CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

25-03-11.11 Relevant stuk 1, Integraal Huisvestingplan Onderwijs 2025-2040-def

Gemeenteraadsvergadering 11 maart 2025, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2025-204015.027 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Integraal huisvestingsplan gemeente Overbetuwe It takes a whole village to raise a child februari 2025 – definitief

de M

2025 - 2040

Inhoudsopgave Voorwoord door wethouder ...................................................................... 3 1. Inleiding .......................................................................................... 5 1.1 Aanleiding IHP ............................................................................................... 5 1.2 Status uitvoering projecten SHP .................................................................... 5 1.3 Doelstelling en inhoud IHP ............................................................................. 6 1.4 Werkwijze en proces ...................................................................................... 7 1.5 Leeswijzer ...................................................................................................... 7 2. Visie en speerpunten ......................................................................... 8 3. Kaders en uitgangspunten ................................................................ 10 3.1 Wettelijk kader ............................................................................................ 10 3.1.1 Zorgplicht gemeente en instandhoudingsplicht schoolbesturen ..........10 3.1.2 Verordening voorziening onderwijshuisvesting en IHP .........................10 3.1.3 Systeem financiering onderwijshuisvesting ..........................................

11 3.1.4 Nieuwe wetgeving ‘doelmatige aanpak onderwijshuisvesting’ ............. 11 3.1.5 Bouwheerschap.....................................................................................12 3.1.6 Eigendom onderwijshuisvesting ...........................................................12 3.1.7 Doordecentralisatie...............................................................................12 3.1.8 Didam-arrest ......................................................................................... 13 3.1.9 Opheffingsnorm en stichtingsnorm ...................................................... 13 3.2 Gemeentelijk beleid en kaderstelling IHP .................................................... 14 3.2.2 Passend onderwijs en inclusief onderwijs .............................................. 17 3.2.3 Capaciteit schoolgebouw ......................................................................18 3.2.4 Duurzaamheid.......................................................................................18 3.2.5 Kwaliteit onderwijshuisvesting en uitgangspunten buitenruimte ........ 19 3.3 Communicatie, rollen en verantwoordelijkheden ........................................

21 3.3.1 OOGO ...................................................................................................21 3.3.2 Programmatische aanpak .....................................................................21 3.3.3 Maatwerk ............................................................................................. 22 3.4 Borging haalbaarheid en continuïteit IHP .................................................... 22 3.4.1 Reservering financiën ........................................................................... 22 3.4.2 Actualiseren van IHP ............................................................................ 22

4. Het onderwijslandschap in Overbetuwe ............................................. 23 4.1 Demografische ontwikkelingen en prognoses ............................................. 23 4.2 Prognoses leerlingenontwikkeling per school en per kern ........................... 24 4.3 Ruimtebehoefte en capaciteit ..................................................................... 25 4.4 Het onderwijslandschap in één overzicht..................................................... 26 5. Bewegingsonderwijs ........................................................................ 27 6. Financiën en meerjarenplanning ....................................................... 28 6.1 Financiën onderwijshuisvesting ................................................................... 28 6.2 Uitgangspunten investeringsbedragen........................................................ 29 6.3 Uitgangspunten investering, rente en afschrijven ....................................... 30 6.4 Prioritering planning projecten onderwijshuisvesting................................... 31 6.5 Toelichting planning per kern ...................................................................... 32 6.5.1 Driel ......................................................................................................

32 6.5.2 Elst ........................................................................................................ 33 6.5.3 Herveld ................................................................................................. 34 6.5.4 Heteren ................................................................................................. 34 6.5.5 Oosterhout ........................................................................................... 35 6.5.6 Randwijk ............................................................................................... 35 6.5.7 Valburg ................................................................................................. 36 6.5.8 Zetten ................................................................................................... 36 6.6 Financiële planning ......................................................................................... 37 7. Ontwikkelagenda ........................................................................... 39 BIJLAGEN: BIJLAGE 1: Kwantitatieve gegevens per schoolbestuur PO en VO BIJLAGE 2: Locaties onderwijshuisvesting Overbetuwe BIJLAGE 3: Financiële doorrekening kapitaallasten BIJLAGE 4: Factsheets: overzicht data per schoollocatie

de Mevrouwen & Maardt | IHP primair, speciaal en voortgezet onderwijs Gemeente Overbetuwe | februari 2025 – definitief

2

Voorwoord door de wethouder In onze gemeente staan de ontwikkeling en verbetering van onderwijshuisvesting hoog op de agenda. Kinderen brengen immers een groot gedeelte van hun tijd door op school. Een gezonde, stimulerende en prikkelende leeromgeving draagt aantoonbaar bij aan leerontwikkeling van opgroeiende kinderen. De gemeente en schoolbesturen zijn daar samen wettelijk voor verantwoordelijk. Met dit integraal huisvestingsplan 2025 – 2040 (IHP) willen we niet alleen de fysieke staat van de scholen aanpakken, maar ook de pedagogische en didactische mogelijkheden optimaliseren. Hierbij is de rol van kinderopvangorganisaties cruciaal, aangezien zij een belangrijke schakel vormen in de doorgaande lijn van ontwikkeling voor kinderen van 0 tot 13 jaar. Dit IHP is de actualisatie van het strategisch huisvestingsplan 2020-2036 (SHP). In het SHP is een heldere visie uitgewerkt ‘It takes a whole village to raise a child’. Met dit IHP wordt de volgende stap gezet invulling te geven aan deze visie en om de kwaliteit van de schoolgebouwen in Overbetuwe te verbeteren. In de uitwerking van dit IHP is er nauw samengewerkt met de verschillende beleidsterreinen en financiën om de uitvoerbaarheid te borgen. Door onze krachten te bundelen, kunnen we gericht investeren in de toekomst van onze kinderen en tegelijkertijd de unieke behoeften van elke onderwijsinstelling in kaart brengen.

Deze integrale aanpak zorgt ervoor dat we niet alleen voldoen aan de wettelijke verplichtingen, maar ook dat we duurzame, inspirerende en motiverende leeromgevingen realiseren. Samen werken we aan onderwijshuisvesting die niet alleen voldoet aan de huidige eisen, maar ook voorbereid is op de uitdagingen van de toekomst. Wethouder onderwijs Evert Westerbeek

de Mevrouwen & Maardt | IHP primair, speciaal en voortgezet onderwijs Gemeente Overbetuwe | februari 2025 – definitief

3

Dit IHP is een consensusdocument tussen schoolbesturen en de gemeente Overbetuwe. De schoolbesturen zijn: Primair onderwijs ▪ Christelijk Primair Onderwijs Veenendaal, Zetten, Ochten (CPOV) ▪ Scholengroep Lingerijn ▪ Stichting Scholen met de Bijbel in de Betuwe (SSBB) ▪ Trivium Onderwijs ▪ Wonderwijs Voortgezet onderwijs ▪ Quadraam ▪ Scholengroep Lingerijn Speciaal (voortgezet) onderwijs ▪ Stichting De Onderwijsspecialisten Kinderopvangorganisaties De kinderopvangorganisaties zijn betrokken bij het IHP om met elkaar concreter invulling te geven aan kindcentra in relatie tot de doorgaande leerlijnen voor kinderen van 0-13 jaar en waar mogelijk 0-18 jaar. ▪ De Kikkerkoning ▪ Kinderopvang Ukkie Puk ▪ Koningskinderen ▪ Kluppluz ▪ Nannies ▪ Partou ▪ Skar

de Mevrouwen & Maardt | IHP primair, speciaal en voortgezet onderwijs Gemeente Overbetuwe | februari 2025 – definitief

4

1.

Inleiding

1.1 Aanleiding IHP In 2020 is het Strategisch huisvestingsplan (SHP) voor de gemeente Overbetuwe vastgesteld. In dit SHP werd met een strategische bril 16 jaar vooruitgekeken naar de onderwijshuisvesting voor zowel het primair onderwijs en kinderopvang, het voortgezet onderwijs en het speciaal onderwijs. In het SHP zijn de visie en ambitie vertaald en uitgangspunten vastgelegd voor een integrale aanpak van de onderwijshuisvesting voor het behoud van keuzevrijheid, een goede spreiding, bereikbaarheid en passend onderwijs.

