CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

25-10-07.09 Relevant stuk 10. Bijlagenboek bij ruimtelijke motivering

Gemeenteraadsvergadering 7 oktober 2025, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Realisatie woonwagenstandplaatsen Platenmakersstraat Elst20.398 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

14-04-2025

Notitie ‘Stikstofdepositie Woonwagenstandplaats Overbetuwe’

Versie: D1 Auteur: Rik Hoosemans Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Stikstofdepositie woonwagens Overbetuwe Klant: Gemeente Overbetuwe

1

Projectleider: Koen de Weert

Inleiding

Gemeente Overbetuwe is voornemens om een uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen te realiseren. Deze notitie beoordeelt fasen 1 en 2, een uitbreiding van 8 woonwagens. In de huidige situatie is dit een grasveld met volkstuinen. Het projectgebied is gelegen langs de Hollanderbroeksestraat en de Platenmakersstraat Elst in provincie Gelderland. Figuur 1-1 toont een luchtfoto van de locatie. Figuur 1-2 toont een impressie van de voorgenomen projectontwikkeling.

Figuur 1-1: Locatie uitbreiding woonwagenstandplaats

Sweco

De Holle Bilt 22

Sweco Nederland B.V.

T +31 (0) 88 811 6600

NL 3732 HM De Bilt

Handelsregister 30129769

www.sweco.nl

Netherlands

Statutair gevestigd te De Bilt

Documentreferentie NL25-648800269-130934.docx

1/13

14-04-2025 Versie D1 Projectnummer 51024737 Onderwerp Stikstofdepositie woonwagens Overbetuwe

Figuur 1-2: Impressie van de voorgenomen projectontwikkeling

Voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is een onderzoek naar stikstofdepositie benodigd. In het kader van de Omgevingswet die sinds 1 januari 2024 van kracht is, dient te worden nagegaan of de ontwikkeling leidt tot negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van een toename van stikstofdepositie op (naderend) overbelaste, stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden in Natura 2000-gebieden. Deze notitie beschrijft de stikstofdepositieberekening.

Documentreferentie NL25-648800269-130934.docx

2/13

2

Werkwijze/toetsingskader

14-04-2025 Versie D1

2.1

Inleiding

Projectnummer 51024737

Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Het netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen op basis van de Europese Vogel- en/of Habitatrichtlijnen. Het uiteindelijke doel is het bereiken van een gunstige staat van instandhouding voor alle door de richtlijnen beschermde soorten en habitats. De gebiedsbescherming van de Nederlandse Natura 2000gebieden is geregeld onder de Omgevingswet.

Onderwerp Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

In de Nederlandse Natura 2000-gebieden is door een overbelasting met stikstofoxiden (NO ) en ammoniak (NH ) de staat van instandhouding van veel soorten en habitats niet gunstig en worden de instandhoudingsdoelstellingen niet behaald. Nieuwe ontwikkelingen die een toename van de stikstofdepositie tot gevolg hebben, kunnen negatieve effecten hebben op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen. Voor nieuwe plannen of projecten, binnen of buiten een Natura 2000-gebied, moet daarom onderzocht worden of deze ontwikkelingen significant negatieve effecten hebben op het behalen van een gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten en habitats. Onder de Omgevingswet worden activiteiten die significant nadelige gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied, een Natura 2000-activiteit genoemd. x

3

Stikstofdepositie bestaat in gereduceerde vorm (NH , ammoniak) en geoxideerde vorm (stikstofoxide, NO ). Beide vormen van stikstof kunnen worden omgezet tot de nutriënten ammonium (NH ) en nitraat (NO ). De extra aanvoer van deze voedingsstoffen kan vooral bedreigend zijn voor voedselarme habitattypen. Door de verrijking kan de vegetatie verruigen en kunnen de kenmerkende soorten van schrale milieus verdwijnen. Daarnaast kan depositie van stikstof, in het bijzonder door ammoniak na nitrificatie, leiden tot een daling van de bodem-pH. Door verzuring verdwijnen gevoelige soorten en nemen de soortenrijkdom en kwaliteit van zuurgevoelige habitattypen af. 3

x

4

2.2

+

3

Beoordelingslocaties

Voor elk Natura 2000-gebied zijn habitattypen en/of soorten aangewezen. Elk habitattype of het leefgebied van deze soorten is in meer of minder mate gevoelig voor de gevolgen van stikstofdepositie. De kritische depositiewaarde (KDW) geeft voor elk habitattype en elk leefgebied van soorten aan bij welke mate van stikstofdepositie (mol N/ha/jaar) er een risico is dat de kwaliteit verslechtert ten gevolge van de verzuring en/of vermesting die de stikstofdepositie veroorzaakt. Voor de beoordeling van de stikstofdepositie wordt gekeken naar de locaties binnen Natura 2000-gebieden waar er een overbelasting van stikstofdepositie is. Dat wil zeggen dat de heersende achtergronddepositie groter is dan de KDW van de gekarteerde habitattypen en/of leefgebieden. Uit voorzorg worden ook locaties beoordeeld waar de achtergronddepositie tot 70 mol N/ha/jaar onder de KDW ligt (een naderende overschrijding KDW).

Documentreferentie NL25-648800269-130934.docx

3/13

Rondom het projectgebied zijn de volgende Natura-2000 gebieden met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden aanwezig:

14-04-2025 Versie D1

• • • • • • • • •

Rijntakken (circa 4,5 km van projectgebied); Veluwe (circa 5,2 km van projectgebied); Wyler Meer (Teilfläche des NSG Düffel) (circa 13,5 km van projectgebied); NSG Salmorth, nur Teilfläche (DE) (circa 17,0 km van projectgebied); Binnenveld (circa 17,9 km van projectgebied); De Bruuk (circa 19,5 km van projectgebied); NSG Kranenburger Bruch (DE) (circa 19,8 km van projectgebied); Sint Jansberg (circa 20,1 km van projectgebied); Oeffelter meent (circa 24,2 km van projectgebied).

Projectnummer 51024737 Onderwerp Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Deze gebieden zijn op de afbeelding in Figuur 2-1 weergegeven.

Figuur 2-1

2.3

Projectgebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden

Beoordeling projecten

Indien uit de berekeningen met AERIUS Calculator blijkt dat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie (kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol N/ ha/jaar) op overbelaste habitats, dan kunnen significante effecten ten gevolge van stikstofdepositie op voorhand worden uitgesloten. Voor het onderdeel stikstofdepositie is er dan geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000activiteit nodig. Figuur 2-2 toont een beslisboom voor de toestemmingsverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten conform de recente beleidslijnen. Deze notitie voorziet in stap 1 (AERIUS-berekening). De berekeningen worden uitgevoerd voor zowel de gebruiksfase als de aanlegfase. De gebruiksfase leidt mogelijk tot extra effecten van stikstofdepositie, omdat er sprake is van een verkeersaantrekkende werking. De woningen worden niet aangesloten op het gasnet, maar worden op een duurzame manier verwarmd. Hierdoor ontstaan bij de verwarming en het gebruik van het gebouw geen emissies van stikstof.

Documentreferentie NL25-648800269-130934.docx

4/13

Tijdens de aanlegfase wordt materieel ingezet om het projectgebied bouwrijp te maken, de woningen te realiseren en het projectgebied woonrijp te maken. De draaiuren van de mobiele werktuigen en de benodigde verkeersbewegingen tijdens de bouw zijn als input gehanteerd.

