8. Uitgangspuntennotitie 2026 - 2029 GRS.pdf
Tekst van het document
BELEIDSAGENDA bij de Uitgangspunten primaire begroting 2026-2029 GR Sociaal
INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding................................................................................................................... 3 2 Beleidsagenda.........................................................................................................4 2.1 Pijler 1: ondersteuning aan inwoners............................................................................................ 5 2.2 Opgave Dienstverlening................................................................................................................ 6 2.3 Opgave Bestaanszekerheid versterken........................................................................................9 2.4 Opgave Ontwikkelen naar werk.................................................................................................. 14 2.5 Opgave Zorgen voor ondersteuning...........................................................................................20 2.6 Opgave Bedrijfsvoering............................................................................................................... 27 2.7 Pijler 2: gericht op samenwerken................................................................................................ 30
2
1 Inleiding In voorbereiding op het opstellen van de primaire begroting 2026 voor de GR-sociaal is gezamenlijk gewerkt aan de beleidsonderwerpen en uitgangspunten die worden opgenomen in de uitgangspuntennotitie 2026-2029 zoals deze uiteindelijk door het Algemeen Bestuur van de GRS wordt vastgesteld in het AB van 30 januari 2025. De uitgangspuntennotitie zelf bestaat uit 3 onderdelen. 1. Het eerste onderdeel is de beleidsagenda. In de agenda staan de onderwerpen en ontwikkelingen die spelen of gaan spelen in 2025 en mogelijk financiële consequenties hebben voor de begroting van 2026, maar die op het moment van opstellen van de primaire begroting 2026 nog niet te concretiseren zijn in geld. 2. Het tweede onderdeel is de financiële uitgangspuntennotitie, waarin is opgenomen welke percentages en cijfers gehanteerd worden bij het opstellen van de primaire begroting 2026. Als losse bijlage is ook een tabellenboek opgenomen, waarin gemeenten alle details per onderdeel kunnen terugvinden. 3. Het derde onderdeel is de financiering en deze ligt bij de gemeenten. Wel levert de GR Sociaal daar een bijdrage aan omdat er ook veel kennis in huis is over de verschillende financieringsstromen. Het voorliggende document betreft ad. 1 de Beleidsagenda.
3
2 Beleidsagenda Zoals vastgelegd in de notitie Financieel Kader Sociale Dienst Drechtsteden is de beleidsagenda van de GR Sociaal een gezamenlijk met gemeenten te ontwikkelen product. Daar is dit jaar invulling aan gegeven door middel van de drie regionale opgave overleggen, waar gemeenten per opgave hebben aangegeven welke ontwikkelingen zij belangrijk vinden. De opgave overstijgende onderdelen zijn opgesteld door de GR Sociaal. In deze beleidsagenda staan ontwikkelingen waar op dit moment zicht op is. Benoemd zijn de relevante wetsvoorstellen die in routing zijn gebracht of op de planning staan voor behandeling, ontwikkelingen die al lopen en onderwerpen waarvan al is afgesproken met gemeenten dat ze zullen worden opgepakt in 2026. De beleidsagenda is gebaseerd op de regionale visie sociaal domein en is opgebouwd langs twee pijlers. De eerste pijler is gericht op het ondersteunen van inwoners met een ondersteuningsvraag, ingedeeld per opgave. De tweede richt zich op beleid dat leidt tot het gezamenlijk creëren van goede randvoorwaarden om de samenwerking, innovatie en doorontwikkeling in de regio goed te faciliteren.
4
2.1 Pijler 1: ondersteuning aan inwoners De samenleving en haar complexiteit maakt het voor inwoners soms moeilijk om mee te doen of rond te kunnen komen. Het is belangrijk dat ieder mens de ondersteuning krijgt die nodig is zoals hulp bij financiën of het krijgen van dagbesteding of werk maar ook ondersteuning om zelfstandig te kunnen blijven. Vanuit de maatschappelijke opgaven zetten we samen met onze partners én de inwoner in op ontwikkelen, ondersteunen en versterken van inwoners op het gebied van werk, zorg en bestaanszekerheid. Hierbij worden inwoners en partners niet alleen betrokken bij beleid maar gaat het juist om betrokkenheid bij partners en inwoners. Centrale thema's hierbij zijn het terugbrengen van de menselijke maat in wet- en regelgeving en dienstverlening, minder complexiteit door vereenvoudiging en uitgaan van vertrouwen. Deze thema's worden ook teruggezien in landelijke ontwikkelingen zoals o.a. het wetsvoorstel Participatiewet in balans, een Nationaal Programma Armoede en Schulden, het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening SZW, het wetsvoorstel Domein overstijgende samenwerking. Om de inwoners te kunnen voorzien van goede ondersteuning is integrale samenwerking binnen de opgaven noodzakelijk. Het ontwikkelen naar werk gaat hand in hand met het versterken van bestaanszekerheid en het zorgen voor ondersteuning.
Zodoende wordt zorggedragen dat iedereen kan meedoen en participeren in de samenleving. Bij het ontwikkelen naar werk staan in dit kader drie grote ontwikkelingen centraal. Deze zijn het verder ontwikkelen van passend re-integratie en participatiebeleid, de transitie van Drechtwerk naar ontwikkelbedrijf en het Werkcentrum Drechtsteden. Daarbij spelen de landelijke wijzigingen van de Participatiewet ook een grote rol. Hetzelfde geldt voor bestaanszekerheid, ook hier zijn de wijzigingen van invloed op de bestaanszekerheid van inwoners. Centraal staat het zorgdragen voor een zeker bestaan door inzet op het bieden van een voorspelbaar inkomen, duidelijkheid en eenvoud maar ook op het voorkomen, vroegtijdig signaleren & oplossen van schulden. Door inzet van o.a. pro-actieve dienstverlening zoals de bestaanszekerheidsgesprekken worden de domeinen van bijstand, zorg en schulden integraal verbonden. Daarnaast draagt het bij aan het verminderen van de complexiteit, het niet gebruik van regelingen of noodzakelijke dienstverlening én het voorkomen van grotere problematiek bij inwoners. Met de ontwikkeling van het Samenwerkplein wordt deze inzet versterkt door de verbinding en samenwerking met (landelijke) partners om zodoende inwoners optimaal en breed te kunnen ondersteunen bij vraagstukken en dienstverlening.
Dit sluit aan bij de landelijke ontwikkelingen en veranderingen in dienstverlening en mensbeeld. Er is meer ruimte en oog voor de menselijke maat, vertrouwen en eenvoud, hetgeen ook teruggezien wordt in lopende wetstrajecten zoals Participatiewet in balans. Voorbeelden hiervan uit voorgenoemd wetsvoorstel zijn een wettelijke vrijstelling van giften, harmonisering van bijverdiengrenzen maar ook het bieden van ruimte voor mantelzorg. Het bieden van meer ruimte voor zorgtaken als mantelzorg heeft wellicht in de toekomst ook effect op de vraag naar en de behoefte aan zorg. De vergrijzing, de toename van chronische aandoeningen en demografische en maatschappelijke veranderingen zorgen er thans voor dat de zorgbehoefte toeneemt en verandert. De informele zorg neemt af waardoor de druk op de Wmo toe zal nemen. Tegelijkertijd bieden ontwikkelingen in o.a. het kader van preventie en technologische innovaties mogelijkheden tot demping. Vanuit de Wmo wordt daarvoor gewerkt aan de bestuurlijke opdracht Wmo waarbij de focus ligt op toegang en mogelijkheden van technologie, blended-care en Individuele Begeleiding waarbij de samenwerking wordt gezocht met de lokale teams.
