CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

26-05-19.03 Rekenkamer Onderzoek burgerparticipatie Overbetuwe 2019

Voorronde Zaal 2 19 mei 2026, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Rondetafelgesprek met college RTGC Participatieverordening17.243 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

26

Uitkomsten enquête Herinrichting Vogelbuurt Driel (N = 15) Vraag

+

0

-

1. Was het duidelijk welke inbreng u kon leveren?

60

7

33

2. Nam de gemeente de burgerparticipanten serieus als gesprekspartner?

67

20

13

3. Kwam de gemeente volgens u de afspraken na die ze maakte?

27

60

13

4. Bent u tevreden over de loop van het project?

20

60

20

5. is het project volgens u geslaagd?

40

53

7

6. Is het door het project prettiger geworden in de wijk?

27

40

33

Antwoorden (in percentages) Ad 1: ja / niet helemaal / nee Ad 2: ja / soms / helemaal niet Ad 3: ja / soms / helemaal niet Ad 4: ja / niet helemaal / nee Ad 5: ja / min of meer / weinig van gemerkt Ad 6: ja / min of meer / maakt geen verschil 5.2.5 Groene tuinen Vogelbuurt Driel Beschrijving Doel van dit project was het vergroten van de cohesie onder bewoners en de beeldkwaliteit. Voor de uitvoering is een werkgroep gevormd van ca. 20 mensen (bewoners, tuinarchitect, hovenier, Woningstichting Heteren, aannemer en gemeente). Het grootste probleem was het bereiken van de inwoners. Dit werd als extra lastig ervaren vanwege de vele nationaliteiten in die wijk. Daarnaast bleek het heel lastig om afspraken met elkaar te maken. Aanvankelijk zeiden een aantal inwoners bereid te zijn mee te helpen, maar lieten het op het laatste moment toch afweten. In totaal zijn 330 adressen aangeschreven en zijn uiteindelijk 50 voortuinen opgeknapt. Er waren een aantal sleutelfiguren in de wijk die zich onder meer bezighielden met de promotie van het project en het bezorgen van de brieven. De respons is - ondanks alle inspanningen - tegengevallen. De bewoners hebben nauwelijks in dit project geparticipeerd. Zelfwerkzaamheid was er weinig. Het positieve is dat dit project weer heeft geleid tot een nieuw bewonerscollectief nl. de oprichting van ‘de groene huiskamer’.

Een initiatief dat door het nieuwe collectief is opgepakt, is het opknappen van garageboxen. Uitkomsten enquête Groene tuinen Vogelbuurt Driel (N = 14) Vraag

+

0

-

1. Wat het duidelijk welke inbreng u kon leveren?

92

0

8

2. Nam de gemeente de burgerparticipanten serieus als gesprekspartner?

79

14

7

3. Kwam de gemeente volgens u de afspraken na die ze maakte?

71

22

7

4. Bent u tevreden over de loop van het project?

71

22

7

5. is het project volgens u geslaagd?

43

43

14

6. Is het door het project prettiger geworden in de wijk?

50

29

21

Antwoorden (in percentages) Ad 1: ja / niet helemaal / nee Ad 2: ja / soms / helemaal niet Ad 3: ja / soms / helemaal niet Ad 4: ja / niet helemaal / nee Ad 5: ja / min of meer / weinig van gemerkt Ad 6: ja / min of meer / maakt geen verschil 27

5.2.6 Elst Centrum Beschrijving In 2009 is het planontwerp (beeldkwaliteit en nota van uitgangspunten) vastgesteld en is het financieel kader bepaald. In die fase heeft geen participatie plaatsgevonden. Het project bestaat uit 9 fasen. Voor elke fase is een procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan doorlopen. In dat verband is er het nodige overleg met belanghebbenden gepleegd op het niveau van de uitvoering. In april 2017 is het project opgeleverd. Er is een communicatieplan opgesteld met als doelstelling om de realisatie van de herinrichting zo goed mogelijk te laten verlopen. Op een speciale website (www.centrumelst.nl) staat veel informatie. Periodiek vond er overleg plaats met het Centrum Management Elst (v/h EOV). CME heeft straatcoaches aangesteld. Begin 2017 is nog een quick-scan naar verkeersveiligheid uitgevoerd. De communicatie was vooral informeren, vragen innemen en reageren. De aannemer had ook een aanspreekpunt en er was elke donderdag werkoverleg. Het was intensief communiceren op uitvoeringsniveau. “Over de weekmarkt is nog wel veel gedoe geweest”, zo tekenden wij op uit een ambtelijk gesprek. Uitkomsten enquête Elst Centrum (N = 5) Vraag

+

0

-

1. Was het duidelijk welke inbreng u kon leveren?

40

20

40

2. Nam de gemeente de burgerparticipanten serieus als gesprekspartner?

0

33

67

3. Kwam de gemeente volgens u de afspraken na die ze maakte?

0

33

67

4. Bent u tevreden over de loop van het project?

0

33

67

Antwoorden (in percentages) Ad 1: ja / niet helemaal / nee Ad 2: ja / soms / helemaal niet Ad 3: ja / soms / helemaal niet Ad 4: ja / niet helemaal / nee 5.2.7 Door bewoners ervaren knelpunten In de hiervoor weergeven enquêtes is bij vijf projecten ook de (open) vraag gesteld aan degenen die niet helemaal of niet tevreden waren over het verloop van het projecten, wat daarvan de reden was. De hierna volgende antwoorden zijn onder meer gegeven (letterlijke weergaven). M.b.t. de kernenestafette: • Ik ben tevreden over het verloop, maar ik heb toch nee aangevinkt omdat het project geen vervolg krijgt. • De gemeente heeft onvoldoende geld beschikbaar willen stellen, terwijl dat op grond van de motie wel moest. Daarnaast is de gemeente niet welwillend geweest in het meedenken over een alternatieve locatie of aanpassing van overlast etc. M.b.t. herinrichting Vogelbuurt Driel: • Het is niet volgens het eerste plan uitgewerkt, telkens een verandering en soms een verbetering van het plan. • Er zijn tijdens het traject veranderingen aangebracht die niet besproken zijn met de participantengroep. 28

• •

Teveel afwijkingen van het plan, niet gehoord worden. Als toenmalige dorpsraad slecht geïnformeerd, waardoor veel onbekend bleef.

M.b.t. groene voortuinen Vogelbuurt Driel: • Bij een verzoek van mijn kant om de boel af te maken kreeg ik de opmerking dat ‘je een gegeven paard niet in de bek moet kijken’. Dat is waar maar ik vind dat men met dezelfde moeite het ook netjes had kunnen doen. • De tijdsplanning was te krap. Je had al in het begin van het jaar kunnen beginnen, nu is het afgeraffeld. M.b.t. Elst Centrum: • Toezeggingen zijn niet nagekomen zonder enige vorm van communicatie. • Totale rigide houding betreffende ambtenaar. M.b.t. flexibel bestemmingsplan Zetten-Hemmen: • Omdat de schijn is gewekt als inwoner betrokken te zijn bij projecten in de gemeente. Dat is niet zo. Ik voel me niet serieus genomen door de gemeente door tegenstrijdigheden, wisselende uitspraken of helemaal geen uitspraken. Toezeggingen door medewerkers/partijleden die later door andere medewerkers weer werden herroepen of weersproken.16 • De gemeente doet toch haar eigen zin. • Burgerparticipatie lijkt meer op informeren van de burgers door de gemeente dan dat burers kunnen participeren in processen. • Traag, afhoudend, eigen plannen eerst, vaak het gevoel dat er informatie werd “vergeten”. • Feed back is onvoldoende en door het erg lange tijdsverloop tussen gesprekken en beslissingen die genomen zijn ben ik de draad kwijt geraakt. Weet niet wat nu uiteindelijk de uitkomst is.

