CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20220121 Beantwoording technische vragen SGP en CU - Veerweg-Vondellaan.pdf

Gemeenteraad Papendrecht 27 januari 2022, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 11: Vaststelling gewijzigd bestemmingsplan 'Veerweg-Vondellaan' - Voorstel25.290 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Anticiperen op bijvoorbeeld huisvesting Vo-scholen is dus niet meegenomen, terwijl men hier dit jaar nog een voorstel voor mag verwachten. Hoewel de daadwerkelijke uitvoering hiervan waarschijnlijk nog wel even op zich zal laten wachten. Regeren is echter vooruitzien en alleen acteren op de huidige situatie lijkt hem niet handig. Actief meegaan op bijzondere woonwensen wordt wel aangehaald, maar wordt verder niet meegenomen. Tiny houses zijn bijvoorbeeld al een keer aan de orde geweest, een enthousiaste inspreekster heeft een verhaal gehouden, waarover het een en ander uitgezocht zou worden. Hem is bekend dat inmiddels gesprekken hebben plaatsgevonden en dat er zeker een mogelijkheid bestaat tot subsidie. Hij vraagt wat de stand van zaken is en waarom dit niet is meegenomen in dit plan. Ditzelfde geldt voor de bijzonder woonvormen, die wel worden aangehaald maar ook niet verder worden ingevuld. De moties van het PAB worden daarom door zijn fractie omarmd en mede ingediend. Tijdens de behandeling in de commissie werden treffende opmerkingen gemaakt over het feit dat niet alle groepen worden bediend. Het vanuit de groeiagenda voorrang geven aan woningen in het segment van € 300.000,- en hoger ontslaat de gemeente er niet van ook naar de andere doelgroepen te blijven kijken en daar invulling aan te geven.

Het simpel wegzetten als bouwen in het hogere segment geeft ruimte voor starters dekt dan ook niet de lading. Het PAB heeft treffend opgemerkt dat de instroom van buiten Papendrecht buiten beschouwing is gelaten. Dat bevordert de instroom binnen de eigen gemeente mogelijk niet of onvoldoende. Dat er rekening wordt gehouden met duurzaamheid en de energietransitie is evident. Dus als men bouwt, bouwt men met behoud van groen, klimaatneutraal en duurzaam. Zijn fractie heeft het vertrouwen dat dit uitgevoerd zal worden, hoewel het niet als sluitpost mag worden aangemerkt. Het bouwen van woningen in het segment van € 300.000,- en hoger lijkt nu misschien wel aantrekkelijk, maar dat is naar de norm van nu en misschien ook wel wenselijk, maar wat als de ontwikkeling van de economie stabiliseert/stagneert, creëert men dan geen vacuüm? Ook dat is visie, er komt een moment waarop de economie zal stabiliseren of stagneren.

14

Daarop anticiperen was een optie geweest. Tenslotte vraagt hij wat er precies wordt bedoeld met 20% planuitval: 93 woningen die mogelijk niet gerealiseerd gaan worden. De heer KOSTEN is blij dat de lokale paragraaf van de regionale woonvisie ingevuld wordt en dat Papendrecht haar verantwoordelijkheid oppakt. De (on)mogelijkheden en wensen wat men wel en niet wil zijn goed aangegeven. Enerzijds zorgt men voor voldoende aanvulling voor de eigen aanwas, anderzijds draagt men regionaal bij. Dat laatste zou echter nog wel wat kunnen knellen: hoe werkt het principe van meervoudig lokaal in de praktijk? Hij is benieuwd en vindt het spannend om te zien wat de regio gaat doen wanneer Papendrecht in hun visie niet voldoet aan de vraag die er ligt. Inzake de motie onderzoek behoefte bijzondere woonvormen 75+ ouderen vraagt hij zich af wat het betekent om rekening te houden met demografische ontwikkelingen. De heer DE HAAS dankt voor het aansluiten bij de woonvisie, waarmee men een deel van de verantwoordelijkheid oppakt. Ook is men blij met de plannen voor het segment waar behoefte aan is, waarbij rekening gehouden moet worden met hoe de behoefte in 2030 zal zijn. Er wordt in het plan ook een opsomming gegeven waar woningen ontwikkeld kunnen worden.

Zijn fractie ziet echter niet welk beeld en welke visie de gemeente daarbij heeft en wat men bijvoorbeeld met de vrijkomende A-locaties wil doen. Hij ziet hier kansen voor groei en identiteit en nodigt het college uit met de ingediende motie gebruik te maken van deze kansen. In het coalitieakkoord wordt ook gesproken over de ontwikkeling van de Vriesepolder, die niet van de grond komt. Verder wordt er ook gesproken over recreatie, hetgeen kansen biedt ten Zuiden van de A15. Men hoopt dat het college niet afwacht tot het moment aanbreekt dat Papendrecht aangewezen wordt om VINEX-locaties neer te leggen, in plaats van zelf te bepalen wat daar ontwikkeld wordt. De heer VAN DEN DOOL dankt het college voor deze nota en de goede analyse van de woningmarkt. In de commissie is uitgebreid gesproken over de zorg inzake de bereikbaarheid van woningen in de gemeente voor enkele specifieke doelgroepen. De bevolking neemt in de komende 10 jaar af en het aantal huishoudens neemt toe. Er komen meer een- en tweepersoonshuishoudens bij. De nieuwbouw moet gezien worden als een kans om te verduurzamen en te vergroenen. Dit is volgens zijn fractie niet vrijblijvend, maar onderdeel van de plannen. In de nota wordt aangegeven dat op korte termijn 275 woningen gepland zijn en op de langere termijn 375.

De behoefte is 460 woningen, waarbij men 260 woningen overhoudt als bijdrage aan de regionale groeiambitie. Daarmee lijkt deze ambitie niet echt dichterbij te komen. Men tekent direct aan dat het niet wenselijk is in parken, aan de ander kant van de A15 of in groen te bouwen. Men ziet een trend voor meer woningen voor 1 of 2 personen, waarbij vaak nieuwe woonconcepten worden gerealiseerd, waar verschillende doelgroepen een plek vinden. De moties over de woonconcepten voor ouderen verwijzen hiernaar en zijn fractie maakt graag gebruik van mogelijkheden die de rijksoverheid lijkt te bieden. Men vraagt zich af of deze nieuwe woonconcepten van gezond stedelijk wonen kunnen helpen niet alleen om de kwaliteit te verhogen, maar ook om bij te dragen aan de regionale groeiambitie. Is er eigenlijk nog ruimte? Als men goed geteld heeft staat Papendrecht op de 12e plaats van meest dicht bevolkte gemeenten in Nederland en is het daarmee aantoonbaar en begrijpelijk dat men niet heel veel aan de regionale groeiambitie voor meer woningen kan bijdragen. Er is terecht gewezen op de schaarse A-locaties, ze zijn schaars en belangrijk, maar zijn fractie vraagt de wethouder of een visie ook mogelijkheden kan blokkeren en of de kaders echt zo slecht zijn dat hier geen goede werking vanuit zou gaan bij de ontwikkeling daarvan.

Aan de indieners van de motie vraagt hij waarom er zoveel aandacht is voor de rechten en vrijheden van de ontwikkelaars. Beantwoording door het college Wethouder JANSSEN merkt op dat de woningbouwplanning uit 2 delen bestaat: een korte termijnplanning met concrete plannen voor de komende 3-4 jaar, waar al overeenkomsten met

15

projectontwikkelaars aan ten grondslag liggen en lange termijnplannen, die meer bestaan uit studielocaties waar woningbouw plaats zou kunnen vinden. Ter geruststelling geeft hij aan dat in geen enkel geval in het huidige groen gebouwd zal worden. Er is eerder sprake van herstructurering of transitielocaties. In de korte termijn ziet men dat er wat minder oog is (buiten wat Woonkracht10 in de omvorming van de eigen voorraad laat zien) voor bijzondere woonvormen voor bijvoorbeeld ouderen. In de wat lange termijnplanning (3-4 jaar na nu) is hier, omdat hier nog geen projectplannen voor zijn gemaakt, wel een mogelijkheid toe (ook voor de tiny houses). Eerder heeft de wethouder in de commissie toegezegd de raad ieder jaar te informeren over de voortgang van de woningbouwplannen (ook de lange termijn). Hierbij gaat het ook om aantallen gerealiseerde woningen. M.b.t. de locatie voor de Vo-scholen merkt hij op dat deze wel/niet is meegenomen omdat nog niet bekend is wat de omvang van de opgave gaat zijn en men daarom de huidige locatie bekijkt, waar men mogelijk 100 woningen zou kunnen realiseren. Tegelijkertijd kan men er niet zeker van zijn dat deze 100 woningen op een andere plek gebouwd gaan worden. Men heeft daarom gedacht dit nog niet mee te nemen, dit zit in de lange termijnplanning.

