20220121 Beantwoording technische vragen SGP en CU - Veerweg-Vondellaan.pdf
Tekst van het document
Vragen over Veerweg-Vondellaan
Vraag Wat is de tijdlijn van het proces van de Veerweg-Vondellaan en welke uitzonderingspositie geldt voor deze locatie voor het vaststellen van stedenbouwkundige kaders?
Beantwoording Naar aanleiding van de ingediende motie van D66, VVD, OP. PvdA en Groen Links zegt de wethouder in de raadsvergadering van 11 juli 2019 toe een visie te schrijven voor beeldbepalende A-locaties, waarbij heel duidelijk een uitzondering is gemaakt voor beeldbepalende locaties die al in de planvorming zitten, zoals de Van Wijngaardenlocatie.
Tijdlijn •
•
•
•
•
•
•
RIB 28 mei 2019 over werkwijze grote projecten n.a.v. rapport rekenkamercommissie Hier wordt de raad geïnformeerd over de werkwijze bij "grote" projecten van de gemeente zelf en de wijze waarop bepaald wordt wanneer een project wordt gekwalificeerd als "groot". Bij grote projecten wordt de raad gevraagd kaders te stellen. Motie D66, VVD, OP, PvdA en Groen Links Visie op bebouwing schaarse A-locaties in Papendrecht Hierin wordt gevraagd een visie te schrijven voor de beeldbepalende A-locaties. Deze motie is ingetrokken na toezegging wethouder. Raadsvergadering 11 juli 2019 Naar aanleiding van de ingediende motie zegt de wethouder in deze raadsvergadering toe een visie te schrijven voor beeldbepalende A-locaties, waarbij heel duidelijk een uitzondering is gemaakt voor beeldbepalende locaties die al in de planvorming zitten, zoals de Van Wijngaardenlocatie. RIB 20 januari 2020 Met deze brief wordt het ontwikkelingsproces voor de beeldbepalende A-Locaties geschetst. Er wordt gebruikt gemaakt van de beschikbare ruimtelijke beleidskaders. RIB Vaststelling kaders herontwikkeling Veerweg-Vondellaan De kaders voor vaststelling herontwikkeling locatie Veerweg-Vondellaan zijn 7 april 2020 vastgesteld door het college en met een RIB op 8 april 2020 toegestuurd aan de raad. Daar is vanuit de raad geen reactie op gekomen.
Oplegnotitie Groen Links 14 mei 2020 Hierin wordt gevraagd om een toelichting op het proces rondom de ontwikkelingen in de beeldvormende commissie Ruimte van 20 juni 2020. Presentatie in beeldvormende Commissie Ruimte 24 juni 2021 Tijdens de presentatie wordt aangegeven dat de werkwijze tot nog toe is dat alle plannen die in de structuurvisie passen bij de raad worden neergelegd via het bestemmingsplan. In de loop van de tijd verandert dit proces. Belangrijk wordt de omgevingsvisie waarin de raad met elkaar in discussie kan gaan.
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN PAPENDRECHT GEHOUDEN OP 11 JULI 2019 OM 20.00 UUR IN HET GEMEENTEHUIS TE PAPENDRECHT. (Aangepast en definitief, aanpassing met streep in kantlijn gemarkeerd) Een integrale geluidsopname van deze vergadering van de raad is te beluisteren op www.papendrecht.nl Aanwezig: De heer A.J. Moerkerke, voorzitter; De dames: A. van den Adel (PAB), T.C. van Es (D66), B. de Heer (PAB), S.H. de Keizer (VVD), K.E. Middelkoop-van den Adel (CDA), S.J.A. Verdoorn-de Lang (PAB), H.M. van Wijngaarden (PAB) en D. Yildiz-Karso (PvdA) en de heren: A.P.J. den Dekker (ChristenUnie), L.T. van den Dool (CDA), J.L. van Erk (ChristenUnie), B.H. Grimmius (GroenLinks), M. de Haas (VVD), L.J. van Hal (D66), J. Hoogeveen (PAB), A.J. Kosten (SGP), R. Lammers (Onafhankelijk Papendrecht), E.B.A. Lichtenberg (CDA) (vanaf 20.45 uur), A. Stremler (PAB), P. Stremler (PAB), J.G.S. van der Tak (Onafhankelijk Papendrecht), A.N. Tromp (PAB) en M.H.A. Verweij (PAB). Voorts aanwezig: de heer R. van Netten, gemeentesecretaris; Mevrouw C. Verver en de heren A.M.J.M. Janssen, P.L. Paans en C. de Ruijter, wethouders Afwezig met kennisgeving: Publieke tribune: ca. 10 personen Mevrouw C.M. Bus, raadsgriffier Verslaglegging: J. van Prehn. 01. Opening. De VOORZITTER opent de raadsvergadering en heet eenieder van harte welkom. De heer Lichtenberg zal iets later zijn. 02.
Vaststelling van de agenda. De VOORZITTER merkt op dat er in de commissievergadering ABZ van 24 juni is gestemd over het al dan niet op de agenda laten staan van het agendapunt Bestuurlijke Vernieuwing. Omdat dit heeft geresulteerd in het staken van de stemmen is dit agendapunt automatisch doorgeschoven naar de eerstkomende ABZ-vergadering. Omdat het al op de vastgestelde agenda van de raadsvergadering stond vraagt de voorzitter de raad of men dit stuk wel of niet wil behandelen. De heer DE HAAS verzoekt dit punt van de agenda te verwijderen en door te schuiven naar de volgende commissievergadering. Er is geen haast mee en omdat in het nieuwe concept van de bestuurlijke vernieuwing de bob-procedure centraal staat, vindt zijn fractie het belangrijk aandacht te besteden aan de oordeelsvorming. De heer VAN DEN DOOL stelt voor dit agendapunt wel te behandelen, het voorstel van de werkgroep van de raad is uitvoerig besproken. Hij vindt het logisch om dit, nu de werkgroep klaar is, in de raad te bespreken. Mevrouw VAN ES merkt op dat na de beeldvormende bespreking in de commissie een en ander in het voorstel is gewijzigd, hetgeen in de afgelopen commissie besproken had kunnen worden. Daar is het agendapunt van de agenda gehaald, in de veronderstelling dat dit in september behandeld zou worden.
Dit voorstel is dus niet op commissieniveau behandeld en is vanuit de werkgroep ook niet unaniem met een positief advies doorverwezen naar de raad. Om deze reden steunt haar fractie het voorstel van de heer De Haas om het agendapunt van de agenda te verwijderen en door te schuiven naar de volgende commissievergadering.
1
Omdat dit onderwerp in de werkgroep voldoende besproken is en er een afgerond en afgewogen stuk ligt wenst de heer HOOGEVEEN dit agendapunt te bespreken. Wanneer men dit uitstelt tot september wordt de voorbereidingstijd korter, hetgeen zijn fractie ongewenst vindt. De heer LAMMERS steunt het voorstel van de VVD-fractie, dit agendapunt van de agenda te verwijderen en in een volgende commissie te bespreken. Omdat de pilot op 1 januari 2020 in zou gaan ziet ook hij de tijdnood niet. Op deze manier heeft men juist meer tijd om het opiniërende deel te bespreken. De heer KOSTEN stelt voor het voorstel te bespreken, alle fracties die in de werkgroep vertegenwoordigd zijn hebben dit uitgebreid besproken. Bij bespreking in de raad kan men de oordeelsvorming doen. Mevrouw KARSO merkt op dat dit onderwerp inderdaad in de werkgroep is besproken en dat een aantal mutaties hebben plaatsgevonden. Zij vindt het belangrijk om het opiniërende deel in de commissie te bespreken. De heer GRIMMIUS sluit zich aan bij de opmerking van de heer De Haas over de bob-procedure en het overslaan van een onderdeel hiervan. Tevens vindt hij dat er voldoende tijd is om dit punt in september te behandelen. De heer DEN DEKKER stelt voor dit agendapunt nu te behandelen. De VOORZITTER brengt aansluitend het ordevoorstel agendapunt 07 van de agenda af te voeren in stemming.
