A04. 20230921 GR Sociaal - Vaststelling voorjaarsbrief 2023 en begroting 2024.pdf
Tekst van het document
Postbus 619 3300 AP Dordrecht
Aan de raden van de deelnemende gemeenten Telefoon: 078-770 8910 E-mail: bestuurgrsociaal@drechtsteden.nl Bijlage(n): 4
Behandeld door: H. Polderman Onderwerp: Toezending vastgestelde begroting 2024 GR Sociaal
Datum: 21 september 2023 Ons kenmerk: 2023-0098385 Uw kenmerk: n.v.t.
Geachte raad, In de vergadering van het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (GRS) is de begroting 2024 vastgesteld. De ontvangen zienswijzen vormden een aanleiding om de begroting 2024 op twee punten aan te passen. Dit heeft geleid tot een eerste begrotingswijziging op de begroting 2024. Voor de volledigheid sturen wij ook de vastgestelde voorjaarsbrief 2023 toe. Conform artikel 36 lid 6 van de Regeling GRS ontvangt u de vastgestelde begroting(swijziging). We verzoeken u uw geraamde bijdrage in de kosten van de GRS uit deze begroting op te nemen in uw gemeentebegroting. Hoogachtend, het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal, drs. D.J. van Maanen
drs. P.J. Heijkoop
secretaris
voorzitter
bijlagen: 1. 2. 3. 4.
Voorjaarsbrief 2023 Begroting 2024 1e Begrotingswijziging 2024 Infographic Begroting 2024
Alblasserdam / Dordrecht / Hardinxveld-Giessendam / Hendrik-Ido-Ambacht / Papendrecht / Sliedrecht / Zwijndrecht
Pagina 1 van 1
1 INLEIDING Voor u ligt de eerste Voorjaarsbrief van de GR-Sociaal. Een nieuwe vorm van rapporteren over de voortgang en een verantwoording over de resultaten. De Voorjaarsbrief komt in de plaats van de eerste bestuursrapportage, maar heeft een andere vorm en wordt vooral gebruikt om -met de resultaten van het voorgaande jaar in het achterhoofd- tot een actualisatie van de begroting voor 2023 te komen. Op deze manier sluit de GR-Sociaal in haar moment van rapporteren en de werkwijze nog beter aan op de gemeentelijke begrotingscyclus en worden raden veel beter in staat gesteld om wensen en bedenkingen kenbaar te maken. De vorm van de Voorjaarsbrief is nog niet de definitieve vorm voor de toekomst. Dit jaar wordt gebruikt om een vorm te vinden, die passend en uitvoerbaar is. Het vraagt overleg met onze stakeholders om tot de definitieve vorm te komen en daarnaast ook de aansluiting te zoeken bij de wijze waarop andere gemeenschappelijke regelingen -zoals bijvoorbeeld de dienst Gezondheid en Jeugd- het doen. Deze Voorjaarsbrief zoomt eerst in op Algemene trends en ontwikkelingen en gemaakte beleidskeuzes, die van invloed zijn op de resultaten van de GR-Sociaal. Vervolgens wordt per opgave stilgestaan bij ontwikkelingen welke noodzaken tot een actualisatie van de begroting over 2023 met een onderbouwing daarvan.
2 TRENDS, ONTWIKKELINGEN EN GEVOLGEN BELEIDSWIJZIGINGEN De GR-Sociaal heeft -net als veel andere organisaties- te maken gekregen met de gevolgen van een aantal geo-politieke ontwikkelingen en de na-ijleffecten van de Coronacrisis. De oorlog in Oekraïne heeft tot forse verstoringen geleid in het economisch verkeer. Zo werd ook de GR-Sociaal gedwongen om te kiezen voor een andere energieleverancier, vanwege een boycot van Russisch gas. De meest directe vorm van schade, die doorwerkt, omdat de kosten voor energie hoger zijn geworden. Ook werkt dit door in de kosten van de GR-sociaal, omdat leveranciers de gestegen energieprijzen (gaan) verdisconteren in hun kostprijzen. Doorwerkt in de loonkosten, omdat zowel werkgevers als werknemersorganisaties de gestegen kosten van levensonderhoud zullen compenseren via caoafspraken. Ook voor de inwoners van de Drechtsteden werkt de crisis door. De kosten van levensonderhoud voor een deel van onze doelgroepen is zo fors gestegen dat huishoudens in de problemen komen. Mede daarvoor heeft het kabinet besloten tot onder andere het uitkeren van de zogenoemde energietoeslag. Na-ijleffecten van de coronacrisis zijn ook te merken in de dienstverlening van de GR-Sociaal. Het beroep op zorg neemt toe, terwijl er personeelstekorten in de zorg zijn ontstaan.
Daarom voeren we gesprekken met zorgpartners en met gemeenten over, meer innovatieve, oplossingen. Eén van de mogelijke oplossingen voor het drukken van kosten is het resultaatgericht indiceren voor zorg. Echter, het laat zich aanzien dat het Rijk deze mogelijkheid niet gaat toestaan. Daarmee stelt het rijk opnieuw gemeenten in onvoldoende mate in staat om te sturen op, zowel het beroep op huishoudelijke zorg als het verdelen van schaarse zorg. Nog steeds is sprake van krapte op de arbeidsmarkt en een onbalans in vraag en aanbod. De GRSociaal merkt dit op twee manieren; als uitvoerder van onder andere de Participatiewet en als werkgever. Zo is het lastig om een deel van het uitkeringsbestand naar werk uit te laten stromen, omdat het gevraagde functieniveau en uitstroomniveau niet matchen. Als werkgever merkt de GRSociaal dat vacatures langer openstaan en -wil ze de dienstverlening gestand kunnen doen- toch moet inhuren. Overigens is de GR-Sociaal niet uniek met de arbeidsmarktkrapte; gemeenten en partners kampen met hetzelfde probleem. De wens van gemeenten is om zoveel als mogelijk de dienstverlening van de GR-Sociaal aan te laten sluiten op het lokale belang en bij het lokale nut. Met de herijking van het minimabeleid en de gewijzigde afspraken over het ingroeipad wordt dit ook zichtbaar in de geactualiseerde begroting.
1
Wie in Dordrecht over de Spuiboulevard loopt ziet hoe de voorbereidingen getroffen worden voor het Huis van Stad en Regio; de nieuwbouw van stadskantoor, sociale dienst, bibliotheek en gemeente Dordrecht. De voorbereidingen kosten tijd en geld. Financieel beeld Bij de 2e bestuursrapportage 2022 GR Sociaal hebben we reeds een aantal belangrijke ontwikkelingen beschreven die van invloed zijn op de begroting 2023. Deze autonome, financiële ontwikkelingen worden via deze voorjaarsbrief in de begroting 2023 verwerkt. De voorjaarsbrief 2023 GR Sociaal leidt daarom tot een wijziging (stijging) van de bijdragen voor gemeenten van per saldo € 20 mln. In absolute zin een groot bedrag maar het zijn ook uitgaven die voor ons onbeïnvloedbaar zijn en door het rijk worden vergoed. Zo heeft het kabinet op 1 januari 2023 het wettelijk minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen met 10 procent verhoogd. Deze kostenverhoging zien we terug in deze voorjaarsbrief. Gemeenten worden hiervoor gecompenseerd bij de definitieve BUIG-budgetten over het jaar 2023 in oktober aanstaande. In de lasten bij Inkomensondersteuning is zo ook een bedrag opgenomen van € 4 mln. in verband met Leefgeld voor Oekraïense vluchtelingen. Ook deze onbeïnvloedbare kosten verlopen budgettair neutraal door de Rijksvergoeding die de gemeenten hiervoor ontvangen.
Bij het minimabeleid zien we een stijging van de lasten van € 0,1 mln. Dit wordt veroorzaakt door het reëel ramen van de budgetten op basis van de groeipercentages van de uitgangspuntennotitie begroting 2024 t/m 2027 en de herijking van het minimabeleid. Bij de Kinderopvangtoeslagaffaire stijging de lasten met € 0,6 mln, In 2023 wordt de hersteloperatie Kinderopvangtoeslagaffaire Drechtsteden voortgezet. De kosten worden via DVO's in rekening gebracht bij gemeenten. De gemeente krijgen via een specifieke uitkering kinderopvangtoeslagen(SPUK) compensatie van de kosten die gemeenten in het kader van de hersteloperatie maken. Bij Drechtwerk zien we een stijging van de bijdragen van € 1,2 mln. welke wordt veroorzaakt door de loon- en prijscorrecties als ook de bijstelling van de Rijkssubsidie SW (septembercirculaire 2022). Bij het programma Zorgen voor ondersteuning zien we vooral een stijging van de lasten als gevolg van een sterke stijging van tarieven. De stijging van de lonen en de prijzen van materialen, grondstoffen en de energiekosten, werken via de contractueel overgekomen jaarlijkse prijsindexatie door in de tarieven van de aanbieders. Dit leidt tot een stijging van de gemeentelijke bijdragen van € 2,4 mln.
