20230202 Verslag Raadsvergadering 2 februari 2023.pdf
Tekst van het document
Men is van mening dat het niet goed is dit besluit te nemen en ziet de urgentie voor het investeren in en versnellen van verduurzaming t.b.v. de scholen en inwoners. Men vraagt 23
Verslag gemeenteraad van 2 februari 2023
zich af wat men als gemeenteraad over heeft voor de basisscholen en is geen voorstander van deze motie. Wethouder KOSTEN merkt op dat er geen sprake is van een motie meer geld voor de vo-scholen, maar geeft hierbij wel aan dat het geld maar 1 x uitgegeven kan worden. Mevrouw VAN ES heeft reeds eerder aangegeven problemen te hebben met dit voorstel. Ten eerste noemt zij het verschil in aanpak tussen het IVP en IHP, waar bij het IHP wel maar bij het IVP geen beeldvormende sessie heeft plaatsgevonden. Er is in het verleden langdurig gewerkt met een vaste manier om tot beleidsnota’s te komen, die helaas ergens is losgelaten. Zij wenst buiten de vergadering onderling te bespreken waar de raad in het proces besluiten neemt. Daarnaast merkt zij op dat het college geen opdracht van de raad hoeft te krijgen en het sturen van een RIB genoeg zou zijn geweest. Wanneer de raad het hiermee niet eens zou zijn geweest had men dit kunnen agenderen. Een en ander merkt zij op met het oog op de bestuurlijke vernieuwing om de werk- en vergaderdruk te verlagen. Verder is de D66-fractie van mening een verschil van mening binnen het college te zien. De uitwerking van het plan geeft duidelijk aan wat er voor verduurzaming van alle gebouwen, waaronder de basisscholen (ca. 2 miljoen), nodig is. Daarnaast heeft men een IVP van ca.
1 miljoen vastgesteld en zou de bouw van de VO-scholen (met de gestegen bouwkosten) op ca. 4 miljoen kunnen komen. In totaal ca. 7 miljoen euro, terwijl de totale subsidiebundel iets meer dan 3 miljoen bedraagt. Zij begrijpt dat het college worstelt met de vraag waar men dit geld gaat vinden, maar had liever gezien dat men dit dilemma aan de raad zou voorleggen. Hierbij merkt zij op dat de motie wellicht een uitspraak doet in dit dilemma; bij dit IHP wat minder doen, zodat er meer overblijft voor andere projecten. Op haar vraag of dit daadwerkelijk een dilemma binnen het college is antwoordt wethouder KOSTEN dat er geen sprake is van een verschil van mening binnen het college, maar dat men wel gesprekken voert over de grote opgaven en keuzes voor de komende 10 jaar. De Kadernota is een goed moment om een en ander te wegen. Verder vraagt hij zich af hoe de opmerking dat het college geen opdracht hoeft te krijgen zich verhoudt tot de startnotitie (zoals men dit bijna kan zien). Daarnaast is hij verbaasd over het feit dat men hierover -i.v.m. de forse financiële consequenties- alleen maar geïnformeerd wenst te worden. Hij geeft hierbij aan dat de kosten voor het uitvoeren van het volledige duurzaamheidsprogramma voor het primair onderwijs vergelijkbaar zijn met de volledige uitvoering van het jaarlijkse collegeprogramma.
De D66-fractie gaat -omdat dit geen besluit voor de raad is- niet voor het plan stemmen (maar vindt de analyse wel goed), maar is -ondanks de financiële druk en i.v.m. de hoge kosten die dit anders zou veroorzaken voor de basisscholen wel voor het meenemen van de duurzaamheidsmaatregelen.
