V-22-01 Vragenuurvragen PvdA; Schuldhulpverlening, bijlage 1 Samen zorgen voor perspectief.pdf
Tekst van het document
Samen zorgen voor perspectief Armoede raakt ons allemaal
Visie en ontwikkeling Armoedebeleid 2019 – 2022 April 2019
Inhoud Voorwoord
3
1. Een integraal armoedebeleid 1.1 Inleiding 1.2. Overbetuwe Samen 1.3 Armoede als systemisch vraagstuk 1.4 Doelgroepen van het armoedebeleid in Overbetuwe 1.4 Strategische partners 1.5 Dienstverlening en aanbod
4 4 5 6 8 10 10
2. Armoedebeleid en Schuldhulpverlening 2019 - 2022 2.1. Speerpunten Armoedebeleid en Schuldhulpverlening 2.2. Uitwerking Speerpunten 2.2.1 De voorkant van armoede- en schuldenproblematiek: preventie in brede zin 2.2.2. Integrale toegang tot hulp en ondersteuning en integraal aanbod 2.2.3 Betaald werk waar mogelijk, sociale participatie als eerste stap 2.2.4 De lokale samenleving als partner ten aanzien van armoede en schulden 2.2.5 Kinderen in armoede als prioritaire doelgroep 2.2.6 Curatief armoedebeleid: inkomensregelingen en schuldhulpverlening
12 12 12 12 14 16 17 18 20
3. Financiën en monitoring 3.1 Financiën 3.2 Beleidsindicatoren
23 23 24
4. Vervolg
25
Bijlage A. Huidige minima regelingen Bijlage B. Omgekeerde toets & strategie stress sensitieve dienstverlening Bijlage C Tussentijds voortgangsverslag pilots Uitvoeringsplan ‘Opgeteld Beter’
26 32 34
2
Voorwoord In januari 2019 heeft de gemeenteraad van de gemeente Overbetuwe de startnotitie ‘Samen zorgen voor Perspectief’ vastgesteld. In deze startnotitie is een globale lijn geformuleerd voor een nieuw integraal beleid gericht op armoede en schuldhulpverlening. Belangrijke aandachtspunten waren het (nog) meer insteken op preventie van armoede en schulden enerzijds, en het belang van samenwerking tussen de verschillende diensten en initiatieven die zich bezig houden met armoede en schulden anderzijds. Hier tussenin stond, met nadruk, een andere benadering van ‘de mens’ die met armoede te maken heeft. Het langdurig moeten rondkomen van een minimuminkomen, al of niet in combinatie met schulden, ‘doet’ namelijk iets met een mens. Armoede is zoveel meer dan HQNHOHHQWHNRUWDDQ¿QDQFLsOHGUDDJNUDFKW$UPRHGHKHHIWLQYORHGRSKHWVRFLDOHOHYHQRSKHWJHzinsleven en op het toekomstperspectief. Mensen die langdurig in armoede leven maken, volgens ‘anderen’ soms ‘rare’, op de korte-termijn gerichte keuzes. De meeste recente wetenschappelijke inzichten op dit terrein laten zien dat deze keuzes helemaal niet zo ‘raar’ zijn. Gelukkig geven dezelfde wetenschappelijke inzichten ons ook handvaten hoe het anders kan. In dit beleidsplan werken we kaders uit de startnotitie nader uit.
We zetten sterk in op preventie en het op de juiste manier benaderen van de inwoner die te PDNHQKHHIWPHWDUPRHGHRI¿QDQFLsOHSUREOHPHQ Dit betekent zeker niet dat we een focus op zelfredzaamheid uit het oog verliezen. Integendeel. Juist door te zorgen dat een inwoner zich ‘begrepen’ voelt, er weinig drempels zijn richting ondersteuning, en de inwoner via meerdere manieren in beeld kan komen en/of om ondersteuning kan vragen wordt de zelfredzaamheid ondersteund. Verbinden vormt een centraal onderdeel van dit beleidsplan. Het gaat hierbij om verbinden op verschillende manieren en op verschillende niveaus. Om te beginnen een verbinden in de uitvoering. ,QZRQHUVGLHWHPDNHQKHEEHQPHWVWUXFWXUHOH¿QDQFLsOHSUREOHPHQRIDUPRHGHKHEEHQPHHVWDO QLHWppQSUREOHHP'H¿QDQFLsOHVLWXDWLHKHHIWQDPHOLMNHHQXLWVWUDOLQJVHIIHFWQDDUYHOHDQGHUH OHYHQVJHELHGHQ$QGHU]LMGVNDQKHWRRN]R]LMQGDWHHQ¿QDQFLHHOSUREOHHPMXLVWRQWVWDDWGRRUGDW er op een ander levensgebied zich een, naar het aanziet, onoplosbaar probleem voordoet. In dit beleidsplan streven wij ernaar, mede in relatie tot het project Overbetuwe Samen en de visie Participatiewet: “Van cliënt naar kandidaat, samen sterk voor een samenleving die werkt”, daadwerkelijk te verbinden en een integrale ondersteuning en hulpverlening neer te zetten. Dit beleidsplan is nadrukkelijk een dynamisch document.
Aangezien de ‘juiste’ koers niet altijd tot in GH¿QHVVHVYDQWHYRUHQLVDDQWHJHYHQLVUXLPWHQRGLJRPWHNXQQHQH[SHULPHQWHUHQ:LMGRHQGLW inmiddels al in het kader van het uitvoeringsplan Schuldhulpverlening ‘Opgeteld Beter’. Deze ingeslagen koers zetten we voort met dit beleidsplan en het hierop volgende uitvoeringsplan. Natuurlijk zijn er ook bijzondere speerpunten. Eén daarvan betreft de kinderen/jongeren die opgroeien in armoede. Met dit beleidsplan hopen we verdere stappen te zetten om deze kinderen en jongeren een zo goed mogelijk voorbereiding te geven op een toekomst zonder armoede. DaarQDDVWVWUHYHQZHHUQDDU¿QDQFLsOHGUHPSHOVGLHKHWDDQYDDUGHQYDQDUEHLGRIHHQDQGHUHYRUP van maatschappelijke participatie in de weg staan, zo veel mogelijk weg te nemen.
We zorgen samen voor perspectief! Dimitri Horsthuis – Tangelder Wethouder Armoede- en Minimabeleid Gemeente Overbetuwe 3
1. Een integraal armoedebeleid 1.1
Inleiding
Langdurig moeten rondkomen van een minimuminkomen, schulden en armoede hebben veel met HONDDUWHPDNHQ%LMDUPRHGHGHQNHQZHDOVQHODDQHHQWHNRUWDDQ¿QDQFLsOHPLGGHOHQ(HQLQZRner is arm indien zijn inkomen op of onder de zogeheten ‘armoede grens’ ligt. Met de armoedegrens wordt het minimale inkomen bedoeld dat nodig is om te voorzien in de basisbehoeften van het beVWDDQ'LWLVHHQGH¿QLWLHGLHELMYRRUEHHOGKHW6&3KDQWHHUW Zoals in de startnotitie al aangegeven hanteren we in dit beleidsplan een bredere opvatting van DUPRHGH$UPRHGHJDDWQDPHOLMNRYHU YHHO PHHUGDQDOOHHQLQNRPHQ$UPRHGHLVHHQFRPSOH[ verschijnsel met een aantal samenhangende dimensies. Inkomen is er hier één van en maatschappelijke participatie, opleidingsniveau, gezondheid, redzaamheid, wonen en leefomgeving, spelen eveneens een belangrijke rol. Bij inwoners in armoede is op meerdere van deze leefgebieden sprake van een achterstand. Deze achterstanden versterken elkaar. Armoede in de brede betekenis raakt het hele leefsysteem van de inwoner en gaat in de kern over sociale uitsluiting. Daarnaast is het toekomstperspectief een belangrijk onderscheidend kenmerk, vooral in die situaties waarin niet of nauwelijks uitzicht is op werk of verandering van leefsituatie.
Mensen die in een VLWXDWLHYDQDUPRHGHHQ¿QDQFLsOHSUREOHPHQYHUNHUHQNRPHQYDDNLQHHQYLFLHX]HFLUNHOWHUHFKW waardoor problemen verergeren en het steeds moeilijker wordt om deze situatie te doorbreken. Onze samenleving vraagt om een meer participatieve houding van inwoners. Steeds meer wordt een beroep gedaan op zelfredzaamheid en ‘eigen kracht’. Tegelijk weten we ook dat deze zelfredzaamheid niet vanzelfsprekend is. Een effectief armoedebeleid vraagt daarom om meer dan alleen inkomensondersteuning aan inwoners met een smalle beurs. Het vraagt om een integrale aanpak waarbij het minimabeleid, inkomensondersteuning en schulddienstverlening naadloos op elkaar aansluiten. Daarnaast kan juist een verbinding met participatie, jeugd, WMO en gezondheidsbeleid zorgen voor een toekomstperspectief voor een inwoner in armoede of die de kans loopt hierin te geraken. In de startnotitie integraal armoedebeleid 2019 – 2022 hebben we de volgende ambitie geformuleerd: Wij hebben in 2020 een sluitende integrale aanpak gerealiseerd, gericht op preventie, vroegsignalering en maatwerk voor onze inwoners waardoor we kwaliteit verhogend de armoede en schulden in Overbetuwe effectief aanpakken. • Het in de startnotitie verwoorde basisschema wordt in dit beleidskader verder uitgewerkt.