• Ik weet niet goed hoe de resultaten van de dingen die de bewoners hebben aangegeven zijn verwerkt, waar staat wat de gemeente er mee gedaan heeft? • Na de eerste grote bijeenkomst was duidelijk dat de gemeente eigenlijk niet op inspraak zat te wachten. Daarna voelde ik mij min of meer aan de zijlijn staan.17 • Het duurt lang en verandert steeds. • Omdat er tot op heden nog weinig concreets is gebeurd. • De tijd tussen inspraak en eindresultaat was veel te lang. • Geen idee wat er uit is gekomen. • Terugkoppeling is niet duidelijk genoeg

5.3

Projecten waarbij sprake is van overheidsparticipatie

5.3.1. Energieplan Heteren Beschrijving De Stichting Dorpsraad Heteren heeft op verzoek van de gemeente, om duurzaamheid in Heteren te stimuleren, het initiatief genomen voor het project “Zonne-energie in Heteren”. De gemeente heeft dit project financieel ondersteund en heeft de wens dat dit project ook in andere kernen binnen de gemeente wordt opgepakt. De gemeente heeft alleen in de opstartfase van dit project een

Zie de slotopmerking bij paragraaf 5.2.3. Deze opmerking gaat kennelijk over het participatietraject voor de ‘Schil Zetten-Hemmen’ 17 idem 16

29

faciliterende rol gehad bestaande uit verstrekking van een startsubsidie en het om niet beschikbaar stellen van diverse dakvlakken. De Dorpsraad Heteren heeft op een gegeven moment aangegeven iets te willen doen aan verduurzaming van de kernen. Daarom is gestart met een postcoderoosproject om die verduurzaming op gang te krijgen. De wens was een groener, gezonder en leefbaarder dorp. Om voor subsidie van de provincie in aanmerking te komen moesten minimaal 50 huishoudens meedoen en diende er een coöperatie te worden opgericht waarbij een deel van de winst ten goede komt aan de gemeenschap. Zodoende kunnen heel gericht middelen worden ingezet die de leefbaarheid van het dorp ten goede komen. Aanvankelijk was er interesse voor in totaal 1200 zonnepanelen. Er bleek maar een capaciteit te zijn - kijkend naar het aantal dakvlakken - voor 700 panelen. Uiteindelijk zijn / worden 400 panelen geplaatst. Na een peiling onder de inwoners voor deelname aan het project heeft 25% van de huishoudens positief gereageerd. Deze hoge respons is mede te danken aan de leerlingen van de scholen die hebben meegewerkt aan de wervingscampagne. Mening betrokkenen Over het Energieplan Heteren zijn via de email vragen gesteld aan de initiatiefnemers. In de beantwoording komt naar voren, dat de communicatie met de gemeente goed verliep. Interne communicatie bij de gemeente was niet goed.

Verschillende afdelingen waren niet op de hoogte. Men voelde zich serieus genomen, maar pas echt serieus toen er 1.200 aanvragen voor zonnepanelen binnen waren. Door nieuwe eisen van de kant van de gemeente is er wel een kleine half jaar vertraging ontstaan en zijn veel geïnteresseerden afgevallen. De gemeente kwam de afspraken, die ze maakte, na en heeft de initiatiefnemers aangemoedigd om het idee uit te rollen over heel Overbetuwe. De gemeente heeft gezorgd voor draagvlak voor een burgerinitiatief en was facilitator daarvan. Over de participatie door de gemeente zijn de initiatiefnemers tevreden. 5.3.2 Theater De Kik Beschrijving Tijdens de begrotingsraad van 4 november 2008 is in de gemeenteraad veel aandacht geweest voor het ondernemingsplan van Stichting Theater De Kik. De initiatiefnemers van dit plan vragen een bijdrage van de gemeente om hun plannen voor een theater in Elst te kunnen realiseren. Op 26 januari 2010 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen waarin het college o.a. wordt verzocht om een notitie te schrijven waarin de mogelijkheden voor het in stand houden van het kleinschalig theater “De Kik” in Elst zijn verwerkt. De initiatiefnemers van De Kik hebben verzocht de mogelijkheden te onderzoeken voor een gemeentelijke subsidie voor aanschaf van diverse theaterrekwisieten en -technieken en een structurele subsidie per gegeven voorstelling.

De door de raad vastgestelde Cultuurnota spreekt van “Een multifunctioneel theater in Elst als een belangrijke culturele voorziening voor de gemeente Overbetuwe”. Door het financieel ondersteunen van Theater De Kik worden professionele voorstellingen georganiseerd voor een breed publiek waardoor het “beleven van cultuur” in Overbetuwe wordt bevorderd. De gemeente heeft vanaf 2010 het theater financieel gesteund, zowel in de programmering als op het vlak van investeringen. Mening betrokkenen Ook aan het bestuur van De Kik zijn via de email vragen gesteld. In de beantwoording komt naar voren, dat de communicatie met de gemeente over het initiatief in eerste instantie (2008-2010) slecht verliep. Daarna ging het beter en heeft de gemeente ook financiële ondersteuning verleend,

30

onder meer voor een verbouwing. Alhoewel het initiatief voor een klein theater door de gemeente serieus werd ontvangen, voelde het bestuur zich niet serieus genomen. “Bij de start heeft de gemeente ons veel teleurstellingen en extra kosten opgeleverd”. Uiteindelijk werd de programmering gefinancierd en werd een verbouwing mede mogelijk gemaakt. “Na een moeilijke start zijn we uiteindelijk goede samenwerkingspartners geworden. Op een aantal punten is de gemeente (nog) niet nagekomen wat ze heeft toegezegd zoals de bestrating van ons parkeerterrein en de ontwikkeling van het Land van Tap dat tot de hogere bouwkosten heeft geleid.” 5.3.3 Boerderij Lingezegen Beschrijving In 2009 is een groep vrijwilligers begonnen met het opstarten van Boerderij Lingezegen (nu Landerij De Park). In 2010 heeft de gemeente haar medewerking toegezegd. Dit heeft geresulteerd in een door de raad op 14 december 2010 genomen besluit. Na dat besluit is een samenwerking met De Driestroom aangegaan. Landerij de Park is een zelfstandige organisatie waar een groenbedrijf is gevestigd, evenals een kinderdagverblijf, dag-horeca en een kinderpsycholoog. Er wordt veel gewerkt met vrijwilligers. Vanwege het succes overweegt men e.e.a. te gaan professionaliseren. De gemeente heeft de eigendom van de gronden. De opstallen zijn van de Landerij De Park.

De afspraken tussen de gemeente en de stichting liggen vast in een opstalovereenkomst. Daarnaast zijn in een intentieovereenkomst uit 2010 afspraken gemaakt over onder meer de exploitatie. Verder is het e.e.a. geregeld in het bestemmingsplan. Momenteel vinden verkennende gesprekken plaats om te kijken of en hoe Landerij de Park kan worden omgevormd naar een zgn. beheersorganisatie. De provincie is voornemens de gronden van Park Lingezegen op 1 januari 2019 te verkopen. De Landerij wil graag dat de gemeente die gronden koopt. Mening betrokkenen Aan het bestuur van Boerderij Lingezegen zijn via de email vragen gesteld. In de beantwoording geeft het bestuur aan, dat er aanvankelijk enig geduld moest worden opgebracht om bij de lokale politiek de handen op elkaar te krijgen. Toen het draagvlak er een keer was, ging het om het concreet maken van de plannen en dat liep aanvankelijk zo traag dat het project dreigde te sneuvelen. Ingrijpen van het college heeft ervoor gezorgd dat het contact met de gemeente verder prima verliep. Over de opstelling en coöperatie, die men van de gemeente ondervindt is men buitengewoon tevreden.

