CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

26-01-27.16 Relevant stuk 3. Ruimtelijke motivering

Gemeenteraadsvergadering 27 januari 2026, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Adviesrecht BOPA (Buitenplanse omgevingsplanactiviteit): omvormen landbouwschuur naar woning Bredeweg 69a, Randwijk21.755 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rapport 2400532.3200.r01 Woningrealisatie aan de Bredeweg 69a in Randwijk Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA)

www.SPAWNP.nl

Rapport 2400532.3200.r01

IN

18 december 2024 Humac B.V. De heer ing. M. de Witte

DENKKRACHT

Datum : Opdrachtgever : Behandeld door : Adviseur en goedgekeurd :

BOUW - MILIEU - RUIMTE

Woningrealisatie aan de Bredeweg 69a in Randwijk Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA)

De heer ing. D.J. Hobert

Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 info@SPAWNP.nl | SPAWNP.nl

| ISO 9001:2015 | kvk 0909.2661 | btw NL8053.02.530.B01

SPA WNP ingenieurs

INHOUD

2400532.3200.r01

PAGINA

1

INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Procedure

3 3 3 3

2

SITUATIE PLANGEBIED 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Planologische situatie 2.4 Strijdigheden initiatief in relatie tot planologische situatie

4 4 5 6 7

3

PARTICIPATIE 3.1 Participatie omgeving 3.2 Vaststellingsprocedure 3.3 Bezwaar/beroep

7 7 8 8

4

BELEIDSKADER 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

8 8 10 11

5

ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING EN MILIEU 5.1 Bedrijven en milieuzonering 5.2 Gewasbeschermingsmiddelen 5.3 Geur veehouderijen 5.4 Niet gesprongen explosieven 5.5 Verkeer- en parkeren 5.6 Flora en Fauna 5.7 Luchtkwaliteit 5.8 Geluid 5.9 Omgevingsveiligheid 5.10 Archeologie, cultuurhistorie en landschap 5.11 Bodem 5.12 Weging van het waterbelang 5.13 Klimaatadaptatie 5.14 Gezondheid 5.15 M.e.r. -beoordeling

12 12 13 14 15 16 16 17 18 19 19 20 21 23 24 24

6

KOSTENVERHAAL

25

7

AFWEGING EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES

25

BIJLAGEN 1

Landschappelijke inpassing

2

Akoestisch onderzoek omgevingsplan Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van SPA WNP ingenieurs. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij SPA WNP ingenieurs gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.

Pagina 2

SPA WNP ingenieurs

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

2400532.3200.r01

Initiatiefnemer is voornemens aan de Bredeweg 69a in Randwijk een woning te realiseren binnen de ter plaatse aanwezige monumentale landbouwschuur. De plannen passen niet binnen het van toepassing zijnde omgevingsplan omdat met een extra woning het planologisch maximaal aantal toegestane wooneenheden wordt overschreden. Om die reden wordt een vergunning voor een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aangevraagd. Onderliggende motivering behoort bij de omgevingsvergunning. In dit document is toegelicht op welke wijze het plan zich verhoudt tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). 1.2

Ligging plangebied In afbeelding 1 is de ligging van het plangebied weergegeven. Het bestaande monumentale pand is gelegen aan de Bredeweg 69a in Randwijk. De omgeving betreft een landelijk gebied waar woningen, sportvoorzieningen en agrarische percelen aanwezig zijn. Afbeelding 1: Ligging plangebied (globaal geel omlijnd)

1.3

Procedure Ten tijde van het opstellen van het voorliggende plan beschikt de gemeente Overbetuwe nog niet over een omgevingsplan, welke is opgesteld op basis van de Omgevingswet. Het ter plaatse geldende omgevingsplan van rechtswege bestaat uitsluitend uit een tijdelijk deel, waardoor toetsing van het initiatief plaatsvindt op basis van dit tijdelijk deel. Het tijdelijk deel bestaat uit (ruimtelijke) regels, uit besluiten die zijn opgenomen in artikel 4.6 van de Invoeringswet (onder andere bestemmingsplannen). De realisatie van de woning binnen het bestaande monumentale pand past niet in dit tijdelijk deel van het omgevingsplan.

Pagina 3

SPA WNP ingenieurs

2400532.3200.r01

Voorliggend initiatief wordt mogelijk gemaakt door middel van een aanvraag om omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Op basis van de verplichting in artikel 4.17 van de Omgevingswet wordt uiterlijk 5 jaar na het onherroepelijk worden van een omgevingsvergunning voor een voortdurende afwijkactiviteit, het omgevingsplan in overeenstemming gebracht met de vergunning.

2

SITUATIE PLANGEBIED

2.1

Huidige situatie In de huidige situatie staat ter plaatse van het plangebied een boerderij met een landbouwschuur. Samen vormen de gebouwen ‘Hofstede Het Klaphek’. In de boerderij zijn twee woningen aanwezig. De landbouwschuur is momenteel in gebruik als creativiteitscentrum. De omgeving rondom deze bebouwing is voornamelijk natuurlijk ingericht met grasland, struiken, hagen en bomen. Het gebied wordt ontsloten via een inrit, die aansluit op de Bredeweg. In afbeelding 2 is een luchtfoto van de locatie weergegeven, gevolgd door de huidige situatie in afbeelding 3. Afbeelding 2: Luchtfoto locatie

Boerderij (2 woningen)

Landbouwschuur (Plangebied)

Pagina 4

SPA WNP ingenieurs

2400532.3200.r01

Afbeelding 3: Huidige situatie Boerderij (2 woningen)

2.2

Landbouwschuur (Plangebied)

Toekomstige situatie De beoogde ruimtelijke ontwikkeling betreft het realiseren van één wooneenheid in de bestaande landbouwschuur. Bij het initiatief is alleen sprake van een beperkte interne verbouwing, er is geen sprake van een bouwkundige uitbreiding van het gebouw. Als gevolg van de verbouwing ontstaat er één schuurwoning. Het buitenterrein wordt beperkt heringericht; het parkeerterrein van het creativiteitscentrum wordt deels omgezet tot kleine boomgaard. Afbeelding 4: Toekomstige situatie plangebied

Pagina 5

SPA WNP ingenieurs

2400532.3200.r01

Afbeelding 5: Toekomstig en huidig - begane grond (schetsontwerp)

2.3

Planologische situatie Voor het plangebied en omgeving geldt sinds 1 januari 2024 het Omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. Dit omgevingsplan betreft een omgevingsplan van rechtswege. Een omgevingsplan van rechtswege bestaat uit een tijdelijk en nieuw deel. Het tijdelijke deel bestaat uit bestaande ruimtelijke besluiten, zoals een eerder geldend bestemmingsplan. Het nieuwe deel is ten tijde van dit onderzoek nog leeg. Dit betekent dat er op grond van de Omgevingswet (nog) geen specifieke regels voor het plangebied en de omgeving zijn opgenomen in het omgevingsplan. Als gevolg hiervan geldt voor het plangebied als planologisch kader bestemmingsplannen, welke aan bod komen in deze paragraaf. Voor het plangebied geldt bestemmingsplan ‘Buitengebied, Bredeweg 69, Randwijk’ vastgesteld op 2 oktober 2018. Voor de omgeving buiten het plangebied geldt bestemmingsplan ‘Buitengebied Overbetuwe’ deels onherroepelijk vastgesteld op 30 april 2014. Buiten het plangebied zijn voornamelijk agrarische en sportfuncties aanwezig. Binnen het plangebied is de enkelbestemming ‘Wonen’ opgenomen. Daarnaast is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – creativiteitscentrum’ en maatvoering ‘maximum aantal wooneenheden: 2’ van toepassing.

