CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

A04. 20230921 GR Sociaal - Vaststelling voorjaarsbrief 2023 en begroting 2024.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 12 oktober 2023, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken32.052 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

6

Het onderdeel impuls Statushouders is conform het besluit van het Algemeen Bestuur op 13 oktober 2022 afgebouwd vanaf 2023 tot € 0 in 2027. De caseloads Impuls statushouders worden overgebracht naar de reguliere dienstverlening. Participatie is verlaagd met ca. € 4,8 mln. Zowel de lasten als baten personeel worden vanaf 2024 verantwoord onder onderdeel apparaat. Het betreft derhalve een budgettaire administratief neutrale verschuiving. Voor Inburgering wordt uitgegaan van meerjarig een bedrag van € 2,4 mln. Jaarlijks wordt bij het opstellen van de hernieuwde DVO voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021 afspraken gemaakt over de middelen die de gemeenten beschikbaar stellen. De benodigde fte's voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021 wordt jaarlijks bepaald vooraf aan het opstellen van de DVO. Ten tijde van opstellen van de begroting is de DVO voor 2024 nog niet geactualiseerd en zijn derhalve de eventuele wijzigingen nog niet verwerkt in de begroting 2024. Een verdere toelichting op de opgave is opgenomen in hoofdstuk 2.2. Zorgen voor ondersteuning Bij het opstellen van de begroting Zorgen voor Ondersteuning 2024 is gekeken naar de ontwikkeling van de reguliere trends in cliëntenaantallen en de bijbehorende kosten. De uitkomsten hiervan zijn vastgelegd in de uitgangspuntennotitie begroting 2024.

Belangrijkste conclusie daarin is dat door de vergrijzing, de extramuralisering van de zorg en de beweging naar langer zelfstandig thuis wonen het beroep op de Wmo komende jaren verder zal toenemen. Ook hebben we in ieder geval tot 2025 nog te maken met een aanzuigende werking door de relatief lage eigen bijdrage als gevolg van de invoering van het abonnementstarief. Naast de stijging van de vraag naar voorzieningen moet ook rekening worden gehouden met hogere tarieven van de aanbieders. Vooral in 2023 zien we een explosieve stijging van de prijs als gevolg van cao-ontwikkelingen en hogere prijzen voor materialen, grondstoffen en energiekosten. Ondanks de verwachting dat in 2024 de ontwikkeling van tarieven normaliseert, werkt de groeiontwikkeling in 2023 door in de begroting 2024. De combinatie van deze vraag- en prijsontwikkeling zorgt ervoor dat in 2024 naar verwachting € 4,6 mln. meer wordt uitgegeven ten opzichte van de stand 2024 (meerjarenbegroting) bij de primaire begroting 2023. Een verdere toelichting op de opgave is opgenomen in hoofdstuk 2.3. Bedrijfsvoering De bedrijfsvoeringskosten stijgen in 2024 met ca € 8 miljoen. Deze toename wordt door het volgende veroorzaakt. Als eerste is € 4,6 miljoen afkomstig van loon- en prijsindexering. Op basis van de septembercirculaire 2022 zijn de loonkosten voor 2024 gestegen met 3,9% en prijzen met 2,5%.

De nacalculatie van de loonkosten zijn op verzoek van de Drechtsteden gemeenten gedaan op basis van het principeakkoord van de CAO. Een tweede oorzaak van de toename is gerelateerd aan de huisvesting en onvermijdelijke kosten. Er zit een forse stijging op de energiekosten. Ook zijn extra middelen nodig voor de voorbereiding op de toekomstige verhuizing naar het Huis van Stad en Regio. Als laatste geldt dat het apparaat conform Uitgangspuntennotitie mee stijgt met de toename van de (klanten)aantallen en zijn er kosten verschoven vanuit de Opgaven naar het onderdeel Bedrijfsvoering. Een verdere toelichting is opgenomen in hoofdstuk 2.4.

7

Primaire begroting 2024 t.o.v. jaarschijf 2024 uit de begroting 2023 In het onderstaande overzicht is de begroting 2024 per Opgave en product afgezet tegenover de jaarschijf 2024 uit de actuele meerjarenbegroting 2023. Opgave / product

Begroting 2024

Begroting 2023 (jaarschijf 2024)

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Bestaanszekerheid versterken

128.181

128.181

118.696

118.696

9.484

9.484

Inkomensondersteuning

116.957

116.957

105.260

105.260

11.697

11.697

120

120

120

120

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

2.281

2.281

2.556

2.556

-275

-275

Minimabeleid

8.823

8.823

10.760

10.760

-1.937

-1.937

Ontwikkelen naar werk

56.004

59.434

53.375

61.476

2.629

-2.042

270

420

700

-420

-430

-93

-4.754

Budgetadvies en Schuldbemiddeling

Statushouders

Verschil

Participatie

7.031

10.191

7.124

14.945

Inburgering

2.421

2.421

2.421

2.421

Drechtwerk

46.552

46.552

43.410

43.410

3.142

3.142

Zorgen voor ondersteuning

77.503

77.503

72.909

72.909

4.594

4.594

Hulpmiddelen

6.330

6.330

5.442

5.442

888

888

Vervoer

10.813

10.813

8.363

8.363

2.450

2.450

Huishoudelijke ondersteuning

26.990

26.990

29.245

29.245

-2.255

-2.255

Begeleiding en kortdurend verblijf

33.370

33.370

29.859

29.859

3.511

3.511

Bedrijfsvoering

61.801

58.371

53.713

45.612

8.088

12.759

Apparaatskosten

61.586

58.156

53.713

45.612

7.873

12.544

215

215

215

215

323.489

323.489

24.795

24.795

Treasury Totaal generaal

298.694

298.694

8

Bijdragen gemeenten De baten bestaan uit bijdragen van gemeenten voor de dienstverlening en overige baten zoals subsidies van derden, bijdragen van inwoners, detacheringsinkomsten en terugontvangen bijstand, In onderstaand overzicht zijn de bijdragen van de gemeenten opgenomen, zowel de standaard overeengekomen dienstverlening als de DVO's. Bijdragen gemeenten

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Bestaanszekerheid versterken

116.334

125.738

127.506

128.074

128.764

120

120

118

115

113

103.474

114.515

115.952

116.407

117.215

Budgetadvies en Schuldbemiddeling Inkomensondersteuning Kinderopvangtoeslagaffaire

0

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

2.328

2.281

2.349

2.373

2.349

Minimabeleid

10.412

8.823

9.088

9.179

9.087

Ontwikkelen naar werk

49.690

46.941

46.463

45.976

45.100

Drechtwerk

32.655

34.059

33.869

33.428

32.781

Inburgering

2.195

2.421

2.421

2.421

2.421

Participatie

14.140

10.191

10.107

10.109

9.898

700

270

66

18

Statushouders WSW

0

Zorgen voor ondersteuning

68.303

74.317

76.574

77.302

76.411

Begeleiding en kortdurend verblijf

28.579

32.774

33.677

33.902

33.416

Huishoudelijke ondersteuning

27.149

25.622

26.365

26.576

26.230

Hulpmiddelen

5.200

6.123

6.302

6.353

6.269

Vervoer

7.375

9.798

10.230

10.471

10.496

Bedrijfsvoering

45.346

57.758

57.884

57.578

57.572

Apparaatskosten

45.346

57.558

57.684

57.378

57.372

200

200

200

200

304.755

308.428

308.930

307.847

Treasury Totaal baten

279.673

(x € 1.000)

De primaire begroting 2024 leidt tot een stijging van de gemeentelijke bijdragen ten opzichte van de primaire begroting 2023 (jaarschijf 2024) van per saldo € 22,6 mln. Hiervan wordt circa € 20 mln. verklaard door de structurele doorwerking van niet beïnvloedbare/autonome kostenstijgingen zoals opgenomen in de Voorjaarsbrief 2023 GR Sociaal. Dit geeft het volgende beeld: (bedragen x € 1.000) Bijdragen gemeenten

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Primitieve begroting 2023

279.673

281.918

282.694

281.917

281.773

Voorjaarsbrief 2023

20.037

20.037

20.037

20.037

20.037

2.599

5.497

6.775

5.836

304.555

308.228

308.730

307.647

Mutaties begroting 2024-2026 Totaal bijdragen gemeenten

299.711

Voor de stijging van de gemeentelijke bijdragen in 2024 worden gemeenten volledig door het Rijk gecompenseerd via specifieke uitkeringen en een hogere algemene uitkering uit het gemeentefonds.