Dit basisschema houdt in dat we in onze benadering: • - uitgaan van het individu en oog hebben voor de effecten van armoede en schulden op cognitie en gedrag; • LQEUHGH]LQLQVWHNHQRSSUHYHQWLHYDQDUPRHGHHQVFKXOGHQPHWH[WUDDDQGDFKWYRRUNLQGHUHQ en jongeren; • - in samenwerking met maatschappelijke partners en domein-overstijgend, een integrale toegang en dienstverlening realiseren; • - een effectieve aanpak realiseren waarbij ruimte is voor maatwerk en die aantoonbaar bijdraagt aan de redzaamheid van inwoners. 4
1.2.
Overbetuwe Samen
In het integraal armoedebeleid haken we vanzelfsprekend aan bij de visie en uitgangspunten uit het Beleidsplan Sociaal Domein 2017-2021 en de notitie “Het gewone leven als basis”1. Dit houdt in: 1. Wij gaan altijd uit van de mogelijkheden van de inwoner. 2. Wij werken altijd vanuit het principe van ‘maatwerk’. 3. Eén gezin/huishouden, één plan, één regisseur. 4. Inwoners doen bij voorkeur één keer hun verhaal. 5. We bieden altijd onafhankelijke cliëntondersteuning aan. 6. Bij bieden ruimte en vertrouwen aan de professional. Het integraal armoedebeleid staat evenmin los van andere majeure ontwikkelingen binnen de gemeente. Onder de noemer ‘Overbetuwe Samen’ wordt gewerkt aan de doorontwikkeling van het sociaal domein richting één toegang en een samenhangende ondersteuning met zo min mogelijk ‘schotten’.
Figuur 1: Integrale aanpak sociaal beleid
De focus in het project Overbetuwe Samen ligt bij maatschappelijk participatie van alle inwoners en het realiseren van passende ondersteuning op tijd en op maat, die wordt geboden in de directe leefomgeving van de inwoner, die betaalbaar is en van goede kwaliteit. Het gaat dan om: a. Het verder vorm geven van de 1-loket-gedachte. b. Verdere professionalisering van de uitvoering, met de inwoners binnen de gemeente als basis. c. Een andere vormgeving van het samenspel met de maatschappelijke partners, waarbij partnerschap op alle niveaus de basis vormt.
1
Het beleidsplan is vastgesteld door de raad op 9-4-2019, de visie is te vinden onder corsanummer 18bij11533 5
Participatie en schuldhulpverlening zijn in de eerste ontwikkelingsfase nog niet direct aangehaakt qua uitvoering. In dit beleidsplan sorteren we echter wel uitdrukkelijk voor op nadere integratie met het project Overbetuwe Samen en de wijze waarop ondersteuning in het sociaal domein in de QDELMHWRHNRPVWZRUGWYRUPJHJHYHQ=RDOVJH]HJGVWDDQ¿QDQFLsOHSUREOHPHQHQVFKXOGHQQLHW RS]LFK]HOIHQJDDWDUPRHGHRPYHHOPHHUGDQ¿QDQFLsOHWHNRUWHQ-XLVWGRRUELMHHQLQZRQHULQ armoede, naast een eventueel ingrijpen op schulden, ook voor andere aangrijpingspunten te kiezen GDQDOOHHQKHWµ¿QDQFLsOHYHUKDDO¶NDQHHQYHUEHWHULQJRSKHWYODNYDQVRFLDOHSDUWLFLSDWLHEHOHYLQJ van gezondheid of wellicht perspectief op arbeid worden bereikt. Het model uit de volgende paragraaf licht dit nader toe.
1.3
Armoede als systemisch vraagstuk
Figuur 2: Eco-model Armoede
In de aanloop tot dit beleidsplan hebben we vanuit verschillende invalshoeken en aangrijpingspunten informatie en input opgehaald. HierELMKHEEHQZHKHWFRPSOH[HYUDDJstuk van armoede meer inzichtelijk gemaakt door gebruik te maken van het ecosysteem model. Dit model ZRUGWZHHUJHJHYHQLQGH¿JXXU hiernaast. In dit model geven de verschillende lagen aspecten weer van de leefwereld van een individu (huishouden). In de verschillende lagen zijn het ook steeds andere actoren die ‘invloed’ uit kunnen oefenen. Deze actoren of de verschillende invloedssferen kunnen aangrijpingspunten bieden voor beleid en/of uitvoering.
Inzet van het gemeentelijk beleid is, waar mogelijk, het versterken van eigen kracht, redzaamheid en mogelijkheden van de inwoner. Door de kennis hoe armoede op de mens inwerkt mee te nemen in beleid, kunnen we daadwerkelijk maatwerk bieden en succesvolle strategieën ontwikkelen die YRRUGLWVSHFL¿HNHLQGLYLGXELQQHQ]LMQGLUHFWHOHHIV\VWHHPHLJHQNUDFKWHQPDDWVFKDSSHOLMNHSDUWLFLSDWLHYHUVWHUNHQ,QLHGHUHODDJ]LMQHUHYHQHHQVVSHFL¿HNHDDQJULMSLQJVSXQWHQYRRUHHQLQWHJUDDO armoedebeleid te benoemen. Daarnaast zal duidelijk zijn dat de verschillende cirkels elkaar beïnvloeden. 7RHOLFKWLQJRSGHYHUVFKLOOHQGHODJHQ ¿JXXU •
Wat betekent: de mens centraal? In recente onderzoeken naar armoede en schulden, komt steeds meer aandacht voor de psychische componenten die hiermee samenhangen. Anders dan de dominante beeldvorming, die inhoudt dat armoede en schulden in eerste instantie ‘eigen schuld’ zijn, is er aandacht voor de cognitieve vermogens van mensen in armoede en de onvermijdelijkheid van bepaald gedrag
6
Armoede gaat vaak samen met een psychische kwetsbaarheid o.a. door chronische stress en mentale belasting. Uit verschillende onderzoeken is duidelijk dat het ‘doen-vermogen’ en de cognitieve vermogens van mensen onder stress en mentale belasting – bijvoorbeeld als gevolg van armoede en schulden - , aanzienlijk afneemt. In een dergelijke situatie heeft een cursus ‘omgaan met geld’ niet zo veel zin. Het aanpakken van armoede of schulden is in deze visie veel minder een technisch proces gericht op inkomensondersteuning of onderhandeling met schuldeisers. Het is een psychisch proces waarbij de klant en zijn behoeften centraal staan. Een effectief beleid heeft tot doel om ‘naast’ iemand te staan (eventueel met inzet van ervaringsdeskundigen). Hierbij is ook een stress-sensitieve benadering van belang (zie 1.5). Als we de inwoner ondersteunen in zijn zelfredzaamheid doen we dat het best door complementair te zijn aan de mogelijkheden die hij al heeft en deze waar mogelijk verder te ontwikkelen. Voor de één kan dit intensieve ondersteuning en toeleiden naar betaalde arbeid zijn. Voor de ander kan dit juist een interventie gericht op sociale activering (sociale inclusie) of beweging (gezondheid) zijn. •
Wat is de rol van de directe sociale omgeving: gezin, familie, buurt? Een directe sociale omgeving / netwerk kan al of niet ondersteunend zijn voor een inwoner die te maken heeft met (de kans op) armoede. Dominante beeldvorming over armoede (het is je µHLJHQVFKXOG¶ LQFRPELQDWLHPHWVFKDDPWHNDQHHQEHODQJULMNHUROVSHOHQ¿QDQFLsOHSUREOHPHQ juist niet vroegtijdig met anderen te delen. Ook is het niet altijd direct zichtbaar dat een inwoner of een gezin in armoede leeft. We spreken dan van ‘stille armoede’. 2PDUPRHGHRQGHUNLQGHUHQDDQWHSDNNHQLVKHWQRGLJRRJWHKHEEHQYRRUGH¿QDQFLsOH en sociale positie van de ouders. Een verbetering van de gehele leefomgeving van kinderen, begint bij het verbeteren van een onzekere en instabiele leefsituatie. Ook is alertheid op overJDQJHQ ELMYRRUEHHOGHHQNLQGZRUGWMDDU HQGH¿QDQFLsOHFRQVHTXHQWLHVKLHUYDQYDQJURRW belang. %LQQHQYHHOJH]LQQHQLV¿QDQFLsOHHGXFDWLHJHHQRQGHUGHHOYDQGHRSYRHGLQJ%RYHQGLHQ]LMQ er vaak positieve gedachten over het lenen van geld en is sparen minder vanzelfsprekend. Als deze attitudes generatie op generatie worden doorgegeven, in combinatie met een structureel laag inkomen, kan ‘generatie armoede’ ontstaan. Het kind of de jongere vormt in dit geval het aangrijpingspunt om deze cirkel te doorbreken.
