26-06-02.13 Reglement van orde politieke avond gemeente Overbetuwe 2026, relevant stuk 1-wijzigingen in geel
Tekst van het document
Onderwerp: Reglement van orde politieke avond gemeente Overbetuwe 2026 Ons kenmerk: 290534 Nr. De raad van de gemeente Overbetuwe; gelezen het raadsvoorstel van de griffier en de raadsvoorzitter van 2 april 2026; gehoord het advies van de voorbereidende vergadering van 19 mei 2026; gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen het Reglement van orde politieke avond Gemeente Overbetuwe 2026 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen Dit reglement verstaat onder: a. amendement : voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing dat naar de vorm geschikt is om direct op te nemen; b. burgerraadslid : een door de raad benoemd lid van de fractie, die namens de fractie mag deelnemen aan het raadspreekuur en een voorronde; c. griffier : griffier van de raad of diens plaatsvervanger; d. initiatiefvoorstel : voorstel voor een verordening of een ander voorstel, afkomstig van één of meerdere raadsleden; e. lid : raadslid, burgerraadslid en, indien van toepassing, buitengewoon lid; f. motie : korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; g. politieke avond : samenstel van vergaderingen bestaande uit het raadspreekuur, voorronden en de raadsvergadering; h. raadspreekuurgriffier : (plaatsvervangend)griffier van het raadspreekuur; i.
raadsrapporteur : raads- of burgerraadsleden die zich vanuit hun democratische rol extra inzetten voor het verkrijgen van informatie over gemeenschappelijke regelingen om de raad beter in positie te brengen; j. raadswerkgroep : de door de raad benoemde groep raads- en burgerraadsleden, belast met een opdracht aan de raad k. RTG : rondetafelgesprek
l. RTGC m. secretaris n. subamendement o. voorronde p. voorrondegriffier q. voorstel van orde r. voorzitter s. voorzitterspoule t. vragenhalfuur informatie memo’s u. wet
: rondetafelgesprek met college : gemeentesecretaris : voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; : een of meerdere vergaderingen, als bedoeld in artikel 20; : (plaatsvervangend) griffier van een voorronde; : voorstel over de orde van de (raads)vergadering; : (waarnemend) voorzitter van de raad, (plaatsvervangend) voorzitter van het raadspreekuur en/of (plaatsvervangend) voorrondevoorzitter; : poule bestaande uit alle door de raad benoemde, voorzitters van de voorronden; : vergadering als bedoeld in artikel 19; : Gemeentewet.
Hoofdstuk 2 Voorzitters, burgerraadsleden en griffiers Artikel 2 De voorzitter De voorzitter is belast met: a. het leiden van het raadspreekuur, vragenhalfuur informatiememo’s, een voorronde of de raadsvergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van het reglement van orde; d. wat de wet of dit reglement hem verder opdraagt. Artikel 3 Burgerraadsleden 1. Een fractie bestaande uit drie of meer raadsleden kan maximaal drie personen als burgerraadslid voordragen. Een fractie bestaande uit één of twee raadsleden kan maximaal vier personen als burgerraadslid voordragen. 2. Op voordracht van de fractie benoemt en ontslaat de raad een burgerraadslid. 3. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op het burgerraadslid. 4. Een nieuw benoemd burgerraadslid legt in de raadsvergadering waarin over zijn benoeming wordt beslist de voorgeschreven eed of belofte af. 5. Een burgerraadslid kan niet de functie van voorrondevoorzitter vervullen. Artikel 4 Zittingsduur en vacatures burgerraadsleden en voorzitterspoule 1. De zittingsperiode van een burgerraadslid en van de voorzitters uit de voorzitterspouleeindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Een burgerraadslid houdt op lid te zijn van een voorronde als hij niet meer voldoet aan de in artikel 3, derde lid, gestelde eisen. 3.
De raad benoemt de voorzitters uit de voorzitterspoule en kan deze ontslaan. 4. Een burgerraadslid en een voorzitter uit de voorzitterspoule kunnen altijd ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de griffier die vervolgens de raad informeert.
2
5. Als door overlijden of ontslag van een burgerraadslid of een voorzitter uit de voorzitterspoule een vacature ontstaat, beslist de raad over de invulling daarvan met inachtneming van de artikelen 2 en 3. 6. Als een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van een burgerraadslid aan de voorronde. Artikel 5a De griffier 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van de agendacommissie. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan, als hij daartoe door de voorzitter of de leden wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. Artikel 5b De voorrondegriffier en raadspreekuurgriffier 1. Een voorronde griffier is bij een voorronde en het vragenhalfuur informatiememo’s aanwezig. 2. De raadspreekuurgriffier is bij het raadspreekuur aanwezig. 3. Bij verhindering of afwezigheid van de voorrondegriffier respectievelijk de raadspreekuurgriffier beslist de raadsgriffier of in het uiterste geval de agendacommissie over de vervanging. 4. De raadsgriffier kan bij iedere vergadering aanwezig zijn.
