25-11-11.05 Overzicht beantwoording (technische) vragen Programmabegroting 2026 (ronde 1)
Tekst van het document
Er zijn geen directe consequenties of risico’s, het is een incidentele meevaller die meegenomen wordt in de algemene middelen en daarmee als buffer kan dienen voor toekomstige financiële mutaties. Vraag 2: In de septembercirculaire is een nieuwe raming voor het accres 2026 en verder opgenomen, gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB; MEV26), waardoor het volume accres vanaf 2026 voor alle jaren lager dan in de meicirculaire 2025 (structureel nadeel € 0,2 miljoen in 2029). Het gaat om een raming, wordt dit achteraf bijgesteld obv realiteit en zo ja, hoe werkt dat precies? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 2: De jaarlijkse toe- en afname van het Gemeentefonds wordt het accres genoemd. Vanaf 2024 is het accres gekoppeld aan de bbp-normeringssystematiek. Uitgangspunt is dat het Gemeentefonds meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. Het volume accres is gebaseerd op 34
een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bbp. Het Centraal Planbureau heeft een raming van die ontwikkeling en die raming wordt op diverse momenten geactualiseerd (nu dus bij de Macro Economische Verkenning 2026). De effecten van een actualisatie worden vervolgens weer verwerkt in een circulaire (december-, mei- en septembercirculaire). Als uit de actualisatie een wat lagere groei van het bbp komt, wordt het acress naar beneden bijgesteld. Een hogere groei betekent een hoger acress. Vraag 3: In de samenvattende financiële consequenties meicirculaire 2025 bij de TIC werd op p3/4 aangegeven "Overbetuwe kiest er voor om de stijging van de WOZ-waarden te compenseren met een daling van het tarief. Per saldo stijgen de OZB-opbrengsten dus niet door de stijging van de WOZ-waarden. Dit leidt er toe dat de OZB-opbrengsten geen gelijke tred houden met de korting op het gemeentefonds, waardoor Overbetuwe er qua inkomsten per saldo op achteruit gaat. Voor 2023, 2024 en 2025 betekent dit een totaal structureel negatief effect van € 1,9 miljoen.". In de samenvattende financiële consequenties sepcirculaire 2025 bij de TIC wordt op p2/2 aangegeven "Vanaf 2026 zien we een negatief effect van € 0,1 miljoen op de WOZ-waarden maatstaf. Een hogere totale WOZ-waarde leidt tot een lagere algemene uitkering.".
a) hoe verhoudt het totaal van 1,9M negatief effect in 2023 t/m 2025 zich tov 0,1M negatief effect vanaf 2026 gezien het verschil in effect per jaar tussen 2023 t/m 2026 en b) hoe verhouden de opbrengsten uit de stijging van onroerendzaakbelasting (OZB) vanaf 2026 (uitgesplitst verhoging en uitbreiding areaal (nieuwe woningen en bedrijventerreinen)) zich tov het negatieve effect per jaar op de WOZ-waarden maatstaf? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 3: a. Het negatief effect van € 0,1 miljoen vanaf 2026 komt boven op het negatief effect van € 1,9 miljoen. b. We zijn dat op dit moment aan het uitwerken. Deze uitwerking is zeer complex. Wij komen hier op een later moment bij u terug. Vraag 4: Is er inzicht in het historische verloop van de Algemene Reserve (AR) +/- te geven vanaf 2021 tm 2029 (bijv op dezelfde manier gespecificeerd zoals maandelijks gedeeld via de administratieve en begrotingswijzingen), zodat duidelijk wordt welk deel van de AR wordt besteed aan genomen besluiten, welk deel aan dekking van incidentele tekorten, wat is toegevoegd nav jaarstukken en wat geoormerkte en vrije ruimte AR is?
