CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

25-12-09.23 Relevant stuk 3. BOPA motivering Bemmelseweg 58 Elst_20250310

Gemeenteraadsvergadering 9 december 2025, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Adviesrecht Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA): realiseren bedrijfshal en omvormen woning naar bedrijfswoning Bemmelseweg 58-60, Elst15.234 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst Gemeente Overbetuwe Concept

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

1

colofon

projectnaam Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst datum 10 maart 2025 projectnummer P07229 / A23035B opdrachtgever J.C. Van Kessel Architectuur B.V. i.o.v. Augustinus Onroerend B.V. BRO projectleider CVe projectteam EZa bron kaft BRO review CVe

Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

2

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

5 5 5 6 6

Aanleiding Projectgebied Tijdelijk deel van het Omgevingsplan BOPA-procedure Leeswijzer

Projectgebied

7

2.1 2.2

7 8

Huidige situatie Toekomstige situatie

Beleidskaders

10

3.1

10

Rijksbeleid 3.1.1

3.2

4.6

4.7

4.8

10

Provinciaal beleid

10

3.2.1 3.2.2

10 11

4.9

17 17

Archeologie

17

4.5.1 4.5.2 4.5.3

17 17 17

Toetsingskader Toetsing Conclusie

Bezonning

18

4.6.1 4.6.2 4.6.3

18 18 18

Toetsingskader Toetsing Conclusie

Bodem

18

4.7.1 4.7.2 4.7.3

18 18 18

Toetsingskader Toetsing Conclusie

Cultuurhistorie

19

4.8.1 4.8.2 4.8.3

19 19 19

Toetsingskader Toetsing Conclusie

Duurzaamheid

19 19 19 19

Gemeentelijk beleid

11

3.3.1

11

4.10 Geur

Omgevingsaspecten

13

4.10.1 4.10.2 4.10.3

4.1

Milieueffectrapportage

13

4.11 Gezondheid

20

4.1.1 4.1.2 4.1.3

13 13 13

4.11.1 4.11.2 4.11.3

20 20 20

4.2

4.3

4.4

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Omgevingsverordening provincie Gelderland

4.5

Toetsing Conclusie

4.9.1 4.9.2 4.9.3

3.3

4

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.4.2 4.4.3

Omgevingsvisie Overbetuwe 2040

Toetsingskader Toetsing Conclusie

Toetsingskader Toetsing Conclusie Toetsingskader Toetsing Conclusie Toetsingskader Toetsing Conclusie

13 13 13 14

4.12.1 4.12.2 4.12.3

Activiteiten en milieuzonering

15

4.13 Luchtkwaliteit

21

4.3.1 4.3.2 4.3.3

15 15 16

4.13.1 4.13.2 4.13.3

21 22 22

Toetsingskader Toetsing Conclusie

Akoestiek | Wegverkeerslawaai

16

4.4.1

16

Toetsingskader

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

4.12 Ladder voor Duurzame Verstedelijking Toetsingskader Toetsing Conclusie Toetsingskader Toetsing Conclusie

4.14 Natuur en landschap 4.14.1

4.15.1 4.15.2 4.15.3

Toetsingskader Natura 2000-gebieden

20 20 21 21

22

Toetsingskader Toetsing Conclusie

4.16 Ontplofbare oorlogsresten 4.16.1 4.16.2 4.16.3

Toetsingskader Toetsing Conclusie

4.17 Trilling 4.17.1 4.17.2 4.17.3 4.18.1 4.18.2 4.18.3

5

22 22 23 23 24

24 24 24 24

24 24 25 25

25 Toetsingskader Toetsing Conclusie

4.18 Weging van het waterbelang

19 20 20

4.2.1 4.2.2 4.2.3

Toetsing Conclusie Toetsingskader Flora en fauna Toetsing Conclusie

4.15 Omgevingsveiligheid

Toetsingskader Toetsing Conclusie

25 25 26

26 26 26 27

4.19 Welstand

27

4.19.1 4.19.2 4.19.3

27 27 27

19

Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren Toetsingskader Toetsing Conclusie

4.14.2 4.14.3 4.14.4 4.14.5 4.14.6

Toetsingskader Toetsing Conclusie

4.20 Windhinder

27

4.20.1 4.20.2 4.20.3

Toetsingskader Toetsing Conclusie

27 27 27

Financiële en maatschappelijke verantwoording

28

5.1

Financiële verantwoording

28

5.1.1 5.1.2

28 28

5.2

Financieel-economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal

Maatschappelijke verantwoording

28

5.2.1 5.2.2

28 28

Participatie/Omgevingsdialoog Bezwaar, beroep en hoger beroep

22

3

6

Belangenafweging en conclusie

29

6.1 6.2

29 29

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Conclusie

Separate bijlagen Bijlage 1: Gemeentelijke adviesbrief

Bijlage 2: LIP Bijlage 3: MER-beoordeling Bijlage 4: Archeologisch onderzoek

Bijlage 5: Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bijlage 6: Stikstofberekening Bijlage 7: Quickscan flora en fauna

Bijlage 8: PLS ontplofbare oorlogsresten Bijlage 9: Weging van het waterbelang

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

4

1

Inleiding

Het projectvoornemen is wel in strijd met de vigerende regels van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Afwijken hiervan is onder de omgevingswet mogelijk middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

1.1

Aanleiding

(bopa)-procedure. Een voorwaarde hiervoor is dat er sprake is van een

Nederland staat voor een grote opgave. Om het elektriciteitsnet klaar te

evenwichtige toedeling van functies aan locaties (‘etfal’). In de voorlig-

stomen voor de toekomst, moeten er zeker 45.000 extra transformator-

gende motivering wordt aangetoond dat hieraan wordt voldaan. Hierbij

stations (trafo’s) worden gebouwd. Augustinus Onroerend Goed B.V.

is rekening gehouden met de adviezen uit de adviesbrief van gemeente

(hierna: initiatiefnemer) ziet hierin een kans en wil een aanzienlijk deel

Overbetuwe.

bijdragen van de benodigde trafo’s. Augustinus Onroerend Goed B.V. heeft enkele jaren geleden Spijkerman Beton B.V. overgenomen. Spijkerman Beton is gespecialiseerd in het vervaardigen van trafo behuizin-

1.2

Projectgebied

gen (klein en groot), standaard en klantspecifiek. Om aan de noodzaak

Het projectgebied is gelegen aan de Bemmelseweg 58-60 te Elst. Het

naar trafo’s bij te kunnen dragen, investeert de initiatiefnemer in de uit-

projectgebied is gelegen op het bedrijventerrein De Aam in het zuidoos-

breiding van hun productiefaciliteit. De initiatiefnemer is voornemens

ten van Elst. Het projectgebied staat kadastraal bekend als gemeente

een nieuwe bedrijfshal te realiseren op locatie de Bemmelseweg 58 –

Elst, sectie N, nummers 492, 4597 en 4599. Het terrein wordt omringd

60 te Elst, waar vigerend een woonbestemming geldt. De omliggende

door het bedrijventerrein. Aan de noord-, oost- en zuidkant zijn diverse

bijgebouwen zullen gesloopt worden en er zal een bedrijfshal worden

bedrijven en bedrijfswoningen gevestigd. Ten westen van het projectge-

gerealiseerd van circa 1.200 m². Daarnaast wordt de bestaande woning

bied zijn voorbij het spoor agrarische gronden gelegen. Figuur 1.1 toont

getransformeerd naar een bedrijfswoning ten behoeve van huisvesting

de globale ligging van het projectgebied.

