A06. 20230710 OZHZ, Jaarrekening 2022 en begroting 2024 Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.pdf
Tekst van het document
3
Reactie van OZHZ Het geprognosticeerde resultaat 2023 komt uit op een tekort van € 536.000. In het resultaat is rekening gehouden met een tweetal meevallers; de verlaging van het weerstandsvermogen op basis van het geactualiseerde risicoprofiel (€ 450.000) en de inzet van het rekeningresultaat 2022 van € 117.000. Deze meevallers zijn al aangekondigd in de begroting 2024. Het tekort is reeds aangekondigd in september 2022. De extreme inflatie en de nieuwe CAO kunnen niet worden opgevangen met het tarief 2023. Dit was gebaseerd op de septembercirculaire 2021. In het AB is afgesproken dat OZHZ de tarieven niet verhoogt en dat het tekort zoveel mogelijk vanuit de exploitatie wordt opgevangen. OZHZ heeft in 2023 belangrijke stappen gezet. Mede vanwege een hogere omzet door een groter opdrachtenpakket en verlaging van het weerstandsvermogen is het verwachte resultaat bijgesteld van -/- € 1,5 mln. naar -/- € 0,5 mln. De hogere omzet leidt tot een minder grote kostenstijging doordat de overhead minder snel groeit. De kosten zijn kritisch tegen het licht gehouden en geactualiseerd op basis van de ontwikkelingen zoals de prijsindexatie.
Daarnaast gaat OZHZ de kosten van het opleidings- en begeleidingstraject voor nieuw geworven toezichthouders milieu vooralsnog dekken uit de reguliere exploitatie en zullen daarvoor dus geen extra kosten via de jaarprogramma's in rekening worden gebracht. Een soortgelijke aanpak hanteerde OZHZ eerder ook bij het zelf opleiden en begeleiden van bouwtoezichthouders. Uiteraard blijft OZHZ ook op andere bedrijfsvoeringsvraagstukken strak aan de wind zeilen en wordt samen met het bestuur en de deelnemers gezocht naar verdere mogelijkheden om het werk nog effectiever en efficiënter uit te voeren. Omdat we nog vroeg in 2023 zitten kunnen er nog diverse ontwikkelingen plaatsvinden die van invloed zijn op het uiteindelijke resultaat over 2023. Gezien de stabiele uitkomsten van OZHZ over de afgelopen jaren is het weerstandsvermogen tot op heden nimmer aangewend. Om die reden zal OZHZ het AB daarom voorstellen om het tekort van € 536.000 te dekken uit de algemene reserve. Hierdoor ontstaat dan wel de situatie dat de algemene reserve niet meer toereikend is in relatie tot het geactualiseerde risicoprofiel van € 962.000. Om de algemene reserve en daarmee het weerstandsvermogen weer op peil te brengen zal OZHZ het AB voorstellen om de mogelijke toekomstige positieve resultaten over een periode van maximaal 4 jaar (2023 – 2026) te gebruiken voor de aanvulling van het weerstandsvermogen.
Als blijkt dat na de periode van 4 jaar het op peil brengen van het weerstandsvermogen niet of slechts deels is gelukt, dan zal een beroep worden gedaan op de deelnemers voor een aanvullende bijdrage conform de spelregels. Dit om het verschil tussen het niveau van het weerstandsvermogen en het bedrag behorende bij het geactualiseerde risicoprofiel weg te werken. De benadering van het tekort zal ook de aandacht hebben van de toezichthouder (BZK). De toezichthouder zal naar verwachting met name kijken naar de hardheid van de afspraak om het weerstandsvermogen aan te vullen en de garantstelling van de deelnemers. Ad (3) Uitvoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Strekking van de ingekomen zienswijzen
4
De gemeente Dordrecht wijst erop dat OZHZ in zijn begroting (op p. 12 onder 'Uitdagingen in de bedrijfsvoering') aangeeft dat de reguliere taakuitvoering toeneemt, met name door de woningbouwopgave. De gemeente benoemt dat haar woningbouwopgave groot en urgent blijft. Tegelijkertijd ziet de gemeente aanhoudende signalen dat in de realisatie het tempo en de omvang van projecten afnemen. Dat betreft naar haar indruk ook het aantal aanvragen en de omvang daarvan recent in Dordrecht. Waar OZHZ aangeeft dat het al een grote uitdaging is om voldoende gekwalificeerd personeel aan te nemen en te behouden vraagt Dordrecht om zowel de ontwikkelingen wat betreft bouwactiviteiten goed te monitoren als hierin tevens de ambitie van de gemeente(n) op het gebied van woningbouw zwaar in te wegen. Voor een goede aansluiting op en ondersteuning van deze ambitie is voldoende capaciteit in dit domein nodig. Mochten hier knelpunten ontstaan, dan verzoekt de gemeente OZHZ om dit tijdig met de deelnemende gemeenten af te stemmen. Verder wijst de gemeente erop dat door de invoering van de Wkb de rol en de taken van gemeenten bij de bouwtaken veranderen. OZHZ geeft aan dat op basis van de uitgangspunten van de wet en de inrichting van het stelsel de inzet op de bouwtaken zal toenemen.
Tegelijk hangt het financiële effect van de invoering van de wet af van de beleidskeuzes die de gemeente maakt over de uitvoering van de wet en de inrichting van de legesverordening. Over de uitwerking van die beleidskeuzes voor het uitvoeringsniveau van de taken zijn OZHZ en gemeente in overleg. Gezien de samenhang met terugloop in de legesinkomsten geeft de gemeente op voorhand aan dat de inzet vanuit de gemeente is dat de uitvoeringskosten voor de bouwtaken als gevolg van de Wkb niet zullen toenemen. Reactie OZHZ OZHZ en Dordrecht zijn voortdurend met elkaar in gesprek over de impact van de Wkb. OZHZ monitort de ontwikkelingen rondom de bouwactiviteiten actief en agendeert deze zo nodig actief in het reguliere overleg op bestuurlijk en ambtelijk niveau met Dordrecht. Met name de afname van bouwactiviteiten is inderdaad een aandachtspunt, mede vanwege de samenhang met en vermoedelijke afname van de legesinkomsten van de gemeente. Daar waar de gemeente in haar zienswijze wijst op de gelijkblijvende uitvoeringskosten voor de bouwtaken als gevolg van de Wkb vindt OZHZ dat een en ander te relateren moet zijn aan de door Dordrecht te maken beleidskeuzen, en de eventuele 'restrisico's' in het geval wordt besloten om bepaalde taken niet (meer) of niet meer volledig uit te voeren. De bouwopgave van gemeenten is groot en de arbeidsmarkt krap.
Tegelijkertijd lijkt het aantal projecten af te nemen onder invloed van het stikstof vraagstuk en economische omstandigheden (schaarste en rente). Op dit moment heeft OZHZ echter voldoende werk vanuit reeds vergunde en lopende bouwprojecten. In samenspraak met de opdrachtgevers voor wie bouwtaken worden uitgevoerd brengt OZHZ het verwachte werkpakket zo goed mogelijk in beeld en wordt de ingezette capaciteit (deels ingehuurde) hierop aangepast. OZHZ zal daarbij de ambitie van de gemeenten op het gebied van woningbouw betrekken en waar nodig tijdig afstemmen. De beschikbare bouwcapaciteit die op enig moment eventueel niet voor Alblasserdam, Dordrecht, Molenlanden of de provincie Zuid-Holland wordt ingezet kan desgewenst door de andere deelnemers worden benut indien zij daaraan behoefte hebben. Daarover maakt OZHZ dan nadere afspraken met die deelnemers. Ad (4) Omgevingswet en decentralisering van bodemtaken Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht benoemen in hun zienswijze de overgang van bodemtaken, waarbij het Rijk heeft aangegeven de kosten te monitoren. In 2023 en 2024 gaat OZHZ daarom pilots doen om ervaring
5
op te doen bij het uitvoeren van deze taken. OZHZ stelt in 2024 een definitieve raming op van de benodigde middelen. De gemeenten verzoeken OZHZ om dit goed te blijven volgen en gesprekken met het Rijk en IPO scherp te blijven voeren over hun bijdrage aan de bodemtaken. Sliedrecht benoemt in haar zienswijze dat er in de ontwerpbegroting, naast de indexering, ook rekening is gehouden met extra taken die OZHZ mede door inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat uitvoeren. De daarbij bestaande onzekerheid over de overheveling van budgetten van het rijk naar gemeenten vindt de gemeente zorgelijk. OZHZ anticipeerde hierop door in het jaarprogramma een deel structureel en een deel incidenteel voor te stellen. De gemeente volgt die lijn. Het is daarnaast begrijpelijk dat OZHZ de risico's op dit vlak als PM-post heeft opgenomen. De gemeente vertrouwt erop dat OZHZ de ontwikkelingen strak monitort en de gemeenten actief informeert zodra de financiële impact is bepaald. Hardinxveld-Giessendam merkt op dat zij nog steeds staat achter de eerder ingebrachte zienswijze over dit onderwerp. De gemeente is het niet eens met de overdracht van taken zonder passende financiële middelen hiervoor vanuit het Rijk. Zij beseft dat de taken reeds uitgevoerd worden door OZHZ, waarbij de provincie momenteel nog bevoegd gezag is en ook eigen middelen bij moet leggen om deze taken te financieren.
