25-05-20.14 Relevant stuk 01 Rapport beoordeling zienswijzen omgevingsvergunning Internationale medewerkers Bemmelseweg te Elst
Tekst van het document
Rapport beoordeling zienswijzen omgevingsvergunning tijdelijke huisvesting voor internationale medewerkers aan de Bemmelseweg te Elst
Vastgesteld op 11 maart 2025 Registratienummer: Z2023-00002486 en Z2024-00002220
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
2 Inhoud 1.
Inleiding
2.
Procedure ontwerpbesluit omgevingsvergunning
3.
Samenvatting zienswijzen en beantwoording 3.1 Zienswijze indiener 1 3.2 zienswijze indiener 2
4.
Aanpassingen van het ontwerpbesluit 4.1 Aanpassingen als gevolg van zienswijzen 4.2 Ambtelijke aanpassingen
5.
Conclusies
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
3 1. Inleiding Het college van burgemeester en wethouders heeft op 18 december 2023 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van Samen Werkende Architecten Adviseurs BV te Wageningen, namens MH Elst BV te Druten, voor het realiseren van tijdelijke huisvesting voor internationale medewerkers voor een periode van 15 jaar (kenmerk: Z2023-00002486). De aanvraag is voorzien op het perceel kadastraal bekend gemeente Elst, sectie N, nummer 5335 (huisnummerbesluit Bemmelseweg 150 tot en met 210, Elst) te Elst.
Afbeelding 2: locatie op kadastrale kaart
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
4
Afbeelding 3: locatie ingezoomd op kadastrale kaart
Tekeningen impressies gebouwen en omgeving (bron: ruimtelijke onderbouwing)
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
5
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
6
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
7
Bron: Tekening SW Architecten Omgevingswet niet van toepassing op aanvraag Deze aanvraag wordt afgehandeld op basis van het oude recht, dat wil zeggen de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ondanks de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, blijft het oude recht van toepassing omdat de aanvraag om een omgevingsvergunning en het ontwerpbesluit zijn ingediend vóór 1 januari 2024. Planologisch regime Het perceel kadastraal bekend gemeente Elst, sectie N, nummer 5335 is gelegen in het gebied waar het bestemmingsplan “De Aam 5 te Elst” van kracht is en heeft de bestemming “Bedrijventerrein” (bijbehorende planregel: artikel 3) en de dubbelbestemming “Leiding-Gas” (bijbehorende planregel: artikel 5).
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
8
Afbeelding 3: Uittreksel plankaart bestemmingsplan Strijdigheden met bestemmingsplan Voor wat betreft de bestemming “Bedrijventerrein” is het plan strijdig met het bestemmingsplan, omdat de gronden aangewezen als “Bedrijventerrein uitsluitend zijn bestemd het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorieën 2 t/m 3.2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten, met daaraan ondergeschikt kantoren en dienstverlening, het uitoefenen van industriële en ambachtelijke bedrijven die niet vergunnings- of meldingsplichtig zijn op grond van de Wet milieubeheer, ter plaatse van de aanduiding 'groen', groenvoorzieningen, groothandelsbedrijven, laad-, losgelegenheid, opslagvoorzieningen, productiegebonden detailhandel met uitzondering van detailhandel in textiel, schoeisel, lederwaren, voedingsmiddelen en huishoudelijke artikelen, detailhandel in vuurwerk, detailhandel in auto’s, boten en caravans met een maximale oppervlakte van 1500 m² brutovloeroppervlak per vestiging en internet- /webwinkels. Het plan bevat tijdelijke huisvesting voor internationale medewerkers voor een periode van 15 jaar. Het gebruik van de gronden en bouwwerken voor woondoeleinden binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein’ wordt tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken gerekend (artikel 3.5, aanhef en onder d. van de planregels).
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
9 Voor wat betreft de dubbelbestemming “Leiding-Gas” is het plan strijdig met het bestemmingsplan omdat in afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen niet mag worden gebouwd anders dan ten behoeve van deze bestemming. Het te realiseren plan wordt niet gebouwd binnen de geldende bestemming. Er is een omgevingsvergunning noodzakelijk voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (voorheen: aanlegvergunning) omdat het verboden is op of in de gronden met de bestemming “Leiding – Gas” zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: • •
het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen (artikel 5.4.1, aanhef en onder a. van de planregels) en; het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de doeleindenomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies (artikel 5.4.1. aanhef en onder f. van de planregels).
De werken of werkzaamheden als bedoeld in 5.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder. Afwijkingsmogelijkheid Om medewerking te kunnen verlenen, dient een afwijking te worden verleend op grond van artikel 2.12 van de Wabo. Een toepassen van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º van de Wabo (binnenplanse afwijking) is niet mogelijk. Ook is het niet mogelijk toepassing te geven aan de (buitenplanse) afwijking op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º van de Wabo omdat het geen situatie is als bedoeld in artikel 4 van Bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht (Bor). Derhalve dient toepassing te worden gegeven aan het gestelde in artikel 2.12, eerste lid 1, onder a, onder 3º van de Wabo om te kunnen afwijken van het geldende bestemmingsplan. Hiervoor dient de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing te bevatten. Ruimtelijke Onderbouwing De units voor de tijdelijke huisvesting van internationale medewerkers worden, conform de ruimtelijke onderbouwing, ingepast in de bestaande omgeving.
Uit de ruimtelijke onderbouwing en de bijbehorende onderliggende onderzoeken (zie bijlage 9 en 10) wordt geconcludeerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat er geen sprake is van een aantasting van de ruimtelijke en/of stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. Tevens wordt voldaan aan de ruimtelijke regels zoals beschreven in 3.3 van het Afwegingskader, zoals: -
De voorzieningen mogen niet leiden tot overlast voor de samenleving; Er vindt geen onevenredige aantasting plaats van het woon- en leefmilieu; Er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de ruimtelijke kwaliteit; De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende bedrijfspercelen op De Merm worden niet in hun bestaande milieurechten of gebruiksmogelijkheden beperkt; Er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de verkeersafwikkeling, de verkeersveiligheid en de parkeersituatie ter plaatse.
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
10
Afbeelding 4: Impressie logiesvoorzieningen De Merm-Oost (bron: raadsvoorstel ontwerp-Verklaring van geen bedenkingen) Ten aanzien van de ruimtelijke onderbouwing hebben de VGGM, ODRA en Waterschap hebben een positief advies afgegeven. Tevens heeft de Gasunie op 12 december 2023 een verklaring van geen bezwaar afgegeven. Hiermee is de uitvoerbaarheid van de buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan aangetoond. Verklaring van geen bedenkingen gemeenteraad Verder dient op grond van artikel 6.5, eerste lid van het Besluit omgevingsrecht (Bor) de gemeenteraad vooraf een verklaring van geen bedenkingen op grond van artikel 2.27 Wabo te verlenen. Er kan geen gebruik worden gemaakt van de algemene verklaring op grond van door de gemeenteraad in zijn besluit van 19 april 2011 vastgestelde “Besluit categorieën van gevallen ex artikel 6.5, derde lid Besluit omgevingsrecht gemeente Overbetuwe 2011” (10RB000176). Op grond van artikel 3 van dit besluit is een verklaring van geen bedenkingen niet vereist als voor het anders gebruiken van gronden, binnen en buiten de bebouwde kom, met dien verstande dat de totale oppervlakte van de anders te gebruiken gronden niet meer dan 1.000 m2 bedraagt. Dit betekent dat de gemeenteraad vooraf een verklaring van geen bedenkingen moet verlenen.
