CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

A02. 20210414 Serviceorganisatie Jeugd ZHZ, Nota van reactie op zienswijzen begrotingswijziging 2021 SOJ.pdf

Commissie Samenleving Papendrecht 20 mei 2021, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Lijst ingekomen stukken en mededelingen11.926 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aan de colleges van burgemeester en wethouders en gemeenteraden van de 10 gemeenten in Zuid-Holland Zuid

Uw kenmerk

Ons kenmerk UIT / 2104730

Datum 14 april 2021

Onderwerp Nota van reactie op zienswijzen begrotingswijziging 2021 SOJ

Bijlage(n) 2

Behandeld door/telefoonnummer J. van der Linden / 078-770 2352

Geacht college en geachte leden van de gemeenteraad, In het AB van 12 november 2020 is de begrotingswijziging voor 2021 behandeld naar aanleiding van de eerste en tweede bestuursrapportage. De begrotingswijziging is vervolgens ter zienswijze voorgelegd aan gemeenten. In de bijlage vindt u de uitgebrachte zienswijzen en de reactie van het dagelijks bestuur hierop. In deze brief informeren wij u over het besluit dat het algemeen bestuur DG&J heeft genomen, overwegende de zienswijzen van de deelnemende gemeenten. De samenvatting van de zienswijzen, de overwegingen en reactie hierop is opgenomen in de eveneens bijgevoegde adviesnota. Besluit Het algemeen bestuur DG&J heeft op 8 april 2021 na weging van de ontvangen zienswijzen besloten tot de voorgelegde begrotingswijziging ter hoogte van € 12,255 mln. Wij verzoeken u deze brief samen met de nota van reactie en adviesnota ter informatie aan te bieden aan uw gemeenteraad. Met vriendelijke groet, Het dagelijks bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd, de secretaris, de voorzitter,

C. Vermeer

H. van der Linden

1

Conceptvoorstel Algemeen Bestuur 8 april 2021 Onderwerp: zienswijzen gemeenten begrotingswijziging 2021 n.a.v. 1e 2e burap 2020

Voorstel 1. Op basis van de zienswijzen te besluiten tot de voorgelegde begrotingswijziging ter hoogte van € 12,255 mln.

Kern van de zaak De meerderheid van de gemeenten stemmen in met de begrotingswijziging. Alblasserdam, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht en Papendrecht hebben aangegeven niet te kunnen instemmen met de begrotingswijziging. Alblasserdam stemt niet in vanwege ontbrekende voortgang in het beteugelen van de kosten. Hardinxveld-Giessendam stemt niet in wegens zorgen over de betrouwbaarheid van de prognose en de rekensystematiek. Hendrik-Ido-Ambacht geeft aan dat verhoging van de begroting niet acceptabel is zonder concrete maatregelen die de geschetste kostenreducties onderbouwen. Papendrecht stemt niet in en draagt het bestuur op om de komende 11 maanden te gebruiken om maatregelen te nemen om binnen de begroting 2021 te blijven. In aanvulling op bovengenoemde punten zijn de belangrijkste (gemeenschappelijke) punten waarvoor gemeenten aandacht vragen:    

Realistisch begroten Uitblijven kostenreductie en sturing op de maatregelen Tussentijdse informatievoorziening Reductie kosten Serviceorganisatie en kosten fraudecontrole

Deze punten worden hieronder verder toegelicht en van reactie voorzien. Daarnaast vindt u in de bijlage de nota van reactie op de zienswijzen van de gemeenten.

Toelichting kern van de zaak Realistisch begroten Dit punt komt prominent naar voren in de zienswijzen van gemeenten. Gemeenten vragen aandacht voor een realistische begroting. Dit was ook een belangrijk punt bij de zienswijzen op de begrotingswijziging 2020. Daar is de spagaat benoemd tussen enerzijds de wens kostenreducties in de begroting op te nemen om druk te houden en anderzijds realistisch begroten met enige prudentie bij het verwerken van taakstellingen en rekenschap geven van de stijging van de vraag naar jeugdhulp. Bij de reactie op die zienswijzen is toen al aangegeven dat dit tot een onoverbrugbaar spanningsveld heeft geleid tussen twee niet te verenigen doelen.

De belangrijkste oorzaken voor het niet realiseren van de begrotingsdoelstellingen zijn de forse taakstellingen die zijn opgenomen en de groeiende vraag naar jeugdhulp, met name op duur en intensiteit van de zorg. Gemeenten wensten in meerderheid deze taakstellingen te verwerken en geen rekening te houden met groei. In de meerjarenbegroting zijn overigens meerdere (behoedzamere) scenario's opgenomen. Deze behoedzamere scenario;s zijn op verzoek van controllers van gemeenten opgenomen. Gemeenten hadden en hebben de vrijheideen meer behoedzaam scenario dan het basisscenario (geen groei en 100% realisatie van besparingsdoelstellingen) te verwerken in hun eigen begroting, waardoor een begrotingswijziging hen niet of minder zou raken, maar wel leidt tot grotere effecten in de lokale meerjarige begroting.. Ook in de komende meerjarenbegroting 2022-2025 zullen weer meerdere scenario's worden opgenomen. Daarnaast heeft de meerderheid van gemeenten besloten de Nee tenzij regeling niet af te schaffen. De belangrijkste motivatie hiervoor was dat gemeenten langs de as van de inhoud de transformatie en uiteindelijk verlaging van de kosten wilden realiseren mede omdat het alternatief veel beheerskosten vraagt, kan leiden tot op maatschappelijke onrust. Door adviesbureau AEF is in opdracht van het Ministerie onderzoek gedaan de kostenstijging van jeugdhulp.

Gebleken is dat gemeenten in 2019 € 1,7 miljard meer uitgaven dan de door het Rijk toegekende middelen. Met een aandeel van onze regio van 2,6 procent (hetgeen op basis van het landelijk gemiddelde een tekort zou veronderstellen van ruim € 44 mln.) is het tekort in onze regio fors lager dan het landelijk gemiddelde1. Daarbij wordt opgemerkt dat er ook binnen onze regio grote verschillen zijn in het tekort per gemeente en de rijksmiddelen voor jeugdhulp per jeugdige per gemeente. De tekorten worden voornamelijk veroorzaakt door kostenstijgingen, met name op duur en intensiteit van de zorg, in de laatste jaren. De belangrijkste oorzaken genoemd in het rapport zijn dat jeugdigen langer in zorg blijven en de kosten per jeugdige stijgen. Daarbij wordt opgemerkt dat investering in preventie en het voorveld (nog) niet tot lagere kosten hebben geleid. Het rapport en de brief van de staatssecretaris signaleren dat de oplossing moet komen uit een combinatie van meer middelen en te treffen maatregelen. Het te realiseren voorzieningenniveau moet hierbij worden betrokken. Daarnaast wordt het invoeren van een eigen bijdrage genoemd. AEF stelt dat de budgetten voor jeugdhulp zijn gestoeld op onrealistische aannames en dat de onderzochte maatregelen maar voor een klein deel van het tekort soelaas bieden.

Bij ongewijzigde kaders (fundamentele discussie over het voorzieningenniveau, wat is jeugdhulp en wat niet en (ontbrekende) eigen bijdragen) wordt een verdere stijging van de kosten van jeugdhulp verwacht door AEF. Recentelijk hebben ook enkele grote zorgaanbieders aangegeven een groei te zien in de vraag naar jeugdhulp als gevolg van de voortdurende corona-crisis, waaronder crisissituaties. Uitblijven kostenreductie en sturing op de maatregelen Gemeenten hebben zorgen en zijn ontevreden over het uitblijven van de kostenreductie en vragen om scherpe sturing op de maatregelen die tot kostenreductie moeten leiden. Bij de eerste en tweede bestuursrapportage in 2020 zijn de bevindingen van het aanjaagteam onder de aandacht gebracht. Het aanjaagteam rapporteerde: "Het ontbreekt bij de uitvoering van de transformatie aan focus, prioritering en resultaatgerichtheid. En daardoor aan tempo. Om hierin verandering te brengen zijn een resultaatgerichte houding en meer strategische sturing nodig". Inmiddels is deze sturing ingericht met een nieuwe governancestructuur op de aansturing van maatregelen waarvoor de gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk voor zijn. Voor veel projecten zijn gemeenten overigens zelf verantwoordelijk. Deze projecten rendeerden in 2020 nog niet allemaal waardoor de

1

In 2020 obv 1e burap 11,0 mln. Dit betreft dan alleen de kosten van ZIN en PGB en is exclusief de middelen die gemeenten er zelf in steken en de bijdrage aan het jeugddeel voor Veilig Thuis. Wat gemeenten zelf nog aan kosten makenis bij SOJ niet bekend maar schatten wij in op 4 a 5 mln

kostenreducties een jaar doorgeschoven moesten worden en de zorgvraag, met name duur en intensiteit van de zorg in de tussentijd ook was doorgegroeid. Van de meeste van de 28 maatregelen opgenomen in het Aanjaagplan zijn gemeenten en Stichting Jeugdteams trekker. De Serviceorganisatie neemt de maatregelen waarvoor zij verantwoordelijk is voortvarend ter hand. Dit betreft de nieuwe Inkoop 2022, contractmanagement 3.0 en de businesscase h153/h329. De Serviceorganisatie streeft maximaal rendement na op haar projecten en ondersteunt daar waar van toepassing de gemeentelijke projecten.

