CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20231207 Verslag raadsvergadering CONCEPT.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 1 februari 2024, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststelling verslagen raadsvergaderingen 7 en 14 december 202312.192 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

VERSLAG VAN DE OPENBARE BESLUITVORMENDE RAADSVERGADERING VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN PAPENDRECHT d.d. 7 december 2023 (reguliere aanvang 20.00 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www.papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw M.J.M. van Driel, (voorzitter); De dames: A. Bokma (VVD), T.C. van Es (D66), H.C.T.J. Hoekstra (OP), K.E. Middelkoop- van den Adel (CDA), Verschoor-De Winter (CDA), A.J.P. VerweijHeijstek (PAB), H.M. van Wijngaarden (PAB) en D. Yildiz-Karso (PvdA) en de heren: H.G. Bezemer (CU), A. Boersma (SGP), L. Bruijniks (PAB), P.J. van der Giessen (VVD), W. Goudriaan (SGP), P.C. Grimmius (GL), G.C.H. Hardam (OP), N. van Heteren (D66), R. Lammers (OP), H.D. Stouthart (VVD), A. Tieleman (PAB) en M.H.A. Verweij (PAB). De heren J.W. van der Borg, J.L. van Erk, A.M.J.M. Janssen en A.J. Kosten; wethouders. De heer G. van Egmond, interim griffier, De heer N. den Braven, raadsadviseur. Afwezig: de heren L.T. van den Dool (CDA) en P.C. Spitsbaard (OP) en mevrouw A.A.S. Stigter (CU). Mevrouw S.H. de Keizer, wethouder. Verslaglegging: Jeanine van Prehn 01.

Opening. De VOORZITTER opent de raadsvergadering en heet eenieder van harte welkom. Er zijn afmeldingen van de heren Van den Dool en Spitsbaard en mevrouw Stigter.

02.

Vaststelling van de agenda. Er wordt besloten agendapunten 15, 16, 17 te behandelen als hamerstukken. De agenda wordt aldus gewijzigd en vastgesteld.

03.

Mededelingen. Wethouder VAN ERK geeft aan dat wethouder De Keizer i.v.m. ziekte niet aanwezig is en bij de diverse agendapunten vervangen zal worden door wethouders Van der Borg en Janssen. Er zijn verder geen mededelingen.

1

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

04.

Vaststelling van de verslagen van de openbare vergadering van 2 en 9 november 2023. De verslagen wordt ongewijzigd vastgesteld.

05.

Vragenkwartier. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN stelt, n.a.v. de toezegging van de wethouder en de inhoud van de verstuurde brief (die 1 van de zappers niet heeft ontvangen), de volgende vragen: 1. Is er een mogelijkheid om te achterhalen of alle brieven aan de zappers ook daadwerkelijk zijn verzonden? 2.Is het college/de wethouder bereid de regeling, zoals nu aangeboden aan de zappers, alsnog aan te passen waardoor zappers in iedere willekeurige container hun geraapte afval kunnen storten? 3.Zo nee: waarom niet? (Het gevolg gaat immers zijn, dat zappers afhaken). 4.Zo ja: per wanneer kan dit worden georganiseerd en worden gedeeld met alle zappers? Wethouder KOSTEN geeft aan dat t.b.v. alle zappers een brief is aangeboden aan de post, die aannemelijker wijze allemaal zijn verzonden. Verder merkt hij op dat de gekozen oplossing tot stand is gekomen n.a.v. de gesprekken met de 2 groepen zappers. Omdat men als resultaat hiervan voor een andere aanpak heeft gekozen dan aanvankelijk de bedoeling was kan men opmaken dat er zeker naar de zappers is geluisterd. De wethouder begrijpt echter de vraag en zorg van de PAB-fractie. Op dit moment ziet men, omdat de zappers betrokken zijn, men in vergelijking met andere gemeenten relatief veel doet en het idee technisch niet uitvoerbaar is, echter geen reden af te wijken van de gekozen lijn.

Hij stelt voor het systeem zoals voorgesteld te veranderen, goed te kijken hoe een en ander loopt en dit in het nieuwe jaar te evalueren. De heer LAMMERS stelt de volgende vragen: 1. Zijn er van gemeentewege nog winteractiviteiten te verwachten? Bijvoorbeeld een schaatsbaan of een traditionele Kerstmarkt eventueel in samenwerking met ‘Blomberg’? 2. Hoe kijkt het college aan tegen de toegenomen leegstand in winkelpark de Meent? 3. Wat gaat het college doen om deze ontwikkelingen te keren? 4. Hoe wil het college het centrum voor bezoekers weer aantrekkelijk maken? 5. Wat is nu de stand van zaken – nadat er sprake was van een verplichtende procedure om een in coronatijd toegestaan zonnescherm te verwijderen – en is de relatie met de ondernemer van Jut & Jul inmiddels al weer hersteld? Wethouder VAN DER BORG geeft aan dat er vanuit de gemeente geen winteractiviteiten te verwachten zijn. Verder merkt hij m.b.t. de schaatsbaan op dat de gemeente de subsidierelatie met de stichting Huiskamer heeft beëindigd, waarna de schaatsbaan vanuit deze stichting niet meer heeft plaatsgevonden. 2

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

Uiteraard juicht het college particuliere initiatieven toe. Daarnaast noemt de wethouder de evenementennota die het college in voorbereiding heeft. Een van de onderdelen hiervan is dat de markt een centrale en gezellige plek voor activiteiten en evenementen is. M.b.t. de vragen 2,3 en 4 merkt de wethouder op dat de door de OP-fractie gestelde schriftelijke vragen inzake de ondernemers op de Meent zijn beantwoord en dat deze op 18 januari as. bij de LIS zullen worden geagendeerd. Inzake het vertrek van de ondernemers geeft de wethouder aan dit te zien als een teleurstellend signaal van een bredere trend. Hierbij merkt hij wel op dat de winkelcentra in Papendrecht relatief goed presenteren, maar dat hij de teleurstelling over de vertrekkende ondernemers deelt. Daarnaast geeft hij aan dat men doorlopend in gesprek is met de winkeliersvereniging en de stichting BIZ, maar dat de gemeente geen eigenaar is van het winkelcentrum of van de winkelpanden. Hierbij merkt hij op dat het via de BIZ ook de komende jaren mogelijk is om de eerste 2 uur gratis in de parkeergarage te parkeren en dat de centrummanager de gemeenschappelijke belangen behartigt. Tenslotte geeft de wethouder aan dat men de komende jaren aan de gang gaat met het detailhandel beleid, waarmee de gemeente sturing geeft aan de detailhandel in Papendrecht. Voor meer informatie hierover verwijst hij naar de RIB. M.b.t.

de vraag inzake Jut en Jul beperkt de wethouder zich i.v.m. de individuele ondernemer tot feitelijkheden. Op basis van juridische uitspraken is gebleken dat de overkapping een bouwwerk is in strijd met de regelgeving en daarom afgebroken diende te worden, hetgeen is gebeurd. Mevrouw HOEKSTRA stelt de volgende vragen inzake Blue Amigo: Het schijnt dat het laadstation storing had en dat er nieuwe kabels getrokken zijn. 1. Was het bekend dat er weer gegraven is op die locatie? 2. Zijn de omwoners daar mee bekend gemaakt? Mede ook omdat die grond niet gif vrij is. Wethouder JANSSEN vraagt hoe men op de hoogte is van de veronderstelling dat er is gegraven en zegt dat er slechts kabels zijn getrokken en er geen graafwerkzaamheden zijn uitgevoerd. De heer GRIMMIUS stelt de volgende vragen inzake het door DHL bussen opladen aan openbare laadpalen. 1. Is het college op de hoogte van deze situatie en is het college bekend met meldingen die hierover zijn gemaakt? 2. Is het college het met de GL-fractie eens dat dergelijk intensief gebruik van laadpalen door één (commerciële) partij, de laadmogelijkheden voor bewoners onder druk zet en dat dit onwenselijk is? 3. Is het college bereid om met DHL het gesprek aan te gaan over het realiseren van laadmogelijkheden op het terrein van het sorteercentrum? 4.

