20231011 RIB beantwoording technische vragen Begroting 2024-2028.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad Datum Behandeld door Ons kenmerk
11 oktober 2023 B.L. Liang / M. Penders 20231010.01
Doorkiesnummer Onderwerp
Beantwoording technische vragen Begroting 2024-2028
Geachte mevrouw, heer, Hieronder treft u de beantwoording van nagezonden schriftelijke gestelde technisch vragen van de fracties D66, GroenLinks, OP, PAB, CDA en CU aan. In deze brief volstaan we met een korte, technische beantwoording. D66
I.
Door de fractie van D66 zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Begroting 2024-2028. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.
Inleiding Pag. 12 Vraag 1a In de planning bovenaan pagina 12 staat dat de financiële analyse lange termijn, uiterlijk oktober 2024 gereed is. Dit is ongeveer in dezelfde tijd dat van de raad het kredietbesluit VO-scholen wordt gevraagd. Uiteraard heeft dit besluit een enorme invloed op die analyse; van de andere kant kan de analyse ons vertellen hoe verantwoord dat besluit is. Los van de financiële doorrekening, scenario’s, second opinion die we bij het VO-voorstel verwachten, is de vraag: Hoe wordt het in de tijd aangeboden: eerst VO-besluit, dan financiële lange termijn analyse (met dat besluit erin verwerkt) of andersom? Antwoord vraag 1a: De analyse van de begroting is gericht op de totale financiële huishouding. Dit staat los van het besluit VO-scholen, waar net als bij elk krediet een passend dekkingsvoorstel zal worden aangeboden. Vraag 1b In de vorige begroting eindigde elk Hoofdtaakveld/Hoofdstuk met een overzicht van ‘Wat gaat het kosten’. Dat ontbreekt nu overal. Waarom? Antwoord vraag 1b: Voor de Begroting 2025 en verder zullen we het weer opnemen.
Programmabegroting 2024 Bestuur en Ondersteuning – Hoofdtaakveld 0, indicatoren en streefwaarden Pag. 25 Vraag 2 In de tabel ontbreken cijfers voor formatie per 1000 inwoners voor heel Nederland, alsook de cijfers voor bezetting, inhuur, apparaatskosten en overhead. Er staat niet vermeld, zoals bijv. op pagina 32, dat de cijfers voor heel Nederland niet bekend zijn). Hierbij het verzoek de laatst beschikbare cijfers voor Nederland gemiddeld alsnog te geven. Antwoord vraag 2: De juiste indeling van de tabel moet zijn:
1
INDICATOREN EN STREEFWAARDEN Bestuur en ondersteuning Indicator
Eenheid
Betrekt inwoners bij plannen en activiteiten
Percentage (helemaal) mee eens Percentage (helemaal) mee eens
Biedt ruimte voor initiatieven Waardering directe dienstverlening Formatie* Bezetting*
Externe inhuur*
Apparaatskosten* Overhead*
Rapportcijfer 1-10 Fte per 1.000 inwoners Fte per 1.000 inwoners Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen Kosten per inwoner % van totale lasten
Waarde Papendrecht
Nederland
Streefwaarde
32% (2018) BRON: WSJG
37% (2023)
≥ 37% (2024)
33% (2018) BRON: WSJG
26% (2023)
≥ 35% (2024)
6,73 (2023)
≥ 8 (continu)
Niet van toepassing Niet van toepassing
Geen streefwaarde Geen streefwaarde
6,20 % (2024) Eigen begroting
Niet van toepassing
Geen streefwaarde
€ 703,05 (2024) Eigen begroting 10,34% (2024) Eigen begroting
Niet van toepassing Niet van toepassing
Geen streefwaarde Geen streefwaarde
6,57 (2018) BRON: WSJG 5,63 FTE (2024) Eigen gegevens 5,09 FTE (2024) Eigen gegevens
* Voor de verplichte BBV-indicatoren Formatie, Bezetting, Externe inhuur, Apparaatskosten en Overhead worden géén streefwaarden gekoppeld. Er kan ook géén vergelijking worden gemaakt met het Nederlandse gemiddelde, omdat deze indicatoren per gemeente varieert door het uitbesteden van taken in de vorm van o.a. Gemeenschappelijke Regelingen.
Programmabegroting 2024 Veiligheid – Hoofdtaakveld 1, indicatoren en streefwaarden Pag. 28 In de tabel staat bij drugsdelicten (vervaardiging, handel, en bezit per 10.000 inwoners) dat Nederland een waarde scoort van gemiddeld 6,62 in 2022. Papendrecht scoort in datzelfde jaar 0,62. Een extreem veel lager getal. Toch lezen wij dat de streefwaarde lager is dan 0,26. Vraag 3a Waarom dit, zeer specifieke, getal? Antwoord vraag 3a: Er is een tikfout gemaakt in de streefwaarde, deze moet zijn: lager dan 0,62. De cijfers zijn per abuis verwisseld. Vraag 3b Stel dat op Papendrechts grondgebied een legale hennepkwekerij zou starten; heeft dat dan effect op het drugs(delicten)cijfer, of blijft het buiten deze cijfers omdat het dan legale kweek betreft? Antwoord vraag 3b: Een delict is een menselijke gedraging die binnen de grenzen van een wettelijke strafbepaling valt en derhalve strafbaar is gesteld door de wetgever. Legale kweek valt niet binnen de wettelijke strafbepaling en komt daarom niet terug in delictencijfers
2
Programmabegroting 2024 Verkeer, Vervoer en Waterstaat – Hoofdtaakveld 2, 2.2 Parkeren Pag. 30 Vraag 4 Wat verandert er concreet als je “de bezetting van de fietsenstalling optimaliseert”? Idem voor parkeergarages, gebruik blauwe zone. Dus wat verandert er ten opzichte van nu? Antwoord vraag 4: Door de bezetting te optimaliseren (verhogen) wordt mogelijk ruimte vrijgespeeld in andere gebieden waardoor deze een andere invulling/functie kunnen krijgen binnen de openbare ruimte.
Programmabegroting 2024 Verkeer, Vervoer en Waterstaat – Hoofdtaakveld 2, indicatoren en streefwaarden Pag. 32 Vraag 5 Over twee jaar moet Papendrecht 300 laadpalen hebben; in 2022 stonden er 184. Wij missen een actieplan om dit te bereiken. Wij kennen de integrale laadvisie, maar dat is geen uitvoeringsplan. Hoe wordt het aantal van 300 in 2025 bereikt? Antwoord vraag 5: Op dit moment leggen we de laatste hand aan de plankaart. Op basis van locatie op deze plankaart realiseren we samen met onze samenwerkingspartners nieuwe laadpalen hetgeen moet leiden tot 300 stuks in 2025.
Programmabegroting 2024 Onderwijs – Hoofdtaakveld 4, 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken Pag. 36 Vraag 6 Vorig jaar zagen we een aparte tabel met categorieën kinderen met kans op onderwijsachterstanden en hoe Papendrecht daarin scoort ten opzichte van Nederland gemiddeld. De D66-fractie stelde toen enkele vragen over de gestage achteruitgang van leerlingen in het basisonderwijs met risico op onderwijsachterstanden en het verbeterde beeld met betrekking tot peuters met risico op onderwijsachterstand. Nu ontbreken alle gegevens hieromtrent. Waarom? En kunnen deze alsnog worden verstrekt? Wij zien graag hoe de trend is ten opzichte van vorig jaar. Antwoord vraag 6: Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekent jaarlijks de achterstandsscores per school en gemeente waarmee een indicatie wordt gegeven van de achterstandsproblematiek. Deze indicator van het CBS gebruikt het ministerie om de beschikbare middelen op de rijksbegroting voor onderwijsachterstandenbestrijding over scholen en gemeenten te verdelen en wordt ook wel 'landelijke doelgroep' genoemd. Het feit dat wij de uitkomst van deze indicator niet hebben opgenomen, komt voort uit onze beslissing om aan de hand van onze eigen doelgroepbepaling de feitelijke achterstanden in kaart te brengen.