•
De rol van het indirecte leefsysteem: werk, school, sport, woningbouw, nutsbedrijven Binnen dit onderdeel van het leefsysteem zitten de organisaties en instanties die een belangrijke signalerende rol kunnen hebben bij armoede en schulden. Een inwoner/huishouden heeft altijd te maken met verschillende instanties in deze laag. Bijvoorbeeld een werkgever, de school van de kinderen, de huisbaas en het energiebedrijf. Deze laag speelt een belangrijke rol bij YURHJVLJQDOHULQJYDQ¿QDQFLsOHSUREOHPHQEHWDOLQJVDFKWHUVWDQGHQHQGH]RJHKHWHQµVWLOOH armoede’. De nieuwe Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), die nu ter internetconsultatie ligt maakt het mogelijk in een vroeg stadium over betalingsachterstanden te communiceren met de gemeente. Daarnaast kunnen scholen een belangrijke rol spelen bij het signaleren van kinderen die opgroeien in armoede en die te maken krijgen met uitsluiting. Deze laag speelt ook een belangrijke rol bij het ontwikkelen van een integrale dienstverlening en sluitende ketens.
7
•
Het lokale systeem: integrale dienstverlening door de gemeente en haar (keten)partners In Overbetuwe wordt al veel ondernomen om armoede terug te dringen en schulden in een vroegtijdig stadium te signaleren en zo mogelijk problematische schulden te voorkomen. Van belang is één, laagdrempelige toegang voor werk, participatie, inkomen en schuldhulpverlening. Dit in combinatie met goede informatie en voorlichting die de doelgroepen ook kunnen begrijpen. Het nieuwe systeem Overbetuwe Samen biedt mogelijkheden de ketensamenwerking ook op het gebied van armoede en schulden verder te verbeteren. Vanuit een brede kijk / intake bij alle JHELHGHQGLHYDOOHQRQGHUKHWVRFLDDOGRPHLQZRUGWKHWPRJHOLMN¿QDQFLsOHSUREOHPHQVFKXOGHQ en armoede vroegtijdig te signaleren en kunnen deze waar nodig ook gelijktijdig met een ander YUDDJVWXNZRUGHQRSJHSDNW'H=HOIUHG]DDPKHLGVPDWUL[ =50 NDQKLHUELMHHQKXOSPLGGHO]LMQ
•
Het systeem op afstand: wet- en regelgeving, cultuur, politiek De laatste jaren is er landelijk steeds meer aandacht voor armoede en schulden. In 2017 heeft de kinderombudsman het rapport ‘alle kinderen kansrijk, het verbeteren van kans van kinderen in armoede’ uitgebracht. Het kabinet wil een structurele aanpak van armoede via werk, door preventie van armoede en schulden en het voorkomen van terugval.
1.4
Doelgroepen van het armoedebeleid in Overbetuwe
Mensen die moeten rondkomen van een uitkering zijn in veel gevallen arm en hebben de grootste kans om in armoede te raken. Dit geldt in het bijzonder voor een aantal risicogroepen. Dit zijn: • Inwoners die leven van uitkeringen op het wettelijk sociaal minimum (bijstandsniveau); • Zelfstandigen met een laag (en mogelijk wisselend) inkomen; • Eenoudergezinnen met minderjarige kinderen; • Statushouders en inwoners met een migratie achtergrond; • Mensen met een licht verstandelijke beperking. Statistische gegevens Uit de (tussen) evaluatie uit 2016 (cijfers 2015) van het armoedebeleid blijkt dat van de bijna 19000 huishoudens in de gemeente Overbetuwe (ongeveer 6,5 %) moet rondkomen van een inkomen op het wettelijk sociaal minimum (Wsm tot 110% ). Anno 2018 zit ongeveer 6% van de huishoudens op een inkomen op of rond het sociaal minimum (Wsm 100%)2. In het algemeen kan gesteld worden dat er in de gemeente Overbetuwe, in vergelijking met het gemiddelde in de provincie Gelderland of Nederland als geheel, relatief weinig huishoudens leven van een bijstandsuitkering of een inkomen op dit niveau. Dit geldt zowel voor de groep inwoners vanaf 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd als voor ouderen3.
2
Zie de website: Waarstaatjegemeente.nl. Volgens deze cijfers van het CBS uit 2018 moeten in de gemeente Overbetuwe “21,1 inwoners van 18 jaar en ouder van ieder 1000 inwoners van 18 jaar en ouder” (kortom, 2,1 promille) rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau. in provincie Gelderland 34,3 / 1000 inwoners van 18 jaar en ouder; in Nederland 40,1 / 1000 inwoners van 18 jaar en ouder). 3 Het aantal ouderen dat moet rondkomen van een uitkering op het niveau ‘bijstand’ is in Overbetuwe 1,1 inwoner / 1000 inwoners van 74 jaar en ouder; in Nederland 4,0 inwoners / 1000 inwoners van 74 jaar en ouder). 8
'HFLMIHUVGLHZHKHEEHQRYHU]LMQPLQGHUVSHFL¿HNGDQGHFLMIHUVXLWGHHYDOXDWLHPDDU wijken qua percentages weinig af van de cijfers die zijn gebruikt in de evaluatie uit 2016 (cijfers 2015). Daarom gebruiken we hier de cijfers uit de evaluatie 2016 zodat we inzichtelijk kunnen maken om hoeveel huishoudens/kinderen het feitelijk gaat. Daarnaast kan worden opgemerkt dat juist in een omgeving waar het niet “normaal” is om in arPRHGHWHOHYHQRI¿QDQFLsOHSUREOHPHQWHKHEEHQGLHKHWGDJHOLMNVOHYHQGLUHFWEHwQYORHGHQGH schaamte over deze armoede waarschijnlijk een belangrijke(re) rol speelt dan in een omgeving waar dit wel ‘normaal’ is. Qua noodzaak om tijdig in te grijpen, zien wij het relatief kleine percentage van inwoners / huishoudens die in armoede leeft dan ook niet als maatgevend Evaluatie Minimabeleid 2016 In 2016 is het minimabeleid geëvalueerd. Hieraan kunnen de volgende gegevens worden ontleend. Huishoudens met een minimuminkomen in Overbetuwe (2015) Inkomen tot 105% wettelijk sociaal minimum
802 huishoudens
Niet bekend
Inkomen tot 110% wettelijk sociaal minimum
937 huishoudens
386 kinderen
Inkomen tot 120 % wettelijk sociaal minimum
1129 huishoudens
412 kinderen
Inkomen tot 125% wettelijk sociaal minimum
1259 huishoudens
437 kinderen
Van de inwoners die moeten rondkomen van een minimuminkomen, heeft ruim de helft een bijstandsuitkering. Een kwart heeft inkomen uit werk, WW of WIA. Dit ligt in de lijn met de landelijke FLMIHUVXLWGHUHFHQWYHUVFKHQHQ6&3UDSSRUWDJHµ$UPRHGHLQEHHOG¶5XLPGHKHOIW YDQ de huishoudens met een minimuminkomen bestaat uit alleenstaanden. Huishoudens met kinderen vormen echter ook een aanzienlijke groep (41%). Het huidige minimabeleid richt zich voornamelijk op de huishoudens met een inkomen tot 110% van het Wsm. Maatregelen zoals het Persoonlijk minima-budget en de Gelrepas zijn toegankelijk voor huishoudens met een inkomen tot 110% van het Wsm. Maatregelen zoals de Collectieve zorgverzekering via de gemeente, de bijzondere bijstand (voor bijzondere kosten) en de mogelijkheden voor kinderen via de Stichting Leergeld zijn toegankelijk voor inwoners met een inkomen tot 130% van het Wsm. Wat is een van de belangrijkste conclusies uit de evaluatie van het minimabeleid? Uit de evaluatie van zowel het minimabeleid van Overbetuwe in 2016 en uit gegevens van het Nibud4 en het CBS, blijkt dat voor ieder huishouden met een inkomen tot 120% van het Wsm de kans om in armoede te raken of schulden op te bouwen groot is.
Zeker in situaties ZDDUELMPHQODQJGXULJHHQGHUJHOLMNPLQLPXPLQNRPHQKHHIWLVGH¿nanciële bestedingsruimte om een tegenslag op te vangen zeer gering (zie ook CBS: armoede en sociale uitsluiting, 2018).
4
9
Zie: Nibud, De landelijke organisatie inzake budgetteren, budgetbeheer etc.
Bijzondere aandacht hierbij verdient de categorie tussen de 110% en 120%. Juist zij worden onHYHQUHGLJJHWURIIHQLQGLHQPHQELMYRRUEHHOGGRRUKHWDDQYDDUGHQYDQZHUNRIGRRUÀH[LEHOZHUN een iets hoger inkomen gaan verdienen. Het besteedbaar inkomen voor deze categorie daalt nameOLMNGRRUGDWWRHVODJHQZRUGHQYHUPLQGHUGRIZHJYDOOHQHQGXVRRNGRRUGDWGHH[WUDRQGHUVWHXQLQJ vanuit een gemeentelijk minimabeleid wegvalt. Dit betekent dat inwoners met een inkomen tussen de 110% en 120% sociaal minimum een grote(re) kans lopen in armoede te raken, schulden op te bouwen en belemmerd te worden in hun maatschappelijke participatie. Binnen deze categorie vallen ook inwoners met een chronische ziekte of beperking.
