26-07-07.07 Bijlage 1 Jaarstukken 2025_2026-05-11 def zonder verklaring versie 08062026
Tekst van het document
Kostendekking
Paragraaf
3.1 Horeca
€ 7.708
€ 8.481
€ 2.351
14,5%
Paragraaf
3.2 Seksbedrijven
€0
€0
€0
n.v.t.
Paragraaf
3.3 Winkeltijdenwet
€0
€0
€0
n.v.t.
Paragraaf
3.4 Organiseren evenement of markt
€ 16.399
€0
€ 11.316
69,0%
Paragraaf
3.5 Standplaatsen
€0
€0
€0
n.v.t.
Paragraaf
3.6 Huisvestingswet 2014
€0
€0
€0
n.v.t.
Paragraaf
3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
€0
€0
€0
n.v.t.
€ 24.107
€ 8.481
€ 13.667
41,9%
Kostendekking Hoofdstuk 3
59
Overzicht kostendekking legesverordening 2025 Recapitulatie Hoofdstuk 1, 2 en 3 Totaal
directe kosten
overhead
Kostendekking Hoofdstuk 1
€ 871.637
€ 442.815 € 1.115.094
84,8%
€ 1.074.156 € 1.117.302 € 1.969.183
89,9%
Kostendekking Hoofdstuk 2 Kostendekking Hoofdstuk 3
€ 24.107
Kostendekking totale tarieventabel
€ 8.481
baten
€ 13.667
41,9%
€ 1.969.900 € 1.568.598 € 3.097.944
87,5%
Omslagrente In de begroting 2025 was uitgegaan van een omslagrente van 1,5%. Bij de nacalculatie op basis van de werkelijke rentelasten van 2025 (ca. € 1,97 miljoen) en de werkelijke boekwaarde per 1-1-2025 (ca. 170,3 miljoen) is de omslagrente in de jaarrekening 2025 uitgekomen op (afgerond) 1,15%.
60
Kostendekking
II. Weerstandsvermogen Algemeen We leven in een tijd waarin veel verandert. Dat brengt risico’s en onzekerheden met zich mee. Daarom is het belangrijk dat we die risico’s op tijd herkennen en goed aanpakken. Zo houden we grip op onze organisatie en kunnen we snel reageren als dat nodig is. Een sterk weerstandsvermogen helpt ons daarbij. Het zorgt ervoor dat we ook onverwachte kosten kunnen opvangen. In deze paragraaf leggen we uit hoe we omgaan met risico’s en ons weerstandsvermogen. Volgens de regels van het Besluit Begroting en Verantwoording gaan we in op: • Ons beleid over risico’s en weerstandscapaciteit; • Wat onze weerstandscapaciteit is; • Welke risico’s we zien; • De belangrijkste financiële cijfers; • Hoe deze cijfers zich tot elkaar verhouden en wat dat zegt over onze financiële situatie.
Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s Een risico is een mogelijke gebeurtenis met een negatief gevolg voor de gemeentelijke doelstellingen. Door middel van een risicomanagementinformatiesysteem prioriteert, analyseert en beoordeelt de gemeentelijke organisatie risico's op systematische wijze. Aan de hand van een goed systeem van risicomanagement kunnen bestuurders en managers passende beheersmaatregelen nemen. Op basis van de inventarisatie is een risicoprofiel voor 2026 opgesteld. De uitgangspunten van ons risicobeleid en de wijze waarop we dit beleid uitvoeren zijn beschreven in de ‘Nota risicomanagement Gemeente Overbetuwe 2023’ dat in december 2022 is vastgesteld door de raad. Een van de uitgangspunten is dat twee keer per jaar, bij de jaarstukken en de begroting, een integraal beeld geschetst wordt van de risico’s, de aanwezige weerstandscapaciteit en de ratio voor het weerstandsvermogen. Cyclische aanpak De gemeente Overbetuwe heeft gekozen voor een cyclische aanpak in plaats van ad hoc bij de begroting en jaarrekening, zodat risicomanagement in het DNA gaat zitten van alle medewerkers. Structureel aandacht voor risicomanagement gaat zorgen voor een hoger bewustzijn, waardoor nieuwe risico’s eerder in beeld komen en beheerst worden. Fase 1: Kaderstelling en strategie De kaders zijn vastgelegd in de Nota Risicomanagement 2023 Gemeente Overbetuwe.
Fase 2: Risicoanalyse Het inventariseren van de potentiële risico’s en deze vastleggen in een risicokaart. Per risico wordt inzicht gegeven in de kans en frequentie dat een risico zich voordoet en het inschatten van het financiële gevolg (verdeeld in 5 klassen). Uiteindelijk bepaalt dit de risicoscore. Fase 3: Beheersmaatregelen Bij het benoemen van de risico’s worden ook de oorzaken en gevolgen van deze risico’s in beeld gebracht. Dit maakt het mogelijk om daarop eventuele beheersmaatregelen af te stemmen die het oorspronkelijke risico verkleinen of geheel wegenemen. Aan de risico’s wordt een risico-eigenaar gekoppeld die voor de invulling en uitvoering van de beheersmaatregelen zorgdraagt. Fase 4 Monitoren en toetsen In deze fase wordt informatie verstrekt, worden ontwikkelingen in beeld gebracht en resultaten beoordeeld.
61
Fase 5: Toezicht en toetsen Risico’s worden (mede in het kader van interne controle) in verband gebracht met de beheersmaatregelen en het beschikbare weerstandsvermogen. Fase 6: continue verbetering Op basis van (tussentijdse) resultaten kan beleid en methodiek worden bijgesteld. Schematisch
Rolverdeling De volgende actoren hebben een rol bij risicomanagement: • De raad stelt de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” in de begroting en jaarrekening vast; • Het college ziet toe op een juiste uitvoering van risicomanagement en de verantwoording daarover; • Het management en de ambtelijke organisatie zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het risicomanagement waarbij het identificeren van de risico’s en het uitvoeren van beheersmaatregelen de kern vormen.
Weerstandsvermogen Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moet de relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij horende benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven. Beschikbare weerstandscapaciteit (buffer) Ratio weerstandsvermogen = Benodigde weerstandscapaciteit (risico’s)
62
In onderstaande tabel wordt de waardering van de ratio weergegeven. Waarderingscijfer
Ratio
Kwalificatie
A
>2
Uitstekend
B
1,4 < 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 < 1,4
Voldoende
D
0,8 < 1,0
Matig
E
0,6 < 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
De gemeente Overbetuwe streeft naar een weerstandsratio tussen de 1,4 en 2. Met deze gewenste ratio (B) krijgt het weerstandsvermogen de kwalificatie “ruim voldoende”. Deze kwalificatie sluit aan bij ons streven naar duurzaamheid en bestendigheid en is passend bij goed rentmeesterschap. Tevens streven we naar een minimum van € 10 miljoen aan algemene reserve. Op basis van de jaarrekening 2025 is de ratio van ons incidentele weerstandsvermogen 1,43 (afgerond: 1,4) en daarmee “Ruim voldoende”. Ten opzichte van de programmabegroting 2026 is de ratio gedaald, maar nog steeds ruim voldoende. In deze berekening is rekening gehouden met de onttrekking aan de algemene reserve om de begroting 2026 (€ 2.138.000) sluitend te krijgen, maar geen rekening gehouden met het behaalde resultaat over 2025 en de reeds vastgestelde begrotingswijzigingen door de raad na het vaststellen van programmabegroting 2026. Hierdoor wordt de algemene reserve (afgerond) € 19,3 miljoen. Wanneer we deze mutaties meenemen in de berekening is de weerstandsratio 1,78 (afgerond 1,8), in lijn met de ratio in de begroting 2026. (Bedragen x € 1.000)
Rekening 2025
Begroting 2026
Begroting 2025
Rekening 2024
Risico's
9.625
9.645
8.985
10.060
Eenmalige weerstandscapaciteit
13.766
17.217
16.819
19.117
1,4
1,8
1,9
1,9
Ruim voldoende
Ruim voldoende
Ruim voldoende
Ruim voldoende
Ratio Kwalificatie
Beschikbare weerstandscapaciteit In theorie beschikt een gemeente over incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves, de begrotingspost onvoorzien en aanwezige stille reserves. De structurele weerstandscapaciteit wordt bepaald door de omvang van toekomstige bezuinigingsmogelijkheden en het onbenutte deel van de belastingcapaciteit.
