CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

26-02-24.14 Relevant stuk 1. Motivering en regels TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren_ontwerp

Gemeenteraadsvergadering 24 februari 2026, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen omgevingsplan "Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren"20.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Op basis van de Omgevingswet is een flora- en fauna-activiteit een 'activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten'. Dit heeft betrekking op vrijwel alle ruimtelijke activiteiten. De provincie is het bevoegd gezag en kan bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen vrijstelling geven van de lijst met nationaal beschermde soorten in afstemming op de situatie in de provincie. Ook geldt er een specifieke zorgplicht om nadelige gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt voor alle beschermde soorten, alsmede soorten van de rode lijsten, en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats. Voor deze soorten wordt vastgesteld of nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten. Is dit niet mogelijk, dan dienen preventieve maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen te voorkomen. Beoordeling Soortenbescherming Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient te worden aangetoond dat er geen beschermde verblijfplaatsen van soorten worden aangetast. Omdat er bij de voorgenomen ontwikkeling sprake zal zijn van de sloop van agrarische bedrijfsbebouwing is er op voorhand niet uit te sluiten dat er beschermde soorten worden verstoord. Om te onderzoeken of er sprake kan zijn van het verstoren van beschermde soorten is er een quickscan flora en fauna uitgevoerd die is toegevoegd als bijlage 1.

Voor de steenuil geldt dat het erf mogelijk deel uitmaakt van essentieel leefgebied: met gerichte mitigerende maatregelen kan verstoring worden voorkomen en is een vergunning niet nodig. In het onderzoek wordt geconcludeerd dat bij uitvoering conform de voorgestelde maatregelen en met inachtneming van de specifieke zorgplicht het project uitvoerbaar is zonder vergunning voor flora- en fauna-activiteiten, en vervolgonderzoek niet nodig is. Gebiedsbescherming De geplande werkzaamheden hebben geen negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk, de Groene ontwikkelingszone of Natura 2000gebieden. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties. In het kader van gebiedsbescherming dient te worden aangetoond dat het plan geen significante negatieve effecten heeft op omliggende Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van stikstofdepositie worden alle veehouderijactiviteiten op de locatie volledig en permanent beëindigd. Dit betekent dat er geen dieren meer mogen worden gehouden die bijdragen aan stikstofemissies. De stikstofeffecten zijn onderzocht en als rapportage als bijlage 2 bij de motivering gevoegd. Om de depositie behorend bij de stikstofbronnen te compenseren is gebruik gemaakt van de N-ruimte uit de vigerende natuurtoestemming.

Bij deelname aan de LBV of LBV+ mag de stikstofemissie van de beoogde herbestemming niet meer bedragen dan 15% van de stikstofemissie waarvoor voorheen toestemming was verleend. Derhalve is voor zowel de realisatie- als de gebruiksfase uitgerekend wat de benodigde hoeveelheid N-ruimte is om te compenseren. Het gaat hierbij om het volgende:  Gebruiksfase: 10 koeien (130 kg NH3). Dit is 130 / 1523,6 x 100% = 8,53% van de totale

24

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

vigerende natuurtoestemming; Realisatiefase: geen compensatie benodigd; Gebruiksfase incl. Realisatiefase: 10 koeien (130 kg NH3). Dit is 130 / 1523,6 x 100% = 8,53% van de totale vigerende natuurtoestemming. Uit de verschilberekeningen volgt dus dat de emissie van 10 koeien voldoende is om de emissies van de opvolgfunctie te compenseren. Dit is ruimschoots onder de maximaal toegestane 15%, namelijk 8,53%.  

Uit de berekening van zowel de realisatiefase als de gebruiksfase blijkt dat er geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/j verkregen worden op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Negatieve significante effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van zowel de realisatiefase als de gebruiksfase zijn dan ook uitgesloten. Conclusie Vanuit het aspect natuur is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.12

Archeologie en cultuurhistorie

De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet het wettelijke fundament voor de cultuurhistorie en archeologie in Nederland. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Er moet bij het toestaan van ruimtelijke ontwikkelingen in een omgevingsplan rekening gehouden te worden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, waaronder archeologische monumenten (par. 5.1.5.5 Bkl). Dit door regels te stellen ter bescherming van het cultureel erfgoed gericht op:  het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van op grond van het omgevingsplan beschermde archeologische monumenten;  het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ. Beoordeling Cultuurhistorie Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, gebieden en elementen zijn in de omgeving van het plangebied niet aanwezig. Gezien de aard van de wijziging en de omstandigheid dat er geen nieuwe bebouwing mogelijk wordt gemaakt, is van een aantasting van cultuurhistorische waarden niet aan de orde. De te slopen agrarische bedrijfsbebouwing is niet karakteristiek of monumentaal of van andere cultuurhistorische betekenis. Het plangebied is wel gelegen binnen de gebiedsaanduiding waardevol landschap welke voortkomt uit een eerder streekplan van de provincie.