24
Verslag gemeenteraad van 2 februari 2023
De heer VAN DER GIESSEN is blij met de toezegging van de wethouder om de door zijn fractie gevraagde aandacht voor cultuur mee te nemen in de uitwerking. Men gaat er daarom vanuit dat cultuur goed geborgd wordt in het vastgoed- en accommodatiebeleid en kan zich verder vinden in de uitgangspuntennotitie. I.v.m. het belang van duurzaamheid is de VVD-fractie mede-indiener van de motie. Mevrouw MIDDELKOOP is blij dat er bij de totstandkoming van de uitgangspunten notitie sprake was van een brede maatschappelijke betrokkenheid, vertrouwt erop dat dit in de uitwerking ook het geval zal zijn en zal namens haar fractie instemmen met het voorstel en de motie van PAB/VVD/SGP, waarin men aangeeft dat het behalen van de duurzaamheidsdoelen van groot belang is, maar niet heilig. De heer SPITSBAARD vindt het een goede notitie, maar verzoekt inzake uitgangspunt het clusteren van accommodaties en het daarmee meerdere verengingen huisvesten kan gepaard gaan met verlies van identiteit’, i.o.m. verenigingen toch zoveel mogelijk in te zetten op communicatie inzake het clusteren, om synergetisch effect en winst te behalen op gebied van bouwgrond, ruimte, kosten, onderhoud en duurzaamheid. Wethouder VAN DEN BORG vindt zowel clustering als identiteit van groot belang en heeft deze opmerking genoteerd.
De OP-fractie begrijpt de motie die vraagt om het loslaten van de duurzaamheidsdoelen van 2030 i.v.m. de kosten, maar vindt deze -omdat deze kosten op een later moment in diverse rekeningen terugkomen- onnodig en zal deze daarom niet steunen. Eerste termijn college M.b.t. de motie geeft wethouder KOSTEN aan dat men alle investeringen op het gebied van duurzaamheid en huisvesting van scholen, verenigingen en maatschappelijke instellingen in kaart brengt en het de raad uiteraard vrij staat hierin keuzes te maken, prioriteiten te stellen en de plannen eventueel te wijzigen. De sturing van de raad bij het afwegen van de plannen is hierin van groot belang en uiteraard begrijpt men de vragen hierover. Afsluitend merkt hij op dat het college tegen het zomerreces bij de raad terug te komen voor besluitvorming, waarbij men definitief inzicht krijgt in alle noodzakelijke en gewenste investeringen en prioritering en planning. Het college kan de motie omarmen en zal de inzichten van de indieners ter harte nemen.
25
Verslag gemeenteraad van 2 februari 2023
Tweede termijn De heer VERWEIJ merkt richting de heer Bezemer op dat bij voorbaat de grens van 2030 verleggen niet in het dictum staat. Hij vindt dat men er alles aan moet doen om de doelstellingen in 2030 te behalen, maar dat het na 2026 (een onzekere periode voor de gemeente) verwezenlijken van de plannen onzeker is. De heer BEZEMER heeft aan willen geven dat men dat t.z.t. kan aangeven en men dat op dit moment niet nodig vindt. Zijn fractie begrijpt echter de achtergrond van de motie. De heer VERWEIJ merkt op dat met de motie -mocht de situatie zich voordoen- geen vrijbrief maar een mogelijkheid wordt gegeven. Wethouder KOSTEN geeft n.a.v. de opmerking van de CU-fractie aan dat het idee van het IHP is om voor alle scholen een gelijk speelveld te creëren en dat men voorzichtig wil zijn met het tijdens het proces bijsturen. De heer GRIMMIUS vindt het een goed idee op een later moment terug te komen op de wijze van besluitvorming. M.b.t. de motie vindt hij het zorgwekkend dat een meerderheid is voor het loslaten voor dergelijke deadlines. De heer VERWEIJ merkt per interruptie op dat de gemeente verder gaat dan de wettelijke verplichtingen, waaraan men kan voldoen als men iets meer ruimte neemt. Er is hierbij geen sprake van het loslaten van een grens. De heer GRIMMIUS vraagt zich af waarom men deadlines stelt als deze niet als absoluut gezien kunnen worden. Deadlines m.b.t.
