CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

25-06-03.02 Beleidsplan SD 2020-2025

Voorronde Zaal 2 3 juni 2025, gemeente OverBetuweBij agendapunt: RondeTafelGesprek met het college over Visie op sociaal domein16.308 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hierbij ligt de nadruk op de positionering en borging van het interventieteam in het STO en het verstevigen van de samenwerking met Veilig Thuis, met aandacht voor een goede taakafbakening.  Doordecentralisatie beschermd wonen Voor het onderdeel beschermd wonen wordt in de regio momenteel een plan opgesteld gericht op de verdere doordecentralisatie van beschermd wonen. De financiële aspecten van deze verdere decentralisatie betreffen een traject dat tien jaar in beslag zal nemen. De plannen voor beschermd wonen zullen afzonderlijk aan de raad worden voorgelegd.  Voorkomen en afschalen van zware zorg (verblijf) en versterken pleegzorg/gezinshuizen We werken regionaal samen om het aantal (dreigende) uithuisplaatsingen en het aantal jongeren in verblijf te verminderen (regionaal perspectiefoverleg). We starten een

‘overlegtafel’ met 2e- en 3e-lijns specialisten om Verblijf te voorkomen en om te buigen naar ambulant. Daarnaast zetten we in op het versterken van pleegzorg en gezinshuizen. 4.4

Inwoners hebben mogelijkheden zichzelf te ontwikkelen (m.n. jeugd)

 Opgroeien en ontwikkelen en ondersteunen bij ouderschap De gemeente Overbetuwe wil dat jongeren veilig, gelukkig en gezond kunnen opgroeien, hun talenten ontwikkelen en naar vermogen bijdragen aan de maatschappij. Dit willen we bereiken in samenspel met hun ouders, hun omgeving en (vrijwilligers)instellingen. We willen opvoed- en opgroeivragen normaliseren door licht- pedagogische opvoedondersteuning nabij te brengen We richten ons op het stimuleren van een gezonde levenswijze, gezonde kinderopvang, beweegprogramma’s en de gezonde school. Hiermee maken we kinderen en opvoeders bewust van het belang van gezonde voeding, beweging en spelen. Voldoende mogelijkheden én middelen zijn daarbij van belang. Hierbij is uitgangspunt dat we geen onnodige bemoeienis met ‘het gewone leven’ hebben, en geen aparte structuren gaan optuigen. Inzet is gericht, en zoveel mogelijk onderdeel van onze reguliere netwerken. We stimuleren een doorlopende leer- en ontwikkellijn: - We bieden vanuit één visie en aansluitend op ontwikkelfasen van gezinnen het aanbod van de jeugdgezondheidszorg, verloskundepraktijken, consultatiebureaus, peuterspeelzalen en het onderwijs aan. - De preconceptieperiode, zwangerschap en de eerste twee levensjaren zijn cruciaal in de ontwikkeling van elk kind.

Daarom omarmen we de uitgangspunten van het Actieprogramma Kansrijke start: investeren in de eerste 1000 dagen van kwetsbare kinderen met als doel alle kinderen een Kansrijke Start te geven. - We investeren in collectief groepsaanbod voor ouderschapsvragen gericht op het versterken en normaliseren van ouderschap vanaf de zwangerschap t/m de puberleeftijd. We doen dit door ouders als ervaringsdeskundigen met elkaar in contact te brengen (Centering Pregnancy en Centering Parenting en ouderavonden als Ik & Mijn Peuter, Schoolgaandekind en Puber). - Professionals bundelen samen met ouders de krachten om te realiseren dat ieder kind passend onderwijs krijgt. Dit begint bij signalering door het consultatiebureau. We adviseren ouders actief om gebruik te maken van peuteropvang en we proberen achterstanden te voorkomen door kinderen met een achterstand in taal- en spraakvaardigheden toe te leiden naar een voor- en vroegschoolse educatie (VVE) voorziening. Binnen het onderwijs realiseren we een passend niveau van basisondersteuning (vanuit schoolarts, orthopedagoog, school maatschappelijk werker). Daar waar kinderen dreigen uit te vallen maken we gebruik van de afspraken uit het regionale thuiszitterspact en aanpak voortijdig schoolverlaten.

 Overgang van adolescentie naar volwassenheid (18-/18+) Jongeren die zorg en ondersteuning ontvangen en 18 jaar worden, vallen daarna meestal niet meer onder de Jeugdwet maar onder de Wmo. Deze knip brengt de moeilijkheden met zich mee die niet in het belang zijn voor de inwoner. We gaan hiertoe de verschillende elementen die

belangrijk zijn, zoals onderwijs, werk, dagbesteding en ondersteuning, meer op elkaar afstemmen.  Kinderen en jongeren doen en beslissen mee - We stimuleren kinderparticipatie door middel van een Kinderburgemeester. - In speelprojecten 12+ zijn jongeren een aparte doelgroep die we rechtstreeks benaderen om wensen op te halen, mee te beslissen en te helpen. - We geven jongerenparticipatie vorm door jongeren te vragen bij welke thema’s ze veranderingen willen aanbrengen. Én door jongeren te bevragen over beleidsontwikkelingen die ook hen treffen binnen de gemeente. - Het lokale jongerenwerk stimuleert jongeren om zich veilig te ontwikkelen tot zelfstandige mensen in het eigen dorp en in de samenleving. Met Geld(t) voor jou ondersteunt het jongerenwerk jongeren bij financiële gevolgen van de overgang naar volwassen worden. - Via het Jongerennetwerk kunnen jongeren die zorg voor jeugd nodig hebben terecht met al hun vragen en in gesprek komen met andere jongeren. Als een jongere ondersteuning nodig heeft, kan die een beroep doen op een buddy.  Gezonde leefstijl als stimulator van ontwikkeling Sporten en bewegen leveren een belangrijke bijdrage leveren aan onze sociale doelen. Zoals het vergroten van de leefbaarheid, een gezonde leefstijl en gemeenschapsvorming. Vanuit de activiteiten op dit vlak zoeken we nadrukkelijk de verbinding met het STO.

- Onder de noemer Overbetuwe Beweegt werken we samen met sportverenigingen, sportaanbieders, onderwijsinstellingen, kinderopvangorganisaties, peuterspeelzalen, bedrijfsleven, zorgpartijen, welzijnsinstellingen en andere maatschappelijke organisaties. - We stimuleren een gezond gewicht bij de jonge generatie. Jongeren op gezond gewicht (JOGG) is een intensieve samenwerking tussen de gemeente, sport, huisartsen, GGD onder regie van Overbetuwe Beweegt. Het leefstijlinterventieprogramma richt zich daarnaast ook op obese jongeren; een zowel preventieve als curatieve aanpak. - We faciliteren Toppers bij jou op school, gericht op het bevorderen van een sportieve en gezonde leefstijl bij leerlingen.  Taal- en digitaal vaardige inwoners en laaggeletterdheid Onderzoek wijst uit dat geletterde inwoners een betere gezondheid hebben17. We zien dat laaggeletterdheid vaak van generatie op generatie wordt overgedragen. Dat patroon willen we doorbreken. Samen met de bibliotheek, ROC Rijn IJssel, partners en vele vrijwilligers bieden we een divers educatieaanbod dat aansluit bij de behoefte van inwoners. We geven uitvoering aan het uitvoeringsplan laaggeletterdheid 20-21. Dit plan wordt geactualiseerd op basis van het Regionaal Educatie Programma dat eind dit jaar opgesteld wordt. - De focus ligt op het herkennen, doorverwijzen en begeleiden bij laaggeletterdheid binnen lokale netwerken.