Hoofdstuk 3 Instelling en taken agendacommissie, fractievoorzittersoverleg en auditcommissie Artikel 6a De agendacommissie; samenstelling en vergadering 1. De raad heeft een agendacommissie. 2. De agendacommissie bestaat uit de waarnemend raadsvoorzitter en twee raadsleden, waarvan bij voorkeur één uit de fracties die zijn vertegenwoordigd in het college en bij voorkeur één uit de overige fracties. 3. De raad wijst voor de agendacommissie twee plaatsvervangende leden aan, bij voorkeur één uit de fracties die zijn vertegenwoordigd in het college en bij voorkeur één uit de overige fracties. 4. De raad bepaalt wie voorzitter van de agendacommissie is, welke twee raadsleden lid van de agendacommissie zijn en welke twee raadsleden plaatsvervangende leden van de agendacommissie zijn. 5. De voorzitter van de agendacommissie is ook waarnemend raadsvoorzitter. 6. De raadsvoorzitter en de raadsgriffier treden op als adviseur en kunnen zich in die rol laten vervangen. 7. De agendacommissie kan desgewenst bij meerderheid een lid van het college, dan wel een ambtenaar uitnodigen om bij een agendapunt van de vergadering van de agendacommissie aanwezig te zijn. 8. Bij afwezigheid van de waarnemend raadsvoorzitter wordt deze vervangen door een ander lid van de agendacommissie. 3
9. Alleen raads- en burgerraadsleden kunnen de vergaderingen van de agendacommissie als toehoorder bijwonen. 10. De waarnemend raadsvoorzitter evalueert de gang van zaken op Politieke Avonden regelmatig met de voorzitter van de raad en de griffier. Artikel 6b De agendacommissie; taken 1. De agendacommissie: a. organiseert namens de raad de politieke avond; b. bepaalt de orde van de politieke avond, en c. stelt een voorlopige agenda op voor de politieke avond. 2. De agendacommissie bepaalt uit de voorzitterspoule en op voorstel van de griffie de voorzitters van de voorronden en het vragenhalfuur. Na het besluit van de agendacommissie informeert de griffie de voorzitters hierover. a. De agendacommissie bepaalt voor elke politieke avond: b. het aantal te houden voorronden; c. de verdeling daarvan over de vergaderruimten; d. de tijdsduur en het onderwerp van iedere voorronde; e. de voorlopige agenda van de plenaire raadsvergadering. 4. De leden van de agendacommissie kunnen ook optreden als (plaatsvervangend) voorzitter van een voorronde. Artikel 7 Het fractievoorzittersoverleg 1. De raad heeft een fractievoorzittersoverleg. 2. Het fractievoorzittersoverleg bestaat uit: a. de raadsvoorzitter; b. de fractievoorzitters van de in de raad vertegenwoordigde fracties. 3. De raadsvoorzitter is voorzitter van het fractievoorzittersoverleg, tenzij de leden onderling anders bepalen. 4.
Het fractievoorzittersoverleg heeft tot taak: a. een vertrouwelijk klankbord te zijn voor de raadsvoorzitter/burgemeester over zijn functioneren; b. vertrouwelijke zaken te bespreken die niet binnen het reguliere reglement van orde vallen; c. vertrouwelijk te reflecteren over het functioneren en verbeteren van de raad als geheel. 5. De raadsgriffier is in elke vergadering van het fractievoorzittersoverleg aanwezig en stelt een besloten besluitenlijst op. Op voorstel van de raadsvoorzitter beslissen de fractievoorzitters welke informatie kan worden gedeeld. 6. Het fractievoorzittersoverleg komt in ieder geval zesmaal per jaar bijeen en kan daarnaast bijeenkomen op voorstel van één van de leden. Fractievoorzitters kunnen zich alleen laten vervangen door een andere fractievoorzitter. 7. De bijeenkomsten van het fractievoorzittersoverleg zijn niet openbaar. 8. De voorzitter kan voorstellen om de secretaris of een specifiek betrokken lid van het college voor het fractievoorzittersoverleg uit te nodigen. De leden beslissen over dit voorstel.
4
Artikel 8 Instelling auditcommissie 1. De raad stelt een auditcommissie in, die de volgende taak heeft: a. het doen van een aanbeveling over de selectie van de accountant; b. het zijn van aanspreekpunt en controleur van de accountant; c. het bespreken van board-/managementletter, accountantsrapport en programmaverantwoording; d. het in dit verband toezien op de uitvoering door het college van de kaders die door de raad zijn vastgesteld; e. het afstemmen van de door de accountant, college en rekenkamer uit te voeren onderzoeken; f. het adviseren van de raad over het rechtmatigheidsoordeel van het college; g. het, samen met college en de concerncontroller, bespreken van de inrichting van de rechtmatigheidscontrole; h. het toezicht houden op de kwaliteit en volledigheid van risicoanalyses en de onderbouwing van het weerstandsvermogen. 2. De commissie bestaat uit vijf raads- of burgerraadsleden van verschillende partijen. 3. De raad benoemt de leden van de commissie uit zijn midden. De raad kan de leden van de commissie schorsen en ontslaan. 4. Een lid van de commissie houdt op lid van de commissie te zijn als hij ophoudt raadsof burgerraadslid te zijn. 5. Een lid van de commissie kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raadsgriffier.
Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als zijn opvolger is benoemd. 6. De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan. 7. De raadsgriffier dan wel een door hem aan te wijzen voorrondegriffier ondersteunt de commissie. 8. De commissie rapporteert rechtstreeks aan de raad en brengt gevraagd en ongevraagd advies uit aan de raad. 9. De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar, tenzij de commissie anders beslist. 10. Elk lid van de commissie heeft één stem. Als bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. De (voorronde)griffier heeft een adviserende stem. 11. Onverminderd de bevoegdheid van de raad om ter zake voorschriften te stellen, regelt de commissie zelf haar wijze van werken en kan zij een reglement van orde vaststellen, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel. Hoofdstuk 4 Toelating van nieuwe raadsleden; benoeming wethouders; fracties Artikel 9a Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens verslag uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad.
Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in het verslag. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de verkiezingen. 5
4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over zijn toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 9b Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. 3. De commissie brengt vervolgens verslag uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Indien van toepassing wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in het verslag. 4. De burgemeester geeft voorafgaand aan iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester ontvangt het volledige rapport van deze risicoanalyse. De conclusies van het betreffende rapport worden onder geheimhouding met de raad gedeeld. 5.
De voorzitter roept een nieuw benoemde wethouder op voor de raadsvergadering waarin over zijn toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 10a Fracties 1. De raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de raadsvoorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de raadsgriffier. 4. Wanneer één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden, wanneer één of meer leden van een fractie zich bij een andere fractie aansluiten, of wanneer twee of meer fracties samengaan, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter, met afschrift aan de griffier. Bij het samengaan van fracties wordt de mededeling gedaan door beide fractievoorzitters. Voor het splitsen van fracties, het vormen van nieuwe fracties of het samengaan van fracties is geen toestemming van de raad vereist. 5.
Een nieuwe naam van de fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. Hoofdstuk 5 Voorbereiding politieke avond Artikel 11 Oproep 1. De raadsvoorzitter zendt ten minste 5 werkdagen voor een politieke avond de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de politieke avond. 6
2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de oproep gepubliceerd in het raadsinformatiesysteem. 3. Op de stukken, bedoeld in het tweede lid, is artikel 14, tweede lid, van toepassing. Artikel 12a Agenda 1. Voordat de oproep wordt verzonden, stelt het agendacommissie de voorlopige agenda voor de politieke avond vast en bepaalt daarbij de status van de onderwerpen. 2. In spoedeisende gevallen kan de agendacommissie, de voorzitter of de waarnemend voorzitter na het verzenden van de oproep tot uiterlijk twee werkdagen voor de aanvang van een politieke avond een aanvullende voorlopige agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden per e-mail verzonden en openbaar gemaakt in het raadsinformatiesysteem. 3. Bij aanvang van de voorronde en de raadsvergadering stellen de leden de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kunnen bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda worden toegevoegd of afgevoerd. 4. Wanneer de leden van een voorronde of de raad een onderwerp onvoldoende voor een voorronde of de openbare beraadslaging in de raadsvergadering voorbereid acht, kunnen zij het onderwerp verwijzen naar een volgende politieke avond of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. 5.
Op voorstel van een lid of van de voorzitter, kan de raad of kunnen de leden van een voorronde de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel 12b Collegevoorstel 1. Een voorstel van het college aan de voorronde dat vermeld staat op de agenda van de voorronde, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de leden. 2. Als de voorronde van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug naar het college moet worden gestuurd, bepalen de leden of, en in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 13a Uitnodiging burgemeester en wethouder(s) Het agendacommissie, de voorzitter, de waarnemend voorzitter of een voorzitter uit de voorzitterspoule kan de burgemeester en/of één of meer wethouders uitnodigen om tijdens de politieke avond aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen. Artikel 13b De secretaris De leden kunnen, eventueel op voorstel van de voorzitter, de secretaris verzoeken in de vergadering aanwezig te zijn en deel te nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement. Artikel 14 Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor eenieder toegankelijk gemaakt door publicatie in het raadsinformatiesysteem.
Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden. 2. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier. De griffier verleent de raads- en burgerraadsleden inzage op verzoek. De raads- en burgerraadsleden die de stukken inzien, tekenen hiervoor. 7
Artikel 15 Openbare kennisgeving 1. De politieke avond wordt door aankondiging in het raadsinformatiesysteem en door afkondiging op de in de gemeente gebruikelijke wijze openbaar gemaakt. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda van de politieke avond; b. de wijze waarop en de plaats waar eenieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; c. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het in- of meespreekrecht, als bedoeld in artikel 21. Hoofdstuk 6 Tijdstip van vergaderen en presentielijsten Artikel 16 Politieke avond 1. De politieke avond vindt in de regel eenmaal in de twee weken op de dinsdagavond plaats. De politieke avond bestaat eenmaal per twee weken in de regel uit voorronden en twee weken later in de regel uit raadspreekuur, vragenhalfuur informatiememo’s en raadsvergadering. 2. a. De politieke avond begint om 19.30 uur met de voorronden. De voorronden eindigen in principe niet later dan 22.30 uur, met daarbij een gezamenlijke vaste pauzetijd van 20.30 uur tot 20.45 uur. b. Indien het ernaar uitziet dat een voorronde niet om 22.30 uur beëindigd kan zijn, overlegt de voorrondevoorzitter rond 22.15 uur met de bij de betreffende voorronde aanwezige leden. Als blijkt dat de meerderheid van de leden de agenda die avond nog wil afronden, dan wordt doorvergaderd. 3. a.
Het raadspreekuur en het plenaire vragenhalfuur informatiememo’s beginnen om 19.00 uur tot uiterlijk 19.20 uur gevolgd door de raadsvergadering om 19.30 uur. De raadsvergadering eindigt in principe uiterlijk om 22.30 uur. b. Indien het ernaar uitziet dat de raadsvergadering niet om 22.30 uur beëindigd kan zijn, overlegt de voorzitter rond 22.15 uur met de aanwezige leden. Als blijkt dat de meerderheid van de leden de agenda die avond nog wil afronden, dan wordt doorvergaderd. Besluiten de leden de agenda niet af te ronden, dan wordt de vergadering geschorst en in de regel de volgende dag om 19.00 uur voortgezet, tenzij de leden anders beslissen. 4. Op een politieke avond kunnen maximaal drie voorronden tegelijkertijd plaatsvinden waarbij de voorronden bestaan uit de volgende clusters: a. Ruimte/omgevingswet, duurzaamheid/milieu en aanverwante beleidsterreinen; b. Inwoners, met onderwerpen als sociaal domein, participatiewet, maatschappelijke ontwikkeling, sport, wijk- en dorpsraden etc.; c. Bestuur, met onderwerpen als financiën, economie, openbare orde en veiligheid. 5. De voorzitter of de waarnemend voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en/of een ander aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats voor de politieke avond aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de agendacommissie. 8
6. De vergaderdata worden jaarlijks vastgelegd in een schema dat uiterlijk in november van het jaar daarvoor aan de raad wordt aangeboden. Artikel 17 Presentielijsten 1. Een burgerraadslid tekent voorafgaand aan de voorronden, onmiddellijk bij binnenkomst, de presentielijst. 2. Ieder lid van de raad tekent voorafgaand aan de raadsvergadering, onmiddellijk bij binnenkomst in de vergaderzaal, de presentielijst. 3. Aan het einde van de politieke avond worden de presentielijsten door de raadsvoorzitter en de raadsgriffier door ondertekening vastgesteld. 4. De leden die deelnemen aan de vergadering en voor het einde van een voorronde respectievelijk de raadsvergadering de vergadering verlaten, geven daarvan vooraf kennis aan de voorronde- respectievelijk de raadsvoorzitter. Hoofdstuk 7 Raadspreekuur, vragenhalfuur en voorronden Artikel 18 Raadspreekuur 1. Het raadspreekuur is een podium voor inwoners, organisaties, verenigingen etc. om aandacht te vragen voor onderwerpen die (nog) niet op de agenda staan van de politieke avond; 2. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen beroep of bezwaar openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht op grond van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3.
Iedereen die van het raadspreekuur gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk voor 12.00 uur op de werkdag voor de politieke avond bij de griffie. Hij vermeldt daarbij zijn naam, (email)adres, telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 4. Elke inspreker krijgt maximaal 10 minuten het woord. Bij meer dan 2 insprekers wordt de tijd evenredig verdeeld over de insprekers of kan een inspreker inspreken op een volgend raadspreekuur. 5. Als de beschikbare tijd onvoldoende is om alle vragen te behandelen, wordt de behandeling ervan verplaatst naar een volgend raadspreekuur. 6. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van een ordelijk verloop van de bijeenkomst. 7. De waarnemend raadsvoorzitter is voorzitter van het raadspreekuur. Bij zijn afwezigheid wordt hij vervangen door een voorzitter uit de voorzitterspoule. 8. Aan het raadspreekuur kunnen alle raads- en burgerraadsleden deelnemen. Artikel 19 Vragenhalfuur informatiememo’s 1. Raads- en burgerraadsleden wordt de gelegenheid gegeven vragen te stellen aan het college of de burgemeester over informatiememo’s of TIC’s . 2. De gestelde vragen mogen politiek van aard zijn maar er wordt geen debat gevoerd. 3.
Een raads- of burgerraadslid die een of meer vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van de informatiememo of TIC en de vraag voor 12.00 uur op de werkdag voor de politieke avond bij de griffie.
9
4. 5. 6.
7. 8. 9.