Dit jaar zijn we gestart met het implementeren van een digitale monitoringstool waarmee we in 2024 preciezer kunnen bepalen waar de gemeentelijke middelen voor het bestrijden van onderwijsachterstanden (SPUK GOAB) het hardst nodig zijn. De trend in de landelijke doelgroep is als volgt: • Van de 450 peuters uit Papendrecht valt 13 procent (60 peuters) binnen deze landelijke doelgroep. Dit was 11 procent (50 peuters). • Van de 2640 basisschoolleerlingen uit Papendrecht valt 15 procent (385 basisschoolleerlingen) binnen deze landelijke doelgroep. Dit was 15 procent (410 basisschoolleerlingen). Bron: Dashboard onderwijsachterstanden CBS Gepubliceerd op 28-10-2022 met als peildatum 1-10-2021
3
Programmabegroting 2024 Sport, Cultuur en Recreatie – Hoofdtaakveld 5, 5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie Pag. 38 Vraag 7 Bij punt 1c staat “Aandacht voor inclusiviteit (betaalbaarheid voor álle bewoners).” Dat betekent taalkundig dat inclusiviteit hier wordt opgevat als: zorgen dat financieel iedereen mee kan doen. De term inclusie wordt over het algemeen gebruikt in de betekenis van: “het creëren van een omgeving waarin alle individuen, ongeacht hun achtergrond, cultuur, genderidentiteit, seksuele geaardheid, religie, fysieke en mentale mogelijkheden, zich welkom en gewaardeerd voelen en gelijke kansen krijgen.” Vraag: onderschrijft het college bovengenoemde gebruikelijke definitie (hier en op andere plekken in de begroting waar dit wordt genoemd) of heeft het college de term inclusie naar verengd tot ‘betaalbaar voor iedereen’? Antwoord vraag 7: In het geval van cultuurparticipatie werkt de mate van onbetaalbaarheid voor inwoners met een laag inkomen, uitsluiting in de hand. Afhankelijk van de context heeft de term inclusie op andere plaatsen in de begroting een ander accent, maar in beginsel onderschrijft het college de brede definitie zoals u die weergeeft.
Programmabegroting 2024 Sport, Cultuur en Recreatie – Hoofdtaakveld 5, indicatoren en streefwaarden Pag. 40 In de tabel staat dat Papendrecht als waardering voor “de buurt is voldoende groen” een score geeft van 75%. Nederland scoort gemiddeld 83%. Als we naar de streefwaarde kijken dan zien we dat het college streeft naar meer dan 75%. Vraag 8a Waarom kiest het college niet voor een ambitieus streefcijfer, dus hoger dan 83%? Antwoord vraag 8a: We willen ons eerst verdiepen in hoe we tot eventuele bijstelling van deze streefwaarde komen. Hierbij speelt mee dat het waarschijnlijk niet realistisch is dat Papendrecht zo hoog zou scoren op deze indicator als de gemiddelde gemeente met meer oppervlakte aan groen. Vraag 8b Er staat bij 1b Planmatige vervanging en uitbreiding bomen en ander groen. Gaan we dat ook regelen in een nieuw Groenbeleidsplan? Klopt het dat die volgend jaar ‘afloopt’ en zou moeten worden vervangen/herijkt? Wanneer komt dat naar de raad? Antwoord vraag 8b: De kaders voor groen zijn opgenomen in de Omgevingsvisie. De uitvoering daarvan is vastgelegd in het beheerplan openbare ruimte. De Omgevingsvisie wordt periodiek herzien. Er zijn vooralsnog geen plannen om in de omgevingsvisie 2.0 het 'groenbeleid' drastisch te wijzigingen maar wellicht wel wat meer themagerichte uitwerking.
Programmabegroting 2024 Sociaal Domein – Hoofdtaakveld 6 Pag. 41 Vraag 9a De sociale lasten stijgen nauwelijks tot 2027. Dat betekent dat de sociale lasten feitelijk teruglopen (inflatie etc.). Op grond waarvan wordt dit aangenomen?
4
Antwoord vraag 9a: De onderliggende bedragen (pag. 155 van de begroting) zijn grotendeels ontleend aan de begrotingen van de GR Dienst Gezondheid & Jeugd (onderdeel Serviceorganisatie Jeugd) en de GR Sociaal. Deze begrotingen zijn behandeld in de gemeenteraad van 8 juni 2023. De stelposten als indexatie (vanaf 2025) en de verwachte volumeontwikkeling sociaal domein zijn onder een ander taakveld (0.8 overige baten en lasten) opgenomen. Vraag 9b Jeugdhulp blijft gelijk of loopt terug, terwijl de verwachting is dat meer jeugdhulp op de gemeente gaat rusten. Hoe verklaart u dit? Antwoord vraag 9b: Voor de meerjarenraming jeugdhulp is de begroting 2024 van de GR Dienst Gezondheid en Jeugd (onderdeel Serviceorganisatie Jeugd) gebruikt. Deze begroting is behandeld in de gemeenteraad van 8 juni 2023. Wij volgen het voorgestelde realistische scenario (geen groei, geen besparingen), zoals deze door de Serviceorganisatie Jeugd is verwerkt in de begroting 2024. Verder verwijzen wij u mede naar de risico's, zoals benoemd op bladzijde 36 tot en met 38 van de begroting van de GR Dienst Gezondheid en Jeugd. De indexatie (vanaf 2025) is onder een ander taakveld (0.8 Overige baten en lasten) als stelpost opgenomen. Daarnaast hebben we met verwijzing naar de raadsinformatiebrief Meicirculaire 2023 tot en met 2025 een aparte stelpost Jeugdzorg opgenomen.
Programmabegroting 2024 Volksgezondheid en Milieu – Hoofdtaakveld 7, indicatoren en streefwaarden Pag. 51 Fijnstof lange termijn is in Papendrecht 17,47 μg/m³, landelijk is het cijfer 16,4 μg/m³, en het streefcijfer voor Papendrecht is 15 μg/m³ (op alle meetpunten) (Papendrecht moet door ligging verplicht meten). Vraag 10a Is de streefwaarde een verplichte streefwaarde of is dat een keuze van dit college? Antwoord vraag 10a: We volgen de doelstelling (streefwaarden) van het Schone Lucht Akkoord. Vraag 10b Hoe kan dat bereikt worden, en dan bedoelen we in ieder geval ook de concrete maatregelen waar wij zelf invloed op (kunnen) hebben? Antwoord vraag 10b: Dit wordt opgepakt via de maatregelen die omschreven staan in ons decentraal uitvoeringsplan van het Schone Lucht Akkoord. Het college actualiseert dit plan jaarlijks. Op 16 mei 2023 heeft u een raadsinformatiebrief ontvangen waarin u meer kunt lezen over deze maatregelen.
Paragrafen 3. Financiering, Kredietrisico Pag. 83-84 Vraag 11 In het overzicht bij Toegestane Instellingen volgens Treasury-statuut, stond in de begroting 2023 bij Fabriek Slobbengors CV een bedrag van 1,3 miljoen (alsook in de jaren ervoor). In de begroting 2024 staat een bedrag van 4,1 miljoen. Waar komt dat verschil vandaan? Antwoord vraag 11: Dit betreft de uitwerking van het besluit samenwerking gemeente Papendrecht en GKN/Fokker van 4 november 2021. De vermogensinbreng van de gemeente Papendrecht verloopt in 2 tranches. In 2024 wordt de 2e tranche uitgevoerd. Dit is de oorzaak van de toename die hier wordt geconstateerd.
5
Paragrafen 4. Lokale heffingen, Ontwikkelingen en rijksbeleid Pag. 85 Vraag 12 Is deze paragraaf niet inmiddels achterhaald nu het kabinet demissionair is? Antwoord vraag 12: Nee, het Rijk blijft in gesprek over de verder uitwerking van de financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten waarbij de herziening van de gemeentelijk belastinggebied onderdeel uitmaakt.
Paragrafen 4. Lokale heffingen, Onroerende zakenbelasting Pag. 87 Vraag 13 In de tabel staat per heffingssoort aangegeven wat de verwachte mutatie (lees: stijging) is in 2024 ten opzichte van de verwachte opbrengst in 2023. Voor de onroerendezaakbelasting zien we dat de verwachte opbrengst toeneemt met EUR 293.000. Dat is een stijging van 3,46% ten opzichte van de verwachting voor 2023. Hoe verhoudt deze stijging zich tot het voorgenomen beleid om de OZB te laten stijgen met de inflatie + 1,5%? Antwoord vraag 13: De stijging van de verwachte opbrengst van € 293.000 bestaat uit een stijging van 1,9% (inflatie) + 1,5% toevoeging aan budget structurele investeringsruimte (conform Perspectiefnota 2022-2027). Daarnaast is er een groei van Areaal (meer woningen).