14-04-2025 Versie D1 Projectnummer 51024737 Onderwerp Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Figuur 2-2

Stappenplan toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe Activiteiten

Documentreferentie NL25-648800269-130934.docx

5/13

3

Aanlegfase

14-04-2025 Versie D1

Met het project worden in twee fasen 8 woonwagenstandplaatsen gerealiseerd. Hierbij worden er voorzieningen aangelegd in de vorm van riool en elektra en wordt er een oprit gemaakt. De woonwagens zullen in hen geheel op de plek worden gezet.

3.1

Projectnummer 51024737 Onderwerp Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Mobiele werktuigen

Voor de uitvoeringsfase is een overzicht opgesteld van het in te zetten materieel en het aantal draaiuren gedurende de aanlegfase. Dit overzicht is opgenomen in bijlage 1. Er is uitgegaan van materieel in minimaal Stageklasse IV (bouwjaar 2014 of nieuwer). Hiermee worden de stikstofemissies tijdens de aanlegfase beperkt. In het overzicht is tevens rekening gehouden met het laden en lossen van zwaar verkeer. Op basis van het aantal draaiuren, de Stage-klasse en het bouwjaar en het vermogen van de mobiele werktuigen zijn de jaarlijkse stikstofemissies berekend. De emissieberekeningen voor de mobiele werktuigen zijn uitgevoerd op basis van de AUB-methode van TNO1. De berekeningen van de emissies zijn hierbij gebaseerd op (A) AdBlue-verbruik (liter), (U) totale aantal draaiuren en (B) brandstofverbruik (liter). De emissies van de mobiele werktuigen zijn gemodelleerd als vlakbron met een uittreedhoogte van 2,5 m, spreiding van 1,3 m, de etmaalvariatie ‘Standaard profiel Industrie’ en een warmte inhoud van 0,035 MW.

3.2

Voertuigbewegingen, koude start & laden en lossen vrachtverkeer

Gedurende de uitvoering vinden voertuigbewegingen van zwaar verkeer en licht verkeer (auto’s en busjes personeel) plaats. Er is uitgegaan van maximaal 138 voertuigbewegingen van zwaar verkeer en maximaal 120 voertuigbewegingen van licht verkeer in 2025. Als route van en naar het projectgebied is uitgegaan van de zuidelijke ontsluiting richting over de Hollanderbroeksestraat richting de Valburgseweg tot aan het kruispunt met Kerkeakkers, alwaar het verkeer opgaat in het heersend verkeersbeeld. De voertuigbewegingen zijn gemodelleerd in AERIUS Calculator 2024. De emissies van het wegverkeer worden door AERIUS Calculator 2024 automatisch bepaald op basis van de ingevoerde parameters. Voor de invoer in het rekenmodel is het snelheidsprofiel ‘Binnen bebouwde kom (normaal)’ gehanteerd. De emissies van het stationair draaien van de motor van vrachtwagens (afkomstig van buiten de bouwplaats) tijdens het laden en lossen zijn berekend op basis van de methode uit de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024’ van BIJ122. Hierbij wordt de emissie bepaald op basis van het aantal uur stationair draaien van de motor en een set emissiefactoren. In deze berekeningen is uitgegaan van de set emissiefactoren van oktober 2024 3. 1

TNO (2021) AUB (AdBlue-verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOxen NH3-uitstoot van mobiele werktuigen. TNO 2021 R12305. 10 december 2021 2 Bij12 (2024) Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024. Versie 1, oktober 2024. 3 BIJ12 (2024) Bijlage 1 van Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024. Versie 1, oktober 2024.

Documentreferentie NL25-648800269-130934.docx

6/13

De emissies van het stationair draaien tijdens het laden en lossen zijn in het rekenmodel ingevoerd als een vlakbron met een uittreedhoogte van 0,3 m, spreiding van 0,1 m, de etmaal variatie ‘Zwaar verkeer’ en een warmte inhoud van 0 MW. Er is sprake van een koude start4 wanneer motorvoertuigen gestart worden nadat ze 2 uur of langer stil hebben gestaan. Tijdens de aanlegfase is er alleen sprake van een koude start bij het lichte verkeer dat aan het eind van de werkdag van het werkterrein vertrekt. Er is gerekend met 1 koude start per 2 verkeersbewegingen van het lichte verkeer. Bij het middelzware en zware verkeer is geen sprake van een koude start, omdat deze voertuigen maar voor een beperkte tijd aanwezig zijn op het werkterrein voor laden en lossen. De koude start is gemodelleerd als een vlakbron in de categorie ‘Verkeer – Koude start; overig’.

4

14-04-2025 Versie D1 Projectnummer 51024737 Onderwerp Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Handreiking koude start CONCEPT 26 september 2024

Documentreferentie NL25-648800269-130934.docx

7/13

4

Gebruiksfase

14-04-2025 Versie D1

Met het project worden in fase 1 en 2 maximaal 8 woonwagens gerealiseerd. De woonwagens worden niet aangesloten op het gasnet, maar worden op een duurzame manier verwarmd. Hierdoor ontstaan bij de verwarming van de woningen geen emissies van stikstof. Het jaar van de ingebruikname van de woningen is in hetzelfde jaar als de aanlegfase gesteld.

Projectnummer 51024737 Onderwerp Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

De verkeersgeneratie in de gebruiksfase is berekend en bepaald op basis van het woningtype, met in totaal 8 woningen. De verkeersgeneratie is berekend aan de hand van de CROW-richtlijnen5 in de categorie ‘rest bebouwde kom’ met locatie gemeente Overbetuwe (stedelijkheidsgraad: weinig stedelijk). De totale verkeersgeneratie in de gebruiksfase bedraagt maximaal 69 voertuigbewegingen per etmaal, zoals weergegeven in Tabel 1. Tabel 1: Berekening verkeersgeneratie in de gebruiksfase Locatie Gemeente Overbetuwe Stedelijkheidsgraad gemeente (2024): Weinig stedelijk (4) Ligging binnen gemeente: Rest bebouwde kom Categorie Koop-, huis, vrijstaand

Aantal 8

Kencijfers (max) 8,6

Totaal per etmaal 68,8

Als route van en naar het projectgebied is uitgegaan van de zuidelijke ontsluiting richting over de Hollanderbroeksestraat richting de Valburgseweg tot aan het kruispunt met Kerkeakkers, alwaar het verkeer opgaat in het heersend verkeersbeeld. De emissies van het wegverkeer worden door AERIUS Calculator 2024 automatisch bepaald op basis van de ingevoerde parameters. Er wordt daarbij uitgegaan van de gemiddelde waarden voor het wagenpark in Nederland. Voor de specificering van de berekening wordt verwezen naar de exports van de AERIUS-berekening (bijlage 1). Voor de invoer in het rekenmodel is het snelheidsprofiel ‘Binnen bebouwde kom (normaal)’ gehanteerd. Er is sprake van een koude start6 wanneer motorvoertuigen gestart worden nadat ze 2 uur of langer stil hebben gestaan. Tijdens de gebruiksfase van de woningen en werken is er alleen sprake van een koude start bij het lichte verkeer dat vanaf het projectgebied vertrekt. Er is daarom gerekend met 50% koude starts van het totaal aantal verkeersbewegingen van het lichte verkeer. Bij het middelzware en zware verkeer is geen sprake van een koude start, omdat deze voertuigen maar voor een beperkte tijd aanwezig zijn in het projectgebied. De koude start is gemodelleerd als een vlakbron in de categorie ‘Verkeer – Koude start; overig’.

CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ en CROW-publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers 2024’. 6 Handreiking koude start CONCEPT 26 september 2024 5

Documentreferentie NL25-648800269-130934.docx

8/13

5

Resultaten

14-04-2025 Versie D1

In AERIUS Calculator 2024 zijn de rekengegevens, zoals beschreven in de hoofdstukken 3 en 4, ingevoerd. Daarmee zijn de berekeningen voor de gebruiks- en aanlegfase uitgevoerd.

Projectnummer 51024737 Onderwerp Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Uit de berekening volgt dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van het voorgenomen project. Significante effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van het project ‘Woonwagenstandplaats Overbetuwe’ zijn daarmee op voorhand uit te sluiten. Voor de specificering van de berekeningen wordt verwezen naar de export van de AERIUS-berekeningen (bijlage 2).

Documentreferentie NL25-648800269-130934.docx

9/13

6

Conclusie

14-04-2025 Versie D1

In deze notitie is een berekening gemaakt van de stikstofuitstoot en -depositie als gevolg van het project ‘Woonwagenstandplaats Overbetuwe’. De gebruiken aanlegfase zijn beschouwd in één rekenjaar.

Projectnummer 51024737 Onderwerp Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Er is geen toename van de stikstofdepositie > 0,00 mol/ha/jaar in de omliggende Natura 2000-gebieden. Significante effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van activiteiten in de aanlegfase zijn daarmee op voorhand uit te sluiten. Er is daarmee geen sprake van een Natura 2000-activiteit. Voor het project is geen omgevingsvergunning, voor het aspect stikstofdepositie, voor een Natura 2000-activiteit benodigd.

Bijlagen: 1. Overzicht materieel en berekening emissies aanlegfase en gebruiksfase 2. Exports AERIUS-berekeningen

Documentreferentie NL25-648800269-130934.docx

10/13

14-04-2025 Versie D1 Projectnummer 51024737 Onderwerp Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Datum Versie Documentreferentie

Handelsregister 30129769 Stikstofdepositie Overbetuwe 51024737 Gemeente Overbetuwe Rik Hoosemans 14-04-2025 D1 NL25-648800269-130934.docx

Documentreferentie NL25-648800269-130934.docx

Gecontroleerd door

Lili van Muiswinkel

Vrijgegeven door

Koen de Weert

11/13

Bijlage 1 – Overzicht materieel en berekening emissies aanlegfase en gebruiksfase

14-04-2025 Versie D1 Projectnummer 51024737 Onderwerp Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Documentreferentie NL25-648800269-130934.docx

12/13

Emissieberekening mobiele werktuigen en stationair draaiend wegverkeer Naam

Categorie

Shovel Midi graver Trilwals Hijskraan

D A A D

Laden en lossen Totaal

Zwaar

Totaal zwaarvrachtverkeer per fase

Stage

Draaiuren Bouwjaar Vermogen Emissie NOx Emissie NH3 Rekenjaar Emissie NOx Emissie NH3 [kW] mobiel werktuig [kg] mobiel werktuig [kg] stationair [kg] stationair [kg] 32.00 2014 120 2.53 0.11 48.00 2014 40 5.99 0.00 8.00 2014 40 1.00 0.00 16.00 2014 250 2.50 0.11

IV IV IV IV

11.50 12.02

Voertuigbewegingen extern

Koude start

Aantal in 2025

Aantal in 2025 138

Totaal middelzwaarverkeer per fase Totaal Lichtverkeer per fase

2025

120

60

0.22

1.06 1.06

0.01 0.01

Gebruiksfase Uitgangspunten Gemeente Overbetuwe Stedelijkheidsgraad gemeente Weinig stedelijk (4) (2019): Locatie:

Ligging binnen gemeente:

Rest bebouwde kom

Woningen Totaal 60% Vrije sector

8 Woningen 8 Koop vrijstaand

Typologie

Categorie CROW

Wonen

Koop, huis, vrijstaand Totaal

Verkeersgeneratie per woning (max.) Verkeersgeneratie conform CROWtotaal (max) conform Aantal woningen richtlijnen CROW-richtlijnen Motorvoertuigen Motorvoertuigen stuks per etmaal per etmaal 8 8.6 69 8 69

Bijlage 2 – Exports AERIUS-berekeningen

14-04-2025 Versie D1 Projectnummer 51024737 Onderwerp Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Documentreferentie NL25-648800269-130934.docx

13/13

13-06-2025

Weging van waterbelang / Realisatie van woonwagens Overbetuwe

Versie: D1 Auteur: Sophie Verheugd Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe Klant: Gemeente Overbetuwe Projectleider: Koen de Weert

Sweco

De Holle Bilt 22

Sweco Nederland B.V.

T +31 (0) 88 811 6600

NL 3732 HM De Bilt

Handelsregister 30129769

www.sweco.nl

Netherlands

Statutair gevestigd te De Bilt

Documentreferentie NL25-648800269-137285

1/23

Inhoudsopgave

13-06-2025 Versie D1 Projectnummer: 51024737

1

Inleiding .................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding....................................................................................... 3 1.2 Leeswijzer ...................................................................................... 3

2

Wettelijk kader .......................................................................................... 4 2.1 Europees beleid ............................................................................. 4 2.1.1 Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) .............................. 4 2.2 Nationaal en regionaal beleid......................................................... 4 2.2.1 Omgevingswet .................................................................. 4 2.2.2 Waterschap Rivierenland: ‘Waterbeheerprogramma 2022 – 2027’................................................................................... 6 2.2.3 Afstemming met Waterschap Rivierenland ...................... 6 2.3 Gemeentelijk beleid ........................................................................ 7 2.3.1 Water- en Rioleringsprogramma 2025 – 2029 ................. 7

3

Huidige situatie ......................................................................................... 8 3.1 Omgeving ....................................................................................... 8 3.2 Maaiveldhoogte .............................................................................. 9 3.3 Bodemopbouw ............................................................................. 10 3.4 Grondwater................................................................................... 12 3.5 Oppervlaktewater ......................................................................... 13 3.6 Bestaande riolering ...................................................................... 14

4

Toekomstige situatie............................................................................... 15 4.1 Kavelstudie ................................................................................... 15 4.2 Waterhuishouding ........................................................................ 16 4.2.1 Waterkwantiteit ............................................................... 16 4.2.2 Waterkwaliteit.................................................................. 16 4.3 Aandachtspunten ......................................................................... 18 4.3.1 Aansluiting vuilwaterriolering .......................................... 18 4.3.2 Ophoging bouwgrond ..................................................... 19 4.3.3 Overbrugging secundaire watergang ............................. 19 4.4 Toekomstige inrichting ................................................................. 19 4.4.1 Watercompensatie opgave ............................................. 19 4.4.2 Invulling watercompensatie ............................................ 19

5

Conclusie en aanbevelingen .................................................................. 20 5.1 Watercompensatie ....................................................................... 20 5.2 Opvangen hemelwater ................................................................. 20 5.3 Aansluiting vuilwaterriolering........................................................ 20 5.4 Ophogen bouwpeil ....................................................................... 20 5.5 Overbrugging secundaire watergang ........................................... 21

6

Bibliografie .............................................................................................. 22

Documentreferentie NL25-648800269-137285

Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

2/23

1

Inleiding

13-06-2025 Versie D1

1.1

Aanleiding

In 2018 heeft het Ministerie van BZK het beleidskader ‘gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ ontwikkeld. Lokale overheden moeten voor een afgewogen woonbeleid zorgen, zodat de doelgroep volgens hun tradities en culturele identiteit kan leven. In het woonbeleid moet rekening worden gehouden met de specifieke woonbehoefte van woonwagenbewoners en dient te worden voorzien in voldoende standplaatsen, zodat woonwagenbewoners binnen een redelijke termijn een standplaats kunnen krijgen.

Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Gemeente Overbetuwe heeft nu negen standplaatsen voor woonwagens. Deze zijn verdeeld over drie woonwagenlocaties in Zetten, Herveld en Heteren. Uit een onderzoek naar de behoefte onder woonwagenbewoners kwam het advies om op korte termijn in totaal zes extra standplaatsen aan te leggen op twee locaties. Op een later moment kunnen er in totaal nog vijf tot zes stand-plaatsen bijkomen. Het project betreft de uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen in Overbetuwe aan de Platenmakersstraat in Elst. Een weging van het waterbelang wordt uitgevoerd om de mogelijke effecten van het voorgenomen project op het waterhuishoudkundige systeem in kaart te brengen. Het doel van de weging van het waterbelang is om tijdig mogelijke knelpunten en risico’s met de waterbeheerder te bespreken, zodat deze( kunnen worden aangepakt in de planvorming en uitvoering van het project. Op deze manier draagt de weging van het waterbelang bij aan een duurzaam waterbeheer en verantwoorde ruimtelijke ordening.

1.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is het wettelijk kader beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft de huidige situatie, inclusief de hoogteligging, het watersysteem en de bodemopbouw. De toekomstige situatie, inclusief de ruimtelijke consequenties, knelpunten en oplossingsrichtingen, worden in hoofdstuk 4 beschreven. Hoofdstuk 5 beschrijft tenslotte de conclusies en aanbevelingen.

Documentreferentie NL25-648800269-137285

3/23

2

Wettelijk kader

13-06-2025 Versie D1

2.1

Europees beleid

Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens

2.1.1

Europese Kaderrichtlijn Water (KRW)

Overbetuwe

Een goede waterkwaliteit is voor Nederland van groot belang. Maar omdat water zich weinig aantrekt van landsgrenzen, is het voor een belangrijk deel ook een internationale zaak. Daarom is sinds eind 2000 de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. Deze moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa op orde is. De deelstaten hebben tot 2027 de tijd om te voldoen aan de vastgestelde doelen. De KRW is erop gericht om zowel de chemische als ecologische kwaliteit van watersystemen te verbeteren, onder meer door lozingen op het oppervlaktewater aan te pakken en de watersystemen natuurlijker in te richten. Daarnaast is het de bedoeling om het duurzaam gebruik van water te bevorderen en de verontreiniging van (grond)water aanzienlijk te verminderen. In Nederland heeft de Rijksoverheid de KRW vertaald naar Nederlandse wet- en regelgeving onder de Omgevingswet en in het Besluit kwaliteit leefomgeving (IPLO, 2024). Alle waterbeheerders (provincies, waterschappen en gemeentes) zijn in Nederland verantwoordelijk voor het uitvoeren en monitoren van de effecten van de KRW, in samenwerking met hun partners.

2.2

Nationaal en regionaal beleid

2.2.1

Omgevingswet

Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen, zodat het straks bijvoorbeeld makkelijker is om bouwprojecten te starten. De Omgevingswet vervangt sinds 1 januari 2024 meerdere losse wetten en regelingen over de fysieke leefomgeving. Denk hierbij aan: de Waterwet, de Wet ruimtelijke ordening, de Wet natuurbescherming, de Onteigeningswet, de Ontgrondingenwet, de Wet milieubeheer en de Wet bodembescherming. Het watertoetsproces komt ook onder de Omgevingswet terug. Zo moeten gemeenten bij de totstandkoming van het omgevingsplan, de opvolger van het bestemmingsplan, rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. De opvattingen van de waterbeheerder moeten daarbij worden betrokken. De watertoets is het rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Met ingang van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets. De weging van het waterbelang geldt onder meer bij het vaststellen van het omgevingsplan (de opvolger van het bestemmingsplan). Dit volgt uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl). De gemeente moet de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het omgevingsplan.

Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen, zoals watercompensatie in verband met toenemende verharding en de (on)wenselijkheid van bebouwing in bepaalde gebieden vanuit waterveiligheid of waterwinningen. Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. De gemeente is vrij om hieraan zelf invulling aan te geven.

Documentreferentie NL25-648800269-137285

4/23

Hieronder een overzicht van de delen van de Omgevingswet die over water gaan en belangrijk zijn voor de ontwikkeling:

13-06-2025 Versie D1

Bescherming van waterbelang Nederland is een waterrijk land. Bouwen kan niet zonder de belangen van het watersysteem af te wegen. Daarom moet bij het opstellen van een omgevingsplan voor een ontwikkeling, ook de waterbelangen worden meegewogen (voorheen geborgen in de watertoets). De gemeente heeft ook een rol in het borgen van de waterbelangen. Dit volgt uit de instructieregels, opgenomen in paragraaf 5.1.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij een ontwikkeling zijn onder andere de volgende richtlijnen van toepassing: o extra verharding moet worden gecompenseerd; o primaire waterkeringen moeten worden beschermd, er mogen geen belemmeringen op de keringen ontstaan als gevolg van ontwikkelingen. Aspecten uit de Waterwet De Waterwet vormde de basis voor normen die aan watersystemen kunnen worden gesteld. De richtlijnen die opgenomen zijn in de Omgevingswet, maken het voor regionale overheden mogelijk om normen te stellen voor watersystemen ter voorkoming van onaanvaardbare wateroverlast. Hiermee wordt de praktijk van peilbesluiten of streefpeilen voortgezet. Een waterpeil heeft door het grondgebruik een sterke relatie met de ruimtelijke ordening. In situaties van watertekorten geeft de Omgevingswet de mogelijkheid om de ene functie boven de andere te laten prevaleren (de ‘verdringingsreeks’).

Ook geven de richtlijnen normen voor de bergings- of afvoercapaciteit van regionale watersystemen. Het regionale watersysteem dient zo te worden ingericht dat bij hoog water voldoende water kan worden geborgen of afgevoerd. Onder de Omgevingswet is regelgeving rond vergunningsverlening ondergebracht in de waterschapverordening. Voorheen stonden de regels rond de vergunnings- en zorgplicht in de keur van het waterschap. Deze stelt elk waterschap zelf vast. o Aanleg van nieuwe verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Om wateroverlast te voorkomen, kan aanleg van extra waterberging noodzakelijk zijn. Zo wordt het verlies van berging in de bodem gecompenseerd. Bij een toename in verharding ter grootte van 500 m2 in stedelijk gebied of groter dan 1500 m2 in landelijk gebied, kunnen de vrijgestelde oppervlaktes in mindering worden gebracht. o Omgang met hemelwater  De voorkeur voor omgang van hemelwater blijft ‘Vasthouden, Bergen, en Afvoeren’.  Als nieuw verhard oppervlak moet afvoeren, wordt niet aangesloten op het rioolsysteem. In plaats hiervan moet water worden afgevoerd richting het oppervlaktewater (indien nodig, via hemelwaterafvoer).  Hemelwater dat wordt afgekoppeld op het oppervlaktewater, kan vervuild zijn en hiermee een negatieve invloed hebben op de waterkwaliteit.

Hierdoor zijn er specificaties over hoe water naar het oppervlaktewater mag worden geleid (overheid.nl, 2023).