Pagina 6

SPA WNP ingenieurs

2400532.3200.r01

Afbeelding 6: Uitsnede vigerende verbeelding plangebied ‘Buitengebied, Bredeweg 69, Randwijk’

2.4

Strijdigheden initiatief in relatie tot planologische situatie Met het initiatief is er sprake van de realisatie van één woonfunctie binnen de bestaande landbouwschuur. Het plan is in strijd met het vigerende bestemmingsplan; ter plaatse zijn binnen de boerderij twee woningen aanwezig en geldt ook een maximum van twee woningen als maximum aantal toegestane wooneenheden. Met het creëren van één aanvullende woning binnen de landbouwschuur, wordt het maximum aantal wooneenheden overschreden. Om deze reden wordt een vergunning Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) aangevraagd.

3

PARTICIPATIE Ruimtelijke plannen hebben effect op omwonenden en gebruikers van de ruimte. Om die reden dient het opstellen van ruimtelijke plannen zorgvuldig te gebeuren. In dat kader is het van belang dat er vooroverleg met betrokken instanties, burgers en maatschappelijke organisatie plaatsvindt. Op deze manier kunnen in een vroeg stadium knelpunten, belangen en verbeterpunten worden gesignaleerd.

3.1

Participatie omgeving De beoogde interne verbouwing betreft geen ruimtelijke ontwikkeling welke invloed heeft op de relevante omgeving. In de omgeving bevinden zich geen functies welke enige invloed kunnen ondervinden van de functiewijziging. Met de huidige voorbestemming en het creativiteitscentrum, is er reeds sprake van een milieugevoelige functie Om deze redenen heeft er geen actieve participatie met de omgeving plaatsgevonden.

Pagina 7

SPA WNP ingenieurs

3.2

2400532.3200.r01

Vaststellingsprocedure De aanvraag om de omgevingsvergunning heeft onder andere betrekking op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend omgevingsplan. Op de onderhavige aanvraag is conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is normaliter acht weken. Het bevoegd gezag kan de beslistermijn een maal met maximaal zes weken verlengen. Het bevoegd gezag maakt het besluit tot verlenging bekend aan de aanvrager binnen de beslistermijn.

3.3

Bezwaar/beroep De mogelijkheid van bezwaar komt alleen in de reguliere procedure voor. Het bezwaar dient ingediend te worden bij het bevoegd gezag dat het besluit heeft genomen. Wanneer iemand het niet eens is met het besluit op dat bezwaar, kan hij of zij nog in beroep gaan. In een beroepsprocedure geeft de rechter een oordeel over een besluit van het bevoegd gezag. In beginsel zal de rechtbank zich hierover buigen. Daarna kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

4

BELEIDSKADER

4.1

Rijksbeleid Nationale omgevingsvisie (Novi) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1 2 3 4

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Toetsing De NOVI is niet specifiek van toepassing op de beoogde ontwikkeling; het initiatief is van dermate kleine schaal en betreft een functiewijziging waardoor er geen sprake is van nationaal belang.

Pagina 8

SPA WNP ingenieurs

2400532.3200.r01

Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels van het rijk opgenomen voor het omgevingsplan. De instructieregels gaan over: algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1); waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van de gezondheid en van het milieu (paragraaf 5.1.4); beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5); · behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6); · behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7); · bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). · · · · ·

Afdeling 5.2 bevat instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Deze instructieregels gaan over: · voorkomen van belemmeringen voor gebruik en beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur en van rijkswegen; · lokale spoorwegen binnen vervoerregio's; · lozen van industrieel afvalwater in het openbaar vuilwaterriool; · bebouwingscontour jacht; · bebouwingscontour houtkap. Afdeling 5.3 bevat regels over ontheffing van instructieregels voor het omgevingsplan. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op voor deze locatie van toepassing zijn instructieregels. Ladder van duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De essentie van de laddertoets is dat bij een voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling steeds sprake moet zijn van een aantoonbare actuele marktbehoefte, en dat er uitdrukkelijk moet worden gekeken naar de ruimtelijke effecten.

Toetsing Bij realisatie van het initiatief is sprake van een toevoeging van één woning in een bestaande landbouwschuur, welke reeds een woonbestemming heeft. Artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt, dat de Ladder betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl bepaalt geen ondergrens. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. De ladder van duurzame verstedelijking is relevant wanneer de ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 12 woningen of meer. Hier is in dit geval geen sprake van waardoor het initiatief niet ladderplichtig is.

Pagina 9

SPA WNP ingenieurs

2400532.3200.r01

Conclusie nationaal beleid Het nationaal beleid vormt geen belemmering voor het realiseren van het beoogde plan. 4.2

Provinciaal beleid Omgevingsvisie Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie “Gaaf Gelderland” vastgesteld. In de Omgevingsvisie is als doel benoemd: gezond, veilig, schoon en welvarend. De provinciale hoofddoelen zijn vertaald in provinciale ambities: · · · · · ·

Energietransitie: van fossiel naar duurzaam Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer Circulaire economie: sluiten van kringlopen Biodiversiteit: werken met de natuur Vestigingsklimaat: een krachtige duurzame topregio! Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam

Toetsing De Omgevingsvisie beschrijft hoe de provincie Gelderland in de komende jaren wil omgaan met ontwikkelingen en initiatieven. De beoogde aanvullende woning is dusdanig beperkt van omvang, dat het geen raakvlakken heeft met de omgevingsvisie van Gelderland. Omgevingsverordening Gelderland Naast de Omgevingsvisie heeft de provincie een Omgevingsverordening opgesteld, waarin de beleidsuitgangspunten uit de Omgevingsvisie zijn vertaald in concrete regels die van toepassing zijn op gemeentelijke plannen. Op basis van de omgevingsverordening zijn de volgende gebiedsaanwijzingen op het plangebied van toepassing: · · · ·

Gelderse streek Over-Betuwe Glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied Intrekgebied Werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland

Toetsing Bij gebiedsaanwijzing ‘Gelderse streek Over-Betuwe’ wordt gesteld dat bij nieuwe ontwikkelingen rekening moet worden gehouden met kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. Voor het plangebied is het zaak het bestaande landschapsbeeld in stand te houden. Om hieraan te voldoen is voor het initiatief een landschappelijke inpassing opgesteld, deze is opgenomen in bijlage 1 van deze motivering. Het plangebied valt in een gebied waar glastuinbouw buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied mogelijk is. Het plan voorziet echter niet in glastuinbouw. Het plangebied ligt in een zogenaamd intrekgebied. Binnen dit gebied wordt de kwaliteit van het grondwater beschermd. Bij het plan is geen sprake van bodemroerende activiteiten waardoor er geen afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van het grondwater.

