CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

25-04-08.16 Relevant stuk 4. Bijlagen bij de ruimtelijke onderbouwing bouw kas Reethsestraat 17B, Elst

Gemeenteraadsvergadering 8 april 2025, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vergadering verklaring van geen bedenkingen Reethsestraat 17b, Elst16.845 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlagen

54

Bouw kas Reethsestraat 17B, Elst

Bijlage 1

Huidige situatie

Bijlagen

55

M 218

P

P

P s De Drie

legenda P

bestaande bebouwing

P

erfverharding P

P

P P

P

Reethsestraa

P

straat e s h t Ree

bestaand bouwvlak (oppervlakte: 7.442m²) specifieke vorm van agrarisch - proefboerderij (oppervlakte: 15.188m²)

P P

P

M 688

17

P

P

P

B

kantoor

C

werktuigenberging

P

D

verwerkingsruimte

E

kas

P

A

M 1668

17b

P

17b

B

P

M 1265

19

bedrijfswoning

M 1264

P

19

P

A

P

17a

P

perceelsgrens

P

P

P

P

P

t

P

P

P

P

P M 1267

M 1266

P

P

D

P

P

P

P

P

P

C P

M 1934

P

ondergrond ontleend aan BGT P

P

P

E P

P P

P

P

P M 1997

M 1995

P

P

P

P

P

P

opdrachtgever Eurofins De Bredelaar B.V. Reethsestraat 17b, Elst onderdeel tekening situatie huidige toestand

P

P

P

N bladnummer

P

P

M 1996

P

kadastrale gemeente: Elst sectie: M, perceelnummer: 1668, 1934

HT-01 Jufferenwal 30, Zwolle Postbus 432 8000 AK Zwolle

intake 661074890 schaal 1:1000 papierformaat A3 datum 06 03 2023

t 08 8236 8236 e info@rombou.nl i www.rombou.nl

Bijlage 2

Toekomstige situatie

Bijlagen

57

M 218

P

P

P s De Drie

legenda P

bestaande bebouwing

P

A P

P

P

Reethsestraa

P

straat e s h t Ree

bestaand bouwvlak (oppervlakte: 7.442m²) specifieke vorm van agrarisch - proefboerderij (oppervlakte: 15.188m²)

P P

P

M 688

17

P

P

P

B

kantoor

C

werktuigenberging

P

D

verwerkingsruimte

E

kas

F

Phytobac systeem

G

warmteopslagtank

H

kas

P

A

M 1668

17b

P

17b

B

P

M 1265

19

bedrijfswoning

M 1264

P

19

P

A

P

17a

P

perceelsgrens

P

P

P

P

P

t

P

P

P

P

P

erfverharding

P

P M 1267

M 1266

P

P

C

P

D

P

P

P

P

P

F

nieuwe bebouwing uitbreiding bouwvlak (oppervlakte: 3.086m²) bestaand bouwvlak (oppervlakte: 7.442m²) nieuwe bouwvlak (oppervlakte:10.528m²)

P

M 1934

G P

P

P

51200

ondergrond ontleend aan BGT

H P

E P

44000 7110 P P

P

P

P M 1997

M 1995

P

P

P

P

P

P

opdrachtgever Eurofins De Bredelaar B.V. Reethsestraat 17b, Elst onderdeel tekening beoogde situatie

P

P

P

N bladnummer

P

P

M 1996

P

kadastrale gemeente: Elst sectie: M, perceelnummer: 1668, 1934

BO-01 Jufferenwal 30, Zwolle Postbus 432 8000 AK Zwolle

intake 661074890 schaal 1:1000 papierformaat A3 datum 16 03 2023

t 08 8236 8236 e info@rombou.nl i www.rombou.nl

Bijlage 3

Landschappelijke inpassing

Bijlagen

59

Proefboerderij De Bredelaar Vergroting van het kasoppervlak April 2023

1

2

Inhoudsopgave 5

Landschap: het grotere plaatje

7

Modellen Uitgangspunten

25 27

Historie van de plek 1880 en 1930 1970 en 2020 Huidige situatie

11 11 13 15

Beoogde situatie Nieuwe bebouwing Inpassingsplan

19 19 21

Colofon

27



























Korte situatieschets

Bijlage 1: tekening beoogde situatie (A3, Rombou) Bijlage 2: milieutekening (A3, Rombou)





Bijlage 3: inpassingsplan (A3)

3

4

Korte situatieschets Ongeveer 10 jaar geleden vestigde Proefboerderij Bredelaar zich aan de Reethsestraat 17B in de buurtschap Reeth bij Lenth. De naam ‘Bredelaar’ komt van hun vorige locatie aan de Breedlersestraat in Elst. De huidige locatie aan de Reethsestraat wordt op (oude) topografische kaarten aangeduid als ‘Biesterveld’. Op het proefbedrijf wordt onderzoek gedaan naar de werking van (biologische) gewasbeschermingsmiddelen op veel verschillende soorten gewassen: tomaten, aardbeien, komkommers, maar ook siergewassen als chrysanten. Een groot deel van het onderzoek wordt gedaan in de beschermde omgeving van een kas, hoewel voor onderzoek naar vollegrondsteelten een akkerperceel van beperkte oppervlakte beschikbaar is. Na tien jaar heeft het proefbedrijf behoefte aan extra kasoppervlak. Hoewel bij uitbreiding van glastuinbouw in de regio in principe wordt gekeken naar Bergerden bij Arnhem, de locatie waar de provincie inzet op grootschalige glastuinbouw, is deze locatie voor een proefbedrijf ongeschikt. Om gewasbeschermingsmiddelen te kunnen testen moeten zij immers hun planten ziek maken of moedwillig plaagdieren introduceren. En (uitbraken van) ziekten en plagen moeten in een geconcentreerd glastuinbouwgebied juist vermeden worden. De proefboerderij zet niet alleen in op het testen van gewasbeschermingsmiddelen.

Men vindt dat het bedrijf een voorbeeldfunctie heeft voor de glastuinbouw. Daarom wordt zwaar ingezet op duurzaamheid. Zonnepanelen op de daken, in combinatie met aardwarmte, verwarmen water dat in een grote tank op het erf wordt opgeslagen. Dit warme water wordt vervolgens gebruikt om de kassen te verwarmen. Daarmee is de afhankelijkheid van gas verdwenen. Waar de restanten van gewasbeschermingsmiddelen in de glastuinbouw vaak per vrachtwagen afgevoerd om in het Botlekgebied verbrand te worden, worden deze restanten op het erf van de proefboerderij op natuurlijke wijze afgebroken. Daarvoor is een zogenaamde ‘phytobac’ geïnstalleerd. Deze bakken zijn gevuld met een mengsel van grond uit de toplaag van een agrarisch perceel en stro. In de grond leven bacteriën die de chemische middelen kunnen afbreken. Het stro is nodig als voeding. Een lichtdoorlatend dak voorkomt dat de bakken zich vullen met regenwater. De wind moet er echter wel onderdoor kunnen waaien om condensvocht af te voeren. Zo ontstaan de ideale mogelijkheden voor bacteriën om, met behulp van zonlicht, de gewasbeschermingsmiddelen af te breken.

