25-11-11.05 Overzicht beantwoording (technische) vragen Programmabegroting 2026 (ronde 1)
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Begroting 2026 Versie: 24 oktober 2025
Inhoud
1. 1.1 Technische vragen GBO ..................................................................................................................................................................2 2. 1.2 Technische vragen CDA ...................................................................................................................................................................7 3. 1.3 Technische vragen D66 ....................................................................................................................................................................8 4. 1.4 Technische vragen BOB .................................................................................................................................................................17 5. 1.5 Technische vragen VVD .................................................................................................................................................................24 6. 1.6 Technische vragen GL ...................................................................................................................................................................25 7. 1.7 Technische vragen PvdA ................................................................................................................................................................26 8.
1.8 Technische vragen CU ...................................................................................................................................................................34 9. 1.9 Technische vragen OverBetuweNu (OBN) .....................................................................................................................................38 10. 1.10 Technische vragen LokaalKompas ...............................................................................................................................................41
1
1.1 Technische vragen GBO Vraag 1: Uitstel van vastgoedprojecten (Zie p. 7 en p. 8 van de Programmabegroting 2026) 1.1. Over welke vastgoedprojecten gaat het uitstel precies dat leidt tot een structurele vrijval van €636.000 per jaar? 1.2. Wat is de reden voor dit uitstel – capaciteit, prioritering of financieringsdruk? 1.3. Welke gevolgen heeft dit uitstel voor: • onderhoud, verduurzaming of vervanging van maatschappelijk vastgoed? • lopende afspraken met gebruikers of huurders van gemeentelijke gebouwen? 1.4. Wanneer verwacht het college deze projecten alsnog uit te voeren en hoe wordt voorkomen dat de investeringsdruk zich ophoopt in latere jaren? Portefeuillehouder: Wijnte Hol (MFSC Elst, zwembad Zetten), Evert Westerbeek (scholen) Antwoord op vraag 1: 1. Dit betreft de projecten MFSC Elst, zwembad Zetten, nieuwbouw PO-school Westeraam en nieuwbouw SamSam Oosterhout Zie ook vraag 2 van D66, vraag 8 CU en vraag 1 OBN 2. Er zijn uiteenlopende reden voor het uitstel. Bijvoorbeeld bezwaar bij Raad van State (MSFC Elst) en het doorlopen van verschillende procedures inzake omgevingswet en participatie. 3. Het uitstel kan (incidenteel) leiden tot aanvullende onderhoudskosten. Met alle gebruikers en huurders worden zo nodig aanvullende afspraken gemaakt. 4.
Afhankelijk van de voortgang van de genoemde redenen voor het uitstel, verwacht het college de komende jaren de projecten te kunnen uitvoeren. Gewijzigde planningen worden ook zichtbaar in het Projectenboek en de voortgangsrapportage daarvan. Vraag 2: OZB-verhoging van 20,5% (Zie p. 12 en p. 13 van de Programmabegroting 2026 (uitgangspunten en lokale lasten). 2.1. Wordt de OZB met 20,5% wordt verhoogd voor zowel woningen als niet-woningen in gelijke mate? In hoeverre wordt gedacht om de OZB voor nietwoningen sneller te verhogen? 2.2. Wat is de gemiddelde lastenstijging per huishouden (in euro’s) bij de huidige WOZ-waarde van €423.000? 2.3. Waarom is gekozen voor een eenmalige forse verhoging, in plaats van een gefaseerde invoering over meerdere jaren? 2.4. Hoe verhoudt deze stijging zich tot de gemiddelde OZB-druk in vergelijkbare gemeenten binnen de Groene Metropoolregio? 2.5. Kan het college aangeven wat het effect is van deze verhoging op de korting via de WOZ-maatstaf binnen de algemene uitkering (waarvan in de begroting een voordeel wordt aangenomen van €250.000)?
2
Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 2: 1. De verhoging van 20,5% OZB geldt zowel voor woningen als niet-woningen. De tweede vraag is een politieke vraag. 2. Op pagina 58 van de Programmabegroting 2026 – Paragraaf Lokale lasten wordt het effect op de lokale lastendruk weergegeven. De OZB-stijging van 20,5% heeft als gevolg dat de OZB-aanslag met een gemiddelde WOZ-waarde woning van € 423.000 met € 69,23 stijgt. 3. Dit is een politieke vraag. 4. Er zijn nog geen Programmabegrotingen 2026 vastgesteld bij de vergelijkbare gemeenten. 5. We zijn dat op dit moment aan het uitwerken. Deze uitwerking is zeer complex. Wij komen hier op een later moment bij u terug. Vraag 3: 3. Versnelde bezuiniging op zorguitgaven (Wmo en Jeugd) Zie p. 9, p. 111–113 (Bijlage XII en XIII: Ombuigingen en Maatregelen verlagen zorgvragen). 3.1. Kan het college toelichten hoe de versnelling van de bezuiniging op de zorguitgaven (Wmo en Jeugd) concreet wordt gerealiseerd? 3.2. Welke maatregelen zijn nieuw of extra ten opzichte van de Kadernota 2026? 3.3. Wat betekent de invoering van het HHM-normenkader concreet voor inwoners die huishoudelijke hulp ontvangen? 3.4. Op welke wijze wordt de druk op het Sociaal Team Overbetuwe (STO) gemonitord, nu dit team een zwaardere regierol krijgt? 3.5. In de toelichting staat dat verdere maatregelen “tot de grens van het haalbare” gaan.
Hoe wordt geborgd dat deze bezuinigingen niet leiden tot wachttijden, hogere instroom in duurdere zorg of overbelasting van mantelzorgers? 3.6. Kan het college toezeggen dat in de eerste bestuursrapportage 2026 wordt gerapporteerd over de voortgang en haalbaarheid van deze besparingen? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek (Wmo) en Chantal Teunissen (Jeugd) Antwoord op vraag 3: 3.1 Na besluitvorming in de Kadernota 2026 is direct begonnen met (voorbereiding op) implementatie van de daar genoemde maatregelen, in het plan Maatregelen verlagen zorgvragen zijn deze nader uitgewerkt, conform ook de oproep in motie M7. 3.2 Er is op hoofdlijnen geen sprake van nieuwe of extra maatregelen, maar vooral van een nadere uitwerking, conform de oproep in de motie M7 3.3 Het HHM-normenkader is een richtlijn voor Wmo-consulenten. Aan de hand van dit normenkader beoordeelt de consulent voor iedere inwoner of- en zo ja hoeveel ondersteuning nodig is om tot een schoon en leefbaar huis te komen. 3.4 Monitoring van (mogelijke toename van) werkdruk vindt plaats binnen het kader van de reguliere monitoring van bedrijfsvoering.
3
3.5 Vanzelfsprekend monitoren wij de gevolgen en effecten van de ingezette maatregelen en rapporteren daarover in beginsel in de monitor sociaal domein voor het inhoudelijke/cijfermatige, en in de P&C-cyclus voor het financiële deel. Een mogelijke toename van wachttijden, alternatieve stromen naar zorg en/of toename van belasting van mantelzorgers heeft daarbij de aandacht, maar kan mogelijk niet geheel worden voorkomen. 3.6 Het monitoren van de voortgang van de besparingen maakt na vaststelling van de begroting onderdeel uit van de reguliere P&C-cyclus en zal in de daaropvolgende Beraps, Kadernota’s, jaarrekeningen en toekomstige begrotingen worden opgenomen. Specifiek voor de maatregelen in het sociaal domein (maatregelen verlagen zorgvragen) geldt dat de inhoudelijke/cijfermatige voortgang hiervan óók in de monitor Sociaal Domein zal terugkomen. Vraag 4: Financiële positie en risico’s Zie p. 9–11 (Algemene reserve, weerstandsvermogen en risicoanalyse). 4.1. De Algemene Reserve daalt in drie jaar van €17,2 miljoen naar €13,5 miljoen. Welke maatregelen neemt het college om te voorkomen dat de weerstandsratio onder de ondergrens van 1,4 zakt? 4.2. Wat gebeurt er als de verwachte structurele besparingen in het sociaal domein (ca. €1,6 miljoen) niet volledig worden gerealiseerd? 4.3.