Als het al zo is dat de visie rondom de A-locaties omarmd gaat worden en men een beeld heeft hoe men hiermee om moet gaan omdat dit beeldbepalend is, is men hier in de korte termijn al bezig (Van Wijngaarden locatie). Hier is al een projectontwikkelaar bezig, maar dit wil niet zeggen dat dit al in planvorming klaarligt. De vraag is wanneer men een visie maakt die voor 2019 wordt opgeleverd, of deze locatie dan net iets sneller gereedkomt (ook in de planvorming), zodat deze daar net buiten zou moeten vallen. Tegelijkertijd geeft hij aan en dit heeft hij bedoeld met de opmerking in de commissie: welstandsnormen of niet, duurzaamheid, groen en heel veel andere elementen zijn bepalend. Onlangs heeft hij gezegd dat hij bijna liever 10 architecten zou uitnodigen om voor hem te bedenken hoe op een bepaalde locatie ontwikkeld gaat worden. Dan krijgt hij in ieder geval meer en leukere impulsen dan wanneer hij dit aan de voorkant zelf zou bedenken. Dit is ook een manier van kijken naar andere locaties. Omdat de Van Wijngaarden-locatie wordt genoemd in de motie vindt hij het moeilijk hier vol achter te staan. Voor de lange termijn is hier zeker een mogelijkheid. M.b.t. de planuitval merkt hij op dat dit een manier van rekenen is: als men nog geen concrete plannen heeft wordt er op de voorraad plannen altijd rekening mee gehouden dat bepaalde plannen wellicht niet tot realisatie komen.

De standaard uitval waarmee wordt gerekend is 20%. Inzake het meervoudig lokaal geeft de wethouder aan dit ook spannend te vinden, men heeft zich gecommitteerd om zoveel mogelijk bij te dragen aan de groeiagenda. Dit is het bod dat men heeft voorliggen: ± 100 van de Vo-scholen op langere termijn. Als de andere plannen er liggen gaat men kijken of men in totaal kan voldoen aan hetgeen regionaal wordt gedacht. (Als dit niet het geval is komt dit waarschijnlijk ook weer bij de raad terug). Is er voldoende ruimte? Inbreiden, de hoogte in kan men al gauw, maar het moet ook passend zijn bij Papendrecht, het wordt lastig om dit overal te doen. De motie roept op om vooral op de beeldbepalende locaties goed te kijken naar hoe en wat. Dit hoeft niet allemaal in de lucht, maar het is soms wel fijn wat meer massa te kunnen maken. Dat geldt ook voor de Van Wijngaarden-locatie. Inzake de vraag of de visie een plan zou kunnen blokkeren weet hij dat er praktisch wordt gekeken naar de woningmarkt. Op het moment dat een locatie vrijkomt en men hier niet alleen zelf een bepaalde visie bij heeft ‘laten we even wachten, misschien moeten we iets met de Vo-scholen’, is dat een visie. Het is in ieder geval iets waarbij enige voorzichtigheid geboden is. Wat er op verschillende locaties gebouwd moet en kan worden, daar is iedereen bij.

Tegelijkertijd snapt hij de wens hier meer sturing op te geven dan de (misschien wat onvolledige) kaders uit het verleden. Hij vindt het wel heel spannend en zou in die zin deze visie wel willen maken. Op de vraag of men een plan zou kunnen blokkeren moet men oppassen dat er… Op dit moment wordt er vrij praktisch geopereerd vanuit Woonkracht10, bijna met dagkoersen. Men kan nu niet bepalen hoe de wereld er over 5-10 jaar uitziet. Daarom heeft men dit plan gemaakt en heeft men het minder een visie laten zijn. Men heeft de regionale woonvisie omarmd en de cijfers die daarin aan de basis liggen zijn de basis geweest van de concrete plannen en de concrete manier van denken over bouwen/woningvoorraad in Papendrecht. Als men de visie te sterk zou doordenken kan dit altijd

16

belemmerend zijn. Als alles groen moet kan het nooit paars worden. Een visie over beeldbepalende panden vindt hij wel erg interessant, men zet iets neer voor 30-40 jaar, misschien wel voor 100 jaar. De in- en uitstroom buiten Papendrecht is lastig om mee te rekenen, men bouwt voor een hoger segment en hoopt op doorstroming. Wie komt er dan precies in die ene woning te wonen? Hij kent een aantal mensen uit Capelle die in het Land van Matena gaan wonen, maar die daarvoor in Papendrecht woonden. Ook weet hij dat er een aantal mensen uit Papendrecht gaan wonen, die een woning achterlaten in het middensegment, die binnenkort worden betrokken door mensen die uit de sociale woningbouw uit Papendrecht komen. In die zin ziet hij de doorstroming gebeuren, er is echter geen garantie. Het is een vrije markt, datzelfde geldt voor de sociale woningmarkt, het kan zijn dat mensen uit Zwijndrecht hier komen wonen en dat Papendrechters naar Dordrecht gaan. Goed beschouwd vindt de wethouder de motie wooninitiatief vitale ouderen een invulling van het in het woonplan genoemde onderzoek hoe ouderen over te halen zijn de volgende stap in hun wooncarrière te zetten. Vooropgesteld staat dat het college altijd open staat voor initiatieven uit de samenleving. De overheidsregeling waar de motie op wijst gaat uit van initiatieven van vitale ouderen die zichzelf verenigen rondom een te realiseren plan.

De gemeente kan hier zeker bij faciliteren door voorlichting te geven over de regeling die er in 2021 aan zit te komen en door de mogelijke Papendrechtse projecten daarbij te inventariseren en afhankelijk van de mogelijkheden daarvoor fysiek ruimte ter beschikking te stellen. In die zin is het heel praktisch en uitvoerbaar. Hij vindt de motie sympathiek en als deze door de raad wordt aangenomen zal dit door het college worden geïnterpreteerd als een steun in de rug en als prioritering van dit onderdeel bij de verdere uitwerking van het woonplan. Ingaand op de overweging van de motie onderzoek behoefte bijzondere woonvormen 75+ ouderen merkt de wethouder op dat in het voorliggende woonplan wel degelijk oog is voor bijzondere woongroepen en woonvormen. Alleen de aanvliegroute is anders, niet eerst onderzoek doen en vervolgens pas maatregelen nemen, maar gewoon doen is en blijft het devies. Dit praktisch, nuchter en samen met alle betrokken partijen in steeds verdere mate weten te vinden. Woonkracht10 zal bijvoorbeeld de komende jaren € 15.000.000,- investeren om 1.000 woningen in hun voorraad (en een deel daarvan in Papendrecht) zorgbestendig te maken voor 75-plussers. Hier gaat het in de motie om: meer faciliteren om mensen langer thuis te kunnen laten wonen met de zorg die ze daar nodig hebben, inclusief domotica en alle zaken die daarbij horen.

Ook wil men in de komende jaren 6 tot 10 woonvormen realiseren voor ouderen die meer zorg nodig hebben. Hierbij wordt ook gekeken naar wooncombinaties met andere doelgroepen. Woonkracht10 doet dit liever op basis van de in de praktijk gesignaleerde behoefte (bijna op jaarbasis) en de trends die men nu al ziet en minder n.a.v. heel nauwkeurig uit te voeren onderzoeken. In die zin voldoet men daarmee deels aan de derde bullit van het verzoek aan het college. Men is reeds samen met projectontwikkelaars, etc. bezig deze initiatieven te realiseren. Op het moment dat Woonkracth10 voelt dat er versnelling nodig is, zal men dit ook doen en worden de 1.000 woningen er misschien wel 1.500. De wethouder heeft van Woonkracht10 begrepen dat de zorgbehoefte wel eens wordt overdreven. Zo gaf men 5 jaar geleden aan dat er zorgwoningen gebouwd moesten worden, terwijl er nu in woningen die voor ouderen bedoeld waren jonge stellen wonen. Woonkracht10 zegt wanneer men het aan de zorgwethouders overlaat, er misschien wel voor 2 of 300 miljoen van de 600 miljoen die de komende 10 jaar geïnvesteerd gaat worden gebouwd wordt aan woonzorgwoningen en er waarschijnlijk 10 x zoveel gebouwd wordt als waar behoefte aan is. Het is voor de wethouder lastig te bepalen waar precies behoefte aan is.