Tussentijdse informatievoorziening Gemeenten verzoeken op de hoogte gehouden te worden van de kostenontwikkeling en de voortgang van de maatregelen. Gemeenten worden maandelijkse geïnformeerd met rapportages en een samenvattend dashboard op 1 A4 over het zorggebruik en een kostenprognose voor het hele jaar. Het zorggebruik is tevens gedetailleerd 24/7 te bekijken in het uitgebreide gemeentedashboard. Daarnaast worden ook declaraties op het laagste niveau ter beschikking gesteld. Maandelijks is er regionaal overleg over de analyse van het zorggebruik, waarbij inhoud en verbruikscijfers in samenhang worden besproken. Gemeenten kunnen hier ook vragen stellen naar aanleiding van hun eigen analyse. De SOJ pakt verdiepende onderzoeksvragen van gemeenten op. Gemeenten ervaren een hoge toevoegde waarde van deze bijeenkomsten. Op regionaal niveau wordt het bestuur bij de eerstvolgende eerste bestuursrapportage geïnformeerd. Over de voortgang van de maatregelen worden gemeenten geïnformeerd door het Netwerk MT Jeugd.. Voor het project nieuwe inkoop is er een uitgebreide structuur opgezet, waarbij gemeenten in alle lagen participeren en aan het stuur zitten. Over de voortgang van contractmanagement 3.0 en de businesscase h153/h329 zal in de bestuursrapportages worden gerapporteerd.

Reductie kosten Serviceorganisatie Enkele gemeenten stellen vragen waarom de kosten van de Serviceorganisatie niet naar beneden kunnen worden bijgesteld als gevolg van de uittreding van Leerdam en Zederik. Bij de uittreding van deze gemeenten is een uittreedvergoeding betaald. Hiermee is een reserve frictiekosten gevormd. Hiermee kan slechts tijdelijk en gedeeltelijk het gat wat is ontstaan door het wegvallen van de bijdragen van deze gemeenten worden opgevangen. De te maken kosten door de Serviceorganisatie verminderen nauwelijks door de uittreding van deze twee gemeenten. Contractmanagement met aanbieders moet nog steeds plaatsvinden bij een gestegen aantal aanbieders, de systeemkosten zijn niet direct afhankelijk van de omvang of aantal gemeenten en het volume van de zorg en het aantal (transformatie) projecten neemt alleen maar toe. Er worden ook vragen gesteld over de fraudeaanpak in relatie tot de omvang van de controlekosten PGB. De in de begroting opgenomen middelen betreffen (steekproefsgewijze) controle van PGB door een extern bureau. Doelstelling van de controle is zekerheid te krijgen over de prestatielevering, zodat dit geen belemmering is voor een goedkeurende accountantsverklaring voor deze post. Aanvullende doelstelling is misstanden identificeren en opvolgen. Voor de primaire eerste controle is 70k opgenomen.

Aanvullend is een stelpost van 270k opgenomen voor eventuele vervolgonderzoeken, altijd in overleg met de betreffende gemeente, bij aanwijzingen van onregelmatigheden. Indien dat aan de orde is, is er in de begroting vanuit gegaan dat deze post wordt 'terugverdiend'. Netto is dus 70k opgenomen. AEF heeft overigens in haar rapportage over de governance in onze regio geadviseerd hard in te zetten op aanpak van mogelijke zorgfraude. Dit is breder dan de beperkte controles bij PGB en aanbieders <100k zoals in de begroting is opgenomen. Een voorstel voor opvolging van het AEFadvies op dit punt is in de maak. Los daarvan worden al een groot aantal controles uitgevoerd op de facturen en de rechtmatigheid van de geleverde zorg. Dit neemt niet weg dat de fraudeaanpak steviger kan. Eén gemeente veronderstelde dat de Serviceorganisatie zorgrechercheurs in dienst heeft. Dit is niet het geval, ook geen vergelijkbaar personeel.

Bijlagen: Nota van reactie zienswijzen begrotingswijziging 2021

Gemeente

Zienswijzen

Reactie

Alblasserdam

U vraagt ons om een zienswijze te geven op de begrotingswijziging 2021. Nogmaals willen wij aangeven teleurgesteld te zijn in het gebrek aan implementatiesnelheid van de transformatie en het tot op heden lage rendement van voorgestelde ingrepen. Wij zijn het niet eens met de voorgestelde begrotingswijziging omdat er tot nu toe te weinig voortgang is in het beteugelen van de kosten. Bij deze ontvangt u onze zienswijze.

Net als u hechten wij veel belang aan de implementatie van de maatregelen en het halen van het daarmee beoogde effect. In het Aanjaagplan zijn 28 maatregelen opgenomen welke moeten leiden tot de beoogde kostenreductie van € 14,7 mln. Daarbij wordt opgemerkt dat de afschaffing van de Nee tenzij-regeling geen draagvlak heeft onder de meerderheid van de gemeenten. Voor de meeste maatregelen zijn de gemeenten en Stichting Jeugdteams trekker. Gemeenten hebben in navolging van het Aanjaagteam een nieuwe governance-structuur opgezet, waarbij het netwerk MT+ jeugd met bestuurlijke opdrachtgevers van diverse gemeenten een cruciale rol speelt in de aansturing. De Serviceorganisatie neemt de maatregelen waarvoor zij verantwoordelijk is voortvarend ter hand. Dit betreft de nieuwe Inkoop 2022, contractmanagement 3.0 en de businesscase h153/h32 (jaarlijkse besparing bij een volledig jaar (businesscase geldt allen voor nieuwe cliënten vanaf 1 oktober 2020) is € 1.250.000. De evaluatie over de beperkte nieuwe instroom in het laatste kwartaal geeft vooralsnog de bevestiging dat de beoogde besparing op de buca h153/h329 bij een volledig jaar gehaald kan worden We benadrukken dat het hier alleen gaat over de realisatie van de besparingen op de maatregelen vanuit de SOJ (zoals nieuwe inkoop 2022, contractmanagement 3.0 en de businesscase h153/h329) en niet die vanuit de gemeenten.

De effecten van de ombuigingsmaatregelen die door gemeenten worden opgepakt zijn nog niet inzichtelijk

Net zoals in onze zienswijze op uw 1e Burap/1e begrotingswijziging 2020 en onze zienswijze op het inkoopkader van november 2020 willen wij benadrukken dat wij de hoogste prioriteit geven aan de trajecten normalisering, definitie jeugdhulp en het inkoopkader. De extra investering in de capaciteit is een randvoorwaarde. Echter, deze extra investering heeft zich nog niet vertaald in een vooruitgang. Deze vooruitgang moet eerst gerealiseerd worden voordat we instemmen met de begrotingswijziging. Hierin trekken we dus een consequente lijn ten opzichte van onze vorige zienswijzen.

Juist omdat de transformatie te langzaam verloopt roepen wij u op om extra in te zetten op het rendement van de investeringen. Ook binnen Alblasserdam zien wij daar mogelijkheden toe. In samenwerking met het jeugdteam zijn we hard bezig om de gewenste transformatie lokaal vorm te geven.