Welke alternatieve dekking is dan beschikbaar zonder opnieuw te snijden in voorzieningen of lasten te verhogen? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 4: 1. Deze begroting 2026 bevat een set van maatregelen om ervoor te zorgen dat de weerstandsratio niet onder de 1,4 zakt. Zie ook het onderdeel financiële positie. 2. Als de betreffende structurele besparingen niet volledig worden gerealiseerd zal dat in de betreffende jaren leiden tot een nadeel. Als tegenover dat nadeel geen voordelen van gelijke omvang staan van andere posten in de begroting dan zal er uiteindelijk sprake zijn van een negatief rekeningsaldo dat zal worden onttrokken aan de Algemene Reserve. 3. Het college zal een integrale afweging maken en met alternatieve voorstellen komen. Vraag 5: Informatievoorziening aan de raad Zie p. 9 (motie M7 “Meer duidelijkheid”). 5.1. Op welke wijze en in welk format ontvangt de raad informatie over de maatschappelijke effecten van de ombuigingen? 5.2. Wordt deze informatie bij de 1e bestuursrapportage 2026 standaard opgenomen, conform motie M7? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 5:
4
5.1 Afhankelijk van het type ombuiging rapporteren we over de maatschappelijke effecten. 5.2 Ja, deze informatie nemen we bij de 1e bestuursrapportage 2026 standaard op, waarbij we rapporteren over de voortgang van de ombuiging en een aanvullende kolom maatschappelijke effecten toevoegen. Vraag 6: Inflatie Op basis van de ervaring (2024 en waarschijnlijk ook in 2025) is een te lage inflatie begroot waardoor een extra onttrekking uit de reserve nodig is. In de septembercirculaire wordt de indexatie voor inflatie naar beneden bijgesteld. (blz 6). Welk risico is er voor de programmabegroting 2026 e.v. dat de inflatie uitloopt op een extra greep in de reserve? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 6: Op basis van de ervaringen in 2024 en 2025 hebben we via de Kadernota 2026 een extra bedrag 1,5 miljoen voor inflatie opgenomen in de begroting 2026. Vraag 7: Bedrijfsvoering We constateren krapte op de arbeidsmarkt. Niet ontkend kan worden, dat gemeenten sterk met andere sectoren moeten concurreren om kwalitatief goede medewerkers binnen te halen. Los daarvan heeft onze fractie afgelopen jaren herhaaldelijk gepleit om hiervoor alle mogelijke instrumenten in te zetten en er niet voor weg te lopen om medewerkers hoger in te schalen, teneinde ook te vermijden, dat medewerkers om die reden vertrekken.
Is het college bereid om hogere beloningen/ een hogere schaal in te zetten om medewerkers aan te trekken resp. te behouden. Ter vergelijk kan worden gekeken naar de inschaling van identieke functies in nabuur gemeenten, waaronder bv. Lingewaard? Daarnaast baart het ziekteverzuim ons al jaren grote zorgen, ondanks forsere inzet door o.a. Arbo. Uw college stelt, dat op termijn de resultaten van die forsere inzet zichtbaar zullen zijn. Maar het percentage over de eerste maanden van 2025 stellen ons allesbehalve gerust Portefeuillehouder: Patricia Hoytink-Roubos Antwoord op vraag 7: Op basis van de inzichten (bijv. exitgesprekken) die wij hebben is er minimaal sprake van verloop/ weg lopen van medewerkers in verband met de inschaling. Wij zien vooralsnog geen aanleiding hogere beloningen/ schalen in te zetten. Ons beloningsbeleid biedt mogelijkheden om medewerkers aan te 5
trekken resp. te behouden. Bijv. door middel van een arbeidsmarkttoelage of functioneringstoelage. Daarnaast monitoren wij ons functiehuis incl. schaal door middel van bijv. de benchmark formatie en kosten, VNG-personeelsmonitor en vindt afstemming plaats met onze extern adviseur functiewaardering. Ook is de afgelopen jaren budget beschikbaar gesteld via de P&C cyclus voor functiewaardering en deze is volledig benut. Wij houden periodiek de vinger aan de pols inzake de ontwikkeling van het functiehuis. De vraag of het college bereid is om hogere beloningen in te zetten, is geen technische vraag. Reactie inzake ziekteverzuim: De uitstroom van medewerkers die langdurig arbeidsongeschikt zijn vindt met name plaats vanaf de 2e helft 2025. Hierdoor is het effect nog niet zichtbaar in de eerste maanden. Het aandeel langdurig verzuim is het grootste percentage ten opzichte van het totale verzuimpercentage. Uw zorg ondersteunen wij en daarom worden op diverse manieren inspanningen gedaan om hier meer grip op te krijgen. De raad wordt hierover ook geïnformeerd door de gemeentesecretaris tijdens de raadsinformatiebijeenkomst op 28 oktober a.s. We willen ook verwijzen naar de vraag van het PvdA over het verzuim en onze reactie daarop.
6
1.2 Technische vragen CDA n.v.t.
7
1.3 Technische vragen D66 Vraag 1: Pag. 5 Afwijking begroting tov kadernota, doorbelasting aan grex Deze post is niet verder toegelicht op de volgend pagina. Er staat “Lagere doorbelasting grondexploitatie..” Wordt er bedoeld Lagere doorbelasting van rente en overhead aan grondexploitatie dan voorzien? En waarom is dit een structureel nadeel? Portefeuillehouder: Karel Grimm Antwoord op vraag 1: Met lagere doorbelasting grondexploitatie wordt inderdaad bedoeld dat er minder rente en overhead kon worden doorbelast aan de grondexploitatie dan in voorgaande jaren. Conform de voorschriften is de doorbelasting aan grondexploitatie een structurele post en dus is er sprake van een structureel effect en in dit geval dus een structureel nadeel. Vraag 2: Pag.7 Uitstel vastgoedprojecten Zijn dit projecten die al uitgesteld zijn, of betreft het projecten die uitgesteld gaan worden.
En indien dat laatste het geval is, betreft dit woningbouwprojecten of maatschappelijke voorzieningen en zo ja, welke dan? Als nog niet bekend is welke projecten dit betreft: wanneer en hoe wordt de raad daar dan over geïnformeerd? Portefeuillehouder: Wijnte Hol (MFSC Elst, zwembad Zetten), Evert Westerbeek (scholen) Antwoord op vraag 2: Het zijn projecten waarvoor de financiële middelen (kapitaallasten of financiële ruimte) al zijn opgenomen in de jaarschijven van de begroting 2026-2029, maar waarvan de uitvoering om diverse redenen nog niet daadwerkelijk is gestart of waarvan de uitvoering later is gestart dan aanvankelijk gedacht. Het is wel bekend welke projecten dit zijn. Het betreft namelijk MFSC Elst, nieuwbouw De Wanmolen Zetten, nieuwbouw Lyceum Elst, zwembad Zetten, nieuwbouw PO-school Westeraam en nieuwbouw SamSam Oosterhout. Zie ook vraag 1 van GBO, vraag 8 van CU en vraag 1 ObN
8
Vraag 3: Pag. 10 Ontwikkeling Algemene Reserve Is in de tabel al rekening gehouden met het in de tweede bestuursrapportage verwachte overschot over 2025? Zo niet, welke gevolgen heeft dat voor het verloop van de AR en daarmee de weerstandsratio? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 3: Ja, daar is al rekening mee gehouden. In het bedrag per 1-1-2026 van € 17,177 miljoen zit het verwachte overschot 2025 op basis van de 2e Bestuursrapportage 2025 (zie ook pagina 103). Bovenaan het tweede blok staat dat verwachte overschot 2025. Vraag 4: Beleidskader overzichten bij programma’s Het valt op dat (jaartallen van) beleidsplannen soms ontbreken en soms niet meer correct zijn, omdat er inmiddels nieuwe beleidsplannen vastgesteld zijn. Een aantal plannen is inmiddels ‘op leeftijd’ en staan ook niet voor de komende jaren op de planningslijst. Welke plannen zijn al gepland om te herzien en wanneer en welke nog niet en waarom, welke zijn vervallen omdat ze inmiddels vervangen zijn door ander plannen of vervangen gaan worden, bijvoorbeeld door het omgevingsplan.