De gronden ter plaatse van de aanduiding 'waardevol landschap' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het beschermen en ontwikkelen van de bijzondere kwaliteiten van het waardevol landschap. Het ruimtelijk beleid hiervoor is het behouden en versterken van de landschappelijke kernkwaliteiten. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden moeten afwegingen worden gemaakt. Aangezien er geen nieuwe ontwikkeling plaatsvindt maar alleen een uitsluiting van de veehouderij-activiteiten, is er geen negatieve impact op het waardevolle landschap. De sloop van de agrarische bedrijfsbebouwing sluit juist aan bij het open landschap wat hier beoogd wordt. Archeologie Op basis van de archeologische beleidskaart zijn in het vigerende bestemmingsplan archeologische dubbelbestemmingen opgenomen. Daarnaast zijn er - ter hoogte van de bestaande bedrijfswoning 3 waarnemingslocaties met archeologische resten aanwezig. Hier vinden echter geen (bouw)activiteiten plaats en worden er - met het laten vervallen van de veehouderij aanduiding - geen bodemingrepen gedaan.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

25

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

Uitsnede uit archeologische beleidskaart Overbetuwe met globale aanduiding plangebied Voor het plangebied zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachting 2' en 'Waarde - Archeologische verwachting 3' opgenomen. De voor deze waarden aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden van de gronden. De drempelwaarde voor een archeologische onderzoeksplicht bedraagt voor deze 'Archeologische Verwachting 2': diepte meer dan 0,30 meter ten opzichte van huidig maaiveld en een oppervlakte-omvang van meer dan 100 m², en voor 'Archeologische Verwachting 3': diepte meer dan 0,30 meter ten opzichte van huidig maaiveld en een oppervlakte-omvang van meer dan 500 m². Deze dubbelbestemmingen zijn in dit TAM-omgevingsplan overgenomen in regels met bijbehorende werkingsgebieden zodat de archeologische waarden blijven beschermd. In het kader van de vergunningverlening kan indien nodig (nader) archeologisch onderzoek plaatsvinden. Conclusie Vanuit het oogpunt van zowel archeologie als cultuurhistorie is het plan uitvoerbaar.

5.13

Verkeer en parkeren

Parkeren De gemeente Overbetuwe heeft haar parkeerbeleid en -normen vastgelegd in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016 (hierna: de Nota). Uitgangspunt is dat parkeren op eigen terrein plaatsvindt. Hierna is een overzicht opgenomen van de parkeerbehoefte in de nieuwe situatie en het aantal te realiseren parkeerplaatsen. In het kader van de planologische procedure is van belang dat wordt berekend hoe groot de parkeerbehoefte is van de binnen het plangebied beoogde functies. Omdat er met de omgevingsplanwijziging geen nieuwe functies mogelijk worden gemaakt is er ook geen sprake van een extra parkeerbehoefte. Omdat met de omgevingsplanwijziging het exploiteren van een veehouderij wordt geschrapt zal er juist eerder sprake zijn van een afname van de parkeerbehoefte. Een nadere toetsing aan het gemeentelijke parkeerbeleid is daarom voor deze omgevingsplanwijziging niet aan de orde. Verkeer Omdat er met de omgevingsplanwijziging geen nieuwe functies mogelijk worden gemaakt is er ook geen sprake van een extra verkeersgeneratie. Het exploiteren van een akkerbedrijf is in de huidige situatie reeds toegestaan. Met de omgevingsplanwijziging wordt het exploiteren van een veehouderij geschrapt, hierdoor zal er in dit kader sprake zijn van een afname van verkeer. Er kan in de toekomstige situatie gebruik gemaakt worden van een bestaande ontsluiting op de Boterhoeksestraat.

Voor wat betreft de verkeersafwikkeling zijn er geen belemmeringen te verwachten.

26

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

5.14

Gezondheid

De maatschappelijke doelen van de Omgevingswet zijn opgenomen in artikel 1.3 van deze wet. Hieronder valt onder meer het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving. De bedoeling van het Rijk is dat gezondheid integraal en volwaardig wordt betrokken bij het nationale en lokale beleid met betrekking tot de fysieke leefomgeving. De inrichting van de fysieke leefomgeving kan direct bijdragen aan de gezondheid van inwoners. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden. Binnen het stelsel van de Omgevingswet hebben decentrale overheden de mogelijkheid om hun eigen gezondheidsambities uit te werken via instrumenten, zoals de omgevingsvisie, omgevingsverordening en programma's. Ook kunnen hierover regels worden gesteld in het omgevingsplan. Mede hierdoor is dit aspect opgenomen in de afweging voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Beoordeling en conclusie Met deze omgevingsplanwijziging wordt het exploiteren van een (melk)veehouderij juridischplanologisch beëindigd. Bij de exploitatie van een veehouderij is vaak sprake negatieve gezondheidsrisico's zoals geurhinder, ammoniakuitstoot, en stikstofuitstoot. Te veel ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) in de lucht zijn slecht voor de natuur en slecht voor de gezondheid.