Met 8 stemmen voor (VVD, OP, PvdA, GL) en 14 stemmen tegen wordt besloten dit agendapunt te behandelen. De heer VAN HAL merkt op dat de afwijkende data van de raadsvoorstellen en raadsbesluiten die vanuit de commissie Ruimte naar de raad zouden gaan aangepast zouden worden. Bij agendapunten 14 en 15 bestaat echter nog steeds een verschil tussen de datum op het raadsvoorstel en het raadsbesluit. Hij vraagt de voorzitter of dit tijdens de vergadering aangepast zal worden. De VOORZITTER overlegt hierover met de griffier en zal dit tijdens behandeling van deze agendapunten aangeven. De agenda wordt aldus vastgesteld. 03. Vragenkwartier. De heer GRIMMIUS las in het collegebesluit van 7 mei jl. dat de regenboogvlag is besproken en vraagt wanneer dit onderwerp geagendeerd zal worden. Dit om te voorkomen dat vertraging in de besluitvorming ertoe kan leiden dat deze op coming out day niet gehesen zou kunnen worden. De VOORZITTER bevestigt dat dit besproken is en in september in de commissievergadering voorgelegd zal worden. Dit tijdstip zal geen probleem opleveren voor het hijsen van de vlag op coming out day. De heer GRIMMIUS gaat ervan uit dat ook de vredesvlag in de vredesweek volgens gebruik (in overleg met de griffier en zonder dat hieraan een besluit ten grondslag ligt) uitgehangen zal worden. De VOORZITTER antwoordt dat dit conform het gebruik inderdaad zal gebeuren.
De heer GRIMMIUS heeft van bewoners uit de wijk Middenpolder, waar rioleringswerkzaamheden op de agenda staan, begrepen dat bijna al het groen (gezonde bomen die er al 30 jaar staan) gaat verdwijnen en vraagt naar de noodzaak hiervan. In hetzelfde plan is sprake van een parkeerverbod dat aan de Thorbeckesingel ingesteld gaat worden, hetgeen resulteert in het feit dat 25 auto’s elders geparkeerd moeten worden. Ook hier vraagt hij naar de noodzaak van dit parkeerverbod. Wethouder JANSSEN merkt op dat dit project pas in de ontwerpfase zit, dat er nog niets is vastgesteld en dat de reacties van de insprekers momenteel worden verwerkt. Hij heeft de betreffende bewoner, die blij is dat deze wijk wordt aangepakt, zelf bezocht. Omdat meerdere bewoners minder blij waren met de nieuwe situatie in de ontwerpschets is hier opnieuw naar gekeken. De eerste conclusie is dat een groot deel van de bomen pas op langere termijn en in gedeelten zal worden vervangen, zodat het groen aanzicht behouden zal worden. (Inspraak werkt dus.) Het gewijzigde definitieve ontwerp zal voor iedereen ter inzage worden gelegd. M.b.t. het parkeerverbod merkt hij op dat in het plan geen parkeerverbod wordt ingevoerd. Er worden juist meer parkeerplekken gerealiseerd, hetgeen niet ten koste gaat van het groen, maar van de rijbaan. Wel is en blijft het verboden hinderlijk te parkeren.
De heer GRIMMIUS merkt op dat zijn fractie in 2017 een 2-tal moties (kroos en waterbeheer) heeft ingediend, die unaniem zijn aangenomen. Wederom moet men echter constateren dat er op diverse
2
plaatsen in de gemeente sprake is van massale vissterfte. De vraag is of dit te voorkomen zou zijn geweest als de moties uitgevoerd zouden zijn en wat hier misgaat. Wethouder JANSSEN bevestigt dat kroos effect heeft op het zuurstofgehalte in het water en het een oorzaak zou kunnen zijn. Onderzoek heeft uitgewezen dat de geconstateerde vissterfte hier echter geen gevolg van is. De feiten op een rij; de aannemer is al vanaf begin juni bezig met de uitvoering van de werkzaamheden om de watergangen gangbaarder te krijgen. Ondanks de wijziging in de uitvoering en de intensieve controlemaatregelen, extra ogen langs de kant en het inlaten van extra water voor de zuurstof, is in de laatste week toch sprake van vissterfte op bepaalde plekken (in de brede watergangen in Papenrecht). Voor de tweede maaibeurt van oktober wordt alles op alles gezet om de oorzaak te achterhalen en maatregelen te nemen. Ook een van de inwoners die betrokken was bij de protocollen dacht dat de omstandigheden vrij optimaal waren en was zeer teleurgesteld dat de genomen maatregelen niet hebben gewerkt. Tegelijkertijd is het alleen op deze specifieke plek en met de maaiboot aan de orde. Veel genoemde oplossingen op social media zijn: het baggeren, meer vrijmaken van duikers, nog meer water binnenlaten in het vrij gesloten stelstel (hetgeen de kroosvorming tegen zou gaan).
Wat men ook gaat doen, iedereen die eerder betrokken was zal hier weer bij betrokken worden. De heer GRIMMIUS hoort de portefeuillehouder zeggen dat hij nog een aantal zaken zal onderzoeken en vraagt of de raad hiervan op de hoogte zal worden gehouden. De wethouder houdt de raad altijd zoveel mogelijk op de hoogte van alle maatregelen die hij neemt en zegt dit toe. 04. Vaststelling van het verslag van de openbare vergadering van 28 mei 2019 en het verslag van de raadsbrede bijeenkomst fietsstructuur Beide verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. 05. Ingekomen en ter inzage gelegde stukken en mededelingen. Mededelingen: Er zijn geen mededelingen. Ter inzage gelegde stukken: I. het voorstel om de onder categorie I ingekomen stukken voor kennisgeving aan ten nemen (de betreffende stukken zijn al als ingekomen stuk te boek gesteld en aan de orde geweest in de vergaderingen van de raadscommissies): de raad gaat hiermee akkoord. II. Het voorstel om de onder categorie II ingekomen stukken (die hierbij rechtstreeks te boek worden gesteld ten behoeve van de onderhavige vergadering van de gemeenteraad) als volgt te behandelen: II.A.
De ingekomen stukken (afkomstig van derden) voor kennisgeving aan te nemen; De heer HOOGEVEEN geeft aan dat zijn fractie voornemens was de brief van BOVAG (A04) te agenderen, maar dat men heeft besloten dit, na uitgebreide excuses van de heer Verkade aan het PAB en wethouder Janssen, niet te doen. De reactie van de heer Verkade was gebaseerd op desinformatie verstrekt door derden, o.a. door de heer Lammers, ontbrekende kennis van feiten en teleurstelling dat zijn adviezen in de Papendrechtse situatie onuitvoerbaar bleken. Zijn excuusbrief is veelzeggend en voldoende. Inzake A07: Drechtsteden bestuurlijk oplegger Ecorys evaluatie, m.n. ROM-D, leest de heer HOOGEVEEN dat de gemeente een kansenkaart met potentiele nieuwe projecten moet ontwikkelen. En op basis hiervan een meerjarenperspectief moet ontwikkelen, op basis waarvan ROM-D aanvullende financiering moet vragen om bij te dragen aan de groeiagenda-ambitie. Het is zijn fractie nog steeds niet duidelijk wat deze organisatie doet en wat hun toegevoegde waarde is. Hij stelt voor ROM-D hierover in een commissievergadering een presentatie te laten verzorgen. De VOORZITTER concludeert dat zijn fractie dit punt wil agenderen en dat men hiervoor een oplegnotitie zal maken. De heer HOOGEVEEN bevestigt dit. De raad gaat verder akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II. D.
de ingekomen stukken (afkomstig van het college) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening.
3
II.F. Stand van zaken toezeggingen en moties voor kennisgeving aannemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II.H. Besluitenlijst (afkomstig van het college) voor kennisgeving aannemen. De raad gaat verder akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. Voor het overige zijn er geen bijzonderheden en wordt dit agendapunt afgesloten. 06. Jaarstukken 2018 gemeente Papendrecht. De heer DE HAAS noemt het openbaar vervoer en de doelstelling die in de jaarstukken beschreven staat: dat het waarborgen van de bereikbaarheid van de verkeersdeelnemers aan het openbaar vervoer is gegarandeerd. De vraag of deze doelstelling is gerealiseerd werd positief beantwoord. Mensen klagen echter steen en been over het gebrek aan en het gemak om met het openbaar vervoer te reizen. Men leest dat chauffeurs uitvallen en dat men vanuit de Oostpolder sneller in Utrecht is dan in Papendrecht centrum. Daarbij zijn de vereisten die bij de concessie van de waterbus zijn gesteld ook niet geruststellend. Hij vraagt hoe het college dit heeft opgepakt. Tenslotte vindt zijn fractie het kwalijk dat de misvatting dat er in plaats van een genomen raadsbesluit een motie is aangenomen over het omgekeerd inzamelen ook in de jaarstukken is verwoord.