Is het mogelijk om bij een volgende begroting deze lijst te actualiseren en bij het kopje resultaat de geplande herziening voor beleidsplannen ook op te nemen? • Lokaal Hitteplan (2022-2025), • Reclamenota (2021), • Welstandsnota (2016), • Monumentenlijst (2014), • Landschapsontwikkelingsplan (2010), • Functieveranderingsbeleid buitengebied (2008), • Nota kampeerbeleid (2008), • Dienstverleningsconcept (2017-2021) • Interactievisie en interactiewijzer (2020), • Visie op vastgoed (2018), • Visie op Bibliotheek( 2018 moet zijn 2025), • SHP, jaartal ontbreekt moet 2025 zijn, • Erfgoedplan Overbetuwe 2004, moet 2025 zijn? • Informatiebeleid (2021-2025), • Inkoop- en aanbestedingsbeleid (2019), 9
• •
Privacybeleid en reglement Overbetuwe (2018), Visie op bedrijfsvoering(2018-2020)
Portefeuillehouder: diverse Antwoord op vraag 4: Een beleidskader komt bij verschillende programma's terug. Helaas is een geactualiseerd beleidskader niet bij alle programma's juist herzien. Bij een volgend overzicht zijn wij hier extra alert op. Wanneer een beleidskader wordt herzien is niet altijd bekend. Wanneer wel een jaar van actualisatie bekend is vermelden wij dit. Dit zal overigens ook in de integrale raadsplanning opgenomen worden. In de paragraaf kapitaalgoederen is voor diverse beleids- en beheerplannen wel een geplande actualisatie opgenomen. • • • • • • • • • • • • • • • • •
Lokaal Hitteplan (2022-2025), Reclamenota (2021), Welstandsnota (2016), Monumentenlijst (2014), Landschapsontwikkelingsplan (2010), Functieveranderingsbeleid buitengebied (2008), traject van herziening loopt Nota kampeerbeleid (2008), Principes in dienstverlening (2022) Interactievisie en interactiewijzer (2020), Visie op vastgoed (2025), Uitvoeringsagenda Bibliotheekwerk (2024-2028) Strategisch meerjaren huisvestingsplan onderwijs (2025), Erfgoedplan Overbetuwe 2004, traject van herziening loopt Informatiebeleid (2021-2025), Inkoop- en aanbestedingsbeleid (2019), Privacybeleid en reglement Overbetuwe (2018), Visie op bedrijfsvoering (2018-2020)
Vraag 5: Beleidsindicatoren 10
Is het mogelijk om in het vervolg naast het vergelijkingscijfer van Nederland ook gegevens op te nemen van vergelijkbare gemeenten voor zover beschikbaar? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 5: Net als in voorgaande jaren worden beleidsindicatoren vergeleken met het meest actuele CBS gemiddelde voor Nederland. Op waarstaatjegemeente.nl is het mogelijk om onze gemeente te vergelijken met andere gemeenten met bijv. een vergelijkbaar inwoneraantal, stedelijkheidsklasse, typologie, bevolkingsopbouw, etc. Om praktische redenen geven wij er de voorkeur aan om in de begroting de vergelijking met het Nederlands gemiddelde te blijven hanteren. Vraag 6: Pag. 16 Circulair Ambachtscentrum Is er in voorliggende begroting al rekening gehouden met een investering voor een mogelijk circulair ambachtscentrum? Zo ja, vanaf welk jaar en voor welk bedrag? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 6: Er is nog geen rekening gehouden met een investering voor een circulair ambachtscentrum.
Vraag 7: Pag.20 Wonen Bij het kopje ‘resultaat’ staat: ‘Diverse woningbouwinitiatieven behandelen volgens het principe ‘first in, first out’.’ Hoe verhoudt zich dat tot het woonbeleid, waar afspraken zijn gemaakt over prioritering op basis van punten? Portefeuillehouder: Karel Grimm Antwoord op vraag 7: Hiermee wordt gedoeld op de werkwijze woningbouwprioritering, zoals opgenomen in de Woonagenda, passend ook bij afspraken in de regionale Woondeal. Binnen een prioritair project wordt ernaar gestreefd om binnen drie jaar naar realisatie te gaan. Als de woningen zijn opgeleverd, wordt het project afgesloten en verdwijnt het uit het woningbouwprogramma. Een project dat in 2025 start heeft tot en met 2028 om te starten met realisatie. Begint een project in 2026 dan is dat 2029. Hieraan refereert de term ‘first in, first out’. 11
Vraag 8: Pag 20 Hoogspanning verkabelen Hoeveel geld is hiervoor in de begroting gereserveerd? En in hoeverre zijn hier al verplichtingen aangegaan die beslag leggen op het budget? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek / Wijnte Hol Antwoord op vraag 8: In de huidige begroting is een investeringskrediet beschikbaar gesteld van € 2,4 miljoen. Tot op heden zijn er nog geen kosten/ verplichtingen aangegaan voor deze investering. Vraag 9: Pag. 34 Re-integratie Er staat in de tekst: ‘..Gelet op de lagere budgetten voor re-integratie moet dat met minder middelen. De begeleiding van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt zal vaker dan nu door een werkgever zelf opgepakt moeten worden’. Op re-integratie zijn er toch geen ombuigingen gepland? Indien deze budgetten wel gewijzigd zijn of worden, wat ligt daaraan dan ten grondslag? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 9: De formulering is misschien ietwat ongelukkig gekozen. Er zijn inderdaad geen ombuigingen op re-integratie. Wel waren er t/m 2025 ESF-middelen (Europees Sociaal Fonds) beschikbaar voor re-integratie. Deze lopen niet door in 2026 (zie ook de beantwoording van de technische vragen begroting 2025, vraag 6 BOB). In die zin is er sprake van een daling van het totale beschikbare budget. Ook werd en wordt nog steeds een groot deel van het budget besteed aan jobcoaching.
Dit is het ondersteunen van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt op de werkvloer. Dit zorgt ervoor dat er minder geld overblijft voor andere groepen inwoners die we naar werk willen ondersteunen. Vraag 10: Pag. 41 Solvabiliteit In het ‘resultaat’ staat dat er een solvabiliteit van minimaal 20% moet worden gerealiseerd. Terwijl op pagina 11 in de tabel zichtbaar is dat deze in de jaren 2026 en verder onder dit niveau zakt. Wat is de motivering waarom in deze begroting van het streven afgeweken wordt? Portefeuillehouder: Rik van den Dam 12
Antwoord op vraag 10: U vraagt om een motivering. Dat is geen technische vraag. Vraag 11: Pag. 48 OZB Vergelijking met andere gemeenten leert dat de OZB voor niet-woningen in Overbetuwe laag is. 1. Klopt het dat de verhouding aan inkomsten (2026) voor de gemeente van OZB van woningen in totaal 8,3 mnl is versus 5,1 mln voor niet-woningen? 2. Zijn er gebouwen waarvoor geen OZB geldt, of valt elk gebouw, dat geen woning is, onder de categorie niet-woningen? 3. En wat is de grondslag voor het bepalen van de OZB voor niet-woningen? Hoe wordt bijvoorbeeld de OZB waarde van een maatschappelijk gebouw bepaald, als daar geen vergelijking mogelijk is op basis van verkoopwaarde? 4. Is er onderzoek beschikbaar waaruit blijkt in hoeverre de OZB een reden is voor het wel of niet vestigen van een bedrijf en zo ja, kan dit onderzoek beschikbaar worden gesteld? 5. Mag er maar 1 tarief voor niet-woningen worden gehanteerd of is het mogelijk naar categorie te differentiëren, bijvoorbeeld bedrijven, agrarisch bedrijf, maatschappelijk? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 11: 11.1 De geraamde OZB-opbrengst voor woningen voor 2026 betreft afgerond € 8,4 miljoen en voor niet-woningen € 5,1 miljoen. 11.2 De gebouwen, gronden e.d. waar geen OZB voor wordt geheven staat opgesomd in artikel 4 Vrijstellingen van de verordening OZB 2025. Bijvoorbeeld kerken en gemeentehuizen.
