26-02-24.15 Relevant stuk 2. Bijlagenboek OP Kerkstraat Randwijk
Tekst van het document
mer-beoordeling
Randwijk, woningbouwontwikkeling Kerkstraat en Koningin Julianastraat Gemeente Overbetuwe
Datum: 28 april 2025 Projectnummers: 230428 en 230429 44 Versie: 1.3
INHOUD
1
Inleiding
3
1.1 1.2
Aanleiding De mer –beoordeling
3 3
2
Kenmerken van het project
6
2.1 2.2
Inleiding Beschrijving van het project
6 6
3
Plaats van het project
9
3.1 3.2 3.3
Inleiding Het bestaande grondgebruik Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
9 9 9
4
Kenmerken van het potentiële effect
15
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Inleiding Natuur Verkeer Geluid Luchtkwaliteit Archeologie
15 16 18 19 19 20
5
Conclusie
22
Gebruikte onderzoeken/bronnen
24
1
Inleiding
1.1
Aanleiding In Randwijk bestaat het voornemen om op aangelegen percelen van de Kerkstraat en de Koningin Julianastraat in totaal 31 wooneenheden te realiseren. Het initiatief past niet binnen de kaders van het ter plaatse geldende omgevingsplan. De ontwikkellocaties worden juridisch uitgesplitst. Voor de locatie Kerkstraat 31 en 33 dient een wijzigingsbesluit omgevingsplan plaats te vinden. Voor de beoogde rug-aanrug-woningen (hierna locatie Kon. Julianastraat 2) is een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) benodigd. In de motivering van zowel de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) als het wijzigingsbesluit moet de haalbaarheid van de ontwikkeling worden aangetoond. In dat kader vindt toetsing plaats aan van toepassing zijnde wetgeving. Uit toetsing van de ontwikkeling aan de milieueffectrapportage (hierna mer) -wetgeving, blijkt dat de beoogde ontwikkeling is aan te merken als een project als bedoeld onder nummer J11 in bijlage V van het Omgevingsbesluit, namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of de aanleg van parkeerterreinen’. Voor dit type project gelden geen drempelwaarden voor een mer-plicht, maar geldt wel dat bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een dergelijk project sprake is van een mer-beoordelingsplicht.
Ook dient op basis van het Omgevingsbesluit een mer-beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegde gezag voorafgaand aan het in procedure brengen van het ontwerp buitenplanse omgevingsplanactiviteit of het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan. Het bevoegde gezag neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een MER moet worden opgesteld. In het kader van voorgaande is voorliggend mer-beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie. Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het project en de beslissing nemen of een MER noodzakelijk is in het kader van dit project.
1.2
De mer –beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De mer-beoordeling is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wettelijke basis voor de mer is het Omgevingsbesluit. Hierin staat wanneer een mer of mer-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In bijlage 5 bij het Omgevingsbesluit staat of sprake is van een mer-plicht of mer-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. In Artikel 11.6 van het Omgevingsbesluit staat dat in bijlage 5, kolom 2 in samenhang met kolom 1, de projecten bevat, bedoeld in artikel 16.43, eerste lid onder a, van de 3
wet, die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben en waarvoor bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Bijlage 5, kolom 3 in samenhang met kolom 1, bevat de projecten, bedoeld in artikel 16.43, eerste lid onder a, van de wet, waarvoor moet worden beoordeeld of zij aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben en, als dat het geval is, waarvoor bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Bij een mer-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een mer-procedure worden doorlopen. Ook in de mer-procedure bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan geldt een MER-plicht. Uiteraard kan ook direct voor een milieueffectrapportage worden gekozen. Sedert een wetswijziging, waarmee een herziening van de Europese mer-richtlijn is geïmplementeerd, is ook de mer-beoordeling aan regels gebonden. De toetsingscriteria lagen al vast, maar nu zijn er ook procedureregels. Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden ingediend bij het bevoegd gezag.
Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegd gezag binnen zes weken gemotiveerd oordelen of voor de activiteit een mer-procedure moet worden opgesteld. Dit besluit hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Wel zal in het ontwerp van het besluit aan deze mer-beoordelingsbeslissing moeten worden toegelicht. Toetsing aan het Omgevingsbesluit Onderhavig project (het bouwen van hooguit 31 woningen) is een project zoals benoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit, namelijk ‘een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen’ (categorie J11). Voor dit project geldt een mer-beoordelingsplicht, aangezien sprake is van aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. Een directe mer-plicht is voor projecten in categorie J11 niet van toepassing. Doel m.e.r-beoordeling Het doel van een mer-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag. Er wordt in een mer-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van de activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde mer-beoordeling.
Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee het college een merbeoordelingsbeslissing wordt gevraagd over de bijbehorende procedure voor het wijzigen van het (tijdelijk) omgevingsplan. Criteria voor toetsing In het voorliggend rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde project ingegaan, waarbij, conform artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit, ingezoomd wordt op de volgende onderdelen: − kenmerken van het project; − de locatie van het project;
4
− de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en − het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiversiteit. Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ontwikkelingen al dan geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.
1.3
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen drie hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige project en de eventuele milieugevolgen. Navolgend wordt ingegaan op de kenmerken van het project in hoofdstuk 2, in hoofdstuk 3 wordt de plaats van het project beschreven en de kenmerken van het potentiële effect komen in hoofdstuk 4 aan bod. Het rapport wordt afgesloten met een eindconclusie in hoofdstuk 5.
5
2 2.1
Kenmerken van het project Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het project. De aard en de omvang van het project worden in beeld gebracht. Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en de risico op ongevallen.
2.2
Beschrijving van het project Aan de Kerkstraat en de Kon. Julianastraat bestaat het voornemen om 31 wooneenheden te realiseren: het gaat om grondgebonden woningen. Navolgende figuren geven een projectimpressie weer.
Concept stedenbouwkundig plan locatie Kerkstraat 31 en 33 Bron: initiatiefnemer
Ontwerp locatie Kon. Julianastraat 2 Bron: initiatiefnemer 6
2.3
Omvang van het project De ontwikkellocatie heeft een oppervlak van circa 14.100 m2 (1,4 ha), waarvan 11.800 m2 voor de locatie Kerkstraat 31 en 33 en 2.300 m2 voor de locatie Kon. Julianastraat 2. Aan de Kerkstraat 31 en 33 zijn vijftien woningen beoogd. Er zijn vier wooneenheden in de vorm van twee-onder-een-kapwoningen, één vrijstaande woning, twee woonwagens en acht rijwoningen beoogd. Daarnaast is de initiatiefnemer voornemens om de woningen aan de Koningin Julianastraat 2 en Kerkstraat 26, 28 en 30 te slopen en alhier 16 rug-aan-rug-woningen te realiseren.