1.2 Status uitvoering projecten SHP In 2019 is voor het Strategisch Huisvestingsplan (SHP) een QuickScan per schoollocatie uitgevoerd. In de Quick Scan zijn alle schoolgebouwen beoordeeld op de volgende 6 criteria: Bouwkundige staat, Veiligheid, Binnenmilieu, Exploitatie, Onderwijskundige kwaliteit en Uitstraling gebouw. De schoolgebouwen die gewogen het laagst scoorden op de verschillende onderdelen, zijn in de planning als hoogste prioriteit aangemerkt om als eerste te vervangen of te renoveren.

Sindsdien zijn er verschillende ontwikkelingen geweest waardoor het SHP niet langer actueel en passend is. Voorbeelden hiervan zijn de veranderingen in de demografische ontwikkelingen van de gemeente Overbetuwe en de omliggende groeigemeenten zoals Nijmegen Noord en Arnhem. Daarnaast zijn er heldere visies vastgesteld, die nog altijd passend zijn, maar waarvan de doorvertaling in praktijk is blijven liggen. Daarom is er een noodzaak voor het concretiseren van een aantal uitgangspunten. Ten slotte is een aantal projecten voor vervangende nieuwbouw vertraagd. Dat heeft gevolgen voor de totale planning. Daarom heeft de gemeente Overbetuwe, in samenwerking met de schoolbesturen, besloten om een Integraal Huisvestingsplan (IHP) op te stellen. Het IHP is een consensusdocument.

Door verschillende omstandigheden zijn meerdere projecten uit fase 1 van het SHP (uitvoering 2020-2024) nog niet uitgevoerd. In 2021 is de nieuwbouw voor OBC Elst opgeleverd. Daarnaast zijn er 2 extra projecten aan de planning toegevoegd, namelijk de permanente uitbreiding van het Lyceum Elst en uitbreiding of een extra basisschoollocatie voor een van de scholen van Brede School De Zon. Voor beide projecten geldt dat er forse structurele ruimtetekorten zijn. In opvolging van het SHP is er met de volgende projecten gestart:

Het IHP is een doorontwikkeling en actualisatie van het SHP. Anders dan het SHP, krijgt het IHP een wettelijke status. Per 1 augustus 2025 treedt naar verwachting de nieuwe wetgeving ‘doelmatige aanpak onderwijshuisvesting’ in werking. Een onderdeel daarvan is dat het IHP een verplichting is per gemeente. Voorsorterend op de nieuwe wetgeving, worden in dit IHP afspraken vastgelegd. Dat betekent dat het IHP een geïntegreerde, toekomstgerichte visie geeft op de onderwijshuisvesting. Dit plan schetst niet alleen strategische kaders, maar beschrijft ook concrete stappen en investeringen om deze visie te realiseren.

Elst ▪ Permanente uitbreiding Lyceum Elst, Stichting Quadraam. ▪ Uitbreiding of extra locatie basisschool in het westen van Elst, locatie volgt. ▪ Maatwerk: Brede School de Plataan, vanwege een structureel ruimtetekort op deze locatie. Deze projecten in Elst zijn toegevoegd aan de planning van de eerste fase van het SHP, vanwege de urgentie en wettelijke plicht om te voorzien in voldoende onderwijshuisvesting. Driel ▪ Vervangende nieuwbouw van basisschool De Meeuwenberg op de locatie van de voormalige basisschool De Vallei. ▪ Maatwerk: Basisschool De Kameleon, vanwege structureel ruimtetekort op deze locatie. (toegevoegd aan de planning ten opzichte van het SHP)

de Mevrouwen & Maardt | IHP primair, speciaal en voortgezet onderwijs Gemeente Overbetuwe | februari 2025 – definitief

5

Oosterhout ▪ Vervangende nieuwbouw voor basisschool Sam-Sam. Zetten ▪ Vervangende nieuwbouw voor basisschool Dominee van Lingen. 1.3 Doelstelling en inhoud IHP Doelstelling Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) geeft een doorkijk van 16 jaar voor de onderwijshuisvesting in de gemeente Overbetuwe en heeft als doel: ▪ Gezamenlijk werken aan een integrale benadering van huisvesting vanuit visie, demografische en maatschappelijke ontwikkelingen, ruimte en financiën. ▪ Realiseren van toekomstbestendige en duurzame huisvesting van onderwijsvoorzieningen. De basis van een IHP: Wet- en regelgeving Het IHP is gebaseerd op de huidige wet- en regelgeving. De Wet op het primair onderwijs (WPO), Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en Wet op expertisecentra (WEC) vormen het wettelijke kader waarin de verantwoordelijkheden en verplichtingen van de gemeente en schoolbesturen zijn vastgelegd.

Het IHP bouwt verder op de visie en ambitie zoals deze vastgelegd zijn in het Strategisch Huisvestingsplan (SHP). De uitgangspunten uit het SHP worden in het IHP verder geconcretiseerd passend bij de huidige maatschappelijke ontwikkelingen en financiële situatie. Dat zorgt ervoor dat iedereen die in de gemeente Overbetuwe aan de slag gaat met onderwijshuisvesting, dezelfde taal spreekt en dat de ambities en de meerjarenplanning realistisch zijn. Inhoudelijke beleidsdoelstellingen en ambities Het IHP gaat verder dan wettelijke vereisten door ook de beleidsambities van gemeente en schoolbesturen op te nemen. Zo kunnen beide partijen hun eigen (financiële) planning maken en verantwoordelijkheid nemen voor goed gebouwbeheer. Daar waar we het hebben over kindcentra, zijn ook de kinderopvangorganisaties partner in de gesprekken en de formulering van de doelstellingen en uitgangspunten. Flexibiliteit en inspelen op ontwikkelingen Het is van belang dat het IHP voldoende flexibiliteit biedt om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen en veranderingen. Het IHP wordt tweejaarlijks geëvalueerd en waar nodig bijgesteld om te blijven voldoen aan de behoeften voor onderwijshuisvesting. Elke 4 jaar wordt het IHP geactualiseerd.

Daarnaast anticiperen we met dit IHP voor op het aankomende wetsvoorstel voor 'doelmatige aanpak onderwijshuisvesting'. Het wetsvoorstel bestaat uit vier onderdelen: ▪ De verplichting voor het vaststellen van een integraal huisvestingplan (IHP) voor gemeenten en een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor schoolbesturen. ▪ Een zorgplicht van het schoolbestuur voor een gezond binnenklimaat. ▪ Het deels opheffen van het investeringsverbod in het primair onderwijs. ▪ Het opnemen van levensduurverlengende renovatie als voorziening in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Voortbouwen op het Strategisch Huisvestingsplan de Mevrouwen & Maardt | IHP primair, speciaal en voortgezet onderwijs Gemeente Overbetuwe | februari 2025 – definitief

6

Borging uitwerking uitgangspunten van dit IHP Middels een ontwikkelagenda worden richtinggevende uitgangspunten uit het IHP concreet uitgewerkt. Dit gaat onder meer over het verhuurbeleid voor kindcentra en rolverdeling per project.

Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) wordt vastgesteld tijdens het Op Overeenstemming Gerichte Overleg (OOGO1). Tijdens het OOGO geven de schoolbesturen hun goedkeuring op het IHP. Daarna gaat het IHP door naar de bestuurlijke besluitvorming door de Raad.

1.4 Werkwijze en proces Om te komen tot dit IHP hebben er verschillende bijeenkomsten en gesprekken plaatsgevonden: ▪ Startoverleg met alle schoolbesturen. ▪ Bilaterale gesprekken met de wethouder, verschillende beleidsambtenaren van onder meer vastgoed, sportaccommodaties, jeugd, duurzaamheid en financiën en alle schoolbesturen. ▪ Twee dagen waarin visie, ambitie en kaders besproken zijn met alle schoolbesturen, de wethouder en verschillende betrokken beleidsambtenaren. ▪ Tweemaal een raadsinformatieavond: eenmaal aan het begin van het proces, eenmaal voor afronding van het IHP. ▪ Themabijeenkomst met het college van burgemeester en wethouders. ▪ Tweemaal bespreking van het concept IHP met alle schoolbesturen. ▪ Themabijeenkomst met de kinderopvangorganisaties in de gemeente.. ▪ Bespreking van de volgende conceptversie IHP met de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. ▪ Extra bilaterale gesprekken met de wethouder, een aantal schoolbesturen en bepaalde expertises binnen de gemeente zoals duurzaamheid en financiën.