35
Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 4: Graag verwijzen we hiervoor naar bijlage 1 – Verloop Algemene Reserve 2021 – 2029. Vraag 5: Op p22 begroting 2026 wordt aangegeven “Zeven gemeenten in de Betuwe (laten) de kansen onderzoeken voor samenwerking en promotie. In 2026 wordt nog één keer subsidie verstrekt aan Toerisme Veluwe Arnhem Nijmegen (TVAN).”. a) wat betekent het kansenonderzoek van de zeven gemeenten in de Betuwe voor onze gemeente en b) hoe verhoudt dat onderzoek (en verwachtte mogelijke kosten samenwerking) zich tot het schrappen van de subsidie TVAN? Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 5: De overeenkomst met TVAN kunnen we volledig afronden per kalenderjaar 2026. Er is voor 2026 een jaarplan opgesteld met de regio Arnhem. In 2027 zou het gereduceerde budget voor marketing en promotie ingezet kunnen worden in samenwerking met de zeven Betuwe gemeenten. De kansen voor promotie van de Betuwe zijn verkend: De Betuwe is een sterk merk, net buiten de top 10 in de lijst van 100 streken van Nederland. Begin 2026 volgt een advies over mogelijke vormen van samenwerking tussen de Betuwe gemeenten en de partij(en) voor marketing en promotie. Vraag 6: Er ligt een sluitende begroting t/m 2029. Toch is er op p106 in 2028 en 2029 een groot verschil tussen het EMU-saldo en de referentiewaarde.
a) hoe kan dit en b) wat betekent dit verschil in relatie tot de sluitende begroting? Portefeuillehouder: Rik van den Dam
36
Antwoord op vraag 6: a+b. Het begrotingssaldo is het saldo tussen baten en lasten. Voor het EMU-saldo zijn echter alleen de transacties met derden relevant. Het EMU-saldo wordt dus op een andere wijze berekend dan het begrotingssaldo en dus zijn beide uitkomsten niet 1-op-1 met elkaar te vergelijken. Zo zijn er baten en lasten die voor het EMU-saldo wel van belang zijn, maar die niet via de exploitatie lopen. Een voorbeeld hiervan zijn de investeringen die op de balans worden geactiveerd. Vraag 7: Op p111/112 wordt een overzicht van ombuigingen in programmabegroting 2026 weergegeven. Is het mogelijk om de oorspronkelijke lijst uit kadernota 2026 (p42 t/m 46 ) bij te werken conform begroting 2026 (incl aanpassingen en/of nieuwe ombuigingen) met vermelding van startjaar ombuiging om het totaal / historisch overzicht van de ombuigingsopties en -keuzes in de verschillende jaren te houden. Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 7: Het overzicht op pagina 111 en 112 in de Programmabegroting 2026 is de geactualiseerde versie van bijlage 1 in de Kadernota 2026 (pagina 43 en 44). Het enige verschil betreft ombuiging 5.28 Armoedebeleid. In de Kadernota 2026 stond daar € 300.000 per jaar vanaf 2026. Bij de behandeling van de Kadernota 2026 is besloten om dat te verlagen naar € 200.000 per jaar.
In bijlage 2 van de Kadernota 2026 (Niet gekozen ombuigingsvoorstellen 2026-2029) zijn geen mutaties geweest, dus die hoeft niet bijgewerkt te worden. Het startjaar van de ombuiging is het jaar waarin het bedrag van de ombuiging voor het eerst is vermeld. Bijv. Ombuiging 2.48 Overbetuwe beweegt. In jaarschijf 2027 staat eerste keer bedrag ingevuld (€ 10.000) dus dat is het startjaar. Vraag 8: Eén van de ombuigingen betreft uitstel van (diverse) vastgoedprojecten. Welke vastgoedprojecten betreft dit (en waar is dit terug te vinden)? Portefeuillehouder: Wijnte Hol (MFSC Elst, zwembad Zetten), Evert Westerbeek (scholen) Antwoord op vraag 8: Dit betreft hoofdzakelijk het MFSC Elst (jaarschijf 2026 en 2027), Nieuwbouw De Wanmolen (jaarschijf 2026 en 2027), nieuwbouw Lyceum Elst (jaarschijf 2026 en 2027), Zwembad Zetten (jaarschijf 2028 en 2029), nieuwbouw PO-school Westeraam (jaarschijf 2028 en 2029), nieuwbouw SamSam Oosterhout (jaarschijf 2028 en 2029). Deze specificatie is niet als toelichting opgenomen in de begroting. Zie ook vraag 1 van GBO, vraag 2 van D66 en vraag 1 OBN
37
1.9 Technische vragen OverBetuweNu (OBN) Vraag 1: In de aanvullende structurele dekking 2026 staat vermeld dat in de periode 2026 tot en met 2029 jaarlijks een substantieel bedrag wordt gevonden door Vastgoedprojecten uit te stellen. Om welke vastgoedprojecten gaat het hier? Portefeuillehouder: Wijnte Hol (MFSC Elst, zwembad Zetten), Evert Westerbeek (scholen) Antwoord op vraag 1: Zie vraag 1 GBO, vraag 2 van D66 en vraag 8 CU. Vraag 2: Uit de verwachte ontwikkeling van het weerstandratio blijkt dat we in 2029 zakken tot 1,4. Dat is de ondergrens van de genoemde na te streven bandbreedte. Welke maatregelen gaat het college nemen om te borgen dat we niet door deze ondergrens zakken? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 2: Deze begroting 2026 bevat een set van maatregelen om ervoor te zorgen dat de weerstandsratio niet onder de 1,4 zakt. Zie ook het onderdeel financiële positie. Vraag 3: Het Circulair Ambachtscentrum wordt al langer genoemd in onze jaarlijkse plannen. Wat is op dit moment de planning tot realisatie en welke kosten zijn hiermee gemoeid? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 3: Er is op dit moment nog geen planning tot realisatie. We zijn nog in de verkennende/onderzoek fase en daarom zijn nog geen kosten bekend. Vraag 4: Hoe verhoudt het verplichte Volkshuisvestingsprogramma per 2026 zich tot het Programma Wonen?