9

2 Programmabegroting 2.1 Opgave Bestaanszekerheid versterken Wat zijn de ontwikkelingen? De prioriteiten, activiteiten en uitgaven binnen de opgave "Versterken Bestaanszekerheid" zijn in hoge mate conjunctuur-volgend. Voor een ander deel komen zij voort uit wijzigingen in wet- en regelgeving en de doorgaande optimalisering van onze dienstverlening in het kader van de Regionale visie sociaal domein Drechtsteden. In tegenstelling tot de inkomensvoorzieningen en het minimabeleid (en eventuele noodmaatregelen zoals de energietoeslag) volgt schuldhulpverlening de conjunctuur met een enige vertraging, aangezien schuldenaren zich niet direct bij (vaak klein) beginnende schulden melden, maar eerst zelf oplossingen zoeken. We verwachten wel dat we, met een steeds succesvoller systeem van vroegsignalering en andere beoogde acties van rijkswege zoals o.a. de halvering van de termijn van de wettelijke schuldregeling en daarmee samenhangend de minnelijke schuldregeling met (de beoogde) ingang van 1 januari 2024, inwoners die in de schulden raken effectiever kunnen helpen en sneller een nieuw perspectief kunnen bieden. Ten aanzien van het minimabeleid geldt dat de subsidiëring van het SMS-Kinderfonds door Stichting Leergeld met ingang van 2024 niet meer valt onder de regie van de GR Sociaal, maar is overgeheveld naar de gemeenten.

In 2023 maken zij hierover met de Stichting Leergeld nadere afspraken. In wet- en regelgeving staat een aantal ontwikkelingen op stapel die onze dienstverlening in 2024 (en verder) gaan beïnvloeden. Als eerste de implementatie van de nieuwe Participatiewet, en mogelijk ook het - op het moment van schrijven nog - wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid, dat in het teken staat van een versoepeling van het handhavingsbeleid. Daarnaast zal de huidige uitrol van het rijksbrede programma Aanpak geldzorgen, armoede en schulden grote impact hebben op de toekomstige handelingskaders binnen de opgave Versterken Bestaanszekerheid. Ook het wetsvoorstel Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) kan - met de nog onzekere maar beoogde invoering in 2024 - impact hebben. Deze biedt gemeenten na invoering een wettelijk kader om beter regie te voeren op een gecoördineerde aanpak in gevallen van meervoudige sociale problematiek. Tot slot: met ingang van 2024 komt er een einde aan tijdelijke generieke maatregelen om de koopkracht te ondersteunen als gevolg van inflatie en hoge energieprijzen. De afloop van de koopkrachtmaatregelen en het prijsplafond voor de energietarieven zouden kunnen leiden tot financiële problemen voor kwetsbare huishoudens. Met name in het scenario dat de energieprijzen en inflatie aanhoudend hoog blijven.

Het aantal huishoudens dat in de problemen zal komen, is afhankelijk van de ontwikkeling van de prijzen komend jaar, dit is dus nog zeer onzeker. Het kabinet verkent in het voorjaar 2023 de mogelijkheden deze huishoudens in 2024 te ondersteunen. De inzet is daarbij om te komen tot gerichte in plaats van generieke ondersteuning.

Wat willen we bereiken? Obstakels voor bestaanszekerheid wegnemen Stabiliteit bieden en bevorderen Inwoners eerder en beter bereiken In de Regionale visie sociaal domein Drechtsteden hebben we bovenstaande ambities geformuleerd. We bieden inwoners (inkomens)ondersteuning in de vorm van algemene bijstand, minimavoorzieningen en eventuele noodmaatregelen en nemen daarmee de financiële obstakels weg, waardoor het perspectief op bestaanszekerheid voor deze inwoners wordt versterkt. Inwoners worden daarnaast geholpen met hun schulden en gecoacht in hun financiële zelfredzaamheid. De inzet is daarbij gericht op het zo vroeg mogelijk stabiliseren en oplossen van schulden en het creëren van een duurzaam beheersbare financiële situatie voor onze inwoners. Inwoners die zijn benadeeld door de toeslagenaffaire staan we bij om hun leven weer op orde te krijgen.

10

Bij dat alles richten we onze dienstverlening zo in dat we, vanuit een breed perspectief op bestaanszekerheid, steeds klantgerichter gaan werken, waarbij we rekening houden met stressoren op klantniveau en werken vanuit de bedoeling, en niet primair vanuit de regelgeving. We gaan er daarbij van uit dat het borgen van bestaanszekerheid een noodzakelijke voorwaarde is voor volwaardige participatie in de samenleving. We versterken daartoe de samenwerking met onze netwerkpartners en zetten in op het bieden van duurzame stabiliteit en perspectief aan de inwoners die een beroep op ons hebben gedaan. Daarnaast verplaatsen we de aandacht naar de voorkant en willen we het bereik van onze voorzieningen maximaliseren door inwoners proactief te benaderen en drempels voor het beroep op onze voorzieningen te verlagen. In 2023 wordt voor alle opgaven een doelenboom uitgewerkt. Dit zal resulteren in meer specifieke indicatoren waarop we intern kunnen sturen, maar ook een aantal waarover we ons richting onze gemeentelijke opdrachtgevers op een vernieuwde manier kunnen verantwoorden. Wat gaan we daarvoor doen? Buiten het bieden van de basisvoorzieningen (algemene en bijzondere bijstand, minimabeleid en schuldhulpverlening) zullen we in 2024 blijven voortbouwen aan de optimalisatie van onze dienstverlening.

Dit kan, afhankelijk van prioriteit en beschikbare middelen, zijn op het gebied van informatievoorziening, proces, voorzieningen, beleid en – bovenal – klantbenadering. Dit laatste mede in het licht van het bredere herstel van vertrouwen in "de" overheid en de roep om een meer persoonlijke en maatwerkgerichte benadering. Additioneel bieden we, mocht de noodzaak zich in 2024 nog voordoen, ondersteuning aan gedupeerden in de Toeslagenaffaire, verzorgen we het leefgeld voor Oekraïense vluchtelingen en geven we uitvoering aan eventueel door het kabinet nieuw ingevoerde (nood)maatregelen ter ondersteuning van koopkrachtbehoud. We houden daarbij goed in de gaten of ons minimabeleid nog aansluit bij de actualiteit en voeren waar nodig (eventueel gemeentespecifieke) wijzigingen door. Dat doen we in een organisatie die sinds medio 2023 in ontwikkeling zal zijn en waarvan de structuur geleidelijk toegroeit naar een vorm die meer recht doet aan de verwezenlijking van de Regionale visie sociaal domein Drechtsteden. Voor zover het zich op het moment van schrijven laat aanzien, heeft dit positieve gevolgen voor de (persoonlijke) dienstverlening die met name in het kader van de opgave Versterken Bestaanszekerheid aan de inwoners van de Drechtsteden kan worden geboden.

Hiermee wordt tevens recht gedaan aan de eerder genoemde wetswijziging van de Participatiewet (met meer oog voor de menselijke maat en het borgen van bestaanszekerheid) en de aangekondigde versoepelingen in het sanctiebeleid. Deze maken deel uit van de herijking van de Participatiewet in 2023 en komen in 2024 tot uitvoering. In 2023 wordt een nieuw contract afgesloten voor de collectieve zorgverzekering voor minima (CZM). Indien dit leidt tot een wijziging van de gecontracteerde partij(en) zal de uitdaging erin liggen om het bereik te behouden (er is een reëel risico dat dit bij wisseling van de wacht terugloopt) en voor de toekomst te maximaliseren. Tevens geven we samen met de contractpartij(en) aandacht aan de relatie tussen armoede en schulden, welk thema steeds meer maatschappelijke aandacht genereert en vraagt om een structurele oplossing. In 2024 staat de brede herijking van het beleidsplan schuldhulpverlening op de rol. Dit proces wordt in nauwe samenwerking met de gemeenten doorlopen en zal een aanzienlijk deel van het jaar vergen. Speciale aandacht binnen de schuldhulpverlening zal in 2024 uitgaan naar zowel de vroegsignalering als de nazorg. Dat laatste mede in het licht van de per 1 januari 2024 beoogde halvering van de termijn van de wettelijke en minnelijke schuldregeling.

