CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Beleidsplan schuldhulpverlening Papendrecht 2025-2028 .pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 10 april 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 8: Beleidsplan schuldhulpverlening 2025-2028 - Voorstel11.939 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Uit dit onderzoek bleek eveneens dat negentien procent van de mensen die in de periode 2009-2013 een schone lei had na afronding van een Wsnp-traject, in 2014 opnieuw betalingsachterstanden had op rekeningen, op een lopende lening, een hypotheek of de huur. Onderzoek naar oorzaken van recidive Samen met de GR Sociaal gaan we de komende tijd onderzoeken wat de meest voorkomende oorzaken zijn van recidive bij inwoners die eerder een schuldhulpverleningstraject hebben doorlopen. Dit onderzoek richt zich op het identificeren van doelgroepen die vaker terugvallen in schulden en het achterhalen van de onderliggende factoren. Op basis van deze inzichten willen we gerichte interventies ontwikkelen die specifiek aansluiten bij de behoeften van deze risicogroepen, om herhaling van schuldenproblematiek zo veel mogelijk te voorkomen. De uitwerking hiervan landt in het nieuwe uitvoeringsplan armoede.

Streven

Indicator

2025 (huidige realisatie en startpunt meting)

2029 (beoogd)

Duurzaam

Herinstroom (recidive) schuldhulpverlening binnen 3 jaar

(nieuwe nulmeting)*

Maximaal 10% van de inwoners stromen opnieuw in.

*Het is een nieuwe nulmeting, omdat de meting tot nu toe altijd over binnen 5 jaar terugval ging. Doordat de curatie echter ingekort is naar 18 maanden kiezen we ervoor om ook de meting te verkorten naar 3 jaar, zodat dit beter aansluit en we sneller zicht hebben na uitstroom uit de kortere periode van schuldhulpverlening.

20

8. Financiën en monitoring De GR Sociaal rapporteert over de taken die zij uitvoert periodiek via de reguliere P&C-cyclus. Indien gemeenteraden meer informatie wensen is het uiteraard mogelijk dat de GR Sociaal op uitnodiging tijdens bijvoorbeeld een raadsavond meer informatie verstrekt en met de raadsleden inhoudelijk de diepte in gaat op de uitvoering van de taken, ontwikkelingen en trends. Klanttevredenheidsmetingen Naast reguliere monitoring en rapportages wordt doorlopend bij inwoners nagegaan hoe zij onze dienstverlening ervaren en of we het goed doen. De klanttevredenheidsmetingen worden momenteel doorontwikkeld tot een meting waarbij niet alleen wordt gemeten hoe de dienstverlening is ervaren, maar ook of we onze doelen bereiken en (publieke) waarde toevoegen. Hiervoor is een generieke set vragen ontwikkeld die zich richt op de vijf waarden die belangrijk zijn voor inwoners, te weten: mensgerichtheid, heldere dienstverlening, waarde toevoegen, betrokken medewerkers en toegankelijkheid. Wanneer landelijke ontwikkelingen en wijziging van wet- en regelgeving het noodzakelijk maken om wijzigingen in het curatieve gedeelte door te voeren loopt dit de route via het bestuur van de GR Sociaal. Voor zover dit financiële consequenties kent, worden deze vroegtijdig gemeld en via een zienswijzeprocedure (gemeenteraden) voorgelegd (al dan niet via de reguliere P&C-cyclus).

Gelet op de nieuwe (of gewijzigde) indicatoren in hoofdstuk 6 zal de GR Sociaal in 2025 ook het gemeentelijke dashboard actualiseren en aanpassen, zodat gemeenten makkelijk en snel bij de cijfers kunnen. Dat doen we in samenspraak met de gemeenten. Alle andere onderdelen worden via de reguliere P&C-cyclus onder de verantwoording van het huidige actieplan armoede en schulden 2021-2025 en het toekomstige uitvoeringsplan verantwoord aan de gemeenteraad. De inzet van dit beleidsplan wordt gefinancierd uit de middelen die beschikbaar zijn voor het actieplan armoede en schulden en de middelen die de Sociale Dienst beschikbaar heeft. We verwachten niet dat er extra budget nodig is. Mocht dit in de toekomst wel nodig zijn, dan zullen we dat via de reguliere wijze aan de raad voorleggen.