Er zijn in de achterliggende jaren op allerlei beleidsterreinen echter steeds meer taken bij de gemeente neergelegd zonder dat het Rijk voorziet in passende dekking. Deze ontwikkeling zorgt voor druk op de gemeentelijke begroting. De gehanteerde verhouding in de ontwerpbegroting tussen structurele (€ 500.000) en incidentele (€ 300.000) middelen voor de gehele regio, exclusief Dordrecht, geven weer dat er een nog een relatief grote onzekerheidsmarge zit in de daadwerkelijke kosten van implementatie en uitvoering van de bodemtaken. Om die reden heeft Hardinxveld-Giessendam alleen de structurele middelen opgenomen in de gemeentelijke begroting. Incidentele kosten die samenhangen met de overdracht beschouwt de gemeente als een financieel risico. Gorinchem wijst in haar zienswijze op de brief van OZHZ van 28 maart 2023 (Voorjaarsbrief 2024). Hierin staat al een uitwerking van een deel van de in de begroting genoemde ontwikkelingen en opgaven. De gelden voor de ontwikkelingen van de overdracht van bodemtaken en de Omgevingswet zijn al structureel geborgd in de begroting van de gemeente Gorinchem. Voor wat de overige ontwikkelingen merkt de gemeente op dat zij de kwaliteitsimpuls voor vergunning, verlening en handhaving ondersteunt.
Ook heeft OZHZ de gemeente al meegenomen in de onderwerpen Zeer Zorgwekkende Stoffen, Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, de stikstofproblematiek en de uitdagingen in de bedrijfsvoering. Daardoor is Gorinchem op de hoogte van de belangrijkste aandachtspunten en ontwikkelingen. Zij neemt deze onderwerpen, waar nodig, mee voor de invulling van het Jaarprogramma 2024. Reactie van OZHZ Onder de Omgevingswet gaat het bevoegd gezag voor bodemsaneringstaken grotendeels over van de provincie naar de gemeenten. Inmiddels is duidelijk dat de wet op 1 januari 2024 in werking treedt. De lopende saneringen, nazorgtrajecten en grondwater blijven onder het bevoegd gezag van de provincie vallen. De omvang van de bijbehorende rijksmiddelen is nog steeds onzeker. Er komen vooralsnog geen extra middelen in het gemeentefonds voor de apparaatskosten. Het Rijk gaat de kosten monitoren. Vanwege deze overgang voert OZHZ in 2023 en 2024 pilots uit om ervaring op te doen bij het uitvoeren van deze taken volgens een risicogerichte (en daarmee meer effectieve en efficiënte benadering: het zogeheten Regionaal UitvoeringsNiveau (RUN) voor bodemtaken.
6
Op grond van het definitieve RUN-bodem stelt OZHZ in 2024 een definitieve raming op van de benodigde middelen. Deze krijgt een vertaling in de individuele jaarprogramma's van de gemeenten en in de begroting 2025. Tot het moment van de overgang van het bevoegde gezag blijven de budgetten bij de provincie ZuidHolland. Eerder zijn in het AB al afspraken gemaakt dat de financiering van de bodemtaken vanaf het moment van inwerkingtreding van de wet via de gemeenten dienen te lopen. Oproep aan de gemeenten was toen om dat goed te borgen, aansluitend bij de al gemaakte afspraken in het AB zoals verwerkt in de begroting 2023. Daarin is uitgegaan van een globaal bedrag van circa € 800.000,- voor de toekomstige gemeentelijke bodemtaken voor heel 2023. Vanuit de onzekerheid over de taakuitvoering en financiering vanuit het Rijk is het AB er toen mee akkoord gegaan dat OZHZ een bedrag van € 500.000,- structureel en € 300.000,- incidenteel toevoegt aan de gemeentelijke jaarprogramma's. In het AB is meerdere keren over dit onderwerp gesproken. OZHZ blijft de ontwikkelingen goed volgen en koppelt daarover regelmatig terug in het AB en ambtelijk met de gemeenten. OmgevingsdienstNL, de vereniging van directeuren van omgevingsdiensten, sprak eerder ook al met de VNG over het feit dat die ermee akkoord was dat de rijksoverheid geen extra middelen via het gemeentefonds beschikbaar stelt.
(Ad 5) Financiering van de Energie-agenda Financiering van de E-agenda Sliedrecht benoemt in haar zienswijze dat het toezicht op energiebesparing met ingang van 1 juli 2023 een structurele taak wordt van OZHZ. Voorstel is daarom om de financiering van de E-agenda ook structureel te maken. Sliedrecht begrijpt dat financiering op incidentele basis zorgt voor een sterkere afhankelijkheid van externe inhuurkrachten. Daar waar het financiering van de toezichthoudende rol op energiebesparing betreft kan het college instemmen met een structurele dekking. Daar waar het de adviserende taken binnen de Eagenda betreft kiest Sliedrecht voor een incidentele op factuur gebaseerde bekostiging. Dit mede vanwege het fluctuerende karakter van deze advisering en de relatie met de Green Deal die onlangs in Sliedrecht is gesloten met een groot deel van de bedrijven. Sliedrecht ziet graag een uitsplitsing van het budget voor de Eagenda tegemoet. Hardinxveld-Giessendam geeft ten aanzien van de Energie-agenda het volgende mee. In 2021 is deze collectieve aanpak gestart. Inmiddels zijn er op dit gebied de nodige ontwikkelingen, inclusief uitbreiding van het basistakenpakket. Dit is voor de omgevingsdienst reden om de aanpak te herijken en uit te breiden.
De gemeente doet de oproep om bij deze herijking en uitbreiding oog te hebben voor een goede aansluiting op de lokale behoeftes en financiële kaders van de duurzaamheidsopgave. Gorinchem merkt in haar zienswijze op dat de uitvoering van de Energie-agenda incidenteel wordt bekostigd via een offerte, waar OZHZ en de gemeente periodiek overleg en afstemming over hebben. Reactie van OZHZ De Energie-agenda is een programma dat bestaat uit een mix van op elkaar afgestemde toezichts- en stimulerende adviestaken (stok en wortel). Het is daarom niet praktisch om aparte financieringsafspraken te maken over de verschillende onderdelen van deze mix. Met een structurele financiering kan OZHZ de structurele uitvoering borgen. Uitgangspunt is dat de deelnemers het collectieve, gezamenlijk afgesproken, deel van het programma structureel dekken via het jaarprogramma. Het voor de gemeenten specifieke deel van de adviestaken, toegesneden op de specifieke lokale behoefte, kunnen zij opnemen als incidenteel
7
budget in het jaarprogramma. Het incidentele budget is per jaar opzegbaar. Met een aantal gemeenten is OZHZ in gesprek over een nieuwe invulling van de adviestaken die meer rekening houdt met lokale behoeften in plaats van de regionale one size fits all benadering. Dit gaat vooral om Papendrecht, Dordrecht, Hardinxveld en Gorinchem. Deze gemeenten willen meer toezicht/data-gestuurd advies in plaats van het organiseren van evenementen. Vanwege het karakter van het programma en vanuit het oogpunt van een te hoge administratieve lastendruk is een financiering per offerte van het programma voor OZHZ niet uitvoerbaar. Ad (6) Druk op de gemeentelijke financiën Strekking van de ingekomen zienswijzen Dordrecht meldt in haar zienwijze dat, als gevolg van tal van ontwikkelingen, de begroting van de gemeente onder druk staat. De gemeente verzoekt dan ook om aan te geven waar binnen OZHZ bezuinigingen mogelijk zijn, om zo ook een bijdrage te leveren aan de begroting van Dordrecht. Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht geven in hun zienswijze aan dat de voorbereiding op en de inwerkingtreding van de Omgevingswet leidt tot structurele kosten in de begroting van OZHZ. Het gaat hierbij om wettelijke ontwikkelingen die onvermijdelijk zijn. Deze ontwikkelingen hebben negatieve consequenties voor de gemeenten en leiden tot een hogere bijdrage van de deelnemers.
