ontvangen voorschot- en subsidiebedragen en het nog openstaande crediteurensaldo. Vanwege het schatkistbankieren (zie paragraaf 2.3 financiering) is eveneens sprake van uitzettingen in de Rijksschatkist. Daardoor is het saldo liquide middelen begrenst op € 200.000. In de Financieringsparagraaf (Deel I, hoofdstuk 2, paragraaf 4) worden de beleidsuitgangspunten ten aanzien van het treasurybeleid weergegeven.

2.4

Overlopende activa

De overlopende activa zijn als volgt onderverdeeld: Overlopende Activa

31-12-2020

31-12-2019

0 0 452.766 261.319 22.882

0 0 742.763 285.466 1

736.967

1.028.230

Nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering met een specifiek bestedingsdoel: Europese overheidslichamen Het Rijk Overige Nederlandse overheidslichamen Vooruitbetaalde kosten Nog te ontvangen bedrag Totaal Bedragen x €

Vooruitbetaalde kosten Dit zijn kosten die voor 31 december 2020 betaalbaar zijn gesteld, maar waarvan de lasten betrekking hebben op het dienstjaar 2021. Veelal gaat het om verzekeringspremies, huur kantoorpand, licenties en contributies. Nog te ontvangen bedragen Dit zijn bedragen die ten gunste van het boekjaar 2020 komen, maar waarvan de bedragen in de loop van 2021 worden ontvangen.

58

Jaar stukken 2020.

De nog te ontvangen bedragen bestaan voornamelijk uit vorderingen op overheidslichamen die nog niet zijn gefactureerd. De onderbouwing is als volgt: Nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering met een specifiek bestedingsdoel:

Begin saldo 2020

Gemeente Alblasserdam Gemeente Dordrecht Gemeente Gorinchem Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht Gemeente Hoeksche Waard Gemeente Molenlanden Gemeente Papendrecht Gemeente Vijfheerenlanden Gemeente Sliedrecht Gemeente Zwijndrecht Totaal

742.763

Toevoegingen

Ontvangsten

41.451 530.474

360.292

-41.451 -530.474

24.164

18.748

-24.164

52.385 23.534 70.754

17.280 19.094

-52.385 -23.534 -70.754

6.224 31.126 452.766

-742.763

Eind saldo 2020 360.292 18.748 17.280 19.094 6.224 31.126 452.766

Bedragen x €

59

Jaar stukken 2020.

PASSIVA 1. Vaste financieringsmiddelen 1.1

Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit de Algemene reserve, de bestemmingsreserves en het saldo van de rekening. Conform artikel 54, tweede lid, van het BBV is per reserve het verloop gedurende het boekjaar weergegeven. Er is geen sprake van specifieke bestemmingsreserves die zijn gevormd voor de afschrijving op activa. Eigen vermogen

31-12-2020

Algemene reserve

31-12-2019

915.844

712.152

Bestemmingsreserves

1.975.138

2.520.722

Onverdeeld resultaat

618.375

252.571

3.509.357

3.485.445

Totaal Bedragen x €

In het onderstaand overzicht is het verloop van de reserves in 2020 weergegeven. Omschrijving

31-122019

Bestemming Balans Toevoeging Onttrekking rek 2020 mutaties 2020 2020

31-122020

Algemene reserve Programmabijdrage PZH Materieel budget PZH Doorontwikkeling Digitalisering Verlofstuwmeer Controle energiemaatregelen Frictiekosten ontvlechting Regieplan Informatiegestuurd werken

712.152 9.806 174.835 101.517 249.480 110.000 963 1.537.542 336.580

252.571 -9.806 9.806 155.000 -155.000 -

-

123.643 -

172.521 33.862 963 441.767 68.993

915.844 184.641 101.517 370.618 110.000 940.775 267.587

Totaal

3.232.874

252.571

-

123.643

718.107

2.890.982

Bedragen x €

60

Jaar stukken 2020.

Algemene reserve De algemene reserve is onderdeel van het weerstandsvermogen. Bij eerste bestuursrapportage 2020 heeft een toevoeging plaatsgevonden van € 124.000, vanuit de post onvoorzien. Reden is een andere systematiek met betrekking tot het weerstandsvermogen. Voor de beleidsuitgangspunten, omvang, en samenstelling van het weerstandsvermogen en de bijbehorende risico’s wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen (Deel I, paragraaf 2.1). Programmabijdrage Provincie Zuid-Holland Uit dit budget werden de directe productiekosten van het provinciaal werkprogramma gedekt. Bij resultaatbestemming 2019 is het saldo toegevoegd aan de bestemmingsreserve materieel budget PZH. De reserve programmabijdrage PZH is daarmee komen te vervallen per 1/1/2020. Materieel budget Provincie Zuid-Holland Conform het besluit van het algemeen bestuur in 2011 is een reservering gemaakt voor eventuele complexe dossiers in de komende jaren. In 2020 zijn er geen onttrekkingen ten laste van deze reserve gedaan. De reserve is aangevuld met € 9.806 bij resultaatbestemming 2019. Doorontwikkeling OZHZ is per 1 april 2017 van start gegaan in de nieuwe organisatiestructuur. De frictiekosten zijn beperkt omdat er geen sprake is van gedwongen ontslagen of boventalligheid. De doorontwikkeling betekent wel een forse veranderopgave voor wat betreft de werkwijze, sturing en cultuur.

De bestemmingsreserve is bedoeld voor de dekking van kosten en improductieve uren door opleidingen, trainingen en het bevorderen van betrokkenheid. De kosten voor opleidingen en trainingen in het kader van de doorontwikkeling zijn gedekt uit het reguliere opleidingsbudget. Vanwege de Covid crisis zijn de opleidingen achtergebleven. De geraamde onttrekking is derhalve uitgebleven. Digitalisering OZHZ streeft naar een volledige digitalisering van de werkprocessen. Dit draagt bij aan de maatschappelijke wens tot een snelle en transparante informatievoorziening en een vlottere afdoening van zaken. Op dit moment maakt OZHZ nog niet genoeg gebruik van de technische mogelijkheden die voorhanden zijn. In 2018 is er daarom een bedrag gereserveerd om verdere stappen te kunnen zetten richting een informatie gestuurde werkwijze. In 2020 is een bedrag van € 33.862 onttrokken voor de externe kosten van Squit XO en werkzaamheden in het kader van de BRO. Verlofstuwmeer OZHZ heeft nog te maken met een verlofstuwmeer. Omdat een bovengemiddelde opname van verlof leidt tot vervangende inhuur ontstaat een financieel risico. Hiervoor is een bestemmingsreserve gevormd. In 2020 hebben geen onttrekkingen plaatsgevonden.

Frictiekosten ontvlechting De frictievergoeding voor de uittreding van de voormalige gemeenten Leerdam en Zederik en de ontvlechting van de bouwtaken Molenlanden is grotendeels toegevoegd aan de bestemmingsreserves frictiekosten ontvlechting. De onttrekking bedraagt € 441.747 en betreft de compensatie aan eigenaren voor de hogere inwonerbijdrage (€ 309.000), de tijdelijk hogere overhead (€ 123.000) en personele frictiekosten (€ 9.000).

61

Jaar stukken 2020.

Het productiviteitsverlies ten gevolge van de vele vacatures is gecompenseerd door de hogere omzet. Derhalve blijft de onttrekking achter bij de begroting. Regieplan Informatie gestuurd werken OZHZ en zijn opdrachtgevers zien in de maatschappelijke opgaven van de gemeenten en provincie in de komende periode belangrijke kansen en uitdagingen. Het regieplan biedt een programmatische, doelgerichte, aanpak. Een deel van het programma Informatie Gestuurd Werken (IGW) wordt gedekt uit een bestemmingsreserve. In 2020 is een bedrag van € 68.993 onttrokken het ontwikkelen van kaarten en het inschakelen van externe expertise.