duurzaamheid kan men niet loslaten met een paar woorden en een pennenstreek. De wereld staat in brand en men is al te laat. Naast de door de heer Verweij genoemde negatieve variabelen merkt hij op dat er ook positieve variabelen zijn die het proces kunnen versnellen. De heer VERWEIJ merkt per interruptie op dat het veel negatiever wordt uitgelegd dan hij het bedoeld heeft en men zal voldoen aan de wettelijke verplichtingen, waarvoor een grens staat. De heer GRIMMIUS constateert dat de heer Verweij het goed vindt om niet meer te doen dan de wettelijke verplichting en vindt dat men dit niet kan maken naar de basisscholen. Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat een wet een ondergrens aangeeft en dat ambitie voor duurzaamheid -omdat dit tientallen jaren is blijven liggen- noodzakelijk is. Wethouder KOSTEN bevestigt de opmerking van de PAB-fractie dat er voor een aantal zaken geen wettelijke verplichting is, maar vraagt, n.a.v. de opmerking van de D66-fractie dat dit een gebrek aan ambitie toont, wat de ambitie van de raad is. Inzake de (begrijpelijke) opmerking over het loslaten van de deadline merkt wethouder KOSTEN op dat de uitspraken over het vastgoed niet 1:1 te vertalen zijn naar de scholen. Hierover is een ander standpunt mogelijk. Mevrouw VAN ES merkt m.b.t.
de opmerking van wethouder Kosten inzake het proces op dat dit niet kan worden opgevat als een startnotitie en dat het voordeel van het werken met 3 stappen (startnotitie, nota van uitgangspunten en 26
Verslag gemeenteraad van 2 februari 2023
het plan) is dat de raad elke keer vaststelt wat de uitgangspunten zijn. Zij komt hierop later terug. Inzake de opmerking van de PAB-fractie dat de motie te maken heeft met de onzekerheid van de begroting na 2026 vraagt zij wat dit betekent voor het commitment voor alle schoolgebouwen van de vo-scholen. Dit is een van de redenen waarom de D66-fractie heeft aangegeven vóór het eerste krediet wordt verstrekt een principebesluit te willen hebben. Men zal altijd besluiten nemen die verder gaan dan het de zicht dat men op de begroting heeft. Dit vindt haar fractie echter geen reden om de deadline te verschuiven. De opmerking dat 2030 niet heilig is gaat bij de (ver)bouw van scholen niet op. De heer VERWEIJ merkt per interruptie op dat men zich bij duurzaamheid eerst kan richten op de makkelijkere zaken en deze op een technisch handige manier aanpakken, om deze daarna aan te vullen/te vervolmaken.
Op de vraag van mevrouw VAN ES of dit zo kan, of het college deze afwegingen maakt en dit inzichtelijk maakt voor de raad antwoordt wethouder KOSTEN dat een keuze voor duurzaamheid betekent dat er voor alle scholen een upgrade naar een duurzame school plaatsvindt, of dat men-wanneer men de motie volgt- de ambitie uitspreekt aan duurzaamheid te werken en onderweg gaat en slimme keuzes maakt: bij renovatie naar geldende eisen en bij andere scholen kijkt men hiernaar wanneer dit aan de orde is. Met het idee van deze motie kan het college instemmen. Op de vraag om een toezegging van mevrouw VAN ES dat als het op bepaalde punten niet lukt men het inzichtelijk maakt hoe lang het duurt voordat er minimaal aan de wettelijke eisen wordt voldaan zegt wethouder KOSTEN toe dit bij de uitwerking van het IHP mee te nemen en dat dit bij de herijking hiervan ook aan de orde komt. Stemming voorstel Vastgoed- en accommodatiebeleid en IHP Stemverklaring de heer GRIMMIUS: Ja voorzitter, zoals ik ook heb betoogd in de termijnen is het eigenlijk geen besluit dat wordt gevraagd en daarom zie ik ook niet de noodzaak om daarmee in te stemmen. Dat betekent niet dat wij de achterliggende notitie niet heel goed vinden. Stemverklaring mevrouw KARSO: We hebben gehoord dat het college vraagt om ruggensteun. Dat is wat ons betreft niet nodig.
