CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

25-05-20.14 Relevant stuk 01 Rapport beoordeling zienswijzen omgevingsvergunning Internationale medewerkers Bemmelseweg te Elst

Gemeenteraadsvergadering 20 mei 2025, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen en omgevingsvergunning logiesvoorziening tijdelijke huisvesting van 120 arbeidsmigranten op locatie De Merm-Oost14.159 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 13 augustus 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:3001, r.o. 3.2) inzake het beroep van indiener 2 tegen het bestemmingsplan "Elst, Bedrijventerrein De Aam” is toen al vastgesteld dat indiener 2 ten tijde van de vaststelling van het plan geen concreet bouwplan had voor de bouw van een bedrijfswoning op zijn perceel. Indiener 2 heeft verder ter zitting erkend dat voor de huidige bedrijfsvoering op het perceel de aanwezigheid van een bedrijfswoning niet nodig is. Indiener 2 wilde de mogelijkheid voor een bedrijfswoning behouden voor het geval in de toekomst bij een wijziging van de bedrijfsvoering de aanwezigheid hiervan wel is gewenst. De gemeenteraad heeft onder deze omstandigheden destijds in redelijkheid geen aanleiding gezien in het plan te voorzien in de mogelijkheid van een bedrijfswoning op de gronden betreffende het perceel van indiener 2. Dit punt leidt niet tot een besluit tot weigering van de gevraagde omgevingsvergunning. 2.2 Duur en borging van het tijdelijke karakter Hoewel het project als tijdelijk wordt gepresenteerd, betreft het een periode van 15 jaar, wat in de praktijk een langdurige ingreep is. Het tijdelijke karakter is volgens indiener 2 onvoldoende geborgd en er wordt volgens indiener 2 geen oplossing geboden voor de situatie na deze periode.

Er ontbreekt in de ogen van indiener 2 een heldere visie op de toekomstige invulling van het terrein, en er is een reëel risico dat de woningen permanent worden, met name door het risico op huurbescherming.

Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220

27

Reactie op dit punt De omgevingsvergunning wordt verleend voor een periode van vijftien jaar. In de voorschriften van de vergunning is opgenomen dat de maximale duur van 15 jaar in gaat na het onherroepelijk worden van deze omgevingsvergunning. Na deze periode dienen de gebouwen te worden verwijderd en blijvend verwijderd te blijven. Het ter plaatse geldende omgevingsplan “De Aam 5 te Elst” blijft van toepassing. Ook dit punt leidt niet tot een besluit tot het weigeren van de gevraagde omgevingsvergunning. 2.3 Onduidelijkheid over wiens belang wordt behartigd Indiener 2 vindt dat het onduidelijk is wiens belang in dit plan daadwerkelijk wordt gediend. Hoewel het project wordt gepresenteerd als een oplossing voor internationale medewerkers, lijkt het primair volgens indiener 2 te voorzien in de wensen van de initiatiefnemer(s)of de opdrachtgever, zonder dat duidelijk is of dit de meest geschikte of noodzakelijke invulling van het terrein is. Wat hierbij indiener 2 opviel is dat het “participatietraject” niet volledig zorgvuldig uitgevoerd is. Niet alle belanghebbenden zijn volgens indiener 2 consistent geïnformeerd of uitgenodigd, wat naar de mening van indiener 2 mogelijk in strijd is met het beginsel van gelijke behandeling. Dit roept bij indiener 2 vragen op over de rechtmatigheid en zorgvuldigheid van het proces.

Reactie op dit punt Indiener 2 geeft aan dat het “participatietraject” niet volledig zorgvuldig is uitgevoerd. Bij de voorbereiding van dit project is er contact geweest met de directe omgeving in een bepaalde cirkel rondom het project. Indiener 2 viel hier binnen. Tevens is indiener 2 uitgenodigd voor een tweetal participatieavonden op 1 november en 13 december 2023. Hiertoe zijn direct betrokkenen, overige ondernemers De Merm en indiener 2 uitgenodigd. Tijdens deze bijeenkomsten hebben indiener 2 en overige belanghebbenden hun mening kunnen geven over het initiatief. Daarop is de aanvraag omgevingsvergunning ingediend. Bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning wordt een afweging gemaakt tussen de betrokken belangen, waarbij niet alleen maar uitsluitend wordt gekeken naar de wensen van initiatiefnemers danwel opdrachtgevers. Uit de ruimtelijke onderbouwing komt naar voren of een dergelijk initiatief al dan niet haalbaar is. Dit punt leidt niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning wordt geweigerd. 2.4 Risico op tussentijdse planwijzigingen Het plan biedt volgens indiener 2 geen garanties tegen tussentijdse planwijzigingen. Dit schept voor indiener 2 onzekerheid, bijvoorbeeld over een eventuele herbestemming naar huisvesting voor andere doelgroepen, zoals asielzoekers, zonder dat hierover transparante besluitvorming of inspraak plaatsvindt.

