CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

26-06-02.12 Rekenkamerrapport GMR maart 2026

Gemeenteraadsvergadering 2 juni 2026, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Rekenkamerrapport ‘1+1≈3, Samenwerken in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen’18.293 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dat blijkt onder meer uit voorstellen voor een verbeterde plancyclus, ruimere zienswijzetermijnen en een informatieprotocol dat actieve, tijdige communicatie waarborgt.16 Beeld van de governance en samenwerking op basis van de evaluatie De evaluatie van de GMR laat zien dat het samenbrengen van 18 gemeenten een prestatie op zich is. Tegelijkertijd blijkt dat de formele overlegstructuren, zoals de Regioagendacommissie (RAC), niet altijd bijdragen aan de gewenste onderlinge verbinding. Informele ontmoetingen blijken vaak effectiever in het versterken van relaties, wat de uitdaging onderstreept om in een groot gezelschap persoonlijke verbinding te behouden. De regio kent daarnaast grote verschillen in karakter. De GMR presenteert zich als een stedelijk netwerk waarin de balans tussen stedelijke ontwikkeling en leefkwaliteit centraal staat. Toch bevestigt onderzoek dat de lokale kenmerken sterk uiteenlopen, wat de samenwerking complexer maakt. Binnen de Gemeenschappelijke Regeling is sprake van onduidelijkheid over governance, rollen en verantwoordelijkheden. Het is niet altijd helder wie waarvoor verantwoordelijk is, wat leidt tot verwarring in de besluitvorming17. De structuur wordt als complex ervaren, met onduidelijke verhoudingen tussen gremia zoals de bestuurlijke opgave teams (BOT’s), het AB, de colleges en de raden.

Hoewel de doelen van de GMR helder zijn, is het besluitvormingsproces vaak ondoorzichtig. Zowel de netwerkdirectie als het AB zoeken nog naar hun rol, zeker nu de samenwerking verschuift van planvorming naar uitvoering. Binnen het AB leeft bovendien de wens om meer invloed uit te oefenen en niet slechts als formeel afstempelorgaan te fungeren. Ook binnen de BOT’s klinkt de roep om meer regie op de eigen agenda. Tot slot speelt de spanning tussen regionale samenwerking en lokale autonomie. Gemeentelijke belangen wegen soms zwaarder dan het regionale perspectief, mede doordat niet alle gemeenten in staat zijn om in hetzelfde tempo en met gelijke draagkracht bij te dragen. De inzet van extern personeel door het regiobureau, als gevolg van arbeidsmarktkrapte, kan de afstand tot gemeenten vergroten.18

25-03-11 A7 TIC; Collegevoorstel Benoeming gemeentelijke vertegenwoordiging GMR 23-11-28.100 Definitief eindrapport kwalitatief evaluatieonderzoek GMR 16 20-12-08.90 Persbericht Groene Metropoolregio Arnhem 17 Kwalitatief evaluatieonderzoek Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen 2023 18 15-06-23 Definitief eindrapport kwalitatief evaluatieonderzoek GMR 14 15

24

3.5 Kosten, baten en begroting

De Groene Metropoolregio (GMR) hanteert een hybride financieringsmodel dat steunt op twee hoofdbronnen: gemeentelijke bijdragen en externe subsidies. De kernfinanciering verloopt via een inwonerbijdrage, waarbij alle achttien deelnemende gemeenten bijdragen aan de begroting. Het regiobureau wordt volledig bekostigd uit deze gemeentelijke bijdragen. Voor de vijf regionale opgaven wordt aanvullend gebruikgemaakt van subsidies van externe partners, waaronder het Rijk, de provincie Gelderland en andere instellingen. In de periode 2022–2024 kwam tussen de 29% en 36% van de totale bestedingen uit externe middelen, terwijl de resterende 64% tot 71% werd gefinancierd via de inwonerbijdragen. De begroting bestaat uit twee programma’s: het regiobureau en de vijf opgaven. In 2024 bedroeg de bijdrage voor het regiobureau € 2,71 per inwoner, en voor de opgaven € 5,84 per inwoner. Dynamiek en Onzekerheid van Baten De inkomsten van de GMR worden gekenmerkt door een combinatie van substantiële subsidies en aanzienlijke onzekerheden. Zo is er een Regio Deal gesloten tussen het Rijk, de GMR, de provincie Gelderland en The Economic Board (TEB), met een totale waarde van minimaal € 30 miljoen voor de periode 2024-2027, waarvan € 15 miljoen afkomstig is van het Rijk. Tegelijkertijd is de afhankelijkheid van externe fondsen een kwetsbaar punt.

De structurele financiering van langlopende projecten, zoals de Woondeal, Dit heeft geleid tot een neerwaartse bijstelling van de begrote bijdragen van het Rijk en de provincie, met een verwachte subsidie van circa € 750.000 in 2024. Daarnaast is de incidentele opstartsubsidie van de provincie Gelderland aan de GMR (€ 600.000 per jaar in 2021 en 2022) na 2022 beëindigd, wat de financiële ruimte verder onder druk zet. Financiële Resultaten en Terugbetaling Een opvallend kenmerk in de jaarrekeningen is dat er vaak sprake is van onbestede middelen. Dit wordt deels veroorzaakt door hogere rentebaten dan begroot, voortkomend uit het schatkistbankieren van liquide middelen die niet zijn besteed. Een positief saldo van het regiobureau en het saldo van de niet bestede inwonerbijdragen van de opgaven vloeit naar rato terug naar de deelnemende gemeenten. (Bijdrage is ook een cofinanciering, deel valt vrij omdat die niet meer nodig). Dit is inherent aan de systematiek.

25

Operationele Kosten en Inhuur In 2024 overschreden de uitgaven voor ingeleend personeel de begroting met € 347.222. Deze overschrijding werd voornamelijk veroorzaakt door vervanging bij langdurig ziekteverzuim en aanvullende inzet voor de Regio Deal. Dit wijst mogelijk op een afhankelijkheid van externe flexibele capaciteit. De groei van de GMR en gewijzigde wet- en regelgeving, waaronder een toename in verantwoordingsverplichtingen door het aantal subsidies, hebben geleid tot hogere organisatiekosten. Vooral de accountants- en administratiekosten vielen hoger uit dan begroot.19 Een besparing werd gerealiseerd door het beëindigen van de huur van een ruimte in Brussel, wat jaarlijks circa € 20.000 oplevert. Ter dekking van incidentele tegenvallers is een algemene reserve van € 100.000 gevormd. Begrotingsrechtmatigheid en Afwijkingen De GMR moet een rechtmatigheidsverantwoording afleggen. Hieruit blijken afwijkingen tussen de begroting en de realisatie. De bruto begrotingsafwijking in 2023 was (€ 1.777.989), hoewel het merendeel als ‘acceptabel’ werd beschouwd na tijdige melding in de jaarstukken. In 2023 werden onrechtmatigheden op het voorwaardencriterium geconstateerd van € 129.190 (door ten onrechte niet Europees aanbestede inkopen) en formele begrotingsonrechtmatigheden van € 148.373 (door overschrijding van lasten op programma's die niet tijdig waren gemeld)

3.6 Return on Investment Overbetuwe

Om de Return on Investment (ROI) van de gemeente Overbetuwe binnen de Groene Metropoolregio (GMR) in beeld te brengen, zou je kunnen onderzoeken in hoeverre Overbetuwe de betreffende werkzaamheden zelfstandig had kunnen uitvoeren, en of zij daarmee per saldo beter af zou zijn geweest. Een dergelijke vergelijking is echter niet eenvoudig te maken. Overbetuwe vertegenwoordigt circa 6% van het totale inwoneraantal van de regio en draagt jaarlijks ongeveer €465.000 bij aan het regiobureau en de vijf opgaven. Daarnaast wordt jaarlijks circa €49.000 bijgedragen aan The Economic Board (TEB). Wanneer de baten uit de Regio Deal proportioneel zouden worden toegerekend op basis van het inwoneraandeel, zou dit voor Overbetuwe neerkomen op een bedrag van circa €900.000. In de praktijk vraagt dit om het cofinancieren van programmalijnen. Dit betekent dat de deelnemende gemeente hier een proactieve rol moet vervullen om dit te kunnen waarmaken. Deze benadering biedt echter slechts een indicatie, aangezien baten uit regionale samenwerking niet lineair verdeeld worden. Ook is cofinanciering nodig om de programmalijnen te voeden. De verdeling is afhankelijk van projectdeelname, strategische positionering en het vermogen om regionale kansen lokaal te verzilveren.