5

Geomorfologie • • • •

44 - complex van dekzandruggen en -welvingen 47 - rivieroeverwal en meanderrichels en -geulen 65 - complex van rivierkommen en oeverwalachtige vormen 66 - rivierkom

Bodem

6

Landschap: het grotere plaatje Geomorfologie en bodem Het rivierenlandschap rondom Elst en Valburg, waarin buurtschap Reeth ligt, is een complex landschap van oeverwallen en relatief kleine kommen. Op de geomorfologische kaart hiernaast is dat fraai zichtbaar. De kommen liggen als een soort waaier aan de Rijnzijde van de Betuwe, terwijl de Waalzijde bestaat uit rivieroeverwallen, meanderrichels en geulen. Valburg ligt op de plaats van een dekzandrug op de rand van één van de kommen. De weinig eenduidige opbouw van de bodem heeft alles te maken met de vroegere situatie waarbij Rijn en Waal niet per se twee rivieren waren, maar één systeem vormden. In het relatief vlakke Nederland vlochten de rivieren zich een weg naar zee. De loop verlegde zich regelmatig. Oude stroombeddingen en resten van geulen zijn op de bodemkaart weergegeven. Soms zijn ze in het veld nog zichtbaar. Telkens vormde de rivier een nieuwe oeverwal, terwijl een oude oeverwal kon worden weggeslagen. Zo ontstaan situaties waarbij zware klei, kenmerkend voor komgronden, onder de zavel die kenmerkend is voor een oeverwal kon komen te liggen. De hoogste plekken in het landschap werden al vroeg bewoond. Valburg ligt bijvoorbeeld op een hoge, droge zandkop. Door het eeuwenlange landbouwkundige gebruik hebben zich hier oude bouwlanden kunnen ontwikkelen, een zeldzaamheid in het rivierengebied.

Ook Elst ligt op een hoogte in het landschap, een woerd. Tijdens eeuwenlange bewoning kan deze woerd nog verder opgehoogd zijn door opeenhopingen van ‘menselijk vuil’ en puin van bouwwerken. Woerden komen ook op kleinere schaal voor. Ze zijn te klein om op de hiernaast weergegeven bodemkaart opgenomen te worden.

7

8

Menselijk gebruik volgt de ondergrond Heel lang volgde het menselijke gebruik de logica van de ondergrond, zoals hiernaast op een kaartbeeld uit 1900 zichtbaar is. De lichtgekleurde gronden geven het gebruik als akker aan. Hiervoor koos men de goed bewerkbare, zavelige gronden. Ook wegen legde men vanzelfsprekend op de hogere gronden. Kijkend door de oogharen tekent zich daarmee op de kaart hiernaast het beeld af van de hogere oeverwallen. De hoogste gronden, vaak rondom de dorpen, bestonden uit lichte klei en zavel. Deze gronden worden wel aangeduid als de ‘beste landbouwgronden ter wereld’ en waren uitermate geschikt voor de fruitteelt. Op de kaart hiernaast zijn de gestippelde percelen boomgaarden, rond 1900 voornamelijk hoogstambomen. Als dubbelgebruik liet men hier vee onder grazen. De lagere, natte gronden en de gronden met zware klei waren moeilijk bewerkbaar en werden daarom gebruikt als hooiland of om vee te weiden. Het zijn de lichtgroene percelen op de kaart. Zegen liggen vaak in de laagste punten, soms volgen ze oude stroomgeulen. Zo konden de gronden het meest effectief ontwaterd worden. Veranderingen in de landbouw, maar ook technologische vooruitgang maken dat de ondergrond tegenwoordig veel minder leidend is.

Met machines zijn ook de zwaardere komgronden bewerkbaar geworden en woningen en wegen liggen niet meer per se op de hoogste en droogste delen van het landschap. De weerspiegeling van de ondergrond in het menselijk gebruik, zoals we die hiernaast nog wel zien, is daarmee veel minder sterk geworden.

9

10

Historie van de plek 1880 en 1930 Het landschap rondom Reeth (in 1880 en 1930 nog zonder ‘h’ aan het eind) was lange tijd weinig dynamisch. De kaartbeelden uit 1880 en 1930 laten nauwelijks verschillen zien. De proefboerderij ligt op een locatie die al langere tijd bewoond is. Op de kaart uit 1930 wordt de boerderij aangeduid als ‘Biesterveld’. Het was waarschijnlijk één van de voornamere en grotere bedrijven in de omgeving. ‘Hazebaard’, de buren van ‘Biesterveld’, ‘De Haar’ en ‘Huis Reet’ waren andere belangrijke plekken rondom Reeth. Dat buurtschap stelde verder nog niet zo veel voor. Het bestond uit een aantal woningen aan een verharde weg de stopte bij boerderij Hazebaard. Vanaf dat punt lijkt er een onverharde verbinding via een laantje en een pad langs de Mermsche Zeeg richting Eimeren te zijn. Hazebaard en Biesterveld lijken op de rand van een hogere rug te liggen. Vermoedelijk was echter wel een wat hogere plek in het landschap gekozen, waardoor in natte tijden de boerderij in ieder geval droge voeten hield. Aan de noordzijde ligt de Mermsche Zeeg op korte afstand van Biesterveld. Hieraan gekoppeld liggen weilanden met beplanting van bomen, wellicht knotwilgen, op de perceelsgrens. Rondom zowel Biesterveld als Hazebaard liggen boomgaarden. Aan de zuidzijde liggen de akkers.

De perceelsgrenzen zijn hier beplant, vermoedelijk met hagen, om het wild weg te houden bij de akkers.