We zijn het eens met de uitgangspuntennotitie en dat is voor ons voldoende. Daarom zullen wij ook tegen stemmen. Stemverklaring mevrouw VAN ES: D66 deelt de mening van de PvdA en GL in deze.
27
Verslag gemeenteraad van 2 februari 2023
Aansluitend wordt met stemmen 15 voor en 7 stemmen tegen (de dames Van Es, Hoekstra en Karso en de heren Grimmius, Hardam, Van Heteren en Spitsbaard) conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. Stemming motie 14.M1. Meer ruimte geven om alle duurzaamheidsplannen te verwezenlijken (PAB/VVD/SGP). Aansluitend wordt met stemmen 13 voor en 9 stemmen tegen (de dames Van Es, Hoekstra, Karso en Stigter en de heren Bezemer, Grimmius, Hardam, Van Heteren en Spitsbaard) de motie aanvaard. 16.
Moties vreemd aan de orde van de dag. Het dictum van motie 16.M2. opknappen monument ter nagedachtenis aan de watersnoodramp Weenseplein luidt als volgt: Verzoekt het college: Budget beschikbaar te stellen om dit monument volledig te herstellen; Een moment te creëren nadat het opknappen van het monument en de woningen afgerond is, waarbij opnieuw wordt stilgestaan bij deze gulle schenking en hiertoe eventueel een vertegenwoordiger van de Republiek Oostenrijk uit te nodigen. De heer GRIMMIUS wenst voor de organisatie van de herdenking van de watersnoodramp de burgemeester en mevrouw Van Wijnaarden te bedanken. Hij noemt de huizen die men na de watersnoodramp van de republiek Oostenrijk heeft gekregen, die momenteel worden opgeknapt door Woonkracht10, en het monument dat men ter nagedachtenis hiervan heeft onthuld. 70 jaar na de watersnoodramp en 50 jaar na de onthulling van het monument lijkt zijn fractie een goed moment om dit monument te herstellen/verfraaien en t.z.t. wederom een vertegenwoordiger van de Republiek Oostenrijk uit te nodigen. Hij wenst alle fracties te danken voor het mede indienen van deze motie die hierop toeziet. Wethouder VAN DER BORG dankt voor het indienen van de motie en stelt voor het herstel van het monument te doen vanuit het regulier onderhoud en de herstelkosten terug te rapporteren in de concernrapportage. M.b.t.
de uitnodiging van een afgevaardigde uit Oostenrijk zegt hij toe te zullen onderzoeken of hier animo voor is. Uiteraard staat het college positief t.o.v. de motie. Aansluitend wordt de unaniem ingediende motie per acclamatie aanvaard. Motie 16.M2. Algeheel voederverbod in Papendrecht. Mevrouw HOEKSTRA merkt op dat de dieren in Papendrecht niet in een dierentuin wonen en dat zij -omdat de natuur zo is- goed voor zichzelf kunnen zorgen. 28
Verslag gemeenteraad van 2 februari 2023
De heer TIELEMAN merkt op dat de overlast die wordt veroorzaakt door ongedierte niet wenselijk is, maar dat overlast een ruim begrip kan zijn. De motie stelt -gebaseerd op constateringen van inwoners- een toename en grote last van muizen en ratten in Papendrecht vast. De PAB-fractie mist echter de onderbouwing van deze stelling. De wethouder heeft eerder aangegeven dat het beleid dat wordt gevoerd met de huidige gegevens geen aanleiding geeft tot strengere maatregelen, zoals het invoeren van een verbod op het voeden van dieren in de openbare ruimte. De PAB-fractie is van menig dat het invoeren van een voedergebod zoals in andere gemeenten op zichzelf geen argument is dit ook in Papendrecht in te voeren. Daarnaast is het invoeren van een verbod dat niet of onvoldoende kan worden gehandhaafd onrealistisch. Persoonlijk is hij van mening dat het niet de bedoeling is regels voor inwoners op te stellen die niet of onvoldoende gehandhaafd kunnen worden. Zijn fractie ziet liever dat inwoners de overlast kunnen melden, waarop de gemeente kan acteren. Een onderzoek naar het invoeren van een voederverbod vindt men een stap te ver. Men ziet meer in het goed informeren van inwoners en te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid als het gaat om het voeren van dieren in de publieke ruimte, de consequenties die hieraan hangen en wat men hier zelf aan kan doen.
