A01. 20240208 VNG, Wijziging Model Verordening rechtspositie raads- en commissieleden en Model Regeling rechtspositie burgemeester en wethouder.pdf
Tekst van het document
10. Voor zover de burgemeester of de wethouder gebruik maakt van een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep ais bedoeld in het eerste Hd, heeft hij geen aanspraak op vergoedingen, bedoeld in artikel 3.2.7, tweede Hd. onder b. en artikel 3.2.9, eerste Hd van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
11. Voor woon-werkverkeer en retzen^oer-de uitoefening van het ambt worden aan de burgemeester of wethouder bij gebruik van een ter beschikking gestelde auto de parkeer-, stallings -. veer- en tolkosten ten laste van de gemeente vergoed.
12. Voor reizen voor de uitoefening van het ambt worden aan de burgemeester of wethouder bij gebruik
van een ter beschikking gestelde auto de kosten voor parkeer-, stallings , veer- en tolkosten ten laste van de gemeente vergoed, mits deze kosten niet uit andere hoofde worden vergoed.
13. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.
Artikel 3. Nadere regels niet-partljpolitiek georiënteerde scholing burgemeester en wethouders ƒ. De burgemeester of de wethouder die willen deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing
bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers in verband met de
vervulling van hun functie dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de secretaris. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke Informatie en een kostenspedficatie.
3. De maximale vergoeding van de scholing bedraagt:
a.
€ [bedrag) perjaar voor de wethouder;
b.
€ [bedrag) perjaar voor de burgemeester.
4. Het college beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken.
Artikel 4. Informatie- en communlcatlevoorzienlngen 1. De burgemeester of de wethouder tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld als bedoeld In artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het mode! van de bruikleenovereenkomst vast. 2. De burgemeester of de wethouder levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie en communicatievoorzieningen na schoningjs mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.
Artikel 5. Aanwijzing als elndheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de
loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31. eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de
loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze regeling, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of
verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen atot en met h. van de Wet op de Loonbelasting 1964.
Artikel 6. Betaling en declaratie van onkosten Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze regeling voor vergoeding of tegemoetkoming In aanmerking komen plaats door:
a.
betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden
factuur, b.
betaling vooruit uit eigen middelen of
heeft opmaak toegepast: Lettertype: Lucida Sans Unicode, Niet Vet, Cursief, Niet onderstrepen
heeft opmaak toegepast: Lettertype: Ludda Sans Unicode, Niet Vet, Cursief, Niet onderstrepen
c.
betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard.
Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een 2. declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de
3.
Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen (termijn) na factuurdatum of betaling
door de burgemeester of wethouder ingediend bij de secretaris.
Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan burgemeester of 4. wethouders binnen [termijn] na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.
Artikel 7. Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van [de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze regeling wordt geplaatst en werkt terug tot en met] 1 januari 2019.
Artikel 8. Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders 2019
(naam gemeente en eventueel Jaartal).
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
(naam gemeente), (datum).
De burgemeester. De secretaris,
Toelichting Modelregeling rechtspositie burgemeester en
wethouders 2019 NB Deze toelichting is geschreven met de (mogelijke) keuzes die in deze modelregeling gemaakt zijn in
gedachten. Als een individuele gemeente op punten andere keuzes maakt, dan sluit deze toelichting mogelijk niet aan. We! kan ze uiteraard als basis dienen voor een door de gemeente zelf op te stellen toelichting. Voor een goed beeld dient deze modelregeling in samenhang met de hierbij behorende
ledenbrief gelezen te worden.
ALGEMEEN DEEL
Wettelijke regelingen In de wet en nadere regelgeving zijn alle van belang zijnde onderwerpen geregeld betreffende de
rechtspositie van gemeentelijke politieke ambtsdragers. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van de rechtspositie van burgemeesters en wethouders alsmede de financiële voorzieningen moet
worden geregeld bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling). Deze nader regeling is vastgelegd in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In de Rechtspositieregeling decentrale
politieke ambtsdragers zijn de (onkosten)vergoedingen nader uitgewerkt.