11

12

1970 en 2020 In de tweede helft van de 20e eeuw wordt het een stuk dynamischer rondom Reeth. Dat begint met de planning en aanleg van de snelweg A15. Op het kaartbeeld van 1970 is de reservering van de A15 al weergegeven, net ten zuiden van boerderij Biesterveld en de buurtschap Reeth. Het buurtschap is overigens iets groter geworden. Nabij Biesterveld zijn twee woningen toegevoegd, tussen Biesterveld en Haesbaert (Hazebaard) is een nieuwe boerderij gebouwd. Ook het ‘centrum’ van Reeth is iets verdicht met extra woningen. Op het kaartbeeld van 1970 worden nog veel boomgaarden aangegeven, meer nog dan op de oudere topografische kaarten. Het gaat hier waarschijnlijk om laagstamboomgaarden. In tegenstelling tot de hoogstamboomgaarden, waarvan er tijdens de ruilverkavelingen veel verdwenen, hebben de laagstamboomgaarden een beperkte levensduur. Tot slot vallen op het kaartbeeld van 1970 nog de hoogspanningsleidingen op. Het zijn er drie in totaal. Allemaal leiden ze naar de (inmiddels gesloten) energiecentrale bij Nijmegen. Na de aanleg van de A15 hield het nog niet op met de dynamiek in het gebied. Aan het begin van de 21e eeuw werd de Betuweroute aangelegd, een spoorlijn die min of meer parallel loopt aan de A15. In 2007 is deze spoorlijn in gebruik genomen. De bundeling van infrastructuur in de Betuwe trekt bedrijvigheid aan.

Dat heeft zich vertaald in de ontwikkeling van een grootschalig bedrijventerrein, Park15, ten zuiden van de A15 bij Oosterhout. Op de meest recente topografische kaart is dat goed zichtbaar. Ook nu gaan de ontwikkelingen nog door. Recent is een deel van de eigendommen van Biesterveld aangekocht om hier een containeroverslag te realiseren. De boerderijen Biesterveld en Hazebaard komen hiermee steeds dichter tegen de logistieke dynamiek rondom Arnhem en Nijmegen te liggen.

13

14

Huidige situatie De oorspronkelijke boerderij Biesterveld bestaat niet meer. De boerderij is geslooot toen de proefboerderij zich hier vestigde. Het woonhuis is hierbij in dezelfde stijl en op dezelfde plaats herbouwd als de bedrijfswoning die er stond. Achter de nieuwe woning zijn, rondom een centraal plein, een tweetal loodsen en een kantoor geplaatst. Samen vormen ze een duidelijk erf waarbij het centrale plein wordt gebruikt voor de voor het bedrijf noodzakelijke (vracht) verkeersbewegingen. Hagen en een gemetselde muur onttrekken de geparkeerde auto’s aan de oostzijde van het kantoor aan het zicht. Aan de zuidzijde van het erf ligt de huidige kas, waarbij de ingang via een ‘oprit’ is verbonden met het centrale plein. Het is de bedoeling dat deze kas gespiegeld wordt, met de ‘oprit’ als spiegellijn. Daarmee komt de nieuwe kas in zijn geheel achter de bestaande bebouwing te liggen. Oude woonplekken in de Betuwe, zoals Biesterveld, waren vaak voorzien van fraaie beplanting, die inmiddels soms monumentaal is. Vaak vinden we één of meerdere notenbomen op het erf, omdat die het in de Betuwe bijzonder goed doen. Ook op het erf van de Bredelaar vinden we twee fraaie, monumentale notenbomen aan de westzijde van de bedrijfswoning. Rondom boerderijen met aanzien werden soms ook soorten met een hoge sierwaarde aangeplant: rode beuken, paardenkastanje of (zilver)linde.

Hiervan vinden we op het erf van de proefboerdrij geen (monumentale) voorbeelden. Wel staan er langs de Reethesestraat nog enkele wat oudere esdoorns. Op enige afstand van het erf staat in de berm een fraaie boomgroep van esdoorns, terwijl in de tuin van één van de buren een fraaie, oude tamme kastanje staat. Het is goed mogelijk dat deze beplantingen eerder onderdeel waren van de beplanting op de hogere woonplaats rondom Biesterveld. Op de tamme kastanje na gaat het echter niet om zeer oude bomen. Overige beplanting bestaat uit een mix van jongere bomen (tussen de 30 en 50 jaar oud) op de percelen Reethsestraat 17 en 17A. Hier staan onder andere notenbomen en lindes. Aan de Reethsestraat staat nog een solitaire es. Het ‘aanzetje’ naar de woonplek waarvan de proefboerdrij deel van uit maakt bestaat uit een aantal knotwilgen. Al met al wordt de woonplek zo gemarkeerd door een flinke hoeveelheid groen in een verder wijds landschap. Iets verderop vormt Hazebaard een soortgelijke groene ‘toef’ in het landschap.

Esdoorn (Acer spp., groep) Es (Fraxinus excelsior)

Esdoorn (Acer spp., rij)

Walnoot (Juglans regia)

Knotwilgen (Salix alba )

Tamme kastanje (Castanea sativa)

15

Boomgroep van esdoorns (rechts) en op de voorgrond knotwilgen langs de Reethsestraat

Rij esdoorns voor de proefboerderij

16

Walnoten op het voorerf

Beplanting rondom Hazebaard (beeld streetview)

17

s De Drie

P

P

P

P

P

P P

P

raat t s e s th

P

P

P P

M 688

P

Ree

P

t

Reethsestraa

17

P

17a

P

P

P

17b

19

P

P

M 1265 17b

B

P P

A

M 1668

P

19

P

M 1264

P M 1267

M 1266

P

P

C

P

D

P

P

P

F

P

M 1934

G

51200

P

H P

E 44000 7110

P

P

P

P M 1997 M 1995

P

P

P

P

P

P

P

N kadastrale gemeente: Elst sectie: M, perceelnummer: 1668, 1934

P

P

M 1996

18

P

Beoogde situatie Nieuwe bebouwing De beoogde nieuwe situatie voor proefboerderij De Bredelaar is door Rombou uitgewerkt in de hiernaast weergegeven tekening. De bestaande kas (E) wordt daarbij als het ware gespiegeld. Zo ontstaat de nieuwe kas (H) die keurig schuil gaat achter de bestaande bebouwing op het erf. Het ‘phytobac’ systeem, waar residuen van gewasbeschermingsmiddelen op biologische wijze worden afgebroken, heeft een plek tussen de verwerkingsruimte (D) en de nieuwe kas. Aan de westzijde van de werktuigenberging (C) is een raster van boringen gezet om met behulp van aardwarmte water in een watervat (G) te verwarmen. Ook de zonnepanelen op de gebouwen worden gebruikt voor het verwarmen van dit water. Met het warme water kunnen de kassen op een duurzame, gas-loze manier worden verwarmd. Het zuidelijke deel van het perceel van de proefboerderij is onlangs verkocht ten behoeve van de realisatie van een containeroverslag voor de Betuweroute. Hier zal een nieuwe parallelweg, grondwal en sloot worden gerealiseerd. De door Rombou opgestelde technische tekeningen van de beoogde situatie en de locatie van de boorputten en leidingen zijn als bijlage op A3-formaat bij deze rapportage gevoegd.