Dit is mede een effect van ontoereikende rijksmiddelen. De effecten vanwege de loon- en prijsontwikkelingen worden veroorzaakt door de economische crisis, marktwerking en de nieuwe CAO. Deze gemeenten vertrouwen erop dat OZHZ zich ook voor het begrotingsjaar 2024 inzet om waar mogelijk extra kosten binnen de vastgestelde begroting op te vangen. De gemeentelijke begrotingen staan immers zwaar onder druk en bieden geen ruimte (meer) om extra bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen op te vangen. Reactie OZHZ OZHZ is zich ervan bewust dat de gemeentelijke financiën onder druk (komen te) staan. Daarom blijft OZHZ daarover in gesprek met het bestuur en met de deelnemers. Zoals bij 2) aangegeven vangt OZHZ de effecten van de stijgende kosten zoveel mogelijk op in de eigen bedrijfsvoering door taken effectiever en efficiënter uit te voeren, door aanwending van de algemene reserve of door nadere afspraken te maken met de deelnemers. OZHZ heeft de afgelopen jaren diverse besparingen doorgevoerd en het voordeel ten gunste laten komen van de deelnemers. Een belangrijk aspect voor OZHZ om effectief en efficiënt te kunnen werken betreft het structureel financieren van structurele wettelijke taken. Dit maakt het voor OZHZ beter mogelijk om zelf meer personeel aan te nemen en afscheid te kunnen nemen van dure inhuur.
Financiering van additionele opdrachten via het jaarprogramma, in plaats van offertes, leidt bovendien tot een lagere administratieve lastendruk. Ook een verdere regionale uitvoering van taken door OZHZ kan leiden tot meer slagkracht en efficiency. Indien opdrachtgevers aanvullend zoeken naar mogelijkheden tot bezuiniging ligt het in de rede om dit te doen door inkrimping van hun jaarprogramma, mits men blijft voldoen aan de afspraken over het lokale en regionale minimumniveau (RUN) en in de bijdrageverordening van OZHZ.
8
Ad (7) Overig Strekking van de ingekomen zienswijzen Informatievoorziening vanuit de gemeenschappelijke regeling (Papendrecht) Papendrecht benoemt in haar zienswijze dat de democratische legitimiteit bij regionale voorstellen een belangrijk aandachtspunt bij alle verbonden partijen. De gemeenteraad moet in elk geval de koers en de prioriteiten kunnen bepalen. De raden moeten in positie gebracht worden om deze keuzes te kunnen maken. Een regionale ontmoeting tussen colleges en raden kan leiden tot meer inzicht in elkaars denkbeelden en daardoor tot een betere samenwerking. Het is ook belangrijk dat de gemeenteraad goed geïnformeerd wordt. De gemeente heeft behoefte aan goede en tijdige sturingsinformatie, zowel ambtelijk als bestuurlijk. Wanneer dit niet het geval is, komt de controlerende en kaderstellende rol van de raad in het geding. Daarom gaat Papendrecht graag het gesprek aan om de informatievoorziening tussen gemeenteraad en gemeenschappelijke regeling, waar nodig, te verbeteren. Een van de opties is dat verbonden partijen periodiek bij de raden langsgaan en inzicht geven in wat zij voor de gemeente doen. Indexering 2024 Hardinxveld-Giessendam merkt op dat zij de voorgestelde indexering aan de hoge kant vindt. Tegelijkertijd beseft de gemeente dat ook de omgevingsdienst voor de nodige financiële uitdagingen staat.
Daarbij is er waardering dat de dienst de gemeente hier tijdig over heeft geïnformeerd. Reactie van OZHZ Informatievoorziening aan de gemeente Het verbeteren van de controlerende en kaderstellend rol van de gemeenteraad is mede aanleiding geweest voor de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022. Wij stuurden alle deelnemers al ons voorstel tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling, met de mogelijkheid daarop uw zienswijze te geven. In de context waarin OZHZ zijn het overigens altijd de gemeenten en provincie zelf die het uitvoeringsbeleid en de prioriteiten stellen bij vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het AB heeft aanvullend een belangrijke rol om zoveel mogelijk regionale uniformiteit te bewerkstelligen. OZHZ geeft op dit moment invulling aan de informatievoorziening aan de gemeente o.a. middels het jaarprogramma dat door het college wordt vastgesteld en het verslag daarover, tussentijdse rapportages, actieve toezending van de openbare AB-stukken aan de griffies en een snelle terugkoppeling naar de raden en PS na elke ABvergadering. OZHZ komt graag langs bij de raad of een raadscommissie om inzicht te geven in ons werk. Ook maken wij graag op alternatieve manieren kennis met de raadsleden, onder meer via een raadswandeling in het werkgebied of een werkbezoek aan de Meldkamer. De uitnodigingen hiervoor zijn in voorbereiding.
Indexering 2024 OZHZ heeft in de ontwerpbegroting 2024 toegelicht hoe (cumulatief) is geïndexeerd. De budgetten voor de wettelijke taken (jaarprogramma’s), inwonerbijdrage en tarieven 2024 en de lasten zijn op basis van de meest recente inzichten geïndexeerd met de loon- (3,9%) en prijsindex (2,4%) over 2024 en de structurele effecten over 2022 en 2023 met betrekking tot de loon- (5,4%) en prijsindex (7%). Op basis van de verhouding tussen
9
de loon- en materiele kosten (70:30) betekent dit een indexering met een gewogen gemiddelde van cumulatief - 9,3% voor 2024. Helaas constateren wij dat de prijzen zich daadwerkelijk in deze richting ontwikkelen. Zoals eerder aangegeven vangt OZHZ de extra prijsontwikkeling in 2022 en 2023 op uit de reguliere exploitatie en het weerstandsvermogen. In 2024 is dit niet meer haalbaar. Uiteraard blijft OZHZ strak aan de wind zeilen. Eventuele meevallers komen in eerste aanleg ten goede aan het weerstandsvermogen, totdat deze weer op het vereiste niveau is.
10
bestuurh
Jaarstukken 2022
Vastgesteld door het algemeen bestuur op 6 juli 2023
1
Inhoud Inleiding
4
I Jaarverslag
5
1.
Programmaverantwoording
5
Voorwoord
5
1.1 Thema's
7
1.2 Dit deden wij voor Zuid-Holland Zuid
8
1.3 Bestuurlijke ontwikkelingen
10
1.4 Kritische prestatie indicatoren
16
1.5 Wat heeft het gekost?
24
2.
31
Paragrafen
2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
32
2.2 Onderhoud kapitaalgoederen
36
2.3 Financiering
37
2.4 Bedrijfsvoering
41
2.5 Openbaarheidsparagraaf
47
II Jaarrekening 2022
50
1.
Balans per 31 december 2022
51
2.
Programmarekening 2022
67
3.
Wet normering topinkomens (WNT)
69
4.
Begrotingsrechtmatigheid
71
Bijlage 1 Verbonden partijen
73
Bijlage 2 Overzicht taakvelden
74
Bijlage 3 Verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen
75
2
3
Inleiding
Voor u liggen de jaarstukken 2022 van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Hiermee doen wij verslag over de uitvoering van de begroting 2022. Het jaarverslag is de verantwoording over de behaalde beheersmatige en financiële resultaten. Inhoudelijk wordt separaat, per opdrachtgever, gerapporteerd over de uitvoering van de jaarprogramma’s 2022. In de begroting 2022 hebben wij speerpunten en prestatie-indicatoren geformuleerd. In het jaarverslag sluiten wij hierop aan en gaan we in op de resultaten. De jaarstukken bestaan uit het jaarverslag (deel I) en de jaarrekening (deel II). Het jaarverslag bevat de programmaverantwoording (wat willen we, wat hebben we daarvoor gedaan en wat heeft het gekost?) en de verplichte paragrafen. De jaarrekening bevat de balans, programmarekening en specifieke verantwoordingen.