Verder wijzen wij op het landelijk AEF-rapport over kostenstijging van de jeugdhulp. AEF constateert dat de huidige Jeugdwet om een aantal redenen leidt tot een sterke landelijke kostengroei van de jeugdhulp. De onderzochte maatregelen dragen maar beperkt bij tot reductie van de tekorten. Zonder fundamentele discussie over het voorzieningenniveau en bijvoorbeeld eigen bijdragen verwacht AEF dat de kosten verder zullen doorstijgen. De tekorten in onze regio zijn overigens aanzienlijk lager dan de landelijk gerapporteerde tekorten door AEF. De Serviceorganisatie streeft maximaal rendement na op haar projecten en ondersteunt daar waar van toepassing de gemeentelijke projecten. Gemeenten zijn overigens zelf verantwoordelijk voor de projecten die aan hen zijn toegewezen

Dordrecht

In de novembervergadering van het Algemeen Bestuur is de ruimte en bevoegdheid benoemd om de Verordening Jeugdhulp, beleidsregels en nadere regelslokaal en mogelijk afwijkend van andere gemeenten vast te stellen. Op dit moment zijn wij aan het onderzoeken hoe deze mogelijkheid benut kan worden en meer gericht kan worden op normalisering, demedicalisering en het nog meer naar voren brengen van de jeugdhulp. Dit leidt mogelijk tot scherpere keuzes dan tot op heden regionaal lijken te worden gemaakt. Wij achten dit noodzakelijk en verantwoord, nu de solidariteit op de financiering van de Jeugdzorg in de regio ZHZ is opgeheven. Wij vragen u nadrukkelijk in verdere uitwerking van het inkoopkader rekening te houden met mogelijke verschillen in verordeningen, regels of nadere regels tussen gemeenten. Reactie Op 12 november 2020 heeft u het Dordtse college schriftelijk verzocht om de gemeenteraad in staat te stellen voor 12 februari 2021 een zienswijze te kunnen geven op de voorgenomen begrotingswijziging van de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ (S0J) voor 2021.

Vanuit de inkoopstrategie wordt in nauwe samenspraak met de gemeenten een pakket specialistische jeugdhulp ingekocht. Het staat iedere gemeente vrij om deze producten en diensten al dan ook daadwerkelijk toe te wijzen via het sociale wijkteam en/of jeugdteam. De gemeenten buigen zich momenteel zelf over de vraag waar ze grenzen willen leggen. Dit is één van de acht projecten van het NetwerkMT jeugd waar in gezamenlijkheid geprobeerd wordt om nog voor de zomer een antwoord op te hebben zodat gemeenten dat kunnen meenemen in hun verordening. Daarnaast wordt nu al een deel van de jeugdhulp als collectieve voorziening aangeboden (Jeugdhulp naar Voren en jeugdhulp op School) waarin gemeenten grotendeels zelf bepalen hoe dit wordt ingezet.

In het kader van dit verzoek hebben wij kennis genomen van de tweede Bestuursrapportage van de SOJ over 2020 en het meerjarenperspectief voor de periode 2021-2024. Onderstaand treft u onze zienswijze aan. De Dordtse gemeenteraad heeft de voorgestelde begrotingswijziging beoordeeld. Voor de volledigheid verwijzen wij graag naar de eerder door ons ingediende zienswijze op de begrotingswijziging voor 2020 voor wat betreft onze oproep tot financieel realisme. Onze zienswijze voorzag voor een groot deel al de nu door u voorgestelde aanpassingen.

Wij nemen uw oproep tot financieel realisme ter harte. Tegelijkertijd is er binnen de regio een brede behoefte kostenreductiedoelstellingen in de begroting op te nemen.

Wij verzoeken u om de volgende nadere toelichting en/of aanpassing van de begrotingswijziging: - Een nadere toelichting te geven op de extra benodigde middelen voor de ondersteuning bij het inkooptraject en de uitleg waarom de serviceorganisatie dit niet binnen de huidige middelen en/of bezetting kan; -

In de begrotingswijziging is een stelpost opgenomen van € 0,2 mln. Deze stelpost is bedoeld voor het schrijven van bestekken, berekenen van tarieven in afstemming met aanbieders op de nieuwe tariefstructuur en projectleiding. In de huidige bezetting / met de huidige middelen is hier niet in voorzien. Het vereist enerzijds specifieke deskundigheid en anderzijds is de huidige bezetting meer dan volledig belast met andere taken.

Een nadere onderbouwing van de post ten aanzien van de te realiseren kostenreductie wegens de uittreding van Leerdam & Zederik en op basis daarvan een realistische bedrag opnemen in plaats van een range tussen de 40.000 en 232.000 euro;

In de primaire meerjarenbegroting was een afbouw van de Serviceorganisatie opgenomen ter grootte van het aandeel van Leerdam en Zederik (7,5%). In de eerste jaren is hier een afnemende gedeeltelijke dekking voor uit de reserve frictiekosten gevormd uit de uittreedvergoeding. De te maken kosten door de Serviceorganisatie verminderen nauwelijks door de uittreding van deze twee gemeenten. Contractmanagement met aanbieders moet nog steeds plaatsvinden, de systeemkosten zijn niet direct afhankelijk van de omvang of aantal gemeenten en het aantal (transformatie) projecten neemt alleen maar toe.

Graag benoemen wij enkele aandachtspunten die van belang zijn om de komende periode beter op de financiële resultaten te kunnen sturen: 1. De tien gemeenten zijn vanaf 2023 niet meer financieel solidair met elkaar. Onderzoek hoe in samenhang daarmee de jeugdhulpbegroting, met inachtneming van regionale verplichtingen, ook zoveel als mogelijk lokaal kan worden gepresenteerd. Meer zicht op ieders couleur lokale (zowel qua inhoud als qua financiën t.a.v. de regionale zorgmarkt) draagt bij aan meer verantwoordelijkheidsgevoel en het maken van lokale, integrale inhoudelijke en financiële afwegingen door individuele gemeenten om duurdere jeugdhulp van de regionale zorgmarkt te verminderen.

Steeds meer delen van de jeugdhulpbegroting komen lokaal te liggen; naast de sociale wijkteams nu ook de jeugdteams, initiatieven al Jeugdhulp naar Voren en Jeugdhulp op School. Wij zijn dan ook voorstander van een lokale begroting zodra de solidariteit geheel is afgelopen. Het DB zal tijdig een voorstel hiervoor doen. In de tussentijd zorgt de SOJ ervoor dat gemeenten zoveel mogelijk inzicht hebben in de lokale uitgaven; De regionale begroting is opgesplitst naar de tien gemeenten. Maandelijks ontvangen gemeenten een rapportage over de ontwikkeling van het aantal jeugdigen en kosten naar diverse gezichtspunten. In de rapportage is ook een prognose voor het hele jaar opgenomen. Daarnaast wordt een samenvatting verstrekt in een dashboard op 1 A4. Voor een verdere diepgang is het gemeentedashboard beschikbaar waarin gemeenten naar talloze invalshoeken gedetailleerd het gebruik kan volgen. In speciaal daartoe gehouden maandelijkse bijeenkomsten wordt bovenstaande besproken en verder doorontwikkeld. Gemeenten leren daarbij veel van elkaar.

2. Vanaf 2022 verstrekken gemeenten zelf de opdracht aan Stichting Jeugdteams in plaats van een regionale opdracht vanuit de SOJ. Dit vraagt om een neerwaartse aanpassing van de begroting van de SO). 3. Aansluitend hierop: Maak in de regio samen werk van de aanbevelingen van (1) AEF over de governance van de jeugdhulp in Zuid-Holland Zuid en (2) het regionale aanjaagteam. Wij juichen het toe dat bestuurlijk en ambtelijk opdrachtgeverschap worden geprofessionaliseerd en lokale visies en plannen worden herzien met meer focus en resultaten en voorzien van een financiële doorrekening. 4. We missen de inhoudelijke onderbouwing voor het meerjarenperspectief voor de jaren 2021-2022. Hoe reëel is het, ondanks de voorzichtige

De begroting wordt hierop aangepast. Wij onderschrijven uw punt en een en ander is onlangs al geoperationaliseerd.

Wij delen met u de onzekerheid die inherent is aan het opnemen van dergelijke taakstellingen. In de primaire begroting 2022-2025 worden

positieve ontwikkeling in de stijging van de uitgaven in dit jaar, om de onrealistische gebleken bezuiniging vanaf 2020 met slechts een jaar op te schuiven?

daarom, evenals in voorgaande primaire begroting, meerdere scenario's opgenomen. Gemeenten zijn uiteraard vrij (en dat gebeurt ook) een voorzichtiger scenario te kiezen. Op basis van de bevindingen uit het nadien verschenen AEF-rapport over de landelijke kostenontwikkeling jeugdhulp blijkt dat er door AEF landelijk een verdere kostenstijging verwacht wordt. De deelnemende gemeenten zijn er in meerderheid voorstander van de beoogde besparingen in de begroting te verwerken.