1.4
Strategische partners
Bij het opstellen en uitvoeren van het beleid werken we samen met diverse strategische partners. Zoals in de Startnotitie ‘Samen zorgen voor perspectief’5 omschreven betreft dit de volgende partners: • De inwoner en ervaringsdeskundigen • De gemeenteraad • De Participatieraad • Beleid Sociaal Domein breed • Klankbordgroep armoedebeleid • ([WHUQHSDUWQHUV Stichting Noodfonds - Santé partners - Forte Welzijn - Voedselbank - Stichting leergeld - Woningcorporaties Deze partners zijn onderdeel van het lokale en indirecte leefsysteem en spelen daarmee een belangrijke rol in de dienstverlening en ondersteuning aan onze inwoners. De komende beleidsSHULRGHJDDQZHDDQGHVODJPHWKHWXLWEUHLGHQYDQRQ]HH[WHUQHSDUWQHUV+LHUELMULFKWHQZLMRQV onder meer op scholen, de 1e lijns-voorzieningen uit de gezondheidszorg en werkgevers. Dit doen wij onder andere door het opzetten van een netwerk rondom armoede (zie verder 2.2.4). Hiermee vergroten we onze invloed op het lokale systeem, stimuleren we de onderlinge samenwerking en zullen we effectiever zijn in onze interventies.
1.5
Dienstverlening en aanbod
In Overbetuwe gebeurt al veel op het terrein van het voorkomen en bestrijden van armoede6. Het is wel noodzakelijk de verschillende maatregelen en voorzieningen beter op elkaar aan te laten sluiten. Daarnaast stellen wij ons tot doel onze benadering zo te transformeren dat de inwoner daadwerkelijk centraal staat. Dit betekent dat we onze dienstverlening inrichten op grond van de volgende punten.
5 6
Corsanummer 18bes01397 Een overzicht van de huidige maatregelen voor minima is opgenomen in bijlage 1.
10
Integrale benadering Zowel binnen het indirecte leefsysteem als binnen het lokale systeem werkt we het best wanneer we samen werken. Dit geldt zowel voor de gemeente als voor de (keten)partners. Enerzijds gaat dit RPGHYHUELQGLQJWXVVHQEHOHLGHQXLWYRHULQJ$QGHU]LMGVRPGHYHUELQGLQJPHWÀDQNHUHQGHEHOHLGVterreinen. Een goed voorbeeld hiervan is de samenwerking met het beleidsveld Participatiewet. Hier stemmen we de beleidsvorming en documenten al goed op elkaar af. De komende tijd gaan we dit ook doen met Jeugd, Onderwijs, Passende Inrichting Sociaal Domein (Overbetuwe Samen), WMO en gezondheidsbeleid. Werken vanuit de ‘bedoeling’ Willen we daadwerkelijk goed bij de inwoner aansluiten dan gaan wij niet uit van de letter van de wet, maar van het doel ervan7. We denken mee met de inwoner en bekijken of zijn wens past binnen de doelstelling van de wetten van het sociaal domein. Van daaruit werken we aan maatwerk zonder dat er sprake is van willekeur. Stimulanz heeft deze methodiek uitgewerkt onder de noemer “de omgekeerde toets”. Stress-sensitieve dienstverlening Armoede en schulden, het leven met (chronische) stress grote gevolgen voor het denken en het gedrag van mensen8. Dit vraagt om de juiste aanpak in onze dienstverlening, namelijk: een stresssensitieve dienstverlening. Dat betekent dat we aandacht hebben voor de stress die met armoede en schulden meekomt.
We (h)erkennen dat deze stress invloed heeft op de participatie en zelfredzaamheid van inwoners. In ons beleid en in onze processen, onze dienstverlening en de gespreksvoering van onze schuldhulpverleners zorgen we ervoor dat we niet bijdragen aan stress, deze waar mogelijk verminderen, en mensen in staat stellen weer regie over hun eigen leven te nemen.
Wat gaan we doen: •
•
7
We bewerkstelligen, samen met onze ketenpartners, een verdere transformatie binnen het sociaal domein, met het doel de dienstverlening en ondersteuning ten aanzien van het bestrijden en voorkomen van armoede en schulden daadwerkelijk integraal vorm te geven. Hierbij besteden we voortdurend aandacht aan professionalisering en deskundigheidsbevordering van de medewerkers. We verwerken in onze dienstverlening de inzichten wat armoede doet met het ‘denken en doen’ van mensen en hanteren daarom een persoonsgerichte benadering gebaseerd op maatwerk en de principes van stress sensitieve dienstverlening.
https://www.stimulansz.nl/de-omgekeerde-toets-methodiek/ Mobility Mentoring is een aanpak waarbij inzichten uit de hersenwetenschap worden gebruikt in de ondersteuning van mensen in armoede. Door chronische stress zijn mensen namelijk niet meer in staat doelgericht HQSUREOHHPRSORVVHQGWHKDQGHOHQ'LYHUVHJHPHHQWHQ RD$OSKHQDDQGH5LMQHQ*URQLQJHQ KHEEHQDO positieve ervaringen met het gebruik van deze methodiek die ook door de VNG wordt ondersteund. 8
11
2. Armoedebeleid en Schuldhulpverlening 2019 - 2022 2.1.
Speerpunten Armoedebeleid en Schuldhulpverlening
In ons armoedebeleid staat het voorkomen en bestrijden van armoede en sociale uitsluiting voorop. Om dit te bereiken kunnen inwoners met een laag inkomen een beroep doen op diverse gemeentelijke regelingen, zoals het persoonlijk minimabudget of ondersteuning bij het voorkomen of oplossen van schulden. Voor inwoners die het desondanks niet redden is het uitgangspunt van het armoede- en schuldhulpverleningsbeleid dat wordt toegewerkt naar een stabiele situatie en het, waar mogelijk, versterken van eigen kracht, redzaamheid en mogelijkheden van de inwoner. Door maatwerk te bieden en ‘naast’ de inwoner te staan, wordt beoogd dat de inwoner in armoede en/of met schulden weer eigenaar wordt van, en verantwoordelijk wordt voor, zijn eigen leven. Dit doen door middel van de volgende, onderling samenhangende, speerpunten: 1. De voorkant van armoede- en schuldenproblematiek: preventie en vroeg-signalering. . 2. Een integrale toegang tot ondersteuning en een integraal aanbod. 3. Betaald werk waar mogelijk, sociale participatie als eerste stap. 4. 'H ORNDOH VDPHQOHYLQJ in brede zin als partner bij het oplossen en voorkomen van armoede en schulden. 5. Kinderen in armoede als prioritaire doelgroep. 6. Doelmatige minimaregelingen en inkomensondersteuning.
2.2.
Uitwerking Speerpunten
2.2.1 De voorkant van armoede- en schuldenproblematiek: preventie in brede zin In de komende periode wordt het accent gelegd op het voorkomen, stabiliseren en/of verminderen van de armoede- en schuldenproblematiek. Dit betekent dat Preventie in brede zin één van de hoofdbestanddelen van het beleid is. Alle partijen die hebben meegewerkt aan het tot stand komen van dit beleidsplan, onderschrijven de noodzaak van preventie gericht op een zo vroeg mogelijke interventie met het doel problemen te voorkomen of de verergering van problemen te voorkomen. Bijzondere aandacht hierbij verdient het opsporen en ondersteunen van kinderen in armoede en het zo goed mogelijk inrichten van de signaleringsfunctie. Hierbij gaat het om de volgende soorten maatregelen: A. Vroeg-signalering en voorlichting. Door het zo vroeg mogelijk ‘in beeld’ hebben kunnen ombuigingen in de omstandigheden en/of het gedrag van de inwoner nog met lichte ingrepen tot stand gebracht. Aandachtspunten hierbij zijn: •
Het maximaal benutten van vindplaatsen: vroeg-signalering in de schuld-dienstverlening 9RRULQZRQHUVGLHWHPDNHQKHEEHQPHW¿QDQFLsOHSUREOHPHQRIµVWLOOHDUPRHGH¶LVKHW gemeentelijk loket vooralsnog niet de plaats waar men zich in eerste instantie toe wendt.