In de raadscommissie heeft hij reeds gesproken over de centrale inbox, iets in de Drechtsteden waar belangengroeperingen, zorgpartijen, woningbouwverenigingen en projectontwikkelaars bij elkaar komen om daadwerkelijke behoeftes te vertalen naar te realiseren concepten. Hier is meer dan een mooie start gemaakt. De gemeente Papendrecht zal de ontwikkeling van dergelijke woonzorgconcepten waar mogelijk altijd ondersteunen, door locaties ter beschikking te stellen. De wethouder heeft er geen enkele moeite mee de raad hiervan jaarlijks op de hoogte te houden, maar richt zich liever op het praktisch realiseren van de woonzorgconcepten, i.p.v. de behoefte apart te

17

onderzoeken. Dit is niet alleen een complex en tijdrovend onderzoek en vaak achterhaald als het onderzoek klaar is en daarom zal het college deze motie zal ontraden. Uiteraard is het aan de raad zelf hierover te beslissen en als de motie wordt aangenomen geeft hij in overweging dat er in 2019 geen budgettaire ruimte is voor een dergelijk onderzoek en raadt hij aan dit onderzoek pas in het tweede kwartaal van 2020 te laten starten. Wethouder DE RUIJTER geeft aan dat er niet pas in 2030 iets voor de Vo-scholen zal worden gedaan. De komende periode gebruikt men voor (ver)nieuwbouw van de scholen. In 2030 staat er in zijn optiek al een nieuwe of vernieuwde school. De ambitie van het college is dit sneller te realiseren dan 2030, hetgeen maandelijks uitgebreid met de scholen wordt besproken. Tweede termijn van de raad In antwoord op de vraag waarom er ‘zoveel’ aandacht wordt gegeven aan de vrijheid voor projectontwikkelaars geeft mevrouw VAN ES aan dat men dit heeft gedaan om aan het college aan te geven dat men erkent dat de gemeente niet dwingend kan voorschrijven als grond niet in eigen bezit is. Men begrijpt dat de gemeente geen huizen bouwt en dat het ook van ontwikkelaars moet komen. Men wil een visie, maar snapt dat dit in gespreksvorm zijn beslag moet krijgen. M.b.t. de motie 75+ vraagt zij of men zich hier vooral richt op koopwoningen of alleen op sociale huurwoningen.

Zij wijst erop dat wanneer er over ouderen (die zorg nodig hebben) gesproken wordt, vaak van de veronderstelling wordt uitgegaan dat dit mensen zijn met weinig geld. Ouderen zijn juist de rijkste groep in de samenleving, dit is deels logisch omdat ze vaak afbetaalde huizen hebben. Ook appartementen in het hogere segment zijn voor ouderen vaak aantrekkelijk. Als zij verhuizen laten zij vaak een woning achter die voor anderen aantrekkelijk is. Haar fractie is blij dat de wethouder positief reageert op de vraag om een visie. Het gaat niet om een uitgebreid plan en wellicht ook niet eens om iets wat nieuw is voor het college. Zij hoort van de portefeuillehouder dat men hier al mee werkt en dat men reeds een kijk heeft op wat men zou willen op locaties die bebouwd gaan worden, of waar ontwikkelaars belangstelling voor hebben. Haar punt is dat de raad de kaders bepaalt, dat er een oude welstandsnota (uit 2012) is, dat de inzichten sinds die tijd veranderd zijn en dat er schaarse bouwlocaties zijn. Het zou daarom fijn zijn dat de visie waarmee het college waarschijnlijk al werkt op papier komt te staan, zodat de raad deze kan vaststellen en dit een gedragen kijk is op hoe om te gaan met de schaarse A-locaties, zodat het college daarmee de gesprekken in kan gaan.

Tenslotte benadrukt zij wel dat een visie nooit plannen kan/mag blokkeren en dat men daar goed gemotiveerd vanaf kan wijken. Inzake de gestelde vraag geeft de heer HOOGEVEEN aan dat het gaat over de demografische ontwikkeling van de groep 75+ en 85+ en dat dit niet is bedoeld in relatie tot jongeren. Verder gaat het hier niet alleen om een groep ouderen die in huurwoningen wonen, maar ook om ouderen die een eigen koopwoning/appartement bezitten. In dat kader gelooft hij wel dat Woonkracht10 initiatieven neemt om hun woningen aan te passen voor ouderen. Dit heeft echter geen effect op ouderen die een koopwoning bezitten. Het rapport van het sociaal en cultureel planbureau geeft aan dat 75+’ers langer zelfstandig blijven wonen en te maken krijgen met steeds complexere problemen. Hiermee zal de vraag naar zorg en ondersteuning en geschikte vormen van ouderenhuisvesting stijgen en ook de urgentie om een oplossing te vinden voor de knelpunten in de zorg voor zelfstandig wonende ouderen zal toenemen. Men kan hier niet te lang mee wachten. Zijn fractie is het niet eens met de opmerking van de wethouder/ Woonkracht10 dat de behoefte overdreven wordt en vraagt zich af hoe Woonkracht10 deze behoefte inventariseert. Hij vindt het goed te horen dat wethouder motie 1 ondersteunt en dit als ondersteuning ziet.

De opmerking van de wethouder dat het een plan is en geen visie sterkt de heer HOOGEVEEN in de constatering dat de aantallen woningen die in het woonplan staan (560 woningen die meer dan € 300.000,- gaan kosten) reëel is en wellicht in beton gegoten is en dit minder ruimte biedt voor de speciale

18

woonvormen, waarvan hij ook andere fracties hoort zeggen dat ook zij deze belangrijk vinden. Hij hoort graag van de wethouder of dit inderdaad in beton gegoten is (het is tenslotte een plan) en hoe zich dit verhoudt tot de bijzondere woonvormen. Hij hoort dat de wethouder motie 2 ondersteunt, maar wel aangaf dat er nog geen geld voor het onderzoek is. Zijn fractie vindt het wel belangrijk dat dit onderzoek gegaan wordt en vindt het wel acceptabel dit in 2020 te doen en hier bij de begroting een debat over te voeren. Hij vraagt de wethouder tenslotte wat er gebeurt wanneer men bij het regionaal optellen van de bijdrage aan de 15.000 woningen niet aan het gewenste aantal komt. Wordt men dan gedwongen toch bv. boven de A15 te bouwen? De heer GRIMMIUS is in verwarring over de korte en lange termijnplanning. Het lijkt erop dat de korte termijnplanning een plan is en de rest visie (omdat men dit nog niet weet). Als dit zo benaderd wordt blijft hij bij zijn opmerking dat zaken als tiny houses en bijzondere woonvormen meer aanwezig hadden mogen zijn. Men wil daar wat mee, weet nog niet precies wat, maar komt daar in de langere termijnplanning op terug en is vast op zoek naar locaties. Maar zo staat het er niet, het wordt eigenlijk in een zinsnede andersom geformuleerd door te zeggen dat men rekening moet houden met de Voscholen, hetgeen ten kosten zou kunnen gaan van woningbouw.