In geval het antwoord op de laatste vraag nee is, wat is het college dan bereid te doen om deze problematiek aan te pakken? 3

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

Wethouder JANSSEN is op de hoogte van deze situatie aan de Rembrandtlaan en Van der Palmstraat. Hij vindt het niet wenselijk als de toegang tot de openbare voorziening geblokkeerd wordt, maar merkt hierbij op dat ook DHL gebruik mag maken van de openbare voorziening. Verder geeft hij aan dat een gesprek met DHL hierover is voorzien -wanneer precies weet de wethouder nog niet- en dat laadmogelijkheden op eigen terrein of een extra laadpaal in de omgeving hierbij onderwerp van gesprek zal zijn. Mevrouw VAN ES kreeg van een inwoner een e-mail over pasjes voor de ondergrondse containers voor restafval. Het verzoek is om extra pasjes te kunnen bestellen, omdat zijn hoogbejaarde dementerende moeder het pasje waarschijnlijk kwijt raakt als het in haar huis blijft. Haar kinderen, die samen de mantelzorg op zich nemen, willen zelf ieder een pasje, zodat zij het vuil kunnen wegbrengen als zij bij hun moeder zijn. Het blijkt, in verband met mogelijk misbruik, niet mogelijk een extra pasje te bestellen. Meerdere pasjes koppelen aan één adres, is technisch mogelijk. Er zijn vast meer mensen die tegen dit probleem aanlopen.

Kan het college HVC verzoeken het bestellen van extra pasjes per woonadres mogelijk te maken? Wethouder KOSTEN herkent de geschetste situatie, maar is van mening dat men eerst met de ingezette lijn verder moet gaan om daarna eventuele problemen en verbetermogelijkheden te bekijken. Navraag bij HVC heeft uitgewezen dat meer passen per woning niet mogelijk is i.v.m. veiligheidsredenen (persoonsgegevens) en het gebruik van de pas als creditcard (waarbij een schuld wordt opgebouwd). Bij andere gemeenten is gebleken dat het overzicht bij het gebruik van meerdere kaarten per woning vermindert, met als gevolg klachten wanneer de rekening wordt ontvangen. Daarnaast kan het kaarthoudersysteem geen meerdere kaarten (meer) aanmaken. Er zijn verder geen vragen. 06.

Ingekomen en ter inzage gelegde stukken. Ter inzage gelegde stukken: I. het voorstel om de onder categorie I ingekomen stukken voor kennisgeving aan te nemen (de betreffende stukken zijn al als ingekomen stuk te boek gesteld en aan de orde geweest in de vergaderingen van de raadscommissies): de raad gaat hiermee akkoord. II. Het voorstel om de onder categorie II ingekomen stukken (die hierbij rechtstreeks te boek worden gesteld ten behoeve van de onderhavige vergadering van de gemeenteraad) als volgt te behandelen:

4

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

II.A. De ingekomen stukken (afkomstig van derden) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II.B. De ingekomen stukken (afkomstig van derden) in handen te stellen van het college; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II.C. De ter inzage gelegde stukken (afkomstig van het college van burgemeester en wethouders) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II. D. De ingekomen stukken (afkomstig van het college) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II. E. De antwoorden (afkomstig van het college) op RvO ex art. 40 vragen voor kennis aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. Er zijn er geen bijzonderheden en dit agendapunt wordt afgesloten. 07.

Aanwijzen interim-griffier en aanwijzen plaatsvervangend griffier. De raad wordt gevraagd de aanwijzing tot griffier van de gemeenteraad Papendrecht van mevrouw Muijzer in te trekken en de heer G. van Egmond, met terugwerkende kracht per 1 december 2023 aan te wijzen als interim-griffier van de gemeenteraad Papendrecht. Daarnaast wordt men gevraagd mevrouw Renes aan te wijzen als 2e plaatsvervangend griffier van de gemeenteraad Papendrecht. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. Mevrouw Renes wordt door de VOORZITTER -bij afwezigheid- gefeliciteerd en de heer Van Egmond legt aansluitend de belofte af.

08.

Benoeming lid rekenkamer Papendrecht. De raad wordt gevraagd de heer Koemans, i.v.m. het vertrek van mevrouw Kooijman, te benoemen als lid van de rekenkamer Papendrecht. De VOORZITTER haar mevrouw Kooijman voor haar bewezen diensten. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. De heer Koemans legt aansluitend de belofte af. 5

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

Schorsing van 20.24 – 20.30 i.v.m. felicitatie en fotomoment.

HAMERSTUKKEN 09.

Vergaderschema 2024. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

10.

Actualisatie financiële beleidsnota’s 2023. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

15.

Vaststelling reparatie Veeg Beheersverordening Papendrecht 2023. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

16.

Gunnen en aanwijzen accountant. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

17.

Instellen gemeenschappelijke raadscommissie Sociaal Domein vanuit GR Sociaal. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. BESPREEKSTUKKEN De VOORZITTER merkt alvorens op dat in de oordeelsvormende vergaderingen gelegenheid is geweest om technische vragen te stellen (die zijn beantwoord), standpunten in te nemen en met elkaar te debatteren. Het is daarom de bedoeling dat alleen de hoofdpunten en amendementen aan de orde komen. Hierbij zullen de wethouders in de eerste termijn op eventuele vragen reageren en heeft de vragensteller vanaf 1 december de gelegenheid om in eerste termijn de portefeuillehouder te interrumperen als de vraag niet is beantwoord.

11.

Beeldkwaliteitskader Veerpromenade. Mevrouw HOEKSTRA geeft aan dat haar fractie verdeeld over het voorstel zal stemmen. Men stemt tegen het voorstel omdat het gebouw 30 meter hoog wordt en voor omdat er woningruimte nodig is. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN was niet aanwezig bij de vergadering van 30 november, maar vond het verbazingwekkend te horen dat niet alle vragen 6

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

publiekelijk zijn beantwoord. De VOORZITTER merkt op dat de technische vragen -volgens de regels- door de voorzitter zijn terugverwezen naar schriftelijke beantwoording. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN geeft aan dat zij geen kritiek heeft op de voorzitter, maar op het systeem en dat dit onderwerp niet in de beeldvorming is behandeld en zij het daarom op prijs zou stellen als er soepeler met de regels wordt omgegaan. De VOORZITTER merkt op dat men bij een oordeelsvormende vergadering geen beeldvormende vergadering gaat herhalen. Het kan zijn dat de vergadering niet aan de verwachting (van het publiek) heeft voldaan, maar de oordeelsvormende vergadering is hier niet voor bestemd. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN geeft verder aan enthousiast te zijn over het nieuwe plan, waarmee haar fractie van harte zal instemmen. De reden voor de gedetailleerde vragen die haar fractie heeft gesteld is het ingewikkelde beeldkwaliteitsplan waardoor de prijs (mogelijk) hoger wordt. Het doel om te komen tot betaalbare woningen kan men vermijden door rare constructies te vermijden. Daarnaast wenst zij het misverstand te benoemen dat haar fractie tegen groen zou zijn. Uiteraard is men voor het gebruik van groen op diverse manieren, maar kan een constructie mogelijk gevolgen hebben. De heer GRIMMIUS dankt voor de beantwoording van de schriftelijke vragen.