Tenslotte verzoeken we u onveranderd om druk te houden op het ministerie, met as doel meer rijksmiddelen ter beschikking te krijgen.

Via de daartoe geëigende overlegorganen wordt dit punt geadresseerd.

We kijken ernaar uit om uw reactie op deze zienswijze via onze portefeuillehouder te ontvangen. Gorinchem

Zoals wij u in onze zienswijze bij de begrotingswijziging 2020 aangaven, voorzagen wij dat de door u aangeboden begroting 2021 een aanpassing nodig had. U benoemde hierin een aantal scenario’s. De begroting die u aanbiedt past in die lijn van het scenario dat wij in ons meerjarenperspectief hebben verwerkt. Op de begrotingswijziging zelf hebben wij daarom geen aanmerkingen. Ons valt op dat het Gorinchemse positieve aandeel in de solidariteit op basis van de prognoses de komende jaren afneemt. Daarnaast hebben wij met belangstelling gekeken naar de globale besparingscalculatie voor de komende jaren die u in uw tweede bestuursrapportage hebt opgenomen. De besparingspotentie op zich en de haalbaarheid daarvan vraagt om een verdiepingsslag, een verbetering van de sturing en het verhogen van het tempo, aldus uw schrijven van 7 december 2020. In deze zelfde brief concludeert u dat wat betreft de meeste maatregelingen de gemeenten de trekker zijn. Daar spannen wij ons zeker voor in, maar dit laat onverlet dat ook uw organisatie alle zeilen zal moeten bij zetten om de kostenbesparing te realiseren.

Wij ondersteunen dit volledig en zullen ons maximaal blijven inzetten.

Wij vinden het van groot belang om de ombuiging verder door te zetten en de bezuinigingstaakstelling te realiseren. Wij roepen u op om u tot het uiterste in te spannen om uw aandeel hierin te behalen. Wij verwachten dat u met het onlangs vastgestelde inkoopkader, het normenkader en de totstandkoming van de jeugdagenda binnen de gemeenschappelijke regeling, goede aanknopingspunten hebt om dit samen met ons vorm te geven.

Wij ondersteunen dit volledig en op dit moment is dit ook al werk in uitvoering. De nieuwe inkoopstrategie 2022 en het daarbij behorende normenkader zullen met ingang van 2022 effect hebben.

Wij verkeren met elkaar in een bijzonder tijdperk. Een periode dat zijn weerslag heeft op onze inwoners, vrijwilligers en professionals. Alhoewel op dit moment de steunfuncties en hulpverlening de impact van Corona kunnen opvangen, zal er mogelijk sprake zijn van ‘uitgestelde zorg’. Wij vertrouwen er op dat u zich ervan overtuigt dat de hulpverlening doorgang blijft vinden en dat u zich ten hoogste inspant om de kosten beheersbaar te houden. Op het moment dat de haalbaarheid van de taakstelling bij het voortduren van de Covid-19pandemie in het geding komt, verwachten wij dat u ons tijdig informeert. Hardinxveld Giessendam

Wij spannen ons maximaal in en ook met succes de jeugdhulp doorgang te laten vinden. Wij monitoren vanzelfsprekend de kosten nauwlettend. Via maandelijkse rapportages worden gemeenten op de hoogte gehouden van de kostenontwikkeling, inclusief een prognose voor het hele jaar. In aanvulling daarop is er twee maal per jaar een bestuursrapportage op regioniveau. Voor wat betreft de Covid-19 hebben aanbieders in 2020 een vergoeding voor gederfde omzet ontvangen ( € 1,8 mln.) alsmede een vergoeding voor meerkosten (€ 0,5 mln.). Voor de component meerkosten hebben de gemeenten compensatie ontvangen in het gemeentefonds

Met grote belangstelling heeft onze raad kennis genomen van de laatste stand van zaken in de tweede Bestuursrapportage 2020 van de Serviceorganisatie Jeugd (SOJ). U vraagt ons naar aanleiding van deze bestuursrapportage en het meerjarenperspectief een zienswijze te geven op de door u voorgestelde begrotingswijziging voor 2021. Uit de eerste en tweede Bestuursrapportage 2020 blijkt dat de kostenreductie doelstelling uit het financieel kader niet gehaald wordt. In juli 2020 is door het AB besloten om de begroting 2021 nog niet aan te passen. Dit zou namelijk een ongewenst signaal naar buiten betekenen, waardoor maatregelen om kosten omlaag te brengen mogelijk achterwege blijven. Helaas heeft dit niet geleid tot een verlaging van de kosten en moeten we de begroting 2021 alsnog bijstellen. We zijn wel blij dat de trendbreuk in stand blijft en de kosten niet harder zijn gaan stijgen. De reductiedoelstellingen zijn nu een jaar opgeschoven en de begroting komt dicht in de buurt bij het begrotingsscenario 2b. Ten opzichte van de begroting wordt in 2021 12,3 miljoen aan extra kosten verwacht. Prognose in de tweede burap De grote verschillen in de kostenstijging voor Hardinxveld-Giessendam tussen de eerste en de tweede burap zijn opvallend. Deze kostenstijging wordt geboekt op de zorginkoop en de afbouw solidariteit.

Bij het opstellen van de eerste burap werden de cijfers gebaseerd op daadwerkelijk gebruik. In de tweede burap worden op basis van prognose de bijdragen per gemeente berekend. Deze prognose ligt voor Hardinxveld-Giessendam niet in lijn met het werkelijke gebruik. Hardinxveld-Giessendam heeft in het Algemeen Bestuur niet ingestemd met de tweede burap en middels deze zienswijze uiten wij onze zorgen over de betrouwbaarheid en de wisseling van deze prognose- en

Bij de eerste burap is de impact van de afbouw van de solidariteit en het verwachte kostenniveau per gemeente gebaseerd op de realisatie 2019. Sinds de zomer is er een nieuw forecastmodel ontwikkeld waarbij gedurende het jaar een prognose per gemeente wordt bepaald. Wij hebben gemeend, ondanks de experimentele fase waarin het forecast model zich bevindt, deze laatste te gebruiken voor 2e burap en maandrapportages vanwege de hogere actualiteitswaarde, namelijk inzicht in het kosten verloop huidig jaar in plaats van voorgaand jaar als referentie nemen. De mate van betrouwbaarheid van het nieuwe forecastmodel zal blijken als de definitieve productieverantwoordingen

rekensystematiek. Hardinxveld-Giessendam stemt daarom tegen de voorgelegde begrotingswijziging.

met controleverklaring van de accountant worden ontvangen van aanbieders op 1 april 2021.

Het heeft onze voorkeur om de bevoorschotting te baseren op het daadwerkelijke gebruik. Voor Hardinxveld-Giessendam betreft dit een verschil van € 122.760 op de bevoorschotting. De bevoorschotting van de SOJ van Hardinxveld-Giessendam komt dan inclusief de begrotingswijzing 2021 uit op € 4.655.574.

Na overleg met uw gemeente is inderdaad afgesproken het voorschot te bepalen op basis van de referentie realisatie 2019.

Lokale keuzes worden steeds belangrijker Door de afbouw van de solidariteit geldt voor elke gemeente dat het lokaal gebruik van jeugdhulp een steeds directere relatie krijgt met de kosten van jeugdhulp en de lokale begroting. Wij vragen u om de gemeenteraad regelmatig te blijven informeren middels verbruiksrapportages. Hardinxveld-Giessendam profiteerde van de solidariteit en ziet aan de hand van de prognose de kosten van de solidariteit de komende jaren stijgen. Om deze reden hebben wij sterk ingezet om lokaal te investeren in preventie en maatregelen te nemen. Alle maatregelen uit het programmaplan van het aanjaagteam zijn in Hardinxveld-Giessendam ingebedde werkwijzen of zijn van start gegaan, zoals met:  Samenwerking huisartsen in de vorm van POH jeugd;  Doorontwikkeling sociaal team;  Samenwerking met de jeugdbeschermingsketen;  Lokale afbakening jeugdhulp;  Budgetmaxima 'afschaffing nee tenzij regeling' Jeugdhulp naar de voorkant. Wij zullen dit onverminderd blijven voortzetten en willen graag een hoog tempo aanhouden. Uitgangspunt is dat de hulp terecht komt bij de gezinnen die het daadwerkelijk nodig hebben. We hebben vertrouwen dat onze ingezette maatregelen hier aan zullen bijdragen.