De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de aangemelde memo’s of TIC’s aan de orde worden gesteld. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd van de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige raads- en burgerraadsleden. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Vervolgens kan de voorzitter aan de andere raads- en burgerraadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Tijdens het vragenhalfuur worden geen interrupties toegestaan. Een voorrondevoorzitter is voorzitter van het vragenhalfuur. Aan het vragenhalfuur kunnen alle raads- en burgerraadsleden deelnemen.
Artikel 20 Voorronde 1. Een voorronde kan uit de volgende vergaderingen bestaan, met als doel voorbereiding op toekomstige besluitvorming: a. voorbereidende vergadering; b. rondetafelgesprek (RTG of RTGC); c. hoorzitting; d. technische uitlegsessie; e. informatiebijeenkomst. 2. De agenda vermeldt om welke soort vergadering het gaat. 3. Een raads- of burgerraadslid kan voorstellen een onderwerp te agenderen in een voorronde. 4. Aan een voorronde neemt ten hoogste één lid per fractie deel. Dit geldt niet voor een technische uitlegsessie en de informatiebijeenkomst. 5. Een lid van een voorronde kan zowel een raads- als burgerraadslid zijn. Artikel 21 In- en meespreekrecht 1. Inspreekrecht voorbereidende vergadering en informatiebijeenkomst: a. voorafgaand aan de behandeling van een agendapunt kunnen aanwezige insprekers gezamenlijk gedurende maximaal 15 minuten het woord voeren over de geagendeerde onderwerpen; b. een ieder die wil inspreken moet zich uiterlijk voor 12.00 uur op de werkdag voor de politieke avond aanmelden bij de griffie. Hij vermeldt daarbij zijn naam, (email)adres, telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren; c. de voorrondevoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorrondevoorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van een ordelijk verloop van de vergadering; d.
elke inspreker krijgt maximaal 5 minuten het woord, ongeacht of hij inspreekt op meerdere onderwerpen en/of namens meerdere personen. Als er in totaal meer dan 3 insprekers zijn, verdeelt de voorrondevoorzitter de spreektijd evenredig over de insprekers. In bijzondere gevallen kan de voorzitter afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 2. Inspreekrecht hoorzitting: a. een hoorzitting is altijd gekoppeld aan een agendapunt waarbij andere aanwezige insprekers gezamenlijk gedurende maximaal 60 minuten het woord kunnen voeren;
10
b. een ieder die wil inspreken moet zich uiterlijk voor 12.00 uur op de werkdag voor de politieke avond aanmelden bij de griffie. Hij vermeldt daarbij zijn naam, (email)adres, telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren; c. elke inspreker krijgt maximaal 5 minuten het woord, ongeacht of hij inspreekt namens meerdere personen. Als er in totaal meer dan 12 insprekers zijn, verdeelt de voorrondevoorzitter de spreektijd evenredig over de insprekers. In bijzondere gevallen kan de voorrondevoorzitter afwijken van de maximale lengte van de spreektijd; d. na de mondelinge toelichting(en) door de inspreker(s) kunnen de raads- en burgerraadsleden gezamenlijk voor ten minste 30 minuten aanvullende vragen stellen. 3. Meespreekrecht RTG: a. een RTG en daarmee het meespreekrecht is altijd gekoppeld aan een bepaald onderwerp/agendapunt; b. een ieder die wil meespreken moet zich uiterlijk voor 12.00 uur op de werkdag voor de politieke avond aanmelden bij de griffie. Hij vermeldt daarbij zijn naam, (email)adres, telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. c. voor de meespreker gelden dezelfde spelregels in verband met een ordelijk verloop van de vergadering, zoals bepaald in dit reglement, als voor de andere deelnemers aan de vergadering. 4. De technische uitlegsessie, RTGC en de raadsvergadering kennen geen in- of meespreekrecht. 5.
Voor alle vormen van in- of meespreken, als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, geldt dat het woord niet gevoerd kan worden over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht op grond van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; d. onderwerpen die niet op de agenda staan; e. de reguliere agendapunten, zoals de opening, vaststelling van de agenda, het in- en meespreekrecht, de ingekomen stukken en mededelingen. Artikel 22 Advies voorronde 1. Wanneer de voorrondevoorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is behandeld, sluit hij de beraadslaging, tenzij de leden anders beslissen. 2. Nadat de beraadslaging is gesloten, beslissen de leden of er een advies wordt uitgebracht. 3. Als de leden een advies uitbrengen, beslissen de leden op voorstel van de voorrondevoorzitter over de inhoud van het advies. 4. In het advies worden de standpunten van alle fracties opgenomen. Artikel 23 Schriftelijke terugkoppelingen voorronden Van de voorronden worden schriftelijke terugkoppelingen gemaakt. Hoofdstuk 8 Nadere invulling voorbereidende vergadering en raadsvergadering Artikel 24 Opening voorbereidende vergadering en quorum 11
1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, als meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na het noemen van de namen der aanwezige leden, onder verwijzing naar dit artikel, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na de oproep is gelegen. 3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De leden kunnen echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkt dat meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Artikel 25 Opening raadsvergadering: quorum en bezinning 1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, als het daarvoor door de wet vereiste aantal leden blijkens de presentielijst aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de wet. 3.