4
I. Jaarverslag 1. Programmaverantwoording
Voorwoord 2022 was het jaar van veel samenwerken. Van het samenwerken met de andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland. Maar ook het samenwerken met collega's; en dat kon gelukkig weer veel vaker 'in levenden lijve' op kantoor. Dat is een goede ontwikkeling gezien de grote opgaven waar we met elkaar voor staan om de regio veilig, gezond en duurzaam te houden. In deze jaarrekening ligt uiteraard de focus op het financieel resultaat van 2022. We komen uit op een klein positief saldo. In deze tijd van oplopende inflatie en stijgende kosten iets om trots op te zijn. Er is veel werk verzet in het afgelopen jaar. Teveel om in dit voorwoord volledig te zijn. Toch noem ik er een paar. Zo werden de resultaten van het moestuinonderzoek Pfas bekend en kregen moestuin eigenaren nieuwe adviezen. Deze stoffen horen niet thuis in ons milieu, niet in ons water en niet in ons voedsel. Wij blijven ons dan ook gezamenlijk inzetten om deze uitstoot te stoppen. Milieucriminaliteit raakt ook onze regio. We hebben te maken met mestfraude, illegale handel in en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, afvalcriminaliteit en gesjoemel met bodem- en grondstromen. De effecten zijn niet altijd direct zichtbaar, maar hebben zeer grote gevolgen voor de omgeving, de economie en onze volksgezondheid.
Inspecteurs van de vijf omgevingsdiensten van Zuid-Holland controleerden samen afvalbedrijven om deze vorm van criminaliteit tegen te gaan. OZHZ ging met gemeenten aan de slag met de 3-30-300 regel. Een vuistregel om slimme keuzes te maken op het gebied van klimaat adaptief bouwen. Met deze regel meet je namelijk drie dingen: Eerst of je vanuit elke woning drie bomen ziet. Dan of 30% van een wijk in de schaduw van een boom valt. En daarna of vanuit elke woning op 300 meter afstand een verkoelend parkje is. Er is het afgelopen jaar al ingezet op de label C-verplichting van kantoren en deze activiteiten gaan in 2023 onverstoorbaar door. In 2023 mogen kantoren alleen gebruikt worden als ze minstens Label C hebben. Een speciaal team van energietoezichthouders bij OZHZ controleert bedrijven hierop. Bij kantooreigenaren die niet in beweging komen, starten zij een handhavingstraject. Tegelijkertijd zijn er 5
ook trajecten voor eigenaren en ondernemers die juist graag méér willen doen dan verplicht. Samen met de andere omgevingsdiensten zijn en blijven we op zoek naar deskundige collega's met een passie voor hun omgeving. Met de slogan 'de betere wereldbaan' slaan we de handen ineen en promoten we ons werk aan nieuwe collega’s. In het afgelopen jaar is OZHZ overgegaan op een heel nieuw zaaksysteem: Open Wave. Collega's zijn opgeleid en de zogenaamde key-users hebben ervoor gezorgd dat de overgang naar het nieuwe systeem goed is verlopen. Complimenten hiervoor. Dank en waardering voor alle medewerkers die zich in 2022 hebben ingezet voor een veilig, gezond, duurzaam en leefbaar Zuid-Holland Zuid!
Meindert Stolk voorzitter OZHZ
6
1.1
Thema's
Veiligheid OZHZ draagt bij aan een veilige regio. Door het verlenen van vergunningen zorgen wij ervoor dat bedrijfsactiviteiten zo min mogelijk gevolgen hebben voor de veiligheid van bewoners in de omgeving. Dit doen wij door in een vergunning vast te leggen hoeveel en welke stoffen een bedrijf mag verwerken, uitstoten of afvoeren. Samen met bijvoorbeeld de veiligheidsregio worden risicoanalyses gemaakt om onveilige situaties zoveel als mogelijk te voorkomen. Vervolgens controleren onze inspecteurs of de bedrijven zich aan de vergunningsvoorschriften houden.
Duurzaamheid OZHZ draagt bij aan een duurzame regio. Dit doen wij door advies te geven over een bewuster (her)gebruik van energie en grondstoffen om schade aan het milieu te voorkomen. De omgevingsdienst adviseert over energiebesparing aan bedrijfstakken zoals bijvoorbeeld zorginstellingen, scholen en bedrijven in de agrarische sector. OZHZ denkt met gemeenten mee over een duurzame inrichting van de ondergrond en omgeving. We streven hierbij naar een goede balans tussen omgevingskwaliteit en ruimte voor economische ontwikkelingen.
Gezondheid OZHZ draagt bij aan een gezonde omgeving. Door het verlenen van vergunningen zorgen wij ervoor dat bedrijfsactiviteiten zo min mogelijk schadelijke effecten hebben op de gezondheid van omwonenden of het milieu. Dit gebeurt door vast te leggen hoeveel en welke stoffen een bedrijf mag verwerken, uitstoten of afvoeren. Vervolgens controleren onze inspecteurs of de bedrijven zich aan de vergunningsvoorschriften houden. Bij het reinigen van vervuilde bodem adviseren onze deskundigen over hoe dat zo goed mogelijk en zonder risico’s voor de gezondheid kan. Daarnaast toetsen wij ook de saneringsplannen van gemeenten en bedrijven.
Leefbaarheid OZHZ draagt bij aan een leefbare regio door in de woonomgeving overlast die bewoners een gevoel van onbehagen geeft, te signaleren en aan te pakken. OZHZ houdt toezicht op bedrijven en behandelt klachten van inwoners over milieuoverlast. Daarnaast ondersteunen wij een aantal gemeenten met toezicht en handhaving bij bijvoorbeeld evenementen. De bescherming van natuurgebieden (de groene handhaving) is een speciale taak die OZHZ uitvoert voor de hele provincie. Ook op het gebied van geluid heeft OZHZ een rol. Geluidoverlast is een breed begrip. Wat voor de ene inwoner gezellige muziek is, kan voor een andere persoon irritante herrie zijn.
7
8
Wat deed OZHZ? Voor de inwoners en ondernemers Bekijk de online jaarverslagomgeving van OZHZ. U leest daar het hele jaar door over de laatste vergunningsprocedures en toezichtsacties. We nemen u ook mee in onze verhalen over de meest actuele onderwerpen. Van het rustig wonen langs de snelweg tot aan ondermijning. Hoe de woonwijk van de toekomst eruit ziet tot aan toezicht op de jacht. U leest interviews met experts en ziet wat onze adviezen in de praktijk betekenen. Het is de online omgeving waar iedereen kan zien wat OZHZ betekent voor de leefomgeving. U, maar ook iedere inwoner, ondernemer, raadslid, ambtenaar of samenwerkingspartner. Binnen de omgeving klikt u verder als u meer wilt weten over wat we gedaan hebben in een bepaalde gemeente of vanuit een van onze programma's. Ook kunt u alvast doorklikken naar 2023. Wij geven u graag een goed beeld. Scan de bijgaande QR-code met uw mobiele telefoon of kijk op www.ozhz.nl/jaarverslag-2022/
9
1.3
Bestuurlijke ontwikkelingen
In dit hoofdstuk doet OZHZ verslag van de belangrijkste ontwikkelingen die op dit moment spelen. Achtereenvolgens wordt ingegaan op:
De Omgevingswet
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB)
De overgang van bodemtaken van provincie naar gemeenten
De Energieagenda
Uitvoering van de Wet basisregistratie ondergrond
De aanpak van ondermijning
Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)
Versterking en doorontwikkeling van de VTH-taken
Omgevingswet De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Hoe OZHZ de Omgevingswet implementeert, staat in het jaarplan van de Ontwikkelaanpak 2022 - 2025. De voorbereidingen doet OZHZ samen de provincie Zuid-Holland, gemeenten, andere omgevingsdiensten en de ketenpartners in de regio, zoals de GGD, de waterschappen en de veiligheidsregio. Het programma Omgevingswet richtte zich in 2022 vooral op:
Het inrichten en aanpassen van systemen en processen voor de uitvoering van de VTH-taken, waaronder ook de aansluiting op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
Het maken van uitvoeringsafspraken met de opdrachtgevers.