2.4
Overige kenmerken van het project
2.4.1
Cumulatie met andere projecten Cumulatie met andere projecten is in de buurt van de ontwikkellocatie niet aan de orde. Er wordt dus geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid van het besluitgebied.
2.4.2
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het besluitgebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. De nieuwe functies binnen het project maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de directe nabijheid van het besluitgebied. In het geheel legt het project hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.
2.4.3
Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstof-emitterend materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. De beoogde ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende functie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid).
7
2.4.4
Risico van ongevallen Onderhavig project vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het project brengt geen wezenlijke risico’s met zich mee.
8
3 3.1
Plaats van het project Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het besluitgebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.
3.2
Het bestaande grondgebruik Het besluitgebied bevindt zich aan de oostelijke rand van de bebouwde kom te Randwijk. In de huidige situatie betreft het deelgebied Kerkstraat 31 en 33 twee woningen en agrarische gronden. De twee bestaande woningen blijven bestaan. In het deelgebied Kon. Julianastraat 2 zijn er vier woningen gesitueerd.
3.3
Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
3.3.1
Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze mer-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze mer-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Het resultaat van de analyse wordt hierna beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze mer-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven.
9
3.3.2
Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn. Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Wetlands
Conventie van Ramsar
In of in de directe nabijheid van het besluitgebied zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig.
Kustgebieden
Het besluitgebied is niet gelegen in een kustgebied.
Berggebieden en bosgebieden
Aanvullingsspoor Natuur
Het besluitgebied is niet gele-
Reservaten en natuurparken:
Nationale Landschappen zijn
Het besluitgebied ligt niet in een
•
Nationale Landschappen
benoemd in de Nota Ruimte
Nationaal Landschap, evenmin
•
Nationale parken
Nationale Parken zijn onderdeel
in een Nationaal Park.
gen in een berg- of bosgebied.
van de EHS. 3.3.2.1
Speciale beschermingszones,
•
Aanvullingsspoor Natuur
In de omgeving van het besluit-
door de lidstaten aangewezen
•
Besluit activiteiten leefom-
gebied liggen Natura 2000-ge-
geving
bieden (zie verder onder 1).
krachtens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) Gebieden waarin de bij commu-
Europese milieurichtlijnen (o.a.
Het besluitgebied ligt niet in ge-
nautaire wetgeving vastgestelde
kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, ka-
bieden waar op basis van com-
normen inzake milieukwaliteit
derrichtlijn water)
munautaire wetgeving reeds
reeds worden overschreden
normen worden overschreden.
Gebieden met hoge bevolkings-
Het besluitgebied is niet gele-
dichtheid
gen in een gebied met hoge bevolkingsdichtheid.
Landschappen van
•
Verdrag van Valletta
Het besluitgebied ligt in een
•
historisch belang
•
Besluit kwaliteit leefomge-
zone met aantoonbaar te ver-
•
cultureel belang
ving
wachten archeologische monu-
o •
beschermd stads- en
•
Omgevingsplan
menten (zie verder onder 2).
dorpsgezicht
•
Gemeentelijk landschaps-
In of rondom het besluitgebied
ontwikkelingsplan
zijn geen rijks- of gemeentelijke
archeologisch belang
monumenten aanwezig.
10
1. Natura 2000-gebied Het besluitgebied ligt niet in een gebied dat in het kader van de Omgevingswet is aangewezen (zie navolgende afbeelding). Wel liggen een paar relevante Natura-2000 gebieden in de omgeving van het initiatief. Het betreft de volgende dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden met de bijbehorende afstanden tot de ontwikkellocatie: - Rijntakken (Waal) circa 300 meter; - Veluwe circa 1,5 kilometer; - Rijntakken (Nederrijn) circa 5,7 kilometer;
Globale ligging van het besluitgebied (blauw aangeduid) ten opzichte van Natura 2000-gebied (bron: PDOK, bewerking: SAB).
Met het project wordt een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Het is uitgesloten dat bijvoorbeeld licht of geluid afkomstig van de ontwikkeling op deze afstand het Natura 2000-gebied kan verstoren. De Randwijkse kern ligt namelijk tussen het besluitgebied en het Natura-2000 gebied. Daarnaast is de ontwikkeling van beperkt aard om daadwerkelijk hinder te kunnen veroorzaken op de Rijntakken. Wel is met de ontwikkeling een toename van stikstofemissie te verwachten. Mogelijk negatieve effecten op
11
Natura 2000-gebied als gevolg van stikstof zijn op voorhand niet uit te sluiten. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht. 2. Archeologische waarden Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Omgevingswet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Het streven is om deze belangen tijdig bij het project te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. De archeologische beleidskaart geeft aan dat de ontwikkellocatie in een archeologische waardevolle zone ligt. Voor het deelgebied aan de Kerkstraat 31 en 33 wordt de zone ‘waarde archeologie - 4’ toegekend. Bij bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv en groter dan 200 vierkante meter vroegtijdig waardestellend archeologisch vooronderzoek. Ten aanzien van het deelgebied Kon. Julianastraat 2 geldt ‘waarde archeologie – 3’. Hierna wordt een uitsnede van de beleidskaart weergegeven.
Uitsnede Archeologische beleidskaart Overbetuwe. Besluit globaal turkoois aangeduid
Negatieve gevolgen op archeologische waarden zijn op voorhand niet uit te sluiten. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.
12
3.3.3
Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Natuurnetwerk Nederland (voor-
Provinciale verordening
Het besluitgebied maakt geen
heen: Ecologische Hoofdstruc-
deel uit van het Natuurnetwerk
tuur)
Nederland (NNN), evenmin een ecologische verbindingszone.
Gebied geschikt voor be-
•
Omgevingswet
Het besluitgebied is mogelijk ge-
schermde soorten
•
Besluit activiteiten leefom-
schikt voor beschermde soorten
geving
(zie verder onder 3).
Weidevogelgebied en ganzen-
Provinciale verordening
foerageergebied
Het besluitgebied ligt niet in een beschermingsgebied voor weidevogels, maar ligt in de directe nabijheid van een dergelijk gebied. (zie verder onder 4)
Stiltegebied
Provinciale verordening
Bodembeschermingsgebied
Provinciale verordening
Het besluitgebied is niet gelegen in een stiltegebied. Het besluitgebied is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied.