Reactie op dit punt De aanvraag voor een omgevingsvergunning voorziet in de realisatie van het initiatief dat is aangevraagd. Een eventueel ander gebruik is pas mogelijk indien daarvoor een planologische mogelijkheid is. Dit betekent bij een tussentijdse planwijziging bijvoorbeeld een herziening van het omgevingsplan danwel een omgevingsvergunning die op dat specifieke gebruik ziet. Tegen beide mogelijkheden staan rechtsmiddelen open. Het is op dit moment niet aan te geven of er tussentijdse gebruikswijziging zullen plaatsvinden en hoe die er uit zullen zien. Ook dit punt leidt niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moeten worden geweigerd. 2.5 Impact op omliggende bedrijven De aanwezigheid van woningen op een industrieterrein brengt volgens indiener 2 risico’s met zich mee voor de gebruiksmogelijkheden van omliggende bedrijven. Klachten over geluid, verkeer of milieubelasting kunnen naar de mening van indiener 2 bedrijven ontmoedigen om

Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220

28 te investeren of zich te vestigen. De economische gevolgen van deze beperkingen zijn volgens indiener 2 niet onderzocht, wat een belangrijk gemis is in de onderbouwing van het plan. Reactie op dit punt Het initiatief behelst de tijdelijke vestiging van een logiesfunctie en geen woningen. Indiener 2 geeft aan dat de gebruiksmogelijkheden van omliggende bedrijven worden beperkt door het initiatief. In de ruimtelijke onderbouwing is onder het kopje 4.1 Milieu de milieuzonering onderzocht en beoordeeld. Hierbij wordt beoordeeld dat aan omliggende bedrijven voldoende milieuruimte wordt geboden voor het uitoefenen van hun activiteiten. Ten westen van de locatie bevindt zich het bedrijventerrein De Merm, waar bedrijven tot milieucategorie 3.2 toegestaan zijn. Dit betekent dat de minimale richtafstand ten aanzien van deze bedrijven 50 meter bedraagt. Op een afbeelding met een 50 m-contour rond het bedrijventerrein, is te zien is dat de logiesfunctie buiten deze contour is gelegen. Er wordt daarmee ruimschoots voldaan aan de richtafstanden. Voor logiesfuncties geldt een richtafstand van 10 m voor geluid (milieucategorie 1). In de directe omgeving van de projectlocatie bevinden zich geen woningen. Daarmee heeft het initiatief eveneens geen negatieve gevolgen voor de omgeving. Hiermee zijn er geen belemmeringen vanuit het aspect milieuzonering.

Ook dit punt van de zienswijze leidt niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd. 2.6 Verkeersdruk en parkeernorm Indiener 2 vindt dat de komst van 120 internationale medewerkers de verkeersdruk in het gebied aanzienlijk zal verhogen. Indiener 2 vindt het terrein niet ingericht voor bewoning en er bestaat volgens indiener 2 onzekerheid over het halen van de lokale parkeernormen. Dit kan naar de mening van indiener 2 leiden tot overlast en problemen voor zowel bewoners als omliggende bedrijven. Reactie op dit punt Indiener 2 geeft aan dat de verkeersdruk in het gebied aanzienlijk verhoogt zal worden. Hiertoe is de autoverkeersgeneratie in de ruimtelijke onderbouwing uitgewerkt. De autoverkeersgeneratie van de functie ‘bedrijventerrein’ en de nu beoogde functie ‘arbeidsmigrantenhuisvesting’ is afzonderlijk berekend. Hieruit blijkt dat de functie ‘arbeidsmigrantenhuisvesting’ niet leidt tot verkeersafwikkelingsproblemen en er sprake is van een aanvaardbare ontwikkeling. Dit punt leidt, voor zover van belang, niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd. Ten aanzien van de parkeerbehoefte is de totale autoparkeerbehoefte onderzocht en getoetst. De gemeente hanteert voor het bepalen van de parkeerbehoefte het huidige gemeentelijk parkeernormenbeleid. Dit is vastgelegd in de ‘Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016’.