De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 5 november 2024 een ontwerp-Verklaring van geen bedenkingen afgegeven. 2. Procedure ontwerpbesluit omgevingsvergunning Voor deze uitgebreide procedure is Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing en geldt een standaard beslistermijn van 26 weken. De beslistermijn kan eventueel met een termijn van zes weken worden verlengd. Er kan evenwel bij het niet tijdig beslissen in geen geval een omgevingsvergunning van rechtswege ontstaan (artikel 3:10, vierde lid, Awb. De ontwerp-omgevingsvergunning met de bijbehorende stukken heeft met ingang van 29 november 2024 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder was in de gelegenheid om vanaf die datum een zienswijze in te dienen. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) stelt strenge regels aan het (digitaal) openbaar maken van de NAW-gegevens. Om deze reden worden in dit rapport geen NAW-gegevens vermeld. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn twee schriftelijke zienswijzen ingediend.
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
11
3. Kenbaar gemaakte zienswijzen en beantwoording
3.1 zienswijze indiener 1 Zienswijze 24 december 2024 1.1 Inleiding Op 27 december 2024 hebben wij een schriftelijke zienswijze ontvangen van indiener 1 (gedateerd: 23 december 2024) tegen de ontwerp-omgevingsvergunning en de ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een tijdelijke logiesvoorziening voor de huisvesting van 120 internationale werknemers op de locatie De Merm-Oost. Indiener 1 behartigt de belangen van de eigenaren en gebruikers van bedrijvenpark Merm. De beoogde ontwikkeling ligt volgens indiener 1 in de directe nabijheid van bedrijvenpark Merm en zal vanwege de ligging in ieder geval ook van de ontsluiting van het bedrijvenpark Merm gebruik moeten maken. Indiener 1 was aanvankelijk tegen dit initiatief. Het kavel wordt ontsloten via bedrijvenpark Merm, waardoor er een ongecontroleerde en onevenredige aantasting van de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid zou plaatsvinden. Daarnaast maakt indiener 1 zich zorgen om het waarborgen van de veiligheid en leefbaarheid van het bedrijvenpark in het algemeen. Deze zorgen heeft indiener 1 reeds in een zienswijze van 3 maart 2023 aan het college kenbaar gemaakt. Overleggen met initiatiefnemer Indiener wijst erop dat op 7 december 2023 er een constructief overleg heeft plaatsgevonden met initiatiefnemer en haar adviseur.
De zorgen, bezwaren en suggesties van indiener 1 zijn tijdens dit overleg besproken. Er is volgens indiener 1 afgesproken dat initiatiefnemer een eenmalige bijdrage zal geven voor de uitbreiding van het camerasysteem op bedrijvenpark Merm en zich zal aansluiten bij de organisatie van indiener 1. Ook heeft initiatiefnemer - na overleg over de inhoud met indiener 1 - een beheerplan en huishoudelijk reglement opgesteld, waarin afspraken zijn vastgelegd over het beheersbaar houden van de arbeidsmigrantenhuisvesting met het oog op het voorkomen /beperken van overlast voor het bedrijvenpark. Bestuurlijk overleg Verder heeft op 8 december 2023 heeft een bestuurlijk overleg plaatsgevonden van indiener 1 met de toenmalige wethouder en de projectleider. Ook in dit overleg zijn door indiener 1 de zorgen, bezwaren en suggesties medegedeeld, waaronder volgens indiener 1: - Het nakomen van het beheerplan en huishoudelijk reglement als voorschrift in de omgevingsvergunning opnemen; - Het realiseren van een direct voet- en fietspad langs de bestaande zeeg richting de Bemmelseweg; - Het van toepassing verklaren van de algemene voorwaarden van SBBM via de koopakte op alle kavels op de Merm Oost. Indiener 1 wijst erop dat het (definitieve) verslag van dit bestuurlijk overleg tot op heden door indiener 1 niet ontvangen.
Op 16 april 2024 heeft indiener 1 haar opmerkingen gegeven op het conceptverslag en op 30 april 2024 is namens indiener 1 per mail een aanvullende opmerking gestuurd. In de maanden daarna heeft indiener 1 de projectleider meerdere malen verzocht om het definitieve gespreksverslag toe te sturen. Een reactie is volgens indiener 1 uitgebleven. Indiener 1 vindt het werkelijk onvoorstelbaar dat zij nu al meer dan 1
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
12 jaar moet wachten op een (simpel) gespreksverslag. Dat getuigt volgens indiener 1 niet van een behoorlijk bestuur. Indiener 1 heeft door de diverse overleggen met initiatiefnemer en de afspraken die zijn gemaakt met de gemeente het vertrouwen gekregen dat zaken goed geborgd zouden gaan worden. Toch ziet indiener 1 nu aanleiding om een zienswijze tegen de ontwerpomgevingsvergunning en de ontwerpverklaring van geen bedenkingen in te dienen. In het ontwerpbesluit komen volgens indiener niet alle gedane toezeggingen en gemaakte afspraken terug. Zonder deze waarborgen kan indiener 1 niet akkoord gaan met het initiatief. Dit is bekend bij initiatiefnemer en de gemeente. Reactie op dit punt In het bestuurlijk overleg op 8 december 2023 met de toenmalige wethouder en projectleider van gemeente Overbetuwe heeft indiener 1 een aantal punten van zorgen en wensen naar voren gebracht ten aanzien van het initiatief voor de tijdelijke huisvesting van 120 arbeidsmigranten op locatie De Merm-Oost. Tevens heeft indiener 1 met de initiatiefnemer meerdere gesprekken gevoerd.
De punten die indiener 1 naar voren heeft gebracht tijdens het bestuurlijk overleg en gesprekken met de initiatiefnemer, zijn door de gemeente verwerkt en geborgd, zoals: - Het borgen van een voorschrift in de vergunning voor een short stay huisvesting voor de maximale duur van 15 jaar, waarbij het gebruik als logiesgebouwen is voor de tijdelijke huisvesting van maximaal 120 arbeidsmigranten met een verblijf per arbeidsmigrant voor een maximale periode van 4 met een uitloop tot 6 maanden. - Het borgen van een voorschrift in de vergunning ten behoeve van het nakomen van het beheerplan en huishoudelijk reglement; - Het borgen van een langzaamverkeersverbinding langs de bestaande zeeg richting de Bemmelseweg; - Het borgen van het lidmaatschap van SBBM via de koopakte van de initiatiefnemer op het perceel deelgebied B, voor de short stay huisvesting voor de maximale duur van 15 jaar op locatie de Merm-Oost. - Het borgen van de algemene voorwaarden van SBBM via de koopakte van de initiatiefnemer op het perceel deelgebied B, voor de short stay huisvesting voor de maximale duur van 15 jaar op locatie de Merm-Oost. - Het van toepassing verklaren van de algemene voorwaarden van SBBM via de koopakte op alle kavels op de Merm Oost.
Zie hiervoor het bijgevoegde definitieve verslag van het bestuurlijk overleg op 7 december 2023 (bijlage xx) Dit punt leidt niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd. 1.2 Naleving beheerplan en huishoudelijk reglement Indiener 1 zegt dat in overleg met indiener 1 initiatiefnemer een beheerplan inclusief huishoudelijk reglement heeft opgesteld. De laatste versie van dit document is waar indiener 1 akkoord op heeft gegeven (de versie d.d. 21 augustus 2024). Dit document maakt volgens indiener 1 echter geen onderdeel uit van de aanvraag en - hoewel dit volgens indiener 1 wel zo is besproken met de gemeente (zie concept-gespreksverslag) - ook niet van de ontwerpomgevingsvergunning. Indiener 1 vindt de naleving van het beheerplan en huishoudelijk reglement noodzakelijk voor de beheersbaarheid en daarmee de ruimtelijke aanvaardbaarheid van dit initiatief. Indiener 1 wijst er op dat uit het 'Afwegingskader voor tijdelijke middelgrote en grootschalige huisvesting voor arbeidsmigranten in Overbetuwe', vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Overbetuwe, volgt dat een randvoorwaarde voor medewerking aan het initiatief is dat er een beheerplan moet worden opgesteld door initiatiefnemer dat moet worden nageleefd.