Grondwaterbeschermingsgebied
Provinciale verordening
Het besluitgebied is niet gelegen in een intrekgebied
3. Beschermde soorten Gelet op het karakter van het besluitgebied en haar omgeving kunnen mogelijk beschermde dier- of plantensoorten aanwezig zijn, dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht. 3. Weidevogelgebied Het dichtstbijzijnde weidevogelleefgebied bevindt zich op 280 meter afstand van het besluitgebied, zoals navolgend te zien is. De aanwezigheid van dit gebied zal geen probleem vormen voor de gewenste ontwikkeling. Dit omdat de ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt in de dorpskern. Effecten van geluid of licht zullen dan ook geen invloed hebben op de weidevogels. Wanneer er met de ontwikkeling stikstof vrijkomt, zal dit ook niet tot een significant effect leiden voor de weidevogels. Dit omdat het leefgebied maar weinig gevoelig is voor stikstof en er door middel van maaibeheer jaarlijks vele kilo’s stikstof van het land verwijderd wordt. Eerder het verkeerd uitvoeren van het maaibeheer, predatie of de afwezigheid van voldoende voedsel hebben een negatief effect op de weidevogelstand. Hier heeft de ruimtelijke ontwikkeling verder niks mee te maken. De provinciale verordening over weidevogelleefgebied heeft geen betrekking tot gronden die zich buiten dat gebied bevinden.
13
Globale ligging van het besluitgebied (rode pijl) ten opzichte van het weidevogelleefgebied.
Het weidevogelgebied wordt daarom in hoofdstuk 4 niet nader onderzocht.
14
4 4.1
Kenmerken van het potentiële effect Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het project en de plaats van het project zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Tevens wordt aandacht besteed aan de mogelijke cumulatieve effecten op de diverse aspecten als gevolg van de komst van de zorgwoningen. Hoofdstuk 2 laat zien dat de beoogde ontwikkeling een verkeersaantrekkende werking heeft. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van verkeer (hoofdstuk 4.3), geluid (hoofdstuk 4.4), luchtkwaliteit (hoofdstuk 4.5). Daarnaast kan het besluitgebied archeologische waarden in het gedrang brengen (hoofdstuk 4.6). Hoofdstuk 3 laat zien dat de omgeving van het besluitgebied een beperkt aantal kwetsbaarheden kent. In de wijdere omgeving van het besluitgebied bevinden zich Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde is op circa 4,7 km van het besluitgebied gelegen. Daarnaast kunnen beschermde dier- of plantensoorten in het besluitgebied aanwezig zijn.
Nader te beoordelen aspecten Op basis van de voorgaande twee hoofdstukken worden de volgende milieuaspecten in dit hoofdstuk nader behandeld: − natuur: Het project kan wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna. Ook zijn er vanuit de gebiedsbescherming mogelijk negatieve milieueffecten als gevolg van stikstofdepositie. − verkeer: De nieuwe ontwikkeling zal leiden tot een toename van het (gemotoriseerde) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (milieu-)effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid. − geluidhinder: Het project heeft een verkeersaantrekkende werking en leidt dus mogelijk ook tot een toename van geluidshinder (door verkeer) op de omgeving. − luchtkwaliteit: De toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. − archeologie: Het initiatief betreft een project waarvoor een archeologisch onderzoek benodigd is. Op voorhand kan niet worden gesteld dat de archeologische waarden geborgd zullen zijn. Aspecten waarbij op voorhand geen effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling van de kenmerken het concrete project en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten. Om alle aspecten nog kort langs te lopen:
15
− bodem: Onderhavig project bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem. De te realiseren woningen zullen naar verwachting niet leiden tot grondverontreiniging. − omgevingsveiligheid: De functies in onderhavig project leiden niet tot omgevingsveiligheidseffecten. − cultuurhistorie: Er is geen aantasting van omliggende cultuurhistorische waarden. De functies in onderhavig project leiden derhalve niet tot negatieve effecten van cultuurhistorische waarden. − geurhinder: De functies in onderhavig project leiden niet tot geurhinder. − water: Er is met het project weliswaar een lichte toename van de bebouwing c.q. verharding ten opzichte van de huidige situatie, maar er worden voldoende compenserende maatregelen getroffen ten behoeve van de waterberging. De nieuwe functies zijn verder niet van dien aard, dat deze mogelijk gevolgen hebben voor de waterhuishouding of de kwaliteit van het oppervlakte- of grondwater. Ook is geen negatieve invloed op de veiligheid van de waterkeringen in de omgeving te verwachten. De gevolgen op de waterhuishouding zijn dus op voorhand zeer beperkt tot niet bestaand De voorgaande aspecten worden daarom in deze mer-beoordeling niet nader besproken.
Opzet van de beoordeling De inhoud van de mer-beoordeling is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van de motivering behorende bij de BOPA en het wijzigingsbesluit.
4.2
Natuur
4.2.1
Huidige situatie Het besluitgebied bevindt zich in aan de rand van de bebouwde kom van Randwijk. In de omgeving van het besluitgebied zijn meerdere Natura 2000-gebieden aanwezig. De directe omgeving van het besluitgebied kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van woongebieden en agrarische gronden.
4.2.2
Effecten ontwikkeling Beschermde natuurgebieden (Natura 2000) De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied bedraagt circa 4,7 kilometer. Op een dergelijke afstand kunnen negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie niet geheel worden uitgesloten. Ten behoeve van de ontwikkeling zijn twee onderzoeken naar stikstofdepositie1 uitgevoerd. Uit de betreffende onderzoeken volgen dat er in de gebruiks- en aanlegfase rekenresultaten van maximaal 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden 1
Adromi Groep (2025). Onderzoek stikstofdepositie. Realisatie nieuwbouwwoningen te Randwijk. Projectnummer: M202351/2301b, 25-4-2025 Adromi Groep (2025). Onderzoek stikstofdepositie. Realisatie nieuwbouwappartementen te Randwijk. Projectnummer: M202351/2302b, 25-4-2025 16
verwacht kunnen worden. Hieruit volgt dat er geen sprake zal zijn van een toename van de stikstofdepositie en dat significant negatieve effecten derhalve kunnen worden uitgesloten. Gelet op deze resultaten zijn er geen significant nadelige effecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden. Beschermde soorten Door middel van tweemaal een quick scan natuur2/3 is per locatie onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het besluitgebied. Ook is nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijke negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het besluitgebied. In en nabij het besluitgebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Omgevingswet, maar waarvoor een omgevingsvergunning beschermde soorten geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de omgevingsvergunning beschermde soorten staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk nog enkele essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen omgevingsvergunning beschermde soorten geldt. De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent houtopstanden in het kader van de Omgevingswet. Kerkstraat 26-28-30 en Kon.