Tevens zijn er inmiddels actuelere landelijke CROW-richtlijnen voor parkeerkencijfers (CROW-publicatie 744 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' uit 2024). De meest aansluitende functie op de arbeidsmigrantenunits zijn ‘kamerverhuur, studenten, niet zelfstandig’. De meest aansluitende functie voor de beheerdersunit is ‘kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)’. De totale autoparkeerbehoefte komt daarmee op 127 x 0,3 + 1 x 0,6 = 39 autoparkeerplaatsen. Bij het realiseren van de beschreven arbeidsmigrantenhuisvesting zijn 39 autoparkeerplaatsen nodig om te voorzien in de parkeerbehoefte. Gerealiseerd worden 49 parkeerplaatsen met een mogelijkheid tot uitbreiding naar 73 parkeerplaatsen. Hiermee is aangetoond dat ruim voldoende parkeervoorzieningen voor de arbeidsmigrantenhuisvesting zijn voorzien. Dit punt leidt, voor zover van belang, niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd.

Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220

29 2.7 Milieu-impact, stikstofuitstoot en duurzaamheid Indiener 2 stelt dat, hoewel de woningen als duurzaam worden gepresenteerd de bouw, sloop en verplaatsing ervan aanzienlijke milieubelasting met zich meebrengt. De stikstofuitstoot tijdens de bouwfase is volgens indiener 2 een punt van zorg, zeker in de huidige context van stikstofbeperkingen. Bovendien vindt indiener 2 dat het opzetten van tijdelijke huisvesting voor 15 jaar vanuit duurzaamheidsperspectief moeilijk te rechtvaardigen is. Reactie op dit punt Als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied waarvoor de berekeningen zijn uitgevoerd neemt de stikstofdepositie op (bijna) overbelaste hexagonen van de Natura 2000gebieden in zowel de gebruiksfase als de aanlegfase niet toe. Er is dus geen sprake van mogelijke negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden. Dit punt is geen aanleiding tot een besluit waarin de omgevingsvergunning dient te worden geweigerd. 2.8 Veiligheidsrisico’s door ligging in risicogebied Het terrein ligt nabij risicovolle infrastructuur zoals de Betuweroute, de A325 en een transportgasleiding. Dit brengt volgens indiener 2 veiligheidsrisico’s met zich mee voor de bewoners. Het plan biedt naar de mening van indiener 2 onvoldoende waarborgen om bewoners in noodsituaties effectief te beschermen.

Reactie op dit punt Bij de aanvraag omgevingsvergunning en in de ruimtelijke onderbouwing (rapport van DGMR in bijlage 2) is dit aspect beoordeeld. Hieruit is naar voren gekomen dat het bouwplan aanvaardbaar is op deze locatie. Ook dit punt leidt niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning dient te worden geweigerd. 2.9 Sociale isolatie, polarisatie en integratie De huisvesting van internationale medewerkers op een afgelegen industrieterrein vergroot naar de mening van indiener 2 het risico op sociale isolatie en polarisatie. Indiener 2 vreest dat door het ontbreken van interactie met de lokale gemeenschap, de integratie wordt belemmerd, wat leidt tot een “wij tegen zij”-dynamiek. Indiener 2 vindt dit onwenselijk voor het sociale weefsel van de gemeente. Deze problematiek speelt al landelijk en het plan hier zal nog meer negatieve bijdragen aangeven. Reactie op dit punt Het gaat hierbij om aspecten die niet worden beoordeeld bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Wij merken op dat de aspecten van mogelijke sociale isolatie, polarisatie en integratie geen redenen zijn de omgevingsvergunning niet te verlenen. Het gedrag van personen is geen afwegingskader bij de beoordeling van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog in zijn uitspraak (r.o.

8.1, derde alinea) van 16 maart 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:704) “dat de vrees van [appellant] voor overlast van de toekomstige bewoners van het bouwplan (….) daargelaten dat die vrees een onzekere toekomstige gebeurtenis betreft, kwesties van handhaving van de openbare orde die in een procedure als de onderhavige niet aan de orde kunnen komen.” Dit aspect kan dus niet bij de beoordeling van de aanvraag voor een omgevingsvergunning aan de orde komen en kan in ieder geval niet leiden tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd. Als indiener 2 meent dat gemeentelijke regels worden overtreden als gevolg van het gebruik van het betreffende pand, kan hij desgewenst een verzoek om handhaving bij de gemeente indienen. Dit punt leidt niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd. 2.10 Onvoldoende garantie voor naleving van regels Ondanks het beheerplan en het huishoudelijk reglement ontbreken volgens indiener 2 garanties voor de naleving van regels. Indiener 2 vindt dat dit kan leiden tot overlast voor

Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220

30 zowel de bewoners als de omliggende bedrijven. Het feit dat er voor een dergelijke voorziening huisregels nodig zijn baard indiener 2 extra zorgen. Reactie op dit punt Wij overwegen dat uit het door de gemeenteraad vastgestelde ‘Afwegingskader voor tijdelijke middelgrote en grootschalige huisvesting voor arbeidsmigranten in Overbetuwe' en het Beheerplan volgt dat het Beheerplan en het Huishoudelijk Reglement ruimtelijke relevante bepalingen bevatten. Uit de rechtspraak volgt dat een beheerplan en een huishoudelijk reglement van belang kunnen zijn in het kader van de goede ruimtelijke ordening. Hierbij is van belang of in het Beheerplan en het Huishoudelijk reglement ruimtelijke relevante bepalingen zijn opgenomen. Als dat zo is – en in onderhavige kwestie is dat het geval –, dan dient de naleving daarvan te worden geborgd in de voorschriften van de omgevingsvergunning. De naleving van het Beheerplan en het Huishoudelijk reglement borgen wij in de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften. Op dit punt leidt de zienswijze tot een aanpassing van de omgevingsvergunning ten opzichte van het ontwerpbesluit. 2.11 Stedenbouwkundige inpassing en ruimtelijke kwaliteit Indiener Het plan sluit niet aan bij de stedenbouwkundige omgeving en voldoet niet aan de opgestelde beeldkwaliteitsplannen of de eisen van welstand.

Hoewel deze tekortkomingen mogelijk acceptabel lijken vanwege het tijdelijke karakter, is de geplande periode van 15 jaar te lang en veroorzaakt het aanzienlijke afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit. Waar bedrijven moeten investeren om hier aan te voldoen wordt dit nú omzeild! Reactie op dit punt Het plan omvat een indeling in drie zones, van noord naar zuid: -

-

Een voorruimte met een toegangsweg en parkeerplaatsen, een beheer- en ontmoetingsgebouw en fietsenstallingen. In het gebouw zijn ook gezamenlijke voorzieningen opgenomen, zoals een lesruimte en een wasserette. Een complex van zes blokken, samengesteld uit flexibele prefab woonunits die op de eerste verdieping onderling verbonden zijn met een loopbrug. Een buitenruimte ingericht voor ontspanning, ontmoeting en waterberging.

In stedenbouwkundig opzicht vormt dit complex een op zichzelf staand geheel, zowel qua bebouwing en inrichting, als functioneel en qua aanhechting op de omgeving. Het ontwerp betreft een voor stedenbouw aanvaardbare ontwikkeling op deze locatie. Voor Landschap is de inrichting van de buitenruimte gestoeld op twee kaders; het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) en het integraal kwaliteitsplan Openbare ruimte (IKP OR). Deze ontwikkeling kan de overgang van het landschap naar het bedrijventerrein verbeteren (ruimtelijk en functioneel) en zo een bijdrage leveren aan aandachtspunten vanuit het LOP en IKP. Een en ander betekent dat de ontwikkeling ook vanuit landschappelijk oogpunt aanvaardbaar is. Op dit punt leidt de zienswijze niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd. 2.12 Onduidelijkheid over logiesfunctie en wonen Indiener 2 vindt dat in eerdere publicaties men sprak over woningen, maar nu wordt gesproken over logiesfuncties. Deze terminologische wijziging roept volgens indiener 2 vragen op over de daadwerkelijke bestemming. Logiesfuncties bieden naar de mening van indiener 2 minder bescherming onder het Bouwbesluit, wat het woongenot aantast. Bovendien vindt indiener 2 dat een logiesfunctie niet aansluit bij de behoefte aan reguliere woningen, waarmee het plan volgens indiener 2 niet bijdraagt aan het aanpakken van het woningtekort.

Arbeidsmigranten verblijven volgens indiener 2 in de praktijk vaak langer dan vier maanden in Nederland vanwege de aard van hun werk en het structurele karakter van

Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220

31 hun inzet. Dit betekent dat zij zich volgens indiener 2 verplicht moeten inschrijven bij de gemeente. Indiener 2 vindt dat dit echter haaks staat op de bestemming van een logiesfunctie, die uitsluitend bedoeld is voor kortdurend verblijf zonder inschrijvingsmogelijkheid. Deze discrepantie leidt volgens indiener 2 tot juridische en praktische uitdagingen, zowel voor de arbeidsmigranten als voor de exploitanten van de locatie alsmede de gemeente. Het is onduidelijk hoe dit gehandhaafd wordt. Indiener verwijst naar: https://www.overbetuwe.nl/nieuws/bouw-tijdelijke-woningen-voor-120arbeidsmigranten-op-industrieterrein-in-elst Reactie op dit punt De aanvraag voor een omgevingsvergunning is voor het maken van tijdelijke huisvesting voor 120 internationale medewerkers met een beheerder te Elst. Het initiatief behelst de bouw en ingebruikname van gebouwen ten behoeve van de logiesvoorzieningen, een beheerdersunit en bijbehorende inrichting, zoals bijvoorbeeld parkeerplaatsen, sport- en recreatieve voorziening(en)), waterbergingsvoorzieningen en andere benodigde (infrastructurele) voorzieningen (gebouw voor fietsen, afval, tuingereedschap en dergelijke). De aanvraag is getoetst aan het Bouwbesluit 2012 en het is aannemelijk gemaakt dat het bouwen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens het Bouwbesluit 2012.