Paragrafen 4. Lokale heffingen, Afvalstoffenheffing Pag. 88 Vraag 14a Hoe kan de (wederom) verwachte forse stijging van de afvalstoffenheffing met 11,39% worden verklaard? Antwoord vraag 14a: In hoofdlijn is de stijging te verklaren omdat de kosten van de HVC zijn gestegen met de toegepaste inflatie-index en de verdere algemene prijsstijging. Deze verhoging is inclusief BTW doorgerekend. Vraag 14b Bevatten de kosten voor de afvalstoffenheffing ook de door HVC opgelegde boete voor het teveel aan restafval? Antwoord vraag 14b: De verwerkingskosten worden verrekend met de daadwerkelijk aangeleverde hoeveelheid restafval tegen de prijs die in de aandeelhoudersvergadering is vastgesteld. HVC legt geen boete op aan de gemeente indien er meer dan de geraamde hoeveelheid restafval wordt ingezameld en verwerkt. Wellicht wordt de afvalbelasting bedoeld, deze worden inderdaad doorgerekend in de afvalstoffenheffing. Vraag 14c Het valt de D66-fractie op dat het algemene tarief voor de afvalstoffenheffing voor eenpersoonshuishoudens minder daalt, dan voor tweepersoonshuishoudens. Voor tweepersoonshuishoudens is de daling weer minder dan voor meerpersoonshuishoudens. In onderstaande tabel hebben we dat weergegeven en ook het aantal ledigingen van restafval dat dan gedaan kan worden voor de vermindering van de afvalstoffenheffing.
Wat is hier de achterliggende rechtvaardiging (staat dit ergens?) en waar heeft de raad aangegeven de huidige verhouding te willen wijzigen ten nadele van kleine en ten gunste van grote huishoudens?
6
Antwoord vraag 14c: De daadwerkelijke verschillen lopen niet rechtlijnig op, omdat er rekening gehouden moet worden met enerzijds het gemiddeld aantal personen per huishouden met betrekking tot de variabele kosten en anderzijds een tarief voor de dekking van de vaste kosten, wat voor elk huishouden gelijk is.
Financiële Begroting 2024 4. Specificatie Overhead Pag. 135 Vraag 15a Bij dit overzicht stond in de begrotingen 2022 en 2023 bij Organisatie in beide jaren 100.000 euro. In de begroting 2024 is dat nu 527.000 euro. Graag toelichting? Antwoord vraag 15a: Dit is een fout in de verdeling van de PIOFACH. Het totale bedrag is wel correct. De juiste tabel had moeten zijn: Begroting 2024
Omschrijving Personeel Informatievoorziening Organisatie Financiën Automatisering Communicatie Huisvesting Overigen Totaal
(x € 1.000)
€ € € € € € € € €
6.391 165 100 568 2.564 282 759 685 11.514
Vraag 15b Bij dit overzicht stond in de begrotingen 2022 en 2023 bij Communicatie resp. 296.000 en 282.000 euro. In de begroting 2024 is dat 698.000. Graag toelichting? Antwoord vraag 15b: Zie antwoord bij vraag 15a.
Financiële Begroting 2024 7. Financiële positie, 7.1 Incidentele baten en lasten, Onderzoek Erfgoed Pag. 143 “…een koers om de Papendrechtse identiteit te beschermen.” Vraag 16 Graag het document waarin de gehanteerde definitie van de ‘Papendrechtse identiteit’ staat, alsook wie deze heeft vastgesteld.
7
Antwoord vraag 16: Wij gaan ervan uit dat groepsidentiteit een gegeven is en dat er binnen iedere groep/gemeenschap bepaalde fundamentele, (ir)rationele verbintenissen tussen mensen ontstaan die gebaseerd zijn op zaken als religie, cultuur en taal. Dit vormt de culturele identiteit. Deze heeft een bepaalde kwaliteit, gemaakt door 'mensen van vroeger', beïnvloed door actuele tendensen en wordt binnen en tussen generaties doorgegeven. Dit impliceert dat iedereen in Papendrecht -dus ook u- een bijdrage levert aan de Papendrechtse identiteit
Financiële Begroting 2024 7. Financiële positie, 7.1 Incidentele baten en lasten, Voorbereidingskosten VO-Scholen Pag. 144 Voorbereidingskosten VO-scholen. Hier staat vermeld dat voor 2023 en 2024 extra middelen nodig zijn om tot de start van de bouw te komen, resp. 150.000 en 100.000 euro. Vraag 17a Komt dit bovenop de 450.000 euro, die de raad op 28 september als voorbereidingskrediet heeft vastgesteld? Antwoord vraag 17a: Ja. Vraag 17b Indien ja, waarom is niet vermeld bij aanvraag van dit krediet? Antwoord vraag 17b: De voorbereidingskosten van € 150.000 en € 100.000 betreft een budget voor externe ondersteuning bij de totstandkoming van verder besluitvorming van de VO-scholen. Dit onderdeel is vastgesteld bij de Eerste Begrotingswijziging 2023 op 9 maart 2023. Het voorbereidingskrediet van € 450.000 betreft de architectkosten (raadsbesluit van 28 september 2023). Vraag 17c Kunnen we een totaaloverzicht krijgen sinds de start, van de kosten die tot nu toe (dus tot en met de hier genoemde bedragen) zijn gemaakt, met korte duiding, aan het project VO-scholen. Indien mogelijk in tabel. Wellicht is dit overzicht al beschikbaar. Antwoord vraag 17c: Tot nu toe is € 75.000 uitgegeven voor de voorbereidingskosten VO-scholen. Deze kosten hebben allemaal betrekking op de externe ondersteuning voor VO-scholen.
Financiële Begroting 2024 7. Financiële positie, 7.1 Incidentele baten en lasten, Pellerpop en Wereldfeest Pag. 144 & 145 Vraag 18a Hier staat: Het wereldfeest is inmiddels een begrip in Papendrecht en wordt sinds 2007 georganiseerd. In 2024 wordt eenmalig 50.000 euro beschikbaar gesteld voor het organiseren van het Wereldfeest. Wat staat hier eigenlijk? Wordt het Wereldfeest na 2024 afgeschaft (althans, wordt elke subsidie geschrapt) of krijgt het wereldfeest eenmalig extra geld? In beide gevallen willen we graag weten wat de onderbouwing is en waar dit is besloten? Antwoord vraag 18a: In 2024 wil het college komen tot een kader evenementenbeleid waarmee wij een afweging kunnen maken welke evenementen wij van belang vinden, welke rol wij als gemeente hebben en welke financiële bijdrage wij ervoor over hebben. De beschikbare financiële middelen voor evenementen worden daarbij betrokken.
8
Het beschikbaar stellen van incidenteel middelen voor het Wereldfeest 2024 is besloten bij de behandeling van de Perspectiefnota. In 2024 zal dus in samenhang met het kader evenementenbeleid een besluit genomen moeten worden over de evenementen vanaf 2025, inclusief het wereldfeest. Vraag 18b Pellerpop staat nog in de begroting voor 40.000 euro. Wordt dit vervangen door het Cultuur Historisch Evenement en blijft daarvoor hetzelfde bedrag staan? Of komt het cultuurhistorisch evenement er bij (en dus ook extra geld)? Antwoord vraag 18b: In 2024 komt er een voorstel voor (de contouren van) een evenementenbeleid. Hierin gaan we ook in op het ontwikkelen van een cultuurhistorisch evenement. Daadwerkelijke organisatie en uitrol van een dergelijk evenement vindt daarna plaats. De organisatie van Pellerpop staat hier in 2024 los van. Vraag 18c Indien het Cultuurhistorische Evenement ter vervanging is van Pellerpop, vrezen wij dat er daardoor wéér minder is voor jongeren en jongvolwassenen; althans die zien wij nog niet direct meedoen aan een wedstrijdje erwtenpellen. Klopt het dat voor deze verschuiving gekozen wordt, ligt hier een visie aan ten grondslag en waar is deze vastgesteld? Antwoord vraag 18c: Zie antwoord bij vraag 18b.
Financiële Begroting 2024 7. Financiële positie, 7.4 Stand en verloop van de voorzieningen Pag. 146 Vraag 19a De VZ-gemeentehuis kende tot en met de begroting van 2023 bedragen in elk jaar, van 25.000 in 2022, tot en met 150.000 in 2027. Vanaf 2024 staat er niets meer. Wat is hier gebeurd? Antwoord vraag 19a: Dit is nu in het reguliere exploitatiebudget opgenomen voor onderhoud gemeentehuis. Vraag 19b Waarom worden wijzigingen ten opzichte van het vorige jaar, zoals deze niet gemeld in de toelichtingen? Voor raadsleden is vooral belangrijk: wat is het verschil met voorgaande jaren, wat is de reden en wat de trend. Antwoord vraag 19b: Op pag. 128 worden de budgettaire afwijkingen ten opzichte van de lopende begroting opgenomen. De wijzigingen in de voorziening had hier geen budgettair effect. Wij zullen uw suggestie meenemen voor de begroting 2025 en verder. Vraag 19c De liquidatie van de GR logopedische dienst kende in de begroting vorig jaar een afbouw van 72.000 naar 6.000 euro in 2027. Dit zou ten einde lopen. Nu zien we bij elk jaar, tot en met 2028 72.000 staan. Wat is de reden? Antwoord vraag 19c: De post liquidatie van de GR logopedische dienst is in de begroting 2024 onjuist opgenomen. De opgenomen € 72.000 moet jaarlijks met € 16.000 afgebouwd worden. Vraag 19d Dan zien we een nieuwe voorziening VZ Bovenwettelijk verlof. Ook 100.000 euro.