1.5 Leeswijzer Achtereenvolgend worden in dit IHP de volgende thema’s uitgewerkt: ▪ Visie en ambitie. ▪ Kaders en uitgangpunten. ▪ Het onderwijslandschap in Overbetuwe. ▪ Bewegingsonderwijs. ▪ Huisvestingsstrategie: o Planning en fasering van de projecten. o Financiële planning. ▪ Ontwikkelagenda voor uitvoering en implementatie.

De informatie uit deze bijeenkomsten en gesprekken met betrokkenen is samen met de informatie uit het SHP 2020 en gegevens van de schoolgebouwen, zoals ruimtebehoefte en boekwaarden, uitgewerkt naar (bestuurlijke) kaders en een prioritering met de bijbehorende planning voor de projecten. Deze voorstellen zijn getoetst in de overleggen met de schoolbesturen en de gemeente. Waar nodig zijn de voorstellen bijgesteld.

1

Het OOGO is een overleg tussen schoolbesturen en gemeente en wordt twee keer per jaar georganiseerd. de Mevrouwen & Maardt | IHP primair, speciaal en voortgezet onderwijs Gemeente Overbetuwe | februari 2025 – definitief

7

2. Visie en speerpunten Visie en ambitie op onderwijshuisvesting: "It takes a whole village to raise a child" De gemeente, schoolbesturen en kinderopvangpartners omarmen het motto "It takes a whole village to raise a child". Dat betekent dat ze samenwerken aan de ononderbroken ontwikkeling van kinderen en kansengelijkheid voor alle kinderen. Goede onderwijshuisvesting is hierbij onmisbaar. Het doel is om leeromgevingen te realiseren waarin kinderen en jongeren optimaal kunnen groeien, zowel in hun persoonlijke ontwikkeling als in hun onderwijsprestaties. Tegelijkertijd is er aandacht voor het welzijn van álle gebruikers in de gebouwen. Goede onderwijshuisvesting draagt immers aantoonbaar bij aan betere concentratie en leerprestaties van kinderen en verhoogt het welbevinden van leerkrachten en ondersteunend personeel. Dat leidt tot minder ziekteverzuim en meer werkplezier. Daarbij is een goed gebouw ook een visitekaartje voor (nieuw) personeel en leerlingen.

Ook zullen er kavels vrijvallen voor bijvoorbeeld woningbouw omdat op een aantal locaties twee scholen onder één dak worden gehuisvest. Alleen met elkaar in verbinding wordt de visie "It takes a whole village to raise a child" waargemaakt. Huisvesting volgt visie; uitvoering is pragmatisch en functioneel. Dat betekent dat met het vaststellen van dit IHP het college en de Raad zich conformeren aan de consequenties voor planning, ruimtelijke ordening en financiën. Ontwikkelagenda Het IHP is kaderstellend en geeft richting op hoofdlijnen. Daarnaast is er een aantal thema’s die meer in detail uitgewerkt moeten worden, en mogelijk met meerdere partners, zoals bij het verhuurbeleid kindcentra. Deze thema’s worden in hoofdstuk 7 vastgelegd onder de noemer ‘ontwikkelagenda’.

Een school is dé plek waar kinderen samenkomen. Daarom wordt er vanaf het begin al nauw samengewerkt tussen opvang, onderwijs en andere partners die ondersteunend kunnen zijn aan de ontwikkeling van een kind. De voorkeur gaat uit naar huisvesting onder één dak van de verschillende partners, maar een netwerksamenwerking is ook mogelijk. Op wijkniveau wordt per locatie de behoefte voor wel of geen kinderopvang onder één dak vastgesteld en het aanbod wordt daarop afgestemd. Dit vraagt om continue dialoog en gezamenlijke besluitvorming. Met dit IHP wordt de langetermijnplanning vastgelegd, waarbinnen ruimte is voor maatwerk per locatie. De gemeente is verantwoordelijk voor goede maatschappelijke voorzieningen. Met akkoord op dit IHP kan de gemeente samen met haar schoolbesturen bouwen aan toekomstbestendige onderwijshuisvesting en bijdragen aan het behalen van doelen vanuit het coalitieakkoord, zoals CO2reductie, vergroten van leefbaarheid en inzetten op kansengelijkheid.

de Mevrouwen & Maardt | IHP primair, speciaal en voortgezet onderwijs Gemeente Overbetuwe | februari 2025 – definitief

8

De visie voor dit IHP wordt vertaald in de volgende speerpunten:

Speerpunten inhoudelijk

Speerpunten fysieke omgeving

▪

▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Realiseren van een doorlopende leerlijnen van 0 – 18 jaar; focus op 2 – 12 jaar. Versterken van de verbinding tussen opvang, onderwijs en ondersteuning/ zorg. Verkleinen kloof tussen kinderen uit ‘kansrijke’ en ‘kansarme’ gezinnen. Waarborgen van diversiteit aan onderwijsaanbod en keuzevrijheid voor ouders voor het type onderwijs. Thuis nabij onderwijs voor ieder kind: inzetten op inclusief en/of passend onderwijs. Fijne schoolomgeving voor elk kind en professional.

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Kinderopvang en onderwijs daar waar mogelijk samen onder één dak. De leeromgeving is fris en gezond. De bouwstructuur geeft mogelijkheden voor flexibiliteit en meervoudig ruimtegebruik. Degelijke en toekomstbestendige bouwkwaliteit. De schoolpleinen zijn onderdeel van de leeromgeving. Beperken van exploitatielasten, door effectief aan de voorkant te investeren in duurzaamheid, detaillering en kwaliteit van de materialen.

de Mevrouwen & Maardt | IHP primair, speciaal en voortgezet onderwijs Gemeente Overbetuwe | februari 2025 – definitief

9

3.

Kaders en uitgangspunten

3.1 Wettelijk kader 3.1.1 Zorgplicht gemeente en instandhoudingsplicht schoolbesturen De gemeente heeft een wettelijke verantwoordelijkheid om te zorgen voor adequate huisvesting in het Primair Onderwijs, (Voortgezet) Speciaal Onderwijs en Voortgezet Onderwijs. Dit geldt voor nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. Het onderhoud en de exploitatie van de gebouwen zijn de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. De verantwoordelijkheden voor onderwijshuisvesting zijn als volgt gedefinieerd2:

Schoolbesturen Verantwoordelijk voor het onderhoud, aanpassingen en exploitatie van de schoolgebouwen. ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Vervanging eerste inrichting Binnenonderhoud Buitenonderhoud Aanpassingen Meerjarenonderhoudsplanningen (MJOP’s) Buitenruimte (afhankelijk van de situatie) / tuinonderhoud

Gemeente Verantwoordelijk voor voldoende en adequate onderwijshuisvesting: (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding. ▪ Uitbreiding en tijdelijke huisvesting ▪ (Vervangende) nieuwbouw ▪ Eerste inrichting ▪ Herstel constructiefouten ▪ Bewegingsonderwijs (beschikbaar stellen van accommodaties) ▪ Herstel/vervanging bij bijzondere omstandigheden (brand, stormschade, diefstal, vandalisme)

Grijs gebied wettelijk kader > samenwerking Over een aantal thema’s is geen duidelijke demarcatie vastgelegd in de wet. Dit gaat onder meer over: ▪ De verantwoordelijkheid voor het realiseren van de toegenomen eisen voor kwaliteit van de leeromgeving, zoals eisen voor ventilatie, duurzaamheid, toegankelijkheid. ▪ Renovatie, dat bestaat nu niet in de wet. ▪ De verantwoordelijkheid voor ingrijpende aanpassingen in het onderwijsconcept, waardoor aanpassingen in de huisvesting noodzakelijk zijn. In dit IHP leggen de gemeente en schoolbesturen afspraken vast hoe om te gaan met de thema’s die in de wet niet duidelijk zijn begrensd/afgebakend.. De gemeente heeft geen wettelijke zorgplicht voor de huisvesting van kinderopvang. Het kan echter wel voorkomen dat de gemeente investeert in huisvesting voor kinderopvang, daar waar dit past bij de wijk en er voldoende dekking is om de kapitaallasten voor een lange termijn te dekken (verhuur). 3.1.2 Verordening voorziening onderwijshuisvesting en IHP De meest recente Verordening voorziening onderwijshuisvesting van de gemeente Overbetuwe geeft de regels en procedures voor onderwijshuisvesting aan. Deze verordening is grotendeels gebaseerd op de VNG-modelverordening voor uniformiteit.