In de begroting is reeds rekening gehouden dat niet alle afgegeven indicaties direct kunnen worden uitgenut mede als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt waardoor indicaties niet direct verzilverd kunnen worden in termen van de te leveren zorg. De stijging van de bijdragen bij Bedrijfsvoering wordt grotendeels veroorzaakt door de aanpassing van de loonkosten in verband met het principeakkoord van de cao Gemeenten/ SGO 2023. Ook zien we een stijging van de huisvestingskosten in verband met energiekosten die fors zijn gestegen. Daarnaast wordt als voorbereiding op de toekomstige verhuizing naar het Huis van Stad en Regio deelgenomen aan de diverse werkgroepen van het project. Het kabinet gaat bij de Rijksvoorjaarsnota 2023 extra accres aan het gemeentefonds toevoegen voor de prijsbijstelling 2022. Dit zal financieel worden vertaald cq verwerkt in de Meicirculaire 2023. Op basis van de nu beschikbare informatie compenseert het Rijk volledig de gestegen kosten.
2
Opgaven
Voorjaarsbrief
Actuele begroting
Afwijking
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
118.266
118.266
0
132.173
132.173
0
13.907
13.907
0
120
120
0
120
120
0
0
0
0
105.406
105.406
0
118.722
118.722
0
13.316
13.316
0
0
0
0
600
600
0
600
600
0
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
2.328
2.328
0
2.172
2.172
0
-156
-156
0
Minimabeleid
10.412
10.412
0
10.559
10.559
0
147
147
0
Ontwikkelen naar werk
53.596
61.697
8.101
56.319
59.882
3.563
2.723
-1.815
-4.538
Drechtwerk
44.237
44.237
0
46.214
46.214
0
1.977
1.977
0
Inburgering
2.195
2.195
0
3.392
3.392
0
1.197
1.197
0
Participatie
6.744
14.565
7.821
6.713
9.889
3.176
-31
-4.676
-4.645
420
700
280
0
387
387
-420
-313
107
Bestaanszekerheid versterken Budgetadvies en Schuldbemiddeling Inkomensondersteuning Kinderopvangtoeslagaffaire
Statushouders WSW
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Zorgen voor ondersteuning
71.304
71.304
0
73.706
73.706
0
2.402
2.402
0
Begeleiding en kortdurend verblijf
29.155
29.155
0
31.825
31.825
0
2.670
2.670
0
Huishoudelijke ondersteuning
28.420
28.420
0
25.700
25.700
0
-2.720
-2.720
0
Hulpmiddelen
5.390
5.390
0
6.030
6.030
0
640
640
0
Vervoer
8.339
8.339
0
10.151
10.151
0
1.812
1.812
0
Bedrijfsvoering
53.713
45.612
-8.101
58.391
54.828
-3.563
4.678
9.216
4.538
Apparaatskosten
53.713
45.612
-8.101
58.391
54.828
-3.563
4.678
9.216
4.538
Totaal
296.879
296.879
0
320.589
320.589
0
23.710
23.710
0
Bedragen x € 1.000
In de tabel hierboven zijn per Opgave en per product de begrotingswijzigingen in kaart gebracht. De belangrijkste afwijkingen mét effect voor de gemeentelijke bijdrage worden toegelicht. Wie de begroting van 2023 vergelijkt met deze actualisatie ziet in de vorm en de cijfers verschillen. Dat komt omdat in de begroting Drechtwerk is opgenomen. Daarnaast is de 100% ingroei van de gemeentelijke bijdragen (rapport Bosland) verwerkt. Deze laatste wijziging heeft geen invloed op het totaal van baten en lasten. De verdeling over individuele gemeenten verschilt, doordat gemeenten onderling hebben afgerekend. In de bijlagen is een overzicht van de effecten per gemeente opgenomen. In de volgende tabel is het totale effect zichtbaar.
3
Opgaven Bestaanszekerheid versterken
Voorjaarsbrief
Actuele begroting
Afwijking
116.334
129.788
13.454
120
120
0
103.474
116.337
12.863
0
600
600
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
2.328
2.172
-156
Minimabeleid
10.412
10.559
147
Ontwikkelen naar werk
49.690
45.691
-3.999
Drechtwerk
32.655
33.897
1.242
Inburgering
2.195
2.195
0
Participatie
14.140
9.212
-4.928
700
387
-313
0
0
0
Zorgen voor ondersteuning
68.303
70.671
2.368
Begeleiding en kortdurend verblijf
28.579
31.259
2.680
Huishoudelijke ondersteuning
27.149
24.396
-2.753
Hulpmiddelen
5.200
5.832
632
Vervoer
7.375
9.184
1.809
Bedrijfsvoering
45.346
53.560
8.214
Budgetadvies en Schuldbemiddeling Inkomensondersteuning Kinderopvangtoeslagaffaire
Statushouders WSW
Apparaatskosten
45.346
53.560
8.214
Totaal bijdragen gemeenten
279.673
299.711
20.037
Bedragen x € 1.000
3 NIEUWE EN GEWIJZIGDE RISICO'S In de begroting 2023 is een risicoparagraaf opgenomen. Gemeenten hebben de verplichting voor de opgenomen risico's middelen te reserveren, zodat -als een risico zich voordoet- deze middelen aangesproken kunnen worden ter dekking. Voor zover de risico's zijn veranderd, is dat terug te vinden in de bijlage. Voor zover zich inmiddels nieuwe risico's hebben aangediend, worden ze daar vermeld.
4 OPGAVEN Zelfstandig wonen, werken en samenleven is voor iedereen van groot belang. Als inwoners van de Drechtsteden dat met hulp van de omgeving niet lukt, dan ondersteunen we. Dat doen we niet alleen, maar met gemeenten, hulpverleners en andere sociaal-maatschappelijke partners. We bieden ondersteuning om mensen met een beperking of gezondheidsproblemen langer zelfstandig te kunnen laten wonen en te laten meedoen in de samenleving. We geven advies en ondersteuning bij het ontwikkelen naar en het vinden van werk. Werkgevers worden door ons ontzorgd; we werken met hen samen, adviseren en ondersteunen hen en bieden financiële compensatie voor de inzet die nodig is om onze doelgroep aan het werk te helpen en te houden. We verstrekken een bijstandsuitkering als mensen niet in hun eigen inkomen kunnen voorzien en we bieden financieel advies aan mensen met financiële problemen en schuldhulpverlening. Door de invlechting van Drechtwerk per 1 januari 2023 is het product WSW samengevoegd met de activiteiten van Drechtwerk onder de productnaam Drechtwerk. Daarnaast hebben we de apparaatskosten en de overhead samengebracht in de Opgave Bedrijfsvoering. Daar vindt de sturing plaats. De overhead volgens BBV regels wordt afgesplitst in het overzicht naar Taakvelden. Onderdeel van Bedrijfsvoering zijn tevens de producten Treasury en Vennootschapsbelasting.