Figuur 1.1:

Indicatieve begrenzing projectgebied

voor medewerkers die werkzaam zijn binnen het aangrenzende bedrijf Spijkerman Beton in Elst. De gemeente heeft middels een ingediend vooroverleg/principeverzoek het projectvoornemen ambtelijk getoetst. De adviesbrief (d.d. 23 oktober 2023) is in de bijlagen opgenomen. In het verzoek is de omzetting van de woning naar een bedrijfswoning opgenomen. Dit initiatief is aan het ruimtelijk beleid en (milieu)regelgeving getoetst. Op basis van het voorgelegde verzoek werd geconcludeerd dat het voornemen in voldoende mate aansluit bij het huidige beleid van gemeente Overbetuwe om hier verder vervolg aan te geven. Naast de omzetting van de woning naar bedrijfswoning wordt een be-

1.3

Tijdelijk deel van het Omgevingsplan

Ter plaatse geldt het bestemmingsplan ‘Elst, bedrijventerrein De Aam’, vastgesteld op 13 augustus 2013. Dit plan maakt per 1 januari 2024 deel uit van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan van gemeente Overbetuwe. Figuur 1.2 toont een uitsnede van dit plan. De projectlocatie beschikt over enkelbestemming ‘Wonen’ en ‘Tuin’, en dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’. Een bedrijfswoning en nieuwe bedrijfshal behoren niet tot de toegestane activiteiten. Bovendien is er ter plaatse van de beoogde bedrijfshal geen bouwvlak gesitueerd. Derhalve dient er afgeweken te worden van de vigerende juridisch-planologische regels.

drijfshal gerealiseerd. De gemeente heeft een positieve grondhouding ten aanzien van de realisering van de bedrijfshal.

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

Figuur 1.2: Uitsnede BP ‘Elst, bedrijventerrein De Aam’

5

Ter plaatse is ook het ‘Overbetuwe paraplubestemmingsplan planolo-

In de voorliggende ruimtelijke motivering wordt aangetoond dat er

hoofdstuk 5 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid be-

gische afwijkingsmogelijkheden’ (d.d. 19 december 2023) en ‘Overbe-

sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

sproken. Ten slotte, in hoofdstuk 6 wordt een belangenafweging ge-

tuwe, Parapluplan Bedrijventerrein’ (d.d. 4 februari 2014) vigerend.

maakt en een eindconclusie getrokken. De reguliere procedure (titel 4.1 Awb) is de hoofdregel bij de BOPA (art.

1.4

BOPA-procedure

Een BOPA is een omgevingsvergunning voor een ‘buitenplanse omge-

16.62 Ow). Dit betekent dat na indiening binnen 8 weken een besluit op

De uitgevoerde onderzoeken zijn als bijlagen bij deze ruimtelijke motive-

de aanvraag om een omgevingsvergunning moet worden genomen (met

ring gevoegd.

een verlenging tot maximaal 6 weken). In artikel 16.50 van de Ow is een

vingsplanactiviteit’. Op basis van een aanvraag die voldoende concreet

uitzondering opgenomen op deze hoofdregel. De UOV (afdeling 3.4

en afgebakend is, wordt beoordeeld of de vergunning kan worden ver-

Awb) wordt namelijk gevolgd als een MER moet worden opgesteld. De

leend. Een plan is voldoende concreet als de aanvaardbaarheid in vol-

UOV wordt ook gevolgd als sprake is van de in artikel 16.65 van de Ow

doende mate kan worden beoordeeld. Daar is met het voorgenomen

opgesomde gevallen:

plan sprake van.

op verzoek of met instemming van aanvrager;

activiteit die aanzienlijke gevolgen kan hebben voor de fysieke leef-

Tijdelijk Omgevingsplan van rechtswege De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is er van rechtswege een omgevingsplan ontstaan. Het overgangsrecht voorziet namelijk in een ‘tijdelijk’ omgevingsplan. Het ‘tijdelijke’ omgevingsplan bestaat uit de ruimtelijke plannen onder de oude Wro (waaronder bestemmingsplannen en beheersverordeningen) en gedecentraliseerde rijksregels over onder meer bouwen en milieubelastende activiteiten (Bruidsschat). Daarnaast gelden de regels t.a.v. de fysieke leefomgeving uit de gemeentelijke verordening.

Het bevoegd gezag – in dit geval het college van B&W van de gemeente Overbetuwe – mag een omgevingsvergunning voor een BOPA alleen verlenen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)). Het bevoegd gezag beoordeelt of de BOPA voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onderdeel hiervan is het toetsen van de BOPA aan het geldende beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente. Als de ontwikkeling afwijkt van het beleid maar toch wenselijk is, kan het bevoegd gezag de BOPA ook verlenen. Er is een goede motivering van het besluit in afwijking van het beleid nodig.

omgeving; of 

verwachting dat veel bezwaren zijn tegen de activiteit.

Gezien de omvang en aard van het project, is niet te verwachten dat de UOV zal worden gevolgd. Voordat het bevoegd gezag hiertoe onverhoopt toch beslist (wat dus niet de verwachting is), wordt de aanvrager overigens wel in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze daarover naar voren te brengen (art. 16.65, vijfde lid Ow).

1.5

Leeswijzer

De voorliggende ruimtelijke motivering bestaat uit verschillende onderdelen. Hoofdstuk 1 bevat een beschrijving van de aanleiding tot het opstellen van de motivering, een aanduiding van het projectgebied en het vigerende juridisch-planologische kader. Hoofdstuk 2 bevat een projectbeschrijving, waarbij wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie van het projectgebied. In hoofdstuk 3 wordt getoetst aan relevant rijks- provinciaal en gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 4 bevat een toetsing aan de verschillende relevante omgevingsaspecten. Hierbij wordt per omgevingsaspect het toetsingskader geschetst. Vervolgens wordt in

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

6

2

Projectgebied

2.1

Huidige situatie

Het projectgebied bestaat momenteel uit een perceel met een woning bestaand uit twee lagen met kap, met bakstenen gevels en een dakpannen dak. De woning is omring door een tuin. In het oosten en het zuidoosten zijn respectievelijk een kleiner en groter bijgebouw aanwezig. Beide gebouwen bestaan uit houten gevels met pannen of golfplaten daken. Verder bestaat het projectgebied uit grasland met verspreid over het terrein bomen. In het noorden loopt een onverhard pad naar het projectgebied toe. Een gedeelte van het groen in het westen en zuiden van het projectgebied was reeds gerooid en lag opgestapeld in het noordoosten

Figuur 2.1: Impressie bestaande woning

Figuur 2.3: Impressie bijgebouw 1

Figuur 2.2: Impressie bijgebouw 2

Figuur 2.4: Impressie aanzicht projectgebied

van het projectgebied. De oprit, een stuk van het noorden van het projectgebied en een kleiner gedeelte in het oosten is volledig bedekt met kiezelstenen en bestrating.

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

7

2.2

Toekomstige situatie

In de toekomstige situatie blijft de woning behouden. De woning wordt omgezet naar een bedrijfswoning. De bedrijfswoning zal dienen als huisvesting voor medewerkers die werkzaam zijn bij het aangrenzende bedrijf Spijkerman Beton. Aan de bedrijfswoning zullen geen buitenpandige wijzigingen plaatsvinden. Daarnaast worden de omliggende bijgebouwen gesloopt. Daarvoor in de plaats zal aan de oostkant een bedrijfshal worden gerealiseerd. Hierbij zullen er de bijgebouwen en enkele bomen verwijderd worden. Ten behoeve van het bouwen van betonnen trafostations wordt de bedrijfshal circa1.200 m² met een bouwhoogte van 14 meter. De afmetingen van deze nieuwe hal bedraagt 60 m x 20 m. De bouwhoogte van 14 meter is nodig in verband met de productie die gaat plaatsvinden in de bedrijfshal. In de bedrijfshal worden namelijk trafostations met de loopkatkraan opgepakt en over andere trafostations heen gehesen. De afstand tussen de woning en de nieuwe bedrijfshal is ongeveer 6,5 meter. Achter de bedrijfshal wordt een nieuwe bomenrij aangeplant. Hierdoor wordt de beoogde bedrijfshal beschut door een rij met bomen. De overige bestaande bomen en groen zullen gehandhaafd blijven