- Binnen het lokale Taalnetwerk Laaggeletterdheid zorgen we voor een samenhangende dienstverlening bestaande uit laagdrempelige ondersteuning en een zo volledig mogelijk (in)formeel educatieaanbod rond taal, rekenen en digitale vaardigheden. Zodat inwoners beter in staat zijn hun financiën op orde te hebben en werk te krijgen en te behouden.

17

De effecten van laaggeletterdheid op het gebied van welzijn, gezondheid, opvoeding en kansen op de arbeidsmarkt zijn in kaart gebracht in het rapport Feiten & Cijfers Geletterdheid 2016 van Stichting Lezen & Schrijven in samenwerking met Maastricht University School of Business and Economics Educational Research & Development, 2016.

4.5

Inwoners zijn tevreden met hun leefomgeving

 Wonen en zorg We maken de lokale opgave wonen en zorg inzichtelijk. Dit betreft onder meer een inventarisatie van het woonaanbod en onze voorzieningen zodat inwoners met een beperking of op hoge leeftijd zo lang als mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Op basis van deze inventarisatie zetten we in samenwerking met onze partners in op vernieuwing en verbreding van het aanbod in woonvormen en/of voorzieningen. We streven naar meer betrokkenheid van inwoners bij beslissingen over hun leefomgeving. Zodat er draagvlak voor oplossingen en besluiten is die de leefbaarheid behouden of versterken. In de omgevingsvisie 2040 van Overbetuwe is dan ook opgenomen dat we met een andere inrichting van de ruimte gezond gedrag proberen te bevorderen en bij te dragen aan een betere leef kwaliteit. Dit is een mooi voorbeeld van samenwerking tussen het sociale en fysieke domein, dit willen we verder versterken, zodat de inwoner centraal staat.  Ontmoetingsplek nabij We stimuleren en faciliteren dat er nabij inwoners laagdrempelige ontmoetingsplekken zijn waarbij inwoners bij voorkeur in the lead zijn, en de gemeente faciliteert. Ontmoetingsplekken kunnen heel divers zijn. Denk aan een gemeenschapshuis, of een ontmoetingsplek bij een sportvereniging of de bibliotheek.

Daarom gaan we inventariseren of er voldoende ontmoetingsplekken zijn in de dorpen en wijken, en wat nodig is om dit te verbreden. 4.6

Voorzieningen en ondersteuning zijn betaalbaar, toegankelijk en kwalitatief goed

 Communicatie: actief en duidelijk We hechten veel waarde aan enerzijds het verstrekken van actieve en duidelijke communicatie richting onze inwoners. En anderzijds luisteren naar onze inwoners en hun behoeften. - We luisteren naar onze inwoners en halen actief op wat de behoefte en ervaringen van inwoners en hun naasten (zoals de partner of de mantelzorg) zijn. - We zorgen voor duidelijke informatie, vindbaar en toegankelijk, zowel digitaal (inclusief voorleesfunctie) als op papier. - We zorgen voor nog betere bereikbaarheid, fysiek, telefonisch en digitaal. - We zetten ons in voor het vergroten van de bekendheid van het bestaan van onafhankelijke cliëntondersteuning bij inwoners en professionals.

In de quickscan naar digitale toegankelijkheid scoort de website van de gemeente Overbetuwe op veel punten positief. Een aantal aandachtspunten uit deze quickscan pakken we op: - Website. We actualiseren onze website, en screenen deze op toegankelijkheid en leesbaarheid. We verbinden de verschillende pagina’s van onze sites over de Wmo en de Jeugdwet tot 1 poort voor heel Overbetuwe waar alle informatie te vinden is. - Sociale kaart: onderdeel van de integrale poort is de sociale kaart. We verbreden de informatie en maken deze beter zichtbaar.  Omgekeerde en integrale verordening We maken een integrale verordening voor de Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet. Hierbij verwerken we onder andere: - PGB-tarief eigen netwerk en toets op kwaliteit. - Duidelijkheid over gebruikelijke versus boven-gebruikelijke zorg door ouders. - Afwegingskader woonvoorzieningen en scherper normenkader huishoudelijke hulp.  Toezicht, handhaving en fraudebestrijding Gemeenten zijn verantwoordelijk voor toezicht, handhaving en fraudebestrijding. Dat geldt voor de uitvoering van de Participatiewet, het toezicht op de Wmo (kwaliteit en rechtmatigheid) en de Jeugdwet (rechtmatigheid). Bij de uitvoering van toezicht en handhaving (inclusief fraudepreventie) voor het sociaal domein werken we samen met de regio (MGR).

Bij de inzet van voorzieningen vanuit de Jeugdwet en de Wmo ligt de focus op handhaving gericht op de belanghebbende. En handhaving en toezicht gericht op de zorgverlener(s). Bij de uitvoering van de Participatiewet is handhaving (vrijwel) alleen gericht op de belanghebbende.  Nieuwe, integrale subsidieregel We maken een integrale subsidieregel voor het sociaal domein Overbetuwe (voor kleine en grote subsidies) op basis van onze doelen. Zodat we een duidelijk afwegingskader hebben op basis waarvan wij subsidie al dan niet verstrekken.  Monitoring en registratie optimaliseren Één van de belangrijkste instrumenten om te volgen of we onze doelen behalen en grip te krijgen op onze uitgaven, is een betrouwbare monitoring. Monitoring van de resultaten van onze inzet op basis van kpi’s. Hierbij werken we nauw samen met onze partners zodat we een volledig beeld krijgen van het resultaat van onze inzet. We brengen een jaarljikse monitor uit op basis waarvan ons uitvoeringsplan bijgestuurd kan worden (zie hoofdstuk monitoring en prestaties). Ons streven de administratieve druk terug te dringen, de resultaten te kunnen monitoren, te werken met een duidelijkere taakafbaking en het neerzetten van de regiefunctie maakt dat we ons registratiesysteem nader moeten onderzoeken en vereenvoudigen.

We willen onze administratieve processen verbeteren, en uiteindelijk een inwonersportaal creëren zodat inwoners hun eigen dossier kunnen inzien.  Maatregelen betaalbaarheid Van veel van bovengenoemde activiteiten verwachten we een financieel effect. Daarnaast zetten we een aantal specifieke maatregelen in om onze financiële opgave te behalen. - We zorgen voor een gedegen administratie waaruit we betrouwbare managementinformatie kunnen genereren die toegerust is op beleidskeuzes. - Samen met de partners van het STO gaan we een intensief traject in om de gewenste efficiency-maatregelen te kunnen verwezenlijken. Naast bovengenoemde activiteiten kijken we ook naar maatregelen als het her-indiceren van bijvoorbeeld huishoudelijke hulp. - In Overbetuwe blijven we de komende jaren onderzoeken hoe we, vanuit de regionale aanbesteding, het aantal aanbieders dat ondersteuning biedt in Overbetuwe

overzichtelijk kunnen houden, met een focus op de lokale situatie en het lokale netwerk in Overbetuwe. Mogelijk gaan we werken met omzetplafonds.