Het ontwikkelen van verdiepende kennis, het opdoen van ervaring en het ontwikkelen van producten.
Het voorbereiden op de veranderende uitvoering van de VTH-taken.
De implementatie van een nieuw VTH-systeem.
In 2022 werkte OZHZ aan de basisinrichting voor de VTH-taken en legde relevante koppelingen aan met onder meer het DSO. Samen met opdrachtgevers is voor de prefase de behandeldienst ingesteld voor de taken die OZHZ uitvoert. Zo kan OZHZ daadwerkelijk een aanvraag, melding en/of informatieplicht via het DSO ontvangen. De afgelopen periode vonden diverse (keten) testen voor OZHZ-taken plaats, waarmee OZHZ in 2023 ook doorgaat. Ervaring leert vooralsnog dat de techniek de ene keer wel, de andere keer niet werkt. Zonder duidelijke oorzaak. Langzaam zijn steeds meer gemeenten in de regio aangesloten op het DSO, maar nog niet allemaal. Het 1 op 1 testen veronderstelt wel dat de benodigde technische aansluitingen bij alle opdrachtgevers gereed zijn. OZHZ bereidde zich in 2022 verder voor op de veranderende uitvoering van de VTH-taken. Zo is een voorstel voor milieuleges ontwikkeld in het Regiobrede project Omgevingswet. Alle gemeenten hebben dit voorstel overgenomen in de aanpassing van hun legesverordening. Het voorstel kreeg ook landelijke bekendheid via ODNL. Op verzoek presenteert OZHZ, samen met de Omgevingsdienst Midden-Holland, in maart 2023 het voorstel voor milieuleges op het landelijke VNG-belastingcongres. Ook werkte OZHZ de afgelopen maanden aan andere aspecten van de Omgevingswet.
Zo zijn bijvoorbeeld de standaardbrieven voor VTH-taken gereed en kregen de toezichthouders oefensessies over de nieuwe plichten. Ook zorgde OZHZ voor de belangrijkste aanpassingen van het bedrijvenbestand: de omslag van inrichtingen naar milieubelastende activiteiten. 10
Periodiek vinden met elke opdrachtgever gesprekken plaats over de implementatie van de Omgevingswet en het maken van nieuwe regiobrede afspraken over de uitvoering van taken. Deze afspraken gaan over de wijze waarop OZHZ het werk zal uitvoeren en wat wel en niet de rol van de omgevingsdienst is. Denk aan onderwerpen zoals het omgevingsplan, samenwerking bij vergunningverlening, omgevingsoverleg en participatie. Al in augustus 2022 is bovendien een model-mandaatbesluit toegestuurd aan alle gemeenten. Het is nu aan de individuele colleges om de mandaten te laten vaststellen en bekend te maken. Dat staat voor 2023 op de rol. In 2023 gaat OZHZ door met het programma Omgevingswet, maar wel in een afgeslankte vorm. Hierbij is de lijn: wat klaar is, is klaar. Tot nu toe is het nodige gedaan. OZHZ is in de basis klaar voor de uitvoering van de VTHtaken. En uitstel of niet, OZHZ investeert blijvend in de cultuurkant van de Omgevingswet, met het accent op de kernwaarden 'samenwerken' en 'denken in oplossingen en mogelijkheden'. Hierbij gaat het niet meer om het denken in pilots, maar om het nu al toe te passen in de praktijk. Denk aan deelname aan initiatieven- en omgevingstafels van opdrachtgevers of bijvoorbeeld advisering bij bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte of pilots omgevingsplannen en de 'ja-mits-houding'.
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) De Wkb treedt niet eerder in werking dan de Omgevingswet. Dat betekent dat ook de inwerkingtreding van de Wkb opschuift. OZHZ voert bouwtaken uit voor de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht en Molenlanden en voor de provincie Zuid-Holland. De Wkb in deze eerste fase (gevolgklasse 1) heeft effect op de taakuitvoering voor en de budgetten van de gemeenten Alblasserdam en Dordrecht. In de begroting 2024 neemt OZHZ informatie op over de financiële impact van de Wkb. Nadere uitwerking vindt plaats in de jaarprogramma's 2024 voor Alblasserdam en Dordrecht. Met de andere gemeenten wisselt OZHZ informatie uit over de implementatie van deze nieuwe regelgeving, zoals afgesproken in het AB. Momenteel zijn 2 proefprojecten Wkb in Dordrecht in voorbereiding. De processen die OZHZ vastlegde worden op deze manier getoetst aan de praktijk. Ook de komende tijd blijven OZHZ en gemeenten kennis over de wet en ervaring met de proefprojecten uitwisselen. De stuurgroep van het regionale project Omgevingswet keurde het Beleidskader toezicht en handhaving bouw onder de Wkb Zuid-Holland Zuid goed. De stuurgroep bood het beleid vervolgens ter vaststelling aan de gemeenten aan. OZHZ neemt de hooflijnen van dit beleid op in het RUN.
De overgang van bodemtaken van provincie naar gemeenten Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat het bevoegd gezag voor bodemsaneringstaken grotendeels over van de provincie naar de gemeenten. De bodemsaneringstaak is onderdeel van het basistakenpakket van omgevingsdiensten. OZHZ gaat deze taak daarom vanaf dan uitvoeren voor alle gemeenten en bereidde zich daarop voor in 2022. De bodemtaken veranderen op inhoud, bevoegd gezag en financiering. Deze situatie maakt keuzes nodig voor het uitvoeren van deze taken. De gemaakte keuzes komen in nieuw beleid: een uitvoeringskader voor vergunningverlening en het toezicht en handhaving op de bodemtaken. Hierbij sluit OZHZ zoveel mogelijk aan op de systematiek van de Nota VTH-beleid gemeentelijke taken Zuid-Holland Zuid. Om de inzet voor de bodemtaak te reguleren ontwikkelt OZHZ thans samen met gemeenten en provincie een risicomodel (RUN-bodem) voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dat verkeert nu in een proeffase. Zodra meer bekend is over de daadwerkelijke datum waarop de bodemtaken overgaan zal OZHZ de planning actualiseren. 11
Rijk, IPO, VNG en UvW overlegden langere tijd met elkaar over het financieren van de overgaande bodemtaken. Inmiddels is duidelijk dat de rijksoverheid geen middelen beschikbaar stelt in het gemeentefonds voor de apparaatskosten van de bodemtaken die naar gemeenten overgaan. Het ministerie zal de uitvoering monitoren, echter zonder toezeggingen. De afgelopen jaren is de financiering van de overgaande gemeentelijke bodemtaken steeds onderwerp geweest in de begrotingsrichtlijnen, die OZHZ jaarlijks meegeeft aan de opdrachtgevers. Daarbij is steeds uitgegaan van een globaal bedrag van circa € 800.000 voor de toekomstige gemeentelijke bodemtaken. In de begroting 2023 van OZHZ is dit bedrag verminderd op het provinciale jaarprogramma. Vanuit de onzekerheid over de taakuitvoering en financiering vanuit het Rijk is € 500.000 structureel en € 300.000 incidenteel toegevoegd aan de gemeentelijke jaarprogramma's. OZHZ ziet 2023 en 2024 nadrukkelijk als overgangsjaren. Doel is om aan de hand van de eerste ervaringen met de Omgevingswet meer inzicht te krijgen in de omvang van de uitvoering en de beschikbare middelen. Op basis van dit inzicht zal OZHZ op een later moment structurele afspraken over uitvoeringsbeleid en benodigde middelen maken.