Mevrouw VAN DE ADEL is blij met de memo over het overzichtelijk maken van de overhead kosten en met het feit dat de kosten voor ICT beneden de landelijke norm liggen. Beantwoording door het college Wethouder DE RUIJTER merkt op dat het busvervoer in overeenstemming is met de afspraken volgens de concessie, maar dat er nog wel zorgen zijn over de uitvoering van de concessiehouder. In (regelmatig) contact met de provincie is toegezegd dat, omdat men de onderneming eerst de tijd heeft gegeven zaken technisch op orde te krijgen, eind van het jaar (oktober/november) een evaluatie komt. De kans bestaat inderdaad dat de busverbinding met Utrecht sneller is dan die in Papendrecht, omdat van de 2 lijnen nog maar 1 lijn wordt ingezet. Zonder hier veel geld aan te besteden heeft men hier momenteel geen invloed op. De provincie is op dit moment niet bereid hiervoor extra middelen beschikbaar te stellen. Wat men QBuzz wel heeft gevraagd is om extra te communiceren over ‘first mile and last mile’ vervoer (electrocars). Ook door de provincie is aangegeven dat QBuzz hier werk van moet maken, in het bijzonder richting de doelgroep die in het centrum woont: m.n. de ouderen of mensen die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer.
De waterbusconcessie, die door de provincie wordt uitgerold, is binnen de Drechtsteden uitgebreid besproken en de regionaal portefeuillehouder (de heer Vat uit Sliedrecht) zit hier bovenop en heeft hierover regelmatig gesprekken met de provincie. Er is bekend wat Papendrecht hiervan vindt: men wil een goede verbinding houden met Dordrecht en Zwijndrecht en ook de halte op de Noordhoek wil men blijven behouden. Er is nog niet bekend waarmee de nieuwe aanbieders zullen komen. De wethouder vraagt de Drechtraadleden hier in de carrousels ook een actieve bijdrage te leveren, waar men een grotere invloed kan uitoefenen dan in de raadzaal. Wethouder JANSSEN bevestigt dat de opmerking over de motie omgekeerd inzamelen een omissie in het jaarverslag betreft: motie moet zijn raadsbesluit. Tweede termijn van de raad De heer DE HAAS dankt voor de aandacht voor het openbaar vervoer. Zijn fractie heeft in de regio ook aangedrongen om zeker tijdens de aanpak van de N3 zorg te dragen voor extra verbindingen. Hij hoopt (maar heeft anders vernomen) dat het QBuzz gelukt is de zaken technisch op orde te krijgen. Mevrouw VAN ES geeft n.a.v. de vraag en antwoord over de kleine autootjes aan dat het haar is opgevallen dat deze de parkeerplaatsen op het plein gebruiken. Zij merkt op dat op het plein niet geparkeerd mag worden en dat zij geen reden ziet dat deze niet aan de zijkant geparkeerd kunnen
4
worden. Zij vindt dat dit een verkeerd signaal afgeeft en vraagt de portefeuillehouder hier actie op te ondernemen. Tweede termijn van het college Omdat men tegen die tijd waarschijnlijk nog geen nieuwe contractant heeft merkt wethouder DE RUIJTER op dat men de N3 los wil zien van de concessie. Men is in gesprek met RWS, die gaat inzetten op verbindingen met de waterbus. M.b.t. de electrocars op het markplein vindt hij dat mevrouw Van Es een punt heeft, het zou goed zijn als deze naast het gemeentehuis parkeren en zal dit aan de exploitant verzoeken. Zonder verdere beraadslaging wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 07. Bestuurlijke Vernieuwing. De heer HOOGEVEEN wenst de griffie te complimenteren met de coördinerende functie in de werkgroep en het opstellen van het voorliggende document. Hij stelt voor hiermee aan de slag te gaan en zichzelf de ruimte te gunnen om fouten te maken, waarvan men kan leren om vervolgens eventuele aanpassingen te doen. Hij vindt het een goede zaak dat er een onafhankelijke nulmeting en evaluatie zal plaatsvinden. Mevrouw VAN ES constateert dat het opvallend is dat de voltallige oppositie dit agendapunt nog politiek opiniërend wil bespreken, terwijl de voltallige coalitie het voldoende vindt dat dit in de werkgroep is besproken.
Het is niet zo dat wanneer een werkgroep iets besproken heeft, zeker wanneer het niet met een unaniem advies naar de raad is doorgeleid, de politieke discussie hiermee vervalt. Inhoudelijk ligt er een voorstel om op een andere manier te gaan vergaderen, hetgeen moet zorgen voor meer interactie met burgers en meer politiek debat. De D66-fractie is hier voor. Het houden van beeldvormende vergaderingen waar informatie wordt gedeeld en waar inwoners kunnen inspreken, zonder dat direct een oordeel wordt gegeven, is vooruitgang. Een raadsvergadering die niet gedomineerd wordt door technische feiten geeft meer ruimte voor een goed politiek debat. De D66-fractie is zeer kritisch op de participatietrend die in Nederland rondwaart, hierop komt men bij de bespreking van de Kaderbrief nog terug. Wel merkt zij op dat men wil dat inwoners altijd het recht houden met rust gelaten te worden en toch hun belangen vertegenwoordigd te zien. Dat is een kernwaarde in de representatieve democratie, dit betekent dat de bevoegdheden van de gemeenteraad (wettelijk en in de praktijk) door niets mogen worden aangetast. Het punt waar haar fractie niet mee instemt is de samenstelling van de agendacommissie. In het voorstel staat ‘in de agendacommissie wordt vorm en inhoud van de bijeenkomst afgestemd en wie er aan tafel zit en wie er op andere wijze participeert’.
Laten we een voorbeeld nemen: stel dat winkeliers de zondagopening van winkels willen bespreken, zet de agendacommissie dit op de agenda en als dat zo is wie worden er dan uitgenodigd om het beeld hierover te bepalen, hoeveel spreektijd hebben de voor- en tegenstanders, hetgeen zeer bepalend is voor het beeld dat ontstaat? De agendacommissie krijgt veel politieke macht, daarom is het belangrijk wie er in de commissie zitten. Dat zijn volgens dit voorstel de voorzitter van de raad, de griffier, 4 raadsleden (2 oppositie en 2 coalitie) én een adviseur van het college. Iemand die loyaal het college moet dienen komt in de agendacommissie van de raad. Dezelfde raad die het college moet controleren. Daar schrikt haar fractie van en nog meer van hoe luchtig hierover gedaan wordt door sommigen. Er wordt over deze adviseur gezegd dat het niet uitmaakt omdat het een technisch adviseur is. In een eerder concept stond gewoon adviseur en toen zij hierover in een vergadering van de werkgroep vroeg of deze technisch adviseur een andere ambtenaar is dan de gewone adviseur bleek dit niet het geval te zijn. De participatietrend geeft bestuurders overal in Nederland de mogelijkheid om via diffuser wordende besluitvormingsprocessen en over zoveel mogelijk groepen verspreide verantwoordelijkheid minder aanspreekbaar te zijn op waar zij persoonlijk verantwoording voor moeten afleggen.
Als iedereen over iets gaat, gaat niemand er echt over en is niemand ter verantwoording te roepen. Haar fractie verzet zich tot het tij keert (en dat gaat wel jaren duren) tegen elke maatregel waarbij de feitelijke invloed van inwoners op de overheid afneemt. Hetzij van hen individueel als het om wettelijke rechten gaat, hetzij als onderdeel van een groep vertegenwoordigd door de volksvertegenwoordiging. Haar fractie dient voor het punt van de adviseur van het college een amendement in, die is gesteund en wordt ingediend door 5 fracties (D66, VVD, OP, PvdA en GL-fractie). Vervolgens leest zij de motie voor:
5
Neemt in overweging dat:
De agendacommissie van de gemeenteraad bepaalt wat wel en wat niet op de agenda van de beeldvormende en opiniërende commissies, alsmede op de raadsagenda komt; De agendacommissie van de gemeenteraad bepaalt wanneer iets op de agenda van de beeldvormende en opiniërende commissies, alsmede op de raadsagenda komt; De agendacommissie van de gemeenteraad bepaalt wie wel en wie niet voor de beeldvormende commissies wordt uitgenodigd om aan tafel te zitten en/of om een toelichting te geven.