1.2

Voorzieningen

Voorzieningen zijn gevormd voor op balansdatum bestaande risico’s voor verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten. Voorzieningen zijn onderdeel van het vreemd vermogen en niet vrij aanwendbaar door het bestuur. Het saldo van de voorzieningen is nihil. Er zijn geen mutaties geweest in 2020.

1.3

Langlopende schulden

OZHZ heeft net als in eerdere jaren geen vaste schulden. Er zijn ook geen tussentijdse ontwikkelingen geweest. In de Financieringsparagraaf (Deel I, hoofdstuk 2, paragraaf 3) worden de beleidsuitgangspunten ten aanzien van het treasurybeleid weergegeven.

62

Jaar stukken 2020.

2.

Vlottende passiva

Onder de vlottende passiva zijn opgenomen: Vlottende passiva

31-12-2020

31-12-2019

Schulden korter dan één jaar

4.301.851

516.110

Totaal

4.301.851

516.110

Bedragen x €

2.1

Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd < 1 jaar

De in de balans opgenomen kortlopende schulden kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Vlottende schulden

31-12-2020

31-12-2019

Crediteuren Overige vlottende schulden

1.222.639 3.079.212

496.591 19.519

Totaal

4.301.851

516.110

Bedragen x €

De overige schulden bestaan met name uit de crediteuren. Afwikkeling van de openstaande schulden vindt plaats in het eerste kwartaal van 2020.

2.2

Overlopende passiva

De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt: Overlopende passiva

31-12-2020

31-12-2019

Reservering accountantskosten Verlofverplichting Verplichting afloop lease Vooruit ontvangen inkomsten Overige nog te betalen

23.920 296.942 0 6.616.412 1.123.994

20.500 280.542 0 777.515 559.063

Totaal

8.061.268

1.637.620

Bedragen x €

63

Jaar stukken 2020.

De vooruit ontvangen bedragen van Europese of Nederlandse overheidslichamen betreffen de periodieke voorschotten van de opdrachtgevers. De onderbouwing is als volgt: Vooruit ontvangen bijdragen Nederlandse overheidslichamen

Beginsaldo Eindsaldo 31-12-2019 Ontvangen Vrijgevallen 31-12-2020

Uitvoering milieutaken en bouwtaken gemeente Alblasserdam Uitvoering milieutaken en bouwtaken gemeente Dordrecht Uitvoering milieutaken en bouwtaken gemeente Gorinchem 19.082 Uitvoering milieutaken gemeente Hardinxveld-Giessendam 36.957 Uitvoering milieutaken en bouwtaken gemeente Hendrik Ido Ambacht Uitvoering milieutaken en bouwtaken gemeente Hoeksche Waard 21.795 Uitvoering milieutaken en bouwtaken gemeente Molenlanden Uitvoering milieutaken gemeente Papendrecht Uitvoering milieutaken en bouwtaken gemeente Sliedrecht 21.770 Uitvoering milieutaken gemeente Zwijndrecht 19.667 Uitvoering milieutaken provincie Zuid-Holland 503.539 Inwonerbijdrage Vooruitontvangen bedragen RVMK Drechtsteden 101.522 Vooruitontvangen bedragen RVMK ALV Vooruitontvangen bedragen Geluidbeslastingskaarten 53.182 Vooruitgefactureerde - projectinvesteringen Totaal

777.515

433.112 1.797.691 165.028 134.608 97.931 377.868 352.054 112.831 111.328 184.842 2.078.451 545.613 25.465 11.034 28.220 5.632 6.461.708

-19.082 -36.957 -21.795

-21.770 -19.667 -503.539

-622.811

433.112 1.797.691 165.028 134.608 97.931 377.868 352.054 112.831 111.328 184.842 2.078.451 545.613 126.987 11.034 81.403 5.632 6.616.412

Bedragen x €

64

Jaar stukken 2020.

1.3

De gevolgen van Covid-19

Tijdens het opleveren van deze jaarrekening zijn de gevolgen van de COVID-19 pandemie nog niet volledig te overzien. OZHZ heeft de nodige interne maatregelen genomen om het werk zoveel als mogelijk doorgang te laten vinden, monitort de effecten van de crisis op de productiviteit en kosten en treedt waar nodig in overleg met de participanten, wanneer de in de jaarprogramma's gemaakte afspraken en financiële kaders onder druk komen te staan. Tot dusver is hier geen sprake van geweest. OZHZ heeft de inhoudelijke taken nagenoeg volledig kunnen uitvoeren. De omzet is daardoor op peil gebleven. Tevens zijn extra werkzaamheden uitgevoerd in het kader van het toezicht op de noodverordening. Deze extra taken komen in aanmerking voor een specifieke rijkssubsidie. In geval het Rijk de ingediende subsidie aanvraag (via de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid) accepteert, dan levert dit een meevaller op van € 143.527,32. Deze komt dan direct ten gunste van de deelnemers. Het COVID-19 (Corona) virus heeft mogelijk wel gevolgen voor de beleidsterreinen van de begroting 2021 en mogelijk voor de jaren daarna. Hoe groot de financiële impact exact zal zijn is nu onmogelijk te bepalen. Het belangrijkste financiële gevolg, voor zover op dit moment valt in te schatten, is het risico van een structurele omzetdaling en een daaruit voortvloeiende overcapaciteit op de overhead.

Voorbeelden van een onrendabele overhead zijn het huisvestingscontract en de ondersteunende functies. Op dit moment zijn er geen signalen dat de deelnemers dergelijke bezuinigingen overwegen. Het risico wordt voldoende ondervangen met de reguliere beheersmaatregelen en buffers, zoals beschreven in de paragraaf weerstandsvermogen (zie hoofdstuk 2.1). In geval van omzetdaling zal de flexibele capaciteit worden afgebouwd. Het weerstandsvermogen voorziet in een daling van de omzet binnen de kaders van de bijdrageverordening. Alle participanten hebben de mogelijkheid om zonder frictie een volumekorting toe te passen van 8% in 4 jaar. De overige risico's voor de financiële positie van OZHZ worden ingeschat als zeer beperkt. OZHZ heeft geen activa die (deels) zijn gefinancierd door derden en beschikt evenmin over financiële activa. Ook is er geen sprake van een duurzame waardevermindering van de activa, afgegeven garanties en borgstellingen, of een bovenmatig risico dat debiteuren niet aan hun verplichting kunnen voldoen. Het overgrote deel van de debiteuren betreft de deelnemers van OZHZ. OZHZ heeft zijn werkprocessen vrijwel volledig digitaal ingericht. In de processen zijn de nodige waarborgen getroffen inzake vastlegging, functiescheiding en mandaatregelingen.

Voorbeelden zijn de financiële en personele processen, het tijdschrijven, de afhandeling van documenten en de registratie van de operationele activiteiten in het basisprocessensysteem. Voor de beperkte gevallen dat een fysieke handtekeningen nodig is of een fysiek besluit zijn medewerkers op kantoor aanwezig en is een interne koerier beschikbaar. De medewerkers zijn thuis gefaciliteerd met materieel van OZHZ. Daarbij is sprake van een adequate registratie. Overall concludeert OZHZ dat er geen sprake van een extra rechtmatigheidsrisico ten gevolge van het massale thuiswerken.

65

Jaar stukken 2020.