12
Betalingsachterstanden worden eerder geconstateerd door bijvoorbeeld de woningbouwvereniging, het energiebedrijf of de zorgverzekeraar. In het kader van de nieuwe wet op de schuldhulpverlening kunnen, en zullen, afspraken gemaakt worden over het signaleren en aanpakken van betalingsachterstanden. Met de drie woningcorporaties start een project vroeg-signalering in september 20199. Andere instanties zullen hierbij worden aangehaakt. :HUNJHYHUV]LMQRRNHHQEHODQJULMNHYLQGSODDWVYRRU¿QDQFLsOHSUREOHPHQ:HUNJHYHUV worden regelmatig gevraagd beslag te leggen op het inkomen. Wat kinderen in armoede betreft zijn scholen een belangrijke vindplaats. Scholen kunnen worden gevraagd (meer) alert te zijn op kinderen in armoede. Daarnaast zijn ook de kerken een vindplaats en mogelijke partner om armoede tegen te gaan. Het gemeentelijk loket zelf is ook een vindplaats. Inwoners die om ondersteuning of hulp vragen in het kader van jeugdwet of WMO, kunnen door het gebruik van de zelfredzaamKHLGVPDWUL[HQGHKLHULQEHQRHPGHOHHIJHELHGHQZRUGHQJHYUDDJGQDDUHYHQWXHOH¿QDQFLele problemen. •
Inzetten digitale mogelijkheden en begrijpelijke voorlichting, vooral bij ‘overgangen’ Financiële problemen en armoede zijn voor een individu vaak een bron van schaamte. De drempel om te vragen om ondersteuning kan worden verlaagd door gebruik te maken van sociale media waarmee inwoners (anoniem) kunnen worden bereikt en voorgelicht over aan armoede gerelateerde problematiek. Informatie in begrijpelijke taal voor inwoners die te maken hebben met laaggeletterdheid, met een verstandelijke beperking en/of voor inwoners die de Nederlandse taal (nog) niet voldoende machtig zijn, dient beschikbaar te zijn. We passen waar nodig de informatievoorziening aan10. Landelijk zijn al veel aanvullende instrumenten voorhanden, bijvoorbeeld de Signaleringskaart armoede. Een verandering in leefsituatie, bijvoorbeeld doordat kinderen de wettelijk volwassen leeftijd van 18 jaar bereiken, of het aanvaarden van tijdelijk werk of werk in deeltijd, kan grote consequenties hebben voor inwoners met een minimuminkomen of uitkering. Voorlichting HQLQIRUPDWLHRYHUGHYHUDQGHULQJHQHQGHPRJHOLMNH ¿QDQFLsOH FRQVHTXHQWLHVLVYDQJURRW belang.
•
9
Alertheid op werkende armen, waaronder ondernemers en ZZP’ers We ontwikkelen een aanpak om de ‘werkende armen’ in onze gemeente beter te bereiken en waar mogelijk te ondersteunen. Behoud van werkgelegenheid en het principe dat ‘werk moet lonen’ staan hierbij centraal. Volgens landelijke gegevens bestaat het merendeel van werkende armen uit zelfstandigen, deeltijders en oproepkrachten9.
Een tussenrapportage van de diverse pilots in het kader van het uitvoeringsplan schuldhulpverlening (Opgeteld beter) is opgenomen in bijlage C. 10 We sluiten bij het vereenvoudigen en verbeteren van de informatievoorziening in het uitvoeringsprogramma van het armoedebeleid aan bij het uitvoeringsprogramma van het participatiebeleid. Ook daar vormt verbetering van de informatievoorziening een belangrijk onderdeel. 11 Zie: Als werk weinig opbrengt: bevindingen en beleidsoverwegingen. Postitionpaper Sociaal en Cultureel Planbureau, maart 2019. 13
In het kader van vroeg-signalering en netwerkvorming, zoeken we verbinding met lokale en regionale werkgevers en (regionale) verbanden van ZZP’ers. B. Preventieve interventie. Dit gaat om ingrepen zoals coaching, ondersteuning en laagdrempelige hulp in het maatschappelijk voorveld, waardoor een ontstane (leef)situatie kan worden doorbroken en erger kan worden voorkomen. Onder preventieve interventie vallen ook groepsgerichte activiteiten gericht op maatschappelijke participatie en sociale inclusie. Aandachtspunten zijn: •
(Budget)Coaching Het blijkt dat een groot percentage van de hulpvragers terugvallen in oude gewoonten. Het is moeilijk om deze gedragspatronen te doorbreken. Financiële problemen komen zelden DOOHHQHQVLWXDWLHVZRUGHQVWHHGVFRPSOH[HU+HWYHUDQGHUHQYDQJHGUDJVSDWURQHQYHUJW PDDWZHUNHQPHWKRGHQGLHSDVVHQELMKHWLQGLYLGX&RDFKLQJNDQKHOSHQRPQDDVWGH¿QDQciële situatie ook de andere zorgen aan te pakken. Coaching kan eveneens preventief werken (voorkomen dat er schulden ontstaan) of als onderdeel van een nazorg traject. Vanuit het uitvoeringsplan Schulden en Preventie (Opgeteld beter, corsa 17bes00828) loopt een pilotproject gericht op coaching12.
•
,Q]HWRSODDJGUHPSHOLJHKXOSELMLQYXOOHQIRUPXOLHUHQELMEHODVWLQJ]DNHQHQ¿QDQFLsOH administratie Vrijwilligers zijn in de diverse kernen actief als formulierenbrigade of verlenen hulp bij de thuisadministratie. Deskundigheidsbevordering en de mogelijkheid dat vrijwilligers een desNXQGLJHWHUDDGSOHJHQELMPHHUFRPSOH[HYUDJHQYHUGLHQWEOLMYHQGHDDQGDFKW'DDUQDDVWLV een apart spreekuur voor inwoners van een sociaal raadsman/vrouw gewenst.
•
Groepsgericht werken afgestemd op het ‘individu’. In de komende periode willen we, naast arbeid (zie 2.2.3) voor inwoners die al langdurig in een situatie van een minimuminkomen dan wel armoede verkeren, ook meer inzetten op alle ‘andere’ aangrijpingspunten’ zoals maatschappelijke participatie (‘er toe doen’), het vergroten van het sociaal kapitaal (’mee kunnen doen’). Hierbij denken we aan meerdere activiteiten gericht op: beweging, groepsgerichte activiteiten gericht op het delen van ervaringen en/of vergroten van het sociaal netwerk.
2.2.2. Integrale toegang tot hulp en ondersteuning en integraal aanbod &HQWUDDOLQGLWVSHHUSXQWVWDDWHHQODDJGUHPSHOLJHLQWHJUDOHWRHJDQJWRWRQGHUVWHXQLQJELM¿QDQFLele problemen, (dreigende) armoede en schulden. Samenhang wordt hier bewerkstelligd door het actief samenbrengen van uitvoerende organisaties en ketenpartners, de diverse domeinen van het gemeentelijk beleid en uitvoering en (waar relevant) andere private organisaties. Aandachtspunten hierbij zijn: A. De toegang tot hulp en ondersteuning voldoet aan de volgende uitgangspunten: • Brede uitvraag Bij inwoners die zich met een ondersteuningsvraag bij het gemeentelijk loket melden, is bij HHQEHODQJULMNGHHOYDQGHKXOSYUDJHUVRRNVSUDNHYDQ¿QDQFLsOHSUREOHPDWLHN'LWKRHIWHQ is ook meestal niet, de aanleiding te zijn tot de primaire hulpvraag.
12
Een tussenrapportage van de diverse pilots in het kader van het uitvoeringsplan schuldhulpverlening (Opgeteld beter) is opgenomen in bijlage C. 14
0DDU]RDOVZHLQPLGGHOVZHWHQZHUNW¿QDQFLsOHSUREOHPDWLHNRSKHHOYHHOPDQLHUHQGRRU We zetten er op in dat ook bij Jeugd en WMO, voor zover mogelijk, wordt geïnventariseerd RS¿QDQFLsOHSUREOHPDWLHN,QGLHQGLWKHWJHYDOLVZHUNHQZHVDPHQLQGHNHWHQRPWHNRmen tot een sluiten ondersteuningsaanbod dat voldoet aan ‘een gezin / één plan’. •
Stress sensitieve dienstverlening Zoals in hoofdstuk 1 al genoemd, heeft het (langdurig) moeten leven van een minimum inkomen en/of schulden een grote invloed op het cognitief functioneren en het psychisch welbevinden van een individu. Gedragspatronen van inwoners die in armoede leven kunnen voor “anderen” soms vreemd lijken. De laatste inzichten uit wetenschappelijk onderzoek tonen aan dat dit gedrag helemaal niet zo “vreemd’ is. Er is zelfs een nieuwe term: armoedestress. Mensen in armoede zijn, door de chronische stress en mentale belasting die dit met zich meebrengt, vaak ook weinig ontvankelijk voor informatie of cursussen die (te) veel vragen van hun cognitieve vermogens. Door consulenten en andere medewerkers binnen de gemeente te trainen in het omgaan met het gedrag dat samengaat met chronische stress, sluit hun ondersteuning beter aan13. 'LWLVQRGLJRPSRVLWLHYHLQYORHGWHNXQQHQXLWRHIHQHQRSGH ¿QDQFLsOH ]HOIUHG]DDPKHLG van de inwoner. Onze partners Forte en Santé werken deels al met de Budgetmonitor. De Budgetmonitor ondersteunt mensen met schulden bij het veranderproces. De Budgetmonitor is een gedragsveranderingsmodel (Stages of Change mode) en laat zien waar het goed gaat in de RQWZLNNHOLQJQDDU¿QDQFLsOH]HOIUHG]DDPKHLGPDDURRNZDDUQRJPRJHOLMNKHGHQOLJJHQRP te veranderen.
De Budgetmonitor geeft zowel zicht op het gedrag, de vaardigheden als op de omstandigheden. De Budgetmonitor helpt de cliënt en de hulpverlener om dit inzichtelijk te maken.