Hierin wordt aangegeven dat het college nog geen contact heeft gehad met marktpartijen over de ontwikkeling van deze locatie. Tegelijkertijd wordt in het voorstel en de beantwoording aangegeven dat de markt aangeeft dat het eerdere voorstel niet haalbaar is. De GL-fractie vraagt zich af hoe dit aangegeven kan worden als er nog geen contact is geweest en wie er bepaalt wat haalbaar is: de haalbaarheidsdefinitie van het college of van een marktpartij (op basis van een winstoogpunt)? Daarnaast vraagt men zich af of de winstmarge van een marktpartij ook in de haalbaarheidsdefinitie meegenomen moet worden. Zijn fractie begrijpt dat het voorstel gewijzigd dient te worden om de opbrengst te kunnen verhogen om meer appartementen te kunnen bouwen, maar vindt het hierbij wel belangrijk dat de eerder besproken uitgangspunten gehandhaafd blijven. Hij duidt hiermee op het groen dat aanwezig moet blijven en dat volgens de aangenomen motie 1/3 van de woningen betaalbare starterswoningen moet worden. Men ziet dit niet duidelijk in het voorstel terug. Eerste termijn college Wethouder JANSSEN zegt dat er over het beeldkwaliteitskader geen contact is geweest met de marktpartijen, maar dat dit over het eerdere model van de 2 torens wel het geval was, waarbij deze hebben aangegeven dat het financieel onhaalbaar was.

Op de vraag wie er bepaalt antwoordt de wethouder dat de raad dit zelf is en dat de geformuleerde uitgangspunten uiteraard gehanteerd moeten worden: 1/3 starterswoningen en zoveel mogelijk groen. Ieder voorstel van 7

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

marktpartijen zal aan de hand hiervan worden gecontroleerd. De winstmarge van marktpartijen is uiteraard niet allesbepalend, maar het is wel de bedoeling dat zij hier aan verdienen. Tweede termijn De reactie van de wethouder gehoord hebbende zal de heer GRIMMIUS namens zijn fractie instemmen met het beeldkwaliteitskader, met het vertrouwen dat de uitgangpunten aldus uitgevoerd gaan worden. Stemverklaringen Mevrouw HOEKSTRA: ik ben tegen de bouw en voor meer woningen. De heer LAMMERS: ik ben ook tegen dit besluit, maar wel voor bouw van woningen, maar ik vind dat er op deze locatie een andere, culturele, bestemming moet zijn. Met 18 stemmen voor en 2 stemmen (mevrouw Hoekstra en de heer Lammers) tegen wordt er conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 12.

Afvalstoffenverordening Papendrecht 2023. De heer LAMMERS zal instemmen met dit voorstel, maar wenst bij agendapunt 14 een amendement in te dienen dat hiermee te maken heeft. De heer GRIMMIUS merkt op dat op dit moment nog niet overal in Papendrecht de mogelijkheden zijn gerealiseerd om het afval gescheiden aan te bieden en heeft alvorens in te kunnen stemmen met het voorstel de expliciete toezegging van de wethouder nodig dat dit uiterlijk 31 december overal in Papendrecht gerealiseerd moet zijn. Wethouder KOSTEN zegt dat men heel hard aan het werk is om dit te realiseren en dat dit voor 1 januari 2024 geregeld zal zijn. Stemverklaring De heer LAMMERS: ik zal voor dit besluit stemmen, maar zal bij agendapunt 14 met een amendement komen. Met stemmen 19 voor en 1 stem tegen (mevrouw Hoekstra) wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

13.

Concernrapportage 2023. Er wordt besloten dat de indieners van de amendementen eerst het woord voeren. 8

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

Mevrouw BOKMA merkt als toelichting op amendement 13.A2. kader besteding bestemmingsreserve toekomstige kapitaallasten op, dat er binnen de raad een duidelijke behoefte bestaat aan kaders voor de besteding van de bestemmingsreserve kapitaallasten toekomstige investeringen. De VVD-fractie deelt deze behoefte, maar is van mening dat hiervoor geen lijst hoeft worden vastgesteld, omdat duidelijk is dat deze reserve alleen kan worden besteed voor kapitaallasten van grote investeringen. Voor de vraag wat het minimale investeringsbedrag voor deze investeringen kan zijn heeft de VVD-fractie het investeringsprogramma bekeken dat is opgenomen in de begroting 2024-2028 en is i.o.m. de betrokken ambtenaar tot de conclusie gekomen dat een drempelbedrag van 2 miljoen euro redelijkerwijs aangeeft dat dit de grote investeringen betreft waarvoor de grote bestemmingsreserve is bedoeld. In het initiële voorstel uit de Kadernota 2021, waarin werd gesteld dat men voor de investering in scholen de Enecoreserves zou gebruiken en het wenselijk was om voor alle grote investeringen een reserve te creëren, is d.m.v. moties en amendementen gezorgd dat ook de scholen hieronder vallen. Voor de VVD-fractie is dit de reden geweest om niet te kiezen voor het opstellen van een uitputtende lijst, maar voor het vaststellen van een drempelbedrag.

Om deze reden is men geen voorstander van het amendement van de PvdA-fractie. Mevrouw KARSO geeft aan dat haar fractie n.a.v. de oordeelsvorming over dit onderwerp, waarbij de vraag werd gesteld waar de bestemmingsreserve voor is bedoeld, mede-indiener is van amendement 13.A1. Toepassing bestemmingsreserve kapitaalslasten grote investeringen. Destijds is bij de vorming van de reserve gesproken over de toekomstige investeringen -waaronder de huisvesting van de vo-scholen-, maar heeft de raad nooit een besluit genomen over waar deze reserve voor is bedoeld. Om te voorkomen dat dit gesprek continue aan de orde blijft komen lijkt het ook haar fractie verstandig zaken te concretiseren middels een limitatieve lijst. Verder merkt zij op, zoals de heer Bezemer eerder heeft aangegeven, dat de bestemmingsreserve in lijn moet zijn met de spelregels. Zij stelt voor hier volgend jaar verder over te spreken, zodat men zaken kan concretiseren en in een raadsbesluit kan verankeren. De ambtelijke organisatie heeft aangegeven dat besluitvorming in april, voorafgegaan door een opiniërende bijeenkomst haalbaar is. M.b.t. het amendement van de VVD-fractie begrijpt men de keuze voor een drempel, maar vindt zij dat dit in het zojuist voorgestelde gesprek bepaald kan worden. Omdat haar fractie op voorhand geen drempel wil kiezen zonder een doel vast te stellen zal men dit amendement niet steunen.

De heer VERWEIJ merkt op dat 6 juli 2023 de motie definitie toekomstige investeringen is aangenomen en in de concernrapportage (pag. 6) is verwerkt. M.b.t. het amendement en het voorstel een lijst op te stellen t.b.v. van de 9

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

bestemmingsreserve toekomstige kapitaallasten verwacht hij dat alle partijen enigszins ontevreden zullen zijn over de uitkomst van deze lijst en dat hierover een oeverloze discussie zal ontstaan. Wanneer de uitkomst wel een voor iedereen aanvaardbare lijst is voorziet hij herhaaldelijke discussies over aanpassingen. De situatie zou kunnen zijn dat het verbeteren van het binnenklimaat van de basisscholen veel meer gaat kosten dan voorzien en dit project -dat niet op het lijstje staat- voorrang krijgt om geld op te nemen. (Hij noemt hierbij het voorbeeld dat men geld dat is gespaard voor een uitbouw bij plotselinge lekkages in de badkamer ook hiervoor kan gebruiken.) Men kan een lijst bepalen, maar er kunnen zich altijd andere problemen aandienen die direct aangepakt moeten worden. Iedere 4 jaar zijn er bij de verkiezingen ook lijstjes, wat blijft hier uiteindelijk van over? Bovendien zijn er voldoende bijstelmomenten zoals de perspectiefnota en begroting. Deze kwestie raakt niet alleen de financiële strategie van de gemeente, maar ook de manier waarop men omgaat met de dynamiek van de steeds veranderende uitdagingen en behoefte van de samenleving. Het college zal elke keer met een raadsvoorstel naar de raad moeten komen om over uit te voeren plannen en bijbehorende financiën te spreken. Dit lijkt zijn fractie voldoende en werkbaar.