Van mening zijnde dat:
De agendacommissie van de gemeenteraad onafhankelijk moet zijn; De agendacommissie derhalve geen leden mag hebben die (ook) een ander belang dienen dan die van de gemeenteraad.
Besluit: Aan besluitpunt 1 dat luidt: gedurende een periode van 6 maanden een pilot uit te voeren conform de notitie ‘Bestuurlijke Vernieuwing Papendrecht’, toe te voegen: Waarbij in de notitie bij punt 3. Agendacommissie, onder Samenstelling de Ambtelijke beleidscoördinator (technisch adviseur) wordt geschrapt. Aansluitend overhandigt zij het amendement. De VOORZITTER geeft aan dat het ingediende amendement voldoende is ondertekend en deel uitmaakt van de beraadslagingen. De heer VAN DEN DOOL kijkt met veel genoegen en waardering voor de inbreng vanuit alle fracties terug op het proces van het afgelopen jaar, waarbij men constateerde dat de knelpunten en doelen voor bestuurlijke vernieuwing (die een paar jaar geleden genoemd werden) nog steeds actueel zijn. Die knelpunten in de lokale democratie heeft men stevig met elkaar besproken. Vervolgens heeft men goed gekeken wat andere gemeenten hebben gedaan en wat hun ervaringen zijn. De belangstelling en de betrokkenheid voor de lokale democratie neemt af. Niet alleen in Papendrecht, men heeft gezien dat dit ook in andere gemeenten het geval is. Helaas is de oplossing nergens voorhanden, hierover maakt men zich geen illusies. Binnen de bestaande mogelijkheden is volgens hen in de juiste richting gezocht.
In het proces van beeldvorming, via oordeelsvorming naar besluitvorming ligt de meeste verandering in dit voorstel bij de beeldvorming. Dat is ook de plaats in het proces waar het best en het meest en open met betrokkenen van gedachten gewisseld kan worden. De werkgroep heeft hierbij geconstateerd dat het mooie van lokale democratie niet alleen is dichtbij de inwoners te staan, maar dat er een grote diversiteit van onderwerpen aan de orde is, die niet altijd op dezelfde manier behandeld kunnen worden. In de praktijk doet men dit nu ook al niet altijd. Binnen de strakke lijnen van de 3 commissies en de altijd identieke procedure in die commissie wordt in de bestuurlijke praktijk al veel gezocht naar andere vormen. Men nodigt deskundigen uit om te presenteren, men brengt een bezoek en gebruikt een Kahootapp, men laat een groep inwoners iets presenteren om vervolgens met hen in gesprek te gaan. Voor zijn fractie zijn dit mooie momenten waarin de democratie een kleine impuls krijgt. Men is daarom blij met en vóór het voorstel, dat stimuleert tot meer van dit soort momenten. Men krijgt hier meer ruimte voor en uiteindelijk wordt dat de manier van werken en niet meer de uitzondering. Terecht is erop gewezen dat wanneer men gaat van een vaste naar een flexibele vorm, de vraag is wie deze vorm bepaalt. In dit voorstel is dat de agendacommissie.
In de herijkte vorm is door de werkgroep geluisterd naar de kritische vragen van andere raadsleden, daarom is er sprake van 4 raadsleden (2 oppositie en 2 coalitie te kiezen uit en door de raad) en de voorzitter van de raad en de griffier zijn natuurlijke en waardevolle aanvullingen, hun taak is immers ook sterk verbonden met die van de agendacommissie. Nadrukkelijk is het de griffier die de agenda en de voorstellen voor de agendacommissie voorbereidt. Men vindt het daarbij waardevol dat er door de ambtelijke organisatie advies gegeven kan worden. Dat advies staat nu
6
op papier en mag van zijn fractie ook terugpraten in de vergadering, als daarom gevraagd wordt. Het advies heeft geen stemrecht, de raad gaat immers over de eigen agenda. Natuurlijk wordt het wennen, daarom is men blij dat het onderwerp nu aan de orde is en de start daarvan pas op 1 januari 2020 is. Dit maakt het mogelijk om verder voor te bereiden. Hij hoopt dat het voorstel zal dienen als goede basis en als inspiratiebron, ter versterking van de lokale democratie in Papendrecht. De heer LAMMERS heeft bij de agendasetting gevraagd om dit onderwerp later te bespreken, omdat men hier nog langer opiniërend over zou willen spreken. De rol van de agendacommissie wordt steviger, zij kijkt verder vooruit en bepaalt niet alleen de agenda’s van de vergaderingen, maar denkt a.d.h.v. de bestuurlijke kalender ook na over de gewenste beeldvormende bijeenkomst voor de raad. In deze agendacommissie wordt de vorm en inhoud van deze bijeenkomsten afgestemd en wie er aan tafel zit of op een andere manier participeert. De griffier doet daarvoor in afstemming met het college en de ambtelijke organisatie een voorstel. Per onderwerp levert de ambtelijke organisatie het college het advies aan over de opzet werkvorm, communicatie, etc. Hiervoor wordt het formulier ‘intake beeldvormende activiteit’ gebruikt. Er is altijd duidelijk in welke 3 subtypen beeldvorming de sessie gaat plaatsvinden.
Per avond kunnen dit verschillende typen zijn, ook bepaalt de agendacommissie de locatie van de bijeenkomst. De agendacommissie kan agenderingsverzoeken van de raad niet op inhoudelijke gronden weigeren. De agendacommissie heeft een planning technische rol bij het bepalen op welke avond en welk tijdstip een onderwerp geagendeerd wordt. Zijn fractie vraagt zich af of het wenselijk is dat de ambtelijk organisatie het college advies aanlevert over doel, opzet, werkvorm communicatie, etc.. Ook vraagt men zich af of het wenselijk is dat de locatiekeuze ook door de agendacommissie wordt bepaald. (We hebben een gemeentehuis waar vergaderingen kunnen plaatsvinden.) De agendacommissie heeft geen inhoudelijke rol, maar wat als men de planning technische rol zodanig invult dat inhoudelijke onderwerpen niet aan bod komen of telkens vooruit in de tijd worden geschoven? Op die vraag is nog steeds geen antwoord gekomen. Verslaglegging: de agendacommissie bepaalt de wijze van de verslaglegging, 3 vormen: kort verslag, uitgebreid samenvattend verslag of een videoverslag. De samenstelling van de agendakommissie kent 2 raadsleden uit de coalitie en 2 uit de coalitie, benoemd door de raad. In de eerste versie stond dat er 2 uit de coalitie, plus nog 2 uit de coalitie in de commissie zouden zitten.
Na enige discussie is besloten dat er een goede verhouding moet bestaan tussen coalitie en oppositie. De voorzitter van de raad heeft stemrecht, de griffier is betrokken als adviseur en dan de ambtelijke beleidscoördinator: de (technisch) adviseur. Men kan zich afvagen of dit wenselijk is, wat zijn fractie betreft moet een agendacommissie technisch faciliterend zijn en zo min mogelijk inhoudelijk en sturend. In de vorige periode, toen de PAB en OP in de oppositie zaten, heeft men een pittige discussie gehad over de samenstelling van de agendacommissie. Een jaar lang was er sprake van 3 coalitieleden en 1 oppositielid, hetgeen na een jaar werken toch wat spanningen en verschil van inzicht gaf. Ook het PAB was toen van mening dat een paritaire verhouding noodzakelijk was. Vanuit de gedachte dat men vanuit de oppositie en de coalitie verschillende belangen probeert te behartigen heeft ook zijn fractie dit altijd gesteund. Hij is blij met het nieuwe voorstel van 2 coalitie- en 2 oppositieleden. De ambtelijke beleidscoördinator vindt men echter een raar ‘figuur’ (niet letterlijk). Hij merkt op dat wanneer men de eigen raadsadviseur bij het college aan mag laten sluiten en deze naar de vergaderingen van het college stuurt, men agendapunten voor het college kan aandragen vanuit de raad en zich met de agenda van het college kan bemoeien.