4
4.1 BESTAANSZEKERHEID VERSTERKEN Wat zijn de kosten? Opgave
Actuele begroting 2023
Bestaanszekerheid versterken
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
120
120
0
120
120
0
0
0
0
105.406
105.406
0
118.722
118.722
0
13.316
13.316
0
Budgetadvies en Schuldbemiddeling Inkomensondersteuning Kinderopvangtoeslagaffaire
Voorjaarsbrief 2023
Afwijking
0
0
0
600
600
0
600
600
0
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
2.328
2.328
0
2.172
2.172
0
-156
-156
0
Minimabeleid
10.412
10.412
0
10.559
10.559
0
147
147
0
Totaal
118.266
118.266
0
132.173
132.173
0
13.907
13.907
0
Bedragen x € 1.000
Toelichting bij de aanpassingen Inkomensondersteuning De primaire begroting 2023 liet een voordelig financieel effect in de financiering zien van € 4,4 miljoen. Ofwel gemeenten ontvangen meer dan het bedrag dat wordt geraamd voor de bijstandsuitkeringen. Op basis van de ramingen in de voorliggende Voorjaarsbrief 2023 zien we dat er een nadelig financieel effect is van € 3,2 miljoen op de Buiguitkering. In deze voorliggende Voorjaarsbrief 2023 zijn de voorlopige BUIG-budgetten 2023 van € 98,0 miljoen opgenomen. Deze worden bij de definitieve budgetten naar boven bijgesteld (als gevolg van de aanpassing van het wettelijk minimumloon) met +/- € 10,8 miljoen. Bij de berekening van het tekort in deze Voorjaarsbrief 2023 is al rekening gehouden met deze verhoging. Op basis van de MEV 2023 (publicatie CPB september 2022) is er een eindstand 2023 geprognosticeerd van 6.050 uitkeringsgerechtigden. De ontwikkeling van de uitgaven/inkomsten is in de onderstaande tabel weergegeven met daaronder een tekstuele toelichting. Bedragen x € 1.000 Inkom ensondersteuning Lasten
A. B. C. D. E. F. G. H. I.
Baten
prim air 2023
105.406 105.406
Lagere klantaantallen Hogere gemiddelde prijs uitkering Lagere lasten Ioaw /Ioaz/Bbz Hogere lasten LKS Hogere lasten Leefgeld Hoger BUIG-budget Hogere terugvordering debiteuren Hogere baten Leefgeld Hogere Vangnetuitkering
-3.553 11.121 -226 1.919 4.055
Voorjaarsbrief 2023
118.722 111.134
Financieel effect gem eenten t.o.v. prim air '23
850 452 4.055 371
7.588
Lasten A. De klantaantallen bij de Voorjaarsbrief 2023 zijn lager dan bij de primaire begroting 2022. Het verschil wordt berekend door de lagere aantallen * de prijs van de uitkering bij de primaire begroting 2023.
5
B. De gemiddelde prijs van de uitkering bij de Voorjaarsbrief 2023 is hoger dan bij de primaire begroting 2023. Het verschil wordt berekend door de hogere prijs * de aantallen van de primaire begroting. De prijs van de uitkering is per 1 januari 2023 fors naar boven bijgesteld a.g.v. de stijging van de wettelijke minimumlonen met meer dan 10%. C. Op basis van de Begrotingsstaat van het SZW 2023 dalen de lasten Ioaw/Ioaz/Bbz. D. Op basis van de Begrotingsstaat van het SZW 2023 stijgen de lasten LKS. E. Lasten Leefgeld waren bij de primaire begroting 2023 niet begroot. Baten F. Ten opzichte van de geprognosticeerde BUIG-budgetten bij de primaire begroting 2023 zijn de voorlopige budgetten 2023 hoger. In de berekening meegenomen BUIG-budgetten is de verhoging van de budgetten a.g.v. de stijging van het wettelijk minimumloon al verwerkt. Pas bij de definitieve BUIG-budgetten in oktober zal dit door het Rijk worden vergoed. G. Op basis van de Begrotingsstaat van het SZW 2023 stijgen de debiteuren. H. Baten Leefgeld waren bij de primaire begroting 2023 niet begroot. Deze zijn gelijk aan de lasten. Dit wordt via DVO per kwartaal in rekening gebracht bij de gemeenten. I. Over het jaar 2022 gaat een verzoek ingediend worden om aanspraak te maken op een Vangnetuitkering. Kinderopvangtoeslagaffaire In 2023 wordt de Hersteloperatie Kinderopvangtoeslagaffaire Drechtsteden voortgezet.
De kosten worden geprognosticeerd op € 0,6 miljoen en worden conform de gesloten DVO's met gemeenten afgerekend. De gemeente krijgen via een specifieke uitkering kinderopvangtoeslagaffaire(SPUK) compensatie van de kosten die gemeenten in het kader van de hersteloperatie maken. De gemeenten lopen het risico dat dit budget, wat de gemeente krijgen voor de hersteloperatie, niet voldoende is. De Drechtsteden gemeenten hebben gekozen voor normbedragen voor de declaratie van de kosten bij het Rijk. Dat betekent dat hoe langer de hersteloperatie duurt, des te krapper het budget wordt. Aangezien de hersteloperatie naar verwachting tot zeker 2026 gaat duren, zal het budget niet voldoende zijn. Een aandachtspunt voor gemeenten. Maatwerkvoorziening inkomenssteun CZG Onderbenutting in 2022 en het bijstellen van de groeipercentages bij de uitgangspuntennotitie begroting 2024 t/m 2027 leiden tot een bijstelling van de begroting voor 2023. De kosten maatwerkvoorziening inkomenssteun chronisch zieken en gehandicapten dalen met € 0,1 miljoen ten opzichte van de primaire begroting 2023. Minimabeleid De totale kosten minimabeleid stijgen ten opzichte van de primaire begroting 2023 met € 0,1 miljoen. Deze stijging is gebaseerd op het reëel ramen van de budgetten op basis van de groeipercentages van de uitgangspuntennotitie begroting 2024 t/m 2027 en de herijking van het minimabeleid.
Bij het reëel ramen van de budgetten is de begroting verlaagd met € 0,7 miljoen. Doordat er sprake was van onderbenutting op de budgetten sms-kinderfonds, Bewindvoering en Bijzondere bijstand bij de jaarrekening 2022, zijn de begrote budgetten, ondanks de verwachte groei, lager dan de primaire begroting 2023. Verder worden, zoals afgesproken in vergadering van het Algemeen Bestuur van 1 december, de kosten op basis van "nut" begroot. Herijking minimabeleid. De herijking minimabeleid is verwerkt in de Voorjaarsbrief. De totale begrotingswijziging van de herijking bedraagt € 0,8 miljoen. Het financiële effect van deze wijziging zal per gemeente verschillen. Dit is afhankelijk van de keuzes die door de gemeente zijn gemaakt bij de herijking. De grootste wijziging betreft de begroting Persoonlijk Minima Budget, namelijk € 0,7 miljoen. De wijzigingen voor de Bijzondere bijstand (coulance medische kosten), SMS-kinderfonds (alleen gemeente Dordrecht) en Kinderopvang bedragen in totaal € 0,1 miljoen. Energietoeslag 2023 Gemeenten krijgen middelen om in 2023 opnieuw een energietoeslag uit te keren aan huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Hiervoor heeft het Rijk voor 2023 een
6
macrobudget beschikbaar gesteld van € 1,4 miljard. Een deel van dit budget is beschikbaar gesteld bij de decembercirculaire 2022. Aan de gemeenten is gevraagd om dit budget te reserveren voor 2023. Zodra het resterende budget bij de meicirculaire bekend wordt gemaakt en de nieuwe wet gepubliceerd wordt, komt er een voorstel energietoeslag 2023. De financiële doorvertaling voortvloeiend uit dit voorstel valt buiten de Voorjaarsbrief, omdat besluitvorming nog moet plaatsvinden.
4.2 ONTWIKKELEN NAAR WERK Wat zijn de kosten? Opgave
Actuele begroting 2023
Ontwikkelen naar werk
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Drechtwerk
44.237
44.237
0
46.214
46.214
0
1.977
1.977
0
Inburgering
2.195
2.195
0
3.392
3.392
0
1.197
1.197
0
Participatie
6.744
14.565
7.821
6.713
9.889
3.176
-31
-4.676
-4.645
420
700
280
0
387
387
-420
-313
107
WSW
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Totaal
53.596
61.697
8.101
56.319
59.882
3.563
2.723
-1.815
-4.538
Statushouders
Voorjaarsbrief 2023
Afwijking
Bedragen x € 1.000
Drechtwerk De primaire begrotingen van beide GR'en zijn per 1 januari 2023 officieel samengevoegd. De mutatie in deze voorjaarsbrief is ten opzichte van de primaire begroting 2023, op het onderdeel Drechtwerk, voornamelijk geënt op de loon- en prijscorrecties als ook de bijstelling van de Rijkssubsidie SW met als grondslag de septembercirculaire 2022. Gemeente Hardinxveld-Giessendam maakte geen deel uit van GR Drechtwerk en neemt ook niet deel aan dit organisatieonderdeel per 1 januari 2023. Voor deze gemeente is er geen verschil door de samenvoeging van de exploitatie van de beide GR'en. De onderstaande tabel geeft de mutatie t.o.v. de begroting 2023 weer.
Als er consequenties blijken te zijn in 2023 of 2024 en verder, worden deze apart in beeld gebracht en besproken met het bestuur.