Voordat de beraadslagingen beginnen wordt in de vergadering een kort moment van bezinning ingelast dat in stilte plaats heeft en waarbij wordt gevraagd te gaan staan. Artikel 26 Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de leden anders beslissen. 2. Elk spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3. Een lid voert in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat initiatiefvoorstel. 5. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel 27 Spreektijd De agendacommissie kan in de opgestelde voorlopige agenda spreektijden voorstellen. Artikel 28 Beraadslaging 1. De leden kunnen op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter kunnen de leden besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen om het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. 3.
De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. De fractie, waarvan het lid om schorsing heeft gevraagd, begint met het geven van een toelichting over de uitkomst van het beraad dan wel de aanleiding van het verzoek tot schorsing. Artikel 29 Deelname beraadslaging door anderen 1. De leden kunnen bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden, de wethouder, de secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.
12
2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één van raadsleden genomen alvorens met de beraadslaging over het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Hoofdstuk 9 Orde politieke avond Artikel 30 Voorstellen van orde 1. De voorzitter en ieder raads- of burgerraadslid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Een voorstel van orde betreft uitsluitend de orde van de vergadering. 3. Over een voorstel van orde beslissen de leden terstond. 4. Bij het staken van de stemmen wordt het voorstel van orde geacht niet te zijn aangenomen. Artikel 31 Handhaving orde; schorsing vergadering 1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het in acht nemen van dit reglement te herinneren; b. een raads- of burgerraadslid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2. Als een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen.
Als de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. 4. De voorzitter kan voorstellen aan een raads- of burgerraadslid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering ontzeggen. 5. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het raads- of burgerraadslid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig laat de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. Artikel 32 Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. Artikel 33 Geluid- en beeldregistraties 1. Van de openbare vergaderingen worden beeld- en geluidsregistraties gemaakt. Deze registraties worden na afloop van de vergadering in het raadsinformatiesysteem geplaatst. 2.
Degenen die van een openbare vergadering beeld- en/of geluidsregistraties willen maken, melden dit voorafgaand aan de voorzitter en volgen zijn/haar aanwijzingen.
13
Hoofdstuk 10 Specifieke bepalingen raadsvergadering Paragraaf 1 Zitplaatsen, besluitenlijst en spreekregels Artikel 34 Zitplaatsen 1. De voorzitter, de raadsleden en de griffier hebben een vaste zitplaats. Deze wordt bij de start van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad door de voorzitter vastgesteld. De concept-indeling wordt vooraf ter afstemming voorgelegd aan de fractievoorzitters. 2. Als daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien. 3. De griffier draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel 35 Besluitenlijst raad 1. De ontwerp-besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt uiterlijk 7 werkdagen voor de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst in het raadsinformatiesysteem. 2. Bij het begin van de vergadering wordt, zoveel mogelijk, de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. 3. De raadsleden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, als de ontwerp-besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft wat gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering moet voor 12.00 uur op de werkdag voor de raadsvergadering, schriftelijk bij de griffier worden ingediend.
Een voorgestelde verandering wordt voor de raadsvergadering, waarin de betreffende besluitenlijst wordt vastgesteld, schriftelijk ter kennis gebracht aan de raad. De voorzitter raadpleegt de raad, die besluit of en welke veranderingen zoals opgenomen in het overzicht zullen worden aangebracht. De veranderingen worden opgenomen in de concept-besluitenlijst van de betreffende vergadering. 4. De besluitenlijst bevat in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de secretaris, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, de leden die voor het beëindigen de vergadering verlaten, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. een overzicht van het verloop van elke stemming, bij hoofdelijke stemming met vermelding van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist, en bij niet hoofdelijke stemming, als aanwezige raadsleden hierom verzoeken, onder aantekening dat zij hebben tegengestemd of zich van stemming hebben onthouden; d. de titel van de in de vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties en (sub)amendementen; e.
bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 29 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen; f. een omschrijving van de genomen besluiten. 5. De besluitenlijst wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid van de griffier. 6. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend. 7. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt op de in de 14
gemeente gebruikelijke wijze. Artikel 36 Ingekomen stukken; mededelingen 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt geplaatst in het raadsinformatiesysteem. 2. Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad, op voorstel van de voorzitter van de agendacommissie of in geval van onverwijlde spoed de griffier, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Artikel 37 Actualiteitenronde 1. Na het agendapunt ingekomen stukken volgt de actualiteitenronde bestaande uit de volgende agendapunten: a. Verbonden partijen; b. Actieve informatievoorziening door het college en de burgemeester. 2. Bij het agendapunt ‘Verbonden partijen’ worden het college, de burgemeester en de raadsrapporteurs in de gelegenheid gesteld actief korte mondelinge informatie te verstrekken over actuele aangelegenheden met betrekking tot verbonden partijen. 3. Bij het agendapunt ‘Actieve informatievoorziening door het college en de burgemeester’ worden het college en de burgemeester in de gelegenheid gesteld korte, bondige mededelingen te doen over actuele onderwerpen. 4. De actualiteitenronde mag ook gaan over onderwerpen die op de raadsagenda staan. 5. Na de mededeling is gelegenheid voor raadsleden om vragen over de mededeling te stellen. Interrupties zijn niet toegestaan. 6.