1.4

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

De niet uit balans blijkende verplichtingen kunnen betrekking hebben op langlopende overeenkomsten waaruit een of meerdere verplichtingen voortvloeien. Hiertoe worden ook de verplichtingen gerekend die slechts voor één jaar of korter zijn aangegaan en verplichtingen die in de loop van het jaar zijn ontstaan en per ultimo van dat betreffende jaar nog voortduren. Het gaat daarbij om de volgende verplichtingen: Huurverplichtingen Per 2016 heeft OZHZ een huurcontract afgesloten voor de locatie Post 120 te Dordrecht. De jaarlijkse huurlast bedraagt circa € 500.000 en wordt jaarlijks geïndexeerd. Het contract is aangegaan voor 10 jaar, waarna een verlenging van 5 jaar mogelijk is. In 2016 is de schoonmaak en glasbewassing aanbesteed in samenwerking met de andere huurders. De jaarlijkse lasten bedragen circa € 50.000. Het contract is na een periode van 2 jaar overgegaan in een contract voor onbepaalde duur met een opzegtermijn van 3 maanden. In 2021 wordt het contract opnieuw aanbesteed. De Facilitaire dienstverlening is ingevuld door middel van een overeenkomst met de Sociale Dienst Drechtsteden (circa € 14.000 in 2021). Het contract voor de levering van koffie (normaliter circa € 27.500 per jaar) heeft een looptijd tot 4 januari 2019 maar is daarna met 2 jaar verlengd tot 3 januari 2021.

Voor 2021 wordt een verlenging van het contract bij de huidige leverancier afgesloten voor 6 maanden ter overbrugging van een contract met een andere partij. Voor de levering van fruit (normaliter circa € 12.500 per jaar) is een overeenkomst aangegaan zonder tijdspanne maar met een redelijke opzegtermijn. Door het massaal thuiswerken van OZHZ-medewerkers als gevolg van het uitbreken van de COVID-19 pandemie is de consumptie van koffie en fruit in 2020 aanzienlijk gedaald alsmede de uitgaven hiervoor. Alleenrecht SCD ICT en telefonie Met betrekking tot de bestuurlijk juridische verbinding met het SCD heeft het algemeen bestuur er op 11 mei 2012 voor gekozen om de optie van het verstrekken van alleenrecht nader uit te werken. In het algemeen bestuur van 11 mei 2012 is tevens afgesproken dat de provincie Zuid-Holland door de gemeentelijke deelnemers in de gemeenschappelijke regeling moet worden gevrijwaard van elke aansprakelijkheid. De dienstverleningsovereenkomst (DVO) geldt voor acht jaar6 (tot 1 april 2021) en voorziet in een zuiverder opdrachtgever- en opdrachtnemer-relatie, in voldoende mate afrekenbare afspraken, in waarborgen voor kwalitatief goede dienstverlening en duidelijkheid bij tussentijdse beëindiging om welke reden dan ook. Het contract is in 2018 met 1 jaar verlengd en loopt tot april 2022.

De jaarlijkse bijdrage aan het SCD conform het addendum (29 november 2017) bij de DVO ICT bedraagt in 2020 circa € 1,35 miljoen en wordt jaarlijks geïndexeerd. Overige dienstverlening SCD De overige dienstverlening SCD heeft betrekking op personeel, organisatie, inkoop, verzekering en juridische dienstverlening van circa € 333.500 per jaar. De print- en frankeerkosten worden doorbelast naar rato van verbruik. Het contract is in 2018 met 1 jaar verlengd en loopt tot 1 april 2022.

6 Inclusief het overgangsjaar van april 2013-april 2014, waarin de dienstverlening was gebaseerd op een tussentijdse bilaterale

overeenkomst. 66

Jaar stukken 2020.

Gebruiksrecht en onderhoud programmatuur De voormalige milieudienst heeft een overeenkomst gesloten inzake het gebruiksrecht en onderhoud van het systeem Squit XO als basisprocessen systeem voor het verlenen van vergunningen en diensten op het gebied van milieu. Het contract betreft een jaarbedrag van € 302.000 (in 2021). In 2019 is gestart met de inventarisatie en migratietoepassingen voor Squit 20/20. Dit is een nieuwe versie van Squit XO. Voor de implementatie zullen beide versies ongeveer 7 maanden naast elkaar worden gedraaid wat extra hosting kosten met zich meebrengt van circa € 17.500. Ook zullen er eenmalig implementatie kosten worden gemaakt voor de gegevensconversie en migratiekosten (schatting € 100.000). Dit is niet in een apart contract vastgelegd maar valt onder de raamovereenkomst m.b.t. Squit XO. De implementatie is vertraagd en wordt in 2021 opgeleverd. Per 1 december 2015 heeft OZHZ een vierjarig contract gesloten met een leverancier voor een nieuw zaaksysteem – document managementsysteem (DMS). Met het systeem, genaamd JOIN, heeft OZHZ een compleet systeem dat is voorbereid op digitaal werken in Post 120. Het contract is verlengd en betreft een jaarbedrag van circa € 40.000 (in 2021). Bij de overstap naar Squit 20/20 zal ook de koppeling met JOIN additionele kosten opleveren (schatting € 30.000).

In 2019 heeft een eerste fase van implementatie van een GEO-tooling plaatsgevonden. De aanbesteding (meervoudig onderhands) is reeds afgerond en gunning heeft plaatsgevonden. Het contract is aangegaan voor 4 jaar tot december 2023 met optie tot verlenging. Voor hosting, support en onderhoud is jaarlijks gemiddeld € 10.000 verplicht. Afas Na een marktverkenning in het tweede kwartaal van 2016 is AFAS gekozen voor een geïntegreerd systeem voor het tijdschrijven en de financiële administratie. Het implementatietraject is eind augustus 2016 gestart en per 1 januari 2017 was het nieuwe systeem operationeel. De jaarlijkse licentiekosten bedragen circa € 41.000 en het contract loopt af op 1 januari 2021. De aanbesteding in 2020 is vertraagd vanwege de samenhang met de implementatie van Afas HR eind 2020. Met Afas wordt nader afgestemd hoe het contract 2021 vorm te geven, in samenhang met Afas HR (dat via het SCD-contract wordt afgenomen). In 2021 vindt besluitvorming plaats inzake de aanbesteding van het financiële pakket. Huur e-noses en windvanen In 2019 heeft OZHZ een contract afgesloten voor de huurovereenkomst voor de huur van 40 e-noses en 3 windvanen in het OZHZ-gebied. Dit contract is verlengd voor 2020 en 2021 met 1 jaar. E-noses zijn elektronische neuzen die veranderingen in de luchtsamenstelling waarnemen. De verplichting voor 2021 bedraagt € 76.250.

Schadeverzekering OZHZ heeft vanaf 2011 een aansprakelijkheidsverzekering die jaarlijks automatisch wordt verlengd. Voor 2021 betreft dit een verplichting van circa € 47.000. Hiervoor is OZHZ in 2021 verzekerd voor personen en zaakschade, omzetschade en vermogensschade. Arbozorg Met ingang van 1 april 2018 is de Arbozorg overgedragen aan de Arbo Unie. Met deze organisatie is een contract gesloten tot 1 april 2019. Per jaar bedragen de kosten circa € 27.500. Het contact wordt in 2021 nogmaals verlengd met 1 jaar tot 1 april 2022. 67

Jaar stukken 2020.

Leaseverplichtingen De leaseverplichtingen voor auto’s betreffen een bedrag van circa € 78.000 per jaar. Financiële dekking vindt plaats uit de reguliere begroting. Met betrekking tot het leasen van auto’s gold een afbouwbeleid, voor wat betreft medewerkers die privé gebruik mogen maken van leaseauto’s. In 2019 zijn alle persoonlijke leaseregelingen beëindigd. Voor de leasekosten is in 2019 een raamovereenkomst afgesloten voor 4 jaar. Daarnaast wordt voor elk nieuw leaseobject een specifieke overeenkomst gemaakt. Voor 2021 zijn reeds 4 nieuwe leaseovereenkomsten aangegaan. Flexibel personeel Sinds enige jaren vindt de inhuur van extern personeel plaats volgens het principe van een marktplaats. Dit geldt voor alle vormen van inhuur voor de operationele taken. Daarnaast worden afspraken gemaakt met de andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland om over en weer personeel te kunnen detacheren in die gevallen waarin vraag en aanbod op elkaar kunnen worden afgestemd. Financiële dekking vindt plaats uit de omzet die wordt gegenereerd van de opdrachtgevers. Vanwege aangegane in 2021 doorlopende contracten met diverse bureaus zijn er contractuele verplichtingen tot een bedrag van circa € 3,951 miljoen. De meeste contracten zijn op korte termijn te ontbinden.