Het beëindigen van een veehouderij levert dus positieve bijdrage aan gezondheidseffecten. Omdat er met het plan wordt deelgenomen aan de LBV+ regeling, zal er sprake zijn van een afname van stikstofdepositie. De overige toegestane functies en activiteiten in dit TAM-omgevingsplan zijn in de huidige situatie reeds toegestaan. Het plan draagt bij aan het bereiken van een gezonde fysieke leefomgeving

5.15

Duurzaamheid

Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties vereist dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen het onderdeel duurzaamheid integraal onderdeel uitmaakt van de belangenafweging in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Duurzaamheid is een breed begrip; de gemeente verstaat hieronder in ieder geval de volgende aspecten:  duurzaam en zorgvuldig omgaan met water;  duurzaam energieverbruik en beperking van energieverbruik en gebruik van andere natuurlijke hulpbronnen;  duurzaam materiaalgebruik en hergebruik;  bevorderen van het klimaatadaptief vermogen van de omgeving;  natuurinclusief bouwen;  versterking van landschaps-, natuur- en groene waarden. Beoordeling en conclusie Met het initiatief wordt invulling gegeven aan de LBV+-regeling. Met dit plan kan de initiatiefnemer voldoen aan de eisen van deze regeling. Het gevolg is een vermindering van de stikstofuitstoot en het beëindigen van intensieve veehouderij, wat tot natuurherstel en betere lucht- en waterkwaliteit leidt. In samenhang zal het initiatief leiden tot een duurzaam en toekomstbestendig ruimtegebruik.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

27

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planopzet

Algemene opzet

Inleiding Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het juridisch-planologisch inkaderen van de gebruiksmogelijkheden op de agrarische bedrijfslocatie aan de Boterhoeksestraat 11 te Heteren. Dit TAM-omgevingsplan wordt als een nieuw hoofdstuk opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. Het TAM-omgevingsplan (nieuwe hoofdstuk) wordt bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening, op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. Het TAM-omgevingsplan wordt in een later stadium opgenomen in het definitieve omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. Het 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren' bestaat uit de volgende onderdelen: De motivering In de motivering is de ontwikkeling beschreven en verantwoord in het licht van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zowel op basis van het beleid als op basis van milieu-hygiënische aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet. De regels De regels worden zoals gezegd opgenomen als afzonderlijk hoofdstuk binnen het omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe.

De regels bevatten de bouw- en gebruiksregels, die zijn gekoppeld aan werkingsgebieden op de digitale verbeelding. De regels van dit hoofdstuk gelden naast de overige regels van het omgevingsplan. De (digitale) verbeelding Op de digitale verbeelding zijn werkingsgebieden opgenomen, die zijn gekoppeld aan bepaalde (primaire) functies, in dit geval 'Agrarisch'. Daarbij is een aanduiding opgenomen om de veehouderij uit te sluiten. Ook is er een bouwvlak opgenomen. Tot slot zijn werkingsgebieden met het oog op de borging van de belangen van bepaalde andere functies opgenomen, namelijk waardevol landschap en archeologie. De opzet van het plan Het omgevingsplan bevat regels, die bindend zijn voor eenieder. Gekozen is voor zoveel mogelijk concrete regels, omdat er sprake is van een concreet initiatief. Daarbij is aansluiting gezocht bij de TAM-omgevingsplan systematiek zoals die voor de gemeente Overbetuwe is vastgesteld in eerdere plannen die aan dit format voldoen.

6.2

Toelichting op de regels

Op de verbeelding zijn werkingsgebieden opgenomen, die zijn gekoppeld aan functies met bijbehorende regels. Hierna worden deze functies met bijbehorende regels kort toegelicht. Agrarisch Voor het gehele plangebied geldt dat de gebieden aangemerkt zijn als 'Agrarisch'. De gronden zijn bedoeld voor grondgebonden agrarisch gebruik, hobbymatig agrarisch gebruik, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ontsluitingsvoorzieningen, parkeervoorzieningen binnen het bouwvlak, tuinen en erven. Het bedrijfsmatig houden van dieren is hier conform de aanduiding 'veehouderij uitgesloten' uitgesloten.

28

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

Waarde - Archeologische verwachting 2 en 3 In het plan is de archeologische beleidskaart vertaald in twee werkingsgebieden, ten behoeve van het behoud en de bescherming van archeologische waarden in of nabij het plangebied. Bij strijd tussen de regels van het archeologische werkingsgebied en de overige regels uit het TAM-Omgevingsplan, prevaleren de bepalingen van de dit werkingsgebied. Er geldt een omgevingsvergunningplicht en plicht tot het doen van archeologisch onderzoek voor bodemingrepen dieper dan 0,3 meter onder het maaiveld en met een omvang groter dan 100 m² of 500 m². Algemene regels In de algemene regels zijn regels opgenomen, die voor het gehele werkingsgebied van dit TAMomgevingsplan van toepassing zijn. Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In dit artikel zijn beoordelingsregels voor het bouwen opgenomen, die voor elke omgevingsvergunningplichtige bouwactiviteit van toepassing zijn. Het betref onder meer een regeling voor ondergronds bouwen en ondergeschikte bouwdelen.

Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat een algemene strijdig gebruiksbepaling, alsmede de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met het TAM-omgevingsplan. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van de regels uit het omgevingsplan. Het gaat hier om kleinschalige afwijkingen van de voorschreven maatvoering of overschrijdingen van de bouwgrenzen. Overgangsregels In dit hoofdstuk is overgangsrecht voor bouwwerken en voor gebruik opgenomen.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

29

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

Hoofdstuk 7

Financiële toelichting

Deze omgevingsplanwijziging maakt geen nieuw bouwplan mogelijk. Er bestaat geen aanleiding tot het borgen van kostenverhaal voor de gemeente. Er zijn geen onvoorziene, hoge kosten te verwachten. De gemeente draagt bovendien geen hoge financiële risico's. De wijziging is dus economisch uitvoerbaar.