Indiener 1 is van mening dat, door dit niet als voorschrift aan de omgevingsvergunning te verbinden, er onvoldoende acht geslagen op de belangen van de
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
13 omliggende bedrijven. De aanvaardbaarheid en beheersbaarheid van het initiatief is volgens indiener 1 daarmee niet verzekerd. Dat is naar de mening van indiener 1 in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Volgens indiener 1 is het bij de huisvestingslocaties voor deze doelgroep ook heel gebruikelijk om de naleving van een beheerplan en huishoudelijk reglement in de omgevingsvergunning waarborgen. Indiener 1 wijst in dit kader op de volgende uitspraken van de rechtbank Limburg en de rechtbank Midden Nederland: Rb Limburg 2 maart 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:1828: "29. Uit het voorgaande volgt dat misdrogingen van arbeidsmigranten, waaronder het buiten het gebouw op het gazon in de nabijheid van tuinen van omwonenden veroorzaken van (geluids)overlast, niet onder de ruimtelijke uitstraling van het project dienen te worden begrepen. Relevant zijn de objectief vast to stellen negatieve invloeden op de omgeving als redelijkerwijs to verwachten gevolg van hetgeen de omgevingsvergunning mogelijk maakt. Ook subjectieve elementen, zoals een negatieve gevoelswaarde van omwonenden bij huisvesting van arbeidsmigranten in hun woon- en leefomgeving, kunnen geen rol spelen in de ruimtelijke of omgevingsrechtelijke besluitvorming.
Door gedragsregels te stellen in het huisreglement en door middel van de vergunningvoorschriften te waarborgen dat die regels moeten warden nageleefd op straffe van daaraan to verbinden sancties, heeft verweerder voldoende verzekerd dot de negatieve gevolgen voor het woonklimaat in de directe omgeving kunnen worden beperkt. De rechtbank ziet in hetgeen door eisers is aangevoerd geen aanleiding om aan te nemen dat verweerder de omgevingsvergunning vanwege de aantasting van het woon- en leefklimaat van eisers had moeten weigeren of daaraan verdergaande voorschriften had moeten verbinden. De beroepsgrond slaagt niet." Rb. Limburg 16 oktober 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:7973: "11.2. Ter voorkoming van (geluid)overlast wordt in het bestreden besluit de voorwaarde opgenomen dot vergunninghouder een beheersplan overlegt. In dit beheersplan dienen onder meer huisregels opgenomen to warden voor de bewoners, waarin onder andere het beleid omtrent orde en netheid rond de woning (hoe om te gaan met vuilnis, onderhoud van de woning en tuin, waarborgen voor nachtrust) en het rook-, drink- en drugsbeleid opgenomen moet worden. Ook is in het beheersplan een contactpersoon opgenomen, zodat duidelijk is wie het aanspreekpunt is voor de omwonenden." Rb.
Midden-Nederland 29 april 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:2456: “(...) Ook is als voorschrift opgenomen dat het beheersplan en een actueel nachtreqister te allen tijde overlegbaar moeten zijn in het pand. Daarnaast voldoet het plan na de interne verbouwing aan het landelijke woonkeurmerk van de Stichting Normering Flexwonen, zijn er huisregels opgesteld en is een specifieke beheerder 24/7 verantwoordelijk gesteld voor de locatie. De tijdelijkheid van de individuele arbeidsmigranten kan warden gecontroleerd aan de hand van het nachtregister, zodat verweerder in staat is erop toe to zien dot er geen individuele arbeidsmigranten permanent in het pand verblijven. En er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen (27 dus ruim meer don de benodigde 16) op eigen terrein. Gelet op het voorgaande heeft verweerder in de enkele vrees van verzoekers voor overlast of controleproblemen dan ook geen aanleiding hoeven zien geen medewerking aan het bouwplan to verlenen. Dat er verschillende ontwikkelingen in en om de wijk plaatsvinden, maakt tot slot niet dat dit bouwplan onaanvaardbaar is.
Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dot dit plan inpasbaar is in deze omgeving en als zodanig niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening." Indiener 1 stelt voor dat, gelet op het voorgaande, om als bijlage bij de omgevingsvergunning het beheerplan inclusief huishoudelijk reglement toe te voegen en in de definitieve omgevingsvergunning het volgende voorschrift op to nemen: "Vergunninghouder dient ervoor zorg to dragen dat het beheerplan inclusief
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
14 huishoudelijk reglement (zie bijlage) wordt nageleefd." Met het toevoegen van dit voorschrift wordt volgens indiener 1 voldaan aan het Afwegingskader en wordt voldoende rekening gehouden met de belangen van Indiener 1. Daarmee wordt het initiatief naar de mening van indiener 1 in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening gebracht. Nu het volgens indiener 1 ook de bedoeling is van initiatiefnemer om het beheerplan en het huishoudelijk reglement na te zullen leven, is het ook niet bezwaarlijk om een dergelijk voorschrift aan de omgevingsvergunning te verbinden. Reactie op dit punt Wij overwegen dat uit het door de gemeenteraad vastgestelde ‘Afwegingskader voor tijdelijke middelgrote en grootschalige huisvesting voor arbeidsmigranten in Overbetuwe' en het Beheerplan volgt dat het Beheerplan en het Huishoudelijk Reglement ruimtelijke relevante bepalingen bevatten. Uit de rechtspraak volgt dat een beheerplan en een huishoudelijk reglement van belang kunnen zijn in het kader van de goede ruimtelijke ordening. Hierbij is van belang of in het Beheerplan en het Huishoudelijk reglement ruimtelijke relevante bepalingen zijn opgenomen. Als dat zo is – en in onderhavige kwestie is dat het geval –, dan dient de naleving daarvan te worden geborgd in de voorschriften van de omgevingsvergunning.
De naleving van het Beheerplan en het Huishoudelijk reglement borgen wij in de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften. Op dit punt leidt de zienswijze tot een aanpassing van de omgevingsvergunning ten opzichte van het ontwerpbesluit. 1.3 Aanleggen voet- en fietspad naar Bemmelseweg Indiener 1 geeft aan dat het initiatief wordt ontsloten via bedrijvenpark Merm. Op het bedrijvenpark zijn volgens indiener 1 geen fietspaden en geen voetpaden aanwezig. De verkeersveiligheid van de (bedrijfsmatige) weggebruikers zal naar de mening van indiener 1 in onevenredige mate wordt aangetast op het moment dat motorvoertuigen zullen worden geconfronteerd met (groepen van) personen die op de weg fietsen en lopen waardoor er verkeersonveilige situaties kunnen ontstaan. Volgens indiener 1 is het gevolg van dit grote aantal verkeersbewegingen dat het camerabewakingssysteem continu aan staat (er worden beelden opgenomen als het systeem beweging(en) detecteert). Dat is volgens indiener 1 niet werkbaar. Het aanleggen van een voet - en fietspad langs de bestaande zeeg richting de Bemmelseweg is naar de mening van indiener 1 daarom noodzakelijk om de overzichtelijkheid en veiligheid van het bedrijvenpark te kunnen waarborgen. Dit heeft indiener 1 in het bestuurlijk overleg kenbaar gemaakt.