5

Financieel kader basis ondersteuning, Wmo en Jeugdwet

We hebben een forse opgave om de uitgaven voor de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet beheersbaar te houden. In dit hoofdstuk geven we een beeld van ons financieel kader voor de komende vier jaar. De Participatiewet laten we buiten beschouwing, aangezien de middelen die we van het Rijk krijgen afhankelijk zijn van het aantal uitkeringsgerechtigden. We maken voor de Wmo en Jeugdwet onderscheid tussen 3 categorieën: basisvoorzieningen, Wmo maatwerkvoorzieningen en Jeugd maatwerkvoorzieningen. We bevriezen het financieel kader voor de Wmo en jeugd voor de komende vier jaar. Vanaf 2021 verlagen we het budget voor maatwerkvoorzieningen Jeugd jaarlijks met € 500.000. Om dit te realiseren zetten we een set van maatregelen in. Hierover rapporteren we bij de bestuursrapportages. De belangrijkste maatregelen waarvan we een financieel effect verwachten zijn:  Maatwerkvoorzieningen ombuigen tot algemene voorzieningen, te beginnen met dagbesteding.  Inzet van een praktijkondersteuner jeugd in samenwerking met huisartsen. Zodat er een goede screening plaatsvindt, en de behoefte aan specialistische jeugd-ggz kan verminderen.  Basisondersteuning altijd inzetten voordat de keuze wordt gemaakt voor specialistische ondersteuning. We zorgen voor regie op complexe vragen en evaluatie na zes maanden.

 Budgetplafonds invoeren en werken met vaste groep lokale aanbieders waarmee we samenwerken in Overbetuwe. De hieronder beschreven financiële kaders zijn niet te herleiden in de programmabegroting, omdat in de programmabegroting ook posten zitten die we niet meenemen in onderstaand kader. Denk aan kapitaallasten en personeelslasten. Basis voorzieningen Wmo maatwerkvoorzienin gen Jeugd maatwerkvoorzienin gen Totaal Wmo en Jeugd

-2020€ 3.905.672 € 6.921.514

-2021€ 3.905.672 € 6.921.514

-2022€ 3.905.672 € 6.921.514

-2023€ 3.905.672 € 6.921.514

-2024€ 3.905.672 € 6.921.514

€ 18.371.450

€ 17.871.450

€ 17.371.450

€ 16.871.450

€ 16.371.450

€ 29.198.636

€ 28.698.636

€ 28.198.636

€ 27.698.636

€ 27.198.636

NB Op deze bedragen is géén prijsinflatie toegepast. We hanteren in de begroting 2021 een prijsinflatie van 1,7% op de prijsgevoelige kostenplaatsen, dit betreft een bedrag van € 385.000 voor bovenstaand financieel kader. In de begroting is centraal een stelpost opgenomen voor alle prijsinflatie. Onzekere factoren financieel kader Een aantal factoren kan van invloed zijn op bovenstaand financieel kader.  De gevolgen van het corona-virus en de maatregelen die daarvoor getroffen zijn, en het effect op de werkgelegenheid of de ondersteuningsbehoefte van onze inwoners.  De openeindfinanciering van de Jeugdwet en de WMO.  Het recht van de wettelijke verwijzers naar zorg.  Discussie over het woonplaatsbeginsel. Dit kan voor Overbetuwe flinke impact hebben vanwege de vestiging van de OGH-stichting.  De herziening van het jeugdzorgstelsel met aangepaste financiën.

6

Monitoring en prestaties: een eerste schets

Voor doelstelling 1 tot en met 4 werken we met een monitor en kpi’s. De manier waarop we de realisatie van doelstelling 5 en 6 monitoren wordt onderdeel van de verschillende uitvoeringsplannen voor deze thema’s. Het Sociaal team Overbetuwe richt zich samen met haar netwerkpartners op het faciliteren en stimuleren van een sterke sociale basis van en voor de inwoners van Overbetuwe; in eerste instantie zorg voorkomen én daar waar deze zorg nodig is deze dichtbij, bereikbaar, kwalitatief goed, integraal en betaalbaar te organiseren binnen een sterk voorliggend veld. Daarbij streven we naar een sterkere sturing op kwaliteit, resultaten en voortgang aan de hand van kritische prestatie indicatoren (KPI’s) op basis van een betrouwbare monitor; minder op inzet die gepleegd is door het Sociaal team Overbetuwe. De belangrijkste manier om de resultaten van onze aanpak zichtbaar te maken vormen de KPI’s. De basis hiervoor wordt geleverd door de monitor Sociaal Domein Overbetuwe. Met de monitor Sociaal Domein Overbetuwe hebben we de afgelopen jaren duiding gegeven aan de ontwikkeling in het sociaal domein aan de hand van factsheets. We hebben in het verleden vooral gemonitord op inspanning en te weinig op het resultaat voor de inwoner. Daarom zijn we in 2019 gestart met het formuleren van KPI’s die gerelateerd zijn aan onze ambities.

De Monitor Sociaal Domein wordt verbeterd, en zal 4 keer per jaar verschijnen in de vorm van een schriftelijke rapportage aan bestuur en raad. Daarin zal de voortgang rond kpi’s worden beschreven. Daarnaast zal de nieuwe monitor digitaal en op real time basis sturingsinformatie leveren over de kpi’s waarmee het STO direct kan bijsturen als dat nodig is. Hieronder schetsen we een eerste beeld van de beoogde prestaties en KPI’s met streefwaarden voor de realisatie van doelstelling 1 tot en met 4. De KPI’s richten zich op de outcome, het effect voor onze inwoners. We gaan dit meten middels kwalitatieve gesprekken met inwoners. Dit is nadrukkelijk een eerste schets! Wij werken deze gedurende de zomer samen met het STO en andere partners verder uit op basis van toegevoegde waarde, meetbaarheid en haalbaarheid. Ook het externe bureau dat ons gaat helpen met de monitor, vragen we advies. Zodat we op 1 januari 2021 een nulmeting kunnen doen en de voortgang kunnen gaan volgen. Op basis van deze nulmeting stellen we de streefwaarden bij.

Prestaties en kpi’s Hoofddoel

1: Zorg voor elkaar

Subdoel

Prestatie / dienst (registratie)

KPI: resultaat voor de inwoner (kwalitatieve meting)

Mantelzorgers voelen zich gewaardeerd, ondersteund en niet overbelast.

Het aantal mantelzorgers dat zich na ondersteuning minder overbelast voelt, blijft stabiel dan wel neemt toe (nadere uitwerking door Forte). Het aantal geregistreerde mantelzorgers neemt toe met 10% (nadere uitwerking door Forte).

Mantelzorgers voelen zich ondersteund en gezien zodat zij hun naaste kunnen ondersteunen zonder zelf te zwaar belast te worden (jaarlijks gesprek klankbordgroep mantelzorgers).

Inwoners zetten zich vrijwillig in voor de samenleving en zijn hiertoe toegerust

Minimaal 75% van de vrijwilligers die actief zijn binnen de vrijwilligerszorg voelt zich voldoende toegerust om de hulpvrager te begeleiden (nadere uitwerking van soorten vrijwilligers en streefwaarde door Forte). Het aantal bewonersinitiatieven dat na een jaar ondersteuning zelfstandig als mogelijk verder kan, neemt toe (registratie Forte).

Vrijwilligers voelen zich toegerust bij de uitvoering van hun activiteiten of de ondersteuning van inwoners bij (lichte) hulpvragen (uitwerking door Forte).

Inwoners van Overbetuwe hoeven zich niet eenzaam te voelen. Inwoners hebben een gezonde financiële basis.

Er is een toenemend aantal ‘zelfsturende’ bewonersinitiatieven (uitwerking door opbouwwerk Forte).

Het aantal mensen dat zich eenzaam voelt stabiliseert Inwoners van Overbetuwe weten wat ze kunnen doen of neemt af (GGD-monitor). als ze zich eenzaam voelen, of als iemand in hun omgeving zich eenzaam voelt (uitwerking door Forte).