7
Inburgering De specifieke uitkering (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen is bestemd voor de bekostiging van de leerroutes, maatschappelijke begeleiding, het participatieverklaringstraject (PVT) en de module arbeidsmarkt en participatie (MAP). De maatschappelijke begeleiding en de PVT's worden door de gemeenten uitgevoerd en ingekocht. De overige taken worden door de SDD uitgevoerd. Bij de primaire begroting 2023 is op voorschotbasis een bedrag van € 2,2 mln. opgehaald voor de inzet van inburgeringsvoorzieningen. Bij het opstellen van de DVO 2023 voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021 worden afspraken gemaakt over de middelen die de gemeenten beschikbaar stellen voor 2023. De hoogte daarvan kan worden bepaald aan de hand van de beschikkingen die de gemeenten van het Rijk hebben ontvangen en de gerealiseerde taakstelling van voorgaande jaren. Conform de zogenaamde reserveringsregeling is bij de jaarrekening van 2022 het overschot van € 1,2 mln. overgeheveld naar 2023 en bij deze voorjaarsbrief opgenomen in de begroting 2023. Dit budget wordt ingezet op de gerealiseerde huisvestingstaakstelling 2022. Formatie team inburgering De benodigde fte's voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021 wordt bepaald vooraf aan het opstellen van de DVO 2023 en is niet verwerkt in de voorjaarsbrief.
Met de beleidsmedewerkers van de 7 gemeenten is besproken dat er gestuurd gaat worden op een cyclus van 3 jaar (duur van een inburgeringstraject). Een eerste opzet is in ontwikkeling en wordt meegenomen in de DVO.
Participatie Participatiemiddelen 2023 Participatie CPB raming -2,8% Loon- en prijscorrectie (nacalculatie) Participatie omzetten naar apparaat vaste formatie Regiodeal versterken arbeidsmarktregio, WG dienstverlening Totaal
primaire begroting 13.741
425 399 14.565
mutaties Voorjaarsbrief 8.813 396246 4.778252 4.676-
425 651 9.889
In bovenstaande tabel zijn de mutaties Participatie weergegeven. De lasten en baten worden per saldo verlaagd met € 4,7 mln. Er zijn voldoende middelen beschikbaar om re-integratie instrumenten te kunnen financieren. Er is budget gereserveerd dat nodig is voor de pilot verbreding LKS gedurende de herijking van de Participatiewet. Daarnaast is er budget beschikbaar voor het vereenvoudigen en aanpassen van instrumenten zoals werkbegeleiding, inzet van LKS en nieuw beschut werk. Conform uitgangspuntennotitie primaire begroting 2024 zijn bij deze voorjaarsbrief de volgende mutaties verwerkt: • ontwikkeling aantal klanten op basis van CPB Macro Economische Verkenning 2023 (publicatie sept 2022) -2,8%. • nacalculatie loon- en prijsindexering toegepast. Apparaat Vanaf 2023 wordt de financiering van personeel ten laste van participatie afgebouwd. Dit betekent dat er € 4,8 miljoen minder participatiemiddelen worden opgehaald en deze worden verantwoord onder apparaat. Het betreft een budgetneutrale wijziging van de begroting.
8
Regiodeal Met de Regio Deals wil het Rijk de eigen kracht van een gebied, de regio, benutten en in partnerschap deze helpen te versterken. In het kader van Human Capital, als onderdeel van de Regiodeal, is er een aanvraag gedaan bij centrumgemeente Dordrecht. De Regiodeal is een cofinanciering op de instrumenten leerlijnen en ontwikkelbedrijven. In lijn met de begroting. Versterken arbeidsmarktregio Een hechte en duurzame samenwerking in de arbeidsmarktregio's van UWV en gemeenten met grote groepen werkgevers, sociale partners en andere organisaties zoals (beroeps)onderwijs en private intermediairs is ook in deze bijzondere tijd een voorwaarde om meer mensen die daarbij ondersteuning nodig hebben duurzaam aan het werk te helpen. De subsidie is bedoeld om de samenwerking en de gezamenlijke publieke werkgeversdienstverlening in de 35 arbeidsmarktregio's duurzaam te ondersteunen en te versterken. De mutatie van € 0,25 mln. betreft het overschot 2022 en is bij de jaarrekening overgeheveld naar 2023. De besteding van het budget is afgestemd met Centrumgemeente Dordrecht. Impuls Statushouders Conform het besluit van het Algemeen Bestuur op 13 oktober 2022 wordt de dienstverlening impuls statushouders afgebouwd in 2023 tot € 0 in 2027. De caseloads Impuls statushouders worden overgebracht naar de reguliere dienstverlening. Uitgangspuntennotitie primaire begroting 2024 2023
2024
2025
2026
2027
58,6% t.o.v. 2022
43,3%
16,3%
10,0%
0,0%
De baten worden gebruikt voor de inzet van regisseurs (lasten worden verantwoord onder apparaat). Vanaf 2023 worden het welkomstprogramma en de inzet van menukaarten gefinancierd uit participatie.
4.3 ZORGEN VOOR ONDERSTEUNING Wat zijn de kosten? Opgave
Actuele begroting 2023
Voorjaarsbrief 2023
Zorgen voor ondersteuning
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Begeleiding en kortdurend verblijf
29.155
29.155
0
31.825
31.825
0
2.670
2.670
0
Huishoudelijke ondersteuning
28.420
28.420
0
25.700
25.700
0
-2.720
-2.720
0
Hulpmiddelen
5.390
5.390
0
6.030
6.030
0
640
640
0
Vervoer
8.339
8.339
0
10.151
10.151
0
1.812
1.812
0
Totaal
71.304
71.304
0
73.706
73.706
0
2.402
2.402
0
Afwijking
Bedragen x € 1.000
Bij de primaire begroting 2023 is besloten om een pas op de plaats te maken en de begroting vooralsnog gelijk te houden aan het niveau van 2022. Daarbij is rekening gehouden met de aanwezige ruimte in de begroting omdat niet alle indicaties verzilverd kunnen worden als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Op sommige voorzieningen verwachtten we een plus en andere een min, per saldo leken de verschillen in financiële zin elkaar uit te middelen. Aangegeven is dat bij de 1ste Bestuursrapportage 2023 (lees: Voorjaarsbrief 2023) de begroting wordt aangepast door te schuiven tussen de verschillende programmaonderdelen. Door de vergrijzing, de extramuralisering van de zorg en de beweging naar langer zelfstandig thuis wonen het beroep op de Wmo komende jaren verder zal toenemen. Naast de stijging van de vraag naar voorzieningen moet ook rekening worden gehouden met hogere tarieven van de aanbieders.
9
Begeleiding De afwijking op het programmaonderdeel Begeleiding bedraagt € 2,7 miljoen. Dit komt omdat de primaire begroting 2023 gelijk is gehouden aan het niveau van 2022 en nog niet is geactualiseerd naar een reële stand van de te verwachten kosten. Vooralsnog is niet te verwachten dat het aantal nieuwe klanten sneller toeneemt dan voorgaande jaren of dat de tarieven van de aanbieders harder stijgen gebruikelijk. Huishoudelijke ondersteuning Voor 2023 houden we rekening met 7% groei van het klantenbestand. Daarnaast zijn de tarieven van de aanbieders volgens de cao-verhoging van de HBH-loonschalen in 2023 met 2,9% verhoogd. In de begroting is reeds rekening gehouden met eventuele onderuitnutting van nieuwe indicaties als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt waardoor indicaties niet meteen kunnen worden verzilverd. Hulpmiddelen Bij de hulpmiddelen vallen de lasten hoger uit als gevolg van een sterke stijging van de tarieven van de voorzieningen in 2023. De stijging van de lonen en de prijzen van materialen, grondstoffen en de energiekosten, werken via de contractueel overgekomen jaarlijkse prijsindexatie door in de tarieven van de aanbieders. De verwachting is dat de ontwikkeling van de tarieven in 2024 weer normaliseert. Vervoer Het Wmo vervoer valt uiteen in collectief vervoer via de Drechthopper en Wijkhopper en in individuele vervoersvoorzieningen (o.a.
scootmobielen, aangepaste fiets, etc.). Voor het collectieve vervoer geldt dat de uitkomsten zoals vastgelegd in de uitgangspuntennotitie zijn toegepast op de door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA) van Stroomlijn vastgestelde begroting 2023. Stroomlijn houdt in deze begroting rekening met een verwachte kostenstijging door de (voorlopige) NEA-prijsindexatie van 10%. Door de landelijke krapte op de arbeidsmarkt is het voor Stroomlijn moeilijk om chauffeurs en regiepersoneel te behouden of nieuw personeel binnen te halen. Daarom heeft Stroomlijn haar personeel ook eenmalig 5% extra loonsverhoging geboden. De individuele vervoersvoorzieningen hebben net als de hulpmiddelen te maken met een sterke stijging van de tarieven van de aanbieders door hogere lonen en gestegen prijzen van materialen, grondstoffen en de energiekosten. Dit zien we terug in de jaarlijkse indexatie van de tarieven van de aanbieders.
