CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

25-12-09.23 Relevant stuk 4. Bijlagenboek BOPA motivering Bemmelseweg 58 Elst_20250310

Gemeenteraadsvergadering 9 december 2025, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Adviesrecht Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA): realiseren bedrijfshal en omvormen woning naar bedrijfswoning Bemmelseweg 58-60, Elst24.592 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst Gemeente Overbetuwe Bijlagenboek

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

1

colofon

projectnaam Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst datum 10 maart 2025 projectnummer P07229 / A23035B_Bijlagenboek opdrachtgever J.C. Van Kessel Architectuur B.V. i.o.v. Augustinus Onroerend B.V. BRO projectleider CVe projectteam EZa bron kaft BRO review CVe

Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

2

Inhoudsopgave Bijlage 1 - Gemeentelijke adviesbrief Bijlage 2 - LIP

Bijlage 3 - MER-beoordeling Bijlage 4 - Archeologisch onderzoek Bijlage 5 - Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Bijlage 6 - Stikstofberekening Bijlage 7 - Quickscan flora en fauna Bijlage 8 - PLS ontplofbare oorlogsresten Bijlage 9 - Weging van het waterbelang

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

3

Bijlage 1 - Gemeentelijke adviesbrief

Augustinus Onroerend Goed B.V. t.a.v. dhr. Van Bergen Bonegraafseweg 4 b 4051 CH OCHTEN

Uw brief van 31 augustus 2023

Uw kenmerk

Onderwerp/Zaaknummer: Adviesbrief/Z2023-00001859

Ons kenmerk D2023-00019921

Datum 23 oktober 2023

Verzonden d.d. 2 november 2023

Behandeld door L. Smeets

Telefoonnummer 14 0481

Bijlage(n) -

Geachte heer Van Bergen, Op 31 augustus 2023 hebben wij uw verzoek ontvangen voor het wijzigen van de bestemming naar bedrijventerrein op locatie de Bemmelseweg 58, 6662PB Elst. Uw verzoek is in strijd met het ter plekke geldende bestemmingsplan. Wij hebben uw verzoek ambtelijk getoetst (o.a. aan het ruimtelijk beleid en (milieu)regelgeving). Van belang is of het voldoende kansrijk en wenselijk is. Tevens geven we aan wat er eventueel nodig is om tot een haalbaar plan te komen. Wat zijn de kosten? Het toetsen van een verzoek voor herziening van het bestemmingsplan kost €390,- conform onze Legesverordening 2023. Dit staat los van de uitkomst van de toets. U ontvangt separaat een legesfactuur met het zaaknummer erop als referentie. Deze moet u binnen 30 dagen betalen. Indien u later een officieel en identiek verzoek om aanpassing van het bestemmingsplan indient, verrekenen wij dit bedrag met de verschuldigde leges die u hiervoor moet betalen. Wat is de uitkomst van de toets? Op 2 oktober 2023 bespraken wij uw verzoek. U was bij deze behandeling aanwezig. Wij adviseren op basis van het voorgelegde verzoek dat het in voldoende mate aansluit bij het huidige beleid om hier in deze vorm verder vervolg aan te geven.

Wat is onze nadere motivering? Hieronder vindt u de advisering die heeft plaatsgevonden en op basis waarvan wij de afweging hebben gemaakt: Ruimte: Reeds in 2021 adviseerden we hier dat de gemeente herontwikkeling naar de bedrijfsbestemming voorstaat en dat woningbouw op het bedrijventerrein hier niet gewenst is. De nu (alsnog) voorgestelde ontwikkeling past in deze lijn; mits er voldaan wordt aan de voorwaarden in HYPERLINK "https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.1734.0022ELSTbedrijfterVSG2/r_NL.IMRO.1734.0022ELSTbedrijfter-VSG2_2.10.html" \l "_10.6_wijzigingsbevoegdheid"artikel 10.6.2 uit het bestemmingsplan. Daaruit volgt o.a. dat er in een inrichtingsplan met een ontwerp wordt aangetoond dat parkeren op eigen terrein én landschappelijke / klimaat-adaptieve inpassing opgelost kan worden. 

Qua groene inpassing is allereerst extra aandacht benodigd voor de overgang naar de noorden met name oostzijde (zie ook ‘Stedenbouw’). Dit vanwege de overgang naar het lint van de 1/4

Bemmelseweg (karakteristiek beschreven in de Visie Elst-Zuidoost). Handhaaf waar mogelijk bestaande beplanting. Bezie het inrichtingsplan in samenhang met de huidige bedrijfskavel; breng minimaal de relaties en aansluiting in beeld. Bij het over en weer verplaatsen van functies wat leidt tot een totale herinrichting mag het plan zich ook richten op het totaal. De groene inpassing dient als tweede ook extra aandacht te geven aan de directe tuinachtige omgeving van het gebouw met de woonstudio's. Het is noodzakelijk dat dit bijdraagt aan voldoende verblijfskwaliteit (zie ook ‘Stedenbouw’).

Het definitief mogelijk maken van verblijf van arbeidsmigranten past niet binnen het beleid c.q. daar is nu geen beleid voor. Wel is er een afwegingskader voor een tijdelijke situatie (maximaal 10 jaar): het ‘Afwegingskader grootschalige short- en midstay huisvesting arbeidsmigranten’. Advies om ‘in de geest van’ dit kader het initiatief te bezien. Dat betekent dat er voldaan moet worden aan de randvoorwaarden en regels in paragraaf 3.3. Civiel/Techniek/Milieu: Milieuzonering De gewenste bestemming is: Bedrijventerrein (geschikt voor het gebruik van de firma Spijkerman Beton in Elst). Het huidige woonhuis wordt in de toekomst aangewend voor huisvesting van internationale medewerkers die werkzaam zijn binnen het aangrenzende bedrijf Spijkerman Beton in Elst. De vraag is om het gebouw te kunnen gebruiken voor logiesgebouw voor de huisvesting van internationale medewerkers. De percelen zullen worden aangewend voor op- en overslag en logistiek ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten van Spijkerman Beton. De huidige bestemming is Wonen en Tuin. In de omgeving van het plan liggen percelen met de bestemming Bedrijventerrein en Groen. Vanwege de ligging op een bedrijventerrein kan gemotiveerd worden dat er sprake is van gemengd gebied. De richtafstanden worden van met een afstandsstap verlaagd.

Bestemming Bedrijventerrein De nieuwe bestemming bedrijventerrein past bij de omliggende bestemming bedrijventerrein. Er liggen twee bedrijfswoningen in de omgeving van het perceel. Op een afstand van 65 meter ligt een bedrijfswoning aan de Bemmelseweg 50 en op een afstand van 80 meter ligt een bedrijfswoning aan de Bemmelseweg 62. Deze bedrijfswoningen liggen in de bestemming Bedrijventerrein milieucategorie 3.2 en 3.1. Een milieucategorie 3.2 heeft een maximale richtafstand van 50 meter bij gemengd gebied. Een milieucategorie 3.1 heeft een maximale richtafstand van 30 meter bij gemengd gebied. Aan deze afstanden kan worden voldaan. Een milieucategorie 4.1 bedrijf heeft een maximale richtafstand van 100 meter bij gemengd gebied. Dit zou niet voldoen. Huisvesting internationale medewerkers in huidige woonhuis Voor de huisvesting van de medewerkers in de woning gaan we ervan uit dat deze medewerkers horen bij het bedrijf, dit is de eigen bedrijfswoning. Hiervoor hoeft geen toetsing plaats te vinden. Aangezien de huidige bestemming Wonen is, is er al eerder gemotiveerd dat er hier sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat omliggende bedrijven/ percelen niet worden belemmerd. Daarnaast is voor een logiesgebouw (vergelijkbaar met hotel) een richtafstand van 0 meter bij gemengd gebied van toepassing. Dit vormt geen belemmering.

Gasleiding Er ligt een gasleiding onder het terrein. Daarom adviseren wij een advies externe veiligheid bij de ODRA op te vragen.