Men kan het ook omdraaien: eventueel (ver)nieuwbouw van de scholen zou ook ruimte kunnen bieden voor woningbouw. De heer KOSTEN constateert dat men een bod doet m.b.t. de regionale visie en dat men in zekere zin een betrekkelijk woonplan heeft. Hoe dit uitpakt weet niemand, 2030 is een mooie horizon, maar men moet het maar afwachten. De motie visie op bebouwing schaarse A-locatie spreekt hem aan. Wel vindt hij het lastig dat er concrete plannen zijn m.b.t. garage Van Wijngaarden en vraagt zich af wat dit betekent. Inzake de motie onderzoek behoefte bijzonder woonvormen 75+ ouderen heeft hij van de portefeuillehouder gehoord dat deze motie wellicht overbodig is en pleit hij er voor meer integraal te kijken. Hij vraagt wat er reeds gebeurt m.b.t. faciliteren van woonondersteuning van 75+ers. Motie 3: wooninitiatief vitale ouderen vindt hij zeer sympathiek en zal hij steunen. De heer DE HAAS is blij dat de portefeuillehouder enthousiast wordt van de 1e motie om een visie te maken. Verder hoort hij hem zeggen dat de demografische ontwikkelingen dagkoersen zijn, daar gelooft hij zelf ook wel in, dat het een lopend proces is waar een…. De heer KOSTEN merkt per interruptie op dat demografische ontwikkelingen geen dagkoersen zijn, dat zou het zeer boeiend maken en onmogelijk om te besturen.

De heer DE HAAS hoopt dat de heer Kosten zijn flauwe beeldspraak kan vergeven, maar het verandert in ieder geval en daar moet men op in blijven springen. Zo te horen gaat Woonkracht10 daarop in, hij hoort dat daar ook twijfel over bestaat en hoort daar graag duidelijkheid. Als het zo is dat Woonkracht10 daar goed beeld op houdt is deze motie overbodig. De heer HOOGEVEEN gelooft, per interruptie, best dat men dit voor het eigen huurdersbestand in beeld heeft. Hij vraagt zich af hoe dit zit met niet huurders. Hoe komt bv. een oudere dementeren dame die een koopflat heeft bij Woonkracht10 in beeld? Daar gaat deze motie over, om dit soort gevallen in beeld te krijgen en daar een oplossing voor te bieden. De heer DE HAAS dankt voor de toevoeging en is overgehaald. Het lijkt hem makkelijk deze motie uit te voeren als er al heel veel rekening mee gehouden wordt. M.b.t. de derde motie is zijn fractie terughoudend over het punt bij positieve uitkomst gelijk grond ter beschikking te stellen. Hierover wenst men zich nog te beraden, de rest van de motie steunt men. De heer VAN DEN DOOL refereert aan het bod van 200 woningen waarover de wethouder sprak en hun constatering dat Papendrecht op de 12e plaats van de meest dichtbevolkte gemeenten van Nederland staat. Dit bod biedt niet veel ruimte en men betwijfelt of dit nog heel veel meer zou kunnen zijn.

Ook zijn fractie vraagt de wethouder om meer duidelijkheid over het karakter van het woonplan. Men ziet dit als

19

een algemeen beleidskader dat gevolgd wordt door projecten, waarbij men kan kijken hoe het past en hoe men daar mee verder kan gaan. Daar zouden aspecten als tiny houses in naar voor kunnen komen, dit vindt zijn fractie ook een goed initiatief. Tegelijkertijd weet men ook dat er projecten zijn waarbij de tiny houses volledig door verslaafden bewoond gaan worden en is het wel de vraag of men dat wil en of dat dan wel kan op deze plek. M.b.t. de moties is het zijn fractie niet helemaal helder hoe het college denkt over de motie bebouwing schaarse A-locaties. Hij heeft reeds eerder gevraagd of deze visie gaat helpen om beeldbepalende locaties mooier en beter te krijgen. Hij heeft de wethouder horen zeggen dat hij enerzijds liever het mooiste kiest wat 10 architecten te bieden hebben en dat hij niet zoveel aan een visie heeft. Anderzijds hoort hij dat een visie kan helpen omdat men misschien niet zulke goede kaders heeft. Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat, los van het feit of het college er veel aan zou hebben, de gemeenteraad over de kaders gaat en het daarom (i.v.m. de oude welstandsnota) goed zou zijn dat men over de A-locaties een visie op papier heeft.

De heer VAN DEN DOOL antwoordt dat zijn vraag niet zo bedoeld was, de vraag was of dit ons gaat helpen: krijgt men inderdaad een betere ruimtelijke kwaliteit als men hier vooraf visies over maakt, of zou een ander proces en meer vrijheid juist een hogere kwaliteit op kunnen leveren? Zijn fractie is blij dat de motie wooninitiatief vitale ouderen ondersteund wordt. M.b.t. de motie onderzoek behoefte bijzondere woonvormen wenst hij nogmaals op te merken dat het belangrijk is dat er oog is voor de positie van deze juist vaak wat kwetsbare groep 75+’ers, die best mogelijkheden heeft woningen te betalen. Dan nog kunnen zij in situaties geraken waar extra zorg heel belangrijk is. Mevrouw VAN ES wenst per interruptie de principiële opmerking te maken dat ouderen niet per definitie kwetsbaar zijn. Ouderen zijn tot op zeer hoge leeftijd zelfstandig en niet altijd lichamelijk nog tiptop in orde, maar dit betekent niet dat ze daarmee kwetsbaar geworden zijn. De heer VAN DEN DOOL is het hier helemaal mee eens, daarom staat ook in de motie dat de groep ouderen vanaf ca. 75 jaar heel divers is. Zowel gezond als hulpbehoevend komt beiden voor. De wethouder geeft in zijn beantwoording al een aantal onderdelen aan: door in de eventuele rapportage plannen en initiatieven van Woonkracht10 daarbij te noemen.

Hierbij wenst hij op te merken dat Woonkracht10 sociaal maatschappelijk kapitaal beheert, dit is geen kapitaal dat zij zelf door winst hebben verkregen. De prestatieafspraken die de woningcorporatie met de gemeente maakt legitimeren uiteindelijk de inzet van dat kapitaal, daarom vindt zijn fractie het belangrijk op dit punt deze extra onderzoeksinspanning te doen en te weten of dat gaat helpen, juist omdat de zorg voor ouderen op andere plekken (bejaardenhuizen, verzorgingstehuizen) zo enorm veranderd is. Het college in tweede termijn Wethouder JANSSEN is positief over de visie, maar dan meer om nogmaals te kijken naar hoe men op dit moment al bezig is om te kijken hoe men met A-locaties (en alle bouwlocaties) moet omgaan. Mevrouw VAN ES zou per interruptie de A-locaties graag apart genoemd hebben, als zijnde specifieke andere eisen. Verder wijst zij naar het aandeel dat men in de Noordoevers oevers heeft en het bod dat men aan de regio moet doen en stelt zij voor dit deels als bod mee te nemen (als daar ooit nog gebouwd wordt). Wethouder JANSSEN antwoordt dat ROM-D net is afgerond en men dit daarbij dus niet kan optellen. Hij begrijpt de opmerking van de heer Hoogeveen inzake Woonkracht10, maar hij is ervan overtuigd dat zij de behoefte niet overdrijven. In de stakeholders bijeenkomst werd duidelijk dat als men mensen uit de zorg loslaat, de sky the limit lijkt.

Het is overigens niet zo dat Woonkracht10 alleen bouwt voor mensen die op dit moment alleen huren. Heel veel mensen met koopwoningen verkopen deze op latere leeftijd om te gaan huren. De heer VAN DEN DOOL merkt per interruptie op dat de diverse opmerkingen over Woonkracht10 (dat ze wel of niet overdrijven) pleiten voor het doen van een eigen onderzoek.

20

Wethouder JANSSEN geeft nogmaals aan dat het op dit moment lastig is een dergelijk groot en omvangrijk onderzoek te doen. De heer Hoogeveen heeft echter gezegd dat zijn voorstel om dit onderzoek pas in 2020 te houden misschien meegenomen kon worden. De heer GRIMMIUS merkt per interruptie op dat hij dit per uitstek een onderwerp vindt voor op de beeldvormende agenda, met als één van de acterende partners Woonkracht10. Dan kan men hierover spreken en hoeft men dit welles nietes spelletje niet meer te spelen. De heer HOOGEVEEN merkt op dat het PAB de motie niet alleen heeft ingediend en dus ook niet alleen kan beslissen over de termijn van het onderzoek en verzoekt een korte schorsing om hierover te overleggen. (De VOORZITTER geeft aan dat de schorsing na de beantwoording van de wethouder zal plaatsvinden.) Wethouder JANSSEN merkt op dat de centrale inbox beeldvormend een eyeopener zou zijn voor raadsleden. Ook de zorgaanbieders zitten met hun zorg- en woningvraag in de centrale inbox (die al bijna 2 jaar loopt). Hier komen woonzorgbouwprojecten uit die niet alleen vanuit Woonkracht10, maar ook vanuit de gemeente en de zorgaanbieders ondersteund zijn. Dit sluit niet uit om de eigen Papendrechtse situatie te onderzoeken. Wel geeft hij aan dat het daarom wel een heel uitgebreid en secuur proces is om dit in kaart te brengen.