Een gebouw dat geen woning is, valt onder de categorie niet-woning. 11.3 De grondslag voor het bepalen van de OZB voor niet-woningen is de WOZ-waarde. De WOZ-waarde van bijvoorbeeld maatschappelijk vastgoed (zoals ziekenhuizen of scholen) wordt bepaald op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde, waarbij de waarde van het gebouw wordt aangepast voor technische en functionele veroudering. 11.4 Voor zover bekend niet. 11.5 Wettelijk is het niet mogelijk het OZB-tarief voor eigenaren en gebruikers van niet-woningen te differentiëren. Op grond van artikel 220f van de Gemeentewet kan er alléén een tarief OZB (percentage) worden vastgesteld voor de gebruiker van een niet-woning, eigenaar van een woning en eigenaar van een niet-woning. Een verordening met differentiatie in tarieven wordt bij een bezwaar en beroep tegen de belastingaanslag onverbindend verklaard door de rechter. Vraag 12: Pag. 49 Leges omgevingsvergunningen
13
In de voetnoot staat: “De tariefstijging nav ombuigingsvoorstel… wordt na afronding van het legesonderzoek meegenomen bij de definitieve vaststelling van de tarieventabel leges 2026.” Wanneer is het onderzoek waar naar wordt verwezen gereed en hoe wordt de raad over de conclusies en aanbevelingen en financiële gevolgen geïnformeerd? Portefeuillehouder: Rik van den Dam, Wijnte Hol Antwoord op vraag 12: Het onderzoek wordt naar verwachting eind oktober/begin november 2025 afgerond. De raad wordt via een informatiememo geïnformeerd. Vraag 13: Pag. 51 Afvalstoffenheffing “ … er is nog geen vastgestelde dienstverleningsovereenkomst. De structurele effecten van de DAR en de invloed op de heffing zijn daardoor nog niet bekend en dus niet verwerkt in 2026’. Wanneer zijn deze wel bekend en is dit naar verwachting op tijd en hoe wordt de raad geïnformeerd over de gevolgen voor de leges voor onze inwoners? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 13: Dit is nog onbekend.
14
Vraag 14: Pag. 55 Afvalstoffenheffing baten en lasten Op pagina 55 staat bij de afvalstoffenheffing bij de berekening van de lasten een post ‘inkomsten -1068’ bij. Waar bestaat deze uit? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 14: Dit betreft met name de inkomsten van de milieustraat en de vergoedingen voor oud papier, ijzer, verpakkingsafval en dergelijke. Vraag 15: Pag. 56 Lijkbezorgingsrechten Dit onderdeel is niet kostendekkend zoals uit het overzicht blijkt en uit het onderzoek dat Van den Bosch & Partners in 2024 heeft gedaan. Kort onderzoek naar de lasten bij de ons omliggende gemeenten leert dat de lijkbezorgingsrechten in Overbetuwe al aan de hoge kant zijn. Voor een ombuiging naar 100% kostendekkendheid is niet gekozen. Is overwogen om nader onderzoek te doen naar de mogelijkheden om bezuinigen op de kosten voor lijkbezorging, zodat de verhouding lasten/opbrengsten meer gelijk wordt zonder dat de lijkbezorgingsrechten verhoogd hoeven te worden? Zo nee, waarom niet? Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 15: Van de totale kosten van begraafplaatsen is slechts een klein deel beïnvloedbaar, namelijk de onderhoudskosten. In relatie tot ombuigingsvoorstel 2.08 Verlagen onderhoudsniveau Openbare Ruimte zal gekeken worden of dit een effect heeft op de onderhoudskosten van de begraafplaatsen en daarmee de kostendekkendheid hiervan.
Vraag 16: p64 en 65 en 72 Risico’s tbv weerstandscapaciteit De leningenportefeuille van Overbetuwe bedraagt in 2026 131 mln euro. Waar staat het overzicht van de verwachte leningenportefeuille voor de jaren 2027 tot en met 2029? De rente lasten zijn ongeveer 3 mln per jaar. Op pagina 74 wordt uitgelegd dat we nog binnen de renterisiconorm blijven. Dat betekent niet dat een stijging van de rente geen risico oplevert. Waarom is dit risico niet meegenomen in het overzicht? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 16: In de risico’s onder het weerstandsvermogen wordt de best mogelijke inschatting gemaakt van de risico’s. In de paragraaf financiering is opgenomen onder 15
risicobeheer, “Ook voor 2026 wordt het kredietrisico op de uitgezette leningen laag geacht”. Hierdoor is er geen renterisico opgenomen in het overzicht van de risico’s ten aanzien van het weerstandsvermogen. Vraag 17: Pag. 76 Evaluatie verfijning hoofdstructuur “..daarom leggen we de evaluatie als separaat document gelijktijdig met de programmabegroting .. aan de raad voor” Deze evaluatie gaat over de formatieuitbreidingen die nog niet structureel in de begroting zijn opgenomen. Wordt dit voorstel ook ter besluitvorming aan de raad voorgelegd en zo ja, bevat dit voorstel ook een dekking van evt. extra kosten? Portefeuillehouder: Patricia Hoytink-Roubos Antwoord op vraag 17: De evaluatie wordt niet ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. De raad heeft op 8 oktober een raadsinformatiememo ontvangen en wordt over de evaluatie nader geïnformeerd door de gemeentesecretaris tijdens de informatiebijeenkomst op 28 oktober a.s. Zoals aangegeven in de 2e bestuursrapportage 2025 ontstaat er binnen het p-budget een eenmalig voordeel van € 750.000 in 2026. Dit voordeel wordt komend jaar ingezet voor het (deels) continueren van de hoofdstructuur. Mocht in 2026 blijken dat deze formatie structureel nodig is en er structurele middelen benodigd zijn, dan zal dit worden voorgelegd aan de raad.
16
1.4 Technische vragen BOB Vraag 1: In de Kadernota 2026 stond bij de uitgangspunten (op pag. 41) dat – zoals gebruikelijk – de decembercirculaire uitgangspunt was, maar in de nota zelf waren wel de sterk positieve effecten van de voorjaarsnota opgenomen. Die effecten worden door het Rijk vertaald in de meicirculaire. Met oog op de gewenste transparantie, hebben wij de volgende vragen hierover: Wat was eigenlijk de bron/basis van de doorrekening van de effecten van de voorjaarsnota zoals opgenomen in de Kadernota? Was dit de VNG-ledenbrief van 20 mei 20251 of een eigen analyse of toch de meicirculaire zelf? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 1: Voor de berekeningen en analyses van de Algemene Uitkering maken wij gebruik van het pakket van LIAS-Pauw. Net als van circulaires zijn ook de financiële effecten van de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk door LIAS-Pauw berekend/geanalyseerd/toegelicht. Die informatie is door ons gebruikt.
Vraag 2: Bij de Kadernota 2026 stelde het college dat de financiële problematiek in Overbetuwe veroorzaakt wordt door het Rijk: “Net als andere gemeenten krijgen we steeds meer taken van het Rijk, maar minder geld om die uit te voeren.” Bij deze programma-begroting wordt gesteld “Het Rijk geeft minder geld aan gemeenten dan nodig voor het uitvoeren van onze taken waardoor besparen nodig is.” Wat is de onderbouwing van de uitspraak dat het Rijk minder geld geeft aan gemeenten dan nodig is? We stellen deze vraag in het licht van het feit dat de VNG in de ledenbrief over de Rijksbegroting 2026 niet verder gaat dan de constatering dat de ontwikkeling van het gemeentefonds niet stabiel en niet transparant is. In procenten van het bruto binnenlands product is de laatste jaren sprake van een lichte afname van de middelen in het gemeentefonds, maar is het echt juist dat we minder geld van het Rijk krijgen om onze taken uit te voeren? We vragen dit om te kunnen beoordelen of de uitspraak uit het persbericht bij de Kadernota correct is. Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 2: Met name de taken en beschikbare middelen in het kader van de WMO en Jeugd zorgen voor financiële vraagstukken binnen de gemeentelijke begroting.