De uitdaging zal er in dat geval vooral in liggen om, door gerichte persoonlijke dienstverlening, schuldenaren in korte tijd financieel weerbaar te maken (al dan niet door blijvende ondersteuning van samenwerkingspartners) en zodoende terugval na uitstroom te voorkomen. Er zullen tal van werkzaamheden voortkomen uit het landelijke programma Aanpak geldzorgen, armoede en schulden 2022-2025. Het programma wordt in 2023 voorbereid en krijgt in de jaren daarna zijn beslag. Het betreft een interdepartementaal programma ter versterking van de bestaanszekerheid. Voor zover het valt binnen de verantwoordelijkheden van de GR Sociaal zullen we er proactief uitvoering aan geven. Voor zover het valt binnen de verantwoordelijkheid van gelieerde

11

partijen zoeken we zoveel mogelijk de samenwerking op om van de uitrol van het landelijke programma in de Drechtsteden een gezamenlijk succes te maken. Wat gaat het kosten? In onderstaande tabel zijn de begrote lasten en baten opgenomen. Bestaanszekerheid versterken

Rekening 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

107

120

120

118

115

113

113.523

105.406

116.957

118.420

118.920

119.774

Lasten Budgetadvies en Schuldbemiddeling Inkomensondersteuning Kinderopvangtoeslagaffaire

617

0

0

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

2.069

2.328

2.281

2.349

2.373

2.349

Minimabeleid

33.991

10.412

8.823

9.088

9.179

9.087

Totaal lasten

150.307

118.266

128.181

129.975

130.587

131.323

107

120

120

118

115

113

113.077

105.406

116.957

118.420

118.920

119.774

Baten Budgetadvies en Schuldbemiddeling Inkomensondersteuning Kinderopvangtoeslagaffaire

617

0

0

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

2.069

2.328

2.281

2.349

2.373

2.349

Minimabeleid

33.991

10.412

8.823

9.088

9.179

9.087

Totaal baten

149.860

118.266

128.181

129.975

130.587

131.323

446

0

0

0

0

0

Saldo van lasten en baten Bedragen x € 1.000

Ten opzichte van de jaarschijf 2024 van de begroting 2023 zijn de verschillen: Opgave / product

Begroting 2024

Begroting 2023 (jaarschijf 2024)

Bestaanszekerheid versterken

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Inkomensondersteuning

116.957

116.957

105.260

105.260

11.697

11.697

120

120

120

120

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

2.281

2.281

2.556

2.556

-275

-275

Minimabeleid

8.823

8.823

10.760

10.760

-1.937

-1.937

128.181

128.181

118.696

118.696

9.484

9.484

Budgetadvies en Schuldbemiddeling

Totaal

Verschil

Inkomensondersteuning De primaire begroting 2024 is gebaseerd op de groei van de uitgangspuntennotitie begroting 2024 t/m 2027. De Lasten primair 2024 laten een stijging zien ten opzichte van de vorige primaire begroting 2023, nl. € 11,5 miljoen. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere lasten Bijstand (als gevolg van de stijging van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2023) en hogere uitgaven LKS. De ontwikkeling van de klantaantallen en de uitgaven LKS zijn gebaseerd op de Begrotingsstaat SZW 2023.

12

Op basis van de nu bekende aantallen en cijfers (medio februari 2023) is er een tekort voor 2024 geprognosticeerd van € 2,4 miljoen. Minimabeleid De kosten minimabeleid nemen ten opzichte van de begroting 2023 af met € 1,6 mln. De begroting 2024 is gebaseerd op de groei van de uitgangspuntennotitie begroting 2024 t/m 2027, de herijking 2023 en het over hevelen van de subsidiëring van het SMS-Kinderfonds aan Stichting Leergeld Drechtsteden van de GR Sociaal naar de gemeente per 1 januari 2024. Reëel ramen Door het reëel ramen van de begroting is deze nagenoeg gelijk aan de primaire begroting 2023. Doordat er sprake was van onderbenutting op de budgetten Bewindvoering en Bijzondere bijstand bij de jaarrekening 2022, zijn de begrote budgetten, ondanks de verwachte groei, verlaagd. Daarnaast worden, zoals afgesproken in vergadering het Algemeen Bestuur van 1 december, de kosten op basis van "nut" begroot. Herijking minimabeleid De begrotingswijziging als gevolg van de herijking minimabeleid bedraagt € 0,75 miljoen. Het financiële effect van deze wijziging zal per gemeente verschillen. Dit is afhankelijk van de keuzes die door de gemeente zijn gemaakt bij de herijking. De grootste begrotingswijziging betreft de verhoging van de begroting Persoonlijk Minima Budget met € 0,7 miljoen.

De wijzigingen van de begroting Bijzondere bijstand (coulance medische kosten) en Kinderopvang bedragen in totaal € 0,05 miljoen. Overheveling SMS-Kinderfonds en de financiering van Stichting Leergeld naar de gemeenten De subsidierelatie tussen Stichting Leergeld en de GR Sociaal zal vanaf 1 januari 2024 eindigen. Dit resulteert in verlaging ten opzichte de primaire begroting 2023 met € 2,3 miljoen. Bij het opstellen van deze begroting is het nog onduidelijk op welke wijze de hersteloperatie Kinderopvangtoeslagaffaire Drechtsteden in 2024 wordt voortgezet. Vooralsnog worden deze kosten nog niet begroot. In de P&C-cyclus van 2024 zal dit worden beoordeeld. Maatwerkvoorziening inkomenssteun chronisch zieken en gehandicapten De kosten maatwerkvoorziening inkomenssteun chronisch zieken en gehandicapten zijn nagenoeg gelijk aan de primaire begroting 2023. De verwachte groei 2022 is gebaseerd op de groei van de uitgangspuntennotitie begroting 2024 t/m 2027. Budgetadvies en schuldbemiddeling Het programma-budget voor Budgetadvies en Schuldbemiddeling is vooralsnog gelijk gehouden aan 2022. Naast de programmakosten bestaan de lasten Budgetadvies en Schuldbemiddeling vooral uit uitvoeringskosten personeel.

13

2.2 Opgave Ontwikkelen naar werk Wat zijn de ontwikkelingen? Zoals al aangegeven in het voorwoord is er de nodigde spanning tussen economische groei, lage werkloosheid en een record aan vacatures. Eind 2022 is deze spanning iets teruggelopen. Hierdoor is de verleiding groot om de personeelstekorten te beschouwen als een tijdelijk arbeidsmarktprobleem. Dat is een misvatting. Door de demografische ontwikkeling van vergrijzing en ontgroening is te verwachten dat deze krapte nog decennialang bij ons zal blijven. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de economische groei, de mate waarin mensen daarin meedelen en uiteindelijk voor de verdeling van onze brede welvaart. De gevolgen hiervan in de Drechtsteden werden in de tweede helft van 2022 direct zichtbaar in een scherpe daling van zowel de instroom als de uitstroom in de bijstand. Aan de instroomzijde zien we dat de daling vooral een gevolg is van de grote vraag aan personeel op de arbeidsmarkt. Vooral de instroom vanuit een situatie van einde WW is vrijwel volledige verdwenen en ook andere instroomcategorieën vinden vaak al eerder een baan dan dat zij afhankelijk worden van een bijstandsuitkering. Eind 2022 bestond de instroom hierdoor grotendeels uit statushouders.

De uitstroom kent een soortgelijke daling doordat de inwoners in de bijstand relatief een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben waardoor de dienstverlening vaak langer en intensiever ingezet moet worden om de kloof naar werk te kunnen overbruggen. In wet- en regelgeving staat een aantal ontwikkelingen op stapel die onze dienstverlening in 2024 (en verder) gaan beïnvloeden. Als eerste gaat het hierbij om de implementatie van het Breed Offensief per medio 2023. Dit initiatief richt zich op het ontwikkelen van nadere wettelijke regelgeving gericht op het verbeteren van de positie van mensen met een arbeidsbeperking op de arbeidsmarkt. Beleidsmatig gezien brengt deze inzet weinig nieuwe mogelijkheden omdat het overgrote deel hiervan al door de GR Sociaal werd uitgevoerd. Wel kan deze ontwikkeling worden gezien als een voorloper op de invoering van de eerste fase (Spoor 1 Participatiewet in balans) van de nieuwe Participatiewet, waarbij onder meer de maatregelen voor mensen met een arbeidsbeperking ook voor een veel bredere doelgroep van de Participatiewet beschikbaar komen. Daarnaast bieden de voorgenomen maatregelen meer ruimte om de mens binnen het systeem meer centraal te stellen, meer ruimte te bieden voor individueel maatwerk en uit te gaan van vertrouwen in de klant.