De verordening beschrijft dus een formeel proces, maar mist een bredere beleidsvisie, strategisch meerjarenperspectief en overzicht van het onderwijslandschap in de gemeente Overbetuwe. De verordening is een instrument om op terug te vallen als gemeente en schoolbesturen er in lijn met dit IHP samen niet uitkomen.

2

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financieringonderwijs/documenten/publicaties/2021/11/23/verantwoordelijkheidsverdeling-huisvesting-scholen de Mevrouwen & Maardt | IHP primair, speciaal en voortgezet onderwijs Gemeente Overbetuwe | februari 2025 – definitief

10

Nadat de nieuwe wetgeving in augustus 2025 is vastgesteld, wordt daarop de landelijke Modelverordening aangepast. Zodra de nieuwe Modelverordening is vastgesteld, gaat de gemeente de Verordening voorzieningen onderwijshuisvesting actualiseren en op maat maken. Daarbij worden de uitgangspunten van het IHP geïntegreerd, zodat de inhoud van het IHP en de verordening niet met elkaar in conflict komen.

3.1.4 Nieuwe wetgeving ‘doelmatige aanpak onderwijshuisvesting’ Het wetsvoorstel "Doelmatige aanpak onderwijshuisvesting" is gericht op het verbeteren van de efficiëntie en effectiviteit van het onderwijshuisvestingsbeleid. Het wetsvoorstel stelt een aantal maatregelen te nemen om het proces van onderwijshuisvesting te stroomlijnen en beter af te stemmen op de behoeften van scholen en gemeenten.

3.1.3 Systeem financiering onderwijshuisvesting Gemeenten ontvangen van het Rijk een uitkering uit het gemeentefonds voor onderwijshuisvesting. De hoogte van de uitkering uit het gemeentefonds wordt berekend op basis van het aantal leerlingen in de gemeente voor primair onderwijs en het aantal leerlingen per schoollocatie voor het voortgezet onderwijs.

Tevens is het de verwachting dat de huidige jaarcyclus in de verordening voor aanvragen voor onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere, meerjarige planningscyclus. Het IHP biedt een doorkijk tot 16 jaar vooruit, waardoor er meer stabiliteit en voorspelbaarheid komen in de planning en realisatie van onderwijshuisvesting.

Deze uitkering is niet geoormerkt. Dat houdt in dat de gemeenteraad beslist hoeveel geld wordt vrijgemaakt voor onderwijshuisvesting om aan de wettelijke verplichting te voldoen.

Onderstaand zijn de belangrijkste veranderingen: ▪ Verplicht integraal huisvestingsplan (IHP) Gemeenten moeten samen met schoolbesturen een langetermijnvisie opstellen voor onderwijshuisvesting, met een doorkijk voor 16 jaar. ▪ Meerjarenonderhoudsplan (MJOP): Schoolbesturen zijn verplicht een meerjarenonderhoudsplan op te stellen voor de instandhouding van schoolgebouwen. ▪ Renovatie als voorziening: Renovatie van schoolgebouwen wordt officieel erkend als een voorziening in de huisvesting, waarvoor gemeenten medeverantwoordelijk zijn. ▪ Herdefiniëring van investeringsverbod: Het investeringsverbod wordt eenduidiger beschreven, wat verschillende interpretaties hiervan moet voorkomen. Investeringen in huisvesting moeten zich redelijkerwijs verhouden tot het eigen vermogen en terugverdiend worden binnen 5 – 8 jaar. Investeren door schoolbesturen in uitbreiding blijft niet toegestaan. ▪ Duurzaamheid en binnenklimaat: Er wordt een zorgplicht voor het binnenklimaat en duurzaamheid van schoolgebouwen ingevoerd. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het realiseren van een goed binnenklimaat en de verduurzaming. De gemeenten hebben de plicht om hierbij te ondersteunen. Dit kan door cofinanciering en het bieden van heldere beleidskaders.

Schoolbesturen ontvangen een lumpsumfinanciering van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), waarbij het bedrag per school varieert op basis van factoren zoals leerlingenaantal, leerlingtype en type vestiging (hoofdof nevenvestiging). Schoolbesturen hebben beperkte mogelijkheden om te investeren in huisvesting. Voor het primair onderwijs en het speciaal onderwijs is het alleen toegestaan om te investeren in huisvesting als aantoonbaar is dat een dergelijke investering leidt tot een betere exploitatie en dat sprake is van een passende terugverdientijd. Als een schoolbestuur beschikt over eigen private middelen, is er meer ruimte voor investeren in huisvesting. Schoolbesturen voor het voortgezet onderwijs hebben wettelijk iets meer ruimte om te investeren in huisvesting dan schoolbesturen voor het primair onderwijs. Bij hen is het investeringsverbod in huisvesting in beperktere mate van toepassing.

de Mevrouwen & Maardt | IHP primair, speciaal en voortgezet onderwijs Gemeente Overbetuwe | februari 2025 – definitief

11

3.1.5 Bouwheerschap Het bouwheerschap ligt in principe bij het betreffende schoolbestuur, conform de WPO, WVO en WEC. Als bouwheer (opdrachtgever) zijn de schoolbesturen verantwoordelijk voor de uitvoering van nieuwbouw, vernieuwbouw en renovatieprojecten. Deze projecten moeten door de gemeente geaccordeerd worden en de gemeente stelt het budget beschikbaar. Het budget wordt via een beschikking vrijgegeven aan het betreffende schoolbestuur. Onderdeel van de beschikking, is een samenwerkingsovereenkomst waarin de rollen , verantwoordelijkheden en project specifieke aandachtspunten concreet zijn uitgewerkt.

▪

Op verzoek van het schoolbestuur kan de gemeente de rol van bouwheer overnemen, bijvoorbeeld als het schoolbestuur de expertise niet in huis heeft om het bouwheerschap uit te voeren. Of wanneer het om een complexe bouwopgave gaat, zoals bij meerdere partners onder één dak.

Historische uitzonderingen Echter, in de gemeente Overbetuwe zijn er vanuit het verleden nog enkele uitzonderlijke situaties, waarbij de nabijgelegen kerk eigenaar is van (een deel van) het perceel waarop de school is gevestigd. Dit geldt voor de School met de Bijbel in Randwijk en de Dominee van Lingeschool in Zetten Bij de Willibrordusschool in Herveld is de grond in eigendom van het schoolbestuur en een deel van het speelterrein is van het kerkbestuur.

3.1.6 Eigendom onderwijshuisvesting De schoolbesturen en gemeente hebben beide verantwoordelijkheden voor de onderwijshuisvesting. De verdeling van de verantwoordelijkheden is mede afhankelijk van de eigendomssituatie. In de onderwijshuisvesting is er juridisch eigendom en economisch eigendom/economisch claimrecht3. Het juridisch eigendom van het schoolgebouw kan op verschillende manieren georganiseerd worden. ▪ In principe ligt het juridisch eigendom bij het schoolbestuur. Dit geldt voor solitaire schoolgebouwen en kindcentra. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het onderhoud, beheer en exploitatie. ▪ Schoolbesturen kunnen afzien van het juridisch eigendom. Dat is gebruikelijk wanneer er naast kinderopvang ook andere partners in één gebouw worden gehuisvest, zoals bij Brede Scholen en MFA’s. Dan kan het juridisch eigendom overgedragen worden aan de gemeente (of een derde) en worden er afspraken gemaakt over het onderhoud, het beheer en de exploitatie van het gebouw. Deze afspraken worden vastgelegd in een beheer- en exploitatieovereenkomst. 3

Het economisch claimrecht blijft te allen tijde bij de gemeente en is geregeld in artikel 110 WPO, 108 WEC en 76u WVO. Dat houdt in dat, wanneer een schoolbestuur een gebouw niet meer gebruikt voor het onderwijs, dan geeft het schoolbestuur de grond en het gebouw ‘om niet’ terug aan de gemeente.