Personele verplichtingen Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) mogen geen voorzieningen worden gevormd noch anderszins verplichtingen worden opgenomen voor jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bovenmatige verlof is per eind 2020 een verplichting opgenomen van € 296.942. Tevens is vanwege mogelijk externe inhuur vanwege productieverlies door het opnemen van verlofoverschotten een bestemmingsreserve gevormd van € 110.000. Vervanging vaartuig Pandion In de overeenkomst tot overdracht van het vaartuig Pandion van PZH naar OZHZ, d.d. 29 maart 2011, is bepaald dat de jaarlijkse kapitaallasten van de vervanging van de Pandion in 2021, worden vergoed door PZH, gedurende de periode die PZH voor dergelijke zaken hanteert. In 2020 heeft geen vervanging plaatsgevonden. De aanbesteding zal in 2021 starten.

68

Jaar stukken 2020.

2.

Programmarekening 2020

De programmarekening 2020 sluit met een positief saldo van € 618.000. In vergelijking met de bijgestelde begroting bij de tweede bestuursrapportage (€ 225.000) is er sprake van een voordeel van € 393.000. Het cijfermatige beeld is hieronder weergegeven. Voor de analyse wordt verwezen naar deel I; Jaarverslag, hoofdstuk 1; Programmaverantwoording, paragraaf 1.5: “Wat heeft het gekost?”. De analyse maakt integraal onderdeel uit van de jaarstukken.

Realisatie 2019

Begroting 2020 Primair

Begroting 2020 Bijgesteld

Realisatie 2020

Verschil

Inwonerbijdrage

2.095

2.132

2.163

2.163

0

Wettelijke taken

20.007

19.698

20.136

20.380

244

Offerte- en subsidietaken

2.832

2.713

3.484

4.681

1.197

Overige baten

117

-

12

11

2-

Frictievergoeding

2.321

-

-

-

-

Totaal baten

27.371

24.543

25.795

27.234

1.439

20.561

19.687

20.384

20.327

56-

Programmarekening 2020 Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Baten

Lasten Personeelskosten Kapitaallasten

246

243

258

253

5-

1.715

1.754

1.825

1.743

82-

Huisvesting

501

519

512

502

10-

Overige bedrijfskosten

857

922

1.102

976

126-

1.505

1.838

2.176

3.050

874

71

219

96

50

46-

-

-

309

309

-

Totaal lasten

25.456

25.182

26.661

27.210

549

Saldo gerealiseerde baten en lasten

1.916

639-

866-

24

890

Onttrekkingen aan reserves

658

639

1.214

718

496-

Toevoegingen aan reserves

2.321

-

124

124

0

253

0

225

618

393

2.095

2.132

2.163

2.163

0

Ondersteuning SCD

Additionele productkosten Onvoorzien Overige bijzondere posten

Gerealiseerd resultaat Waarvan algemeen dekkingsmiddel Bedragen x € 1.000

69

Jaar stukken 2020.

Incidentele baten en lasten De baten en lasten zijn afhankelijk van de vraag en hebben doorgaans een structureel karakter, al kan de omvang variëren. Incidentele baten en lasten in 2020 zijn: 

Hogere baten voor adviezen, projecten dan primair begroot (€ 2,0 mln.). Deze budgetten hebben een incidenteel karakter. Opdrachtgevers verstrekken op basis van een offerte of programma een opdracht voor een specifiek advies of onderzoek. Hiervoor zijn hogere lasten gerealiseerd (flexibele schil en/of additionele productiekosten). De hogere baten hebben voor een belangrijk deel betrekking op het project "lood in de speeltuinen" van het programma Spoed en Nazorg. Het restant is een saldo van diverse projecten.

Hogere baten vanwege de uitvoering van extra wettelijke taken (€ 0,7 ten opzichte van de primaire begroting, voornamelijk vanwege conjunctuurgevoelige taken op het gebied van bouwen en bodem en aandachtdossiers. Hiervoor zijn hogere lasten gerealiseerd (flexibele schil en additionele productiekosten).

De hogere incidentele lasten bedragen circa € 2,7 mln. Voor het grootste deel hebben deze een directe relatie met de hogere omzet. Het betreft de inhuur van extra flexibele schil (€ 0,7 mln.) en de kosten die direct worden doorbelast aan opdrachtgevers; de additioneel productiekosten (€ 1,3 mln.). Daarnaast is per saldo € 0,6 mln. onttrokken aan de reserves voor frictiekosten, digitalisering en het programma Informatie gestuurd werken.

Algemene dekkingsmiddelen De inwonerbijdrage (€ 2,136 mln.) is een lumpsum budget en kan worden beschouwd als een algemeen dekkingsmiddel. Onvoorzien De aanwending van de post onvoorzien is als volgt: Onvoorzien

Realisatie 2020

Verliesvoorziening onderhanden werk

32

Toename verlofstuwmeer

16

Overig

2

Totaal onvoorzien

50

Bedragen x € 1.000

70

Jaar stukken 2020.

3. Wet normering topinkomens (WNT) De WNT is van toepassing op OZHZ. Het voor OZHZ toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2020 € 201.000. Dit betreft het algemeen bezoldigingsmaximum. 1. Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking. Tevens leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling.

Gegevens 2020 bedragen x € 1

R. Visser

Functiegegevens

Algemeen directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2020

01/01 – 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0

Dienstbetrekking?

Ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

152.979

Beloningen betaalbaar op termijn

20.922

Subtotaal

173.901

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

201.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

Bezoldiging

173.901

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling Gegevens 2019

N.v.t.

bedragen x € 1

R. Visser

Functiegegevens

Algemeen directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2019

01/01 – 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0

Dienstbetrekking?

Ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

143.530

Beloningen betaalbaar op termijn

20.244

Subtotaal

163.774

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

Bezoldiging

194.000

163.774

71

Jaar stukken 2020.

1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking kalendermaand 1-12 Niet van toepassing 1c. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder De leden van het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur ontvangen geen bezoldiging.

Gegevens 2020 NAAM TOPFUNCTIONARIS

FUNCTIE

A. Kraijo

Lid Algemeen Bestuur en lid Dagelijks Bestuur

H. van der Linden

Lid Algemeen Bestuur en lid Dagelijks Bestuur

M. Burggraaf

Lid Algemeen Bestuur

J. van der Geest

Lid Algemeen Bestuur

J. Nederveen

Lid Algemeen Bestuur

R.J. Lafleur

Lid Algemeen Bestuur

P. van Leenen

Lid Algemeen Bestuur en lid Dagelijks Bestuur

T.J. Slob

Lid Algemeen Bestuur en lid Dagelijks Bestuur

A.M.J.M. Janssen

Lid Algemeen Bestuur

E. Goverde

Lid Algemeen Bestuur

J.E.T.M. van Dongen

Lid Algemeen Bestuur

J.N. Baljeu

Lid Algemeen Bestuur

A, Bom Lemstra

Voorzitter Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2020 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen. 2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking Niet van toepassing 3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2020 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen.

72

Jaar stukken 2020.

4.