Pagina 10

SPA WNP ingenieurs

2400532.3200.r01

Het plangebied valt in het werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland. Bij het initiatief is geen sprake van een flora- en fauna-activiteit waardoor de Faunabeheereenheid voor het plan niet relevant is. Conclusie provinciaal beleid Het provinciaal beleid vormt geen belemmering voor het realiseren van het beoogde plan. 4.3

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de integrale koers en ambities van de gemeente Overbetuwe voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2040 aan. De omgevingsvisie is een strategische visie voor de lange termijn voor de fysieke leefomgeving. Het behandelt diverse maatschappelijke vraagstukken en schetst de koers voor de toekomst. De visie is opgesteld vanuit een brede blik, waarbij ruimtelijke ordening, milieu, economie en bereikbaarheid met elkaar worden verbonden. De gemeente heeft enkele kernwaarden opgesteld die als leidraad voor nieuwe ontwikkelingen dienen. Deze kernwaarden zijn ontstaan in het cultuurhistorisch gegroeide Betuwse rivierenlandschap. Kernwaarden zijn beschreven op het gebied van bodem en landschap, netwerk en infrastructuur en occupatie. De verschillende kernen in de gemeente kennen elk een eigen karakteristieke identiteit en waarden. Behoud van de kwaliteiten van deze kernen en het buitengebied staat voorop in de omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie wordt de focus gelegd op zes onderwerpen: · · · · · ·

Vitaal buitengebied in beweging Innovatieruimte voor ondernemerschap Samen werken aan energietransitie Gevarieerde dorpse woonomgeving Netwerk verbonden met samenleving Voorzieningen geclusterd

Toetsing Het realiseren van één woning binnen een bestaand gebouw is dusdanig beperkt van omvang, dat het geen concrete raakvlakken heeft met de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040. Wel kan gesteld worden dat met de woning wordt ingezet op de vergroting van de woningvoorraad in de gemeente. Hiernaast zorgt de beperkte herinrichting van het terrein ervoor dat het plangebied nog passender onderdeel wordt van de omgeving. Woonagenda Overbetuwe 2025 In de Woonagenda 2025 zijn de doelen en ambities van de gemeente Overbetuwe benoemd op het gebied van wonen. De woonagenda bevat de beoogde richting van de gemeente voor de kernen voor de komende jaren. De gemeente wil over voldoende woningen van goede kwaliteit beschikken. Hierbij wordt gedacht aan alle leeftijdscategorieën.

Pagina 11

SPA WNP ingenieurs

2400532.3200.r01

De Woonagenda omvat vier centrale thema's: Voorraadstrategie: nieuw en bestaand Verduurzaming en koppelkansen Bijzondere doelgroepen en woonvormen Wonen en zorg

· · · ·

De woningbehoefte voor de gemeente Overbetuwe in de periode 2019-2030 is minstens 2.000 woningen. Deze behoefte wordt vooralsnog niet ingevuld. Toetsing Met de realisatie van de woning binnen het plangebied wordt bijgedragen aan de woningbehoefte van de gemeente. Conclusie gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid vormt geen belemmering voor het realiseren van het beoogde plan.

5

ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING EN MILIEU

5.1

Bedrijven en milieuzonering Bij het realiseren van woningen dient rekening gehouden te worden met (mogelijke) milieuaspecten van bedrijven in de nabijheid. Voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) wordt milieuzonering gehanteerd. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe woningen (milieugevoelig) een passende locatie in nabijheid van bedrijven (milieubelastend) krijgen en dat deze op een verantwoorde manier van elkaar gescheiden worden. Een hulpmiddel voor milieuzonering is de VNG-handreiking “Bedrijven en milieuzonering”, waarvan de laatste versie stamt uit 2009. Deze handreiking gaat uit van de hinderaspecten geur, stof, geluid en veiligheid. Bij het bepalen van richtafstanden is het omgevingstype van belang. Er zijn voor milieuzonering drie omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’, ‘rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. Een ‘rustige woonwijk’ is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Naast de wijk gebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor en er is weinig verstoring door verkeer. Omgevingstype ‘rustig buitengebied’ betreft een gebied waar eveneens weinig verstoringen zijn. Bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’ is er sprake van functiemenging en/of ligging nabij drukke wegen. De richtafstanden mogen bij ‘gemengd gebied’ met één stap verlaagd worden. In tabel 1 zijn de richtafstanden per gebiedstype weergegeven.

Tabel 1: VNG richtafstanden Milieucategorie

Richtafstand ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’

Richtafstand ‘gemengd gebied’

1

10 meter

0 meter

2

30 meter

10 meter

3.1

50 meter

30 meter

3.2

100 meter

50 meter

4.1

200 meter

100 meter

Pagina 12

SPA WNP ingenieurs

2400532.3200.r01

Milieucategorie

Richtafstand ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’

Richtafstand ‘gemengd gebied’

4.2

300 meter

200 meter

5.1

500 meter

300 meter

5.2

700 meter

500 meter

5.3

1.000 meter

700 meter

6

1.500 meter

1.000 meter

Onderzoek Voor het beoordelen van de milieuhinder is uitgegaan van een zogenaamd ‘gemengd gebied’. Het plangebied ligt namelijk in een gebied met veel verschillende functies, zoals wonen, agrarische percelen, en sportvoorzieningen. De richtafstanden van milieubelastende functies in de omgeving van het plangebied kunnen om die reden met één afstandstap worden verlaagd. De milieubelastende functies in de omgeving van het plangebied zijn geïnventariseerd en weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Resultaten inwaartse milieuzonering (gemengd gebied)

Uit de inwaartse milieuzonering blijkt, dat de milieugevoelige functie in het plangebied geen hinder ondervindt van de milieubelastende functies in de omgeving. Ook worden bestaande milieubelastende functies niet beperkt door de realisatie van de milieugevoelige functie. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de realisatie van het voorliggend plan. 5.2

Gewasbeschermingsmiddelen Bij het mogelijk maken van een voor drift gevoelige functie in de nabijheid van functies, die het toepassen van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet uitsluiten, is aandacht voor spuitzones nodig. Dit in verband met de risico’s voor de volksgezondheid, vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift.