1
https://vng.nl/sites/default/files/2025-05/20250520-vng-ledenbrief-voorjaarsnota-bijlage-1-financiele-analyse.pdf
17
Vraag 3: In de VNG-ledenbrief over de Rijksbegroting wordt aangegeven dat de voorlopig geraamde vrijval BTW-compensatiefonds aan het gemeentefonds mogelijk te hoog is. De VNG lijkt te adviseren een lager bedrag te ramen, om later een tegenvaller te voorkomen. Hoe is hier in de Programmabegroting 2026 omgegaan, is de raming van uit de Rijksbegroting opgenomen of is behoedzaam een lager bedrag verondersteld? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 3: De VNG geeft in de betreffende ledenbrief geen advies, maar geeft alleen aan dat gemeenten de mogelijkheid hebben om ook een lager bedrag op te nemen. In onze begroting 2026 zijn wij uitgegaan van het maximaal bedrag, te weten de definitief gerealiseerde vrijval uit het BCF over het jaar 2024. Vraag 4: De stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH) wordt niet verlengd en de vervangende regeling (SWIK) wordt een jaar uitgesteld. Voor 2026 worden geen middelen beschikbaar gesteld voor de lokale aanpak vanuit het Nationaal Isolatie-programma. Aanvullend wordt het budget voor de warmtenet-investeringssubsidie (WIS) cumulatief met € 200 miljoen naar beneden bijgesteld vanwege een lagere doelstelling. Na 2025 verdwijnen de incidentele middelen uit het Klimaatfonds voor regionale energie-infrastructuur.
Hoe is in deze begroting rekening gehouden met deze kabinetsmaatregelen? Indien niet, wanneer wordt de raad geïnformeerd over de mogelijke gevolgen van deze kabinetsmaatregelen en de afweging of en zo ja, hoe we hier als gemeente op moeten/kunnen inspelen (bijv. bij de inzet van CDOKE-middelen)? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek Antwoord op vraag 4: Een vervangende regeling voor de SAH (aan te vragen door corporaties) is in lijn met de landelijke prestatieafspraken waarin is afgesproken dat corporaties vooral inzetten op isolatie en minder op aardgasvrij. Een jaar uitstel raakt niet de realisatie van doelstellingen in Overbetuwe. Ondanks de bijstelling van het beschikbare bedrag van de landelijke regeling WIS is er nog geen zicht op uitputting van beschikbare middelen. De regionale energie-infrastructuur middelen zijn vanuit de GMR aangevraagd in 2024 en 2025 en kunnen nog besteed worden tot en met 2027. De door het Rijk toegekende subsidiegelden Lokale Aanpak Isolatie (LAI) zijn nog te besteden tot 2029. De genoemde verschuivingen in subsidieregelingen zijn geen directe relatie met het behalen van de doelstellingen in 2026 in Overbetuwe. Besteding CDOKE gelden is volgens het vastgestelde programma duurzaamheid. In Q1 2026 informeren wij uw Raad over de lokale energiestrategie en het programma warmte.
18
Vraag 5: Op pag. 30 van de programmabegroting wordt aandacht besteed aan schuldhulp-verlening. In de voorjaarsbesluitvorming 2025 is de structurele dekking weggevallen van de (uitvoerings-)kosten van de verschillende maatregelen uit het basispakket IBO Problematische schulden2. De middelen voor problematische schulden waren beoogd voor gemeentelijk schuldenbeleid (vroegsignalering), een integraal schuldenoverzicht voor huishoudens, één overheidsincasso en het voorkomen van kostenoploop boetes. Door de voorjaarsbesluitvorming is er geen sprake meer van structureel budget voor dit maatregelenpakket. Welke gevolgen heeft dit voor onze gemeentelijke ambities op het punt van schulden-beleid c.q. voor het voorziene budget voor dit beleid en hoe is dit in deze programma-begroting verwerkt? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 5: De beschikbare gelden zijn op tijdelijke basis ter beschikking gesteld. Nieuwe methoden voor schulddienstverlening kosten vaak een iets langere implementatietijd. Om die reden zijn er geen nieuwe maatregelen geïntroduceerd. We kiezen ervoor om de nu ingeslagen weg te bestendigen: het in eigen beheer uitvoeren van onze schulddienstverlening met één aanspreekpunt voor de inwoner. Daarnaast blijven we inzetten om schulden zo veel mogelijk te voorkomen.
Vraag 6: Onlangs is de nieuwe Participatiewet in balans in de Eerste Kamer aangenomen, nadat de Tweede Kamer het wetsvoorstel al in april 2025 met een ruime meerderheid had aangenomen. Er wordt al wat langer gewerkt aan de implementatie hiervan, o.a. met een spoorboekje3. Op pagina 35 van de programmabegroting staat hierover een beknopte, geruststellende passage. Hoe is in deze programmabegroting rekening gehouden met de voor deze implementatie benodigde middelen voor de gemeentelijke organisatie? Wanneer wordt de raad nader geïnformeerd over en betrokken bij deze implementatie (en de daarmee te maken budgettaire en politieke keuzes) in Overbetuwe? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 6: Op dit moment zijn we intensief bezig met de implementatie van spoor 1 van de Participatiewet in balans. Bij dit spoor is geen ruimte voor beleidsmatige keuzes omdat het technische wijzigingen betreft. Het is wenselijk om zo veel mogelijk de maatregelen uit spoor 1 in te voeren voor 1 januari 2026. We 2 3
Zie ook het VNG-bericht van juli 2025: https://vng.nl/nieuws/opschorten-bestuurlijke-afspraken-vroegsignalering https://vng.nl/artikelen/spoor-1-23-wijzigingen-participatiewet-in-balans
19
koersen op implementatie van spoor 1 voor deze datum. Bij de sporen 2 en 3, welke op een later moment van kracht worden, hebben we als gemeente enige beleidsvrijheid. De keuzes die we maken voor deze sporen komen te zijner tijd naar voren in beleidsplannen die worden voorgelegd. Vraag 7: Hoe is in deze begroting verwerkt dat de Tweede Kamer op 3 september 2025 besloten heeft de controversieel verklaring van het wetsvoorstel vervanging abonnementstarief Wmo 2015 niet ongedaan te maken? Is er rekening mee gehouden dat dit wetsvoorstel (in te wijzigen vorm) pas per 1 januari 2028 zal ingaan? Zo ja, hoe? Zo nee, wat is het budgettaire risico? Portefeuillehouder: Rik van den Dam / Evert Westerbeek Antwoord op vraag 7: Er is in de voorliggende begroting rekening gehouden met aanvullende baten voor de eigen bijdrage per 1 januari 2027. Het uitstel tot 1 januari 2028 is nog niet financieel verwerkt in het gemeentefonds, zoals tot nu toe bij het eerdere uitstel wel is gebeurd. Zodra dit het geval is, wordt de compensatie hiervoor budgetneutraal verwerkt op het betreffende budget (er is derhalve geen budgettair risico), waarmee de hogere begrote baten ongedaan worden gemaakt. Met een eventueel effect op de zorgkosten is nog geen rekening gehouden.
Vraag 8: Op 3 juni 2025 ontvingen wij een memo/tic over het lokaal uitvoeringsplan Beschermd Wonen, met onder punt 6 aandacht voor de financiën4. Heeft de beperkte groei van de decentralisatieuitkering Beschermd Wonen voor onze regio consequenties? Zijn de noodzakelijke keuzes (expliciet of impliciet) verwerkt in deze Programma-begroting? Hoe wordt de raad hierover nader geïnformeerd? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek Antwoord op vraag 8: De decentralisatie-uitkering Beschermd Wonen wordt uitgekeerd aan de (voormalige) centrumgemeente Arnhem. Wanneer de verdere financiële doordecentralisatie zal plaatsvinden is nog niet bekend. Dit betekent dat de lopende afspraken met de gemeente Arnhem over overdracht van middelen nog steeds van kracht zijn. Dit is conform de afspraken in de programma-begroting verwerkt. Gesprekken over de (verdere) toekomst inzake dit onderwerp met de gemeente Arnhem lopen nog.