Documentreferentie NL25-648800269-137285

Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

5/23

2.2.2

Waterschap Rivierenland: ‘Waterbeheerprogramma 2022 – 2027’

Het beleid van Waterschap Rivierenland is vastgelegd in het waterbeheerprogramma (WBP) 2022 – 2027, met de titel ‘Versterken. Verbinden. Vergroenen’. Het WBP legt de kaders vast en definieert de opgaven voor het waterbeheer binnen het beheergebied. Tevens wordt aangegeven hoe deze opgaven, in samenwerking met andere belanghebbenden, worden opgepakt en hoe er wordt ingespeeld op initiatieven van derden. Het WBP heeft als doel om de bestaande beleidsuitvoering te beschrijven of om het voornemen voor nieuw beleid op te stellen, zonder daarbij nieuw beleid te creëren.

13-06-2025 Versie D1 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

De missie van Waterschap Rivierenland is het waarborgen van veilige dijken en een evenwichtig watersysteem. Deze missie vormt het uitgangspunt voor alle activiteiten en projecten van het waterschap. De langetermijnvisie staat in de Watervisie 2050. Deze visie is in het WBP uitgewerkt met oplossingen, maatregelen en ideeën voor de korte termijn; een planperiode van zes jaar (2022 – 2027). De maatregelen worden gerealiseerd in projecten en in het reguliere beheer en onderhoud. De principes uit de watervisie 2050 zijn als volgt gedefinieerd: 1. De natuurlijke kenmerken van de ondergrond vormen het uitgangspunt voor ons werk. 2. Water is bepalend voor de inrichting van het gebied. 3. We zijn zuinig op water en grondstoffen. 4. Bescherming van het gebied tegen overstromingen is onze focus. 5. We pakken uitdagingen op binnen deze generatie en wentelen niet af. 6. Waterbeheer van de toekomst: we maken maatschappelijk verantwoorde keuzes. 7. Met elkaar zorgen we voor een toekomstbestendig rivierengebied. De principes en visie zijn per waterthema uitgewerkt. Deze omvatten onder andere onderwerpen, zoals; waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water, circulariteit en klimaat- en energieneutraliteit. Hierin is zowel de ambitie voor de lange termijn als de doelstellingen en maatregelen voor de planperiode uitgewerkt.

2.2.3

Afstemming met Waterschap Rivierenland

De toename van verhard oppervlak leidt bij neerslag tot verhoogde afstroming naar de hemelwaterriolering, groenvakken, het oppervlaktewater en andere voorzieningen. Om de impact van de ontwikkelingen in het plangebied op het watersysteem te verminderen, bestaat een compensatienorm voor het aanleggen van verharding. Gezien de grootte van het plangebied en de beoogde verhardingstoename (zie § 4.2.1 , > 1.500 m2), dient dit in overeenstemming met het waterschap te worden vastgelegd. Op 24-03-2025 heeft er afstemming met Waterschap Rivierenland plaatsgevonden over de specifieke watercompensatie. Hierin is vastgesteld dat er per hectare nieuw verhard oppervlak 436 m³ waterberging nodig is in de vorm van oppervlaktewater. Indien op andere manieren wordt gecompenseerd, dan wordt er 664 m3 per hectare toegenomen verhard oppervlakte vereist. Hierbij hoort een maximale toelaatbare peilstijging van 30 centimeter. Er gaat voorkeur uit van verbreding van de watergangen om dit te realiseren. Ten tijde van het schrijven van deze rapportage is nog niet bekend hoe deze compenserende waterberging zal worden ingevuld.

Documentreferentie NL25-648800269-137285

6/23

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Water- en Rioleringsprogramma 2025 – 2029

13-06-2025 Versie D1

De gemeente heeft een nieuw Water- en Rioleringsprogramma (Wrp) voor 2025 – 2029 vastgesteld, waarbij de aandacht ligt op klimaatadaptatie. Het doel is om wateroverlast en droogte aan te pakken en de kwaliteit van het water te verbeteren en de gemeente op die manier klimaatbestendiger maken. Belangrijke punten uit het plan zijn:     

Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

water vasthouden waar het kan en afvoeren waar het moet; rioolheffing stijgt; samenwerken met inwoners, bedrijven en organisaties voor een betere leefomgeving; scheiden van vuil- en regenwaterafvoer; nieuwe initiatieven (zoals het Klimaat Meekoppelbudget).

Documentreferentie NL25-648800269-137285

7/23

3

Huidige situatie

13-06-2025 Versie D1

3.1

Omgeving

Het zoekgebied (het perceel waarbinnen de woonwagens worden gebouwd) is gelegen aan de Platenmakersstraat in Elst. De stad grenst aan de zuidoostzijde van het zoekgebied. Aan de noordzijde van het zoekgebied is voornamelijk landbouwgrond aanwezig.

Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

In Figuur 1 is de huidige situatie schematisch weergegeven. Een deel van het zoekgebied bestaat nu uit volkstuinen, waarbij het overige gedeelte bestaat uit agrarisch grasland. Bijna het gehele zoekgebied wordt omsloten door watergangen.

Figuur 1: Zoekgebied

Documentreferentie NL25-648800269-137285

8/23

3.2

Maaiveldhoogte

Het gehele zoekgebied ligt tussen de 8 en 9 m boven NAP. Hetzelfde geldt voor het omliggend landbouwgebied. De bebouwde gebieden in Elst liggen hoger.

13-06-2025 Versie D1 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Figuur 2: AHN4

Documentreferentie NL25-648800269-137285

9/23

3.3

Bodemopbouw

De eerste indicatie van de bodemopbouw is verkregen met de informatie uit het ondergrondmodel GeoTOP v1.6. Een dwarsdoorsnede is in Figuur 3 weergegeven. De bovenste circa 4,5 m bestaat uit een Holocene deklaag, bestaande uit veen, klei en zand. Dit verschilt, afhankelijk van de locatie binnen het zoekgebied. Aan de oostelijk zijde van het zoekgebied is een dunnere deklaag aanwezig. Onder de deklaag bevinden zich watervoerende pakketten ongeveer -12m NAP. Daaronder zijn nieuwe dikke kleilagen met fijn zand te vinden.

13-06-2025 Versie D1 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Figuur 3: Doorsnede GeoTOP v1.6

Ter referentie zijn in Figuur 4 drie verschillende boorprofielen weergegeven met hun bijbehorende locaties. Voor boorprofiel B40A0733 loopt de bovenste klei en veenlaag tot 3,5 m diep, waarbij dit voor profiel B40A0208 slechts 2 m is tot de zandlaag. Profiel BHR000000338347 bevestigt de data uit het ondergrondmodel, waarbij de Holocene deklaag tot en met 4,5 m diep reikt. Deze boorprofielen bevestigen daarmee de inschattingen van het GeoTOP v1.6. model en laten ze zien dat het westelijke deel van het zoekgebied een dikkere deklaag heeft dan het (zuid)oostelijke deel.

Documentreferentie NL25-648800269-137285

10/23

13-06-2025 Versie D1 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Figuur 4: Boor profielen in en rondom zoekgebied

Geohydrologische schematisering De bodemopbouw uit Figuur 4 is samengevat in een geohydrologische schematisering. Doordat de bovenste grondlaag tussen de west- en oostzijde uiteenloopt, is de geohydrologische samenvatting voor beide zijden uiteengezet, zie de tabellen 1 en 2. De horizontale doorlatendheid van de deklaag is een schatting op basis van expert judgement. De horizontale doorlatendheden voor de watervoerende lagen zijn geschat op basis van informatie uit het landelijk model REGIS II. V2.2.1.