31

6. Conclusies en aanbevelingen 6.1

Conclusies

Inleiding Burgerparticipatie heeft betrekking op alle wijzen waarop overheid en inwoners, dan wel groepen van inwoners, met elkaar interacteren, waarbij de overheid ‘invloed’ geeft aan burgers, bijvoorbeeld in de vorm van informatie, inspraak in beleidsprocessen of zelfs beslissingsmacht (1), of waarbij de overheid burgers daarbij faciliteert (2). In dit onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen burgerparticipatie (in engere zin) waarbij de overheid het initiatief neemt en de burgers bij beleid en/of uitvoering betrekt (ad 1) enerzijds, en overheidsparticipatie, waarbij inwoners het initiatief hebben genomen en zij de overheid vragen om dit initiatief te faciliteren (ad 2). Het grootste deel van het onderzoek van de rekenkamercommissie had betrekking op burgerparticipatie (in engere zin – voortaan burgerparticipatie genoemd). 1. Er ontbreekt een visie op participatie Het blijkt dat het thema participatie op veel plaatsen in beleidsdocumenten van Overbetuwe aan de orde komt. Een integrale gemeentelijke visie op participatie ontbreekt echter. Zo’n integrale visie is – zo blijkt ook uit ervaringen elders in het land - noodzakelijk om verwachtingen van inwoners ten aanzien van participatie af te stemmen op verwachtingen, die leven in het politiekbestuurlijke domein. 2.

Er is politiek de behoefte om meer aan burgerparticipatie te ‘doen’ Er bestaat al geruime tijd de wens bij de gemeenteraad om (meer) te investeren in burgerparticipatie, en duidelijker aan te geven in welke gevallen de inwoners burgerparticipatie kunnen verwachten en op welke wijze dat dan gaat gebeuren (zie onder meer de motie van 7 november 2017). Ook vraagt de raad bij diverse gelegenheden (laatst bij het onderschrijven van de conclusies van het Berenschotrapport ‘Schurende democratie’ in 2018) om helderheid op zijn eigen rol en bevoegdheden t.a.v. participatietrajecten. 3. Geen kader beschikbaar om burgerparticipatie vorm te geven Er is de afgelopen jaren geen duidelijk kader geweest over hoe de burgerparticipatie vorm te geven. De participatieverordening geeft daar geen duidelijkheid over en de in 2007 vastgestelde Participatiewijzer is in een ‘vergeethoekje’ geraakt en pas in 2018 ‘herontdekt’. Dat betekent dat participatietrajecten in de praktijk telkens ad hoc zijn ingeregeld. 4. Nieuwe Interactiewijzer op bestuurscentrische leest geschoeid De nieuwe Interactiewijzer geeft geen duidelijk antwoord op enkele wezenlijke vragen die in het Berenschotrapport zijn gesteld. Een politiek perspectief op burgerparticipatie in het licht van een visie op de locatie democratie in Overbetuwe wordt node gemist.

Ook constateert de rekenkamercommissie in de Interactiewijzer een tamelijke bestuurscentrische kijk op burgerparticipatie, waarbij het initiatief en de invulling van participatie vooral vanuit ‘het gemeentehuis’ wordt geregeld, zonder de betrokken burgers of organisaties vooraf bij de procesgang te betrekken.

32

5. Waardering van inwoners voor gemeentelijke inzet op burgerparticipatie is divers qua responsiviteit Uit een gemeente brede Burgerpeiling blijkt dat de inwoners een score geven van 6,4 (op een schaal van 1-10) voor de wijze waarop de gemeente inwoners en organisaties betrekt en samenwerking zoekt bij de totstandkoming en uitvoering van beleid. Dat ligt iets boven het gemiddelde van referentiegemeenten (6,1). Tussen 2013 en 2017 is deze waardering iets gestegen (met 0,8 met betrekking tot de totstandkoming van beleid, en 0,4 bij de uitvoering ervan). Als het gaat over de mate dat inwoners de ruimte krijgen om ideeën en initiatieven te realiseren zijn de respondenten kritischer. Slechts 31% vindt dat dat de gemeente voldoende luistert naar haar inwoners. Vier op de tien inwoners vinden dat de gemeente voldoende ruimte biedt aan inwoners en organisaties om hun ideeën en initiatieven te realiseren. Een vergelijkbare grote groep (38 procent) vindt dat de gemeente inwoners voldoende betrekt bij plannen, activiteiten en voorzieningen. De beoordeling van de drie aspecten is identiek aan de landelijke beoordeling. Over de onderwerpen waarop inwoners mee willen denken zijn uiteenlopende meningen, sterk afhankelijk van het thema, en of het in de eigen buurt speelt of niet. 6.

Waardering participanten in burgerparticipatieprojecten en -vormen over de participatiewijze en rol van de gemeente verschilt erg per project Hierna zijn de uitkomsten van de gehouden enquête naar de diverse participatievormen in één schema gezet, daar waar het gaat om vergelijkbare vraagstellingen: Participatievorm:

Flexibel bestemmingsplan ZettenHemmen

Herinrichting Vogelbuurt Driel

Groene tuinen Vogelbuurt Driel

Vraag

+

0

-

+

0

-

+

0

-

1. Wat het duidelijk welke inbreng u kon leveren?

32

50

18

60

7

33

92

0

8

2. Nam de gemeente de burgerparticipanten serieus als gesprekspartner?

36

51

13

67

20

13

79

14

7

3. Kwam de gemeente volgens u de afspraken na die ze maakte?

36

55

9

27

60

13

71

22

7

4. Bent u tevreden over de loop van het project?

31

53

16

20

60

20

71

22

7

5. is het project volgens u geslaagd?

40

53

7

43

43

14

6. Is het door het project prettiger geworden in de wijk?

27

40

33

50

29

21

33

Participatievorm:

Elst Centrum

Kernenestafette

Dorps- en wijkraden

Vraag

+

0

-

+

0

-

1. Wat het duidelijk welke inbreng u kon leveren?

40

20

40

46

36

18

+

0

-

2. Nam de gemeente de burgerparticipanten serieus als gesprekspartner?

0

33

67

50

50

0

56

33

11

3. Kwam de gemeente volgens u de afspraken na die ze maakte?

0

33

67

50

33

17

33

67

0

4. Bent u tevreden over de loop van het project?

0

33

67

33

34

20

Antwoorden (in percentages) Ad 1: ja / niet helemaal / nee Ad 2: ja / soms / helemaal niet Ad 3: ja / soms / helemaal niet Ad 4: ja / niet helemaal / nee Ad 5: ja / min of meer / weinig van gemerkt Ad 6: ja / min of meer / maakt geen verschil We zien dat – met uitzondering van het project groene tuinen Vogelbuurt Driel – telkens een vrij grote groep participanten negatief tot neutraal kijkt naar: • de duidelijkheid die men tevoren had over de te leveren inbreng • de mate dat de gemeente hen serieus nam • de mate dat de gemeente de gemaakte afspraken nakwam • de loop van het burgerparticipatieproces Bij twee projecten is nog gevraagd naar het uiteindelijke resultaat van het project (geslaagd?; in de wijk prettiger geworden?). Dat geeft wisselende uitkomsten te zien bij zowel de herinrichting als de groene tuinen in de Vogelbuurt Driel. 7. Waardering vanuit de initiatiefnemers over overheidsparticipatie: laag aan het begin, maar tevreden aan het eind Bij de drie projecten waarbij er sprake was van overheidsparticipatie valt op dat deze een stroeve start doormaakten: slechte communicatie met de gemeente en trage reactie van de gemeente. Allengs werd de samenwerking beter, en is men op het eind tevreden over de uiteindelijke opstelling van de gemeente.