Binnen dit pakket komt de regie van de participatie, met het oog op een bredere en integrale dienstverlening, meer te liggen bij de klant ten opzichte van de overheid. Het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid, dat in het teken staat van een versoepeling van het handhavingsbeleid, gaat naar verwachting nauw aansluiten op deze aanpassingen in de Participatiewet. Deze landelijke ontwikkelingen vormen tevens de kern van het herijkingsproces van de Verordening Participatiewet in de Drechtsteden. Naar verwachting vindt de besluitvorming hierover medio 2024 plaats. Naast de hiervoor geschetste ontwikkelingen zijn voor de opgave ook de volgende zaken van belang: Samenwerking in de regionale arbeidsmarkt Om te kunnen anticiperen op duurzame en toekomstige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en het realiseren van aansluiting op de arbeidsmarkt voor uitkeringsgerechtigden met relatief steeds zwaardere complexe problematiek wordt al gewerkt aan een nieuwe vorm van samenwerking en structuur in Drechtsteden langs drie arbeidsmarktlijnen, namelijk: 1. Van werk naar werk. 2. Van onderwijs naar werk. 3. Van uitkering naar werk. We zetten daarmee nadrukkelijk in op de samenwerking tussen onder andere gemeenten, het UWV, FNV, VNO-NCW, Werkgevers Drechtsteden, de SDD, het WSP, het Leer werkloket, CNV, SBB, Da Vinci en andere opleiders.

De komende jaren zullen er per arbeidsmarktlijn door de samenwerkende partners verschillende aanpakken ontwikkeld worden, waarbij ook gebruik gemaakt kan worden van middelen die vanuit het Rijk ter beschikking gesteld worden. Hierbij kan gedacht worden aan het uitvoeringsplan SUWI en aanpak voor invulling van de banenafspraak voor ‘uitkering naar werk’, een aanpak jeugdwerkloosheid en voortijdig school verlaten voor ‘onderwijs naar werk’ en het inrichten van mobiliteitsdienstverlening voor ‘werk naar werk’. De opgave ontwikkeling naar werk binnen de SDD en de regionale arbeidsmarktlijn 'uitkering naar werk' zijn de komende jaren complementair aan elkaar.

14

In de zomer van 2022 heeft het ministerie van SZW in een bijeenkomst met vertegenwoordigers van de 35 arbeidsmarktregio´s een visie gepresenteerd over hoe de arbeidsmarktinfrastructuur er in de toekomst uit zou moeten zien. Deze gaat zowel over de dienstverlening zelf als over de governance die de ontwikkeling naar deze vorm van dienstverlening mogelijk moet maken. Deze visie sluit goed aan bij beweging die we in onze regio al aan het maken zijn richting een Regionaal Werkcentrum. Door SZW is opgeroepen om als regio vooral al te gaan beginnen om de dienstverlening vorm te geven in een ontschotte en eenduidige manier van werken. De financiële consequenties van dit proces voor de komende jaren is nog niet aan te geven. Samenvoegen GR Drechtwerk met GR Sociaal Nu de samenvoeging van beide GR'en per 1 januari 2023 een feit is, staan 2023 en de volgende jaren in het teken van de intensievere samenwerking van de dienstverlening die voor de inwoner beschikbaar is bij beide organisaties. Doel is om de dienstverlening van beide organisatieonderdelen in het belang van de inwoners beter op elkaar af te stemmen. Uiteindelijk moet dat leiden tot een samenhangend aanbod van werk en toeleiding naar werk voor inwoners. Iedere inwoner die aangewezen is op de dienstverlening van de GR Sociaal, wordt geholpen in een traject naar activering, werk en/of zelfredzaamheid.

Inzet is een inclusieve arbeidsmarkt te ontwikkelen, met als leidend perspectief dat het verschil er mag zijn en er daarom geen tegenstellingen zijn in mensen en dienstverlening. Deze inhoudelijke ontwikkelingen krijgen de komende jaren verder vorm en zijn voor nu nog niet naar financiële consequenties vertaald in deze begroting. Er wordt op dit moment gewerkt aan een plan van aanpak, dat later dit jaar inhoudelijk een plek krijgt. Als er consequenties blijken te zijn in 2023 of 2024 en verder, worden deze apart in beeld gebracht en besproken met het bestuur. Betere verbinding met lokaal Met de geschetste ontwikkeling binnen het bijstandsbestand is de verwachting dat de behoefte aan een intensievere en meer integraal gerichte dienstverlening vraagt om een sterkere interactie op regionaal en lokaal niveau waarbij de vraag naar meer en nieuwe vormen van netwerkorganisaties naar verwachting gaat toenemen. Voor een aantal specifieke doelgroepen dienen dergelijke vormen van samenwerking in de loop van 2023 definitief vorm te krijgen en naar verwachting werken deze door in de komende jaren. Wat willen we bereiken? Iedereen die kan werken direct naar de arbeidsmarkt bemiddelen Inwoners waardevol maken voor de arbeidsmarkt Inwoners met een verminderde arbeidsmarktwaarde begeleiden In de Regionale visie sociaal domein Drechtsteden hebben we bovenstaande ambities geformuleerd.

We hebben tot doel om het arbeidspotentieel van inwoners zo optimaal mogelijk te ontwikkelen, waarbij het streven is gericht op bemiddeling naar betaald werk, waardoor inwoners zo zelfstandig mogelijk in hun inkomen kunnen voorzien.De ambities gaan feitelijk uit van het beeld dat iedereen kan werken. Werk zien we in dit verband breder. Ook begeleid werken, beschut werken en vrijwilligerswerk horen hierbij. Dat betekent dat we inzetten op werk voor iedereen en daar ons instrumentarium meer en meeer op richten. Gezien de ontwikkeling binnen het bijstandsbestand richt de inzet zich vooral op inwoners met (nog) een te grote afstand tot de arbeidsmarkt. Bij het ontwikkelen van een arbeidsmatig perspectief (in de brede zin van het woord werk) kijken wij naar de mogelijkheden binnen de huidige krappe arbeidsmarkt die zo optimaal mogelijk kansen bieden voor een duurzame uitstroom en een zo lang mogelijke onafhankelijke economische positie. Daarnaast richten wij ons bij het ontwikkelingstraject ook nadrukkelijk op het bieden van stabiliteit en ondersteuning bij meedoen aan de maatschappij. Resultaten in de bestandsontwikkeling Aantal uitkeringsdossiers Verwachte stand eind 2023: 6.050

verwachte stand eind 2024: 6.200

De ontwikkeling van klanten voor 2023 is gebaseerd op de Macro Economische Verkenning 2023 van het CPB en de ontwikkeling voor 2024 op de Begrotingsstaat SZW 2023.

15

Hoewel een lichte stijging van het bijstandsbestand in de huidige tijd van een record op het vlak van arbeidsmarktkrapte in eerste instantie kan leiden tot enige verbazing is dit perspectief goed te verklaren. Bij de inleiding is al geschetst dat het zittende bestand op dit moment vooral bestaat uit inwoners met een (nog) te grote afstand tot de arbeidsmarkt. Doordat tevens de huidige economische situatie nog instabiel is en daarmee de impact rond de landelijke maatregelen rond de koopkrachtontwikkeling en inflatie nog niet te voorspellen zijn zal pas in de loop van 2023 meer duidelijkheid ontstaan of dit meer stabiliteit van brengen in de uitgangspositie van het klantenbestand. Ook moeten wij ons realiseren dat de huidige instroom in de bijstand vooral bestaat uit statushouders, die wettelijk verplicht zijn om een inburgeringstraject van maximaal drie jaar te volgen. Gedurende dit traject is werk in veel gevallen slechts maximaal op parttime basis mogelijk waardoor vaak geen volledige uitstroom uit de uitkeringssituatie mogelijk is. Voor 2023 gaat het hierbij om circa 500 klanten terwijl de verwachting is dat voor 2024 en volgende jaren het aantal nog verder gaat toenemen. Tot slot speelt naar verwachting nog de toenemende krapte op de arbeidsmarkt een rol in de ontwikkeling van een adequaat aanbod voor de klant.

Zo kent niet alleen de invulling van vacatures binnen de GR Sociaal een toenemend probleem, maar ook bij de benodigde samenwerkingspartners in sectoren als kinderopvang, onderwijs- en zorgorganisaties.