legenda bestaande bebouwing erfverharding

A P

perceelsgrens bestaand bouwvlak (oppervlakte: 7.442m²) specifieke vorm van agrarisch - proefboerderij (oppervlakte: 15.188m²)

A

bedrijfswoning

B

kantoor

C

werktuigenberging

D

verwerkingsruimte

E

kas

F

Phytobac systeem

G

warmteopslagtank

H

kas nieuwe bebouwing

P

uitbreiding bouwvlak (oppervlakte: 3.086m²) bestaand bouwvlak (oppervlakte: 7.442m²) nieuwe bouwvlak (oppervlakte:10.528m²) ondergrond ontleend aan BGT

19

orn

ApA Cb Ls

Jn

Pc (has)

Pc (has)

Pc (has)

Pc (has)

Pc (has)

Pc (has)

Pc (has)

Pa (hos)

Pc (has)

Pc (has)

Pc (has)

AcR

ME

AnS Mt

Axf

Cc Pc (hos)

Mxl

Pa (hos)

Pa (hos)

Pu

Pa (hos)

Pa (hos)

Pa (hos)

Ag (ms) Ag (ms)

Tp (ms)

20

Inpassingsplan Proefboerderij De Bredelaar wil de beoogde uitbreiding benutten om het erf een kwaliteitsimpuls te geven. Historische foto’s van het oude erf ‘Biesterveld’ hebben we niet kunnen vinden. Het is echter niet ondenkbaar dat dit erf zich ooit tooide met bijzondere en kleurrijke beplanting. Nieuw aan te brengen beplanting dient enerzijds als ‘groene stoffering’ van het erf, zoals ook in de ‘gebiedsvisie knoop 38’ benoemt, maar heeft ook als doel om bij te dragen aan een aangename werkomgeving op het erf. De hogere woonplaatsen, de woerden, kenmerkten zich als kleinschalige ‘eilanden’ in een verder wijds, open en soms nat landschap. Die kleinschaligheid ontstond door erfbeplanting en bij het erf horende en aan het erf gekoppelde boomgaarden.

Sortiment proefboerderij De Bredelaar

Landschappelijke beplanting Ag (ms) Alnus glutinosa meerstammig Tp (ms) Tilia platyphyllos meerstammig

Zwarte els Zomerlinde

hoogtemaat 250/300 cm hoogtemaat 250/300 cm

Bomenweide voor de kas AcR Acer campestre 'Red Shine' Axf Acer × freemanii Autumn Blaze AnS Acer negundo 'Sensation' Cc Cornus controversa Mxl Magnolia × loebneri 'Merrill' Mt Malus toringo 'Brouwers Beauty' ME Malus 'Evereste' PU Prunus ‘Umineko’ Sc Sorbus commixta

Veldesdoorn Esdoorn Vederesdoorn Reuzenkornoelje Magnolia Sierappel Sierappel Sierkers Japanse Lijsterbes

diktemaat 14/16 diktemaat 14/16 diktemaat 14/16 diktemaat 14/16 diktemaat 14/16 diktemaat 14/16 diktemaat 14/16 diktemaat 14/16 diktemaat 14/16

Fruit-en notenbomen Jn Juglans nigra Pa (hos) Prunus avium cv hoogstam Pc (has) Pyrus communis cv halfstam Pc (hos) Pyrus communis cv hoogstam

Zwarte walnoot Kers Peer Peer

diktemaat 16/18 diktemaat 16/18 diktemaat 14/16 diktemaat 16/18

Gele Kornoelje Zwarte vlier Inheemse liguster Sleedoorn Veldesdoorn Hazelaar

bos/haagplantsoen 80/120 bos/haagplantsoen 80/120 bos/haagplantsoen 80/120 bos/haagplantsoen 80/120 bos/haagplantsoen 80/120 bos/haagplantsoen 80/120

Eventueel aanhelen bestaand struweel Cornus mas Sambucus nigra Ligustrum vulgare Prunus spinosa Acer campestre Corylus avellana

21

diktemaat 16/18 diktemaat 16/18 diktemaat 16/18

Roodbladige esdoorn Haagbeuk Amberboom

Solitaire bomen voorterrein ApA Acer pseudoplatanus Atropurpureum Cb Carpinus betulus Ls Liquidambar styraciflua

Malus ‘Evereste’ (sierappel)

Prunus ‘Umineko’ (sierkers)

Magnolia x loebneri ‘Merrill’ (magnolia)

Acer freemanii ‘Autumn Blaze’ (esdoorn, herfstbeeld)

22

Van de oorspronkelijke bebouwing van Biesterveld is niets meer over. Het monumentale groen bestaat uit een tweetal notenbomen en een rij esdoorns langs de Reethsestraat. Om het erf ook in de toekomst goed te verankeren in het landschap zetten we voor het voorerf in op het toevoegen van een aantal kleurrijke, eerste orde bomen. Een roodbladige esdoorn, een haagbeuk en een amberboom voegen kleur en geur toe aan het voorerf. In aanvulling op de bestaande notenboom wordt bovendien een extra walnoot toegevoegd. Met deze beplanting voegen we het monumentale groen van de toekomst toe aan het erf. Het huidige erf van de proefboerderij oogt hard en stenig. De verharding tussen werktuigenberging, verwerkingsruimte en de beide kassen is nodig voor de noodzakelijke verkeersbewegingen, waaronder bevoorrading. Tussen de kassen en de verharding is er echter ruimte voor het realiseren van een kleine bomenweide. Omdat de ruimte beperkt is en de kassen kwetsbaar zijn gebruiken we alleen kleine bomen in de derde orde, tot ongeveer 8 - 10 meter hoog. Bovendien richten we ons met name op de delen van de kassen waar de wanden bestaan uit zogenaamde ‘sandwichpanelen’ en waar de kassen dus minder kwetsbaar zijn. We kiezen hier voor een rijk sortiment van bloeiende en kleurende bomen in een gazon. Zo ontstaat een aangename, kleurige wand waar een deel van de kantoren op uit kijkt.