Julianastraat 2 De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor soorten welke niet beschermd zijn (behoudens de algemene zorgplicht) en/of waarvoor een vrijstelling geldt. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli). Op 14 oktober 2024 zijn de woningen aan de Kerkstraat 26-30 en Koningin Julianastraat 2 te Randwijk ten aanzien van de gewone dwergvleermuis en huismus ongeschikt gemaakt. Volgens de verleende ontheffing dient er daarna een controle te worden uitgevoerd of dit volgens de voorschriften uit de ontheffing is gedaan. Daarnaast is een check uitgevoerd of nog aanwezige vleermuizen aanwezig waren in het pand. Op 15 oktober heeft een ecologisch adviseur een controle4 uitgevoerd. Deze check heeft plaatsgevonden vanaf 18:20 tot 19:45. Hierbij is gebruikt gemaakt van een batdetector. Tijdens de controle is er vastgesteld dat de voorzieningen van het ongeschikt maken volgens de voorschriften zijn aangebracht. De gebouwen zijn gecontroleerd en tijdens deze controle is met behulp van de batdetector vastgesteld dat geen vleermuizen aanwezig waren in de omgeving van de woningen. Hierdoor zijn er dus ook geen vleermuizen waargenomen die binding hebben met de te slopen woningen.
Hiermee kan geconcludeerd worden dat het ongeschikt maken voor vleermuizen is voltooid en dat er geen vleermuizen meer in de woningen bevinden.
2
Blom Ecologie (2022) Quickscan Wet Natuurbescherming Kerkstraat 31 te Randwijk, Projectnummer: 2022-0628 1 juli 2022
3
Blom Ecologie (2022) Quickscan Wet Natuurbescherming Kerkstraat 26-28-30 en Kon. Julianastraat 2 te Randwijk, Projectnummer: 2022-0627 29 juni 2022
4
WSP (2024). Ecologische onderzoeken Woningstichting Heteren, Check ongeschikt maken en vleermuiscontrole. SOB022769, 6 december 2024 17
Kerkstraat 31 De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor soorten welke niet beschermd zijn (behoudens de algemene zorgplicht) en/of waarvoor een vrijstelling geldt. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli). Het vervolgonderzoek is noodzakelijk voor het geval er wijzigingen plaats vinden aan de woning en andere opstallen op het adres Kerkstraat 31. Onderhavige ontwikkeling heeft geen betrekking op deze woning en opstallen zodoende is dit onderzoek niet bijgevoegd bij onderhavige m.e.r.-beoordeling. Het effect op natuur zal derhalve ten hoogste beperkt negatief zijn, en is derhalve zeker niet als belangrijk negatief effect aan te wijzen.
4.3
Verkeer
4.3.1
Huidige situatie Onderhavig besluitgebied betreft een locatie waarnaartoe/waarvandaan enkele verkeersbewegingen plaatsvinden vanwege de aanwezige woningen.
4.3.2
Effecten ontwikkeling Uit het verkeersonderzoek 5 blijkt de volgende verkeersgeneratie van toepassing. De verkeersgeneratie voor de huidige in het gebied aanwezige functies bedraagt 43,1 motorvoertuigen op een gemiddelde werkdag. Voor de toekomstige functies van het gebied bedraagt de verkeersgeneratie 216,9 motorvoertuigen. De toename van het verkeer ten gevolge van het bouwplan komt hiermee in totaal op 173,8 motorvoertuigen voor een gemiddelde werkdag. Bij verkeerstellingen op de Kerkstraat is een intensiteit van 151 motorvoertuigen per etmaal geregistreerd op een gemiddelde werkdag. Rekening houdend met de aanname dat niet alle voertuigen via dezelfde route van en naar hun bestemming rijden komt de toekomstige intensiteit van de Kerkstraat op 238 motorvoertuigen per etmaal voor een gemiddelde werkdag. Bij deze intensiteiten zijn geen aanvullende maatregelen vereist om de verkeersveiligheid en de verkeersafwikkeling op de weg te verbeteren. Bij verkeerstellingen op de Koningin Julianastraat is een intensiteit van 98 motorvoertuigen per etmaal geregistreerd op een gemiddelde werkdag. Rekening houdend met de aanname dat niet alle voertuigen via dezelfde route van en naar hun bestemming rijden komt de toekomstige intensiteit van de Koningin Julianastraat op 135 motorvoertuigen per etmaal voor een gemiddelde werkdag.
Bij deze intensiteiten zijn geen aanvullende maatregelen vereist om de verkeersveiligheid en de verkeersafwikkeling op de weg te verbeteren. 5
Bureau de Groot Volker (2024) Verkeersonderzoek nieuwbouw aan de Kerkstraat in Randwijk. Projectnummer: P232691a-04, 11 september 2024 18
4.4
Geluid
4.4.1
Huidige situatie Het besluitgebied is aan de rand van de bebouwde kom van Randwijk gesitueerd waarbij verwacht mag worden dat de geluidsbelasting gering is in de omgeving ten gevolge van omliggende wegen.
4.4.2
Effecten ontwikkeling Uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Artikel 5.78af) is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 Lden de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40% (licht verkeer). Conform het verkeersonderzoek neemt het verkeer met maximaal 190 bewegingen per etmaal toe. Deze toename bedraagt met de projectbijdrage circa 29%. Het initiatief heeft derhalve geen merkbaar negatief milieueffect met betrekking tot het aspect geluid.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) bestudeerd. De navolgende tabel brengt de achtergrondconcentraties in de huidige situatie in beeld. Daarnaast is inzicht gegeven in de wettelijke grenswaarden voor de betreffende stoffen vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Artikel 2.2 t/m 2.7). Hierin staan de jaargemiddelde immissieconcentraties. Zoals te zien is zijn de achtergrondconcentraties voor stikstofdioxide en fijnstof in de huidige situatie ruim beneden de gestelde grenswaarden. Kenmerk Stikstofdioxide (NO2) fijnstof (PM10) zeer fijnstof (PM2,5)
Achtergrondconcentratie (2021) 12,0 µg/m3 16,5 µg/m3 9,6 µg/m3
Grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 25 µg/m3
Stikstofdioxide en (zeer) fijnstof huidige situatie (bron: Atlas Leefomgeving).