Het al dan niet inschrijven in de Basisregistratie Personen (BRP) is geen aspect dat van belang is voor de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning. Het (mogen) inschrijven in de BRP betekent niet dat daarmee ook gelijk een planologische toestemming is verleend voor een (langdurig) verblijf op een locatie. Dit punt leidt ook niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd. Brief indiener 2 d.d. 24 oktober 2024 Indiener 2 heeft op 24 oktober 2024 een brief gezonden welke indiener 2 beschouwd als een zienswijze. Op het moment van het schrijven van deze brief was er geen sprake van een zienswijzeprocedure zodat deze brief aan te merken is als een reactie op de voorgenomen plannen. In deze brief van 24 oktober 2024 is het hiernavolgende naar voren gebracht. 2.1 Locatiekeuze en functieverlies van het industrieterrein Het plaatsen van woningen op een industrieterrein zoals De Merm-Oost gaat volgens indiener 2 ten koste van de oorspronkelijke indirecte economische bestemming van het terrein. Ondanks de belofte om de bestemming na 15 jaar te herstellen, blijft er volgens indiener 2 voor lange tijd sprake van functieverlies. Gezien wonen nabij een industrieterrein volgens indiener 2 gevolgen kan hebben. Dit kan bedrijven volgens indiener 2 ontmoedigen om te investeren of zich in de regio te vestigen, wat de economische groei van Elst belemmert.

In het verleden is er bij indiener 2 aan de Bemmelseweg expliciet volgens indiener 2 een omgevingsvergunning geweigerd om een bedrijfswoning op dit terrein te bouwen, onder het argument dat wonen op het industrieterrein niet verenigbaar was met de bestemming. Dit roept volgens indiener 2 de vraag op of er sprake is van bestuurlijke dwaling en willekeur bij de besluitvorming, omdat nu wél reguliere woningen worden toegestaan voor een specifieke doelgroep. Reactie op dit punt Uit de aanvraag en de daarbij behorende ruimtelijke onderbouwing is naar voren gekomen dat de functie ter plaatse aanvaardbaar en acceptabel is. Ook is het milieuaspect onderzocht en daaruit is naar voren gekomen dat op deze locatie de beoogde functie mogelijk is en dat er geen belemmeringen zijn vanuit het milieu voor bestaande bedrijven. De keuze voor bedrijven om zich op het bedrijventerrein te vestigen is een afweging die bedrijven zelf dienen te maken. Voor de volledigheid merken wij op dat indiener 2 de planologische mogelijkheid had een bedrijfswoning te realiseren. In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 13 augustus 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:3001, r.o. 3.2) inzake het beroep van indiener 2 tegen

Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220

32 het bestemmingsplan "Elst, Bedrijventerrein De Aam” is toen al vastgesteld dat indiener 2 ten tijde van de vaststelling van het plan geen concreet bouwplan had voor de bouw van een bedrijfswoning op zijn perceel. Indiener 2 heeft verder ter zitting erkend dat voor de huidige bedrijfsvoering op het perceel de aanwezigheid van een bedrijfswoning niet nodig is. Indiener 2 wilde de mogelijkheid voor een bedrijfswoning behouden voor het geval in de toekomst bij een wijziging van de bedrijfsvoering de aanwezigheid hiervan wel is gewenst. De gemeenteraad heeft onder deze omstandigheden destijds in redelijkheid geen aanleiding gezien in het plan te voorzien in de mogelijkheid van een bedrijfswoning op de gronden betreffende het perceel van indiener 2. Dit punt leidt niet tot een besluit tot weigering van de gevraagde omgevingsvergunning. 2.2 Duur van het tijdelijke project en onzekerheid over de woningmarkt Hoewel het project als tijdelijk wordt gepresenteerd, betreft het een periode van 15 jaar, wat volgens indiener 2 neerkomt op een langdurige ingreep. Het tijdelijk karakter is volgens indiener 2 niet goed geborgd, en het is onzeker hoe de woningmarkt er over 15 jaar uitziet. Er wordt volgens indiener 2 geen oplossing geboden over 15 jaar. De visie waar aan gewerkt wordt ontbreekt volgens indiener 2.