Een exacte ROI is dan ook niet vast te stellen, omdat beschikbare bronnen geen gedetailleerde uitsplitsing bieden van uitgaven en opbrengsten op gemeentelijk niveau. Wel kunnen vaste kosten en directe baten, zoals deelname aan projecten en strategische belangenbehartiging, inzichtelijk worden gemaakt. In dit onderzoek ligt de focus dan ook op het zichtbaar maken van deze elementen.

19

Jaarstukken 2024

26

Baten (Return) en Projectdeelname De gemeente Overbetuwe profiteert van haar deelname aan de GMR via betrokkenheid bij regionale programma’s en projecten, waarbij vaak externe financiering wordt benut (multipliereffect). Er is vooral sprake van een inhoudelijke return on Investment. Door de deelname kan Overbetuwe eigen inhoudelijke ambities realiseren. Hieronder enkele voorbeelden: Economische en Ruimtelijke Baten Belangenbehartiging werklocaties: De GMR ondersteunt bij lobbyactiviteiten en het verwerven van financiering voor bovenregionale economische clusters. Park15 in Overbetuwe wordt expliciet genoemd als een kansrijke werklocatie, naast Connectr (Arnhem) en InnoFase (Duiven). • Regionaal Programma Werklocaties (RPW): Overbetuwe profiteert van de uitvoering van het verplichte RPW door de GMR. Binnen de Productieve regio werkt de gemeente mee aan de visie ‘Economie van de Toekomst’, met aandacht voor circulaire economie, verdichting en herstructurering. Duurzaamheid en Energie Baten • Geothermie (LOAN): In 2023 nam Overbetuwe deel aan de LOAN-samenwerking met Lingewaard, Arnhem en Nijmegen. De GMR ondersteunde bij de opstart en het opstellen van het initiatiefdocument. Bestuurlijke en Programmatische Baten • Algemene deelname aan opgaven: Overbetuwe neemt deel aan alle vijf GMR-opgaven.

Binnen de Groene groeiregio is de gemeente betrokken bij de verstedelijkings- en woningbouwversnellingsopgave, mede gefinancierd via de Woondeal. In de Circulaire regio participeert Overbetuwe in transities zoals de Regionale Energie Strategie (RES) en Circulaire GWW. Analyse jaarrekeningen Overbetuwe Een nadere analyse van de rapportage over de GMR in de Overbetuwse jaarrekening is opgenomen in bijlage 3 van dit onderzoek en vormt een belangrijk uitgangspunt voor verdere beoordeling van de meerwaarde van de regionale samenwerking. Uit de jaarrekeningen blijkt dat de Groene Metropoolregio (GMR) zich in enkele jaren heeft ontwikkeld van een samenwerkingsverband in opbouw (2021) tot een volwassen regionaal netwerk met een stevige bestuurlijke en inhoudelijke positie. De focus is daarbij verschoven van het formuleren van gezamenlijke ambities naar uitvoering, cofinanciering en zichtbaarheid richting Rijk en Europa. Voor Overbetuwe roept deze ontwikkeling de vraag op in hoeverre de regionale samenwerking zich vertaalt naar concrete baten voor de lokale opgaven. Dit is niet alleen een verantwoordelijkheid van het bestuur van de GMR, maar van ieder afzonderlijk college aan zijn gemeenteraad.

De gemeente levert jaarlijks een financiële en ambtelijke bijdrage, maar de rapportages van de GMR blijven overwegend op regionaal niveau en bieden beperkt inzicht in specifieke opbrengsten voor Overbetuwe. Hierdoor ontstaat het beeld dat de baten van de samenwerking vooral collectief zijn, terwijl de investering individueel wordt gedragen. Misschien is hier een extra lokale duiding nodig. Hoewel de rapportages een groeiende activiteit en volwassenheid van de GMR laten zien, bieden zij relatief weinig aanknopingspunten om de effectiviteit en doelmatigheid van de samenwerking vanuit het perspectief van Overbetuwe te beoordelen. De rapportages zijn sterk beschrijvend van aard en leggen vooral vast wat er regionaal tot stand is gebracht, zonder inzicht te geven in wat dit

27

concreet heeft opgeleverd voor de afzonderlijke deelnemende gemeenten. De verhouding tussen ingezette middelen en feitelijke opbrengsten blijft daarmee onduidelijk. Misschien is hier een extra lokale duiding nodig vanuit de colleges. Het is niet reëel om te verwachten dat de GMR dit voor elke gemeente in beeld kan brengen. Brede welvaart Om een beeld te krijgen van de ontwikkeling van de brede welvaart in de regio is gekeken naar de regionale monitor Brede welvaart van het CBS. Daarin zijn een aantal ontwikkelingen met name materiele welvaart en arbeid en vrije tijd positief over 2016-2023, zoals het besteedbaar inkomen en het bruto binnenlands product, de werkeloosheid, arbeidsparticipatie. Andere ontwikkelingen zijn min of meer gelijk gebleven zoals de subjectieve welvaart, gezondheid, Wonen en Milieu. Voor Overbetuwe is het beeld iets positiever maar overall vergelijkbaar.20

3.7 Toetsing aan het normenkader

Norm: Zijn de kosten van GMR (Regiobureau en Opgaven) duidelijk begroot en vindt de uitvoering binnen de begroting plaats? Over het algemeen is de begroting van de GMR helder gestructureerd, maar de uitvoering wijkt soms af van de oorspronkelijke begroting, wat leidt tot ofwel positieve financiële resultaten (bij het regiobureau) of onbestede middelen (bij de opgaven). De kosten worden duidelijk gesplitst in twee delen: de kosten van het Regiobureau en de kosten voor de vijf Opgaven. De begroting voor de opgaven is een financiële vertaling van de regionale agenda. De kernfinanciering (de inwonerbijdrage) wordt vooraf vastgesteld per inwoner en is specifiek voor het regiobureau of voor de opgaven waarvoor gemeenten intekenen. De gemeente heeft dus de vrijheid en de keuze om op onderdelen mee te doen. De begroting vermeldt gedetailleerde kostenposten, zoals personeelskosten, overhead, lobby, en communicatie. De uitvoering vindt over het algemeen binnen de begroting plaats. De uitvoering leidt echter vaak tot een onbestede inwonerbijdrage, wat betekent dat er een bedrag moet worden terugbetaald. Bij de opgaven vinden wel overschrijdingen van de lasten plaats op programmaniveau (bijvoorbeeld

20

https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/regionale-monitor-brede-welvaart/brede-welvaart-trend

28

de Ontspannen regio en de Groene groeiregio in 2023), die in de rechtmatigheidsverantwoording als onrechtmatig maar acceptabel worden beoordeeld, omdat ze onder de gestelde grens blijven Er wordt voldaan aan deze norm. Norm: Zijn de begrotingen van GMR (Regiobureau en Opgaven) transparant en herleidbaar tot de afgesproken doelen? De begrotingen van de GMR zijn primair gericht op het bieden van transparantie en herleidbaarheid. Toch kan de complexiteit van de financieringsstructuur dit bemoeilijken. De begroting, zoals die voor 2024, vormt de financiële vertaling van de regionale agenda 2023-2024 en volgt de structuur van de vijf integrale opgaven en hun speerpunten. Wanneer onderdelen beter aansluiten bij andere beleidsdoelen, worden begrotingsposten en speerpunten verschoven tussen opgaven. Zo zijn elementen van ‘Bruisende binnensteden’ verplaatst van de ‘Ontspannen regio’ naar de ‘Productieve regio’, wat de directe relatie tussen kosten en inhoudelijke koerswijzigingen onderstreept. De GMR hanteert een strikte Planning & Controlcyclus, met tussenrapportages en jaarrekeningen die inzicht geven in de voortgang van het regiobureau en de opgaven. De projectadministratie zorgt ervoor dat middelen beschikbaar blijven gedurende de looptijd van projecten, of terugvloeien bij niet-uitvoering, wat de transparantie van onbestede middelen versterkt.