Documentreferentie NL25-648800269-137285

11/23

Tabel 1: Geohydrologische schematisering zoekgebied (west). Bovenkant (m NAP)

Onderkant (m NAP)

Lithologie

maaiveld 3,5 0 -3.5 -7 -12 -16

3,5 0 -3,5 -7 -12 -16 -23

Klei (zandig) Zand (grof) Zand (midden) Zand (grof) Zand (midden) Klei Klei, zandig

13-06-2025

Horizontale doorlaatfactor (m/dag) 0,1 – 0,01 60 20 60 20 0,01 0,1

Verticale weerstand (dagen/m1) 500 1000 400

Horizontale doorlaatfactor (m/dag) 0,1 2 60

Verticale weerstand (dagen/m1) 400 -

Versie D1 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Tabel 2: Geohydrologische schematisering zoekgebied (oost). Bovenkant (m NAP)

Onderkant (m NAP)

Lithologie

maaiveld 6 3,5

6 3,5 0

Klei, zandig Zand, fijn Zand (grof)

3.4

Grondwater

Op de locatie komt grondwatertrap Vlo voor. Bij een grondwatertrap Vlo bevinden de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) zich tussen 40 en 80 cm beneden maaiveld en bevindt zich de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) op 120 à 180 cm beneden maaiveld. Dicht bij het zoekgebied is één bruikbare peilbuis te vinden, met veel historische data. De locatie van de peilbuis is in Figuur 5 aangegeven. Om van deze peilbuis de RHG (representatief hoogste grondwaterstand) en RLG (representatief laagste grondwaterstand) te bepalen, is het 10e en 90e percentiel van de grondwaterstanden vanaf 2013 tot en met 2019 (meest recente data) genomen. Dit geeft een RHG van 89 cm onder maaiveld en een RLG van 137 centimeter. In voorliggende weging van het waterbelang wordt uitgegaan van bovenstaande RHG en RLG.

Figuur 5: Locatie peilbuis

Documentreferentie NL25-648800269-137285

12/23

3.5

Oppervlaktewater

Het zoekgebied ligt midden in peilgebied OVB146. Voor dit gebied geldt een streefpeil van 7,30 m NAP met een bandbreedte van -0,15 m (winter) en +0,15 NAP m (zomer) waarbinnen het peil mag fluctueren. Aan de westzijde van het zoekgebied ligt een primaire watergang. Deze loopt aan de zuidzijde van de Platenmakersstraat richting Elst. Aan de zuidzijde van het zoekgebied (noordzijde Platenmakersstraat) ligt een secundaire watergang en aan de noordzijde van het zoekgebied een tertiaire watergang.

13-06-2025 Versie D1 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Figuur 6: Aangrenzende watergangen

Documentreferentie NL25-648800269-137285

13/23

3.6

Bestaande riolering

Binnen het projectgebied is er geen sprake van een bestaande rioleringsinfrastructuur. In Figuur 7 zijn de persleidingen van het stedelijk rioolnetwerk weergegeven. Zowel langs de Hollanderbroekstraat en gedeeltelijk langs de Platenmakersstraat loopt een persleiding als langs de Snodenhoekstraat (noordoost van het zoekgebied). Deze leidingen zijn verbonden met het stedelijk rioolnetwerk van Elst.

13-06-2025 Versie D1 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Er dient rekening gehouden te worden met deze persleiding bij de ontwikkeling van het zoekgebied.

Figuur 7: Stedelijk water: persleidingen (PDOK, 2025).

Documentreferentie NL25-648800269-137285

14/23

4

Toekomstige situatie

13-06-2025 Versie D1

4.1

Kavelstudie

In Figuur 8 is schematisch het ontwerp voor de woonwagenstandplaatsen aan de Platenmakersstraat weergegeven. Het ontwerp is opgedeeld in 2 fases. Fase 1 bestaat uit de realisatie van 4 woonwagenstandplaatsen. Deze realisatie gaat plaatsvinden en is de focus van voorliggend weging van het waterbelang.

Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Fase 2 betreft het zoekgebied voor een potentiële uitbreiding van de ontwikkeling en wordt in een aparte weging van waterbelang opgenomen Het ontwerp van een standplaats is in meer detail naast Figuur 8 weergegeven. Het zoekgebied bestaat uit circa 3,5 ha, waarvan de woonwagenstandplaatsen slechts een klein oppervlak beslaan. De standplaatsen zullen volledig verhard worden aangelegd. De rijbaan wordt volledig verhard (betonstraatstenen). Hetzelfde geldt voor de tuinen. De oppervlaktes van de woonwagens zijn hieronder beschreven.

Figuur 8: Ontwerp woonwagenstandplaatsen.

Oppervlaktes van het ontwerp:     

grootte van één standplaats = 11 x 22 meter = 242 m2; bouwvlak = woonwagen inclusief overstekken = 6 x 16 meter = 96 m2; berging / schuur = 3 x 4 meter = 12 m2; ruimte voor eigen opstallen (gearceerd) = 3 x 7 meter = 21 m2; tuin = links 1,5 meter // rechts 3,5 meter.

Documentreferentie NL25-648800269-137285

15/23

4.2

Waterhuishouding

4.2.1

Waterkwantiteit

13-06-2025 Versie D1 Projectnummer: 51024737

Watercompensatie door demping oppervlaktewater

Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Omdat er geen watergangen worden gedempt, hoeft er geen water gecompenseerd te worden in het kader van demping.

Watercompensatie door toename verharding Onderstaande tabellen geven een overzicht van de toegenomen verharding in het gebied. Eerst worden de totale oppervlaktes berekend en daarna het verschil tussen de huidige situatie en toekomstige situatie. Hierbij geldt voor het totale zoekgebied, het oppervlakte per woonwagen maal 4, aangezien er 4 woonwagens worden aangelegd. Hierbij komen de oppervlaktes voor de parkeervlakken en rijbanen. Deze zijn berekend in QGIS. De tuinen zijn als volledig verhard aangenomen. De ruimte voor eigen opstallen wordt eveneens als volledig verhard oppervlak aangenomen. Tabel 3: Toekomstige verharding in zoekgebied. Per woonwagen

Totaal zoekgebied

96 12 108

384 48 432

21 113

134

84 452 99 551 1186

242

1618

Daken 1. Woonwagens en overstekken 2. Berging Totaal Gesloten verharding 3. Ruimte eigen opstallen 4. Tuin 4. Parkeer 5. Rijbanen Totaal Totaal

Tabel 4: Verschil in verharding huidige en toekomstige situatie. Huidig

Toekomstig

Daken

0 m2

Daken

Gesloten verharding

0 m2

Onverhard Totaal

35.000 m2 35.000 m

2

Verschil 432 m2

432 m2

Gesloten verharding

1.186 m2

1.186 m2

Onverhard

33.383 m2

-1.618 m2

Totaal

35.000 m

2

De totale toename aan verhard oppervlak is (431 m2 + 1178 m2 =) 1618 m2. Hierdoor moeten er compenserende maatregelen genomen worden. Hiervoor geldt de vuistregel dat er 436 m³ waterberging nodig is per hectare nieuw verhard oppervlak. Dit betekent een benodigde waterberging van (0,0436 * 1618 =) 70,5 m3.

4.2.2

Waterkwaliteit

Het waterschap vereist dat nieuwe ontwikkelingen de waterkwaliteit niet negatief mogen beïnvloeden. De gemeente is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het te lozen hemelwater.