30

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

Hoofdstuk 8 8.1

Overleg en inspraak

Inleiding

De procedures voor een wijziging van het omgevingsplan zijn door de wetgever geregeld. Daarnaast bepaalt de Omgevingswet dat bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldige participatie moet plaatsvinden en de gemeente overleg met belanghebbende instanties moet voeren.

8.2

Participatie

De wijze waarop participatie wordt uitgevoerd is door de wetgever niet bepaald. Gemeenten kunnen hiervoor beleid opstellen. De gemeente Overbetuwe beschikt over beleid op dit gebied. Gezien de aard van de wijziging, waarbij er geen nieuwe gebruiks- of bouwmogelijkheden worden geboden, is in dit geval het doorlopen van een participatietraject niet doelmatig geacht.

8.3

Overleg

Bij de voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan moet overleg worden gevoerd met bestuursorganen en instanties die belast zijn met de behartiging van belangen, welke in het plan (mogelijk) in het geding zijn, zoals de provincie en het waterschap. De stukken behorende bij het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan worden aan de betrokken vooroverlegpartners voorgelegd. Gezien de aard van de wijziging, is nader overleg in het planvoorbereidingsstadium niet nodig geacht.

8.4

Wijziging van het omgevingsplan

Het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan wordt bekendgemaakt en gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan een ieder zijn zienswijzen kenbaar maken tegen het plan. De omgevingsplanwijziging wordt vervolgens vastgesteld door de gemeenteraad.

8.5

Beroep

Tegen het besluit van de gemeenteraad tot wijziging van het omgevingsplan kunnen belanghebbenden gedurende zes weken beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

31

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

Bijlagen bij motivering Bijlage 1

Quickscan flora en fauna

Bijlage 2

Rapportage beoordeling stikstofeffecten

32

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

33

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

Regels Dit TAM-omgevingsplan is gericht op opnemen van de aanduiding 'veehouderij uitgesloten' ter plaatse van Boterhoeksestraat 11 te Heteren en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22n) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22n van het omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22n.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22n’ worden gelezen.

34

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Toepassingsbereik

a. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. b. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3, zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. c. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing in het plangebied, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1734.1420BUITBoterhk11-ONT1 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

35

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

Artikel 2

Begrippen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk 22n van dit omgevingsplan gelden de begripsbepalingen die, op de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in Bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Omgevingsbesluit en Bijlage I bij de Omgevingsregeling. Daarnaast gelden de volgende begripsbepalingen bij de toepassing van dit hoofdstuk 22n: 2.1 TAM-omgevingsplan Het TAM-omgevingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren met identificatienummer NL.IMRO.1734.1420BUITBoterhk11-ONT1 van de gemeente Overbetuwe. 2.2

Aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit

Een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn, en dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse. 2.3

Aan- en uitbouwen

Een aan een hoofdgebouw gebouwde ruimte, die daaraan ruimtelijk (door zijn constructie of afmetingen) ondergeschikt is - maximaal bestaande uit één bouwlaag al dan niet met kap - met dien verstande dat een aanbouw een zelfstandige ruimte is en een uitbouw een uitbreiding van een reeds bestaande ruimte van een hoofdgebouw is. 2.4 Agrarisch bedrijf Een bedrijf, dat is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden, fokken en/of africhten van dieren, inclusief pensionstallen als ondergeschikte nevenactiviteit. 2.5

Archeologisch deskundige

De regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 2.6

Archeologisch onderzoek

Onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling beschikkend over een door een erkende certificerende instelling afgegeven certificaat voor opgraven en werkend conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA) dan wel, na vaststelling ervan door de Minister van OCW, de normen zoals opgesteld door het Centraal College van Deskundigen Archeologie (CCvD). 2.7

Archeologische verwachting

Een toegekende hoge, middelmatige of lage archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden. 2.8

Archeologische waarde

Een toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden; 2.9 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

36

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

2.10

Bed & breakfast

Een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf in combinatie met het serveren van ontbijt. 2.11 Bedrijf Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 2.12

Bedrijfswoning

Een woning die een functionele binding heeft met het ter plaatse gevestigde bedrijf, de instelling of de inrichting, ten behoeve van beheer van en/of toezicht op het bedrijf, de instelling of de inrichting. 2.13

Begane grond

De onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder. 2.14 Bestaand a. bij gebruik: legaal aanwezig op het moment van het van kracht worden van dit TAMomgevingsplan; b. bij bouwwerken: legaal aanwezig op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan, en bouwwerken die op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan mogen worden gebouwd krachtens een daartoe verleende omgevingsvergunning voor het bouwen. 2.15 Bijgebouw Een niet aan een hoofdgebouw verbonden gebouw, dat door zijn vorm, functie, situering en/of afmetingen ondergeschikt is aan dat op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 2.16

Boomteeltbedrijf

Een agrarisch bedrijf waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van open grond ten behoeve van het telen van houtgewassen, waaronder laan-, sier- en vruchtbomen. 2.17 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 2.18

Bouwgrens

De grens van een bouwvlak. 2.19 Bouwlaag Een gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een kelder en de ruimte(n) in de kap. 2.20

Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 2.21

Bouwperceelsgrens

De grens van een bouwperceel. 2.22

Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

37

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

2.23 Bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 2.24

Dak

De gesloten bovenbeëindiging van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde. 2.25

Erf

Het gedeelte van een bouwperceel gelegen buiten het, binnen het bouwperceel gelegen, bouwvlak. 2.26 Extensieve dagrecreatie Recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden en fietsen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte. 2.27 Gebouw Elk bouwwerk, dat voor een mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden (twee of meer wanden die tot de constructie behoren) omsloten ruimte vormt. 2.28