Begrotingsrechtmatigheid

Het Controleprotocol voor de accountantscontrole op de jaarrekening 2020 geeft het afwegingskader voor het algemeen bestuur met betrekking tot de begrotingsrechtmatigheid. Exploitatie Per saldo is sprake van € 549.000 aan hogere lasten. De hogere lasten betreffen de additionele productkosten; de kosten die direct in rekening worden gebracht bij de opdrachtgevers. Hier staan direct gerelateerde hogere baten tegenover. Derhalve is geen sprake van een begrotingsonrechtmatigheid. Voor nadere informatie wordt verwezen naar deel I (jaarverslag), hoofdstuk 4 (programmarekening). Reserves De onttrekkingen aan de reserves (€ 718.000) zijn binnen het afgesproken kader gebleven van de tweede Begrotingswijziging 2020 (€ 1.214.000). Dit geldt ook voor de individuele onttrekkingen aan de reserves. Derhalve is er geen sprake van een begrotingsonrechtmatigheid. Voor nadere informatie wordt verwezen naar deel I (jaarverslag), hoofdstuk 4 (Programmarekening). Investeringsuitgaven De totale realisatie op de investeringskredieten (€ 143.709) blijft binnen het investeringskader (€ 233.406). Derhalve is geen sprake van een begrotingsonrechtmatigheid met betrekking tot de investeringskredieten.

Omschrijving

Beginstand krediet

Krediet

Investeringen

Eindstand

2020

toevoegingen*

2020

krediet 2020

a

Huisvesting

49.192

-

2.040

47.152

b

ICT en audiovisuele investeringen

-25.005

53.000

44.011

-16.016

c

Meubilair

10.999

17.000

11.522

16.477

d

Software

14.715

81.000

74.751

20.964

e

Bedrijfsmiddelen

29.505

3.000

11.385

21.120

Totaal

79.406

154.000

143.709

89.697

Bedragen x € Voor nadere informatie wordt verwezen naar deel I (jaarverslag), hoofdstuk 2 (programmarekening).

73

Jaar stukken 2020.

Bijlage 1 Verbonden partijen a) de naam en de

Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, gevestigd te

vestigingsplaats;

Dordrecht

b) het openbaar

De regeling is getroffen ter ondersteuning van de deelnemers en de

belang dat op

regiogemeenten bij de uitvoering van hun taken op het gebied van het

deze wijze

omgevingsrecht in het algemeen en de Wet algemene bepalingen

behartigd wordt;

omgevingsrecht in het bijzonder, alsmede de taken op het terrein van vergunningverlening, handhaving en toezicht op grond van de in artikel 5.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht genoemde wetten.

c) het belang dat de provincie onderscheidenlijk de gemeente in de verbonden partij heeft in 2020;

De omzet betreft de realisatie 2020. Alblasserdam

€ 1.639.700

Dordrecht

€ 8.248.024

Gorinchem

€ 652.060

Hardinxveld-Giessendam

€ 438.526

Hendrik-Ido-Ambacht

€ 613.616

Hoeksche Waard

€ 1.611.166

Molenlanden

€ 1.668.823

Papendrecht

€ 704.354

Sliedrecht

€ 590.732

Zwijndrecht

€ 1.115.979

Provincie

€ 9.915.715

TOTAAL

€ 27.198.696

d) de verwachte

Eigen vermogen verbonden partij aan het begin en einde van het begrotingsjaar:

omvang van het

31-12-2019

€ 3.485.445

eigen vermogen

31-12-2020

€ 3.509.357

en het vreemd vermogen van de

Vreemd vermogen verbonden partij aan het begin en einde van het

verbonden partij

begrotingsjaar:

aan het begin en

31/12/2019

€ 2.153.730

aan het einde van

31/12/2020

€ 12.363.119

het begrotingsjaar; e) de verwachte

Het resultaat voor het jaar 2020 bedraagt € 618.375

omvang van het financiële resultaat van OZHZ in het begrotingsjaar.

74

Jaar stukken 2020.

Bijlage 2 Overzicht taakvelden Taak veld

Begroting

Omschrijving

Begroting na wijziging

Realisatie

Verschil met begroting na wijziging Baten Lasten Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

0. 0.4 0.8 0.10 0.11

Bestuur en ondersteuning Overhead Overige baten en lasten Mutaties reserves Resultaat van de rekening van baten en lasten

1.253 0 639 0

7.821 220 0 0

-6.568 -220 639 0

1.449 0 1.214 0

8.227 404 124 225

-6.778 -404 1.090 -225

1.611 0 971 0

8.351 327 376 618

-6.740 -327 595 -618

162 0 -243 0

124 -77 252 393

38 77 -495 -393

1. 1.2

Veiligheid Openbare orde en veiligheid

1.012

618

394

1.058

650

408

1.103

660

443

45

10

35

2.

Verkeer, vervoer en waterstaat

3.

Economie

4.

Onderwijs

5.

Sport, cultuur en recreatie

6.

Sociaal domein

7. 7.4

Volksgezondheid en milieu Milieubeheer

17.577

13.650

3.927

18.374

14.358

4.016

19.646

15.057

4.589

1.272

699

573

8.

Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Wonen en bouwen

4.701

2.873

1.828

4.915

3.022

1.893

5.126

3.068

2.058

211

46

165

0 28.457 28.457

0

1.447

1.447

0

8.3

Totaal taakvelden

25.182 25.182

0 27.010 27.010

Samenvattend Taak veld 0.4 0.8 0.10 0.11 1.2 7.4 8.3

Begroting

Omschrijving Overhead Overige baten en lasten Mutaties reserves Resultaat van de rekening van baten en lasten Openbare orde en veiligheid Milieubeheer Wonen en bouwen

Totaal taakvelden

Baten 1.253 0 639 0 1.012 17.577 4.701

Lasten 7.821 220 0 0 618 13.650 2.873

25.182 25.182

Begroting na wijziging Saldo -6.568 -220 639 0 394 3.927 1.828

Baten 1.449 0 1.214 0 1.058 18.374 4.915

Lasten 8.227 404 124 225 650 14.358 3.022

0 27.010 27.010

Realisatie

Saldo -6.778 -404 1.090 -225 408 4.016 1.893

Baten 1.611 0 971 0 1.103 19.646 5.126

Lasten 8.351 327 376 618 660 15.057 3.068

Saldo -6.740 -327 595 -618 443 4.589 2.058

0 28.457 28.457

0

Verschil met begroting na wijziging Baten Lasten Saldo 162 124 38 0 -77 77 -243 252 -495 0 393 -393 45 10 35 1.272 699 573 211 46 165

1.447

1.447

0

Bedragen x € 1.000

75

Jaar stukken 2020.

Programmabegroting 2022 Vastgesteld door het algemeen bestuur op 8 juli 2021

Inhoud I

ALGEMENE DOELSTELLINGEN EN ONTWIKKELINGEN ............................................................................ 3 1.

Inleiding ...................................................................................................................................................... 3

2.

Visie, missie en kernwaarden ..................................................................................................................... 3

3.

Bestuur ....................................................................................................................................................... 4

4.

Planvorming ............................................................................................................................................... 6

5.

Ontwikkelingen ........................................................................................................................................... 7

6.

Financiële uitgangspunten van de begroting 2022 ................................................................................... 13

II

KRITISCHE PRESTATIE-INDICATOREN...................................................................................................... 14 1.

Algemene kentallen .................................................................................................................................. 14

2.

Vergunningen en meldingen ..................................................................................................................... 15

3.

Toezicht en handhaving ........................................................................................................................... 16

III

FINANCIEN .............................................................................................................................................. 19 1.

Algemeen ................................................................................................................................................. 19

2.

Baten ........................................................................................................................................................ 20

3.

Lasten....................................................................................................................................................... 22

4.