5
2.2 Opgave Dienstverlening
2.2.1 Doelen Ik ervaar goede dienstverlening omdat ik op een makkelijke en passende manier in contact kan komen met de SDD. Ik voel mij welkom en word op een begrijpelijke en vriendelijke manier te woord gestaan. Mijn contactpersoon is deskundig en werkt vanuit vertrouwen waardoor ik mij gelijkwaardig behandeld voel. Ik heb 1 contactpersoon en als dat gezien mijn hulpvraag niet kan, hoef ik mijn verhaal niet nogmaals te vertellen. Ik krijg altijd duidelijke informatie en/of advies dat past bij mijn situatie, waardoor ik de hulp krijg die ik nodig heb. Wanneer de SDD mij niet kan helpen wordt uitgelegd waarom en welke andere mogelijkheden er voor mij zijn. Ik krijg uitleg over hoe ik hier gebruik van kan maken en zo nodig word ik hierbij geholpen. Een onverhoopte klacht of bezwaar kan ik makkelijk melden en wordt tijdig en correct opgelost. Bij dienstverlening die niet op mij gericht is voel ik mij niet gehoord of serieus genomen en wordt ook het vertrouwen in het correct afhandelen van mijn vragen verkleind. Nummer
Doelstelling
1.1
Faciliteren van inwoners, ketenpartners en collega’s bij het gemakkelijk, laagdrempelig en efficiënt zaken doen met de Sociale Dienst Stress sensitief en in een keer goed afhandelen van inhoudelijke vragen aan de opgave dienstverlening Onze dienstverlening is eenduidig door de gehele organisatie heen en wordt continu geïnnoveerd en aangepast.
1.2 1.3
Opgave-indicatoren Indicator
Begr 2025
UPN 2026
% gegronde bezwaren t.o.v. van het totaal
Daling 10%
Daling 10%
80%
80%
Score tevredenheid over mensgerichte dienstverlening in de kanalen
8
8
% afhandeltijd besluitvorming aanvragen binnen de wettelijke termijn
100%
100%
% aantal lokale (gemeenten) meldingen t.o.v. het totaal aantal meldingen
-
-
Passende dienstverlening (doelgroep bekend en proces ingericht) voor de meest kwetsbare inwoners met meervoudig en complexe vragen Score op stress reductie (nu 3,7)
-
-
4
4
% vragen dat in Eén keer is beantwoord door de kanalen
Doelstelling 1.1
Faciliteren van inwoners, ketenpartners en collega’s bij het gemakkelijk, laagdrempelig en efficiënt zaken doen met de Sociale Dienst
Speerpunt 1.1.1
Afhandelen eerstelijnsvragen en besluitvorming om tweede lijn te ontlasten en klanten en ketenpartners zoveel mogelijk direct te voorzien van antwoorden en oplossingen Vanuit het perspectief van inwoner en ketenpartner is snelheid en duidelijkheid belangrijk. Met de nieuwe inrichting van organisatie is er meer mogelijk om zaken slimmer te organiseren. Ook biedt de komst van nieuwe technologieën en de groeiende behoefte aan gemak van inwoners een belangrijke reden om hiermee aan de slag te gaan. Het gevolg van zaken slimmer organiseren is dat er meer klanten in een keer worden geholpen en er minder klanten naar de tweede lijn hoeven te worden verwezen. Daardoor wordt er meer ruimte gecreëerd om het goede gesprek met klanten die dat nodig hebben te voeren.
Toelichting
Speerpunt 1.1.2 Toelichting
Inzet van technologische oplossingen om klantgericht en efficiënt gebruik te maken van beschikbare middelen (dienstverlening richt zich op oplossing voor de eigen opgave en organisatie brede oplossingen) Niet alleen het ontlasten van de eerste lijn is belangrijk, maar ook door meer gebruik te maken van mogelijkheden tot automatisering (a.i./ robotisering) leidt tot verbetering van de dienstverlening aan onze inwoners, het kan leiden tot meer eenduidigheid en maakt de dienstverlening voorspelbaarder. Ook hierdoor kunnen medewerkers meer aandacht hebben voor het waarde toevoegen tijdens de gesprekken met inwoners.
6
Speerpunt 1.1.3 Toelichting
Blijvend aandacht voor een veilige en stress-sensitieve (werk) omgeving, zowel voor inwoners als medewerkers. Veel gaat goed, maar in de gevallen waar de interacties met inwoners niet naar verwachting lopen, is er een veiligheidsbeleid dat voorziet in de te ondernemen acties, voorzorgsmaatregelen, tips en adviezen. Dit beleid vraagt om een update om onze stress sensitieve aanpak die we in onze dagelijkse interacties toepassen ook hierin een plek te geven. Zodat er 1 lijn in aanpak en dienstverlening ontstaat, ook in het kader van veiligheid.
Doelstelling 1.2
Stress sensitief en in een keer goed afhandelen van inhoudelijke vragen aan de opgave dienstverlening
Speerpunt 1.2.1
Vormgeven en uitvoeren van laagdrempelig toegang, triage en het toeleidingproces naar de tweede lijn Op dit moment maken we niet optimaal gebruik van alle informatie die beschikbaar is op verschillende plekken in de organisatie. Inzet hierop maakt dat we eerder kunnen bepalen wat er voor de inwoner nodig is om hem of haar goed te helpen en hoe we dit op de meest passende manier aan hen kunnen aanbieden. Dit gaat ook helpen bij een eventuele doorverwijzing naar de (nog meer) gespecialiseerde collega in de tweede lijn. Dat is zowel voor de inwoner als de medewerker prettig en duidelijk.
Toelichting
Speerpunt 1.2.2 Toelichting
Vormgeven en uitvoeren van regievoering bij klanten met multiproblematiek De inrichting van deze nieuwe opgave dienstverlening geeft ons de mogelijkheid om juist voor de groep inwoners met multi-problematiek een aanpak te organiseren waarbij er breed gekeken kan worden naar wat er nodig en mogelijk is, dit om het risico op tunnelvisie door specialisatie te voorkomen. Voor de inwoner betekent dit 1 contactpersoon, mogelijkheden om zelf ook overzicht te houden en daarmee meer zelf regie te kunnen (blijven) houden.
Speerpunt 1.2.3 Toelichting
We zetten in op voorkoming van problemen en daar waar nodig passen we mediation toe. De aandacht voor het gezamenlijk oplossen van problemen groeit, ook vanuit bijvoorbeeld de rechtbank. Met het doorontwikkelen van mediation en eerder inzetten hiervan, willen we voorkomen dat mensen tegenover elkaar komen te staan. De leidt tot stress reductie bij de inwoners en je komt tot een gedragen oplossing.
Doelstelling 1.3
Onze dienstverlening is eenduidig door de gehele organisatie heen en wordt continu geïnnoveerd en aangepast.
Speerpunt 1.3.1 Toelichting
Kwaliteit van dienstverlening wordt breed en continu gemeten en verbeterd Dit speerpunt is gericht op al onze inwoners en partners. Dienstverlening meet continu hun ervaringen en of we het goede goed doen. Om vervolgens innovatief en wendbaar te kunnen blijven en te voldoen aan de verwachtingen van onze inwoners is het van belang om op een slimme manier continu te meten hoe de dienstverlening wordt ervaren. Niet alleen om procesmatig efficiënter te kunnen werken, maar ook om bij te kunnen sturen als het gaat om het blijven toevoegen van publieke waarde
Speerpunt 1.3.2 Toelichting
Inzet op breed systemische aanpak van het verbeteren van dienstverlening Signalen van inwoners blijven niet beperkt tot klachten, maar komen ook tot ons door bijvoorbeeld klantmetingen, bezwaren, tijdens gesprekken etc. Deze signalen komen veelal nu nog los van elkaar binnen en worden los van elkaar opgepakt. Het samenbrengen van alle signalen (de systemische aanpak) en het analyseren ervan, brengt waardevolle informatie en geeft de mogelijkheid om integraler de dienstverlening te kunnen aanpassen.
7
Speerpunt 1.3.3 Toelichting
Coördineren van de aanpak en uitrol van stress sensitief werken binnen de organisatie Stress sensitief werken zorgt voor stress reductie inwoners en daarom is het van belang dat elke medewerker van de SDD handelt op een manier die daar aan bijdraagt. Een vermindering van stress in het algemeen draagt bij aan de zelfredzaamheid van inwoners en daarmee de mogelijkheid zoveel mogelijk zelf de regie in het leven te houden.