Wat gaan we daarvoor doen? Instroom in de bijstand voorkomen Hoewel wij eerder geconstateerd hebben dat de instroom in het algemeen gekenmerkt wordt door een significatie daling zagen wij onder de doelgroep jongeren in 2022 een onverwachte toename van de werkloosheid. Vanuit dit oogpunt blijven wij de komende jaren inzetten op het voorkomen van instroom in de bijstand door proactieve benadering van kwetsbare jongeren (VSO/Pro en VSV) en de matchmaker i.s.m. Bureau Leerplicht en voortijdig schoolverlaten. Uitstroom naar werk bevorderen Inwoners met een uitkering of inwoners met een beperking die kunnen werken worden door Baanbrekend Drechtsteden bemiddeld naar werk. Naar verwachting gaan de inzet van instrumenten zoals loonkostensubsidie en/of werkbegeleiding hierbij in toenemende mate een rol spelen. Gedurende 2023 zetten we daarbij in op het vereenvoudigen van de werkbegeleiding, zowel qua financiering als het bijbehorende administratieve proces, naar de werkgevers toe. Daarnaast worden de mogelijkheden van de uitvoering van een pilot voor de inzet van loonkostensubsidie voor een bredere doelgroep onderzocht. Ook wordt de inzet op inwoners die veel begeleiding of een beschutte werkplek nodig hebben, geïntensiveerd. Met de integratie tussen Drechtwerk en de Sociale Dienst Drechtsteden zetten we vanaf 2023 nog meer in op andere werksoorten dan de reguliere arbeidsmarkt.

Dat betekent ook dat we de verdere mogelijkheden bekijken en doorstroommogelijkheden creëren tussen instrumenten als dagbesteding, participatieplekken en beschut werkplekken om voor de inwoner een zo optimaal mogelijke vorm van werk te bewerkstelligen. Ontwikkeling die past bij de klant Voor inwoners die nu nog niet in staat zijn om een plek op de arbeidsmarkt te veroveren of te behouden, zetten we in op het ontwikkelen van de arbeidsmarktwaarde. Om de uitgangspositie en ontwikkelingsmogelijkheden van nieuwe klanten te bepalen is het Arbeidsonderzoekscentrum (AOC) beschikbaar. Hier wordt methodisch en onafhankelijk onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van de klant. Hierdoor kan gericht worden ingezet op ontwikkeling. Inherent aan de voorgenomen wijzigingen in de Participatiewet gaan wij gedurende 2023 al anticiperen op een grotere rol hierbij voor de inbreng van de klant en de verwachte meer integraal gerichte dienstverlening. Intensivering van de inzet op parttime werk In de voorgaande jaren heeft de GR Sociaal zich vooral gericht op de bemiddeling naar fulltime werk. In de loop van 2023 en volgende jaren zal de inzet op parttime werk en mogelijkheden van duale trajecten worden geïntensiveerd.

Daarbij worden ook de mogelijkheden bekeken voor de opzet van een pilot om parttime werk voor de klanten meer lonend te maken, waarbij vooruitgelopen wordt op de hiervoor geboden mogelijkheden binnen de landelijke wijziging van de Participatiewet.

16

Inburgering Vanaf 2022 is de Wet Inburgering 2021 van kracht geworden. In de praktijk is deze instroom pas in de tweede helft van 2022 gestart. De inburgeringstrajecten en de bijbehorende extra modules zijn daarom pas eind 2022 gestart waardoor nog weinig ervaringsgegevens voorhanden zijn. Momenteel wordt gewerkt aan een evaluatie op basis waarvan de Dienstverleningsovereenkomst voor 2023 en verder tussen GR Sociaal en gemeenten wordt opgesteld. Daarbij worden ook de consequenties van de verdubbeling van de huisvestingstaakstelling in kaart gebracht en meegenomen. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2024-2027 is de hernieuwde DVO nog niet afgerond. Financieel is daarom voor nu nog gerekend met de bestaande DVO 2022 zoals ook in de uitgangspuntennotitie was vermeld, zie verder de paragraaf "wat gaat het kosten". Gedurende 2023 wordt daarbij ook verder gewerkt tussen de GR Sociaal en de gemeenten aan de verdere versterking van de aansluiting van de inburgering op het regulier (beroeps)onderwijs en de realisatie van op de huidige arbeidsmarkt toegesneden duale trajecten waarbij inburgering en participatie zo optimaal mogelijk op elkaar aansluiten. Bij de vormgeven van deze trajecten wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het landelijke Banenplan statushouders dat naar verwachting in het voorjaar van 2023 wordt gepresenteerd.

Impuls statushouders Conform het besluit van het Algemeen Bestuur op 13 oktober 2022 wordt impuls statushouders afgebouwd. Voor de financiële consequenties hiervan wordt verwezen naar de paragraaf "wat gaat het kosten". 'Kickstart' en ‘Werk als Beste Zorg’ Vanwege de Corona pandemie heeft de Rijksoverheid in het kader van 'Kickstart' extra middelen beschikbaar gesteld voor arbeidsmarktregio's in het kader van 'Perspectief op werk'. De SDD heeft dit project samen met werkgevers, vakbonden en UWV in het Werkgeversservicepunt (WSP) Baanbrekend Drechtsteden uitgevoerd en inmiddels volledig geïmplementeerd. ‘ ‘Werk als Beste Zorg’ is een project dat zich richt op de bemiddeling van klanten met een geestelijke beperking en is opgezet met een landelijke subsidie. Ook dit initiatief is in 2022 volledig geïmplementeerd en wordt inmiddels uitgevoerd door Baanbrekend Drechtsteden. Naar verwachting wordt deze inzet op beide onderdelen in de komende jaren gecontinueerd. Wat gaat het kosten? In onderstaande tabel zijn de begrote lasten en baten opgenomen. Ontwikkelen naar werk

Rekening 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

44.237

46.552

46.420

45.898

45.065

Lasten Drechtwerk Inburgering

94

2.195

2.421

2.421

2.421

2.421

Participatie

4.212

6.744

7.031

7.277

7.279

7.126

406

420

0

0

0

0

Statushouders WSW

28.132

Totaal lasten

32.843

53.596

56.004

56.118

55.598

54.612

44.237

46.552

46.420

45.898

45.065

Baten Drechtwerk Inburgering

94

2.195

2.421

2.421

2.421

2.421

Participatie

13.692

14.565

10.191

10.107

10.109

9.898

686

700

270

66

18

0

Statushouders WSW

28.132

0

0

Totaal baten

42.603

61.697

59.434

59.014

58.446

57.384

Saldo van lasten en baten

9.760

8.101

3.430

2.896

2.848

2.772

Bedragen x € 1.000

17

Ten opzichte van de jaarschijf 2024 van de begroting 2023 zijn de verschillen: Opgave / product

Begroting 2024

Begroting 2023 (jaarschijf 2024)

Ontwikkelen naar werk

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

270

420

700

-420

-430

-93

-4.754

Statushouders

Verschil

Participatie

7.031

10.191

7.124

14.945

Inburgering

2.421

2.421

2.421

2.421

Drechtwerk

46.552

46.552

43.410

43.410

3.142

3.142

Totaal

56.004

59.434

53.375

61.476

2.629

-2.042

Impuls Statushouders Conform het besluit van het Algemeen Bestuur op 13 oktober 2022 wordt de dienstverlening Impuls statushouders afgebouwd vanaf 2023 tot € 0 in 2027. De caseloads Impuls statushouders worden overgebracht naar de reguliere dienstverlening. Uitgangspuntennotitie primaire begroting 2024 2023 58,6% t.o.v. 2022

2024

2025

2026

2027

43,3% 16,3% 10,0%

0,0%

De baten worden gebruikt voor de inzet van regisseurs (lasten worden verantwoord onder apparaat). Het welkomstprogramma en de inzet van menukaarten worden gefinancierd uit participatiemiddelen. Participatie Conform uitgangspuntennotitie primaire begroting 2024 zijn in de meerjarenbegroting de volgende mutaties verwerkt: • Ontwikkeling aantal klanten op basis van begrotingsstaat SZW 2023 (publicatie sept 2022). • Loon- en prijsindexering 2024 toegepast. • Vanaf 2025 is de zogenaamde bandbreedte (korting) van 2% oplopend tot 6% verwerkt. Uitgangspuntennotitie begroting 2024 Participatie Loon- en prijsontwikkeling Groei aantal klanten Participatie Totaal