Figuur 2.5: Impressie toekomstige situatie

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

8

Landschappelijke inpassing De beoogde bedrijfshal is op een natuurlijke en verzorgde wijze ingepast in de omgeving en sluit aan op de aanwezige landschapsstructuren. Door BRO is voor deze landschappelijke inpassing gezorgd, zoals gevisualiseerd in figuur 2.6. De projectlocatie is gelegen ten zuiden van Elst op een bedrijventerrein. Rondom het projectgebied zijn nog enkele weides aanwezig aan de oostzijde en aan de westzijde ligt de bedrijfshal en bijbehorende opslag. Het projectgebied ligt in het bebouwde gebied van het oeverwallandschap, een halfopen landschap. Het perceel heeft in de huidige situatie veel erfbeplanting in de vorm van bomen aan de randen. De landschappelijke inpassing speelt in op het zoveel mogelijk behouden en gebruiken van de bestaande erfbeplanting. De randen aan de noord, oost en zuidzijde wordt voorzien van een robuuste groenstrook (minimaal 5 m breed). De groenstrook bestaat uit bestaande bomen, maar wordt aangevuld met gebiedseigen bomen en struiken. Aan de westzijde wordt een gemengde struweelhaag aangeplant. De woning met het omliggende erf/tuin wordt door middel van een knip- en scheerhaag afgeschermd van het terrein waar verkeer naar de bedrijfshal rijdt. Deze landschappelijke inpassing is door de gemeente Overbetuwe akkoord bevonden. De gemeente heeft positieve grondhouding ten aanzien van de hoogte van de bedrijfshal.

Figuur 2.6: Landschappelijke inpassing projectvoornemen (tevens in bijlagen opgenomen)

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

9

3

Beleidskaders

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.2

Provinciaal beleid

is er geen sprake van directe doorwerking in het projectgebied. Gelet op

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

de aard en locatie van de ontwikkeling zijn er geen nationale belangen

Provinciale Staten hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie

in het geding. Afwegingen met betrekking tot ruimtelijke ontwikkelingen

Gaaf Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Deze is in

dienen in dat geval te worden gemaakt op gemeentelijk niveau.

werking getreden op 1 maart 2019. Het doel van de Omgevingsvisie is:

Doorwerking projectgebied Hoewel de NOVI geldend is voor het gehele Nederlandse grondgebied,

een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland, vanuit het verle-

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie

Ladder voor duurzame verstedelijking

den én met het oog op de toekomst. De provincie is als middenbestuur

op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving voor Nederland

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, is in artikel 5.129g van het

een belangrijke schakel bij het bereiken van deze doelstellingen en wil

in 2050. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die op 1 januari

Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de 'ladder voor duurzame verstedelij-

op een aantal manieren waarde toevoegen:

2024 in werking is getreden. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat

king' opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en trans-

ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in

parante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

samenhang. Het Rijk wil sturen en richting geven op vier prioriteiten:

De ladder is een motiveringsinstrument dat moet worden toegepast bij

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk

Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel;

maakt. Wat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is

Sterke en gezonde steden en regio's;

in artikel 5.129 g, eerste lid, Bkl bepaald: 'De ontwikkeling of uitbreiding

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, een detailhandel-

met een brede blik kijken naar de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving;

stimuleren van ontwikkelingen enerzijds en beschermen van waarden anderzijds;

focussen op duurzaamheid, onderlinge verbondenheid en een economisch krachtig Gelderland;

door middel van 7 ambities verder verdiepen van de focus.

voorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substanOm beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken,

tieel is'.

De 7 ambities van de provincie zien op de volgende thema's: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereik-

hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven:

Bij de wijziging van een omgevingsplan, die voorziet in een nieuwe ste-

baarheid, vestigingsklimaat en de woon- en leefomgeving. Per

1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het

delijke ontwikkeling, moet rekening worden gehouden met de behoefte

ambitie is de provinciale aanpak beschreven.

verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er

aan die stedelijke ontwikkeling en een motivering, dat de ontwikkeling

wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen

niet binnen bestaand stedelijk gebied of binnen stedelijk groen kan wor-

Doorwerking projectgebied

functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte.

den gerealiseerd als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied

Deze ontwikkeling maakt onder meer de realisatie van een nieuwe be-

plaatsvindt.

drijfshal mogelijk op een bestaand bedrijventerrein. In de omgevingsvi-

2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet al-

sie staat: ‘Het omvormen van bestaande en leegstaande bedrijfslocaties

tijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verDoorwerking projectgebied

heeft de voorkeur boven de aanleg van nieuwe terreinen.’ Met deze ont-

3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomge-

Het projectvoornemen voorziet in de toevoeging van 1.200 m² bvo door

wikkeling wordt bedrijvigheid uitgebreid op een bestaande locatie. Door

ving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de

de ontwikkeling van de nieuwe bedrijfshal. Volgens vaste jurisprudentie

de herbestemming van een woonfunctie naar bedrijvigheid wordt het ter-

huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van

is hiermee sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. In paragraaf

rein efficiënter benut, zonder onnodige uitbreiding naar nieuw buitenge-

toekomstige generaties.

4.12 van onderhavige motivering wordt ten behoeve hiervan een be-

bied.

schillende gebieden kunnen daarom verschillen.

hoefte onderbouwing gegeven.

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

10

Vanwege de functionele samenhang met de bestaande productiefacili-

‘werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland’, en de activiteit

3.3

Gemeentelijk beleid

teit is uitbreiding op de huidige locatie de meest logische en duurzame keuze. Dit voorkomt versnippering van bedrijvigheid en onnodige ver-

'flora- en fauna-activiteiten in Gelderland’ van belang. In artikel 5.41 staat het volgende vermeld: "Voor zover een omgevings-

3.3.1

Omgevingsvisie Overbetuwe 2040

voersbewegingen tussen verschillende locaties. Daarnaast wordt ook

plan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek OverBe-

Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omge-

bijgedragen aan de provinciale duurzaamheidsambities, omdat de

tuwe wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden

vingsvisie Overbetuwe 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de

nieuwe bedrijfshal essentieel is voor de productie van transformatorhuis-

met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen

integrale koers en ambities van de gemeente Overbetuwe voor de fy-

jes. Om Nederland van het gas te krijgen en aan de groeiende energie-

van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkel-

sieke leefomgeving voor de periode tot en met 2040 aan. De Omge-

vraag te voldoen, zijn tienduizenden extra elektriciteitshuisjes nodig. De

doelen landschap Gelderse streek OverBetuwe".

vingsvisie is er primair op gericht om de kwaliteit van het leefmilieu te behouden en waar mogelijk te versterken.

nieuwe bedrijfshal speelt hierin een cruciale rol en draagt bij aan de doelstelling: ‘In 2050 is Gelderland klimaatneutraal’. Hiermee is de be-

In paragraaf 2.2 van deze motivering wordt aangegeven op welke ma-

oogde ontwikkeling in lijn met de omgevingsvisie.

nier rekening wordt gehouden met het landschap. In afdeling 4.3 'Grond-

In de Omgevingsvisie wordt een omschrijving gegeven welke ontwikke-

waterbedreigende activiteiten' van de omgevingsverordening staat ver-

lingen passend zijn in het buitengebied. Agrarisch wordt hierbij als be-

Omgevingsverordening provincie Gelderland

meld dat grondwaterbedreigende activiteiten en een mijnbouwwerk niet

langrijk en karakteristiek gezien. Er wordt opgemerkt dat door digitalise-

Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland

mogen plaatsvinden in intrekgebieden. Met het projectvoornemen is hier

ring, schaalvergroting, verstedelijking en klimaatverandering ruimte no-

(hierna: de Omgevingsverordening of verordening) vastgesteld op 24

geen sprake van. In paragraaf 4.2.1 van de omgevingsverordening zijn

dig is voor verbreding naast de agrarische activiteiten. In Overbetuwe

september 2014. De verordening wordt geregeld geactualiseerd. De

regels opgenomen met betrekking tot flora- en fauna-activiteiten. Voor

worden er zeven deelgebieden onderscheiden met verschillende ontwik-

meest recente actualisatie van de Omgevingsverordening dateert van

het projectvoornemen is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De

kelmogelijkheden. Er zijn echter ontwikkelingen die overstijgend zijn aan

januari 2024. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op

conclusie hiervan staat vermeld in paragraaf 4.14 ‘Natuur en landschap.

de deelgebieden en deze overstijgen. Het gaat om de volgende vier ont-

3.2.2

wikkelingen:

het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale

Bovendien dient vermeld te worden dat de beoogde bedrijfshal en be-

1. Bij vrijkomende agrarische bebouwing waardecreatie voorop stellen

omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voor-

drijfswoning worden gerealiseerd binnen een bestaand bedrijventerrein.

aan de hand van (verbeteren van) omgevings- en milieuwaarden,

schriften.