De PAB-fractie staat er, omdat men de tijd heeft genomen om over de lijst na te denken, anders in dan op 6 juli 2023. Bij de motie van 6 juli ging het vooral om ómdenken, daar waar men bij de naam bestemmingsreserve toekomstige kapitaallasten vooral dacht aan het bouwen van vo-scholen, beseft men nu dat deze reserve ook bestemd is voor andere projecten. Om deze reden stelt men voor om i.p.v. een statische lijst of grensbedragen te vertrouwen op de reguliere besluitvormingsprocessen. Dit zorgt voor de nodige transparantie en controle vanuit de raad, terwijl het college de flexibiliteit behoudt om snel te reageren op ontwikkelingen. De PAB-fractie zal de amendementen niet steunen. De heer GRIMMIUS hoort dat de heer Verweij bang is voor herhaalde discussies bij elk voorstel van het college voor een onttrekking van de bestemmingsreserves. Zijn fractie is echter van mening dat juist met het vaststellen van een lijst oeverloze discussies wordt voorkomen. Als men een lijst van zaken vaststelt die hier in ieder geval voor in aanmerking komen hoeft men hier geen discussie meer over te voeren. Het amendement is een vervolg op de aangenomen motie bij de perspectiefnota, waarop tot op heden door het college geen gevolg is gegeven.

Wethouder De Keizer heeft aangegeven dit bij de begroting en daarna bij de concernrapportage te zullen doen, in beide gevallen is dit echter niet gebeurd en moet men hier middels een amendement nogmaals om vragen. Waarom moet men 3 keer om een lijstje vragen? Er staat in de concernrapportage iets over de volgorde van onttrekking van de bestemmingen, maar er is geen lijst met zaken die men hieruit wil financieren. Daarnaast merkt de heer GRIMMIUS op dat men dit bij het instellen van de bestemmingsreserve volgens de nota reserve en 10

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

voorzieningen al had moeten doen. Inzake amendement 13.A2. kader besteding bestemmingsreserve toekomstige kapitaallasten vindt hij een drempelbedrag een goed idee, maar is hij het met mevrouw Karso eens dat men dit bedrag nu nog niet kan bepalen. Hij stelt voor eerst hun amendement aan te nemen en in het voorjaar een gesprek aan te gaan over het drempelbedrag en het lijstje te voorzien van een drempelbedrag. Mevrouw MIDDELKOOP stemt in met het voorstel. Op 8 juli 2021 heeft de CDAfractie zich d.m.v. een motie hard gemaakt om meevallende niet gelabelde inkomsten te storten in de bestemmingsreserve toekomstige investeringen en zo geld opzij te zetten voor de huisvesting van de vo-scholen. Op 6 juli 2023 is deze reserve -met de instemming van de CDA-fractie- verbreed. Men ziet daarom 5 maanden later geen noodzaak deze verbreding nader te specificeren. Omdat men hier als raad over gaat zal het college voor elke onttrekking uit deze reserve met een voorstel naar de raad komen. Om deze reden zal men niet instemmen met amendement 13.A1. Omdat het aangeven van een ondergrens wel raadzaam kan men wel instemmen met amendement 13.A.2. De heer BOERSMA zal namens zijn fractie instemmen met het voorliggende voorstel. M.b.t. de bestemmingsreserve kapitaalslasten toekomstige voorzieningen is het de vraag voor welk probleem deze amendementen de oplossing zijn.

In juli 2021 heeft men middels een motie besloten geld apart te zetten voor de investering voor de vo-scholen. Dit heeft zich in de concernrapportage 2021 vertaald door het creëren van de bestemmingsreserve. Deze is niet in zijn geheel gespecificeerd conform de nota reserves en voorzieningen. Hij merkt hij echter wel bij op dat de nota spreekt over nadere specificering voor zover van toepassing. In dit geval kan hij zich voorstellen omdat niemand hier toen een punt van heeft gemaakt- dat men destijds heeft gedacht dat het duidelijk is waarvoor de bestemmingsreserve bedoeld is. Bij de afgelopen perspectiefnota werd de discussie gevoerd over de motie van de GLfractie, die aangaf dat de bestemmingsreserve ook gebruikt kan worden voor andere investeringen dan de vo-scholen. Omdat men dit niet nodig vond heeft zijn fractie deze niet gesteund. Hiermee is echter wel meer duidelijkheid gekomen en daarom vindt zijn fractie het onnodig om hier volgend jaar de discussie opnieuw over te voeren. Hij stelt voor dat de partijen die dit wensen, als amendement op dit voorstel of als initiatiefvoorstel, nu met een lijstje komen en niet weer de bal bij het college leggen. Tenslotte merkt hij op dat het amendement aangeeft dat de bestemmingsreserve totdat het lijstje is ingesteld ook niet mag worden gebruikt.

Hierbij merkt hij op dat deze al wordt gebruikt voor het IHP en het amendement dekking moeten zoeken voor het gat in de begroting dat hierdoor wordt gecreëerd. Zijn fractie heeft iets meer sympathie voor amendement 13.A2, maar vraagt zich af of dit -gegeven de systematiek die 11

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

het college volgt- echt nodig is en ziet dit meer als extra slotje op de deur om te voorkomen dat voor relatief kleinere investeringen alsnog gebruik gemaakt gaat worden van de bestemmingsreserve. De heer BEZEMER is blij dat men het debat over dit onderwerp kan voeren, omdat men overschotten heeft en voorziet voor de komende periode. Zijn fractie staat uiteraard achter het door zijn fractie mede ingediende amendement 13.A1. De noodzaak is om de spaarpot te hebben op het moment dat deze daadwerkelijk nodig is. In dat opzicht schrikt hij van de woordvoering van de PAB-fractie die aangeeft dat deze gebruikt kan worden om de spreekwoordelijke badkamer te repareren. Het geld dat hiervoor nodig is moet dan komen uit de algemene reserve en niet uit de bestemmingsreserve toekomstige kapitaallasten. Om deze reden wenst men middels een lijstje of criteria in te kaderen waarvoor de spaarpot gebruikt kan worden. Amendement 13.A2. inzake het drempelbedrag zou 1 van de criteria kunnen zijn. M.b.t. de opmerking van de heer Boersma inzake het IHP geeft de heer BEZEMER aan dat dit al is bestemd en dat men hier geen discussie over hoeft te voeren. Tenslotte is het zeker niet de bedoeling van de indieners de bal weer bij het college neer te leggen, maar wenst men het gesprek in de raad te voeren.

Mevrouw VAN ES hecht namens haar fractie aan het fundamentele punt dat de raad haar eigen besluiten uitvoert. Zij doelt hiermee op de nota die aangeeft waaraan een bestemmingsreserve moet voldoen en dat deze geen algemene reserve moet worden. Luisterend naar de woordvoering van de heer Verweij merkt zij op dat men dit thuis met de spaarpot kan doen, maar dat het bij de gemeente duidelijk moet zijn dat een bestemmingsreserve een bestemming heeft en niet aan andere zaken kan worden uitgegeven. N.a.v. de verwijzing van de SGP-fractie naar de aangenomen motie merkt zij op dat een motie geen raadsbesluit is en dat hier -ondanks herhaaldelijke toezeggingen van het collegeniets mee is gedaan. Bovendien was deze motie niet limitatief -haar fractie heeft deze motie daarom niet gesteund-, maar gaf aan dat er in ieder geval een aantal zaken uit betaald moeten worden. Zij geeft toe dat de raad, omdat men de financiering van de vo-scholen met zoveel woorden had moeten noemen, bij het instellen van de bestemmingsreserve zelf fouten heeft gemaakt. Omdat men dit niet heeft gedaan vreest zij dat bij elk voorstel waar een onttrekking uit de bestemmingsreserve wordt voorgesteld ook nog een fundamentele discussie gevoerd gaat worden.