60% van de beëindigde re-integratie-voorzieningen heeft als resultaat (registratie STO): - Gedeeltelijke uitstroom naar werk, of - Volledige uitstroom naar werk, of 2: Inwoners zijn in staat - Bemiddelbaarheid naar werk. Inwoners zijn hun leven naar eigen Jaarlijks stijgt 15% van de kandidaten per profiel vitaal en doen wens vorm te geven. (trede op de P- ladder) een trede (registratie STO). mee naar vermogen Van de mensen met arbeidsbeperkingen die een uitkering ontvangen, doet 70% arbeidsmatige activiteiten (registratie STO).

Na een toename in 2020 neemt het aantal personen dat afhankelijk is van een uitkering geleidelijk af in de jaren daarna. Onze inwoners kunnen zich ontwikkelen en steeds meer deelnemen aan het dagelijkse leven (moet nader uitgewerkt worden). Idem.

De doorlooptijd voor uitstroming uit trede 0 bedraagt Idem. gemiddeld (Forte werkt de streefnorm uit). Ondersteuning wordt bij voorkeur indicatievrij, collectief en nabij de inwoner aangeboden. Ondersteuning sluit aan op de vraag, behoefte en mogelijkheden van de inwoner en draagt bij aan het versterken van de 3: Ondersteuning is zelfredzaamheid passend en nabij

Ondersteuning is integraal

Het aantal collectieve oplossingen voor Inwoners van Overbetuwe kunnen met hun vragen en ondersteuningsvragen neemt toe, zoals huiskamers, oplossingen in toenemende mate terecht bij buurtsoepie, etc. (registratie Forte). collectieve voorzieningen, en voelen zich hierdoor duurzaam ondersteund (moet nader uitgewerkt worden). Maximaal 20% van de ondersteuningsvragen wordt verwezen naar een maatwerkvoorziening. De rest wordt geholpen (registratie STO):  binnen het eigen netwerk  door middel van een collectieve voorziening  ondersteuning door het STO  WLZ Maximaal 40% van de inwoners met een afgesloten traject, komt binnen een half jaar terug met eenzelfde hulpvraag (registratie STO). Het gaat hierbij om trajecten die betrekking hebben op individuele begeleiding. Voorbeelden zijn:  Forte School (school’s cool)  Forte Geldzaken  Maatschappelijk werk  Jongeren coaching  Mantelzorgondersteuning Bij 75% van de gezinnen met meerdere en complexe ondersteuningsvragen is sprake van, één plan en één regisseur (registratie STO).. Daarbij maken we onderscheid in verschillende niveaus:  Casusregie complexe zaken  Jongerenwerk  Gezinscoaching

Inwoners van Overbetuwe met een ondersteuningsbehoefte worden nabij en passend ondersteund zoveel mogelijk duurzaam geholpen. In geval van een terugval is ervaren ze geen drempel om opnieuw hulp te zoeken (moet nader uitgewerkt worden, samen met participatieraad en SGO).

Vroegsignalering en zo snel mogelijk ondersteuning bieden Communicatie

4: Voorzieningen zijn toegankelijk, betaalbaar en kwalitatief goed

In maximaal x% van de gevallen wordt nog gewerkt met een beschikking (percentage uitwerken, registratie STO) Wachtlijst STO blijft binnen onze norm (uitwerken, registratie STO). Doorlooptijd keukentafelgesprek / ondersteuningsplan is maximaal 8 weken (registratie STO)..

Inwoners hebben een ondersteuningsplan waar ze zelf een bijdrage aan hebben geleverd, als basis voor de ondersteuning. Nvt. Nvt.

Clienttevredenheid over communicatie is minimaal Inwoners kunnen informatie op onze site makkelijk een 7 (jaarlijkse CEO). vinden. Het aantal gebruikers van de sociale kaart neemt toe De sociale kaart helpt inwoners en professionals bij (gebruik sociale kaart, Forte). het vinden van de weg op het gebied van ondersteuning.

Zorg en ondersteuning die wij leveren is betaalbaar Voorzieningen zijn toegankelijk (bereikbaar) Kwaliteit van zorg en ondersteuning blijft minimaal op het huidige niveau.

Financiële monitoring.

Nvt.

Clienttevredenheid over toegankelijkheid is minimaal een 7 (jaarlijkse CEO).

Beleving inwoner over de ondersteuning (middels evaluatie na afloop van ondersteuning).

Clienttevredenheid over kwaliteit is minimaal een 7 (jaarlijkse CEO).

7

Begrippen en afkortingen

JGZ KPI OCO PO GGZ Jeugd STO WLZ

jeugd gezondheidszorg kritische prestatie indicator onafhankelijke cliëntondersteuner praktijkondersteuner GGZ Jeugd Sociaal Team Overbetuwe Wet langdurige zorg

0e-lijn, 1e-lijn, 2e-lijn en 3e-lijnsondersteuning 0e-lijnsondersteuning is brede basisondersteuning die er voor iedereen is zonder dat je er om hebt gevraagd. Ook de 1e-lijns ondersteuning is voor iedereen beschikbaar, maar je moet er wel zelf om vragen. De ondersteuning is algemeen, de 1e-lijnsmedewerkers hebben een brede kennis. 2elijns zorg betreft specialistische zorg, om hiervoor in aanmerking te komen heb je een verwijzing of ondersteuningsplan nodig. Ditzelfde geldt voor 3e- en 4e-lijns zorg, dit betreft respectievelijk zeer specialistische en topzorg (bovenregionaal). Algemeen maatschappelijk werk / social work Algemeen maatschappelijk werk is een algemene voorziening en omvat laagdrempelige hulp en ondersteuning bij vragen van inwoners, jong en oud, zowel individueel als groepsgericht. Het doel is verbeteren van de zelfredzaamheid en sociaal functioneren van personen of de wisselwerking tussen personen en hun sociale omgeving. Algemene voorziening Een algemene voorziening is het aanbod van diensten of activiteiten dat voor iedere inwoner van Overbetuwe (van -9 maanden tot 100+) toegankelijk is zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, en is gericht op maatschappelijke ondersteuning.

Beschermd wonen Beschermd wonen is een regeling binnen de Wmo voor iedereen die niet meer zelfstandig kan wonen vanwege psychische en/of psychosociale problematiek. Wanneer ambulante hulp aan huis (begeleid wonen) niet voldoende is, wordt middels beschermd wonen een kamer aangeboden in een instelling of wooninitiatief. Hier worden de bewoners intensief ondersteund in de dagelijkse activiteiten. De regie op Beschermd wonen ligt bij de centrumgemeente. Jeugdzorg De term jeugdzorg is een verzamelnaam voor jeugdhulp zonder verblijf, jeugdhulp met verblijf, jeugdbescherming en jeugdreclassering. De term jeugdhulp omvat alle vormen van ondersteuning (lvb, opvoedvragen, opvoedhulp, jeugd-lvb en jeugd-ggz) variërend van licht ambulant tot en met intensieve, zeer gespecialiseerde zorg in een al dan niet gesloten setting (jeugdzorgplus). Onafhankelijke cliëntondersteuner Een onafhankelijke cliëntondersteuning staat naast de inwoner en kan helpen met het formuleren van de hulpvraag, informatie, advies en voorlichting. Wat kan de inwoner zelf, heeft hij / zij een netwerk, is netwerkversterking nodig? Zodat de inwoner in staat is een eigen plan op te stellen. Desgewenst helpt de onafhankelijke cliëntondersteuner ook met de voorbereiding van een gesprek met het Sociaal Team Overbetuwe, het stellen van vragen en het maken van keuzes.