Eigendomssituatie van percelen onderwijshuisvesting In de regel blijft de gemeente eigenaar van de grond. In een aantal situaties is bij de overdracht van juridisch eigendom van het schoolgebouw ook de grond overgedragen aan het schoolbestuur. Als het schoolgebouw niet meer wordt gebruikt, wordt ook de grond om niet teruggegeven aan de gemeente.

In de ontwikkelagenda worden de eigenaarssituaties van deze gronden uitgewerkt en interventies ondernomen richting de huidige eigenaren om te komen tot een toekomstbestendige en passende situatie voor de onderwijshuisvesting. Dit kan gaan over een eigendomsoverdracht, het herijken van de overeenkomsten met de scholen of toestemming voor een verbouwing/ sloop-nieuwbouw van de school. 3.1.7 Doordecentralisatie De gemeente kan in overleg met één of meerdere schoolbesturen besluiten om de volledige verantwoordelijkheid voor de onderwijshuisvesting, inclusief nieuwbouw en uitbreiding, over te dragen aan het betreffende schoolbestuur. Dat betekent dat het betreffende schoolbestuur zelf verantwoordelijk is voor het opstellen van huisvestingsplannen, het uitvoeren van bouwprojecten en het beheer en onderhoud van de onderwijsgebouwen. Hiervoor ontvangen de schoolbesturen een jaarlijks vast te stellen budget van de gemeente.

Juridisch versus economisch eigendom | Sdu

de Mevrouwen & Maardt | IHP primair, speciaal en voortgezet onderwijs Gemeente Overbetuwe | februari 2025 – definitief

12

Op dit moment is doordecentralisatie niet aan de orde. Bij de actualisatie van het IHP wordt dit thema besproken. 3.1.8 Didam-arrest Wanneer de gemeente juridisch eigenaar is van het schoolgebouw, moet zij bij het verhuren van een deel van het gebouw aan een commerciële partij, zoals een kinderopvang, rekening houden met het Didam-arrest. Alle partijen die mogelijk geïnteresseerd zijn, moeten gelijke kansen krijgen via een selectieprocedure. Er zijn echter twee uitzonderingen op deze regel: ▪ Als er op basis van rechtmatige (objectieve, toetsbare en redelijke) criteria kan worden aangetoond dat slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt, dan is een selectieprocedure niet verplicht. ▪ In het geval dat het schoolbestuur het juridisch eigendom heeft, is het Didamarrest niet van toepassing en kan het schoolbestuur rechtstreeks een huurovereenkomst sluiten. Let op: Het Didam-arrest is sinds november 2021 van kracht. Het wordt sterk aanbevolen om voorafgaand aan elk project de regels te controleren. Bestaande situaties worden gedoogd en eerder gemaakte afspraken blijven geldig.

4

3.1.9 Opheffingsnorm en stichtingsnorm In het onderwijs wordt gerekend met normen voor het stichten en opheffen van scholen. De norm is gebaseerd op het aantal inwoners en de leerlingendichtheid. Opheffingsnorm De opheffingsnorm voor Overbetuwe voor het primair onderwijs bedraagt 94 leerlingen4; de opheffingsnorm voor het voortgezet onderwijs is per schooltype afhankelijk. In de gemeente Overbetuwe zijn er geen scholen die nu en in de nabije toekomst met het aantal leerlingen onder de opheffingsnorm uitkomen. Voor het speciaal onderwijs zijn er geen opheffingsnormen. Basisschool De Vallei in Driel is per 1 augustus 2024 opgeheven5. Stichtingsnorm In de gemeente Overbetuwe is de stichtingsnorm voor het starten van een nieuwe basisschool 200 leerlingen voor het primair onderwijs. De stichtingsnorm voor het voortgezet onderwijs is per schooltype afhankelijk. Wettelijk geldt bij het stichten van een nieuwe school dat de stichtingsnorm binnen de duur van de onderwijssoort na de start van de bekostiging voor de nieuwe school behaald moet worden. Zo moet een basisschool de norm binnen 8 jaar halen, een havoopleiding moet binnen 5 jaar aan de norm voldoen.

Deze regeling is opnieuw geaccordeerd vanaf 1 augustus 2023.

5 https://www.ad.nl/overbetuwe/democratische-basisschool-de-vallei-in-driel-stopt-

ermee~a353c61d/?cb=5046eb0b-e2d0-495e-8f8c-f6c3e2aa2e3a&auth_rd=1 de Mevrouwen & Maardt | IHP primair, speciaal en voortgezet onderwijs Gemeente Overbetuwe | februari 2025 – definitief

13

3.2 Gemeentelijk beleid en kaderstelling IHP Het coalitieprogramma6 “Duurzaam bruggen slaan” toont op hoofdlijnen de ambities van de coalitie voor de periode 2024-2026. In het coalitieprogramma wordt benadrukt dat investeren in goed onderwijs nodig blijft: een leerling van nu is de sociale, verantwoordelijke en ondernemende volwassene van de toekomst. De vijf speerpunten van het coalitieprogramma zijn: ▪ Duurzame en gezonde samenleving ▪ Leefbare en bereikbare samenleving ▪ Interactie met de samenleving ▪ Inclusieve en participatiesamenleving ▪ Werkende en leren samenleving Met dit IHP dragen we bij aan de uitwerking van het coalitieprogramma. De speerpunten worden integraal meegenomen en in dit document uitgewerkt tot een langetermijnstrategie voor onderwijshuisvesting. In de volgende paragrafen staan de kaderstellende afspraken die de schoolbesturen en de gemeente hebben gemaakt voor toekomstbestendige onderwijshuisvesting. 3.2.1 Doorgaande leerlijnen en kansengelijkheid Om invulling te geven aan de visie “It takes a whole village to raise a child” wordt de ondersteuning voor leren en ontwikkelen rondom het kind georganiseerd. (Integrale) Kindcentra of Brede Scholen zijn een middel om de algemene ontwikkeling en kansengelijkheid te bevorderen voor kinderen van 0-13 jaar.

Kinderopvang en primair onderwijs werken nauw samen aan een doorgaande leerlijn vanuit dezelfde visie en pedagogisch klimaat. Bij voorkeur zijn kinderopvang en onderwijs onder één dak gehuisvest.

Het is echter ook mogelijk om vanuit een netwerksamenwerking te werken aan doorgaande leerlijnen en kansengelijkheid. Voorwaarde is wel dat de kinderopvang samenwerkt met één, maximaal twee scholen, om optimaal aan te sluiten bij het pedagogische aanpak van de betreffende school/ scholen. Dit werkt beter in kleine kernen dan in een grotere kern zoals Elst ,waar er meerdere scholen in hetzelfde voedingsgebied van de kinderopvang liggen. Ook tussen het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs worden de doorgaande leerlijnen zo veel mogelijk doorgezet. Zo werken in de gemeente Overbetuwe basisscholen en middelbare scholen op projectbasis samen aan een doorgaande leerlijn van PO naar VO voor leerlingen van 10-14 jaar. Samenwerking onderwijs en kinderopvang Zowel gemeente als het onderwijs en de kinderopvangorganisaties zien meerwaarde om te investeren in langetermijnrelaties. Hiervoor is behoefte aan een generieke en herkenbare omschrijving van de visie op de ontwikkeling van kinderen in de gemeente Overbetuwe, met een definitie van de doelstellingen, uitgewerkt naar procesafspraken. Uitgangspunten hierbij zijn: ▪ Hoe eerder kinderopvang en onderwijs samenwerken voor de ontwikkeling van kinderen, hoe beter. ▪ Kinderopvang en onderwijs trekken op locatieniveau samen op.