63
In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de werkelijk beschikbare weerstandscapaciteit per 31 december 2025. Soort
Bedrag
Incidentele weerstandscapaciteit Algemene reserve
€ 15.864.000
Stille reserves
€ p.m.
Onttrekking algemene reserve begroting 2026
€ -/- 2.138.000
Post onvoorzien
€ 40.000
Totale incidentele weerstandscapaciteit
€ 13.766.000
Structurele weerstandscapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit
€ 8.454.705
De algemene reserve is vrij aanwendbaar en kan worden ingezet voor onvoorziene lasten c.q. ter dekking van risico’s. Per 31 december 2025 is het saldo van de Algemene Reserve € 15.864.000. Stille reserves zijn niet-bedrijfsgebonden eigendommen van de gemeente met een hogere waarde in het economisch verkeer dan de boekwaarde. Stille reserves dragen bij aan de weerstandscapaciteit, omdat een deel van de eigendommen kan worden verkocht boven de boekwaarde. Hierdoor wordt winst gerealiseerd. Deze winst kan worden ingezet ter dekking van financiële risico’s. Als de begroting sluit met een positief saldo is sprake van begrotingsruimte. Deze kan worden ingezet voor financiële tegenvallers, zonder ingrijpende beleidswijzigingen. In 2026 is de begroting sluitend gemaakt, door dekking te vinden voor de incidentele kosten. Deze Onttrekking algemene reserve begroting 2026 is in mindering gebracht op de incidentele weerstandscapaciteit per 31-12-2025. De post onvoorzien is ter dekking van niet voorziene uitgaven. Onbenutte belastingcapaciteit. De gemeente kan haar belastingen, te weten: OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing, voor zover deze laatste twee niet maximaal mogelijk en/of kostendekkend zijn verhogen om financiële tegenvallers op te vangen.
De onbenutte belastingcapaciteit bij de OZB is zo groot als het verschil tussen het gehanteerde tarief en het maximale tarief van de WOZ-waarde 0,1648% voor 2026. Wanneer het gemiddelde OZB-tarief voor de gemeente lager is dan het percentage voor toelating artikel 12, is er in principe sprake van onbenutte belastingcapaciteit, immers een verhoging van het OZB percentage zal nodig zijn om voor een aanvullende uitkering in aanmerking te komen. Percentage van de WOZ-waarde voor toelating art.12 Werkelijk gewogen percentage WOZ-waarde gemeente Overbetuwe Onbenutte belastingcapaciteit OZB t.o.v. norm Onbenutte belastingcapaciteit OZB
64
0,1648% 0,099% 65,9% € 8.454.705
Bij de berekeningen is uitgegaan van de huidige totale WOZ-waarde (peildatum 1-1-2025) van € 12.921.089.000. Het bedrag van € 8.454.705 geeft aan hoeveel de OZB-inkomsten nog maximaal verhoogd kunnen worden binnen de norm. Omdat de afvalstoffenheffing en rioolheffing maximaal kostendekkend zijn, wordt bij de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit alleen naar de OZB gekeken. Met betrekking tot de onbenutte belastingcapaciteit geldt dat we terughoudend zijn in het doorvoeren van belastingverhogingen. Onze insteek blijft het aanbieden van een goed voorzieningenniveau tegen geringe lasten.
KPI's conform financiële verordening Op grond van artikel 22 lid 2 van de geldende financiële verordening nemen we naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het BBV provincies en gemeenten in deze paragraaf ook onderstaande KPI's op. 1. De ontwikkeling van de netto schuld per inwoner. 2. Het saldo van de baten en lasten voor dotaties en onttrekkingen van reserves als percentage van de inkomsten. 3. De onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting als percentage van de inkomsten. 4. De wijze waarop met conjuncturele risico’s en de omvang van het weerstandsvermogen wordt omgegaan; 5. De wijze waarop met project specifieke risico’s wordt omgegaan bij het bepalen van de tussentijdse winstneming en de omvang van het weerstandsvermogen. Naam
2025
2024
2023
1. Netto schuld per inwoner
€ 2,03
€ 1,97
€ 1,82
2. Saldo baten en lasten voor reservemutaties als percentage van de inkomsten
0,71%
-2,04%
1,83%
3. Onbenutte belastingcapaciteit als percentage van de inkomsten
5,48%
5,18%
3,69%
4. Conjuncturele risico's Bij het opstellen van de risico’s in deze paragraaf is rekening gehouden met conjuncturele risico’s, zoals ontwikkelingen in rente, inflatie en economische groei, voor zover deze financieel kunnen worden gekwantificeerd. Deze risico’s maken onderdeel uit van de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. 5. Project specifieke risico's Daarnaast zijn project specifieke risico’s opgenomen. Bij de bepaling van tussentijdse winstneming wordt een voorzichtige benadering gehanteerd, waarbij winst pas bij het afstuiten van een project genomen wordt. Deze risico’s worden eveneens betrokken bij de bepaling van het weerstandsvermogen.
65
Benodigde weerstandscapaciteit Het is verplicht om de risico's te vermelden die de financiële positie van de gemeente kunnen beïnvloeden. In het kader van de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit hebben we de risico’s per 31 december 2025 geactualiseerd. In onderstaande tabel is de benodigde weerstandscapaciteit van circa € 9,6 miljoen als volgt berekend: Nr.
Risico
Beschrijving risico
Soort risico
1
Open eind regelingen Sociaal Domein
Het risico bestaat dat er meer wordt uitgegeven, Financieel risico aangezien dit openeinderegelingen zijn. De levering van zorg staat hierbij voorop. Er is sprake van openeinderegelingen, waardoor het mogelijk is dat de middelen ontoereikend zullen zijn. De gemeente kan echter geen cliëntenstop afkondigen.
€ 2.300
2
Gemeenschappelijke regeling
Als deelnemer aan een verbonden partij zijn we Financieel risico (indirect) verantwoordelijk voor de financiële risico’s van deze partij.
€ 250
3
Grondexploitatie bedrijventerreinen
Onzekerheid over opbrengsten en kosten als gevolg van Financieel risico aanpassing plan t.b.v. betere verkoopmogelijkheden voor bedrijventerreinen De Merm Oost, Spoorallee en Elst Centraal Oost.
€ 380
4
Grondexploitatie woningbouwprojecten
Stationsplein West: Bestemmingsplan moet nog vastgesteld worden m.a.w. planologisch risico.
Financieel risico
€ 970
5
Faciliterende grondexploitaties (circa 25 projecten)
Bij enkele faciliterende grondcomplexen kunnen niet alle Financieel risico plankosten verhaald worden op de ontwikkelaar.
€ 75
6
Calamiteiten
In het geval van incidenten op “rampschaal” kan de gemeente worden geconfronteerd met flinke financiële aanspraken, zoals herstelwerkzaamheden, opvang, begeleiding en compensatie van schade.
Maatschappelijk risico
€ 250
7
Juridische procedures
Met juridische procedures en daaruit voortvloeiende claims kunnen hoge kosten gemoeid zijn.
Financieel risico
€ 150
8
Informatievoorziening en informatieveiligheid
Verschillende cyber gerelateerde incidenten kunnen Juridisch / leiden tot verlies en of onbeschikbaarheid van informatie Aansprakelijkheidsen/of systemen. risico + financieel en bedrijfsvoeringsrisico
€ 450
9
Overige risico's
Dit betreft een inschatting van het totaal van kleine risicobedragen en de beschikbaarheid van fysieke werklocaties.
Bedrijfsvoeringsrisico
€ 500
10
Privacy
Het in verkeerde handen vallen van (privacy) gevoelige informatie/ persoonsgegevens.
Juridisch / aansprakelijkheidsrisico
€ 300
11
Tekort aan materiaal en capaciteit en langere doorlooptijd van projecten
De stijgende inflatie en het tekort aan grondstoffen, personeel en oplopende rente etc. op projecten en materiele kosten. Daarnaast zien we een langere doorlooptijd bij projecten ontstaan door bezwaren, netcongestie etc. Dit brengt extra kosten met zich mee.
Financieel risico/ Bedrijfsvoeringsrisico/ Maatschappelijkrisico
€ 2.400
12
Hogere indexatie zorgkosten dan Prijs Bruto Binnenlands Product %
De OVA indexatie (NVZ) ligt hoger dan de gemeentelijke indexatie op basis van de Prijs Bruto Binnenlands Product (pBBP). Hierdoor is de kans groot dat de kosten binnen het sociaal domein hoger worden dan begroot.
Financieel risico
13
Bezuinigingen 2026 mogelijk niet volledig te realiseren.