21

Bijlage 1 Het wettelijk kader en stelsel van schuldhulpverlening Het stelsel rondom schulden kent een wettelijke kader van vier verschillende wetten, te weten: 1. de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs 2012); 2. de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp 1998); 3. Beschermingsbewind op grond van problematische schulden en/of verkwisting (Schuldenbewind 2014); en 4. het Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (Ags 2021). De Wgs en de Wsnp betreffen de twee hoofdwetten en vormen het minnelijk (gemeentelijk) traject (Msnp) en het wettelijk traject (Wsnp). Zie ook figuur 1. De verantwoordelijkheid, toezicht op en uitvoering van deze wetten ligt versnipperd. Zo zijn er twee ministeries betrokken (Sociale Zaken & Werkgelegenheid en Justitie & Veiligheid), gemeenten, de Rechtspraak en externe marktpartijen (bewindvoerders Wsnp en beschermingsbewindvoerders). De verschillende wetten staan met elkaar in verbinding maar deze verbinding is niet optimaal en behoeft verbetering. Zo is in principe de Wgs voorliggend aan de Wsnp maar zijn er uitzonderingen en is schuldenbewind bedoeld als flankerende dienstverlening met ondersteuning en doorstroom naar de minnelijke (gemeentelijke) of de wettelijke schuldsanering. Andere aanverwante wetgeving die van toepassing is, zijn o.a.

de Wet op het consumentenkrediet (Wck), de Wet op het financieel toezicht (Wft), de Faillissementswet (Fw) en de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv). Naast bovengenoemd minnelijk en wettelijk traject heeft ook een aantal stelselpartijen een rol in het schuldhulpverleningssysteem. Naast de gemeente gaat het om schuldeisers, schuldenaren en rechters en bijvoorbeeld beschermingsbewindvoerders, Wsnp-bewindvoerders, vrijwilligers en uiteraard de sociaal wijkteams en overige samenwerkingspartners. Figuur 1: Routekaart schuldhulpverleningsstelsel

*Bron: Rijksoverheid IBO problematische schulden 2024

22

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening De wettelijke bepalingen omtrent de gemeentelijke (minnelijke) schuldhulpverlening zijn terug te vinden in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). De Wgs is sinds 1 juli 2012 van kracht en verplicht gemeenten regie te voeren en te zorgen voor integrale schuldhulpverlening waaronder nazorg. Dit houdt in dat er niet alleen aandacht moet zijn voor het oplossen of beheersbaar maken van de financiële problemen maar ook van de omstandigheden die hiermee verband houden. In 2021 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening uitgebreid met taken op het gebied van vroegsignalering. Het vroegtijdig signaleren en bereiken van inwoners met betalingsachterstanden dan wel (problematische) schulden is hiermee een wettelijke taak geworden voor gemeenten én vaste lastenpartners.13 Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 4 Preventie en hoofdstuk 5 Vroegsignalering. De Wgs is een kaderwet. Gemeenten moeten in een beleidsplan vastleggen hoe zij binnen die kaders schuldhulpverlening bieden.

In dit beleidsplan, met een duur van ten hoogste vier jaar, moet worden aangegeven: • Welke resultaten beoogd worden; • Welke maatregelen genomen worden om de kwaliteit te borgen van de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd; • Het maximaal aantal weken dat de gemeente nastreeft met betrekking tot de wachttijd voor het eerste gesprek waarin de hulpvraag wordt vastgesteld; • Hoe de samenwerking met schuldeisers, waaronder verhuurders, zorgverzekeraars, water- en energiebedrijven wordt vormgegeven; • Hoe schuldhulp in te richten voor gezinnen met inwonende kinderen. Kaders curatieve schuldhulpverlening Curatieve schuldhulpverlening wordt uitgevoerd aan de hand van de gestelde wettelijke kaders van de Wgs en de landelijke richtlijnen van de NVVK. Dit zijn landelijke regels en uitvoeringskaders op basis waarvan de gemeenten in Nederland de curatieve schuldhulpverleningstrajecten zoals de schuldregeling, betalingsregelingen, budgetbeheer, stabilisatie of de doorgeleiding richting het wettelijke traject (Wsnp) uitvoeren. Voor de trajecten geldt dat deze specifiek zijn vormgegeven aan de hand van termijnen, afspraken met schuldeisers, convenanten, verbinding met andere wetgeving etc.