Hierdoor zorgen ze samen voor een pedagogisch klimaat en het spreken van ‘dezelfde taal’ naar ouders en kinderen. ▪ Zoek verbinding met elkaar en wees daarin, waar nodig, creatief in gebruik van ruimten en het organiseren van werkzaamheden. ▪ Heb oog voor de verschillende verplichtingen in de wetgeving voor opvang en onderwijs. Als een kinderopvangorganisatie gehuisvest wordt in de nieuwbouw, is het van belang om de wet- en regelgeving in de Programma’s van Eisen te definiëren. Bestuurlijk gaat de gemeente deze gesprekken faciliteren tijdens de LEAoverleggen (Lokale Educatieve Agenda-overleggen).

de Mevrouwen & Maardt | IHP primair, speciaal en voortgezet onderwijs Gemeente Overbetuwe | februari 2025 – definitief

14

Verhuur aan kinderopvang – bestaande bouw Zoals in 3.1.6 staat, is in principe het schoolbestuur juridisch eigenaar van het schoolgebouw. Wanneer een kinderopvangorganisatie gebruik maakt van leegstaande ruimten, sluit het schoolbestuur een huurovereenkomst af met de kinderopvangorganisatie. De gemeente stelt in samenwerking met het onderwijs en de kinderopvangorganisaties een verhuurbeleid op. Doel van dit verhuurbeleid is dat een duidelijke, gedragen visie wordt vastgelegd over (integrale) kindcentra in de gemeente Overbetuwe en dat er meer eenheid en transparantie is over de tarieven en voorwaarden van verhuur aan kinderopvangorganisaties. Waarbij er wél ruimte is voor maatwerk.

Het opstellen van het verhuurbeleid is onderdeel van de ontwikkelagenda. In het verhuurbeleid worden de volgende thema’s vastgelegd: doelstellingen en visie op kindcentra, uitgangspunten en afspraken. En de hoogte van het huurcomponent van de eigenaarslasten wordt vastgelegd. Er komen twee tarieven: een voor nieuwbouw en een voor bestaande bouw. Voor het bepalen van de tarieven wordt er, waar mogelijk, aansluiting gezocht met de verordening tarieven7 van de gemeente Overbetuwe. Het kan ook zijn dat de verordening tarieven wordt aangepast aan de specifieke situatie voor onderwijshuisvesting. De huur die een school ontvangt, is kostprijsdekkend voor de exploitatielasten van het gebruik van de huurder.

Voorbeelden van thema’s voor maatwerk zijn: ▪ Betreft het een langjarig contract of een contract voor enkele maanden tot één jaar? ▪ Wat is de staat van de huisvesting en wat zijn de mogelijkheden voor gebruik van faciliteiten? o Denk aan wel/ geen gebruik van speelzaal of gymlokaal, gebruik van atelier of doe-lokaal, gebruik van muzieklokaal. ▪ Welke materialen of faciliteiten delen de kinderopvangorganisatie en de school? ▪ Criteria voor de exploitatie en onderhoudsvergoeding per locatie.

Verhuur leegstaande lokalen en groei Het is gebruikelijk dat scholen leegstaande lokalen verhuren aan derden, zoals kinderopvangorganisaties en samen een kindcentrum vormen. Kinderopvang en onderwijs werken dan samen aan doorgaande leerlijnen voor kinderen binnen hetzelfde pedagogische klimaat. De situatie wordt complexer, wanneer de school groeit. De vierkante meters die voor onderwijs bedoeld zijn, kunnen worden opgeëist voor het onderwijs volgens de WPO artikel 110.

Verhuur aan kinderopvang – (ver)nieuwbouw Bij elk nieuwbouwproject wordt onderzocht of de gemeente of de kinderopvang investeert in de ruimten voor kinderopvang. In principe investeert de gemeente niet in ruimte voor kinderopvang, tenzij er structureel onvoldoende kinder-/ peuteropvangplekken zijn in het voedingsgebied. Als de gemeente wel investeert in kinderopvang, ontvangt ze huurinkomsten als dekking voor de kapitaallasten. De exploitatie- en onderhoudslasten zijn voor het schoolbestuur. Het leegstandsrisico wordt afgedekt met een langjarige huurovereenkomst van ten minste 10 jaar.

We zijn ons ervan bewust dat dit schuurt met de ambities voor het realiseren van duurzame relaties tussen onderwijs en kinderopvang en samen werken aan doorgaande leerlijnen. Daarom is het van belang dat bij een dreigend capaciteitstekort onderwijs en kinderopvang hierover tijdig in gesprek gaan, zodat zowel het onderwijs als de opvang samen kunnen blijven werken aan de visie op de ontwikkeling van kinderen en het realiseren van doorgaande leerlijnen: ▪ Onderzoek of er alternatieven zijn om de kinderopvang wel op locatie te houden? o Kan de ruimte effectiever worden benut? o Kan kinderopvang mee-investeren in uitbreiding? ▪ Kinderopvang compenseert bijvoorbeeld de kapitaallasten van de uitbreiding. ▪ Zijn er nabijgelegen locaties beschikbaar?

7

Verordening tarieven gemeentelijke accommodaties 2024 gemeente Overbetuwe | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) de Mevrouwen & Maardt | IHP primair, speciaal en voortgezet onderwijs Gemeente Overbetuwe | februari 2025 – definitief

15

VE-beleid De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht voor Voorschoolse Educatie (VE). De kinderopvangorganisaties zijn verantwoordelijk voor het VE-aanbod. De gemeente subsidieert de kindplaatsen voor kinderen met een (dreigende) (taal)achterstand die een indicatie hebben gekregen van het consultatiebureau voor VE. Om een optimale doorgaande leerlijn te realiseren, is het van belang dat VE-locaties in een school gesitueerd zijn. Op 1 februari 2024 waren er 65 peuters met een VE-indicatie in de gemeente Overbetuwe. De peuters kunnen bij 27 kinderopvangorganisaties terecht, waarvan 20 organisaties een specifiek VE-aanbod aanbieden. De VE-aanbieders zijn SKAR, De Kleine Musketiers, Ukkiepuk en De Kikkerkoning. Het tekstvak op deze pagina geeft de uitgangspunten weer voor opgroeien en ontwikkelen in relatie tot onderwijshuisvesting.

Uitgangspunten doorgaande leerlijnen ▪ Kinderopvang, primair en voortgezet onderwijs werken samen aan doorgaande leer- en ontwikkellijnen voor kinderen van 0-18 jaar. ▪ Elke school8 is onderdeel van een (Integrale) kindcentrum voor het realiseren van een doorgaande leer- en ontwikkellijn voor kinderen van 013 of 2-13 jaar. ▪ In een kindcentrum werken meerdere partners samen aan de ontwikkeling van kinderen vanuit eenzelfde visie op de ontwikkeling van kinderen. ▪ Bij voorkeur wonen en werken kinderopvang en scholen samen onder één dak. Als dit niet mogelijk is, kunnen kinderopvang en een school ook volgens een netwerkmodel samenwerken aan de doorgaande leerlijn. ▪ In een kindcentrum kunnen ook wijkgerelateerde functies gehuisvest worden, mits er aan de voorkant duidelijke en werkbare afspraken zijn over samenwerking, beheer en exploitatie en de borging van hiervan. ▪ Een schoolbestuur kan bij leegstand van de onderwijscapaciteit deze in gebruik geven aan derden, zoals kinderopvang op grond van artikel 108 van de WPO. o Het schoolbestuur heeft hiervoor vooraf toestemming nodig van het college van B&W. ▪ Onderwijscapaciteit is primair bedoeld voor onderwijs. Dat betekent dat bij groei van een school, deze het huurcontract kan opzeggen volgens overeenkomst. ▪ Kinderopvang kan zelf investeren in huisvesting bij nieuwbouw.

Aanvullende afspraken over de eigendomssituatie zijn noodzakelijk. ▪ De gemeente kan investeren in ruimten voor kinderopvang. o Per nieuwbouwproject wordt onderzocht of dit meerwaarde heeft en er voldoende dekking is voor de investering en de kapitaallasten. ▪ Als de gemeente investeert in de ruimten voor kinderopvang, voldoen de tarieven voor de kapitaallasten aan de “verordening tarieven gemeentelijke accommodaties 2024”.