Dit bedrijventerrein is de meest logische locatie voor de uitbreiding van

aansluitend op de ambities per deelgebied.

deze bedrijvigheid. Hiermee wordt voorkomen dat een bedrijfsmatige acArt. 5.72 Omgevingsverordening Gelderland Een omgevingsplan kan in het buitengebied een bedrijfsmatige activiteit toelaten, tenzij die activiteit naar huidige planologische inzichten thuishoort op een bedrijventerrein.

2. Meer gedifferentieerd bezien van mogelijke nieuwe functies voor tij-

tiviteit in het buitengebied wordt toegelaten, aangezien deze thuishoort

delijk gebruik van vrijkomende agrarische loodsen, met respect voor

op een bedrijventerrein (art. 5.72 omgevingsverordening).

de ambities per deelgebied. 3. Toepassing van clustering en bundeling bij transformatie van (leeg-

De beoogde ontwikkeling sluit aan op de regels uit de omgevingsveror-

staand) agrarisch vastgoed naar woonfuncties. Waar nodig gebrui-

dening.

ken we daarbij ook saldering om 'plussen' en 'minnen' op meerdere

Doorwerking projectgebied Volgens de ‘Omgevingsverordening provincie Gelderland’ gelden in het projectgebied regels voor enkele gebiedsaanwijzingen, omgevingswaarden en activiteiten. Gelet op het projectvoornemen zijn enkel de gebiedsaanwijzingen ‘Gelderse streek OverBetuwe’, 'Intrekgebied' en

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

locaties met elkaar te verbinden en als totaal meerwaarde te creeren. 4. Kleinschalige extensieve recreatie (nevenfuncties) vooral stimuleren nabij het netwerk van recreatieve routes dat zich door het gehele buitengebied begeeft.

11

Doorwerking projectgebied Volgens de gemeentelijke omgevingsvisie bevinden zich bij verschillende kernen aantrekkelijke bedrijventerreinen die direct aan en via snelwegen bereikbaar zijn. De Aam is een van deze aangewezen bedrijventerreinen, en het projectgebied ligt binnen dit gebied. Met deze ontwikkeling wordt ingespeeld op de toenemende vraag naar transformatorhuisjes. De noodzaak om over te stappen van gas is prangend, en de druk op het elektriciteitsnet neemt toe. In de gemeentelijke visie staat het volgende omschreven: ‘We omarmen bedrijvigheid en hechten daarom belang aan het creëren van ruimte voor toekomstgerichtheid en innovatie. Bedrijven moeten immers snel kunnen reageren op de vele en snelle veranderingen.’ De behoefte aan een nieuwe bedrijfshal en een bijbehorende bedrijfswoning sluit volledig aan bij deze toekomstgerichte visie. Om Nederland van het gas te krijgen en aan de groeiende energievraag te voldoen, zijn tienduizenden extra elektriciteitshuisjes nodig. De nieuwe bedrijfshal speelt hierin een cruciale rol en wordt landschappelijk adequaat ingepast (zie paragraaf 2.2). De realisatie van de bedrijfshal en bedrijfswoning draagt bij aan een duurzame toekomst, zowel voor de gemeente Overbetuwe als voor de rest van Nederland.

Bovendien sluit de ontwikkeling goed aan bij de omgeving van het bedrijventerrein en past deze binnen de uitgangspunten van de gemeentelijke omgevingsvisie.

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

12

4

Omgevingsaspecten

4.1

Milieueffectrapportage

sprake van aanleg, wijziging of uitbreiding, waarvoor een mer-beoorde-

Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe

lingsplicht geldt (zie J11 kolom 3 Bijlage V bij het Omgevingsbesluit).

In gemeente Overbetuwe geldt de ‘Nota parkeernormen gemeente

Derhalve is een mer-beoordeling opgesteld in de vorm van een aan-

Overbetuwe 2016’. Het CROW hanteert voor het bepalen van de ste-

meldnotitie. Deze is in de bijlagen opgenomen.

delijkheidsgraad het aantal adressen per vierkante kilometer. Op basis hiervan zou voor de gehele gemeente Overbetuwe de stedelijkheids-

Hierin is onderzocht of er aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden.

graad 'weinig stedelijk' gelden. Voor de Nota parkeernormen gemeente

Bijlage V bij het Omgevingsbesluit in samenhang met de artikelen 11.6

Op basis van de bevindingen zoals beschreven in de aanmeldnotitie kan

Overbetuwe 2016 is daarnaast aansluiting gezocht bij de Toekomstvi-

en 11.8 van het Omgevingsbesluit bepalen of een besluit project-mer-

worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met;

sie+. Hierin is vastgesteld dat de kern Elst een regionale verzorgings-

plichtig of mer-beoordelingsplichtig is. Bijlage V bij het Omgevingsbesluit

1. de kenmerken van het project;

functie en Zetten een subregionale verzorgingsfunctie heeft. Hierbij past

heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van projecten waarvoor

2. de plaats van het project; en,

de verstedelijkingsgraad 'matig stedelijk'. In de kern van Elst is er sprake

een mer-(beoordelings)plicht geldt. In kolom 4 zijn de besluiten opgeno-

3. de kenmerken van het potentiële effect;

van een 'centrum'. De rest van Elst is aangewezen als 'rest bebouwde

men die betrekking hebben op projecten waarvoor de mer-(beoorde-

sprake is van een relatief klein schaalniveau met bijbehorende minimale

kom'. Het bedrijventerrein waar het projectgebied deel van uitmaakt be-

lings)plicht geldt. Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoor-

effecten. Bij elk project is sprake van invloed op het milieu. Maar bij dit

hoort dus tot het gebied ‘rest bebouwde kom’.

delingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project

projectvoornemen is deze niet zodanig dat normen worden overschre-

voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders

den. De potentiële effecten zijn dusdanig beperkt van aard en omvang

Op basis van het relatief hoge autobezit van de inwoners van Overbe-

geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden

dat deze geen aanzienlijke milieueffecten tot gevolg hebben die het

tuwe (bron CBS) worden de maximale parkeerkencijfers van het CROW

staan.

doorlopen van een mer-procedure noodzakelijk maken. In de aanmeld-

binnen Overbetuwe gehanteerd als parkeernormen.

4.1.1

Toetsingskader

notitie wordt daarom aanbevolen om een gemeentelijk besluit voor te Of een project, dat voorkomt in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit, aan-

bereiden, waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming

4.2.2

Toetsing

zienlijke milieueffecten heeft, wordt beoordeeld door het bevoegd ge-

geen milieueffectrapportage wordt vereist.