34

6.2

Aanbevelingen

Op basis van haar bevindingen en conclusies komt de rekenkamercommissie tot de volgende aanbevelingen. Aan de gemeenteraad gericht: 1. Formuleer een visie op burger- en overheidsparticipatie In zo’n participatievisie18 zouden (conform aanbeveling zes van Berenschot) achtereenvolgens aan de orde moeten komen: a. het perspectief van de raad op de lokale democratie; b. een heldere schets van de zienswijze op participatieve processen; c. een duidelijke visie over wie wanneer aan zet is, rolverdeling en bevoegdheden. Op basis van een dergelijke visie kan vervolgens d. een praktische afspraak tussen raad, college en ambtelijke organisatie gemaakt worden over de gewenste vormgeving van participatieve processen (verder te noemen: Interactiewijzer – zie aanbeveling 2). Maak tevens een afspraak over een diepgaande evaluatie van zo’n visie, incl. de toepassing van de Interactiewijzer. Aan het college van B&W gericht: 2. Herformuleer de Interactiewijzer Herformuleer de Interactiewijzer, tegen het licht van de politiek te voeren discussie over de visie van de raad over de lokale democratie en het perspectief van burgerparticipatie hierin (zie aanbeveling 1) en betrek daar de opmerkingen bij die de rekenkamercommissie in paragraaf 4.3 heeft gemaakt. 3.

Neem de aanbevelingen van ander rekenkameronderzoek en de Participatiewijzer van de Nationale ombudsman ter harte De Interactiewijzer gaat voornamelijk over de keuzes over de participatieniveaus, en relatief veel minder over de toe te passen werkwijze, zoals het periodiek op de hoogte houden van participanten en het achteraf verantwoorden van de gemaakte keuzes (welke afwegingen zijn gemaakt ten aanzien van de inbreng van participanten?). De rekenkamercommissie beveelt daarom aan om in de Interactiewijzer ook de aanbevelingen, zoals gedaan in ander rekenkameronderzoek (genoemd in paragraaf 3.2) en in de Participatiewijzer van de Nationale ombudsman (zie paragraaf 3.3) op te nemen. 4. Evalueer burgerparticipatie- en overheidsparticipatieprojecten Zorg ervoor dat aan het eind van elk burgerparticipatieproject, maar ook na elke vorm van overheidsparticipatie, een evaluatie wordt gemaakt, waarin opgenomen de mening van de betrokkenen over het doorlopen proces en de mate dat de burgerparticipatie in hun ogen tot zijn recht is gekomen. Datzelfde geldt richting de rol van ‘vaste participatiepartners’ zoals wijk- en dorpsraden en de participatieraad.

In het Berenschotrapport Schurende democratie wordt hiervoor het begrip “participatiekader” gebruikt, maar de rekenkamercommissie bedoelt hetzelfde. De term ‘kader’ reserveert de rekenkamercommissie voor de feitelijke vormgeving ervan, via b.v. een “Interactiewijzer”. 18

35

7. Bestuurlijke reactie college

36

37

Bijlage 1 Overzicht interviews i.h.k.v. onderzoek Burgerparticipatie, met ambtenaren en leden Participatieraad • • • • • • • • • • •

Speeltuintjes Brienenshof: Josselien van Grootel (beleidsuitvoerend medewerker) Project Kernenestafette / Dorpsontwikkelingsplannen: Judith van der Horst, Sandra Mennen, Merijn van der Mooren (kernadviseurs) en Wijnand Alink (communicatieadviseur) Project wijk- en dorpsraden: Sandra Mennen en Merijn van der Moorden (kernadviseurs) Elst Centrum: Theo Ahoud (beleidsmedewerker) Energieplan Heteren: Piet Jaarsma (beleidsmedewerker) Nota toerisme: Remco Janssen (beleidsmedewerker) Vogelbuurt Driel: Sjors Hendriks (projectleider) Boerderij Lingezegen: Janet Holland (beleidsmedewerker) Leerlingenvervoer: Carin Wustefeld (beleidsmedewerker) Flexibel bestemmingsplan Zetten Hemmen: Gert-Jan Willemsen (medewerker bestemmingsplannen) en Harold Bos (medewerker bestemmingsplannen) Participatieraad: Roel Keuken (vz. Participatieraad), Asley Timmer-Gerdsen (lid Participatieraad) en Marja van Galen (lid Participatieraad)

38

Bijlage 2 Enkele publicaties over burgerparticipatie De vereniging van raadsleden, Raadslid.NU, heeft de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur de vraag voorgelegd hoe een moderne sterke gemeenteraad anno 2016 ruimte geeft aan buurtrechten en burgerbeleidsvorming en tegelijkertijd zijn legitimatie en draagvlak onder de bevolking vergroot en sterk blijft in het gemeentehuis. Het verzoek was om het onderzoek tevens te richten op met name de vertegenwoordigende en controlerende rol van de raad. Het antwoord op deze vraag is te vinden in het rapport “Raadswerk is Maatwerk”19, met als ondertitel: “Hoe kun je als raad(slid) meer kleur geven aan de lokale democratie?” Zie de conclusie en aanbevelingen van het onderzoek. ProDemos heeft onderzocht hoe gemeenten inwoners betrekken bij de lokale representatieve democratie. Zie de conclusies en aanbevelingen uit dat onderzoek, met de titel “De politiek dichtbij”20. Thema’s als spreekrecht, inspraak, burgerparticipatie, overheidsparticipatie, Right to Challenge, burgerinitiatief, referendum, Doe-Democratie, participatie in het sociaal domein, participatie bij beheer openbare ruimte (via contracten met marktpartijen) zijn allemaal ontwikkelingen die zich ook buiten het gemeentehuis afspelen. De rol van de lokale media verdient evenzeer de aandacht. Voor het beeld dat inwoners hebben van de politiek, vervullen de media een cruciale rol.

De vraag is hoe de gemeente de lokale media faciliteert om hun rol te kunnen vervullen. De publicatie “Democratie dichterbij: Lokaal Kiezersonderzoek 2016”21 biedt een systematisch overzicht van de opvattingen en gedragingen van burgers in de lokale democratie. Publicaties van de Raad voor het Openbaar Bestuur22 bieden inspiratie voor het vormgeven van de (lokale) democratie en betrekken van inwoners bij de (lokale) politiek. Recentelijk zijn er publicaties verschenen over het betrekken van inwoners bij de totstandkoming van raadsakkoorden en over het omgaan met ontevredenheid onder burgers.

http://www.raadslid.nu/sites/www.raadslid.nu/files/redactie/raadswerk_is_maatwerk.pdf https://www.prodemos.nl/wp-content/uploads/2016/05/Onderzoeksrapport-YaraAlSalman-Depolitiekdichtbij.pdf 21 https://www.utwente.nl/bms/pa/staff/denters/Publications/2016/2016-democratie-dichterbij-lko2016.pdf 22 https://www.raadopenbaarbestuur.nl/ 19 20

39

Bijlage 3 Conclusies en aanbevelingen van lokale rekenkamers m.b.t. onderzoek burgerparticipatie

1.