8

indien de mogelijkheden dat toelaten. Als er bijvoorbeeld in een kern geen kinderopvang wordt aangeboden, is het niet mogelijk om lokaal een kindcentrum te vormen. de Mevrouwen & Maardt | IHP primair, speciaal en voortgezet onderwijs Gemeente Overbetuwe | februari 2025 – definitief

16

3.2.2 Passend onderwijs en inclusief onderwijs Passend onderwijs is gericht op het geven van onderwijs dat aansluit bij de specifieke behoeften van leerlingen. Het uitgangspunt is dat elk kind recht heeft op een passende plek in de buurt, zodat elk kind opgroeit met gelijke kansen en leerlingen niet onnodig worden buitengesloten. Alle leerlingen verdienen een plek op een school die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. Passend onderwijs moet ervoor zorgen dat elk kind het beste uit zichzelf haalt. Scholen bieden daarom extra hulp aan leerlingen die dit nodig hebben, zoals kinderen met leer- of gedragsproblemen. Inclusief onderwijs gaat verder dan passend onderwijs. In een inclusieve leeromgeving hebben alle kinderen en jongeren dicht bij huis, volwaardig en gelijkwaardig toegang tot een inclusieve leeromgeving waarin zij zich samen ontwikkelen en samen leren en participeren. Binnen een inclusieve leeromgeving zijn alle kinderen welkom op een school dicht bij huis. Er wordt vanuit een pedagogische basis gewerkt aan de brede ontwikkeling van alle kinderen. Elk kind ontwikkelt zich, wordt gezien en hoort erbij. De kinderen leren met en van elkaar. Het schoolteam is multidisciplinair en biedt de ondersteuning die nodig is om alle kinderen onderwijs te bieden. De inclusieve leeromgeving is toegankelijk voor alle kinderen, leraren en ouders.

De ontwikkeling van inclusief onderwijs is nog volop in beweging en daar wordt aan verschillende tafels aan gewerkt, denk hierbij aan landelijke wetgeving, bekostigingssystematiek, huisvesting, en samenwerking met zorg- en welzijnsorganisaties.

Het doel is om een omgeving te creëren waar alle leerlingen, ongeacht hun achtergrond of beperkingen, samen kunnen leren en meedoen. Een mooi voorbeeld in Overbetuwe is brede school De Plataan, waar de reguliere basisschool De Esdoorn onder één dak samenwerkt met SO-school Lichtenbeek. De leerlingen van beide scholen leren samen en komen met elkaar in contact, wat bijdraagt aan een gevoel van saamhorigheid en samenwerking. Bij de nieuwbouwopgaven in dit IHP worden eventuele ruimtelijke consequenties voor passend onderwijs/ inclusief onderwijs in de initiatieffase vastgelegd. Als passend onderwijs/inclusief onderwijs extra ruimte vraagt bovenop de normatieve ruimtebehoefte moeten de onderbouwing, meerkosten en ruimtelijke consequenties voorgelegd worden aan het college en de gemeenteraad ter accordering. Uitgangspunten passend en inclusief onderwijs ▪ De ruimtebehoefte wordt bepaald op basis van de verordening voorziening onderwijshuisvesting. ▪ Wanneer regulier en speciaal onderwijs onder één dak gehuisvest zijn, dan wordt de ruimtebehoefte bepaald per leerlingtype volgens de verordening. ▪ Als het extra ruimte vraagt om passend onderwijs/ inclusief onderwijs te realiseren, dan moet dat aantoonbaar gemaakt worden met een businesscase waarin ook eventuele dekkingsmogelijkheden worden uitgewerkt. Deze businesscase wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het college.

de Mevrouwen & Maardt | IHP primair, speciaal en voortgezet onderwijs Gemeente Overbetuwe | februari 2025 – definitief

17

3.2.3 Capaciteit schoolgebouw De gemeente en schoolbesturen werken nauw samen om een evenwichtige verdeling van leerlingen over de schoolgebouwen in de gemeente te realiseren. Daarom worden in het IHP en voor elk project de demografische ontwikkelingen gevolgd en leerlingenprognoses nauwgezet geanalyseerd.

3.2.4 Duurzaamheid Duurzaam denken en doen is een gemeenschappelijk belang en wordt vanuit een breed perspectief benaderd: onderwijshuisvesting moet niet alleen functioneel en technisch in orde zijn, maar ook ruimtelijk en toekomstbestendig. Een gezonde leer- en werkomgeving maakt hier vanzelfsprekend deel van uit.

Dit is van belang om enerzijds overbezetting van schoollocaties te voorkomen en anderzijds leegstand van onderwijsfaciliteiten tegen te gaan. Het streven is om 'passende schoolgebouwen' te realiseren.

De gemeente Overbetuwe sluit in haar beleid aan bij de afspraken zoals deze in het Klimaatakkoord van Parijs (2015) zijn vastgelegd. Dat betekent dat de gemeente uitgaat van een CO2-reductie van 95% in 2050 (ten opzichte van 1990) en volledig aardgasvrij in 2050.

De capaciteit van een schoolgebouw moet aansluiten bij het voedingsgebied van de school. Voor het primair onderwijs betekent dit dat er in elke kern, en in grotere kernen in elke wijk, ten minste één school aanwezig is. Voor het voortgezet onderwijs strekt het voedingsgebied zich uit over de gemeente en omliggende dorpen en steden. Een aantal scholen, zoals scholen met een specifieke geloofsovertuiging of een onderscheidend onderwijsconcept, hebben een ruimer voedingsgebied. Wanneer het leerlingenaantal van een school hoger wordt dan de beschikbare ruimte in het schoolgebouw, zijn er verschillende opties voor het verkrijgen van voldoende capaciteit voor onderwijs: ▪ In gesprek gaan met partners die ruimte huren binnen de onderwijscapaciteit over hoe de ruimte anders/ effectiever benutten? ▪ De gemeente verwijst bij het primair onderwijs met minimaal twee groepen naar een alternatieve locatie met voldoende ruimte. ▪ De school past een leerlingenbeleid toe, waardoor ouders een andere school kunnen kiezen waar wel plaats is. ▪ Uitbreiding met tijdelijke huisvesting.

Bij projecten voor onderwijshuisvesting wordt aangesloten bij de 'Visie op Vastgoed 2025' en het 'gemeentelijke warmteprogramma' dat uiterlijk in 2026 wordt vastgesteld door de gemeente Overbetuwe. Het ontwerp en de uitvoering hiervan zijn afhankelijk van het project en mede afhankelijk van het beschikbare budget en eventuele subsidies. De projecten worden op toekomstbestendige wijze binnen de beschikbare budgetten uitgevoerd: zij zijn minimaal bijna energieneutraal en voorbereid op de transitie naar volledig energieneutraal (BENGplus) en aardgasvrij. De installaties zijn relatief eenvoudig aanpasbaar en worden uitgevoerd volgens dezelfde compartimentering als de bouwkundige compartimentering. Er wordt gestreefd naar zoveel mogelijk circulair bouwen met herbruikbare materialen en volgens de ontwerpprincipes van natuur inclusief bouwen. Daarnaast wordt er zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij werkzaamheden en ontwikkelingen in de buurt.

We volgen de beleidsrijke lijn, zoals ook in het SHP is vastgesteld. Maar de gemeente behoudt het recht, bij verhuur van ruimten van het onderwijs, om terug te vallen op het vorderingsrecht volgens de WPO artikel 107.

de Mevrouwen & Maardt | IHP primair, speciaal en voortgezet onderwijs Gemeente Overbetuwe | februari 2025 – definitief

18

Netcongestie Het aardgasvrij maken en daarbij het elektrificeren van de huisvesting kunnen belemmerd worden door de netcongestie. Er is een aantal beheersmaatregelen om het net optimaal te benutten. Elke locatie is maatwerk. Om die reden is het van belang om al in de haalbaarheid- en initiatieffase een maatwerkplan op te stellen en de risico’s tijdig in beeld te brengen. Onderdeel van dit plan kunnen zijn: ▪ Energie-efficiënt ontwerp, volgens de ontwerprichtlijnen van ‘passief bouwen9’ ▪ Zorg voor een lokaal efficiënt energienetwerk, denk hierbij aan warmte- en koudeopslag op locatie, een warmtepomp en zonnepanelen. ▪ Overweeg energieopslag op locatie, zoals een zoutbatterij. ▪ Onderzoek of energie-uitwisseling mogelijk is met nabijgelegen panden. Uitgangspunten duurzaamheid en netcongestie ▪ ENG is de ambitie bij nieuwbouw en vernieuwbouw; BENG is de minimale vereiste. o Indien ENG op het moment van realisatie niet haalbaar is, dan wordt in het ontwerp geanticipeerd op een relatief eenvoudige opwaardering naar ENG. o Nul op de meter kan een keuze zijn voor het schoolbestuur. ▪ Aardgasloos is het uitgangspunt bij nieuwbouw en het streven bij vernieuwbouw en renovatie. ▪ Anticipeer in een vroeg stadium op de netcongestie in deze regio. ▪ Bij nieuwbouw is het gebouwsysteem bij voorkeur modulair en droog demontabel, vanwege de circulaire waarde en de aanpasbaarheid.