4.5.2
Effecten ontwikkeling Voorliggend project voorziet in de realisatie van zorgwoningen. Gezien de omvang is het project ruimschoots als ‘niet in betekenende mate’ NIBM aan te merken conform artikel 5.54 uit het Besluit kwaliteit leefomgeving, zoals ook weergegeven in navolgende uitsnede. Van plannen die onder de NIBM-grens blijven, wordt gesteld dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dat onderhavig project onder de NIBM-grens blijft, is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit.
19
Berekening NIBM-tool, op basis van 190 extra voertuigbewegingen, waarvan 1,0% vrachtverkeer (Bron: Infomil / ministerie van Infrastructuur en Milieu).
Hiernaast geldt dat in de bestaande situatie de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen ruim onder de wettelijke grenswaarden liggen. Gezien de beperkte omvang van het project kan worden verwacht dat ook met de projectbijdrage deze nog steeds onder de wettelijke grenswaarden zullen liggen. Dit is eveneens een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten.
4.6
Archeologie
4.6.1
Huidige situatie Onderhavig besluitgebied betreft in de huidige situatie bebouwde kavels. Conform het vigerend beleid van de gemeente Overbetuwe is sprake van een zone met een archeologische verwachtingswaarde.
4.6.2
Effecten ontwikkeling In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is voorzien in een archeologisch bureau- en booronderzoek7. In het plangebied zijn achttien boringen gezet met einddieptes tussen 150 en 300 cm -mv. Hieruit blijkt dat het bodemprofiel bestaat uit oever- op beddingafzettingen van de Herveld beddinggordel. In de top van de oeverafzettingen is een bouwvoor van 20 tot 35 cm dik ontwikkeld. Ter hoogte van de bebouwing zijn diepere verstoringen aanwezig tot 75 cm -mv. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor langdurige menselijke aanwezigheid. Ontkalkte of archeologische lagen en fosfaatvlekken zijn afwezig. Aan de oppervlakte liggen aardewerkfragmenten uit de Late
7
Bureau voor Archeologie (2024). Bureau- en booronderzoek. Kerkstraat 26-30 en 31 en Koningin Julianastraat 2 Randwijk. Rapport 1438. 27 maart 2024 20
Middeleeuwen en Nieuwe tijd vermengd met 20e en 21e -eeuws glas en plastic die met mest of als zwerfafval in de bouwvoor is beland. Dit afval is waarschijnlijk afkomstig van de historische kern van Randwijk die ten noorden van het plangebied ligt. Eventuele resten in het plangebied beperken zich naar verwachting tot sporen van agrarisch gebruik, zoals greppels en sloten. De kans op aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische resten wordt als klein ingeschat. Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Gezien voorgaande zijn kan in ieder geval worden uitgesloten dat sprake zal zijn van een belangrijk nadelig milieueffect.
21
5
Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van de realisatie van zorgwoningen nadelige effecten op het milieu zijn te verwachten. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect Natuur (gebiedsbescherming)
Natuur (soortenbescherming)
Verkeer
Geluid
Luchtkwaliteit
Archeologie
Beoordeling milieueffecten Op grond van het stikstofonderzoek kunnen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden door stikstof worden uitgesloten. Volgens de verleende ontheffing is er een controle uitgevoerd of de panden ongeschikt zijn gemaakt voor beschermde soorten en of dit volgens de voorschriften uit de ontheffing is gedaan. Daarnaast is een check uitgevoerd of nog aanwezige vleermuizen aanwezig waren in het pand. Uit deze check blijkt dat er geen vleermuizen aanwezig zijn. De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking met aansluitingen op de omliggende wegen zonder te verwachten afwikkelingsproblemen. Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal er geen sprake zijn van een merkbare toename van de geluidbelastin als gevolg van de extra verkeersaantrekkende werking ten opzichte van de huidige situatie. Negatieve (milieu)effecten zijn daarmee uitgesloten. Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de projectbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is voorzien in een archeologisch bureau- en booronderzoek. Daaruit blijkt dat de gronden op de plaats van de ontwikkeling geen merkwaardige sporen bevatten.
Negatieve (milieu)effecten zijn niet te verwachten.
De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. Enkel voor wat betreft natuur (soortenbescherming) zijn er mogelijk negatieve milieueffecten. Er kan echter worden uitgesloten dat sprake zal zijn van een belangrijk nadelig
22
milieueffect. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het opstellen van een MER is daarom niet nodig.
23
Gebruikte onderzoeken/bronnen Onderzoeken − Adromi Groep (2025). Onderzoek stikstofdepositie. Realisatie nieuwbouwwoningen te Randwijk. Projectnummer: M202351/2301b 25-4-2025 − Adromi Groep (2025). Onderzoek stikstofdepositie. Realisatie nieuwbouwappartementen te Randwijk. Projectnummer: M202351/2302b 25-4-2025 − Blom Ecologie (2022) Quickscan Wet Natuurbescherming Kerkstraat 31 te Randwijk, Projectnummer: 2022-0628 1 juli 2022 − Blom Ecologie (2022) Quickscan Wet Natuurbescherming Kerkstraat 26-28-30 en Kon. Julianastraat 2 te Randwijk, Projectnummer: 2022-0627 29 juni 2022 − WSP (2024). Ecologische onderzoeken Woningstichting Heteren, Check ongeschikt maken en vleermuiscontrole. SOB022769, 6 december 2024 − Bureau de Groot Volker (2024) Verkeersonderzoek nieuwbouw aan de Kerkstraat in Randwijk. Projectnummer: P23269a1-04 11 september 2024 − Bureau voor Archeologie (2024). Bureau- en booronderzoek. Kerkstraat 26-30 en 31 en Koningin Julianastraat 2 Randwijk. Rapport 1438.
27 maart 2024 Bronnen − Atlas leefomgeving http://www.atlasleefomgeving.nl/kijken − Publieke Dienstverlening op de kaart (PDOK) http://pdokviewer.pdok.nl/ − Milieu-kenniscentrum Infomil http://www.infomil.nl/ − CBS-Statline, statistische informatie http://statline.cbs.nl/Statweb/ − Wetgeving, overheidsportal http://wetten.overheid.nl/zoeken − AERIUS Calculator, kaartbeeld Natura 2000 https://calculator.aerius.nl/calculator/ − Google Maps www.google.nl/maps − Natura 2000 Database https://www.natura2000.nl/ − Schetsontwerp met referenties 2021-092B en stedenbouwkundig plan ten behoeve van de participatieavond 1 februari 2024
24
Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Kerkstraat 31 te Randwijk Opdrachtgever: Lagerdijk Contactpersoon: de heer H. Dijkstra Datum: 5 februari 2024 Projectnummer: P23M0107
Colofon Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. Valkseweg 62 - 3771 RG Barneveld tel. 088 – 440 3 440 e-mail milieu@vinkmilieu.nl www.vinkmilieu.nl
Titel:
Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Kerkstraat 31 te Randwijk
Opdrachtgever: Lagerdijk
Document MAD-06.2 versie: 12-06-2023
Projectnummer: P23M0107
Auteur(s): M. Hebinck
Autorisatie: R.M. Druijff
Barneveld 5 februari 2024
Barneveld 5 februari 2024
Het is toegestaan dit rapport te verveelvoudigen en/of openbaar te maken na instemming door de opdrachtgever onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat alleen vermenigvuldiging en gebruik van het gehele rapport is toegestaan. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van dit rapport.