4.4 BEDRIJFSVOERING Wat zijn de kosten? Opgave
Actuele begroting 2023
Voorjaarsbrief 2023
Bedrijfsvoering
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Apparaatskosten
53.713
45.612
-8.101
58.391
54.828
-3.563
4.678
9.216
4.538
Totaal
53.713
45.612
-8.101
58.391
54.828
-3.563
4.678
9.216
4.538
Afwijking
Bedragen x € 1.000
De bedrijfsvoeringskosten stijgen in de begroting 2023 met circa € 3,8 mln. Deze stijging wordt voor een groot deel veroorzaakt door onvermijdelijke kosten, die in eerdere bestuursrapportages zijn aangekondigd en/of in de uitgangspuntennotitie voor de begroting 2024 en de actualisatie 2023 zijn vastgesteld. De belangrijkste ontwikkelingen worden onderstaand toegelicht.
Loon- en prijsindex Prijsindex 2023 (aanvulling 3,0%) Loonindex boekjaar 2023 principeakkoord Totaal loon- en prijsindex
B2023 380.000 2.262.885 2.642.885
10
De totale loon- en prijsindex is berekend op € 2,6 mln.In de uitgangspuntennotitie zijn afspraken gemaakt voor de loon- en prijsindex inclusief een actualisatie voor het jaar 2023. Tijdens het opstellen van de voorjaarsbrief 2023 en de begroting 2024 is het principeakkoord voor de cao van 2023 bekend geworden. Op verzoek van het regionaal controllers overleg is het principeakkoord 2023 verwerkt in de begroting 2024 en de voorjaarsbrief 2023. Dit past in het principe van het opstellen van een reële begroting.
Ontwikkeling onvermijdelijke kosten Energiekosten Huisvestingskosten Overige ontwikkelingen contracten Totaal onvermijdelijke kosten
B2023 200.000 250.000 99.000 549.000
In de uitgangspuntennotitie 2024 en de voorjaarsbrief 2023 was een stijging van de energiekosten en de huisvestingskosten aangekondigd. Daarnaast hebben enkele aanbestedingen geleid tot een hogere stijging van de kosten dan via de prijsindex was berekend. Het betreft onder andere contracten voor arbo, verzekeringen, portokosten en accountantskosten. Tot slot in het kort nog enkele andere ontwikkelingen. • Op 13 oktober 2022 heeft het AB ingestemd met het voorstel voor afbouw van de impuls statushouders naar reguliere dienstverlening. Met dit besluit groeit de reguliere formatie komende jaren door afbouw van het budget impuls statushouders. • Een deel van de participatiemiddelen wordt ingezet voor de apparaatskosten. Vanaf 2023 is een bedrag van circa € 500K overgeheveld van Ontwikkelen naar werk naar de apparaatskosten. Daarmee loopt de financiering in het vervolg ook via de opgave bedrijfsvoering. De baten stijgen met € 8,2 mln. Enerzijds heeft de stijging betrekking op de hierboven benoemde kostenstijgingen van € 3,7 mln. Anderzijds betreft het een verplaatsing van de financiering van apparaatskosten vanuit participatie naar bedrijfsvoering. Dat betekent een budgetneutrale verschuiving binnen de begroting van de SDD.
11
5 BIJLAGEN
Totaal
3.520
288
524
639
580
1.176
7.158
Bestaanszekerheid versterken
431
3.520
288
524
639
580
1.176
7.158
Inkomensondersteuning
223
2.215
102
202
305
314
694
4.055
Inburgering
151
899
138
234
240
193
340
2.195
Apparaatskosten
57
406
47
88
94
73
142
908
30
334
3
26
75
49
84
600
Bestaanszekerheid versterken
30
334
3
26
75
49
84
600
Kinderopvangtoeslagaffaire
30
334
3
26
75
49
84
600
Inkomensregelingen
8.187
83.763
4.048
7.697
11.471
11.715
25.476
152.357
Bestaanszekerheid versterken
8.187
83.763
4.048
7.697
11.471
11.715
25.476
152.357
Inkomensondersteuning
naar Taakveld - Opgave - product
Sliedrecht
431
Bijdragen gemeenten
Dordrecht
Zwijndrecht
Papendrecht
H.I. Ambacht
HardinxveldGiessendam
Alblasserdam
5.1 BIJDRAGEN PER GEMEENTE
bedragen x € 1.000 6.1
6.2
6.3
Samenkracht en burgerparticipatie
Toegang en eerstelijnsvoorzieningen
6.151
61.197
2.976
5.685
8.411
8.754
19.106
112.282
Budgetadvies en Schuldbemiddeling
5
71
4
5
8
8
19
120
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
111
1.213
52
122
187
172
314
2.172
Minimabeleid
539
5.828
279
594
829
762
1.693
10.525
Apparaatskosten
1.381
15.453
736
1.291
2.035
2.019
4.343
27.258
6.4
1.659
22.042
1.163
2.052
2.810
4.171
33.897
Ontwikkelen naar werk
1.659
22.042
1.163
2.052
2.810
4.171
33.897
Drechtwerk
1.659
22.042
1.163
2.052
2.810
4.171
33.897
6.5
1.054
13.432
466
1.022
1.549
1.413
3.376
22.313
1.054
13.432
466
1.022
1.549
1.413
3.376
22.313
2
21
1
3
3
5
34
WSW en beschut werk
Arbeidsparticipatie
Bestaanszekerheid versterken Minimabeleid Statushouders
28
164
14
41
44
34
62
387
Participatie
421
5.665
188
402
615
563
1.358
9.212
Apparaatskosten
604
7.582
264
578
888
814
1.951
12.680
935
6.838
800
1.438
1.795
1.636
3.132
16.574
Zorgen voor ondersteuning
935
6.838
800
1.438
1.795
1.636
3.132
16.574
Hulpmiddelen
380
2.264
323
530
551
517
1.267
5.832
Vervoer
466
3.932
401
773
1.077
966
1.569
9.184
89
642
76
135
167
153
296
1.558
1.484
10.831
1.236
1.994
2.888
2.297
4.334
25.064
Zorgen voor ondersteuning
1.484
10.831
1.236
1.994
2.888
2.297
4.334
25.064
Huishoudelijke ondersteuning
1.444
10.542
1.203
1.941
2.811
2.236
4.219
24.396
40
289
33
53
77
61
115
668
Begeleiding (WMO)
1.605
13.790
1.630
1.806
2.573
3.054
4.469
28.929
Zorgen voor ondersteuning
1.605
13.790
1.630
1.806
2.573
3.054
4.469
28.929
6.6
Maatwerkvoorzieningen (WMO)
Apparaatskosten 6.71A
Hulp bij het huishouden (WMO)
Apparaatskosten 6.71B
12
Begeleiding en kortdurend verblijf
1.220
10.643
1.283
1.374
1.962
2.352
3.419
22.253
Apparaatskosten
385
3.147
347
432
611
702
1.050
6.676
6.71C
705
4.709
1.097
1.008
1.263
1.175
1.718
11.676
Zorgen voor ondersteuning
705
4.709
1.097
1.008
1.263
1.175
1.718
11.676
Begeleiding en kortdurend verblijf
536
3.643
869
770
965
906
1.317
9.006
Apparaatskosten
169
1.066
228
238
298
269
401
2.670
6.81A
Dagbesteding (WMO)
Beschermd wonen (WMO)
1.143
1.143
Bedrijfsvoering
1.143
1.143
Apparaatskosten
1.143
1.143
Totaal generaal
16.090
160.402
9.567
16.679
24.305
24.730
47.937
299.711
13
5.2 RISICO'S In deze bijlage zijn nieuwe en gewijzigde risico's en kansen opgenomen die een materiële invloed op de financiële positie kunnen hebben, maar onvoldoende zeker zijn om in de begroting op te nemen. Omschrijving
Kans
Totale Impact (€) Toelichting omvang (€)
Bestandsontwikkeling inkomensondersteuning
Matig (25%)
800.000
Ziekteverzuimpercentage binnen tarief Wmo HO
Zeer groot (90%)
375.000
Meerkosten Wmo vervoer en hogere NEA-indexatie 2023
Zeer groot (90%)
330.000
Herijking minimabeleid
Ontwikkeling kosten Wmo
p.m.
Zeer groot (90%)
Arbeidsontwikkeling
p.m.
Energietoeslag
p.m.