Zijn fractie zal deze motie daarom niet steunen. De heer VAN HETEREN zal als mede-indiener van de motie uiteraard voor de motie stemmen. Daarbij merkt hij op dat uit talloze onderzoeken blijkt het voeren van dieren (bv. watervogels) absoluut niet gezond is. Naast de overlast van muizen en ratten vindt zijn fractie de gezondheid van dieren genoeg aanleiding voor een onderzoek naar een voederverbond. Men is, omdat dit in andere gemeenten ook mogelijk is, het er niet mee eens dat dit niet te handhaven is. Mevrouw BOKMA merkt op dat de OP-fractie dit onderwerp al meerdere malen onder de aandacht heeft gebracht, waarop het college op dezelfde manier heeft gereageerd, dat er nu geen sprake is van een rattenplaag en geen reden voor een voederverbod. Daarnaast is de VVD-fractie van mening dat bij een verbod handhaving hoort, omdat anders de kans groot is dat het verbod niet werkt. Men vraagt zich af hoe de OP-fractie handhaving ziet gebeuren. De VVD-fractie ziet niets in een algeheel voederverbod, maar wel in goede voorlichting over het voorkomen van overlast door ratten in de openbare ruimte en tuinen van inwoners. Men zal daarom deze motie niet steunen. De heer VAN DEN DOOL leest de motie als een vraag naar een onderzoek, hetgeen zijn fractie kan steunen. Men pleit er daarbij voor te kijken naar de rol naar voorlichting over de juiste aanpak. 29
Verslag gemeenteraad van 2 februari 2023
Eerste termijn college Wethouder KOSTEN geeft aan dat de vraag is hoe groot de problemen echt zijn en dat uit meldingen blijkt dat de overlast van ratten constant is of een lichte stijging laat zien. Zo is de overlast door de seizoensinvloeden in de zomer en herfst iets meer en krijgen bepaalde plekken, waar meer sprake is van overlast, meer aandacht. De door hem genoemde kleine toename is te verklaren door het feit dat men geen gif meer mag gebruiken. Het (onderzoek naar het) voederverbod vindt het college een heel zwaar middel, met consequenties van bv. het plaatsen van bordjes voor de openbare ruimte, handhaving, financiën en achtertuinen van burgers. Omdat het college ook niet is voor meer regels ontraadt men de motie. Wat men wel kan doen is het plaatsen van oproepen om vogels niet te voeren en -omdat er een verschil van meldingen door te verwijzen naar de gemeente. Tenslotte vraagt hij zich n.a.v. het dictum af of men, omdat men gelijk vraagt om een algeheel voederverbod, geen behoefte heeft aan een onderzoek. Tweede termijn In antwoord op de vraag van de VOORZITTER geeft mevrouw HOEKSTRA aan de motie zeker in stand te willen houden. Haar fractie vindt voorkomen beter dan genezen en vindt het inhumaan dieren veel eten te geven, zodat zij zich ook veel voortplanten. Het aansluitend vangen of doden van dieren gebeurt vaak op een zeer dieronvriendelijke manier.