Door het verschuiven van de ingangsdatum van de Omgevingswet naar 1 januari 2024 blijft de provincie bevoegd gezag voor de bodemtaken en ook budgettair verantwoordelijk. De Energieagenda OZHZ controleert of bedrijven de verplichte energiebesparingen doorvoeren én stimuleert het toepassen van energiebesparende en opwekkende maatregelen. Hierbij wisselt OZHZ toezichthoudende maatregelen (60% van de taken) af met stimulerende maatregelen (40%). Om de energiedoelen in de drie RES-en te behalen, stelde OZHZ de Energieagenda op. Hiervoor is in totaal structureel circa € 1,1 miljoen nodig. Daarover zijn nu voor bijna € 880.000 financiële afspraken gemaakt. Hoewel het budget dus niet toereikend is om het programma in de volle breedte uit te voeren, is het wel een toename van ruim 30% ten opzichte van 2021. Nog niet elke gemeente nam de Energieagenda in 2022 volledig en/of structureel op in het jaarprogramma. Ongeveer € 210.000 (bijna 25%) werd gefinancierd door middel van incidentele offertes. De continuïteit van de Eagenda is hiermee nog niet geborgd. OZHZ kan daardoor de benodigde extra capaciteit alleen verwerven door extern in te huren. Dit brengt risico's met zich mee voor continuïteit, prijs en kwaliteit. Ook kan OZHZ in de eigen organisatie minder kennis en bekendheid met de lokale situatie opbouwen.
Voor de deelnemers betekent dit dat nog niet is geborgd dat de verplichte energiebesparingsdoelstellingen worden behaald. In 2022 kwamen middelen ter beschikking ter ondersteuning van de E-agenda, zoals de Specifieke Uitkering (Spuk) Energiebesparing en VUE3 (Versterkte Uitvoering Energiebesparings- en informatieplicht). Deze laatste subsidieregeling maakt het mogelijk om extra capaciteit in te zetten op extra toezichtstaken. Het totale budget van VUE3 voor alle gemeenten in de regio bedraagt ongeveer € 225.000 voor twee jaar. De Spuk is een rechtstreekse uitkering van het ministerie EZK aan omgevingsdiensten om energietoezicht te versterken. Het gaat hierbij om een eenmalige uitkering voor energiebesparingsplicht van ETS (European Union Emissions Trading System) bedrijven en om een meerjarige uitkering die met name bedoeld is voor extra capaciteit en kennisopbouw. In 2022 bleek het lastiger om nieuwe koplopers te vinden. Het totaal aantal bedrijfsbezoeken via het stimulerend spoor liep daarom wat achter op schema. De animo voor de energiescans is minder, mede door capaciteitsproblemen bij bedrijven. Vanuit de branche-aanpak was veel aandacht voor kantoren (energielabel Cverplichting). OZHZ stuurde nogmaals een stimulerende brief, schafte een tool aan om een nauwkeuriger beeld van de data te krijgen en bereidde het toezicht en de handhaving voor (voor 2023).
Daarnaast pakte OZHZ de 12
branches detailhandel en zorg op in 2022. OZHZ organiseerde ook weer bijeenkomsten bij bedrijfsterreinen om bedrijven te inspireren om te verduurzamen: in Molenlanden, Alblasserdam, Papendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht. De innovatietafels in de regio gaan o.a. over waterstof. OZHZ is vroegtijdig met ondernemers in gesprek om de innovatie vanuit regulering mogelijk te maken. Met steun van de provincie organiseerde OZHZ een kennis- en innovatietafel startbijeenkomst met als thema Zon Op Dak. OZHZ bouwde de website platformduurzamebedrijven.nl verder uit, zodat de koplopers hun ambassadeursrol verder kunnen tonen en andere ondernemers kunnen inspireren. Uitvoering van de Wet basisregistratie ondergrond (BRO) Vanaf 1 januari 2018 geldt de Wet op de Basisregistratie Ondergrond (BRO). De wet maakt het mogelijk om bodem- en ondergrondgegevens via een digitaal loket op te vragen en aan te leveren. Het BRO bevat gegevens over geologische en bodemkundige opbouw, zoals resultaten van booronderzoeken en grondwatermonitoringen. Overheden zijn wettelijk verplicht de BRO te gebruiken. Bij nieuwe plannen waarbij er inzicht in de bodem moet zijn, moeten gemeenten de BRO raadplegen en de beschikbare informatie toetsen op bruikbaarheid. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het inwinnen en bijhouden van gegevens in de BRO en voor het borgen van de kwaliteit.
Het Ministerie van BZK volgt de implementatie en er geldt een verplichting tot verantwoording voor gemeenten. In 2019 is onderzocht welke rol OZHZ kan spelen in de uitvoering van deze taken. Vervolgens zijn hierover afspraken gemaakt met de gemeenten (met uitzondering van Gorinchem en Molenlanden) om de BRO-taken te gaan uitvoeren. Geconstateerd moeten worden dat de uitvoering nog niet overeenkomt met de beoogde planning, wat resulteert in een onderbesteding gedurende dit verantwoordingsjaar. De oorzaak moet vooral gevonden worden in de kwaliteit en kwantiteit van de aan de uitvoerende dienst aan te leveren informatie. Voor het begrotingsjaar 2023 is het streven er dan ook vooral op gericht in samenwerking met de partners te komen tot een adequate evaluatie met daaruit voortvloeiende verbeterpunten. Aanpak van ondermijning In 2022 is de aandacht voor ondermijnende (milieu-)criminaliteit, zowel vanuit het Rijk, de provincies als gemeenten, toegenomen. De bestuurlijke aanpak van ondermijning is een grotere rol gaan spelen, naast de strafrechtelijke aanpak. OZHZ neemt actief deel aan kennis- en netwerkbijeenkomsten die door de provincie en het RIEC worden georganiseerd. Er is een toenemende vraag om de inzet van OZHZ bij ondermijningsacties.
Bij deze acties werkt OZHZ, samen met zijn ketenpartners, mee aan de aanpak van ondermijnende criminaliteit, onder andere op bedrijventerreinen en een recreatiepark. Via het DRIOB (Dynamisch Regionaal Ondermijningsbeeld) is er een uitwisseling met DCMR van informatie over ondermijnende criminaliteit binnen de automotive-branche. Met TRACK (onderdeel van het RIEC) heeft OZHZ een partner die netwerkanalyses en risicoanalyses aanbiedt. Ook denkt OZHZ met de gemeenten op strategisch en regieniveau mee over de aanpak van ondermijning en wordt samengewerkt met partijen zoals het RIEC en andere omgevingsdiensten. Vanuit het project Ontwikkelaanpak ondermijning 2022-2025 werkt OZHZ aan de bewustwording van de medewerkers voor signalen van ondermijning. Zij leren signalen herkennen en worden aangespoord om deze vervolgens te melden. Daarna worden de signalen door het ondermijningsteam opgepakt en ingebracht in de casusoverleggen met de gemeenten en de andere ketenpartners.
13
Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) ZZS hebben negatieve effecten op mens en milieu. Voor ZZS is - terecht - veel maatschappelijke aandacht. Voorbeelden van ZZS zijn PFAS, GENX en lood. Vanwege de negatieve effecten van ZZS geldt voor bedrijven een inventarisatie- en minimalisatieverplichting. OZHZ heeft de afgelopen tijd geïnvesteerd in opleiding en kennisuitwisseling. Daarbij werkt OZHZ nadrukkelijk samen met de waterschappen. De grotere afvalverwerkers rapporteren hoe zij invulling hebben gegeven aan de inventarisatie- en minimalisatieverplichting. OZHZ beoordeelt deze rapportages. Voor overige bedrijven, waar ook gemeentelijke bedrijven onder vallen, ontwikkelt OZHZ een branchegerichte aanpak. OZHZ richt zich daarbij eerst op de branches met de grootste ZZSrelevantie. Na een succesvolle test van een 'ZZS-tool' gebruikt OZHZ deze structureel bij vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hiermee kan snel inzicht worden gekregen in de aanwezigheid van ZZS. Ook landelijk hebben ZZS de nodige aandacht gekregen. In het Bestuurlijk Omgevingsberaad van 12 oktober 2022 bijvoorbeeld heeft de staatssecretaris de wens van IPO en VNG ingewilligd om ZZS decentraal een prominente plek in het impulsprogramma te geven. Deze 'impuls' moet leiden tot een voorstel in het eerste kwartaal van 2023.