In de zomermaanden kunnen in deze bomenweide picknickbanken staan. Medewerkers van de proefboerderij hebben zo een heerlijke luwe plek om te lunchen, te bellen of koffie te drinken. De bomenweide sluit aan op de bestaande struweelbeplanting aan de achterzijde van de verwerkingsruimte. Deze beplanting blijft in principe behouden. Mocht het nodig zijn om een deel van de beplanting te verwijderen om de bouw van de nieuwe kas mogelijk te maken, dan wordt deze beplanting na de bouw aangeheeld. De dieselolie-tank en het phytobacsysteem liggen zo ingebed in inheems groen. Zoals op bijna alle Betuwse erven is er ook op het erf van de proefboerderij ruimte gevonden voor fruitbomen. Aan de westzijde van de werktuigberging bestaande kas wordt een boomgaard van halfstam perenbomen gerealiseerd. Omdat halfstambomen een beperkter wortelgestel hebben laat deze boomgaard zich goed combineren met het aanwezige installatie ten behoeve van de winning van aardwarmte. Eén hoogstam peer maakt zich als het ware los van deze boomgaard en krijgt de kans uit te groeien tot een markante, solitaire perenboom zoals we die ook regelmatig op Betuwse erven vinden. Voor alle perenbomen geldt dat gezocht wordt naar oude perenrassen die oorspronkelijk in de Betuwe voor kwamen.

23

Acer campestre ‘Red Shine’(Veldesdoorn)

Liquidambar styraciflua (Amberboom, herfstbeeld)

Acer pseudoplatanus ‘Atropurpureum’ (esdoorn)

Tilia platyphyllos (linde, meerstammig)

24

Aan de oostzijde van de nieuwe kas wordt een rij hoogstam kersenbomen geplant. Deze bomen vormen als het ware een ‘filter’ voor de nieuwe kassenwand. Net als voor de perenbomen geldt dat voor de kersenbomen gezocht wordt naar oude Betuwse rassen. De kennis hiervoor is binnen de proefboerderij aanwezig. De rassenkeuze is in dit plan dus niet voorgeschreven, maar wordt overgelaten aan medewerkers van de proefboerderij en beschikbaarheid in de markt. In de slootkant van de sloot die de westelijke perceelsgrens vormt worden twee meerstammige elzen aangeplant. Deze bomen sluiten aan op de beplanting die, vermoedelijk, op de nieuwe grondwal wordt aangebracht. Op de nieuw ontstane, zuidelijke perceelsgrens is tot slot nog ruimte voor een meerstammige linde. Deze boom staat precies in de zichtlijn over de toegangsweg naar het terrein van de proefboerderij en tussen de beide kassen door. Door dit ‘vizier’ hebben bezoekers momenteel zicht op de gesloten wand van een overslagloods van Park15, ten zuiden van de A15. Op den duur, na enige jaren groeien, zal deze meerstammige linde in het ‘vizier’ van de bezoeker staan. En met een beetje geluk krijgt deze boom de kans om hier uit te groeien tot een monumentale reus die nog eeuwenlang het landschap siert.

Al met al zal de woerd waarop de oude woonplaats van Biesterveld, en dus van de proefboerderij, zich bevindt zich straks duidelijk gaan onderscheiden van het omringende landschap. Net als het nabijgelegen ‘Hazebaard’ vormt het een groene parel in het bebouwingslint van Reeth. Een groene parel die bovendien van waarde is als nectarbron voor insecten (esdoorn, (sier)appel, peer, kers, linde) en als voedselbron voor vogels (els, sierappel, haagbeuk, lijsterbes). Het in deze rapportage opgenomen inpassingsplan is als bijlage op A3-formaat, schaal 1:1.000 opgenomen.

25

26

Colofon Opgesteld door: Hofstra|Heersche landschapsarchitecten Jan Heersche Niels Hofstra Opdrachtgever: Eurofins De Bredelaar Wilbert Flier In samenwerking met: Flynth Rombou Gert-Jan Festen Datum: April 2023

27

28

M 218

P

P

P De Drie

legenda

s

P

bestaande bebouwing

P

A P

P

P

specifieke vorm van agrarisch - proefboerderij (oppervlakte: 15.188m²) P

M 688

P

Ree

P

bestaand bouwvlak (oppervlakte: 7.442m²)

P P

17

P P

P

B

kantoor

C

werktuigenberging

P

D

verwerkingsruimte

E

kas

F

Phytobac systeem

G

warmteopslagtank

H

kas

P

A

M 1668

17b

P

17b

B

P

M 1265

19

bedrijfswoning

M 1264

P

19

P

A

P

17a

P

perceelsgrens

P

P

P

P

P

t Reethsestraa

P

traat s e s h t

P

P

P

erfverharding

P

P M 1267

M 1266

P

P

C

P

D

P

P

P

P

P

F

nieuwe bebouwing uitbreiding bouwvlak (oppervlakte: 3.086m²) bestaand bouwvlak (oppervlakte: 7.442m²) nieuwe bouwvlak (oppervlakte:10.528m²)

P

M 1934

G P

P

P

51200

ondergrond ontleend aan BGT

H P

E P

44000 7110 P P

P

P

P M 1997

M 1995

P

P

P

P

P

P

opdrachtgever Eurofins De Bredelaar B.V. Reethsestraat 17b, Elst onderdeel tekening beoogde situatie

P

P

P

N bladnummer

P

P

M 1996

P

kadastrale gemeente: Elst sectie: M, perceelnummer: 1668, 1934

BO-01 Jufferenwal 30, Zwolle Postbus 432 8000 AK Zwolle

661074890 intake 1:1000 schaal A3 papierformaat 16 03 2023 datum

t 08 8236 8236 e info@rombou.nl i www.rombou.nl

Reethsestraat

rio

sloot

hwa

9.350

hwa

1.800

13.710

verharding

A

18 18 18 18 18 18 spreekkamer

bedrijfswoning

kantine

entree

archief

wk

parkeerplekken

administratie

verharding

B

gang 800

16.460

mv 9350+NAP

trap

mv 9400+NAP

3.550

28.210

vergaderkamer

put verharding

8550+NAP

kantoor

kopieerkamer gang

bk leidingtracé

10.950

werkkamer leidingtracé HDPE ø90 mm

managerkamer

spreekkamer

boring met grondlus (totaal 15 stuks)