In onze zienswijze over de begroting van 2020 hebben wij ingestemd met de begrotingswijziging en afslag van € 5 miljoen, waarmee werd beoogd de druk op beperking van de uitgaven maximaal te houden. We zijn teleurgesteld dat dit niet heeft geleid tot een snellere realisatie van de maatregelen. We herhalen hier de kernboodschap van het aanjaagteam: "Er wordt op veel manieren in de regio gewerkt aan de transformatie — en daar zitten heel mooie voorbeelden bij. Juist in deze bijzondere Coronatijden vinden doorbraken plaats. Maar het ontbreekt bij de uitvoering van de transformatie aan focus, prioritering en resultaatgerichtheid. En

Wij informeren u met maandelijkse rapportages en een samenvattend dashboard op 1 A4 over het verbruik. Dit is tevens gedetailleerd 24/7 te bekijken in het uitgebreide gemeentedashboard. Daarnaast worden ook declaraties op het laagste niveau ter beschikking gesteld. Maandelijks is er regionaal overleg over de analyse van het verbruik, waarbij inhoud en verbruikscijfers in samenhang worden besproken. Gemeenten kunnen hier ook vragen stellen naar aanleiding van hun eigen analyse. De SOJ pakt verdiepende onderzoeksvragen van gemeenten op. Gemeenten ervaren een hoge toevoegde waarde van deze bijeenkomsten.

Wij begrijpen uw teleurstelling over de uitgebleven financiële effecten in 2020. Een belangrijke maatregel, het afschaffen van de Nee tenzijregeling in combinatie met onder andere budgetverantwoordelijkheid gemeenten, is op verzoek van een meerderheid van gemeenten niet doorgevoerd. Net als u hechten wij veel belang aan de implementatie van de maatregelen en het halen van het daarmee beoogde effect. In het Aanjaagplan zijn 28 maatregelen opgenomen welke moeten leiden tot de beoogde kostenreductie van € 14,7 mln. Voor de meeste maatregelen zijn de gemeenten en Stichting Jeugdteams trekker. Gemeenten hebben in navolging van het Aanjaagteam een nieuwe governance-structuur opgezet, waarbij het netwerk MT+ jeugd met bestuurlijke opdrachtgevers van diverse gemeenten een cruciale rol speelt in de aansturing. De Serviceorganisatie neemt de maatregelen waarvoor zij verantwoordelijk is voortvarend ter hand. Dit betreft de nieuwe Inkoop

daardoor tempo. Om hierin verandering te brengen zijn een resultaatgerichte houding en meer strategische sturing nodig". Regionaal vragen wij aandacht, aan alle gemeenten en de Service Organisatie Jeugd, om meer focus te hebben voor inhoudelijke regionale aanpakken uit het programmaplan van het aanjaagteam. Belangrijk hierin is een duidelijke verantwoordelijke in de uitvoering, een strakke planning en monitoring van de progressie van de maatregelen. Wij vragen u druk te blijven uitoefenen op het behalen van de taakstellingen uit het financieel kader. Aanpak fraude Er wordt een ophoging gevraagd voor de begroting van de SOJ, een gedeelte van deze extra middelen worden ingezet voor controles. Er bereiken ons steeds vaker signalen over zorgaanbieders met hoge winsten of zorgen over de kwaliteit van zorg. Wij zijn voorstander van meer controle in de zorg. Daarom hebben wij in 2019 een lokaal onderzoek uitgevoerd, waar vele inzichten zijn verworven door facturen van aanbieders naast elkaar te leggen. Wij verwachten dat u hierop toeziet en actie onderneemt wanneer dit nodig is.

Ten slotte willen wij onze tevredenheid uitspreken over de gelopen processen omtrent het inkoopkader jeugd 2022 en verder, en de governance opdracht. Wij zijn overtuigd dat met een gedegen implementatie deze middelen een positieve bijdrage leveren aan onze opdracht om goede betaalbare jeugdhulp te kunnen blijven bieden. We verzoeken u bovenstaande punten uit onze zienswijze mee te nemen en van een reactie te voorzien. Wij vertrouwen erop u op deze wijze voldoende te hebben geïnformeerd. H.I. Ambacht

Op 12 november jl. ontvingen wij van u de begrotingswijziging 2021 en het meerjarenperspectief 2022-2024 van de Serviceorganisatie Jeugd (SOJ). U verzoekt ons een zienswijze te geven op uw voorgenomen besluit om de begroting van SOJ voor 2021 te verhogen en kennis te nemen van het meerjarenperspectief. In onze raadsvergadering van 1 februari 2021

2022, contractmanagement 3.0 en de businesscase h153/h329. De Serviceorganisatie streeft maximaal rendement na op haar projecten en ondersteunt daar waar van toepassing de gemeentelijke projecten. Verder wijzen wij op het landelijk AEF-rapport over kostenstijging van de jeugdhulp. AEF constateert dat de huidige Jeugdwet om een aantal redenen leidt tot een sterke landelijke groei van de jeugdhulp. De onderzochte maatregelen dragen maar beperkt bij tot kostenreductie. Zonder fundamentele discussie over het voorzieningenniveau en bijvoorbeeld eigen bijdragen verwacht AEF dat de kosten verder zullen doorstijgen. De tekorten in onze regio zijn overigens aanzienlijk lager dan de landelijk gerapporteerde tekorten door AEF. De in de begroting opgenomen middelen betreffen controle van PGB door een extern bureau en controle van aanbieders met een omzet van minder dan € 100.000 die thans zijn vrijgesteld van een controleverklaring door de accountant. AEF heeft in haar rapportage over de governance in onze regio geadviseerd hard in te zetten op aanpak van mogelijke zorgfraude. Dit is breder dan opvullen van de huidige lacunes PGB en aanbieders <100k zoals in de begroting is opgenomen. Een voorstel voor opvolging van het AEF-advies op dit punt is in de maak. Los daarvan worden al een groot aantal controles uitgevoerd op de facturen en de rechtmatigheid van de geleverde zorg.

Dit neemt niet weg dat de fraudeaanpak steviger kan. Dank u voor deze waardering.

hebben wij uw voorstel besproken en dit geeft ons aanleiding om de volgende reactie te geven: De kosten moeten worden beheerst Voor 2021 wordt door u een begrotingswijziging voorgesteld van € 12,3 miljoen (van € 110,1 miljoen primair naar € 122,4 miljoen). De voorgenomen kostenreducties in de begroting voor 2020, 2021 en 2022 zijn nu een jaar doorgeschoven. Voor 2021, 2022 en 2023 wordt nu uitgegaan van een reductie van de kosten met respectievelijk € 5 miljoen, € 5 miljoen en € 4,7 miljoen. U gaat er nu vanuit dat in 2024 de einddoelstelling voor de kosten van jeugdhulp in de regio Zuid-HollandZuid van € 100 miljoen (met als prijsniveau 2019) op jaarbasis wordt gerealiseerd. Hoewel wij het streven naar dit einddoel volledig onderschrijven, vragen wij ons wet af hoe realistisch dit is? Uit de eerste en tweede bestuursrapportage bleek dat de doelstelling om de kosten te reduceren niet werd gehaald en dat het zorggebruik in 2019 harder is gegroeid dan voorzien. Nu wordt aangegeven dat de kostenontwikkeling over 2020 een trendbreuk in de goede richting lijkt in te gaan. Graag zouden wij daarover in 2021 zo snel mogelijk over witten worden geïnformeerd.

Voer de maatregelen uit de Omdenknotitie uit In onze zienswijze op de eerste bestuursrapportage 2020 van de SOJ zijn wij uitvoerig ingegaan op de toen voorliggende ophoging van de begroting

De begroting gaat niet uit van een einddoelstelling van € 100 mln. op prijspeil 2019. De verdere groei van de kosten in 2019 en de kostenstijging in 2020 worden niet ingelopen. Uitgangspunt is reductie van € 14,7 mln. ten opzichte van het verwachte kostenniveau 2020 bij de 1e burap 2020.