Gebruiken

Gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven. 2.29 Grondgebonden agrarisch bedrijf Een agrarisch bedrijf waarvan de bedrijfsvoering volledig of nagenoeg volledig is gericht op het gebruik maken van grond als productiemiddel ten behoeve van de teelt van gewassen of de weidegang van vee. 2.30 Hobbymatig agrarisch grondgebruik Het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren op niet bedrijfsmatige wijze. Onder hobbymatig agrarisch gebruik wordt niet verstaan een volkstuin. 2.31

Hoofdgebouw

Een gebouw, of een gedeelte daarvan, exclusief aan- en uitbouwen, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is. 2.32

Huishouden

Een persoon die of groep personen die gezamenlijk, onbestendig voor onbepaalde tijd, een huishouding voert. 2.33

Intensieve veehouderij

Een agrarisch bedrijf of een deel daarvan waar ten minste 250 m² aan bedrijfsvloeroppervlak aanwezig is dat gebruikt wordt als veehouderij voor het houden van dieren, waarbij dit houden van dieren geheel of nagenoeg geheel plaatsvindt in bebouwing. Het biologisch houden van dieren en het houden van melkrundvee, schapen en paarden wordt niet aangemerkt als intensieve veehouderij. 2.34

Inwoning

Twee huishoudens die, in afwijking van het begrip woning, één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn. 2.35 Kamerverhuur Het bedrijfsmatig verhuren of het aanbieden van kamers voor bewoning. Hieronder wordt niet verstaan de verhuur door particulieren van maximaal twee kamers in de door hen zelf bewoonde woning.

38

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

2.36 Kelder Een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,50 meter boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen. 2.37

Landschaps-/inrichtingsplan

Een plan bij realisering van nieuwe bouw- en/of gebruiksmogelijkheden waarin de ruimtelijke (waaronder landschappelijke) inpassing hiervan in de bestaande situatie wordt beschreven. 2.38

Lawaaisporten

Sportbeoefening die met veel lawaai gepaard gaat zoals bijvoorbeeld motor- en autosport, karten, modelvoer- en vaartuigen. 2.39

Luifel

Afdak of overkapping aan of bij een gebouw, aan de openbare zijde, al of niet ondersteund. 2.40

Medegebruik

Gebruik dat niet direct gerelateerd is aan de functie, maar dat krachtens de regels tevens is toegestaan op de betrokken gronden. 2.41

Nevenactiviteit

Een activiteit ondergeschikt aan de hoofdactiviteit in zowel omvang (m2), omzet (€) als de effecten op het woon- en leefklimaat. 2.42

Niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering

De agrarische bedrijfsvoering die niet geheel of hoofdzakelijk van de open grond als agrarisch productiemiddel afhankelijk is, maar waarvan de productie geheel of overwegend in gebouwen en/of verharding plaatsvindt, zoals varkens-, kalver- of pluimveefokkerij, eendenmesterij of -fokkerij en champignonkwekerij. 2.43

Normaal onderhoud, gebruik en beheer

Werkzaamheden die ter plaatse regelmatig terugkeren, teneinde tot een goed beheer van de gronden te komen; hieronder vallen niet de incidentele ingrepen in bijvoorbeeld de cultuurtechnische situatie of werkzaamheden die een onherstelbare aantasting betekenen van de aan een gebied toegekende waarde. 2.44 Nutsvoorzieningen Voorziening ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen/installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen, e.d. 2.45 Ondergeschikte bouwdelen Bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten het gebouw uitsteken, zoals schoorstenen, windvanen, dakoverstekken, windvanen, balkons en liftschachten. 2.46 Ondergronds Onder peil. 2.47

Open teeltondersteunende voorzieningen

Teeltondersteunende voorzieningen welke niet voorzien zijn van voor- en/of zijwanden, met uitzondering van vogelgaas, en enkel bestaan uit een overkapping, zoals schaduw- en hagelnetten. 2.48 Overkapping Bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een dak en maximaal één gesloten wand.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

39

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

2.49

Paardenbak

Een omheind terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of ander doorlatend materiaal ten behoeve van het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport. 2.50 Peil a. voor gebouwen: de hoogte van het maaiveld ter plaatse van de hoofdtoegang van het gebouw; b. voor overige bouwwerken: de gemiddelde bouwhoogte van het aansluitend terrein. 2.51 Prostitutie Het zich tegen vergoeding beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander. 2.52

Publiekgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis

Een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak publieksaantrekkend zijn en waarvan de omvang en uitstraling zodanig is, dat de activiteit past binnen de desbetreffende woonomgeving en derhalve in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden toegestaan. 2.53 Seksinrichting Een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang als zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 2.54

Teeltondersteunende voorzieningen

Voorzieningen, anders dan een kas, die door grondgebonden agrarische bedrijven toegepast worden om de teelt van fruit, bomen, groente of potplanten te bevorderen en te beschermen, daaronder begrepen pot- container- en gootteelt. 2.55 Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Teeltondersteunende voorzieningen welke buiten het teeltseizoen niet aanwezig zijn, met dien verstande dat de voorzieningen maximaal 7 maanden aanwezig mogen zijn. 2.56