De cliëntondersteuner is onafhankelijk, en doet zelf géén hulpverlening of verwijzing. Een onafhankelijke cliëntondersteuner kan een vrijwilliger of een beroepskracht zijn. Preventie Preventie is het geheel van doelbewuste initiatieven die erop gericht zijn te voorkomen dat problemen ontstaan. Hierbij vinden we het in Overbetuwe belangrijk dat preventie onderdeel is van onze 28

lokale netwerken en gericht is op normaliseren en versterken (primaire preventie) en verergering voorkomen (secundaire preventie). Regie In essentie is de inwoner regisseur van zijn eigen hulpvraag18. Voor de uitvoering van het ondersteuningsplan, maken we daarnaast onderscheid tussen procesregie en casusregie.  Het STO bewaakt het nakomen van de afspraken in het ondersteuningsplan (procesregie). De procesregisseur is een regisseur op afstand. Hij heeft de bevoegdheid om betrokkenen aan tafel te brengen en te controleren op kwaliteit en te leveren ondersteuning zoals vastgelegd in het plan.  Indien de situatie daarom vraagt vanwege complexiteit, dan organiseren we voor het gezin ook regie op de uitvoering van het ondersteuningsplan (casusregie). Een casusregisseur is een professional die vanuit actieve betrokkenheid bij de inwoner of het gezin regie voert over de eigen inzet én de inzet van anderen in de gaten houdt. Vanuit dat overzicht houdt hij (of zij) het ondersteuningsplan in de gaten en stuurt hij bij. Sociale basis Sociale basis is het geheel een informele (vrijwillige) en formele voorzieningen, dienstverlening en relaties in de leefomgeving van mensen die er aan bijdragen dat mensen tot hun recht komen en zich kunnen ontwikkelen. Vitaliteit Vitaliteit is de gezonde geestelijke en lichamelijke gesteldheid van mensen.

Fysiek (beweging, voeding), mentaal (persoonlijke groei), emotioneel (zelfbewustzijn, relaties) en spiritueel (zingeving). Jeugdzorg: categorien en producten Jeugdbescherming Jeugdreclassering & Jeugdreclassering Jeugdbescherming Jeugdhulp met verblijf

Verblijf in gezinshuis

Onder toezichtstelling en voogdij, binnen het gedwongen kader. Verblijf bij behandelgroep gezinshuis.

Pleegzorg

24-uurs en deeltijd plaatsing bij pleeggezin.

Verblijf terreingebonden

Per dag ZZP 3 t/m 5 voor (L)VG incl. behandeling, deelprestatie tariefklasse E en terreinvoorzieningen. Jeugdzorg Plus inclusief observatie. Hieronder zijn ook de opvangkosten van illegalen geplaatst. Residentieel, per dag ZZP 1 t/m 4, deelprestatie GGZ tariefklassen C D F G, logeerweken, fasehuizen, Dyslexietrajecten inclusief diagnose.

Verblijf Jeugdzorg Plus

Jeugdhulp zonder verblijf

Reclasseringsmaatregelen, samenloop.

Verblijf in leef- of behandelgroep Dyslexie Daghulp Jeugd en opvoedhulp

Ambulante begeleiding

Ambulante GGZ

Dagactiviteiten en dagbehandeling, vaak bij een verstandelijke of lichamelijke beperking. Jeugdhulp niveaus 1 tot en met 4, inzet gedragswetenschapper / WO-professional, therapieën en behandelingen. Verzamelgroep voor begeleiding (basis, NAH, speciaal en extra), maar ook consultatie en advies, persoonlijke verzorging, en crisis. Basis- en specialistische GGZ inclusief diagnose, voor geestelijke stoornissen zoals depressie, angst, autisme, etc.

29

Wmo: categorien en producten Wonen Rollen Vervoer

WRV voorzieningen WRV Rolstoelen

Woningaanpassingen zoals douchestangen, trapliften, drempelhulp. Rolstoelen, hand aangedreven of met motor.

WRV Vervoervoorzieningen Dagbesteding

Hulp bij het huishouden

Scootmobielen, handbikes, onderhoud en aanpassingen aan vervoersmiddelen, maar geen vervoersdiensten naar dagbesteding. Dagbesteding algemeen Dagactiviteit en dagbesteding, eventueel VG, LG of GGZ, en module cliëntkenmerk. Dagbesteding doof-blinden Dagactiviteit voor doof-blinden, zwaar. Hulp bij het huishouden

Mantelzorgcompliment

Huishoudelijke Hulp 1 t/m 3, PGB’s en Combi ondersteuning met een begeleidingscomponent. Voucher die een cliënt korting geeft (dus geen volledige vergoeding) op huishoudelijke hulp. Een vergoeding van € 250 per jaar aan mantelzorgers.

Persoonlijke verzorging

Persoonlijke verzorging regulier of speciaal.

Kortdurend verblijf

Verblijfscomponenten voor GGZ en V&V, en logeren met intensieve begeleidingsvraag. Begeleiding voor visueel of zintuiglijk gehandicapten, eventueel gespecialiseerde begeleiding. Activerend werk, ontwikkeling naar tredes 2 t/m 5, of oriëntatie. Begeleiding speciaal, extra, NAH, bemoeizorg en Psy.

HHT voucher Begeleiding

Begeleiding zintuiglijk Activerend werk Begeleiding specialistisch Begeleiding basis

Begeleiding en Integraal advies. Hoewel PGB’s met begeleiding ook voor gespecialiseerde begeleiding en dagbesteding kunnen zijn, wordt het onderscheid niet geregistreerd en zijn alle PGB begeleidingskosten onder Begeleiding Basis geplaatst.

18 Wanneer de inwoner niet in staat is zelf regie te voeren, dan neemt het STO de regie over.

30

Bijlage I. De activiteiten per doel Algemeen  Jaarlijks gesprek met de samenleving: het volgen van ‘de beweging’ 1.    

Inwoners van Overbetuwe hebben zorg voor elkaar Dorpsprofielen en dorpsagenda’s faciliteren Eenzaamheid signaleren en voorkomen Vrijwilligersondersteuning Mantelzorgondersteuning en -waardering

2.       

Inwoners voelen zich vitaal, iedereen telt en doet mee Participatiewet: ‘Van cliënt naar kandidaat’ Maatwerkvoorzieningen ombuigen tot algemene voorzieningen Preventie en handhaving alcohol Middelengebruik in beeld Alternatieve vervoersvoorzieningen / vrijwilligersvervoer Statushouders doen mee naar vermogen Armoede: een gezonde financiële basis

3.         

Ondersteuning is passend en nabij, voor jong en oud Sociaal Team Overbetuwe: ons integrale samenwerkingsnetwerk Onafhankelijke cliëntondersteuning versterken Verbinden onderwijs, (gezondheids-)zorg en ondersteuning Verbreden laagdrempelige collectieve en/of informele ondersteuning Zorg Binnen Onderwijs Verbeteren aanpak dyslexie Verstevigen aanpak bij onveilige situaties Doordecentralisatie beschermd wonen Voorkomen en afschalen van zware zorg (verblijf) en versterken pleegzorg/gezinshuizen

4.     