Pagina 13

SPA WNP ingenieurs

2400532.3200.r01

Op basis van jurisprudentie wordt in de praktijk een spuitzone tot een voor driftgevoelige functie (waaronder wonen en bedrijf) aangehouden van 50 meter, gemeten vanaf de bestemmingsgrens. De 50 meter is in diverse uitspraken van de Raad van State (bijvoorbeeld de uitspraak van 23 september 2009 in zaak nr. 200900570/1/R2 of 21 april 2021 in zaak nr. 201903692/1R4) als “in het algemeen niet onredelijk” bevonden en geldt als een richtafstand, waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. Een kleinere afstand is mogelijk, mits dat goed onderbouwd wordt. Aan de noord- en zuidzijde van het plangebied bevinden zich agrarische percelen die ook als zodanig bestemd zijn. Binnen deze agrarische percelen is de toepassing van chemische gewasbeschermingsmiddelen planologisch niet uitgesloten. In het kader van de ruimtelijke procedure is de relevantie van een spuitzone beoordeeld. Beoordeling Op basis van jurisprudentie blijkt dat bij het bepalen, of er sprake is van een driftgevoelige bestemming of functie, niet zondermeer aangesloten kan worden bij andere milieuregelgeving. Een driftgevoelige bestemming of functie, in het kader van de spuitzone, is een bestemming/functie dat voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent, of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt.

Dit blijkt onder andere uit de uitspraak van de Afdeling op 1 april 20151. Uit deze uitspraak wordt daarnaast duidelijk dat de Afdeling niet alleen woonfuncties ziet als functies waar mensen langdurig kunnen verblijven. Ook bedrijfsgebouwen worden door de Afdeling gezien als functies waar mensen langdurig kunnen verblijven en waardoor er een grotere kans is op blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen. De Afdeling2 koppelt dan ook in diverse zaken de mogelijkheid tot langdurige blootstelling aan een gevoelige bestemming en/of functie. Met de bestaande woonbestemming en het daaraan gekoppelde gebruik in de vorm van een creativiteitscentrum, is er reeds sprake van een voor drift gevoelige functie. Het aantal personen dat tegelijkertijd aanwezig is binnen het bestaande pand neemt als gevolg van het realiseren van één woning af. Op basis van deze factoren is er een verbetering ten opzichte van de huidige situatie en wordt de agrarische bedrijfsvoering niet belemmerd. De relevantie voor een spuitzone van 50 meter ontbreekt. Conclusie Het aspect gewasbeschermingsmiddelen vormt geen belemmering voor de realisatie van het voorliggend plan. 5.3

Geur veehouderijen Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) ziet op een toelaatbare geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw en locatie. In het Bkl staan instructieregels met landelijk geldende waarden en afstanden, waaraan getoetst moet worden bij het houden van landbouwhuisdieren ten opzichte van een geurgevoelig gebouw (bijvoorbeeld woningen). Als er sprake is van nieuwbouwplannen en/of herbestemming van een perceel in de omgeving van een veehouderij, moet onderzocht worden of dit gerealiseerd kan worden.

1 o.a. ECLI:NL:RVS:2019:800, ECLI:NL:RVS:2015:1007 2 o.a. ECLI: NL:RVS:2007:BB1762 en ECLINL:RVS:2008:BG5883

Pagina 14

SPA WNP ingenieurs

2400532.3200.r01

Dit opdat een goed woon- en verblijfklimaat wordt gerealiseerd zonder dat de rechten van de veehouder in kwestie worden aangetast. De belangenafweging voor de veehouder wordt gebaseerd op de voorgrondbelasting. Daarmee wordt de geurbelasting van die veehouderij bedoeld, welke de meeste geur bij het geurgevoelig object veroorzaakt. De voorgrondbelasting wordt berekend met behulp van de vergunningsmodule. Als blijkt dat gebouwd wordt binnen de geurcontour waarop vergund is, dan is in het algemeen sprake van inbreuk op het vergunde recht. Onderzoek Met de bestaande woonbestemming en het daaraan gekoppelde gebruik in de vorm van een creativiteitscentrum, is er reeds sprake van een geurgevoelig gebouw. Het aantal personen dat tegelijkertijd aanwezig is binnen het bestaande pand neemt als gevolg van het realiseren van één woning af. Meest nabijgelegen veehouderij bevindt zich aan de Bredeweg 67 op een afstand van ongeveer 180 meter. Deze veehouderij beschikt op basis van de Kernregistratie Dierverblijven (KRD) met 20 legkippen en 18 schapen over een beperkt veebestand, waarvoor een geuremissiefactor is bepaald. Aan de afstandseis van 100 meter ten opzichte van de melk- en kalfkoeien wordt voldaan.

Op basis van deze factoren is er geen relevante geurhinder te verwachten, verbetert de situatie door een afname van het aantal personen en is de conclusie dat de agrarische bedrijfsvoering niet belemmerd wordt. Conclusie Het aspect geur door veehouderijen vormt geen belemmering voor de realisatie van het voorliggend plan. 5.4

Niet gesprongen explosieven De Tweede Wereldoorlog is een luchtoorlog geweest. Bij luchtaanvallen en bombardementen richtten vliegtuigen zich vooral op vliegvelden, spoorlijnen, verbindingsroutes en munitiedepots. Ook in de gemeente Overbetuwe is gevochten. Om de oorlogsresten binnen de gemeente in kaart te brengen, heeft de gemeente Overbetuwe een gemeentebreed historisch vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten laten uitvoeren. Onderzoek Via de BeoBOM ruimingskaart is te zien waar oorlogsresten zich bevinden binnen de gemeente. Op basis van de kaart is te zien dat rondom het plangebied drie munitieruimingen door de EODD hebben plaatsgevonden. Het plangebied is dan ook verdacht op mogelijke aanwezigheid van explosieven uit WOII. Voorafgaand aan bodemroerende werkzaamheden dient daarom nader onderzoek naar explosieven plaats te vinden. Omdat met het beoogde initiatief geen sprake is van bodemroerende werkzaamheden, is nader onderzoek niet benodigd. Conclusie Het aspect niet gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Pagina 15

SPA WNP ingenieurs

5.5

2400532.3200.r01

Verkeer- en parkeren Verkeer Voor het bepalen van eventuele hinder door de verkeersaantrekkende werking kan worden uitgegaan dat de realisatie van één woning van dermate kleine schaal is, dat dit geen noemenswaardige bijdrage levert aan de verkeersintensiteit op omliggende wegen. Ook is sprake van een bestaande functie welke komt te vervallen, het creativiteitscentrum. Hierdoor is er een afname aan verkeersbewegingen. Parkeren Gelijk aan de verkeersbewegingen daalt de parkeerbehoefte. Het parkeerterrein voor het creativiteitscentrum wordt deels heringericht tot tuin. De woning heeft namelijk een lagere parkeerbehoefte dan het creativiteitscentrum. De parkeervoorzieningen worden hierop aangepast. In de huidige situatie zijn er dertien parkeerplaatsen aanwezig op het erf, bij de erftoegang. Dat zijn voldoende parkeerplaatsen volgens de parkeernorm voor het totaal aantal woningen op het erf. Voor de nieuwe woning in de bestaande schuur zullen bij de herinrichting van het bestaande parkeerterrein aan de noordwestzijde van het erf nog parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd: 1 x 2,8 → 2,8 PP (3). Ook zullen vanuit erfdienstbaarheid nog enkele parkeerplaatsen worden ingericht. In afbeelding 7 is de huidige en toekomstige situatie weergegeven. Afbeelding 7: Parkeerterrein huidig en toekomstig

Conclusie Het aspect verkeer- en parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 5.6

Flora en Fauna Algemeen Natuur maakt onderdeel uit van de fysieke leefomgeving en in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels opgenomen voor natuur. Volgens nationale- en internationale regelgeving is het verplicht om voorafgaand aan ruimtelijke plannen onderzoek te doen naar de effecten op beschermde soorten. Bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden is in Nederland vanaf 1 januari 2024 geregeld via de Aanvullingswet natuur en het Aanvullingsbesluit natuur.