Om de begroting 2026 sluitend te maken, is een incidentele onttrekking aan de algemene reserves ingeboekt en zijn bezuinigingsmaatregelen doorgevoerd, waarbij het risico bestaat dat deze later worden gerealiseerd dan vooraf ingeschat.
Bedrijfsvoeringsrisico/ Financieel risico
€ 1.100
Totaal
€ 9.625
66
Geschatte financiële omvang (bedragen x € 1.000)
€ 500
De Commissie BBV heeft op 25 november 2025 het definitieve advies Perspectief op inzicht en toegankelijkheid, met daarin diverse wijzigingsvoorstellen voor het BBV (‘verwonderpunten’), aangeboden aan het ministerie van BZK. Indien deze voorstellen leiden tot aanpassingen in de grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening, kan dit mogelijk financiële gevolgen hebben voor de gemeente, die op dit moment nog niet in te schatten zijn.
Kengetallen Voor een beter inzicht in de financiële positie van de gemeenten is er een zestal wettelijke indicatoren ontwikkeld. De set kengetallen is bedoeld om raad en bestuursleden meer inzicht te geven in de financiële positie en om vergelijkingen mogelijk te maken. Vanuit hun taak als financieel toezichthouder hebben de 12 provincies een gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK) opgesteld dat vanaf begrotingsjaar 2020 geldt. In het GTK zijn de volgende signaleringswaarden opgenomen.
67
68
Samenvatting: De ratio van het weerstandsvermogen van de gemeente Overbetuwe is per 31-12-2025 1,4 (na verwerking van het resultaat 2025 en vastgestelde mutaties op de algemene reserve door de raad na het vaststellen van de programmabegroting 2026 komt dit ratio op 1,8) en daarmee ruim voldoende. Uitgaande van de signaleringswaarden, zoals deze door de toezichthouder worden gehanteerd, vallen de ratio’s per 31 december 2025 in de categorie ''minst risicovol'' met uitzondering van de solvabiliteit want die valt in de categorie “neutraal”. • Bij het opstellen van de begroting 2025 werd verwacht dat de solvabiliteitsratio onder de 20% zou uitkomen, waarmee deze in de categorie 'meest risicovol' zou vallen. Doordat de onttrekkingen in 2025 een stuk lager uitvielen dan verwacht, is de werkelijke solvabiliteitsratio uiteindelijk hoger uitgekomen en valt deze nu in de categorie 'neutraal'. • De Netto-schuldquote van de gemeente is op werkelijke basis beter uitgekomen dan was verwacht in de begroting 2025. • De ratio grondexploitatie is nog altijd laag. • De structurele exploitatieruimte laat zien dat 2025 is afgesloten met een wat groter structureel overschot dan geraamd in de Programmabegroting 2025. • De gemeentelijke belastingcapaciteit laat zien dat de gemeente minder belasting in rekening brengt dan het landelijk gemiddelde.
Integrale conclusie: Op basis van de kengetallen en de ratio weerstandsvermogen kan worden geconcludeerd dat de financiële positie van de gemeente Overbetuwe per ultimo 2025 als toereikend kan worden beoordeeld. Het weerstandsvermogen is met een ratio van 1,4 (en 1,8 na verwerking van latere mutaties) ruim voldoende om de geïnventariseerde risico’s op te vangen. Daarnaast vallen vrijwel alle
69
financiële kengetallen binnen de categorie ‘minst risicovol’, wat duidt op een financieel gezonde positie met beperkte kwetsbaarheden. Hoewel de solvabiliteit nog in de categorie ‘neutraal’ valt en daarmee aandacht vraagt, heeft deze zich gunstiger ontwikkeld dan eerder begroot. In samenhang bezien laten de kengetallen zien dat de gemeente beschikt over voldoende buffervermogen, een gezonde schuldpositie. Hiermee is sprake van een financieel evenwichtige situatie, waarbij de risico’s beheersbaar zijn en de gemeente voldoende weerbaar is tegen financiële tegenvallers. Daarbij wordt opgemerkt dat deze beoordeling is gebaseerd op de financiële positie per ultimo 2025 en daarmee een momentopname betreft; deze geeft geen volledig beeld van de financiële ontwikkelingen en uitdagingen in de komende jaren, waaronder bij het opstellen van de begroting 2027.
70
III. Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In de openbare ruimte bevinden zich veel zaken die eigendom van de gemeente zijn. Deze eigendommen kunnen als volgt worden ingedeeld: − infrastructuur: wegen, water en riolering − voorzieningen: groen (o.a. bomen), verlichting, sportvelden, speelvoorzieningen − gebouwen: scholen, sport- en welzijnsaccommodaties, huisvesting gemeente en brandweer Al deze eigendommen, die ook wel kapitaalgoederen worden genoemd, moeten door de gemeente worden onderhouden. De door de gemeenteraad vastgestelde kwaliteitsniveaus worden in deze paragraaf toegelicht.
Welke afspraken zijn over het onderhoud van de kapitaalgoederen gemaakt? De gemeenteraad heeft beleids- en beheerplannen vastgesteld die de uitgangspunten bevatten voor dat onderhoud. Het Integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte (IKP OR) is het beleidsdocument waarin de kwaliteit van de openbare ruimte is vastgelegd. Daarnaast staan de kwaliteitseisen t.b.v. inrichting en beheer openbare ruimte hierin vermeld. Voor het vastgoed zijn de verschillende ambities en opgaven waar wij als gemeente aan werken vastgelegd in de visie op vastgoed, Hiermee wordt richting gegeven geven aan hoe wij ons vastgoed inzetten. Onze ambities en opgaven worden vertaald in verschillende beleidskeuzes, maar hebben ook impact op de wijze waarop wij ons vastgoed inzetten. Deze visie op vastgoed wordt uitgewerkt in verschillende uitvoerende documenten. Wij zetten verschillende instrumenten in, zoals ons tarievenbeleid en een duurzaam meerjarenonderhoudsplan (DMJOP). Beleidsdocument
Datum vaststelling
Geplande actualisatie1
Integrale beheerplannen Openbare Ruimte
14-12-2010
2026
Beheerplan wegen 2014 - 2018
17-03-2015
2026
Water- en Rioleringsprogramma 2025 – 2029
27-06-2024
20292
Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR)
21-03-2023
2028
Beleidsplan Licht in Overbetuwe
06-02-2018
2026
Speelbeleid Samenspel(en) in Overbetuwe
15-02-2022
2030
Nota Voorziening groot onderhoud gemeentelijke accommodaties 11-04-2013
2026
Grondstoffenbeleidsplan
27-06-2024
2029
Gemeentelijke accommodaties niet zijnde gebouwen (sportvelden, veldmeubilair, sportinventaris)
28-10-2008
2026
Visie op vastgoed
11-02-2025
2030
1 Het jaartal geeft weer in welk jaar de actualisatie leidt tot een voorstel aan de gemeenteraad. 2 Zie ook de opmerkingen over de bekostigingssystematiek riolering in de paragraaf lokale lasten.