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING ..................................................................................................................................... 1
2.
VOORONDERZOEK ..................................................................................................................... 3 2.1. Algemeen ....................................................................................................................................... 3 2.2. Actuele situatie en toekomstig gebruik .......................................................................................... 3 2.3. Voormalig bodemgebruik ............................................................................................................... 6 2.4. Voorgaand bodemonderzoek ........................................................................................................ 8 2.5. Bodemopbouw en geohydrologie .................................................................................................. 9 2.6. Conclusie vooronderzoek ............................................................................................................ 10
3.
VERKENNEND ONDERZOEK - OPZET EN UITVOERING ....................................................... 13 3.1. Onderzoeksstrategie .................................................................................................................... 13 3.2. Veldwerkprogramma verkennend bodemonderzoek (NEN 5740)............................................... 14 3.3. Veldwerkprogramma verkennend asbestonderzoek drupzone (NEN 5707) ............................... 14 3.4. Laboratoriumonderzoek ............................................................................................................... 15
4.
VERKENNEND ONDERZOEK - INTERPRETATIE EN TOETSING .......................................... 17 4.1. Toetsingskader ............................................................................................................................ 17 4.2. Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ............................................................................. 18 4.3. Analyseresultaten grond en grondwater ...................................................................................... 18 4.4. (Analyse)resultaten asbestonderzoek ......................................................................................... 22
5.
CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................................... 25 5.1. Conclusie deellocatie A: voormalige boomgaard ..................................................................... 25 5.2. Conclusie deellocatie B: gehele onderzoekslocatie ................................................................. 25 5.3. Conclusie deellocatie C: mogelijke voormalige watergang ..................................................... 26 5.4. Conclusie deellocatie D: drupzones ontbrekende dakgoot schuur 1 en 4 ............................. 26 5.5. Aanbevelingen ............................................................................................................................. 27
(KAART) BIJLAGEN: A. Toetsingstoelichting B. Analyseresultaten C. Analysecertificaten D. Profielbeschrijving E. Gegevensselectie vooronderzoek Omgevingskaart Kaart met situering boorpunten
Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Kerkstraat 31 te Randwijk Projectnummer: P23M0107 Datum: 5 februari 2024
1.
INLEIDING
Lagerdijk heeft ons op 21 november 2023 opdracht gegeven tot het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Kerkstraat 31 te Randwijk. Aanvullend is opdracht verleend voor het uitvoeren van een asbestonderzoek ter plaatste van een tweetal drupzones. Voor de ligging van de onderzoekslocatie en voor de ligging van de drupzones wordt verwezen naar de kaartbijlagen. Aanleiding voor het verkennend bodem- en asbestonderzoek is de voorgenomen functiewijziging van de locatie. Het doel van het onderzoek is: •
aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden.
•
het bepalen van de aard van de heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming. Tevens wordt vastgesteld of de concentraties van de vermoede verontreinigende stof in de grond boven de achtergrondwaarde wordt aangetroffen.
•
met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem.
Het onderzoek is uitgevoerd volgens de: •
NEN 5725_2023 [Bodem ‐ Landbodem ‐ Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2023].
•
NEN 5740_2023 [Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, oktober 2023].
•
NEN 5707+C2: 2017 [Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem, december 2017].
In dit rapport zal achtereenvolgens worden ingegaan op het vooronderzoek, de verrichte werkzaamheden en de resultaten van het onderzoek. Ten slotte worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. is een onafhankelijk adviesbureau dat beschikt over een gecertificeerd kwaliteitssysteem conform NEN-EN-ISO 9001:2015 en is gecertificeerd volgens BRLSIKB 2000 'Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek'. Tussen Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. en de opdrachtgever bestaat geen relatie die strijdig is met de functiescheiding zoals omschreven in de BRL SIKB 2000 (versie 7). Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden, maar blijft een steekproefsgewijze benadering. Het is voor ons daarom onmogelijk
1
Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Kerkstraat 31 te Randwijk Projectnummer: P23M0107 Datum: 5 februari 2024
garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van het bodemonderzoek. Dit betekent dat Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door ons uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn niet altijd zonder fouten en/of volledig. Voor het verkrijgen van informatie zijn wij wel afhankelijk van diverse bronnen, waardoor wij niet kunnen instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde gegevens voor het vooronderzoek. Tot slot is het onderzoek een momentopname. Beïnvloeding van de bodemkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na de uitvoering van dit onderzoek, bijvoorbeeld door bouwrijp maken, aanvoer van grond van elders of door de verspreiding van een verontreiniging van elders via het grondwater. De onderzoeksresultaten hebben daardoor een beperkte geldigheidsduur.
2
Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Kerkstraat 31 te Randwijk Projectnummer: P23M0107 Datum: 5 februari 2024
2.
VOORONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vooronderzoek, bestaande uit de inventarisatie van actuele en historische locatiegegevens, het toekomstige gebruik en de bodemopbouw en geohydrologie. Op basis van de geïnventariseerde gegevens vindt hypothesestelling plaats ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. 2.1. Algemeen Het doel van het vooronderzoek conform de NEN 5725_2023 is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Het vooronderzoek heeft zich niet specifiek gericht op aanwezigheid van onder meer niet gesprongen explosieven/ conventionele explosieven, kabels en leidingen en archeologische waarden. De gebruikte informatiebronnen betreffen: (gemeentelijk) tank- en bodeminformatiesysteem, Dienst voor het kadaster en de openbare registers Nederland, TNO grondwaterkaart van Nederland, Bodemloket, Omgevingsrapportage en Geoloket Provincie Gelderland, BAG viewer, Topotijdreis, Actueel Hoogtebestand Nederland en de opdrachtgever. 2.2.