De vraag is wat het toevoegt aan de praktische manier waarop o.a. Woonkracht10, maar ook de zorgaanbieders en projectontwikkelaars en de gemeente die hierbij betrokken zijn, dit aanpakken. Als het toch gedaan moet worden, moet het een gedegen onderzoek zijn. Hij ontraadt deze motie nog steeds, maar als de raad de opdracht geeft zal hij deze moeten uitvoeren. De heer HOOGEVEEN vraagt per interruptie of de wethouder de motie ook ontraadt als men akkoord gaat met een grondig onderzoek in eind 2020. Wethouder JANSSEN ziet in de praktijk dat zowel zorgaanbieders, Woonkracht10 en de projectontwikkelaars reageren op de praktijk en niet n.a.v. een onderzoek. Hij snapt echter de behoefte nog meer te weten, hetgeen makkelijker zijn in 2020. M.b.t. het plan geeft hij aan dat het geen visie is, maar een uitwerking van de regionale woonvisie en ook geen visie op beeldkwaliteit. Het is een plan met realistische bouwcapaciteit voor de eerste 3-4 jaar en een plan met studielocaties voor de periode daarna. Dit is ook precies wat er gevraagd wordt in regionale zin. Uiteraard is hij ook benieuwd naar de woonplannen van andere gemeenten om hiervan te kunnen leren. Zijns inziens is het woonplan niet in beton gegoten, maar een levend document dat indien nodig jaarlijks aangepast kan worden.

De heer VAN DEN DOOL luistert, per interruptie, naar de wethouder als hij het zo uitlegt: een plan voor de komende 3-4 jaar en een plan voor de jaren daarna en vervolgens is het prima om op een aantal locaties voor het eind van dit jaar nog veel specifieker plannen neer te leggen. (Hij verwijst hierbij naar de motie visie op bebouwing A-locaties, inclusief de locatie waar de scholen ook staan). Dit horende begrijpt hij de verhouding tussen het antwoord van de wethouder en de motie niet meer. Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat visie en plannen door elkaar wordt gehaald. Wethouder JANSSEN antwoordt dat de visie waarom gevraagd wordt gaat om de beeldkwaliteit en alle aspecten die hierbij aan de orde zijn. De visie in de regionale woonvisie gaat om de aantallen en kwaliteiten die gebouwd moeten worden, die hier voor de Papendrechtse situatie ingevuld worden. Dit doet men niet door een nieuwe visie te vormen, maar door de aantallen en kwaliteiten die men belangrijk vindt (en in de regionale visie staan) in te koppelen. De vraag om een visie rondom A-locaties vindt hij een terechte vraag en zijns inziens moet men voor het eind van het jaar in staat zijn om te laten zien op welke wijze men dergelijk projecten en studielocaties weegt en aan de raad zal voorstellen hier op een bepaalde manier mee om te gaan.

Als de raad hier wat van vindt neemt men dat mee in ditzelfde kader dat vanuit de raad moet komen. Verder merkt de wethouder op dat zorgbehoeften inderdaad wel dagkoersen lijken, niet de demografische ontwikkeling maar wel de zorgbehoefte. De ene keer lijkt er wat meer en de andere keer wat minder vraag om zorgwoningen. Vandaar zijn voorstel het woonplan ieder jaar te bekijken.

21

De heer HOOGEVEEN vraagt per interruptie waar de wethouder dit op baseert, het rapport van het sociaal cultureel planbureau geeft hier iets anders over aan. Wethouder JANSSEN heeft de samenvatting van dit rapport gelezen, waarin wordt gezegd dat heel veel niet duidelijk is en nog veel uitgezocht moet worden. Dit betekent dat zij de urgentie en behoefte zien, maar dat dit voor dat moment geldt. 5-6 jaar geleden wilde iedereen appartementen voor ouderen bouwen , maar de behoefte aan dergelijke woningen bleek toch iets minder groot. Om te voorkomen dat het met de zorgbehoefte dezelfde kant op gaat is de centrale inbox bedacht. Daarom is Woonkracht10 bezig meer in te zetten op de bouwen in de praktijk. Ziet men een behoefte gaat men versnellen, ziet men dat de trend afneemt wordt hierop aangepast. De VOORZITTER schorst aansluitend de vergadering om 23.15 uur, heropent deze om 23.30 uur en geeft het woord aan de heer Hoogeveen. Na overleg met de indieners van de moties stelt de heer HOOGEVEEN voor om de suggestie van de heer Grimmius, om in het eerste kwartaal van 2020 een beeldvormende bijeenkomst met stakeholders te houden, over te nemen. Op grond van de uitkomsten van deze sessie kan men alsnog beslissen of men de motie onderzoek behoefte bijzondere woonvormen alsnog wil indienen. Vooralsnog besluit men deze motie aan te houden.

Mevrouw VAN ES vraagt of het college de inhoud van de motie visie bebouwing schaarse A-locaties overneemt, zodat zij deze motie in kunnen trekken. Wethouder JANSSEN antwoordt dat hij deze toezegging reeds heeft gedaan. Kijkend naar de A-locaties die al niet in de planvorming zitten, dat wordt lastig. Tegelijkertijd kan men wel inzicht geven in hoe men met deze huidige locaties (die al in de planvorming zitten) omgaat. Dit is exemplarisch voor de andere locaties. Aan de hand van dit antwoordt merkt mevrouw VAN ES op dat men de motie visie bebouwing schaarse A-locaties intrekt. Zonder verdere beraadslaging wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. Aansluitend wordt motie1: wooninitiatief vitale ouderen in stemming gebracht, die met 19 stemmen vóór (CDA, PAB, PvdA, GL en D66) en 4 stemmen (VVD en OP) tegen wordt aangenomen. (Wethouder JANSSEN merkt op dat hij op geen enkele wijze denigrerend heeft willen zijn m.b.t. de wethouders sociaal in de door hem gemaakte opmerking inzake de stakeholdersbijeenkomst. Dit was meer om aan te geven dat Woonkracht10 op zijn manier omgaat met de zorgbehoefte.) 09. Bekrachtiging geheimhouding Raadsinformatiebrief. Zonder beraadslaging wordt unaniem conform het aangepaste voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 10. Bestemmingsplan 150 kV-ondergronds kabeltracé Dordrecht Merwedehaven – Alblasserdam.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem voor het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 11. Zienswijze Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid ontwerpbegroting 2020. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 12. Jaarstukken 2018 en ontwerpbegroting 2020 Veiligheidsregio.

22

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 13. 4e Wijziging Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 14. BOVL-ontwerpbegroting 2020 en jaarrekening 2018. De VOORZITTER merkt op dat de data van het raadsvoorstel en raadsbesluit niet corresponderen. De datum van het raadsbesluit is correct, hij stelt voor het raadsvoorstel voor ondertekening aan te passen. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 15. (her)Benoeming Welstandcommissie. De VOORZITTER merkt op dat de data van het raadsvoorstel en raadsbesluit niet corresponderen. De datum van het raadsbesluit is correct, hij stelt voor het raadsvoorstel voor ondertekening aan te passen. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 16. Wijziging GR Veiligheidsregio. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 17. Wijziging verordening commissie voor bezwaarschriften.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 18. Sluiting. De VOORZITTER dankt eenieder voor hun inbreng en sluit de vergadering om 23.40 uur. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Papendrecht op 26 september 2019. Griffier,

de voorzitter,

C.M. Bus

A. J. Moerkerke

Lijst met toezeggingen 1. Besluitenlijsten van het college. Portefeuillehouder: Janssen De portefeuillehouder houdt de raad (voor de tweede maaibeurt in oktober) op de hoogte van eventuele uitkomsten en conclusies van de nog te onderzoeken oorzaken van de vissterfte. 2. Afvalcyclus plastic. Portefeuillehouder: De Ruijter De portefeuillehouder zal de exploitant van de electrocars verzoeken deze niet op het marktplein maar naast het gemeentehuis te parkeren. 23

3. Papendrechts Woonplan. Portefeuillehouder: Janssen Eerder heeft de portefeuillehouder in de commissie reeds toegezegd de raad ieder jaar te informeren over de voortgang van de woningbouwplannen (ook de lange termijn). 4. Centrale inbox. Portefeuillehouder: Janssen De portefeuillehouder zegt toe de raad jaarlijks op de hoogte te houden van de ontwikkelingen van de centrale inbox. 5. Visie rondom A-locaties. Portefeuillehouder: Janssen De portefeuillehouder vindt dat men voor het eind van het jaar in staat moet zijn om te laten zien op welke wijze men dergelijk projecten en studielocaties weegt en aan de raad zal voorstellen hier op een bepaalde manier mee om te gaan. Tegelijkertijd kan men inzicht geven in hoe men met de huidige locaties (die al in de planvorming zitten) omgaat.