Wat is dit en waarom deze extra voorziening?
9
Antwoord vraag 19d: In deze voorziening zijn middelen opgenomen van medewerkers die bovenwettelijke vakantie uren hebben gespaard. Deze voorziening is actueel geworden door de huidige CAO-afspraken. De BBV schrijft voor: Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van niet-gelijke omgang is het verplicht een voorziening te vormen. Hierdoor is deze voorziening gevormd bij de jaarrekening 2022. Vraag 19e De VZ Baggeren van de havens, laat een heel ander beeld zien dan vorig jaar, verdubbeling, verdriedubbeling. Dit moet meer zijn dan kostenstijging arbeid en indexering kosten materialen. Wat is de oorzaak? Antwoord vraag 19e: In het gepresenteerde overzicht is het voor 2023 uit te voeren baggerwerk niet opgenomen, omdat deze werkzaamheden ten tijde van het opstellen van de begroting nog niet gestart waren. Het gaat om een bedrag van € 245.000 en zorgt optisch voor het verschil.
Financiële Begroting 2024 7. Financiële positie, 7.6 Investeringsprogramma 2024-2028 Pag. 148 Vraag 20 Met betrekking tot de genoemde 2 miljoen voor tijdelijke huisvesting Lage Waard, even los van of dit nodig zal zijn, de volgende vraag: Wij begrepen dat de mogelijke plotselinge toename van het aantal leerlingen, samenhangt met de sluiting van een christelijke school elders in de regio. Onze vraag is meer algemeen: mag een gemeente zomaar een school sluiten, zonder met de regiogemeenten, die dan waarschijnlijk die leerlingen moeten opvangen, te overleggen en afspraken te maken. Dit kan toch een groot risico op hoge extra kosten voor de ontvangende gemeente zijn? Is dit wettelijk gereguleerd? Antwoord vraag 20: Deze vraag is nagenoeg gelijk aan de vraag die is gesteld n.a.v. de beeldvormende sessie over de VOscholen op 31 augustus jl. Kortheidshalve hier een samenvatting van dat antwoord. Nee, een gemeente mag geen school sluiten dat doet het desbetreffende schoolbestuur. Bij ons (en de scholen) is ook geen school bekend die gesloten is in de regio.
Financiële Begroting 2024 8. Meerjarig overzicht baten en lasten per taakveld, Taakveld 6 – Sociaal Domein Pag. 155 Vraag 21 Bij de lasten wordt bij de Maatwerkvoorziening vanaf 2024 een veel hoger bedrag genoemd, dan ervoor. De Maatwerkdienstverlening 18+ en andere WMO-posten gaan vanaf 2024 naar nul, tegelijkertijd gaat de post hulp in de huishouding (WMO) van nul naar meerdere miljoenen per jaar. Wat is hier de oorzaak van? Worden posten samengevoegd of geduid? Graag toelichting Antwoord vraag 21: Dit heeft te maken met de aanpassing van de verplichte verantwoordingsmodel IV3 waardoor de taakvelden zijn opgesplitst c.q. zijn verschoven. Dit betreft: • 6.71 Maatwerkdienst 18+ is gesplitst naar: o 6.71A Hulp bij het huishouden (WMO) o 6.71B Begeleiding o 6.71C Dagbesteding o 6.71D Overige maatwerkarrangementen (WMO)
10
•
• •
6.72 Maatwerkdienstverlening 18- is gesplitst naar: o 6.72A Jeugdhulp begeleiding o 6.72B Jeugdhulp behandeling o 6.72C Jeugdhulp dagbesteding o 6.72D Jeugdhulp zonder verblijf overig o 6.73A Pleegzorg o 6.73B Gezinsgericht o 6.73C Jeugdhulp met verblijf overig o 6.74A Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf o 6.74B Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf o 6.74C Gesloten plaatsing 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ en 6.82 Geëscaleerde zorg 18- is gesplitst naar: o 6.81A Bescherm wonen (WMO) o 6.81B Maatschappelijke en vrouwenopvang (WMO) 6.82 Geëscaleerde zorg 18- is gesplitst naar: o 6.82A Jeugdbescherming o 6.82B Jeugdreclassering
GroenLi nks
II.
Door de fractie van GroenLinks zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Begroting 2024-2028. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.
Algemeen Vraag 1 In reactie op de motie M13 (definitie toekomstige investeringen) heeft het college aangegeven bij de begroting met een voorstel te komen voor de besteding van de bestemmingsreserve. Waar kunnen we dit voorstel vinden? Antwoord vraag 1: Bij de Concernrapportage 2023 wordt het gebruik en de werking van de Bestemmingsreserve Kapitaallasten en de Bestemmingsreserve Kapitaallasten toekomstige investeringen nader toegelicht.
Inleiding Pag. 11-15 Vraag 2 In de inleiding (en in de verdere begroting) wordt op meerdere plekken gesproken over het IHP 20232030 en op andere plekken over IHP 2023-2032. De raad heeft echter een IHP 2023-2034 aangenomen. Waarom wordt er gesproken over een IHP tot 2030? Antwoord vraag 2: Uiteraard moet dat in alle gevallen het IHP 2023-2034 zijn.
Inleiding Pag. 11-15 Vraag 3 Waarom wordt er in de inleiding gesproken over “de (on)mogelijkheden” van een burgerbegroting? Is het college voornemens om de (ruim) aangenomen motie hierover niet uit te voeren? Antwoord vraag 3: In lijn met de beantwoording van het college bij de behandeling van de perspectiefnota gaat het college de motie serieus onderzoeken en meenemen bij het integrale participatietraject.
11
Inleiding Pag. 11-15 Vraag 4 In welke zin past de gemeente Papendrecht “creatieve werving” toe in de huidige arbeidsmarkt? Antwoord vraag 4: Er zijn op verschillende vlakken initiatieven in gang gezet om meer en anders te werven dan het publiceren van vacatures. Voorbeelden hiervan zijn: doelgroep-campagnes, actief op de nationale carrièrebeurs, een regionaal stagebureau, campus recruitment, intensievere samenwerking met opleidingen en in de begeleiding van starters en werken vanuit werkgeversmerken. Deze initiatieven worden vaak in regionaal verband opgepakt of uitgevoerd om zo het zoekgebied en de aantrekkelijkheid van werken in deze regio te benutten
Inleiding Pag. 11-15 Vraag 5 Op pagina 13 wordt de inflatie voor 2023 op 3,8 % gezet, maar op pagina 14 op 4,1%. Welke is juist? Antwoord vraag 5: De inflatiecijfers die het CBS en de rijksoverheid afgeven schommelen als nooit tevoren. Het zijn overigens prognoses voor het nog lopende jaar. Men heeft in 2023 de definitie van inflatie (wat nemen we daar wel of niet in mee) aangepast. Het is raadzaam van het percentage in de tabel van de concept Macro Economische Verkenning 2024 uit te gaan (4,1% als prognose voor 2023).
Programmabegroting 2024 Bestuur en Ondersteuning – Hoofdtaakveld 0, 0.1 Bestuur Pag. 17. Vraag 6 Waarom wordt onder maatregel 1a de burgerbegroting niet genoemd? Antwoord vraag 6: Bij 1a zijn meer algemene participatiezaken benoemd als het beleid en de participatieverordening. Eerder is al aangegeven dat de burgerbegroting als meer specifiek onderdeel in het integrale participatietraject wordt meegenomen.
Programmabegroting 2024 Bestuur en Ondersteuning – Hoofdtaakveld 0, indicatoren en streefwaarden Pag. 25 Vraag 7 Bij de indicatoren formatie, bezetting, externe inhuur, apparaatskosten en overhead is in de kolom ‘Waarde Papendrecht’ geen actuele waarde weergegeven. Kunnen deze worden gegeven (zodat vergelijking met de streefwaarde voor 2024 achteraf mogelijk is)? Antwoord vraag 7: Zie antwoord vraag 2 van de fractie D66.
12
Programmabegroting 2024 Veiligheid – Hoofdtaakveld 1, indicatoren en streefwaarden Pag. 28 Vraag 8 Klopt het getal van 0,26 als streefwaarde inde laatste kolom in de rij ‘drugsdelicten’? Antwoord vraag 8: Nee, de cijfers zijn per abuis verwisseld. Dit moet 0,62 zijn.
Programmabegroting 2024 Verkeer, Vervoer en Waterstaat – Hoofdtaakveld 2, 2.1 Verkeer en Vervoer Pag. 29-30 Vraag 9 Is de integrale laadvisie niet in februari 2022 al door de raad aangenomen? Waarom wordt deze onder 5b nog als doelstelling beschreven? Antwoord vraag 9: Dit is een omissie. De integrale laadvisie is reeds vastgesteld en het plaatsingsbeleid volgt in 2024.