Eerste termijn college Wethouder JANSSEN zegt dat het college gezien de forse toekomstige investeringen in de huisvesting van vo-scholen, net als de raad, in de toekomst 12

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

wil blijven investeren in wat goed is voor Papendrecht. In juli 2021 is hiervoor een motie aangenomen met als doel de meevallende niet gelabelde inkomsten te reserveren voor de kapitaallasten van de toekomstige investeringen. Aanvullend is de motie van de GL-fractie aangenomen om de bestemmingsreserve ook in te zetten voor andere investeringen (energietransitie, verduurzaming, vergroening, klimaatadaptatie, infrastructuur en mobiliteit). Hiermee is wat het college betreft meer dan voldoende richting gegeven voor de inzet van de bestemmingsreserve en is het een politieke keuze die gemaakt moet worden, wat er eventueel wel of niet op een lijst hoort en in welke volgorde men de investeringen bekijkt. Het college als dagelijks bestuur kan deze overweging niet maken. Dit is ook de reden waarom men het bij de concernrapportage heeft teruggelegd bij de raad en heeft aangegeven dat het budgetrecht ten alle tijden bij de raad ligt. De voorstellen van het college (zeker van een bepaalde grootte) gaan altijd via aparte projectbesluiten of de reguliere P&C-cyclus naar de raad. Het college ziet er ook geen meerwaarde in om ook nog een limitatieve lijst voor investeringen langs te lopen. Het kan ook best zijn dat men op dat het politieke moment van de dag/het jaar/een volgende college periode een andere investering belangrijk vindt.

Daarbij vindt men de eerstgenoemde onderwerpen welk logisch om naar te kijken. Om deze reden wijst het college amendement 13.A1. af. Ook m.b.t. amendement 13.A2. inzake het drempelbedrag wijst het college op het budgetrecht van de raad. Ook hier geeft de wethouder aan dat bij de voorstellen van het college die via aparte projectbesluiten of de reguliere P&C-cyclus naar de raad komen kan altijd besloten worden om dit ten laste van een algemene of bestemmingsreserve te laten komen. Ook hier ziet men de meerwaarde van het amendement niet. Verder vraagt de wethouder of de in dit amendement genoemde investeringen boven de 2 miljoen per jaar, voor het totale project of voor een deelinvestering zijn bedoeld. Het is immers mogelijk dat men bij de energietransitie of mobiliteit komt te werken met deelprojecten die onder deze grens vallen terwijl deze mogelijk in de bestemmingsreserve zouden moeten plaatsvinden. Tweede termijn raad Mevrouw BOKMA deelt de mening van de PAB-fractie dat het bijna ondoenlijk is een lijstje te maken waarmee alle fracties tevreden zijn. De VVD-fractie is van mening dat het drempelbedrag het lijstje vervangt, zodat het duidelijk is dat deze bestemmingsreserve alleen bedoeld is voor de grote investeringen. M.b.t.

de vraag van de wethouder inzake deelinvesteringen over meerdere jaren antwoordt zij dat het doel is dat ook deelinvesteringen waarvan het totaalbedrag boven de 2 miljoen euro ligt binnen de bestemmingsreserve vallen. Op de vraag van de SGP-fractie aan welk probleem men met dit amendement tegemoet wil komen antwoordt zij dat men hiermee borgt dat de bestemmingsreserve voor de 13

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

grote investeringen wordt gebruikt en om te voorkomen dat er een limitatieve lijst komt. Mevrouw KARSO wenst de fracties eraan te herinneren dat er spelregels zijn afgesproken: zolang er geen doel is gekoppeld aan de bestemmingsreserve is er sprake van een tweede algemene reserve. Zij is daarom van mening dat de raad moet besluiten wat er wel/niet uit de bestemmingsreserve betaald gaat worden, dit ook om herhaaldelijke discussies te voorkomen. Men vindt het belangrijk dat zaken die bij het instellen van de bestemmingsreserve niet goed zijn geregeld nu in een raadsbesluit worden vastgelegd. M.b.t. de vraag van de SGP-fractie inzake het IHP merkt mevrouw KARSO op dat dit uiteraard -omdat hieraan een raadsbesluit ten grondslag ligt- uit de bestemmingsreserve wordt bekostigd. De heer BOERSMA merkt -kijkend naar de criteria uit het amendement- per interruptie op dat al voldoende duidelijk is waar de bestemmingsreserve voor is bedoeld. De vraag is of men -omdat men het niet eens is met de manier waarop het college dit heeft voorgesteld- a.d.h.v. de voorgestelde criteria zelf niet met een voorstel moet komen en hier niet nog een half jaar mee moet wachten. Mevrouw KARSO antwoordt dat dit bij het college ligt.

Er zijn al besluiten genomen over de bestemmingsreserve en in het verleden is besproken dat er zoveel mogelijk gespaard moet worden voor toekomstige investeringen (waaronder de vo-scholen). Men is van mening dat het college met een lijst kan komen. Zij vindt het, omdat het college ook voor de raad werkt en hier herhaaldelijk naar is gevraagd, te makkelijk om te zeggen dat hun fracties -in de vorm van een initiatiefvoorstel- met een lijst moeten komen. Op basis van een lijst vanuit het college en eerder genomen besluiten kan men het gesprek voeren en kan de lijst van het college aangepast/aangevuld worden. Dit is de reden dat men dit middels een amendement op een later moment wel goed wenst te regelen. De heer BOERSMA heeft -per interruptie- de indruk dat er verschil is tussen de woordvoering van mevrouw Karso en de heer Bezemer, waar mevrouw Karso het college vraagt een lijstje op te stellen, terwijl de heer Bezemer de bal niet bij het college wil leggen. Hierbij merkt hij op dat de eerder aangenomen motie het college niet verzocht een lijstje op te stellen, maar een spreekt uit dictum had. De suggestie die diverse malen is gewekt dat het college de motie niet heeft uitgevoerd klopt dus niet. Hij is van mening dat dit het proces ondermijnt en verzoekt dit niet meer te doen. Mevrouw KARSO vindt dat ook het college kan nadenken over een lijstje t.b.v.

de toekomstige investeringen om het debat in de raad te ondersteunen. Men is niet gewend dat men dit zelf moet doen. Dat de raad hier zelf over gaat staat buiten kijf. De heer BOERSMA merkt als punt van orde op dat het niet duidelijk is hoe het amendement geïnterpreteerd moet worden. Wordt het college gevraagd een lijst te maken of de fracties? Schorsing 21.32 – 21.37 t.b.v. toelichting over het amendement.

14

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

De heer GRIMMIUS merkt op dat de vraag bij wie de bal wordt neergelegd hem om het even is, maar dat er een (spreekt uit) motie is ingediend en aangenomen waarbij een toezegging door de wethouder is gedaan om bij de begroting en daarna bij de concernrapportage met een voorstel te komen, waaraan in beide gevallen niet is voldaan. Uiteraard is het aan de raad om te bepalen waarvoor men het geld wel/niet wil inzetten. Met oog op de niet nagekomen toezeggingen is er wel sprake van belofte maakt schuld en vraagt men zich om deze reden af of het college in het te voeren gesprek input kan leveren over hoe men hierover denkt. Dit is de wijze waarop het amendement geduid kan worden. De heer VERWEIJ merkt op dat de bestemmingsreserves niet in beton zijn gegoten en deze altijd veranderd kunnen geworden. Wanneer men een lijst afspreekt met specifieke investeringsdoelen bestaat de kans dat men niet flexibel kan optreden. Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat dit niet klopt. Het klopt wel dat men bestemmingen kan wijzigen, maar het is niet zo dat men elke bestemmingsreserve lukraak kan gebruiken omdat deze volgens de eigen nota een bestemmingsdoel heeft. Op haar vraag of hij het niet belangrijk vindt wat er in de eigen nota is vastgesteld antwoordt de heer VERWEIJ dat het uitgangspunt indertijd was dat men had verzuimd te sparen voor het project van de vo-scholen.