2/4

Ecologie Het verrichten van een quickscan flora en fauna Wnb (veldbezoek en een bureauonderzoek) met als doel inzicht krijgen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie (nav verplaatsing bedrijfsactiviteiten en bestemmingsplan wijziging) is benodigd. Dit kan qua proceduretijd door de toepassing van protocollen van o.a. vleermuizen oplopen. Een beoordeling of het beoogde plan invloed kan hebben op gebieden die volgens de Wnb (Natura 2000/ NNN) zijn beschermd, of deel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuren (externe werking en stikstofdepositie) is benodigd. Bodem en geluid Deze aspecten zijn akkoord, er vindt geen grondverzet plaats voor woon- of permanente verblijfsruimten. De bedrijfsruimten zijn geen geluidsgevoelige objecten in de zin van de Wet geluidhinder. Explosieven De locatie is verdacht op aanwezigheid van explosieven afkomstig uit WOII. Omdat het hier uitsluitend om een bestemmingswijziging gaat worden er geen bodemroerende werkzaamheden uitgevoerd. Nader onderzoek naar explosieven is daarom niet noodzakelijk. Externe veiligheid De locatie is gelegen binnen maatwerkzones van spoorlijn Arnhem-Nijmegen en een aardgasbuisleiding. De risico’s van deze bronnen zijn verantwoord in de vergunning voor splitsing naar 5 wooneenheden.

Zo lang het aantal personen niet groter wordt dan in de vergunning als uitgangspunt is gebruikt zal EV geen belemmering opleveren. Desondanks zal voor de aanpassing van het bestemmingsplan opnieuw een verantwoording van de EV-risico’s moeten worden opgesteld. Wanneer het plan definitief is kan gemeente dit via ODRA regelen. Archeologie Er zijn geen bouwactiviteiten gepland. Voor een nieuw bestemmingsplan moet de dubbelwaarde archeologie worden overgenomen volgens de archeologische beleidskaart Overbetuwe. In het kader van het bestemmingsplan is archeologisch onderzoek niet verplicht. Stedenbouw: Het perceel ligt op afstand van de openbare weg en is verder alleen zichtbaar vanuit de spoorlijn. Het groen omkaderde erf vormt een oase in de zee van verharding die het bedrijventerrein hier toont. Een herontwikkeling naar een bedrijfsbestemming ligt in de lijn der verwachting en past in het reeds eerder uitgebrachte initiatief. In de Welstandsnota is dit perceel al aangemerkt als bedrijventerrein met een regulier welstandsniveau. Daarbij zij opgemerkt dat het aangrenzende perceel van Lozeman Tuinmachines als vooroorlogse woonwijk tot jaren ’40 op de kaart staat, met een hoog welstandsniveau. De aanwezigheid van de hoogopgaande beplanting rondom het perceel waarvoor de aanvraag is ingediend, draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van het perceel van Lozeman.

De aanwezige ruimtelijke kwaliteit en waarden van het ensemble dat het erf vormt, met het statige woonhuis en de op afstand staande bijgebouwen, omgeven met afschermende beplanting, is niet in het beleid verankerd. Desondanks verdient het aanbeveling indien mogelijk de bestaande bebouwing te behouden of bij nieuwbouw in ieder geval dezelfde bouwenveloppe te hanteren. Daarmee is een onderscheidende kantorenvilla of huisvesting van arbeidsmigranten, zoals reeds vergund, goed denkbaar. Zie onder het kopje ‘Ruimte’ de uitspraken over het benodigde inrichtingsplan en de landschappelijke voorwaarden voor herontwikkeling.

3/4

Grond/planeconomie: Het initiatief is gelegen op eigen grond. De toegangsweg is gelegen op grond van derden: de heer F.J. Lozeman. Wij zien geen aanleiding om af te wijken van ons vorige advies. Bij een positief vervolg dient initiatiefnemer aan te tonen dat er privaatrechtelijke toestemming is van de eigenaar van de toegangsweg om deze ook te gebruiken voor de toekomstige bestemming. Alle kosten die de gemeente voor dit initiatief maakt, worden bij u in rekening gebracht. Hierbij moet gedacht worden aan de kosten voor de planologische wijziging, eventuele planschade/nadeelcompensatie, eventuele kosten voor aanpassing in het openbaar gebied en overige bijdragen in het kader van het Programma Kostenverhaal en Financiële bijdragen*, e.d. Wat is de status van deze brief? De uitkomst van de regiekamer is een ambtelijk advies dat wel wordt gedeeld met de portefeuillehouder, maar wat niet bekrachtigd is door het college van burgemeester en wethouders. Indien gewenst kan het college gevraagd worden een principebesluit te nemen (hiervoor worden €700,- legeskosten in rekening gebracht). Het ambtelijk advies naar het college op basis van het advies van de regiekamer zal hierbij ongewijzigd blijven. In de regel heeft dit advies een houdbaarheidstermijn van één jaar.

Nadien behouden wij ons het recht voor een aangepast en/of uitgewerkt plan op basis van dit advies opnieuw in de regiekamer te laten behandelen. Vervolg Een landschappelijk inpassingsplan waar ook het parkeren in is verwerkt zien wij graag tegenmoet. Vragen? Heeft u hierover vragen, neemt u dan op werkdagen tussen 8.30 en 13.00 uur contact op met het Omgevingsloket, telefoonnummer 14 0481. Wilt u bij vragen, overleg of correspondentie het zaaknummer boven aan de brief vermelden? Met vriendelijke groet, Secretaris regiekamer,

L. Smeets

4/4

Bijlage 2 - LIP

Bestaande bedrijfshal

Inrit bewoners voor woning Bestaande bomen zo veel mogelijk handhaven 3

5 In en uitrit werkverkeer richting nieuwe bedrijfshal

4 P

2 1 5

3

3

Legenda:

Toelichting

Bestaande boom

1

Nieuwe bedrijfshal (60x20m)

Nieuwe boom

2

Bestaande woning handhaven

3

Robuuste groenstrook van minimaal 5 meter breed rondom bedrijfshal met struiken en bomen (toepassen inheemse gebiedseigen soorten)

Bestaande bomen zo veel mogelijk handhaven

4

Gemengde struweelhaag rondom perceel (2 m breed en 2 m hoog)

5

Knip- en scheerhaag (max. 1,2 m hoog)

Landschappelijke inpassing Bemmelseweg 58-60, Elst Gemeente Overbetuwe

Verwijderde boom Struweel Plantenborder Verhard oppervlakte Nieuwe loods met rockflow Kniphaag Bestaand pand Parkeervak Dubbelbestemming gasleiding

datum

getekend

projectnr.

pagina

formaat

schaal

20-11-2024

AR

P07229

1/1

A3

1:500

Bijlage 3 - MER-beoordeling

Bemmelseweg 58-60 Elst Aanmeldnotitie/mededeling MER-beoordeling Concept

Bemmelseweg 58-60 Elst

1

colofon

projectnaam Bemmelseweg 58-60 Elst datum 7 maart 2025 projectnummer P07229 opdrachtgever J.C. Van Kessel Architectuur B.V. iov Augustinus Onroerend B.V. BRO projectleider CVe projectteam EZa bron kaft BRO review CVe

Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl

Bemmelseweg 58-60 Elst

2

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Projectgebied Milieueffectrapportage Leeswijzer

4 4 4 4

Effecten op het milieu

6

2.1 2.2 2.3 2.4

6 6 9 9

Inleiding Kenmerken van het project Plaats/locatie van het project Soort en kenmerken van het potentiële effect

Mer-beoordeling

Bemmelseweg 58-60 Elst

11

3

1 1.1

Inleiding

het Omgevingsbesluit zijn de projecten en de daarvoor vereiste beslui-

Procedure

ten opgenomen waarvoor een mer-beoordelingsplicht of een mer-plicht

Het bevoegd gezag moet binnen zes weken na ontvangst van de mer-

Aanleiding

geldt.

aanmeldnotitie beoordelen of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en een milieueffectrapport nodig is. Is het opstellen van een milieueffect-

Augustinus Onroerend B.V. (hierna: initiatiefnemer) is voornemens een nieuwe loods te realiseren op locatie de Bemmelseweg 58 – 60 te Elst,