Reserves .................................................................................................................................................. 24

IV

VERPLICHTE PARAGRAFEN ................................................................................................................. 28 1.

Inleiding .................................................................................................................................................... 28

2.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing .............................................................................................. 28

3.

2.1

Risicobeheersing.................................................................................................................................. 28

2.2

Begripsbepaling en wettelijk kader ....................................................................................................... 29

2.3

Relatie weerstandsvermogen en risicomanagement............................................................................ 29

2.4

Benodigde weerstandscapaciteit OZHZ ............................................................................................... 30

2.5

Weerstandscapaciteit versus benodigde weerstandscapaciteit ........................................................... 34

2.6

Kentallen .............................................................................................................................................. 34 Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................................... 35

1

Programm abegrotin g 20 22 .

4.

Financiering .............................................................................................................................................. 36 4.1

Algemene ontwikkelingen .................................................................................................................... 37

4.2

Risicobeheer ........................................................................................................................................ 37

4.3

Renterisicobeheer ................................................................................................................................ 37

4.4

Kasgeldlimiet ........................................................................................................................................ 37

4.5

Renterisico norm .................................................................................................................................. 38

4.6

Relatiebeheer ....................................................................................................................................... 38

4.7

Leningenportefeuille ............................................................................................................................. 38

5.

V

Bedrijfsvoering .......................................................................................................................................... 39 5.1

Personeel & Organisatie ...................................................................................................................... 39

5.2

ICT ....................................................................................................................................................... 41

5.3

Communicatie ...................................................................................................................................... 43

5.4

Huisvesting .......................................................................................................................................... 44

5.5

Rechtmatigheidsverantwoording .......................................................................................................... 44

BIJLAGEN ...................................................................................................................................................... 46 Bijlage 1

Omzet 2021 en 2022 ....................................................................................................................... 46

Bijlage 2

Informatie voor verbonden partijen .................................................................................................. 48

Bijlage 3

Balans meerjarig .............................................................................................................................. 50

2

Programm abegrotin g 20 22 .

I ALGEMENE DOELSTELLINGEN EN ONTWIKKELINGEN 1.

Inleiding

De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) bestaat in 2021 alweer 10 jaar. De gemeenten in Zuid-Holland Zuid en de provincie Zuid-Holland bundelen sinds 2011 hun krachten voor de uitvoering van omgevingstaken. Het gaat om de vergunningen, toezicht en handhaving én de inhoudelijke expertise die nodig is voor deze taken. OZHZ werkte er in de achterliggende jaren hard het steeds verder verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening. Extra aandacht is er voor de relatie met de bestuurlijke en ambtelijke opdrachtgevers en de professionaliteit van de bedrijfsvoering.

2.

Visie, missie en kernwaarden

“De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid draagt bij aan een veilige, gezonde, duurzame en leefbare omgeving.” “OZHZ voert omgevingstaken uit voor de provincie Zuid-Holland en de gemeenten in Zuid-Holland Zuid. OZHZ verleent vergunningen, houdt toezicht, handhaaft waar nodig en handelt klachten af. Specialisten op het gebied van lucht, geluid, bodem en externe veiligheid ondersteunen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Ook houdt OZHZ toezicht op natuurgebieden in de provincie. OZHZ voert deze taken efficiënt en met kennis van het gebied uit en draagt daarmee bij aan een veilige, gezonde, duurzame en leefbare omgeving." “OZHZ creëert samen met de gemeenten en de provincie een veilige, gezonde, duurzame en economische vitale leefomgeving voor inwoners en bedrijven. De medewerkers van OZHZ doen dat op een transparante, oplossingsgerichte, efficiënte wijze, met kennis van het gebied. De focus ligt daarbij op het leveren van een concrete bijdrage aan maatschappelijk gewenste ontwikkelingen. OZHZ biedt daarvoor een professionele werkomgeving, geeft ruimte aan de eigen ontwikkeling en stimuleert integraal denken en handelen."

3

Programm abegrotin g 20 22 .

3.

Bestuur

OZHZ is een gemeenschappelijke regeling. De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het beheer van de dienst en de algemene kwaliteit van werken ligt bij het Dagelijks Bestuur (DB). De gemeenten en de provincie zijn bovendien individueel opdrachtgever van OZHZ en blijven ook ieder voor zich bestuurlijk verantwoordelijk voor het uitvoeringsbeleid van de taken die OZHZ voor hen uitvoert. Het opdrachtgeverschap voor regionale taken en programma’s en de zorg voor een uniform uitvoeringsbeleid, ligt bij het Algemeen Bestuur (AB). Ook is er een auditcommissie. Deze bestaat uit 3 leden van het AB, die geen DB-leden zijn. Deze commissie adviseert het AB over financiële zaken en bedrijfsvoeringaspecten, in het bijzonder over de gang van zaken rond beleid en de financiële zaken die ermee samenhangen (planning en controlcyclus). De auditcommissie richt zich op alle activiteiten die van belang zijn voor een adequate beheersing van OZHZ op het gebied van rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid ten aanzien van de kaderstellende en controlerende verantwoordelijkheid van het AB. De directeur van OZHZ is primair verantwoording verschuldigd over het functioneren van de dienst aan het DB. Ter voorbereiding op de bestuursvergaderingen adviseren twee adviesgroepen de directie:

 

Vanuit de collectieve opdrachtgeversrol; de Adviesgroep Opdrachtgevers (AGO). Vanuit de eigenaarsrol: de Adviesgroep Eigenaren (AGE).

4

Programm abegrotin g 20 22 .

5

Programm abegrotin g 20 22 .

4.

Planvorming

Het AB vervult zowel de rol van collectief eigenaar als die van collectief opdrachtgever. OZHZ werkt met vier vormen van plannen.

1.

Individuele jaarprogramma's gemeenten en provincie

De opdrachten voor OZHZ (wat) staan in de individuele jaarprogramma’s per deelnemer. 2.

Regieplan

OZHZ en zijn opdrachtgevers zien daarnaast in de maatschappelijke opgaven van de gemeenten en provincie in de komende periode belangrijke kansen en uitdagingen. Deze opgaven zijn van zo'n omvang en belang dat gekozen is voor een Regieplan. Dat is programmatische, doelgerichte aanpak waarbij het AB koos voor de volgende strategische onderwerpen:

  

Omgevingswet; Informatiegestuurd werken; Opgavegericht werken.

De Omgevingswet betekent voor (de opdrachtgevers van) OZHZ een grote wijziging van processen, procedures, werkwijzen en samenwerking. De doelgerichte aanpak maakt het mogelijk om het voor OZHZ mogelijk om zich daarop voor te bereiden. OZHZ kan bij invoering zijn opdrachtgevers adviseren bij het maken van integrale afwegingen en dat de Omgevingswet naar letter en geest uitvoeren.

6

Programm abegrotin g 20 22 .

Informatiegestuurd werken heeft als doel het slim en weloverwogen analyseren en benutten van grote hoeveelheden data en informatiebronnen. Dit om de door OZHZ geleverde producten (vergunningen, slim toezicht, integrale advisering, enzovoort) verder te verbeteren. Opgavegericht werken gaat over het leveren van een bijdrage aan de opgaven en ambities van gemeenten en provincie op het gebied van een duurzame toekomst (o.a. energiebesparing en circulaire economie), een gezonde leefbare omgeving en veiligheid. De opgaven en ambities van gemeenten en provincie, zoals onder andere opgenomen in hun coalitieakkoorden, collegeprogramma's en andere beleidsdocumenten, zijn leidend bij de projectkeuzes binnen dit programma. In 2021 volgt een bestuurlijk voorstel voor de opvolging van het regieplan, op grond van een evaluatie. 3.