2.100.000
200.000 De prognose is dat eind 2023 het aantal klanten maximaal 6.050 zal zijn. Mocht deze prognose niet gehaald worden en blijken er 100 klanten meer te zijn is er een risico van € 800.000. 337.500 In de kostprijsberekening tarieven Wmo HO wordt rekening gehouden met een ziekteverzuimpercentage van 5,63%. Afgelopen jaren lag het werkelijke ziekteverzuimpercentage als gevolg van Corona en de hoge werkdruk in de Zorg beduidend hoger. De verwachting is dat dit komende jaren ook zo nog zal zijn. Vanuit de aanbieders is het verzoek gekomen om het ziekteverzuimpercentage binnen de kostprijsberekening aan te passen naar een reëel percentage. 297.000 Bij de aanbesteding van het collectievervoer is het contract van Maasstad overgenomen door MRC, waardoor voor 2023 € 120.000 meerkosten zijn ontstaan. Onderzocht wordt nog of deze meerkosten kunnen worden verhaald op Maasstad. In de vastgestelde begroting 2023 van Stroomlijn is gerekend met een voorlopige NEA-indexatie van 10%. Inmiddels is duidelijk dat de indexatie hoger uitvalt, namelijk 13,7%. De verwachting voor 2023 is dat door de hogere indexatie de vervoerskosten met € 210.000. In 2022 vond er een herijking minimabeleid plaats. De herijking minimabeleid heeft o.b.v. van de gemeentelijke beleidswensen geleidt tot aanpassingen in beleid en een financieel effect op de begroting 2023.
De financiële vertaling is verwerkt in de voorjaarsbrief. Het werkelijke effect van de herijking wordt gedurende het jaar gemonitord en zal bij de jaarrekening o.b.v. nut worden afgerekend. 1.890.000 Bij de vaststelling van de primaire begroting 2023 is besloten om een pas op de plaats te maken en de begroting vooralsnog gelijk te houden aan het niveau van 2022. Daarbij is rekening gehouden met ruimte in de begroting omdat niet alle indicaties verzilverd kunnen worden als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Op sommige voorzieningen verwachtten we een plus en andere een min, per saldo leken de verschillen in financiële zin elkaar uit te middelen. Wat we op dat moment niet voorzagen was dat de prijzen voor de lonen, materialen en grondstoffen enorm hard zouden stijgen. Deze ontwikkeling zien we terug in de prijsindexaties 2023 voor de Wmo voorzieningen, die uitzonderlijk hoog zijn ten opzichte van voorgaande jaren. --> Risico afgevoerd. Bij de Voorjaarsbrief is de begroting aangepast op het beschreven risico. Door krapte op de arbeidsmarkt is het lastig om (goed opgeleid en ervaren) personeel te werven. Ook bij de SDD staan vacatures lang open. De schaarste op de arbeidsmarkt zal op korte termijn niet direct een knelpunt zijn bij de kwaliteit van dienstverlening aan de klanten van de SDD. Op langere termijn kan dat echter wel het geval zijn.
De SDD doet allerlei inspanningen om goed personeel te werven en te behouden. Voor de Energietoeslag 2023 is er landelijk € 1,4 miljard beschikbaar gesteld. Een deel van dit budget is beschikbaar gesteld bij de decembercirculaire 2022. Het resterende budget wordt bij de meicirculaire bekend gemaakt. De verwachting is dat
14
Huisvesting
Gemiddeld (50%)
300.000
Bedrijfsvoering
Gemiddeld (50%)
200.000
Matig (25%)
8.200.000
Bandbreedte in begroting voor onzekerheid
Ontwikkeling macrobudget
Totaal
Gemiddeld -1.500.000 (50%)
het beschikbaar gestelde budget onvoldoende zal zijn om alle kosten te vergoeden. 150.000 Het pand 'De Hellingen' wordt gehuurd tot en met het eerste kwartaal 2025. Investeringen zijn nodig om de functionaliteit van de panden op orde te houden, maar worden beperkt tot het strikt noodzakelijke. Ook de jaarlijkse onderhoudskosten kunnen oplopen, door de ouderdom van het pand. Er wordt steeds kritisch gekeken naar de noodzaak van investeringen en onderhoudsverplichtingen. Risico is dat de extra kosten niet binnen de bestaande budgetten kunnen worden opgevangen. Dit risico heeft zich in 2022 niet voortgedaan. In de primaire begroting 2023 is dit risico opgenomen. 100.000 De bedrijfsvoering moet aan steeds meer regels voldoen. Bijvoorbeeld de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en informatiebeveiliging, maar ook de steeds meer opkomende landelijke standaardisering. Daarnaast moet de informatisering aan steeds grotere eisen voldoen. We zien dat we als overheid minder snel van deze ontwikkelingen gebruik maken. De mogelijkheden die door de markt worden aangeboden en dat wat door onze inwoners wordt gebruikt, wijkt in toenemende mate van elkaar af. Systemen en hun onderlinge relatie/uitwisseling worden complexer en dat vraagt om heroverweging. Ook de sterke afhankelijkheid van de IT-systemen en daarmee onze kwetsbaarheid blijft een risico.
De grote(re) incidenten die we hebben afgelopen jaar hebben ervaren onderstrepen dit. 2.050.000 De begroting en meerjarenraming van de sociale dienst kent een bandbreedte, gezien de grote onzekerheden. De onderkant van de bandbreedte is in de begroting toegepast voor de budgetten en gemeentelijke bijdragen. Er is daarmee een risico dat budgetten en gemeentelijke bijdragen hoger worden. Ten opzichte van de bovenkant van de bandbreedte is het maximale risico € 8,2 miljoen. Hiervan is 25% in de risicoparagraaf opgenomen. -750.000 De Rijksbudgetten zijn bepaald aan de hand van een geprognosticeerd macro-budget op basis van de ontwikkeling van de klantaantallen volgens het CPB, Rijksbeleid, conjunctuur en de prijsbijstelling. De verwachting is een stijging van de klantaantallen. Door deze stijging zal ook het macrobudget toenemen. Een stijging van 100 klanten aan het begin van het jaar is een kans van € 1.500.000. 4.274.500
6 SLOT Deze Voorjaarsbrief 2023 is samen met de begroting 2024 en de jaarrekening 2022 voor zienswijzen aan de Gemeenteraden van de deelnemende gemeenten aangeboden.
15
Primaire begroting 2024-2027 Gemeenschappelijke Regeling Sociaal CONCEPT
Versie 24 maart 2023
INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding ...................................................................................................................3 1.1 Voorwoord ......................................................................................................................................3 1.2 Budgettaire kaders en uitgangspunten ...........................................................................................5 1.3 Samenvatting financiële resultaten ................................................................................................6
2 Programmabegroting ........................................................................................... 10 2.1 Opgave Bestaanszekerheid versterken ...................................................................................... 10 2.2 Opgave Ontwikkelen naar werk .................................................................................................. 14 2.3 Opgave Zorgen voor ondersteuning ............................................................................................ 20 2.4 Bedrijfsvoering ............................................................................................................................. 25 2.5 Algemene dekkingsmiddelen ...................................................................................................... 27 2.6 Vennootschapsbelasting ............................................................................................................. 27
3 Paragrafen ............................................................................................................. 28 3.1 Weerstandsvermogen en risicomanagement .............................................................................. 28 3.2 Onderhoud kapitaalgoederen ...................................................................................................... 31 3.3 Financiering ................................................................................................................................. 32 3.4 Bedrijfsvoering ............................................................................................................................. 35 3.5 Verbonden Partijen ...................................................................................................................... 38 3.6 Openbaarheidsparagraaf............................................................................................................. 45
4 Financiële begroting............................................................................................. 46 4.1 Overzicht van lasten en baten ..................................................................................................... 46 4.2 Toelichting lasten en baten.......................................................................................................... 47 4.3 Financiële positie ......................................................................................................................... 48 4.4 Verdeelsleutels ............................................................................................................................ 51 4.5 Investeringsplan .......................................................................................................................... 52
5 Vaststelling ........................................................................................................... 53 Bijlagen..................................................................................................................... 54 Bijlage A Bijdragen per gemeente per Opgave ................................................................................. 54 Bijlage B Bijdragen per gemeente per taakveld ................................................................................ 55 Bijlage C Overzicht van lasten en baten per taakveld ....................................................................... 56 Bijlage D Meerjarenbijdrage per gemeente per taakveld .................................................................. 57 Bijlage E Ramingsuitgangspunten per Opgave................................................................................. 58 Bijlage F Beleidsindicatoren .............................................................................................................. 63 Bijlage G Begrotingssubsidies ........................................................................................................... 64
2
1 Inleiding 1.1 Voorwoord Voor u ligt de primaire begroting 2024 van de GR Sociaal. Het is het tweede jaar dat Drechtwerk onderdeel uitmaakt van de begroting van de GR Sociaal. Daarmee hebben beide organisatieonderdelen, Sociale Dienst Drechtsteden en Drechtwerk, een plek gekregen in deze begroting. Op basis van het 'Financieel Kader' is voorafgaand aan het uitwerken van deze begroting samen met gemeenten een uitgangspuntennotitie en een beleidsagenda opgesteld. Die twee stukken zijn besproken en daarna vastgesteld in het Algemeen Bestuur begin 2023.De uitgangspunten zijn onverkort opgenomen in de bijlagen bij deze begroting. De prognoses in deze begroting zijn gebaseerd op deze vastgestelde uitgangspunten en bevatten geen beleidswijzigingen. Voor beleidsvoorstellen die voortkomen uit de beleidsagenda of die op verzoek van het bestuur zijn opgesteld naar aanleiding van actuelere ontwikkelingen geldt dat deze eerst voor besluitvorming zullen worden voorgelegd, en pas dan verwerkt zullen worden in de begroting. Wanneer er tussen het opstellen van deze begroting en de daadwerkelijke besluitvorming informatie beschikbaar komt, bijvoorbeeld vanuit het Rijk of het CPB, die significante gevolgen heeft voor de prognoses, zullen wij in een aparte oplegger het bestuur hierover informeren met eventueel een voorstel tot aanpassing van de voorliggende begroting.