Verkeersgeneratie Voor de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW-normen

zag. Bij de beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met: b. voor zover relevant: de resultaten van eerder uitgevoerde controles

Het aspect ’Milieueffectrapportage’ vormt geen belemmering voor onder-

heidsgraad van ‘weinig stedelijk’. Het projectgebied behoort tot ‘rest be-

havig projectvoornemen.

bouwde kom’.

of andere beoordelingen van milieueffecten die op grond van veror-

Conclusie

‘Parkeerkencijfers 2024’. Gemeente Overbetuwe heeft een stedelijk-

a. de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn;

4.1.3

deningen, richtlijnen en besluiten als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn verkregen. 4.1.2

Toetsing

Met onderhavig projectvoornemen wordt het bedrijventerrein uitgebreid ter plaatse van een woonfunctie. Het betreft een stedelijk ontwikkelingsproject. Voor een stedelijk ontwikkelingsproject is een mer-plicht niet van toepassing (zie J11 kolom 2 Bijlage V bij het Omgevingsbesluit). Er is

4.2

Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren

4.2.1

Toetsingskader

In verband met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet bij het toelaten van een nieuwe functie worden aangetoond of sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s en fietsen en wat het effect is op de bereikbaarheid en de verkeersafwikkeling. Er mag

Nieuwe bedrjifshal Voor de beoogde bedrijfshal is de verkeersgeneratie berekend op basis van de verkeerskencijfer van een ‘’Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: Bijvoorbeeld loods, bedrijfsopslag, transportbedrijf of distributiecentra (relatief weinig werknemers en relatief weinig bezoekers).’’ De maximale verkeersgeneratie bedraagt 5,7 per 100 m². De beoogde bedrijfshal genereert 68,4 verkeersbewegingen (12 × 5,7 verkeersbewegingen), als wordt uitgegaan van de maximale norm.

geen onaanvaardbaar effect op de fysieke leefomgeving optreden.

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

13

Bedrijfswoning

en de Kattenleger. Het vrachtverkeer kan via de Nieuwe Aamsestraat de

Bedrijfswoning

De CROW-normen bevatten geen categorie specifiek voor bedrijfswo-

A325 en vervolgens de A15 bereiken.

In de ‘Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016’van gemeente

ningen. De bestaande woning wordt omgezet naar 5 wooneenheden ten

Overbetuwe is eveneens geen functie opgenomen met de omschrijving

behoeve van medewerkers van het aangrenzende bedrijf Spijkerman

Het bedrijventerrein beschikt over een infrastructuur die geschikt is voor

bedrijfswoning. De bestaande woning wordt omgezet naar 5 wooneen-

Beton. Gezien de woning wordt gebruikt voor 5 wooneenheden, die

bedrijvigheid en de bijbehorende verkeersgeneratie. De bestaande we-

heden ten behoeve van medewerkers van het aangrenzende bedrijf

geen zelfstandige woningen op zichzelf zijn, maar eerder zelfstandige

gen zijn zodanig ingericht dat ze ook geschikt zijn voor productievoertui-

Spijkerman Beton. Gezien de woning wordt gebruikt voor 5 wooneenhe-

kamers voor niet studenten, zijn de verkeerskencijfers van de functie

gen, zoals vrachtwagens. Dankzij de gunstige ligging ten opzichte van

den, die geen zelfstandige woningen op zichzelf zijn maar eerder zelf-

‘Kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)’ geraadpleegd. Voor het ge-

knooppunt Ressen en de aanwezige ontsluitingsmogelijkheden, kan het

standige kamers voor niet studenten, is de parkeernorm van de functie

bied ‘rest bebouwde kom’ wordt, uitgaande van de maximale situatie,

toenemende verkeer eenvoudig opgaan in het heersende verkeers-

‘Kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)’ gebruikt. Per kamer geldt

gerekend met een norm van 1,2 verkeersbewegingen per kamer. De be-

beeld. De toename van circa 75 verkeersbewegingen als gevolg van

voor ‘rest bebouwde kom’ een parkeernorm van 0,8 parkeerplaatsen,

drijfswoning genereert 6 verkeersbewegingen.

deze ontwikkeling kan dan ook adequaat worden opgevangen. De ont-

waarvan 0,2 parkeerplaatsen voor bezoekers bestemd zijn. De totale

wikkeling heeft dan ook geen negatieve effecten op de omgeving. De

parkeerbehoefte van de bedrijfswoning bedraagt 4 parkeerplaatsen (5 ×

verkeersafwikkeling vormt geen belemmering.

0,8 parkeerplaatsen). Op eigen terrein zullen 5 parkeerplaatsen gereali-

Tabel 4.1 toont dat onderhavige ontwikkeling circa. 75 verkeersbewegingen genereert.

seerd worden. Hiermee wordt de parkeerbehoefte van de bedrijfswoning Parkeren Voor de parkeerbehoefte is de ‘Nota parkeernormen gemeente Overbe-

Tabel 4.1: Verkeersgeneratie

Categorie

Norm max.

Aantal

Verkeersgeneratie

Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief

5,7 per 100 m²

1.200 m²

68,4

‘Kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)’

tuwe 2016’ geraadpleegd. De totale parkeerbehoefte is in tabel 4.2 berekend.

De parkeerbehoefte is berekend op basis van de parkeernorm beho1,2 per kamer

5 kamers

6

74,4

Tabel 4.2: Parkeerbehoefte

Categorie

Norm max.

Aantal

Parkeerbehoefte

Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief

1,3 per 100 m²

1.200 m²

16

‘Kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)’

0,8 per kamer

5 kamers

4

Nieuwe bedrijfshal rende tot de functie ‘Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: Bijvoorbeeld loods, opslag of transportbedrijf (relatief weinig werknemers

Totaal

volledig opgevangen.

en relatief weinig bezoekers). Totaal

Verkeersafwikkeling Het projectgebied is op het bedrijventerrein De Aam gelegen. Het bedrijventerrein wordt omringd door belangrijke infrastructurele en landschappelijke lijnen en ligt in de oksel van het knooppunt Ressen: een verkeersknooppunt waar de Rijkswegen A15 en de provinciale weg N325 elkaar kruisen. De hoofdontsluiting van het bedrijventerrein vindt plaats via de Industrieweg Oost op de Nieuwe Aamsestraat. Daarnaast zijn in het zuidwesten en zuidoosten ontsluitingsmogelijkheden aanwezig door de aantakking van de Bemmelseweg op respectievelijk de Stationsstraat

In de rest van de bebouwde kom van Elst geldt voor deze functie een parkeernorm van 1,3 parkeerplaatsen per 100 m² bvo. De nieuwe bedrijfshal wordt 1.200 m² bvo. De parkeerbehoefte bedraagt afgerond 16 parkeerplaatsen (12 × 1,3 parkeerplaatsen). Deze parkeerplaatsen zul-

4.2.3

20

Conclusie

Het aspect ’Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren’ vormt geen belemmering voor onderhavig projectvoornemen.

len op het eigen terrein van het bedrijf Spijkerman Beton opgevangen worden, ter hoogte van de aanliggende perceel. De nieuwe bedrijfshal is namelijk een uitbreiding van de productiefaciliteiten van dit bedrijf. Hiermee wordt de parkeerbehoefte van de beoogde bedrijfshal volledig opgevangen.

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

14

4.3

Activiteiten en milieuzonering

4.3.1

Toetsingskader

op een milieugevoelige functie is het dus noodzakelijk te bepalen of er

lang goed gefunctioneerd en kan nog steeds als richtlijn worden toege-

sprake is van een aanvaardbare woon- en leefomgeving.

past. De oude VNG-handleiding Bedrijven en milieuzonering is een beproefd instrument dat breed is geaccepteerd en toegepast. Daarnaast is

Het is van belang dat activiteiten met gebruiksruimte en milieugevoelige

Handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’

het vigerende bestemmingsplan ook gebaseerd op de oude handleiding.

functies in evenwicht tot elkaar locaties krijgen toegedeeld in de fysieke

De handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ van de VNG biedt onder

Ten slotte is in de adviesbrief van de gemeente Overbetuwe (d.d. 23 ok-

leefomgeving. Dit kan in hoofdzaak op twee manieren: 1. 2.

de Omgevingswet een nieuwe systematiek van milieuzonering en ver-

tober 2023) uitgegaan van de oude handleiding. De bestaande richtaf-

Menging van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het

vangt daarmee de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ onder de

standen en systematiek in deze oude handleiding bieden nog steeds

kan én gewenst is.

oude wetgeving. De nieuwe systematiek omvat geen koppeling meer

een solide basis voor ruimtelijke ordening en milieubeoordeling.