Het is technisch mogelijk, maar hij vraagt zich af of dit m.b.t. de gescheiden rollen wenselijk is. Het college is met het dagelijks bestuur bezig, terwijl de raad met andere zaken bezig is. Zijn fractie ‘worstelt’ met deze beleidscoördinator, helemaal nu men hoort dat dit 1 en dezelfde persoon is. Wel vindt men het positief dat de vergadering van de agendacommissie openbaar is. De notulen worden opgesteld, een samenvattende besluitenlijst waaruit overwegingen en keuzes blijken. Maar de agendacommissie blijft wel inhoudelijk en sturend en beslist welke stukken er op de agenda komen, welke beleidsvoorbereidende bijeenkomsten worden georganiseerd en wie er wordt uitgenodigd. In deze voorfase zit heel veel sturingscapaciteit. De raad wil niet voor niets aan de voorkant van een besluitvormingsproces meedoen. Wanneer men achteraan het besluitvormingsproces zit gaat men nergens over, omdat men steeds wordt geconfronteerd met zaken die reeds besloten zijn. Dat is het gevaar dat men hier gaat lopen, dat de agendacommissie een inhoudelijk te sturende rol gaat spelen. Dit is geen diskwalificatie van mensen, raadsleden of goede bedoelingen, maar in de vorige periode is gebleken dat dit in de praktijk zo werkt. Zijn fractie begrijpt de totstandkoming van het rapport (waarvoor lof), maar op dit punt adviseert men te bezinnen eer men begint. Eenmaal in gang gezet kan men moeilijk terug.
In de praktijk blijkt in Nederland dat een pilot niet niet succesvol afgesloten wordt, een pilot wordt
7
altijd succesvol afgesloten omdat deze hiervoor bedoeld is, om mensen aan het idee te laten wennen dat het goed is voor de democratie. Waarbij zijn fractie zich afvraagt of het inderdaad goed is voor de democratie. Hij gaat ervan uit dat iedereen snapt dat men, i.v.m. de vermenging van taken en rollen, geen ambtelijke beleidsadviseur moet willen. In de pilot kan men dit testen of dit werkt, waarbij hij het voorbehoud wil maken dat men van tevoren al denkt dit niet gaat werken en stelt voor dat namens de raad (vanuit de griffie) iemand bij de collegevergaderingen aanwezig mag zijn. De oppositie heeft nog wel een aantal onderwerpen die men op de agenda van het college wil zetten. (Hiervoor zou het college echter eerst met een collegebrede werkgroep en een voorstel moeten komen.) De heer DE HAAS is namens zijn fractie blij met het loskoppelen van de beeldvormende fase uit het proces (dit had volgens zijn fractie ook in de huidige structuur gekund). Voor een groot deel is men het eens met de voordelen genoemd door het CDA. Nu er een nieuwe en zeer grote taak voor de agendacommissie ligt, waarover in de werkgroep (i.v.m. de tijd) geen overeenstemming was, vindt zijn fractie het logisch dat men hier (invoering van de essentie van een bestuurlijk proces van de raad) zorgvuldig mee om zou gaan.
Nu dit niet gebeurt en men met een groot gemak over de oordeelsvormende fase van dit project heenstapt, wil men zorgen dat de angel uit het probleem wordt gehaald en daarom het ingediende amendement mede indienen. De heer KOSTEN vindt dat het proces open en eerlijk is geweest en dat iedere partij zijn inbreng heeft gehad. Nadat het in de raadsbrede commissie is besproken zijn er behoorlijk wat aanpassingen geweest, waarin zijn fractie zich kan vinden. Zeker m.b.t. de samenstelling van coalitie- en oppositieleden in de agendacommissie. Hij vindt het ingediende amendement interessant en vraagt de voorzitter van de raad wat dit betekent voor de kwaliteit van de agendering en hoe dit in andere gemeenten gebruikelijk is. Zijn fractie hoopt dat men de doelen van bestuurlijke vernieuwing gaat behalen. Hij vindt het belangrijk dat men bij iedere stap goede begeleiding en duiding krijgt. Hij vond het interessant om te horen (en zijn fractie deelt deze mening) dat er burgers zijn die niet kunnen participeren, maar wel vertegenwoordigd dienen te worden. Wat zijn fractie betreft gaat men starten en zal evaluatie en bijstelling nodig zijn. De heer DEN DEKKER is positief over dit voorstel, zijn fractie is het eens met veel zaken die genoemd zijn door de heer Van den Dool en mevrouw Van Es. M.b.t.
het ingediende amendement vraagt hij zich af of er een specifieke rol is toegedicht aan de ambtelijke beleidscoördinator. Beantwoording door het college De VOORZITTER wenst de beantwoording inzake de rol en kwaliteit van de ambtelijke coördinator terug te leggen bij een van de leden van de werkgroep die aanwezig zijn geweest bij een van de voorbeeldgemeenten. Hij kan hier geen antwoord opgeven, men weet pas of de kwaliteit hierdoor toeneemt en welke rol hij/zij op zich zal nemen op het moment dat men daarmee gaat experimenteren. Pas na de evaluatie kan men beslissen of dit toegevoegde waarde heeft en in het geval men besluit het niet te doen, het iets is dat men mist. Voor een deel zullen de andere vragen door de raad zelf beantwoord moeten worden en vraagt hij hen hier in de tweede termijn op in te gaan. Dit betreft de wenselijkheid van de technisch adviseur en wat men ervan vindt als onderwerpen mogelijk uitgesteld gaan worden en daardoor een inhoudelijk aspect krijgen. Tweede termijn van de raad De heer GRIMMIUS onderschrijft de opmerking van de heer Kosten, iedereen in de werkgroep heeft zijn/haar zegje kunnen doen. De vraag van de heer Den Dekker over de toegevoegde waarde van de technisch adviseur heeft men in de werkgroep nog niet precies kunnen beantwoorden. Hierover wilde men in een commissievergadering nog opiniërend spreken.
Hij kan zich vinden in de woordvoering van mevrouw Van Es, maar ook het betoog van de heer Van den Dool kan hij onderschrijven. Zijn fractie staat achter de pilot, maar stelt voor de technisch adviseur vooralsnog buiten de pilot te laten. De heer HOOGEVEEN geeft aan dat de werkgroep op bezoek is geweest in Oosterhout, waar men in de agendacommissie goede ervaringen heeft met een beleidsadviseur. De meerwaarde is dat hij/zij kennis heeft van de stappen die in het proces al zijn gezet, men heeft overzicht van samenhang tussen de
8
verschillende dossiers die spelen en kan informatie verschaffen over welke stakeholder/inwoners betrokken zijn. De griffier zit minder dicht op de informatie dan de beleidscoördinator, die de kennis uit de eerste hand kan verschaffen. Het feit dat de beleidscoördinator geen stemrecht heeft vindt men logisch, het is iemand die informatie verschaft aan de agendacommissie, niets meer en niets minder. Men vindt dat de leden met stemrecht voldoende inzicht en capaciteiten hebben, om op basis van de informatie zelfstandig hun afweging te maken en hun beslissing te nemen. Om deze reden zal zijn fractie het amendement niet steunen. Wel snapt men dat er twijfels zijn over deze rol en biedt daarom aan dat deze onderdeel is van de evaluatie. Omdat men niet overtuigd is van de meerwaarde van een technisch adviseur heeft mevrouw KARSO het amendement namens haar fractie mede ingediend. De toelichting van de heer Hoogeveen horend vindt zij niet dat een technisch adviseur alleen dat is, maar dat het vaak zal leiden tot richtinggevende adviezen. Om deze reden heeft haar fractie er geen probleem mee dat dit stuk opiniërend besproken zal worden. Wel is men blij dat er een voorstel ligt om met elkaar te experimenteren, om te kijken hoe men de besluitvorming met elkaar beter vormgegeven gaat worden, waarbij meer politiek debat wordt gevoerd, meer interactie en minder vergaderdruk zal zijn.