2024 3,9% + 2,5% 2,8% 10.191 10.191 Af 2%, 4%, 6% bandbreedte

2025 0% 1,2% 10.313 10.313

2026 0% 2,1% 10.530 10.530

2027 0% = 2026 10.530 10.530

10.107

10.109

9.898

In verband met de herijking van de Participatiewet (regionaal en landelijk) is er budget gereserveerd voor het vereenvoudigen en aanpassen van diverse instrumenten. Voor breed offensief (start in 2023) is geen extra geld gereserveerd, omdat de verwachting is dat dit binnen de bestaande begroting uitgevoerd kan worden. Vanaf 2024 zijn er geen (regionale) subsidies zoals bijvoorbeeld de Regiodeal meer beschikbaar. Inburgering De specifieke uitkering (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen is bestemd voor de bekostiging van de leerroutes, maatschappelijke begeleiding, het participatieverklaringstraject (PVT) en de module

18

arbeidsmarkt en participatie (MAP). De maatschappelijke begeleiding en de PVT's worden door de gemeenten uitgevoerd en ingekocht. De overige taken worden door de SDD uitgevoerd. Bij de primaire begroting 2023 is meerjarig een bedrag van € 2,4 mln. opgenomen voor de inzet van inburgeringsvoorzieningen. Jaarlijks wordt bij het opstellen van de hernieuwde DVO voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021 afspraken gemaakt over de middelen die de gemeenten beschikbaar stellen. De hoogte daarvan kan worden bepaald aan de hand van de beschikkingen die de gemeenten van het Rijk hebben ontvangen en de gerealiseerde taakstelling van voorgaande jaren. Formatie team inburgering De benodigde fte's voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021 wordt jaarlijks bepaald vooraf aan het opstellen van de DVO en is daardoor niet verwerkt in de begroting 2024. Met de beleidsmedewerkers van de 7 gemeenten is gesproken dat er meer gekeken gaat worden naar de langere termijn in plaats van naar een DVO voor 1 jaar (cyclus van 3 jaar in verband met de duur van een inburgeringstraject). Een eerste opzet is in ontwikkeling en wordt meegenomen in de DVO. Drechtwerk De primaire begrotingen van beide GR'en zijn per 1 januari 2023 samengevoegd. De hoogte van de subsidie is conform de Integratie-uitkering Participatie onderdeel Wsw met als grondslag de septembercirculaire 2022.

Ook is er rekening gehouden met een loon- en prijscorrectie. Onderstaande tabel geeft de mutatie van de begroting 2024 t.o.v. de begroting 2023 weer.

19

2.3 Opgave Zorgen voor ondersteuning Wat zijn de ontwikkelingen? Op het gebied van maatschappelijke ondersteuning zien we een aantal ontwikkelingen dat van invloed is op de maatschappelijke ondersteuning. Zij gelden niet alleen in de Drechtsteden, maar spelen landelijk: 1. De krapte op de arbeidsmarkt in combinatie met stijgende vraag; 2. De kostprijs van de maatwerkvoorzieningen neemt toe. Het gevolg van deze ontwikkelingen is dat met toenemende kosten de daadwerkelijke levering van de ondersteuning onder druk staat. Stijgende vraag en krapte in het aanbod De vraag naar ondersteuning stijgt jaarlijks als gevolg van de toenemende vergrijzing. Bovendien blijven inwoners langer zelfstandig thuis wonen en worden mensen met een psychiatrische aandoening vaker in de thuissituatie behandeld. Hierdoor wordt vaker een beroep gedaan op de maatwerkvoorzieningen Wmo. Sinds 2019 zien we bovendien een forse groei op de huishoudelijke ondersteuning en de woningaanpassingen als gevolg van de invoering van het abonnementstarief. Naast de absolute toename van het aantal ouderen, zien we ook in toenemende mate een afname van de omvang van de beroepsbevolking. Dit heeft tot gevolg dat er krapte is ontstaan op de arbeidsmarkt. Dit zien we ook terug in de zorg-, bouw- en vervoerssector. De tekorten in deze sectoren hebben directe gevolgen voor de levering van ondersteuning en aanpassingen.

Stijgende kostprijzen Naast het effect als gevolg van volumeontwikkeling, hebben we ook te maken met stijgende kostprijzen. De indexpercentages voor 2023 waren uitzonderlijk hoog, voor 2024 zijn deze percentages nog onzeker. Echter, de grote stijging in 2023 zal een vervolgeffect in 2024 hebben doordat de stijgingspercentages voor 2024 over een hoger bedrag berekend zullen worden. Voor de hulpmiddelen en aanpassingen zien we dat de stijgende grondstofprijzen een kostenopdrijvend effect hebben. Voor de dienstverlenende ondersteuning (huishoudelijke ondersteuning, begeleiding, dagbesteding) hebben de cao-ontwikkelingen het sterkste effect. Landelijke ontwikkelingen Zoals genoemd heeft het abonnementstarief eigen bijdrage geleid tot een stijging in de kosten. Het kabinet heeft een wetsvoorstel aangekondigd, waarin de eigen bijdrage voor huishoudelijke ondersteuning vanaf 2025 weer inkomensafhankelijk wordt. In dit wetsvoorstel is het uitgangspunt dat de lage en middeninkomens worden ontzien. We verwachten dat het dempende effect op de vraag naar ondersteuning beperkt zal zijn, omdat de inkomensgrenzen voor de inkomensafhankelijkheid behoorlijk hoog zijn (voorstel is 185% van het Wettelijk sociaal minimum). Voor veel inwoners zal de huishoudelijk ondersteuning via de Wmo nog steeds veel goedkoper blijven dan een particulier alternatief.

Voorziening

Standcijfer # cliënten # cliënten 31-12-2021 31-12-2022 8555 8980

Huishoudelijke ondersteuning Individuele begeleiding 2677 2770 Dagbesteding 1031 1081 Rolstoelen 2370 2338 Vervoer - Scootmobielen 2359 2509 Vervoer - Drechthopper 10503 10892 Woonvoorzieningen 484 483 1 Ramingsuitgangspunten primaire begroting 2024-2027

Prognose1 # cliënten # cliënten 2023 2024 9609 10089 2839 1135 2338 2559 11437 1446

2910 1192 2338 2662 12008 1518

1 Ramingsuitgangspunten primaire begroting 2024-2027

20

Wat willen we bereiken? We zorgen voor kwalitatief goede, doelmatige en effectieve ondersteuning met keuzevrijheid voor inwoners We zorgen voor mensgerichte ondersteuning We zoeken naar innovatie binnen de geboden ondersteuning en samenwerking en hebben hierin een aanjagende rol In de Regionale visie sociaal domein Drechtsteden hebben we bovenstaande ambities geformuleerd. Medio 2023 wordt het herijkingstraject voor het Wmo-beleid afgerond. In co-creatie met gemeenten is één nieuwe verordening opgesteld voor zowel de algemene voorzieningen als de maatwerkvoorzieningen Wmo. Deze wordt in de zomer voor besluitvorming aangeboden aan de zeven gemeenteraden. De nieuwe beleidskaders zijn gestoeld op drie pijlers, namelijk • Normaliseren van ondersteuning In het onderzoeken van de ondersteuningsvraag wordt aan de voorkant vastgesteld "wanneer is goed, goed genoeg". Als de ondersteuningsvraag kan worden opgelost door activiteiten die de inwoner zelf kan ondernemen, of met ondersteuning vanuit het sociale netwerk, wordt geen voorziening ingezet. • Wmo naar de voorkant Dat betekent dat voor cliënten waarvoor de eigen kracht en het sociaal netwerk onvoldoende oplossing biedt, de ingezette ondersteuning zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig moet zijn. • Focus op zelfredzaamheid en participatie Alle ingezette ondersteuning moet uiteindelijk bijdragen aan deze twee doelstellingen.

De ondersteuningsdoelen die een aanbieder formuleert, moeten hierop terug te voeren zijn. Waar mogelijk worden de raakvlakken met de andere opgaven in het sociaal domein opgezocht, zoals participatieplekken of vrijwilligerswerk. Naast de samenhang in beleidskaders wordt de samenwerking met de gemeenten verder geïntensiveerd. Hierbij willen we zorgen voor een betere afstemming aan de voorkant van het proces waarin we de ondersteuning zoveel mogelijk normaliseren. Met deze ambities en de aansluiting van de dagelijkse praktijk leveren we een bijdrage aan een zelfstandig en volwaardig bestaan voor de inwoners in de Drechtsteden.