Een belangrijk aspect van financiële transparantie is de verhouding tussen vaste inwonerbijdragen en externe subsidies. Door het hanteren van het voorzichtigheidsprincipe wijkt de realisatie van baten vaak af van de oorspronkelijke begroting, doordat subsidies (zoals voor S&O, RES en Woondeal) pas later worden toegekend. De verplichte rechtmatigheidsverantwoording draagt bij aan een zorgvuldig financieel beheer. Er wordt voldaan aan deze norm. Norm: Return on investment Hoewel Overbetuwe jaarlijks een substantiële bijdrage levert aan de Groene Metropoolregio (circa € 465.000 aan het regiobureau en € 49.000 aan The Economic Board), is een exacte Return on Investment niet vast te stellen. Door het ontbreken van gedetailleerde uitsplitsingen op gemeentelijk niveau en de complexiteit van batenverdeling binnen regionale samenwerking, blijft het onduidelijk in hoeverre deze investering zich vertaalt naar concrete opbrengsten voor Overbetuwe. Wel zijn vaste kosten en directe baten, zoals deelname aan projecten en strategische belangenbehartiging, zichtbaar gemaakt. Onduidelijk blijft wat deze samenwerking Overbetuwe concreet en meetbaar oplevert. De verantwoording richt zich hoofdzakelijk op regionale baten, terwijl lokale effecten – financieel, beleidsmatig of maatschappelijk – nauwelijks worden uitgewerkt.

Hierdoor is het niet mogelijk om een inzichtelijke en aantoonbare ROI weer te geven: Op het hoogste (outcome) niveau van Brede welvaart kunnen we zien dat er positieve ontwikkelingen zijn op het gebied van Materiele welvaart en Arbeid en vrije tijd. Onvoldoende meetbaar.

29

4. Doelrealisatie 4.1 Beschrijving uitvoering en monitoring GMR

Monitoring en de beschrijving van de uitvoeringen vindt op verschillende plekken plaats. Kwartaalberichten Het Regiobureau verzorgt ieder kwartaal een kwartaalbericht waarin de voortgang van de Regionale Agenda wordt verantwoord. Deze berichten geven een beknopt overzicht van de resultaten en ontwikkelingen binnen de vijf opgaven en het Regiobureau, en leggen een relatie tussen de behaalde resultaten en de ingezette middelen. De kwartaalrapportages voorzien in een duidelijke informatiebehoefte, versterken de verbinding tussen de Groene Metropoolregio en de deelnemende gemeenten en partners, en vormen de bouwstenen voor het jaarverslag. Zij verschijnen aan het einde van de eerste maand van elk nieuw kwartaal. Financieel tussenrapportages Halverwege het jaar wordt daarnaast een financiële tussenrapportage opgesteld. Deze informeert het Algemeen Bestuur over de voortgang van de opgaven, de stand van de begroting en de verwachte financiële uitkomst aan het einde van het jaar. Indien nodig vormt deze rapportage de basis voor een begrotingswijziging, die in het laatste Algemeen Bestuur van het jaar wordt behandeld (1x na de turap en 1x na de AB vergadering). Naast het bovenstaande worden periodieke financiële overzichten gemaakt waarin de kosten- en opbrengstenontwikkeling van de opgaven en het regiobureau kort-cyclisch worden gevolgd.

Deze financiële overzichten bieden de budgethouders (directeur, budgethouders regiobureau en opgavemanagers) de mogelijkheid deze cijfers met de medewerkers te bespreken. De opgavemanagers bespreken deze cijfers met hun bestuurlijke Platform. De Netwerkdirectie De gemeentesecretarissen, verenigd in de netwerkdirectie, spelen een cruciale rol in het monitoren van de uitvoeringskracht van de gemeenten. De netwerkdirectie monitort en rapporteert periodiek over de realisatie van de uitvoering, met name vanuit het oogpunt van beschikbare personele capaciteit en financiële ruimte. Deze inzichten worden gedeeld in de Bestuurlijke Platform (BOT’s) en op basis hiervan draagt de netwerkdirectie oplossingsrichtingen aan om de uitvoering te bevorderen. Jaarverslagen De jaarstukken, bestaande uit het jaarverslag en de jaarrekening, vormen het sluitstuk van de Planning- en Controlcyclus van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR). Met deze documenten legt de GMR verantwoording af over zowel de uitgevoerde activiteiten als de financiële resultaten. Het jaarverslag richt zich op de beleidsmatige verantwoording en beschrijft in hoeverre de gestelde doelen zijn behaald. De opbouw van de jaarstukken sluit aan bij de programmatische indeling van de vijf integrale opgaven en het programma van het Regiobureau.

Spoorboekje P&C 2022-2023 Elke opgaven kent een Bestuurlijk Platform (een soort AB van een opgave). In het BOT zitten de naast de Bestuurlijk Opdrachtgever en ambtelijk opdrachtgever, de bestuurlijk trekkers van de speerpunten. Het BOT is gericht op afstemming en bespreking voortgang binnen de opgave. 21 22

30

Specifieke monitoring /monitors Afgezien van het voorafgaande zijn er nog specifieke monitors zoals de economische monitor en de monitoring in het kader van de Regio Deal. Voor deze laatste is ook een link gelegd met de Brede Welvaart.

4.2. Analyse doelen en activiteiten

In de bijlage is aangegeven op welke wijze er gerapporteerd is op de doelen en activiteiten binnen de verschillende opgaven. Dit geldt voor de geselecteerde speerpunten Hieronder volgend de rode draden uit die analyse. Rode draden analyse doelen en activiteiten De analyse van de rapportages over de vijf opgaven binnen de Groene Metropoolregio (GMR) laat een actieve inzet zien, maar toont ook een terugkerend patroon van procesgerichte formuleringen en beperkte toetsbaarheid. De rapportages zijn overwegend beschrijvend van aard en richten zich vooral op bestuurlijke inzet, overlegstructuren en samenwerking, terwijl de koppeling met vooraf geformuleerde doelen en meetbare effecten vaak ontbreekt. Mogelijk ook door het ontbreken van deze geformuleerde doelen. Hoewel er in opgaven zoals de Groene Groeiregio en de Productieve Regio concrete resultaten zijn geboekt, blijft het onduidelijk in hoeverre deze bijdragen aan de beoogde beleidsdoelen. In meerdere thema’s is sprake van een lerende aanpak en bestuurlijke dynamiek, maar zonder structurele monitoring en duidelijke outputindicatoren blijft de daadwerkelijke impact op de regio onderbelicht. Voor een effectgerichte werkwijze is het essentieel dat activiteiten zoveel mogelijk concreet worden geformuleerd en gekoppeld aan transparante, toetsbare resultaten (RPW).

Dit betekent dat bij elke activiteit duidelijk moet zijn wat het beoogde resultaat is, binnen welke termijn dit wordt nagestreefd, en hoe dit gemeten kan worden. Door het koppelen van activiteiten aan transparante en toetsbare indicatoren ontstaat er inzicht in voortgang, effectiviteit en impact. Dit vergroot niet alleen de stuurinformatie voor bestuurders, maar maakt het ook mogelijk om verantwoording af te leggen aan gemeenteraden en inwoners. Zonder deze koppeling blijft het risico bestaan dat inspanningen vooral procesmatig blijven en dat de daadwerkelijke meerwaarde van regionale samenwerking onvoldoende zichtbaar wordt.