Nota Uitvoering

De wijze waarop de dienst inhoudelijk de taken uitvoert (hoe) is primair vastgelegd in het uitvoeringsbeleid van de gemeenten en provincie. In 2018 stelde elke gemeente hiervoor de Nota VTH-beleid gemeentelijke taken ZuidHolland Zuid 2018 – 2022 vast voor in elk geval de taken die OZHZ voor de gemeente uitvoert. In een aantal gevallen gebeurde dit ook voor de omgevingstaken die de gemeente zelf uitvoert. Voor provinciale taken werkt OZHZ aan de hand van de provinciale Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2018-2021. Alle gemeenten en de provincie passen bovendien de Landelijke Handhavingstrategie toe voor de taken die OZHZ voor hen uitvoert. Het bestuur van OZHZ heeft niet de bevoegdheid zelf uitvoeringsbeleid vast te stellen voor uitvoering van de VTH-taken. Wel staat in de Nota Uitvoering met welke beleidskaders van gemeenten en provincie OZHZ de VTHtaken namens de opdrachtgevers uitvoert. 4.

Nota Bedrijfsvoering

Binnen welke bedrijfsmatige kaders OZHZ de taken uitvoert (waarmee) staat in de Nota Bedrijfsvoering. De nota actualiseert OZHZ in 2021 en wordt voorgelegd aan het bestuur.

5.

Ontwikkelingen

In deze paragraaf wordt kort stilgestaan bij een aantal ontwikkelingen die spelen voor en zijn opdrachtgevers: 

De Omgevingswet

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB)

De overgang van bodemtaken van provincie naar gemeenten

7

Programm abegrotin g 20 22 .

Uitvoering van de Wet basisregistratie ondergrond

Energieagenda

Het vervolg op de onderzoeken naar het VTH-systeem (Commissie Van Aartsen) en de doorontwikkeling van de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten

Omgevingswet De Omgevingswet geldt naar verwachting vanaf 1 juli 2022. Alle overheden samen vormen een keten om de taken voor de fysieke omgeving versterkt uit te voeren. Ook inwoners en ondernemers worden onderdeel van de keten. OZHZ voegt door zijn expertise en rol in de regio waarde, snelheid en efficiency toe op zijn vakgebieden. Naast het programma Omgevingswet, zoals vastgesteld door het AB, is OZHZ via meerdere sporen aangehaakt op de komst van de wet. Zo doet OZHZ op het niveau van Zuid-Holland Zuid mee aan het regiobrede project. In het regiobrede project zijn alle gemeenten, de provincie Zuid-Holland, de waterschappen Hollandse Delta en Rivierenland, Rijkswaterstaat en de drie uitvoeringsdiensten (VRZHZ, DGJ en OZHZ) vertegenwoordigd. De werkgroepen binnen het project leveren hulpmiddelen op voor de implementatie en uitvoering van de wet. Voorbeelden zijn handvatten voor het gezamenlijk opstellen van het vergunningverleningsproces en een verkenning van de consequenties van het wijzigen van taken en bevoegdheden onder de Omgevingswet. De uitgangspunten voor de taakuitvoering van OZHZ onder de Omgevingswet zijn in lijn met de huidige taakuitvoering. Daarover maakte OZHZ in 2021 afspraken in het AB en met alle opdrachtgevers. Voor het in beeld brengen van de financiële consequenties van de Omgevingswet zijn diverse rapporten, handreikingen en modellen beschikbaar.

De financiële consequenties van de wet hangen in grote mate af van keuzes die bevoegde gezagen maken. Denk aan de integratie van de bruidsschat in het omgevingsplan, de inrichting van de omgevingstafel en de mate van participatie bij omgevingsvergunningen en het al dan niet heffen van milieuleges. Ook het regionaal harmoniseren van uitgangspunten en werkwijzen levert efficiencyvoordelen op. Niet alle keuzes hoeven vóór 1 juli 2022 gemaakt te worden. Dat maakt ook dat het in beeld brengen van de financiële consequenties van de wet een meerjarig proces is. Hierover is OZHZ met de opdrachtgevers in gesprek. In deze begroting kunnen de financiële effecten nog niet worden aangegeven. Een eerste analyse van de VNG laat zien dat gemeentelijke bijdragen aan uitvoeringsdiensten eerder zullen stijgen dan dalen. Gewijzigde inzichten kunnen op een later moment leiden tot een begrotingswijziging. In het tweede kwartaal van 2021 leveren wij voor iedere opdrachtgever een eerste conceptversie van het jaarprogramma 2022 op. Daarover gaan we dan verder met de opdrachtgevers in gesprek.

8

Programm abegrotin g 20 22 .

Bij de uitwerking in de ontwerpbegroting is speciale aandacht gegeven aan de integrale advisering. De Omgevingswet vraagt om een integrale benadering, waarbij aspecten als veiligheid, geluid, lucht en natuur worden betrokken bij omgevingsplannen en vergunningen. OZHZ heeft deze disciplines in huis en is de aangewezen partij om de integrale advisering uit te voeren. Als gemeenten hiervoor de al structureel beschikbare offertebudgetten inzetten, kan OZHZ werken aan een verdere robuuste organisatie. In de regionale stuurgroep Omgevingswet is als uitgangspunt geformuleerd om de financiering van de integrale advisering voor de regionale adviserende gemeenschappelijke regelingen (OZHZ, VR en DGJ) op gelijke wijze te doen. Voor OZHZ betekent dit dat reeds beschikbare middelen bij opdrachtgevers voor offertetaken aan de voorkant worden toegevoegd aan het jaarprogramma OZHZ. Daarmee is OZHZ beter in staat structureel een kwalitatief hoogwaardige advisering te borgen. Ook is sprake van een schaal- (efficiency) en synergievoordeel. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) De Wkb treedt naar verwachting gelijk met de Omgevingswet in werking. Omdat OZHZ voor een aantal opdrachtgevers ook de bouwtaken uitvoert, volgt de dienst het wetgevingstraject intensief. Op verzoek van het AB informeert OZHZ vanuit het programma Opgavegericht werken bovendien de overige gemeenten over dit onderwerp.

Op verzoek van een aantal omgevingsdiensten bracht een extern bureau in 2020 de risico's van de Wkb op het gebied van bedrijfsvoering en financiën in beeld. Ook zijn aanbevelingen gedaan om risico's zoveel mogelijk te beperken. Het belangrijkste risico van de Wkb is de financiële impact. Voor vier gemeenten waaronder Alblasserdam is dat nader uitgewerkt. OZHZ leverde de daarvoor benodigde informatie. OZHZ besprak het rapport met alle opdrachtgevers. De gemeenten gaven aan dit zeer waardevol te vinden. Het leidde tot nieuwe inzichten, bijvoorbeeld over de invulling van nieuwe taken. Voor de provincie is de Wkb vooralsnog niet van toepassing. OZHZ onderzocht daarnaast de financiële impact van de Wkb voor de gemeenten Alblasserdam en Dordrecht, in samenhang met de Omgevingswet. Ook de overige regiogemeenten pakten het op die manier aan. OZHZ heeft inmiddels zijn werkprocessen aangepast op de Wkb en de Omgevingswet. De inrichting van het zaaksysteem vindt op dit moment plaats. Samen met betrokken gemeenten en gemeenschappelijke regelingen is onder de vlag van het regiobrede project Omgevingswet regionaal uniform beleid ontwikkeld voor bouwtoezicht en -handhaving onder de Wkb en de Omgevingswet. De regionale stuurgroep Omgevingswet biedt dat aan de gemeenten aan. In de aanloop naar de inwerkingtreding voert OZHZ een proefproject uit in Dordrecht.

Naar verwachting volgen er nog meer proefprojecten. De ervaringen zijn en worden breed gedeeld. De overgang van bodemtaken van provincie naar gemeenten

9

Programm abegrotin g 20 22 .