Hierop volgend is dit middels een aangenomen motie uitgebreid tot diverse andere zaken. Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat de heer Verweij hiermee volgens haar zegt dat er een lijstje moet komen, omdat een motie een oproep aan het college is om iets te doen. De heer VERWEIJ vindt dit een kwestie van interpretatie. Hij is van mening dat de motie van 6 juli 2023 zegt dat de bestemmingsreserve niet alleen voor de vo-scholen is maar dat ook andere grote projecten (waarvan diverse voorbeelden zijn genoemd) hier aanspraak op kunnen maken. Het is niet zo dat men zich in deze motie heeft vastgelegd aan een bepaalde lijst. De heer GRIMMIUS zegt dat de bestemmingsreserve is ingesteld zonder in eerste instantie aan te geven waar deze voor bedoeld is. Zodat men (zoals de heer Verweij aangaf met zijn spaarpot voor de uitbouw) weet waarvoor men spaart vindt zijn fractie het wel noodzakelijk om dit te doen. Omdat in eerste instantie alleen de vo-scholen zijn genoemd is dit middels een motie uitgebreid met een aantal andere onderwerpen. Over de vraag of dit de beleidsthema’s waren waarvoor de bestemmingsreserve gebruikt diende te worden was men het destijds in de raad (en nu nog steeds niet) niet eens.

Is de herinrichting van het marktplein iets dat wordt bekostigd uit de bestemmingsreserve kapitaallasten toekomstige investeringen? Zijn fractie kan zich voorstellen dat hier discussie over kan ontstaan. Om deze discussie bij elk voorstel te voorkomen en het college en de ambtenaren duidelijkheid te geven, stelt men voor een lijst overeen te komen. 15

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

Wanneer men het amendement aanneemt kan men in het voorjaar het gesprek aangaan over waar men de bestemmingsreserve kapitaallasten toekomstige investeringen -eventueel voorzien van een drempelbedrag- voor wil gebruiken. Hierbij zou hij het waarderen -omdat dat het college tot twee keer toe een toezegging heeft gedaan die men niet is nagekomen- dat ook vanuit het college onderwerpen worden aangegeven. Mevrouw BOKMA merkt per interruptie op dat het college via de concernrapportage heeft getracht tegemoet te komen aan de wens van de raad en hier invulling aan heeft gegeven. Dit heeft men niet gedaan met een lijstje, maar men heeft -tussen de regels door- gemotiveerd dat dit een lastige zaak is. Op haar vraag of hij het hiermee eens is antwoordt de heer GRIMMIUS dat dit niet het geval is en dat men daarom een amendement heeft ingediend. Hij heeft wethouder Janssen zojuist voor het eerst horen aangeven dat het lijstje dat in de motie stond ook volgens het college het lijstje is. Hij dankt de wethouder voor deze duidelijkheid. Dit neemt niet weg dat niet iedereen het er over eens is wat wel/niet uit de bestemmingsreserve kapitaallasten toekomstige investeringen bekostigd kan worden en het debat hierover daarom noodzakelijk is. Uiteraard kan het college met een afwijkend voorstel komen of kan deze lijst aangepast worden.

De heer VERWEIJ merkt per interruptie op dat men ook zonder lijstje bij voorstellen kan bepalen waaruit deze worden gefinancierd. De heer GRIMMIUS merkt op dat men dit inderdaad elke keer kan blijven doen, maar dat hier dan ook steeds een discussie over blijft ontstaan. De heer VERWEIJ vraagt per interruptie wat er op tegen is om op dat moment de discussie te voeren en waarom onderwerpen -i.v.m. toekomstige ontwikkelingen- nu al op een lijstje moeten staan. De heer GRIMMIUS antwoordt dat dit mogelijk is, maar dat men dat ook kan voorkomen wanneer men vooraf bepaald dat dit vanuit de bestemmingsreserve mogelijk is. Men kan door 1 discussie hierover tientallen discussies in de toekomst voorkomen. Hierbij merkt hij tenslotte op dat afwijken van het lijstje uiteraard altijd mogelijk is. In reactie op de opmerkingen dat men moet weten waar voor wordt gespaard merkt mevrouw MIDDELKOOP op dat men dat al weet: voor toekomstige grote investeringen, eventueel met een ondergrens. Zij is van mening dat men de discussie kan voeren wanneer het aan de orde is en denkt niet dat men bestuurlijke druk kan voorkomen door het nu alvast te bepalen. De heer BOERSMA zal het amendement van de VVD-fractie steunen. Tenslotte merkt hij op dat er verschillende keren is verwezen naar de veronderstelling dat de raad/het college zich niet zou houden aan de nota reserves en voorzieningen.

Omdat de precieze zinsnede ‘voor zover van toepassing’ enige ruimte biedt om hierover het gesprek te voeren vindt hij het belangrijk dat men met voorzichtigheid over deze zaken blijft spreken. Hij is van mening dat er bij de instelling van de bestemmingsreserve geen discussie bestond omdat het evident 16

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

was waarvoor deze gebruikt zou worden. Om deze reden is er geen sprake van een fout in het verleden, maar is het begrijpelijk hoe zaken zijn verlopen. Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat er duidelijk staat dat een bestemmingsreserve een bestemming moet hebben, dit onderscheidt een bestemmingsreserve van de algemene reserve. Op de vraag of hij het met haar eens is dat dit nu niet het geval is antwoordt de heer BOERSMA dat het doel toekomstige investeringen is. Waarom? Er komen grote investeringen aan. Een ondergrens: de 2 miljoen. De omvang en wijze van stortingen: het overschot ieder jaar op de begroting en de einddatum is in deze situatie niet te bepalen, dus zou hij die ook niet vastleggen. Hiermee zijn alle criteria die worden genoemd bepaald en had men die in een amendement kunnen opnemen en was men klaar geweest. Mevrouw VAN ES merkt op dat hij hiermee zegt dat het doel de toekomstige investeringen is. Zij stelt de (bijna retorische) vraag wat men uit de algemene reserve haalt dat niet ook een investering in de toekomst voor Papendrecht is. Het is zo algemeen dat het defacto algemene reserve is en dat wanneer men dit niet (met een lijstje) labelt, het een algemene reserve is en men dit niet moet willen.

De heer BOERSMA betwijfelt dat men het oneens zou zijn over de grote investeringen (nieuwbouw vo-scholen, de energietransitie en woningbouw) die op de gemeente afkomen. Dit was ook duidelijk toen het college zich bij het IHP op de bestemmingsreserve kapitaallasten toekomstige investeringen heeft beroepen. Het reguliere besluitvormingsproces is ook volgens zijn fractie de manier om hier mee om te gaan. De heer LAMMERS merkt per interruptie op dat de strekking van het amendement is dat de raad meer grip krijgt op de bestemmingsreserve en hier het gesprek over wil aangaan. Het amendement roept niet op tot meer dan dat. De vraag aan de coalitiepartijen is of men dit niet wil, waarop de heer BOERMSA aangeeft dat er geen oppositie vs. coalitie aan de orde is en dat het daarnaast ook niet aan de orde is om meer grip te krijgen, omdat men op elk moment een voorstel van het college als raad kan wegstemmen of aanpassen (6 ton voor armoedebestrijding/energiemaatregelen). Ook de heer BEZEMER zegt dat het niet over coalitie vs. oppositie gaat. De heer LAMMERS zegt per interruptie dat dit niet zijn intentie was om aan te geven. Men moet hier meer als raad naar kijken en niet als coalitie en oppositie. De heer BEZEMER vindt dat men dit als raad doet.