4.3 Toetsing aan de normen

Norm: De uitvoering van acties en projecten, evenals de realisatie van doelen en maatschappelijke opgaven, wordt op een transparante en navolgbare wijze gemonitord. Hoewel er sprake is van een gestructureerde monitoring via kwartaalrapportages, jaarstukken, schiet de transparantie en navolgbaarheid van de doelrealisatie tekort. Doelen en activiteiten zijn veelal niet SMART geformuleerd en missen concrete indicatoren, waardoor het lastig is om voortgang en maatschappelijke effecten te duiden. De rapportages zijn voornamelijk beschrijvend van aard en richten zich op procesactiviteiten, zonder duidelijke koppeling tussen acties, kosten en beoogde maatschappelijke opbrengsten. Hierdoor is niet goed te volgen in hoeverre de ingezette middelen bijdragen aan het realiseren van de gestelde opgaven. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat slechts gedeeltelijk aan de norm wordt voldaan. Norm: De vastgestelde acties en projecten worden uitgevoerd. Uit het conceptrapport blijkt dat er op diverse opgaven concrete activiteiten zijn gestart, zoals woningbouwinitiatieven binnen de Groene Groeiregio, ondersteuning van het MKB in de Productieve Regio en circulaire projecten zoals DuSpot en de impactladder. Deze voorbeelden tonen aan dat er

31

uitvoering plaatsvindt. Tegelijkertijd is de mate van uitvoering niet altijd goed te verifiëren, doordat rapportages vaak procesgericht zijn en niet systematisch aangeven welke acties daadwerkelijk zijn afgerond. Ook ontbreekt regelmatig een expliciete koppeling tussen de oorspronkelijke projectvoornemens en de gerealiseerde activiteiten. Hierdoor is het beeld van de uitvoering fragmentarisch en niet volledig navolgbaar. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat er gedeeltelijk aan de norm wordt voldaan. Norm: Aantoonbaar is gemaakt dat met de acties en projecten de doelen en maatschappelijke opgaven worden gerealiseerd. De analyse laat zien dat er op verschillende opgaven activiteiten zijn uitgevoerd. Hoewel een systematische onderbouwing van de effecten grotendeels ontbreekt, is het op basis van de aard en inhoud van de speerpunten en activiteiten aannemelijk dat deze in zekere mate bijdragen aan de beoogde ambities en maatschappelijke opgaven. Er zijn aanwijzingen voor doorwerking, bijvoorbeeld in de vorm van vervolgprojecten, bestuurlijke betrokkenheid en samenwerking met partners. Tegelijkertijd blijft de relatie tussen acties en doelrealisatie vaak impliciet en wordt deze zelden onderbouwd met meetbare indicatoren of outcome-monitoring. Een uitzondering vormt de Regio Deal, waarin een nulmeting op brede welvaart is uitgevoerd en monitoring plaatsvindt.

Deze aanpak laat zien dat het mogelijk is om effecten explicieter en systematisch in beeld te brengen. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat gedeeltelijk aan de norm wordt voldaan: er zijn aannemelijke bijdragen en signalen van doorwerking, maar de onderbouwing daarvan kan aanzienlijk explicieter en systematischer worden gemaakt. Norm: Het is voor de gemeente Overbetuwe helder wat de GMR voor hen verricht in termen van te behalen doelen. Norm: De relatie naar het budget dat door de gemeente is ingezet, is helder. Uit het onderzoek blijkt dat de gemeente Overbetuwe betrokken is bij meerdere regionale opgaven en dat er bestuurlijke inzet plaatsvindt. Toch is de relatie tussen de inzet van de GMR en de concrete doelen voor Overbetuwe niet expliciet uitgewerkt. De rapportages geven vooral inzicht in regionale ambities en activiteiten, maar maken onvoldoende duidelijk wat deze betekenen voor Overbetuwe in termen van te behalen resultaten. De analyse van de jaarrekening van Overbetuwe laat zien dat de gemeente financiële bijdragen levert aan de regionale samenwerking via de GMR. Deze bijdragen zijn zichtbaar in de begroting en jaarrekening, maar de koppeling tussen deze financiële inzet en concrete resultaten of maatschappelijke opbrengsten voor Overbetuwe is beperkt.

De baten worden niet uitgesplitst naar opgaven of effecten, en er is geen systematische verantwoording over wat de gemeente concreet terugziet van haar investering. Hierdoor is de relatie tussen het ingezette budget en de gerealiseerde doelen niet helder. Op basis van deze bevindingen wordt geconcludeerd dat aan beide normen slechts gedeeltelijk wordt voldaan: er is sprake van betrokkenheid en inzet, en het budget is zichtbaar in de financiële stukken, maar de koppeling tussen middelen, activiteiten en gemeentelijke resultaten kan aanzienlijk explicieter en transparanter worden gemaakt. Norm: Hoe verhouden de opbrengsten – zowel maatschappelijk als financieel – zich tot de middelen die in het samenwerkingsverband zijn geïnvesteerd? Op basis van het onderzoek valt op dat de financiële inzet van gemeenten, waaronder Overbetuwe, in het samenwerkingsverband zichtbaar is in begrotingen en jaarrekeningen. Er is echter geen systematische koppeling gemaakt tussen deze middelen en de opbrengsten, zowel maatschappelijk

32

als financieel. De baten worden niet uitgesplitst per gemeente of opgave, en er is geen expliciete verantwoording over de verhouding tussen investering en resultaat. Maatschappelijke opbrengsten worden wel benoemd in termen van ambities en activiteiten, maar zijn zelden onderbouwd met indicatoren of outcome-metingen. Hierdoor is het lastig om een afgewogen oordeel te geven over de doelmatigheid van de inzet. De verhouding tussen middelen en opbrengsten is slechts beperkt inzichtelijk. Er zijn aanwijzingen voor maatschappelijke meerwaarde, maar deze worden niet systematisch afgezet tegen de financiële inzet. Een expliciete en transparante verantwoording ontbreekt, waardoor de verhouding tussen investering en resultaat niet goed te beoordelen is. Dit is ook gerelateerd aan de context van de fase van de regionale samenwerking. Die lag op dat moment niet op de verantwoording, maar op het opbouwen van de samenwerking. De huidige fase van uitvoeren biedt wellicht meer aanknopingspunten om dit in beeld te brengen. De gerealiseerde kosten zijn evenredig met de doelrealisatie. Afwijkingen hiervan worden geëxpliciteerd en onderbouwd. De kosten van de regionale samenwerking zijn inzichtelijk via begrotingen en jaarrekeningen. Daarnaast worden in de kwartaalrapportages afwijkingen in uitvoering en voortgang expliciet benoemd.

Deze rapportages geven inzicht in vertragingen, bijstellingen van activiteiten en verschuivingen in planning, en koppelen dit aan de voortgang van opgaven. Daarmee is er sprake van een vorm van verantwoording over afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke plannen. Wat echter opvalt, is dat de onderbouwing van deze afwijkingen – in termen van impact op doelrealisatie en verhouding tot de ingezette middelen – niet systematisch wordt uitgewerkt. Er wordt zelden expliciet gemaakt of en hoe afwijkingen leiden tot een andere verhouding tussen kosten en opbrengsten. Er ontbreekt een analyse op het niveau van afzonderlijke gemeenten, zoals Overbetuwe, waardoor het lastig is om te beoordelen of de middelen doelmatig zijn ingezet in relatie tot de bereikte doelen. Aangegeven is dat dit ook nooit de opdracht is geweest. Het accent lag meer op kernwaarden zoals vertrouwen. De samenwerking is daar ook niet op ingericht. Er wordt gedeeltelijk aan de norm voldaan. Afwijkingen worden benoemd in kwartaalrapportages, wat positief is. De onderbouwing van deze afwijkingen in relatie tot kosten en doelrealisatie kan echter sterker en systematischer worden uitgewerkt.

33

5. The Economic Board In dit onderzoek wordt ook The Economic Board (TEB) betrokken, zij het niet uitputtend omdat de focus ligt op de GMR. Momenteel loopt een discussie over het al dan niet voortzetten van de deelname aan deze TEB. Vanuit dat perspectief onderzoeken we op basis van de beschikbare verslagen welke resultaten de deelname in de afgelopen jaren heeft opgeleverd en op welke wijze de gemeenteraad hierover is geïnformeerd.