Pagina 16

SPA WNP ingenieurs

2400532.3200.r01

Onderzoek Gebiedsbescherming Op basis van gebiedsbescherming blijkt dat het plangebied buiten Nationaal landschap, het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene ontwikkelzone ligt. Het plangebied ligt eveneens buiten specifieke zones en aanwijzingen uit het Provinciale natuurbeheerplan. Voor de stikstofemissies als gevolg van het gebruik is het aannemelijk dat deze afnemen. Tijdens de aanlegfase is slechts sprake van beperkte interne verbouwingen, waardoor geen mobiele werktuigen worden ingezet. In de gebruiksfase is sprake van een afname van verkeersbewegingen ten opzichte van de bestaande functie, het creativiteitscentrum. Soortenbescherming Op basis van de aard van het project is geconstateerd, dat met de functiewijziging en de beperkte herinrichting van de tuin, er redelijkerwijs geen schade kan worden veroorzaakt aan beschermde soorten. De bestaande landbouwschuur wordt uitsluitend intern verbouwd. Conclusie Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 5.7

Luchtkwaliteit Niet in betekende mate (NIBM) Conform artikel 5.53 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, dragen activiteiten niet in betekenende mate bij aan de concentratie van stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10) in de buitenlucht, als de immissies maximaal 3% van de jaargemiddelde omgevingswaarde bedragen. Dit betekent dat voor zowel stikstofdioxide, als fijnstof feitelijk een toename van 1,2 µg/m³ op de jaargemiddelde concentratie toelaatbaar wordt geacht. Een aantal veelvoorkomende activiteiten dragen niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Daarom is het niet nodig deze 'standaardgevallen' te toetsen aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Onderzoek De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van één woning in een bestaand gebouw. Door de functiewijziging neemt het aantal verkeersbewegingen af in de toekomstige situatie. De huidige functie, het creativiteitscentrum, komt namelijk te vervallen. Doordat er een afname is aan verkeersbewegingen leidt dit ook niet tot negatieve bijdrage aan de luchtkwaliteit. Derhalve is het beoogde plan niet in betekende mate.

In de navolgende tabel is een overzicht van de totale hoogste waarden en (tussen haakjes) van de kalenderjaargemiddelde achtergrondconcentraties weergegeven van de componenten stikstofdioxide (N02), fijn stof (PM10), fijne fractie fijn stof (PM2,5) en elementair koolstof (EC). Dit geeft een goed beeld van de luchtkwaliteit ter plaatse. De concentraties zijn bepaald met behulp de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN).

Pagina 17

SPA WNP ingenieurs

2400532.3200.r01

Tabel 3: Achtergrondconcentraties Advieswaarde WHO** Stof Jaar 2023 Jaar 2030 Omgevingswaarde 40 NO2 10-15 < 10 40 20 PM10 14-16 < 14 40 10 PM2,5 8-10 6-8 25 EC 0,2-0,3 0,2-0,3 -* * Voor elementair koolstof (EC) is geen omgevingswaarde vastgesteld ** De gemeente Overbetuwe heeft zich gecommitteerd aan het Schone Lucht Akkoord. Bij het Schone Lucht Akkoord wordt toegewerkt naar de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor luchtkwaliteit in 2030 voor fijn stof en stikstofdioxide. Het betreft hier de WHO-advieswaarden uit 2005.

De huidig bekende achtergrondconcentraties aan de luchtkwaliteit zijn ruim lager dan de vastgestelde omgevingswaarden. De concentraties voldoen ook aan de advieswaarden van de WHO voor NO2 (40 μg/m3) en PM10 (20 μg/m3). Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 5.8

Geluid Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of ze worden eraan blootgesteld. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. Ook zijn direct werkende regels in de bruidsschat opgenomen. Dit zijn de regels voor het bepalen en beoordelen van geluid door een toegelaten activiteit. Onderzoek Vanwege de nabijheid van de Bredeweg en de N837 is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, welke is opgenomen in bijlage 2 van deze motivering. Uit het onderzoek blijkt dat het geluid op de woning vanwege de geluidbronsoort: · gemeenteweg maximaal 55 Lden bedraagt. Dit is hoger dan de standaardwaarde van 53 Lden, maar lager dan de grenswaarde van 75 Lden; · provinciale weg - N837 Nijburgsestraat ruim lager is dan de voorkeurswaarde van 48 dB. Gezien de situatie en het berekende geluid zijn er binnen het plan geen reële maatregelen mogelijk om het geluid vanwege de gemeenteweg bij de nieuwe woning te reduceren tot de standaardwaarde. Ter beoordeling van de aanvaardbaarheid van het geluid is het gecumuleerde geluid bepaald. Het gecumuleerde geluid bedraagt maximaal 55 dB. Rekening houdend met alle geluidbronsoorten, beschikt de nieuwe woning over meerdere geluidluwe gevels en geluidluwe buitenruimtes.

Op basis hiervan wordt gesteld dat er bij het plan sprake is van een aanvaardbare geluidssituatie. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Pagina 18

SPA WNP ingenieurs

5.9

2400532.3200.r01

Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en het gebruik van windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het Bkl gaat in op de toelaatbaarheid van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties, in verband met het externe veiligheidsrisico. Onderzoek Op basis van de EV-signaleringskaart is gebleken dat zich in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen begeven. Op enige afstand rondom de planlocatie liggen verschillende stationaire risicobronnen. De risicobronnen liggen echter op dermate grote afstand van het plangebied, dat geen van de aandachtsgebieden over het plangebied reiken. Afbeelding 8: Risicobronnen omgevingsveiligheid

Plangebied

Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 5.10

Archeologie, cultuurhistorie en landschap Het Verdrag van Malta regelt de omgang met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland ondertekende dit verdrag van de Raad voor Europa in 1992. Aanleiding voor dit verdrag was dat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate bedreigd werd. Niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening.