Inwoners hebben mogelijkheden zichzelf te ontwikkelen (m.n. jeugd) Opgroeien en ontwikkelen en ondersteunen bij ouderschap Overgang van adolescentie naar volwassenheid (18-/18+) Kinderen en jongeren doen en beslissen mee Gezonde leefstijl als stimulator van ontwikkeling Taal- en digitaal vaardige inwoners en laaggeletterdheid

5. Inwoners zijn tevreden met hun leefomgeving  Wonen en zorg  Ontmoetingsplek nabij 6.      

Voorzieningen en ondersteuning zijn betaalbaar, toegankelijk en kwalitatief goed Communicatie: actief en duidelijk Omgekeerde en integrale verordening Toezicht, handhaving en fraudebestrijding Nieuwe, integrale subsidieregel Monitoring en registratie optimaliseren Maatregelen betaalbaarheid

31

Bijlage II. Rollen rond inkoop / subsidierelaties en toezicht Sociaal Domein Overbetuwe We vinden het belangrijk dat we onze rol als opdrachtgever zakelijk, zorgvuldig en consequent vormgeven. En dat we ons proces rond toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid goed inrichten. Daarom hebben we de verschillende rollen in relatie tot onze opdrachtnemers en partners uitgewerkt voor zowel de subsidie- als de inkooprelaties, en zullen we invulling (gaan) geven aan de beschreven rollen. 1. Relatiemanager: contracteigenaar en budgethouder.  Eindverantwoordelijk voor:  Onderhouden van een goede relatie met de partner.  Interne communicatie en borging van de afspraken in de gemeentelijke organisatie.  Sturen op het nakomen van afspraken en verplichtingen door de partner op basis van management- en klachtenrapportages en het gesprek hierover.  Bewaking van afspraken (betalingen, prijs, indexering, kwaliteit, prestaties).  Sfsluiten van contracten dan wel opstellen van beschikkingen.  Tijdig beslissen over wijziging, opzegging of nieuwe overeenkomst / beschikking.  Toe zien op registratie volgens juiste procedure.  Proceseigenaar van een aantal ontwikkeling in de samenwerking met partners:  Aanjagen van de transformatie / beweging.

De relatiemanager neemt partners mee, versterkt het samenwerkingsnetwerk, met aandacht voor kennisdeling, samenwerkingsafspraken, organiseren van netwerkbijeenkomsten, toezien op heldere informatie en communicatie en ondersteuning van de teammanager TUSD bij dit proces.  Monitoring: sturing op resultaat en het volgen van de voortgang van onze doelen middels kpi’s. 2. Contractmanager lokaal: voorwaardenscheppend, toezichthoudend en financieel controlerend voor contracten en subsidies in het sociaal domein Overbetuwe.  Voorwaardenscheppend:  Adviseert relatiemanagers, ambtelijk opdrachtgever en bestuurders over contractuele vraagstukken en (leveranciers)beoordelingen.  Maakt een strategie inzake contracten / overeenkomsten en leveranciersmanagement.  Voert contractonderhandelingen en woont relatiegesprekken bij complexe contracten bij.  Is verantwoordelijk voor stakeholdersmanagement.  Produceert managementrapportages, signaleert trends in klachten en knelpunten en adviseert over corrigerende maatregelen voor bijsturing.  Toezichthoudend:  Heeft overzicht over het geheel aan contracten / overeenkomsten.  Stuurt op de continuïteit, kwaliteit en financiële prestaties van de zorgaanbieders.  Voert financiële screening van contract- of subsidiepartners uit op basis van signalen.

 Zorgt middels officieel besluit dat we een toezichthouder rechtmatigheid Wmo, Jeugdwet, participatiewet en wet meldcode aanwijzen, geeft signalen door voor nader onderzoek en houdt regie op de uitvoering hiervan.  Is aanspreekpunt voor kwaliteitsmedewerkers en Inkoop SDCG(MGR) 19 bij signalen voor zowel regionaal als lokaal ingekochte zorg, rechtmatigheid en kwaliteit.  Vertaalt de transformatiedoelstellingen naar contractuele afspraken en monitort deze.  Financieel controlerend:  Analyseert en adviseert over budgetafwijkingen inclusief het achterhalen van achterliggende oorzaken en (financiële)informatievoorziening op hoofdlijnen. 19 Of andere partijen die het contractbeheer doen. Zoals de gemeente Renkum dit doet wat betreft de

opdrachten voor hulpmiddelen. 32

 

Valideert de inbreng voor de P&C-cyclus voor het sociaal domein. Geeft advies over optimalisatie van de financiële processen en de hiervan afgeleide administratieve organisatie voor het sociale domein.

3. Contractbeheer:  Registreert alle aangeleverde overeenkomsten binnen het zaaksysteem.  Beheert contractgegevens, bewaakt acties en signaleert afwijkingen. 4. Inkoop Sociaal Domein Centraal Gelderland (SDCG, MGR):  Verzorgt inkoop, relatiemanagement, contractbeheer van regionale contracten, in opdracht van de gemeente.  Kwaliteitsmedewerker MGR: - Regionale ‘kwaliteitscommissie signalen’ (met gemeenten, lokale toegang, relatiemanager Inkoop SDCG, toezichthouder rechtmatigheid en kwaliteit). - Regionale werkgroepen bestaande uit betrokkenen van de gemeenten gericht op door ontwikkelen van zowel het reactieve als proactieve rechtmatigheidstoezicht en regionaal handhavingsbeleid. - Door ontwikkelen van proactief toezicht d.m.v. een quick-scan waarbij een deel van de zorgaanbieders jaarlijks wordt getoetst door de toezichthouder. Uitvoering van toezichtstaken: wat is waar belegd: Kwaliteit Wmo, GGD voert toezicht uit binnen de wettelijke kaders:  Op basis van signalen en risico’s onderzoek verrichten naar de kwaliteit van de uitvoering van de Wmo.  Toetsen en beoordelen van Wmo-voorzieningen en opstellen inspectierapporten.  Bepalen welke handhavingsinstrumenten moeten worden ingezet.  Adviseren over strafrechtelijk vervolgonderzoek, handhavingsbeleid en toezicht.

Kwaliteit Jeugdwet: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (landelijk) houdt toezicht op de kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid van de (Jeugd)zorg. Toezichthouder rechtmatigheid Wmo, Jeugdwet, PGB en Participatiewet: Deze rapporteert aan de contractmanager en is belast met:  Voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik van voorzieningen.  Beoordelen van fraudesignalen.  Bepalen welke handhavingsinstrumenten moeten worden ingezet.  Uitvoeren van bestuursrechtelijke onderzoeken met toepassing van toezichthoudende bevoegdheden conform de Awb. Adviseren over strafrechtelijk vervolgonderzoek.  Adviseren over te nemen besluiten, fraudebestrijding en handhaving. Toezicht wet meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling: GGD voert uit. Interne audit / controle op rechtmatigheid intern:  Kwaliteitsmedewerkers voeren maandelijkse steekproeven uit om de interne kwaliteit te kunnen volgen / bij te sturen.  Cluster interne beheersing voert controle achteraf uit in opdracht van concerncontroller (is uitbesteed).

33

Bijlage III. De data-analyse Wmo en Jeugd samengevat We hebben een analyse gedaan van de data die verzameld is in de periode van 2015 tot en met 2019. Deze analyse geeft richting aan onze beleidskeuzes en activiteiten. Voor inzicht in data vanuit de participatiewet verwijzen we naar het vastgestelde uitvoeringsplan participatie, ‘Van cliënt naar kandidaat’ (2019-2020). NB In onderstaande overzichten zijn correcties toegepast om de trends in zorggebruik zo goed mogelijk te kunnen weergeven, dit is relevant voor de beleidskeuzes. Hierdoor kunnen cijfers echter afwijken van onze jaarrekening of monitor. Bovendien is vervoer (Wmo en jeugd) apart weergegeven bij onderstaande cijfers. 1. Bevolkingsontwikkeling Het CBS heeft uitgebreide statistieken van de bevolkingssamenstelling van Overbetuwe. Hieruit kunnen we lezen dat het aantal inwoners in Overbetuwe de komende jaren ongeveer gelijk blijft. Wel zien we een lichte ontgroening (minder jongeren) en een snelle vergrijzing (meer ouderen). Vooral het aantal 65+’ers nam toe en zal de komende jaren blijven toenemen. Er is een piek van inwoners te zien van de na-oorlogse geboortegolf die nu (in 2020) een leeftijd van begin 70 heeft en in 2025 richting de 80 gaat. Wetende dat de grootste Wmo-kosten worden gemaakt door de leeftijdsgroep 78-87, veroorzaakt dit naar verwachting een piekbelasting in Wmo-vraag.