23.290

hwa

A

6.830

4.320 20.520

2.630

perceelsgrens

hwa

3.350

7.500

7.500

mk

2.430

19

D

7.170

put

verwerkingsruimte 20

opslag voor aardappel en andere gewassen

21

leidingtracé HDPE ø90 mm ca. 800- mv

perceelsgrens

werktuigenberging

doorsnede A

put

beoordelingsruimte

werkplaats

koelcel

trap

C

30.200

12

ok lus

30.200

185650-NAP

put

10

14 13

15

16

lab beoordelingsruimte

GEP apparatuur

22

vriescel

9

opslag GBM

sloot

GLP apparatuur verharding

23

monster verpakking

afweeg ruimte GEP

11

GLP vriescel

194200

mv 9400+NAP

afweeg ruimte GLP centrale opslag

kleedruimte mv 9350+NAP

17 3.990

20.520

bovengrondse tank inh. ca. 5m3 vzv. afvoer tbv restant water naar Phytobac

mv 9300+NAP

G

warmteopslagtank

opvang drain/water + condens 4 m3

ondergrondse tank inh. ca. 5m3 vzv. dompelpomp

26

1 2.980

14.110

A

wasplaats rooster, put

afvoer drain en condens

aanvoer- en retourleiding naar warmteopslagtank

verdeelput

lijngoot

35.370

6.210

5.760

vuilwateropslag

vetscheider slibput tbv wasplaats

2.090

F

2x HDPE ø90 mm / ca. 800- mv mv 8850+NAP

25 25

Phytobac systeem 7

technische ruimte

2

sectie 1

3

4 5

6

8

put

corridor sectie 2

8 sturing

= locatie boring met grondlus (t.b.v. het gesloten bodem energie systeem)

sectie 3

24

sectie 14

Renvooi inhoud 1 3000 l 1 0 1 0 1 0 1 0 1 0 1 0 4 6 kg 1 0 1 0 1 0 1 0 1 0 1 0 1 0 1 0 2 0 6 0 1 0 1 0 1 0 1 0 1 0 1 0 2 0 1 0

vermogen (kW) 0,25 5 115 115 115 0 0 0 4,5 4 0,3 0,7 0,15 0,3 0,2 0,6 0 31,2 40 35 50 28 30 5,3 104 260

sectie 4

E

sectie 13

kas Reethsestraat

8

vloerconstructie beton beton beton beton beton beton beton

wandconstructie metselwerk staalprofiel staalprofiel staalprofiel glas plaatstaal

grens inrichting 19

A

17b

B

sectie 5

sectie 12

sectie 6

C

G

sectie 7

Totalen: - verbranding: - thermisch: - elektrisch:

155 kW 449 kW 340,5 kW

dakconstructie dakpannen staalprofiel staalprofiel staalprofiel golfplaat glas plaatstaal

D F

sectie 11 E

8

sectie 8

17

N

situatie schaal: 1:2.000 kadastrale gemeente: Elst sectie: M perceelnummer: 1934 en 1668

sectie 10

sectie 9

Gebouwgegevens nieuw nr. naam A bedrijfswoning B kantoor C werktuigenberging D verwerkingsruimte F Phytobac systeem E kas G warmteopslagtank

51.200

aantal

afvoer drain en condens

naam dubbelwandige dieseltank watertechniek CV installatie CV installatie CV installatie hoofdschakelaar CV hoofdschakelaar electriciteit poederblusser vriescel (koudemiddel R404a, 3kg) vriescel (koudemiddel R404a, 3,7kg) vrieskast compressor stofzuiger vrieskast koelkast compressor brandblusser airoco unit shovel mini tractor tractor heftruck smalspoor tractor klimaatkamer warmtepomp (koudemiddel R410A, 8,7 kg.) batterijpakket

hwa

nr 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26

terreininrichting nieuw

opdrachtgever Eurofins

6610748906 intake 1:100/1:200 schaal A0 papierformaat lp auteur architect registratienr vergunning fase 07-06-2022 datum gewijzigd D: 04-11-2022

Reethsestraat 17B 6662 PK Elst Tel. 0481-462379 project milieuvergunning voor bedrijf aan de

Reetsestraat 17B te Elst

44.000

onderdeel situatie - nieuw

milieutekening bladnummer

MI-02 Jufferenwal 30, Zwolle Postbus 432 8000 AK Zwolle

t 08 8236 8236 e info@rombou.nl i www.rombou.nl

Sortiment beplantingen Solitaire bomen voorterrein ApA Acer pseudoplatanus Atropurpureum Roodbladige esdoorn Cb Carpinus betulus Haagbeuk Ls Liquidambar styraciflua Amberboom Landschappelijke beplanting Ag (ms) Alnus glutinosa meerstammig Tp (ms) Tilia platyphyllos meerstammig

Zwarte els Zomerlinde

Bomenweide voor de kas AcR Acer campestre 'Red Shine' Axf Acer × freemanii Autumn Blaze AnS Acer negundo 'Sensation' Cc Cornus controversa Mxl Magnolia ×loebneri 'Merrill' Mt Malus toringo 'Brouwers Beauty' ME Malus 'Evereste' PU Prunus ‘Umineko’ Sc Sorbus commixta

Veldesdoorn Esdoorn Vederesdoorn Reuzenkornoelje Magnolia Sierappel Sierappel Sierkers Japanse Lijsterbes

Fruit-en notenbomen Jn Juglans nigra Pa (hos) Prunus avium cv hoogstam Pc (has) Pyrus communis cv halfstam Pc (hos) Pyrus communis cv hoogstam

Zwarte walnoot Kers Peer Peer

ApA Cb Ls

Jn

Pc (has)

Pc (has)

Pc (has)

Pc (has)

Pc (has)

Pc (has)

Pc (has)

Pa (hos)

Pc (has)

Pc (has)

Pc (has)

AcR Cc

Pc (hos)

Pu

Axf

Mxl ME

AnS Mt

Pa (hos)

Pa (hos)

Pa (hos)

Pa (hos)

Pa (hos)

Ag (ms) Ag (ms)

Eurofins Bredelaar te Elst

Inpassingsplan

Tp (ms)

April 2023 Formaat: A3 Schaal: 1 / 1.000

Bijlage 4 Quickscan natuurwaarden onderzoek

Bijlagen

91

Quickscan natuurwaardenonderzoek Reethsestraat 17b Elst

Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000

Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Reethsestraat 17b Elst Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0850-509852

Opdrachtgever: Rombou Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Projectnummer en versie: 5676 versie 1.0 Ligging plangebied: Reethsestraat 17b Elst Auteur: M. Mateman

Status: definitief Rapportdatum: 20-10-2023 Veldwerk uitgevoerd door: J. Tamminga

De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.