Bovendien verlicht dit plan volgens indiener 2 niet de druk op de lokale woningmarkt, aangezien de doelgroep geen reguliere (huur) woningen achterlaat in de gemeente Overbetuwe. De woningen vormen volgens indiener 2 een extra voorziening, die geen structurele bijdrage levert aan het verlagen van de vraag naar woningen in de regio. Reactie op dit punt Het initiatief behelst de tijdelijke vestiging van een logiesfunctie en geen woningen. De omgevingsvergunning wordt verleend voor een periode van vijftien jaar. In de voorschriften van de vergunning is opgenomen dat de maximale duur van 15 jaar in gaat na het onherroepelijk worden van deze omgevingsvergunning. Na deze periode dienen de gebouwen te worden verwijderd en blijvend verwijderd te blijven. Het ter plaatse geldende omgevingsplan “De Aam 5 te Elst” blijft van toepassing. Ook dit punt leidt niet tot een besluit tot het weigeren van de gevraagde omgevingsvergunning. 2.3 Impact op omliggende bedrijven Indiener 2 geeft aan dat de huisvesting van werknemers op een industrieterrein kan leiden tot beperkingen voor omliggende bedrijven, bijvoorbeeld door klachten over geluid, verkeer of milieuregels. Indiener 2 vindt dat dit zowel bestaande als nieuwe bedrijven kan ontmoedigen om op De Merm te investeren of zich er te vestigen. De economische nadelige gevolgen van het te nemen besluit zijn volgens indiener 2 niet onderzocht.

Reactie op dit punt Indiener 2 geeft aan dat de gebruiksmogelijkheden van omliggende bedrijven worden beperkt door het initiatief. In de ruimtelijke onderbouwing is onder het kopje 4.1 Milieu de milieuzonering onderzocht en beoordeeld. Hierbij wordt beoordeeld dat aan omliggende bedrijven voldoende milieuruimte wordt geboden voor het uitoefenen van hun activiteiten. Ten westen van de locatie bevindt zich het bedrijventerrein De Merm, waar bedrijven tot milieucategorie 3.2 toegestaan zijn. Dit betekent dat de minimale richtafstand ten aanzien van deze bedrijven 50 meter bedraagt. Op een afbeelding met een 50 m-contour rond het bedrijventerrein, is te zien is dat de logiesfunctie buiten deze contour is gelegen. Er wordt daarmee ruimschoots voldaan aan de richtafstanden. Voor logiesfuncties geldt een richtafstand van 10 m voor geluid (milieucategorie 1). In de directe omgeving van de projectlocatie bevinden zich geen woningen. Daarmee heeft het initiatief eveneens geen negatieve gevolgen voor de omgeving. Hiermee zijn er geen belemmeringen vanuit het aspect milieuzonering. Ook dit punt van de zienswijze leidt niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd.

Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220

33 2.4 Verkeersdruk en parkeernorm Indiener 2 is van mening dat de komst van 120 medewerkers de verkeersdruk in het gebied zal verhogen, wat volgens indiener 2 problematisch kan zijn op een terrein dat niet is ingericht voor bewoning. Indiener 2 vindt dat er onzekerheid is of de lokale parkeernorm gehaald zal worden, wat kan leiden tot extra verkeers- en parkeerproblemen voor zowel de bewoners als omliggende bedrijven. Reactie op dit punt Indiener 2 geeft aan dat de verkeersdruk in het gebied aanzienlijk verhoogt zal worden. Hiertoe is de autoverkeersgeneratie in de ruimtelijke onderbouwing uitgewerkt. De autoverkeersgeneratie van de functie ‘bedrijventerrein’ en de nu beoogde functie ‘arbeidsmigrantenhuisvesting’ is afzonderlijk berekend. Hieruit blijkt dat de functie ‘arbeidsmigrantenhuisvesting’ niet leidt tot verkeersafwikkelingsproblemen en er sprake is van een aanvaardbare ontwikkeling. Dit punt leidt, voor zover van belang, niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd. Ten aanzien van de parkeerbehoefte is de totale autoparkeerbehoefte onderzocht en getoetst. De gemeente hanteert voor het bepalen van de parkeerbehoefte het huidige gemeentelijk parkeernormenbeleid. Dit is vastgelegd in de ‘Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016’.