Ook neemt het aantal 18-27 jarigen toe in de komende jaren, wat een minder omvangrijke maar relatief kostbare doelgroep is binnen de Wmo. Verder verdient de krimpende leeftijdsgroep van 20 tot 65 jaar de aandacht. Dit is het arbeiderspotentieel voor verplegers, psychologen, huisartsen, consulenten en andere zorgmedewerkers. In een prognose van Menzis (2020) wordt tussen 2018 en 2030 een daling van 4,8% van het aantal beschikbare zorgmedewerkers verwacht. Ook de beschikbaarheid van mantelzorgers zou in die periode dalen, van 21% naar 11% aan 50+’ers per 85+’er. 2. Jeugd In algemene zin zien we dat de jeugd in Overbetuwe in 2019 met 12% meer gebruik maakt van jeugdzorg dan het landelijk gemiddelde van 10%. Het totaal aantal unieke cliënten in Jeugdzorg was in 2019 afgerond 1650. Sommige cliënten maken gebruik van meerdere zorgvormen. We maken bij de jeugdhulp onderscheid tussen 3 hoofdcategorieën. Namelijk jeugdhulp zonder verblijf, jeugdhulp met verblijf en jeugdbescherming & -reclassering. Hieronder gaan we in op de 3 categorieën. In de bijlage, begrippenlijst geven we een toelichting van de verschillende categorieën en de producten.

34

Figuur 2 Kosten jeugdhulp per hoofdcategorie, cijfers kunnen afwijken van jaarrekening i.v.m. correcties in analyse

Jeugdhulp zonder verblijf We zien de grootste stijgingen in de categorie jeugdhulp zonder verblijf. In 2019 waren er afgerond 1540 kinderen en jongeren die jeugdhulp zonder verblijf ontvingen, en waren de uitgaven ongeveer 8,2 miljoen. De stijging in 2019 zit voor ruim de helft in ambulante begeleiding, en voor het restant in daghulp en jeugd en opvoedhulp. Er is door de consulenten ook bewust ingezet op het afschalen van zorg en een systeemgerichte benadering bij het gezin thuis. Naast een cliëntengroei binnen de genoemde categorieën, zien we ook een stijging van de kosten per cliënt door de inzet van zwaardere trajecten. Stijging van de kosten per cliënt kan diverse oorzaken hebben: opschaling van zorgzwaarte en intensiteit, stapeling en langere trajectduur. Ook de indexering van tarieven heeft hier in beperkte mate effect op. Verder hebben we te maken met veel nieuwe, kleine aanbieders die snel groeien, dit nieuwe aanbod heeft een aanzuigende werking. Ambulante GGZ laat overigens een lichte daling van uitgaven zien. De gewenste afschaling van zorg door extramurale ambulante jeugdhulp of daghulp in te zetten in plaats van verblijf (intramuraal), wordt in de cijfers van 2019 niet bevestigd. De verblijfsindicatie bij de cliënten die ook extramurale hulp kregen, loopt in alle gevallen nog door in 2019, parallel aan de ambulante indicatie.

De toegenomen instroom bij ambulante jeugdhulp ontstaat dus niet als gevolg van afschaling van verblijfsindicaties. Daarnaast nemen de verblijfskosten bij geen enkele cliënt af in de jaren nadat zijn/haar ambulante kosten zijn toegenomen. Jeugdhulp met Verblijf

35

Verblijf is sinds 2015 jaarlijks fors toegenomen. 2019 is het eerste jaar dat de verblijfskosten dalen, behalve bij pleegzorg. We stimuleren ook het gebruik van pleegzorg, dus dat past in de door ons gewenste beweging. De uitgaven in 2019 waren zo’n 6,6 miljoen euro, aantal cliënten afgerond 185. Jeugdbescherming & -reclassering Uitgaven op het gebied van jeugdbescherming en jeugdreclassering zijn redelijk stabiel, in 2018 en 2019 was dit 1,1 miljoen per jaar. Het aantal cliënten was afgerond 165. Aantal jeugd cliënten naar startjaar De instroom en het cliëntentotaal dalen in 2019, maar daarmee dalen de kosten niet. We hebben teruggekeken naar het startjaar waarop cliënten hulp ontvingen. Opmerkelijk is dat cliënten waarbij de hulp gestart is in 2015, in 2019 nog relatief veel kosten maken. In de achterliggende data blijken de langdurig in zorg zittende cliënten overwegend (L)VG cliënten met verblijf te zijn die moeilijk uitstromen en net niet in aanmerking komen voor WLZ. De reden dat kosten stijgen bij een dalend cliëntenaantal, komt door hogere kosten per cliënt binnen de ambulante zorg. Dit is hierboven bij Jeugdhulp zonder verblijf toegelicht. Jeugdhulp per leeftijdsjaar De 9-jarigen vormen de grootste cliëntenpopulatie, maar de 16- en 17-jarigen maken de meeste kosten. 18+’ers met verlengde Jeugdwet zijn lager in aantal, maar blijven gemiddeld even duur.

Dat de ontwikkeling van problematiek richting de pubertijd en volwassenheid steeds grotere gevolgen krijgt op het leven van een jeugdige, ligt in de lijn van de verwachting. Daarom is het belangrijk deze ontwikkeling bij 16- en 17-jarigen voor te zijn. Dit vraagt om vroeginterventie, oftewel het voorkomen dat kinderen langdurige ondersteuning nodig hebben vanaf hun 9e levensjaar. En daarnaast vraagt dit regievoering op de ondersteuning.

Figuur 3 Jeugdhulp gemiddelde kosten per leeftijdsjaar

Gezinnen met veel jeugdhulp We hebben de top 5 in beeld gebracht van de jeugdigen en gezinnen waar de meeste uitgaven voor zijn. De klantreis van deze top 5 geeft een beeld van opschalende of escalerende zorgkosten. Opvallend is dat het hier om (L)VG cliënten gaat, de kosten structureel zijn en er veel verschillende zorgaanbieders zijn betrokken. Afschalen bij deze gezinnen is lastig omdat slechts geringe ontwikkeling mogelijk is. Mogelijk kan de zorg overgaan naar de Wlz op het moment dat de jeugdige 18 wordt. Verwijzers Deze cijfers van de verschillende typen doorverwijzers geven een indruk van hoe beïnvloedbaar de zorgkosten zijn. Op trajecten die via doorverwijzingen van externe partijen

36

lopen is door de gemeente moeilijker te sturen dan op trajecten die de gemeente zelf beschikt, dit geldt vooral voor verwijzingen van de GI’s naar zware jeugdzorg. In 2019 zagen we de volgende verdeling van het aantal cliënten die verwezen zijn naar jeugdhulp:

Figuur 4 Kostentype per doorverwijzer, 2019

3. Wmo We maken bij de Wmo onderscheid tussen 4 hoofdcategorieën: wonen/rollen/vervoer, dagbesteding, hulp bij het huishouden en begeleiding. In totaal is er 5,1 miljoen uitgegeven aan de Wmo, en maken afgerond 1200 cliënten gebruik van de Wmo in 2019. De Wmo-kosten stegen in 2019 voor het eerst na jaren van een stabiel gemiddelde.