In kolom 1 van bijlage V zijn de categorieën van projecten aangeduid,

rapport niet benodigd, kan – wanneer de mer-aanmeldnotitie tegelijk

waar vigerend een woonbestemming geldt. De omliggende bijgebouwen

waaronder een ‘stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw

met de omgevingsvergunningaanvraag is ingediend – de aanvraag wor-

zullen gesloopt worden en er zal een loods worden gerealiseerd van

van winkelcentra en parkeerterreinen’ (J11). Voor deze projectcategorie

den behandeld. Als wel een milieueffectrapport nodig is en de mer-aan-

circa 1.200 m². Daarnaast wordt de bestaande woning getransformeerd

is er geen mer-plicht van toepassing, zoals vermeld in artikel 16.43, eer-

meldnotitie tegelijk met de omgevingsvergunningaanvraag is ingediend,

naar een bedrijfswoning ten behoeve van huisvesting voor internationale

ste lid, aanhef en onder a (kolom 2). Echter, bij de aanleg, wijziging of

wordt de omgevingsvergunningaanvraag afgewezen (artikel 16.49 lid 4

medewerkers die werkzaam zijn binnen het aangrenzende bedrijf Spij-

uitbreiding van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ geldt wel een me.-be-

van de Ow). In dat geval moet opnieuw een omgevingsvergunningaan-

kerman Beton in Elst.

oordelingsplicht (kolom 3). Dit houdt in dat de initiatiefnemer van een

vraag met milieueffectrapport worden ingediend om een omgevingsver-

project mededeling dient te doen bij het bevoegd gezag. Onderhavig do-

gunning te kunnen krijgen.

Beoogde ontwikkeling pas niet binnen huidig vigerende regelgeving rus-

cument betreft de mededeling. De ontwikkeling wordt namelijk be-

tend op het projectgebied. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te

schouwd als een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 vormt de aanmeldnotitie. In het daaropvolgende hoofdstuk,

maken, moet van het planologische regime worden afgeweken middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactivi-

De realisatie van een appartementencomplex is niet specifiek vermeld in

teit (BOPA). Deze mer-aanmeldnotitie heeft betrekking op de besluiten

bijlage V van het Omgevingsbesluit. Of er daadwerkelijk een mer-beoor-

die worden voorbereid om de ontwikkeling aan de Bemmelseweg 58-80

delingsplicht van toepassing is, hangt af van de classificatie als ‘stedelijk

te Elst mogelijk te maken.

ontwikkelingsproject’. Deze beoordeling is afhankelijk van specifieke

hoofdstuk 3, is de mer-beoordeling opgenomen.

omstandigheden, zoals de aard, omvang, locatie en omgeving van het

1.2

Projectgebied

project, de toename van bebouwd oppervlak en de eventuele functiewij-

Het projectgebied is gelegen aan de Bemmelseweg 58-60 te Elst. Het

ziging. Dit is niet uitsluitend gebaseerd op de vraag of er (netto) aan-

projectgebied is gelegen op het bedrijventerrein De Aam in het zuidoos-

zienlijke negatieve milieueffecten kunnen optreden. Het kan variëren per

ten van Elst. Het projectgebied staat kadastraal bekend als Gemeente

regio of een beoogde ontwikkeling als een stedelijk ontwikkelingsproject

Elst, sectie N, nummers 492, 4597 en 4599. Het terrein wordt omringd

wordt aangemerkt. Gezien de omvang en locatie van de voorgenomen

door het bedrijventerrein. Aan de noord-, oost- en zuidkant zijn diverse

ontwikkeling, namelijk de bouw van een appartementencomplex met

bedrijven en bedrijfswoningen gevestigd. Ten westen van het project-

290 appartementen en bijbehorende faciliteiten wordt beschouwd als

gebied zijn voorbij het spoor agrarische gronden gelegen

een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’. Op basis van kolom 3 van bijlage V

1.3

Milieueffectrapportage

De milieueffectrapportage is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Per project dient te worden besloten of er een mer-plicht geldt, of dat er aanvankelijk slechts een mer-beoordeling wordt gevraagd. In bijlage V van

Bemmelseweg 58-60 Elst

van het Omgevingsbesluit is dus een mer-beoordelingsplicht van toepassing. In het geval van een project-mer-beoordelingsplicht beoordeelt en besluit het college van burgemeester en wethouders aan de hand van deze aanmeldingsnota of er een milieueffectrapport moet worden opgesteld.

4

De beoordeling of het noodzakelijk is een milieueffectrapport op te stellen is geheel afhankelijk van het feit of er sprake is van ‘bijzondere omstandigheden’. De bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: a. de kenmerken van de activiteit; b. de plaats waar de activiteit plaatsvindt, o.a. in relatie tot gevoelige gebieden; c.

de kenmerken van de belangrijke (nadelige) gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben.

d. de samenhang met andere activiteiten ter plaatse (cumulatie).

Bemmelseweg 58-60 Elst

5

2

Effecten op het milieu

-

wetlands, oeverformaties, riviermondingen;

vindt de beoordeling/toets plaats aan de hand van bovengenoemde cri-

-

kustgebieden en het mariene milieu;

teria.

-

berg- en bosgebieden;

In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria, die zijn ge-

-

natuurreservaten en –parken;

noemd in bijlage II.A en bijlage III van de Richtlijn 2014/52/EU van het

-

gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die

2.1

Inleiding

2.2

Kenmerken van het project Kenmerken van het project

Europees Parlement en de Raad van 16 april 20141 en die zijn overge-

wetgeving worden beschermd (speciale beschermingszones), zo-

nomen in artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit 2, een mer-beoordeling

als Natura 2000-gebieden, beschermde stads- en dorpsgezich-

Criteria

Toets

ten;

Omvang en het ontwerp

Het projectvoornemen voorziet in omzet-

gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde nor-

van het gehele project

ting van een bestaande woning naar een

moet worden uitgevoerd. Het gaat hierbij om de volgende criteria: -

1. Kenmerken van het project

men inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden;

bedrijfswoning en de realisatie van een

Omvang en het ontwerp van het gehele project;

-

gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid;

nieuwe bedrijfshal/loods van 1.200 m²

Cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten;

-

landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeolo-

bvo.

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, wa-

gisch belang.

Cumulatie met andere be-

Nee.

staande en/of goedge-

ter en biodiversiteit; 

Productie van afvalstoffen;

3. Soort en kenmerken van het potentiële effect

keurde projecten

Verontreiniging en hinder;

Orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoor-

Gebruik van natuurlijke

De ontwikkeling heeft geen gevolgen

Risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen

beeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getrof-

hulpbronnen, met name

voor natuurlijke hulpbronnen.

die worden veroorzaakt door klimaatverandering, gebruikte stof-

fen kan worden);

land, bodem, water en

fen of technologieën;

Aard van het effect;

biodiversiteit

Risico’s voor de menselijke gezondheid, bijvoorbeeld als gevolg

Grensoverschrijdende karakter van het effect;

Productie van afvalstoffen

van waterverontreiniging of luchtvervuiling.

Intensiteit en complexiteit van het effect;

toekomstige functie zal er geen sprake

Waarschijnlijkheid van het effect

zijn van de productie van andere afval-

Verwachte aanvang, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het

stoffen.

2. Plaats/locatie van het project 

Bestaande en goedgekeurde grondgebruik;

Relatieve rijkdom aan beschikbaarheid, kwaliteit en het regenera-

effect; 

tieve vermogen van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond

Verontreiniging en hinder

Nee, naast het reguliere afval van de

Tijdens de bouwfase is er mogelijk

Cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande

sprake van tijdelijke hinder als gevolg

en/of goedgekeurde projecten

van bouwverkeer en bouwwerkzaamhe-

Mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen

den.

ervan; 

Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bij-

De mer-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn

Uit de ruimtelijke motivering blijkt dat bij

zonder aandacht voor de volgende typen gebieden:

uitgevoerd in het kader van het project. In de onderstaande tabellen

ieder milieuaspect sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan

1 2

https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32014L0052&from=NL#d1e49-15-1 https://wetten.overheid.nl/BWBR0041278/2024-01-01#Hoofdstuk11

Bemmelseweg 58-60 Elst

6

locaties.

Voor bedrijfswoningen geldt echter zelfs

alsmede een verkennend asbest onder-

een lager beschermingsniveau ten op-

zoek.