71
Kwaliteitsniveaus In het Kwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte (IKP OR) is gewerkt met drie kwaliteitsniveaus te weten laag, basis en goed3. De beschrijving van de kwaliteitsniveaus op verschillende aspecten zijn in het hierna opgenomen overzicht uitgewerkt. Kwaliteitsniveau
Laag
Basis
Hoog
Wettelijke voorschriften Het onderhoudsniveau voldoet niet (of nietgeheel) aan de minimaal vereiste wettelijke voorschriften
Het onderhoudsniveau voldoet voldoende aan de vereiste wettelijke voorschriften
Het onderhoudsniveau voldoet ruimschoots aan de vereiste wettelijke voorschriften
Duurzaamheid Door het lage (Vervangingstermijnen) onderhoudsniveau wordt de levensduur van het kapitaalgoed korter dan gebruikelijk
De levensduur is de Door het hoge gebruikelijke onderhoudsniveau wordt vervangingstermijn van het de levensduur van het kapitaalgoed kapitaalgoed verlengd
Opbouw achterstallig onderhoud
Achterstallig onderhoud komt periodiek voor
Achterstallig onderhoud komt incidenteel voor
Milieu effecten
Het onderhoudsniveau van Het onderhoudsniveau van Het onderhoudsniveau het kapitaalgoed is het kapitaalgoed is zodanig van het kapitaalgoed is zodanig dat in dat in voldoende mate zodanig dat in ruime mate onvoldoende mate efficiënt efficiënt en zuinig met efficiënt en zuinig met en zuinig met natuurlijke natuurlijke hulpbronnen natuurlijke hulpbronnen hulpbronnen wordt wordt omgegaan wordt omgegaan omgegaan
Oordeel inwoners (schaal 1,0-10,0)
Score 1,0 - 5,5
Score 5,5 – 7,0
Score 7,1 – 10,0
Veiligheid (objectief)
Door de wijze van onderhoud is de kans op ongelukken niet uitgesloten
Door de wijze van onderhoud bestaat weinig kans op ongelukken
Door de wijze van onderhoud bestaat een zeer geringe kans op ongelukken
Gevoelswaarde inwoners (subjectief)
Inwoners ervaren de Inwoners ervaren de Inwoners ervaren de openbare ruimte (m.b.t. het openbare ruimte (m.b.t. het openbare ruimte (m.b.t. betreffende kapitaalgoed) betreffende kapitaalgoed) het betreffende als onveilig en als voldoende veilig en kapitaalgoed) als zeer onvoldoende leefbaar leefbaar veilig en leefbaar
Klachten
De gemeente ontvangt veel klachten over het kapitaalgoed
De gemeente ontvangt weinig klachten over het kapitaalgoed
De gemeente ontvangt geen klachten over het kapitaalgoed
Claims
Grote kans op gegronde schadeclaims
Weinig kans op gegronde schadeclaims
Geen kans op gegronde schadeclaims
3 In de overzichten is het kwaliteitsniveau “goed” gewijzigd in “hoog”.
72
Achterstallig onderhoud komt niet voor
In plannen vastgelegde kwaliteitsniveaus van het onderhoud Naam beleids/beheersplan
Datum Kwaliteitscriteria (laag, basis of hoog) raadsbesluit
Integrale beheerplannen Openbare Ruimte
14-12-2010
Wegen: basisniveau Groen Binnen bebouwde kom: basis/hoog niveau Buiten bebouwde kom: basisniveau Bedrijventerreinen: basisniveau Straatreiniging Centra en bebouwde kom: basisniveau Buiten bebouwde kom: basisniveau Bedrijventerreinen: basisniveau Openbare verlichting: basisniveau Straatmeubilair Binnen bebouwde kom: basisniveau Buiten bebouwde kom: basisniveau Bedrijventerreinen: basisniveau
Integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte
2021
In het IKP OR is de strategie, de bekostiging en het beleid van de verschillende beheerdisciplines voor de openbare ruimte op hoofdlijnen uitgewerkt. Het doelmatig en eigentijds beheer moet leiden tot een aantrekkelijke leefomgeving waarin inwoners prettig kunnen wonen en werken. Het IKP zorgt dat voor bestuur, de organisatie en de inwoners duidelijk is wat men mag verwachten van het beheer van de openbare ruimte. Het vastgestelde IKP OR is uitgangspunt voor het kwaliteitsniveau van de openbare ruimte en de basis voor de uitwerking in beheerplannen.
Beheerplan Wegen 2014 - 2018
17-03-2015
Wegen: basisniveau
Water- en 27-06-2024 Rioleringsprogramma WRP 2025 – 2029
Door invulling te geven aan de uitvoering van het WRP worden de volgende effecten beoogd: • zorgdragen voor een goede volksgezondheid. • verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater. • verminderen van de verdroging. • klimaatbewust handelen van bewoners, bedrijven en instellingen. • beperken van wateroverlast bij hevige regenval. • klimaat robuust ingerichte openbare ruimte.
Vervolg Water- en Rioleringsprogramma WRP 2025 – 2029
De LAS (Lokale Adaptatiestrategie) helpt ons om te gaan met het veranderende klimaat, en een omgeving te creëren die deze veranderingen aankan. Dat is dus een klimaat adaptieve omgeving. Om dit in 2050 te kunnen bereiken, moet er voldoende aandacht zijn voor: • terugdringen van wateroverlast bij piekbuien • verminderen van langdurige droogte • het beperken van hittestress in de bebouwde gebieden • verminderen van het risico op overstromingen. We zijn in gemeente Overbetuwe al jaren bezig om de leefomgeving aan te passen op het veranderende klimaat. Dit zetten we de komende jaren door. Klimaatadaptatie wordt steeds meer een onderdeel van ons dagelijks werk. Wanneer we projecten uitvoeren doen we dit op een klimaat adaptieve manier, dit is geborgd in het IKP-OR.
Beleidsplan Licht in Overbetuwe
06-02-2018
Zowel voor de beheerskaders (masten, armaturen, etc.) als voor de beleidskaders (sociale veiligheid, verkeersveiligheid, etc.) is in het plan vastgelegd dat het na te streven kwaliteitsniveau “basis” is. Uitgangspunt is: Openbare verlichting voor de verkeersveiligheid en op hoofdfietsroutes (plus). Dit betekent alleen openbare verlichting buiten de bebouwde kom als dat voor de verkeersveiligheid nodig is (bijvoorbeeld bij kruispunten en
73
Naam beleids/beheersplan
Datum Kwaliteitscriteria (laag, basis of hoog) raadsbesluit verkeersgevaarlijke situaties als bochten, obstakels ed.) en er geen betere alternatieven zijn zoals markering, reflectie e.d. Op alle hoofdfietsroutes (en plus routes) is oriëntatieverlichting behalve op de Drielse Rijndijk, de Randwijks Rijndijk en de Waaldijk vanwege de flora en faunawetgeving, dit is namelijk Natura2000 gebied.
Speelbeleid Samenspel(en) in Overbetuwe
15-02-2022
Onderhoud en beheer van speelvoorzieningen gaat uit van wettelijke (veiligheids)voorschriften. Met behulp van inspecties wordt dit geborgd. Er is een grens aan de financiële ruimte voor het onderhoud en beheer. Met behulp van een meerjaren renovatieplan wordt wijk- en kerngericht gewerkt aan renovaties van speelruimte.
Nota voorziening groot onderhoud gemeentelijke accommodaties
11-04-2013
Het gaat hier om de gemeentelijke gebouwen voor welzijn en sport, de schoolgebouwen en de overige gebouwen (huisvesting bestuur en ambtenaren, brandweer, enz.). De basis onder de onderhoudsbegrotingen is gelegen in door derden opgestelde meerjarenonderhoudsplanningen (MJOP’s). In de loop van 2025 en 2026 worden de MJOP’s geactualiseerd naar DMJOP’s. In deze DMJOP’s worden alle mogelijke duurzaamheidsmaatregelen van een gebouw opgenomen.
Gemeentelijke accommodaties niet zijnde gebouwen (voetbalvelden, veldmeubilair en sportinventaris)
28-10-2008
Bij de voetbalvelden bekijken we jaarlijks kritisch welk onderhoud daadwerkelijk nodig is. We hebben hiervoor geen meerjarenonderhoudsplannen gemaakt. De sport- en beweegnota is vastgesteld en in deze nota is o.a. afgesproken dat een nieuwe tarievenstructuur wordt onderzocht. Dit onderzoek is afgerond. Resultaat is dat er geen kostprijsdekkende tarieven worden ingevoerd maar de tarieven worden voor een periode van 3 jaar gebaseerd op een vast te stellen percentage van kostendekkendheid. Voor een natuurgrasveld geldt een percentage van kostendekkendheid van 15% en voor een kunstgrasveld een percentage van 12%. De sportinventaris wordt jaarlijks gekeurd. Aan de hand van de jaarlijkse keuring bekijken we of vervanging nodig is of dat onderhoud voldoende is. Ook controleren we middels jaarlijkse inspecties het veldmeubilair. Aan de hand hiervan bekijken we welk veldmeubilair aan vervanging toe is. Op basis hiervan kan het na te streven onderhoudsniveau worden aangemerkt als “basis”.
Visie op Vastgoed
11-02-2025
Op 11 februari 2025 heeft de gemeenteraad de Visie op Vastgoed 2025 vastgesteld. Vanaf het vaststellen beschikken we over een actuele visie op vastgoed voor de gemeente Overbetuwe.