Hij merkt verder op dat hij de woorden van de portefeuillehouder in de oordeelsvorming dusdanig heeft geïnterpreteerd dat het college geen lijst gaat opstellen. Hiermee is de eerder gedane toezegging rechtgezet en ligt het initiatief bij de raad. Tenslotte vraagt hij zich af waarom de bestemmingsreserve kapitaallasten toekomstige investeringen bestaat als men deze niet invult. Op de vraag van de heer GRIMMIUS of de auditcommissie hier een mening over heeft antwoordt de heer BEZEMER dat dit niet aan de orde is geweest. 17

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

Mevrouw VAN ES merkt op dat de belangrijkste reden van dit amendement de vraag is wat voor zin een bestemmingsreserve heeft die zo breed is dat het feitelijk algemene reserve is. Zij ziet een patroon in zaken die men dacht goed geregeld te hebben (de € 600.000,- voor armoedebestrijding die uit de bestemmingsreserve kapitaallasten toekomstige investeringen werd gehaald) waarbij dit niet het geval is. Het patroon dat zij ziet (en dat veel onnodige werkdruk met zich meebrengt) is dat er eindeloze discussies terugkeren over zaken die niet goed geregeld zijn, waarbij het verwijt wordt gemaakt naar de mensen die deze discussie willen voeren. Om dit te voorkomen verzoekt men goed te regelen waar de bestemmingsreserve kapitaallasten toekomstige investeringen wel en niet voor is. De heer VERWEIJ merkt per interruptie op dat de tweede reserve is ontstaan omdat men zich bewust werd van het feit dat men verzuimd heeft te sparen en zichzelf nu heeft opgelegd om bewust te sparen. Op zijn vraag of zij het ermee eens is dat dit als dwangmiddel gezien kan worden geeft mevrouw VAN ES aan dat dit niet het geval is en men ook alles in de algemene reserve had kunnen storten om te sparen.

De heer GRIMMIUS vraagt mevrouw Van Es per interruptie in te gaan op het amendement van de VVD, waarop zij aangeeft het eens te zijn met de wethouder en de GL-fractie dat het beter is zaken in zijn totaliteit te bekijken. Een drempel aan het bedrag is nog geen bestemming. Om deze reden moet er worden gekozen voor een bestemming, die voorzien kan worden van een drempelbedrag. Stemverklaring De heer VERWEIJ: het is duidelijk dat wij amendement (oneerbiedig gezegd) lijstje maken niet steunen, maar wij hebben ook gezegd dat wij het amendement voor het grensbedrag niet steunen. We willen volgens de reguliere processen de handen geheel vrij laten en daarom ook niet de grens van 2 miljoen euro neerleggen. Stemming amendement (PvdA, D66, CU, GL, OP) 13.A1. Toepassing bestemmingsreserve kapitaallasten grote investeringen. Met 8 stemmen voor (de dames Hoekstra, Karso en Van Es en de heren Bezemer, Grimmius, Hardam, Van Heteren en Lammers) en 12 stemmen tegen wordt dit amendement verworpen. Stemming amendement (VVD) 13.A2. Kader besteding bestemmingsreserve toekomstige kapitaalslasten. Met 7 stemmen voor (de dames Bokma, Middelkoop en Verschoor en de heren Boersma, Van der Giessen, Goudriaan en Stouthart) en 13 stemmen tegen wordt dit amendement verworpen. Stemming raadsvoorstel concernrapportage 2023. 18

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

Met 15 stemmen voor en 5 stemmen tegen (de dames Van Es en Hoekstra en de heren Hardam, Van Heteren en Lammers) wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. Schorsing 22.18 – 22.27

14.

Belastingverordeningen 2024. De heer VERWEIJ zal de belastingverordeningen steunen. M.b.t. de afvalstoffenheffingen heeft zijn fractie in de vorige vergaderingen aangegeven dat het nieuwe systeem vergeleken met de situatie dat het huidige systeem plus doorberekening van inflatie, loonkostenstijging en andere hogere kosten voor 1 en 2 persoonshuishoudens op grond van het uitgangspunt van 25 x per persoon restafval storten, leidt tot een klein financieel voordeel. Voor meerpersoonshuishoudens kan dat iets duurder uitpakken. De PAB-fractie betreurt dat door de plotselinge verhoging van kosten (waar de gemeente niets aan kan doen) niet meer de eerdere besparing van ca. €25,- of meer per huishouden behaald kan worden. Men heeft de motie eerlijke en betaalbare afvalstoffenheffing gesteund, waarvan het uitvoeren zal leiden tot data en statistieken waarmee men kan besluiten om een en ander wel of niet aan te passen. Daarom vindt men het niet nodig om nu al aan de basisbedragen te tornen en zal daarom amendement 14.A2. Eerlijke verdeling afvalstoffenheffing niet zal steunen, alhoewel men wel respect heeft voor de benadering. M.b.t. de lijkbezorgingsrechten en de bijbehorende tarieven vindt men de meerdere keuzes in diverse tijdvakken een verbetering, maar vindt men het een zoektocht om te komen tot de uiteindelijke kosten voor het begraven of plaatsen van urnen (9 hoofdstukken).

Behalve de kosten voor begraven en plaatsen van urnen zijn er bijkomstige kosten zoals grafurnenrecht, bijzetting of verstrooiing, grafbedekking, onderhoud en administratieve kosten. De PAB-fractie verzoekt bij publicatie van de ordening, bij voorkeur ook op de website van de begraafplaats, een korte toelichting te plaatsen waardoor mensen zelf kunnen opzoeken met welke kosten men te maken krijgt. M.b.t. amendement 14.A1. Verordening op de heffing en invordering Afvalstoffenheffing brengt de heer VERWEIJ in herinnering dat op 28 mei 2019 het raadsvoorstel inzake de pilot voorscheiding bij afvalinzameling in de Oostpolder met 21 tegen 1 (de OP-fractie stemde voor) is aangenomen. Op 2 december 2021 is het raadsvoorstel inzake de invoering van gedifferentieerde tarieven met 16 stemmen voor (de OP-fractie stemde voor) aangenomen. Men vraagt zich af waarom nu alles teruggedraaid zou moeten worden. Hij merkt hierbij op dat inwoners bij het handhaven van het oude systeem, met de inflatie van 10,9% op de vaste tarieven, duurder uit zijn. In de begeleidende mail van de OP-fractie worden problemen genoemd die zullen ontstaan als diftar wordt ingevoerd. Men hoort dit vaak, ook vanuit andere gemeenten en men zal hierop

19

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

alert moeten zijn. Zijn fractie vindt dit echter geen reden om terug te komen op het voorstel. De heer BOERSMA steunt de belastingverordeningen. Amendement 14.A2. Eerlijke verdeling afvalstoffenheffing zal zijn fractie -met alle waardering voor de tijd en energie die hierin is geïnvesteerd- niet steunen. Dit omdat de koppeling met de gasprijzen een aanname is en de vraag is of dit juridisch houdbaar is én men het onderzoek naar de data n.a.v. de aangenomen motie afwacht, voordat men verdere aanpassingen doet. Amendement 14.A1. Verordening op de heffing en invordering Afvalstoffenheffing vindt zijn fractie een bijzonder amendement. Niet alleen omdat uit de oordeelsvorming niet bleek dat de OP-fractie hiermee zou komen, maar ook omdat men bij de besluitvorming aangaf het afgewogen voorstel (waarin een aankondiging van een tariefprikkel zat en dat eerder doorgevoerd had kunnen worden) te steunen. Het ingediende amendement t.b.v. behoud van de oude situatie, beoogt het tegenovergestelde. Hij concludeert dat de OP-fractie 180 graden anders is gaan denken. M.b.t. de inhoud heeft de heer BOERSMA getracht een eerlijke vergelijking te maken t.o.v. het voorstel van het college en hierbij gebruik gemaakt van de specifieke toelichting en uitwerking van de afvalstoffenheffing die op verzoek van de D66 en GL-fracties naar de raad is gestuurd.