4
https://overbetuwe.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/7908dfe7-6fc1-4ae7-bd43-82a25c28268d?documentId=6ed48f76-f4f4-4279-b255-fba0961abcd8
20
Vraag 9: Zijn de financiële gevolgen van de in juli in het onderhandelaarsakkoord Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) gemaakte afspraken5 verwerkt in deze programma-begroting? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet en wanneer wordt de raad meegenomen in de vertaling van deze afspraken naar Overbetuwe en met name richting de op te stellen aanvulling op het regioplan voor de implementatie van de basis-functionaliteiten en basisinfrastructuur (onder regie van de (mandaat)gemeente) die in het derde kwartaal van 2026 gereed moet zijn volgens het AZWA? Portefeuillehouder: Chantal Teunissen (IZA/AZWA) en Rik van den Dam (financiën) Antwoord op vraag 9: Nee, de financiële gevolgen van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord waren op het moment van opstellen van de begroting nog niet doorvertaald naar het niveau van individuele gemeenten. De financiële implicaties opnemen in deze begroting was derhalve dan ook (nog) niet mogelijk. Inmiddels is duidelijk dat de middelen voor 2026 worden verstrekt via bestaande specifieke uitkeringen (Brede Spuk en Spuk IZA). Voor 2027 en verder is hierover nog geen duidelijkheid. Zodra de gevolgen voor Overbetuwe bekend zijn, zullen wij dit verwerken in de daaropvolgende P&C stukken. Vraag 10: Is in onze regio al een transformatieplan ingediend voor het mentale gezondheids-netwerk6? Zo ja, kan dit met de raad worden gedeeld.
Zo nee, waarom niet? Hoe is hierbij door onze gemeente de relatie gelegd met het lokaal uitvoeringsplan Beschermd Wonen? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek Antwoord op vraag 10: Centrumgemeente Arnhem heeft middels een intentieverklaring ingestemd met het indienen van een transformatieplan mentaal gezondheidsnetwerk (MGN) voor de regio Centraal Gelderland. De bedoeling is dat de overige deelnemende gemeenten, waaronder Overbetuwe, ook instemmen met het transformatieplan en de wethouder van Arnhem mandateren voor definitieve ondertekening. In enkele gemeenten in onze regio is dit inmiddels gebeurd en zijn de bijbehorende stukken ook gepubliceerd. Voor Overbetuwe geldt dat wij verwachten dit zeer binnenkort te doen. Vanzelfsprekend kan dit t.z.t. met de raad worden gedeeld. Lokale plannen voor Beschermd Wonen en GGZ in de wijk zijn hier zoveel mogelijk bij betrokken, ook dat van Overbetuwe. Het Transformatieplan is redelijk procesmatig ingestoken. Na definitieve goedkeuring is het aan de deelnemende partijen, inclusief Overbetuwe, om hier een vertaling aan te geven die aansluit bij de lokale praktijk en ambities.
5 6
https://vng.nl/sites/default/files/2025-07/20250711-ledenbrief-onderhandelaarsakkoord-azwa.pdf https://www.mentalegezondheidsnetwerken.nl/nieuws/nieuwe-doorbraakmaatregelen-voor-mentale-gezondheidsnetwerken/
21
Vraag 11: Op pag. 30 van de programmabegroting is vermeld dat de uitkomsten van het tarievenonderzoek 2024 zijn verwerkt. In juni ontvingen wij van wethouder Westerbeek een memo van de Modulaire Regeling Sociaal Domein Centraal Gelderland over besluitvorming rond die indexatie van tarieven. Die leek ons juridisch kwetsbaar. Is inmiddels duidelijk of hiertegen nog door aanbieders bezwaar is gemaakt? Is er nog een risico dat uiteindelijk per 1 juli 2025 toch ruimer moet worden geïndexeerd (met doorwerking naar onze rekening en begroting)? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek Antwoord op vraag 11: Op de correctie van de indexatie voor ambulante zorgvormen per 1 juli van dit jaar hebben enkele aanbieders gereageerd met inhoudelijke en technische vragen. Deze vragen zijn inmiddels beantwoord en het beeld is dat dit naar tevredenheid is gebeurd. Er zijn geen bezwaren ontvangen, waarmee het proces als afgerond kan worden beschouwd. Vraag 12: Op pag. 31 van de programmabegroting is o.a. de ombuiging op de kosten van (begeleiding bij) dagbesteding in beeld gebracht. In de 2e bestuursrapportage staat hierover “We zien een daling van de kosten bij begeleiding en dagbesteding. Dit lijkt het resultaat te zijn van strenger indiceren en op tijd afschalen. De kosten dalen sneller dan we hadden voorzien.
Dit effect is structureel reeds verwerkt in de ombuiging die is opgenomen in de Programmabegroting 2026. “ In het onderhandelaarsakkoord AZWA van o.a. de VNG is sprake van een inzet op basisfunctionaliteiten en basisinfrastructuur in gemeenten die de vraag naar zorg zou moeten verminderen. Op grond waarvan lijkt dit het effect te zijn van strenger indiceren en afschalen? Zou dit bijv. ook niet het effect kunnen zijn van de ontwikkeling van de huiskamers (die het indiceren en afschalen mogelijk maakt)? Tegen die achtergrond ook de vraag of in deze begroting rekening is gehouden met de in de Kadernota 2026 aangekondigde doorontwikkeling van de huiskamers? En welke informatie kan met de raad gedeeld worden over de achtergronden van het recente bericht over de voortzetting van de ondersteuning van de Huiskamer in Heteren7 (en wat dit ook betekent voor de ondersteuning van de andere huiskamers)?
7
https://www.gelderlander.nl/overbetuwe/goed-nieuws-in-heteren-de-huiskamer-krijgt-gevraagde-steun~a5adfe49/
22
Portefeuillehouder: Chantal Teunissen (IZA/AZWA, gezondheid), Evert Westerbeek (huiskamers) Antwoord op vraag 12: De duiding “dit lijkt het resultaat te zijn van strenger indiceren en op tijd afschalen” is afkomstig uit de data-analyses die laten zien dat er sprake is van een afname in indicaties, afgegeven indicatieduur en uitnutting. Uw veronderstelling dat er een relatie is tot voorzieningen in het voorliggend veld en de sociale basis, waaronder de huiskamers, kunnen wij goed volgen. Een direct verband is echter niet/onvoldoende aangetoond. Het college verwacht nog dit jaar een besluit te nemen over de Huiskamer van Heteren. Wanneer dit het geval is zal de raad hierover worden geïnformeerd.
23
1.5 Technische vragen VVD n.v.t.
24
1.6 Technische vragen GL n.v.t.
25
1.7 Technische vragen PvdA Vraag 1: p. 6 Programmabegroting 2026 “Doorwerking structureel nadeel 2e Bestuursrapportage 2025 Dit structureel nadeel van € 1,1 miljoen betreft een niet te realiseren taakstelling uit de begroting 2022 op de budgetten voor de jeugdzorg. Alle maatregelen zijn doorgevoerd en de ombuigingen uit eerdere jaarschijven zijn allemaal gehaald.” In de eerste zin wordt gesproken over een niet te realiseren taakstelling op de budgetten voor de jeugdzorg. In de tweede zin lezen we dat alle maatregelen zijn doorgevoerd en de ombuigingen uit eerdere jaarschijven allemaal zijn gehaald. Dit lijkt ons tegenstrijdig en vraagt om een toelichting. Wij ontvangen dus graag een toelichting op het structurele nadeel van 1,1 miljoen euro en de stelling dat alle maatregelen zijn doorgevoerd en de ombuigingen uit eerdere jaarschijven allemaal zijn gehaald. Portefeuillehouder: Rik van den Dam (financiën), Chantal Teunissen (jeugd) Antwoord op vraag 1: In de begroting 2022 was een oplopende taakstelling opgenomen, oplopend naar in totaal 4,2 mln. in 2025. De laatste tranche hiervan betreft 1,1 miljoen in 2025. De maatregelen uit het beleidsplan sociaal domein zijn ingevoerd en hebben in eerdere jaarschijven de benodigde resultaten behaald. Voor de laatste jaarschijf 2025 (en verder) geldt echter dat wij niet verwachten deze te behalen. Vraag 2: p.