Programmabegroting 2024 Verkeer, Vervoer en Waterstaat – Hoofdtaakveld 2, 2.2 Parkeren Pag. 30 Vraag 10 Mogen we uit doelstelling 1a opmaken dat de parkeervisie niet volgens planning in 2023 ter besluitvorming in de raad zal komen? Antwoord vraag 10: De parkeervisie bieden we aan in 2024. We gaven eerder aan dat we zorgvuldigheid verkiezen boven snelheid.
Programmabegroting 2024 Sport, Cultuur en recreatie – Hoofdtaakveld 5, 5.1 Sportbeleid en activering en 5.2 Sportaccommodaties Pag. 28 Vraag 11 Zou bij deze onderwerpen niet Sustainable Development Goal 5 moeten worden betrokken? Antwoord vraag 11: Dat kan inderdaad. Gendergelijkheid is overigens een onderwerp dat door het hele handelen van de gemeente van belang is, niet alleen bij de genoemde onderwerpen.
Paragrafen 6. Verbonden Partijen, 12. Recreatie & Cultuur Holding Pag. 117-118 Vraag 12 Komt er een verduurzamingsplan voor het zwembad? Antwoord vraag 12: Ja, er komt een verduurzamingsplan voor het zwembad. Planning hiervoor is begin tweede kwartaal 2024.
13
Financiële Begroting 2024 7. Financiële positie, 7.6 Investeringsprogramma 2024-2028 Pag. 14 Vraag 13 Er wordt voor Tijdelijke huisvesting De Lage Waard in 2024 voor 2 miljoen euro aan investering gedaan. Onze fractie had begrepen dat er helemaal geen tijdelijke huisvesting zou komen. Kan worden toegelicht waar deze investering vandaan komt?
Antwoord vraag 13: De gemeente heeft een aanvraag voor tijdelijke huisvesting ontvangen van De Lage Waard. Hierop zullen wij voor 1 januari 2024 een besluit moeten nemen. In overleg met het schoolbestuur doen we dat op een moment dat er de meeste duidelijkheid is over het aantal verwachte leerlingen in leerjaar 2024/2025. In het algemeen kan gesteld worden dat een gemeente verplicht is om (tijdelijke) huisvesting te verzorgen bij scholen die kunnen aantonen dat zij meer leerlingen hebben of krijgen dan waarop de faciliteiten berekend zijn. Om te komen tot een precieze berekening is een methodiek vastgesteld die we hanteren. De toename van het aantal leerlingen past in grote lijnen binnen de prognose die wij als gemeente periodiek laten opstellen.
OP
III.
Door de fractie van OP zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Begroting 2024-2028. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.
Financiële begroting 2024 7. Financiële positie, 7.1 Incidentele baten en lasten Pag. 140 Vraag 1 Op blz. 140 lezen we dat de reserve bedrijfsvoering jaarlijks voor € 27.000 wordt onttrokken ten gunste van het begrotingsresultaat. De begroting 2024 laat een positief begrotingsresultaat zien van € 1,5 miljoen (blz. 128). Kan in financieel technische zin worden geconcludeerd, dat de onttrekking van € 27.000 uit de reserve bedrijfsvoering niet noodzakelijk is om een sluitende begroting te kunnen maken? Graag beantwoorden met ja of nee. Antwoord vraag 1: Ja.
Financiële begroting 2024 7. Financiële positie, 7.6 Investeringsprogramma 2024-2028 Pag. 148 Vraag 2 Op blz. 148 bij de geplande investeringen lezen we onder andere: (Onderaan de pagina) Op basis van nieuwe leerlingenprognoses is het mogelijk dat het investeringskrediet Tijdelijke Huisvesting De Lage Waard (DLW) niet meer nodig is. Bij de perspectiefnota 2024-2029 wordt op basis van nieuwe prognoses gekeken of het investeringskrediet bijgesteld moet worden of dat het investeringskrediet afgeraamd kan worden. Uit eerdere beantwoording van technische vragen n.a.v. de Perspectiefnota lezen we: Omdat de locatie Vijzellaan na deze aanpassingen geen reservecapaciteit meer heeft is afgesproken dat DLW de aanvraag (nog) niet intrekt en dat de prognoses van eind 2023 worden afgewacht voordat er een keus wordt gemaakt over de aanvraag voor uitbreiding. Als eind 2023 blijkt dat DLW het investeringskrediet niet meer nodig heeft, is het dan mogelijk om eerder dan bij de raadsbehandeling van de perspectiefnota 2024-2029 het krediet af te ramen?
14
Zo ja wanneer dan en hoe? Als het investeringskrediet van 2 mln. euro niet nodig blijkt te zijn, wat levert dit dan voor de exploitatiebegroting qua bedrag op? Antwoord vraag 2: De gemeente zal voor 1 januari 2024 een besluit moeten nemen over de aanvraag. In overleg met het schoolbestuur doen we dat op een moment dat er de meeste duidelijkheid is over het aantal verwachte leerlingen in leerjaar 2024/2025. De investeringsaanvraag ging uit van een vrije toename, door extra ruimte binnen te school te zoeken en door een iets andere prognose zal de toename waarschijnlijk wat lager uitpakken. Op basis van deze onzekerheid kunnen we nog geen uitspraak doen over de omvang van de kapitaalslasten die vrijvallen. Als het krediet wat verstrekt wordt aan de school lager is dan het geraamde bedrag in de begroting dan zullen de vrijvallende kapitaallasten verwerkt worden in de Perspectiefnota 2024-2029. In totaal bedragen de jaarlijkse kapitaallasten op basis van de huidige kredietomvang vanaf 2025 € 120.000, zoals reeds opgenomen in de Perspectiefnota 2023-2028.
Financiële begroting 2024 7. Financiële positie, 7.5 Leningenportefeuille Pag. 147 Vraag 3 Op blz.147 wordt de Leningenportefeuille weergegeven. In 2025 wordt aan nieuwe aan te trekken leningen € 8 miljoen geraamd. Op blz. 148 zien we het meerjarig investeringsprogramma en in 2025 wordt € 4,9 miljoen aan investeringen geraamd. Waarom wordt in 2025 € 8 miljoen aan nieuwe leningen aangetrokken, terwijl slechts € 4,9 miljoen wordt geïnvesteerd? Antwoord vraag 3: Op basis van de liquiditeitsprognose (feitelijke inkomsten minus feitelijke exploitatie- en investeringsuitgaven) wordt de omvang van de aan te trekken leningen bepaald. Voor 2025 zien we dat in deze prognose een lening van € 8 mln. noodzakelijk is.
Financiële begroting 2024 7. Financiële positie, 7.4 Stand en verloop van de voorzieningen Pag. 146 Vraag 4 Op blz. 146 wordt de stand en het verloop van de voorzieningen weergegeven. Wat opvalt is dat de voorzieningen personele verplichtingen, liquidatie GR Logopedische Dienst KS, bovenwettelijk verlof en verplichting woningen Markt Woonkracht10 geen begrote mutaties laten zien. Kan per genoemde voorziening worden aangegeven of deze kan vrijvallen? Zo nee, graag aangeven waarom niet? Antwoord vraag 4: De voorzieningen kunnen niet vrijvallen, omdat deze voorzieningen op basis van onderbouwde verplichtingen noodzakelijk zijn. Jaarlijks wordt bij de jaarrekeningcontrole door de accountant hierop getoetst.
Financiële begroting 2024 7. Financiële positie, 7.2 Structurele toevoegingen en onttrekkingen uit reserves Pag. 146 Vraag 5 Op blz. 146 zien we dat de begrote onttrekkingen uit de Bestemmingsreserve kapitaalslasten fors oploopt van € 501.000 in 2024, naar € 751.000 in 2025 en € 851.000 in 2026 en 2027 en naar € 857.000 in 2028.
15
Wordt de stijging van de begrote onttrekking kapitaalslasten veroorzaakt door het verkapitaliseren van investeringen genoemd op blz. 148? Als het antwoord nee is, welke investeringen veroorzaken dan deze stijging? Antwoord vraag 5: Nee, de onttrekkingen uit de Bestemmingsreserve kapitaallasten betreft de dekking van kapitaallasten van door de raad vastgestelde investeringen. Dit betreft o.a. het IHP 2023-2034, Damwand Kooijhaven, IKC de Wielen en aanpassing rotonde Burgemeester Keijzerweg-Veerweg.