5.1 Beschrijving The Economic Board

The Economic Board (TEB) is een netwerk van ondernemers, kennis- en onderwijsinstellingen, overheden en maatschappelijke organisaties. Samen met partners en uitvoeringsorganisaties werken zij aan de innovaties in de topsectoren van de regio: energy, health en hightech. TEB bestaat sinds 2016 en is een stichting.23 Destijds heeft burgemeester Van Asseldonk van Overbetuwe de commissie geleid voor de oprichting van het board. Het statutaire doel is: het versterken van de samenwerking tussen ondernemers, kennisinstellingen en overheden op de groeisectoren Health, Energy en Food en de cross-overs daartussen, om de economische slagkracht van de regio Arnhem-Nijmegen te ontwikkelen en regionale groeikansen te benutten.24 In de begeleidende nota van de oprichting van het board is het volgende opgenomen als taak: Haar belangrijkste taak is vanuit eigen kracht een economische duurzame ontwikkeling in de regio Arnhem-Nijmegen te stimuleren. Dit doet The Economic Board door economische samenwerking in de regio aan te jagen, ideeën en aanwezige kwaliteiten te verbinden en zowel binnen als buiten de regio ontwikkelingsrichtingen en kansen te agenderen. The Economic Board stimuleert, enthousiasmeert en neemt, waar nodig, obstakels weg, door bijvoorbeeld een krachtige en gerichte lobby op de voor de regionale economie belangrijke thema's en hulp te bieden bij het vinden van financiering.

In september 2022 zijn nieuwe statuten ondertekend vanwege een nieuwe governance, waarbij de 18 boardleden het Algemeen Bestuur van de Stichting The Economic Board vormen. Het Dagelijks Bestuur besluit over de dagelijkse gang van zaken, het Algemeen bestuur over de strategische vraagstukken. Het DB is samengesteld vanuit het principe van de triple helix. In de oude situatie kende de TEB twee organen, een Economic Board en de directeur. De organisatie fungeert als aanjager en verbinder vanuit de triple helix (overheid, ondernemers en onderwijs). De triple helix is de kern van The Economic Board en het regionale ecosysteem, waarbij ondernemers, kennis- en onderwijsinstellingen, en overheden intensief samenwerken. De GMR onderschrijft dat de topsectoren Energy, Food en Health & Hightech de brede economische ontwikkeling in de regio voortstuwen en werkt samen met TEB. Overigens heeft het college besloten tot deelneming de stichting economic board regio ArnhemNijmegen. De gemeenteraad is bij de oprichting in de gelegenheid gesteld om eventuele wensen en bedenkingen over deze deelneming ter kennis te brengen van het college.

5.2 Samenhang tussen GMR EN TEB

De GMR is bestuurlijk aan TEB gekoppeld; een vertegenwoordiger van de GMR wordt afgevaardigd in de Board en de directeur van TEB sluit aan bij het bestuurlijk overleg van de opgave Productieve regio. De GMR is bevoegd om TEB te subsidiëren namens de colleges van de deelnemende geBrief van stuurgroep regionale samenwerking d.d. 5 juni 2015, inclusief pakket Gemeenschapelijk Orgaan en pakket Stichting Economic Board regio Arnhem Nijmegen 24 Stichtingsakte Economic Board Regio Arnhem Nijmegen 2015 23

34

meenten. Veertien gemeenten dragen financieel bij aan TEB. De subsidie van TEB bedraagt € 1,00 per inwoner per jaar. Dit bedrag is sinds 2016 ongewijzigd. De totale bijdrage voor TEB in 2024 was begroot op € 712.000. De afspraak over de bijdrage aan TEB loopt tot en met 2025. De volgende periode van vijf jaar start in 2026. The Economic Board geeft aan dat de jaarlijkse bijdrage van €1,00 per inwoner aantoonbaar rendeert drie- tot viervoudig in economische meerwaarde, strategische positionering en zichtbaarheid van Overbetuwe binnen regionale projecten. Deze onderbouwing ontbreekt bij in de brief die door de TEB is verstuurd als reactie op het voornemen van het college van Overbetuwe om per 1 januari 2026 geen subsidie meer te verleden. Onderstaande figuur geeft weer hoe de samenhang is tussen de programmering van de GMR en de TEB. Deze sluit met name op ambitieniveau (visie en programmering) en bij de uitvoering van het programma productieve regio op elkaar aan.

De strategische doelstellingen en ambities van TEB zijn vertaald in vijf concrete opgaven (of speerpunten) binnen drie hoofdlijnen (Innovatie, Technologie en Ondernemen; Talent; Regionale Welvaart en Welzijn), met name in de meest recente rapportage. Het tactisch plan vormt de operationele schakel tussen het Strategisch Plan en de concrete projecten.25 De uitvoering van deze projecten vindt plaats door partners uit de triple helix (bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden), waarbij TEB vaak de rol van verbinder, aanjager, regisseur of facilitator op zich neemt.

5.3 Bestuurlijke belang van The Economic Board

De GMR en TEB werken nauw samen aan de gezamenlijke ambities van de regio. Dit komt als volgt tot uitdrukking: 1. Bestuursakkoord en Investeringsagenda Op 3 februari 2022 sloten de GMR, de provincie Gelderland en TEB een Bestuursakkoord met een looptijd van tien jaar, om de samenwerking te verankeren en een gezamenlijke Investeringsagenda op te stellen.

25

30 juni 2025 Schriftelijke inspraak reactie The Economic Board

35

2. Regio Deal TEB is een van de partners bij de Regio Deal Arnhem-Nijmegen, "Gezonde groene groei", die op 1 november 2023 is gesloten met het Rijk, de provincie Gelderland en de GMR. Het Rijk stelde hier € 15 miljoen voor beschikbaar voor de periode 2024-2027, met minimaal evenveel cofinanciering van de deelnemende partijen. TEB leidt bijvoorbeeld het Human Capital Akkoord (HCA), dat is opgenomen als project in deze Regio Deal. 3. Human Capital Akkoord (HCA) TEB heeft de regie over de uitvoering van het HCA. De GMR heeft zich verbonden om jaarlijks financiële middelen toe te wijzen aan dit initiatief voor de periode 2024-2026. Op een van de slides die tijdens de toelichting van de TEB is getoond wordt het volgende gesteld: “The Economic Board is geen doel maar een middel. Alleen door een gereedschapskist te kopen ben je er niet, je moet hem ook gebruiken.”

5.4 Belang van een triple helix organisatie

Een wens die is geuit in het kader van de doorontwikkeling van de GMR, is om de vierjarige agenda beter af te stemmen en te integreren met de agenda van TEB, omdat TEB de schakel vormt binnen de triple helix.26 Hieronder de belangrijkste redenen waarom een triple helix organisatie van waarde is: 1. Het aanpakken van complexe, maatschappelijke opgaven: Grote transities op het gebied van duurzaamheid, digitalisering, klimaat en de arbeidsmarkt vereisen een integrale, systemische aanpak. Oplossingen voor maatschappelijke opgaven kunnen niet in isolatie worden gevonden en vragen input en inspanning van alle stakeholders27. Voorbeelden van deze complexe opgaven die samenwerking vereisen, zijn: • De energietransitie en het vinden van oplossingen voor netcongestie. • De doorontwikkeling van de zorgsector om deze toegankelijk, beheersbaar en betaalbaar te houden, waarbij zorg dichter bij de burger wordt georganiseerd. • De aanpak van de krappe arbeidsmarkt en het tekort aan de juiste kennis en vaardigheden in sectoren als Energy, Health en Hightech. Dit wordt gezamenlijk aangepakt via het Human Capital Akkoord, een triple helix verantwoordelijkheid. 2. Het stimuleren van innovatie en economische slagkracht: De samenwerking binnen de triple helix is nodig om de economische slagkracht van de regio Arnhem-Nijmegen te versterken.

Dit beogen ze door: • Doorbraken te creëren: Alleen gezamenlijk kunnen de grote obstakels op weg naar een vitaal en duurzaam leven in Lifeport worden overwonnen, waarbij breakthroughs worden gecreëerd die organisaties alleen niet voor elkaar krijgen (van "één plus één drie maken"). • Ecosystemen te versterken: Het Lifeport innovatienetwerk wordt versterkt door de structurele verbinding tussen kennis, onderwijs, ondernemerschap en de overheid, bijvoorbeeld via initiatieven als het Lifeport Circular Lab of Briskr (voor Health & Hightech). • Kennis te valoriseren: De triple helix helpt bij het benutten van economische kansen door innovatie en samenwerking te stimuleren in Lifeport Regio Arnhem Nijmegen, een regio met enorme innovatiekracht en ecosystemen.