Tuin

Een stuk grond in particulier eigendom dat ten dienste staat van het woon- of werkgenot. 2.57

Tuinbouwbedrijf

Een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd tot het telen van gewassen. 2.58

Uitvoeren

Uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven. 2.59

Verdieping

De bouwlaag respectievelijk bouwlagen die boven de begane grond gelegen is/zijn. 2.60 Voorgevel De naar de weg en/of fiets- en voetpad gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt. 2.61 Waterhuishoudkundige voorzieningen Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. 2.62

Woning

Een (gedeelte van een) gebouw inclusief aan- en uitbouwen dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

40

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

Artikel 3

Meet- en rekenbepalingen

Bij de toepassing van de regels van dit TAM-omgevingsplan wordt als volgt gemeten: 3.1 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen. 3.2

goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen en wolfseinden buiten beschouwing gelaten. 3.3

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 3.4 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 3.5 ondergeschikte bouwdelen bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1,5 meter bedraagt.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

41

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

Hoofdstuk 2 Artikel 4

Functies en activiteiten

Agrarisch

4.1

Functieomschrijving

4.1.1

Algemeen

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Agrarisch' heeft de volgende functies: a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf, met dien verstande dat niet-grondgebonden agrarische bedrijven niet zijn toegestaan en met inachtneming van het bepaalde in lid 4.1.2; b. hobbymatig agrarisch grondgebruik; c. de bestaande bedrijfswoning(en), waarbij inwoning is toegestaan in de bedrijfswoningen, met dien verstande dat: 1. waar dat is aangeduid een bedrijfswoning alleen is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; d. de bestaande paardenbakken binnen het bouwvlak; e. de bestaande (verblijfs)recreatieve voorzieningen; f. nevenactiviteiten, met dien verstande dat: 1. uitsluitend nevenactiviteiten zijn toegestaan zoals opgenomen in Bijlage 1 'Lijst van nevenactiviteiten'; 2. maximaal 25% met een absoluut maximum van 350 m² van de bestaande bebouwing mag worden gebruikt; 3. er geen detailhandel anders dan de verkoop van lokaal of streekeigen geproduceerde agrarische producten mag plaatsvinden; 4. parkeren op eigen erf dient plaats te vinden; 5. buitenopslag niet is toegestaan; g. teeltondersteunende voorzieningen; h. extensieve dagrecreatie met bijbehorende wegen en paden; i. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; j. de bestaande nutsvoorzieningen; k.

evenementen als medegebruik gedurende maximaal 7 aaneengesloten dagen inclusief opbouw en afbraak van bijbehorende voorzieningen; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ontsluitingsvoorzieningen, parkeervoorzieningen binnen het bouwvlak, groenvoorzieningen, tuinen en erven. 4.1.2

Veehouderij uitgesloten

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij uitgesloten' is het bedrijfsmatig houden van dieren niet toegestaan. 4.2

Beoordelingsregels bouwwerken

4.2.1 Gebouwen en teeltondersteunende voorzieningen, niet zijnde bijgebouwen bij de bedrijfswoning a. Het is verboden om op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Agrarisch' zonder omgevingsvergunning gebouwen en teeltondersteunende voorzieningen te bouwen. b. Voor het bouwen van gebouwen en teeltondersteunende voorzieningen, niet zijnde bijgebouwen bij de bedrijfswoning, gelden de volgende beoordelingsregels: 1. gebouwen en teeltondersteunende voorzieningen dienen te worden gebouwd binnen het bouwvlak; 2. de gezamenlijke oppervlakte van kassen bedraagt maximaal 1.000 m², met dien verstande dat:  bij tuinbouwbedrijven maximaal 2.000 m² is toegestaan;  bij boomteeltbedrijven maximaal 2.500 m² is toegestaan; 3. de goothoogte van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen is maximaal 6 m; 4. de bouwhoogte van:  teeltondersteunende voorzieningen bedraagt maximaal 6 m;  overige bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 12 m;  bedrijfswoningen bedraagt maximaal 10 m;

42

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

5. de inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan de bestaande inhoud van de bedrijfswoning met aangebouwd bedrijfsgebouw. 4.2.2 Bijgebouwen bij de bedrijfswoning a. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bijgebouwen bij de bedrijfswoning te bouwen. b. Voor het bouwen van bijgebouwen bij de bedrijfswoning gelden de volgende beoordelingsregels: 1. gebouwd binnen het bouwvlak; 2. gezamenlijke oppervlakte per bedrijfswoning maximaal 90 m²; 3. goothoogte maximaal 3 m; 4. bouwhoogte maximaal 5 m. 4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde teeltondersteunende voorzieningen a. Het is verboden om op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Agrarisch' zonder omgevingsvergunning bouwwerken, geen gebouwen en teeltondersteunende voorzieningen te bouwen. b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde teeltondersteunende voorzieningen, gelden de volgende beoordelingsregels: 1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak bedraagt maximaal:  hooibergen 15 m;  waterbassin 3 m;  erfafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het voorste gebouw maximaal 2 m en voor (het verlengde van) de voorgevel van het voorste gebouw maximaal 1 m;  overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2 m. 4.3