Figuur 5 Kosten Wmo per hoofdcategorie, cijfers kunnen afwijken van jaarrekening i.v.m. correcties in analyse

37

Wonen / rollen / vervoer De uitgaven voor Rolstoelen en Vervoersvoorzieningen zijn in 2019 een stuk lager dan in 2018. De kosten van woonvoorzieningen blijven stabiel. Vanwege de bekostigingswijze per totaalfactuur zijn geen cliënt- of trajectgegevens bekend en is nader onderzoek niet mogelijk. Dagbesteding In 2019 maakten afgerond 90 inwoners gebruik van dagbesteding en waren de uitgaven een half miljoen. Zowel cliëntenaantallen als cliëntkosten bij dagbesteding zijn voor het derde jaar op rij gedaald. Opvallend is dat de krimp het grootst is bij de leeftijdsgroep 18-27. Begeleiding De cliënten met Begeleiding basis zijn 16% duurder. In 2019 waren de uitgaven voor begeleiding 2,3 miljoen, voor afgerond 415 cliënten. -

-

-

Bij begeleiding speciaal is het cliëntenaantal met ruim een kwart gestegen naar 253, waarbij de kosten per cliënt ongeveer gelijk zijn gebleven. We zien enerzijds een omzetstijging bij de grootste zorgaanbieders, en anderzijds is het aantal zorgaanbieders flink gestegen. Ook een verhoging van de tarieven is een opdrijvende factor. Daarnaast bestaat het vermoeden dat er meer cliënten van Beschermd Wonen (centrumgemeente Arnhem) worden afgeschaald naar Begeleiding (bij Overbetuwe). Wat leeftijd betreft concentreert de cliëntentoename van Begeleiding speciaal zich rond de twintigers, en rond de zestigers. Bij de productgroep begeleiding basis daalt het cliëntenaantal (-5%), maar stijgen de kosten per cliënt juist weer sterk (+16%). Wat opvalt, is dat cliënten die in 2019 voor het eerst gespecialiseerde begeleiding ontvingen, in voorgaande jaren vaak Jeugdhulp ontvingen. De jeugdcliënten die naar Wmo doorstromen, komen vooral in aanmerking voor begeleiding specialistisch en basis. Andere begeleidingsvormen, zoals kortdurend verblijf, persoonlijke verzorging, of BG zintuigelijk, hebben geen noemenswaardige impact op de kosten.

Hulp bij het huishouden Het aantal cliënten dat huishoudelijke hulp ontvangt is het afgelopen jaar met 21% gestegen naar ruim 800 in 2019, de uitgaven voor deze categorie waren 2,1 miljoen. De cliëntentoename komt waarschijnlijk door de lagere eigen bijdrage die landelijk is vastgesteld en als gevolg van de vergrijzing en het langer thuis wonen. De stijging concentreert zich dan ook rond de leeftijdsgroep 78-87 en daar omheen. Wmo per leeftijdsjaar De cliëntengroep tussen de ±70 en 90 jaar is naar verwachting het omvangrijkst. Zij maken ook het grootste deel van de kosten, maar worden op de voet gevolgd door de jongvolwassenen van 17-28 jaar. We zien dat deze beide groepen in hoogte en breedte groeien naarmate de jaren vorderen. Naast de effecten van vergrijzing voor de oudere doelgroep, zien we bij de jongvolwassenen een effect dat mogelijk samenhangt met de stijgende kosten bij Jeugdhulp in combinatie met een dalende populatie jeugdigen. Dat jongeren duurder zijn komt omdat hun ondersteuning vaker begeleiding betreft, waar het bij ouderen vaak om goedkopere huishoudelijke hulp gaat. De gemiddelde kosten per cliënt dalen daarom geleidelijk naarmate cliënten ouder worden (met € 52 per jaar).

38

Figuur 6 Wmo gemiddelde kosten per leeftijdsjaar

De instroom in 2019 (369) was een stuk hoger dan in 2018 (252). Deze toename zit voor het grootste deel in Huishoudelijke hulp, wat waarschijnlijk komt door de lagere eigen bijdrage vanaf dat jaar. Jeugdcliënten naar Wmo We zien dat een groeiend deel van de totale Wmo-kosten gemaakt wordt door jongeren die uit de Jeugdhulp stromen. De verwachting is dat dit aandeel de komende jaren zal oplopen, omdat deze trend alleen maar meetbaar is tot 5 jaar terug. In de periode 2015-2019 werden er nog maar weinig jeugdcliënten volwassen, maar in een lange termijnprojectie zou de doorstroom van Jeugdhulp naar Wmo nog wel eens van grote invloed kunnen zijn. Daarom is vroeginterventie bij jeugdigen vanaf 9 jaar ook belangrijk om de instroom in de Wmo te beperken. 4. Vervoer De kosten van Jeugd- en Wmo-vervoer stijgen ieder jaar, gemiddeld met € 175.000 per jaar. Er komen jaarlijks aanzienlijk meer vervoerscliënten bij. Daarnaast wordt in 2019 ook het vervoersgebruik per cliënt intensiever. In mindere mate draagt de jaarlijkse tariefstijging bij aan de kostentoename.

39

5. Participatiewet Binnen de participatiewet zijn 3 onderdelen te onderscheiden: Rechtmatigheid, doelmatigheid en de banenafspraak. Dit laatste onderdeel betreft kandidaten met een grote afstand tot de arbeidsmarkt (doelgroepenregister of indicatie banenafspraak). Op basis van de Divosa Benchmark uit 2019 halen we het volgende beeld op. We constateren dat de gemiddelde kosten per kandidaat in Overbetuwe in 2020 vergelijkbaar is met andere vergelijkbare gemeenten. In 2019 waren kandidaten binnen Overbetuwe nog gemiddeld € 500 duurder. Rechtmatigheid Het gaat hier om de daadwerkelijke toegekende aantal bijstandsuitkeringen. In juni 2019 was het bijstandsvolume net zo groot als in december 2018, namelijk 720. Vanaf december 2019 heeft de gemeente Overbetuwe ook een dalende trend ingezet. Dit heeft geresulteerd in 1,5% bijstandsafname. Landelijk was dit 4,3%. Doelmatigheid Doelmatigheid betreft de inzet van re-integratie voorzieningen om kandidaten aan het werk te helpen en / of daarbij te ondersteunen. De inzet van re-integratievoorzieningen zorgen ervoor dat mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt mee kunnen doen. Overbetuwe zet ten opzichte van andere gemeenten meer instrumenten in. Zo is het percentage kandidaten met loonkostensubsidie afgezet tegen het bestandsbestand in Overbetuwe 7,3% terwijl het landelijk gemiddelde 4,4% bedraagt.

Banenafspraak De Banenafspraak kenmerkt zich als een groeiende groep. Voor 2015 was dit de doelgroep die we terug zagen in de Wajong. Sinds de invoering van de participatiewet zijn wij voor deze groep verantwoordelijk. In april 2019 boden we 33 mensen een passende werkplek, in april 2020 is dit aantal gegroeid naar 62. Tot slot De ‘prijs’ per kandidaat binnen Overbetuwe is in 2020 gemiddeld net zo hoog als een kandidaat in een andere vergelijkbare gemeente. In 2019 waren kandidaten binnen Overbetuwe nog gemiddeld € 500 duurder.

40

Bijlage IV. Uitvoeringsplan Sociaal Team Overbetuwe 2020-2021 In het uitvoeringsdocument voor het komende jaar schetsen we wat we gaan doen om onze wettelijke taken, ambitie en doelstellingen te realiseren. We beschrijven per doel de specifieke activiteiten die we het komende jaar inzetten. Daarnaast beschrijven we hoe we komen tot de inrichting van een stabiele netwerkorganisatie, het Sociaal Team Overbetuwe.

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=da2b2a0b-2cbf-421f-81b4-bd0450682308