Hieronder valt bijvoorbeeld de aflosperiode van 18 maanden in een schuldregeling, de inzet van dwangmiddelen in een schuldregeling uit de Faillissementswet en de berekening van de afloscapaciteit conform de Vrij te laten bedrag (VTLB) berekening van de Recofa (het landelijk overlegorgaan van rechter-commissarissen). Bovendien betekent het lidmaatschap van de NVVK een kwaliteitskeurmerk door de uitgebreide audits die worden uitgevoerd, zie ook bijlage 3 Kwaliteitseisen.

13

De vaste lastenpartners zijn energiemaatschappijen, drinkwaterleveranciers, zorgverzekeraars en verhuurders.

23

Bijlage 2 Fasen van schuldhulpverlening In deze bijlagen zetten we de verschillende fasen van schuldhulpverlening onder elkaar zodat het achter elkaar staat en een helder beeld geeft van schuldhulpverlening. Delen van deze bijlagen zijn ook in de hoofdtekst verwerkt en zijn dus dubbel.

Preventie en vroegsignalering Preventie Voorkomen is beter dan genezen. Met preventie wordt bedoeld het voorkomen van financiële problemen door van tevoren in actie te komen. Preventie kan ook worden ingezet om grotere financiële problemen of herhaling te voorkomen. Schuldpreventie is een mix van maatregelen, activiteiten en voorzieningen die er op gericht zijn dat mensen financieel vaardig worden en hun financiën op orde kunnen houden. Dit doen we door te proactief te handelen en aandacht te hebben voor de achterliggende oorzaken van financiële problemen en schulden. Vroegsignalering Vroegsignalering is het vroegtijdig signaleren van financiële problemen en hulp hiervoor aanbieden. vroegsignalering is dé manier om te voorkomen dat betalingsachterstanden verder oplopen en zich ontwikkelen tot (problematische) schulden. Per 1 januari 2021 is de Wgs gewijzigd en door deze wetswijziging is vroegsignalering een wettelijke taak voor gemeenten geworden. Op basis van signalen van zorgverzekeraars, energiebedrijven, verhuurders en drinkwaterbedrijven moet de gemeente inwoners met betalingsachterstanden benaderen en hulp aanbieden. De genoemde vaste lastenpartners zijn ook wettelijk verplicht om signalen van beginnende schulden te delen met gemeenten.

Ook dienen deze partijen voorafgaand aan het delen van signalen actie te hebben ondernomen om in contact te komen en te kijken naar een passende oplossing met de inwoner.

Curatie 24

Curatieve schuldhulpverlening is gericht op het stabiliseren en oplossen van schuldenproblematiek met als doel inwoners met (problematische) schulden te helpen aan een schuldenvrije én blijvende toekomst. Met problematische schulden wordt bedoeld, de situatie waarin te voorzien is dat iemand schulden niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen. 14 In ieder geval de situatie waarin niet binnen 36 maanden alle openstaande vorderingen betaald kunnen worden (met een betalingsregeling). Reguliere aanvraag en crisis De schuldhulpverlening start vervolgens binnen 10 werkdagen voor een reguliere aanvraag en binnen 3 werkdagen in het geval van een crisissituatie. Bij gezinnen met kinderen waarbij sprake is van een dreigende huisuitzetting wordt altijd direct actie ondernomen onverlet de omstandigheden. Voor wat betreft crisisinterventie zijn er naast de afspraken over vroegsignalering in de Drechtsteden tussen gemeenten, woningcorporaties, de Dienst Gezondheid & Jeugd en de GR Sociaal specifieke afspraken gemaakt voor dreigende huisuitzettingen. Voor afsluiting van gas, water en elektriciteit geldt landelijke wetgeving die verwerkt is in landelijke convenanten van de NVVK. Naast deze werkwijze kan er tevens door schuldhulpverlening een moratorium worden aangevraagd bij de rechtbank.