Documentreferentie NL25-648800269-137285

16/23

Het plangebied kent weinig verkeersbewegingen en wordt voorzien van nieuwe woonwagens. Het is daarom zeer aannemelijk dat het afstromend hemelwater niet vervuild is. Het hemelwater dat op de daken en standplaatsen terecht komt, dient op een juiste manier te worden opgevangen en verzameld voordat het wordt afgevoerd. Vanwege de kleiige grond is de mogelijkheid op infiltratie beperkt.

13-06-2025 Versie D1 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

De afwatering kan direct op de omliggende watergangen worden aangesloten. Initiatiefnemer dient er voor te zorgen dat het afstromend hemelwater ook in de toekomst niet vervuild wordt.

Documentreferentie NL25-648800269-137285

17/23

4.3

Aandachtspunten

4.3.1

Aansluiting vuilwaterriolering

13-06-2025 Versie D1

De beoogde woonwagens aan de westzijde van fase 1 kunnen op de al bestaande persleiding in de Hollanderbroekstraat aansluiten, zie Figuur 9. Hiervoor dient:  

Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

een gemaal in de buurt van de woonwagens gerealiseerd te worden waar de woonwagens onder vrijverval op kunnen aansluiten, of de woonwagens een eigen (eventueel gedeeld) vuilwaterpomp te krijgen die direct op de persleiding is aangesloten.

Figuur 9: Aansluiting riolering westelijke deel plangebied

De oostelijke woonwagens dienen met vuilwaterriolering aan te sluiten op het hoofdriool, gelegen in de Platenmakersstraat (paars, Figuur 10). Dit rioleringstracé kruist de secundaire watergang. Bij het realiseren van de weg wordt een brug aangelegd om de watergang te kruisen. Mogelijk kan deze overbrugging worden gebruikt om ook het riool te laten kruisen. Indien dit niet mogelijk is, dienen deze woonwagens eveneens met een persleiding aan te sluiten op de vuilwaterriolering.

Figuur 10: Aansluiting riolering oostelijke deel plangebied.

Documentreferentie NL25-648800269-137285

18/23

4.3.2

Ophoging bouwgrond

Vanwege de relatief hoge waterstanden wordt op advies van Waterschap Rivierenland geadviseerd om het bouwpeil met circa 10 cm te verhogen (tot circa 8,7 m NAP). Dit is om vernatting van de woonwagengronden door capillaire werking van het grondwater te voorkomen.

4.3.3

13-06-2025 Versie D1 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Overbrugging secundaire watergang

Voor de realisatie van de oostelijke rijbaan dient de secundaire watergang te worden overbrugd. Hiervoor zal een duiker en/of brugconstructie moeten worden aangelegd. Indien mogelijk, is het een kans om de riolering in dit ontwerp te integreren zodat zowel de verkeerskundige als waterhuishoudkundige functies geborgd zijn.

4.4

Toekomstige inrichting

4.4.1

Watercompensatie opgave

Voor de toenemende verharding van 1618 m2 is een watercompensatie van 70,5 m3 waterberging nodig. Dit dient in het graven van extra oppervlaktewater te worden opgevangen.

4.4.2

Invulling watercompensatie

In de afstemming met Waterschap Rivierenland is de voorkeur uitgesproken om de secundaire watergang aan de zuidzijde van het gebied te verbreden. De secundaire watergang is in beheer van de gemeente, evenals het perceel, en kan dus naar eigen invulling worden uitgevoerd. Waterschap Rivierenland rekent voor de berging in oppervlaktewater met een peilopzet van 30 centimeter. Er dient tenminste 70,5 m3 waterberging aangelegd te worden. Dit correspondeert met een toename van 235 m2 aan oppervlaktewater. De locatie waar het water gecompenseerd wordt, staat nog niet vast. Wel is het advies vanuit het waterschap om slechts een deel van de watergang te verbreden en niet langs de hele lengte. Er dient een minimale breedte van 0,50 m te zijn. Zo ontstaat er ook meer ruimte om maatregelen voor biodiversiteit en ecologie te treffen.

Documentreferentie NL25-648800269-137285

19/23

5

Conclusie en aanbevelingen

13-06-2025 Versie D1

De plannen voor de realisatie van 4 woonwagenstandplaatsen bij Elst in de gemeente Overbetuwe hebben effect op het waterhuishoudkundige systeem in het gebied. De belangrijkste bevindingen zijn als volgt:

Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

5.1

Watercompensatie

De aanleg van de woonwagenstandplaatsen leiden tot een toename in verharding van 1618 m2. Volgens de compensatienormen dient dit gecompenseerd te worden met 436 m³ waterberging in oppervlaktewater per hectare nieuw verhard oppervlak. Voor deze ontwikkeling is de opgave 70,5 m3 waterberging. Dit correspondeert met 235 m2 oppervlaktewater. De locatie waar dit water gegraven wordt, staat nog niet vast. De verbreding van de aanliggende secundaire watergang, grenzend aan de zuidelijke van het zoekgebied, lijkt het meest geschikt. Waterschap Rivierenland heeft aangegeven dat het akkoord gaat met deze compensatiewijze. Vanuit Waterschap Rivierenland is aangeraden om niet de gehele watergang te verbreden, maar slechts een deel. Zo ontstaat er meer ruimte voor een creatieve invulling en kan er extra aandacht worden besteed aan het maken van een mooie oever, bijvoorbeeld een natuurvriendelijke. Het bepalen welk deel van de watergang het meest geschikt is voor verbreding, ligt volledig bij de gemeente. Hierbij kunnen verschillende factoren in overweging worden genomen, zoals de praktische toegankelijkheid van het betreffende deel en de optimale breedte die het best beheerd kan worden. Wel dient er een minimale verbreding van 0,50 m te zijn. De gemeente kan daarbij ook rekening houden met de bestaande infrastructuur, ecologische impact, en de kosten van onderhoud.

5.2

Opvangen hemelwater

Het hemelwater dat op de standplaatsen valt, dient te worden opgevangen en verzameld voordat het wordt geloosd op het oppervlaktewater. Dit is om plasvorming en modderige omstandigheden in de directe omgeving zo veel mogelijk te voorkomen. Er zijn geen specifieke bergingseisen vanuit de gemeente. Het afstromende hemelwater is, door het de beperkte verkeersbewegingen, relatief schoon. Er zijn daarom geen extra zuiveringsmaatregelen benodigd voordat het op het oppervlaktewater wordt geloosd.

5.3

Aansluiting vuilwaterriolering

De woonwagens aan de westzijde van het zoekgebied kunnen middels een gemaal aansluiten op de persleiding in de Hollanderbroekstraat. De woonwagens aan de oostzijde van het plangebied kunnen aansluiten op de nabijgelegen hoofdriolering in de Platenmakersstraat.

5.4

Ophogen bouwpeil

Vanwege de relatief hoge waterstanden wordt op advies van Waterschap Rivierenland geadviseerd om het bouwpeil met circa 10 cm te verhogen (tot circa 8,7 m NAP). Dit is om vernatting van de woonwagengrond door capillaire werking van het grondwater te voorkomen.

Documentreferentie NL25-648800269-137285

20/23

5.5

Overbrugging secundaire watergang

Voor de realisatie van de oostelijke rijbaan dient de secundaire watergang te worden overbrugd. Hiervoor zal een duiker en/of brugconstructie moeten worden aangelegd. Indien mogelijk, is het een kans om de nieuwe vuilwaterriolering in dit ontwerp te integreren zodat zowel de verkeerskundige als waterhuishoudkundige functies geborgd zijn.