24

Aan de gemeenteraad

datum

7 april 2020

behandeld door

C. v.d. Vlies

ons kenmerk

2020-0008129

doorkiesnummer

078-7706369

onderwerp

Herontwikkeling locatie Veerweg-Vondellaan

Geachte mevrouw, heer, Het afgelopen jaar zijn verschillende studies gedaan naar een mogelijke herontwikkeling van het voormalig garagebedrijf Van Wijngaarden en bijbehorende pompstation. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in een stedenbouwkundig planconcept dat voor zowel de gemeente als voor de ontwikkelaar en eigenaar aanvaardbaar is. Het college heeft het voornemen medewerking te verlenen aan herontwikkeling van deze locatie tot een woningbouwlocatie. Daarmee wordt invulling gegeven aan de behoefte tot het bouwen van woningen in de gemeente. Het betreft de bouw van een appartementengebouw voor maximaal 94 koopappartementen. De locatie ligt ten zuiden van het Vondelpark en ligt daardoor prominent in het zicht vanaf de Veerweg, vanuit het Vondelpark en de omgeving. Een ontwikkeling op deze plek moet met zorg worden ontwikkeld. Bij de uitwerking tot een voorlopig ontwerp moet naast de bouwmassa en de parkeernorm veel aandacht zijn voor de beeldkwaliteit van het plan. Om de kwaliteit en uitstraling voor deze herontwikkeling te waarborgen heeft het college kaders voor herontwikkeling vastgesteld. Het document met de nader uitgewerkte kaders vindt u in de bijlage van deze brief. Het planconcept zal binnen de vastgestelde kaders uitgewerkt worden tot een voorlopig ontwerp.

Daarnaast worden overige aspecten zoals inrichting buitenruimte, afvalinzameling en grondruil nog verder uitgewerkt. Alle afspraken worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst. In deze overeenkomst worden ook de gemeentelijke kosten voor de realisatie van het plan afgedekt. De initiatiefnemer zal een bestemmingsplan opstellen voor de ontwikkeling, dat na het doorlopen van de reguliere procedure ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt aangeboden.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris, de burgemeester,

R. van Netten

A.J. Moerkerke Bijlage: 1

Locatie Veerweg - Vondellaan Kaders voor herontwikkeling - maart 2020

1

2

Inleiding In 2016 gaf de eigenaar van de garage van Wijngaarden, op de hoek van de Veerweg en Vondellaan, aan dat hij de mogelijkheden voor het bouwen van woningen op die locatie wou onderzoeken. Hij liet een schets opstellen en de gemeente Papendrecht liet stedenbouwkundige kaders opstellen. Op basis daarvan is gewerkt aan een haalbare en passende ontwikkeling voor deze locatie.

Locatie De plek voor herontwikkeling is gelegen langs de Veerweg, op een afstand van ongeveer 450 m van de Markt. De Veerweg vormt de historische verbinding tussen het veer naar Dordrecht en de polder Alblasserwaard en heeft nog steeds een belangrijke functie binnen de verkeersstructuur van Papendrecht. De locatie ligt ten zuiden van het Vondelpark en ligt daardoor prominent in het zicht vanaf de Veerweg en vanuit het Vondelpark en de omgeving. Een ontwikkeling op deze plek moet met zorg worden ontworpen.

Afbeelding boven: Groenblauw netwerk van Papendrecht. Afbeelding links: kaart van Papendrecht uit 1936, met de locatie aan de Veerweg gemarkeerd.

3

Programma en Massa Programma De locatie is geschikt voor woningbouw voor verschillende doelgroepen. Zowel gezinnen met kinderen, als alleenstaanden of stellen kunnen hier goed wonen. De plek is zeer goed bereikbaar en is redelijk dicht bij het centrum gelegen; het is ongeveer 8 minuten lopen naar het marktplein in Papendrecht.

Rooilijn gebouw

De locatie ligt aan de toegangsweg naar het centrum, maar maakt er geen deel van uit. Centrumvoorzieningen passen hier daarom niet. Wel zijn in de plint dienstverlening of maatschappelijke voorzieningen mogelijk.

Bestaande bomen

Rooilijn balkons etc Oversteek fietsers Oversteek voetgangers

Aanvullen structuur Veerlaan

7

Maximaal aantal bouwlagen

Massa De stedenbouwkundige kaders zijn in eerste instantie opgesteld voor een ontwikkeling waarbij meteen toekomstige herontwikkeling in de directe omgeving zijn meegenomen. Op die manier kan op de lange termijn het hele blok tussen Vondellaan, Coornhertstraat, Constantijn Huygenslaan en Veerweg worden herontwikkeld. De Veerweg is, net als de Burgemeester Keijzerweg, vooral een belangrijke ontsluitingsweg binnen Papendrecht. Bebouwing staat vooral op afstand van de weg, ontsloten vanuit de achterliggende wijk, of vanaf een ventweg langs de Veerweg. Pas de laatste jaren wordt bebouwing ook echt aan de Veerweg geplaatst, zoals bijvoorbeeld het gebouw waarin de bibliotheek nu is gevestigd. De as van de Veerweg vormt daardoor geen rechte lijn en er is geen heldere rooilijn voor bebouwing. Op de locatie zelf verspringen de voorgevel van verschillende gebouwen ten opzichte van elkaar. Er is gekozen om langs de Veerweg aan te sluiten op de rooilijn van het huidige kantoor van Vorm dat het dichtst naar de Veerweg toe staat. Op die manier werk je op

7

2

11

P 6

N

0

10

50 m

4

de langere termijn naar een Veerweg met bebouwing aan de weg. Dit natuurlijk onder de voorwaarde dat de woningen voldoen aan de normen voor geluid. Langs de Vondellaan sluit de (bebouwingslijn aan op de woningen langs de Vondellaan. De hoogte past in een serie van gebouwen van 9 lagen hoog langs de Veerweg: het hotel bij het sportcentrum, in het centrum bij de Markt, en in het Dordrecht aan het Otto Dickeplein bij de waterbushalte. Een hoogte van 9 lagen is niet voor het gehele bouwblok geschikt. De woonwijk aan de westkant van de Constantijn Huygenslaan bestaat uit laagbouw, met bungalows van 1 bouwlaag en rijwoningen van twee lagen met een kap. De bebouwing op de locatie Vondellaan-Veerweg moet daarom naar het westen toe in hoogte afnemen. Vanwege de haalbaarheid is in plaats van een gebouwdeel in 4 lagen en in 9 lagen gekozen voor een plint in 2 bouwlagen met daarbovenop twee bouwmassa’s tot in totaal 7 en 11 lagen. Langs de Vondellaan is een wand gewenst langs de straat en naar het Vondelpark toe. Aan de Veerweg moet de bouwmassa naar het zuiden toe zakken en aansluiten op een bouwhoogte van 6 bouwlagen. Met die bebouwingshoogte vormt ook dit deel van het blok een stedelijke wand langs de Veerweg.

Bebouwing op deze locatie moet een open uitstraling hebben naar de omgeving, wat al snel betekent dat het gebouw alzijdig moet zijn. Aangezien bebouwing hier prominent in beeld is, stellen we extra eisen aan de gevels. Zowel overdag als ‘s avonds moet het gebouw aantrekkelijk ogen.