Indiener 1 merkt op dat uit de ruimtelijke onderbouwing bij de ontwerp-omgevingsvergunning volgt dat er ten behoeve van het langzaamverkeer (fietsers en voetgangers) een verbinding wordt aangelegd naar de Bemmelseweg: "De locatie wordt in de toekomstige situatie ontsloten door de Kolk. Ten behoeve van langzaamverkeer wordt een verbinding aangelegd naar de Bemmelseweg. Het overige verkeer maakt gebruik van de Kolk aan de westzijde." "De locatie wordt in de toekomstige situatie via een aan te leggen verbindingsweg ontsloten door de Kolk. Ten behoeve van langzaamverkeer wordt een verbinding aangelegd naar de Bemmelseweg." Verder wordt volgens indiener 1 ook in de ontwerp-omgevingsvergunning daarvan uitgegaan: "Het voornemen behelst de ontwikkeling van logiesgebouwen voor 120 arbeidsmigranten (voor een maximale periode van 4 maanden tot maximaal 6 maanden). Dit betreft tijdelijke gebouwen voor de maximale duur van 15 jaar. De locatie wordt in de toekomstige situatie via
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
15 een aan to leggen verbindingsweg ontsloten in westelijke richting indirect via Kolk en Marithaime op de Bemmelseweg (50 km/u binnen de bebouwde kom). Ten behoeve van langzaamverkeer wordt een verbinding aangelegd naar de Bemmelseweg." Indiener 1 stelt dat de aanleg van deze verbinding echter geen onderdeel uitmaakt van het aangevraagde initiatief. Ook anderszins is volgens indiener 1 niet geborgd dat deze verbinding daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Indien 1 vindt dat zonder de aanleg van deze verbinding er niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Zoals door indiener 1 toegelicht zal de verkeersveiligheid in onevenredige mate worden aangetast op het moment dat deze verbinding ten behoeve van langzaamverkeer niet wordt gerealiseerd. Indiener 1 verzoekt het college en de gemeenteraad daarom om schriftelijk to bevestigen dat deze verbinding ten behoeve van langzaamverkeer zal worden aangelegd en dat de huisvestingslocatie pas in gebruik mag worden genomen op het moment dat deze verbinding daadwerkelijk is gerealiseerd.
Reactie op dit punt Indiener 1 geeft aan dat de verkeersveiligheid van de (bedrijfsmatige) weggebruikers in onevenredige mate wordt aangetast op het moment dat motorvoertuigen zullen worden geconfronteerd met (groepen van) personen die op de weg fietsen en lopen waardoor er verkeersonveilige situaties kunnen ontstaan. Het klopt dat er op de Kolk en de Marithaime geen voet- en fietspaden aanwezig zijn. Fietsers en voetgangers rijden en lopen daarom op de weg en dat is volgens de CROW richtlijnen gewoon wettelijk toegestaan. Voetpaden zijn voor dit plan niet nodig aangezien de arbeidsmigranten geen verplaatsingen te voet zullen maken. Voorzieningen liggen namelijk op zodanige afstand dat dit lopend niet te doen is en daarom worden hiervoor leenfietsen ter beschikking gesteld. Voor woon-werk verplaatsingen wordt gebruik gemaakt van de fiets, (gedeelde) auto of busjes. Voor woonwerkverkeer zal naar verwachting geen gebruik worden gemaakt van de lijnbus. Er zullen dus alleen fietsverplaatsingen (en autoverplaatsingen) via de Kolk en de Marithaime plaatsvinden. Fietsen (en ook lopen) op de rijbaan is hier gewoon toegestaan en vormt een normaal beeld op dit soort wegen. Net zoals fietsende (en lopende) werknemers van de al aanwezige bedrijven. De hoeveelheid autoverkeer op deze wegen is zodanig laag dat dit past.
De verkeersveiligheid van de (bedrijfsmatige) weggebruikers zal dus niet worden aangetast. Dit punt leidt, voor zover van belang, niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd. Indiener 1 geeft aan dat het grote aantal verkeersbewegingen resulteert in het feit dat het camerabewakingssysteem continu aan staat (er worden beelden opgenomen als het systeem beweging(en) detecteert). Dat is volgens indiener 1 niet werkbaar. Indiener 1 en de initiatiefnemer hebben het camerasysteem besproken. Voorzien wordt in een forse uitbreiding van het camerasysteem op het terrein van de initiatiefnemer, waarmee een gesloten systeem gewaarborgd blijft. De percelen op De Merm-Oost zijn geschikt als bedrijventerrein wat tevens zou kunnen resulteren in forse logistieke bewegingen. Daarnaast zijn de wegen op het bedrijventerrein gewoon openbaar toegankelijk, het betreft geen eigen terrein. Dit punt leidt, voor zover van belang, niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd. De aanleg van een langzaamverkeersverbinding richting de Bemmelseweg is om die reden niet noodzakelijk. Het biedt een extra toevoeging die een directere toegang geeft tot de Bemmelseweg en het buitengebied. Voor incidentele verplaatsingen met de bus zou een voetpad richting de Bemmelseweg een kortere route bieden naar de bushalte.
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
16 In een langzaamverkeersverbinding richting de Bemmelseweg is door de gemeente in voorzien ten behoeve van het woonrijp maken voor de tijdelijke huisvesting van 120 arbeidsmigranten. Hiermee kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 1.4 Instellen parkeerverbod Indiener 1 geeft aan dat zij in het bestuurlijk overleg heeft aangegeven dat zij het wenselijk acht om een parkeerverbod in te stellen in het openbaar gebied bij de uitbreiding van het bedrijvenpark Merm (de uit te geven kavels op de Merm Oost). Indien en voor zover in de toekomst onverhoopt blijkt dat het aantal gerealiseerde parkeerplaatsen op het eigen terrein niet voldoende is om in de parkeerbehoefte te voorzien, dan wordt er volgens indiener 1 in ieder geval voorkomen dat er op de openbare weg wordt geparkeerd. Dat zou naar de mening van indiener 1 namelijk bezwaarlijk zijn voor de veiligheid en bereikbaarheid van de bedrijven. Indiener 1 wenst een net en overzichtelijk bedrijventerrein te hebben zonder parkeren in het openbaar gebied, wat volgens indiener 1 ook het geval is op de andere bedrijventerreinen in Elst. Indiener 1 geeft aan dat tijdens dit bestuurlijk overleg is besproken dat de mogelijkheden hiertoe worden besproken met een verkeerskundig adviseur (zie concept-gespreksverslag). Indiener 1 zou hier graag een terugkoppeling over ontvangen.
Reactie op dit punt De gemeente hanteert voor het bepalen van de parkeerbehoefte het huidige gemeentelijk parkeernormenbeleid. Dit is vastgelegd in de ‘Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016’. Tevens zijn er inmiddels actuelere landelijke CROW-richtlijnen voor parkeerkencijfers (CROW-publicatie 744 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' uit 2024). De meest aansluitende functie op de arbeidsmigrantenunits zijn ‘kamerverhuur, studenten, niet zelfstandig’. De meest aansluitende functie voor de beheerdersunit is ‘kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)’. De totale autoparkeerbehoefte komt daarmee op 127 x 0,3 + 1 x 0,6 = 39 autoparkeerplaatsen. Bij het realiseren van de beschreven arbeidsmigrantenhuisvesting zijn 39 autoparkeerplaatsen nodig om te voorzien in de parkeerbehoefte. Gerealiseerd worden 49 parkeerplaatsen met een mogelijkheid tot uitbreiding naar 73 parkeerplaatsen. Indiener 1 geeft aan dat indien onverhoopt blijkt dat het aantal gerealiseerde parkeerplaatsen op het eigen terrein niet voldoende is om in de parkeerbehoefte te voorzien, dan wordt er volgens indiener 1 middels een parkeerverbod voorkomen dat er op de openbare weg wordt geparkeerd. Zoals is aangetoond zijn in ruim voldoende parkeervoorzieningen voor de arbeidsmigrantenhuisvesting voorzien.