Wij delen met u de onzekerheid die inherent is aan het opnemen van dergelijke taakstellingen. In de primaire begroting zijn daarom meerdere scenario's opgenomen. Dit gebeurt ook in de aanstaande primaire begroting 2022-2025. Gemeenten zijn uiteraard vrij (en dat gebeurt ook) een voorzichtiger scenario te kiezen. Op basis van de bevindingen uit het nadien verschenen AEF-rapport over de landelijke kostenontwikkeling jeugdhulp blijkt dat er door AEF landelijk een verdere kostenstijging verwacht wordt. De deelnemende gemeenten zijn er in meerderheid voorstander van de beoogde besparingen in de begroting te verwerken. Wij informeren u met maandelijkse rapportages en een samenvattend dashboard op 1 A4 over het zorggebruik en een prognose voor het hele jaar. Het zorggebruik is tevens gedetailleerd 24/7 te bekijken in het uitgebreide gemeentedashboard. Daarnaast worden ook declaraties op het laagste niveau ter beschikking gesteld. Maandelijks is er regionaal overleg over de analyse van het zorggebruik, waarbij inhoud en verbruikscijfers in samenhang worden besproken. Gemeenten kunnen hier ook vragen stellen naar aanleiding van hun eigen analyse. De SOJ pakt verdiepende onderzoeksvragen van gemeenten op. Gemeenten ervaren een hoge toevoegde waarde van deze bijeenkomsten. Op regionaal niveau wordt het bestuur bij de eerstvolgende eerste bestuursrapportage geïnformeerd.

2020. Inmiddels heeft u op deze zienswijze uw reactie gegeven en wij witten u voor de beantwoording daarop bedanken. Wij blijven benadrukken dat de balans in het bieden van betekenisvolle hulp en ondersteuning aan onze inwoners en een gezond financieel beleid in evenwicht moet zijn. Daarvoor hebben we gezamenlijk een lijn uitgezet in de Omdenknotitie, is een advies uitgebracht over een sterkere sturing in de governance van de Jeugdhulp in ZHZ en wordt hard gewerkt om de inkoop van de jeugdhulp ingaande 2022 op een andere manier te organiseren. Om dit alles te realiseren en effect te laten hebben op het gewenste evenwicht is doorzetten en uitvoeren van alles wat er nu ligt noodzakelijk.

Wij onderschrijven uw oproep. De Serviceorganisatie werkt hard aan de onderdelen waar zij moet bijdragen en leveren. Dit betreft voornamelijk de nieuwe inkoop 2022, contractmanagement 3.0, de normering van producten (h153/h329) en het participeren in een aantal projecten. De jaarlijkse besparing van de normering h153/h329 bij een volledig jaar (businesscase geldt allen voor nieuwe cliënten vanaf 1 oktober 2020) is € 1.250.000. De evaluatie over de beperkte nieuwe instroom in het laatste kwartaal geeft vooralsnog de bevestiging dat de beoogde besparing op de buca h153/h329 bij een volledig jaar gehaald kan worden. We benadrukken dat het hier alleen gaat over de realisatie van de besparingen op de maatregelen vanuit de SOJ (zoals nieuwe inkoop 2022, contractmanagement 3.0 en de businesscase h153/h329) en niet die vanuit de gemeenten. De effecten van de ombuigingsmaatregelen die door gemeenten worden opgepakt zijn nog niet inzichtelijk

Geef ruimte aan lokale initiatieven In Hendrik-Ido-Ambacht gaan we de komende tijd aan de slag met ons preventieplan sociaal domein "De kracht van Ambacht". Ons doet daarbij is dat 'voorkomen beter is dan genezen'. Het naar voren haten van jeugdhulp en de ondersteuning in een algemene voorziening aanbieden is een van de maatregelen die wij willen inzetten. Hiermee hopen wij dat minder specialistische jeugdhulp moet worden ingezet en dat uiteindelijk de kosten verminderen. Om dit te kunnen realiseren is lokale ruimte binnen het jeugdhulpbudget nodig en moet er de mogelijkheid zijn om zelf met jeugdhulpaanbieders 'op maat' afspraken te maken. Wij rekenen er op dat hier voldoende ruimte voor is in 2021 en zeker vanaf 2022 wanneer nieuwe inkoopcontracten met aanbieders zijn gestoten. Strakker sturen is hard nodig Wij hebben ingestemd met de afbouw van de financiële solidariteit binnen de regio, wetende dat dit voor onze gemeente een financieel nadeel oplevert. Het is onacceptabel te moeten constateren dat een van de daaraan verbonden besluiten, het afschaffen van de nee-tenzij regeling, niet is doorgevoerd. Dat had onder andere kunnen helpen om perverse prikkels (bijvoorbeeld te tang doorgaan met het bieden van hulp en/of inzetten van duurdere trajecten dan nodig is) die in de Loop der jaren in het systeem zijn geslopen te gaan aanpakken.

Voor ons is het een vereiste dat bij de verdere uitwerking van de adviezen uit het governanceonderzoek en bij de contractering vanaf 2022 er mogelijkheden ontstaan

Bestuurlijk zijn er goede afspraken gemaakt over de ruimte die gemeenten hebben over het naar voren halen van jeugdhulp. In de inkoop 2022 wordt dit ook gefaciliteerd.

om financiële maatregelen te nemen bij partijen die bovenmatig declareren dan wel meer hulp inzetten dan noodzakelijk is. Conclusie Verhoging van de begroting is niet acceptabel, zonder concrete maatregelen die de geschetste kostenreducties onderbouwen. We horen graag van het bestuur wat de consequenties zijn van het handhaven van de huidige begroting. Tot slot Wij verzoeken u deze zienswijze te betrekken bij uw besluitvorming over deze begrotingswijziging.

Wij begrijpen uw opmerking en zorg. Tegelijkertijd is het besluit van de meerderheid van gemeenten de nee tenzij-regeling niet af te schaffen een gegeven. Voor 2021 worden de effecten hiervan zoveel mogelijk gemitigeerd door strakkere sturing op de nee tenzij regeling door de Serviceorganisatie en uitvoeren dan wel versterken van de casus regie door de Stichting Jeugdteams. Bij de contractering vanaf 2022 wordt, analoog aan de businesscase h153/h329, breed een normenkader geïntroduceerd voor de in te zetten jeugdhulp, waar aanbieders zich aan moeten houden. Aanvullend daarop worden in de contractering afspraken gemaakt over de reductie van de inzet per jeugdige. Ten slotte is het van het grootste belang dat de Stichting Jeugdteams casusregie voortvarend ter hand nemen om te voorkomen dat er meer hulp wordt ingezet dan nodig. Tegelijkertijd is verhoging van de begroting nu realistisch en noodzakelijk. Indien we vaststellen dat de taakstellingen niet realistisch zijn en niet gehaald kunnen worden dit jaar, leidt vasthouden aan de begroting tot preventief toezicht. Wij refereren hierbij ook aan de eerder ontvangen brief van de provincie.

Hoeksche Waard

Met grote zorg hebben wij kennis genomen van de laatste stand van zaken in de Tweede Bestuursrapportage 2020 van de Serviceorganisatie Jeugd (S0J). Het definitieve tekort 2020 en de te verwachten tekorten in volgende jaren gaat gevolgen hebben voor onze meerjarige begroting die dan niet meer sluitend is. U vraagt ons om naar aanleiding van deze bestuursrapportage een zienswijze te geven op de door u voorgestelde begrotingswijziging voor 2021. Hieronder staat onze zienswijze. Het Algemeen Bestuur besloot om voor 2021 een begrotingswijziging voor te stellen De te verwachten kostenstijging is helaas op basis van deze Tweede Bestuursrapportage bevestigd en leidt tot verhoging van de begroting in 2021 van € 12,3 miljoen ten opzichte van het financieel kader. Voor de

Hoeksche Waard betekent dit een verhoogde deelnemersbijdrage van € 0,9 miljoen. De begrotingswijziging 2021 heeft ook gevolgen voor 2022 en verder Uit het conceptvoorstel met de voorgestelde begrotingswijziging 2021 op de primaire begroting 2021-2024 blijkt dat de kostenontwikkeling ook doorwerkt in de jaren 2022-2024. Op grond hiervan zijn wij genoodzaakt om onze begroting aan te passen op deze ontwikkeling. Voor de Hoeksche Waard betekent dit een structureel verhoogde deelnemersbijdrage, oplopend tot € 1,4 miljoen. Met de set aan ombuigingsmaatregelen moeten we de taakstelling realiseren De reductie doelstellingen uit de primaire begroting voor de jaren 2020, 2021 en 2022 van respectieve[ijk € 5 miljoen, € 5 miljoen en € 4,7 miljoen schuiven nu 1 jaar op. De Tweede Bestuursrapportage 2020 bevat een set aan ombuigingsmaat- regelen van het Aanjaagteam, waardoor deze taakstelling in 2021 gerealiseerd moet worden. De Provincie heeft haar vertrouwen hierover uitgesproken op enkele onderdelen na die inmiddels verwerkt zijn in onze begroting. De Hoeksche Waard is blij dat er gehoor wordt gegeven aan de aanbevelingen van het aanjaagteam om meer focus en sturing aan te brengen, door een regionale werkgroep in te stellen die de ombuigingsmaatregelen scherper gaat vertalen naar welke resultaten we verwachten.