Rekenkamercommissie Dordrecht23

Onderzoeksvraagstelling Welke activiteiten heeft de gemeente Dordrecht de afgelopen jaren ondernomen op het gebied van burgerparticipatie? Hoe gaat de gemeente om met maatschappelijke initiatieven die uit de bevolking zelf voortkomen? Hoe tillen we gezamenlijk – bewoners, gemeenteraad, college, ambtenaren en RKC – de burgerparticipatie in Dordrecht naar een (nog) hoger niveau? Conclusies 1. Burgerparticipatie brengt voor het gemeentebestuur een verschuiving met zich mee van plannen naar samen ontwerpen. Om goed in te kunnen spelen op de (leef)wereld van de initiatiefnemers blijken het vermogen om maatwerk te leveren, het improvisatievermogen en het vermogen om samen te werken belangrijke eigenschappen van ambtenaren, politici en bestuurders. Op dit moment is de mate van responsiviteit bij de gemeente voor bewonersinitiatieven zeer wisselend, en afhankelijk van de toevallige eigenschappen van de behandelend ambtenaar. 2. Ook werkt de gemeentelijke organisatie nog te gefragmenteerd, waardoor initiatieven die ambtelijke domeinen overstijgen niet optimaal worden gefaciliteerd. De afgelopen jaren was er geen duidelijke visie op hoe om te gaan met de diversiteit aan initiatieven en met het bevorderen van maatwerk en improvisatie. 3.

Burgerparticipatie blijft ook in Dordrecht nog te vaak beperkt tot een selecte groep inwoners die de taal van het systeem spreekt. De uitdaging is om op grotere schaal andere groepen te betrekken.

4. Gemeenteraadsleden vinden hun rol op het gebied van burgerparticipatie onduidelijk. Soms wordt er gereageerd op een brief van het college van B&W, soms vragen raadsleden om aandacht voor een specifiek initiatief, maar een reflectie op de rol van de gemeenteraad bij burgerparticipatie en op de verhouding tussen de representatieve democratie en de participatieve democratie heeft nog maar beperkt plaatsgevonden. Aanbevelingen 1. Maak het mogelijk dat er integrale teams rondom initiatieven of buurten met ambtenaren en initiatiefnemers worden gevormd. Doorbreek de beleidskolommen door verschillende ambtenaren van verschillende diensten en initiatiefnemers samen te laten werken. Geef ambtenaren de ruimte om naar buiten te gaan en constructief mee te denken over de realisatie van bewonersinitiatieven. Wijs één accounthouder aan vanuit de gemeente als regisseur met doorzettingsmacht. Beleg spannende/uitdagende workshops en bijeenkomsten waar raadsleden, initiatiefnemers en ambtenaren leren om samen te werken. Bespreek rollen en verwachtingen met elkaar.

Rekenkamercommissie Dordrecht, Meer dan een goed idee; Samen burgerparticipatie naar een hoger plan tillen (april 2017). 23

40

2. Kom als gemeente in samenspraak met alle betrokkenen met een visie op het gebied van burgerparticipatie. Laat daarin ruimte zijn voor maatwerk. Maak als gemeente een bewuste keuze voor de rol die je inneemt ten opzichte van een maatschappelijk initiatief. Onderzoek of er ook (onbedoelde) neveneffecten aan burgerparticipatie kleven (zoals mogelijke verdringing). 3. Durf duidelijk te zijn als gemeente. Geef helderheid aan initiatiefnemers welke ondersteuning ze wel en niet mogen verwachten. Het is beter om snel duidelijk te zijn dan een initiatief valse hoop te geven. 4.

We bevelen de gemeenteraad aan om burgerparticipatie te agenderen en bijvoorbeeld een themabijeenkomst te wijden aan de rol van de raad en van individuele raadsleden in processen van burgerparticipatie, en om dit onderwerp op de agenda te houden. Er lijkt zowel een positiebepaling naar het college als naar de burger nodig. We bevelen daarom aan dat de raad bepaalt hoe hij in zijn algemeenheid door het college geïnformeerd en betrokken wil worden over grootschalige initiatieven (bijvoorbeeld achteraf via een raadsinformatiebrief of vooraf met een voorstel) en daarnaast welke informatie en welke mate van betrokkenheid hij wenst bij specifieke initiatieven.

5. We bevelen de raad aan om zich uit te spreken voor manieren om de burger te betrekken, en om door de burger betrokken te worden. [genoemd worden: coöperatieve wijkraden; 3x per jaar een ‘grote Raad’ waarbij gericht uitgenodigde bewoners mee mogen stemmen over belangrijke onderwerpen; ’standpuntstemmingen’ over vijf grote kwesties bij (gemeenteraads-)verkiezingen. 6. Overweeg een innovatie en co-creatie fonds op te richten om samen met partners te werken aan initiatieven in de stad. Zet in op het uitlokken van innovatie en het op grote schaal zaken maatschappelijk aanbesteden rond thema’s als werktoeleiding, zorg, cultuur, energie, groen en citymarketing.

2.

Rekenkamer Capelle aan den IJssel24

Onderzoeksvraagstelling Op welke wijze zet de gemeente Capelle aan den IJssel burgerparticipatie en inspraak in bij de totstandkoming en/of uitvoering van beleid en in hoeverre is deze inzet effectief? Conclusies 1. Het college hecht er belang aan om van burgers te horen wat zij vinden van het gemeentelijk beleid. Het college beschikt over een groot aantal instrumenten van burgerparticipatie. 2. Het ontbreekt echter aan een concreet, onder medewerkers bekend, actueel en goed afgebakend beleidskader voor burgerparticipatie, dat is voorzien van SMART-geformuleerde doelstellingen met bijpassend instrumentarium en een afwegingskader. Daardoor is de inzet van burgerparticipatie binnen de gemeente ongericht en niet eenduidig.

Rekenkamer Capelle aan den IJssel, Van inspraak naar invloed; burgerparticipatie in Capelle aan den IJssel (1 juli 2016) 24

41

3. Ook de (eigen) criteria voor succesvolle burgerparticipatie worden niet nageleefd. Zo zijn de rollen en verwachtingen niet altijd helder en worden de representativiteit en de informatievoorziening onvoldoende gewaarborgd. Inwoners en andere participanten waarderen het overigens wel dat de gemeente interesse toont in datgene wat zij inbrengen. 4. De doorwerking van de inbreng is zeer beperkt. Inbreng van burgers wordt wel meegewogen maar veelal niet expliciet meegenomen. Besluitvorming over veel inbreng wordt zonder expliciete, inhoudelijke toezeggingen doorgeschoven naar een later moment. Dit leidt ertoe dat de uitvoering van burgerparticipatie in de praktijk nauwelijks effectief is. Aanbevelingen 1. Stel concrete doelstellingen voor burgerparticipatie vast, passend bij de huidige ambities van het college. Draag er zorg voor dat ambtelijk medewerkers deze doelstellingen kennen en toepassen. 2. Ontwikkel en gebruik instrumenten of aanpakken voor burgerparticipatie die aansluiten bij de ambities, om burgers en bedrijven meer eigen regie en verantwoordelijkheid te geven. Zorg dat deze op het niveau van ‘meebeslissen’ en ‘zelf organiseren’ worden ingericht. 3. Stel een afwegingskader voor burgerparticipatie vast waarmee kan worden bepaald welk instrument voor burgerparticipatie het meest effectief is, bijvoorbeeld binnen de context van een specifiek beleidsdomein of doelgroep.