74
Financiële consequenties Het integraal kwaliteitsplan Openbare Ruimte (IKP OR) gaat nader in op de benodigde en beschikbare budgetten. Aan de hand hiervan zijn er extra middelen beschikbaar gesteld en zijn deze middelen meegenomen in de begroting. De volgende stap is het gewenste kwaliteitsniveau verder uitwerken in de integrale beheerplannen deze vast te laten stellen. Zodat de uitwerking van het IKP OR verder vormgegeven wordt. In de integrale beheerplannen wordt meegenomen wat dit betekent voor het onderhoud en de vervangingen/vernieuwingen. Tevens wordt aangegeven of er naast de reguliere budgetten ook (onderhouds)voorzieningen gevormd moeten worden, waaruit de vervangingen/vernieuwingen op de langere termijn kunnen worden bekostigd. Werkelijk Jaar 2025 Voorz. /BR Voldoende vaststelling (bedragen x beschikbaar omvang? € 1.000)
Omschrijving
Plan
Wegbeheer
Integraal Kwaliteits Plan Openbare Ruimte
2021
7.284 Nee
IKP/OR
Openbaar groen
Integraal Kwaliteits Plan Openbare Ruimte
2021
2.782 Nee
IKP/OR
Straatreiniging
Beheerplan Openbare Ruimte
2010
26 Nee
IKP/OR
Water
WRP
2024
313 Maakt deel Zie GRP uit van GRP
Riolering
WRP
2024
Straatverlichting
Beleidsplan Openbare Verlichting
2018
589 Nee
IKP/OR
Speelvoorzieningen Speelbeleid
2022
401 Nee
IKP/OR
Schoolgebouwen
Nota voorziening groot onderhoud gemeentelijke accommodaties Basis is het M.O.P. 2021
2013
63 Ja
Ja
Gebouwen voor Nota voorziening groot huisvesting bestuur onderhoud gemeentelijke en ambtelijk accommodaties apparaat Basis is het M.O.P. 2021
2013
38 Ja
Ja
Gebouwen voor welzijn en sport
Nota voorziening groot onderhoud gemeentelijke accommodaties Basis is het M.O.P. 2021
2013
190 Ja
Ja
Accommodaties niet zijnde gebouwen (sportvelden, veldmeubilair, sportinventaris)
Sportnota
2024
311 Nee
Ja
Totaal
2.814 Ja
Ja
14.811
Voor de gemeentelijke gebouwen zijn de ramingen voor onderhoudslasten uit het meerjarenonderhoudsplan op het overzicht vermeld. Op de taakvelden van de gemeentelijke gebouwen zijn namelijk ook overige niet onderhoudsgerelateerde exploitatielasten verwerkt.
75
IV. Financiering Deze paragraaf gaat over de gemeentelijke treasuryfunctie. Treasury staat voor het geldbeheer van de gemeente. Binnen de treasuryfunctie is financiering een belangrijk werkveld. Beleidskader De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) stelt regels aan de financieringsfunctie van gemeenten en biedt een kader voor de beheersing van risico’s die uit deze functie voortvloeien. Op lokaal niveau is deze regelgeving vertaald in een treasurystatuut dat door de gemeenteraad is vastgesteld. In dit statuut is de bestuurlijke infrastructuur voor de uitvoering van de treasuryfunctie vastgelegd. Een belangrijk uitgangspunt van de wet fido is dat gemeenten voorzichtig moeten omgaan met publieke middelen. Dit uit zich onder andere in de beheersing van renterisico’s. Hierbij gelden als wettelijke normen de, hieronder nader toegelichte, kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Daarnaast zijn decentrale overheden verplicht tot het schatkistbankieren boven een bepaald drempelbedrag, maar kunnen niet lenen van de schatkist. Ook stelt de Wet fido strenge eisen aan de kredietwaardigheid van tegenpartijen en de te gebruiken instrumenten. Schatkistbankieren Het schatkistbankieren verplicht gemeenten om hun overtollige liquiditeiten vanaf een bepaald drempelbedrag onder te brengen bij het Rijk. Het drempelbedrag is tegenwoordig vastgesteld op 2% van het begrotingstotaal.
Voor de gemeente bedroeg dit drempelbedrag in 2025 € 2.846.060. Het drempelbedrag is in 2025 niet overschreden. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar 2025 (1)
Drempelbedrag
2.846,060 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
(3a) = (1) > (2)
Ruimte onder het drempelbedrag
(3b) = (2) > (1)
Overschrijding van het drempelbedrag
616
695
780
709
2.230
2.152
2.066
2.137
-
-
-
-
(1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar 2025 (4a)
Begrotingstotaal verslagjaar
142.303
142.303
142.303
142.303
(4b)
Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen
142.303
142.303
142.303
142.303
(4c)
Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
-
-
-
-
(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000
Drempelbedrag
2.846
2.846
2.846
2.846
76
Marktrente ontwikkelingen De geldmarktrente (bij kortlopende financiering) is in 2025 gedaald. De 1 maands Euro Interbank Offered Rate (EURIBOR); belangrijke maatstaf voor de geldmarktrente is in 2025 gedaald van 2,8% naar 2% ultimo 2025. De rente op de geldmarkt wordt voornamelijk bepaald door het rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB gebruikt de rente als instrument om de inflatie te beïnvloeden. In 2025 heeft de ECB de depositorente, voor het aanhouden van liquiditeiten bij de ECB, met 0,75% laten dalen van 2,75% naar 2%. De kapitaalmarktrente (bij langlopende financiering) of wel de lange rente met als maatstaf de rente op 10-jaars staatsleningen, is in 2025 gestegen van 2,6% ultimo 2024 naar 3% ultimo 2025. Gemeentefinanciering De werkkapitaalfinanciering (korter dan 1 jaar) van de gemeente wordt gedaan door het uitnemen van kasgeldleningen. De rente op kasgeldleningen is gebaseerd op de betreffende EURIBOR. Zoals aangegeven is deze in 2025 gedaald. De hoogte van het totaal van aangetrokken kasgeldleningen wordt in belangrijke mate begrensd door de verderop toegelichte kasgeldlimiet. Daarnaast heeft de gemeente opgenomen langlopende leningen (langer dan 1 jaar). De geldstromen die voortkomen uit investeringen in grote projecten en uit verkopen van grondcomplexen bepalen in belangrijke mate de omvang van deze langlopende leningenportefeuille.
Het saldo van de langlopende leningen is in 2025 gedaald met afgerond € 0,98 miljoen. In totaal is in 2025 € 10,98 miljoen aan langlopende leningen afgelost en is voor € 10 miljoen aan nieuwe langlopende leningen afgesloten. De gemiddelde resterende looptijd van de uitstaande lange termijn leningen per ultimo 2025 is 16 jaar (2024 17 jaar). De gemiddeld gewogen rentelast op deze leningen is in 2025 gestegen naar 1,5%, ten opzichte van 1,4% in 2024. Rentetoerekening De financiering van de gemeentelijke activa vindt plaats met interne middelen (reserves en voorzieningen) en met extern aangetrokken geldleningen. Deze werkelijke rentelasten ofwel toe te rekenen rentelasten worden intern aan de diverse gemeentelijke producten doorberekend door middel van een omslagrente. De methode van rentetoerekening is voorgeschreven door de commissie Besluit Begroting en Verantwoording. Over 2025 is deze omslagrente bepaald op 1,15%. Het toerekenen gebeurt op basis van de boekwaarde van de investeringen op de balans. Het verschil tussen de werkelijk rentelasten en de toegerekende rentelasten door middel van de omslagrente vormt het renteresultaat. De totale boekwaarde van de investeringen bedroeg per 1 januari 2025 €170 miljoen. De toegerekende rentelasten over deze investeringen over het verslagjaar bedroegen € 1,9 miljoen.
De werkelijke rentelasten in 2025 bedroegen afgerond € 1,9 miljoen, waarbij afgerond €74.000 is doorbelast aan grondexploitatie. Het renteresultaat over 2025 bedroeg per saldo afgerond € 1.000 negatief, wat ligt binnen de bandbreedte volgens de regelgeving. Het onderstaande renteschema geeft inzicht in de rentelasten en -baten, het renteresultaat en de rentetoerekening aan investeringen en grondexploitaties. Schema rentetoerekening 2025 (Bedragen x €1.000) Netto rentelasten kort- en langlopende leningen
1.473
Rente over eigen vermogen en voorzieningen
559
Toe te rekenen rente aan grondexplotatie
-74
De werkelijk toe te rekenen rente aan investeringen
1.958
De toegerekende rente via renteomslag
-1.958
Renteresultaat op taakveld Treasury
-1
77
Renterisicobeheer Voor de beheersing van het renterisico op korte en lange financiering gelden de Fido-normen: kasgeldlimiet en de renterisiconorm. 1. Kasgeldlimiet (renterisico op vlottende schuld) De kasgeldlimiet begrenst de hoogte van het totaalbedrag aan kasgeldleningen (looptijd korter dan een jaar), waarover renterisico mag worden gelopen. Het opnemen van kasgeld geeft op langer termijn namelijk een renterisico; immers er is een de kans dat herfinanciering duurder uitpakt. De kasgeldlimiet voor onze gemeente bedraagt voor 2025 afgerond € 12 miljoen. Dit is 8,5% van het begrotingstotaal. Bij het overschrijden van de kasgeldlimiet zal onze gemeente de korte leningen omzetten naar langlopende leningen, behalve bij incidentele tijdelijke overschrijdingen. De kasgeldlimiet mag niet met meer dan twee achtereenvolgende kwartalen worden overschreden.