Vergunningplicht

4.3.1

Oppervlakte kassen

Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.1 onder b sub 2, een omgevingsvergunning verlenen voor vergroting van de oppervlakte van kassen tot maximaal 1.500 m², mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: a. er wordt aangetoond dat de vergroting noodzakelijk is voor een doelmatige uitvoering van de agrarische bedrijfsvoering; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige functies en waarden; c. er wordt een landschapsplan overlegd, waaruit de landschappelijke inpassing blijkt 4.3.2 Goot en/of bouwhoogte bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.1 onder b sub 3 en 4, een omgevingsvergunning verlenen voor het verhogen van de goothoogte en/of bouwhoogte van bedrijfsgebouwen. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels: a. de maximale goot- en bouwhoogte mag met niet meer dan 2 m worden overschreden; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteiten van de omgeving. 4.3.3 Bouwhoogte bijgebouwen Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.2 onder b sub 4, een omgevingsvergunning verlenen voor het verhogen van de bouwhoogte van bijgebouwen bij de bedrijfswoning. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels: a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 7 m; b.

er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteiten van de omgeving.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

43

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

4.4

Specifieke functieregels

4.4.1

Algemeen

Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 4.1 genoemde functies van de gronden. 4.4.2

Lawaaisporten

Op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Agrarisch' is het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van lawaaisporten niet toegestaan. 4.4.3

Spuitzone

De uitoefening van akkerbouw, (glas)tuinbouw, fruit- en boomteelt op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Agrarisch' is niet toegestaan op een afstand van minder dan 50 m van werkingsgebieden dan wel locaties voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies. Dit zijn alle functies behoudens de agrarische bedrijvigheid. 4.5

Afwijken van de gebruiksregels

4.5.1

Afwijkende nevenactiviteiten

Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het bepaalde in artikel 4.1.1 onder d, een omgevingsvergunning verlenen voor het toestaan van een nevenactiviteit die niet is opgenomen in Bijlage 1 'Lijst van nevenactiviteiten'. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels: a. maximaal 25% met een absoluut maximum van 350 m² van de bestaande bebouwing mag worden gebruikt; b. er mag geen detailhandel anders dan de verkoop van lokaal of streekeigen geproduceerde agrarische producten plaatsvinden; c. er mag geen horeca plaatsvinden; d. er mag geen verblijfsrecreatie plaatsvinden; e. parkeren moet op eigen erf plaatsvinden; f. buitenopslag is niet toegestaan; g. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de verkeers- en parkeersituatie ter plaatse; h. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige functies en waarden; i. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden. 4.5.2 Huisvesting seizoensarbeiders het bevoegd gezag kan, in afwijking van het bepaalde in artikel 4.1, een omgevingsvergunning verlenen voor de tijdelijke huisvesting van seizoenarbeiders. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels: a. dit moet noodzakelijk zijn in het kader van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte in het betreffende agrarische bedrijf; b.

de huisvesting mag uitsluitend werknemers betreffen die alleen binnen het bedrijf, waar ze gehuisvest zijn, werkzaamheden verrichten; c. de huisvesting vindt plaats binnen de periode 15 maart - 31 oktober, tenzij is aangetoond dat er op het betreffende agrarische bedrijf een grote arbeidsbehoefte bestaat ten behoeve van piekwerkzaamheden buiten deze periode; d. de huisvesting vindt plaats in de aanwezige gebouwen of in maximaal 5 niet zelfstandige woonunits of stacaravans; e. de gezamenlijke vloeroppervlakte aan gebouwen/ woonunits voor de tijdelijke huisvesting bedraagt maximaal 120 m²; f. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; g. de woonunits mogen uitsluitend binnen het agrarisch bouwvlak worden geplaatst; h. de goothoogte van woonunits bedraagt maximaal 3 m; i. de bouwhoogte van woonunits bedraagt maximaal 5 m; j. het aantal te huisvesten werknemers bedraagt niet meer dan 20 personen; k. het gebruik leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van de omliggende agrarische bedrijven; l. het woon- en leefklimaat wordt niet onevenredig aangetast; m. er wordt een landschapsplan overlegd, waaruit de landschappelijke inpassing blijk.

44

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

4.5.3

Paardenbakken

Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het bepaalde in artikel 4.1, een omgevingsvergunning verlenen voor het toestaan van paardenbakken. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels: a. de paardenbak wordt binnen dan wel direct aansluitend aan het bouwvlak gerealiseerd dan wel aansluitend aan de gronden met een andere functie met inachtneming van de volgende maten: 1. minimaal 30 m uit de as van de weg; 2. minimaal 30 m vanaf woningen van derden; b. de oppervlakte bedraagt maximaal 1.200 m²; c. de bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt maximaal 1,75 m. 4.5.4 Recreatieve nevenactiviteiten Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het bepaalde in artikel 4.1, een omgevingsvergunning verlenen voor het toestaan van recreatieve nevenactiviteiten in de vorm van: a. kleinschalige kampeerterrein binnen het bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: 1. de afstand tot de perceelsgrens van het dichtstbijzijnde (kleinschalige) kampeerterrein bedraagt minimaal 50 m; 2. in afwijking van het bepaalde onder 1 geldt een afstand van minimaal 50 m tot de perceelsgrens van gronden met een (bedrijfs)woning; 3. de (sanitaire) voorzieningen worden binnen de op het moment van het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande bebouwing opgericht met een maximale oppervlakte van 50 m²; 4.