1

Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................................................... 3 HOOFDSTUK 1

INLEIDING ................................................................................................................................. 4

HOOFDSTUK 2

HET PLANGEBIED ........................................................................................................................ 5

2.1 Situering ................................................................................................................................................ 5 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................ 6 HOOFDSTUK 3

VOORGENOMEN ACTIVITEITEN ...................................................................................................... 7

3.1 Algemeen .............................................................................................................................................. 7 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ............. 7 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ............................................................................................................ 8 HOOFDSTUK 4

TOETSINGSKADERS...................................................................................................................... 9

4.1 Algemeen .............................................................................................................................................. 9 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 ................................................................................................. 9 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming .................................................................................... 9 4.4

Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ................................................................ 10

4.5 Wet natuurbescherming; Houtopstanden .......................................................................................... 10 HOOFDSTUK 5

GEBIEDSBESCHERMING .............................................................................................................. 11

5.1 Algemeen ............................................................................................................................................ 11 5.2 Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone ...................................................................... 11 5.3 Natura 2000......................................................................................................................................... 12 5.4 Slotconclusie........................................................................................................................................ 13 HOOFDSTUK 6

SOORTENBESCHERMING ............................................................................................................ 15

6.1 Verwachting en bureauonderzoek ...................................................................................................... 15 6.1.1 Algemeen...................................................................................................................................... 15 6.1.2 Bronnenonderzoek ....................................................................................................................... 15 6.2 Veldonderzoek .................................................................................................................................... 15 6.3 Resultaten ........................................................................................................................................... 17 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep ............................................................................ 18 6.5 Historische gegevens en overige bronnen .......................................................................................... 21 6.6 Volledigheid van het onderzoek.......................................................................................................... 21 HOOFDSTUK 7

CONCLUSIES ............................................................................................................................ 22

2

SAMENVATTING Er zijn plannen voor het bouwen van een nieuwe onderzoekskas op het perceel ten oosten van de bestaande onderzoekskas van Eurofins aan de Reethsestraat 17b in Elst. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 4 oktober 2023 onderzocht op de aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Gelders Natuurnetwerk. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten: Het plangebied behoort niet tot Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone of Natura 2000-gebied.

Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het GNN en Go, omdat de bescherming van het GNN en Go geen externe werking kent. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, kan op voorhand niet worden uitgesloten. Om te onderzoeken of uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden voor de ontwikkelen gebruiksfase. Andere negatieve effecten op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, worden wél uitgesloten. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde vogels, vleermuizen en amfibieën uitsluitend benut als foerageergebied. Grondgebonden zoogdieren bezetten mogelijk een vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied. Grondgebonden zoogdieren (huisspitsmuis en veldmuis) bezetten in het plangebied mogelijk een vaste rust- of voortplantingsplaats.

Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een grondgebonden zoogdier gedood en wordt mogelijk een vaste rust- en voortplantingsplaats van deze soort beschadigd of vernield. De in het plangebied voorkomende beschermde grondgebonden zoogdieren mogen niet gedood worden. Voor het beschadigen/vernielen van de rust- en voortplantingsplaats geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen. Om te voorkomen dat er beschermde grondgebonden zoogdieren (opzettelijk) gedood worden, dienen ze weggevangen te worden en elders weer losgelaten te worden (zie tabel onder voor toepasbare vangmiddelen). De betekenis van het plangebied als foerageergebied is, voor de in het plangebied voorkomende soorten, niet beschermd. Mits geen grondgebonden zoogdieren (opzettelijk) gedood worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden. Resultaten van toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden samengevat: • Stikstofberekening uitvoeren voor zowel de ontwikkel- als gebruiksfase; • Geen beschermde grondgebonden zoogdieren doden (verjagen, wegvangen of ontheffing aanvragen);

3

HOOFDSTUK 1

INLEIDING Er zijn plannen voor het bouwen van een nieuwe onderzoekskas op het perceel ten oosten van de bestaande onderzoekskas van Eurofins aan de Reethsestraat 17b in Elst. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming (soorten en Natura 2000-gebied) en de Omgevingsverordening Gelderland (Gelders Natuurnetwerk).

Doel van deze rapportage: De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende (milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocol op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.

4

HOOFDSTUK 2

HET PLANGEBIED

2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd op het adres Reethssestraat 17b in Elst in de gemeente Overbetuwe. Het ligt ten zuidwesten van het dorp Elst en wordt omgeven door landelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).

5

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied is het perceel ten oosten van de grote kas van Eurofins aan de Reethsestraat 17b in Elst. Het perceel bestaat in de huidige situatie voor de helft uit grasland en de andere helft uit bouwland.

Luchtfoto en begrenzing van het plangebied (gele lijn) (bron:ruimtelijkeplannen.nl.

6

HOOFDSTUK 3

VOORGENOMEN ACTIVITEITEN

3.1 Algemeen Er zijn plannen voor het bouwen van een nieuwe onderzoekskas op het perceel ten oosten van de bestaande onderzoekskas van Eurofins aan de Reethsestraat 17b in Elst.

Plattegrond van het wenselijke eindbeeld (bron: Rombou)

De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Uitvoeren grondverzet; • Bouwen nieuwe onderzoekskas; • Exploitatie nieuwe onderzoekskas;

3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: • Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden; Mogelijke permanente invloeden: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; • Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten;

7

3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals grondverzet en bouwwerkzaamheden. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: Om de effecten van een voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het soms van belang ook buiten het plangebied te kijken. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het plangebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties. 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied is gelijk aan het plangebied.

8

HOOFDSTUK 4

TOETSINGSKADERS

4.1 Algemeen In dit Hoofdstuk worden de diverse toetsingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.

In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): • lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); • lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; • lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; • lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: • onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; • onderdeel b.

de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of 9

•

onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb een ontheffing te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig.

4.4 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Gelderland zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Gelderland

4.5 Wet natuurbescherming; Houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermd het areaal bos in ons land. Houtopstanden die voldoen aan één van onderstaande criteria vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Dit geldt voor bossen, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen en beplanting van bosplantsoen. De opstand moet buiten het erf liggen. - De houtopstand ligt buiten de bebouwde kom houtopstanden en vormt een zelfstandige eenheid groter dan 10 are (1.000m2); - De houtopstand ligt buiten de bebouwde kom houtopstanden en vormt een rijbeplanting van meer dan 20 bomen. (Er wordt in het voorliggende plan geen bos gekapt en dus is de Wet natuurbescherming; Houtopstanden niet van toepassing.)

10

HOOFDSTUK 5

GEBIEDSBESCHERMING

5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000gebied en het Gelders Natuurnetwerk. 5.2 Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk. Het Gelders Natuurnetwerk is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Een groot deel van de Gelderse natuurgebieden is internationaal beschermd: de Natura 2000-gebieden. Juist in deze gebieden moet de biodiversiteit worden behouden of verbeterd. De provincie geeft in het natuurbeleid prioriteit aan het behalen van de Natura 2000-doelen in de Natura 2000-gebieden. Het Gelders Natuurnetwerk vervult daarnaast een belangrijke rol bij het behoud van de biodiversiteit. De Ecologische verbindingszones maken voor een klein deel uit van het Gelders Natuurnetwerk. De provincie wil de natuur van het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone beschermen tegen aantasting en heeft daarom regels opgenomen in de Omgevingsverordening. Centraal staat de versterking van de kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten bestaan uit bestaande natuurwaarden, uit nog te ontwikkelen potentiële waarden en de omgevingscondities zoals stilte.