Wat gaan we daarvoor doen? Kwalitatief goede, doelmatige en effectieve ondersteuning met keuzevrijheid voor inwoners De ondersteuning in de Drechtsteden is gericht op zelfredzaamheid en participatie. Daarbij willen we zorgen voor perspectief en stabilisatie en houden we rekening met de inwoners en hun omgeving. We bevorderen de kwaliteit van de ondersteuning door kwaliteitseisen af te spreken met aanbieders en deze continu te monitoren. Dat doen we ook voor onze eigen uitvoering. Deze ambitie voeren we uit in de context van de krappe arbeidsmarkt, toenemende vraag, stijgende kosten en onder druk staande rijksbudgetten. Een van de pijlers onder kwalitatief goede ondersteuning is de uitvoering van de wettelijke taak van Wmo-toezicht. In lijn met de landelijke ontwikkelingen en de verwachte wetgeving en beleidsafspraken tussen gemeenten en het Rijk willen we de inzet van het toezicht verder intensiveren. Het landelijke beeld is dat gemeenten toezicht steviger moeten positioneren. Door het toezicht uit te breiden met een extra toezichthouder geven we hier het komend jaar invulling aan. Mensgerichte ondersteuning We bieden ondersteuning op maat door de best passende oplossing voor de klant te zoeken, eventueel buiten de gangbare voorzieningen om. Vanuit de opgave "Zorgen voor Ondersteuning" zoeken we verbinding met de andere opgaven, zowel binnen als buiten de sociale dienst.

Dit is vooral belangrijk voor inwoners met een gecombineerde hulpvraag. Dit zijn bijvoorbeeld jongeren die vanuit de Jeugdhulp doorstromen naar de volwassenenondersteuning of inwoners die niet alleen een vraag hebben over hun ondersteuning maar ook over hun bestaanszekerheid. Of inwoners waarvoor de ondersteuning van de mantelzorgers heel belangrijk is. We werken hierin samen met de Serviceorganisatie Jeugd, de jeugdprofessionals en de gemeentelijke wijkteams. Hiervoor willen we

21

de bestaande samenwerkingsstructuren versterken, maar daarnaast ook zoeken naar innovaties in het aanbod van de ondersteuning. Een belangrijke basis onder de mensgerichte ondersteuning is de werkwijze van het resultaatgerichte beschikken. Dat betekent dat in de inkoop en indicatiestelling wordt gestuurd op de resultaten van de ondersteuning en niet op het aantal uren. Zoals eerder gerapporteerd staat dit al een aantal jaren onder druk als gevolg van enkele rechterlijke uitspraken. De achterliggende jaren is veel geïnvesteerd in het tot stand brengen van een wetswijziging om deze systematiek mogelijk te maken en wettelijk te verankeren. In februari 2023 heeft de staatssecretaris laten weten dit traject niet verder door te zetten. Dat betekent dat de contracten voor huishoudelijke ondersteuning en individuele begeleiding de komende jaren mogelijk moeten worden herzien, waarbij rekening moet worden gehouden met een mogelijke kostenstijging. Innovatie binnen de geboden ondersteuning en samenwerking In 2023 werken we aan ontwikkelingen om de ondersteuning toekomstbestendig te houden en te maken in het licht van de toenemende vraag en de krappere arbeidsmarkt. Dit vraagt een innovatieve aanpak, samen met gemeenten en de arbeidsmarktregio. Vanuit innovatie kan zowel gekeken worden naar de aanbodkant als de vraagkant van de ondersteuning.

Beide zijn nodig om het hardnekkige en complexe vraagstuk op te lossen. Naast de samenwerking met de arbeidsmarktregio om een impuls te geven aan de aanbodkant van huishoudelijke ondersteuning zoeken we in de vraagkant naar innovaties om mensen zo lang mogelijk zelfstandig te houden. Daarvoor sluiten we aan bij de woonzorgvisies die in elke gemeente ontwikkeld worden, maar verkennen we ook mogelijke interventies zoals reablement en powerful aging. Met deze interventies worden inwoners waarvoor dit mogelijk is, getraind om zo lang mogelijk zelfstandig te functioneren in hun dagelijks leven. Op die manier dragen de interventies ook bij aan de ambitie van mensgerichte gerichte ondersteuning. De aanpak richt zich in eerste instantie vooral op de huishoudelijke ondersteuning. Daarnaast ontwikkelen we een plan samen met Stroomlijn BV en gemeenten om ook in de toekomst betrouwbaar doelgroepenvervoer in de regio te kunnen bieden. De opgedane ervaringen met deze ontwikkeltrajecten kunnen in de toekomst mogelijk ook worden gebruikt voor de andere vormen van Wmo-ondersteuning. Wat gaat het kosten? In onderstaande tabel zijn de begrote lasten en baten opgenomen. Rekening 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begeleiding en kortdurend verblijf

29.736

29.155

33.370

34.291

34.518

34.024

Huishoudelijke ondersteuning

24.836

28.420

26.990

27.773

27.995

27.631

Hulpmiddelen

5.259

5.390

6.330

6.514

6.566

6.480

Vervoer

8.489

8.339

10.813

11.294

11.563

11.594

Totaal lasten

68.321

71.304

77.503

79.872

80.642

79.729

Begeleiding en kortdurend verblijf

29.736

29.155

33.370

34.291

34.518

34.024

Huishoudelijke ondersteuning

24.836

28.420

26.990

27.773

27.995

27.631

Hulpmiddelen

5.259

5.390

6.330

6.514

6.566

6.480

Vervoer

8.489

8.339

10.813

11.294

11.563

11.594

Totaal baten

68.321

71.304

77.503

79.872

80.642

79.729

0

0

0

0

0

Zorgen voor ondersteuning Lasten

Baten

Saldo van lasten en baten Bedragen x € 1.000

22

Ten opzichte van de jaarschijf 2024 van de begroting 2023 zijn de verschillen: Opgave / product

Begroting 2024

Begroting 2023 (jaarschijf 2024)

Verschil

Zorgen voor ondersteuning

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Hulpmiddelen

6.330

6.330

5.442

5.442

888

888

Vervoer

10.813

10.813

8.363

8.363

2.450

2.450

Huishoudelijke ondersteuning

26.990

26.990

29.245

29.245

-2.255

-2.255

Begeleiding en kortdurend verblijf

33.370

33.370

29.859

29.859

3.511

3.511

Totaal

77.503

77.503

72.909

72.909

4.594

4.594

Bij het opstellen van de begroting Zorgen voor Ondersteuning 2024 is gekeken naar de ontwikkeling van de reguliere trends in cliëntenaantallen en de bijbehorende kosten. De uitkomsten hiervan zijn vastgelegd in de uitgangspuntennotitie begroting 2024. Belangrijkste conclusie daarin is dat door de vergrijzing, de extramuralisering van de zorg en de beweging naar langer zelfstandig thuis wonen het beroep op de Wmo komende jaren verder zal toenemen. Ook hebben we in ieder geval tot 2025 nog te maken met een aanzuigende werking door de relatief lage eigen bijdrage als gevolg van de invoering van het abonnementstarief. Naast de stijging van de vraag naar voorzieningen moet ook rekening worden gehouden met hogere tarieven van de aanbieders. Vooral in 2023 zien we een explosieve stijging van de prijs als gevolg van cao-ontwikkelingen en hogere prijzen voor materialen, grondstoffen en energiekosten. Ondanks de verwachting dat in 2024 de ontwikkeling van tarieven normaliseert, werkt de groeiontwikkeling in 2023 door in de begroting 2024. De combinatie van deze vraag- en prijsontwikkeling zorgt ervoor dat in 2024 naar verwachting € 4,6 mln. meer wordt uitgegeven ten opzichte van de stand 2024 (meerjarenbegroting) bij de primaire begroting 2023.

Wat ook opvalt is dat we bij de voorziening huishoudelijke ondersteuning te maken hebben met een overschot en bij de andere programmaonderdelen een tekort. Reden hiervan is dat bij de primaire begroting 2023 is besloten om een pas op de plaats te maken en de begroting vooralsnog gelijk te houden aan het niveau van 2022. Daarbij is rekening gehouden met de aanwezige ruimte in de begroting omdat niet alle indicaties verzilverd kunnen worden als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Op sommige voorzieningen verwachtten we een plus en andere een min, per saldo leken de verschillen in financiële zin elkaar uit te middelen. Aangegeven is dat bij de 1 ste Bestuursrapportage 2023 (lees: Voorjaarsbrief 2023) de begroting wordt aangepast door te schuiven tussen de verschillende programmaonderdelen. De nu voorliggende begroting is hierop aangepast en geactualiseerd, en geeft daarmee een reëel beeld van de te verwachten kosten in 2024. Hulpmiddelen Bij de hulpmiddelen vallen de lasten hoger uit als gevolg van een sterke stijging van de tarieven van de voorzieningen in 2023. De stijging van de lonen en de prijzen van materialen, grondstoffen en de energiekosten, werken via de contractueel overgekomen jaarlijkse prijsindexatie door in de tarieven van de aanbieders. Zoals hiervoor aangegeven is de verwachting dat de ontwikkeling van de tarieven in 2024 weer normaliseert.