Mededelingen voor de actualiteitenronde worden vooraf gemeld aan de voorzitter en mogen niet uitlokken tot een politiek debat. 7. De spreektijd voor de actualiteitenronde is maximaal 15 minuten per agendapunt met een maximum van 2 minuten per onderwerp. Artikel 38 Spreekregels raad 1. De raadsleden en de overige aanwezigen spreken vanaf de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. De raadsleden die tijdens het betoog nadere toelichting van de spreker verlangen op hetgeen deze heeft gezegd, mogen interrumperen. Ook de interrupties worden tot de voorzitter gericht. 2. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de raadsleden en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. 3. Een raadslid voert slechts het woord na het aan de voorzitter te hebben gevraagd en van hem te hebben verkregen. Ook voor interrupties is voorafgaande toestemming van de voorzitter vereist. 4. Voordat de beraadslaging in eerste of tweede instantie over een onderwerp wordt geopend, stelt de voorzitter de raadsleden in de gelegenheid zich aan te melden om het woord te voeren. De voorzitter verleent het in het derde lid bedoelde verlof in de volgorde, waarin de raadsleden zich hebben aangemeld. 5. De voorzitter kan toestaan, dat een raadslid, dat zich niet overeenkomstig het vierde lid heeft aangemeld, alsnog het woord voert. 6.
Van de in het vierde lid bedoelde volgorde kan worden afgeweken, wanneer verlof wordt gevraagd om over een nader aangeduid persoonlijk feit te spreken, een voorstel van orde te doen, inlichtingen over het aan de orde zijnde onderwerp te vragen of voor te stellen de beraadslagingen te sluiten. 15
7. Een raadslid dat in tweede instantie voor de eerste maal het woord voert, krijgt op zijn verzoek het woord voor degenen, die in eerste instantie het woord al gevoerd hebben. 8. De voorzitter kan nadere regels stellen over het spreekrecht van raadsleden. Paragraaf 2 Algemene bepalingen over stemming in de raad Artikel 39 Beslissing raad 1. Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 2. Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd. Tot slot vindt stemming plaats over de bij het voorstel ingediende moties. 3. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing. Artikel 40 Stemverklaring raad Na het sluiten van de beraadslaging en/of voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder raadslid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen in de raad Artikel 41 Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2.
Als een voorstel zonder hoofdelijke stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. De niet-hoofdelijke stemming geschiedt bij handopsteking. 4. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 5. De voorzitter deelt mee bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer (primusnummer) van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde raadslid begint de hoofdelijke stemming. 6. Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar volgorde van de presentielijst. 7. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich ‘voor’ of ‘tegen’ te verklaren, zonder enige toevoeging. 8. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd.
Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.
16
9. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel 42 Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als op het amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Artikel 43 Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren.
De stembriefjes moeten identiek zijn. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de wet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. een niet ingevuld of onleesbaar stembriefje; b. een ondertekend stembriefje; c. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d. een stembriefje waarbij op een andere persoon is gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. 7. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel 44 Herstemming over personen 1.
Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.
17
2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming het meeste aantal stemmen hebben verkregen. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3. Als bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel 45 Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Hoofdstuk 11 Rechten van raadsleden Artikel 46 Amendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2.
Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst hebben getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 3. Ieder raadslid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een raadslid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 4. Intrekking, door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk, totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 47 Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. Het verzoek voor behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp wordt bij de vaststelling van de agenda in stemming gebracht en wordt toegekend indien het wordt gesteund door tenminste een vijfde van de aanwezige leden. 4. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld, tenzij de vergadering op voorstel van de voorzitter anders besluit. 5. Intrekking door de indiener van de motie is mogelijk totdat besluitvorming door de raad is afgerond.
18
Artikel 48 Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de griffier. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2. Het college kan binnen 20 werkdagen nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de digitale oproep hiervoor reeds is verstuurd wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. 4. De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat: a. het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp moet worden behandeld; b. het voorstel eerst moet worden behandeld in een voorronde. Artikel 49 Collegevoorstel 1. Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2.
Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 50 Interpellatie 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie, behoudens naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, voor 12.00 uur op de werkdag voor de raadsvergadering schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht en wordt toegekend indien het wordt gesteund door tenminste een vijfde van de aanwezige leden. 3. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 4. De voorzitter geeft, tenzij de raad anders beslist, achtereenvolgens het woord aan: de interpellant, het college, interpellant, de overige leden van de raad, het college, interpellant. Daarna wordt zo nodig gestemd. Artikel 51 Schriftelijke vragen 1. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd.
De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. 2. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht.