Activiteiten en milieuzonering

zichte van woningen. Gezien het een

Door de ontwikkeling wordt een be-

omzetting naar een bedrijfswoning be-

De resultaten van het verkennend bo-

staande woning omgezet naar een be-

treft, is een nader geluidsonderzoek naar

demonderzoek vormen geen aanleiding

drijfswoning. De bestaande wordt in de

zowel wegverkeerslawaai niet vereist.

om vervolgonderzoek te verrichten.

drijven met een milieuzonering. Aange-

Industrielawaai

Daarnaast heeft het initiatief geen nega-

zien de huidige bestemming Wonen is, is

Gezien de milieuzonering van de loods

tieve effecten op de bodem door de reali-

er al eerder gemotiveerd dat er hier

niet voor belemmeringen zorgt en het feit

satie van het projectvoornemen.

sprake is van een aanvaardbaar woon-

dat andere functies en bedrijvigheid dich-

en leefklimaat en dat omliggende bedrij-

ter op de bestaande bedrijfswoningen

Daarentegen wordt op grond van het

ven/ percelen niet worden belemmerd.

zijn gelegen, is een onderzoek naar in-

verkennend asbestonderzoek geadvi-

Bovendien geldt voor een bedrijfswoning

dustrielawaai door de ontwikkeling niet

seerd om ter plaatse van een inspectie-

(met functionele binding aan het bedrijf)

benodigd.

gat een nader asbestonderzoek te ver-

huidige situatie reeds omringd door be-

een lager beschermingsniveau ten op-

richten om te bepalen of ter plaatse

zichte van een woning. Ook zijn er geen

Archeologie

sprake is van een asbestverontreiniging.

milieugevoelige functies gelegen in de

Uit het verkennend booronderzoek is ge-

Dit nader onderzoek wordt momenteel

milieuzonering van de loods. En gezien

bleken dat de bovengrond tot een aan-

nog uitgevoerd. Indien er asbest aange-

het feit dat andere functies en bedrijvig-

zienlijke diepte is verstoord, waardoor de

troffen wordt, dan zal dit volgens de

heid dichter op de bestaande bedrijfswo-

oorspronkelijke bodem is verdwenen en

juiste procedure verwijderd worden.

ningen zijn gelegen, zijn er geen belem-

mogelijk ook een deel van de afzettingen

meringen voor de realisatie van de be-

die geschikt waren voor bewoning. Aan-

Cultuurhistorie

oogde loods.

gezien de geplande bodemingrepen bin-

In de nabijheid van het projectgebied zijn

nen het projectgebied te klein van om-

geen monumentale en/of beeldbepa-

Geluid: Wegverkeerslawaai

vang zijn om kenniswinst op te leveren,

lende bouwwerken/panden gelegen

wordt geadviseerd om de archeologische

welke van waarde worden geschat. Het

Aangezien er op het projectgebied de

dubbelbestemming te laten vervallen.

projectvoornemen heeft dan ook geen

bestemming ‘Wonen’ rust, is eerder ge-

negatieve effecten op dergelijke panden.

motiveerd dat er sprake is van een aan-

Bodem

vaardbaar woon- en leefklimaat. Door de

Voor beoogde ontwikkeling is een ver-

ontwikkeling wordt een bestaande wo-

kennend bodemonderzoek uitgevoerd

ning omgezet naar een bedrijfswoning.

Bemmelseweg 58-60 Elst

7

Geur

PM10 is niet hoger dan 1,2 ug/m3. Hier-

Momenteel worden de vervolgonder-

Het initiatief maakt zelf geen geurbron-

mee is sprake van een NIBM-project

zoeken nog door BRO uitgevoerd. Tij-

nen mogelijk. Aangezien de bestemming

dens de najaarsrondes van het vleer-

‘Wonen’ is, is eerder gemotiveerd dat er

Verkeersgeneratie, -afwikkeling en par-

muisonderzoek zijn er geen waarnemin-

sprake is van een aanvaardbaar woon-

keren:

gen gedaan van vleermuisverblijfplaat-

en leefklimaat en dat omliggende bedrij-

De parkeerbehoefte van de bedrijfswo-

sen binnen het projectgebied.

ven en percelen niet worden belemmerd.

ning van 5 parkeerplaatsen wordt op ei-

Voor bedrijfswoningen geldt echter zelfs

gen terrein opgevangen. De parkeerbe-

Omgevingsveiligheid

een lager beschermingsniveau. Gezien

hoefte van de loods (16 parkeerplaatsen)

Het projectgebied is in een aandachtsge-

het een omzetting naar een bedrijfswo-

worden opgevangen op het eigen terrein

bied gelegen ten aanzien van brandge-

ning van hetzelfde bedrijf betreft, is een

van het bedrijf Spijkerman Beton, ter

vaar, explosiegevaar en gifwolken. Het

nader onderzoek naar geur niet vereist.

hoogte van de aanliggende perceel.

projectvoornemen maakt een nieuwe

Daarbij vallen er geen geurgevoelige ge-

loods en een omzetting van een be-

bouwen in de milieuzonering van de be-

Wat betreft verkeersgeneratie en -veilig-

staande woning naar een bedrijfswoning

oogde loods. Bovendien wordt de be-

heid wordt verwacht dat de bestaande

mogelijk. Een loods wordt als een be-

oogde loods voorzien van installaties die

weginfrastructuur de gegenereerde ver-

perkt kwetsbaar gebouw gezien. Door de

voldoen aan de geldende regelgeving en

keersbelasting van 75 mvt/etmaal kan

functionele binding dat de bedrijfswoning

reguliere werkprotocollen.

verwerken. Dit heeft dan ook geen nega-

met de loods heeft, gelden de regels

tieve effecten op de omgeving.

voor het plaatsgebonden risico van een

Luchtkwaliteit

activiteit niet. Dit betekent dat de aan-

De beoogde projectlocatie valt niet in

Natuur en landschap:

dachtsgebieden geen belemmering hoe-

een van de aandachtsgebieden voor zo-

Het projectgebied is niet gelegen binnen

ven te vormen voor het projectvoorne-

wel NO2 als PM10 of voor alleen PM10.

de grenzen van een gebied dat aange-

men. Advies wordt ingewonnen bij de

Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is

wezen is als Natura 2000-gebied. Het

ODRA hiervoor.

daarom niet benodigd. Om aan te tonen

meest nabijgelegen Natura 2000-gebied,

dat beoogde geen negatieve effecten

“Rijntakken”, bevindt zich op circa 3,2 ki-

Weging van het waterbelang:

heeft op de omgeving is een berekening

lometer afstand ten zuidoosten van het

Bij de nieuwbouw zal op eigen perceel

uitgevoerd met de NIBM-tool.

projectgebied.

een gescheiden stelsel aangelegd worden waarbij het afvalwater aangesloten

Uit de berekening met de NIBM-tool

Er is een QS FF uitgevoerd. Aan de

wordt op het bestaand gemeentelijk ri-

volgt dat het project niet in betekenende

hand van de uitkomsten is er aanvullend

oolstelsel. Door de realisatie van de

mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. De

ecologisch onderzoek uitgevoerd naar,

nieuwe loods en de huisvesting van me-

toename van de concentratie NO2 en

Vleermuizen en de huismus.

dewerkers, zal de vuilwaterhoeveelheid

Bemmelseweg 58-60 Elst

8

naar verwachting beperkt toenemen.

met bijgebouwen gesitueerd op de pro-

zoals Natura 2000-

jectlocatie. De woning wordt omringd

gebieden, be-

Door het projectvoornemen is er sprake

door een tuin. De projectlocatie beschikt

schermde stads- en

van een toename in verharding van

onder het huidig planologisch regime

dorpsgezichten

2.614 m², dit betreft naast de nieuwe

over de bestemming ‘Wonen’.

gebieden waarin bij

loods ook de omliggende verharding op

Relatieve rijkdom aan be-

het terrein. Voor het projectvoornemen

schikbaarheid, kwaliteit

geving vastgestelde

dient een berging gerealiseerd te worden

en het regeneratieve ver-

normen inzake milieu-

van ca. 173,5 m3 (2.614 m² x 0,0664 m).

mogen van natuurlijke

kwaliteit reeds wor-

Door in de verdere uitwerking rekening

hulpbronnen (met inbe-

den overschreden

te houden met de genoemde aandachts-

grip van bodem, land, wa-

punten en de genomen maatregelen

ter en biodiversiteit) in het

hoge bevolkingsdicht-

vindt de ontwikkeling klimaatbestendig

gebied en de ondergrond

heid

plaats er is er geen wateroverlast te ver-

ervan

communautaire wet-

N.v.t.

gebieden met een

landschappen en

wachten.