2.2.2 Beleidsagenda Voor de opgave dienstverlening is ervoor gekozen om geen beleidsagenda op te nemen.
8
2.3 Opgave Bestaanszekerheid versterken
2.3.1 Doelen Bestaanszekerheid is mijn basis. Ik heb een dak boven mijn hoofd nodig en voldoende eten en drinken. Ik wil mijn vaste lasten kunnen betalen en toegang hebben tot goede gezondheidszorg. Ik wil bestand zijn tegen financiële tegenslagen en mijn kinderen een goede start kunnen bieden. Ik wil me veilig kunnen voelen. Wanneer ik bestaanszekerheid heb en mijn basis op orde is, kan ik stappen zetten in mijn ontwikkeling. Wanneer ik geen bestaanszekerheid heb krijg ik zorgen en stress, voel ik mij onveilig en onzeker. Ik kan niet goed nadenken, geen keuzes maken en niet meedoen aan de samenleving. Ik heb dan hulp nodig. Als dat niet op eigen kracht of met hulp van mijn omgeving lukt, dan vertrouw ik erop dat ik terecht kan bij de overheid. Zodat we samen mijn bestaanszekerheid weer kunnen versterken en mijn basis weer op orde komt. Tijdelijk, zodat ik weer overzicht krijg en houd en uiteindelijk weer mee kan doen of kan werken. En zodat ik beter kan aangeven wanneer ik zorg of ondersteuning nodig heb. Nummer
Doelstelling
2.1 2.2
Wij zetten ons samen met lokale partners in om financiële problematiek bij de inwoners van de Drechtsteden te voorkomen Wij bieden hulp bij bestaanszekerheid vraagstukken
2.3
We werken aan duurzame financiële stabiliteit en perspectief voor inwoners die dat nodig hebben.
Opgave-indicatoren Indicator
Begr 2025
UPN 2026
Het aantal toekenningen PMB en bijzondere bijstand voor inwoners met Pwetuitkering Het aantal toekenningen PMB en bijzondere bijstand voor inwoners zonder P- wet uitkering Het aantal nieuw gestarte schuldhulpverleningstrajecten
10% stijging
0% stijging
5% stijging
5% stijging
10% stijging
n.t.b.
% aandeel geslaagde schuldhulpverleningstrajecten
Minimaal 90%
n.t.b.
aantal herinstroom schuldhulpverlening binnen 3 jaar
Max 10%
n.t.b.
10% lager dan landelijk ≥4,4
n.t.b.
gemiddelde schuldenlast bij melding schuldhulpverlening Score klantbeleving, mensgerichtheid
n.t.b.
* De bovenstaande indicatoren zijn geen doel op zich, maar zouden een logische resultante moeten zijn van de activiteiten die we met elkaar organiseren om niet-gebruik tegen te gaan, bereik te vergroten en de dienstverlening verder te optimaliseren. ** Voor inwoners met Participatiewetuitkering is de verwachting dat het aantal toekenningen stabiliseert in 2026. In 2025 heeft namelijk iedereen van deze groep een bestaanszekerheidsgesprek gehad. Hoewel de bestaanszekerheidsgesprekken in 2026 gecontinueerd worden is de verwachting dat het grote effect ervan qua aantal toekenningen PMB en bijzondere bijstand zichtbaar zal zijn in 2024 en 2025. *** Vanaf 2025 gaan we ook intensiveren op inwoners zonder Participatiewetuitkering. Dit loopt door in 2026, waardoor het verwachte effect een stijging van 5% op PMB en 5% bijzondere bijstand is. Doelstelling 2.1
Wij zetten ons samen met lokale partners in om financiële problematiek bij de inwoners van de Drechtsteden te voorkomen
Speerpunt 2.1.1 Toelichting
Bevorderen gebruik beschikbare regelingen Het sociale minimum in Nederland is gebaseerd op het uitgangspunt dat inwoners gebruik maken van alle voorzieningen, of het nu gaat om het aanvragen van een belastingtoeslag, het vragen van kwijtschelding van bepaalde lasten of het beroep doen op voorzieningen vanuit het lokale minimabeleid. Voor bestaanszekerheid van de inwoner is dit dus van wezenlijk belang, maar mensen weten soms niet van het bestaan af van bepaalde regelingen. Een andere groep inwoners is wel op de hoogte van het bestaan van een
9
regeling maar haakt af door complexe, uitgebreide en vaak uitsluitend nog digitaal toegankelijke aanvraagprocedures. In dit speerpunt gaan we het rechtmatig gebruik van beschikbare regelingen bevorderen. Speerpunt 2.1.2 Toelichting
Vergroten zichtbaarheid en bereik van SDD voor inwoners Geldzorgen zijn omringd met schaamte en uit onderzoek blijkt dat mensen te lang wachten met hulp zoeken. Hoe later de hulp hoe groter de financiële problemen en hoe hoger bijvoorbeeld de schuld. Daarnaast is er veel onbekendheid over bepaalde regelingen of worden deze als complex ervaren. In dit speerpunt willen we de drempel om geldzorgen te bespreken verlagen en de dienstverlening van de opgave Bestaanszekerheid zichtbaarder en dichter bij de inwoner aanbieden.
Speerpunt 2.1.3 Toelichting
Proactief handelen bij veranderingen met impact op financiën Bepaalde life-events hebben grote gevolgen voor de financiële situatie, denk aan: kind 18+, scheiding, partner overlijdt of vanuit de uitkering naar (parttime) werk. Dit kan naast stress ook financiële zorgen en mogelijk problemen veroorzaken. Met dit speerpunt gaan we pro actief inwoners met uitkering benaderen om financiële problemen te voorkomen.
Doelstelling 2.2
Wij bieden hulp bij bestaanszekerheid vraagstukken
Speerpunt 2.2.1 Toelichting
We leveren maatwerk aan onze inwoners mbt voorzieningen van de SDD We gaan nog meer focus aanbrengen op het leveren van maatwerk, omdat inwoners ondanks de beste intenties soms toch nog vastlopen in het overheids-systeem en daarmee de duurzame bestaanszekerheid niet gediend wordt.
Speerpunt 2.2.2 Toelichting
SDD als onderdeel Bestaanszekerheid-Netwerk binnen gemeenten Oplossingen voor inwoners met bestaanszekerheidsvraagstukken komen niet alleen van de (maatwerk) voorzieningen van de SDD, juist in de gemeenten zijn veel voorzieningen beschikbaar die ook een positieve impact hebben op de bestaanszekerheid van inwoners. In dit speerpunt gaan we de verbinding met het lokale voorveld versterken.
Speerpunt 2.2.3
We zorgen voor snelle en efficiënte ondersteuning van inwoners met bestaanszekerheidsvraagstukken Als uitvoeringsorganisatie hebben wij de verantwoordelijkheid om de maatschappelijke middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten. De ruimte die ontstaat door deze efficiency slag geeft de professionals tijd om meer waarde toe te voegen en de inwoner meer persoonlijke aandacht te geven. Door inwoners snel van een antwoord te voorzien op hun vragen dragen we bij aan het beeld van een betrouwbare overheid.
Toelichting
Doelstelling 2.3
We werken aan duurzame financiële stabiliteit en perspectief voor inwoners die dat nodig hebben.
Speerpunt 2.3.1
We zetten in op het ontwikkelen van vaardigheden en weerbaarheid van inwoners om zelf in staat te zijn regie te behouden We zien verschil in de mate van zelfredzaamheid en doenvermogen bij inwoners, waarbij er een groep is die weliswaar zelf in staat is om regie te behouden, maar nog onvoldoende vaardigheden heeft om dit duurzaam in te zetten. Het belang hiervan is groot om terugval in schulden te voorkomen
Toelichting
Speerpunt 2.3.2 Toelichting
We versterken het sociale en professionele netwerk rond de klant mbt financiële stabiliteit Inwoners met een lagere mate van zelfredzaamheid en doenvermogen, hebben ondersteuning van een netwerk nodig. Zonder ondersteuning is het risico groot dat deze inwoner terugvalt in de schulden.
Speerpunt 2.3.3
Voor inwoners met een groot risico profiel of die langdurig financiële ondersteuning nodig hebben is structurele dienstverlening beschikbaar We onderkennen dat een deel van de inwoners financieel kwetsbaar is als gevolg van een lage mate van zelfredzaamheid en doenvermogen. Deze inwoners hebben structureel
Toelichting
10
ondersteuning nodig, waarbij de kosten hiervan niet opwegen tegen de maatschappelijke kosten van herhaaldelijke terugval.