26 27

Eindevaluatie Jaarverslag 2024 The Economic board

36

3. Het bevorderen van brede welvaart: Lifeport Regio Arnhem Nijmegen heeft de ambitie om bij te dragen aan een duurzame en vitale samenleving. De triple helix fungeert als de hulpmotor voor brede welvaart in de regio. Brede welvaart omvat niet alleen werk en inkomen, maar ook gezondheid, milieu, sociale cohesie en leefomgeving. Dit beogen ze door: • Economische en sociale doelen te integreren. • Te zorgen dat innovaties daadwerkelijk landen bij inwoners en ondernemers, bijvoorbeeld door het verlagen van energiekosten (energiearmoede) of het verbeteren van de zorgkwaliteit. • Gerichte investeringen en beleidsmaatregelen te realiseren die de brede welvaart voor iedereen vergroten. 4. Het verkrijgen van financiering en internationale positionering: De samenwerking is een strategisch antwoord op de veel grotere budgetten die andere landen vrijmaken voor onderzoek en innovatie. Dit beogen ze door: • Financiering aan te trekken: De triple helix helpt bij het opzetten van publiek-private programma's. Dit is bijvoorbeeld nodig om financiering uit het Rijk aan te trekken, zoals met de Regio Deal 'Gezonde groene groei', waarbij de triple helix partijen samenwerken met het Rijk. • Internationale zichtbaarheid: Lifeport is het merk waarmee de regio zich als één herkenbaar geheel presenteert richting het Rijk, Brussel en Europa.

De triple helix samenwerking versterkt de zichtbaarheid van de regio en haar innovatievermogen internationaal. Dit is essentieel voor een gezamenlijke lobby voor belangrijke onderwerpen als waterstof. Voorbeelden waar TEB aan werkt, zijn het vinden van oplossingen voor aansluiting op het energie netwerk (smart energy hubs), innovatie in de gezondheidszorg, AI (kunstmatige intelligentie), ontwikkeling van onze arbeidsmarkt en CO2-reductie. TEB en de GMR werken samen aan de opgave productieve regio. Ze hebben bijvoorbeeld met de provincie het initiatief genomen voor de Regio Deal en voeren deze samen uit. De opgaven raken elkaar op meerdere terreinen en hierover maken we werkafspraken. De taakverdeling is grofweg dat TEB oppakt wat door triple helix (overheid, ondernemers en onderwijs) wordt georganiseerd, zoals de arbeidsmarkt bij het Human Capital Akkoord, campusontwikkeling.

5.5 Monitoring en evaluatie

De jaarverslagen en half jaarverslagen van The Economic Board worden periodiek geagendeerd in de vergaderingen van de gemeenteraad. In 2019 heeft een kwalitatieve evaluatie onder stakeholders plaatsgevonden. Dit is gepresenteerd in 2020 tijdens een raadsontmoeting. Er is veel waardering voor wat de TEB doet. TEB is een belangrijke verbinder en levert bedrijven nuttige contacten. Er is samenwerking nodig op een regionale agenda. De communicatie over de toegevoegde waarde kan beter zo werd geconcludeerd.

5.6 Specifieke activiteiten met impact op de gemeente Overbetuwe In deze paragraaf wordt ingegaan op activiteiten die positieve impact hebben op de gemeente Overbetuwe.

• In Elst ontwikkelt de gemeente Overbetuwe een Health Campus in het stationsgebied. Deze ontwikkeling sluit aan op de ziekenhuisdependance Rijnstate, Poli Zuid. De campus biedt ruimte aan

37

startups en scale-ups binnen de Health en Hightech clusters van de Lifeport-regio. The Economic Board adviseert de gemeente Overbetuwe en treedt op als ambassadeur. In 2023 stelde de gemeente een kernteam samen om de ontwikkeling van de Health Campus te begeleiden . The Economic Board stelt hiervoor capaciteit beschikbaar. • Overbetuwe (kernen Herveld en Andelst) is aangewezen als pilotlocatie voor het project Lifeport Cool Lab, een leerproject om kennis over hittestress en toegankelijkheid van koele plekken te vergaren. • Steenfabriek Zilverschoon uit Randwijk is door The Economic Board geholpen met hun plan om volledig over te gaan op waterstof. • The Economic Board werkt samen met de GMR aan de Regio Deal. Deze samenwerking omvat een investering van €15 miljoen vanuit het Rijk en €30 miljoen aan cofinanciering vanuit onder andere het bedrijfsleven. De middelen worden ingezet voor maatschappelijke transities, met projecten als Toekomstbestendig Wonen en de ontwikkeling van bedrijventerreinen, waaraan Overbetuwe actief deelneemt. • In 2020 heeft een presentatie door de directeur van TEB plaatsgevonden aan de gemeenteraad van Overbetuwe. Onderwerp was de toegevoegde waarde van TEB in de regionale samenwerking. In 2019 heeft een evaluatie plaatsgevonden. Daarbij werd geconstateerd dat de toegevoegde waarde van de TEB relatief onzichtbaar is.

Daarom is extra ingezet op communicatie. Er werd ook een slide gewijd aan de multiplier bijdrage van Overbetuwe. Gesteld wordt dat met behulp van de Overbetuwse bijdrage ook bijdragen van andere gemeenten en bijdragen van andere partijen tot stand is gekomen.

5.7 Analyse

In deze paragraaf wordt op basis van de voorgaande constateringen een analyse uitgevoerd. TEB is een strategische aanjager TEB neemt regie op projecten en levert capaciteit, zoals bij het Human Capital Akkoord en de Health Campus Elst. Haar rol is vooral die van strategisch aanjager: het verbinden van partijen, het agenderen van thema’s en het mobiliseren van middelen. Dit betekent dat het succes van TEB mede afhankelijk is van de mate waarin gemeenten en partners het instrument actief inzetten. Wat verwacht de gemeente Overbetuwe zelf van de deelname is een vraag die de gemeente zichzelf kan stellen. Zonder deze inzet blijft de potentie van TEB grotendeels onbenut. De samenwerking tussen TEB en GMR TEB en de GMR werken samen aan de opgave Productieve Regio. TEB organiseert de triple helix (overheid, ondernemers en onderwijs), terwijl GMR bestuurlijke dekking biedt. Deze samenwerking is niet alleen functioneel, maar ook strategisch: ze versterkt de regionale slagkracht en vergroot de kans op externe financiering, zoals via de Regio Deal. Veel regio’s in Nederland kennen een triple helix-structuur. TEB vervult deze rol voor Arnhem-Nijmegen en is daarmee een essentieel onderdeel van het regionale ecosysteem. Deelname aan TEB is dan ook een positioneringsvraagstuk: het gaat om regionale zichtbaarheid, invloed en toegang tot netwerken en middelen.

Voor gemeenten als Overbetuwe betekent dit dat ook inwoners – bijvoorbeeld uit Elst – indirect profiteren van regionale investeringen in arbeidsmarkt, zorg en duurzaamheid. Monitoring en evaluatie TEB rapporteert via jaarverslagen en heeft in 2019 een kwalitatieve evaluatie uitgevoerd. De ge-

38

meenteraad wordt geïnformeerd, maar de informatie is vooral beschrijvend en biedt weinig houvast voor beleidsmatige afwegingen. Er ontbreekt een structureel evaluatiekader met kwantitatieve indicatoren. Dit maakt het lastig om de effectiviteit van de investering in TEB te beoordelen en af te zetten tegen alternatieve bestedingen van publieke middelen. Zeker gezien de ambitie om bij te dragen aan brede welvaart, is het van belang dat deze impact ook meetbaar wordt gemaakt. De zichtbaarheid van de toegevoegde waarde van TEB TEB is actief betrokken bij diverse projecten in de regio, zoals het Lifeport Cool Lab, Smart Energy Hubs, campusontwikkeling en ondersteuning van innovatieve bedrijven. Deze projecten tonen dat TEB regionaal aanwezig is en bijdraagt aan maatschappelijke transities. Toch ontbreekt een systematische onderbouwing van de impact op bijvoorbeeld werkgelegenheid, innovatiekracht of brede welvaart. De evaluatie uit 2019 toont waardering voor TEB als verbinder, maar wijst ook op een gebrek aan zichtbaarheid en communicatie over resultaten. TEB stelt dat elke euro drie- tot viervoudig rendeert door het losmaken van andere investeringen. Dit is een sterke claim, maar zonder onderliggende data. In feite gaat het om hefboomwerking (multiplier): TEB helpt investeringen op gang, maar het is niet duidelijk of deze ook zonder TEB tot stand zouden zijn gekomen.