Financiële begroting 2024 7. Financiële positie, 7.1 Incidentele baten en lasten Pag. 143 Vraag 6 Op blz. 143 (bij de vierde bullet) staat onder andere: Om de werkzaamheden voor Jeugd en Onderwijs op het verplichte kwaliteitsniveau te krijgen is er vanaf 2024 tot en met 2026 incidenteel € 100.000 beschikbaar gesteld. Voldoet de gemeente op dit moment niet aan het verplichte kwaliteitsniveau? Vraag beantwoorden met ja of nee. Antwoord vraag 6: Ja, we voldoen op dit moment aan het verplichte kwaliteitsniveau, maar we moeten hiervoor inhuren, danwel incidentele formatie aanwenden. Hiervoor zijn middelen vrijgemaakt in de Perspectiefnota 20232028.
Inleiding Pag. 13 Vraag 7 Op blz. 13 lezen we onder andere: Op dit moment is het een zekerheid dat we met de huidige personeelsbezetting de bestuurlijke ambities niet in de volle omvang kunnen realiseren. Hoeveel personeel, uitgedrukt in fte’s, komt de organisatie tekort, waardoor de bestuurlijke ambities niet in volle omvang kunnen worden gerealiseerd? Om welk bedrag gaat het en hoe kunnen we dit terugvinden in de begroting? Als dit niet direct één-op-één is terug te vinden, kunt u dan (extracomptabel) een uitsplitsing naar taakveld geven van het genoemde bedrag? Antwoord vraag 7: Deze vragen zijn te simpel voor het probleem waar we voor staan. Uiteraard is het aantal fte's in beginsel op dit moment bepaald in relatie tot de taken die we moeten uitvoeren. De mobiliteit van het personeel in combinatie met de grote problemen om daarna mensen te vinden (zowel vast als tijdelijk) maakt dat de uitvoering van ambities soms onder druk komen te staan. Daarnaast heeft de mobiliteit en het grote aantal mensen dat we binnenkrijgen met minder of geen ervaring ook een relatie met de mogelijkheid onze ambities te verwezenlijken. Het probleem is in die zin niet te kwantificeren.
Programmabegroting Bestuur en Ondersteuning, streefwaarden en indicatoren Pag. 25 Vraag 8 Op blz. 25 lezen we streefwaarden voor o.a. de apparaatskosten, deze bedragen € 703,05 per inwoner. In 2023 was dit nog € 605,07. Een stijging van ruim 16% in 2024 t.o.v. 2023. We vermoeden dat dit enerzijds komt door de inflatie, maar dat kan niet alleen de verklaring zijn, dus welke verklaringen zijn er nog meer? Wordt de genoemde stijging door het gemeentefonds gecompenseerd?
16
En is het naast een eventuele compensatie door het gemeentefonds voor de begroting 2024 noodzakelijk geweest om andere inkomsten te vergroten, bijvoorbeeld het verhogen van de OZB? Indien sprake is geweest van het verhogen van de OZB, welk bedrag is hiermee gemoeid? Antwoord vraag 8: Dit wordt veroorzaakt door enerzijds de toename van de salarislasten door de CAO-afspraken 2023 plus de verwachte stijging voor CAO-afspraken 2024 en anderzijds door formatie die bij de 1ste begrotingswijziging 2023 en de Perspectiefnota 2023-2028 zijn vastgesteld.
Paragrafen 1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Financiële kengetallen Pag. 60 Vraag 9 Op blz. 60 is een tabel te vinden met financiële kengetallen. De structurele exploitatieruimte is 1,97%, dit is een verslechtering t.o.v. de programmabegroting 20232027. Toen werd nog uitgegaan van 4,15% voor begrotingsjaar 2024. Welk bedrag hoort bij het genoemde percentage van 1,97%? En welk bedrag bij de genoemde 4,15%? Welke belangrijkste (in omvang van bedrag) raadsbesluiten liggen aan deze verslechtering ten grondslag? Antwoord vraag 9: Het kengetal structurele exploitatieruimte wordt bepaald op basis van het aandeel van het structurele begrotingssaldo ten opzichte van de totale begrotingsomvang. In de verschillende P&C-producten en de RIB van de algemene uitkeringen wordt de raad geïnformeerd over de mutatie van het begrotingssaldo en het structurele begrotingssaldo. In de Begroting 2024 wordt het structurele begrotingssaldo ingeschat op € 1.861.000 (1,97%). Dit was in de begroting 2023 voor het jaar 2024 ingeschat op € 4.719.000 (4,15%).
Vraag 10 Hoeveel kredietaanvragen zijn vanaf 1 mei 2022 tot 1 oktober 2023 aan de gemeenteraad gedaan? Welke kredietaanvragen zijn er gedaan en met raadsvoorstellen geaccordeerd? Wat zijn de jaarlijkse kapitaallasten per krediet en waar kunnen we dit terugvinden in de begroting? Hoeveel (euro) is er daadwerkelijk uitgegeven? Antwoord vraag 10: Buiten de P&C-producten om zijn vier separate kredieten vastgesteld door de raad. Dit betreft het krediet Uitvoeringsplan omgekeerd inzamelen (raadsbesluit 29 september 2022), de aanpassingen rotonde Burgemeester Keizerweg – Veerweg (raadsbesluit 3 november 2022), Integraal Huisvestingsplan 20232034 (raadsbesluit 28 september 2023) en de voorbereidingskrediet VO-scholen (raadsbesluit 28 september 2023). De hiermee gemoeide kapitaallasten zijn niet afzonderlijk zichtbaar, maar uiteraard wel opgenomen in de totaalbedragen bij het meerjarenoverzicht baten en lasten per taakveld vanaf pag. 151.
Vraag 11 Grondexploitatie. Wat wordt daar onder bedoeld? Nu ligt er braakliggend terrein, maar dat zou dan toch moeten renderen en meer geld moeten opbrengen? De woningen in Kraaihoek, die zouden in 2027 klaar zijn. Waarom is daar geen grondexploitatie in opgenomen? Op blz. 95 We lezen dat percelen ten noorden van de A15 nog niet zijn opgenomen. Waarom niet? Wat is de bedoeling hiervan? Gronden zijn aangeschaft met oog op ontwikkeling op afzienbare termijn, wat is ‘afzienbare termijn'? Antwoord vraag 11: Gezien deze vraag meerdere vragen bevatten geven we antwoord op de volgende vragen:
17
Grondexploitatie. Wat wordt daar onder bedoeld? Hiermee wordt een begroting bedoeld die wordt opgesteld om grondkosten en grondopbrengsten van een ruimtelijk ontwikkelingsplan in beeld te brengen. Aan de kostenkant staan de aankoop van grond, het bouwrijp maken ervan, het inrichten van de openbare ruimte en overhead (planontwikkeling, voorbereiding, administratie en toezicht). Aan de opbrengstenkant staan de verkoop van bouwrijpe grond en eventuele subsidies en bijdragen. Nu ligt er braakliggend terrein, maar dat zou dan toch moeten renderen en meer geld moeten opbrengen? Niet duidelijk is op welk terrein deze vraag betrekking heeft. In algemene zin betreft het in portefeuille nemen van grond een risico, dat zowel positief als negatief kan uitvallen. De woningen in Kraaihoek, die zouden in 2027 klaar zijn. De verwachting is dat de nieuwbouw in Kraaihoek Zuid in het vierde kwartaal 2025 is opgeleverd. Waarom is daar geen grondexploitatie in opgenomen? Kraaihoek Zuid betreft een herstructureringsproject van Woonkracht10, waarbij geen bouwrijpe gronden worden verkocht. Op blz. 95 We lezen dat percelen ten noorden van de A15 nog niet zijn opgenomen. Waarom niet? Wat is de bedoeling hiervan? Deze gronden zijn in strategisch eigendom, mocht op enig moment dit gebied in ontwikkeling worden genomen.
Gronden zijn aangeschaft met oog op ontwikkeling op afzienbare termijn, wat is ‘afzienbare termijn'? Er is nog geen sprake van een afzienbare termijn, want het college en de raad hebben geen voornemen om deze gronden in ontwikkeling te nemen.
Paragrafen 4. Lokale heffingen, Afvalstoffenheffing Pag. 87-88 Vraag 12 Waarom stijgen de heffing woonlasten en met name de afvalstoffenheffingen met 10,9% terwijl de gemeente verwacht dat inwoners nu 25 keer per jaar hun vuilniszakken in de ondergrondse bak gooien en er ook nog eens € 1,50 euro per keer voor moeten betalen? Een voorbeeld. Stel een tweepersoonshuishouden zit nu op een vast tarief van € 360 en komt nu uit op € 312 dan komt dat uit op een verschil van € 48 (goedkoper). Maar bij de kosten voor het gebruik van de ondergrondse restafval container betaalt dit huishouden € 1,50 per keer (ontgrendeling 60 liter). Bij 32 keer restafval weggooien komt dit tweepersoonshuishouden al uit op € 48. De vraag is of dit een realistische berekening is? Hoeveel restafval wordt een tweepersoonshuishouden geacht per jaar weg te gooien in de restafvalcontainer? En komt het tweepersoonshuishouden in dit voorbeeld dan toch niet duurder uit? Antwoord vraag 12: Ja, de raming is een realistische berekening. Voor de raming is uitgegaan van een hoeveelheid restafval van 125 kg per persoon voor het eerste jaar na invoering omgekeerd inzamelen/recycletarief. In de berekening is hiervoor 25 zakken van 60 liter per persoon per jaar aangehouden. Bij het maximale aantal ontgrendelingen is men inderdaad duurder uit.