Vervoer Het Wmo vervoer valt uiteen in collectief vervoer via de Drechthopper en Wijkhopper en in individuele vervoersvoorzieningen (o.a. scootmobielen, aangepaste fiets, etc.). Voor het collectieve vervoer geldt dat de uitkomsten zoals vastgelegd in de uitgangspuntennotitie zijn toegepast op de door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA) van Stroomlijn vastgestelde begroting 2023. Stroomlijn houdt in deze begroting rekening met een verwachte kostenstijging door de (voorlopige) NEA-prijsindexatie van 10%. Door de landelijke krapte op de arbeidsmarkt is het voor Stroomlijn moeilijk om chauffeurs en regiepersoneel te behouden of nieuw personeel binnen te halen. Daarom heeft Stroomlijn haar personeel ook eenmalig 5% extra loonsverhoging geboden. De individuele vervoersvoorzieningen hebben net als de hulpmiddelen te maken met een sterke stijging van de tarieven van de aanbieders door hogere lonen en gestegen prijzen van materialen,

23

grondstoffen en de energiekosten. Dit zien we terug in de jaarlijkse indexatie van de tarieven van de aanbieders. Huishoudelijke ondersteuning In overeenstemming met de uitgangspuntennotitie 2024 houden we voor 2023 rekening met 7% groei van het klantenbestand. De groeiverwachting voor 2024 is iets lager en bedraagt 5%. Door de herinvoering van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage vanaf 2025 zullen klanten minder snel een beroep doen op de voorziening huishoudelijke ondersteuning. Vooruitlopend op de invoering van het nieuwe eigen bijdrage regime verwachten we al in 2024 de eerste effecten te zien. Naast de groeiontwikkeling van het aantal klanten zijn de tarieven van de aanbieders volgens de cao-verhoging van de HBH-loonschalen in 2023 met 2,9% verhoogd. In de begroting is reeds rekening gehouden met eventuele onderuitnutting van nieuwe indicaties als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Begeleiding De afwijking op het programmaonderdeel Begeleiding is het grootst. Dit komt omdat de primaire begroting 2023 gelijk is gehouden aan het niveau van 2022 en nog niet is geactualiseerd naar een reële stand van de te verwachten kosten. Dit werkt door in de begroting 2024. De verwachting voor 2024 is niet dat het aantal nieuwe klanten sneller toeneemt dan voorgaande jaren of dat de tarieven van de aanbieders harder stijgen gebruikelijk.

Rekening houdend met de voorgenomen begrotingswijziging 2023 bij de Voorjaarsbrief 2023 is de werkelijke groeiverwachting en de ontwikkeling van de uitgaven volgens de uitgangspuntennotitie 2024 verwerkt in de begroting.

24

2.4 Bedrijfsvoering Wat gaat het kosten? In onderstaande tabel zijn de begrote lasten en baten opgenomen. De begrote baten en lasten voor bedrijfsvoering van Drechtwerk zijn opgenomen onder dat product (Opgave Ontwikkelen naar werk). Vanaf boekjaar 2023 presenteren we de apparaatskosten in zijn geheel onder de opgave Bedrijfsvoering, waar de kosten voorheen werden gepresenteerd onder de verschillende opgaven. Dit vergroot de transparantie in de totale omvang van de apparaatskosten en sluit beter aan op de sturing en verantwoording. In de verplichte bijlagen blijven we uiteraard voldoen aan het BBV en de bijdrageverordening, zoals de indeling naar Taakvelden. Bedrijfsvoering

Rekening 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

53.960

53.713

61.586

60.852

60.498

60.416

215

215

215

215

Lasten Apparaatskosten Treasury Totaal lasten

108 54.068

53.713

61.801

61.067

60.713

60.631

44.345

45.612

58.156

57.956

57.650

57.644

215

215

215

215

Baten Apparaatskosten Treasury

108

Totaal baten

44.453

45.612

58.371

58.171

57.865

57.859

Saldo van lasten en baten

-9.615

-8.101

-3.430

-2.896

-2.848

-2.772

Bedragen x € 1.000

Ten opzichte van de jaarschijf 2024 van de begroting 2023 zijn de verschillen: Opgave / product

Begroting 2024

Begroting 2023 (jaarschijf 2024)

Bedrijfsvoering

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Apparaatskosten

61.586

58.156

53.713

45.612

7.873

12.544

Treasury

215

215

215

215

Totaal

61.801

58.371

8.088

12.759

53.713

45.612

Verschil

De bedrijfsvoeringskosten stijgen in de begroting 2024 met circa € 7,8 mln. Deze stijging wordt voor een groot deel veroorzaakt door onvermijdelijke kosten, die in eerdere bestuursrapportages zijn aangekondigd en/of in de uitgangspuntennotitie voor de begroting 2024 en de actualisatie 2023 zijn vastgesteld. De belangrijkste ontwikkelingen worden onderstaand toegelicht.

Loon- en prijsindex Prijsindex 2023 (aanvulling 3,0%) Prijsindex begroting 2024 (2,5%) Loonindex boekjaar 2023 principeakkoord Loonindex begroting 2024 (3,9%) Totaal loon- en prijsindex

B2024 380.000 364.000 2.149.440 1.661.789 4.555.229

B2025 380.000 364.000 2.134.440 1.661.789 4.540.229

B2026 380.000 364.000 2.131.440 1.661.789 4.537.229

B2027 380.000 364.000 2.125.440 1.661.789 4.531.229

De totale loon- en prijsindex is berekend op € 4,5 mln.

25

In de uitgangspuntennotitie zijn afspraken gemaakt voor de loon- en prijsindex. Voor de prijsindex is een stijging van 2,5% opgenomen en voor de loonindex was een stijgingspercentage van 3,9% opgenomen op basis van de septembercirculaire 2022. Daarbij zou een actualisatie worden doorgevoerd voor het jaar 2023. Tijdens het opstellen van de begroting 2024 is het principeakkoord voor de cao van 2023 bekend geworden. Op verzoek van het regionaal controllers overleg is het principeakkoord 2023 verwerkt in de begroting 2024 en de voorjaarsbrief 2023. Dit past in het principe van het opstellen van een reële begroting.

Ontwikkeling onvermijdelijke kosten Energiekosten Huisvestingskosten Overige ontwikkelingen contracten Totaal onvermijdelijke kosten

B2024 200.000 250.000 99.000 549.000

B2025 200.000 150.000 99.000 449.000

B2026 0 0 99.000 99.000

B2027 0 0 99.000 99.000

In de uitgangspuntennotitie 2024 en de voorjaarsbrief 2023 was een stijging van de energiekosten en de huisvestingskosten aangekondigd. Daarnaast hebben enkele aanbestedingen geleid tot een hogere stijging van de kosten dan via de prijsindex was berekend. Het betreft o.a. contracten voor arbo, verzekeringen, portokosten en accountantskosten. Voor de ontwikkeling van de apparaatskosten is een bedrag van € 1,7 mln vanaf 2024 opgenomen. Dit bedrag is berekend aan de hand van de ontwikkelingen per opgave, zoals in de uitgangspuntennotitie 2024 is vastgesteld. Voor de overhead is een koppeling gemaakt naar de ontwikkeling binnen de opgaven, waarbij diverse kosten zijn uitgesloten, zoals huisvestingen, automatisering etc. Tot slot in het kort nog enkele andere ontwikkelingen. • Op 13 oktober 2022 heeft het AB ingestemd met het voorstel voor afbouw van de impuls statushouders naar reguliere dienstverlening. Met dit besluit groeit de reguliere formatie komende jaren door afbouw van het budget impuls statushouders. • Een deel van de participatiemiddelen wordt ingezet voor de apparaatskosten. Vanaf 2024 is een bedrag van circa € 500K overgeheveld van Ontwikkelen naar werk naar de apparaatskosten. Daarmee loopt de financiering in het vervolg ook via de opgave bedrijfsvoering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/651/documents/11496