Los van de toegevoegde waarde van de technische adviseur vindt mevrouw VAN ES dat de eigenlijke vraag is wie er gaat over de agenda van de raad. Het antwoord hierop moet zijn: de raad. Er moeten dus geen mensen in zitten van het orgaan dat die raad moet controleren, het college, dit is een principieel punt. De heer Hoogeveen zegt dat men in Oosterhout heeft gezien dat het goed werkt. Ook dit was beeldvorming, iemand heeft voorgesteld naar Oosterhout te gaan en niet naar een gemeente die hier tegen is. Ook dit toont aan hoe belangrijk beeldvorming is. Verder geeft zij aan dat er al iemand is aangesteld om de informatievoorziening aan de raad/agendacommissie te verzorgen: de griffier. Deze is er verantwoordelijk voor om de informatie die nodig is om te agenderen uit de organisatie te halen. Het klopt ook niet dat de technische adviseur op de hoogte zou zijn van alle ins en outs van de onderwerpen. De heer Grimmius heeft in de werkgroep gevraagd of er elke keer andere specialisten vanuit de ambtelijke organisatie worden uitgenodigd om toe te lichten wat er op dit onderwerp is gebeurd en wie er uitgenodigd moet worden. Dat is niet het geval, het is 1 iemand die (waarschijnlijk) direct onder de gemeentesecretaris valt, een invloedrijk iemand die zelf ook informatie binnen de organisatie moet gaan ophalen.
Dit is de taak van de griffier, die hiervoor moet staan en de raad moet haar kunnen aanspreken op de objectieve informatie voor de raad. Zij vindt dit een heel principieel punt om vanaf te wijken. Verder wordt opgemerkt dat men dit gewoon kan gaan doen en dat dit aan het eind van de pilot zal blijken. De vraag is of men dat aan het eind van de pilot ziet, beïnvloeding is moeilijk te constateren en zeker niet achteraf bij een evaluatie door een extern bureau. Haar fractie is wel bij dat in het besluit een onafhankelijke evaluatie is opgenomen. Verder stemt het haar fractie niet gerust dat alle oppositiepartijen dit nog graag opiniërend hadden willen bespreken, maar dat dit niet gehonoreerd is. Dit biedt niet veel vertrouwen over hoe dit verder moet met een voorstel dat eigenlijk door de gehele raad gedragen moet worden. Het klemmende verzoek is voor het amendement te stemmen, zodat de raad over haar eigen agenda kan gaan. Inzake de vragen van de heer Lammers merkt de heer VAN DEN DOOL op dat op pagina 10 van het voorstel 2 x coalitie genoemd staat. Dit zou uiteraard oppositie moeten zijn. Overigens zit hij in de agendacommissie met 3 mensen van de coalitie en 1 uit de oppositie, maar heeft hij in het afgelopen jaar nooit gemerkt dat dit een probleem is geweest.
Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat er nu sprake is van een puur technische commissie, terwijl de nieuwe samenstelling een politieke commissie is die bepaalt wat er op de agenda komt en wie er wordt uitgenodigd en wie niet. De heer VAN DEN DOOL merkt dat de beelden hoe de agendacommissie zou moeten functioneren nogal verschillen, het lijkt hem goed hier ideeën over op te doen en hierover met elkaar te spreken. De heer Lammers vroeg naar de planning en het eventueel uitstellen van agendapunten. Hij merkt op dat aan het begin van de bijeenkomst de agenda wordt vastgesteld en dat ieder raadslid agendapunten kan voorstellen. Men heeft in de werkgroep besproken dat raadsleden de mogelijkheid moeten krijgen op eigen initiatief agendapunten voor te stellen, die vervolgens op de agenda moeten komen. Mevrouw VAN ES vraagt zich per interruptie af of men het voorstel, als het m.b.t. de 2 coalitie en 2 oppositieleden niet goed verwoord staat, zo wel kan vaststellen. Zij vraagt zich af hoeveel kans de heer Van den Dool denkt dat men met de voorgestelde samenstelling zou hebben om de zondagopening op de agenda te krijgen.
9
De heer VAN DEN DOOL merkt op dat zijn fractie hier niet over gaat. Mevrouw VAN ES vraagt zijn persoonlijke mening. De heer VAN DEN DOOL gaat hier niet op in, het is de bedoeling van de nota en de werkgroep bestuurlijke vernieuwing impulsen te geven aan de lokale democratie. Als er belangrijke onderwerpen zijn en groepen in de samenleving zijn die dat belangrijk vinden, hoopt hij ook dat er raadsleden zullen zijn die dit oppakken. Wie kan er agenderen? Raadsleden kunnen een voorstel doen aan de agendacommissie, waarvan hij niet verwacht dat deze voorstellen voortdurend afgewezen zouden worden. Mevrouw VAN ES vraagt per interruptie of de heer Van den Dool, wanneer hij in de agendacommissie zou zitten, dit agendapunt ten behoeve van de lokale democratie zou steunen. De heer VAN DEN DOOL gaat hier niet op in. De heer DEN DEKKER vraagt per interruptie wat de vraag over de zondagsopening te maken heeft met de technisch adviseur. Mevrouw VAN ES antwoordt dat de gehele ambtelijk organisatie (verplicht) loyaal is aan het college. Zoals bekend zijn zij niet voor verruiming van de zondagopening en verwacht zij geen advies dat ingaat tegen het loyaal uitvoeren van het coalitieakkoord dat er ligt. De heer HOOGEVEEN merkt per interruptie op dat de ambtelijk beleidsadviseur alleen informatie zou verschaffen en geen oordeel/advies zou geven.
Hij vindt dat men de rol van de ambtelijk beleidsadviseur overschat en dat men wantrouwen uitspreekt over de samenstelling van de agendacommissie. Als het een politiek orgaan is vraagt hij zich af waarom de politieke verhoudingen dan niet worden weergegeven (2 coalitie en 2 oppositie). Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat er geen sprake is van wantrouwen van personen. Zij vergelijkt het met het recente voorbeeld van Turkije, toen een groot deel van de bevolking voor verruiming van de rechten naar Erdogan stemden, omdat zij hem vertrouwden. Zij stemden hun eigen rechten weg. Men zou zich af moeten vragen of men deze samenstelling zou willen als er iemand in die rol zou zitten die men niet vertrouwt. Als dan het antwoord is ‘ja, dat zou niets uitmaken’, dan kan men het doen. Mevrouw KARSO merkt per interruptie op dat zij een ander beeld heeft over loyaal zijn aan het college of het coalitieakkoord. Het kan zo zijn dat er een ambtenaar is die denkt ‘dat kan wel zo in het coalitieakkoord staan, maar vanuit mij deskundigheid vind ik dat we een andere kant op zouden moeten gaan’. Het is uiteindelijk aan het college en de agendacommissie of men wel of niet een advies van een ambtenaar overneemt. Zij heeft er moeite mee als het een kant op gaat dat men te allen tijde loyaal is.
Men kan richtinggevende uitspraken en adviezen geven aan een college en daar op die manier invloed op uitoefenen. Dit kan men ook wanneer men geen onderdeel is van de agendacommissie. Zij vraagt dus nogmaals wat de meerwaarde is van een technisch adviseur in de agendacommissie. Beïnvloeding zal toch wel plaatsvinden en haar fractie is ervan overtuigd dat er voldoende checks and balances in het systeem zijn die dit kunnen afvangen. De heer VAN DEN DOOL is blij met de interruptie dat het bij de ambtenaren moet gaan om de deskundigheid en niet over loyaliteit aan een coalitieakkoord. Het adagium zou moeten zijn: ‘speaking truth to power’, de waarheid spreken tegen de macht, los van alle politieke verhoudingen op basis van deskundigheid advies geven. Natuurlijk heeft mevrouw Van Es gelijk dat dat niet meevalt en dat men nooit helemaal objectief kan zijn. Vanuit die gedachte is het voorstel zoals het nu staat en valt hij over de zin in het amendement ‘van mening zijnde; de agendacommissie derhalve geen leden mag hebben die ook een ander belang dienen dan die van de gemeenteraad. Mevrouw VAN ES is per interruptie blij dat erkend wordt dat absolute objectiviteit niet bestaat. Zij beweert ook niet dat die andere mensen allemaal objectief zijn. Dit is ook helemaal niet nodig en als het de agendacommissie van de raad is mag men ook een mening hebben over wat er op de raadsagenda komt.