Versterking en doorontwikkeling van de VTH-taken In 2020 en 2021 zijn onderzoeken uitgevoerd naar de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) door omgevingsdiensten. Landelijk door de Commissie Van Aartsen, de Algemene Rekenkamer, de Strategische Milieukamer (het Dreigingsbeeld milieucriminaliteit), en dichter bij huis door de provincie ZuidHolland. OZHZ pakt het vervolg op deze onderzoeken op in de periode 2022 – 2025, samen met de andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland, de gemeenten en de provincie. Landelijk traject versterking VTH-taken De Commissie Van Aartsen onderzocht primair welke verbeteringen nodig zijn in het totale VTH-systeem en deed daartoe aan aantal aanbevelingen. De onderzoeken van de Algemene Rekenkamer en het Dreigingsbeeld gaan over de kwaliteit en het gebruik van data bij de aanpak van milieucriminaliteit. Inmiddels is het Interbestuurlijke Programma (IBP) beschikbaar waarin de programma-aanpak staan, uitgewerkt in 6 pijlers (met tussen haakjes de trekkende instantie):
Robuuste omgevingsdiensten en financiering (VNG).
Bestuursrechtelijk en strafrechtelijke handhaving en vervolging (J&V).
Informatie-uitwisseling en datakwaliteit (I&W).
Kennisinfrastructuur (ODNL).
Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving (IPO).
Monitoring kwaliteit milieutoezicht (I&W).
Subsidieaanvraag IBP Om in het najaar van 2022 met het IBP te kunnen starten is een subsidieregeling opgesteld die een specifieke uitkering (SPUK) aan alle 29 omgevingsdiensten mogelijk maakt van in totaal € 15 miljoen. Voor OZHZ gaat het om een bedrag van € 300.000 tot € 600.000. De subsidieperiode loopt tot eind 2023. De subsidieaanvraag van OZHZ is in november goedgekeurd door het ministerie van I&W voor een bedrag van ongeveer € 600.000. De Rijksbijdrage is nadrukkelijk bedoeld om extra activiteiten uit te voeren, en komen daarmee boven op de middelen die de gemeenten en provincies beschikbaar stellen aan de omgevingsdiensten. De in de subsidiebeschikking opgenomen onderwerpen en projecten stemde OZHZ af met de andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten en met ODNL. Met de name projecten in het kader van de doorontwikkeling van de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten zijn opgenomen: de arbeidsmarktcampagne ('De Betere Wereldbaan' en samenwerking met de Hogeschool InHolland), beter gebruik van data ('datalab' (multidisciplinair team dat informatieproducten ontwikkelt, zoals het energiedashboard) en Inspectieview Milieu), het opstellen van een afwegingskader met het 14
Functioneel Parket, anonimisering van VTH-documenten, implementatie van de Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV), implementatie van de Landelijke handhavingstrategie en risicoanalyse en opleidingen voor toezichthouders in het nieuwe Team Energietoezicht. ODNL heeft een eigen subsidieaanvraag ingediend ten behoeve van financiering van de regierol op activiteiten uit het IBP, de pilots voor visitatie (welke begin 2023 zijn afgerond), de doorontwikkeling van de ODNL-academie, het instellen van een frontoffice ODNL voor informatie en communicatie, het voorbereiden van onderdelen van de kennisinfrastructuur VTH en data en informatieverzameling. Bestuurlijke opdracht Zuid-Holland De verkenning van de provincie Zuid-Holland heeft geleid tot een bestuursopdracht van de dagelijkse besturen van de 5 omgevingsdiensten in Zuid-Holland. De bestuurlijke opdracht is geoperationaliseerd naar plannen van aanpak die door de bestuurlijke begeleidingsgroep op 4 juli 2022 zijn vastgesteld. Deze gaan over de volgende thema's:
Arbeidsmarkt.
Informatievoorziening.
De Altijd Actuele Digitale Vergunning.
Kennis en kennisinfra Circulair en Energie.
Kennis en kennisinfra Milieucriminaliteit.
Toekomstverkenning VTH (overige kansrijke onderwerpen).
Binnen het proces is nadrukkelijk oog voor de samenhang met het IBP en de SPUK-subsidieverlening, zoals hierboven beschreven. Begin 2023 hebben de directeuren van de vijf omgevingsdiensten aan de bestuurlijke begeleidingscommissie gerapporteerd over de voortgang. Het AB neemt hiervan in april kennis. De acties die de omgevingsdiensten in Zuid-Holland ondernemen, haken vooral aan bij drie van de zes pijlers uit het IBP. Soms lopen ze er bewust op vooruit, soms is het beter actie uit het IBP af te wachten. Dat geldt met name voor pijlers 1 en 6 van het IBP:
15
1.4
Kritische Prestatie indicatoren (KPI's)
1.4.1
Algemeen
OZHZ voert zijn wettelijke taak uit in mandaat van gemeenten en provincie Zuid-Holland. Met de deelnemers zijn prestatieafspraken gemaakt. OZHZ moet deze afspraken binnen een bandbreedte van 90% - 110% realiseren. De omzet van OZHZ is per taakveld in verschillende mate variabel. Voor de wettelijke taken geldt dat budgetten binnen zekere marges mogen fluctueren. Voor de adviestaken geldt dat er tot dusver geen sprake is van enige verplichting voor gemeenten om opdrachten bij OZHZ neer te leggen. Wel onderschrijft het bestuur het "preferred suppliership" van OZHZ. Speerpunt
Prestatie indicator
Realisatie 2022
Taakuitvoering vindt plaats binnen de door
Taakuitvoering van OZHZ voldoet aan de
OZHZ voldoet aan de VTH-kwaliteitseisen
het AB gestelde kaders voor financiën en
VTH-kwaliteitseisen.
kwaliteit (bijdrageverordening) Producten en prestaties worden
Realisatie PZH (92,4%)
gerealiseerd binnen een bandbreedte van
Er is sprake van onderbesteding, maar
90-110% van het jaarprogramma.
realisatie blijft binnen bandbreedte. Realisatie gemeenten (gewogen gemiddelde 101,7%) Er is sprake van een overbesteding, maar realisatie bevindt zich op totaalniveau binnen de bandbreedte.
Opdrachtgevers worden actief geïnformeerd. Periodiek overleg met de opdrachtgever
2 maal per jaar voortgang- en 1 maal per
Jaarrapportage 2022 en
jaar jaarrapportages conform planning in
voortgangsrapportages 2022 conform
jaarprogramma.
planning opgesteld.
1 maal per maand vindt gesprek met de
Het periodiek overleg met de gedeputeerde
gedeputeerde plaats;
en wethouders heeft in de verslagperiode
2 maal per jaar met wethouders;
consequent plaatsgevonden.
1 maal per 4 maanden ambtelijk MARAP-
Ook de ambtelijk MARAP overleggen zijn
overleg.
conform planning gevoerd.
OZHZ voldoet voor de taken die zij in mandaat uitvoert voor de deelnemers, aan de kwaliteitscriteria. Wel signaleert OZHZ dat voor de uitvoering van bepaalde specialismen de capaciteit beperkt is. Met het oog op de (landelijk gevoerde) discussie over de robuustheid van omgevingsdiensten (InterBestuurlijk Programma Versterking VTH) is het voor OZHZ de vraag of door deelnemers niet méér geïnvesteerd zou moeten worden in bepaalde specialistische (wettelijke) taken, dan wel of bepaalde specialistische taken anders georganiseerd zouden moeten worden op de schaal van de provincie Zuid-Holland, of zelfs op landelijke schaal. In 2023 zal OZHZ hierover een besluit nemen in overleg met de deelnemers. Bijna alle opdrachtgevers zijn binnen de afgesproken bandbreedte (90%-110%) van het budget gebleven. De gemeente Alblasserdam (89,6%) en Sliedrecht (89,9%) zijn net onder de bandbreedte uitgekomen. OZHZ heeft op individuele basis afspraken gemaakt over de verrekening van over- en onderbestedingen met alle opdrachtgevers.
16
De realisatie van de provinciale omzet is achtergebleven bij de planning (92,4%). Deze lagere uitputting betreft alle taakvelden, met in het bijzonder de vergunningsactiviteiten. Dit wordt gecompenseerd door een hogere realisatie op de gemeentelijke wettelijke taken (101,7%). Het beeld varieert sterk per opdrachtgever. Meer specifiek is er een toenemende vraag naar vergunningen bouw. Hier staan hogere legesopbrengsten tegenover. OZHZ is in 2022 individueel met de opdrachtgevers in gesprek geweest over bijsturingsacties en de financiële consequenties.