Hoofdlijnen gemeentelijke regeling In deze regeling zijn alleen bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van burgemeester en wethouders zover die niet dwingend geregeld zijn in hogere wet- en regelgeving. De grondslag hiervoor is
te vinden In de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Bij de laatste modernlserings- en
harmoniseringsoperatie (Staatsblad 1 5 oktober 2018) betreffende de rechtspositiebesluiten voor decentrale politieke ambtsdragers zijn er wederom een aantal bepalingen imperatief in hogere wet- en
regelgeving vastgelegd. De overweging hierbij is dat het bestuurlijk wenselijk Is om de voorzieningen zoals vergoedingen, tegemoetkomingen en andere rechtspositionele aanspraken voor decentrale politieke
ambtsdragers dwingendrechtelijk in hogere wet- en regelgeving vast te leggen om politieke discussies te voorkomen. Dit betekent dat er voor gemeenten minder ruimte is om lokaal van wettelijke regelingen af te wijken. Wel kunnen er nadere regels gesteld worden. Indien een gemeente besluit om nadere regels te
stellen, zijn een aantal regels van belang. Het ministerie van BZK publiceert jaarlijks circulaires waarin artikelen uit het Rechtspositiebesluit en de onderliggende Regeling wijzigen. Deze wijzigingen kunnen van
invloed zijn op de gemeentelijke regeling. In artikel 44 en 66 Gemeentewet is bepaald dat ‘buiten hetgeen bij of krachtens de wet is toegekend', de
burgemeester en wethouders als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente ontvangen.
Deze regeling is een (nadere) uitwerking van de gestelde regels van de bij of krachtens de wet toegekende vergoedingen en tegemoetkomingen voor de burgemeesters en wethouders.
De arbeidsverhoudingen en fiscale positie Burgemeesters en wethouders zijn niet in dienstbetrekking bij de gemeente, maar wel benoemd. De gemeente is dus niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij niet vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet (WW), Ziektewet (ZW) en de Wet Werk en Inkomen
naar Arbeidsvermogen (WIA). Omdat burgemeesters en wethouders wél ambtenaar in formele zin zijn,
worden zij fiscaal behandeld als ware zij actief in dienstbetrekking door de Wet op de loonbelasting 1964. Er wordt daarom op de bezoldiging van burgemeesters en wethouders ook loonheffingen ingehouden.
De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) is van toepassing op wethouders en
burgemeesters. De burgemeester volgt de pensioenaanspraken van de ABP-Pensioenregeling.
ARTIKELSCEWUZE TOELICHTING Artikel 2. Ter beschikking gestelde auto burgemeester en wethouders. Voor burgemeesters en wethouders is expliciet bepaald dat een auto ter beschikking kan worden gesteld. Dit kan een dienstauto zijn, maar ook een leaseauto. Zowel in het geval van een dienstauto als bij een leaseauto is sprake van een ter beschikking gestelde auto. Het financieringsarrangement kan verschillend
zijn; het fiscaal regime geldt voor beide soorten auto's onverkort. Op grond van het onderhavige artikel kan ook een gemeenschappelijke auto ter beschikking worden gesteld. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om de situatie dat het hele dagelijks bestuur gebruikmaakt van de auto, of dat de leden van het dagelijks bestuur gebruik maken van gecontracteerd vervoer op afroep. Ais bijvoorbeeld een wethouder zijn gemeente vertegenwoordigt en daarvoor een ter beschikking gestelde auto gebruikt, is er vanuit zijn functie ais wethouder bezien sprake van zakelijk gebruik van die auto. Ook bij de onbezoldigde commissies en functies van de VNC neemt de Belastingdienst het standpunt in dat sprake is van zakelijke
ritten voor burgemeesters en wethouders. Fiscaal gezien wordt al het andere gebruik dan zakelijk gebruik
voor het ambt aangemerkt als gebruik voor privé-doe/einden. waarop de Regeling privégebruik auto van de werkgever (de zogenoemde bijtellingsregeling) van toepassing is. Omdat het niet redelijk is dat de
ambtsdrager geconfronteerd wordt met extra belasting in verband met autoritten die hij in het kader van de uitoefening van zijn functie maakt, wordt hem deze belasting op grond van het zesde Hd vergoed. Daar staat tegenover dat vergoedingen die de betrokken ambtsdrager voor het gebruik van de auto uit anderen
hoofde ontvangt, ten goede komen aan de gemeente(kas). Voorts is geregeld dat een burgemeester of wethouder die gebruik maakt van een ter beschikking gestelde
auto geen aanspraak kan maken op reiskostenvergoedingen (inclusief vergoeding voor woon werkverkeer), wanneer hem (persoonlijk) een auto ter beschikking is gesteld. Ais hem niet persoonlijk een auto ter beschikking is gesteld, maar hij maakt wei gebruik van een gemeenschappelijke auto of gecontracteerde auto, ontvangt hij alleen voor de desbetreffende ritten geen vergoeding. Samenvattend heeft een college dus verschillende mogelijkheden ais het een auto ter beschikking wi! stellen aan één of meer leden van dat college. De volgende situaties worden nu onderscheiden die eik een
ander rechtspositioneel gevolg hebben.