2.3.2 Beleidsagenda Nieuw regeerprogramma: versteviging koopkracht en brede aanpak van armoede en schulden Uit het nieuwe regeerprogramma volgt een versteviging van de koopkracht en een brede aanpak van armoede en schulden. De Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden (AGAS) wordt voortgezet onder de naam Nationaal programma armoede en schulden. Dit programma moet nog verder worden uitgewerkt. Het kabinet voert een pakket aan maatregelen in om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. Er wordt geïnvesteerd in vroegsignalering, er komt een integraal schuldenoverzicht en de basisdienstverlening schuldhulpverlening wordt voortgezet en uitgebreid. Qua koopkracht moeten de plannen van het kabinet ervoor zorgen dat iedereen erop vooruitgaat: over de gehele kabinetsperiode gemeten een koopkrachtstijging van gemiddeld 0,8% per jaar. Daarnaast is de verwachting dat het percentage personen in armoede daalt van 4,5% (2024) naar 4,4% (2028), aldus de CPB Verkenning middellange termijn 2025 t/m 2028. Hiermee zou worden voldaan aan de geformuleerde doelstelling van het kabinet om de (kinder)armoede niet te laten oplopen ten opzichte van referentiejaar 2024. Verder volgt uit het nieuwe regeerprogramma de wens om het niet-gebruik van regelingen terug te dringen door een proactieve overheid en om inwoners minder afhankelijk te maken van gemeentelijke regelingen.
Dit laatste houdt in elk geval in dat het kabinet de basis op orde wil brengen qua inkomen/minimumloon en landelijk wil regelen wat landelijk kan. Daarnaast worden voor 2025 en 2026 middelen beschikbaar gesteld voor een energiefonds dat steun biedt aan huishoudens die hun energierekening niet kunnen betalen. Tenslotte vervangt het kabinet de kinderopvangtoeslag door een nieuw stelsel van financiering, waarbij de overheid rechtstreeks vergoedt aan kinderopvangorganisaties en niet meer wordt teruggevorderd bij ouders. Nieuwe wetgeving op komst: meer oog voor menselijke maat Er is een groot aantal wetsvoorstellen aangekondigd die relevant zijn voor de opgave bestaanszekerheid versterken. De gemeenschappelijke deler is dat wordt beoogd de menselijke maat te verankeren in de wet en hiermee de dienstverlening door de overheid te verbeteren. Menselijke maat is een verzamelterm voor: uitgaan van vertrouwen, evenredigheid in besluitvorming, inspelen op individuele situaties (maatwerk), goede communicatie richting de inwoner en laagdrempelig contact. In de praktijk zien we dat steeds meer rechters de menselijke maat al toepassen door uitspraken te baseren op het evenredigheidsbeginsel. Voor de gemeentelijke uitvoering betekent dit dat per individueel geval goed beoordeeld moeten worden wat een goede oplossing is, te meer als de gevolgen groot zijn.
In onderstaande opsomming staan de belangrijkste wetsvoorstellen. 1.
Wetsvoorstel Participatiewet in balans (spoor 1)
Met ruim twintig maatregelen wordt beoogd de Participatiewet te verbeteren en de balans tussen rechten en plichten te herstellen. De regels en procedures rondom bijstandsuitkeringen worden vereenvoudigd en gemeenten krijgen meer ruimte om beter in te spelen op de persoonlijke situatie van mensen. Zie voor meer toelichting over dit wetsvoorstel onder Opgave Ontwikkelen naar Werk. 2.
Wetsvoorstel sociale handhaving en zekerheid
Beoogd is om passend handhaven mogelijk te maken bij het opleggen van boetes en maatregelen. Er is gekozen voor een uniform handhavingskader voor alle socialezekerheidswetten. Regionaal zijn we aan de slag om ons handhavingsbeleid te herijken. 3.
Wetsvoorstel Maatwerk bij terugvordering
Gemeenten krijgen meer beslissingsruimte bij terugvordering. Zo komen er nieuwe uitzonderingen op de verplichte terugvordering bij overtreding van de inlichtingenplicht. Van terugvordering kan worden
11
afgezien bij verminderde verwijtbaarheid of als terugvorderen tot onaanvaardbare resultaten zou leiden. 4.
Wetsvoorstel proactieve dienstverlening
Gemeenten krijgen meer mogelijkheden om inwoners actief te gaan wijzen op uitkeringen en voorzieningen waar zij mogelijk voor in aanmerking komen. Beoogd is het gebruik van regelingen te bevorderen en de bestaanszekerheid te vergroten. 5.
Wetsvoorstel Wijziging ontzorgen asielstatushouders
Met de aanpassing van artikel 56a van de Participatiewet wordt het mogelijk gemaakt voor gemeenten om op basis van de persoonlijke situatie van de statushouder af te wijken van de verplichting om (asiel)statushouders financieel te ontzorgen. Alleenverdieners problematiek Een samenloop van regelingen pakt voor een groep alleenverdieners met een combinatie van inkomstenbronnen nadelig uit. Daardoor ontvangen zij minder huur- en zorgtoeslag dan wenselijk is. Als gevolg hiervan hebben deze huishoudens een lager besteedbaar inkomen dan een vergelijkbaar huishouden met een volledige bijstandsuitkering en ligt dit inkomen onder het bestaansminimum (bijstandsnorm en maximale toeslagen). Omdat de oorzaak complex is, is er voor deze problematiek voorlopig nog geen structurele oplossing. Er komt een wetsvoorstel waarmee de mogelijkheid om categoriale bijzondere bijstand te verstrekken aan de groep alleenverdieners (tijdelijk) wordt geregeld in de Participatiewet. Gemeenten moeten deze categoriale bijstand verstrekken totdat in 2028 de definitieve regeling komt voor alleenverdieners via de Belastingdienst. Vrijstelling btw voor bewindvoerders Als een inwoner onder bewind staat dan kan hiervoor bijzondere bijstand worden aangevraagd. Bij een toekenning wordt de hoogte van de bijstand vastgesteld aan de hand van de gefactureerde bewindvoeringskosten inclusief de btw (21%).
Naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad wordt er een wetsvoorstel voorbereid die ertoe leidt dat per 1 januari 2026 alle bewindvoerders verplicht zijn de btw-vrijstelling toe te passen. Dit heeft gevolgen voor de uitgaven van de bijzondere bijstand voor bewindvoering. Naar verwachting wordt dit wetsvoorstel in het voorjaar van 2025 ingediend bij de Tweede Kamer (Fiscale verzamelwet 2026). Basisdienstverlening Schuldhulpverlening Er moet in Nederland een basisniveau aan schuldhulpverlening komen. Het vorige kabinet is hiervoor, samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de branchevereniging voor financiële hulpverleners (NVVK) en de vereniging van directeuren in het sociaal domein (Divosa), met een gezamenlijk plan gekomen. Het plan – de ‘basisdienstverlening schuldhulpverlening’ – leidt tot een hulpaanbod dat toegankelijker is en dat in iedere gemeente bestaat uit minimaal dezelfde elementen. Het plan is een reactie op landelijke constateringen dat de toegankelijkheid van schuldhulpverlening sterk kan verschillen per gemeente. De basisdienstverlening omvat in totaal 23 elementen. Er zijn elementen die direct ingevoerd kunnen worden, maar er zijn ook elementen voor de middellange en lange termijn. De elementen voor de lange termijn moeten op landelijk niveau nog ontwikkeld worden of onderzocht worden op effectiviteit.