Verder is zij, wanneer men de dieren niet hoeft te vangen of doden, niet van mening dat het duurder is. Tenslotte merkt zij op dat men uit ervaring weet dat er heel veel klachten binnenkomen (bv. in de Vissersbuurt nestelen muizen zich achter koelkasten en vriezers en is de stank niet weg te krijgen). Omdat er geen gif meer wordt gestrooid en er minder boerderijen zijn en muizen en ratten dus naar de steden trekken is er zeker een toename van de klachten. De heer GRIMMIUS wenst het -als de populatie nog verder groeit- inzetten van klemmen die ook op honden en katten werken te voorkomen. Om de populatie klein te houden is zijn fractie mede-indiener van deze motie. Daarnaast merkt hij op dat alle opmerkingen inzake handhaving (bordjes plaatsen, op heterdaad, etc.) ook toepasbaar zijn op het handhaven van de maximumsnelheid, hetgeen men ook doet. Tenslotte merkt hij op dat er veel wordt gesproken over tuinen van inwoners, terwijl het dictum spreekt over de openbare ruimte. Omdat al deze opmerkingen geen standhouden vindt hij dat deze motie aangenomen kan worden. Mevrouw BOKMA merkt per interruptie op dat haar fractie de motie ook niet zo gelezen heeft, maar dat het probleem ook voorkomt in particuliere tuinen en voorlichting m.b.t. tuinen daarom belangrijk is. 30
Verslag gemeenteraad van 2 februari 2023
Ook de heer VAN HETEREN merkt op dat de motie niet bedoeld is voor particuliere tuinen. Hij is blij met de toezegging van de portefeuillehouder over het informeren van inwoners. Daarnaast stelt hij voor op bepaalde voederlocaties wel bordjes te plaatsen. N.a.v. de opmerking van de VVD-fractie, die rondom oud en nieuw altijd vraagt om keiharde handhaving op vuurwerk, merkt hij op dat dit ook hier op heterdaad betrappen noodzakelijk is. Mevrouw BOKMA geeft per interruptie aan dat handhaving bij vuurwerk inderdaad ook een probleem is, maar dat dit probleem een nog groter gebied beslaat. De heer VAN HETEREN merkt tenslotte op dat de motie tweeledig is: het voorkomen van een toekomstige muizen- en rattenplaag en het tegengaan van het voeren van wilde dieren. De heer TIELEMAN is het eens met het betoog van de heren Van Heteren en Grimmius inzake het informeren van inwoners over het -onnodig- voeren van de dieren. M.b.t. handhaving merkt hij op dat er meerdere belangrijke taken op andere gebieden zijn en dat inwoners niet zitten te wachten op dergelijke regels. Mevrouw HOEKSTRA merkt per interruptie op dat men m.b.t. handhaving en voorlichting te raden kan gaan bij andere gemeenten die dit succesvol hanteren.
Aansluitend wordt de motie met 10 stemmen (de dames Van Es, Karso, Hoekstra, Middelkoop en Verschoor en de heren Van den Dool, Grimmius, Hardam, Van Heteren en Spitsbaard) voor en 12 stemmen tegen verworpen. 15.