Kasgeldlimiet 2025 (Bedragen x EUR 1.000) kwartaal 1
kwartaal 2
kwartaal 3
kwartaal 4
8,50
8,50
8,50
8,50
12.096
12.096
12.096
12.096
11.167
17.667
10.333
7.000
414
2.409
3.103
2.609
4) Totaal netto vlottende schuld (2-3)
10.753
15.258
7.230
4.391
Toegestane kasgeldlimiet (1)
12.096
12.096
12.096
12.096
Ruimte +, Overschrijding - (1-4)
1.343
-3.162
4.866
7.705
1) Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag - in bedragen 2) Omvang vlottende korte schuld
3) Vlottende middelen
De kasgeldlimiet is in het tweede kwartaal van 2025 overschreden en in het derde en vierde kwartaal niet. De gemeente heeft dus binnen de wettelijke kaders gehandeld. 2. Renterisiconorm (renterisico op vaste schuld) De renterisiconorm begrenst de rentegevoeligheid van de vaste schuldpositie van de gemeente. Het renterisico wordt bepaald door de som van het bedrag aan aflossingen en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld. De renterisiconorm bedraagt 20 procent van het begrotingstotaal. Dit houdt in dat maximaal 20 procent van het totaal van de begroting aan rentegevoeligheid onderhevig mag zijn. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij herfinanciering.
78
Renterisiconorm en renterisico's van de vaste schuld 2025 (Bedragen x €1.000) Stap
Variabelen Renterisico(norm)
begroting
werkelijk
verschil
(1)
Renteherziening
0
0
0
(2)
Aflossingen
7.516
10.982
3.466
(3)
Renterisico (1+ 2)
7.516
10.982
3.466
(4)
Renterisiconorm
28.461
29.622
1.161
(5a)=(4>3)
Ruimte onder renterisiconorm
20.945
18.640
-2.305
(5b)=(3>4)
Overschrijding renterisiconorm
0
0
0
Berekening
Renterisiconorm
(4a)
Begrotingstotaal
142.303
148.109
5.806
(4b)
Percentage regeling
20%
20%
0
(4)=(4a x 4b)
Renterisiconorm
28.461
29.622
1.161
Uit deze tabel blijkt dat de renterisiconorm in 2025 niet is overschreden. Kredietrisico’s Kredietrisico’s ontstaan enerzijds door het verstrekken van leningen, anderzijds door het verstrekken van gemeentegaranties. In de financiële verordening en het Treasurystatuut is bepaald dat leningen en garanties alleen worden afgegeven indien zij een publieke taak dienen. Een overzicht van de afgegeven garanties is opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen. De gemeente heeft ultimo 2025 € 8,4 miljoen aan uitgezette leningen: 1. Hypothecaire geldleningen verstrekt aan personeel € 13.648 (betreft restanten van de opgeheven regelingen). 2. Verstrekte geldlening aan het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) van € 7.699.806. 3. Overige leningen aan stichtingen, verenigingen, scholen en personeelsregelingen voor een bedrag van € 666.305, waaronder € 512.089 aan De Vereniging tot instandhouding en Exploitatie van “Ons Dorpshuis”. In 2025 hebben er op verstrekte leningen door de gemeente geen wanbetalingen plaatsgevonden.
79
V. Bedrijfsvoering Inleiding In de paragraaf Bedrijfsvoering wordt ingegaan op de bedrijfsvoering disciplines communicatie, informatiemanagement & informatiebeveiliging, personeel & organisatie planning & control en rechtmatigheidsverantwoording. Een goede en efficiënte bedrijfsvoering ondersteunt de gemeentelijke organisatie bij het doelmatig en effectief uitvoeren van gemeentelijke taken voor inwoners, bedrijven en instellingen en het bestuur. In deze paragraaf wordt verslag gedaan van de ontwikkelingen in de bedrijfsvoering in 2025. Zo hebben we afgelopen jaar gewerkt aan het verbeteren van onze processen en hebben we een nieuw zaaksysteem ingevoerd. Ook is gewerkt aan het vernieuwen en veiliger maken van onze ICT en informatievoorziening.
Communicatie In 2025 werkte de gemeente Overbetuwe verder aan dienstbare, zichtbare en benaderbare communicatie. De in 2024 vastgestelde communicatievisie is verder verankerd in de organisatie. Hierdoor is scherper neergezet wat we communiceren en hoe we dat doen. De content- en kanaalstrategie is geprofessionaliseerd, zodat we onze communicatiemiddelen gerichter en effectiever inzetten. Ook is de digitale toegankelijkheid verder verbeterd, waardoor inwoners gemeentelijke informatie makkelijker kunnen vinden en gebruiken (zie programma 6). Communicatieadviseurs ondersteunden vakafdelingen actief bij participatietrajecten. Zij adviseerden over de participatieaanpak, betrokkenheidsprofielen en passende interactievormen. Dit droeg bij aan gerichte voorbereide participatie met inwoners. Ook binnen het programma Participatie is gewerkt aan goede interactie en participatie met inwoners (zie programma 3). Tot slot is geïnvesteerd in de communicatieve vaardigheden van een deel van de medewerkers. Via trainingen in direct duidelijk communiceren zijn medewerkers beter toegerust om zelf helder en begrijpelijk te communiceren.
Informatiemanagement en Informatieveiligheid Informatiemanagement In 2025 hebben we gewerkt aan het optimaliseren van processen en het transparanter communiceren met inwoners. Eind 2025 hebben we een nieuw zaaksysteem in gebruik genomen. Tegelijkertijd hebben we de basis voor een nieuw digitaal loket voor aanvragen en antwoorden (de Persoonlijke Internet Pagina) gelegd en processen gedigitaliseerd. We hebben data uit verschillende informatiesystemen overgebracht naar het Datawarehouse. Daardoor konden we nieuwe dashboards met sturingsinformatie in gebruik nemen en kunnen we nu beter sturen op diverse beleidsterreinen. We hebben het beheer van de ICT-infrastructuur ondergebracht in de ICT-samenwerking met de gemeente Lingewaard. Samen hebben we deze samenwerking geëvalueerd. De verbeterpunten uit die evaluatie verwerken we nu in het verder optimaliseren van onze werkwijzen. We hebben geïnvesteerd in het verder op orde brengen van ons informatiebeheer. Zo kunnen we voldoen aan de eisen vanuit de Wet Open Overheid en de te verwachte aanpassingen aan de Archiefwet. Ook werken we zo aan een meer transparante overheid.
80
Informatieveiligheid De Geopolitieke situatie is sterk veranderd. Hierdoor is het gesprek over en de behoefte aan digitale weerbaarheid (onder andere digitale autonomie) sterk toegenomen. Het doel daarbij is dat data van en over Nederlanders niet in handen komt van bedrijven en instellingen buiten de Europese Unie. In VNG-verband heeft 97% van de gemeenten zich uitgesproken dat dergelijke autonomie alleen in gezamenlijkheid gerealiseerd kan worden. Deze tendens tot samenwerking wordt collectivisering genoemd. Overbetuwe heeft zich aangesloten bij deze uitspraak en volgt deze ontwikkeling nauwgezet. In 2025 heeft Artificial Intelligence (AI) een grote vlucht genomen. Halverwege het afgelopen jaar hebben we een visie op AI vastgesteld en een beleidskader ontwikkeld. We volgen de ontwikkelingen binnen de VNG op dit thema nauwgezet en sluiten onze aanpak daarbij aan.