Het opnamevermogen

plaatsen van histo-

Risico van zware onge-

De ontwikkeling heeft ten aanzien van

van het natuurlijke milieu,

risch, cultureel of ar-

vallen en/of rampen,

geluid en geur een milieucategorie 3.2

met in het bijzonder aan-

cheologisch belang

waaronder rampen die

volgens de oude VNG-handreiking ‘Be-

dacht voor de volgende

worden veroorzaakt door

drijven en milieuzonering’ en categorie 3

typen gebieden:

klimaatverandering, ge-

van de activiteiten betreft volgens de

bruikte stoffen of techno-

nieuwe VNG-handleiding ‘Activiteiten en

maties, riviermondin-

logieën

milieuzonering’.

gen

Risico’s voor de mense-

Zeer klein. Er worden geen nieuwe risi-

lijke gezondheid, bijvoor-

cobronnen mogelijk gemaakt.

wetlands, oeverfor-

N.v.t.

2.4

N.v.t.

N.v.t.

Soort en kenmerken van het potentiële effect

N.v.t. Soort en kenmerken van het potentiële effect Criteria

Toets

Orde van grootte en het

Er is sprake van een afwijking van het

mariene milieu

ruimtelijk bereik van de

omgevingsplan middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omge-

kustgebieden en het

N.v.t.

beeld als gevolg van wa-

berg- en bosgebieden

N.v.t.

effecten (bijvoorbeeld ge-

terverontreiniging of lucht-

natuurreservaten en –

N.v.t.

ografisch gebied en om-

vingsplanactiviteit (BOPA). De effecten

vang van de bevolking die

van de aanleg van de loods reiken tot 50

getroffen kan worden)

m, als uitgegaan mag worden van milieu-

vervuiling

parken 

2.3

Plaats/locatie van het project Plaats/locatie van het project

gebieden die in de

N.v.t.

nationale wetgeving

zonering. Er zijn geen milieugevoegige

zijn aangeduid of door

functies aanwezig binnen deze zone van

die wetgeving worden

50 m. De effecten zijn daarmee zeer beperkt.

Criteria

Toets

beschermd (speciale

Bestaande en goedge-

In de huidige situatie zijn een woning

beschermingszones),

Aard van het effect

N.v.t.

keurde grondgebruik

Bemmelseweg 58-60 Elst

9

Grensoverschrijdende ka-

Er is geen sprake van een grensover-

rakter van het effect

schrijdend effect.

Intensiteit en complexiteit

Er is geen sprake van een significante

van het effect

intensiteit en complexiteit van het effect. De effecten zijn lokaal en beperkt van omvang. Het effect is weinig complex.

Waarschijnlijkheid van het

Van onevenredige effecten voor de om-

effect

geving is geen sprake.

Verwachte aanvang,

Er is sprake van de sloop van de huidige

duur, frequentie en om-

bijgebouwen en de realisatie een nieuwe

keerbaarheid van het ef-

loods. Verder worden enkele bomen ge-

fect

kapt. De effecten van de bedrijfsactiviteiten zijn blijvend zolang de functie wordt uitgevoerd, maar als de functie niet meer wordt uitgevoerd, is er geen sprake van effecten. Daarbij zijn de effecten beperkt.

Cumulatie van effecten

N.v.t.

met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten Mogelijkheid om de effec-

Er worden passende maatregelen getrof-

ten doeltreffend te ver-

fen om potentiële effecten te voorkomen,

minderen

te compenseren of te beperken. Voorbeelden daarvan zijn de eerder besproken: 

quickscan flora en fauna, vleermuizenonderzoek en huismusonderzoek en het stikstofonderzoek;

Bodemonderzoek;

Weging van het waterbelang.

Bemmelseweg 58-60 Elst

10

3

Mer-beoordeling

Gelet op de bevindingen uit hoofdstuk 2 en wanneer gekeken wordt naar bijlage V van het Omgevingsbesluit, kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats/locatie van het project; 3. de soort en kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. Op basis van het voorgaande is er geen sprake van aanzienlijke milieueffecten die het doorlopen van een mer-procedure noodzakelijk maken. Wij bevelen u aan om na nadere kennisname van deze mer-aanmeldnotitie een gemeentelijk besluit voor te bereiden, waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming van de omgevingsvergunning voor de ontwikkeling aan de Bemmelseweg 58-60 te Elst, geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld.

Bemmelseweg 58-60 Elst

11

Amsterdam Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

‘s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)411 850 400

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Bemmelseweg 58-60 Elst

12

Bijlage 4 - Archeologisch onderzoek

Archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (booronderzoek) karterende fase Bemmelseweg 58-60 te Elst Gemeente Overbetuwe

KSP Archeologie

Colofon Versie Status

: :

KSP Rapport Auteur ISSN Foto’s en afbeeldingen Beheer en plaats documentatie Autorisatie Datum autorisatie

: : : : :

1.1 definitief Over dit rapport heeft (inhoudelijke) afstemming met de bevoegde overheid plaatsgevonden. 24008 E.A. Schorn (senior KNA Prospector) 2542-7490 KSP Archeologie KSP Archeologie te Duiven

: :

S.M. Koeman (senior KNA Prospector) 6 februari 2025

www.ksparcheologie.nl | info@ksparcheologie.nl

Disclaimer Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder bronvermelding. KSP Archeologie aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit onderhavig onderzoek of de gegeven adviezen. KSP Archeologie beschikt over het Procescertificaat Archeologie dat is verleend op basis van de beoordelingsrichtlijn SIKB 4000 voor protocol 4002 ‘bureauonderzoek’ en protocol 4003 ‘inventariserend veldonderzoek – onderdeel overig’. Wanneer de certificatie-eisen strijdig zijn met de eisen van de bevoegde overheid, dan gaat KSP Archeologie uit van de eisen van de KSP Archeologie

2

Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding 1.1 Onderzoekskader 1.2 Afbakening plan- en onderzoeksgebied 1.3 Overheidsbeleid 1.4 Toekomstige situatie 1.5 Onderzoeksdoel en vraagstellingen 2 Bureauonderzoek 2.1 Huidige situatie 2.2 Beschrijving van aardwetenschappelijke gegevens 2.3 Historische situatie en mogelijke verstoringen 2.4 Beschrijving van archeologische gegevens 2.5 Beschrijving van de ondergrondse bouwhistorische waarden 2.6 Gespecificeerde archeologische verwachting 2.7 Conclusie en advies 3 Inventariserend Veldonderzoek, karterende fase 3.1 Werkwijze 3.2 Veldsituatie 3.3 Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens 3.4 Archeologische indicatoren 3.5 Toetsing van de archeologische verwachting 4 Conclusie en advies 4.1 Conclusie 4.2 Beantwoording van de onderzoeksvragen 4.2 Selectieadvies Literatuur Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

6 7 7 7 7 8 9 11 11 11 17 23 26 26 29 30 30 30 33 33 34 35 35 35 37 38

Geomorfologische kaart Bodemkaart Archeologische gegevens Boorpuntenkaart Boorbeschrijving Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Lijst van afbeeldingen Figuur 1: Het plangebied (rode kader) op de topografische kaart schaal 1:10.000 (bron: Kadaster). 5 Figuur 2: Toekomstige situatie binnen het plangebied. Noorden is links (bron: opdrachtgever). 8 Figuur 3: Het plangebied op de paleogeografische kaart van de Rijn-Maas delta (Cohen e.a. 2012). 14 Figuur 4: Boring B40C2459 op ca. 25 m ten ZW van het plangebied (www.dinoloket.nl). 15 Figuur 5: Themakaart Overbetuwe in de Romeinse Tijd (bron: Heunks 2004). 16 Figuur 6: Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN4, bron: www.ahn.nl). 17 Figuur 7: Het plangebied op de kadastrale minuut uit het begin van de 19e eeuw (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl). 20 Figuur 8: Het plangebied op de kaart uit 1871, Bonneblad (bron: www.topotijdreis.nl). 20 Figuur 9: Het plangebied op de kaart uit 1890, Bonneblad (bron: www.topotijdreis.nl). 21 Figuur 10: Het plangebied op de kaart uit 1903, Bonneblad (bron: www.topotijdreis.nl). 21 Figuur 11: Het plangebied op de topografische kaart uit 1931 (bron: www.topotijdreis.nl). 22 Figuur 12: Het plangebied op de topografische kaart uit 1957 (bron: www.topotijdreis.nl). 22 Figuur 13: Het plangebied op de topografische kaart uit 1966 (bron: www.topotijdreis.nl). 23 Figuur 14: Het plangebied op de archeologische beleidskaart van de gemeente Overbetuwe (Willemse e.a. 2019).