•
Extra aandacht voor toegang schuldhulpverlening Nationale Ombudsman heeft een onderzoek gedaan naar de toegang tot gemeentelijke schuldhulpverlening. De resultaten staan in zijn rapport Een open deur? (2018). De Nationale Ombudsman constateert dat gemeenten mensen met problematische schulden niet altijd een laagdrempelige en brede toegang tot de gemeentelijke schuldhulpverlening bieden. De oproep van de Nationale Ombudsman voor alle gemeenten is: • 5HJLVWUHHUEHWHU • Kijk naar oorzaken en oplossingen voor de uitval in het toegangsproces. • Proactief en ‘inclusief’ opstellen om te voorkomen dat burgers afhaken. • Toegang voor zelfstandigen verbeteren. • Altijd een beschikking met deugdelijke motivering verstrekken.
B. Samenwerking in de keten en integraal aanbod. De ketensamenwerking op het gebied van armoede en schulden wordt de komende beleidsperiode opnieuw vormgegeven. De ambitie is RPGHGLYHUVHDFWLYLWHLWHQHQLQVWUXPHQWHQPD[LPDDOWHYHUELQGHQHQWHNRPHQWRWHHQLQWHJUDDO en onderling versterkend aanbod. Aandachtspunten zijn: • Een sluitende keten Bij een sluitende keten denken wij aan het verbinden van alle organisaties die zich richten op ‘vroeg-signalering’ en organisaties, inclusief de gemeente, die interventies kunnen
13
15
=LH'HURXWHQDDU¿QDQFLsOH]HOIUHG]DDPKHLG$UER9LWDH&RUVDQXPPHUEHV
inzetten om erger te voorkomen. Het gaat er om dat ‘achter de voordeur’ snel geschakeld wordt en wordt voorkomen ‘dat een situatie erger wordt en/of dat inwoners tussen wal en schip vallen. De verschillende bij ‘vroeg-signalering’ genoemde punten komen hier samen. Daarnaast komt hier samen dat cliënten die een hulpvraag hebben gericht aan aanpalende beleidsterreinen, bijvoorbeeld Jeugd of WMO, ook op meerdere terreinen tegelijk worden ondersteund. De dienstverlening in het kader van het armoedebeleid wordt volgens een nader te bepalen tijdspad, aangehaakt bij het project Overbetuwe Samen. •
Ruimte voor maatwerk $UPRHGHHQVFKXOGHQJDDWRPYHHOPHHUGDQDOOHHQHHQ¿QDQFLsOHVLWXDWLH-XLVWGRRU ‘naast’ de inwoner te gaan staan en aandacht te hebben voor het psychische proces dat met armoede en schulden samenhangt, wordt het mogelijk een inwoner weer stap voor stap in zijn kracht te zetten en perspectief te bieden. De wetgeving biedt veel mogelijkheden om maatwerk te leveren, zonder hierbij in willekeur te vervallen. In onze dienstverlening maken we gebruik van de ‘omgekeerde toets’.
•
Aandacht voor nazorg Zeker na een intensief traject van schuldhulpverlening is nazorg van groot belang. Gedragsverandering is moeilijk en beklijft niet vanzelf. Hier zijn al een aantal instrumenten voor beschikbaar. Indien nodig wordt dit de komende periode uitgebreid.
•
Uitgaan van positieve gezondheid In de lokale infrastructuur zoeken we ook verbinding met het gezondheidsbeleid en de 1elijnsvoorzieningen. Sociaaleconomische achterstand en de invloed hiervan op (de beleving van) gezondheid is één van de speerpunten in het regionale gezondheidsbeleid. Daarnaast biedt het concept positieve gezondheid diverse aangrijpingspunten om inwoners te ondersteunen bij zaken als voeding, sociale participatie en zingeving.
2.2.3 Betaald werk waar mogelijk, sociale participatie als eerste stap Het is een algemeen geaccepteerd idee dat betaald werk de beste oplossing is om uit een situatie van (dreigende) armoede te geraken. Tegelijk zien we dat dit in de praktijk niet altijd het geval is. Het aantal werkende armen neemt landelijk namelijk toe. Betaald werk ligt ook niet voor iedereen binnen handbereik. Wél is het dan mogelijk de sociale positie van deze inwoners groep te verbeteren. Door in te zetten op participatie en sociale integratie, kunnen veel problemen worden voorkomen en/of verholpen, waaronder een schuldensituatie. Aandachtspunten zijn: •
Zicht op de (on) mogelijkheden van de doelgroep De gemeente speelt een actieve rol in het stimuleren van maatschappelijke participatie van haar inwoners. In het kader van het participatiebeleid wordt de doelgroep minima met een gemeentelijke uitkering in kaart gebracht. Naar schatting bestaat twee derde van het huidige bestand aan ELMVWDQGVFOLsQWHQLQ2YHUEHWXZHXLWLQZRQHUVGLHH[WUD]RUJEHJHOHLGLQJHQRIWUDMHFWHQQRGLJ heeft om een stap verder te komen. Het gaat hier daadwerkelijk om werken naar vermogen, want een deel zal nooit in staat zijn loonvormende arbeid te verrichten.
16
Op het onderdeel ‘toeleiding naar arbeid’ overlappen participatie- en armoedebeleid. Inzet op toeleiding naar arbeid gebeurt namelijk onder de vlag van het participatiebeleid. Maar onder welke ‘wet’ of ‘beleid’ een inwoner ook valt, we zorgen dat de persoon om wie het gaat geen last heeft van ‘schotten’14. •
Betrekken ondernemers en bedrijfsleven Lokale werkgevers en het WSP (werkgeversservicepunt) worden zo veel mogelijk betrokken bij participatietrajecten. We zorgen ook voor goede informatie over de verschillende regelingen, zowel voor arbeidsinschakeling als bij schulden (zie ook: 2.2.1 onder A). Verdere uitwerking van dit onderdeel is te vinden in het participatiebeleid en het uitvoeringsplan van het participatiebeleid (zie ook: voetnoot 14).
• +HWFUHsUHQYDQNDQVHQ +HWPD[LPDDOYHUELQGHQYDQRQGHUVWHXQLQJRQGHUUHJLRYDQGHJHPHHQWHGDWZLO]HJJHQGH mogelijkheden vanuit de participatiewet en de WMO, in combinatie met de mogelijkheden die lokale ondernemers kunnen bieden, kan kansen creëren voor inwoners die nu afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. maar mogelijk wel (een deel van) het inkomen zelf kunnen verdienen. Samen met de ketenpartners bieden we activiteiten gericht op beweging, het vergroten van het sociaal netwerk of op vrijwillige inzet, als stap naar meer maatschappelijke participatie. Kwetsbare jeugd in de leeftijdsgroep van 18 tot 23 jaar vormen een prioritaire doelgroep. 2.2.4 De lokale samenleving als partner ten aanzien van armoede en schulden Bij armoede- en schuldenproblematiek is het van belang om de lokale samenleving breed te betrekken om armoede te voorkomen en/of een problematische situatie te stabiliseren en/of te verminderen. De gemeente is een belangrijke partner en mogelijk ook aanjager van diverse maatregelen om armoede te voorkomen of tegen te gaan. De gemeente kan dit echter niet alleen. Armoede en schulden zijn ook geen geïsoleerd vraagstuk. Het is een maatschappelijk probleem dat ons allemaal aangaat. En een probleem dat met een beetje pech, velen van ons kan overkomen.
Aandachtspunten zijn: • Het opzetten van netwerk rondom armoede bestaande uit ketenpartners en andere relevante partijen. Samen met onze ketenpartners zetten we een netwerk op rondom armoede. Als gemeente faciliteren we een tweejaarlijkse armoedeconferentie. Deze conferentie zal bijdragen aan de onderlinge verbinding en samenwerking, kennis delen en een optimale aansluiting bij de doelgroep. •
14
We zetten optimaal in op vroeg-signalering via een breed netwerk van partners. Zoals onder 2.2.1 genoemd is vroeg-signalering bij schulden of (stille) armoede van groot belang. Naast de al genoemde partners streven we ernaar ook scholen, de 1e-lijnszorg en de kerken te betrekken bij het voorkomen van armoede en schulden en bij het verminderen van de impact hiervan op inwoners en gezinnen.
Zie: “Van cliënt naar kandidaat, samen sterk voor een samenleving die werkt”. November 2018, corsa 59+HWXLWYRHULQJVSURJUDPPDYDQKHWSDUWLFLSDWLHEHOHLGZRUGWPRPHQWHHORSJHVWHOG
17
•
We maken gebruik van ervaringsdeskundigen We betrekken bij het voorkomen en verminderen van armoede- en schuldenproblematiek ervaringsdeskundigen. Een ervaringsdeskundige weet hoe hij/zij ‘naast’ een inwoner kan staan. Hij/ zij heeft het immers zelf meegemaakt. Ervaringsdeskundigen kunnen ook een bijdrage leveren aan eventueel noodzakelijke gedragsverandering. Indien een ervaringsdeskundige wordt ingezet (bijvoorbeeld als vrijwilligers) wordt gezorgd voor een goede begeleiding.