Actuele situatie en toekomstig gebruik De onderzoekslocatie aan de Kerkstraat 31 te Randwijk heeft een oppervlakte van 12.115 m² en is kadastraal bekend als gemeente Randwijk, sectie C, nummer 1779. De locatiecoördinaten zijn X = 177322 en Y = 440470. Er zijn geen beperkingen bekend in de Landelijke Voorziening WKPB en de Basisregistratie Kadaster. Op 7 december 2023 heeft een terreinverkenning plaatsgevonden. Op het perceel bevinden zich een boerderij/boomkwekerij met op het erf een drietal schuren, met omliggend agrarisch land (boomkwekerijpercelen). Op het land is ook nog een schuurtje aanwezig. In onderstaande afbeelding is de situering van deze schuren ten opzichte van de boerderij weergegeven.
3
Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Kerkstraat 31 te Randwijk Projectnummer: P23M0107 Datum: 5 februari 2024
Schuur 1 betreft een kleine schuur gelegen ten zuiden van de boerderij. Schuur 2 betreft de grote schuur in het verlengde van schuur 1. Schuur 3 is gelegen achter de boerderij. Schuur 4 is gelegen op het agrarisch perceel.
Rondom de aanwezige gebouwen ter plaatse van het erf is een volledige grindverharding aanwezig. Op het agrarisch land zijn diverse rijen met bomen gepland. Achter de lange schuur (schuur 2) is ruimte gecreëerd voor het opslaan van snoeiafval. Op schuur 3 is asbestverdachte dakbedekking toegepast met dakgoten. Op schuur 1 en 4 is asbestverdachte dakbedekking toegepast zonder dakgoten 1. De dakbedekking van schuur 1 is in slechte staat en de platen zijn sterk verweerd. De waterafloop/druppelzone komt uit op een onverhard terreindeel (grindverharding). Op het maaiveld onder deze drupzone is veel plaatmateriaal aanwezig. De dakbedekking van schuur 4 is in een goede conditie en niet verweerd. De waterafloop/druppelzone komt uit op een onverhard terreindeel. Tijdens de visuele terreininspectie zijn geen (overige) mogelijk bodembelastende omstandigheden of activiteiten waargenomen op de onderzoekslocatie. Voor een indruk van de locatie wordt verwezen naar de onderstaande foto's.
1
Gelijktijdig met het bodemonderzoek is op 21 december 2023 een asbestinventarisatie uitgevoerd [Asbestinventarisatierapport Opstallen Kerkstraat 31 6668 AP Randwijk, projectnummer 2023.12125, door Buro Pear Asbestinventarisaties, d.d. 29 december 2023]. Hiermee worden tevens de asbesthoudende daken bevestigd. De resultaten geven geen aanleiding om overige terreindelen als verdacht voor bodemverontreiniging met asbest te beschouwen.
4
Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Kerkstraat 31 te Randwijk Projectnummer: P23M0107 Datum: 5 februari 2024
Foto 1:
Onderzoekslocatie met aanwezige boerderij, gezien Foto 2: vanaf de Kerkstraat.
Onderzoekslocatie (agrarisch perceel), gezien vanaf de Kerkstraat.
Foto 3:
Aanwezige schuur 1.
Foto 4:
Drupzone schuur 1.
Foto 5:
Aanwezige schuur 2
Foto 6:
Schuur 3, gelegen achter de boerderij met de aanwezige dakgoot.
5
Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Kerkstraat 31 te Randwijk Projectnummer: P23M0107 Datum: 5 februari 2024
Foto 7:
Schuur 3, gezien in noordwestelijke richting met de aanwezige dakgoot.
Foto 8:
Agrarisch perceel
Foto 9:
Schuur 4, gelegen op het agrarisch perceel.
Foto 10: Drupzone schuur 4.
De onderzoekslocatie bevindt zich in een omgeving met voornamelijk woningen. Rondom de onderzoekslocatie vinden voor zover bekend geen activiteiten plaats die de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie mogelijk sterk beïnvloeden. Het huidige gebruik van de onderzoekslocatie zal gaan veranderen. Het verkennend bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd in het kader van een voorgenomen functiewijziging van de locatie. De directe omgeving van de onderzoekslocatie blijft in de nabije toekomst ongewijzigd. 2.3. Voormalig bodemgebruik De locatie is van oudsher in gebruik voor agrarische doeleinden. Uit fragmenten van oude topografische kaarten blijkt dat de locatie tot 1966 braakliggend is geweest, waarbij nooit sprake is geweest van bebouwing. Vanaf topografische kaarten vanaf 1966 is bebouwing zichtbaar. Dit betreft waarschijnlijk de huidige boerderij. Tevens is te zien dat de onderzoekslocatie is gelegen in een gebied met boomkwekerijen.
6
Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Kerkstraat 31 te Randwijk Projectnummer: P23M0107 Datum: 5 februari 2024
Hierna volgen oude kaartfragmenten, waar de ontwikkeling van de onderzoekslocatie en de directe omgeving zichtbaar is.
Fragment topografische kaart 1965. Geen bebouwing zichtbaar op de locatie.
Fragment topografische kaart 1985
Fragment topografische kaart 2005
Fragment topografische kaart 2014
De bebouwing op de onderzoekslocatie dateert uit 1955 [BAG viewer]. In latere jaren zijn de schuren bijgebouwd. Bij het Bodemloket en bij de Omgevingsdienst Regio Arnhem is geen informatie voor deze locatie beschikbaar over bodemonderzoek en/of sanering. Er is geen informatie bekend met betrekking tot opslag van chemicaliën of de aanwezigheid van verbrand afval, oude riolen op de onderzoekslocatie. Op Geoloket van de provincie Gelderland is te zien dat op het zuidelijk deel van het perceel (over de gehele perceelbreedte) een potentiële verontreinigingslocatie aanwezig is. Door de provincie
7
Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Kerkstraat 31 te Randwijk Projectnummer: P23M0107 Datum: 5 februari 2024
Gelderland is deze locatie omschreven als demping; potentieel verontreinigd. In onderstaande uitdraai uit het Geoloket is deze locatie weergegeven.
