25-12-09.05 Concept besluitenlijst raad 11 november 2025
Tekst van het document
Hier dient in de toekomst verdergaande bijsturing plaats te vinden. 3. Structurele besparingen zijn niet tijdig beschikbaar Met name de oplopende kosten in de jeugdzorg welke inzichtelijk zijn geworden na de Kadernotabehandeling zorgen voor een groot tekort. De tijd is onvoldoende gebleken om structurele besparingen te vinden die in 2026 kunnen effectueren. We respecteren deze realiteit en kiezen daarom bewust voor een tijdelijke oplossing. 4. Tijdelijke besparingen geven noodzakelijke ademruimte Door voor 2026 tijdelijke besparingen van € 500.000 te realiseren, voorkomen we een onnodige piek in de lastendruk terwijl we tijd creëren voor een zorgvuldige structurele oplossing. Dit past bij verantwoordelijk financieel bestuur: de acute problematiek aanpakken zonder overhaaste structurele beslissingen te forceren die later tot spijt kunnen leiden. 5. Structurele oplossing via reguliere planning Na de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 kunnen de coalitieonderhandelingen de structurele financiële opgave meenemen als onderdeel van het nieuwe coalitieakkoord. De Kadernota 2027 biedt vervolgens het reguliere kader om structurele maatregelen te verankeren. Deze planning is zorgvuldig, democratisch en biedt de nieuwe raad de ruimte om keuzes te maken die passen bij het door kiezers uitgesproken mandaat. 6.
Beperking OZB-verhoging tot 15% blijft substantieel Met dit amendement zorgen wij voor een meer evenwichtige verdeling van het dekken van het structureel tekort tussen lastenverzwaring en beperken van de uitgaven. We geven met deze
verlaging van de OZB-verhoging van 20% naar 15% een belangrijk signaal af: de gemeente doet er alles aan om de lasten voor inwoners binnen de perken te houden. Conclusie Dit amendement is een verantwoord voorstel dat: ▪ Acute lastendruk voor inwoners en ondernemers verlicht; ▪ Tijd creëert voor structurele oplossingen; ▪ Aansluit bij de democratische planning (verkiezingen, coalitieonderhandelingen, Kadernota); ▪ Past bij gezond financieel bestuur. Wij roepen de raad op dit amendement te steunen en daarmee een belangrijk signaal af te geven aan onze inwoners en ondernemers: wij zorgen als gemeente dat we ons huishoudboekje op orde brengen en leggen de rekening daarvoor niet onevenredig bij de inwoners en ondernemers. Dit hebben we besloten in de openbare vergadering van 11 november 2025. Dit was hoe de partijen stemden: CDA: GBO: D66: Lijst BOB: VVD: GL: OBN: LK: PvdA: CU:
voor voor voor voor voor voor voor voor voor voor
0 0 0 3 3 0 0 0 0 0
tegen 7 tegen 4 tegen 3 tegen 0 tegen 0 tegen 3 tegen 3 tegen 1 tegen 1 tegen 1
Totaal:
voor
6
tegen 23
Hiermee is dit amendement niet aangenomen.
drs. D.E. van der Kamp griffier
R.P. Hoytink-Roubos voorzitter
Bijlage 14:
M1
MOTIE Scenario’s verhoging OZB niet-woningen
Deze motie hoort bij punt 5 Programmabegroting 2026 van de raadsvergadering op 11 november 2025 De volgende partijen dienen dit voorstel in: D66 Overbetuwe, Mariël de Vries GroenLinks Overbetuwe, Thijme Hoffman
We stellen de raad voor om het volgende besluit te nemen: We stellen vast dat: •
de opbrengst van de onroerendezaakbelasting (OZB) voor niet-woningen in Overbetuwe relatief laag is in vergelijking met andere, vergelijkbare gemeenten;
•
de lastenverdeling tussen inwoners en bedrijven in balans moet blijven, zeker met het oog op toekomstige investeringen in bijvoorbeeld duurzaamheid, leefbaarheid en bereikbaarheid;
We hebben nagedacht over en houden rekening met: •
een gefaseerde aanpassing van de OZB voor niet-woningen al dan niet gecombineerd met een verlaging of mindere verhoging van de OZB voor woningen kan bijdragen aan een betere balans qua verdeling van lasten;
•
het wenselijk is voor de toekomstige coalitiepartijen om inzicht te krijgen in verschillende scenario’s voor een andere verdeling van de OZB opbrengsten tussen woningen en nietwoningen en de gevolgen van deze scenario’s voor inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven
•
dergelijke scenario’s helpen om gefundeerde keuzes te maken over tempo en effecten van het verhogen of verlagen van de tarieven voor woningen en niet woningen en mogelijke mitigerende maatregelen;
We vragen het college om •
verschillende scenario’s uit te laten werken waarbij de OZB-tarieven voor niet-woningen op termijn laten bewegen naar een niveau dat vergelijkbaar is met gemeenten die vergelijkbaar zijn met Overbetuwe;
•
daarbij de effecten per scenario inzichtelijk te maken op:
•
o
de gemeentelijke inkomsten,
o
de lastenontwikkeling voor ondernemers, maatschappelijke organisaties en huiseigenaren
o
de verhouding tussen OZB-inkomsten uit woningen en niet-woningen;
deze scenario’s inclusief eventuele mitigerende maatregelen bij voorkeur voor de gemeenteraadsverkiezingen 2026 ter kennisname aan de raad te doen toekomen.