Daarmee blijft het onderscheid tussen hefboomwerking en daadwerkelijk rendement onduidelijk. De multiplier voor de TEB zou volgens de slide uitkomen op 0,5. Wat betekent dat elke euro vanuit de overheid een private investering van 0,5 euro oplevert.

5.8 Toetsing aan het normenkader

De opgaven van de TEB zijn vertaald naar doelen, die op hun beurt zijn vertaald naar bijbehorende projecten en acties De doelen en activiteiten van de TEB zijn inhoudelijk uitgewerkt volgens een helder en consistent stramien. Deze sluit aan op de agenda van de GMR: productieve regio. De uitvoering vindt plaats via partners uit de triple helix (bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden), waarbij TEB optreedt als verbinder, aanjager en regisseur. Aan deze norm wordt voldaan. Er is sprake van een duidelijke samenhang tussen de GMR en de TEB Binnen het programma Productieve Regio werken de GMR en de TEB intensief samen aan regionale opgaven. Zo hebben zij, samen met de provincie, het initiatief genomen voor de Regio Deal en voeren deze gezamenlijk uit. De opgaven raken elkaar op meerdere terreinen, waarvoor werkafspraken zijn gemaakt. De taakverdeling is daarbij helder: TEB richt zich op de organisatie van triple helix-opgaven, zoals de arbeidsmarkt binnen het Human Capital Akkoord en campusontwikkeling. Deze samenwerking toont aan dat er sprake is van een duidelijke functionele en inhoudelijke samenhang tussen de GMR en de TEB. Aan deze norm wordt voldaan. De uitvoering van acties en projecten, evenals de realisatie van doelen en maatschappelijke opgaven, wordt op een transparante en navolgbare wijze gemonitord.

De huidige monitoring en verantwoording door TEB voldoet slechts gedeeltelijk aan deze norm. Weliswaar rapporteert TEB via jaarverslagen en is er in 2019 een kwalitatieve evaluatie uitgevoerd,

39

maar deze vormen van verslaglegging zijn voornamelijk beschrijvend van aard. Hierdoor bieden ze weinig houvast voor beleidsmatige afwegingen of het beoordelen van de effectiviteit van de inzet. Het ontbreken van een structureel evaluatiekader met kwantitatieve indicatoren maakt het lastig om de voortgang en impact van acties en projecten transparant en navolgbaar te monitoren. Dit is des te relevanter gezien de ambitie om bij te dragen aan brede welvaart, waarvoor meetbare impact essentieel is. Aan deze norm wordt deels voldaan. Er is inzicht in hoeverre de opbrengsten – zowel maatschappelijk als financieel – zich verhouden tot de middelen die zijn geïnvesteerd TEB is zichtbaar actief in diverse regionale projecten en rapporteert hier gestructureerd over. Tegelijkertijd ontbreekt een structurele en onderbouwde analyse van de daadwerkelijke opbrengsten in verhouding tot de publieke middelen die worden ingezet. Claims over rendement en multipliereffecten worden niet ondersteund door transparante data of methodiek, waardoor het lastig is om de effectiviteit van de inzet van publieke middelen goed te beoordelen. Dit beperkt het inzicht in de maatschappelijke en financiële meerwaarde van TEB en maakt het moeilijk om deze af te zetten tegen alternatieve bestedingen. Aan deze norm wordt deels voldaan.

40

6. Conclusies en aanbevelingen 6.1 Overall conclusie

Overall concluderen wij dat hoewel er veel processen en activiteiten in gang zijn gezet, waarvan het aannemelijk is dat zij – in samenhang – bijdragen aan beter leven, wonen en werken in de Groene Metropoolregio, het onduidelijk is of, hoe en in welke mate zij daaraan daadwerkelijk bijdragen. Daarvoor zijn de in de programmering opgenomen doelen overwegend te abstract geformuleerd, onvoldoende geconcretiseerd en onvoldoende meetbaar gemaakt. De financiële bijdragen van derden aan de regionale programmering en het bieden van een overlegplatform voor overleg met de college en raden van andere gemeenten in de GMR maakt het aannemelijk dat de deelname van de gemeente Overbetuwe aan de GMR als doeltreffend en doelmatig kan worden beschouwd. Dat laat onverlet dat er nog veel verbeterd kan worden aan het concretiseren en meetbaar maken van de door het AB van de GMR geformuleerde ambities en doelen en de sturing daarop.

6.2 Deelconclusies

Governance en structuur van de GMR • De GMR kent een complexe governance met veel gremia (AB, DB, RAC, BOT’s), hetgeen leidt tot versnippering van verantwoordelijkheden. • De rol van Overbetuwe is actief, maar kan op onderdelen sterker. De invloed op besluitvorming is beperkt door het collectieve karakter van de GMR. Strategische agenda en doelen • De agenda is thematisch breed en sluit goed aan op regionale opgaven. • Doelen zijn vaak procesmatig en missen SMART-formulering, waardoor sturing en verantwoording lastig zijn zeker in een opbouwende fase van de samenwerking. • Er is een duidelijke lijn van visie → opgaven → speerpunten → activiteiten, maar deze is niet altijd doorvertaald naar concrete resultaten. Financiële analyse • Overbetuwe draagt bij aan de GMR, maar de return on investment is niet inzichtelijk. • De GMR blijft binnen begroting, maar er zijn onbestede middelen en incidentele onrechtmatigheden. • Er is geen structurele koppeling tussen financiële inzet en behaalde resultaten. Monitoring en verantwoording • Er zijn kwartaalberichten en jaarstukken, maar deze zijn vooral beschrijvend. • Er ontbreekt een systematische koppeling tussen doelen, activiteiten en meetbare effecten. • Brede welvaart wordt genoemd in de regio deal, maar niet gemeten of gerapporteerd bij de agenda.

Lokale positionering en aansluiting • De Strategische Agenda Middengebied sluit goed aan op de GMR-agenda. • Overbetuwe positioneert zich actief binnen de regio, maar de impact op lokale beleidsvorming is beperkt zichtbaar.

41

Reflectie • De GMR biedt structuur en samenwerking, maar mist scherpte in doelen, sturing en verantwoording. • Overbetuwe is een actieve deelnemer, maar de meerwaarde voor de gemeente zelf blijft impliciet. Het is ook een opgave voor de gemeente zelf om dit in beeld te brengen. The Economic Board • TEB levert een belangrijke bijdrage aan economische ontwikkeling, innovatie en het verbinden van kennisinstellingen, bedrijven en overheden (triple helix-functioneren), maar concrete, aantoonbare resultaten zijn beperkt transparant gemaakt. • De maatschappelijke en financiële opbrengsten van de deelname aan TEB zijn voor de gemeente Overbetuwe én de regio als geheel niet goed meetbaar, doordat doelen niet SMART zijn geformuleerd en indicatoren ontbreken of vaag zijn geformuleerd. • Het rendement van investeringen in TEB wordt niet expliciet onderbouwd met data of evaluaties. • De verbinding tussen lokale beleidsdoelen en de regionale activiteiten binnen TEB kan sterker.