Uitdraai Geoloket Provincie Gelderland
Bij de Omgevingsdienst en de gemeente zijn geen gegevens bekend over deze ‘potentiële verontreiniging’. Het is ons onbekend wat dit precies is. Mogelijk dat het een voormalige watergang betreft. Voor zover bekend heeft er geen brand gewoed op de locatie. Er is zodoende een verwaarloosbare kans dat er geblust is met blusschuim. In de omgeving van de locatie zijn voor zover bekend geen industriële activiteiten aanwezig (geweest) waarbij PFAS wordt of werd gebruikt. Er zijn geen bijmengingen in de grond waargenomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van PFAS-houdende producten (zoals stortmateriaal). De locatie is onverdacht ten aanzien van het voorkomen van PFAS. Voor zover bekend hebben op de onderzoekslocatie geen ongewone voorvallen plaatsgevonden. De directe omgeving van de onderzoekslocatie had in het verleden voornamelijk een agrarische functie. In het verleden hebben in de directe omgeving van de onderzoekslocatie voor zover bekend geen bodembelastende activiteiten plaatsgevonden die een sterke invloed hebben gehad op de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. 2.4. Voorgaand bodemonderzoek Er zijn geen resultaten van voorgaand bodemonderzoek beschikbaar voor de onderzoekslocatie. In het bodeminformatiesysteem van de gemeente zijn geen bodemonderzoeken voor de onderzoekslocatie vermeld.
8
Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Kerkstraat 31 te Randwijk Projectnummer: P23M0107 Datum: 5 februari 2024
Bodemkwaliteitskaart Door de gemeente Overbetuwe is in samenwerking met een aantal buurgemeenten een bodemkwaliteitskaart2 opgesteld, waarbij grondgebieden zijn opgedeeld in zones met een vergelijkbare bodemkwaliteit. In 2020 is deze nota bodembeheer geactualiseerd 3. Uit de gegevens blijkt dat de bodemfunctieklasse van de locatie Wonen betreft. Uit de ontgravingskaarten blijkt dat de kwaliteitsklasse voor de bovengrond Wonen en voor de ondergrond Landbouw/natuur betreft. 2.5. Bodemopbouw en geohydrologie Voor de bodemopbouw en geohydrologie is gebruik gemaakt van de Bodemregistratie Ondergrond. Onderstaand is een boorprofiel weergegeven van een diepe boring die als representatief wordt verwacht voor de bodemopbouw van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt op circa 8 meter +NAP.
2
Nota bodembeheer gemeente Arnhem,26 september 2011.
3
Actualisatie bodembeleid, 28 september 2020.
9
Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Kerkstraat 31 te Randwijk Projectnummer: P23M0107 Datum: 5 februari 2024
Zoals in bovenstaande afbeelding zichtbaar is bestaat de bovenste bodemlaag uit klei tot een diepte van circa 7 m-mv. Hier gaat de bodem over in zand. De grondwaterstand op de onderzoekslocatie bedraagt naar verwachting circa 0,7 meter beneden maaiveld (m-mv). De locatie betreft een intrekgebied op basis van omgevingsverordening en ligt in een boringsvrije zone (naam: Wageningen). Op circa 600 meter ten zuidwesten van de onderzoekslocatie ligt het grondwaterbeschermingsgebied Hemmen. Binnen een straal van 1.000 meter bevinden zich voor zover bekend geen kwetsbare objecten met betrekking tot de grondwaterkwaliteit. De algemene grondwaterstroming is naar verwachting westelijk gericht en zal in meer of mindere mate worden beïnvloed door de loop van de Neder-Rijn. Om een beeld te geven van de regionale grondwaterstromingsrichting is navolgend een isohyposenkaart van het grondwater opgenomen.
Isohyposenkaart (bron Geologische Dienst Nederland)
2.6. Conclusie vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie in deellocaties onderverdeeld. De aanname ten aanzien van eventuele bodemverontreiniging is in het navolgende per deellocatie omschreven. Deellocatie A: voormalige boomgaard (bovengrond tot 30 cm minus maaiveld; OCB) Deellocatie A betreft de toplaag van de gehele locatie in verband met de voormalige boomgaard met een oppervlakte van 12.115 m². Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen dat de
10
Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Kerkstraat 31 te Randwijk Projectnummer: P23M0107 Datum: 5 februari 2024
milieuhygiënische bodemkwaliteit mogelijk is verontreinigd met chloorhoudende bestrijdingsmiddelen als gevolg van de aanwezigheid van een boomgaard/boomkwekerij op de locatie. De hypothese luidt ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’. Als verdachte bodemlaag wordt de laag tot 30 cm minus maaiveld aangeduid. Deellocatie B: gehele onderzoekslocatie (parameters standaard pakket grond) Deellocatie B omvat het gehele terrein met een oppervlakte van 12.115 m². Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen dat, uitgezonderd de toplaag ten aanzien van OCB (zie deellocatie A) de milieuhygiënische bodemkwaliteit niet of slechts in lichte mate is aangetast. Er is geen sprake van een lijnvormige bron. De hypothese voor deellocatie B luidt buiten OCB in de toplaag om ‘onverdacht (ONV-NL)’. Deellocatie C: mogelijke voormalige watergang Deellocatie C betreft de bodem ter plaatse van de mogelijke voormalige watergang gelegen binnen de onderzoekslocatie. De bodem is tot een diepte van maximaal 2,0 m-mv verdacht op de aanwezigheid van dempingsmateriaal. De hypothese luidt ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE).
11
Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Kerkstraat 31 te Randwijk Projectnummer: P23M0107 Datum: 5 februari 2024
12
Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Kerkstraat 31 te Randwijk Projectnummer: P23M0107 Datum: 5 februari 2024
3.
VERKENNEND ONDERZOEK - OPZET EN UITVOERING
In het navolgende worden de opzet en de uitvoering van het onderzoek behandeld. Daarbij wordt ingegaan op de onderzoeksstrategie, het veldwerkprogramma en het laboratoriumonderzoek. 3.1. Onderzoeksstrategie Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie zijn de in hoofdstuk 1 genoemde NEN normen als richtlijn gehanteerd. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie in deellocaties onderverdeeld. De onderzoeksstrategie is in het navolgende per deellocatie omschreven. Deellocatie A: voormalige boomgaard (bovengrond tot 30 cm minus maaiveld; OCB) De hypothese voor deellocatie A luidt ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VEDHE)’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als omschreven in § 5.6 van de NEN 5740:2023. Er heeft systematische monsterneming plaatsgevonden om de eventuele diffuse verontreiniging aan te kunnen tonen. Als verdachte bodemlaag is het bodemtraject van 0 tot 0,3 m-mv aangemerkt. Het onderzoek heeft zich gericht op chloorhoudende bestrijdingsmiddelen in de grond. Deellocatie B: gehele onderzoekslocatie (parameters standaard pakket grond) De hypothese voor de onderzoekslocatie luidt ‘onverdacht (ONV-NL)’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als beschreven in § 5.1 van de NEN 5740:2023. Er heeft systematische monsterneming plaatsgevonden.