Scheiding van milieugevoelige en milieubelastende functies waar

van activiteiten aan milieucategorieën per Standaard Bedrijfsindeling

het moet.

code (SBI-code) en de daarbij behorende richtafstanden. In plaats daar-

Het huidige woonhuis wordt in de toekomst aangewend voor huisvesting

Op deze manier wordt zowel voor ruimte voor bedrijvigheid gezorgd als

van wordt getoetst aan concrete, juridisch bindende milieuwaarden voor

van medewerkers die werkzaam zijn binnen het aangrenzende bedrijf

voor het behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving.

geluid en geur. De systematiek drijft op inwaartse zonering op basis van

Spijkerman Beton in Elst. De woning wordt benut als bedrijfswoning ter

geluid en geur. Bij de meeste activiteiten is geluid het maatgevende as-

huisvesting van medewerkers. Op het perceel wordt een nieuwe be-

Daarbij moet worden voldoen aan de instructieregels uit het Besluit

pect, slechts een enkele activiteit is geurrelevant. De specifieke regels

drijfshal gerealiseerd dat zal worden aangewend voor op- en overslag

Kwaliteit leefomgeving (Bkl) ten aanzien van geluid, geur en trilling door

voor geluid en geur in de handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ gel-

en logistiek ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten van Spijkerman Be-

activiteiten. Met als gevolg dat milieunormering in het omgevingsplan

den aanvullend op de standaard gebiedsgerichte regels in het omge-

ton.

plaatsvindt om tot een evenwichtige toedeling van milieugevoelige en

vingsplan van gemeenten.

milieubelastende functies te komen. Deze milieunormen voor activiteiten

Nieuwe bedrijfshal

met gebruiksruimte (gebiedsgerichte regels) beogen de gebruiksruimte

4.3.2

van een activiteit specifiek te begrenzen, zodat die activiteit op een spe-

Met onderhavig projectvoornemen wordt naar de omzetting van een wo-

liggen percelen met de bestemming Bedrijventerrein en Groen. Van-

cifieke locatie kan worden verricht zonder onaanvaardbare gevolgen

ning naar bedrijfswoning, een nieuwe bedrijfshal gerealiseerd. In het ka-

wege de ligging op een bedrijventerrein kan gemotiveerd worden dat er

voor een milieugevoelige functie in dat gebied. De term ‘activiteiten met

der van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient on-

sprake is van gemengd gebied. De richtafstanden zoals opgenomen in

gebruiksruimte’ kan dus ook worden gebruikt voor activiteiten die het mi-

derzocht te worden of de beoogde ontwikkeling geen belemmering

de VNG-publicatie kunnen met één afstandstrede verlaagd worden.

lieu belasten, maar niet specifiek zijn aangewezen in het Besluit activi-

vormt in de bedrijfsvoering van omliggende functies en of een aanvaard-

teiten leefomgeving (Bal). De term is dus ruimer dan de veelgebruikte

baar woon- en leefklimaat voor omliggende woningen gewaarborgd kan

De functiewijziging naar bedrijventerrein past bij de omliggende bestem-

term ‘milieubelastende activiteiten’.

blijven.

ming bedrijventerrein. Er liggen twee bedrijfswoningen in de omgeving

Toetsing

De huidige bestemming is Wonen en Tuin. In de omgeving van het plan

van het perceel. Op een afstand van 65 meter ligt een bedrijfswoning Het uitgangspunt is dat alle activiteiten met gebruiksruimte in meer of

Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’

aan de Bemmelseweg 50 en op een afstand van 80 meter ligt een be-

mindere mate milieu gerelateerde gebruiksruimte nodig hebben en dus

Hoewel de nieuwe handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ van de

drijfswoning aan de Bemmelseweg 62. Deze bedrijfswoningen liggen in

belastend kunnen zijn. Alleen het wonen is hiervan uitgezonderd. Dat

VNG een nieuwe systematiek van milieuzonering biedt, hoeft hier geen

de bestemming Bedrijventerrein milieucategorie 3.12 en 3.2.

betekent dat wanneer het om wonen gaat, het niet nodig is om specifiek

gebruik van gemaakt te worden. De nieuwe VNG-handleiding is namelijk

te kijken naar de impact op het milieu bij het bepalen van de ruimte die

niet juridisch verplicht. Gemeenten en andere overheidsinstanties mo-

voor deze activiteit nodig is. Wel is wonen een milieugevoelige functie,

gen zelf bepalen of ze deze hanteren. De oude handleiding heeft jaren-

net als o.a. onderwijs en gezondheidszorg. Bij een ontwikkeling die ziet

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

15

Een milieucategorie 3.1 heeft een maximale richtafstand van 30 meter

omringd door bedrijven met milieucategorie tot en met 3.1. Aangezien

bij gemengd gebied. Een milieucategorie 3.2 heeft een maximale richtaf-

de huidige bestemming Wonen is, is er al eerder gemotiveerd dat er hier

stand van 50 meter bij gemengd gebied. Aan deze afstanden wordt vol-

sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat omlig-

daan.

gende bedrijven/ percelen niet worden belemmerd.

Gezien aan deze afstanden wordt voldaan en het feit dat andere func-

Bovendien geldt voor een bedrijfswoning (met functionele binding aan

ties en bedrijvigheid dichter op de bestaande bedrijfswoningen zijn gele-

het bedrijf) een lager beschermingsniveau ten opzichte van een woning.

gen zijn er geen belemmeringen voor de realisatie van de beoogde be-

In de VNG-brochure staat dat de richtafstandenlijsten niet zonder meer

drijfshal.

worden toegepast als gevoelige functies op een bedrijventerrein voorko-

Figuur 4.1: Beoordeling oude activiteiten volgens ‘Activiteiten en milieuzonering’

men. Voor bedrijfswoningen geldt vanuit het milieuspoor geen of beTabel 4.3: Richtafstanden volgens VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’

perkte bescherming. Ook onder de bruidsschat gelden de waarden voor geluid, trillingen, geur en slagschaduw niet voor de eigen bedrijfswoning. De bedrijfswoning moet dan een functionele binding hebben met

Milieucategorie

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

3.2

100 m

4.1

200 m

4.3.3

Conclusie

Het aspect ‘Activiteiten en milieuzonering’ vormt geen belemmering voor onderhavig projectvoornemen.

de activiteit die deze milieubelasting veroorzaakt. Daar is in onderhavige situatie sprake van.

4.4

Akoestiek | Wegverkeerslawaai

Op basis van bovengenoemde gegevens kan geconcludeerd worden

4.4.1

Toetsingskader

dat met onderhavig omgevingsvergunning de huidige milieugevoelige

30 m

Er dient rekening te worden gehouden met het geluid door (spoor)we-

functie planologisch gewijzigd wordt naar een functie dat minder milieu-

gen op geluidgevoelige gebouwen. Daarbij gelden er geluidaandachts-

50 m

gevoelig is. Het voornemen voor een bedrijfswoning is passend binnen

gebieden rondom (spoor)wegen. Binnen een dergelijk geluidsaan-

100 m

de omgeving, en vormt geen belemmering voor omliggende functies en

dachtsgebied, dient het geluid op geluidgevoelige gebouwen aanvaard-

bedrijfsvoering.

baar te zijn (par. 5.1.4.2a Bkl). Indien het geluid op een geluidgevoelig

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

Handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’

5.2

700 m

500 m

Zorgvuldigheidshalve is ook de nieuwe VNG-handreiking geraadpleegd.

woon- en leefomgeving. De standaardwaarden zijn aangegeven in on-

5.3

1.000 m

700 m

Figuur 4,1 toont de beoordeling activiteiten van de VNG-handreiking Ac-

derstaande tabel. Deze geluidsnormen hebben betrekking op het geluid

6

1.500 m

1.000 m

tiviteiten en milieuzonering. Hieruit blijkt dat voor een gemengd gebied

op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel

ten aanzien van geluid in de basis een afstand van 50 meter geldt voor

het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het

Bedrijfswoning

activiteiten in categorie 3, wat vergelijkbaar is met milieucategorie 3.2 uit

geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en sla-

De medewerkers van de bedrijfswoning behoren bij het bijbehorende

de oude handreiking. Deze zone van 50 meter wordt, gezien de afstan-

pen.

bedrijf. Ten behoeve hiervan wordt een bestaande woning omgezet

den tot de omliggende bedrijfswoningen, gerespecteerd.

gebouw (binnen een geluidaandachtsgebied) niet meer bedraagt dan de standaardwaarde dan is er in ieder geval sprake van een aanvaardbare

naar een bedrijfswoning. Woningen worden aangemerkt als milieugevoelige functies. De bestaande woning wordt in de huidige situatie reeds

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

16

Tabel 4.4: Standaardwaarde geluid voor een geluidbron op een geluidgevoelig gebouw per (spoor)weg

gende bedrijven en percelen niet worden belemmerd. Voor bedrijfswo-

uitgevoerd ten behoeve van voorgenomen ontwikkeling. De volledige

ningen geldt echter zelfs een lager beschermingsniveau ten opzichte

rapportage is in de bijlagen opgenomen.