Dit hebben we besloten in de openbare vergadering van 11 november 2025. Dit was hoe de partijen stemden: CDA: GBO: D66: Lijst BOB: VVD: GL: OBN: LK: PvdA: CU:
voor voor voor voor voor voor voor voor voor voor
7 4 3 3 2 3 3 1 1 1
tegen 0 tegen 0 tegen 0 tegen 0 tegen 0 tegen 0 tegen 0 tegen 0 tegen 0 tegen 0
Totaal:
voor
28
tegen 0
Hiermee is deze motie wel aangenomen
drs. D.E. van der Kamp griffier
R.P. Hoytink-Roubos voorzitter
Bijlage 15:
M2
MOTIE Verbeteren begrotingsdiscipline
Deze motie hoort bij punt 5 Programmabegroting 2026 van de raadsvergadering op 11 november 2025 De volgende partijen dienen dit voorstel in: D66 Overbetuwe, Mariël de Vries ChristenUnie Overbetuwe. Gerdien Maaijen We stellen de raad voor om het volgende besluit te nemen: We stellen vast dat: •
de financiële positie van de gemeente Overbetuwe onder druk staat. De solvabiliteit is laag en de ruimte in de reserves neemt af;
•
er regelmatig administratieve en begrotingswijzigingen1 worden gedaan die (deels) ten laste van de algemene reserve komen en/of die leiden tot een verslechtering van het meerjarig begrotingssaldo;
We vinden dat: •
het zowel eenmalig als structureel aanspreken van de algemene reserve via administratieve en/of begrotingswijzigingen geen duurzame oplossing biedt voor financiële tekorten;
•
het verstandig is om keuzes voor (nieuwe) uitgaven te koppelen aan voor te stellen ombuigingen of herschikkingen binnen de bestaande begroting;
•
het belangrijk is om een betrouwbaar overheidsorgaan te zijn, waardoor het als raad lastig is om administratieve wijzigen (eenmalig tot 150k of structureel tot 20k, die binnen gestelde kaders vallen en waarvan uitvoering al kan starten vanaf collegebesluit) niet goed te keuren;
•
het voor de raad bij tussentijdse begrotingswijzigingen lastiger is om een goede afweging te maken in relatie tot de ombuigingen.
Volgens artikel 6 van de financiële verordening is het college bevoegd om eenmalige uitgaven te doen die niet zijn opgenomen in de begroting, met een maximum van €150.000 en structurele uitgaven met een maximum van €20.000. Als het college blijft binnen de door de raad gestelde kaders uit artikel 6 van de financiële verordening, mag het college alvast met de uitvoering beginnen (administratieve wijziging nav collegebesluit). Als het bedrag buiten de gestelde kaders valt en/of het een politiek gevoelig punt is, dan wordt het via een begrotingswijziging bij de raad aangeboden en mag het college pas na goedkeuring door de raad starten met de uitvoering (begrotingswijziging n.a.v. raadsbesluit). Omdat de raad budgetrecht heeft, moet de raad zowel administratieve (achteraf) als begrotingswijzingen vaststellen. 1
We vragen het college en de raad om: 1. Slechts administratieve- en begrotingswijzigingen worden voorgesteld die volledig zijn gedekt door beschikbare (structurele) middelen, door middelen die in de toekomst beschikbaar komen via een krediet, of door (structurele) middelen die vrijkomen als gevolg van een nieuw voorgestelde ombuiging. 2. Tot uitvoering van administratieve- en begrotingswijzigingen wordt uitsluitend overgegaan na goedkeuring van de raad, tenzij sprake is van situaties waarin de veiligheid in het gedrang komt of bij calamiteiten. 3. Administratieve en begrotingswijzigingen worden als bespreekpunt rechtstreeks geagendeerd op de raadsvergadering. 4. De onder 1 tot en met 3 genoemde uitgangspunten worden met onmiddellijke ingang gehanteerd bij de voorbereiding en besluitvorming over toekomstige administratieve en begrotingswijzigingen, in ieder geval tot en met de vaststelling van de begroting 2027. In de raadsvergadering voorafgaand aan de behandeling van de begroting wordt de werkwijze geëvalueerd op initiatief van het college. Dit hebben we besloten in de openbare vergadering van 11 november 2025. Dit was hoe de partijen stemden: CDA: GBO: D66: Lijst BOB: VVD: GL: OBN: LK: PvdA: CU:
voor voor voor voor voor voor voor voor voor voor
tegen tegen tegen tegen tegen tegen tegen tegen tegen tegen
Totaal:
voor
tegen
Hiermee is deze motie wel/niet aangenomen
drs. D.E. van der Kamp griffier
R.P. Hoytink-Roubos voorzitter