Speerpunt
Prestatie indicator
Realisatie 2022
Productiviteit
Het aantal productieve uren per FTE
De productiviteit bedraagt 61,2%
bedraagt 1.410 uur. De productiviteitsnorm bedraagt daarmee 62,3% Aandeel overhead
Het aandeel uren overhead ten opzichte
Het overheadpercentage is 27,8%
van het totaal aantal uren is genormeerd op 27,3% Flexibele capaciteit
Het aandeel uren inhuur ten opzichte
Het aandeel inhuur bedraagt 15,5%
van het totaal aantal uren is gemiddeld 10% Ziekteverzuim
OZHZ hanteert een norm van 5% voor
Het ziekteverzuim bedraagt 6,6%
ziekteverzuim.
Productiviteit en overhead De productiviteit bedraagt 61,2% en blijft dus iets achter de norm van 62,3%. Dit is voorzien in de begroting. Bij de units met achterstand is veelal sprake van een relatie met het ziekteverzuim, of het inwerken van nieuw personeel waarbij in de praktijk blijkt dat dit meer en meer druk zet op de productiviteit. Daarnaast is er sprake van de zogenoemde "bouwklas". Het verlies is opgevangen door een hogere productie en dus hogere omzet. De lagere productiviteit komt ook tot uiting in een hogere overhead. Zowel eigen medewerkers als inhuur realiseren een aanzienlijke hoeveelheid indirecte uren. Naast het inwerken en ziekteverzuim is ook sprake van een aantal omvangrijke trajecten met een bedrijfsmatig karakter, zoals de invoering van het nieuwe werk concept, de implementatie van een nieuw VTH-systeem, de opschoning van het archief en de herstructurering van de organisatie. De overhead is daardoor tijdelijk hoger dan begroot. Dekking van deze omvangrijke trajecten vindt (deels) plaats uit specifiek hiervoor gevormde bestemmingsreserves. Flexibele formatie en flexibele schil Doelstelling is een gemiddelde flexibele schil van 10% en 90% eigen formatie. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in de verschillende taakvelden.
Onderdelen met een meer variabele omzet (bijvoorbeeld bouw en expertise en advies) hebben een hogere flexibele schil, dan de onderdelen die de wettelijke milieutaken uitvoeren. Ondanks succesvolle wervingsacties is ook in 2022 sprake van een relatief hoog aantal vacatures. Daarnaast is er sprake van een hogere inzet wat tot uitdrukking komt in een hogere productie en dus hogere omzet. Tot slot is er sprake van een aantal omvangrijke trajecten met een bedrijfsmatig karakter, zoals de invoering van het nieuwe werk concept, de implementatie van een nieuw VTH-systeem, de opschoning van het archief en de herstructurering van de organisatie waarvoor (deels) personeel is ingehuurd. Daarmee komt de flexibele capaciteit met 15,5% hoger uit dan de norm.
17
Ziekteverzuim Het gemiddelde ziekteverzuimpercentage was in 2022 met 6,6% hoger dan de norm van 5%. De oorzaken van het hoge verzuim zijn velerlei. Met de nieuwe arbodienst Bezig is de strategie uitgezet om de medewerkers zo snel mogelijk weer op de been te krijgen. Intensivering van het case-management en een breder aanbod aan ondersteuning voor de medewerkers (ook als het gaat om problematiek in de persoonlijke of privésfeer) moet op termijn zijn vruchten gaan afwerpen. Vanaf augustus is te zien dat dit het geval is. In kwartaal 4 daalde het ziekteverzuim percentage van 7,06% naar 5,45% in december. Daarnaast stelde OZHZ een breder plan van aanpak op met lange en korte termijn acties om het ziekteverzuim structureel omlaag te brengen. OZHZ bespreekt ook dit met Bezig zodat ook zij als arbodienst naar de lange termijn hun rol kunnen nemen.
18
1.4.2. Vergunningen en meldingen Vergunningaanvragen moeten binnen wettelijke termijnen worden afgehandeld en meldingen moeten worden beoordeeld op juistheid en volledigheid. De door de burgers en bedrijven ingediende documenten worden getoetst en leiden bij volledigheid en juistheid tot een bevestigingsbrief of een beschikking. Speerpunt
Prestatie indicator
Realisatie 2022
Tijdige en geïntegreerde
Regulier: 99% van de reguliere vergunningen dient
99% van het aantal besluiten is
vergunningen
binnen de wettelijke termijn verleend te zijn.
binnen de termijn verleend.
Uitgebreid: 95% van de uitgebreide vergunningen
91% van het aantal besluiten is
dient binnen de wettelijke termijn verleend te zijn.
binnen de termijn verleend.
Bij wettelijke termijn moet gedacht worden aan de mogelijkheden die de wet biedt, dus inclusief mogelijke verlenging. Risicobeheersing
99% van de besluiten wordt niet vernietigd dan wel
99% van de zaken is in stand
krijgt positief advies bij de rechtbank/Raad van
gebleven.
State dan wel de bezwaarschriftencommissie Dienstbaarheid
Klanttevredenheid:
Uit het klanttevredenheidsonderzoek is naar voren gekomen dat de
Het gemiddelde van het KTO is minimaal een 7.
bedrijven tevreden zijn over de interactie met OZHZ. De interactie wordt als goed aangemerkt. Het betreft de milieuvergunningprocedures en vergunningen op het gebied van APV en bijzondere wetten.
Uit het klanttevredenheidsonderzoek via enquêteformulieren is naar voren gekomen dat de bedrijven die de enquête hebben ingevuld tevreden zijn over OZHZ. De samenwerking wordt als goed aangemerkt. Er zal in 2023 een verdiepingsslag plaatsvinden om meer beeld te krijgen van de daadwerkelijke respons op de enquête om de uitkomst in het juiste perspectief te plaatsen. We hebben de norm voor tijdige reguliere procedures over geheel 2022 gehaald. Van de reguliere besluiten is, inclusief de eenmalige mogelijkheid van verlenging van de termijn, 99% binnen de wettelijke termijn afgegeven. Tevens zien we een inhaalslag bij de uitgebreide procedures die binnen termijn worden afgegeven. In de eerste periode (januari t/m april) werden 82% van de besluiten binnen termijn verleend. In de tweede periode (mei t/m augustus) is dit verbeterd naar 90%. Over geheel 2022 (januari t/m december) sluiten we af op 91%. De achterstand van 4% op de norm van 95% wordt bepaald door de achterstand uit de eerste periode en het geringe aantal uitgebreide procedures. In de laatste periode van 2022 zien we de doorwerking van de acties die we in de vorige perioden hebben genomen. We zien dat het inwerken van de nieuwe collega's z'n vruchten afwerpt, betere bewaking van de termijnen en het noodscenario dragen ook bij aan de grip op de termijnen. 19
1.4.3. Toezicht en handhaving OZHZ houdt toezicht en handhaaft de relevante wettelijke bepalingen. Bij toezicht wordt informatie verzameld en een oordeel gevormd of een activiteit voldoet aan de in de vergunning en algemene regels gestelde eisen. Onder handhaving wordt verstaan het opleggen van sancties (bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk) indien uit het toezicht blijkt dat niet aan de gestelde eisen wordt voldaan. Ten aanzien van de toezichthoudende en handhavingstaken is de KPI toezichtdichtheid (TD) gedefinieerd als het percentage uitgevoerde preventieve controles in een verslagperiode ten opzichte van het aantal geplande controles in het jaarprogramma. De KPI Naleving-initieel is gedefinieerd als het aantal uitgevoerde initiële periodieke milieucontroles zonder overtredingen ten opzichte van het aantal uitgevoerde initiële periodieke milieucontroles aan het einde van een verslagperiode. Speerpunt Betrouwbaarheid Provincie
Prestatie indicator Provincie Grijs: TD = 100% NA-initieel >= 60% 1
TD grijs = 100% NA-initieel = 72%
Provincie Groen: TD = 100% NA-initieel >= 80% 2
TD groen = 94% NA-initieel groen = 81%
Provincie Bouw en sloop: NA-initieel >= 90% 3
NA-initieel = 79%
Betrouwbaarheid Gemeenten
Gemeenten RUN 4 milieu periodiek toezicht: TD milieu = 100% NA-initieel >= 60%
TD = 103% NA-initieel = 53%
Betrouwbaarheid Gemeenten AL, DO en ML
Gemeenten RUN integraal periodiek toezicht: Deze werkzaamheden zijn uitgevoerd voor de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht en Molenlanden. TD integraal = 100% NA-initieel >= 60%