Beleidsplan schuldhulpverlening 2025-2028 De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) verplicht gemeenten eens per vier jaar een plan vast te stellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan inwoners. Per 2025 worden er door de zeven gemeenteraden nieuwe beleidsplannen vastgesteld waarin is opgenomen wat we samen met de gemeenten nastreven en gaan doen op het gebied van preventie, vroegsignalering, curatie en nazorg. Herijking Participatiewet (regionaal) Zie onder Opgave Ontwikkelen naar Werk. Proactieve aanpak op brede bestaanszekerheidsvraagstukken van inwoners We streven er bij de GR Sociaal naar om samen met lokale partners brede bestaanszekerheidsvraagstukken van inwoners aan te pakken. Om die reden zijn we in 2023 gestart
12
met het voeren van brede bestaanszekerheidsgesprekken met inwoners met een Participatiewetuitkering. Bij deze gesprekken wordt aandacht gegeven aan de individuele bestaanszekerheidsvraagstukken van een inwoner. De bestaanszekerheidsgesprekken worden gevoerd door vaste, vertrouwde consulenten die op regelmatige basis contact onderhouden met inwoners met een Participatiewetuitkering, in samenwerking met partners. Zo leveren we samen een bijdrage aan 'het leven op orde'. Er wordt onder meer gekeken naar eventuele landelijke en lokale minimaregelingen waarvan de inwoner nog geen gebruik maakt. Voor de bestaanszekerheid van de inwoner is dit van wezenlijk belang. Zo is het sociaal minimum in Nederland gebaseerd op het uitgangspunt dat inwoners gebruikmaken van alle voorzieningen. Inwoners kunnen echter moeite hebben met de complexe, uitgebreide aanvraagprocedure of weten niet van het bestaan van bepaalde minimaregelingen. De eerste effecten van de bestaanszekerheidsgesprekken zijn onder meer zichtbaar geworden door een toename van het gebruik van onze minimaregelingen, zoals het Persoonlijk minimabudget (PMB) en bijzondere bijstand. In 2025 en 2026 vervolgen we de bestaanszekerheidsgesprekken met de inwoners met een Participatiewetuitkering.
Daarnaast gaan we, in lijn met de landelijke ontwikkeling naar een proactieve overheid en lokale programma’s om meer inwoners te bereiken, onze focus op bestaanszekerheid verbreden naar inwoners zonder Participatiewetuitkering door de samenwerking met lokale partners te intensiveren. Dit gaat onder andere leiden tot meer bekendheid en gebruik van onze minimaregelingen. Inbreng per gemeente · Algemeen: Het zogenoemde ravijnjaar 2026 kan voor gemeenten leiden tot lokale aanpassingen van de minimaregelingen, bijvoorbeeld in de hoogte of doelgroep. Daarnaast kan het wegvallen van de beschikbaarheid van lokale voorzieningen gevolgen hebben voor de doelgroep en werkzaamheden van de GR Sociaal. ·
Dordrecht: In het verlengde van de in 2024 vastgestelde integrale visie Sociaal Domein worden uitvoeringsprogramma’s opgesteld, onder meer van het programma 'Bestaanszekerheid'.
·
Hendrik-Ido-Ambacht: Er wordt nu en in 2025 gewerkt aan de lokale aansluiting en zichtbaarheid van de consulenten Bestaanszekerheid op de verantwoordelijke beleidscollega's van de gemeente en het Sophia Sociaal Team.
·
Papendrecht: In 2025 wordt een nieuw actieplan Armoede opgesteld. Dit zal mogelijk lokaal leiden tot meer inzet op het ondersteunen van mensen die te maken hebben met armoede. Daarnaast intensiveert Papendrecht via de Integrale Wijkaanpak in enkele wijken de aanpak van bestaanszekerheid via outreachend werken en door aanwezig te zijn op scholen. Dit kan op kortere termijn mogelijk leiden tot meer signalen en ondersteuningsvragen, maar op langere termijn tot minder vraag, door een robuuste sociale basis (persoonlijk en in het netwerk). Papendrecht wil hierbij ook de kennis en rol van de GR Sociaal in de wijk gebruiken.
·
Zwijndrecht: Er wordt gewerkt aan een doorontwikkeling van het lokale armoedeprogramma. Zwijndrecht wil meer integraal gaan werken, inzetten op het niet-gebruik van regelingen, aandacht blijven houden voor het bestrijden van kinderarmoede en de samenwerking in de keten versterken. Komende periode wordt duidelijk hoe Zwijndrecht dit wil gaan doen (welke activiteiten) en of hiervoor een verzoek tot maatwerkdienstverlening van de GR Sociaal komt. Daarnaast zit Zwijndrecht in de startfase van het programma veerkrachtige buurten, hetgeen ook zou kunnen leiden tot behoefte aan maatwerkdienstverlening van de GR Sociaal in deze buurten.
13
2.4 Opgave Ontwikkelen naar werk
2.4.1 Doelen Als ik werk heb, draagt dat bij aan mijn (financiele) zelfstandigheid en welbevinden. Als ik weet wat ik aankan, wat mijn talenten zijn en in wat voor soort banen ik die kan gebruiken, geeft mij dat zelfvertrouwen. Ik voel me verbonden met de organisatie waar ik werk en word gewaardeerd wat ik, naar mijn vermogen, toevoeg. Ik kan omgaan met veranderingen in mijn omgeving en in het werk, omdat ik dat geleerd heb. Ik weet waar ik terecht kan in het kader van mijn ontwikkeling of als ik hulp nodig heb. dat geeft mij rust en een stevig toekomstperspectief. Als ik mijn talenten niet ken, niet (h)erken wat ik aankan en niet weet wat voor soort banen bij mij passen, word ik onzeker. Ik word dan afgewezen door bedrijven die mij geen baan aanbieden of waar ik niet mag blijven. Ik heb dan het gevoel dat ik geen bijdrage kan leveren. Ik verlies de regie, ook over mijn toekomst, als ik geen bestaanszekerheid heb. Het lukt me dan niet zelf werk te zoeken, te vinden of vast te houden en ik heb dan hulp nodig. Nummer
Doelstelling
3.1
Wij helpen klanten zich te ontwikkelen naar werk door te doen
3.2
Wij bieden klanten een (on)betaalde plaats die bij hen past
3.3
Wij houden klanten die betaald aan het werk zijn, aan het werk
Opgave-indicatoren Indicator Verhouding % inwoners met een uitkering een ontwikkeltraject of een opleiding volgen ten opzichte van totaal aantal inwoners met een uitkering De gemiddelde score van het aantal respondenten dat aangeeft dat de dienstverlening helder is. Gemiddelde uitkeringslast per uitkeringsgerechtigde met een uitkering per jaar. (formule = uitkeringslast : aantal klanten). Aantal inwoners met een uitkering dat (partieel) uitstroomt naar regulier betaald werk % inwoners met een uitkering en/of wsw / beschut dienstverband, die na plaatsing op betaald werk langer dan 6 maanden aan het werk blijft. % inwoners met een uitkering en/of wsw / beschut dienstverband, die na plaatsing op betaald werk langer dan 1 jaar aan het werk blijft.
Begr 2025
UPN 2026
60%
60%
4.4
4.4
10% daling
10% daling
Nog 0-meting Nog 0-meting 90%
90%
80%
80%
*De indicatoren voor de opgave Ontwikkelen naar Werk worden voor de begroting 2026 herzien. Doelstelling 3.1
Wij helpen klanten zich te ontwikkelen naar werk door te doen
Speerpunt 3.1.1
Wij richten ons op het (door)ontwikkelen van een passend ontwikkelaanbod voor onze inwoner, die (tijdelijk) afhankelijk zijn van onze ondersteuning. Globaal zien we binnen het klantenbestand drie ontwikkelingen: een geleidelijke toename van het bestand van inwoners die langere tijd een uitkering ontvangen; een opvallende (relatief) hoge instroom van jongeren; en een toenemende instroom van (inburgeringsplichtige) statushouders. Met deze ontwikkelingen komen een aantal significante doelgroepen naar voren: inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, jongeren en statushouders. Dat vraagt een herziening van ons huidige ontwikkelaanbod.
Toelichting
Speerpunt 3.1.2 Toelichting
Het vergroten van de vakbekwaamheid van (leidinggevenden en) professionals met klantcontact bij het helpen ontwikkelen van mensen. De huidige samenstelling van de groep inwoners die instroomt in de opgave vraagt iets anders van onze professionals. Voor het inschatten van de passende ontwikkelmogelijkheden, binnen de (werk)mogelijkheden van de inwoners vereist een eenduidige en methodische aanpak.
14
Speerpunt 3.1.3 Toelichting
Wij intensiveren de samenwerking tussen Drechtwerk en SDD onderling en met partners, waaronder lokale werkgelegenheidsinitiatieven. Verdieping van de samenwerking tussen Drechtwerk en SDD onderling is noodzakelijk, omdat het bijdraagt aan een beter aanbod en dienstverlening aan inwoners die (tijdelijk) afhankelijk zijn van onze ondersteuning. Er is één organisatie waar zowel het ontwikkelen van mensen als het bieden van 'beschut- werk-gedeelte' onderdeel van is.