Dit punt leidt, voor zover van belang, niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd. De wens voor een parkeerverbod op een deel of het gehele bedrijventerrein Merm staat dus los van deze procedure. Voor het gehele bedrijventerrein de Merm en de Aam is overigens al een parkeerverbodszone van toepassing is. Brief indiener 1 d.d. 3 maart 2023 Indiener 1 heeft voorts op 3 maart 2023 een brief gezonden welke indiener 1 beschouwd als een zienswijze. Op het moment van het schrijven van deze brief was er geen sprake van een zienswijzeprocedure zodat deze brief aan te merken is als een reactie op de voorgenomen plannen. In deze brief van 3 maart 2023 is het hiernavolgende naar voren gebracht. 1.1 Inleiding Op 11 november 2022 is er bij indiener 1 een brief op de deurmat gevallen. In deze brief (gedateerd 11 oktober 2022) is indiener 1 door Flexwoning Personeelshuisvesting geïnformeerd over het plan om op het zuidelijke deel van het kavel Merm Oost een locatie te realiseren voor de huisvesting van 125 arbeidsmigranten. De gemeente Overbetuwe heeft daarvoor kennelijk in oktober 2022 een optieovereenkomst met Flexwoning
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
17 Personeelshuisvesting gesloten om dit deel van het kavel te verkopen onder de voorwaarde dat het kavel gebruikt zal worden voor arbeidsmigrantenhuisvesting. Deze brief is als bijlage 1 aan deze zienswijze gehecht. Indiener 1 behartigt de belangen van de eigenaren en gebruikers van bedrijvenpark Merm. De beoogde ontwikkeling ligt in de directe nabijheid van bedrijvenpark Merm en zal vanwege de ligging in ieder geval ook van de ontsluiting van het bedrijvenpark Merm gebruik moeten maken. Indiener 1 kan zich daarom niet (zonder meer) verenigen met het plan om 125 flexwoningen voor arbeidsmigranten te realiseren, reden waarom bij deze een zienswijze wordt ingediend. Inhoud van deze zienswijze Deze brief is als volgt opgebouwd: 1. Strijd met Didam-arrest 2. Participatieproces onzorgvuldig 3. Geen geschikte locatie 4. Onevenredige aantasting van verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid 5. Onevenredige beperking gebruiksmogelijkheden en bestaande milieurechten 6. Alternatieve locaties 7. Conclusie en verzoek 1.2 Strijd met Didam-arrest In de brief van Flexwoning Personeelshuisvesting d.d. 11 oktober 2022 staat dat de gemeente het zuidelijk deel van het kavel Merm Oost verkoopt onder de voorwaarde dat het kavel gebruikt wordt voor de huisvesting van arbeidsmigranten.
De gemeente heeft daartoe met Flexwoning Personeelshuisvesting een optieovereenkomst gesloten tot koop van het kavel. Deze optieovereenkomst is aangegaan zonder dat, voor zover indiener 1 bekend, daarvoor een openbare selectieprocedure aan vooraf is gegaan. Dat is volgens indiener 1 in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Bij de voorgenomen verkoop van onroerende zaken door overheden moeten volgens indiener 1 namelijk de algemene beginselen van behoorlijk bestuur - en daarmee het gelijkheidsbeginsel - in acht worden genomen. Dat is door de Hoge Raad bevestigd in het Didam-arrest (ECLI:NL:HR:2021:1778). In dit geval had de gemeente naar de mening van indiener 1 ook niet zonder een selectieprocedure een optieovereenkomst mogen sluiten met Flexwoning Personeelshuisvesting. Ontwikkellocaties op bedrijventerreinen zijn schaars, zeker in de omgeving Arnhem-Nijmegen. Dat is ook de reden dat er voor dit kavel in 2012 een bestemmingsplan is vastgesteld om dit kavel te ontwikkelen tot een bedrijventerrein: "op de aangrenzende bedrijventerreinen is geen ruimte meer voorradig" (Zie de toelichting bij Bestemmingsplan De Aam 5 te Eist, pagina 8). Het is volgens indiener 1 daarom niet uit te sluiten dat er meerdere serieuze gegadigden zijn voor de verkoop van dit kavel.
Indiener 1 stelt dat de gemeente daarom bij het aangaan van de optieovereenkomst een openbare selectieprocedure had moeten organiseren. De gemeente heeft dit volgens indiener 1 ten onrechte niet gedaan. Dat is in strijd met het beginsel van gelijke kansen. Indiener 1 vindt dat de gemeente niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot het aangaan van een optieovereenkomst met Flexwoning Personeelshuisvesting. Het gevolg is dat deze overeenkomst naar de mening van indiener 1 nietig is en er geen uitvoering aan deze overeenkomst mag worden gegeven. De gemeente dient volgens indiener 1 eerst een openbare selectieprocedure te organiseren. Reactie op dit punt Naar aanleiding van dit punt is namens de gemeente bij brief van 30 oktober 2023 een schriftelijke reactie gegeven aan indiener 1. Deze reactie houdt samengevat in dat er geen sprake is van enige strijd met het Didam-arrest. Dit punt leidt, voor zover van belang, niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd.
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
18
1.3 Participatieproces onzorgvuldig De raad van de gemeente Overbetuwe heeft volgens indiener 1 voor initiatieven met betrekking tot tijdelijke middelgrote en grootschalige huisvesting voor arbeidsmigranten een Afwegingskader d.d. 16 september 2021 vastgesteld. Het doel van dit Afwegingskader is volgens indiener 1 om op basis van een pilot vier tijdelijke initiatieven van middelgrote of grootschalige huisvesting van short- en midstay arbeidsmigranten te faciliteren, omdat het huidige beleid hiervoor volgens indiener 1 geen mogelijkheden biedt. Indiener 1 stelt dat een harde voorwaarde voor het realiseren van arbeidsmigrantenhuisvesting is dat de initiatiefnemer een participatietraject met de omgeving en belanghebbenden dient te doorlopen en het initiatief moet bespreken. Uit het Afwegingskader volgt volgens indiener 1 dat dit gesprek "is gericht op uitleg over het initiatief en het boven tafel krijgen van de belangen, vragen en bezwaren van de omgeving". In de visie van indiener 1 is de brief d.d. 11 oktober 2022 hiervoor onvoldoende. Indiener 1 stelt dat zij slechts wordt geïnformeerd over het feit dat dit initiatief er komt en dat er al een eerste concept voor het plan zou zijn. Van het aangaan van enig gesprek is geen sprake. Er is daarom tot op heden geen rekening gehouden met de belangen, vragen en bezwaren van indiener 1.
Daarnaast spreekt indiener 1 haar verbazing uit over het feit dat de gemeente indiener 1 niet zelf heeft geïnformeerd over de beoogde plannen op deze locatie. Indiener 1 heeft goed en veelvuldig contact met de gemeente, omdat zij de belangen van de eigenaren en gebruikers van bedrijvenpark Merm behartigt. In de vele overleggen met de gemeente is volgens indiener 1 nooit gesproken over enig voornemen om het kavel naast het bedrijventerrein als huisvestingslocatie voor arbeidsmigranten in te zetten. Indiener 1 betreurt deze handelswijze van de gemeente. Dat geldt temeer nu het sinds de eerste gesprekken met de gemeente hierover volgens indiener 1 al maanden stil is aan de zijde van de gemeente. Indiener 1 voelt zich daarom als belangenbehartiger van de vele eigenaren en gebruikers van het bedrijventerrein gedwongen om deze zienswijze in te dienen. Middels deze brief verzoekt indiener 1 het college met klem om een zorgvuldig en serieus participatietraject op te (laten) starten, waarbij indiener 1 en alle andere belanghebbenden actief betrokken worden bij - en inspraak kunnen hebben op - het plan van de initiatiefnemer vóórdat er een formele vergunningsaanvraag wordt ingediend. Tot die tijd verzoekt indiener 1 het college om een aanvraag om een omgevingsvergunning door de initiatiefnemer niet in behandeling te nemen.