Zij vraagt of men van mening is dat dit ook door iemand van de griffie gedaan kan worden en dat dit ook zou moeten, omdat dit de taak is van de griffie: te zorgen dat alle informatie die nodig is in een agendacommissie aan de raadsleden aangeboden wordt vanuit de griffie. De heer VAN DEN DOOL is het hier helemaal mee eens. De griffier doet de voorstellen en neemt de voorbereiding van de agendacommissie op zich. Hij kan zich echter voorstellen dat leden uit de agendacommissie vragen stellen aan de griffier, waar de griffier aan kan geven dat zij hier niet bij de voorbereiding aanwezig was. Dan kan het handig zijn dat de ambtenaar aanwezig is, zodat deze uit kan leggen hoe het geweest is en zodat men nog een aantal vragen kan stellen. Mevrouw KARSO vraagt per interruptie of de heer Van den Dool het ermee eens is dat wanneer dit opgepakt wordt door een griffier het uitnodigen van een specialist/ambtenaar prima is, maar dat het niet nodig is dat deze vast onderdeel uitmaakt van de agendacommissie. De heer VAN DEN DOOL weet het antwoord hier niet op, hij is niet de enige geweest die dit voorstel heeft gemaakt. Hij weet niet wie die persoon is en of dit altijd een vaste
10
persoon is. Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat zij deze vraag in de werkgroep aan de griffier heeft gesteld, het antwoord was dat dit dezelfde persoon is. Op de opmerking van de heer Van den Dool dat de griffier niet overal bij was en het daarom aan de ambtenaar kan vragen, merkt zij op dat deze er ook niet bij was en dat 1 persoon niet van tevoren op alle onderwerpen een antwoord kan gegeven. Omdat er ’s avonds wordt vergaderd kan men ook niet even de organisatie inlopen voor een antwoord. De heer VAN DEN DOOL vraagt, wanneer men het amendement zou aannemen, hoe men dan aan de informatie zou komen. Ook vraagt hij zich af of het verstandig is direct tot stemming over te gaan en stelt een korte schorsing voor. Mevrouw VAN ES antwoordt per interruptie dat de informatie van de griffier zou komen, zoals voorheen ook het geval was. De heer KOSTEN maakt per interruptie uit de reactie van mevrouw Van Es op dat zij positief is over het wisselend aanschuiven van adviseurs en vraagt of dit klopt met de rest van haar betoog. Mevrouw Van Es heeft bezwaar tegen een ambtenaar die deel uitmaakt van de agendacommissie, men heeft er geen bezwaar tegen als de griffier (onder haar verantwoordelijkheid) als gast een wisselende ambtenaar uitnodigt in de vergadering. De heer LAMMERS heeft m.b.t.
de meerwaarde van de (technisch) adviseur problemen met de vaste positie van deze totaal neutrale ambtenaar die het tegen het college opneemt. Als het echt om een puur technische rol gaat vindt hij dat men kan volstaan met de griffier die technische informatie ophaalt in de ambtelijke organisatie. Er hoeft geen ambtenaar vanuit een sturingsgedachte vanuit het college in de agendacommissie van de gemeenteraad te komen. Dat is een rolvermenging en het politieke debat moet in de commissie en de raad plaatsvinden, niet in de agendacommissie. De heer HOOGEVEEN merkt per interruptie op dat er nergens wordt gesproken van een sturende rol, alleen van een informerende rol. De heer LAMMERS merkt op dat de technische adviseur een belangrijke rol speelt, die direct onder de controle staat van de gemeentesecretaris. Het wordt in feite de verlengde arm van de heer Van Netten in de agendacommissie. De vraag is of men dit moet willen, hij wil het niet en denkt niet dat het verstandig is. Iedereen moet in zijn eigen rol blijven. De heer DE HAAS noemt nogmaals het principiële punt dat de raad zelf over de agenda van de raad moet gaan. Men hoorde net dat de voorbereiding van de agendacommissie door de griffie wordt gedaan en dat men dit samen met de ambtelijke organisatie doet. Daarmee is het doel al bereikt, de kennis van het voortraject zal uit de ambtelijke organisatie moeten komen.
Zijn fractie ziet geen meerwaarde in een vaste technisch adviseur die standaard deel uitmaakt van de agendacommissie. Enerzijds is de heer DEN DEKKER van mening dat men alle schijn moet vermijden, anderzijds heeft hij er vertrouwen in dat het onafhankelijk gebeurt. Hij is er nog niet helemaal uit en zou om deze reden graag een schorsing vragen. Aansluitend schorst de VOORZITTER de vergadering om 21.27 uur, heropent deze om 21.55 uur en geeft het woord aan de heer Den Dekker. De heer DEN DEKKER verzoekt de voorzitter mevrouw Van Es het woord te laten voeren. Mevrouw VAN ES: zoals uit de bespreking is gebleken was het belangrijkste punt voor de partijen die het amendement hebben ondertekend dat de ambtelijke adviseur van het college geen onderdeel uitmaakt van de agendacommissie van de raad. Dit punt is blijven staan. Aan het amendement is bij het besluit een punt toegevoegd: ‘een ambtenaar kan onder verantwoordelijkheid van de griffier als technisch adviseur worden uitgenodigd bij de agendacommissie.’ Aansluitend dient zij het nieuwe amendement in. De VOORZITTER constateert dat het vorige amendement vervalt, dat dit amendement voldoende is ondertekend en deel uitmaakt van de beraadslaging. Vervolgens wordt het (aangepaste) amendement in stemming gebracht en unaniem aangenomen.
Zonder verdere beraadslaging wordt unaniem voor het geamendeerde voorstel van burgemeester en wethouders besloten.
11
08. Papendrechts Woonplan. Mevrouw VAN ES complimenteert het college met dit plan en met de (bescheiden) toevoeging van de regionale woningopgave die er vanuit de Drechtsteden ligt (en door de D66-fractie wordt onderschreven). Haar fractie vind het goed dat wordt ingezet op het bouwen van duurdere woningen, waar meer vraag naar is dan aanbod, hetgeen voorkomt dat mensen met hogere inkomens weggejaagd worden en het bevordert de doorstroming, zodat huizen in het goedkopere segment vrijkomen. Een aantal punten uit de commissiebespreking geven aanleiding om op terug te komen: de opmerking van de wethouder dat de locaties pas vrijkomen als de Vo-scholen nieuwe gebouwen hebben. Hij zegt daarover dat deze mogelijk pas vrijkomen na de periode waarin dit document geldt, na 2030. Zij vraagt wethouder De Ruijter of dit ook met de scholen wordt gecommuniceerd en of zij op een dergelijke termijn zonder nieuwe gebouwen rekenen. Het is voor haar fractie zeer belangrijk dat men als politiek, uitgevoerd door het college, regie voert op het bouwen op schaarse A-locaties: Vondellaan/Veerweg (garage Van Wijngaarden e.o.), Veerweg/BK-weg (politiebureau/brandweerkazerne e.o.), Veerweg/BK-weg (locatie De Lage Waard/Keizerweerd).
Haar fractie vindt dat dat er, ook als het nog niet zeker is wanneer bepaalde locaties vrijkomen en als een locatie niet in gemeentelijk bezit is, op deze A-locaties een gemeentelijke visie moet zijn. De bebouwing die op deze locaties komt zal zeker een halve eeuw beeldbepalend zijn langs de hoofdwegen die naar Papendrecht centrum leiden en waar dagelijks duizenden mensen langs komen. De opmerking van de wethouder dat de welstandsnota is verouderd en er niet gewacht wordt op de omgevingsvisie en de welstandscommissie ‘met plezier naar andere zaken kijkt dan de precieze woorden uit de kaders’ (die worden vastgesteld door de gemeenteraad) is de aanleiding waarom men hierop ingaat. Men kent deze wethouder als liefhebber van schoonheid en groen aan gebouwen. Hij zei in de commissie m.b.t. de locatie Vondellaan ‘het streven is het mooier te maken dan veel gebouwen die tot nu toe zijn gebouwd’. Dit vraagt dus om een visie waarin staat wat voor type woningen en architectonische kwaliteit, inclusief groen aan gevels, men verwacht op A-locaties en waar men op wil sturen. Daarom steunt haar fractie de moties van het PAB (die nog komen). De gemeente moet de invloed die zij heeft op de bouwlocaties aanwenden, hetgeen niet hetzelfde is dat zij voorschrijven of bepalen. De D66-fractie respecteert particulier bezit en vrijheid van ondernemen door projectontwikkelaars.