De opgaven zoals deze vastliggen in de Regionale Visie Sociaal Domein zijn de basis voor de activiteiten van de GR Sociaal. De ambities die daarin zijn opgenomen en gezamenlijk met onder andere gemeenten zijn geformuleerd, zijn nog steeds actueel en vormen ook de basis waarlangs deze begroting is opgebouwd. In 2024 willen we gaan werken met een vernieuwde manier van doelstellingen, jaarlijkse activiteiten en prestatie-indicatoren die, waar dit zinvol is, ook een plek zullen gaan krijgen in de primaire begroting vanaf 2025. Het opstellen van een begroting gaat gepaard met vooruitkijken en is in die zin altijd onzeker. In de huidige context zijn er meerdere factoren die een onzekere invloed hebben. Sinds maart 2020, het begin van de coronacrisis, is de conjuncturele ontwikkeling uitermate lastig te prognosticeren. Anno 2023 geldt dit nog steeds en blijft de economische situatie instabiel, met hoge inflatie, fundamentele aantasting van de koopkracht van een grote groep huishoudens, oorlog binnen de Europese grenzen, een groeiende vluchtelingenstroom uit derde landen en de nodige binnenlandse strubbelingen die de samenleving en de economische ontwikkeling verder onder druk dreigen te zetten. Zorgwekkend zijn ook de signalen dat veel ondernemers begin 2023 niet kunnen voldoen aan de terugbetaling van de ontvangen coronasteun.
Dit gaat met name over de landelijke regeling Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW). Welke impact dit heeft, in hoeverre bij de afwikkeling coulance wordt betracht en welke gevolgen dit gaat hebben voor de arbeidsmarkt valt nog niet te voorzien. Aan de andere kant zien we dat de verwachte recessie in de tweede helft 2022 is uitgebleven en dat de economische groei over heel 2022 met 4,5% een stuk hoger was dan verwacht. Prognoses van de geijkte adviesorganen (CPB, DNB en CBS) waarop we ons mede baseren, bleken en blijken door al dit soort ontwikkelingen in het huidige tijdsgewricht maar een beperkte houdbaarheid te hebben. In (de aanloop naar) 2024 zullen we de conjuncturele ontwikkelingen nauwgezet blijven volgen en verwerken in actuele vooruitzichten voor de opgave Versterken Bestaanszekerheid. Hoewel de prognose van de DNB, met een verwachte economische groei van 0,8% in 2023 en 1,6% in 2024, ook voor de toekomst een positief beeld schetst is de huidige economische situatie nog instabiel door de oorlog in Oekraïne en de oplopende geopolitieke spanningen. De economische groei in 2022 heeft er tevens tot geleid dat de werkloosheid in het tweede kwartaal van 2022 een historisch laag niveau van 3,3% heeft bereikt.
In het spanningsveld tussen enerzijds een hogere economische groei en een historisch lage werkloosheid manifesteerde zich echter ook een record in de krapte op de arbeidsmarkt met een verhouding van 143 vacatures op elke 100 werklozen medio 2022 (CBS). Die krapte zien we ook terug binnen de opgave Zorgen voor Ondersteuning en het aantal vacatures bij zorgaanbieders.
3
Een gespannen arbeidsmarkt kent ook een hoge mate van concurrentie. Dat betekent dat de positie van onze doelgroep in een gespannen arbeidsmarkt niet direct een voordeel halen ook al lijkt dat op het eerste gezicht wel zo omdat er veel vacatures zijn. Doorkijk per opgave Voor de opgave Versterken Bestaanszekerheid blijven we de dienstverlening doorontwikkelen in lijn met de ingezette weg vanuit de Visie sociaal domein Drechtsteden. We worden daarin gesteund door de voorgenomen versoepelingen in de Participatiewet en zoeken aansluiting bij de ontwikkellijnen binnen het landelijke programma Aanpak geldzorgen, armoede en schulden. Daarnaast starten we 2024 met een nieuwe collectieve zorgverzekering voor minima (CZM) en leggen we extra focus op het verhogen van het bereik van onze regelingen. Dit laatste mede in de verwachting dat de tijdelijke, generieke maatregelen van het kabinet om de koopkracht van huishoudens te ondersteunen met ingang van 2024 worden beëindigd. De belangrijkste ontwikkelingen voor de opgave Ontwikkelen naar Werk zijn de verdere concrete invulling van instrumenten om de uitstroom naar werk te bevorderen en de verdere intensivering van de samenwerking tussen de organisatieonderdelen Sociale Dienst Drechtsteden en Drechtwerk.
Nu beide onderdelen samengevoegd zijn in de GR Sociaal, kan via de kant van de inhoud verder vorm worden gegeven aan Ontwikkelen naar Werk. Drechtwerk is daarmee voor nu vooral nog technisch opgenomen in de begroting 2024. Langs de kant van de inhoud wordt met de komst van de directeur Drechtwerk & Werk sinds eind januari 2023 vormgegeven aan een toekomstvisie op dit punt en het daadwerkelijk intensiveren van de onderlinge samenwerking om zoveel mogelijk inwoners uit de Drechtsteden naar en tijdens werk te ondersteunen. Momenteel wordt er gewerkt aan een gezamenlijk plan van aanpak dat in 2023 verder met gemeenten en bestuur vorm zal krijgen. De inhoud krijgt daarmee in de beleidsagenda voor 2024 (oplevering eind 2023) verder een plek. Eventuele financiële consequenties krijgen een plek in de voorjaarsbrief 2024 en in de begroting vanaf 2025. Er wordt dus echter gestart bij de inhoud. Binnen de opgave Zorgen voor Ondersteuning speelt op dit moment een aantal ontwikkelingen die de ondersteuning onder druk zetten. In de eerste plaats de toenemende groei in relatie tot de krapte op de arbeidsmarkt. In de tweede plaats de stijgende kostprijzen en cao-lonen, waardoor de uitgaven Wmo stijgen. Deze twee ontwikkelingen vragen om interventies in de vraagkant en de aanbodkant om de continuïteit van de ondersteuning naar de toekomst te borgen.
Daar ligt dan ook de primaire focus binnen deze opgave. Behalve bovenstaande punten wordt in 2023 en 2024 op alle drie de opgaven gewerkt aan een herijkingsproces. Het gaat dan om Zorgen voor Ondersteuning voor wat betreft de Wet maatschappelijke ondersteuning, Bestaanszekerheid versterken voor wat betreft schuldhulpverlening (start 2024) en voor zowel Ontwikkelen naar Werk als Bestaanszekerheid versterken om de herijking van de Participatiewet, zowel regionaal als landelijk (Participatiewet in balans). Wat de uitkomsten van deze trajecten zijn en hoe de financiële consequenties er uit zien, is op dit moment dus nog niet duidelijk. De uitwerking en besluitvorming zal plaatsvinden via de afgesproken route van beleidsvoorstellen. Pas na besluitvorming hierop wordt dit verwerkt in de begroting. In de begroting 2024 is daarom het resultaat van de herijking minimabeleid wel voor het eerst volledig verwerkt. Met het verder ontwikkelen van de informatievoorziening verwachten we gemeenten steeds beter te kunnen faciliteren in de behoefte aan realtime informatievoorziening via het dashboard dat op dit moment al toegankelijk is voor gemeenten. In 2023 leveren we een hernieuwd plan van aanpak op, halen we bij en met gemeenten input op met betrekking tot wensen. Deze worden vervolgens geprioriteerd in de tijd.