Dit geeft de schuldhulpverlening de tijd om de hulpverlening en regeling op te zetten, waarbij er maximaal 6 maanden geen huisuitzetting of afsluiting mag plaatsvinden. Intake en oriëntatiefase De start is het intakegesprek waarin de hulpvraag, (schulden)situatie, motivatie en vaardigheden wordt vastgesteld. Het intakegesprek is de start van de oriëntatiefase. Deze is bedoeld om inzicht te krijgen in de financiële en persoonlijke situatie van de inwoner. Ook wordt onderzocht of er sprake is van andere bredere problematiek en of andere flankerende hulpverlening of ondersteuning nodig is. Dit alles wordt vastgelegd in een plan van aanpak waarin helder wordt aangegeven welk traject er ingezet wordt, wat er nog nodig is of moet gebeuren en het tijdspad. Na de oriëntatiefase zijn er vier mogelijke vervolgopties: - Informatie en advies: Voor de inwoner die de situatie zelf kan oplossen of wanneer er geen specifiek aanbod kan worden gedaan. - Duurzame financiële dienstverlening: Voor het beheersbaar maken van de situatie en het voorkomen van escalatie wanneer een stabilisatietraject of schuldregeling (nog) niet mogelijk is. Dit biedt ook ondersteuning in situaties met weinig of geen perspectief op een schuldenvrije toekomst (bijvoorbeeld door fraudeproblematiek).

- Budgetbeheer: Budgetbeheer is het (tijdelijk) beheren van de financiën van de inwoner, waardoor de betaling van de vaste lasten zeker gesteld worden. - Voortraject voor schuldregeling (stabilisatietraject): Het stabilisatietraject dient als voorbereiding op een schuldregeling. Bij problematische schulden zonder verdere persoonlijke en/of financiële belemmeringen kan een schuldregeling worden ingezet. - 100% regeling: Een betalingsregeling waarbij de schulden volledig afbetaald kunnen worden. Schuldregeling en aflossing: saneringskrediet of schuldbemiddeling De daadwerkelijke minnelijke schuldregeling volgt op het stabilisatietraject. Tijdens de schuldregeling wordt onderhandeld en geprobeerd overeenstemming te bereiken met de schuldeisers. Als alle schuldeisers akkoord gaan met het aanbod, is de schuldregeling geslaagd en gaat de inwoner gedurende 18 maanden lang aflossen. Er zijn twee vormen van schuldregeling: (1) schuldbemiddeling en (2) saneringskrediet. Beide vormen zijn in de regel op basis van finale kwijting. Dat wil zeggen alleen het deel dat de inwoner kan aflossen wordt terugbetaald en de rest wordt kwijtgescholden. De voorkeur gaat uit naar saneringskrediet vanwege: minder administratieve lasten, snellere afhandeling en meer duidelijkheid en voordelen voor de inwoner en schuldeiser.

14

Definitie ‘problematische schuld’ van de NVVK.

25

De schuldeiser kan de boeken sluiten en de inwoner kan zich bijvoorbeeld weer direct aanvullend verzekeren bij de zorgverzekeraar. In 2024 is de verhouding in de Drechtsteden ongeveer 80% saneringskrediet en 20% schuldbemiddeling. Een saneringskrediet en schuldbemiddeling kennen beide een aflostermijn van 18 maanden en op beide varianten wordt het afkoopbedrag afgelost in deze periode. Bij beide trajecten is er begeleiding gedurende de aflosperiode in de vorm van periodieke gesprekken. Het verschil is dat bij een schuldbemiddeling door de GR Sociaal gespaard wordt gedurende de 18 maanden aflossing en periodiek na hercontroles wordt uitbetaald aan schuldeisers. Bij een saneringskrediet wordt het overeengekomen afkoopbedrag direct uitbetaald aan de schuldeisers via het krediet. De inwoner lost vervolgens gedurende 18 maanden het saneringskrediet af. Dwangakkoord en Wsnp Als een minnelijke schuldregeling mislukt, bijvoorbeeld door gebrek aan medewerking van de schuldeisers, wordt allereerst gevraagd aan schuldeisers om hun weigering te heroverwegen. Indien dit niet gebeurt kunnen er of dwangmiddelen vanuit de Faillissementswet ingezet worden als het dwangakkoord. In dat geval kan de rechter besluiten om de schuldeisers alsnog te dwingen mee te werken met de minnelijke schuldregeling.