Ingeval van een auto voor één ambtsdrager zijn er drie mogelijkheden voor het gebruik:
•
uitsluitend zake!ijk: geen bijteiiing;
•
zakelijk en bestuurlijk: bijteiiing wordt vergoed;
zakelijk en bestuurlijk en echt privé: bijtelling wordt niet vergoed en betrokkene betaalt een eigen bijdrage per maand voor de echte privékilometers.
Bij gebruik van een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep is er vanwege de
beschreven ongewenste fiscale consequenties, maar één optie: uitsluitend zakelijk en dus geen bijtelling. Een rittenadministratie zal vrijwel altijd nodig zijn. Als de auto alleen zakelijk wordt gebruikt, is een rittenadministratie nodig voor de fiscus. Ritten-administratie is voorde fiscus niet nodig als de auto niet alleen zakelijk maar ook bestuurlijk mag worden gebruikt. In dat geval volgt namelijk automatisch fiscale
bijtelling. Rittenadministratie is verder nodig als de auto ook «echt» privé mag worden gebruikt (in die zin dat de auto ook wordt gebruikt voor ritten die noch zakelijk, noch bestuurlijk zijn). In dat geval is rittenadministratie weliswaar niet vereist voor de fiscus, maar we! voor de gemeente.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen het gebruik van een ter beschikking gestelde auto voor zakelijke doeleinden en/of bestuurlijke doeleinden. Onder zakelijk gebruik wordt verstaan het fiscaal-zakelijk gebruik. Hieronder vallen ritten voor woon-werkverkeer, dienstreizen en ritten voor ambtsgebonden (qq-)
functies. !n het achtste Hd is mogelijk gemaakt dat het college van burgemeester en wethouders kan besluiten dat een ter beschikking gestelde auto ook privé (althans voor andere doeleinden dan zakelijke of bestuurlijke)
mag worden gebruikt. Dit geldt echter niet voor gemeenschappelijke auto ’s en gecontracteerd vervoer. Voor het privégebruik van een ter beschikking gestelde auto moet de ambtsdrager een maandelijkse
bijdrage aan de gemeente betalen. Bovendien wordt hem de belasting via de bijtellingsregeling niet vergoed. We! mogen de kosten van de maandelijkse bijdrage voor het privégebruik van de auto in
mindering worden gebracht op de fiscale bijtelling. Gemeenschappelijke auto's en gecontracteerd vervoer mogen ingevolge het tweede Hd van het onderhavige artikel alleen ter beschikking worden gesteld voor
zakelijke doeleinden. Deze beperking houdt verband met onwenselijke fiscale complicaties.
Artikel 3. Nadere regels niet-partijpolitlek georiënteerde scholing burgemeester en wethouders Voor burgemeesters en wethouders is expliciet bepaald dat de kosten voor niet-partljpolitiek georiënteerde functionele scholing, zoals deelname aan congressen en opleidingen, ten laste kunnen
worden gebracht van de gemeente. Partijpolitieke scholing komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking. De inhoud van de scholing is bepalend of deze al dan niet partijpolitiek georiënteerd is.
Wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij betekent dat niet automatisch dat die scholing
partijpolitiek georiënteerd is.
Om in aanmerking te komen voor vergoeding van de scholingskosten, moet gemotiveerd worden dat het gaat om functiegerichte scholing. Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis en vaardigheden te verwerven dan we! actueel te houden. Scholing is partijpolitiek georiénteerd als zij geheel of gedeeltelijk tot doe! heeft betrokkene op te leiden in het gedachtegoed van de
desbetreffende partij. Overigens kan de gemeente ook zelf dit soort scholing (laten) verzorgen. Ook die lasten komen ten laste
van de gemeente.