Opheffen geheimhouding besloten vergaderingen. De heer VAN DEN DOOL merkt op dat in het algemeen geldt dat als de noodzaak om iets geheim te houden is vervallen, dan ook de geheimhouding kan vervallen. Transparantie en een open overheid is een groot goed. Het voorstel is een oproep om -op een ander tijdstip- te komen tot een goed gesprek, waarbij men kan leren en afronden en daar waar gevoelens zijn geraakt te komen tot wederzijds begrip en vergeving om ruimte te vinden om samen naar de toekomst te kijken. De VOORZITTER merkt op dat men kan reageren op het initiatiefvoorstel maar niet kan spreken over de inhoud van de besloten vergadering. Pas als het initiatiefvoorstel met een meerderheid van stemmen wordt aangenomen en de geheimhouding wordt opgeheven wordt de vergadering openbaar gemaakt en mag hierover worden gesproken. De heer SPITSBAARD steunt het voorstel en is het eens met de heer Van den Dool om na een goed gesprek naar de toekomst te kijken. 31
Verslag gemeenteraad van 2 februari 2023
Mevrouw VAN ES merkt op dat haar zij niet over de geheime vergadering kan spreken omdat haar fractie hierbij opzettelijk niet aanwezig was. De VOORZITTER merkt op dat ook dit onderdeel is van de geheimhouding, waarmee mevrouw VAN ES het niet eens is. Zij geeft aan dat er in het hele traject veel is misgegaan: de opsomming van de volgorde van het (voor)onderzoek en wat er vervolgens is gedaan door de geheime raad deelt zij niet. Er is een raadsbesluit dat zegt hoe men moet omgaan met integriteitskwesties. Hierin staat wat door de burgemeester moet worden gedaan en wanneer de raad hierbij betrokken wordt. Haar fractie is van mening dat dit niet goed is gegaan. Wanneer men kijkt wat er uit het uiteindelijke OM-rapport en de brieven is gekomen, ziet men dat exact hetzelfde dat voor het eerste onderzoek bekend was (dat het niet opzettelijk is gedaan en dat het van Facebook is afgehaald) … De VOORZITTER vindt dat dit neigt naar wat in de geheime vergadering besloten is. Mevrouw VAN ES accepteert dit niet, zij is het er niet mee eens dat de heer Van den Dool wel alles mag opsommen in zijn initiatiefvoorstel en zij dit niet mag zeggen. Zij is hierbij niet aanwezig geweest, weet niet wat er is gezegd en kan hierover dus niet uit de school klappen. De heer VERWEIJ merkt per interruptie op dat er alleen een voorstel ligt om de geheimhouding op te heffen.
Hij vindt het belangrijk dat men op een ander tijdstip zaken bespreekt, men grieven naar voor kan brengen en hiervan kan leren. Mevrouw VAN ES is het hiermee eens, zij had het echter netjes gevonden en verwacht dat het voorstel om de geheimhouding op te heffen puur technisch zou zijn geweest, zonder betoog om het eigen straatje schoon te vegen. Dat is nu wel openbaar en wat zij wil zeggen kan niet openbaar zijn, dat vindt zij schandalig. De heer STOUTHART is van mening dat de raad zo transparant mogelijk moet zijn naar de inwoners die zij vertegenwoordigen. Soms ontkomt men er, ter bescherming van verschillende belangen, niet aan iets in beslotenheid te doen. De VVD-fractie vindt dat men dit -zodra dit belang vervaagt of de situatie door veranderende omstandigheden zo is dat geheimhouding niets meer toevoegt aan het proces of de diverse belangen- ook niet langer dan noodzakelijk geheim moet houden. Om deze reden steunt men het voorstel van de CDA-fractie om de geheimhouding op de besloten vergaderingen en de stukken van 2 december 2021 en 24 februari 2022 op te heffen. Mevrouw KARSO geeft aan dat ook haar fractie er voorstander van is om de geheimhouding op te heffen. Wel betreurt men het feit dat er geen sprake is van een technisch voorstel en wordt er in de motivering een aantal zaken genoemd waar men zich niet in kan vinden.