Daarnaast werken we aan een wijze waarop we het bestuur en de gemeenten periodiek informeren over de stand van zaken van ons werk, de resultaten daarvan en wat het heeft gekost. De inzet daarvan is gemeenten maximaal te informeren en inbreng te laten geven op een aantal vaste momenten. Die momenten zijn nu: voorafgaand aan het jaar (begroting), gedurende het jaar (periodieke rapportages – in ontwikkeling) en aan het eind van het jaar (jaarrekening). We bezien hoe er eventueel meer en andere momenten bij kunnen komen.
4
1.2 Budgettaire kaders en uitgangspunten Om de verbinding te versterken, stellen de gemeenten en de GR Sociaal gezamenlijk jaarlijks een uitgangspuntennotitie op. De uitgangspunten uit deze notitie dienen als basis voor het opstellen van de primaire begroting 2024 en voor de meerjarenraming 2025 tot en met 2027. Op deze manier zijn gemeenten tijdig betrokken in het proces om te komen tot de primaire begroting 2024 GR Sociaal. De uitgangspunten worden in deze paragraaf nader toegelicht. Samenvoeging Sociale Dienst Drechtsteden en Drechtwerk Vanaf 2023 zijn de Sociale Dienst Drechtsteden en Drechtwerk samengevoegd in de gewijzigde GR Sociaal. De primaire begroting 2024 is de eerste keer dat de beide uitvoeringsorganisaties één primaire begroting opstellen. De hoofdstructuur van de programmabegroting is niet aangepast en blijft opgebouwd aan de hand van drie opgaven, Bestaanszekerheid versterken, Ontwikkelen naar werk en Zorgen voor ondersteuning. Drechtwerk is als onderdeel opgenomen in de opgave Ontwikkelen naar werk. Dit is apart zichtbaar gemaakt in verband met de verrekening van de kosten. Niet alle Drechtstedengemeenten nemen immers deel aan Drechtwerk. Financiële bijdragen gemeenten De grondslag voor de financiële bijdrage van de gemeenten aan de GR Sociaal ligt vast in de Bijdrageverordening 2023. Hierin zijn drie soorten bijdragen benoemd: 1.
een bijdrage aan de uitvoeringsorganisatie Sociale Dienst Drechtsteden voor de taken en bevoegdheden uit artikel 5 van de regeling; 2. een bijdrage aan de uitvoeringsorganisatie Drechtwerk voor de taken en bevoegdheden uit artikel 6; 3. een op basis van een dienstverleningsovereenkomst (DVO) voor de taken, die buiten de taken opgenomen in artikel 5 en 6 van de regeling zijn opgenomen. Verdeelsleutels Het ophalen van de eerste twee bijdragen gaat aan de hand van een aantal verdeelprincipes de daarbij horende verdeelsleutels. In 2021 zijn de verdeelsleutels van de Sociale Dienst Drechtsteden samen met de gemeenten geactualiseerd aan de hand van zeven criteria: uitlegbaar, transparant, eenvoudig, toekomstbestendig, maatwerk en integraliteit faciliteren en stabiliteit. Dit heeft geresulteerd in nieuwe verdeelsleutels, die per 2021 zijn vastgesteld en die vanaf het begrotingsjaar 2023 volledig ingevoerd zijn. Om het financiële herverdeeleffect van de nieuwe verdeelprincipes en -sleutels te dempen, werd aanvankelijk besloten tot een ingroeiperiode van vier jaar. Mede naar aanleiding van de herijking van het regionale minimabeleid heeft het Algemeen Bestuur op 1 december 2022 besloten de begroting vanaf 2023 volledig te verrekenen via de nieuwe verdeelsleutels. Dat betekent dat in de begroting 2024 alleen de nieuwe verdeelsleutels zijn gehanteerd.
De verdeelsleutels van zowel de SDD als Drechtwerk zijn opgenomen in paragraaf 4.4. Financieel kader De Uitgangspuntennotitie 2024-2027 is in januari j.l. vastgesteld door het Algemeen Bestuur en tot stand gekomen in co-creatie met de gemeenten vanaf het najaar 2022. De notitie is de basis voor de primaire begroting en is in dit document vertaald in een financiële begroting. Er is reëel geraamd aan de hand van de ontwikkeling van de trends. Op basis van de septembercirculaire 2022 is kostenindexering toegepast. De loonkosten stijgen met 3,9% en prijzen met 2,5%. Daarnaast is er een nacalculatie over de primaire begroting 2023 toegepast. In tegenstelling tot wat er benoemd staat in de Uitgangspuntennotitie 2024-2027, is de nacalculatie van de loonkosten uit de primaire begroting 2023 gedaan op basis van het principeakkoord van de CAO. Het principeakkoord is eind februari 2023 gesloten tussen de VNG en de vakbonden. Het aanpassen van dit uitgangspunt is op verzoek van en na overleg met de Drechtsteden gemeenten gedaan. Voor de prijsindexering geldt een nacalculatie van 3%. In de primaire begroting 2023 is rekening gehouden met een stijging van 1,9%. Op basis van de circulaire is de stijging voor 2023 4,9%. Dat betekent een aanvullende stijging. Kapitaallasten worden niet geïndexeerd.
5
Bandbreedte meerjarenramingen In de primaire begroting is een meerjarenraming opgenomen voor de drie volgende jaren. Gezien de grote onzekerheden en de vele ontwikkelingen is het lastig om deze op te stellen. Het uitgangspunt voor de primaire begroting is reëel ramen en rekening te houden met de onzekerheden. Maar net als in vorige begrotingen wordt in de primaire begroting 2024 voor de meerjarenraming een bandbreedte op de onzekerheid gehanteerd. Deze zal oplopen van +2/-2% voor 2025 tot +6/-6% voor 2027. De onderkant van de bandbreedte is in de meerjarenraming opgenomen. In de risicoparagraaf is de bandbreedte als risico benoemd. Ramingsuitgangspunten en percentages per opgave zijn opgenomen in de bijlage.
1.3 Samenvatting financiële resultaten Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Bestaanszekerheid versterken
118.266
128.181
129.975
130.587
131.323
Ontwikkelen naar werk
53.596
56.004
56.118
55.598
54.612
Zorgen voor ondersteuning
71.304
77.503
79.872
80.642
79.729
Bedrijfsvoering
53.713
61.801
61.067
60.713
60.631
Totaal lasten
296.879
323.489
327.032
327.540
326.295
Bestaanszekerheid versterken
118.266
128.181
129.975
130.587
131.323
Ontwikkelen naar werk
61.697
59.434
59.014
58.446
57.384
Zorgen voor ondersteuning
71.304
77.503
79.872
80.642
79.729
Bedrijfsvoering
45.612
58.371
58.171
57.865
57.859
Totaal baten
296.879
323.489
327.032
327.540
326.295
0
0
0
0
0
Meerjarenbegroting 2024-2027 Lasten
Baten
Saldo van lasten en baten Bedragen x € 1.000
Toelichting Toelichting per opgave Bestaanszekerheid versterken Bij het onderdeel Inkomensondersteuning is er een stijging te zien van € 11,5 miljoen. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere lasten Bijstand (als gevolg van de stijging van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2023) en hogere uitgaven LKS. Daarnaast neemt Minimabeleid af met € 1,6 mln. In dit onderdeel is de herijking 2023 en het over hevelen van de subsidiëring van het SMS-Kinderfonds aan Stichting Leergeld Drechtsteden naar de gemeenten per 1 januari 2024 meegenomen. De overige onderdelen zijn nagenoeg gelijk gebleven. Een verdere toelichting op de opgave is opgenomen in hoofdstuk 2.1. Ontwikkelen naar werk In verband met het samenvoegen van GR Drechtwerk met GR Sociaal worden de lasten en baten van Drechtwerk vanaf 1 januari 2023 verantwoord onder deze opgave. Het is samengevoegd met het onderdeel Wsw en is apart zichtbaar onder de deelopgave Drechtwerk. In de begroting 2024 is hoogte van de subsidie conform de Integratie-uitkering Participatie onderdeel Wsw van de septembercirculaire 2022 opgenomen. Ook is er rekening gehouden met een loon- en prijscorrectie.