Tevens zijn er inmiddels actuelere landelijke CROW-richtlijnen voor parkeerkencijfers (CROW-publicatie 744 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' uit 2024). De meest aansluitende functie op de arbeidsmigrantenunits zijn ‘kamerverhuur, studenten, niet zelfstandig’. De meest aansluitende functie voor de beheerdersunit is ‘kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)’. De totale autoparkeerbehoefte komt daarmee op 127 x 0,3 + 1 x 0,6 = 39 autoparkeerplaatsen. Bij het realiseren van de beschreven arbeidsmigrantenhuisvesting zijn 39 autoparkeerplaatsen nodig om te voorzien in de parkeerbehoefte. Gerealiseerd worden 49 parkeerplaatsen met een mogelijkheid tot uitbreiding naar 73 parkeerplaatsen. Hiermee is aangetoond dat ruim voldoende parkeervoorzieningen voor de arbeidsmigrantenhuisvesting zijn voorzien. Dit punt leidt, voor zover van belang, niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd. 2.5 Milieu-impact, stikstofuitstoot en duurzaamheid Hoewel de woningen worden gepresenteerd als duurzaam en prefab, brengt de bouw van tijdelijke woningen volgens indiener 2 milieubelasting met zich mee. De stikstofuitstoot tijdens de bouw en sloop is volgens indiener 2 een belangrijk punt van zorg, zeker in het huidige tijd.

Indiener 2 vindt de duurzaamheid van een tijdelijk project van 15 jaar bovendien twijfelachtig, gezien de milieukosten van bouwen, afbreken en verplaatsen van de woningen op lange termijn. Reactie op dit punt Als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied waarvoor de berekeningen zijn uitgevoerd neemt de stikstofdepositie op (bijna) overbelaste hexagonen van de Natura 2000gebieden in zowel de gebruiksfase als de aanlegfase niet toe. Er is dus geen sprake van mogelijke negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden. Dit punt is geen aanleiding tot een besluit waarin de omgevingsvergunning dient te worden geweigerd. 2.6 Veiligheidsrisico’s door ligging in risicogebied Het terrein ligt in de buurt van risicovolle infrastructuren zoals de Betuweroute, de A325 en een transportgasleiding. Dit brengt volgens indiener 2 veiligheidsrisico’s met zich mee voor de bewoners. Indiener 2 stelt dat de aanwezigheid van een beheerder mogelijk niet voldoende waarborgen biedt om in het geval van een calamiteit tijdig te reageren. Indiener 2 vindt dat veiligheidszones moeten niet worden beperkt.

Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220

34 Reactie op dit punt Bij de aanvraag omgevingsvergunning en in de ruimtelijke onderbouwing (rapport van DGMR in bijlage 2) is dit aspect beoordeeld. Hieruit is naar voren gekomen dat het bouwplan aanvaardbaar is op deze locatie. Ook dit punt leidt niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning dient te worden geweigerd. 2.7 Sociale isolatie, polarisatie en integratie Door de internationale medewerkers te huisvesten op een afgelegen industrieterrein, draagt dit project volgens indiener 2 niet bij aan een inclusieve multiculturele samenleving. Het plan kan naar de mening van indiener 2 sociale isolatie van de medewerkers in de hand werken en polarisatie versterken, omdat ze geen interactie zullen hebben met de lokale gemeenschap. Dit belemmert volgens indiener 2 integratie en leidt tot een “wij tegen zij” dynamiek, wat onwenselijk is voor het sociale weefsel van de gemeente. Reactie op dit punt Het gaat hierbij om aspecten die niet worden beoordeeld bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Wij merken op dat de aspecten van mogelijke sociale isolatie, polarisatie en integratie geen redenen zijn de omgevingsvergunning niet te verlenen. Het gedrag van personen is geen afwegingskader bij de beoordeling van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog in zijn uitspraak (r.o.

8.1, derde alinea) van 16 maart 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:704) “dat de vrees van [appellant] voor overlast van de toekomstige bewoners van het bouwplan (….) daargelaten dat die vrees een onzekere toekomstige gebeurtenis betreft, kwesties van handhaving van de openbare orde die in een procedure als de onderhavige niet aan de orde kunnen komen.” Dit aspect kan dus niet bij de beoordeling van de aanvraag voor een omgevingsvergunning aan de orde komen en kan in ieder geval niet leiden tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd. Als indiener 2 meent dat gemeentelijke regels worden overtreden als gevolg van het gebruik van het betreffende pand, kan hij desgewenst een verzoek om handhaving bij de gemeente indienen. Dit punt leidt niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd. 2.8 Onvoldoende garantie voor naleving van regels Indiener 2 vindt dat, ondanks het beheerplan en huishoudelijk reglement, er geen garanties zijn dat de gedragsregels op een afgelegen industrieterrein effectief zullen worden nageleefd. Dit kan volgens indiener 2 leiden tot overlast voor zowel de bewoners als de omliggende bedrijven.