20 Programmabegroting 2026 “Diverse woningbouwinitiatieven behandelen volgens het principe first in first out.” Graag een toelichting wat hiermee wordt bedoeld. Waarom is hiervoor gekozen? Hanteert het college uitgangspunten bij de prioriteitstelling van woningbouwinitiatieven? En zo ja, welke? En zo nee, waarom niet? Portefeuillehouder: Karel Grimm Antwoord op vraag 2: Hiermee wordt gedoeld op de werkwijze woningbouwprioritering, zoals opgenomen in de Woonagenda, passend ook bij afspraken in de regionale Woondeal. Binnen een prioritair project wordt ernaar gestreefd om binnen drie jaar naar realisatie te gaan. Als de woningen zijn opgeleverd, wordt het project afgesloten en verdwijnt het uit het woningbouwprogramma. Een project dat in 2025 start heeft tot en met 2028 om te starten met realisatie. Begint een project in 2026 dan is dat 2029. Hieraan refereert de term ‘first in, first out’ 26
Vraag 3: p. 21 Programmabegroting 2026 “De speerpunten voor het vestigingsklimaat zijn gericht op: [……] - Duurzaam en toekomstbestendig agrarisch ondernemerschap.” Graag een toelichting wat hiermee wordt bedoeld en specifiek met “duurzaam en toekomstbestendig”. Welke maatregelen treft het college hiervoor? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 3: Dit staat toegelicht in 25-09-09 A18 TIC; Onderzoek duurzame en toekomstbestendige agrarische sector in Overbetuwe in 2040 OverBetuwe - iBabs Publieksportaal. Vraag 4: p. 35 Programmabegroting 2026 “Verder zullen we in samenwerking met andere gemeenten binnen de arbeidsmarktregio Midden-Gelderland een regionaal werkcentrum openen.” Graag een toelichting wat hiermee wordt bedoeld en op welke wijze de raad wordt betrokken in/bij de besluitvorming hierover. Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 4: De vorming van regionale werkcentra is een onderdeel van de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur van Rijkswege, zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 29 april 2024. U bent hierover o.a. recentelijk nog geïnformeerd in de TIC van 2 september j.l.
27
Vraag 5: p. 39 Programmabegroting 2026 “Voor we datagedreven gaan werken, ontwikkelen we spelregels voor het sturen met data.” Welke spelregels worden hier bedoeld? Maakt Overbetuwe gebruik van algoritmes en zo ja, op welke beleidsvelden gebeurt dat? In hoeverre is de gemeenteraad hierbij betrokken (geweest) Portefeuillehouder: Evert Westerbeek Antwoord op vraag 5: Deze spelregels gaan over de wijze waarop we data in willen of zullen gaan zetten bij beleidsontwikkeling. We maken nog geen gebruik van algoritmes bij datasturing en beleidsopstellingen. Óf en zo ja op welke wijze dit dan vorm gaat krijgen, krijgt een plek in deze spelregels. De raad is tot nu toe niet betrokken geweest bij dit onderwerp. Dit gebeurt wel zodra spelregels voor datagedreven sturen vastgesteld worden. Vraag 6: p. 40 en p. 78 Programmabegroting 2026 “Opbouw van de overhead” […..] Totaal € 21.401.000 (Piofach = Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Administratieve organisatie, Communicatie en Huisvesting).” Totaal uitgaven programma’s (p. 13) € 142.500.000 21.401.000 : 142.500.000% = 15% (zie tabel ‘Beleidsindicatoren conform het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) op p. 78). Graag eenzelfde tabel voor de 15 vergelijkbare gemeenten met Overbetuwe.
(Aan de hand van profielen die de Vereniging Nederlandse Gemeenten onafhankelijk heeft samengesteld, op basis van actuele data, zijn dat Beuningen, Heumen, Midden-Delfland, Zuidplas, Zaltbommel, Nijkerk, Bodegraven-Reeuwijk, Lingewaard, Rhenen, Mook en Middelaar, Ermelo, Woudenberg, Druten, Best en West Betuwe.) Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 6: Dit is binnen de gestelde termijn voor de beantwoording niet mogelijk om op te leveren.
28
Vraag 7: p. 65 Programmabegroting 2026 De geschatte financiële omvang van de benodigde weerstandscapaciteit is in de Programmabegroting 2026 berekend op € 9.645.000. Vorig jaar was dat nog € 9.000.000. Voor de “open eind regeling sociaal domein” was opgenomen € 800.000.Dat is nu € 2.100.000. Voor het “aantrekken en binden personeel” was opgenomen € 590.000.Dat is nu € 300.000. Voor het “tekort aan materieel en capaciteit” was opgenomen € 3.800.000.Dat is nu € 2.600.000. Voor de “hogere indexatie zorgkosten” was opgenomen € 970.000.Dat is nu € 500.000. Bezuinigingen 2026 zijn mogelijk niet volledig te realiseren. Om de begroting 2026 sluitend te maken is een incidentele onttrekking aan de algemene reserves ingeboekt en zijn bezuinigingsmaatregelen doorgevoerd, waarbij het risico bestaat dat deze later worden gerealiseerd dan vooraf ingeschat. Financieel risico € 1,6 miljoen. Graag een toelichting van het college op deze inschattingen en op het realiteitsgehalte daarvan? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 7: De vraag wordt als technische vraag behandeld. De risico’s onder het weerstandsvermogen worden bij het opstellen van de begroting en bij de jaarrekening herijkt, met de best mogelijke inschatting. De risico’s worden in beeld gebracht volgens ons risicobeleid.
Waar mogelijk wordt het risico bepaald met onderbouwing van historische data, waar geen data beschikbaar is wordt het risico gebaseerd op professional judgement. Open eind regeling sociaal domein is voor de programmabegroting 2026 is op basis van nieuwe inzichten vastgesteld, waardoor deze ontwikkeling tot stand is gekomen. In de Kadernota 2026 was het risico voor € 1,1 mln. opgenomen. In dit risico hebben we nu het gehele sociale domein meegenomen en niet alleen de open eind regelingen voor jeugd en WMO. Aantrekken en binden personeel: in de Kadernota 2026 was hier ook al een bedrag opgenomen van € 300.000. In de begroting 2025 hadden we de inschatting gemaakt dat we extra zouden moeten inhuren aangezien het ziekteverzuim hoger is dan begroot. Tekort aan materieel en capaciteit; in de Kadernota 2026 was dit € 3,2 mln. Bij het opstellen van de begroting 2026 zijn de projecten en doorlooptijd/indexatie beoordeeld, hier is het bedrag op bijgesteld.
29
Hogere indexatie zorgkosten: dit risico komt tot stand door het verschil in de indexatie vanuit de zorg (OVA) en de gemeente (Prijs Bruto Binnenlands Product). Dit zijn jaarlijks verschillende percentages, waardoor het risico hierop bijgesteld wordt. Bezuinigingen 2026: hierbij is het risico opgenomen dat de maatregelen uit 2025 en 2026 niet tijdig gerealiseerd worden. Vraag 8: p. 77 Programmabegroting 2026 “De sturing op preventie en verzuim is aangescherpt.” Het werkelijk verzuimpercentage is opgelopen van 8,4%, 8,1%, 8,5% naar 9,2% tot september 2025. Kan het college dit toelichten in relatie met de opmerking dat “de sturing op preventie en verzuim is aangescherpt? Portefeuillehouder: Patricia Hoytink-Roubos Antwoord op vraag 8: De sturing op preventie en verzuim is aangescherpt, maar dit laat niet direct zijn effecten zien op het verzuimpercentage. De verwachting is dat de effecten zichtbaar worden in het percentage langdurig verzuim, omdat vanaf de 2e helft 2025 een aantal langdurig verzuimdossiers is afgesloten. Op dit moment vinden op teamniveau gefaseerd sessies plaats over diverse thema’s werkdruk, leiderschap, omgangsvormen en agressie die voortvloeien vanuit de RI&E. Op basis van deze sessies wordt het plan van aanpak geactualiseerd. De verwachting is dat dit in de toekomst effecten heeft op het verzuimpercentage van onze organisatie.
De raad wordt hierover ook geïnformeerd door de gemeentesecretaris tijdens de raadsinformatiebijeenkomst op 28 oktober a.s. We willen ook verwijzen naar de vraag van GBO over het verzuim en onze reactie daarop.