Van een redelijk handelend bestuursorgaan mag volgens indiener 1 immers worden verwacht dat een zorgvuldig besluitvormingsproces wordt doorlopen. Dat geldt temeer nu er volgens indiener 1 in het Afwegingskader als harde randvoorwaarde is opgenomen dat er vóóraf een gesprek zal worden gevoerd met de omgeving. Indiener 1 kan hieraan dan ook een rechtens te honoreren vertrouwen honoreren dat de gemeente hier strikt op zal toezien. Indiener 1 kan pas op basis van de aanvraag en de daarbij behorende stukken alsmede de eventueel te verlenen vergunning een nauwkeurige beoordeling geven over de vraag of deze in overeenstemming is met wet- en regelgeving, maar voor dit moment wordt volstaan met de volgende bezwaren en observaties. Reactie op dit punt Er is in het voortraject een overleg geweest met betrokkenen tijdens een tweetal participatieavonden op 1 november en 13 december 2023. Hiertoe zijn direct betrokkenen, ondernemers De Merm en indiener 1 uitgenodigd. Die hebben hun mening kunnen geven over het initiatief. Tevens heeft indiener 1 meerdere malen overleg gevoerd met de initiatiefnemer en heeft indiener 1 haar wensen bij de gemeente kenbaar kunnen maken. Daarop is de aanvraag omgevingsvergunning ingediend. Dat er een ontwikkeling plaatsvindt
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
19 die indiener 1 niet wenselijk vindt, betekent niet automatisch dat daarmee vanuit de gemeente onzorgvuldig is gehandeld. Ook op dit punt leidt de zienswijze niet tot een besluit tot weigeren van de omgevingsvergunning. 1.4 Geen geschikte locatie Indiener 1 is van mening dat het zuidelijk deel van het kavel Merm Oost géén geschikte locatie is voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Gelet op de feitelijke ligging van het kavel is er in de visie van indiener 1 geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de toekomstige bewoners van de huisvestingslocatie. Ingevolge het Afwegingskader kan het college volgens indiener 1 geen omgevingsvergunning verlenen als het woon- en leefmilieu onevenredig wordt aangetast. Aanwezige gasleidingen (I) Op het kavel zijn meerdere ondergrondse hogedruk aardgasleidingen aanwezig. De gronden waar deze gasleidingen onderdoor lopen hebben op grond van het bestemmingsplan "De Aam 5 te Eist" de dubbelbestemming "Leiding - Gas":
Op grond van de artikelen 5.2.2 en 5.2.3 van de planregels mogen volgens indiener 1 de gronden waarop de dubbelbestemming "Leiding - Gas" rust niet worden bebouwd. Het is daarom praktisch onmogelijk om op deze gronden een gebouw voor de huisvesting van 125 arbeidsmigranten te bouwen. Daarnaast is het in de visie van indiener 1 ook niet verantwoord om vanwege de aanwezigheid van deze gasleidingen en de daarbij behorende veiligheidsrisico's een "gevoelige functie" als een huisvestingslocatie te realiseren, ongeacht de vraag of de leidingen daarmee nog kunnen functioneren of niet. Indiener 1 kan zich voorstellen dat de leidingbeheerder van deze gasleidingen ook helemaal niet zit te wachten op een soort woonfunctie op of in de directe nabijheid van deze leidingen. Aangezien er tot op heden volgens indiener 1 nog geen enkel overleg over dit initiatief heeft
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
20 plaatsgevonden met indiener 1 gaat zij ervan uit dat over dit initiatief ook nog geen enkel contact is geweest met de leidingbeheerder. Geluidshinder (II) Indiener 1 stelt vast dat het kavel bovendien direct aan de Rijksweg A325 is gelegen. In de dagperiode mag daar 100 km/h worden gereden, en in de avond- en nachtperiode 120 km/u. De geluidbelasting van deze weg is volgens indiener 1 aanzienlijk. Aan de zuidzijde van het kavel ligt bovendien een spoorlijn dat ook het nodige geluid produceert. In de visie van indiener 1 is het huisvesten van arbeidsmigranten op dit kavel vanwege de aanzienlijke geluidsbelasting van de snelweg én het treinverkeer in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Het bevoegd gezag moet voor het garanderen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat naar de mening van indiener 1 ook het aspect geluid bij de belangenafweging betrekken (ABRvS 3 oktober 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB4717). Geluidsnormen uit de Wet geluidhinder (Wgh) zijn daarbij volgens indiener 1 richtinggevend. Voor woningen geldt volgens indiener 1 dat de hoogst toelaatbare geluidbelasting van de gevel vanwege de weg 48 dB mag zijn (artikel 82 lid 1 Wgh). Het bevoegd gezag zou hogere waarden vast kunnen stellen, maar omdat de locatie buiten de bebouwde kom is gelegen mogen deze waarden volgens indiener 1 ten hoogste 53 dB zijn (artikel 83 lid 1 Wgh).
Indiener 1 stelt op basis van de kaarten van Atlas Leefomgeving vast dat de locatie is gelegen binnen de zone van de Rijksweg A325 en dat de geluidbelasting vanwege deze weg op de locatie 61-65 dB(A) bedraagt.
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
21
In de visie van indiener 1 is deze geluidbelasting dusdanig hoog dat er geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Het college kan dan volgens indiener 1 ook niet in redelijkheid tot het besluit komen dat het toestaan van arbeidsmigrantenhuisvesting op deze locatie in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De huisvesting van arbeidsmigranten is een vorm van kamerverhuur, hetgeen volgens indiener 1 gelijk te stellen is met een (gevoelige) maatschappelijke of woonfunctie. Afstand tot voorzieningen te groot (III) Indiener 1 vindt tot slot dat ook de afstand tot voorzieningen erg groot is. De dorpskern ligt volgens indiener 1 op meer dan 3 kilometer afstand. Ook de dichtstbijzijnde supermarkt is gelegen op ruim 3 kilometer afstand. Deze afstand is in de visie van indiener 1 niet acceptabel en maakt dat volgens indiener 1 deze locatie niet geschikt is voor dit initiatief. De voorzieningen om te voorzien in de primaire levensbehoeften van de arbeidsmigranten moeten volgens indiener 1 dichtbij te liggen, temeer nu arbeidsmigranten vaak zelf niet over een auto beschikken maar alles te voet of per fiets doen. Ook gelet op deze afstanden kan er naar de mening van indiener 1 geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd voor de toekomstige bewoners.
Reactie op dit punt Bij de beoordeling van de aanvraag voor een omgevingsvergunning en de daarbij behorende ruimtelijke onderbouwing is naar voren gekomen dat deze ontwikkeling op de betreffende locatie mogelijk en aanvaardbaar is. Dit punt leidt niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning wordt geweigerd. 1.5 Onevenredige aantasting van verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid Indiener 1 vindt dat ingevolge het Afwegingskader het college slechts een omgevingsvergunning kan verlenen voor dit initiatief als er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid. Ook aan deze voorwaarde kan volgens indiener 1 niet worden voldaan. Gelet op de ligging dient het zuidelijk deel van het kavel volgens indiener 1 ontsloten te worden via het naastgelegen bedrijventerrein. Daardoor ontstaat er naar de mening van indiener 1 op het bedrijventerrein een onevenredige aantasting van de verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid. Zoals door indiener 1 reeds aangegeven zullen arbeidsmigranten veelal niet beschikken over een auto en zich voortbewegen per fiets of te voet. De wegen op bedrijvenpark Merm zijn volgens indiener 1 niet ingericht voor dergelijke verkeersbewegingen.