De (nog te ontwikkelen) natuurwaarden zijn beschreven en als bijlage bij de Omgevingsverordening opgenomen. De omgevingscondities zijn in de bijlage bij de Omgevingsverordening wel benoemd, maar er heeft geen provincie dekkende inventarisatie plaatsgevonden. Bij projecten kan op maat een effectbeschrijving worden gemaakt voor de relevante omgevingscondities. Ligging t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone Het plangebied ligt op minimaal 610 meter van gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Go

610 meter afstand tussen het plangebied en de gronden die tot het GNN behoren

GNN Ligging van Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid. Gronden die tot de Gelders Natuurnetwerk behoren worden 11

met de donkergroene kleur aangeduid. Gronden die tot Groene ontwikkelingszone behoren worden met de lichtgroene kleur aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

Beschermingsregime De bescherming van het Gelders Natuurnetwerk kent geen externe werking. Toetsing aan provinciaal beleid Omdat het plangebied buiten Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Gelders Natuurnetwerk.

5.3 Natura 2000 De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Beschermingsregime De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: • de leefgebieden van vogels; • de natuurlijke habitats of habitats van soorten (art. 2.1 Wet natuurbescherming); De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op (art. 2.3 Wet natuurbescherming).

In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt. Nederland past een vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend door provincies of door het ministerie van LNV. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden. Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelf óf in combinatie met andere plannen en projecten, de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen niet significant negatief mogen beïnvloeden. Elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan een ‘voortoets’. Uit de voortoets moet blijken of kan worden uitgesloten dat de gewenste werkzaamheden/ontwikkelingen een (significant) negatief effect hebben (op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten). Voor alle Natura 2000-gebieden dient een beheerplan te zijn opgesteld waaruit duidelijk wordt welke activiteiten wel en niet zonder vergunning mogelijk zijn in en nabij die gebieden. Ligging van het plangebied t.o.v. Natura-2000 Het plangebied ligt op minimaal 2,28 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is Rijntakken.

Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natura 2000gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.

12

2,28 kilometer afstand tussen het plangebied en de gronden die tot Natura 2000 behoren

Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de blauwe cirkel aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de groene en blauwe kleur aangeduid (bron: aerius.caclulator.nl).

Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten Het plangebied is niet zichtbaar vanuit Natura 2000-gebied. Negatieve effecten, zoals geluid, licht en optische verstoring zijn daarom niet aan de orde. Ook zijn in het Natura 2000-gebied geen negatieve effecten, zoals trillingen waarneembaar. Met uitzondering van het aspect stikstof, kunnen negatieve effecten op Natura 2000-gebied uitgesloten worden. Beoordeling stikstof (ontwikkelfase) Ten behoeve van de totale ontwikkeling, wordt materieel met een verbrandingsmotor ingezet en vindt er een tijdelijke toename plaats van verkeersbewegingen als gevolg van de afvoer van afval, de aanvoer van bouwmateriaal en vervoer van materieel en personeel. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen plangebied en Natura-2000 gebied, kan een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied tijdens de ontwikkelfase op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is een stikstofberekening voor de ontwikkelfase vereist. Beoordeling stikstof (gebruiksfase) Het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied neemt toe ten opzichte van de huidige situatie als gevolg van de exploitatie van de nieuwe kas.

Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de afstand tot Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden tijdens de gebruiksfase, op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is een stikstofberekening voor de gebruiksfase vereist.

5.4 Slotconclusie Het plangebied behoort niet tot Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het GNN en Go, omdat de bescherming van het GNN en Go geen externe werking kent. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van 13

de emissie van stikstofoxiden, kan op voorhand niet worden uitgesloten. Om te onderzoeken of uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden voor de ontwikkelen gebruiksfase. Andere negatieve effecten op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, worden wél uitgesloten.

14

HOOFDSTUK 6

SOORTENBESCHERMING

6.1 Verwachting en bureauonderzoek 6.1.1 Algemeen Bij het bepalen van de mogelijke aantasting van beschermde soorten is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: • Bronnenonderzoek (o.a. internet en de Nationale databank flora en fauna); • Veldbezoek op 4-10-2023 door ervaren ecoloog; 6.1.2 Bronnenonderzoek Op 3 oktober 2023 is de NDFF geraadpleegd en is gekeken of waarnemingen van beschermde planten en dieren aanwezig zijn in de databank. In de NDFF zijn elf waarnemingen opgenomen in de directe omgeving van het plangebied. Op het erf zijn twee boerenzwaluwen, een braamsluiper, een huiskrekel en zes algemene en veelvoorkomende vaatplanten waargenomen. Aan de andere kant van de weg zijn op het agrarische cultuurland 30 kauwen waargenomen. Op onderstaande afbeelding worden de waarnemingen en het zoekgebied in de NDFF weergegeven.

Met de zwarte lijn wordt het zoekgebied weergegeven. De verspreiding van alle bekende records in het plangebied worden met de groene stippen aangeduid (bron: NDFF).

6.2 Veldonderzoek In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied op 4 oktober 2023 tijdens de daglichtperiode (middag) bezocht. Het onderzoeksgebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Het gebied is visueel en auditief onderzocht. Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van een verrekijker (Swarovski 12x50) en zijn de in

15

dit rapport opgenomen afbeeldingen gemaakt. De onderzoeker beschikte tevens over een warmtebeeldcamera (Helion Pulsar xq28). Methode per soortgroep Vogels Het gebied is visueel en auditief onderzocht op het voorkomen van (broed)vogels. De onderzoeksperiode is matig geschikt voor onderzoek naar (broed)vogels. Vogels vertonen doorgaans geen territoriumindicerend gedrag en vogels hebben doorgaans geen bezet nest in deze tijd van het jaar. De meeste trekvogels hebben het broedgebied verlaten en zijn op weg naar de overwinteringsgebieden. In het plangebied is gekeken en geluisterd naar vogels, (oude) nesten en sporen die op de aanwezigheid van nesten in het plangebied duiden, zoals prooiresten (roofvogels), schijtsporen, braakballen, ruiveren (roofvogels), eierdoppen en zichtbaar nestmateriaal. Op basis van een beoordeling van de landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het onderzoeksgebied voor vogels en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar vogels. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied is visueel onderzocht op het voorkomen van beschermde grondgebonden zoogdieren. De onderzoeksperiode is geschikt voor verspreidingsonderzoek, maar ongeschikt voor onderzoek naar voortplantingslocaties omdat grondgebonden zoogdieren doorgaans geen zogende jongen hebben in deze tijd van het jaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=e6e6af42-dd7c-4552-b960-eaaea2da46ad