26 Figuur 15: Deel van het plangebied dat is opgenomen in het nieuwe bedrijfsterrein. Gefotografeerd richting het ZO (bron: KSP Archeologie). 31

KSP Archeologie

3

Figuur 16: Betonnen muur grenst tot aan de achterzijde van de woning, die op het zuidwesten is georiënteerd. Boring 8 ligt ongeveer halverwege de muur op het midden van de foto. Gefotografeerd richting het ZW (bron: KSP Archeologie). 31 Figuur 17: Voorzijde woning met nieuwe inrit naar schuur, gefotografeerd richting het ZO (bron: KSP Archeologie). 32 Figuur 18: Het plangebied gezien vanaf het noordoosten met links de schuur in het midden de loods en rechts het huis. Gefotografeerd richting ZW (bron: KSP Archeologie). 32 Figuur 19: Het plangebied achter de loods met links ervan op de achtergrond de puinwal. Gefotografeerd richting het NW (bron: KSP Archeologie). 32

Lijst van afbeeldingen Tabel 1: Overzicht van de AMK-terreinen, onderzoeksmeldingen (OM) en vondstmeldingen (VM) binnen een straal van 500 m rondom het plangebied gelegen op de Ressenstroomgordel Fase C (bron: archis.cultureelerfgoed.nl). 24 Tabel 2: Specifieke archeologische verwachting per periode voor het plangebied. 27

KSP Archeologie

4

Administratieve gegevens KSP Projectnummer Opdrachtgever Uitvoerder/projectleider Bevoegde overheid Deskundige namens bevoegde overheid Onderzoeksmelding Provincie Gemeente Toponiem Centrum-coördinaat Kadastrale gegevens Periode uitvoering onderzoek

: : : : :

24008 BRO, Ena Zametica KSP Archeologie, E.A. Schorn (senior KNA Prospector) Gemeente Overbetuwe Regioarcheoloog van de Omgevingsdienst Regio Arnhem

: : : : : : :

5607528100 Gelderland Overbetuwe Bemmelseweg 58-60 Elst x: 187.342 / y: 435.382 Sectie N, nummer 492 Mei 2024

Figuur 1: Het plangebied (rode kader) op de topografische kaart schaal 1:10.000 (bron: Kadaster).

KSP Archeologie

5

Samenvatting KSP Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, karterende fase (IVO-(O)verig); booronderzoek) uitgevoerd voor de locatie aan de Bemmelseweg 58-60 in Elst (gemeente Overbetuwe). Het onderzoek is uitgevoerd voor de aanvraag van een wijziging van het omgevingsplan voor de nieuwbouwplannen van een loods. Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart is aan het plangebied een hoge archeologische verwachting toegekend (Figuur 14). Deze verwachting is gebaseerd op de ligging ter plaatse van de Ressenstroomgordel Fase C. Op basis van de datering van deze stroomgordel kunnen archeologische resten voorkomen vanaf de Midden-Bronstijd. Naar aanleiding van de resultaten van het bureauonderzoek is deze verwachting nader worden gespecificeerd per periode/bijgesteld. Voor het plangebied geldt een hoge verwachting voor nederzettingsresten uit de Midden-Bronstijd tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw), een lage verwachting voor bebouwingsresten vanaf de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe Tijd Midden en een hoge verwachting voor bebouwingsresten van een steenoven vanaf de Nieuwe Tijd Laat.

Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, karterende fase. Uit het booronderzoek is gebleken dat de bovengrond tot een aanzienlijke diepte is verstoord, waardoor de oorspronkelijke bodem is verdwenen en mogelijk ook een deel van de afzettingen die geschikt waren voor bewoning. In de kom-, oever- en beddingafzettingen zijn geen sporen van bodemvorming aangetroffen, waaruit zou kunnen blijken dat er bewoning heeft plaatsgevonden of dat de grond als landbouwgrond is gebruikt. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen ouder dan de Nieuwe Tijd Laat. De aangetroffen archeologische resten uit de Nieuwe Tijd Laat duiden op mogelijke funderingsresten behorend bij de steenfabriek uit het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw. Uit het geheel wordt geconcludeerd dat de kans zeer klein is dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats ouder dan de Nieuwe Tijd Laat aanwezig is. De verwachting is dat dit in het gebied van de boringen 13 en 14 (al ingericht met betonplaten bij het bestaande bedrijfsterrein) niet anders is.

Op basis hiervan is de hoge verwachting voor nederzettingsresten uit de Midden-Bronstijd tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) uit het bureauonderzoek bijgesteld naar laag en blijft de lage verwachting voor bebouwingsresten vanaf de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe Tijd Midden evenals de hoge verwachting op het aantreffen van bebouwingsresten van de baksteenfabriek uit de Nieuwe Tijd Laat gehandhaafd. Binnen het plangebied worden geen vindplaatsen ouder dan de Nieuwe Tijd Laat verwacht. Bij de vindplaats uit de Nieuwe Tijd Laat (1878-1930) gaat het om mogelijke funderingsresten van een steenfabriek. De verwachting is dat deze resten vrijwel geen nieuwe informatie gaan toevoegen aan de bestaande kennis van zowel nog intacte steenfabrieken uit de Nieuwe Tijd als al opgegraven steenfabrieken binnen de provincie Gelderland. Aangezien de geplande bodemingrepen binnen het plangebied te klein van omvang zijn om kenniswinst op te leveren, adviseert KSP Archeologie om de archeologische dubbelbestemming te laten vervallen en geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren.

KSP Archeologie

6

1

Inleiding

1.1

Onderzoekskader

In opdracht van BRO heeft KSP Archeologie een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, karterende fase (IVO-(O)verig); booronderzoek) uitgevoerd voor de locatie aan de Bemmelseweg 58-60 in Elst (gemeente Overbetuwe). Het onderzoek is uitgevoerd voor de aanvraag van een wijziging van het omgevingsplan voor de nieuwbouwplannen van een loods. Het onderzoek is uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn SIKB 4000 (versie 4.1) met bijbehorende protocollen (KNA 4.1) 4002 (bureauonderzoek bij landbodems) en 4003 (inventariserend veldonderzoek, overig) (www.sikb.nl) en de gemeentelijke eisen (Afdeling Erfgoed en Archeologie, gemeente Arnhem 2023). Voor de in dit rapport gebruikte geologische en archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar Bijlage 6. Geologische formaties, laagpakketten en lagen worden beschreven conform https://www.dinoloket.nl/stratigrafische-nomenclator. 1.2

Afbakening plan- en onderzoeksgebied

Het plangebied is gelijk aan het onderzoeksgebied waarvoor het archeologische onderzoek is uitgevoerd. Het plangebied is ca. 4.815 m2 groot en ligt aan de Bemmelseweg 58-60 in Elst (Figuur 1). Het terrein wordt in het noordoosten en zuidoosten begrensd door landbouwgrond en in het zuidwesten en het noordwesten door bedrijventerreinen. 1.3

Overheidsbeleid

In 1992 heeft Nederland het Europese ‘Verdrag van Malta’ ondertekend. In het verdrag is de omgang met het Europees archeologisch erfgoed geregeld. Belangrijk daarin is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. Het wettelijk kader voor de archeologische monumentenzorg is vastgelegd in de Erfgoedwet. Daarnaast hebben de verschillende overheden (het rijk, de provincie en de gemeentes) archeologiebeleid vastgelegd. Gemeenten houden bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning altijd rekening met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden (Wet ruimtelijke ordening). Volgens het bestemmingsplan ‘Elst, bedrijventerrein De Aam van de gemeente Overbetuwe (vastgesteld 13-08-2013) geldt voor het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’. Dit betekent dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 0,3 m archeologisch onderzoek nodig is. Aangezien deze ondergrenzen bij de realisatie van de nieuwbouwplannen worden overschreden (zie paragraaf 1.4), is archeologisch onderzoek noodzakelijk.