Inkoop en contractmanagement De inkooptrajecten t.b.v. de levering van bedrijfsauto’s, gebiedsgerichte soorten management en diverse ICT-aanbestedingen (o.a. EHRM en kassa, leerlingen volg en verhuur systeem de Helster) zijn afgerond. Bij deze aanbestedingen zijn diverse duurzaamheidsdoelstellingen (incl. SROIverplichtingen) opgenomen. De acties uit het actieplan Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeverschap en Inkoop (MVOI) zijn opgepakt. In 2026 wordt het plan van aanpak geactualiseerd en wordt onder meer ingezet op kennisontwikkeling breed in de organisatie. Vanwege de vertraging van het opleveren van het zaaksysteem zijn de contracten nog niet ondergebracht in het financieel systeem, omdat een koppeling hiervoor nog gerealiseerd gaat worden. Dit gaat komend jaar plaatsvinden. In 2025 zijn voorbereidingen getroffen voor de actualisatie van het inkoop- en aanbestedingsbeleid door de VNG. De VNG heeft in december het model hiervoor gepubliceerd. In 2026 gebruiken we dit model om ons inkoop- en aanbestedingsbeleid te actualiseren. Hierbij wordt ook de link gelegd met MVOI.
Personeel en organisatie Organisatieontwikkeling In 2025 is de verfijning van de hoofdstructuur van de gemeente Overbetuwe geëvalueerd. In het kader van deze evaluatie hebben van mei tot en met augustus 2025 gesprekken plaatsgevonden. Er is met name input opgehaald bij de organisatieonderdelen waar wijzigingen in de structuur hebben plaatsgevonden. Ook is gesproken met collegeleden. In de gesprekken stond centraal hoe de verfijning van de hoofdstructuur werd ervaren. Op basis van deze evaluatie heeft het college op 16 december 2025 besloten de huidige organisatiestructuur voor een jaar voort te zetten. Voor de jaren daarna wordt in 2026 een besluit genomen. Eind 2025 is een pilot gestart voor de aansturing van het Domein Fysiek. Deze bestaat uit het opnieuw inrichten van een team Beleid en daarnaast een team Projecten. Daarnaast krijgt het team de Helster/de Wieken een eigen teammanager. Over de tijdelijk toegevoegde functies heeft het college eind 2025 besloten in te stemmen met het voorstel van de gemeentesecretaris om het grootste deel daarvan in 2026 voort te zetten. Er zijn echter ook een aantal functies niet voortgezet.
81
Personeel Preventie en Verzuim De sturing op preventie en verzuim is aangescherpt en er heeft periodieke monitoring plaatsgevonden van het RI&E-plan. Het verzuim liet in 2025 een stijging zien ten opzichte van 2024. Een groot gedeelte van het verzuim bestaat uit langdurig verzuim en we zagen een toename van het langdurig verzuim. In 2025 is dan ook in samenwerking met de Arbodienst extra aandacht besteed aan een (groot) aantal langdurig verzuimdossiers. Deze inspanning laat inmiddels zijn effecten zien door het terugdringen van deze dossiers. In 2026 verwachten we dat dit zichtbaar is in de verzuimcijfers als de instroom van verzuim beperkt blijft. In 2025 is meer het accent gelegd op preventie. Dit wordt in 2026 voortgezet op basis van de aanbevelingen uit het jaarverslag 2025 van de Arbodienst. Onderstaand een overzicht van de ontwikkeling van het verzuim over de periode 2022 t/m 2025. 2022
2023
2024
2025
Norm Overbetuwe
5,4%
6,3%4
6,3%
6,3%
Werkelijk Overbetuwe
8,4%
8,1%
8,4%
9,3%
Landelijk gemeenten
6,7%
6,5%
6,7%
N.n.b.
Landelijk gemeenten 20.000 - 50.000 inwoners
6,5%
6,3%
6,3%
N.n.b.
Ontwikkeling Personeelsbudget (P-budget) 2022 -2025 Onderstaand overzicht geeft inzicht in de financiële ontwikkeling van het p-budget 2022 t/m 2025. (Bedragen x € 1mln.) 2022 2023 2024 2025 Totale omvang P-budget o.b.v. primaire begroting
26,5
26,8
31,4
35,6
Totale omvang P-budget o.b.v. aangepaste begroting
26,9
29,7
32,1
35,1
Werkelijke uitgaven P-budget
27,1
29,7
31,2
34,5
Toelichting onderbesteding P-budgetx Het totale P-budget 2025 resulteert in een incidenteel voordeel van € 635.000 afgerond (€ 35,1 aangepaste begroting en € 34,5 werkelijke uitgaven). Het P-budget is verdeeld in vier onderdelen en deze zijn Loonkostenbudget, Loongerelateerde budgetten, Niet loongerelateerde budgetten en P-gerelateerde budgetten. Het eenmalig voordeel is als volgt te verklaren. Loonkostenbudget Het loonkostenbudget laat een onderbesteding zien van € 204.000. Dit is met name te verklaren door de extra vrijval van de loonkosten € 155.000 van de tijdelijke formatie (10,2 fte). Hiervoor zijn twee oorzaken. Een functie van de tijdelijk toegekende formatie is niet ingevuld. Daarnaast hebben, toen duidelijk werd dat bepaalde functies niet verlengd zouden worden, een aantal medewerkers voortijdig een nieuwe baan gevonden. Overige budgetten De Loon-, Niet loon- en P-gerelateerde budgetten laten per saldo een eenmalig voordeel zien van € 431.000. De Niet loongerelateerde budgetten laten een nadeel zien en Loon- en P-gerelateerde een voordeel. Het voordeel is met name te verklaren door meer UWV-gelden die wij hebben ontvangen, minder uitgaven aan opleidingen en personele knelpunten.
4 Norm is aangepast o.b.v. het organisatieplan en VNG-personeelsmonitor.
82
Zowel de onderbesteding op het loonkostenbudget en overige budgetten (personele knelpunten) is te verklaren omdat er meer loonkosten doorbelast kunnen worden aan diverse budgetten zoals de toeslagenaffaire en vluchtelingenopvang. Door niet door te belasten naar deze tijdelijke budgetten zouden de aan onze gemeente toegekende middelen deels teruggestort moeten worden. Inzicht WGR en Inhuurkosten Onderstaand wordt een opgave gedaan van de (inhuur)kosten en formatie en/of budgetten in verband met de WGR. Dit naar aanleiding van de aanbeveling die is gedaan bij de evaluatie P-budget en deze luidt; geef bij de jaarrekening de werkelijke omvang aan van de: a. (inhuur)kosten uit projectgelden; b. formatie en/of budgetten die op basis van de WGR bij samenwerkingsverbanden zijn ondergebracht. Inhuurkosten 2022 t/m 2025 De totale inhuurkosten (incl. projecten) zijn in onderstaand overzicht opgenomen. Ook in 2025 zien we een afname van de inhuurkosten ten opzichte van 2024.
Inhuur tlv PTotaal inhuur budget
Inhuur 2025
Investeringe Inhuur tlv n/ projecten/ taakveld grexen
Inhuur tlv P-budget
2.366.900
2.366.900
Inhuur ziekte, personele knelpunten
1.441.086
1.441.086
Inhuur tlv P-budget/ overige budgetten
2.532.762
332.927
1.290.891
908.945
Totaal inhuur 2025
6.340.748
4.140.913
1.290.891
908.945
Totaal inhuur 2024
7.474.112
3.683.568
2.618.504
1.172.040
Totaal inhuur 2023
8.338.441
4.781.792
2.484.888
1.071.761
Totaal inhuur 2022
7.459.061
3.844.416
2.463.781
1.150.864
De inhuurkosten 2025 laten een ruime daling zien ten opzichte van 2024. Dit is met name ter verklaren door het invullen van vacatures waarop eerder werd ingehuurd. WGR / outsourcen 2025
Uitvoering door
Formatie (Fte)
ICT
Gemeente Lingewaard
8,5 fte
€ 844.000
Leerplicht
MGR
2,4 fte
€ 205.000
83
Kosten gebaseerd op aantal fte
Indicator
Realisatie Begroot Realisatie Begroot Realisatie Begroot Realisatie Bron 2022 2023 2023 2024 2024 2025 2025
Formatie: aantal Fte per 1.000 inwoners
6,8
6,7
6,9
7,3
7,7
7,7
7,7 Interne bron
Bezetting: aantal Fte per 1.000 inwoners
6,4
6,3
6,6
6,9
7,1
7,2
7,3 Interne bron
Apparaatkosten: kosten per inwoner
654,6
655,7
732,4
737,0
774,6
821,3
847,3 Interne bron
Externe inhuur tlv Pbudget
17%
15%
19%
15%
14%
19%
14% Interne bron
Externe inhuur tlv Pbudget incl overige budgetten
25%
19%
25%
22%
22%
22%
18% Interne bron
Overhead: % van totale lasten
13%
15%
12%
15%
13%
15%
14% Interne bron
Planning & control In 2025 hebben we gewerkt op basis van het stuurmodel en het Intern Controleplan 2025. De materialiteit voor de rechtmatigheidsverklaring door het college is op 9 december 2025 door de raad vastgesteld, met een rechtmatigheidsgrens van 2% en een rapportagegrens van € 100.000. Daarnaast is op dezelfde datum het definitieve normenkader voor 2025 vastgesteld. De planning- en controlcyclus (P&C) verliep volgens plan. De programmabegroting, bestuursrapportages en jaarrekening zijn tijdig en binnen de vastgestelde kaders opgeleverd. Dit vormde niet alleen een solide basis voor bestuurlijke besluitvorming, maar droeg ook bij aan transparante communicatie met de gemeenteraad en andere belanghebbenden. Om de voortgang en resultaten overzichtelijk te presenteren, is in de P&C-documenten gebruik gemaakt van een kleurensysteem. De organisatie, het college en de auditcommissie hebben gezamenlijk de uitgangspunten voor het gebruik van de verschillende kleuren vastgesteld, zodat interpretatie en duiding uniform zijn. Ook in 2025 hebben we Power BI ingezet voor zowel interne als externe stuurinformatie. Het platform ondersteunt het visualiseren van data en het verkrijgen van inzicht in prestaties en trends.