Er is ruimte voor lokale accenten. Op grond van het tweede Hd kan het college nadere regels stellen voor de eigen scholing. Deze nadere regels kunnen bijvoorbeeld in een scholingsplan komen te staan. In dit
plan kunnen procedureregels voor Individuele schoüngsverzoeken worden opgenomen als ook regels over
de hoogte van de tegemoetkoming. Dit plan kan vervolgens als handvat dienen bij toetsing van individuele
scholingsaanvragen.
Het beoordelen van en/of fiatteren van scholingsaanvragen kan worden gemandateerd aan de gemeentesecretaris.
Artikel 4. Informatie en communicatlevoorzieningen Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een wethouder of de burgemeester voor de duur van de uitoefening van zijn functie de noodzakelijke informatie- en
communicatievoorzieningen ter beschikking op grond van een bruikleenovereenkomst. Onder informatieen communicatievoorzieningen wordt ook verstaan een smartphone een computer en de daarbij
behorende (internet)abonnementen. Een computer is een desktop, een tabletcomputer of een laptop. Er mag slechts één computer verstrekt worden.
De gemeente verstrekt informatie- en communicatievoorzieningen in bruikleen aan de politieke
Met opmaak: OP L»d
ambtsdrager omdat dit noodzakelijk gereedschap is voor het vervullen van de politieke functie- Het fiscale
noodzakeliikheidscriterium vereist dat dit digitale gereedschap bij aftreden of ontslag weer door de ambtsdrager wordt ingeleverd bij de gemeente. Dit geeft de gemeente ook de mogelijkheid om dit ICT-
middel te schonen. Als het middel is geschoond, dan is het aan de gemeente of het dit desbetreffgnde ICT-middel wil hergebruiken. Als dat niet zo is. dan kan de gemeente ambtsdragers de mogelijkheid bieden het ICT-middel over te nemen. Dit overnemen is dus geen recht van de ambtsdrager maar het
gevolg van een keuze van de gemeente. In dit geval is er bereidheid het ICT-middel af te stoten. Een circulaire vereist in dat geval dat de gemeente ervoor zorgt dat het ICT-middel door of namens de
gemeente is geschoond met speciale software (conform Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIQ)l! Verder dient de politieke ambtsdrager voor het overnemen van het ICT-middel op grond van de circulaire
een vergoeding te betalen. Deze vergoeding dient gelijk te zijn^an de resterende waarde van het ICT-
heeft opmaak
ft: Lettertype: Niet Cursief
middel in het economisch verkeer.
Artikel 5. Aanwijzing als elndheffingsbestanddeel In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de Loonbelasting 1964 zijn een
aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en in deze regeling aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt In dat geval de loonbelasting, waardoor de
vergoeding belastingvrij (netto) aan een burgemeester of wethouder kan worden overgemaakt. Anders
worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de bestuurder loonbelasting worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële administratie worden aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihil-waarderingen valt. Gemeenten mogen daarnaast een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte - tot 1,2% fiscale loonsom
- onderbrengen zonder fiscale consequenties. Indien de grens van 1,2% wordt overschreden, zal de gemeente 80% elndheffing moeten betalen.
* Circulaire "overname ICT na ambtstermijn decentrale politieke ambtsdragers' 2O22 OQQQIZ3Q5Q. 29 rpüexi 2022
heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) + Koppen (Luöda Sans Unicode), 8 pt
Artikel 6. Betaling en declaratie van onkosten Het Rechtspositiebesluit en Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers regelen op welk moment vergoedingen en onkosten betaald worden aan burgemeesters en wethouders.
Daar waar geen expliciete termijn Is genoemd, kan dit artikel uitkomst bieden. De betaling van onkosten kan worden voorgeschoten uit eigen middelen, later gedeclareerd worden of de factuur wordt rechtstreeks
naar de gemeente verstuurd. Hierbij gaat de voorkeur uit naar rechtstreeks facturering bij de gemeente.
Het verdient aanbeveling dat het college een formulier vaststelt waarmee burgemeester en wethouders gemaakte onkosten kunnen verantwoorden. Burgemeester en de wethouders declareren hun kosten bij de gemeentesecretaris en dienen daarbij bewijsstukken te verstrekken. Het vereiste om bewijsstukken te verstrekken geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.1 2
1 Circulaire Introductie bii gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (Stcrt, 7 december
2018.65910)51.