6.3 Aanbevelingen

Meerwaarde meetbaar 1 Stel vooraf als gemeente indicatoren op waarmee de meerwaarde van de GMR voor Overbetuwe kan worden gemeten, bijvoorbeeld op het gebied van beleidsbeïnvloeding, financiële baten of maatschappelijke impact. Governance en structuur 2 Om meer uit een regionale samenwerking te kunnen halen is het nodig om daar ook als gemeente in te investeren, maar ook in de verantwoording, de inzet en de cofinanciering. Het is meer dan een deelname en het intekenen op onderdelen van de samenwerking. 3 Onderzoek hoe Overbetuwe haar invloed op besluitvorming kan vergroten, bijvoorbeeld via stra tegische allianties of door het agenderen van lokale belangen. Strategische agenda en doelen 4 Herformuleer de strategische doelen en speerpunten met concrete, meetbare indicatoren en tijdslijnen. 5 Zorg voor een duidelijke koppeling tussen GMR-doelen en de beleidsprioriteiten van Overbetuwe. 6 Maak de bijdrage van activiteiten aan gemeentelijke doelen inzichtelijk door bijvoorbeeld per activiteit om een expliciete toelichting op de verwachte meerwaarde voor Overbetuwe. Inzet en opbrengsten 7 Versterk de relatie tussen inzet en opbrengsten en ontwikkel een methodiek om de financiële bijdrage van Overbetuwe te relateren aan concrete resultaten of baten. Monitoring en verantwoording 8 Ontwikkel een resultaatgerichte monitoringssystematiek.

Koppel activiteiten aan meetbare output- en outcome-indicatoren en rapporteer hier periodiek over. 9 Integreer brede welvaart structureel in monitoring. Maak gebruik van bestaande kaders zoals de CBS Brede Welvaartsmonitor om maatschappelijke effecten te duiden. Lokale positionering en aansluiting 10 Ontwikkel een vaste cyclus voor informatievoorziening aan de raad over GMR-activiteiten en -resultaten.

42

11 Zorg voor actieve afstemming tussen lokale en regionale agenda’s. Reflectie op GMR 12 Herijk de verwachtingen ten aanzien van de GMR. Ga in gesprek over de gewenste rol van de GMR: faciliterend, coördinerend of sturend? 13 Ontwikkel met andere gemeenten een gedeeld beeld van wat ‘meerwaarde’ is en hoe die zicht baar wordt. The Economic Board 14 Maak de impact meetbaar: Ontwikkel (eventueel via de GMR) een goed meetbaar monitorings kader met indicatoren voor impact op brede welvaart, werkgelegenheid en innovatie. 15 Vraag om onderbouwing van rendement: Laat TEB haar multiplier-claim onderbouwen met concrete data en evaluaties. 16 Zorg dat Overbetuwe haar positie binnen TEB strategisch inzet, bijvoorbeeld door deelname aan werkgroepen, projectsturing en lobby. 17 Verbind lokale en regionale agenda’s: Stem de gemeentelijke beleidsdoelen beter af op de regionale programmering van TEB en GMR. 18 Maak (aan de gemeenteraad) duidelijk hoe deelname aan TEB bijdraagt aan lokale belangen, zoals werkgelegenheid, zorgkwaliteit en duurzaamheid.

43

7. Bestuurlijk wederhoor en nawoord rekenkamer 7.1 Bestuurlijk wederhoor

44

45

8. Nawoord rekenkamer Met dit rapport brengen wij het onderzoek naar de samenwerking binnen de Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen tot een afronding. In het kader van bestuurlijk wederhoor zijn zowel de Groene Metropoolregio (GMR) als de gemeente Overbetuwe in de gelegenheid gesteld om op de conceptbevindingen te reageren. Het dagelijks bestuur van de GMR heeft ervoor gekozen geen inhoudelijke reactie te geven op het rapport. In hun brief geven zij aan dat zij het niet passend achten om in te gaan op de uitnodiging tot bestuurlijk wederhoor en dat zij dit op de weg vinden liggen van het college van Overbetuwe. Wij constateren dat hierdoor geen bestuurlijke reflectie vanuit het samenwerkingsverband zelf is ontvangen. Dit is op zijn minst opmerkelijk, gezien de centrale rol die de GMR speelt in de onderzochte samenwerkingsrelaties en het belang van een integraal bestuurlijk perspectief op de bevindingen Het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe heeft wél gereageerd op het rapport en daarbij zowel waardering uitgesproken voor de onderzoeksaanpak als herkenning voor de conclusies. Hun reactie kenmerkt zich door een constructieve en oplossingsgerichte houding, die onderstreept dat Overbetuwe belang hecht aan een doelgerichte en toekomstbestendige regionale samenwerking.

Het is positief dat het college hierover actief het gesprek met de raad zoekt en dat het onderzoeksrapport daarbij kan ondersteunen. Tegelijkertijd merken wij op dat de aanbevelingen breder zijn dan de interne afstemming binnen Overbetuwe alleen. Zo richten zij zich ook op de rol en werkwijze van de Groene Metropoolregio én op de verbinding met The Economic Board (TEB). Daarnaast is het van belang om expliciet te maken welke meerwaarde deelname aan deze regionale verbanden heeft en hoe deze meerwaarde in de praktijk wordt gerealiseerd. De rekenkamer van Overbetuwe

46

Bijlage 1 Uitwerking van de Regionale agenda in 2023-2024 In dit onderzoek ligt de focus specifiek op de regionale agenda 2023-2024. In deze bijlage 1 is een overzicht opgenomen dat per opgave het geselecteerde speerpunt weergeeft, inclusief de wijze waarop dit speerpunt is geoperationaliseerd in concrete doelen en activiteiten. Op deze manier wordt inzichtelijk hoe de strategische prioriteiten uit de regionale agenda vertaald worden naar meetbare en uitvoerbare acties, wat de basis vormt voor de verdere analyse.

47

48

49

50

51

52

53

54

Bijlage 2 Strategische Agenda en Regionale Speerpunten Hieronder is de relatie tussen de Strategische Agenda Middengebied en de regionale speerpunten weergegeven:

55

Bijlage 3 Analyse GMR in de jaarrekening van Overbetuwe

56

57

58

Bijlage 4 Analyse Rapportage op doelen en activiteiten Hieronder wordt aangegeven op welke wijze er gerapporteerd is op de doelen en activiteiten binnen de verschillende opgaven. Dit geldt voor de geselecteerde speerpunten.

59

60

61

62

63

64

65

66

De rapportage over de Productieve Regio laat een sterke uitvoeringsgerichtheid zien. De nadruk ligt op concrete activiteiten, zoals uitgevoerde onderzoeken, georganiseerde bijeenkomsten en toegekende subsidies, waarmee de regio zichtbaar inzet op het versterken van het midden- en kleinbedrijf. De voortgang wordt voornamelijk weergegeven in termen van gerealiseerde projecten en bestuurlijke stappen, wat duidt op een proces- en outputgerichte rapportagestijl. Hoewel de rapportage daarmee een goed beeld geeft van de uitvoeringsdynamiek en bestuurlijke betrokkenheid, blijft de koppeling met de achterliggende beleidsdoelen - zoals het vergroten van het aantal start-ups, het versterken van innovatiekracht en het verhogen van de productiviteit van het MKB - grotendeels impliciet. Effecten worden niet systematisch gemeten of onderbouwd, maar vooral beschreven aan de hand van positieve ervaringen van ondernemers. Daarmee heeft deze rapportage vooral het karakter van een beschrijvend voortgangsverslag dat sterk gericht is op uitvoering en minder op de meetbare impact van de inspanningen voor het MKB in de regio.

67

68

De opgave Circulaire regio laat een duidelijke inzet zien op het stimuleren van circulair aanbesteden en bouwen binnen de GWW-sector, met een breed scala aan activiteiten zoals kennistafels, instrumentontwikkeling en regionale samenwerking. Tegelijkertijd blijkt het lastig om deze inspanningen te koppelen aan vooraf geformuleerde doelen activiteiten of meetbare resultaten. Veel activiteiten zijn procesgericht en ontstaan uit actuele dynamiek, zoals het opstarten van DuSpot en het HAN-onderzoek naar bouwlogistiek. Positief is dat er sprake is van een lerende aanpak, zoals blijkt uit de tussenevaluatie en bijstelling van de strategie in 2022. Ook de ontwikkeling van instrumenten zoals de circulaire impactladder en de menukaart biedt aanknopingspunten voor verdere professionalisering. Toch blijft het onduidelijk in hoeverre deze instrumenten daadwerkelijk bijdragen aan circulaire resultaten in de praktijk. De brede deelname van gemeenten aan DuSpot en de voortzetting van de impactladder zijn belangrijke stappen, maar zonder structurele monitoring en effectmeting blijft het lastig om de voortgang en impact van de opgave Circulaire regio goed te beoordelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=64bffc7e-d090-41e8-a246-b3ac03e22201