Pagina 19

SPA WNP ingenieurs

2400532.3200.r01

De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen, onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten, zoveel mogelijk in de bodem, en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Zo zijn er in het Bkl ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten, die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Onderzoek Met de interne verbouwing van het bestaande pand is er geen sprake van grondroerende werkzaamheden, welke eventuele archeologische waarden zouden kunnen schaden. Archeologisch onderzoek is daarom niet nodig. Ten aanzien van cultuurhistorie betreft het plangebied een waardevolle locatie. De oude boerderij met bijbehorende schuur zijn rijksmonumenten en worden door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed omschreven als: ‘Boerderij van het Betuwse T-huistype, blijkens jaartalankers uit 1807.

Het zeven vensterassen brede, onderkelderde woongedeelte heeft een rieten schilddak en vensters met zesruitsramen en luiken. Gaaf bewaarde deel. Rechts een stenen schuur onder rieten wolfdak’. Belangrijk voor het herstel van de cultuurhistorische waarden zijn de aanzichten op het historisch waardevolle bebouwingsensemble zowel vanaf noordwestelijke zijde van de Bredeweg - komend van Randwijk - alsook vanaf de zuidzijde van de Bredeweg - komend van de Nijburgsestraat. Aan de zuidoostzijde heeft al een vernieuwende ontwikkeling plaatsgevonden. Een nieuwe solitaire boom kan het zicht naar de historische bebouwing begeleiden en bebouwing en groen in een beter evenwicht brengen. De noordwestelijke zijde van het ensemble heeft een traditionele uitstraling en is gekenmerkt door de oude boomgaard met hoogstamfruit en het aanzicht van de boerderij met de schuur. Met de uitgevoerde landschappelijke inpassing (bijlage 1) worden de cultuurhistorische waarden van het bestaande ensemble uitgelicht en met de herinrichting van het parkeerterrein wordt het aanzicht van de bestaande waarden versterkt. Hiernaast is bij de woning sprake van een interne verbouwing waardoor de cultuurhistorische waarden van het pand niet worden aangetast. Conclusie Het aspect archeologie, cultuurhistorie en landschap vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 5.11

Bodem Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen.

Pagina 20

SPA WNP ingenieurs

2400532.3200.r01

Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de, in het omgevingsplan voorgeschreven, sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Onderzoek Met de interne verbouwing van het bestaande pand is er geen sprake van bodemroerende werkzaamheden. De bestaande woonbestemming blijft gehandhaafd, er wordt uitsluitend één woning mogelijk gemaakt. Een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is om die reden niet relevant. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 5.12

Weging van het waterbelang Algemeen De weging van de waterbelangen is opgenomen in paragraaf 5.1.3 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL). Bij ruimtelijke plannen geldt de wettelijke verplichting van een waterparagraaf/watertoets. De watertoets is één van de pijlers van het Waterbeleid voor de 21ste eeuw, waarin aan water een meesturende rol in de ruimtelijke ordening is toegekend. Met de watertoets wordt beoogd waterbeheerders vroegtijdig in het ruimtelijke ordeningsproces te betrekken. De watertoets betreft het hele proces van informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van een waterparagraaf is een samenhangend beeld te geven van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met duurzaam waterbeheer, en de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het voorkomen van negatieve effecten op de waterhuishouding staat bij de watertoets voorop. Vervolgens komen inrichtingsmaatregelen en compensatie in beeld. Beleid Europese Kaderrichtlijn Water Deze kaderrichtlijn gaat ervan uit dat water een erfgoed is dat moet worden beschermd en verdedigd. Het bevat het kader voor bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Dit behoedt aquatische ecosystemen en gebieden die hiervan afhankelijk zijn voor achteruitgang.

Emissies worden verbeterd, duurzaam gebruik wordt bevorderd en de grondwaterkwaliteit wordt aanzienlijk minder verontreinigd.

Pagina 21

SPA WNP ingenieurs

2400532.3200.r01

Nationaal Waterplan 2022-2027 Het Nationaal Waterplan (NWP) 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. Het Nationaal Waterplan 2022-2027 geeft de hoofdlijnen, principes en inrichting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2022-2027 met een vooruitblik tot 2050. Het Rijk speelt proactief in op klimaatverandering. Doel is het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en gezond ecosysteem, als basis voor welzijn en welvaart. Het beleid is integraal van opzet door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het Rijk initieert zelf en werkt samen met andere partijen en stimuleert en informeert om de beleidsdoelen te bereiken. Omgevingsvisie Gelderland In de Omgevingsvisie wordt onder meer de ambitie en de rol van de provincie voor het aspect water aangegeven. De provincie stuurt op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater. Een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem helpt mee aan een optimale en duurzame driedimensionale inrichting van Gelderland.

Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het Waterbeheerprogramma (WBP) van Waterschap Rivierenland geeft de koers aan die het waterschap de komende jaren gaat varen. Voor waterkeringen, landelijk gebied, stedelijk gebied en waterketen zijn er programma's opgesteld. Watertoets Oppervlaktewater Het plangebied ligt niet binnen de beschermingszone van een watergang. Aan de noordoostzijde is een secundaire watergang gelegen, aan de zuidwestkant ligt een tertiaire watergang. In afbeelding 12 is de legger van Waterschap Rivierenland weergegeven. Afbeelding 9: Legger Waterschap Rivierenland

Primaire watergang

Plangebied

Tertiaire watergang

Pagina 22

SPA WNP ingenieurs

2400532.3200.r01

Riolering Voor de riolering wordt gebruik gemaakt van het bestaande stelsel. Hemelwater Met het initiatief is geen sprake van de realisatie of sloop van gebouwen, waardoor er wegens het plan weinig effect is op het hemelwater. Wel wordt het erf heringericht aan de zijde van de tuin; het bestaande parkeerterrein van het creativiteitscentrum wordt deels omgezet tot tuin. Hierdoor is sprake van een afname van verhard oppervlak, dit levert een positieve bijdrage aan het verwerken van hemelwater. Conclusie Vanuit het aspect water is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. 5.13

Klimaatadaptatie Klimaatverandering speelt in toenemende mate een rol bij gebiedsontwikkeling en heeft dan ook betekenis bij het formuleren van kaders en ambities in het plangebied. Kernbegrippen in het kader van klimaat zijn compensatie en adaptatie. Compensatie is het tegengaan en verminderen van negatieve effecten op het klimaat. Dit gebeurt door energiegebruik te beperken en/of duurzame energiebronnen te gebruiken en door gebruik te maken van materialen uit vernieuwbare bronnen. Adaptatie is het aanpassen aan de zich wijzigende omstandigheden zoals extremere weersomstandigheden en een stijgende energieprijs. Voorbeelden hiervan zijn het voorkomen van oververhitting, aandacht voor het realiseren van grotere piekbergingen voor neerslag, meervoudig gebruik van de bodem. In de bebouwde omgeving zijn voor energiegebruik en oververhitting de oriëntatie van de bebouwing en de manier waarop met de bezonning is omgegaan bepalende factoren. Het microklimaat wordt bepaald door de verhouding tussen bebouwd en groen oppervlak en de relatie tussen bebouwde en groene structuren. Een goed groenontwerp helpt oververhitting tegen te gaan en vangt neerslag en luchtverontreiniging op.