Doelstelling 3.2
Wij bieden klanten een (on)betaalde plaats die bij hen past
Speerpunt 3.2.1
Wij komen tot een heroriëntatie van werkgevers waarmee wij een relatie opbouwen. Dat doen we in samenwerking met UWV met een gezamenlijke en gecoördineerde marktbewerking. De vraag naar arbeid is groot. Bedrijven zijn bereid meer te doen voor mensen die niet direct aan de slag kunnen. Bedrijven maken een beweging naar inclusie en diversiteit op de werkvloer en willen best iets met onze doelgroep doen, maar hebben ook zorgen dat het misschien mis gaat. Investeren en actief met elkaar in contact te staan en kijken wat wij voor elkaar kunnen betekenen is belangrijk. Bedrijven die werken met het label 'Ondernemen met impact' en samen werken met gemeentes, zijn daarin cruciaal.
Toelichting
Speerpunt 3.2.2 Toelichting
Wij gaan actief met beleid(smakers) aan de slag om regelgeving en beleid ondersteunend te laten zijn op het aan het werk gaan van mensen. Is het makkelijk genoeg zelfstandig inkomen voor een bewoner op te bouwen? Of helpt het werkgevers bij het bieden van kansen aan inwoners met afstand tot de arbeidsmarkt? Werkgevers lopen nu soms vast in de complexe regels en administratieve last, hetgeen niet motiverend is. Ook de administratieve last voor een inwoner met bijstand om een paar uur extra te gaan werken is groot. Meer werken leidt lang niet altijd tot meer inkomen. Een belangrijke reden om beleid aan te laten sluiten op parttime werken, ook omdat de verwachting is dat parttime steeds meer de norm wordt
Speerpunt 3.2.3 Toelichting
Wij breiden, in samenwerking met werkgevers, het aantal werksoorten bij Drechtwerk uit. Drechtwerk biedt diverse werksoorten aan inwoners, zoals Groen, Logistiek, assemblage. Het grootste deel van de werkzaamheden bestaat echter uit 'in- en ompakwerk. Dat willen we uitbreiden. Hoe meer verscheidenheid in het aanbod, hoe meer inwoners een geschikt aanbod kan worden gedaan. Ook kunnen we hiermee hybride ontwikkellijnen vorm geven, waarbij Drechtwerk een veilige/ groepsplek is met begeleiding nabij en er wordt geschakeld naar plekken meer buiten, met minder begeleiding, scholing en -indien nodigweer terug. .
Doelstelling 3.3
Wij houden klanten die betaald aan het werk zijn, aan het werk
Speerpunt 3.3.1
Wij streven samen met regionale partners naar een betere benutting en duurzame inzetbaarheid van de beroepsbevolking, door een 'ontschotte' dienstverlening aan werkgevers en werkzoekenden In 2022 heeft het bestuur van de arbeidsmarktregio opdracht gegeven om het regionale mobiliteitsteam -Kickstart- te ontwikkelen tot een dienstverleningscentrum, waar een 'ontschotte' dienstverlening aan werkgevers en werkzoekenden wordt vormgegeven. Het dienstverleningscentrum richt zich op het matchen van vraag en aanbod, ongeacht de situatie waar iemand zich in bevindt. Niet de doelgroep, maar de hulpvraag staat centraal. Hiermee willen wij dat de beroepsbevolking in de regio beter wordt benut en duurzaam inzetbaar blijft.
Toelichting
Speerpunt 3.3.2 Toelichting
Wij komen tot een heroriëntatie op begeleiding. De samenstelling van de groep die instroomt in de bijstand veranderd. Dit vraagt een differentiatie en innovatie in/van vormen van begeleiding. Enerzijds kunnen nieuwe vormen worden geprobeerd, zoals beeldbellen, uitleg door VR en appen. Anderzijds gaat het over het toevoegen van nieuwe vormen -zoals lifecoaching- en differentiatie in de bestaande vormen van begeleiding. Ook kunnen we onderzoeken hoe wij werkgevers kunnen coachen in het begeleiden van inwoners uit het bestand van de sociale dienst. Bijvoorbeeld met 'Harrie helpt' trainingen, ervaringsdeskundigheid en aanwezigheid op de
15
werkvloer. Speerpunt 3.3.3 Toelichting
Wij zijn zichtbaar voor onze netwerkpartners, zoeken samen naar verbetering en werken met hen samen. Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder. Zonder werkgevers die bereid zijn onze inwoners met afstand tot de arbeidsmarkt een kans te geven of zonder de samenwerking met het beroepsonderwijs, zorgaanbieders en hulpverleners lukt het niet om inwoners te ontwikkelen naar werk. Samen doen, samen werken en samen nieuwe wegen proberen moet daarom in ons dna zitten. Daarvoor nemen wij het initiatief en zijn wij niet afwachtend, want die tijd hebben onze inwoners niet.
2.4.2 Beleidsagenda De opgave Ontwikkelen naar Werk is volop in ontwikkeling. Het jaar 2025 is hierin bepalend vanwege de landelijke herziening van de Participatiewet, de nieuwe opdracht en extra middelen voor sociaal ontwikkelbedrijven (SW-instellingen) en de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. Deze ontwikkelingen bieden kansen om betere dienstverlening en instrumentarium in te zetten op het veranderd bijstandsbestand. De huidige doelgroep heeft een groeiende afstand tot de arbeidsmarkt, meer dan in het verleden. Ook zien we een hoge instroom van statushouders en inwoners die in een flexberoep door ziekte uitvallen en sneller afhankelijk zijn van het laatste vangnet. Daarbij moet gerealiseerd worden dat niet iedereen te begeleiden is naar werk en langdurig in een uitkeringssituatie zal blijven. Deze ontwikkelingen zijn in lijn met de landelijke trend en sluiten aan bij het recente CPB rapport. Voor gemeenten heeft dit tot gevolg dat de investering en ontwikkeling om inwoners richting werk te bewegen meer vraagt, zowel in tijd als geld. Alle gemeenten worstelen met de zoektocht om te ontwikkelen naar werk. In de Drechtsteden is in 2023 gestart met opzetten van een nieuwe koers en het ontplooien van verschillende initiatieven en maatregelen om de dienstverlening en het instrumentarium aan te passen.
De financiële houdbaarheid van het sociaal domein noodzaakt ook om richting de toekomst te innoveren en resultaten te behalen met minder middelen. In 2025 gaat de GR Sociaal samen met de gemeenten de ontwikkelingen en de daarin te maken keuzes vormgeven. Dat gebeurt in verschillende sporen: 1. Re-integratie en participatieplan (zie doorontwikkeling opgave) 2. Transformatieplan Drechtwerk (zie infrastructuur sociale ontwikkelbedrijven) 3. Regionaal Werkcentrum (zie Werkcentrum Drechtsteden) Herijking Drechtstedelijke uitvoering van de Participatiewet In de transitie naar de GR Sociaal met gemeenten is afgesproken om gefaseerd de invulling van de regionale en lokale kaders van de verschillende uitvoeringsopgaven van de GR Sociaal te herijken. De herijking van het beleidskader Participatiewet (exclusief minimabeleid) vormt daarbij het laatste stadium in dit volledige herijkingsproces. De herijking is gekoppeld aan de komende landelijke wijzigingen op de Participatiewet (zie Participatiewet in balans). In deze herijking staat zowel de opgave Ontwikkelen naar Werk (re-integratie) als de opgave Bestaanszekerheid versterken (inkomen en handhaving) centraal. Deze herijking is anders dan de herijking van het minimabeleid en de Wmo, omdat het veelal verplichte landelijke aanpassingen betreft en er weinig mogelijkheid is voor gemeentelijke differentiatie.
Desalniettemin raakt de wijziging van de Participatiewet aan belangrijke vraagstukken voor de opgave Ontwikkelen naar Werk. Het gaat dan over het leggen van de juiste accenten en prioriteiten bij het ontwikkelen van de doelgroepen en het samenspel van regionaal en lokaal beleid rondom het vormgeven van maatschappelijke participatie. Hier zal in 2025 het politieke- en bestuurlijke gesprek over plaatsvinden waarvan de uitkomsten worden betrokken bij de beleidskeuzes voor komende jaren.