Geluidbronsoorten

Standaardwaarde

van woningen. Op grond van de bruidsschat gelden de waarden voor

Rijkswegen en provinciale wegen

50 Lden

akoestiek niet voor een bedrijfswoning die een functionele binding heeft

Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart is aan het projectge-

Gemeentewegen en waterschapswe-

53 Lden

met de activiteit die deze milieubelasting veroorzaakt (artikel 22.58). Er

bied een hoge archeologische verwachting toegekend. Dit is in het be-

worden geen nieuwe geluidsgevoelige functies mogelijk gemaakt. De

stemmingsplan doorvertaald naar dubbelbestemming ‘Waarde - Archeo-

bestaande woning (geluidsgevoelige functie) wordt omgezet naar een

logische verwachting 1’. Na het verrichten van een archeologische bu-

bedrijfswoning met een lager beschermingsniveau. Gezien het een om-

reaustudie is het gebied onderzocht door middel van een inventarise-

zetting naar een bedrijfswoning van hetzelfde bedrijf betreft, is een na-

rend veldonderzoek, karterende fase.

gen Hoofdspoorwegen en locale spoor-

55 Lden

wegen

De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescher-

der geluidsonderzoek naar zowel wegverkeerslawaai niet vereist.

ming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of

Uit het booronderzoek is gebleken dat de bovengrond tot een aanzien-

aanpassing van (spoor)wegen en anderzijds bij het mogelijk maken van

4.4.3

nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een (spoor)weg.

Het aspect ‘Akoestiek’ vormt geen belemmering voor onderhavig pro-

nen en mogelijk ook een deel van de afzettingen die geschikt waren

Geluidsgevoelige gebouwen zijn gebouwen, waaronder een gebouw of

jectvoornemen.

voor bewoning. Binnen het projectgebied worden geen vindplaatsen ou-

Conclusie

een gedeelte van een gebouw dat bijvoorbeeld een woon-, onderwijs- of

der dan de Nieuwe Tijd Laat verwacht. Bij de vindplaats uit de Nieuwe

zorgfunctie heeft. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid op grond van artikel

4.5

Archeologie

4.5.1

Toetsingskader

4.2 van de Omgevingswet. Dat doet de gemeente vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Er dient rekening gehouden te worden met het belang van het behoud Daarnaast vindt de beheersing van het geluid plaats:

van cultureel erfgoed, waaronder archeologische monumenten (par.

bij provinciale wegen en door de provincie aangewezen lokale

5.1.5.5 Bkl). Dit door regels te stellen ter bescherming van het cultureel

spoorwegen: met geluidproductieplafonds (op referentiepunten);

erfgoed gericht op:

bij gemeentelijke en waterschapswegen en andere lokale spoorwegen: met de basisgeluidemissie.

Een geluidsproductieplafond geeft de maximale toegestane productie

 het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van op grond van het omgevingsplan beschermde archeologische monumenten;  het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ.

weer op een vast fictief punt, het referentiepunt, op korte afstand van de

In het belang hiervan worden in het gemeentelijke omgevingsplan ook

geluidsbron.

regels gesteld over eisen aan onderzoek. 4.4.2

lijke diepte is verstoord, waardoor de oorspronkelijke bodem is verdwe-

Tijd Laat (1878-1930) gaat het om mogelijke funderingsresten van een steenfabriek. De verwachting is dat deze resten vrijwel geen nieuwe informatie gaan toevoegen aan de bestaande kennis van zowel nog intacte steenfabrieken uit de Nieuwe Tijd als al opgegraven steenfabrieken binnen de provincie Gelderland. Aangezien de geplande bodemingrepen binnen het projectgebied te klein van omvang zijn om kenniswinst op te leveren, adviseert KSP Archeologie om de archeologische dubbelbestemming te laten vervallen en geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. 4.5.3

Conclusie

Het aspect ‘Archeologie’ vormt geen belemmering voor onderhavig projectvoornemen.

Toetsing

In de huidige situatie bevindt zich een woning op het projectgebied.

4.5.2

Aangezien de bestemming ‘Wonen’ is, is eerder gemotiveerd dat er

KSP Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventa-

sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat omlig-

riserend veldonderzoek, karterende fase (IVO-(O)verig); booronderzoek)

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

Toetsing

17

4.6

Bezonning

4.7

Bodem

4.6.1

Toetsingskader

4.7.1

Toetsingskader

De zintuiglijk schone bovengrond van klei is niet verontreinigd met de geanalyseerde parameters. De bovengrond kan, op basis van de analyseresultaten, worden geclassificeerd als kwaliteitsklasse landbouw/na-

Bezonning is een belangrijk aspect bij het beoordelen van de ruimtelijke

Het omgevingsplan bevat de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van

tuur. Zowel de bovengrond van klei met zintuiglijke bijmengingen (mm1

kwaliteit binnen het projectgebied en de omgeving daarvan. Het is es-

de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bo-

bg) als de zintuiglijk verontreinigde ondergrond (mm3 og en m1.3) zijn

sentieel om voldoende zonlicht of schaduw te hebben op gebouwen, tui-

demgevoelige locatie (par. 5.1.4.5 Bkl). Het gaat daarbij om een gebouw

tot boven de kwaliteitsklasse wonen verontreinigd met zware metalen,

nen, terrassen en speelplekken, omdat dit bijdraagt aan een aange-

of een deel van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen

PCB (som 7), PAK (10 VROM) en/of minerale olie. De bovengrond kan,

naam verblijfsklimaat. Er gelden geen specifieke instructieregels voor

meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Ook

op basis van de analyseresultaten, worden geclassificeerd als kwaliteits-

het aspect bezonning. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om dit zelf

de aangrenzende tuin of perceel maakt hier onderdeel van uit. Bij het

klasse industrie.

in te vullen.

bepalen van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit houdt de gemeente rekening houdend met de interventiewaarden voor de verschil-

Deze resultaten vormen gelet op de beoogde ontwikkelingen geen aan-

Het onafhankelijke onderzoeksinstituut TNO heeft richtlijnen opgesteld

lende stoffen en neemt de gemeente de grenswaarden in acht. Bij over-

leiding om vervolgonderzoek te verrichten.

voor bezonning, die kunnen worden onderverdeeld in een 'lichte' en

schrijding van de toelaatbare kwaliteit kan alleen gebouwd worden als

'strenge' norm:

de door de gemeente voorgeschreven sanerende of andere bescher-

Verkennend asbestonderzoek

mende maatregelen worden getroffen.