30
Vraag 9: p. 114 Programmabegroting 2026 “[….] en het verder versterken van de sociale basis. Dit is randvoorwaardelijk om de noodzakelijke ombuigingen te kunnen realiseren. De diverse wetten [ ……..].” Graag een toelichting van het college welke (nieuwe) maatregelen die in de Programmabegroting 2026 zijn opgenomen bijdragen aan het versterken van de sociale basis? Portefeuillehouder: Chantal Teunissen Antwoord op vraag 9: Zoals op pagina 115 van de programmabegroting 2026 beschreven, gaan wij ook de komende jaren door met het versterken van de sociale basis. Concreet betekent dit dat er een stevige lokale basisinfrastructuur is van welzijnswerk, onderwijs, bibliotheek, vrijwilligersorganisaties, verenigingsleven, kerken, huiskamers etc. We versterken sociale netwerken. We verwijzen vaker naar voorliggende mogelijkheden en optimaliseren (het gebruik van) de sociale kaart. We vragen onze partners meer collectief aanbod te realiseren. We verstrekken subsidies of opdrachten aan organisaties die een bijdrage leveren aan bovenstaande vanuit programma 4 en 5. Vraag 10: p.115 Programmabegroting 2026 “Sturen op relatie externe partners Via de regionale inkoop maken wij scherpe afspraken met zorgaanbieders. Ook gaan wij zelf in gesprek met aanbieders die zich nieuw willen vestigen in onze gemeente.
Partnerschap met zorgaanbieders: lokaal en regionaal Op lokaal niveau onderzoeken we mogelijkheden om met zorgaanbieders die lokaal gevestigd zijn of veel zorg leveren in Overbetuwe de samenwerking te intensiveren. […..] Regionaal zetten we in op mogelijkheden om op basis van vooraf afgesproken criteria aan aanbieders die de gewenste beweging maken (denk aan tijdig afschalen, kortere trajectduur, tijdige terugkoppeling etc.) een voorrangspositie te geven. Om aanbieders hiertoe te verleiden is een positieve prikkel nodig om het eventuele negatieve financieel effect voor de aanbieder te compenseren. Gedacht moet worden aan een groter aandeel van de verwijzingen (lokaal in te voeren) en/of een financiële beloning door een hoger tarief (dit moet bij regionaal gecontracteerd aanbod ook regionaal georganiseerd worden). Dit wordt inzet van de gesprekken met de regionale inkooporganisatie.” Graag een toelichting van het college wie precies verantwoordelijk is voor welke maatregelen? 31
Daarbij denken wij aan de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de Modulaire gemeenschappelijke regeling sociaal domein centraal Gelderland (MGR SDCG) en de gemeente Overbetuwe. Welke zelfstandige bevoegdheden heeft de MGR SDCG? Tot welke kosten leidt de compensering voor zorgaanbieders door het bieden van een hoger tarief? Portefeuillehouder: Chantal Teunissen (BC Inkoop), Evert Westerbeek (RPO), Rik van den Dam (AB-lid MGR) Antwoord op vraag 10: Met lokaal gevestigde aanbieders voeren wij periodiek gesprekken, mede omdat zij een sterkere relatie/verbinding met ons als gemeente ervaren, vaker ook Overbetuwse inwoners bedienen (en daarmee onder onze verantwoordelijkheid vallen) en omdat juist voor hen de kennis van ons lokale voorveld belangrijk is. Deze kennis proberen wij bij hen zoveel mogelijk te vergroten in periodieke gesprekken en communicatie. Daarnaast wordt zowel ambtelijk als bestuurlijk ook lokale input geleverd aan de regionale inkooporganisatie (MGR SDCG, module Inkoop) die zij betrekken bij de contractering en periodieke gesprekken met regionale aanbieders. Waar nodig/mogelijk sluiten ook Overbetuwse functionarissen zo nu en dan bij deze gesprekken aan. De verantwoordelijkheid voor regionale inkoop en contractering ligt bij de MGR. De MGR is daarbij ‘van ons allemaal’ (waarbij ‘ons’ de 11 deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling zijn).
Als zodanig heeft de MGR SDCG dan ook géén andere zelfstandige bevoegdheden dan die door ons allen aan de MGR SDCG zijn gemandateerd, bijvoorbeeld in de mede door uw raad (en de overige raden) vastgestelde (gemeenschappelijke) regeling en daaropvolgende wijzigingen daarvan (zie bijv. de raadsvergadering van 12 december 2023), en de begroting en begrotingswijzigingen die u ook jaarlijks vaststelt. Onze lokale verantwoordelijkheid en speelruimte beperkt zich tot producten en/of aanbieders die níet regionaal gecontracteerd zijn (denk bijv. aan huishoudelijke ondersteuning vanuit de Wmo en de maatwerkcontracten voor jeugd- en Wmo die soms afgesloten moeten worden met niet-gecontracteerde aanbieders). Of het financieel ‘belonen’ van aanbieders die aantoonbaar meewerken aan de door ons gewenste beweging tot extra kosten leidt, moet nog worden uitgezocht. De redenering is uiteraard dat dit niet zo zou moeten zijn, maar dat een dergelijke ‘beloning voor goed gedrag’ zichzelf terugverdient doordat trajecten korter en efficiënter worden, er eerder wordt afgeschaald, etc. Of dit haalbaar is dient nog te worden uitgezocht. Zoals aangegeven is deze denkrichting voornamelijk bedoeld als inzet vanuit Overbetuwe in regionaal verband, in aanloop naar de eerstvolgende nieuwe contracteringsronde vanuit de regionale inkoop.
Daarbij zal ook een zo goed mogelijke inschatting gemaakt moeten worden van juridische haalbaarheid en kosten versus baten (‘businesscase’).
32
Vraag 11: p. 120 Programmabegroting 2026 “Sturen op langlopende / complexe zorgvragen: inboeking bezuiniging € 85.000.” Hoe is het college tot deze inschatting gekomen? Langlopende en complexe zorgvragen geven vaak hoge kosten. Het bedrag van de inboeking is relatief laag. Welke verklaring ligt hieraan ten grondslag? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek/Chantal Teunissen Antwoord op vraag 11: De € 85.000 wordt gemeld onder het kopje benodigde investeringen en betreft dus een benodigde investering om de maatregel uit te kunnen voeren. Zie ook p. 119. Vraag 12: p. 121 Programmabegroting 2026 “[….] Om tot nieuwe, extra maatregelen te kunnen komen moet “out of the box” worden gedacht, waarbij wij tegen de grenzen aanlopen van wat wij in regionaal verband met onze buurgemeenten hebben afgesproken of wat door landelijke wetgeving is toegestaan. Extra maatregelen zonder minder wenselijke (bij-)effecten zullen niet snel meer gevonden worden.” Graag een aanduiding van de grenzen door de regionale afspraken met buurgemeenten aan de eigen handelingsruimte en beslissingsbevoegdheid van de gemeente? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek/Chantal Teunissen Antwoord op vraag 12: Hiermee wordt vooral bedoeld dat wat wij in regionaal verband hebben georganiseerd als het gaat om inkoop en contractering van zorg (via de MGR Sociaal Domein Centraal Gelderland) of bijv.
de BVO DRAN als het gaat om vervoer.
33
1.8 Technische vragen CU Vraag 1: In de samenvattende financiële consequenties sepcirculaire 2025 bij de TIC wordt op p2/2 onder Tekort op jeugdzorg in 2023 en 2024 aangegeven " … eenmalig bedrag van 1,6 miljoen in 2025. Vanwege de financiële situatie van de gemeente is afgeweken van het VNG advies om deze middelen reserveren.". a) wat betekent dit precies, b) waar is het afwijken van het VNG-advies in de begroting terug te vinden, c) hoe is het bedrag van 1,6m verdeeld over wat en d) wat zijn de consequenties en risico's? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 1: a. Dit betekent dat de betreffende middelen niet zijn gereserveerd zijn voor de Jeugdzorg maar worden toegevoegd aan de algemene middelen (Algemene Reserve) b. Dit is niet terug te vinden in de begroting 2026 omdat het een mutatie betreft in boekjaar 2025. Wel is op pagina 103 (Prognose verloop Algemene Reserve) onder het kopje stortingen bij 2025 een budgettair voordeel van € 1,846 miljoen opgenomen vanwege de septembercirculaire 2025. De eenmalige compensatie jeugdzorg van € 1,6 miljoen zit in dat bedrag opgenomen. c. Het bedrag is verdeeld over een viertal maatstaven waarvan Huishoudens met een laag inkomen met drempel en inwoners jonger dan 18 jaar de verreweg de twee grootste zijn. d.