Op grond van het bepaalde in artikel 5.85 uit de Omgevingsverordening Gelderland, dient een nieuwe fysieke ontwikkeling een beschrijving te bevatten van de maatregelen of voorzieningen, die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken. De aspecten waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte dienen in de beschrijving aan bod te komen. Toetsing Met het initiatief is geen sprake van een fysieke ruimtelijke ontwikkeling zoals genoemd in artikel 5.85 uit de Omgevingsverordening Gelderland. Bij het plangebied is in de huidige situatie al sprake van een overwegend groen karakter, wat met het deels opheffen van het bestaande parkeerterrein wordt verbeterd. Bij hitte kan het groen voor verkoeling en schaduw zorgen. Het grote aandeel aan onverhard oppervlak zorgt ervoor dat buien op eigen terrein verwerkt kunnen worden en eventueel kunnen afvloeien naar de omliggende watergangen. Conclusie Vanuit het aspect klimaatadaptatie is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

Pagina 23

SPA WNP ingenieurs

5.14

2400532.3200.r01

Gezondheid Het doel van een gezonde leefomgeving is dat bewoners in een gezonde binnenruimte kunnen verblijven en dat de bouwmaterialen gezond zijn om naast te leven. Een gezonde binnenruimte wordt gewaarborgd door nieuwbouw. Hierbij mag aangenomen worden dat er geen giftige stoffen, zoals asbest, en andere ongezonde producten gebruikt worden. Ook mag worden aangenomen dat nieuwbouw goed bestand is tegen vocht en geen schimmels kunnen ontstaan bij normaal gebruik en onderhoud. Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Toetsing In de voorgaande paragrafen in deze motivering is beschreven op welke wijze het plan zich verhoudt tot het leefmilieu. Hieruit volgt dat er vanuit de diverse aspecten, zoals bedrijven en milieuzonering, geur, verkeer- en parkeren, flora- en fauna, luchtkwaliteit, geluid, omgevingsveiligheid, archeologie, bodem, water en klimaatadaptatie, sprake is van het realiseren van een leefmilieu dat niet conflicteert met invloeden vanuit het milieu. Conclusie Vanuit het aspect gezondheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.15

M.e.r. -beoordeling De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. De MERbeoordelingsprocedure dient gevolgd te worden wanneer sprake is van een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG (Strategische milieubeoordeling), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Toetsing Bij het toelaten van een woning op een locatie in een omgevingsplan moet er een m.e.r.beoordeling plaatsvinden als de woning onderdeel is van een stedelijk ontwikkelingsproject. De m.e.r.-beoordelingsplicht geldt voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. Daaronder vallen naast woningbouw ook de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen (bijlage V, onderdeel J11, Omgevingsbesluit). Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant.

Waar het om gaat is de vraag of de stedelijke ontwikkeling naar de aard en omvang een wijziging ten opzichte van de huidige feitelijke/planologische situatie met zich meebrengt, die nieuw beslag legt op schaarse ruimte en ingrijpende milieugevolgen heeft voor de omgeving.

Pagina 24

SPA WNP ingenieurs

2400532.3200.r01

Volgens uitspraak van de Raad van State van 11 maart 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:729; zie r.o. 6.1 e.v.) is de ontwikkeling van 12 rijwoningen (of minder rijwoningen) niet aan te merken als een stedelijke ontwikkelingsproject. De realisatie van één woning, ter vervanging van het bestaande creativiteitscentrum, voorziet niet in een stedelijk ontwikkelingsproject. Conclusie Het aspect m.e.r. -beoordeling vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 6

KOSTENVERHAAL Bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning dient onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. De kosten voor de interne verbouwing zijn voor rekening van initiatiefnemer. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd.

7

AFWEGING EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES Initiatiefnemer is voornemens aan de Bredeweg 69a in Randwijk een woning te realiseren binnen de ter plaatse aanwezige monumentale landbouwschuur. De plannen passen niet binnen het van toepassing zijnde omgevingsplan. Om die reden wordt een vergunning voor een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aangevraagd. Onderliggende motivering behoort bij de omgevingsvergunning. In dit document is toegelicht op welke wijze het plan zich verhoudt tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Uit deze motivering blijkt dat: · · ·

de ontwikkeling in lijn is met het Rijks, provinciaal- en gemeentelijk beleid; de functie passend is in de omgeving en er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; op basis van toetsing aan de omgevingsaspecten het plan geen nadelige effecten heeft voor het milieu en wordt er voldaan aan de instructieregels zoals opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Er zijn om die reden geen belemmeringen voor de realisatie van het plan.

SPA WNP ingenieurs

Pagina 25

BIJLAGEN

SPA WNP ingenieurs

BOPA - bijlage 1.1 - landschappelijke inpassing

2400532

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING AAN DE BREDEWEG 69A TE RANDWIJK - GEMEENTE OVERBETUWE

08-05-2024

De Regt Danz BNA

Kasteel 24, 3823 BM Amersfoort

T: 033-455 05 09

E: info@deregtdanz.nl

I: www.deregtdanz.nl

SPA WNP ingenieurs

BOPA - bijlage 1.2 - landschappelijke inpassing

2400532

INHOUD

1. Ligging van het plangebied

3

2. Gemeentelijk beleid omtrent het landschap Omgevingsvisie Overbetuwe

4

3. Stichting Landschapsbeheer Gelderland - Oeverwallenlandschap

5

4. Het plangebied in de landschappelijke context

6

4.1 Bestaande situatie - Landschap

6

4.2 Historische ontwikkeling

7

4.3 Reliëf

9

4.4 Beelden van het plangebied

11

5. Intenties / ontwikkelingen en de landschappelijke inpassing

Uitgangspunten van de gemeente Overbetuwe: ‘De omvorming van schuur naar woning hebben wij vorig jaar al integraal besproken. Eén van de adviezen betreft dat het toevoegen van woningen in het buitengebied alleen mogelijk is via een bouwrecht 'ontstaan' uit de rood-voor-rood regeling. Het beleid is op dit moment nog steeds zo. Als ik het verzoek in de huidige vorm ga inbrengen weet ik dus al dat dit het advies op dit cruciale onderdeel gaat worden. Zoals eerder al gemeld zou het kunnen zijn dat een uitgebreid plan waarin behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden van het bestaande ensemble is opgenomen tot een ander advies leidt. Het nu bijgevoegde terreinoverzicht sluit hier niet bij aan. Dit terreinoverzicht zou uitgebreid kunnen worden met een landschappelijk ontwerp waarop de beoogde toekomstige inrichting wordt weergegeven. Naast groen zou ook aandacht kunnen worden besteed aan ontsluiting van de woningen en het parkeren. Het hoeft zeker nog geen volledig uitgewerkt landschapsplan te zijn, maar wel zeker een eerste aanzet daartoe.’