Reactie op dit punt Wij overwegen dat uit het door de gemeenteraad vastgestelde ‘Afwegingskader voor tijdelijke middelgrote en grootschalige huisvesting voor arbeidsmigranten in Overbetuwe' en het Beheerplan volgt dat het Beheerplan en het Huishoudelijk Reglement ruimtelijke relevante bepalingen bevatten. Uit de rechtspraak volgt dat een beheerplan en een huishoudelijk reglement van belang kunnen zijn in het kader van de goede ruimtelijke ordening. Hierbij is van belang of in het Beheerplan en het Huishoudelijk reglement ruimtelijke relevante bepalingen zijn opgenomen. Als dat zo is – en in onderhavige kwestie is dat het geval –, dan dient de naleving daarvan te worden geborgd in de voorschriften van de omgevingsvergunning. De naleving van het Beheerplan en het Huishoudelijk reglement borgen wij in de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften. Op dit punt leidt de zienswijze tot een aanpassing van de omgevingsvergunning ten opzichte van het ontwerpbesluit. 2.9 Stedenbouwkundige inpassing Het object is volgens indiener 2 stedenbouwkundig slecht ingepast in de omgeving en sluit niet aan bij de opgestelde beeldkwaliteitsplannen. Indiener vindt verder dat het bovendien niet voldoet aan de eisen van welstand. Hoewel deze tekortkomingen acceptabel lijken

Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220

35 vanwege het tijdelijke karakter, is de geplande periode van 15 jaar volgens indiener 2 dermate lang dat dit aanzienlijke en langdurige afbreuk doet aan de kwaliteit van de omgeving. Reactie op dit punt Het plan omvat een indeling in drie zones, van noord naar zuid: -

-

Een voorruimte met een toegangsweg en parkeerplaatsen, een beheer- en ontmoetingsgebouw en fietsenstallingen. In het gebouw zijn ook gezamenlijke voorzieningen opgenomen, zoals een lesruimte en een wasserette. Een complex van zes blokken, samengesteld uit flexibele prefab woonunits die op de eerste verdieping onderling verbonden zijn met een loopbrug. Een buitenruimte ingericht voor ontspanning, ontmoeting en waterberging.

In stedenbouwkundig opzicht vormt dit complex een op zichzelf staand geheel, zowel qua bebouwing en inrichting, als functioneel en qua aanhechting op de omgeving. Het ontwerp betreft een voor stedenbouw aanvaardbare ontwikkeling op deze locatie. Voor Landschap is de inrichting van de buitenruimte gestoeld op twee kaders; het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) en het integraal kwaliteitsplan Openbare ruimte (IKP OR). Deze ontwikkeling kan de overgang van het landschap naar het bedrijventerrein verbeteren (ruimtelijk en functioneel) en zo een bijdrage leveren aan aandachtspunten vanuit het LOP en IKP. Een en ander betekent dat de ontwikkeling ook vanuit landschappelijk oogpunt aanvaardbaar is. Op dit punt leidt de zienswijze niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd. Conclusie zienswijze indiener 2 De kenbaar gemaakte zienswijze leidt op een punt tot aanpassing van de omgevingsvergunning. Voor het overige leidt de kenbaar gemaakte zienswijze niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning wordt geweigerd.

4. Aanpassingen van het ontwerpbesluit 4.1 aanpassing naar aanleiding van de zienswijzen De ingebrachte zienswijzen leiden op een punt tot een aanpassing van de omgevingsvergunning ten aanzien van het ontwerpbesluit. 4.2 Ambtelijke aanpassing van he ontwerpbesluit Het ontwerpbesluit behoeft ambtelijk niet te worden aangepast. Conclusie Er zijn twee schriftelijke zienswijzen op het ontwerpbesluit ontvangen. De ingediende zienswijzen leiden welt tot aanpassing van het ontwerpbesluit. Er bestaat geen aanleiding om ambtshalve wijzigingen door te voeren. De omgevingsvergunning kan na afgifte van de Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) door de gemeenteraad worden verleend. Deze Vvgb maakt onderdeel uit van het besluit omtrent de aanvraag omgevingsvergunning. Aldus besloten in de vergadering van 11 maart 2025. burgemeester en wethouders, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

D.C. van Eeten

R.P. Hoytink-Roubos

Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=c65b891a-45b7-48cf-a82e-1046f6934e06