Participatiewet in balans 16
De Participatiewet wordt landelijk aangepast in het programma ‘Participatiewet in balans’. De wet is te complex, gaat onvoldoende uit van vertrouwen en behoeft verbetering als het gaat om inkomensondersteuning en passende ondersteuning bij participatie. Landelijk is daarom intensief ingezet op aanpassingen van de wet langs drie sporen: · Spoor 1 betreft een wetsvoorstel met 20 maatregelen. · Spoor 2 betreft de herziening van de Participatiewet op de langere termijn. · Spoor 3 werkt aan het versterken van de vakkundigheid in de uitvoering van de Participatiewet. De verwachte ingangsdatum van spoor 1 is nog niet zeker, maar verwacht wordt halverwege 2025 of per 2026. In de herijking van de Drechtstedelijke uitvoering van de Participatiewet wordt gezamenlijk met de gemeenten het traject van deze wijzigingen doorlopen. De maatregelen zijn veelal verplichte landelijke aanpassingen en er is weinig mogelijkheid voor gemeentelijke differentiatie. Lokaal maatwerk is ook beperkt omdat de Participatiewet zich afspeelt binnen een regionale arbeidsmarkt en werkgevers nadrukkelijk pleiten voor een eenduidig pakket aan instrumenten. Tot slot geldt dat de kostenverdeling is ingericht op uniform / solidariteit beleid. Dit neemt niet weg dat gezamenlijk met elkaar andere keuzes gemaakt kunnen worden die beter aansluiten bij de inwoner en de actuele vraagstukken.
Op spoor 2 en spoor 3 neemt de GR Sociaal deel aan verschillende landelijke werkgroepen waarbij wij meedenken en richting geven aan de ontwikkelingen. Infrastructuur sociale ontwikkelbedrijven De (financiële) infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven staat onder druk. De doelgroep van de voormalige Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) neemt af en dit vraagt om een transformatieplan om de infrastructuur toekomstbestendig te maken. Berenschot heeft onderzoek gedaan naar mogelijke toekomstperspectieven en hieruit blijkt dat sociaal ontwikkelbedrijven een grotere rol kunnen spelen voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. Regionaal is al gestart met deze transitie door Drechtwerk, het sociaal werkbedrijf, samen te laten gaan met de SDD in de GR Sociaal en de infrastructuur verder toegankelijk te maken voor inwoners met een bijstandsuitkering. In 2025 zullen de GR Sociaal en gemeenten samen verder aan de slag gaan met voorstellen om deze transitie invulling te geven door middel van een transformatieplan. Het Rijk stelt in 2025 en verdergaande jaren geld beschikbaar om gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven hierbij te ondersteunen. Doorontwikkeling opgave Ontwikkelen naar Werk In de Drechtsteden is in 2023 gestart met opzetten van een nieuwe koers en het ontplooien van verschillende initiatieven en maatregelen om de dienstverlening en het instrumentarium aan te passen.
In 2025 gaan we verder met deze doorontwikkeling. Binnen de opgave Ontwikkelen naar Werk zijn we volop mogelijkheden aan het onderzoeken en initiatieven aan het ontplooien die helpen om de weg naar werk te bevorderen. Deze projecten en pilots worden ook meegenomen in het Reintegratie en participatieplan en de regionale herijking van de Participatiewet. Deels van deze projecten zijn in 2024 al gestart en zullen in 2025 worden voortgezet of geïntensiveerd. In de Uitgangspuntennotitie 2026 staan de maatregelen benoemd die al financieel zijn door vertaald. In aanloop naar de begroting 2026 zullen ook de speerpunten en de indicatoren van de doelenboom worden herijkt, zodat deze beter meetbaar zijn en haalbare resultaatverplichtingen opleveren. Ontwikkelingen initiatieven en projecten · We zetten in op een intensievere samenwerking met de lokale gemeenten en naar specifieke doelgroepen zoals jongeren en statushouders. De gebiedsgerichte aanpak en het met elkaar kennen (en daardoor beter kunnen ondersteunen) van inwoners in de bijstand, zien we als een van onze prioriteiten. We werken toe naar een sluitend netwerk van voorzieningen over alle gemeenten. · In 2025 hebben we verdergaande stappen genomen met de optimalisatie van het uitvoeringsproces: het programma ‘Samen verbeteren’.
Het doel hierbij is dat we beter in staat zijn om efficiënte en effectieve keuzes te maken in de ontwikkelgerichte/re-integratie dienstverlening aan onze inwoners. · Het ontwikkelprogramma bij Drechtwerk wordt verder uitgebouwd waarbij wordt aangesloten op prioritaire bedrijfssectoren in de regio en bij de sectorgerichte ontwikkelpaden. We richten ons op het vergroten van het netwerk van o.a. lokaal gerichte werkgevers en de versterking van de verbinding tussen het lokale en regionale aanbod. Het ontwikkelprogramma is een belangrijke stap in de transitie om meer inwoners vanuit de Participatiewet gebruik te laten maken van de infrastructuur en expertise van Drechtwerk om te ontwikkelen naar werk.
17
·
·
·
· · · · · ·
In 2025 gaan we aan de slag met het toevoegen van ontwikkelbanen aan het instrumentarium. Hierdoor kunnen we inwoners, die bemiddelbaar zijn maar (nog) geen directe aansluiting kunnen vinden op de arbeidsmarkt, een tijdelijke arbeidsovereenkomst te bieden binnen Drechtwerk. Met deze arbeidsplaatsen kunnen de inwoners werkervaring opdoen en tevens verder ontwikkeld worden in de richting van in de regio beschikbare vacatures. Daarbij wordt het accent vooral gelegd bij aansluiting op de zorgsector. Bij Drechtwerk stimuleren we werkbehoud door inzet op nazorg. Anders dan in het verleden wordt deze vorm van ondersteuning steeds meer gericht op een nadere intensivering binnen regelingen als de Wsw, Nieuw Beschut en Banenafspraak alsmede arbeidsmatige dagbesteding, stagiaires en vrijwilligers. In 2025 ontwikkelen we onze aanpak op beschut werk verder door. We kijken naar mogelijkheden om beschut werk verder af te stemmen op de veranderde doelgroep van de Participatiewet. We betrekken hierbij de ervaringen van de pilot ontwikkelcoaches die in 2024 is gestart en hebben speciale aandacht voor het simpel switchen tussen dagbesteding en een beschut werkplek. We verwachten dat onze inzet leidt tot een toename van het aantal beschut werkers en daarmee een vermindering van de uitkeringslast.
In 2025 intensiveren we de pilot gericht op de verbreding van de doelgroep voor werkenden met loonkostensubsidie (onder andere ook statushouders). We intensiveren de begeleiding van de parttime werkenden en vergroten de groep parttime werkenden. In 2025 kijken we hoe we het werkgeversinstrumentarium herijken en beter laten aansluiten op het veranderd bijstand bestand. Dit is onderdeel van het op te stellen Re-integratie en participatieplan en de regionale herijking van de Participatiewet. We ontwikkelen participatietrajecten voor statushouders en sorteren met gemeenten voor op de voorgenomen vestiging van meerdere AZC’s in de regio om inburgeringstrajecten en werk vooruitlopen op reguliere huisvesting aan te bieden. In februari 2024 is een bestuurlijke opdracht gegeven door het Algemeen Bestuur om te onderzoeken wat de beste vorm van organisatie is bij de uitvoering van de Wet inburgering 2021. De resultaten hiervan worden eind 2024 verwacht. Om de kansengelijkheid van jongeren tot 27 jaar met (een risico op) een afstand tot de arbeidsmarkt bij de overgang van school naar werk te bevorderen hebben de ministeries van OCW en SZW gezamenlijk het wetsvoorstel 'van School naar duurzaam werk' in voorbereiding. De wet gaat per 1 januari 2026 in.
Voor de SDD betekent dit wetsvoorstel dat zij door scholen of het doorstroompunt eerder betrokken wordt voor de begeleiding van jongeren naar werk. Momenteel werken contactscholen (Da Vinci en Juverta), doorstroompunt ZHZ (procesregie) en SDD binnen de arbeidsmarktregio samen aan de totstandkoming van een regionaal programma.