38
Portefeuillehouder: Karel Grimm Antwoord op vraag 4: Het verplichte Volkshuisvestingsprogramma zal onderdeel uit gaan maken van het Programma Wonen. Het Programma Wonen vervangt in de loop van 2026 de huidige Woonagenda en zal een uitwerking zijn van de nieuwe Omgevingsvisie. Vraag 5: Voor woningbouw in onze kernen is verkeersontsluiting een belangrijke voorwaarde. Onder mobiliteit staat vermeld dat het verkeersplan Zetten wordt opgesteld, daarna volgen de andere kernen in de periode 2024 – 2028. Welke verkeersplannen per kern zijn ultimo 2025 al gereed en hoe wordt de volgorde van de overige kernen bepaald in relatie tot geplande woningbouw? Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 5: Eind 2025 zijn de verkeersplannen Oosterhout en Driel gereed. Zetten staat gepland voor 2026. Reden is dat het Integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte (IKPOR) Zetten ook gepland staat voor 2026. Doel is om met het verkeersplan en het IKPOR gelijk op te gaan om een meer integrale aanpak en een bredere participatie te bewerkstelligen. De volgorde van overige kernen is niet enkel bepaald in relatie tot geplande woningbouw. Valburg staat bijvoorbeeld voor 2027 gepland omdat het dorp al een DOP heeft liggen waar we al verdere stappen in kunnen zetten. Daarna staan Elst en Herveld-Andelst gepland waar ook al voorbereidende gesprekken zijn geweest.
Deze planning is opgenomen in het Mobiliteitsplan die binnenkort in uw raad wordt besproken. Vraag 6: Kan het college een toelichting geven op het gehanteerde principe ‘First in First out’ bij woningbouwinitiatieven? Wat betekent dit voor onze grotere woningbouwplannen in relatie tot de afspraken in de regio? Hoe wordt geborgd dat we via dit principe onze doelstellingen met betrekking tot het aantal woningen halen? Portefeuillehouder: Karel Grimm Antwoord op vraag 6: Hiermee wordt gedoeld op de werkwijze woningbouwprioritering, zoals opgenomen in de Woonagenda, passend ook bij afspraken in de regionale Woondeal. Binnen een prioritair project wordt ernaar gestreefd om binnen drie jaar naar realisatie te gaan. Als de woningen zijn opgeleverd, wordt het project afgesloten en verdwijnt het uit het woningbouwprogramma. Een project dat in 2025 start heeft tot en met 2028 om te starten met realisatie. Begint een project in 2026 dan is dat 2029. Hieraan refereert de term ‘first in, first out’.
39
Vraag 7: De Visie op Vastgoed dateert uit 2018 en het Erfgoedplan Overbetuwe uit 2004. Wat is de planning om deze te actualiseren? Portefeuillehouder: Karel Grimm, Evert Westerbeek Antwoord op vraag 7: De Visie op Vastgoed is in 2025 geactualiseerd (zie lijst lokaal beleidskader bij Programma 1 op pagina 15 en overzicht paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen op pagina 71). Zie ook beantwoording vraag 4 van D66. De actualisatie van het erfgoedplan loopt. Over dit onderwerp bent u recent geïnformeerd via een informatiememo: 25-06-19 A2 Informatiememo; Inventarisatie Cultureel Erfgoed OverBetuwe - iBabs Publieksportaal
40
1.10 Technische vragen LokaalKompas n.v.t.
41