4. Pas de criteria (spelregels) va de Nationale ombudsman25 consequent toe bij de voorbereiding, uitvoering en afronding van een burgerparticipatietraject. Met name de fase van voorbereiding, de representativiteit en de afronding verdienen bijzondere aandacht. Maak altijd een concreet plan voorafgaand aan een traject, waarin wordt aangegeven hoe de tien spelregels worden toegepast. 5. Denk na over goede aanpakken waarmee ook moeilijk bereikbare groepen toch hun input over beleidsonderwerpen kunnen leveren. Haak als overheid aan bij meetings, bijeenkomsten, verenigingsavonden etc. die al door de betreffende doelgroepen zelf worden georganiseerd of sluit je aan bij bestaande initiatieven. Vervul daarbij de rol als deelnemer in plaats van de initiatiefnemer. 6. Laat na afloop van elk burgerparticipatietraject expliciet vastleggen welke inhoudelijke afwegingen er zijn gemaakt bij het gebruik van de inbreng van participanten. Ook moet worden gerapporteerd over of, en zo ja hoe, de inbreng is meegenomen in nieuw beleid, een visiedocument of een plan van aanpak, etc. Zorg ervoor dat deze afwegingen en wijze van opvolging altijd op een toegankelijke manier wordt teruggekoppeld aan de deelnemers van een burgerparticipatietraject.

25

Deze 10 spelregels zijn hierna opgenomen: Participatiewijzer Nationale ombudsman.

42

3.

Rekenkamer West-Brabant26

Onderzoeksvraagstelling Op welke wijze betrekt de gemeente Etten-Leur de burgers bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid en in hoeverre leidt dit tot een verbetering van de effectiviteit en doelmatigheid van het door de gemeente gevoerde beleid, en van de communicatie tussen de gemeente en de bij het beleid betrokken burgers? Conclusies 1. In het beleid is weinig aandacht voor het zelforganiserende vermogen van de samenleving. Burgers kunnen bijvoorbeeld zelf beleid voeren of maatschappelijke initiatieven nemen. Op de hoogste trede van de gehanteerde participatieladder door de gemeente Etten-Leur hebben partijen echter de rol van medebeslisser. Dat betekent dat de gemeente beleidseigenaar is en binnen eigen beleidskaders beslissingsbevoegdheid delegeert aan partijen uit de samenleving. Het beleid van de gemeente staat daarbij in belangrijke mate centraal. Daarmee speelt het beleid in onvoldoende mate in op situaties waar burgers zelfstandig initiatieven nemen en zélf eigenaar zijn van het beleid. 2. De verschillende participatievormen van de gehanteerde participatieladder zijn onvoldoende onderscheidend. Vooral het onderscheid tussen ‘raadplegen’ en ‘adviseren’ blijkt in de praktijk voor veel verwarring te zorgen. Dat is cruciaal voor heldere communicatie met deelnemers en een goede rolverdeling. 3.

Het participatiebeleid is in onvoldoende mate ingeburgerd in de reguliere werkwijze. Afwegingen pro of contra burgerparticipatie worden wel gemaakt, maar deze afweging is onvoldoende transparant en verifieerbaar voor het college en de raad. De communicatieparagraaf in college- en raadsvoorstellen wordt in onvoldoende mate gebruikt. Daarmee is het voor het college en de raad lastig om de toepassing van burgerparticipatie te monitoren en zo nodig bij te sturen. 4. Participatietrajecten zijn in onvoldoende mate maatwerk. Met name bij trajecten in de ruimtelijke sfeer valt op dat als werkvorm voor een klankbordgroep wordt gekozen. Van de klankbordgroep wordt verwacht dat de leden tot consensus komen of een ‘beste oplossing’ formuleren voor een gegeven probleem. In de praktijk van deze trajecten blijkt echter dat de deelnemers er zelf niet uitkomen. In een situatie waar veel belangentegenstellingen bestaan en een goede basis voor samenwerking ontbreekt blijkt deze werkvorm niet goed te werken. De trajecten gaan vervolgens slepen en zijn daarmee in onvoldoende mate efficiënt (doelmatig). 5. De rol van de raad bij participatietrajecten is beperkt. De raad is nauwelijks aan de voorkant betrokken bij het ontwerp en vaststellen van proceskaders of participatieplannen. De raad heeft tijdens participatietrajecten meestal geen rol.

Ook wordt de raad tijdens participatietrajecten niet in staat gesteld om politieke keuzevraagstukken te beslechten.

26

Rekenkamer West-Brabant, Onderzoek burgerparticipatie Gemeente Etten-Leur (januari 2013)

43

6. Effecten? Dragen participatietrajecten bij aan een versterking van de lokale democratie? Of neemt de realisatiekracht bij het aanpakken van maatschappelijke opgaven toe? Een aantal trajecten scoort hoge rapportcijfers voor het realiseren van de effecten, een aantal andere trajecten scoort juist onvoldoende op de maatstaven. Zo zien medewerkers van de gemeente bij 7 van de 14 projecten geen bijdrage van burgerparticipatie aan het versneld realiseren van de opgave. Deelnemers aan participatietrajecten ervaren weinig invloed op de vormgeving en uitvoering van gemeentelijk beleid. Over de doorwerking van de participatie in beleid en uitvoering oordelen de deelnemers overwegend neutraal. 7. Er is onvoldoende aandacht voor evaluatie van participatietrajecten en feedback van de deelnemers. Individuele participatietrajecten worden in onvoldoende mate geëvalueerd. Leerervaringen worden niet vastgehouden en gedeeld. Aanbevelingen 1. Herijk de participatieladder en richt deze in naar de laatste inzichten over burgerparticipatie. Stimuleer daarmee een heldere communicatie met deelnemers en een goede rolverdeling in het proces. Spits het beleid meer toe op samenwerking met partijen uit de samenleving en op het faciliteren van het zelforganiserend vermogen van de samenleving. Vergroot via die weg het aantal participanten dat zich actief inzet voor de publieke zaak. 2.

Organiseer een Kerngroep Burgerparticipatie, bijvoorbeeld onder regie van de burgemeester of de gemeentesecretaris om de verdere professionalisering en verbreding van burgerparticipatie binnen de organisatie te stimuleren. Taken van een kerngroep kunnen zijn: • verzamelen en ontwikkelen van praktische tools en handreikingen; • begeleiden en adviseren van projectleiders, ook tijdens de uitvoering; • leveren van bijdragen aan training en deskundigheidsbevordering in participatief werken; • monitoren van het rendement van participatietrajecten; • stimuleren en ondersteunen van evaluaties van participatieprocessen; • periodiek evalueren van het gebruik en de gebruikswaarde van het beleid op papier; • vormen van een intern geweten voor participatief werken; • invulling geven aan kennismanagement. 3. Organiseer participatie vaker op het niveau van relevante politieke keuzevraagstukken. Bied daarmee aan de raad kansen om zelf het gesprek met partijen uit de samenleving aan te gaan. Stel de raad vaker in staat om te bemiddelen tussen politieke keuzevraagstukken als partijen uit de samenleving er zelf niet uitkomen. Voorkom daarmee tevens dat een klankbordgroep een extra speler wordt waarmee langdurig onderhandeld moet worden.