indien het onder 3 gestelde niet mogelijk is, wordt de bebouwing ten behoeve van de (sanitaire) voorzieningen opgericht binnen het bouwvlak met een maximale oppervlakte van 50 m², een maximale goothoogte van 3 m en een maximale bouwhoogte van 5 m; 5. het aantal aaneengesloten nachten gedurende welke gebruik gemaakt mag worden van de recreatieve nevenactiviteit bedraagt maximaal 45; 6. er wordt een landschapsplan overlegd, waaruit de landschappelijke inpassing blijkt; 7. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; 8. er is geen aanpassing of verharding van de infrastructuur buiten het bouwvlak noodzakelijk; 9. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige functies en waarden; 10. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; b. bed & breakfast, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: 1. deze wordt opgericht binnen de op het moment van het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande bebouwing; 2. de gezamenlijke oppervlakte bedraagt maximaal 120 m², waarbij de maximale oppervlakte per slaapverblijf 30 m² mag bedragen; 3. er worden verder geen voorzieningen als speeltuin, stallingen, detailhandel e.d. opgericht; 4. het aantal aaneengesloten nachten gedurende welke gebruik gemaakt mag worden van de recreatieve nevenactiviteit bedraagt maximaal 14; 5.

voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; 6. er is geen aanpassing of verharding van de infrastructuur buiten het bouwvlak noodzakelijk; 7. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige functies en waarden; 8. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; c. recreatiewoningen / -appartementen, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: 1. deze worden opgericht binnen de op het moment van het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande bebouwing; 2. er worden maximaal 3 recreatiewoningen/-appartementen gerealiseerd met een maximale oppervlakte van 75 m² per recreatiewoning/-appartement; 3. het aantal aaneengesloten nachten gedurende welke gebruik gemaakt mag worden van de recreatieve nevenactiviteit bedraagt maximaal 45; 4. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; 5. er is geen aanpassing of verharding van de infrastructuur buiten het bouwvlak noodzakelijk; 6. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige functies en waarden;

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

45

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

7. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; d. groepsaccommodatie, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: 1. deze worden opgericht binnen de op het moment van het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande bebouwing; 2. de oppervlakte bedraagt maximaal 350 m² bedraagt; 3. het aantal aaneengesloten nachten gedurende welke gebruik gemaakt mag worden van de recreatieve nevenactiviteit bedraagt maximaal 45; 4. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; 5. er is geen aanpassing of verharding van de infrastructuur buiten het bouwvlak noodzakelijk; 6. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige functies en waarden; 7. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; e. kleinschalig boerderijterras, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: 1. dit wordt opgericht binnen de op het moment van het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande bebouwing; 2. de oppervlakte bedraagt maximaal 200 m², waarvan maximaal 50 m² buitenruimte mag worden ingericht; 3. er worden geen horecavoorzieningen gerealiseerd; 4. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; 5.

er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige functies en waarden; 6. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden. 4.5.5 Stapeling Bij een combinatie van omgevingsvergunningen uit artikel 4.5.4 geldt de laagste toegestane vloeroppervlakte als totale toegestane maximum. 4.5.6

Verkleinen afstand in verband met spuitzone

Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het bepaalde in artikel 4.4.3, een omgevingsvergunning verlenen voor het toestaan van akkerbouw, (glas)tuinbouw dan wel fruit- en boomteelt op een afstand van minimaal 5 m tot voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels: a. uit onderzoek, te nemen maatregelen en/of de geborgde feitelijke situatie blijkt dat een aanvaardbaar verblijfsklimaat voor de gevoelige functies wordt gegarandeerd; b. er vindt mag geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van betreffende (glas)tuinbouw, fruit- en boomteeltbedrijven.

46

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologische verwachting 2

Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Waarde - Archeologische verwachting 2' heeft, behalve voor de andere toegestane functies en activiteiten, mede de functie van het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 5.2

Beoordelingsregels bouwwerken

5.2.1

Beoordelingsregels en voorschriften

Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk groter dan 200 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld; b. indien uit het in onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen of; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige en/of; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c.

het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door een archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld, waarbij het bepaalde onder b van overeenkomstige toepassing is. 5.2.2 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.2.1 onder a, wint het bevoegd gezag advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja of de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 5.2.1 onder b sub 1 tot en met 4 dienen te worden gesteld. Het bevoegd gezag betrekt dit advies bij de beoordeling, zoals bedoeld in artikel 5.2.1. 5.2.3

Uitzondering bouwregels

Het bepaalde in artikel 5.2.1 onder a is niet van toepassing indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn of; b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte met maximaal 200 m² wordt vergroot en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders of; c. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot, met uitzondering van nieuwe kelders.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

47

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n, Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren

5.3

Maatwerkvoorschriften

Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bouwwerken en de inrichting van gronden, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De maatwerkvoorschriften zijn erop gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1

Omgevingsvergunningplicht

Onverminderd het in de Erfgoedwet en de Omgevingswet bepaalde is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 5.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m; b. grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 200 m², waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en/of het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; c. het verlagen of afgraven van de bodem; d. het verlagen van het waterpeil; e. het aanbrengen of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

5.4.2 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van het gebied en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. Hierbij betrekt het bevoegd gezag de volgende beoordelingsregels: a. de omgevingsvergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een vergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een erkend archeoloog zonodig een opgraving plaats te vinden; b. het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 5.4.3 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 is nodig voor: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=64f8aba1-545a-43b2-82ee-3feda3e52ae4