•
We zetten in op de bijstelling van de dominante beeldvorming over armoede ,QZRQHUVLQDUPRHGHKHEEHQYDDNWHPDNHQPHWHHQVRFLDDOLVROHPHQW'H¿QDQFLsOHVLWXDWLH maakt maatschappelijke participatie moeilijker en de schaamte die vaak met (stille) armoede samenhangt maakt het lastig om hulp te vragen. Dominante beeldvorming, die onder meer het uitgangspunt heeft dat het ‘eigen schuld’ is en/of andere negatieve etiketten plakt, speelt hierbij een belangrijke rol. Vooral kinderen en jongeren die in armoede opgroeien kunnen op deze wijze in hun ontwikkeling en kansen worden beperkt. In samenwerking met het netwerk zetten we ons in om deze beeldvorming bij te stellen.
2.2.5 Kinderen in armoede als prioritaire doelgroep De gemeente Overbetuwe zet al diverse maatregelen in om kinderen en jongeren die opgroeien in armoede te faciliteren bij hun ontwikkeling en schoolloopbaan. Via de GelrePas en de Stichting Leergeld kunnen kinderen uit gezinnen met een minimum inkomen toch deelnemen aan sport of culturele vorming. De Kind-pakketten (zomerpakket voor kinderen op de lagere school en kledingpakketten voor kinderen tot ongeveer 15 jaar in zomer en winter) voorzien in een praktisch steuntje in de rug. De aanpak is vooralsnog echter versnipperd en het is niet duidelijk of deze aanpak daadwerkelijk leidt tot zaken die wij ‘als samenleving’ tot een minimale vereiste van de opvoeding (in Nederland) zien. Bijvoorbeeld dat een kind/jongere leert zwemmen en minimaal diploma A behaald.
In de komende periode zetten we ons daarom in om - mede in samenspraak met kinderen/jongeren die opgroeien in armoede – te komen tot een samenhangend ‘pakket’ dat deze veelzijdige groep IDFLOLWHHUW+LHUPHHZRUGWEHRRJWGDWNLQGHUHQMRQJHUHQKXQFDSDFLWHLWHQPD[LPDDONXQQHQEHQXWWHQ HQGHVFKRROORRSEDDQ]RYHHODOVPRJHOLMNUHVXOWHHUWLQHHQµVWDUWNZDOL¿FDWLH¶15. Aandachtspunten zijn: • Actieve signalering van kinderen in armoede In samenwerking met de maatschappelijke partners, waaronder in het bijzonder de JGZ, scholen en de jeugdhulpverlening, streven we ernaar dat ‘alle kinderen (< 18 jaar)’ in armoede’ in beeld worden gebracht. De kinderen/jongeren uit deze groep waarover wel signalen zijn dat zij
15
(HQ6WDUWNZDOL¿FDWLHEHWHNHQWPLQLPDDOHHQGLSORPDRSQLYHDX+$92RI0%2 18
ondersteuning kunnen gebruiken maar die dit nog niet krijgen, worden, in lichte vorm, onderVWHXQG'RHOVWHOOLQJLVGDWNLQGHUHQMRQJHUHQLQDUPRHGH]LFKPD[LPDDONXQQHQRQWZLNNHOHQ HQXLWHLQGHOLMNPHWHHQVWDUWNZDOL¿FDWLHKHWRQGHUZLMVYHUODWHQ
•
We besteden extra aandacht aan de groep kwetsbare jongeren tussen de 18 en 23 jaar De groep kwetsbare jongeren in de leeftijd van 18 tot 23 jaar is bij meerdere beleidsterreinen in beeld. Dit is bij Jeugd, bij WMO, bij Participatie en dus ook bij het Armoedebeleid. Vanuit de diverse pilots in het kader van het uitvoeringsprogramma ‘Preventie schuldhulpverlening’ ZRUGWRRNDOH[SOLFLHWDDQGDFKWEHVWHHGDDQGHJURHSµMRQJHUHQ¶ RDSURMHFW*HOG W YRRUMRX Het beleid ten aanzien van Armoede is niet leidend voor deze doelgroep. Wel willen we in het kader van integraal beleid bewerkstelligen dat keuzes die op andere beleidsterreinen worden gemaakt ook worden beoordeeld op een iets langer termijnperspectief. Het is namelijk dit perspectief dat kan aangeven of een jongere al of niet in schulden zal geraken of wellicht in een situatie van langdurige armoede zal belanden.
•
We voorkomen dat ‘overgangen’ zoals het bereiken van de 18-jarige leeftijd leidt tot een plotselinge terugval in inkomen. Eenoudergezinnen die leven van een uitkering krijgen een uitkering gebaseerd op de situatie van een ‘alleenstaande’. De resterende gelden voor het kind of de kinderen worden uitgekeerd via de belastingdienst. In een klein deel van de huishoudens van een alleenstaande ouder met kinderen, komt het voor dat een kind, gedurende een schooljaar, de 18-jarige leeftijd bereikt maar nog wel op de middelbare school zit. In een dergelijk geval vervalt met ingang van het kwartaal dat een kind 18 jaar is geworden zowel de kinderbijslag als de toeslag via de belastingdienst. Hiervoor in de plaats komt een ‘toeslag middelbare scholieren’. Deze is veel lager dan de eerdere bedragen en kan aanleiding zijn tot het ontstaan van schulden. Het (tijdelijk) compenseren van deze ‘een-ouderkop’ kan deze situatie voorkomen (zie verder 2.2.6).
•
We betrekken kinderen/jongeren uit Overbetuwe om te komen tot een optimaal aanbod via de Stichting Leergeld, de Gelrepas (of andere regeling) en de Kindpakketten Huishoudens met een inkomen tot 130% van het Wsm kunnen via de Stichting Leergeld een DDQYUDDJLQGLHQYRRUNRVWHQGLHWHPDNHQKHEEHQPHWVFKRROJDQJ EYFRPSXWHU¿HWV 'DDUnaast biedt de Gelrepas de mogelijkheid om tegen een gereduceerd tarief deel te nemen aan sport, cultuur of andere ‘uitjes’16. Van deze regeling wordt vooralsnog niet optimaal gebruik gemaakt.
16
In de 1e helft van 2019 is een onderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit van de Gelrepas en een vergelijNLQJJHPDDNWPHWDQGHUHVRRUWJHOLMNHUHJHOLQJHQ'HGH¿QLWLHYHXLWNRPVWHQKLHUYDQ]LMQELMKHWRSVWHOOHQYDQ dit beleidsplan nog niet bekend. E.a. wordt verder uitgewerkt in het uitvoeringsplan. 19
In de komende periode willen we door het betrekken en raadplegen van kinderen/jongeren GLHLQDUPRHGHOHYHQNRPHQWRWHHQRSWLPDOHUHJHOLQJGLHGH]HNLQGHUHQMRQJHUHQPD[LPDDO ondersteunt. Hierbij kijken we ook naar andere wensen zoals huiswerkbegeleiding en/of buitenschoolse activiteiten in de diverse kernen. Ook kijken we naar manieren om de kinderen uit gezinnen met een minimum inkomen op een eenvoudige wijze in staat te stellen een zwemdiploma te halen. Deze aandachtspunten zullen verder worden uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma. 2.2.6 Curatief armoedebeleid: inkomensregelingen en schuldhulpverlening Met dit beleidsplan zet de gemeente Overbetuwe sterk in op preventie en vroeg-signalering van armoede of schulden. Wij hopen dat het aantal inwoners dat te maken heeft met problematische VFKXOGHQHQRIPHWHHQJHEUHNDDQPDDWVFKDSSHOLMNHSDUWLFLSDWLHZHJHQVGH¿QDQFLsOHVLWXDWLH hierdoor afneemt. Dit betekent vooralsnog echter niet dat wij het curatief beleid, in de vorm van inkomensondersteuning of schuldhulpverlening en dergelijke, willen afbouwen. Dit enerzijds omdat het tijd kost om te schuiven van curatie (oplossen van problemen) naar preventie (voorkomen van problemen en voorkomen dat deze escaleren). Dit anderzijds omdat de ervaring landelijk juist is dat “te strakke grenzen” in een minimabeleid, sterk belemmerend werken.
Juist deze grenzen veroorzaken de zogeheten armoedeval voor meerdere inkomenscategorieën. Helaas is het zo dat KHW5LMNQLHWYDQSODQLVGHUHJHOLQJHQGLHHHQEHODQJULMNHRRU]DDN]LMQYRRUHHQµDUPRHGHYDO¶]RDOV bijvoorbeeld de diverse regelingen rondom huur en zorgtoeslagen, aan te passen. Dit betekent dat de gemeenten aan zet zijn om de inwoners zo goed mogelijk te faciliteren. De gemeente Overbetuwe neemt deze uitdaging serieus. ‘Aandachtspunten hierbij zijn: •
We handhaven de minimaregelingen maar gaan op diverse punten over tot bijstelling. De gemeente Overbetuwe kent diverse regelingen bedoeld voor minima (zie ook bijlage 1). In het kader van dit Armoedebeleid blijven deze regelingen bestaan maar worden deze wel op enige punten bijgesteld, waar mogelijk in samenspraak met de doelgroep.