Het Werkcentrum Drechtsteden en de regionale samenwerking binnen de arbeidsmarktregio In 2025 start het Werkcentrum Drechtsteden. In 2022 heeft het Rijk de opdracht aan de arbeidsmarktregio’s gegeven om te komen tot een Regionaal Werkcentrum als onderdeel van een bredere hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. Het Regionaal Werkcentrum is een samenwerkingsstructuur waar verschillende loketten in worden ondergebracht (het regionaal mobiliteitsteam, het leerwerkloket en het werkgeversservicepunt). Dit draagt bij aan de vindbaarheid en eenduidigheid van de dienstverlening. In de Drechtsteden start het Werkcentrum op verschillende fysieke locaties, zoals het Samenwerkplein in Dordrecht en het Brughuis in Alblasserdam. Het Werkcentrum kan meer inwoners toeleiden naar de dienstverlening van de SDD. Via de Regiodeal zijn ook middelen toegekend voor outreachend werken met het regionale werkcentrum waardoor het mogelijk is om op verschillende manieren actief ondersteuning te kunnen bieden aan een brede groep inwoners met afstand tot de arbeidsmarkt. Hierbij is ook aandacht voor gebiedsgericht werken. Onderdeel van de nieuwe samenwerkingsstructuur is het opzetten van een strategische meerjarenagenda met de partners in de arbeidsmarktregio (gemeenten, GR Sociaal, UWV, vakbonden, onderwijs, SBB en werkgevers). Hier wordt in 2025 mee gestart.
Specifieke aandacht zal uitgaan naar het verbinden van de uitvoeringsagenda met wat er al in de regio gebeurt en de economische uitvoeringsagenda (Human Capital agenda). Inbreng per gemeente
18
Lokale ontwikkelingen die de inkomsten of uitgaven sterk beïnvloeden Het grootste deel van de regiogemeenten wordt de komende jaren in meer of mindere mate geconfronteerd met ombuigingen. In de meeste gevallen is de uitwerkingen hiervan nog niet geheel duidelijk waarbij erop gewezen wordt dat de besluitvorming t.a.v. de ombuigingstaakstellingen voor 2026 in de gemeenteraden niet parallel loopt aan het proces van de uitgangspuntennotitie. Hierdoor is het mogelijk dat nadere invulling van de ombuigingen gevolgen kunnen hebben na vaststelling van de uitgangspuntennotitie. Lokale ontwikkelingen binnen het Sociaal domein In het algemeen zin zijn de ontwikkelingen binnen het Sociaal domein verbonden aan de specifieke infrastructuur en de behoeften van de individuele gemeenten. In een aantal gevallen wordt daarbij gewezen op mogelijkheden tot versterking van de verbinding tussen lokale en regionale inzet om tot een efficiëntere en meer integraal gerichte dienstverlening te komen. De lokale accenten verschillen daarbij per gemeente. Enkele gemeenten geven ook aan voornemens te zijn bezuinigen door te voeren op de voorliggende voorzieningen en het welzijnswerk. Voor de versterking tussen regionaal en lokaal aanbod is dit juist een nadelige ontwikkeling, omdat het minder mogelijkheden biedt voor inwoners om mee te doen of ondersteuning te krijgen in de eigen omgeving.
Dit heeft mogelijk ook een (financiële) impact op de opgave Ontwikkelen naar Werk, omdat de mogelijkheden naar de weg naar werk versoberen en inwoners hierdoor langer afhankelijk blijven van de bijstandsuitkering. Voor de gemeenten met een AZC binnen het grondgebied wordt aangegeven behoefte te hebben aan een nadere samenwerking op lokaal en regionaal niveau gericht op participatie, werk en inburgering. Behoeften aan maatwerk dienstverlening op basis van lokaal beleid De meeste gemeenten geven aan geen behoeften te hebben aan specifiek maatwerk of daar nog geen duidelijk beeld bij te hebben.
19
2.5 Opgave Zorgen voor ondersteuning
2.5.1 Doelen Als ik op de juiste onderdelen van mijn leven passende ondersteuning heb vanuit mijn sociale netwerk, mantelzorg en of professionals, dan woon ik zolang mogelijk zelfstandig en doe ik mee naar vermogen. Dan heb ik regie over mijn leven en kan ik omgaan met mijn fysieke, psychische, emotionele en sociale uitdagingen in het leven. Ik voel me dan een volwaardig inwoner van de Drechtsteden. Als ik geen passende ondersteuning heb dan heeft dat negatieve gevolgen voor mijn dagelijks functioneren, mentaal welbevinden, meedoen in de maatschappij en kwaliteit van leven. Dit betekent dat ik me eenzaam kan voelen, dat mijn mantelzorger overbelast kan raken of dat er gevaar kan ontstaan voor mijzelf of mijn omgeving. Nummer
Doelstelling
4.1
Wij indiceren en voeren we regie op de beoogde effecten van de ingezette maatwerkondersteuning Wij zorgen voor de ondersteuning die nodig is om mee te doen naar vermogen en richten ons op ontwikkeling waar mogelijk. Wij zorgen voor ondersteuning voor klanten die nodig is om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen wonen.
4.2 4.3
Opgave-indicatoren Indicator Gemiddelde kosten per inwoner voor IB, gecorrigeerd voor indexatiecijfers
Begr 2025
UPN 2026
5% onder de referentielijn 2018 blijven onder de referentielijn 2023
Score klantbeleving
≥ 7,5
5% onder de referentielijn 2018 blijven onder de referentielijn 2023 ≥ 7,5
Score kwaliteitsmeting HO
≥ 7,5
≥ 7,5
% inwoners met DB ontwikkelingsgericht dat binnen twee jaar uitstroomt naar een hogere stap op de participatieladder (Of ander instrument). % inwoners met DB arbeidsmatig dat uitstroomt naar een hogere stap op de participatieladder (Of ander instrument). % inwoners met IB dat afschaalt naar lagere maatwerkvoorziening of andere (algemene) voorziening. % meldingen IB/DB dat wordt opgelost via een andere oplossing dan een maatwerkvoorziening. % klanten met een ondersteuningsduur langer dan vier jaar
≥ 50%
≥ 50%
≥ 5%
≥ 5%
≥ 15%
≥ 15%
≥ 5%
≥ 5%
≤ 25%
≤ 25%
% aantal voorzieningen (scootmobiel, HO, trapliften) ten opzichte van het aantal 65-plussers (daalt met 2%)
≥ 2%
≥ 2%
Gemiddelde kosten per inwoner voor DB, gecorrigeerd voor indexatiecijfers
Doelstelling 4.1
Wij indiceren en voeren we regie op de beoogde effecten van de ingezette maatwerkondersteuning
Speerpunt 4.1.1
We zetten in op de verdere professionalisering van de Opgave Zorgen voor Ondersteuning. Noodzakelijk in groeiend aantal aanvragen om efficiënter te werken, dichter bij de inwoner en om de kennis van de Wmo en het brede veld op gelijk niveau te brengen.
Toelichting
Speerpunt 4.1.2 Toelichting
We hebben inzicht in en grip op de effecten van maatwerkondersteuning door monitoring en sturing op klantbeleving en resultaten bij de verschillende zorgverleners. Omdat we de beweging naar meer zelfstandigheid willen inzetten is sturing op de effecten van de ingezette ondersteuning noodzakelijk. De ingezette ondersteuning biedt een
20
effectieve oplossing voor de ondersteuningsvraag zowel in feitelijke effecten als in de gemeten klantbeleving. Een neveneffect van dit speerpunt is een verhoogd kostenbewustzijn van consulenten en inwoners, en een positief effect op de houdbaarheid van de Wmo in de regio. Speerpunt 4.1.3 Toelichting
We zorgen voor scherpe contracten, met oog voor innovatie, met als doel de kwaliteit, betaalbaarheid en continuïteit van de ondersteuning te waarborgen. Om op management niveau van de zorgaanbieder dezelfde sturing in te kunnen richten als op individueel niveau is scherpe contractering aan de voorkant noodzakelijk
Doelstelling 4.2
Wij zorgen voor de ondersteuning die nodig is om mee te doen naar vermogen en richten ons op ontwikkeling waar mogelijk.