Inhoudelijke beleidsverrijking kan ook betekenen dat helder is welke belangen spelen rond een vraagstuk, wat de argumenten pro en contra zijn, welke belangen bemiddeld kunnen worden (‘win-win’) en welke politieke keuzes resteren voor de raad. Dat kan in een relatief korter tijdbestek waarmee de doelmatigheid van deze trajecten in belangrijke mate kan toenemen.

44

Bijlage 4 Passages uit gemeentelijke beleidsdocumenten m.b.t burgerparticipatie Algemeen Coalitieprogramma 2014 Het coalitieprogramma geeft aan de rol van dorpsraden en wijkplat- 2018 forms te willen versterken. Cliëntenparticipatie in het sociaal domein wordt ingevuld door een onafhankelijke participatieraad. Burgers worden in staat gesteld om te participeren in de vergaderstructuur van de gemeente, waarvoor een maximale transparantie aan alle belanghebbenden wordt geboden. De inzet van het ambtelijk personeel is zichtbaar op plaatsen waar dat echt nodig is. Uitvoeringsagenda 2014 In de uitvoeringsagenda zijn de speerpunten vanuit het coalitiepro- 2018 gramma, de kadernota en de begroting 2015 verder uitgewerkt. Onder de doelstelling van het behoud van levendige dorpen met een duidelijk eigen karakter en identiteit, staat als aanpak om per kern in te zoomen op ontwikkelingen en wensen met toewerken naar een gezamenlijke sociale agenda. Hierbij wordt een nieuwe interactieve werkwijze ontwikkeld, die recht doet aan de veranderde visie op de verhoudding tussen overheid en samenleving (speerpunt 1, p. 7). Voor het doel van een steviger functioneren van dorpsraden, wijkplatforms en Oranjeverenigingen worden gesprekken gevoerd, dat een overzicht van diverse bedoelingen en behoeften oplevert.

Dit wordt gekoppeld aan het eerste actiepunt uit het coalitieprogramma; behoud van levendige dorpen (speerpunt 7, p. 14). Tegen de achtergrond van de veranderende positie van de gemeente in de samenleving is als doel geformuleerd, een meer klantgerichte aanpak bij het realiseren van samenlevingsvraagstukken. Het vormgeven van een gekantelde manier van werken wordt in verschillende acties ondergebracht (speerpunt 42, p. 56). Onderzoeken mogelijkheden voor één integrale, lokale omgevingsvisie met een zorgvuldig en interactief proces met de belangrijke partners, zoals lokale natuur- en milieuorganisaties, corporaties , inwoners en bedrijven (speerpunt 51, p. 65).

45

Voortgang De informatiememo aan de raad van 9-12-2015 bevat een samenvatUitvoeringsagenda 2014 ting van de voortgang. Daarin wordt participatie als een thema be- 2018 naderd. Er wordt melding gemaakt van gesprekken die zijn gevoerd over de levendigheid van dorpen, kunstgrasvelden, wandelroutes, het economisch actieplan, het veiligheidsbeleid, huisvesting van het OBC, kleine subsidies, de bibliotheek en het sociaal domein. In de informatiememo van 20-4-2016 wordt op het punt van participatie ook melding gemaakt van verschillende activiteiten. Uitvoeringsagenda 2016 Deze uitvoeringsagenda is een geactualiseerde versie van de uitvoe- 2018 ringsagenda 2014 – 2018. Speerpunt 7 is vervallen en samengevoegd met speerpunt 1: Kernenestafette (kracht van de kernen). Het beoogd effect is opnieuw geformuleerd en is nu het versterken van de levendigheid en sociale vitaliteit van de kernen vanuit de urgentie van de kernen zelf, waarbij er meer ruimte komt voor inzet van de samenleving en voor initiatieven van bewoners zelf. Daarnaast het opdoen en delen van ervaring in de “nieuwe“ manier van samenwerken tussen samenleving en gemeente. In 2015 is een kernenestafette van start gegaan.

Een viertal kernen is onder begeleiding van Spectrum aan de slag gegaan met hun eigen proces; het verder ontwikkelen van initiatieven uit de kern waarvoor urgentie wordt ervaren en energie en krachten uit de kernen worden gebundeld om een bijdrage te leveren aan de levendigheid en/of sociale vitaliteit van de kern. Het eindresultaat is dat zes kernen een proces in de kernenestafette hebben doorlopen. Speerpunt 42 heeft een andere naam gekregen: “Van buiten naar binnen”. Het doel is een gezamenlijk beeld te ontwikkelen van de gemeente van de toekomst en stappen te benoemen die we moeten zetten om ook in de toekomst de aansluiting met de samenleving te houden. Welke cultuur, structuur, sturing, werkwijzen en dergelijke zijn daarvoor nodig? In acht sessies gaat een groep medewerkers uit verschillende teams, de Kweekvijver, op zoek naar de gemeente en ambtenaar van de toekomst. Voor speerpunt 51 is het beoogde effect een strategisch politiek/bestuurlijk document, dat het beleid voor de fysieke omgeving integraal omschrijft en iedereen uitnodigt en inspireert om mee te denken, praten en doen. Aan de uitvoeringsagenda zijn ook speerpunten toegevoegd. Inspraakverordening gemeente Overbetuwe 2007

De verordening gaat over inspraak en die wordt in de verordening gedefinieerd als de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken.

46

Verordening burgerinitiatief Overbetuwe 2007

Onderwerpen die de gemeenteraad niet oppakt, kunnen inwoners onder bepaalde voorwaarden op de raadsagenda laten plaatsen. Ook ideeën waaraan nog niemand gedacht heeft, kunnen bij de raad worden ingediend

Interactiewijzer 2007

Deze notitie is rond de inwerkingtreding van de inspraakverordening opgesteld en bevat een beschrijving van wat in Overbetuwe wordt verstaan onder interactief werken. Er worden voor een interactief beleidsproces randvoorwaarden genoemd en de notitie bevat een werkwijze voor de interactieve aanpak. De formele status van dit document was in eerste instantie niet duidelijk maar het zou wel worden gehanteerd in de uitvoering. Later in de onderzoeksperiode bleek de interactiewijzer te zijn vastgesteld door het college op 6-2-2017.

Sociaal Domein Sociaal Maatschappelijke visie 2013

De visie gaat in op landelijke trends, ontwikkelingen en wetgeving en daarmee op nieuwe verhoudingen in het sociaal-maatschappelijke domein en een veranderende kijk op de rol van de overheid. Participatie, zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid worden gezien als de toverwoorden in het moderne beleid. Werken in en netwerksamenleving houdt volgen de visie in, dat de gemeente op de interactieladder vaker opschuift naar het niveau van co-productie en meebeslissen.

Beleidsplan Sociaal Domein 2015-2017

In het beleidsplan wordt in het hoofdstuk bedrijfsvoering een paragraaf gewijd aan de communicatie. Het veranderproces wordt zoveel mogelijk vormgegeven in samenwerking met (georganiseerde) cliënten en inwoners, netwerkpartners, de gemeenteraad en de werkorganisatie. Het strategisch communicatieplan voor de decentralisaties vormt hiervoor de basis. Tot de doelgroepen voor de communicatie hoort ook de participatieraad.

Verordening participatieraad gemeente Overbetuwe 2015

47

De participatieraad is ingesteld om de opdracht van de gemeente met betrekking tot de burgerparticipatie binnen het sociaal domein uit te voeren. De participatieraad brengt gevraagd en ongevraagd advies uit aan het college van burgemeester en wethouders en/of de raad. In het kader van dit onderzoek wordt nog afzonderlijk ingegaan op het functioneren van de participatieraad.