19
3. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 25 werkdagen, nadat de vragen zijn binnengekomen (met de mogelijkheid van verlenging van deze termijn met dertig dagen). Als beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier door publicatie in het raadsinformatiesysteem aan de leden van de raad ter beschikking gesteld. 5. De vragensteller kan in de eerstvolgende raadsvergadering en na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Artikel 52 Vragenuur 1. Het eerste agendapunt na de opening van de vergadering is gereserveerd voor het vragenuur, tenzij er bij de voorzitter of de griffier geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het agendacommissie bepalen dat het vragenuur op een later tijdstip wordt geagendeerd. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur eindigt. 2.
Raadsleden die tijdens het vragenuur vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp en de vraag voor 12.00 uur op de werkdag voor de raadsvergadering bij de griffier. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen als hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven, als het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt of als het onderwerp niet urgent is en het via schriftelijke vragen kan worden ingediend. 3. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld. 4. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad. 5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 6. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 7. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 8. Tijdens het vragenuur worden geen moties ingediend en geen interrupties toegestaan.
Hoofdstuk 12 Besloten vergadering tijdens de politieke avond Artikel 53 Algemeen 1. Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. 2. Door de raad benoemde burgerraadsleden, mogen tijdens een besloten voorronde als lid aanwezig zijn dan wel als toehoorder tijdens de raadsvergadering aanwezig zijn.
20
3.
Bij een besloten raadsvergadering over de (her-) benoeming van de burgemeester zijn alleen raadsleden, raadsvoorzitter, griffier, eventuele door de raad aan de vertrouwenscommissie toegevoegde adviseurs en notulist aanwezig.
Artikel 54 Uitbreiding kring van geheimhouders 1. Het college is bevoegd om geheime informatie ook met andere partijen te delen, nadat deze informatie aan de raad is verstrekt, als dit noodzakelijk is in het kader van het dagelijks bestuur. 2. Het college informeert de raad zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen één week als er geheime informatie met andere partijen is gedeeld. Artikel 55 Opheffing geheimhouding Als de raad, op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Artikel 56 Besluitenlijst besloten vergadering 1. Een besluitenlijst van een besloten raadsvergadering wordt niet verspreid maar berust bij de griffier. 2. De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de besluitenlijst. Hoofdstuk 13 Begroting en rekening Artikel 57 Procedure begroting Onverminderd het bepaalde in de wet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de raad, op voorstel van het agendacommissie, vaststelt.
Artikel 58 Procedure jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de wet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad, op voorstel van het agendacommissie, vaststelt. Hoofdstuk 14 Lidmaatschap van andere organisaties Artikel 59 Verslag en verantwoording 1. Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan ingesteld op grond van de wet gemeenschappelijke regelingen of in een andere organisatie of institutie, heeft het recht om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken òf voor het sluiten van de raadsvergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur
21
of gemeenschappelijk orgaan aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar een desbetreffende voorronde. 2. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. Artikel 51 is van overeenkomstige toepassing. 3. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. 4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden, wethouder, de burgemeester of de secretaris heeft benoemd. Hoofdstuk 15 Slotbepalingen Artikel 60 Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van dit reglement, beslissen de raads- en/of burgerraadsleden op voorstel van de betreffende voorzitter. Artikel 61 Intrekking oude reglement Het Reglement van orde politieke avond gemeente Overbetuwe 2024, zoals vastgesteld bij besluit van 27 juni 2024, wordt ingetrokken. Artikel 62 Inwerkingtreding Dit reglement treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking. Artikel 63 Citeertitel Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde politieke avond gemeente Overbetuwe 2026. Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 2 juni 2026.
DE RAAD VOORNOEMD, de griffier,
de voorzitter,
drs. D.E. van der Kamp
R.P. Hoytink-Roubos
22
Toelichting op Reglement van orde politieke avond gemeente Overbetuwe 2026 Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen Dit artikel behoeft geen toelichting. Algemene opmerking: daar waar 'hij' en 'zijn' staat, kan ook 'zij' en 'haar' worden gelezen. Hoofdstuk 2 Voorzitter, burgerraadsleden en griffiers Artikel 2 De voorzitter Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 3 Burgerraadsleden Naast de raadsleden, kunnen voor de fracties bestaande uit 3 raadsleden of meer maximaal 3 burgerraadsleden benoemd worden. Voor fracties bestaande uit 1 of 2 raadsleden, is het maximum 4 burgerraadsleden. Naast voordracht voor benoeming van een burgerraadslid kan de fractie ook verzoeken om ontslag van een burgerraadslid. Dit laatste kan zich bijvoorbeeld voordoen als een fractie het burgerraadslid niet langer geschikt acht deze functie te vervullen en om te voorkomen dat hij blijft zitten terwijl dit door de fractie niet langer gewenst is. Het derde lid bepaalt aan welke eisen burgerraadsleden moeten voldoen. Dit betekent dat zij dus niet op de kieslijst hoeven te staan. Burgerraadsleden leggen ook de eed of verklaring en belofte af. Burgerraadsleden worden namelijk waar mogelijk gelijkgeschakeld met de raadsleden en dan ligt gelijkschakeling op dit punt ook voor de hand.