Zintuiglijk is ter plaatse van inspectiegat A10 asbestverdacht materiaal

de 'lichte' TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maan-

aangetroffen. Uit de bovenstaande resultaten en de uitgevoerde bereke-

den) in midden vensterbank binnenkant raam;

Daarnaast is in het omgevingsplan de landbodem in verband met grond-

ningen blijkt dat in twee van de geanalyseerde (meng)monsters een to-

de 'strenge' TNO-norm: ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per

verzet in de bodemfunctieklassen landbouw/natuur, wonen en industrie

taal gewogen asbestgehalte van respectievelijk 1.367 en 3,8 mg/kg.ds

dag in de periode 21 januari – 22 november (gedurende 10 maan-

ingedeeld, rekening houdend met de functie van de locatie. Ook kunnen

aangetoond. In asbestgat A10 is een gewogen asbestconcentratie van

den) in midden vensterbank binnenkant raam.

in het omgevingsplan bodembeheergebieden zijn aangewezen.

boven de 100 mg/kg.ds (=interventiewaarde) aangetoond. Ter plaatse wordt derhalve een nader asbestonderzoek noodzakelijk geacht.

4.6.2

Toetsing

4.7.2

Toetsing

De nieuwe bedrijfshal krijgt een maximale bouwhoogte van 14 meter.

Milieupartner BV een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitge-

In de overige gaten is zowel zintuiglijk als analytisch geen AVM aange-

Deze bedrijfshal is naast de bestaande woning gepositioneerd, die om-

voerd ter plaatse van het projectgebied. De volledige rapportage is in de

troffen. Het gehalte ter plaatse het grind/puinpad (mmAB2) bevat een

gezet zal worden naar een bedrijfswoning. Onder de bruidsschat gelden

bijlagen opgenomen.

gewogen asbestgehalte onder de norm voor nader onderzoek van 50

de waarden voor slagschaduw niet voor de eigen bedrijfswoning (artikel

mg/kg d.s. Derhalve wordt ter plaatse van het puin/grindpad nader on-

22.217). De bedrijfswoning moet dan een functionele binding hebben

Verkennend bodemonderzoek

met de activiteit die deze milieubelasting veroorzaakt. In onderhavige si-

De bodem is, over het algemeen, opgebouwd uit matig siltig/ zwak tot

tuatie

matig zandige klei. De bovengrond is overwegend zwak humeus. Plaat-

4.7.3

selijk is onder de verharding matig grof, zwak siltig zand aanwezig. Tij-

Het aspect ‘Bodem’ vormt vooralsnog geen belemmering voor onderha-

dens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen asbestver-

vig projectvoornemen. De resultaten van het verkennend bodemonder-

Het aspect ‘Bezonning’ vormt geen belemmering voor onderhavig pro-

dachte bijmengingen aangetroffen op het maaiveld en in de opgeboorde

zoek vormen geen aanleiding om vervolgonderzoek te verrichten. Daar-

jectvoornemen.

grond. In, met name de bovengrond zijn resten tot sterke bijmeningen

entegen wordt op grond van het verkennend asbestonderzoek geadvi-

met baksteen, puin, sintels, glas en/of kolengruis aangetroffen.

seerd om ter plaatse van inspectiegat A10 een nader asbestonderzoek

4.6.3

Conclusie

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

derzoek niet noodzakelijk geacht. Conclusie

18

te verrichten om te bepalen of ter plaatse sprake is van een asbestver-

draagt direct bij aan een duurzamer Nederland. Transformatorstations

ontreiniging. Dit nader onderzoek wordt momenteel nog uitgevoerd.

spelen een essentiële rol in de verdeling van elektriciteit, waardoor duurzame energiebronnen zoals zonne- en windenergie efficiënter kunnen

4.8

Cultuurhistorie

4.8.1

Toetsingskader

worden geïntegreerd in het net. De initiatiefnemer neemt verantwoordelijkheid door een aanzienlijk deel van de productie van deze transformatorstations op zich te nemen. Door

Sinds 2016 is de regelgeving met betrekking tot het behoud en beheer

de productiefaciliteit uit te breiden met een moderne, nieuwe hoge be-

van cultureel erfgoed ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de

drijfshal, kunnen zij niet alleen efficiënter produceren, maar ook inspelen

Omgevingswet zorgt deze wet voor een integrale bescherming van ons

op de toenemende vraag naar innovatieve en duurzame transformator-

cultureel erfgoed.

stations. Een robuuster en toekomstbestendig elektriciteitsnet is noodzakelijk om overbelasting te voorkomen en de overstap naar groene ener-

Cultureel erfgoed bestaat uit vijf elementen: roerend of immaterieel cul-

gie te versnellen. Dankzij deze investeringen wordt het mogelijk om

tureel erfgoed, cultuurlandschappen, archeologische monumenten, ge-

meer huishoudens en bedrijven van schone energie te voorzien, waar-

bouwde monumenten en stads- en dorpsgezichten. Er dient rekening

door de CO₂-uitstoot verder wordt verlaagd en Nederland een belang-

gehouden te worden met het belang van het behoud van dit cultureel

rijke stap zet richting een duurzamere toekomst.

erfgoed. Dit door regels te stellen ter bescherming van het cultureel erfgoed (par. 5.1.5.5 Bkl).

Figuur 4.2: Uitsnede Cultuurhistorie DNA-kaart provincie Gelderland

4.8.2

4.9

Duurzaamheid

bied beschikt niet over een cultuurhistorische dubbelbestemming en of

4.9.1

Toetsingskader

aanduiding beschermd dorpsgezicht. Tevens is de cultuurhistorische

Doel van de Omgevingswet is een duurzame ontwikkeling van de fy-

DNA-kaart van provincie Gelderland geraadpleegd. Hieruit is af te lezen

sieke leefomgeving. Duurzaamheid is het waarborgen van de bestaans-

dat er geen monumenten en/of beeldbepalende panden aanwezig zijn op het projectgebied (zie figuur 4.2).

Toetsing

4.9.3

Conclusie

Het aspect ‘Duurzaamheid’ vormt geen belemmering voor onderhavig projectvoornemen.

Het projectgebied bevindt zich op een bedrijventerrein. Het projectge-

4.10

Geur

mogelijkheden van de mens. Iedereen wil immers welvarend, gezond en

4.10.1

Toetsingskader

veilig leven. Duurzame ontwikkeling vergt volgens de commissie-Brundt-

Er dient rekening te worden gehouden met geur door activiteiten op

land een balans tussen de kwaliteit van de natuurlijke leefomgeving

geurgevoelige gebouwen. Daarbij dient de geur op geurgevoelige ge-

(planet), de economie (profit) en het sociale vermogen van de mens

bouwen aanvaardbaar te zijn (par. 5.1.4.6 Bkl). Voor enkele, met name

Het aspect ‘Cultuurhistorie’ vormt geen belemmering voor onderhavig

(people). Dit vraagt om zorgvuldig benutten, ontwikkelen en beheren

agrarische activiteiten zijn standaardwaarden bepaald voor de geurbe-

projectvoornemen.

van de fysieke leefomgeving.

lasting of afstand waarbij er in ieder geval sprake is van een aanvaard-

4.8.3

Conclusie

bare woon- en leefomgeving. Voor bedrijfsmatige activiteiten zoals on4.9.2

Toetsing

De toevoeging van 45.000 extra transformatorstations aan het Neder-

der meer industrie worden geen waarden en afstanden toegekend. Ook in deze gevallen dient er rekening te worden gehouden met de geur af-

landse elektriciteitsnet is een cruciale stap in de energietransitie en

Bedrijfswoning en bedrijfshal Bemmelseweg 58-60, Elst

19

komstig van deze activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Geurgevoe-

4.11

Gezondheid

van een gebouw dat bijvoorbeeld een woon-, onderwijs- of zorgfunctie

4.11.1

heeft. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de

Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand

mate van bescherming tegen geur op grond van artikel 4.2 van de Om-

houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede

gevingswet. Dat doet de gemeente vanuit een evenwichtige toedeling

omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omge-

van functies aan locaties.

vingswet. Een gezonde en veilige leefomgeving is een leefomgeving die

Toetsingskader

als prettig wordt ervaren (welbevinden/kwaliteit), uitnodigt tot gezond gedrag (gezondheidsbevordering) en waar de druk op de gezondheid zo

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=aacf33ec-4869-4df5-8c7d-4f164ef806db