Programmabegroting 2024 Onderwijs – Hoofdtaakveld 4, 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken Pag. 36 Vraag 13 Bij Doelstelling nr.2 staat het volgende: We stimuleren een betere aansluiting op de arbeidsmarkt.
18
Bij Indicatoren en streefwaarden lezen we dat het aantal jongeren van 15-27 jaar zonder werk en onderwijs per tienduizend inwoners in totaal het aantal van 679 beloopt (telling uit 2020). Wat doet de gemeente concreet om dit getal (van 679) naar beneden te brengen? Antwoord vraag 13: Binnen de SmartDelta werken we regionaal samen aan de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt, waarbij ook nauw wordt samengewerkt met het bedrijfsleven. Voorbeelden van initiatieven zijn: Smart Campus Leerpark en de MBO-aanpak BAAS. BAAS ziet en faciliteert mbo-talent in de regio Drechtsteden en is een samenwerking tussen gemeenten, het onderwijs, UWV, Sociale Dienst Drechtsteden/PERSPCT, bedrijven en brancheorganisaties in de regio, met steun van de Regio Deal. Financiële begroting 2024 8. Meerjarig overzicht baten en lasten per taakveld, Taakveld 5 Sport, Cultuur en Recreatie Pag. 154 Vraag 14 De kosten voor Sportaccommodaties stijgen, maar de baten lopen achteruit. Waarom lopen de baten niet in lijn met de lasten? Antwoord vraag 14: De baten van het onderdeel sportaccommodaties (zie pag. 154 van de begroting) laten vanaf 2023 een stijgende lijn zien en lopen op van € 838.000 (2023) tot € 870.000 in 2028. De hogere baat in 2022 wordt voornamelijk veroorzaakt door een incidentele baat van € 100.000, die toegerekend kan worden aan de regeling Specifieke uitkering ijsbanen en zwembaden (covid 19).
Deze specifieke uitkering is gerelateerd aan het sportcentrum. Zowel de baten als de lasten nemen in het meerjarenperspectief toe.
Financiële Begroting 2024 8. Meerjarig overzicht baten en lasten per taakveld, Taakveld 2 Verkeer, Vervoer en Waterstaat Pag. 152 Bij taakveld 2 Verkeer en Vervoer en Waterstaat (blz. 152) staat een verhoging van de lasten van meer dan 700.00 euro. Vraag 15a Waarom lopen de baten bij het parkeren niet in lijn met de lasten bij parkeren? Antwoord vraag 15a: De baten bij het parkeren komen voor het overgrote deel uit de parkeeropbrengsten van de parkeergarages. Deze parkeerinkomsten zijn via de bijdragen uit de BIZ gefixeerd voor een periode van 5 jaar. Dit zorgt voor het constante beeld van de inkomsten. Vraag 15b Hoe is de verhoging van de parkeerlasten te verklaren? Antwoord vraag 15b: In de genoemde tabel is voor de kolom 2023 sprake van de primitieve begroting. Hierin zijn niet verwerkt de eerste begrotingswijziging 2023, de perspectiefnota 2023-2028 en de resultaatbestemming van de jaarrekening 2022. In de genoemde stukken zijn op hoofdlijnen de mutaties voor ontwikkeling van prijs-, loon- en energiekosten en de structurele aanvulling op de storing in de onderhoudsvoorziening parkeergarages die voor het verschil zorgen. Ook is voor het jaar 2024 een incidenteel budget opgenomen voor het actualiseren van het parkeerbeleid.
Financiële Begroting 2024 8. Meerjarig overzicht baten en lasten per taakveld, Taakveld 2 Verkeer, Vervoer en Waterstaat Pag. 152 Bij taakveld 2 Verkeer en Vervoer en Waterstaat is er een verhoging van de lasten van 575.00 in 2024 t.o.v. 2023 en naar 2026 zelfs een verhoging van 805.000 t.o.v. 2023.
19
Vraag 16a Hoe is deze verhoging te verklaren? Antwoord vraag 16a: In de genoemde tabel is voor de kolom 2023 sprake van de primitieve begroting. Hierin zijn niet verwerkt de eerste begrotingswijziging 2023, de perspectiefnota 2023-2028 en de resultaatbestemming van de jaarrekening 2022. In de genoemde stukken zijn op hoofdlijnen de mutaties voor ontwikkeling van prijs, loon-, materiaal- en energiekosten en het toegekende bedrag voor het beheerplan openbare ruimte die voor het verschil zorgen. In 2026 is een eenmalig budget opgenomen voor het herstel straatwerk in combinatie met de problematiek van de bomen in de Veerdam. Vraag 16b In de financiën van het mobiliteitsplan staat: De financiële consequenties voor het uitvoeringsprogramma mobiliteit zijn onderstaand weergegeven. Dit bedrag (€200.000) voorziet in elk geval in het doen van onderzoeken, opstellen beleid en uitvoeren van kleine maatregelen zoals opgenomen in het uitvoeringsprogramma van Mobiliteit. Grote(re) (infra) investeringen maken hier primair geen onderdeel van uit aangezien deze bedragen vaak hoger zijn. Doorkijk op hoofdlijnen (op basis van meerjarenbegroting) * extra uren inzet maakt geen onderdeel uit van bedrag In projecten zijn uren opgenomen in de vorm van VAT-kosten, deels zijn uren opgenomen binnen de reeds bestaande formatie.
Voor nu is het prematuur het formatieve effect van het uitvoeringsprogramma Mobiliteit te begroten. Jaarschijf 2024 van het uitvoeringsprogramma vormt de basis voor de jaarplannen 2024. Als blijkt dat extra capaciteit noodzakelijk is dan volgt dit via de P&C-producten. Het uitvoeringsprogramma is opgenomen in de bijlage. Hier wordt gekeken naar de maatregelen voor 2024 en verder. Voor de periode na 2024 is de planning indicatief en deze is afhankelijk van (externe) factoren. Grote(re) investeringen lopen via het meerjarig investeringsprogramma. In 2025 en 2026 komt dit geoormerkt terug in de besluitvorming. Voor 2024 zien we in elk geval extra investeringen op onderstaande locaties (deze vallen dus buiten de €200.000). Op dit moment zijn de exacte bedragen van deze projecten, gelet op de fase waarin de voorbereiding zich begeeft, nog onvoldoende helder. Daarom volgt later via de P&C-cyclus een concrete aanvraag. 1. Inrichting Noordhoek, Westeind en (deel) Anthony Fokkerweg met fietssuggestiestroken (combi met onderhoud); 2. Herinrichting looproute Anthony Fokkerweg tussen Westeind en Aviolandapad; 3. Realisatie looproute aan de binnenzijde van de dijk tussen Waterbushalte Noordhoek richting bedrijventerrein Noordhoek; 4. Afwaarderen (en herinrichten) van Oostkil en Zuidkil naar ontsluiten en verblijven, maximumsnelheid overeenkomstig 30 km/u.
Antwoord vraag 16b: Dit is geen (technische) vraag. Vraag 16c Welke projecten vallen binnen de 200.000 structureel per jaar? Antwoord vraag 16c: Hetgeen uitgevoerd kan worden binnen de € 200.000 structureel per jaar is opgenomen in de tabel bij het raadsvoorstel van het Mobiliteitsplan. Vraag 16d 85.000 extra in 2024, 95.000 extra in 2025, 150.000 extra in 2026, 150.000 extra in 2027? Zijn deze bedragen nodig om bovenstaande projecten te financieren? Antwoord vraag 16d: Hiervoor verwijzen wij u naar het raadsvoorstel van het Mobiliteitsplan. Vraag 16e Waarom is het te prematuur om het effect van het uitvoeringsprogramma Mobiliteit te begroten?
20
Antwoord vraag 16e: De maatregelenpakketten uit het uitvoeringsprogramma zijn nog niet concreet genoeg om deze financieel te vertalen tot kredieten. Elk maatregelpakket dient verder (financieel) uitgewerkt te worden waarna deze voorgelegd kan worden aan de raad. Vraag 16f Waarom is er niet gekozen om binnen de bebouwde kom in Papendrecht overal 30 km per uur te rijden om de veiligheid te vergroten binnen de wijken?