Lokaal zetten we ook sterk in door een transformatieplan uitvoering jeugdhulp Naast de inhoudelijke resultaten voegen we in ons transformatieplan, in het eerste kwartaal, ook een component toe over de te verwachten kosten en baten van de verschillende pilots. Wij roepen de andere gemeenten op dit ook te doen en die kennis te delen. Naast dat wij er zelf zicht op willen hebben, komt dit ook overeen met de brief die aan de provincie is gestuurd met de financiële effecten van de verschillende maatregelen. Wij vragen het AB met klem om het Netwerk MT+ de opdracht te geven hier ook regionaal op te sturen en te monitoren. Wij willen als raad hiervan op de hoogte worden gehouden. Realistisch begroten

Wij hopen en verwachten ook dat de focus die de regionale werkgroep gaat aanbrengen ook resultaat zal gaan opleven.

Het Dagelijks Bestuur van DG&J juicht het toe dat gemeenten op deze wijze mede verantwoordelijkheid nemen voor de taakstellingen en zal het AB adviseren de regionale sturing hierop te beleggen bij het Netwerk MT+ en periodiek verslag hierover uit te brengen aan het portefeuillehoudersoverleg.

De onderbouwing van de opgenomen kostenreductie bestaat uit de maatregelen, met een bedrag per maatregel, opgenomen in het

In de vorige zienswijze verzochten wij u om realistisch te begroten. Op basis van de Tweede bestuursrapportage geeft u een realistische doorkijk naar de begroting 2021 en 2022-2024. Dit zorgt voor meer transparantie naar gemeenten en provincie. Onze zorg blijft echter nog wet dat (opnieuw) moet blijken of de taakstellingen nu wel gehaald worden. Wij vragen het AB om dat nogmaals te onderbouwen.

Aanpassing P&C cyclus De afgelopen jaren zijn we er steeds tegenaan gelopen dat de Eerste Bestuursrapportage pas na de zomervakantie wordt aangeboden en de Tweede Bestuursrapportage aan het einde van het jaar. Het is dan vrijwel niet meer mogelijk bij te sturen in het lopende het jaar. Wij verzoeken u de P&C cyclus zodanig aan te passen dat wij eerder informatie ontvangen en daar met maatregelen op kunnen reageren.

Een nieuw risico is de ontwikkeling van jeugdhulp naar voren Gemeenten mogen -ten taste van SOJ (onderdeel regionale zorgmarkt)maximaal € 750.000,- aan beschikkingsvrije jeugdhulp inkopen tot 2022. Als deze beweging naar voren niet leidt tot navenant minder inzet van tweedelijns zorg in de regionale zorgmarkt, nemen de totale kosten voor jeugdhulp niet af. SOJ becijfert het maximale risico op € 7,5 miljoen (10 gemeenten x € 750.000,-). De door gemeenten voorgenomen omvang is nog niet duidelijk. Onze gemeente vraagt zich af hoe het zicht op de benodigde besparingen "aan de achterkant" gemonitord kan worden en hoe we dit risico tot het minimum beperken. Graag uw toelichting.. Heeft u nog vragen? Neem dan gerust contact met ons op. U kunt ons elke werkdag bereiken tussen 8.30 en 17.00 uur via telefoonnummer 14 0186 of 088-647 36 47. Wij helpen u graag!

Aanjaagplan. De verantwoordelijken voor de maatregelen werken de deze verder uit, hetgeen meer zicht zal geven op de haalbaarheid van de maatregelen.. Uw zorg delen wij. Daarbij wijzen wij u op het landelijk AEF-rapport over kostenstijging van de jeugdhulp. AEF constateert dat de huidige Jeugdwet om een aantal redenen leidt tot een sterke landelijke groei van de jeugdhulp. De onderzochte maatregelen dragen maar beperkt bij tot kostenreductie. Zonder fundamentele discussie over het voorzieningenniveau en bijvoorbeeld eigen bijdragen verwacht AEF dat de kosten verder zullen doorstijgen. De tekorten in onze regio zijn overigens aanzienlijk lager dan de landelijk gerapporteerde tekorten door AEF. De meerderheid van de gemeenten heeft zich uitgesproken de kostenreducties wel in de begroting te verwerken. De eerste bestuursrapportage wordt voor de zomer in het Algemeen Bestuur besproken. Wij begrijpen dat dientengevolge de raden pas nadien daar kennis van kunnen nemen. Voor de tweede bestuursrapportage is dit vergelijkbaar. Gemeenten worden maandelijks geïnformeerd met een maandrapportage en dashboard samenvatting op 1 A4 over de ontwikkeling van aantallen jeugdigen en kosten, inclusief een prognose voor een heel jaar. In de maandrapportages is ook de kostenprognose van het boekjaar opgenomen. Gemeenten mogen dat voor maximaal 13% van hun budget.

Indien dat meer is dan € 750.000 dan moeten gemeenten dit aanbesteden. Tot nu toe kiezen gemeenten ervoor dit te beperken tot de aanbestedingsgrens van € 750.000,-. Voor wat betreft de meting van de financiële effecten van de maatregelen, waaronder dus ook beschikkingsvrije jeugdhulp naar voren, wordt opgemerkt dat de kostenontwikkeling van de inzet van jeugdhulp tot op het niveau van jeugdige gemonitord kan worden, maar dat het tegelijkertijd zeer lastig is te bepalen wat het oorzakelijk verband is tussen een individuele maatregel, in dit geval beschikkingsvrije jeugdhulp naar voren en de kostenontwikkeling. Worden de lagere uitgaven (of het uitblijven daarvan) voor bijvoorbeeld ambulante jeugdhulp bereikt door Jeugdhulp naar voren, het ingestelde normenkader, casus regie of anders? Om dit zo goed mogelijk te kunnen bepalen zullen ook toegespitste kwalitatieve in combinatie met kwantitatieve analyses moeten worden gemaakt. Hierbij kan overwogen worden de producten die zorgaanbieders leverden en nu worden voorzien in jeugdhulp naar voren, te blokkeren voor levering door de regionale zorgmarkt

Molenlanden

Op 12 november 2020 ontvingen wij uw verzoek voor een zienswijze op uw voorgenomen besluit over de begrotingswijziging Serviceorganisatie Jeugd Zuid-Holland Zuid 2021. Als onderbouwing stuurde u een informatiebrief waarin een korte schets van de ontwikkelingen en oorzaken van de kostenstijging. Eerder hebben wij kennisgenomen van de inhoudelijke en kosten ontwikkelingen via de bestuursrapportages SOJ. We hebben in onze zienswijzen daarop onder andere verzocht tot realistisch begroten, sturing op de kosten van de jeugdhulp en tot het realiseren van de afgesproken kostenreductie. Helaas ligt nu voor het jaar 2021 de al eerder aangekondigde begrotingswijziging toch voor, met wederom de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze. In onze raadsvergadering van 26 januari 2021 hebben wij deze begrotingswijziging behandeld en besloten tot het indienen van een zienswijze waarin de volgende onderdelen: realistisch begroten, tarieven jeugdbescherming en jeugdreclassering in 2021 en frictiekosten. Instemmen met de begrotingswijziging 2021 vanuit het oogpunt van realistisch begroten Uit de 1e en 2e bestuursrapportage blijkt dat de kostenreductie doelstelling in 2020 niet wordt gehaald. U geeft aan dat de kostenontwikkeling 2020 wel een trendbreuk in de goede richting ten opzichte van 2019 laat zien.