De laatste mogelijkheid is het indienen van het verzoek bij de Rechtbank om toegelaten te worden tot de Wsnp. Bij dit verzoek moet ook een ‘Wsnp- verklaring’ van de GR Sociaal worden ingediend. Daarmee wordt aangegeven dat een minnelijke schuldregeling niet mogelijk is. Om dreigende situaties als een huisuitzetting tijdens de periode van het verzoek tot toelating tot het wettelijk Wsnp-traject te voorkomen, kan bij de rechtbank een voorlopige voorziening worden aangevraagd. Tot het moment van de uitspraak mogen schuldeisers hun rechten niet uitoefenen. Gedurende dit hele proces kan budgetbeheer worden geboden: het (tijdelijk) beheren van de financiën van de klant, waardoor de betaling van de vaste lasten zeker gesteld worden.

Nazorg Na het succesvol afronden van een schuldregelingstraject wordt nazorg geboden. Nazorg is een essentieel onderdeel van de schuldhulpverlening met als doel de inwoner te ondersteunen bij de start van een schuldenvrij leven, ervoor te zorgen dat de inwoner duurzaam uit de schulden blijft én terugval waar mogelijk te voorkomen. De memorie van toelichting van de Wgs plaatst nazorg in het kader van preventie, want door goede nazorg te bieden kunnen nieuwe financiële problemen voorkomen worden. Proces nazorg Zes maanden voorafgaand aan het einde van het schuldregelingstraject wordt reeds gestart met het gesprek over nazorg door hier aandacht voor te hebben tijdens het begeleidingstraject. De schuldhulpverlener stelt samen met de inwoner een plan van aanpak op waarbij gekeken wordt naar de persoonlijke en financiële situatie en de behoefte/noodzaak voor ondersteuning na afronding van het traject. Vervolgens betrekt de schuldhulpverlener, afhankelijk van de uitkomsten van het gesprek en de behoefte van de inwoner, de schuldenketen om te zorgen voor een warme overdracht. De eerste stap voor deze overdracht gebeurt via een driegesprek tussen schuldhulpverlener, schuldenketenpartner en inwoner. Schulden houden immers vaak verband met andersoortige problematiek, waardoor samenwerking en het inzetten van elkaars expertise essentieel is in de ondersteuning van kwetsbare inwoners.

In de periode die volgt zal er samen worden opgetrokken door de ketenpartner en de GR Sociaal om zorg te dragen voor een soepele en warme overdracht na afloop van het schuldregelingstraject. Afspraak is ook dat er altijd een waakvlam blijft. Indien hulp van de GR Sociaal tijdens of na afloop van de nazorg door de schuldenketen nodig is, is dit te allen tijde beschikbaar.

26

Bijlage 3 Kwaliteitseisen, juridische aspecten en wachttijden (curatie) Kwaliteitseisen De branchevereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (NVVK) heeft kwaliteitsnormen ontwikkeld in de vorm van de gedragscodes schuldregelen, budgetbeheer en sociale kredietverlening. De SDD is lid van de NVVK en werkt conform diens gedragscodes. De SDD is sinds 2014 in het bezit van het NVVK-certificaat. De NVVK toetst eens per drie jaar met onafhankelijke auditoren de kwaliteit van dienstverlening van haar leden. Door de audit wordt zichtbaar gemaakt dat de leden aan alle uniforme en controleerbare kwaliteitseisen voldoen en dus kwalitatief goede schuldhulpverlening bieden. Bovendien betekent het lidmaatschap van de NVVK een kwaliteitskeurmerk door de uitgebreide audits die worden uitgevoerd. Juridische aspecten en wachttijden Sinds de invoering van de Wgs is de schuldhulpverlening een publieke taak en heeft deze een bestuursrechtelijk kader. Een besluit tot het doen van een aanbod of het afwijzen van een verzoek tot toelating tot schuldhulpverlening en de (tussentijdse) beëindiging van een schuldhulpverleningstraject vallen onder de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en worden kenbaar gemaakt met een beschikking. Op grond van de Awb kunnen de ontvangers van het besluit bezwaar (en beroep) aantekenen. De termijnen van de Awb gelden dus ook voor de schuldhulpverlening.