Documentreferentie NL25-648800269-137285

13-06-2025 Versie D1 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

21/23

6

Bibliografie

13-06-2025 Versie D1

IPLO. (2024, 03 12). informatiepunt leefomgeving. Opgehaald van de krw in nederland: https://iplo.nl/thema/water/oppervlaktewater/kaderrichtlijnwater/kaderrichtlijn-water-nederland/ overheid.nl. (2023, 10 18). Waterschapsverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Opgehaald van overheid.nl: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-202313592.html#nieuweregeling_chp_3__subchp_3.3__art_3.19 PDOK. (2025). Dataset: Stedelijk Water (Riolering). Opgehaald van Dataset: Stedelijk Water (Riolering) Waterschap Rivierenland. (2025). Zuiveringsinfrastructuur. Opgehaald van https://experience.arcgis.com/experience/898c2a62beec4e7b8d1b7620 e673e678/page/Pagina#data_s=geometry%3AdataSource_1Zuiveringsinfrastructuur_OD_90957%3A%7B%22spatialReference%22%3A%7B%22latestWkid%22%3A2 8992%2C%22wkid%22%3A28992%7D%2C%22rings%22%3A%5B%5

Documentreferentie NL25-648800269-137285

Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

22/23

13-06-2025 Versie D1 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Sweco Nederland B.V. Onderwerp

Projectnummer Klant Auteur Datum Versie Documentreferentie

Handelsregister 30129769 Weging van waterbelang / Realisatie van woonwagens Overbetuwe Gecontroleerd door 51024737 Gemeente Overbetuwe Sophie Verheugd

13-06-2025 D1 NL25-648800269-137285

Documentreferentie NL25-648800269-137285

Vrijgegeven door

Bor van der Scheer

Laurens van der Schraaf

23/23

Rapport Projectnummer: 51024737 Referentienummer: NL25-648800269-137561 Datum: 17-06-2024

Verkennend bodemonderzoek Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Definitief

Opdrachtgever: Gemeente Overbetuwe Dorpsstraat 67 6661 EH ELST

1/21

Revisiebeheer Revisie Definitief

Datum

Status D0

Belangrijkste wijzigingen -

2/21

Verantwoording Titel

Verkennend Bodemonderzoek

Subtitel

Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe

Projectnummer

51024737

Referentienummer

NL25-648800269-137561

Revisie Datum

17-06-2024

Auteur(s)

Mark Tijnagel

E-mailadres

mark.tijnagel@sweco.nl

Gecontroleerd door

Wim van der Horst

Paraaf goedgekeurd

Goedgekeurd door

Jan van Nuenen

Paraaf goedgekeurd

Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. voldoet aan verschillende eisen en normen. Een algemeen overzicht hiervan is opgenomen in de laatste bijlage. Sweco Nederland B.V. verklaart hierbij dat zij en haar onderaannemers geen belang hebben bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Het onderzoek is derhalve volgens de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit onafhankelijk uitgevoerd. Volgens het Besluit bodemkwaliteit dient onderzoek uitgevoerd te worden volgens, door de SIKB, vastgestelde beoordelingsrichtlijnen. In de rapportage wordt, indien van toepassing, expliciet vermeld bij welke werkzaamheden is afgeweken van de beoordelingsrichtlijnen en onderliggende protocollen. De consequenties hiervan zijn dan toegelicht.

3/21

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding............................................................................................................................ 6 1.1

Algemeen ................................................................................................................................................ 6

1.2

Aanleiding en doelstelling ....................................................................................................................... 6

1.3

Opbouw van het rapport ......................................................................................................................... 6

Vooronderzoek ................................................................................................................ 7 2.1

Algemeen ................................................................................................................................................ 7

2.2

Locatiegegevens..................................................................................................................................... 7

2.3

Conclusies en advies vooronderzoek ..................................................................................................... 7

2.4

Onderzoekshypothese en -strategie ...................................................................................................... 8

Veldonderzoek ................................................................................................................. 9 3.1

Uitgevoerde veldwerkzaamheden .......................................................................................................... 9

3.2

Visuele beoordeling ................................................................................................................................ 9

3.3

Monstername grondwater ..................................................................................................................... 10

4

Laboratoriumonderzoek ................................................................................................. 12

5

Resultaten ...................................................................................................................... 14 5.1

5.1.1

Toetsingskader bodem ................................................................................................................ 14

5.1.2

Toetsingsresultaten ...................................................................................................................... 15

5.2

Toetsingskader waterbodem........................................................................................................ 17

5.2.2

Toetsingsresultaten ...................................................................................................................... 17

Asbest ................................................................................................................................................... 17

5.3.1

Toetsingskader asbest ................................................................................................................. 17

5.3.2

Toetsingsresultaten ...................................................................................................................... 18

5.4

7

Chemische parameters waterbodem.................................................................................................... 17

5.2.1 5.3

6

Chemische parameters bodem ............................................................................................................ 14

Voorlopige veiligheidsklasse ................................................................................................................ 18

Interpretatie .................................................................................................................... 19 6.1

Actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit ........................................................................................... 19

6.2

Noodzaak tot vervolgonderzoek ........................................................................................................... 20

6.3

Hergebruik ............................................................................................................................................ 20

6.4

Veiligheidsaspecten .............................................................................................................................. 20

Conclusies en advies ..................................................................................................... 21 7.1

Conclusies ............................................................................................................................................ 21

7.2

Advies ................................................................................................................................................... 21

4/21

Bijlage 1 Overzichtskaart Bijlage 2 Kaart onderzoekslocatie Bijlage 3 Vooronderzoek Bijlage 4 Boorprofielen Bijlage 5 Analysecertificaten Bijlage 6 Toetsingstabellen Bijlage 7 Toetsingskader Bijlage 8 Kwaliteitsborging

5/21

1

Inleiding

1.1 Algemeen In opdracht van de gemeente Overbetuwe heeft Sweco Nederland B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Platenmakersstraat te Elst. Voor het verkennend bodemonderzoek is gebruik gemaakt van de volgende onderzoeksnormen: • NEN 5725:2017 nl – bodem – Landbodem – strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. • NEN 5740:2009+A1:2016 nl – Bodem -Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. • NEN 5720: 2023 Bodem – Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend onderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie. 1.2 Aanleiding en doelstelling Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek is het voornemen van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie en/of de Milieubelastende Activiteit (MBA)1 ‘graven in bodem’ ter plaatse van de Platenmakersstraat in Elst (hierna: de onderzoekslocatie/de locatie). Deze MBA wordt uitgevoerd vanwege de realisatie van acht woonwagenstandplaatsen. In het verkennend bodemonderzoek wordt door middel van een steekproef nagegaan of de bodem (grond en/of grondwater) verontreinigende stoffen bevat, in zodanige gehalten dat beperkingen dienen te worden gesteld aan het toekomstig gebruik van de locatie.

Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van eventuele verontreinigingen aan te geven. 1.3 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • de conclusies van het vooronderzoek en de onderzoeksstrategie (hoofdstuk 2); • het veldonderzoek (hoofdstuk 3); • het laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 4); • de resultaten van het onderzoek (hoofdstuk 5); • de interpretatie van de resultaten (hoofdstuk 6); • de conclusies en het advies (hoofdstuk 7). De bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze rapportage.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=587c42e7-aa16-400a-a862-fbc32fa388b2