Op basis hiervan stelt u dat kan worden vastgehouden aan de begrotingswijziging zoals al is voorgesteld bij de 1e bestuursrapportage 2020. En dat deze hiermee dicht in de buurt komt van de primaire begroting scenario 2b (groei uitgaven met 5% in 2020 en realiseren besparingen vanaf 2021). Meerjarig heeft u de taakstelling van ± 5 mln. Op jaarbasis hiermee een jaar opgeschoven en verwerkt in de jaren 2021 t/m 2023. Naast het niet behalen van de besparing zijn er extra kosten op de volgende onderdelen: 1. De tarieven voor jeugdbescherming en jeugdreclassering worden verhoogd met € 0,5 mln. (5%). 2. Kosten extra personele inzet voor de ondersteuning van het inkooptraject; 3. Kosten inhuur extra personeel voor controle declaraties zorgaanbieders; 4. Kosten inhuur controle op verstrekte pgb’s;

5. Een tijdelijk afnemende dekking uit de reserve frictiekosten. Als gevolg van de uittreding van Leerdam en Zederik is de begroting verlaagd met het aandeel van deze gemeenten maar kunnen de afnemende kosten in 2021 nog niet volledig worden opgevangen binnen de organisatie. Ingestemd kan worden met de voorgenomen begrotingswijziging 2021 vanuit het oogpunt van realistisch begroten. Dank u voor uw steun. Op inhoud kunnen wij instemmen met de extra ondersteuning die nodig is voor het realiseren van de inkoop met ingang van 2022. Dit geldt ook voor de extra inzet met betrekking tot factuurcontrole en rechtmatig gebruik van persoonsgebonden budget. We zien dat dit nodig is om de controlerende taak van de SOJ uit te kunnen voeren. Ook vinden wij het belangrijk dat wordt ingezet op terugbetaling van onrechtmatig gedeclareerde bedragen. Kanttekening bij tarieven voor jeugdbescherming en jeugdreclassering 2021 De tarieven jeugdbescherming en jeugdreclassering stijgen mogelijk nog verder in 2021. De andere regio’s in de provincie Zuid-Holland willen de tarieven voor jeugdbescherming en jeugdreclassering nog verder ophogen voor een verlaging van de caseload per medewerker en meer inzet op wachtlijstbemiddeling. Maar het is van belang dat hier een gegronde kosten-baten analyse aan vooraf gaat. Welk resultaat wordt beoogd met de verlaging van de caseload per medewerker.

En wat is dan een verantwoorde kostprijs. Indien onze regio hier ook in mee gaat of mogelijk in mee moet gaan is dit een extra kostenpost van € 1,7 mln. Wij verzoeken u dan ook dringend de benodigde invloed vanuit de regio aan te wenden om tot een verantwoorde inzet en daarbij behorende kostprijs van jeugdbescherming en jeugdreclassering te komen.

Compenseren frictiekosten Naar aanleiding van de uittreding van Leerdam en Zederik is de begroting van de Serviceorganisatie verlaagd met het aandeel van deze gemeenten. De reserve frictiekosten is bedoeld om er jaarlijks een bedrag uit te nemen om die frictiekosten te compenseren. Deze reserve zou voldoende moeten zijn om de frictiekosten op te vangen en af te bouwen. U geeft aan dat deze reserve niet voldoende is en dat de kosten hiervoor ook nog verder oplopen. Wij verzoeken u om inzage in het plan van aanpak om de frictiekosten terug te dringen en de stand van zaken daarvan. Ook vragen

Wij delen uw oproep en zullen dit ook zeker meenemen.

Helaas is het niet mogelijk de kosten van de Serviceorganisatie af te bouwen met het aandeel van de uitgetreden gemeenten Leerdam en Zederik. De te maken kosten door de Serviceorganisatie verminderen nauwelijks door de uittreding van deze twee gemeenten. Contractmanagement met aanbieders moet nog steeds plaatsvinden (het aantal aanbieders is niet afgenomen na de uittreding van Leerdam en Zederik, de systeemkosten zijn niet direct afhankelijk van de omvang of aantal gemeenten (namelijk een vast bedrag) en het aantal (transformatie) projecten neemt alleen maar toe (zie de projecten uit het

wij om inzicht in de specificatie van het bedrag wat kennelijk niet verder afgebouwd kan worden. Wij gaan ervan uit dat in 2021 de kosten van uittreding vanuit de frictiekosten worden gecompenseerd. Advies auditcommissie Tot slot doen wij nogmaals een dringend beroep op u om meer voortgang in de regionale maatregelen te brengen. In lijn met het advies van de auditcommissie constateren ook wij dat er in periode tussen vaststelling van de 1e Burap en nu geen besluit door het Algemeen Bestuur is genomen wat heeft geleid tot een snellere realisatie van de maatregelen uit de Omdenknotitie/het Aanjaagplan. Dat is teleurstellend. Onderliggend wordt de uiting van de urgentie en bereidheid tot daadkracht gemist. Ook wij zien dat er in de regio op veel manieren gewerkt wordt aan de transformatie. Er is echter bij de uitvoering van de transformatie nog onvoldoende focus en prioritering. Wij verwachten wij van u meer strategische sturing om de benodigde resultaten te bereiken. Aansluiting op de lokale aanpak is hierbij een voorwaarde. We verwachten tegelijkertijd dat de deelnemende gemeenten verantwoordelijkheid nemen met betrekking tot de benodigde lokale plannen van aanpak. Omdat we alleen in gezamenlijkheid de gewenste ontwikkeling voor de jeugdhulp kunnen bereiken.

Papendrecht

Aanjaagplan en de projecten uit de nieuwe inkoop 2022). De reserve frictiekosten die is gevormd, is gelijk aan de hiervoor bestemde uittreedvergoeding. Wij delen uw urgentie op dit onderwerp. Een belangrijke maatregel, het afschaffen van de Nee tenzij-regeling in combinatie met onder andere budgetverantwoordelijkheid gemeenten, is op verzoek van een meerderheid van gemeenten niet doorgevoerd. Net als u hechten wij veel belang aan de implementatie van de maatregelen en het halen van het daarmee beoogde effect. In het Aanjaagplan zijn 28 maatregelen opgenomen welke moeten leiden tot de beoogde kostenreductie van € 14,7 mln. Voor de meeste maatregelen zijn de gemeenten en Stichting Jeugdteams trekker. Gemeenten hebben in navolging van het Aanjaagteam een nieuwe governance-structuur opgezet, waarbij het netwerk MT+ jeugd met bestuurlijke opdrachtgevers van diverse gemeenten een cruciale rol speelt in de aansturing. De Serviceorganisatie neemt de maatregelen waarvoor zij verantwoordelijk is voortvarend ter hand. Dit betreft de nieuwe Inkoop 2022, contractmanagement 3.0 en de businesscase h153/h329. De jaarlijkse besparing van de buca h153/h329 bij een volledig jaar (businesscase geldt allen voor nieuwe cliënten vanaf 1 oktober 2020) is € 1.250.000.

De evaluatie over de beperkte nieuwe instroom in het laatste kwartaal geeft vooralsnog de bevestiging dat de beoogde besparing op de buca h153/h329 bij een volledig jaar gehaald kan worden. We benadrukken dat het hier alleen gaat over de realisatie van de besparingen op de maatregelen vanuit de SOJ (zoals nieuwe inkoop 2022, contractmanagement 3.0 en de businesscase h153/h329) en niet die vanuit de gemeenten. De effecten van de ombuigingsmaatregelen die door gemeenten worden opgepakt zijn nog niet inzichtelijk

Op 12 november 2020 hebben wij van u het verzoek ontvangen om een zienswijze kenbaar te maken op conceptbegrotingswijziging 2021. Graag willen wij hierbij de zienswijze van onze gemeenteraad op de begroting van uw gemeenschappelijke regeling uitbrengen. Zienswijze begrotingswijziging 2021 Wat betreft de voorgestelde begrotingswijziging 2021 hebben wij wederom het gevoel geen andere keus te hebben dan in te stemmen met deze wijziging. In uw schrijven zien wij namelijk dat er geen andere optie is beschreven. Omdat het wijzigen van uw begroting geen unicum is en wij vrezen dat in de loop van 2021 zienswijzen zich wederom zullen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/268/documents/5087