•
Het persoonlijk minimabudget: we verhogen de drempel tot 120% om de armoedeval te voorkomen bij aanvaarden van (deeltijd) werk of het ontvangen van een vrijwilligersvergoeding. De gemeente Overbetuwe kent een regeling voor een ‘persoonlijk minimabudget’ (Pmb). InwoQHUVPHWHHQLQNRPHQYDQPD[LPDDOYDQGHYRRUKHQJHOGHQGHQRUP:VPGLHHHQMDDU hebben moeten leven van dit inkomen, kunnen aanspraak maken op dit budget. Zowel uit de evaluatie van het minimabeleid Overbetuwe 2016, als uit gegevens van meer algemene bronnen zoals het Nibud en het CBS, blijkt dat inwoners met een inkomen tussen de 110% Wms tot 120% van het Wsm, grote(re) kans hebben in schulden te geraken. In Overbetuwe geldt dit evenzeer.
20
Concreet bekent ook dat juist huishoudens met kinderen die betaald werk aanvaarden of acWLHIZRUGHQDOVYULMZLOOLJHULQHHQVLWXDWLHZDDUHHQYHUJRHGLQJWHJHQRYHUVWDDW PD[¼SHU PDDQG GDDUGRRUDOOHUKDQGHH[WUD¶VXLWKHWJHPHHQWHOLMNEHOHLG RIYLDGHEHODVWLQJGLHQVW PLVlopen. Netto houdt men dan minder over. Het aanpakken van armoede van kinderen/jongeren gaat in eerste instantie via de ouders. Om deze reden en om werk dan wel participatie ‘daadwerkelijk te laten lonen’, verdient het aanbeveling de grens voor het Persoonlijk minimabudget te verhogen naar een inkomen tot en met 120% van het Wsm17. Bij deze nieuwe regeling is het voornemen dit stapsgewijs in te voeren en voor nieuwe gevallen een referte-eis van 3 jaar te hanteren18. De regeling is immers vooral bedoeld om ‘uitstroom’ mogelijk te maken. Met het optrekken van de grens naar 120% volgt Overbetuwe meerdere andere gemeenten in de regio (bijvoorbeeld Lingewaard). •
We treffen een regeling voor de één-ouderkop. Inwoners die een éénoudergezin vormen met opgroeiende kinderen, kunnen voor een kind dat 18 jaar wordt gedurende een schooljaar van zijn/haar middelbare schoolopleiding, een beroep doen op de bijzondere bijstand voor compensatie van de bedragen die eerder via de belastingdienst en de kinderbijslag werden toegekend (met aftrek van de scholierenbijdrage). De regeling bijzondere bijstand wordt hierop aangepast.
•
Kosten bewindvoering De gemeente Overbetuwe verstrekt bijzondere bijstand voor de kosten bewindvoering. De uitgaven op deze post groeit de laatste jaren. Sinds 2014 zijn de gronden waarop beschermingsbewind kan worden toegepast verruimd. Beschermingsbewind kan worden aangevraagd door een persoon zelf (de rechthebbende), zijn/haar partner, familie, een voogd, een curator, mentor of een hulpverlener. De kantonrechter beslist of de maatregel beschermingsbewind wordt opgelegd. Wanneer de rechthebbende onvoldoende draagkrachtig is om de kosten van het beschermingsbewind zelf te dragen, kan een aanvraag worden gedaan voor bijzondere bijstand. Ook voor het beschermingsbewind geldt dat de huidige inkomensgrenzen een belemmering kunnen vormen. In het kader van het uitvoeringsplan wordt nagegaan of verhoging tot 130% Wsm om in aanmerking te komen voor een vergoeding en/of tegemoetkoming in de kosten mogelijk en wenselijk is. De ervaring van de laatste jaren leert dat niet altijd het ‘volledige beschermingsbewind’ nodig is. In samenspraak met de diverse partners is in de nieuwe aanbesteding voor schuldhulpverlening daarom ook een lichter alternatief opgenomen voor het beschermingsbewind. Dit gaat om een vorm van uitgebreid budgetbeheer waarvoor geen besluit van de rechtbank nodig is. Deze vorm kan ook een uitkomst zijn voor inwoners met een net iets hoger inkomen dan het Wsm.
17
De ombudsman (2017) beveelt aan om de minimaregelingen uit te laten lopen tot 140% WSM. Dit wordt verder uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma. Maar om een aanzuigende werking te voorkomen zal voor het Pmb bij de categorie tussen 110 en 120% van het WSM worden gewerkt met een referte-eis van 3 jaar. Dit betekent dat een inwoner die nu 3 jaar lang een inkomen had op 110% het Pmb kan aanvragen maar een inwoner die door een inkomensdaling bijvoorbeeld zakt van 130% naar 110% (nog) niet. 18
21
•
Kosten Gelrepas, Stichting Leergeld en Kindpakketen Zoals hierboven al vermeld betrekken we een klankbordgroep bestaande uit kinderen en jongeUHQGLHRSJURHLHQLQDUPRHGHRPKHWVSHFL¿HNHDDQERGJHULFKWRSNLQGHUHQELMWHVWHOOHQ9RRU volwassenen moet het mogelijk blijven om via de GelrePas, of een andere regeling, te kunnen deelnemen aan sportieve een culturele activiteiten. Deze maatregelen worden budgetneutraal uitgevoerd (uitgaande van verwachte besteding 2019).
Wat gaan we doen: • • • •
• •
•
•
We zetten breed in op preventie en vroeg-signalering. We zorgen voor een integrale toegang en een integraal aanbod. We benaderen de inwoners als ‘individu’ en hanteren de principes van maatwerk en stress-sensitieve dienstverlening. We werken aan het uitbouwen van het gemeentelijk netwerk zodat een goed functionerend, en signalerend, netwerk ontstaat rondom een inwoner die mogelijk te maken heeft met armoede en schulden. We geven prioriteit aan kinderen en jongeren die opgroeien in armoede. Zij krijgen kanVHQRPKXQWDOHQWHQWHRQWZLNNHOHQHQPLQLPDDOHHQVWDUWNZDOL¿FDWLHWHEHKDOHQ :HYHUUXLPHQGHUHJHOLQJYRRUKHW3HUVRRQOLMNPLQLPDEXGJHW]RGDWKXLVKRXGHQVPD[Lmaal gestimuleerd worden via arbeid (of een voorstadium hiervan) hun kansen te vergroten. We zorgen dat eenoudergezinnen die een kind hebben dat 18 jaar wordt, niet onnodig in de schulden geraken en garanderen dat ‘het kind’ zijn/haar schoolloopbaan kan vervolgen. We herijken de diverse regelingen gericht op kinderen/jongeren in armoede in samenspraak met de doelgroep.
22
3. Financiën en monitoring 3.1
Financiën
Het overgrote deel van de beleidsvoornemens kan worden uitgevoerd binnen de bestaande budgetten voor het gemeentelijk armoede- en schuldenbeleid (in de begroting opgenomen onder 6.30.30), het participatiebeleid en/of het beleid sociaal domein (inzet op welzijn). Met de uitvoering van de diverse beleidsvoornemens kan worden aangevangen in 2019, onder het voorbehoud dat het restant budget ‘niet bestede middelen armoedebestrijding kinderen en jongeren ‘(Klijnsmagelden) uit 2018 beschikbaar blijft in 2019. Daarnaast wordt een budget uitgenut dat beschikbaar is op PNL post 34A ‘Schulden en preventie jaarschijf 2019’ (betreft een budget ¼ Nieuw beleid
Kosten
Ingaande
Dekking/kanttekening
Ophogen grens Persoonlijk Minimabudget naar 120%. (zie: 2.2.6)
¼
1-10-2019
Dekking 2019 gedeeltelijk door beschikbaar blijven decentralisatieuitkering 2018 (Klijnsma-gelden). Dekking in 2020: ¼XLW.OLMQVPDJHOGHQ ¼JHOGHQRS31/SRVW$ (2019) Schulden en preventie jaarschijf 2019 In 2021: via Kadernota 2021
Vergoeding Kinderkop voor alleenstaande ouders. (zie: 2.2.6)
¼
Verbetering effectiviteit en aanbod Gelrepas (of alternatief). (zie: 2.2.5 en 2.2.6)
¼
Verbeteren informatievoorziening, toegang en opzetten netwerk armoede (zie: 2.2.1 en 2.2.4)
¼
Spreekuur sociaal raadslieden (zie: 2.2.1)
¼
Structureel
1-9-2019 Structureel 1-1-2020 Structureel
1-9-2020 Incidenteel 1-1-2020 Structureel
Dekking uit decentralisatieuitkering kinderarmoede (Klijnsmagelden). Het budget voor de GelrePas is al aantal jaren te laag begroot. 'HNNLQJLQ¼YLD$ jaarschijf 2019. In 2021: via Kadernota 2021. ¼VWUXFWXUHHORYHUJHKHYHOG uit decentralisatie-uitkering kinderarmoede (Klijnsma-gelden) Dekking door beschikbaar blijven gelden decentralisatie-uitkering (Klijnsma-gelden) 2018. In 2020: Gelden op post 34A Schulden en preventie jaarschijf 2019. Vanaf 2021: Kadernota 2021