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat het bevoegd gezag voor bodemsaneringstaken grotendeels over van de provincie naar de gemeenten, met uitzondering van gemeente Dordrecht. Die gemeente is namelijk nu al bevoegd gezag. De lopende saneringen, nazorgtrajecten en grondwater blijven onder het bevoegd gezag van de provincie vallen. De bodemsaneringstaak is onderdeel van het basistakenpakket van omgevingsdiensten. OZHZ gaat deze taak daarom uitvoeren voor alle gemeenten. Daarover zijn in 2021 afspraken gemaakt. Tot en met het eerste kwartaal van 2021 heeft het Rijk nog geen duidelijkheid gegeven over de overkomende budgetten. Het AB heeft in 2020 en 2021 meerdere keren zijn zorgen hierover uitgesproken. Ook is namens de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten een brief gestuurd naar de minister. Hierin zijn zorgen geuit over de voortgang van de implementatie van de bodemsaneringstaken en de bijbehorende financiering. Bij het schrijven van deze ontwerpbegroting 2022 is nog geen reactie ontvangen vanuit het Rijk. Bij onvoldoende middelen kan het benodigde uitvoeringsniveau niet gewaarborgd worden, wat negatieve effecten kan hebben op de gezondheid en het milieu. In deze ontwerpbegroting is een inschatting gemaakt van de gemoeide kosten, op basis van de begrotingsrichtlijnen 2022 en daarna bekend geworden informatie.

Verwachting mag overigens worden dat de financiële middelen helder worden in de meicirculaire. Uitvoering van de Wet basisregistratie ondergrond (Wet bro) Vanaf 1 januari 2018 geldt de Wet bro. Het digitale loket bevat gegevens over geologische en bodemkundige opbouw van de ondergrond: waardevolle informatie voor ruimtelijke plannen zoals infrastructurele werken, waterleiding- en rioolstelsels en nieuwbouwprojecten. Overheden zijn wettelijk verplicht de Bro te gebruiken bij nieuwe plannen waarbij inzicht in de bodem noodzakelijk is. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het inwinnen en bijhouden van gegevens in de Bro en voor het borgen van de kwaliteit. Het Ministerie van BZK volgt de implementatie en gemeenten zijn verplicht erover te verantwoorden. Uit de impactanalyse van de VNG-realisatie blijkt dat gemeenten gemiddeld 0,3 tot 0,5 FTE nodig hebben voor de uitvoering van deze taak. Op verzoek van de gemeenten onderzocht OZHZ wat regionale uitvoering van deze wet kan betekenen voor de opdrachtgevers. In de Bro zijn 26 registratieobjecten genoemd (exclusief de milieuhygiënische bodemonderzoeksgegevens) die opgenomen moeten worden in het Bro-loket. Er is voordeel te behalen in het regionaal opbouwen en beheren van kennis over de ondergrond in de regio, die niet ophoudt bij de gemeentegrens.

Ook leidt het regionaal slim organiseren van de veranderde werkprocessen, aanbestedingen en contractvorming tot schaalvoordelen. OZHZ heeft de kennis en kunde in huis om gemeenten te ontzorgen en kan door de geconcentreerde uitvoering kwaliteit en continuïteit waarborgen.

10

Programm abegrotin g 20 22 .

OZHZ maakte met de gemeenten afspraken om de Bro-taken te gaan uitvoeren. Nadere uitwerking en afspraken komen in de jaarprogramma's 2022. Energieagenda In het landelijke Klimaatakkoord is afgesproken om de uitstoot van CO2 in 2030 met 49% terug te dringen. Het efficiënter en duurzamer met energie omgaan is een belangrijk onderdeel daarvan. De gemeenten hebben hiervoor ambitieuze doelen opgenomen in de Regionale Energie Strategieën (RES). Het Rijk stelde in de decembercirculaire van 2019 extra middelen beschikbaar om de RES-doelen te kunnen halen. Van bedrijven vragen zij een belangrijke bijdrage, zij zijn wettelijk verplicht om energie te besparen. OZHZ controleert namens de gemeenten en provincie in de regio of de bedrijven doen wat ze verplicht zijn en stimuleert het toepassen van energiebesparende en opwekkende maatregelen. Hierbij wisselt OZHZ toezichthoudende maatregelen (60% van de taken) af met preventieve/adviserende maatregelen (40%). Om de energiedoelen in de RES te behalen, stelde OZHZ een meerjarig programma op. Hiervoor is in totaal structureel circa € 1,1 miljoen benodigd. Grofweg de helft stond al de jaarprogramma's. Het AB besloot om per opdrachtgever afspraken te maken over het uitvoeringsprogramma en bijbehorende financiën.

Op dit moment (Q2 2021) is het onderwerp energieagenda niet door elke gemeente / de provincie volledig opgenomen in het jaarprogramma 2021, maar deels als (jaarlijkse) offertetaak. Dat is niet in lijn met de in het AB gemaakte afspraken. Van de extra benodigde € 575.000 is circa € 205.000 ambtelijk toegezegd; het restant is nog in bespreking. De toegezegde extra middelen hebben veelal een incidenteel karakter en worden door middel van jaarlijkse offertes gefinancierd. Dit betekent dat OZHZ in 2021 niet in de volle breedte van het programma kan uitvoeren. Ook is de continuïteit van het programma nog niet geborgd vanwege die incidentele financiering. OZHZ kan daardoor de benodigde extra capaciteit alleen verwerven door in te huren. Dit brengt risico's met zich mee voor continuïteit, prijs en kwaliteit. Ook kan OZHZ in de eigen organisatie minder kennis en bekendheid met de lokale situatie opbouwen. Voor de deelnemers betekent dit dat nog niet is geborgd dat de verplichte energiebesparingsdoelstelling wordt behaald. Volgens de afspraken in het AB van 26 november 2020 zet OZHZ daarom in 2021 in op het maken van afspraken met de opdrachtgevers over de omvang van het programma. Het doel: de benodigde bedragen meerjarig vrij te maken volgens de ambities.

2021 wordt daarmee benut om die structurele financiering te regelen met ingang van 2022, met afspraken over een afgebakend takenpakket voor OZHZ en verdere afstemming met de gemeenten die ook onderling afspraken hebben gemaakt via de RES.

11

Programm abegrotin g 20 22 .

Het vervolg op de onderzoeken naar het VTH-systeem (Commissie Van Aartsen) en de doorontwikkeling van de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten Op 4 maart 2021 bood de commissie Van Aartsen haar eindrapport “Om de leefomgeving” aan bij de staatssecretaris. Hierin staan aanbevelingen om het systeem van milieutoezicht en handhaving te verbeteren. De commissie komt tot de conclusie dat het VTH-stelsel niet goed functioneert en ook niet voldoet aan de oorspronkelijke bedoeling van de commissie Mans uit 2008. Het stelsel wordt volgens de commissie nog steeds gekenmerkt door fragmentatie en vrijblijvendheid. Zij adviseert om binnen de fundamenten van het bestaande stelsel tot een serie essentiële verbeteringen te komen. En constateert dat daarvoor een tiental ingrijpende maatregelen nodig is. Dat gaat bijvoorbeeld om stevigere omgevingsdiensten, onafhankelijke inspectie als tegenwicht voor de uitvoering, voldoende mensen, middelen en opleiding, en een beter samenspel tussen Rijk en regionale overheden. In het AB van 25 maart 2021 vond een eerste verkennende bespreking plaats van de reactie van OZHZ op het rapport. OZHZ herkent in zijn algemeenheid het beeld dat uit het rapport naar voren komt. Tegelijkertijd is het zo dat het hier een landelijk onderzoek betreft waardoor het geschetste beeld niet een op een vergelijkbaar is met de feitelijke situatie in onze regio.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/285/documents/6306