Communicatieplan “Overbetuwe verbindt”

Het plan beschrijft de communicatiestrategie voor 2014 die zowel de transformatie als de transitie ondersteunt.

Decentralisaties in samenhang 2014

Er worden 5 communicatiedoelen uitgewerkt in 5 pijlers, o.a. de campagne `Overbetuwe verbindt`. De gemeente geeft een nieuwsbrief “Overbetuwe verbindt” uit en brengt daarin initiatieven van inwoners in beeld.

Transformatieagenda (2015-2016) • Inwonerinitiatie-ven/ Right to Challenge • Versterken sociale vitaliteit per kern

Voor wat betreft burgerparticipatie is het project over inwonersinitiatieven uit de transformatieagenda (nr. 5) relevant. In de nieuwe manier waarop zorg en ondersteuning zijn georganiseerd, wordt meer inzet van de samenleving gevraagd. Ideeën en initiatieven komen van inwoners, maar soms ontbreekt het aan kennis en mogelijkheden om de initiatieven verder uit te werken. Zowel gemeente als inwoners moeten wennen aan de nieuwe verhoudingen, waarin de gemeente zich terughoudender opstelt en het initiatief bij de inwoners laat. De gemeente heeft een publieksprijs gewonnen van het A&O-fonds voor het idee van de ‘Snelkookpan’. Dit is een te ontwikkelen methode om burgerinitiatieven een jumpstart te geven. In de snelkookpan bedenken gemeente en inwoners, samen met andere relevante partijen, gezamenlijk wat er nodig is om het idee of initiatief van de grond te krijgen. Het doel is het ontwikkelen van een methode om inwoners te helpen hun ideeën en initiatieven in de praktijk uit te voeren. Eind oktober 2016 rapporteert het college over de afsluiting van het project aan de raad. Een ander project dat verband houdt met burgerparticipatie komt uit de uitvoeringsagenda: het versterken sociale vitaliteit per kern (nr. 8). Daar wordt echter enkel over gerapporteerd met een verwijzing naar diezelfde uitvoeringsagenda.

48

Transformatieagenda 2.0 (2017 - 2018)

In het plan van aanpak voor de transformatieagenda 2.0 schrift het college in juli 2016 het volgende: “De doelen uit het Transformatieprogramma zijn niet binnen 2 jaar te realiseren. Willen we deze doelen zo bereiken, dat we ‘klaar zijn voor de toekomst’, dan moeten we de samenleving een impuls geven. Dit vraagt om een grote cultuurverandering (transformatie) in het Sociaal Domein. Bij deze transformatie zijn zowel de medewerkers van gemeenten en zorgorganisaties betrokken, als de mensen die zorg nodig hebben en/of mantelzorg geven. Het omvat de hele participatiesamenleving: de samenleving waarin mensen meedoen naar vermogen, elkaar helpen en er zorg en ondersteuning is voor de mensen die dat nodig hebben. Zo’n cultuurverandering is niet van vandaag op morgen te realiseren. Onderzoeken gaan uit van een gemiddelde van 7 jaar, of zelfs 15 jaar. De verzorgingsstaat is immers ook niet in een paar jaar gebouwd. De afgelopen anderhalf jaar hebben we hard gewerkt aan de projecten uit deze agenda. Deze thematische aanpak heeft geholpen om echt met de verschillende onderwerpen uit het sociale domein aan de slag te gaan. Hiermee zijn al mooie resultaten geboekt (zie paragraaf 2). Maar we zijn nog niet klaar. Als we 31 december 2016 stoppen, dan stopt het hele leerproces, worden de ingezette projecten beëindigd en daarmee ook de transformatie naar een toekomstbestendig Sociaal Domein.”

P&C cyclus (in deze cyclus is sprake van integrale afweging van doelen, activiteiten en budgetten) Kadernota 2015

In de paragraaf Algemeen bestuur in de thematische toelichting wordt aangegeven, dat dorpsraden en wijkplatforms vaker zeggenschap over budgetten moeten krijgen, in te vullen door een andere manier van werken: dorpsraden krijgen een grotere rol in het realiseren van dorpsontwikkelingsplannen (DOP’s) en krijgen daarvoor de beschikking over een aantal bestaande budgetten.

Programmabegroting 2015

De speerpunten t.a.v. levendige dorpen en dorpsraden e.a. krijgen een plek in de transformatieagenda. In die agenda valt echter te lezen, dat de rapportage over de stand van zaken loopt via de kwartaalrapportages van de uitvoeringsagenda.

Kadernota 2016

De voorjaarsnota, onderdeel van deze kadernota, bevat een samenvatting van de voortgang van de Uitvoeringsagenda 2014-2018, onderdeel participatie.

49

Programmabegroting 2016

In het programma Openbare orde en veiligheid is het verhogen van de burgerparticipatie één van de activiteiten. Deze activiteit vloeit voort uit het Uitvoeringsplan IV 2015-2016, behorende bij de Nota Integrale Veiligheid (IV). In het programma Algemeen Bestuur staat bij het speerpunt behouden van levendige dorpen, het kernenbeleid centraal. De Kernenestafette is het middel voor de uitvoering. Daarnaast is ook versterking van het functioneren van dorpsraden, wijkplatforms en Oranjeverenigingen een speerpunt. Dat wordt gekoppeld aan het kernenbeleid. In de paragraaf Bedrijfsvoering is de inspanning opgenomen om de bedrijfsvoering op een moderne en kostenbewuste wijze in te rechten, om op die manier de verbindingen tussen bestuur en inwoners te bevorderen. Ook het vormgeven van een gekantelde manier van werken wordt vermeld; een speerpunt in de Uitvoeringsagenda 2014-2018.

Kadernota 2017

De voorjaarsnota, onderdeel van deze kadernota, bevat een samenvatting van de voortgang van de Uitvoeringsagenda 2014-2018, onderdeel participatie.

Programmabegroting 2017

In de uiteenzetting van de financiële positie wordt een paragraaf gewijd aan de gemeentelijke huisvesting. “Wat de kans op bezwaren kan verkleinen is door aan de voorkant van het proces zwaar in te zetten op burgerparticipatie door in gesprek te gaan met omwonenden en winkeliers.” In het programma Algemeen bestuur wordt melding gemaakt van de Kernenestafette. In de paragraaf Bedrijfsvoering is opgenomen om naar een communicatievere organisatie te willen en daartoe te richten op onder meer het speerpunt: ondersteunen van (nieuwe) initiatieven op gebied van inwonerparticipatie en inwonersonderzoek.

Kadernota 2018

De kadernota maakt melding van de nieuwe Omgevingsvisie die in cocreatie met de samenleving is opgesteld. Ook wordt melding gemaakt de kernenestafette en het voornemen om in 2018 te bekijken hoe die werkwijze kan worden uitgebreid en de verbinding tussen het fysieke en sociale domein kan worden versterkt.

Programmabegroting 2018

In het programma Algemeen bestuur wordt aangegeven, dat er meer ruimte komt voor inzet van de samenleving en voor initiatieven van bewoner zelf. Daarnaast het opdoen en delen van ervaring in de “nieuwe” manier van samenwerken tussen samenleving en gemeente.

50

Dorpsstraat 67 6661 EH Elst Postbus 11 6660 AA Elst telefoon 14 0481 fax (0481) 372 482 info@overbetuwe.nl www.overbetuwe.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=27327630-4a6c-4ad8-843c-bd3f0358fab7