13

5.1 Het erf in de huidige staat

13

5.2 Beoogde ontwikkelingen

13

5.3 De bestaande bebouwing (Boerderij en schuur)

14

5.4 Parkeren

14

5.5 Concept landschappelijke inpassing

14

5.6 Landschappelijke inpassing

15

‘Het huidige bestemmingsplan maakt de bouw van 5 woningen mogelijk; 2 in het monument en 3 in het nieuwe gebouw. Deze 5 woningen zijn ook aanwezig. Het bouwen of het realiseren van extra zelfstandige woningen in het buitengebied kan alleen als er sprake is van bouwrechten. Bouwrechten ontstaan uit het stoppen van een (agrarisch) bedrijf en het voldoende slopen van bijbehorende bedrijfsgebouwen. Voor zover wij weten beschikt u niet over een bouwrecht. Vandaar dat we in uw specifieke geval hebben we gekeken of er ook een bouwrecht kan ontstaan door het inruilen van het creativiteitscentrum en bijbehorende functies. Dat is niet het geval. Bij die afweging is meegenomen dat op grond van alleen de huidige vraag/informatie het toevoegen van een woning in de aangebouwde schuur niet gaat leiden tot een verbetering van de cultuurhistorische waarden van het bestaande ensemble. Wellicht dat een uitgebreid plan waarin behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden van het bestaande ensemble is opgenomen tot een ander advies leidt.’

Programma en doel van de studie ▪ ▪ ▪ ▪

Bestemmingswijziging van creativiteitscentrum naar wonen binnen de bestaande bebouwing Herstel van cultuurhistorische waarden van het bestaande ensemble Herziening van de parkeerbehoefte Actualisatie van de landschappelijke inpassing

2

SPA WNP ingenieurs

BOPA - bijlage 1.3 - landschappelijke inpassing

2400532

1. LIGGING VAN HET PLANGEBIED Het plangebied is gesitueerd aan de kruising van de Bredeweg en de Nijburgsestraat (provinciale weg N837) zuidoostelijk van het dorp Randwijk in de gemeente Overbetuwe.

Landgoed Nijburg

Randwijk

N837

Br

ed ew

eg

N836

es rgs u b Nij

Topografische kaart / PDOK-luchtbeeld

Indoornik

3

t ra

at

SPA WNP ingenieurs

BOPA - bijlage 1.4 - landschappelijke inpassing

2400532

2. GEMEENTELIJK BELEID OMTRENT HET LANDSCHAP

Hoofdstuk 4 - Ontwikkeling schetst een visie om ontwikkelingen toe te laten en verantwoord met de basiswaarden / identiteit van het landschap om te gaan

Omgevingsvisie Overbetuwe De Omgevingsvisie Overbetuwe dateert uit 2019 en biedt handvatten om het landschap te versterken bij ontwikkelingen. In het hoofdstuk 3 - Identiteit worden de cultuurhistorische basiswaarden van het landschap omschreven:

Vitaal buitengebied in beweging Agrarisch gebruik is een belangrijke en karakteristieke functie in het buitengebied. In de loop der jaren hebben zich soms andere functies gevestigd in het landelijk gebied. Omgaan met trends zoals digitalisering, verstedelijking en klimaatverandering zijn uitdagingen die het buitengebied in beweging brengen. Maar ook de schaalvergroting die enerzijds leidt tot grotere agrarische bedrijven en anderzijds zorgt voor meer stoppende boeren. Om alle belangen een plek te kunnen geven, moeten we meer durven te differentiëren. Op die manier werken we aan een vitaal buitengebied met meer en betere kansen om passende functies een plek te geven.

Kernwaarden Overbetuwe Het cultuurhistorisch gegroeide Betuwse rivierenlandschap is een belangrijke basis voor de identiteit in Overbetuwe. We onderscheiden hierbij onderstaande kernwaarden als vertrekpunt voor ontwikkeling. Ieder plan dient daaraan bij te dragen, zonder ontwikkelingen op slot te zetten. De kernwaarden behouden we voor toekomstige generaties en stellen we niet ter discussie. De hierna genoemde kernwaarden zijn inspiratiebron en vertrekpunt van ontwikkeling.

Meer differentiatie in buitengebied We onderscheiden in Overbetuwe zeven deelgebieden met verschillende ontwikkelmogelijkheden. De ambities per deelgebied - die we nastreven bij het samen beheren en ontwikkelen van het deelgebied - beschrijven we hieronder. Deze differentiatie werkt uiteraard ook door naar de partners met wie wij samen verantwoordelijk zijn voor het nastreven van deze doelen. Per deelgebied verfijnen we de wijze van samenwerking (met de agrarische sector, waterschap, organisaties, et cetera). Om recht te doen aan de verschillende karakteristieken, zijn genoemde ambities per deelgebied leidend. Deze past de gemeente toe op concrete situaties en komt waar nodig tot maatwerk.

Water Overbetuwe is gevormd door het rivierenlandschap, als onderdeel van de Nederlandse delta waar de grote rivieren in zee uitmonden. Dit heeft het gebied de afgelopen eeuwen gevormd en is nog steeds van belang. Onzichtbaar zoals grondwater en drinkwater. Zichtbaar zoals de af- en aanvoer van water die overal nog duidelijk in het landschap aanwezig is. De vele watergangen zijn karakteristiek en staan allemaal in verbinding met de Linge. Uiterwaarden In de uiterwaarden is de dynamiek van de rivieren bepalend. De graslanden overstromen in de winter en worden zomers gebruikt als weiland. Karakteristiek zijn de weilanden met zomerkades, oude stroomgeulen en kolken die zijn achtergebleven na dijkdoorbraken. De uiterwaarden langs de Nederrijn zien we als ‘parel’ met vrij zicht (ter plaatse van de pijlen) op de stuwwallen van de Veluwe waar soms de invloed van baksteenindustrie nog steeds voelbaar is. Alle uiterwaarden kennen overwegend ook hoge natuurwaarden. Komgronden De lager gelegen komgronden zijn van oorsprong natter. In de huidige tijd zijn via ontwatering de gronden geschikt gemaakt voor agrarische productie. Deze gebieden zijn weinig bebouwd en kennen een waardevolle openheid. Ze zijn vooral als grasland in gebruik.

Plangebied

Oeverwallen De oeverwallen zijn hoger gelegen gronden waar het landschap kleinschalig is met akkers en boomgaarden. Langs de oude routes tussen de kernen is hier op de oeverwallen deels lintbebouwing aanwezig met waardevolle doorzichten op het achtergelegen landschap. Landschapselementen Door de tijd heen ontstonden waardevolle landschapselementen in de drie verschillende landschapstypen. Voorbeelden hiervan zijn bossen als gevolg van ruilverkaveling en de meer recente parklandschappen. Bijzondere ‘parels’ zijn de landgoederen bij Hemmen en Loenen, tevens de hoger gelegen gronden bij Eimeren, Homoet en Valburg (‘donk’).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=633ca999-193b-4d21-b54f-42b1777e8afe