Hij heeft hierbij gekeken naar de eindprognose van het college en het vaste tarief dat de OP-fractie voorstelt. Het is hem totaal onduidelijk hoe de verschillende tarieven in het OP-amendement tot stand zijn gekomen en waarom 1 persoon € 176,-, 2 personen € 352,- en 3 personen of meer € 686,gaan betalen. Bij een vergelijking tussen gezinnen/meerpersoonshuishouden gaan zij in het voorstel van de OP-fractie € 686,- betalen en in het voorstel van het college € 506,-. Zijn conclusie is dat gezinnen (dit komt neer op 5.000 mensen in Papendrecht) in het voorstel van de OP-fractie € 180,- per jaar meer gaan betalen dan in het voorstel van het college, terwijl de OP-fractie zegt inwoners niet meer te willen belasten. De SGP-fractie vindt dit een onverantwoord amendement dat men niet zal steunen. Mevrouw MIDDELKOOP zal het raadsvoorstel steunen. Amendement 14.A2. Eerlijke verdeling afvalstoffenheffing zal men niet steunen. De vergelijking met het gasverbruik vindt haar fractie lastig en men wacht liever op een evaluatie. Men heeft geen tijd gehad amendement 14.A1. Verordening op de heffing en invordering Afvalstoffenheffing te bespreken en zal deze i.v.m. de onzorgvuldigheid niet steunen. Ook hier gaat de voorkeur uit naar het wachten op de toegezegde evaluatie. De heer BEZEMER zal instemmen met de belastingverordeningen. Amendement 14.A2.

Eerlijke verdeling afvalstoffenheffing zal de CU-fractie, hoewel men het principe van een eerlijke heffing zeker ondersteunt, i.v.m. de arbitraire 20

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

vergelijking met de gasprijzen niet steunen. Dit temeer omdat men de tarieven na evaluatie recht kan zetten. Amendement 14.A1. Verordening op de heffing en invordering Afvalstoffenheffing begrijpt zijn fractie niet, omdat hun huidige standpunt hierover na de oordeelsvorming niet duidelijk was en men in een eerder stadium een andere positie heeft ingenomen. Uiteraard kan men van standpunt veranderen, maar de heer BEZEMER vindt het wel belangrijk dit dan tijdig aan te geven. Zijn fractie zal dit amendement niet ondersteunen, temeer omdat het zeer de vraag is of het uiteindelijke doel om de afvalstromen te verminderen hiermee bereikt zal worden. De heer LAMMERS heeft dit onderwerp in de fractie uitvoerig besproken en is tot inzicht gekomen dat men op dit moment beter geen onderscheid kan maken tussen vast en variabel tarief, omdat men van mening is dat variabel tarief een verkeerde prijsprikkel veronderstelt. Inwoners gaan bezuinigen op het weggooien van restafval en zijn fractie is van mening dat men het omgekeerde bereikt van wat men wil: een goede bronscheiding van afval. De heer LAMMERS bevestigt dat het amendement – dat initieel was gelinkt aan de afvalstoffenverordening, maar na overleg met de griffier bij dit onderwerp is ingediend- inderdaad op het laatste moment is gemaakt.

De reden voor dit amendement is dat zijn fractie ervaart dat mensen moeite hebben met het betalen voor het weggooien van restafval. Zijn fractie pleit er – mede i.v.m. alle prijsstijgingen- voor vast te houden aan het vaste tarief en hiermee te voorkomen dat restafval elders gedumpt zal worden. Daarnaast is men van mening -in tegenstelling tot de mening die men eerder was toegedaan- dat inwoners (ondanks de HVC-app) moeite hebben met het scheiden van PMD-afval. Omdat de uitkomst van de discussie inzake de evenredige belasting van de diverse huishoudens gegeven de hoeveelheid variabelen voor hen niet duidelijk was, is zijn fractie van mening dat men beter nog 1 jaar kan vasthouden aan het vaste tarief en in de praktijk kan kijken hoe het verloopt met het restafval. Tegelijkertijd lijkt het hen verstandig nogmaals een goede voorlichtingscampagne te starten. De PAB-fractie vindt het onwenselijk inwoners op dit moment nog meer te belasten met nog hogere kosten. In antwoord op de vraag van de heer Boersma merkt de heer LAMMERS op dat zijn fractie de bedragen die in het amendement zijn gebruikt via de ambtelijke organisatie heeft ontvangen. Hierbij merkt hij op dat de bedragen in principe niet veranderen. Variabel wordt waarschijnlijk duurder, maar dit niet. M.b.t.

hun eerdere stellingname in dit proces merkt hij op dat de PAB-fractie in hun verkiezingsprogramma heeft gezegd te kiezen voor afvalscheiding van plastic, metalen verpakkingen en drankkartons bij het PMD op basis van nascheiding. Ook zij hebben dit standpunt verlaten. Zijn fractie is van mening dat het gegeven de huidige situatie waarin inwoners verkeren beter zou zijn om nog 1 jaar vast te houden aan de huidige situatie en te kijken waar dit toe leidt en of mensen inderdaad minder restafval weggooien dan voorspeld wordt. Daarnaast is er over 21

Verslag besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023

de gehele linie sprake van een keten aan productie van afval en worden inwoners voor het blok gezet om minder restafval te produceren. Er ligt ook een grote verantwoordelijkheid bij de producenten en men moet inwoners goed faciliteren om afval kwijt te kunnen. Men is van mening dat wanneer de gemeente dit niet doet inwoners ongewenst gedrag kunnen gaan vertonen en de prijsprikkel op het restafval in de praktijk het tegenovergestelde gaat bereiken dan beoogd. M.b.t. de amendementen merkt de heer GRIMMIUS op dat het college een voorstel doet voor de tarieven van de afvalstoffenheffing: een vast tarief dat bestaat uit een basisgedeelte en een variabel deel dat varieert met de gezinssamenstelling. In het amendement van de OP-fractie wordt gesproken over het variabele gedeelte terwijl het gehele amendement ingaat tegen het kleptarief, dat wat anders is dan het variabele tarief. Het college stelt voor om in het variabele tarief onderscheid te maken in de verschillende gezinssamenstellingen, waarbij het variabele gedeelte wanneer een gezin 2 x groter wordt verdubbelt. Wat dit voor effect heeft wanneer men dit vergelijkt met de huidige tarieven, is dat het gedeelte dat overblijft -om niet duurder uit te zijn- om aan de klep te betalen, men hier ongeveer uit kan halen hoeveel restafval men kan produceren om goedkoper/hetzelfde/duurder uit te zijn.

Met het idee dat gebaseerd wordt op de veronderstelling dat wanneer een gezin 2 x zo groot wordt de afvalproductie ook 2 x zoveel wordt is zijn fractie het niet eens en dit is in de praktijk ook niet waar. Dit is waarop het amendement is gebaseerd. Als een gezin groter wordt gaat het verbruik (van afval, gas, stroom, etc.) niet evenredig omhoog. Het college is hier echter wel vanuit gegaan. Het nadeel van de aangenomen motie om dit op basis van data in de toekomst beter in te schatten, is dat dit pas in 2026 ingevoerd kan worden en men 2 jaar lang een kostenverdeling hanteert die niet klopt. Dit laat onverlet dat men wanneer afval goed wordt gescheiden men toch goedkoper uit kan zijn. N.a.v. de opmerking van de heer Lammers merkt hij op dat HVC een mooie folder heeft bezorgd waarop een duidelijk overzicht van afvalscheiding wordt aangegeven. Daarnaast is in de app en op de website alles duidelijk te vinden. Het amendement is gericht op daadwerkelijk verwachte afvalproductie, de meeste huishoudens gaan er qua kosten op vooruit en men kan er -als er goed wordt gescheiden en het kleptarief laag gehouden wordt – ook op vooruit gaan t.o.v. de huidige kosten. Dit in vergelijk met het amendement van OP-fractie (die zegt de lasten van inwoners niet te willen verhogen) waarbij men m.b.t. de lasten voor de inwoner t.o.v.

het vaste tarief van het college bijna een verdubbeling van afvalstoffenheffing ziet. Tenslotte dankt de heer GRIMMIUS de heer Hardenbol voor de totstandkoming van dit amendement.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/859/documents/12224