Behalve alle graafwerkzaamheden dieper en groter dan de gestelde ondergrens, vallen onder bodemverstoringen (Afdeling Erfgoed en Archeologie, gemeente Arnhem 2023):  Ophogingen die zetting veroorzaken in de ondergrond, waardoor de (mogelijk aanwezige) archeologische lagen, sporen en/of vondsten in de ondergrond verstoord worden.

KSP Archeologie

7

 

Het bovengronds verharden van een archeologische vindplaats waardoor de archeologische sporen en vondsten oxideren en verdrogen of juist reduceren waardoor sporen verblauwen1 en onzichtbaar worden. Grondwaterpeilverlagingen (al dan niet tijdelijk) kunnen zorgen voor verdroging en dus versnelde degradatie van archeologische waarden in de ondergrond. Het rijden van zwaar transport over met name onverharde delen zorgt voor zetting in de ondergrond waardoor de (mogelijk aanwezige) archeologische lagen, sporen en/of vondsten in de ondergrond verstoord worden. Het aanbrengen van hei- of schroefpalen.

Op basis van de verwachting, de richtlijnen van de gemeente en het relatief kleine oppervlak van de locatie is gekozen voor een gecombineerd bureau- en karterend booronderzoek. 1.4

Toekomstige situatie

Binnen het plangebied zal een nieuwe loods worden gebouwd (Figuur 2). De nieuwe loods krijgt een oppervlakte van ca. 1.500 m2 en de bouwput voor de fundering zal tot ca. 80 cm beneden maaiveld worden uitgegraven. De loods wordt gefundeerd op heipalen met een funderingsbalk.

Figuur 2: Toekomstige situatie binnen het plangebied. Noorden is links (bron: opdrachtgever).

Verblauwing: de ondergrond wordt plaatselijk vernat doordat door overbouwing regen- en grondwater niet meer kan verdampen. Hierdoor ontstaat een reducerend bodemmilieu onder het overbouwde deel waardoor kleiige ondergrond een egaal grijsblauwe kleur kan krijgen. Archeologische sporen worden aldus onzichtbaar. 1

KSP Archeologie

8

Voor zover bekend zijn binnen het plangebied geen graafwerkzaamheden voor een bodem- en/of grondwatersanering nodig in het kader van de milieuhygiëne of om niet gesprongen conventionele explosieven op te sporen. Het waterpeil c.q. bodempeil binnen het plangebied zal niet veranderen door de geplande bodemingrepen en zal daarmee geen gevolgen hebben voor de conserveringstoestand van eventuele aanwezige archeologisch resten. 1.5

Onderzoeksdoel en vraagstellingen

Bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde, archeologische verwachting, met behulp van informatie van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden binnen het omschreven onderzoeksgebied. Het resultaat is een standaardrapport bureauonderzoek met een gespecificeerde archeologische verwachting en een advies. Op basis hiervan wordt vastgesteld of vervolgonderzoek nodig is en zo ja, in welke vorm. Daarbij wordt aangegeven waar zich (eventuele) archeologische resten zich kunnen bevinden, welke verschijningsvorm ze hebben en hoe daar systematisch naar gezocht kan worden. Om de bovenstaande doelstelling te realiseren, zijn door de Omgevingsdienst Regio Arnhem drie onderzoeksvragen opgesteld (Afdeling Erfgoed en Archeologie, gemeente Arnhem 2023). 1. 2. 3.

Waar kunnen (eventuele) archeologische resten zich bevinden? Welke verschijningsvorm kunnen deze hebben? Is verder onderzoek noodzakelijk? Zo ja, hoe kan daar systematisch naar gezocht worden?

Inventariserend Veldonderzoek Het doel van het inventariserend veldonderzoek (IVO) (landbodems) is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek. Het gaat om gebiedsgericht onderzoek door middel van waarnemingen in het veld, waarbij (extra) informatie wordt verkregen over bekende en of verwachte archeologische waarden in het onderzoeksgebied. Het resultaat van het onderzoek is een standaardrapport IVO-O met een waardering en een inhoudelijk (selectie)advies. Aan de hand hiervan kan een beleidsbeslissing (meestal een selectiebesluit) worden genomen door de bevoegde overheid. Indien er onvoldoende gegevens voor waardering en selectieadvies zijn, kunnen deze niet opgesteld worden. Om te komen tot het resultaat moeten de veldactiviteiten uitgevoerd worden tot het niveau waarop de beleidsbeslissing gefundeerd genomen kan worden, d.w.z. dat de archeologische waarden van het terrein/vindplaats in voldoende mate zijn vastgesteld. Aan de hand hiervan kan dan worden geadviseerd tot vervolgonderzoek of vrijgave van het plangebied of terreindelen daarvan. Het inventariserend veldonderzoek kent drie fasen: een verkennende, een karterende en een waarderende fase.

De strategie die gekozen wordt, hangt onder andere af van de omvang van het plangebied, de aard van de geplande werkzaamheden, de verwachte archeologische resten en het archeologiebeleid van de gemeente. Dit onderzoek betreft een karterend onderzoek. Tijdens de karterende fase wordt het terrein systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren die wijzen op een vindplaats. Daarnaast wordt ook gekeken naar de bodemopbouw en de intactheid daarvan. De Omgevingsdienst Regio Arnhem heeft zeven onderzoeksvragen opgesteld voor het karterend veldonderzoek (Afdeling Erfgoed en Archeologie, gemeente Arnhem 2023). 1.

Wat is de (geologische) samenstelling en opbouw van de ondergrond?

KSP Archeologie

9

2. 3. 4. 5. 6. 7.

Welk bodemprofiel is aanwezig en is deze intact? Zijn in het plangebied indicatoren gevonden die (kunnen) wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats? Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische resten? Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten? Wordt de specifieke archeologische verwachting van het plangebied op basis van het bureauonderzoek bevestigd door het veldonderzoek? Wordt het (potentiële) archeologische niveau verstoord door de ontwikkeling binnen de projectlocatie?

KSP Archeologie

10

2

Bureauonderzoek

2.1

Huidige situatie

Om de huidige situatie en mogelijke verstoringen van de bodem in kaart te brengen zijn de volgende bronnen geraadpleegd:  Huidige topografische kaart (Figuur 1);  Luchtfoto’s uit 2016 tot heden (PDOK);  Grondwaterstanden (Wageningen Environmental Research (2022), https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen/kaart;  Grondwatertrappen gekoppeld aan de Bodemkaart schaal 1:50.000 versie 2006 (geoplaza.vu.nl);  Gebouwde rijksmonumenten (archis.cultureelerfgoed.nl): geen monumenten/bebouwing aanwezig;  Gemeentelijke monumenten (https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_gemeentelijke_monumenten_in_Overbetuwe#Elst): geen gemeentelijke monument aanwezig;  Informatie van de opdrachtgever over het plangebied;  Informatie over kabels en leidingen (KLIC-melding: kabels en leidingen aanwezig, waaronder en gasleiding);  Informatie over de huidige bebouwing: Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) (bagviewer kadaster.nl). Het plangebied is momenteel deels bebouwd met een woning en bijgebouwen, deels verhard met klinkers dan wel beton en deels in gebruik als tuin. De aanwezige bebouwing is door de gemeente (verwijzing gemeentelijke monumentenlijst) of het rijk (archis.cultureelerfgoed.nl) niet aangemerkt als historisch waardevol. Binnen het plangebied zijn voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse werken aanwezig (bijvoorbeeld funderingen of drainage).