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
22
Indiener 1 stelt dat op het bedrijventerrein geen fietspaden én geen voetpaden aanwezig zijn. De toekomstige bewoners zullen daardoor volgens indiener 1 op het wegdek moeten fietsen en lopen om voorzieningen te bereiken. Op het bedrijventerrein geldt een maximum snelheid van 50 km/h. De verkeersveiligheid van de (bedrijfsmatige) weggebruikers wordt hierdoor naar de mening van indiener 1 in onevenredige mate aangetast. Indiener 1 vindt dat motorvoertuigen zullen geconfronteerd worden met (groepen van) personen die op de weg fietsen en lopen waardoor er verkeersonveilige situaties kunnen ontstaan. Ook de verkeersafwikkeling wordt hierdoor volgens indiener 1 onevenredig belemmerd. Daarnaast maakt indiener 1 zich ook zorgen om het waarborgen van de veiligheid op en leefbaarheid van het bedrijventerrein in het algemeen. Indiener 1 organiseert de collectieve aanpak voor een veilig, schoon en heel bedrijventerrein. Indiener 1 voert verder de collectieve beveiliging uit onder andere ter voorkoming van calamiteiten. Dit gebeurt onder meer door camerabewaking en surveillance door Securitas in de nachtelijke uren. Op het moment dat er arbeidsmigranten op het bedrijventerrein worden gehuisvest, zullen er naar het oordeel van indiener 1 24 uur per dag en 365 dagen per jaar mensen zich op het bedrijventerrein begeven.
Indiener 1 stelt dat zij dan gehouden is om in het belang van de eigenaren en gebruikers van bedrijvenpark Merm de collectieve beveiliging 24/7 in te zetten. Met dit praktische nadelige gevolg kan en wil indiener 1 zich niet (zonder meer) verenigen. Reactie op dit punt Indiener 1 geeft aan dat er op het bedrijventerrein een onevenredige aantasting van de verkeersafwikkeling plaatsvindt. Hiertoe is de autoverkeersgeneratie in de ruimtelijke onderbouwing uitgewerkt. De autoverkeersgeneratie van de functie ‘bedrijventerrein’ en de nu beoogde functie ‘arbeidsmigrantenhuisvesting’ is afzonderlijk berekend. Hieruit blijkt dat de functie ‘arbeidsmigrantenhuisvesting’ niet leidt tot verkeersafwikkelingsproblemen en er sprake is van een aanvaardbare ontwikkeling. Dit punt leidt, voor zover van belang, niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd. Indiener 1 geeft verder aan dat de verkeersveiligheid van de (bedrijfsmatige) weggebruikers in onevenredige mate wordt aangetast op het moment dat motorvoertuigen zullen worden geconfronteerd met (groepen van) personen die op de weg fietsen en lopen waardoor er verkeersonveilige situaties kunnen ontstaan. Het klopt dat er op de Kolk en de Marithaime geen voet- en fietspaden aanwezig zijn. Fietsers en voetgangers rijden en lopen daarom op de weg en dat is volgens de CROW richtlijnen gewoon wettelijk toegestaan.
Voetpaden zijn voor dit plan niet nodig aangezien de
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
23 arbeidsmigranten geen verplaatsingen te voet zullen maken. Voorzieningen liggen namelijk op zodanige afstand dat dit lopend niet te doen is en daarom worden hiervoor leenfietsen ter beschikking gesteld. Voor woon-werk verplaatsingen wordt gebruik gemaakt van de fiets, (gedeelde) auto of busjes. Voor woon-werkverkeer zal naar verwachting geen gebruik worden gemaakt van de lijnbus. Er zullen dus alleen fietsverplaatsingen (en autoverplaatsingen) via de Kolk en de Marithaime plaatsvinden. Fietsen (en ook lopen) op de rijbaan is hier gewoon toegestaan en vormt een normaal beeld op dit soort wegen. Net zoals fietsende (en lopende) werknemers van de al aanwezige bedrijven. De hoeveelheid autoverkeer op deze wegen is zodanig laag dat dit past. De verkeersveiligheid van de (bedrijfsmatige) weggebruikers zal dus niet worden aangetast. Dit punt leidt, voor zover van belang, niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd. Daarnaast maakt indiener 1 zich ook zorgen om het waarborgen van de veiligheid op en leefbaarheid van het bedrijventerrein in het algemeen. Hiertoe hebben indiener 1 en de initiatiefnemer hebben het camerasysteem en het beheerplan besproken. Voorzien wordt in een forse uitbreiding van het camerasysteem op het terrein van de initiatiefnemer, waarmee een gesloten systeem gewaarborgd blijft ten behoeve van de veiligheid.
De afspraken in het beheerplan voorzien in het waarborgen van de leefbaarheid op het bedrijventerrein in het algemeen. Dit punt leidt, voor zover van belang, niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd. 1.6 Onevenredige beperking gebruiksmogelijkheden en bestaande milieurechten Indiener 1 geeft aan dat in de beleidsregel "Beleidsregel planologische afwijkingsmogelijkheden gemeente Overbetuwe 2017" is opgenomen dat (gevoelige) maatschappelijke voorzieningen niet zijn toegestaan op een bedrijventerrein. De achterliggende gedachte is volgens indiener 1 dat moet worden voorkomen dat bedrijven worden beperkt in hun exploitatiemogelijkheden. Indiener 1 vindt dat uit het Afwegingskader volgt daarnaast dat het college geen omgevingsvergunning kan verlenen als de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen onevenredig worden beperkt en omliggende bedrijven in hun bestaande milieurechten worden beperkt. Ook hier lijkt volgens indiener 1 de ratio te zijn dat moet worden voorkomen dat bedrijven worden beperkt in hun gebruiks- en uitbreidingsmogelijkheden. De locatie ligt op korte afstand van bedrijvenpark Merm. Er zijn twee bedrijven die die het meest nabij de beoogde locatie gelegen zijn.
Indiener 1 gaat er op basis van de op dit moment beschikbare informatie van uit dat deze bedrijven in geval van arbeidsmigrantenhuisvesting op het zuidelijk deel van het kavel Merm Oost volgens indiener 1 onevenredig worden beperkt in hun gebruiksmogelijkheden en dat hun bestaande milieurechten zullen worden aangetast. Een bedrijf ligt volgens indiener 1 op nog geen 50 meter afstand van de beoogde locatie voor arbeidsmigrantenhuisvesting, terwijl voor de aspecten "geur" en "geluid" de richtafstand het dubbele (100 meter) bedraagt:
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
24
Als op het beoogde perceel arbeidsmigrantenhuisvesting zou worden gerealiseerd kan volgens indiener 1 niet meer worden voldaan aan de richtafstanden. Dit leidt tot een beperking van de bestaande milieurechten van het betreffende bedrijf. Ook om die reden kan het college volgens indiener 1 in redelijkheid geen medewerking verlenen aan dit initiatief. Het andere bedrijf is een categorie 3.1-bedrijf dat zich toelegt op het ontwikkelen en bouwen van software, machines en systemen. Op grond van het bestemmingsplan is op deze locatie een bedrijf in milieucategorie 3.2 toegestaan. Als gevolg van de beoogde arbeidsmigrantenhuisvesting wordt het betreffende bedrijf (SBI 261) volgens indiener 1 onevenredig belemmerd in haar planologisch toegestane gebruiks- en uitbreidingsmogelijkheden, omdat de kans reëel is dat dan niet meer aan de richtafstanden kan worden voldaan. Het bedrijf bevindt zich volgens indiener 1 namelijk maar op slechts 100 meter afstand van de beoogde locatie. Tot slot gaat indiener 1 ervan uit dat het realiseren van arbeidsmigrantenhuisvesting pal naast een druk bedrijventerrein en met de wetenschap dat de wegen op het bedrijventerrein volgens indiener 1 frequent en hinderlijk zullen worden gebruikt door de beoogde arbeidsmigranten, zal naar het oordeel van indiener 1 leiden tot een waardedaling van het vastgoed op het bedrijventerrein.