Er is sprake van feitelijke onjuistheden, waarop zij op dit moment niet op in kan gaan, maar waarover zij op een later moment graag wil spreken. 32
Verslag gemeenteraad van 2 februari 2023
De heer BOERSMA steunt het voorstel -waarvoor dank aan de CDA-fractie- om de geheimhouding op dit dossier op te heffen, maar is verbaasd over hetgeen er in de inleiding allemaal is opgesomd. Mevrouw VAN ES merkt hierbij -per interruptie- op dat in het voorstel feitelijke onjuistheden staan vermeld, waarop zij verder niet in kan gaan. Ook de heer BOERSMA is van mening dat de raad verplicht is transparantie te betrachten, tenzij er sprake moet zijn van geheimhouding om belangen van derden of andere betrokkenen te beschermen. Omdat het gevolgde traject klaar is, ligt het volgens zijn fractie voor de hand dat de notulen van de betreffende raadsvergadering openbaar gemaakt kunnen worden. Tot slot vindt men dit ook omdat openbaarheid alle betrokkenen -ook oud raadsleden- de gelegenheid biedt om zich te verdedigen en te verantwoorden. De heer BEZEMER is namens zijn fractie voor openheid en transparantie en vindt dat dit, op het moment dat dit mogelijk is, gegeven moet worden. Ook zijn fractie vindt het belangrijk op een ander tijdstip het gesprek te voeren over het gelopen proces. Tweede termijn De heer VAN DEN DOOL is blij met de reactie van de heer Spitsbaard, dat is de spijker op zijn kop. Laten we dit gesprek voeren, wetende dat de andere direct betrokkene er precies hetzelfde over denkt.
Verder merkt hij op dat het gaat om 2 pagina’s, waarvan 80% gaat over de eigen motivatie van hemzelf en zijn fractie om dit initiatiefvoorstel in te dienen. Daarnaast is er sprake van enkele zinnen ter inleiding, die (2x) juridisch zijn gecheckt en die hij om die reden heeft kunnen en durven weergeven. Hij is teleurgesteld over de opmerking ‘een enorm relaas om het eigen straatje schoon te vegen’. Hij wenst dit verre van zich te werpen bij dit voorstel. Mevrouw VAN ES begrijpt -per interruptie- deze reactie van de heer Van den Dool, waarop zij niet in mag gaan en die zij dus niet kan weerleggen. Men zal dit -al dan niet achter gesloten deuren- later bespreken. Hierbij merkt zij op van de griffier de toezegging te hebben gehad dat er sprake zou zijn van een openbaar debat, waarin men alles -behalve inhoud uit de vergadering- zou mogen zeggen. Zij is zeer teleurgesteld dat dit niet zo blijkt te zijn. Stemverklaring mevrouw VAN ES: Voorzitter, ondanks het feit dat wij hier van alles van vinden over hoe dit is gelopen, stemmen wij wel voor de opheffing van de geheimhouding om het simpele feit dat er in een democratie als er geen reden is om iets geheim te houden we dat niet moeten doen. En die reden is er niet meer. 33
Verslag gemeenteraad van 2 februari 2023
Aansluitend wordt met 22 stemmen voor unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 17.
Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 00.25 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. De griffier
De voorzitter,
mevrouw M.A.P. Muijzer
mevrouw A.A.M. Jetten
34
Verslag gemeenteraad van 2 februari 2023
Lijst met toezeggingen 1.
IVP.
Portefeuillehouder Jetten
De portefeuillehouder zegt toe eventueel schriftelijk terug te kunnen komen op de huidige maatregelen m.b.t. huiselijk geweld en kindermishandeling. 2. Niet bouwen in parken. Portefeuillehouder Kosten Gezien de reacties op het paviljoen zegt de portefeuillehouder toe hiervoor te zullen zoeken naar een plek aan de rand van het park. 3. Vastgoed- en accommodatiebeleid en IHP. Portefeuillehouder Kosten Op de vraag om (als het op bepaalde punten niet lukt) inzichtelijk te maken hoe lang het duurt voordat er minimaal aan de wettelijke eisen wordt voldaan zegt de portefeuillehouder toe dit bij de uitwerking van het IHP mee te nemen. 4. Motie 16.M2. opknappen monument ter nagedachtenis aan de watersnoodramp Portefeuillehouder Van der Borg M.b.t. de uitnodiging t.a.v. een afgevaardigde uit Oostenrijk zegt de portefeuillehouder toe te zullen onderzoeken of hier animo voor is.
35