De plint De plint moet er voor zorgen dat het gebouw in relatie staat tot de omgeving. Die plint zorgt voor eenheid langs de Vondellaan en een wand langs het park. Hier komen de entrees voor de woningen en voor gezamenlijke fietsenbergingen. Die moeten goed zichtbaar en herkenbaar zijn, zodat ze voor iedereen goed vindbaar zijn. Ze worden geaccentueerd door bijvoorbeeld extra hoogte of door ze te laten verspringen ten opzichte van de rooilijn. Entrees moeten uitnodigend en open worden vorm gegeven: het is de voordeur voor heel veel bewoners. Deze locatie is niet geschikt voor centrumvoorzieningen, maar ondanks dat is het wel belangrijk dat de plint aantrekkelijk wordt. Voor de beleving van het gebouw door voorbijgangers is de kwaliteit van de plint zeer bepalend.

5

Verkeer en Parkeren Verkeer Het Vondelpark is een van de negen parken binnen de gemeentelijke groenstructuur. Dit park moet voor bewoners in de omgeving goed bereikbaar zijn. De voetpaden in het park moeten daarom logisch aansluiten op voetpaden langs de straten rondom het park. Bij het kantoor van Vorm zorgt dat voor problemen: voetgangers kunnen, wanneer ze een hoogteverschil overbruggen, voor het gebouw langs lopen, maar dit is eigendom van Vorm. In de huidige situatie moeten voetgangers achter de parkeerplaatsen langs lopen, wat niet verkeersveilig is. Automobilisten, fietsers en voetgangers delen hier de ventweg. Het fietspad langs de Veerweg maakt aan de parkzijde een vreemde oversteek bij de Vondellaan. Fietsers steken schuin over en komen samen met auto’s op een ventweg terecht. Dat zorgt voor een erg onoverzichtelijk kruispunt. Bij een ontwikkeling van woningen op deze plek is dat daarom belangrijk om dit knelpunt op te lossen. Dat betekent dat fietsers een rechte oversteek krijgen en dat autoverkeer niet langer vanaf de Vondellaan de ventweg op kan rijden. Dat biedt ook ruimt om de groenstructuur langs de Veerweg te versterken, wat belangrijk is om het profiel te versterken van deze belangrijke groene laan in de groenstructuur. Voor de locatie kunnen twee bomen worden toegevoegd, waarmee de bomenrij wordt versterkt.

Parkeren Parkeren moet bij ontwikkelingen altijd op eigen terrein worden opgelost. Parkeerplaatsen op de openbare weg mogen worden meegerekend, mits ze binnen het plangebied vallen. De parkeernormen voor deze locatie zijn1,6 parkeerplaatsen per duur koopappartement en 1,5 parkeerplaats voor middeldure koopappartementen. De grens tussen een duur en middelduur appartement ligt op 90 tot 95 m2 gebruiksoppervlakte. Par-

keerplaatsen moeten altijd onafhankelijk van elkaar, op alle momenten bereikbaar zijn. Verder moet voldaan worden aan de Parkeernormennota Papendrecht 2018, zoals vastgesteld op 6 februari 2018.

uitstraling naar buiten toe passende verlichting. Wanneer senioren binnen de doelgroep vallen, is het belangrijk om nu al ruimte te reserveren voor de stalling van scootmobiels nabij de woning of een appartement.

Voor elk parkeervak moet de leidinginfrastructuur voor de aanleg van laadpunten worden aangelegd en in het gebouw moeten enkele eigen elektrische laadvoorzieningen zijn geplaatst. Ook is het gewenst om een plek voor een deelauto op te nemen. Deelauto’s kunnen de parkeernorm niet naar beneden brengen, aangezien in de omgeving geen betaald parkeren aanwezig is. Bewoners zouden dan in de omliggende woonwijk gaan parkeren. Wel kunnen deelauto’s hier goed geïntroduceerd worden, wat op den duur kan leiden tot het bezit van minder auto’s per huishouden.

Nuts

Parkeren in de plint maakt onderdeel uit van het gebouw en wordt ook als onderdeel van het gebouw ontworpen. Gevels worden met zorg ontworpen als integraal onderdeel van het architectonische ontwerp. In- en uitritten zijn herkenbaar en worden geïntegreerd als ondergeschikt onderdeel in het gevelbeeld ontworpen. In het gebouw moet voldoende ruimte zijn voor fietsparkeervoorzieningen, privé of gedeeld. Daarbij moet rekening worden gehouden met de toename van het gebruik van elektrische fietsen, die zwaarder en vaak breder zijn dan de doorsnee fiets. Fietsparkeervoorzieningen moet goed vindbaar en toegankelijk zijn (met fiets) en direct aan de looproute van voordeur van een appartement naar de voordeur voor het gebouw liggen. Fietsparkeervoorzieningen zijn vanaf de openbare ruimte rechtstreeks toegankelijk via aansluitend terrein, zoals ook in het bouwbesluit is verwoord. Keuze voor de fiets als vervoermiddel kan op deze manier worden gestimuleerd. Vanaf de openbare ruimte is zicht op (gezamenlijke) fietsbergingen, die daarom overzichtelijk en aantrekkelijk uitzien, met vanwege de 6

Alle ten behoeve van het gebouw noodzakelijk nutsvoorzieningen worden inpandig opgelost.

Afvalinzameling Voor de inzameling van afval worden inpandig rolcontainers geplaatst voor de inzameling van PMD en papier. In de openbare ruimte worden in de nabijheid van de entrees kleine bovengrondse gft-containers geplaatst en ondergrondse restafvalcontainers. De containers in de openbare ruimte kunnen alleen worden gebruikt door bewoners in het bezit van een pasje.

7

Duurzaamheid De gemeente hecht grote waarde aan een duurzaam gebouw. Duurzaamheid die tot uiting komt in de energie- en warmtevoorziening, in materiaalgebruik en in het voorbereiden op elektrisch rijden en autodelen. Daarnaast streeft Papendrecht naar het versterken van de biodiversiteit, niet alleen in de openbare ruimte, maar ook bij nieuwe ontwikkelingen. Vanuit de provincie zijn er richtlijnen opgesteld voor klimaatadaptief bouwen. Vanaf begin 2021 moeten alle nieuwe gebouwen in Nederland bijna energie-neutraal zijn (BENG). De BENG-eisen bevatten de energie-prestatie-eisen voor nieuwe gebouwen. Daarnaast zijn ook landelijk eisen gesteld aan de milieu-prestatie van gebouwen. Deze MilieuPrestatie Gebouwen is vooral gericht op het materiaalgebruik. De provincie heeft een convenant opgesteld voor klimaatadaptief bouwen en in de regio Drechtsteden werken we met de Gemeentelijke Praktijk Richtlijn voor gebouwen. Naast eisen voor duurzaam bouwen, zijn hierin ook regels opgenomen voor gezondheid, levensloopbestendigheid, gebruikswaarde en toekomstwaarde van bebouwing. Het gebouw zal moeten voldoen aan de uitgangspunten van het Convenant Drechtsteden dat voorziet in een minimaal te behalen GPR-score. Nieuwe ontwikkelingen worden niet aangesloten op gas.

Klimaatadaptatie en biodiversiteit Eind 2017 heeft de gemeente Papendrecht de Strategie Klimaatadaptatie Papendrecht vastgesteld, die aangeeft hoe we Papendrecht klimaatadaptief maken. Ook Papendrecht krijgt te maken met de gevolgen van een veranderend klimaat, zoals, droogte, hitte, bodemdaling en wateroverlast door extreme regenbuien. De Provincie Zuid-Holland heeft een convenant opgesteld voor klimaatadaptief bouwen, dat moet leiden tot minder wateroverlast, minder hittestress, minder nadelige gevolgen van droogte en bodemdaling en meer biodiversiteit. Vanuit klimaatadaptatie moet op een locatie een regenbui van 20 mm worden vastgehouden, zo is vastgelegd in het GRP, het Gemeentelijk Rioleringsplan. Vanuit de provincie komt een convenant klimaatadaptief bouwen met de eis om 45 tot 75 mm waterberging op eigen terrein vast te houden. Dit is belangrijk om aan toekomstige klimaatveranderingen aan te passen en problemen in en om een gebouw te voorkomen. Een groen dak of een waterdak kan water absorberen en draagt bij aan koeling en isolatie van het gebouw, waarmee het dus meteen bijdraagt aan vermindering van hittestress. Ook zorgt een groen dak voor een hoger rendement van zonnepanelen op dat dak. Hiervoor heeft de provincie een programma van eisen voor klimaatadaptief bouwen opgesteld.