De inhoud van de dienstverlening (trajecten) is privaatrechtelijk geregeld. De afspraken met de inwoner worden contractueel in een overeenkomst vastgelegd. Er zijn allerlei landelijke regels en uitvoeringskaders op basis waarvan de gemeenten in Nederland de curatieve schuldhulpverleningstrajecten zoals de schuldregeling, budgetbeheer, stabilisatie of de doorgeleiding richting het wettelijke traject (Wsnp) uitvoeren. Voor de trajecten geldt dat deze specifiek zijn vormgegeven aan de hand van termijnen, afspraken met schuldeisers, convenanten, verbinding met andere wetgeving etc. Hieronder valt bijvoorbeeld de aflosperiode van 18 maanden in een schuldregeling, de inzet van dwangmiddelen in een schuldregeling uit de Faillissementswet en de berekening van de afloscapaciteit conform de Vrij te laten bedrag (VTLB) berekening van de Recofa (het landelijk overlegorgaan van rechter-commissarissen). De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening stelt eisen aan de wacht- en doorlooptijden. Voor het reguliere aanbod geldt een maximale wachttijd van 4 weken voor de periode tussen de melding en het moment dat de hulpvraag wordt vastgesteld via het eerste gesprek. De doelstelling die de GR Sociaal hiervoor hanteert is veel korter, namelijk een termijn van 10 werkdagen. voor wat betreft een crisissituatie mag er maximaal 3 werkdagen zitten tussen het moment van melding en het crisisgesprek.

In het geval van vroegsignalering gelden andere wachttijden. In de aangepaste Wgs is bepaald dat er maximaal 4 weken mag zitten tussen het moment waarop een inwoner aangeeft met de gemeente in gesprek te willen en het daadwerkelijke gesprek.

27

Bijlage 4 Totaaloverzicht van alle regionale indicatoren Streven

Indicator

2025 (begin)

2029 (beoogd)

Schuldenrust

Tijd tussen de aanmelding en het eerste gesprek

95% binnen 10 werkdagen*

Handhaven huidige indicator (95% binnen 10 werkdagen)

Schuldenrust

(nulmeting nieuwe activiteit)

80% van de doelgroep is benaderd en krijgt een hulpaanbod

Schuldenrust

Proactieve dienstverlening voor bijstandsgerechtigden met zorgverzekeringsschulden en beslagleggingen Gemiddelde schuld**

De gemiddelde schuld bedraagt € 36.019 (2023)

De gemiddelde schuld is gedaald naar € 30.000

Perspectief

Nieuw gestarte trajecten

Perspectief

Slagingspercentage stabilisatietraject

10% meer inwoners met schulden hebben een hulpaanbod ontvangen ten opzichte van 2023 (1.459) In 75% van de gevallen wordt succesvol een stabilisatietraject afgesloten***

20% meer inwoners met schulden hebben een hulpaanbod ontvangen ten opzichte van 2023 (1.459) In 90% van de gevallen wordt succesvol een stabilisatietraject afgesloten***

Perspectief

Slagingspercentage schuldregelingstraject

Perspectief

Succesvolle uitstroom na doorlopen minnelijk traject Herinstroom (recidive) schuldhulpverlening binnen 3 jaar

In 85% van de gevallen wordt succesvol een schuldregelingstraject afgesloten**** Nulmeting, nog niet eerder gemeten

In 90% van de gevallen wordt succesvol een schuldregelingstrajectafges loten**** 85% van de minnelijke trajecten wordt succesvol afgerond Maximaal 10% van de inwoners stromen opnieuw in.

Duurzaam

(nieuwe nulmeting)*****

*de wettelijke termijn bedraagt 4 weken **de gemiddelde schuld heeft een link met vroegsignalering én curatie. Bij curatie zegt deze indicatie met name iets over de snelheid van het proces (schulden lopen daarmee niet onnodig nog langer op) ***Stabilisatie: Onder een positieve afsluiting wordt verstaan: de schulden zijn afbetaald, er is een betalingsregeling getroffen, de schulden zijn geherfinancierd of overdracht naar schuldregeling. ****Succesvol schuldregelingstraject: Een schuldregeling is geslaagd als er een saneringskrediet wordt toegekend, een schuldbemiddeling wordt gestart of als een Wsnp verklaring wordt afgegeven. *****Het is een nieuwe nulmeting, omdat de meting tot nu toe altijd over binnen 5 jaar terugval ging. Doordat de curatie echter ingekort is naar 18 maanden kiezen we ervoor om ook de meting te verkorten naar 3 jaar, zodat dit beter aansluit en we sneller zicht hebben na uitstroom uit de kortere periode van schuldhulpverlening.

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1056/documents/15142