▪ Het installatieconcept is net als het bouwsysteem bij voorkeur modulair en daarmee aanpasbaar. ▪ Er wordt gestreefd naar zoveel mogelijk hergebruik van materialen.

3.2.5 Kwaliteit onderwijshuisvesting en uitgangspunten buitenruimte Goed onderwijs vraagt om goede onderwijshuisvesting. De realiteit is dat 80% van de schoolgebouwen10 in Nederland niet voldoet aan de huidige kwaliteitseisen voor een duurzame en/of gezonde leeromgeving. Nieuwbouw Het bouwbesluit beschrijft het minimale kader waaraan de nieuwbouw van een schoolgebouw moet voldoen. Het is voor onderwijshuisvesting niet genoeg om te voldoen aan een gezonde en toekomstbestendige leeromgeving. Daarom heeft Ruimte OK op initiatief van VNG, PO-Raad en VO-Raad, het Kwaliteitskader huisvesting 202111 opgesteld. Dit kwaliteitskader geeft aan waar een gezonde, duurzame en toekomstbestendige leeromgeving aan moet voldoen. Onderdeel van dit kwaliteitskader is het Programma van Eisen Frisse Scholen. Dit kader is verder geactualiseerd in het document ‘Bouwen aan de wereld van morgen’. Hierin worden de kwaliteitscriteria voor onderwijsvoorzieningen in het Funderend Onderwijs omschreven zoals de architectonische, functionele en technische kwaliteitscriteria die van belang zijn. Uitgangspunt voor de gemeente Overbetuwe is het basisreferentieniveau (Bijlage D van het kwaliteitskader). In overleg kan hiervan afgeweken worden. Gebruiksperiode en afstoten van een gebouw Schoolbesturen zijn verplicht om de schoolgebouwen deugdelijk te onderhouden, volgens NEN 2767 – conditiescore 3.

Wanneer het onderwijs een gebouw niet meer gebruikt, dan wordt het gebouw teruggegeven aan de gemeente. Bij het besluit over het teruggeven van het schoolgebouw maken schoolbestuur en gemeente schriftelijke afspraken over de bestemming die het gebouw en de kavel krijgen. Het gebouw moet in principe voldoen aan de vastgestelde conditiescore 3. In overleg kan hiervan afgeweken worden, bijvoorbeeld wanneer een gebouw een andere bestemming krijgt of gesloopt gaat worden. Buitenruimte

9 Passieve scholen hebben een comfortabel en een gezond binnenklimaat! - Stichting

10

PassiefBouwen

11

sectorale_routekaart_po-raad_vo-raad_vng.pdf (poraad.nl) Kwaliteitskader Huisvesting | Ruimte-OK

de Mevrouwen & Maardt | IHP primair, speciaal en voortgezet onderwijs Gemeente Overbetuwe | februari 2025 – definitief

19

De buitenruimte van een school is net zo belangrijk als het schoolgebouw zelf. Daarom wordt bij de projecten die in dit Integraal Huisvestingsplan (IHP) zijn opgenomen, aandacht besteed aan het groen en beweegvriendelijk inrichten van de schoolpleinen. Uitgangspunten voor schoolpleinen zijn: ▪ Ruimte voor gevarieerde speel- en leeractiviteiten. ▪ Ruimte voor ontspanning. ▪ Klimaatadaptieve elementen, zoals waterretentie en hittereductie. ▪ Toegankelijk, ook voor leerlingen met een beperking. Het schoolbestuur en de eventuele kinderopvangpartner zijn verantwoordelijk voor een passend ontwerp en de inrichting van de buitenruimte. Daarbij kunnen zij een beroep doen op subsidies bij de realisatie van nieuwbouw of het aanpassen van bestaande schoolpleinen voor vergroening en het beweegvriendelijk maken. Deze aanvragen zijn afhankelijk van de op dat moment beschikbare subsidies. Ook zijn crowdfunding en extra geld ophalen via een fancy fair of een sponsorloop methoden die schoolbesturen kunnen toepassen voor het verrijken van de buitenruimte. Het schoolplein van een basisschool is in principe géén openbaar terrein, tenzij hier behoefte aan is vanuit de wijk als er bijvoorbeeld onvoldoende buitenspeelplekken blijken te zijn in de nabije omgeving.

Als een schoolplein openbaar terrein wordt, is het van belang dat handhaving mogelijk is bij hangjeugd, laten slingeren van afval en ongeregeldheden op het plein. Per project worden er afspraken gemaakt over beheer, onderhoud van speeltoestellen en aansprakelijkheid.

Uit het Speelruimteplan 2.0 van de gemeente Overbetuwe blijkt dat er voldoende openbare speelplekken zijn voor kinderen van 0-13 jaar. Echter, voor jongeren van 12-18 jaar zijn er te weinig plekken, met uitzondering van Oosterhout en Zetten. De inrichting van de buitenruimte van het voortgezet onderwijs kan bijdragen aan meer plekken voor deze doelgroep. Logistiek en verkeer Het is van essentieel belang om de bereikbaarheid en verkeersveiligheid in schoolomgevingen te waarborgen. Een veilige en toegankelijke schoolomgeving draagt niet alleen bij aan het welzijn van leerlingen, ouders en personeel, maar stimuleert ook dat ouders hun kinderen eerder te voet of per fiets naar school brengen. Een nieuwbouw of vernieuwbouwproject is een kans om de verkeerssituatie rondom een school te verbeteren. Dit omvat een duidelijke infrastructuur, verkeerseducatie voor leerlingen en afspraken met ouders over fietsenstallingen, aanrijroutes en tijdelijk parkeren. Hierbij is het expliciet van belang om rekening te houden met kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals kinderen en mensen met een beperking in het kader van toegankelijke kindcentra voor iedereen. Denk hierbij ook aan ononderbroken routes voor mensen met een visuele beperking.

In de haalbaarheidsfase en de initiatieffase is het van belang om deze opgave integraal te benaderen en te laten toetsen door experts en eventuele ervaringsdeskundigen.

Per schoollocatie is er voldoende buitenspeelruimte, conform kwaliteitskader 5 m2 per kind, behalve als dat bijvoorbeeld vanwege ruimtegebrek niet haalbaar is. Dan wordt er teruggevallen op de verordening met een minimum van 3 m2 per kind met een maximum van 600 m2. Ook wordt er slim nagedacht over meervoudig gebruik van de ruimte voor het creëren van extra ruimte. Een voorbeeld hiervan zijn kiss&ride parkeerplaatsen die tussen breng- en ophaaltijden worden gebruikt als atletiekbaan en voor balspelen. de Mevrouwen & Maardt | IHP primair, speciaal en voortgezet onderwijs Gemeente Overbetuwe | februari 2025 – definitief

20

3.3 Uitgangspunten kwaliteit onderwijshuisvesting en buitenruimte ▪ Het bouwbesluit is het wettelijk minimum voor de bouwkwaliteit. ▪ Kwaliteitskader onderwijshuisvesting en het PvE Frisse Scholen gemiddeld klasse B zijn de norm voor nieuwbouw en vernieuwbouw. o De uitvoering van dit kwaliteitskader is een balans tussen ambitie en (financiële) mogelijkheden. ▪ Als er keuzes gemaakt moeten worden, beslist de bouwheer in samenspraak met de gemeente/ schoolbestuur (afhankelijk welke partij bouwheer is) ▪ Het kwaliteitskader huisvesting is leidend in de uitvoering van de huisvestingskwaliteit en de buitenruimte. ▪ De buitenruimte is onderdeel van de ontwerpopgave. ▪ Het schoolplein van de kindcentra is niet openbaar, tenzij er vanuit de wijk aanleiding is om dit wel openbaar te maken. ▪ Uitgangspunt is 5 m2 per kind schoolplein, maximaal 1.000 m2. ▪ Voor het voortgezet onderwijs maakt de school samen met de gemeente een plan voor aantrekkelijke buitenruimte voor jongeren van 12-18 jaar per (nieuwbouw)locatie. ▪ Bij de ontwikkeling van (ver)nieuwbouw worden ook de logistieke stromen rondom de school geanalyseerd en geoptimaliseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=48378eb8-6217-45b1-a65e-a5d1398fb476