Haar fractie zal niet vragen om een hele nieuwe welstandsnota (wat eigenlijk wel zou moeten, maar erg veel werk is), maar wel om een visie op bebouwing van de genoemde locaties. Men zegt niets over het type huizen (koop of huur), juist om het college de vrijheid te geven hierop zelf een visie te formuleren. Dit zal als het voorgesteld en vastgesteld wordt aan/door de raad een handvat bieden en het college steunen in het streven naar maximaal toegevoegde waarde aan de omgeving, waar gezien de beeldbepalende locaties alle inwoners van Papendrecht plezier van hebben. Haar fractie heeft hiertoe een motie voorbereid (die door meerdere fracties is ondertekend), waarvan zij het dictum voorleest: Draagt het college op: een visie te schrijven voor de beeldbepalende (A-)locaties die, eenmaal bebouwd, de komende 50 jaar het aanzicht van Papendrecht in sterke mate zullen bepalen, te weten de locaties: hoek Vondellaan/Veerweg (garage Van Wijngaarden en omgeving), hoek Veerweg/Burgemeester Keijzerweg (kwadrant bij politiebureau/brandweerkazerne) en hoek Veerweg/Burgemeester Keijzerweg (kwadrant bij de Lage Waard/Keijzerweerd); Deze visie voor het einde van 2019 ter vaststelling aan de raad voor te leggen. Aansluitend dient zij de motie in, die voldoende ondertekend is een deel uitmaakt van de beraadslagingen. De heer HOOGEVEEN complimenteert het college met het Woonplan.
De beleidskaders voor dit woonplan zijn de groeiagenda en de regionale woonvisie 2017-2031, uitgangspunt hiervan is het RIGO-
12
rapport 2017 wat in opdracht van de regio Drechtsteden is uitgevoerd. Hierin staan de prognoses m.b.t. de woningbehoefte voor het Drechtstedengebied en dus ook voor Papendrecht. D.m.v. dit woonplan wordt uitvoering gegeven aan dit beleidsplan, gebaseerd op deze prognoses voor 2030. Dit woonplan geeft invulling aan de autonome groei door het bouwen van ca. 450 woningen en levert ook een bescheiden bijdrage aan de extra groeiopgave, d.m.v. ca. 200 woningen, totaal 650 woningen. Meer kan ook niet, want Papendrecht is vrijwel vol gebouwd. Men wil niet bouwen boven de A15, in parken en wil het resterende groen in wijken zoveel mogelijk behouden. Zijn fractie onderschrijft de geformuleerde uitgangspunten in het woonplan m.b.t. duurzaamheid en het behouden dan wel uitbreiden van de kwaliteit van de leefbaarheid. Wat zijn fractie betreft zijn dit niet alleen uitgangspunten maar ook randvoorwaarden waarbinnen ontwikkeling van woningbouw dient plaats te vinden. Enkele kanttekeningen: het nieuwbouwprogramma voorziet volgens de tabellen dat van de 650 nieuwe woningen ca. 560 boven de € 300.000,- kosten, de helft eengezinswoningen, de helft duurdere koopappartementen. De rest wordt huur, waarvan een belangrijk deel ter vervanging van de te slopen woningen in Kraaihoek. Kortom: het beschikbare totaal van de 650 woningen is al ingevuld.
De 560 duurdere koop- en huurwoningen moeten dus de doorstroming van Papendrecht bevorderen en huisvesting bieden aan hoogopgeleiden van buiten Papendrecht. Men vindt doorstroming belangrijk omdat dit kansen biedt aan starters, over het algemeen jongeren. Maar een flink deel van de doorstroming moet volgens het plan komen van ouderen. Daar zit volgens zijn fractie het knelpunt: ouderen kopen geen nieuwe eengezinswoning meer. Ze willen een koop- of huurappartement of samen een woongroep vormen. Het college stelt dat men graag bijzondere woonvormen wil en zich hierdoor wil onderscheiden van andere gemeenten. Maar als men constateert dat de bestemming van de 650 woningen al is ingevuld met duurdere koop- en huurwoningen, kan men de vraag stellen wat de mogelijkheden nog zijn voor deze bijzondere woonvormen, o.a. voor ouderen, zoals het college graag wil. Veel ouderen zullen een duur huur- of koopappartement niet kunnen betalen. Om ervoor te zorgen dat bijzondere woonvormen met name voor ouderen niet tussen wal en schip vallen, dient zijn fractie (mede ingediend door GL, CDA en PvdA) een motie in, die zich richt op huisvesting voor vitale ouderen die geen duur appartement kunnen betalen en samen een woongroep willen vormen. In het woonplan wordt gesteld dat ouderen kiezen voor een andere woning, wat doorstroming in zijn geheel bevordert en dit gestimuleerd moet worden.
Het college geeft echter nog geen concrete invulling hoe dit moet, deze motie doet dit wel. Elders in het land nemen vitale ouderen het initiatief tot woonvormen die worden gesubsidieerd door de overheid. Een voorbeeld hiervan is Knarrenhof in Zwolle. Om iets dergelijks ook in Papendrecht te onderzoeken en eventueel te realiseren dient men motie 1 in. De tweede motie richt zich op de doelgroep ca. 75+ ouderen. Volgens het sociaal cultureel planbureau bestaat er een aantal knelpunten voor deze groep, zoals het complexe zorgstelsel en het zorgaanbod. Het betreft een groep ouderen die eigenlijk niet meer zelfstandig thuis kan wonen, maar nog te fit is voor opname in een verpleegtehuis. Aannemelijk is dat in Papendrecht ook een dergelijke groep bestaat (in zijn eigen omgeving kent hij een tweetal voorbeelden). De PAB-fractie wil graag dat de zorg- en woonbehoefte van deze groep in kaart wordt gebracht en dat, indien noodzakelijk, hier in het woonplan rekening mee wordt gehouden en wordt vertaald in de prestatieafspraken met Woonkracht10 en de combiraad. Aansluitend dient hij de motie in (die mede wordt ingediend door GL, CDA en PvdA). Tenslotte hoopt men dat de nieuwbouw van de Vo-scholen grond oplevert, maar stelt tenminste de voorwaarde dat deze niet meer grond opeist. Men staat in principe positief t.o.v.
het woonplan, maar vraagt meer aandacht en ruimte voor bijzondere woonvormen, vooral voor ouderen en verwacht dat het aantal woningen zoals genoemd in het woonplan niet in beton is gegoten. Aansluitend leest hij het dictum van motie 1: wooninitiatief vitale ouderen voor. Roept het college op: Op korte termijn te inventariseren of deze overheidsregeling van toepassing is op een mogelijk Papendrechts project.
13
Op korte termijn te inventariseren of vitale ouderen in Papendrecht belangstelling hebben voor een dergelijke woonvorm. Dit inclusief voorlichting over een dergelijke woonvorm en de subsidiemogelijkheden Bij een positieve uitkomst, in overleg met de betrokkenen, hiervoor grond ter beschikking te stellen. De raad uiterlijk het eerste kwartaal 2020 over de voortgang en uitkomsten te informeren.
Motie 2: onderzoek behoefte bijzondere woonvormen 75+ ouderen. Verzoekt het college om: Onderzoek te doen naar de omvang van de groep 75+ ouderen, rekening houdend met demografische ontwikkelingen. En tevens te onderzoeken wat noodzakelijk is voor een goede kwaliteit zorg thuis, waarbij alle facetten van zorg thuis worden meegenomen, zoals bijvoorbeeld woonzorgcombinaties, woningaanpassingen, wijkvoorzieningen en zorg en begeleiding thuis. Hierover aan de raad te rapporteren uiterlijk 1e kwartaal 2020. Op basis van de uitkomsten het woonplan hierop eventueel aan te passen en in overleg te treden met zorg- en huisvestingspartners. De VOORZITTER merkt op dat beide moties voldoende zijn ondertekend en deel uitmaken van de beraadslagingen. De heer GRIMMIUS merkt op dat in het woonplan snel en terecht de link wordt gelegd met de groeiagenda. Echter heeft men als zelfstandige gemeente in eerste instantie een opgave richting de inwoners. Pas op de tweede plaats heeft men dit richting toekomstige inwoners. Het plan beslaat een termijn van een periode van 10 jaar. Men zou dus verwachten dat er geanticipeerd wordt op de nabije te verwachten toekomstige ontwikkelingen. Niets is minder waar, men gaat nadrukkelijk uit van het hier en nu. Zoals de portefeuillehouder zei in de commissie op 26 juni jl.: ‘wij hebben gekeken naar locaties die nu vrij zijn’.