Antwoord vraag 16f: We volgen hierbij het advies van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (op basis van adviezen CROW). Daarbij wordt gezocht naar een goede balans tussen bereikbaarheid en veiligheid. Een goede mix van 30- en 50-km/uur wegen is daarbij essentieel.
PAB
IV.
Door de fractie van PAB zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Begroting 2024-2028. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.
Inleiding Pag. 11 Vraag 1 Zelfs het ravijnjaar laat een beperkt tekort zien. In de uitleg d.d. 21 september 2023 van de heer Pot kan het tekort zich bewegen tussen 2 miljoen en 4 miljoen (hoewel dit ook niet 100% zeker is). In welk interval beweegt zich het tekort in 2026? Antwoord vraag 1: Dit is uiteraard afhankelijk van de besluitvormingen die in aanloop naar 2026 worden gemaakt. Zoals in de beeldvormende raadsvergadering van de Begroting 2024 (5 oktober 2023) al is aangegeven zijn de investeringslasten van het IVP en de IHP 2023-2034 reeds opgenomen in de meerjarenbegroting.
Inleiding Pag. 11 Vraag 2 Hoeveel Fte’s moeten nog ingevuld worden? Antwoord vraag 2: Op dit moment bedraagt de vacatureruimte 22,1 FTE.
Inleiding Pag. 12 Vraag 3 Maatregelen in de zin van incidentele hulp op diverse terreinen bekoren tot de mogelijkheden (waarbij we alles wel integraal bekijken). Graag het tussen haken genoemde toelichten. Antwoord vraag 3: Als we ergens incidentele hulp overwegen is een bredere afweging essentieel. Hoe past incidentele hulp in het totaal van ondersteuning? Zijn er geen andere mogelijkheden om die hulp te vinden? Past hulp binnen de afspraken die we met elkaar gemaakt hebben? Dit soort vragen zijn van belang bij het toekennen van incidentele hulp.
21
Programmabegroting 2024 Bestuur en Ondersteuning – Hoofdtaakveld 0, 0.1 Bestuur Pag. 17 Vraag 4 Doelstelling 1d: graag de “kromme” zin na de komma toelichten. Antwoord vraag 4: Het woord 'wenselijk' moet worden vervangen door 'wenselijkheid'. Hier wordt bedoeld dat we onderzoeken of de participatiekrant een toegevoegde waarde heeft als aanvulling op de bestaande kranten. Programmabegroting 2024 Bestuur en Ondersteuning – Hoofdtaakveld 0, 0.1 Bestuur Pag. 17 Vraag 5 Maatregel 2b: uit hoeveel senioren bestaat de Klankbordgroep (er staat Klankborgroep)? In welk interval zitten de leeftijden van deze senioren? Hoe vaak en waarover heeft deze groep mogen adviseren. Antwoord vraag 5: Het antwoord op deze vraag zal voorafgaand de raadsvergadering worden verstrekt.
Programmabegroting 2024 Bestuur en Ondersteuning – Hoofdtaakveld 0, 0.1 Bestuur Pag. 18 Vraag 6 Op welke onderwerpen kan Papendrecht een verbindende rol in de regio vervullen? Zijn er projecten te noemen waar dit al gelukt is? Antwoord vraag 6: We hebben successen en verbinding behaald bij de totstandkoming van de groeidagenda en de Regio Deal. Daarnaast is Papendrecht bezig om een meer trekkende rol binnen de regio in te nemen.
Programmabegroting 2024 Bestuur en Ondersteuning – Hoofdtaakveld 0, 0.2 Burgerzaken Pag. 19 Vraag 7 We voldoen aan de auditnorm van de basisregistratie personen. Hoe staan wij hierin? Voldoen we aan de minimumeisen of er zijn er meer gradaties om naar toe te werken? Antwoord vraag 7: De auditnorm is de minimale norm waaraan we inmiddels vanaf 2016 jaarlijks aan voldoen. Daarnaast heeft het Kabinet al enkele jaren geleden uitgesproken om de Basisregistratie Personen bij voorkeur foutloos te hebben. Dit is weliswaar een streven, want waar mensen werken worden fouten gemaakt, maar dat streven is gelijk aan de ambitie van de gemeente. Afnemers, zoals een SVB en een Belastingdienst, hebben immers behoefte aan de juiste informatie.
22
Programmabegroting 2024 Bestuur en Ondersteuning – Hoofdtaakveld 0, 0.4 Overhead Pag. 20 Vraag 8 Wat houdt een “adaptieve organisatie” in? Antwoord vraag 8: Dat houdt in dat we streven naar een organisatie die zich snel kan aanpassen aan wisselende omstandigheden en dus wendbaar is.
Programmabegroting 2024 Bestuur en Ondersteuning – Hoofdtaakveld 0, 0.10 Mutatie reserves Pag. 24 Vraag 9 Doelstelling 2. In de uitleg d.d. 21 september 2023 van de heer Pot kan de solvabiliteit naar 20% gaan i.v.m. investeren in gebouwen voor het vo. Is 30% < solvabiliteit < 70% realistisch? Antwoord vraag 9: Ja. Wij zitten op dit moment op een solvabiliteit van 44% en biedt voldoende ruimte voor investeringen.
Programmabegroting 2024 Bestuur en Ondersteuning – Hoofdtaakveld 0, indicatoren en streefwaarden Pag. 25 Vraag 10 Er zijn toch gegevens over de opengelaten cellen in de kolom Nederland? Als ze er zijn dan graag hier vermelden. Antwoord vraag 10: Zie antwoord vraag 2 van de fractie D66.
Programmabegroting 2024 Veiligheid – Hoofdtaakveld 1 Pag. 26 Vraag 11 Binnen het wijkteam werken de boa’s nauw samen met externe partners aan passende interventies. Wie zijn die externe partners? Wat valt hier onder passende interventies? Antwoord vraag 11: De integrale wijkaanpak wordt in 2024 opgestart. De boa's werken daarin in ieder geval samen met Woonkracht 10, Sterk Papendrecht, de Wijk-GGD'er, Buurtbemiddeling, Suppord en de politie. Onder passende interventies wordt maatwerk verstaan: interventies die niet alleen zo licht als mogelijk zijn maar ook zo doeltreffend als mogelijk zijn.
Programmabegroting 2024 Veiligheid – Hoofdtaakveld 1, 1.2 Openbare orde en veiligheid Pag. 27 Vraag 12 Maatregelen 1e. Wat houdt in dat er op passende wijze casuïstiek opgepakt wordt?
23
Antwoord vraag 12: Het op passende wijze casuïstiek oppakken houdt in dat er goed beoordeeld wordt welke partner welke interventie moet plegen (of juist nalaten) en de timing tussen verschillende interventies. Er moet ook scherp gekeken worden naar het eventueel opschalen of juist afschalen van casuïstiek. Als de situatie escaleert dan moet er anders ingegrepen worden dan wanneer een situatie juist tot rust komt.
Programmabegroting 2024 Veiligheid – Hoofdtaakveld 1, indicatoren en streefwaarden Pag. 28 Vraag 13 Misdrijven, ongeveer 900 per jaar in Papendrecht (282 per 10.000 inwoners). In welke categorieën zijn die 900 in te delen? Antwoord vraag 13: De VeiligheidsAlliantie regio Rotterdam rapporteert aan de hand van de volgende categorieën misdrijven: diefstal/inbraak woning, openlijk geweld tegen persoon, bedreiging, mishandeling, straatroof, overval, diefstal uit/vanaf motorvoertuigen, diefstal van motorvoertuigen, diefstal brom-, snor-, fietsen, zakkenrollerij, vernieling/zaakbeschadiging, diefstal/inbraak bedrijven/instellingen, diefstal/ inbraak box/garage/schuur/tuinhuis, winkeldiefstal, drugshandel, huiselijk geweld, cybercrime, horizontale fraude.
Programmabegroting 2024 Verkeer, Vervoer en Waterstaat – Hoofdtaakveld 2, 2.1 Verkeer en Vervoer Pag. 30 Vraag 14 Gedragsbeïnvloeding en verkeerseducatie. Hoe wordt dit in de praktijk gebracht voor onze inwoners die niet meer op school zitten? Antwoord vraag 14: Door onder andere aan te sluiten bij de landelijke gedragscampagnes.
Programmabegroting 2024 Sport, Cultuur en Recreatie – Hoofdtaakveld 5, 5.5 Cultureel Erfgoed Pag. 39 Vraag 15 Maatregel 2a. Wat houdt de “Waterdriehoek” in? Antwoord vraag 15: De Waterdriehoek is het gebied van de Biesbosch, Drechtsteden en het Werelderfgoedcomplex Kinderdijk. Het water is hier het verbindende element en zo bijzonder dat de provincie Zuid-Holland er één van haar erfgoedlijnen aan heeft verbonden.