Dit Programma van Eisen biedt een goede richtlijn waaraan ontwikkelingen moeten gaan voldoen. Dit Programma van Eisen geldt op dit moment dus niet als eis, maar als nadrukkelijke wens. Daarbij merken we op dat die wensen belangrijk zijn om problemen in de toekomst te voorkomen. Daarnaast is het belangrijk om de verschillende richtlijnen niet als afzonderlijke kaders te zien, maar juist integraal te bekijken. Een groen dak draagt niet alleen bij aan het vasthouden van water, maar helpt ook om hitte tegen te gaan. Voor parkeerplaatsen passen we in Papendrecht geen donkere bestrating meer toe van8

wege de warmte; een sterk alternatief is dan groene bestrating die meteen bij kan dragen aan een betere doorlaatbaarheid van de bestrating en die water langer kan vasthouden. Met vrij kleinschalige ingrepen kan het gebouw niet alleen huisvesting bieden aan mensen, maar ook onderdak bieden aan vogels en insecten. In overleg met een ecoloog kan onderzocht worden welke maatregelen bijdragen aan een natuurinclusief gebouw en aan versterking van de biodiversiteit in Papendrecht.

Bij grote bouwmassa’s vormt hittestress snel een probleem.

Architectuur en Beeldkwaliteit Het gebouw komt te liggen op een prominente locatie in Papendrecht. Het moet een levendig en alzijdig gebouw worden. De gevels aan de Vondellaan en aan de Veerweg worden als voorgevels ontworpen. Interne verkeersruimten zijn vanaf buiten niet afleesbaar; de gevels worden vanuit het geheel ontworpen met veel aandacht voor de uitstraling naar de omgeving.

dak. Het dek tussen de twee bouwmassa’s op de plint, wordt ontworpen als een verbindend element met verblijfskwaliteit en met een groene inrichting. Installaties worden mee-ontworpen en op een nette manier ingepast.

Zoals eerder al aangegeven, vormt de plint in twee bouwlagen een sterke basis voor het gebouw. In de plint bevinden zich de aantrekkelijke en goed zichtbare entrees. Deze worden geaccentueerd door bijvoorbeeld extra hoogte of door ze te laten verspringen ten opzichte van de rooilijn. Entrees moeten uitnodigend en open worden vorm gegeven: het is de voordeur voor heel veel bewoners. De plint is sterk bepalend voor de uitstraling naar de directe omgeving en krijgt daarom extra hoogte, een kwalitatief hoogwaardige uitstraling en wordt met zorg ontworpen en gematerialiseerd. Gebouwd parkeren is zoveel mogelijk uit het zicht. Gevels van een parkeergarage zijn ontworpen als onderdeel van het gebouw, in passende materialen. Op de plint staan twee bouwmassa’s (van maximaal 9 respectievelijk 5 bouwlagen). Deze bouwmassa’s zijn alzijdig ontworpen, sluiten goed aan op de architectuur van de plint. De gevels van deze bouwmassa’s zijn levendig, met veel ritme, diepte en variatie in de gevel. Bij balkons en loggia’s wordt aan de voorkant nagedacht over bijvoorbeeld vaste plantenbakken, zodat het voor bewoners gemakkelijk is groen aan te brengen op hun privé buitenruimte. In het ontwerp krijgt ook de gevel beëindiging van de verschillende bouwmassa’s voldoende aandacht. Daken worden als vijfde gevel ontworpen en groen ingericht.

Dat is bij het dak van de plint belangrijk, omdat vanuit de appartementen wordt uitgekeken op dit 9

10

11

12

13

Betreft

Oplegnotitie herontwikkeling locatie Veerweg - Vondellaan

Datum

14 mei 2020

Vergadering

t.b.v. beeldvormende sessie

Inleiding Op diverse plaatsen in de gemeente Papendrecht wordt op dit moment nadrukkelijk nagedacht over bouw danwel herbouw van woningen in welke aard dan ook. De bouwplannen op de Veerpromenade, alsmede de bouwplannen op de locatie Veerweg-Vondellaan, maar zeker ook plannen in de Kraaihoek en mogelijk nog komende plannen als gevolg van besluiten aangaande nieuwbouw VO-scholen of verplaatsing van b.v. de brandweerkazerne en het politiebureau vragen om gedegen voorbereiding en afstemming. In het plan Veerweg-Vondellaan wordt gesproken over stedenbouwkundige kaders opgesteld door de gemeente Papendrecht. (welke breder zijn dan alleen deze bouwplannen). Daarnaast hebben wij in 2019 het Papendrechts woonplan 2020-2030 vastgesteld. GroenLinks ziet graag dat het proces rondom deze ontwikkelingen nader besproken worden in een beeldvormende bijeenkomst. Bij die bespreking kunnen onderstaande vragen als oplegger meegenomen worden. 1. Hoe wordt de Raad meegenomen in de woonontwikkelingen in Papendrecht? 2. De raad is op 28 mei 2019 in de RIB 'Werkwijze projecten' geïnformeerd over de werkwijze van projecten. In de begroting 2020 is aangegeven dat er geen grote projecten zijn. Hoe is dit bepaald voor de projecten die nu lopen? 3. Hoe wordt er met beeldbepalende locaties omgegaan i.r.t. bouwplannen ? (was eerder reeds een vraag van D66 waar geen helder antwoord op voortkwam) 4.

Hoe worden belanghebbenden meegenomen in deze ontwikkelingen ? 5. Verhouden de plannen zich met het vastgestelde woonplan ? 6. Wat wordt verstaan onder stedenbouwkundige kaders en zijn deze in beton gegoten (om in bouwtermen te spreken) ? 7. Na de meer 'proces' bijeenkomst op 24 juni zien wij graag een vervolgbijeenkomst gericht op de inhoud waarbij stakeholders zoals 20205014/bouwontwikkelingen/BG

Woonkracht010, makelaars en projectontwikkelaars worden uitgenodigd. Het doel van deze bijeenkomt is om de uitvoering van het vastgestelde Papendrechts Woonplan 2020 – 2030 te bespreken en te bediscussiëren of hier, bijv. gelet op de ontwikkelingen door corona, wijzigingen in gewenst zijn. Daarvoor kan bijvoorbeeld de bijeenkomst met Woonkracht10 (over PALT en worden verbreed. Deze staat voorlopig gepland in september a.s. Hoe staan andere fracties hierin?

De fractie van GroenLinks Bert Grimmius

20205014/bouwontwikkelingen/BG

Verslag van de beeldvormende bijeenkomst op 24 juni 2020 (in theater De Willem te Papendrecht) vanaf 20.00 uur tot 23.00 uur. Aanwezig: De heren A. Stremler (PAB), J.H. Hoogeveen (PAB), A.N. Tromp (PAB), mevrouw H.M. van Wijngaarden (PAB), de heer L.T. Van den Dool (CDA), mevrouw A. Bokma (VVD), de heer R. Lammers (OP), mevrouw T.C. VAN ES (D66), de heren L.J. Van Hal (D66), N. van Heteren (D66), A. Boersma (SGP), T. Wolters (PvdA) en mevrouw Y. Van Engelen (GroenLinks). De heer B.H. Grimmius, voorzitter Mevrouw C.G.M. Bus, griffier Mevrouw K. Bijman, assistent-griffier De heer A. Janssen, portefeuillehouder De heer C. de Ruijter, portefeuillehouder De heer W. Van den Bos, projectleider gemeente Papendrecht, inzake agendapunt 4; De heer J. Pastoor, externe projectleider Veerpromenade, inzake agendapunt 4; De heer M. Van Dijk, Teamleider Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Ontwikkeling en Vastgoedgemeente Papendrecht, inzake agendapunt 4; De heer A. Verschuren, inspreker inzake agendapunt 4; De heer M.H. Struijk, inspreker inzake agendapunt 4. 1. Opening en vaststelling van de agenda. De VOORZITTER heet eenieder welkom en opent de vergadering. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Spreekrecht inwoners. Er wordt geen gebruik gemaakt van het spreekrecht. 3. Vragenkwartier en mededelingen. Er zijn geen vragen en/of mededelingen. 4. Beeldvorming ontwikkelingen Veerpromenade.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/430/documents/7686