In de visie van indiener 1 moet het college zich daar in het kader van een zorgvuldige belangenafweging ook rekenschap van geven. Reactie op dit punt Uit de beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning is gebleken dat er geen sprake is van een beperking van de bestaande milieurechten. Het bouwplan is derhalve acceptabel vanuit dit oogpunt. Overigens wordt door indiener 1 verwezen naar de "Beleidsregel planologische afwijkingsmogelijkheden gemeente Overbetuwe 2017". Deze beleidsregel zag op de zogenaamde buitenplanse afwijkingsmogelijkheid op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en artikel 4 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht (Bor). Deze is voor wat betreft de voorliggende aanvraag omgevingsvergunning evenwel niet van toepassing. In de voorliggende aanvraag omgevingsvergunning wordt evenwel toepassing gegeven aan het gestelde in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º van de Wabo. De afweging dient dan te geschieden aan de hand van een ruimtelijke onderbouwing. Uit deze afweging is, zoals eerder opgemerkt, naar voren gekomen dat het initiatief op de voorliggende locatie acceptabel en aanvaardbaar is. Dit punt leidt niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd.
1.7 Alternatieve locaties Gelet op bovenstaande bezwaren is het kavel Merm Oost volgens indiener 1 géén geschikte locatie voor het realiseren van arbeidsmigrantenhuisvesting. Daar komt bij dat er locaties zijn in de gemeente Overbetuwe die volgens indiener 1 een beter en minder bezwarend alternatief hiervoor zouden vormen. Indiener 1 noemt in dit kader de volgende locaties:
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
25 • • •
Het gebied ten zuiden van de Olympiasingel (tussen de Rijksweg Zuid en de spoorlijn Arnhem-Nijmegen); Het gebied ten zuiden van de Bussel; Het gebied gelegen in de hoek van de Valburgseweg en de Hollanderbroeksestraat.
Voor deze locaties is het volgens indiener 1 op voorhand duidelijk dat de verwezenlijking van dit alternatief een gelijkwaardig resultaat met aanmerkelijk minder bezwaren oplevert. De voordelen van de hiervoor genoemde locaties zijn volgens indiener 1 dat ze onder andere dichter bij het centrum met voorzieningen liggen (op loop- en fietsafstand) en dat de verkeersafwikkeling makkelijker en veiliger kan plaatsvinden. Reactie op dit punt Wij merken hieromtrent op dat, indien een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt ingediend, wij daarover een besluit dienen te nemen. De aanvrager van een omgevingsvergunning bepaalt waarover wij een besluit dienen te nemen. Uit uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak (bijvoorbeeld 8 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1483,r.o. 8.1 en 24 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:375, r.o. 5.1) komt naar voren dat het bevoegd gezag (in casu: het college) dient te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning, zoals deze is aangevraagd. Indien een project op zichzelf aanvaardbaar is, noopt het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van één of meerdere alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren.
Op 7 september 2021 heeft de gemeenteraad het Afwegingskader voor tijdelijke middelgrote en grootschalige huisvesting voor arbeidsmigranten in Overbetuwe (kenmerk 21rb00040, 21uit00050) vastgesteld. De gemeenteraad wil middels dit afwegingskader de ambitie uitspreken om het aantal arbeidsmigranten dat in de gemeente woont en het aantal arbeidsmigranten dat in de gemeente werkt, meer in balans met elkaar te brengen. Dat betekent dat er meer mogelijkheden moeten komen voor het huisvesten van arbeidsmigranten voor short- en midstay. In het Afwegingskader zijn in paragraaf 3.3 randvoorwaarden beschreven waaraan pilotlocaties dienen te voldoen. Hierin is beschreven dat passende locaties moeten voldoen aan het feit dat “De locaties moeten op of nabij de bedrijventerreinen liggen.” Deze door indiener 1 genoemde alternatieven voldoen allen niet aan de door de gemeenteraad vastgestelde randvoorwaarden. Daarnaast toetsen wij dat de locatie waarop het initiatief is voorzien acceptabel en aanvaardbaar is. Dit punt leidt niet tot een besluit waarin de omgevingsvergunning moet worden geweigerd. Conclusie zienswijze indiener 1 De kenbaar gemaakte zienswijze leidt op een punt tot aanpassing van de omgevingsvergunning. Voor het overige leidt de kenbaar gemaakte zienswijze niet tot een ander besluit.
3.2
Zienswijze indiener 2
Zienswijze 31 december 2024 Naar aanleiding van het plan voor de bouw van tijdelijke woningen voor 120 internationale medewerkers op industrieterrein De Merm-Oost in Elst, brengt indiener 2 als eigenaar en ondernemer van een perceel aan de Bemmelseweg te Elst de volgende zienswijze naar voren. Indiener 2 stelt dat helaas de gevraagde omgevingsstukken niet aan hen zijn verzonden, waardoor deze zienswijze later mogelijk nog wordt aangevuld en verder onderbouwd of deze punten verder in de eventuele bezwaarprocedure worden aangevuld.
Rapport zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning Z2023-00002486/Z2024-00002220
26 De digitale dienstverlening functioneert helaas niet zoals deze gecommuniceerd en gepubliceerd wordt. Hoewel het belang van goede huisvesting voor internationale medewerkers wordt erkend, zijn er diverse bezwaren en zorgen rondom dit plan die volgens indiener 2 zorgvuldig moeten worden overwogen. 2.1 Locatiekeuze en functieverlies van het industrieterrein Het plaatsen van woningen op een industrieterrein zoals De Merm-Oost leidt volgens indiener 2 tot een langdurig functieverlies van het terrein, dat oorspronkelijk bedoeld is voor economische activiteiten. Dit kan volgens indiener 2 bedrijven ontmoedigen om te investeren of zich in de regio te vestigen, wat de economische groei van Elst belemmert. Daarnaast roept het besluit vragen op over bestuurlijke consistentie. Eerder werd aan indiener 2, als eigenaar en ondernemer van een perceel aan de Bemmelseweg te Elst, door de toenmalige gemeente Elst (nu Overbetuwe) een bedrijfskavel verkocht met volgens indiener 2 de mogelijkheid voor het bouwen van een bedrijfswoning. Later werd deze privaatrechtelijk koopovereenkomst (zie ingeschreven notariële leveringsakte) volgens indiener 2 niet meer uitvoerbaar omdat op bestuurlijk niveau het bestemmingsplan dusdanig aangepast is zodat bedrijfswoningen niet meer toegestaan waren.
Dit volgens indiener 2 met het argument dat wonen en verblijven op een industrieterrein niet verenigbaar is met de bestemming van een industrieterrein. Nu wordt volgens indiener 2 wonen wel toegestaan, specifiek voor een logiesfunctie, wat naar de mening van indiener 2 wijst op mogelijke bestuurlijke willekeur. Tegen deze bestemmingsplan wijziging van toen der tijd heeft indiener 2 ook bezwaar gemaakt. Helaas zonder positief resultaat voor indiener 2 als eigenaar en ondernemer. De toen doorlopen procedure en door de gemeente volgens indiener 2 aangevoerde argumenten dat wonen of verblijven op een industrieterrein niet verifieerbaar zou zijn maakt het huidige intuïtief ook plausibel, ondoordacht en neigt volgens indiener 2 naar bestuurlijk dwaling van uitvoering van de regelgeving. Reactie op dit punt Uit de aanvraag en de daarbij behorende ruimtelijke onderbouwing is naar voren gekomen dat de functie ter plaatse aanvaardbaar en acceptabel is. Ook is het milieuaspect onderzocht en daaruit is naar voren gekomen dat op deze locatie de beoogde functie mogelijk is en dat er geen belemmeringen zijn vanuit het milieu voor bestaande bedrijven. De keuze voor bedrijven om zich op het bedrijventerrein te vestigen is een afweging die bedrijven zelf dienen te maken. Voor de volledigheid merken wij op dat indiener 2 de planologische mogelijkheid had een bedrijfswoning te realiseren.