Doordat we in december 2025 het nieuwe zaaksysteem in gebruik genomen hebben, wordt Power BI hierop aangepast ten behoeve van de interne stuurinformatie, waarmee we onze sturingsmogelijkheden weer op orde brengen. In deze jaarrekening is de rechtmatigheidsverantwoording door het college over 2025 opgenomen. Eventuele onrechtmatigheden worden hierin vermeld.
Rechtmatigheidsverantwoording Net als in voorgaande jaren is de Wet versterking decentrale rekenkamers (Wvdr) van toepassing voor de gemeente. Deze wet bevat onder andere de verplichting voor het college om een rechtmatigheidsverantwoording af te geven als onderdeel van de jaarrekening. In 2025 is het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (BADO) gewijzigd en in overeenstemming gebracht met de Wet versterking decentrale rekenkamers. Als gevolg hiervan zijn de normen en bijbehorende percentages voor de beoordeling van de getrouwheid en de rechtmatigheid aangepast.
84
Hierop heeft de raad op 9 december 2025 de geactualiseerde Financiële verordening gemeente Overbetuwe 2025 (artikel 212 Gemeentewet), controle verordening gemeente Overbetuwe 2025 (artikel 213 Gemeentewet) en controleprotocol voor de accountant en rechtmatigheidsverantwoording college Gemeente Overbetuwe 2025 e.v. vastgesteld. Het college legt door middel van de rechtmatigheidsverklaring in deze jaarrekening verantwoording af over het rechtmatig handelen aan de gemeenteraad. De verklaring gaat over drie onderdelen, het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en misbruik en oneigenlijk gebruik. In de verklaring worden alle fouten en onduidelijkheden tezamen boven de verantwoordingsgrens van 2% opgenomen. Aanvullend daarop wordt in deze paragraaf bedrijfsvoering een toelichting gegeven op fouten en onduidelijkheden boven de door de raad bepaalde rapportagegrens van € 100.000. De verantwoording- en rapportagegrens 2025 en het normenkader 2025 is door de raad vastgesteld op 9 december 2025. Het intern controleplan is in december 2024 opgesteld en de werkzaamheden zijn gedurende het jaar op grond van het controleplan uitgevoerd. Hieronder valt ook het opstellen van een zogenaamde spendanalyse. We constateren in 2025 een beperkt aantal afwijkingen die per saldo binnen de verantwoordingsgrens blijven.
Op basis hiervan heeft het college de (financiële) rechtmatigheidsverklaring afgegeven. We lichten kort de afwijkingen toe. Bij het begrotingscriterium hebben we vastgesteld dat de lasten zijn overschreden met € 1,7 miljoen. Dit is te verklaring door de aanpassing van de pensioenvoorziening van APPA naar ABP. Eind 2025 is de stellige uitspraak gekomen dat de voorlopige berekening al in de jaarrekening 2025 doorgevoerd moet worden. Voor de berekening zijn we afhankelijk van derden en hebben we niet kunnen verwerken in de 2e berap. Daarnaast hebben we voor € 0,2 miljoen aan onrechtmatigheden op het gebied van het voorwaardencriterium (drie leveranciers). Dit gaat over uitgaven die Europees aanbesteed hadden moeten worden. Het betreft met name de totaal uitgaven van contracten die opgeteld over de jaren 2022 tot en met 2025 over de aanbestedingsgrens heen gaan. Alle overschrijdingen zijn kleiner dan € 100.000. Dit betreft inhuur van machines € 54.000, inhuur van personeel € 76.000 en inhuur beveiliging € 55.000. In 2025 is de onrechtmatigheid van personeel en beveiliging opgelost. De aanbesteding van de huur van machines is onderhanden. We hebben een aantal maatregelen die moeten bijdragen aan het voorkomen van deze onrechtmatigheden. Een maatregel is dat alle inkopen groter dan € 50.000 via het inkoopbureau gaan.
Hiermee willen we aan de voorkant van het proces borgen dat we de juiste aanbestedingsprocedure volgen. Daarnaast volgen we met een spendanalyse hoe uitgaven zich in de loop van de tijd ontwikkelen bij een leverancier. Op het gebied van Misbruik en Oneigenlijk gebruik zien we geen afwijkingen. We hebben in 2022 de Nota voorkomen misbruik en oneigenlijk gebruik opgesteld. We hanteren de uitgangspunten van deze Nota als leidraad voor het inbedden van dit thema in de bestaande processen. Het bestaande beleid zetten we voort en zo nodig anticiperen we op gewijzigde regelgeving.
85
VI. Verbonden partijen Inleiding 1. Algemeen Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), titel 2.3., artikel 15, dient de gemeente in de begroting aandacht te besteden aan derde rechtspersonen, waarmee de gemeente een bestuurlijke en financiële band heeft (verbonden partijen). Er zijn immers bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en risico's, die uit gemeenschappelijke regelingen, deelnemingen in NV's, stichtingen of verenigingen of andere overeenkomsten kunnen voortvloeien. De paragraaf verbonden partijen dient tenminste te bevatten: 1. de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen die zijn opgenomen in de begroting; 2. de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen; 3. de lijst van verbonden partijen. 2. Bestuurlijk belang Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur van een bestuurlijke participatie of het hebben van stemrecht. Het uitoefenen van bestuurlijke invloed op het bestuur van een bestuurlijk verbonden organisatie door de gemeente is er op gericht het publieke belang te dienen. In het nastreven van het publieke belang dient de reden gelegen te zijn in het aangaan van een relatie met een derde rechtspersoon. 3.
Financieel belang Alleen een bestuurlijk belang maakt een partij nog geen zogenaamde verbonden partij, daarvoor is ook een financieel belang vereist. Onder financieel belang worden niet alleen eigendomsrechten, zoals die voortvloeien uit het bezit van aandelen begrepen, maar ook constructies als het verstrekken van leningen, het verlenen van subsidies en het stellen van garanties. 4. Beleid verbonden partijen In de “Nota verbonden partijen” is een dwingend kader opgenomen voor de oprichting van en de deelneming in een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organisatie, maar ook voor de gemeentelijke vertegenwoordiging in deze organisaties. Bovendien geeft deze nota aan op welke wijze de interne controle, verantwoording en het toezicht met betrekking tot de verbonden partijen is geregeld. Het doel hiervan is de gemeenteraad inzicht te geven over de mate waarin de beoogde doelstellingen binnen de verbonden partijen worden gerealiseerd over goede borging van het publieke geld dat in de verbonden partijen omgaat en over adequate beheersing van de eventuele risico’s. Het gaat niet alleen om het bereiken van doelstellingen van de verbonden partijen zelf, maar ook om het bereiken van de doelstellingen die de gemeente met deelname in de verbonden partij heeft beoogd. Zowel financieel als inhoudelijke prestatieafspraken.
De nota bepaalt tot slot dat verbonden partijen via een financiële en bestuurlijke risicoanalyse in een risicoprofiel laag, midden of hoog worden geplaatst, waarbij een verscherpt toezichtsarrangement geldt bij het risicoprofiel hoog.