Rondom de bebouwing is verharding aanwezig in de vorm van klinkers. Rondom de bebouwing liggen enkele kabels en leidingen (KLIC-melding). Tot 2006 waren de (freatische) grondwater(spiegeldiepte)standen door middel van grondwatertrappen (I, nat t/m VIII droog) gekoppeld aan de kaarteenheden van de bodemkaart 1:50.000 (Bijlage 2). Het plangebied werd toen gekenmerkt door een diepe grondwaterstand, grondwatertrap VI voor de westelijke helft en grondwatertrap VII voor de oostelijke helft van het plangebied. Voor grondwatertrap VI betekent dit dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen 40 - 80 cm en de gemiddeld laagste grondwaterstand dieper dan 120 cm beneden maaiveld wordt aangetroffen en voor grondwatertrap VII betekent dit dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand dieper dan 80 cm en de gemiddeld laagste grondwaterstand dieper dan 160 cm beneden maaiveld wordt aangetroffen. In het meest actuele grondwaterdieptespiegelmodel zijn de verwachte grondwaterstanden gemodelleerd voor blokken van 50 x 50 m. Daarop is het plangebied niet gekarteerd (Wageningen Environmental Research 2022, https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen).

Op basis van het verwachte bodemtype (zie paragraaf 2.2.) ligt de gemiddeld laagste grondwaterstand ruim dieper dan het potentiële archeologische niveau in de top van de C-horizont, waardoor de conserveringsomstandigheden in de bodem voor onverkoolde organische resten slecht zijn. 2.2

Beschrijving van aardwetenschappelijke gegevens

Om het landschap ter plaatse en rondom het plangebied in kaart te brengen, zijn de volgende bronnen geraadpleegd:  Geologische overzichtskaart van Nederland (TNO Geologische Dienst 2021);  Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (www.dinoloket.nl): boring B40C2459 op 25 m ten ZW van het plangebied;

KSP Archeologie

11

    

Paleogeografische kaart van de Rijn-Maasdelta (Cohen e.a. 2012); Zanddieptekaart van het Rivierengebied (Cohen e.a. 2009); Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2020 (BRO 2022, Maas e.a. 2017); Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2021 (BRO 2022); Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (www.ahn.nl, AHN4 grid 0,5 x 0,5 m);

Het plangebied ligt in het rivierengebied in het stroomgebied van de Rijn tussen de Nederrijn in het noorden en de Waal in het zuiden. In de ondergrond bevinden zich oude rivierafzettingen van de Formatie van Kreftenheye, die tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien, zijn gevormd (ca. 115.000 – 11.755 jaar geleden). De rivieren hebben in deze koude periode voornamelijk een vlechtend patroon gehad, gekenmerkt door meerdere geulen en een onregelmatige afvoer. De Rijn heeft in een brede vlakte een dik pakket zand en grind afgezet (Formatie van Kreftenheye) (Stouthamer et al. 2015). De pleistocene afzettingen zijn tijdens het Holoceen (de laatste 11.755 jaar) bedekt en/of geërodeerd door jonge rivierafzettingen. Het klimaat is in deze periode warmer en vochtiger geworden, waardoor de Rijn is gaan meanderen en zand en klei heeft afgezet. De rivierafzettingen van meanderende rivieren kunnen worden onderverdeeld in stroomgordelafzettingen – bestaande uit bedding- en oeverafzettingen (zand en zandige klei) – en komafzettingen (zwak siltige klei, plaatselijk met veenlagen) (Berendsen 2005). Daarnaast worden restgeulvullingen (hoofdzakelijk klei- en veenlagen) en crevasseafzettingen ( met uiteenlopende textuur, vaak zand) onderscheiden. De crevasseafzettingen ontstaan op plaatsen waar de oeverwal van de rivier is doorgebroken.

De holocene rivierafzettingen worden tot de Formatie van Echteld gerekend. Verschillende Rijntakken hebben zich tijdens het Holoceen diverse keren verlegd, waardoor zich vele oude stroomgordels in (de ondergrond van) het riviergebied bevinden. Volgens de geologische overzichtskaart van Nederland bevinden zich ter plekke van het plangebied komafzettingen (klei) op stroomgordelafzettingen (zand) behorend tot de Formatie van Echteld. Ter plaatse van het plangebied bevindt zich de Ressenstroomgordel Fase C (Figuur 3, nummer 352). Deze was actief vanaf 3500-3000 C14 jaar geleden (Midden-Bronstijd tot en met begin Late Bronstijd). Deze stroomgordel is gefundeerd in de pleistocene ondergrond, waardoor eventueel aanwezige vindplaatsen uit het Weichselien zijn geërodeerd. Tijdens de actieve fase van deze stroomgordel kon er gewoond worden op de oevers. Na de actieve fase was de gehele stroomgordel geschikt om te wonen. Volgens de geomorfologische kaart (Bijlage 1, code B44) ligt het plangebied op een stroomrug of stroomgordel. Op ca. 25 m ten zuidwesten van het plangebied is een geologische boring binnen deze stroomgordel uitgevoerd (Figuur 4, boring B40C2459, www.dinoloket.nl).

De bovenste 40 cm bestaat uit zandig klei (crevasseafzettingen?), tot 140 cm uit sterk siltige en zandige klei (oeverafzetting), tot 240 cm uit zeer grof en grindhoudend zand en daarna uit matig grof zand (beide zijn beddingafzettingen). De bovenste 40 cm zandig klei komt waarschijnlijk overeen met de op de paleogeografische kaart aangegeven crevasseafzettingen (Figuur 3). Het vreemde is dat deze crevasseafzettingen vrij binnen de Ressenstroomgordel liggen. Deze crevasseafzettingen liggen aan het maaiveld en zijn niet afkomstig van de Ressenstroomgordel Fase C. Waarschijnlijk zijn deze afgezet door de jongere Baalstroomgordel (Figuur 3, nummer 14), die ten noorden van het plangebied ligt. Of het onder de crevasseafzettingen gelegen kleipakket geheel uit oeverafzettingen van de Ressenstroomgordel Fase C bestaat, zal uit booronderzoek moeten blijken, mogelijk dat het bovenste deel uit komafzettingen bestaat. Onder de klei liggen zandige beddingafzettingen van de Ressenstroomgordel Fase C. Volgens de zanddieptekaart (Cohen e.a. 2009) wordt ter plekke van het plangebied het beddingzand van de Ressenstroomgordel Fase C tussen 1,01,5 m -mv verwacht.

Nadat de Ressenstroomgordel Fase C niet meer actief was zijn andere opeenvolgende stroomgordels actief geworden in de directe omgeving van het plangebied, zoals respectievelijk: Ressenstroomgordel Fase D (ten zuiden van het plangebied, niet afgebeeld) en de Baal stroomgordel (Figuur 3, nummer 14). Deze waren opeenvolgend actief vanaf de Late Bronstijd tot in de Late IJzertijd. Door deze stroomgordels

KSP Archeologie

12

is binnen het plangebied vooral komklei afgezet. Vanwege de relatief hoge ligging van de Ressenstroomgordel Fase C bleef deze stroomgordel lang geschikt om te wonen (tot in de IJzertijd, Romeinse Tijd en mogelijk zelfs de Vroege Middeleeuwen). Op de themakaart Overbetuwe in de Romeinse Tijd (Figuur 5) is te zien dat de Ressenstroomgordel niet meer actief was en dat zowel ten noorden, noordoosten en ten zuiden van het plangebied fossiele restgeulen van deze stroomgordel liggen. Vanaf de Midden-IJzertijd en de Late IJzertijd/begin Romeinse Tijd werden respectievelijk de Nederrijn- en de Waalstroomgordel actief. De Nederrijn ligt op een kleine 7 km ten noorden en de Waal op ruim 4 km ten zuiden van het plangebied. Alleen bij hoogwater van de Waal werd er binnen het plangebied nog komklei afgezet. Vanaf de 12e eeuw zijn kaden en dijken langs de Nederrijn en de Waal aangelegd die nog regelmatig overstroomden. Geleidelijk zijn de dijken opgehoogd en verstevigd. Na de bedijking heeft geen sedimentatie meer plaatsgevonden in het binnendijkse gebied, afgezien van overstromingen ten gevolge van dijkdoorbraken. Vanwege de dreiging van het hoge water zijn ophoogde woonplaatsen (oude woongronden) in het gebied aangelegd. In de omgeving van de huidige onderzoekslocatie zijn geen opgehoogde woonplaatsen bekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=e3e25977-282f-4b33-9411-f464c101e859