CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

25-02-11.21 Relevant stuk 1. Toelichting en regels TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong 20241022

Gemeenteraadsvergadering 11 februari 2025, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen omgevingsplan "Oosterhout, Peperstraat ong."20.114 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Aan de zuidoostelijke randen van het plangebied ligt een A-watergang. Deze wordt gehandhaafd en voor de toegang tot het perceel wordt gebruik gemaakt van de bestaande duiker. De onderhoudsstrook/eschermingszone bij de watergang van 4 meter breedte wordt planologisch beschermd door middel van een werkingsgebied ('Waterstaat - Waterlopen'), waarin beperkingen zijn gesteld aan het bebouwen van de gronden en aan het uitvoeren van bepaalde activiteiten met negatieve effecten op (het beheer en onderhoud van) de watergang. Binnen deze strook mogen ook geen bomen worden geplant. Aan de westelijke rand van het plangebied ligt een C-watergang. Deze watergang heeft geen beschermingszone. Er vinden geen ingrepen plaats aan de watergang. Negatieve effecten zijn hierdoor niet aan de orde. Het plan heeft geen negatieve effecten op oppervlaktewateren. Waterkeringen

28

Motivering (vastgesteld)

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong. Het plangebied ligt binnen de beschermingszone van de waterkering ten zuiden van het plangebied (Waaldijk). De buitenbeschermingszone van deze waterkering ligt geheel binnen het plangebied. Het realiseren van het nieuwe woonperceel is niet strijdig met de regels voor de buitenbeschermingszone. De binnenkant van de beschermingszone reikt alleen over het zuidoostelijke deel. Binnen deze zone gelden meer beperkingen vanwege het belang van de waterkering. Het nieuwe woonperceel wordt buiten de uiterste bebouwingsgrens gerealiseerd. Door middel van een werkingsgebied ('Waterstaat Waterkering') worden binnen de binnenkant van de beschermingszone beperkingen gesteld aan het realiseren van bebouwing en het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden. Bij verlening van een omgevingsvergunning moet altijd worden getoetst aan de belangen van de waterkering en moet de beheerder om advies worden gevraagd. Het waterschap is voorafgaand aan de publicatie van de ontwerp omgevingsplanwijziging om advies gevraagd en heeft op 4 juli 2024 aangegeven dat het bouwvlak zich in de buitenbeschermingszone bevindt en ook buiten de invloedslijn van het profiel van vrije ruimte en achter de bouwgrens. Aangezien het initiatief duidelijk buiten de bouwgrens ligt, hoeft het plan niet ingetekend worden op de legger waterkeringen.

Al met al wordt met dit TAM-omgevingsplan voorzien in adequate regels met het oog op de bescherming van de waterstaatsbelangen. Conclusie Het plan heeft geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding. Dit aspect is in het plan op een evenwichtige wijze verwerkt en afgewogen. Het aspect water vormt dan ook geen belemmering in het kader van de omgevingsplanwijziging.

Motivering (vastgesteld)

29

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong.

5.11

Flora en fauna

De bescherming van de natuur is sinds 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb). Deze heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet vervangen. De Wnb geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht of de Wnb de uitvoering van het plan niet in de weg staat in verband met de bescherming van gebieden en dier- en plantsoorten. De provincies zijn het bevoegd gezag voor zowel de gebieds- als de soortenbescherming. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden middels een voortoets (afd. 11.1 Bal). Projecten en activiteiten die een significant negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig (Natura 2000-activiteit). Indien nadelige effecten te verwachten zijn, welke niet significant zijn, geldt de specifieke zorgplicht. In dat geval moeten nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperkt, of ongedaan gemaakt worden.

NNN-gebieden Op basis van artikel 7.8 lid 2 Bkl van de Omgevingswet dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd 'Natuurnetwerk Nederland'. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk is opgenomen in de provinciale verordening. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Binnen de provincie Gelderland bestaat het NNN uit het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Daarnaast worden ook de Groene Ontwikkelzones (GO) beleidsmatig beschermd. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.

Houtopstanden De bescherming van houtopstanden heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de zogenaamde bebouwingscontour houtkap (afdeling 11.3 Bal). Wanneer deze houtopstanden worden geveld, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie. Daarnaast geldt er een specifieke zorgplicht voor houtopstanden. Indien natuurbescherming, instandhouding bosareaal of bescherming landschappelijke waarden in het geding komt, geldt een verplichting om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken, of achterwege te laten. Soortenbescherming Soortenbescherming heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten (afd. 11.2 Bal). De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën: vogels Europees beschermde soorten nationaal beschermde soorten Er geldt een vergunningsplicht voor een flora- en fauna-activiteit wanneer schadelijke handelingen worden uitgevoerd.

Op basis van de Omgevingswet is een flora- en fauna-activiteit een 'activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten'. Dit heeft betrekking op vrijwel alle ruimtelijke activiteiten. De provincie is het bevoegd gezag en kan bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen vrijstelling geven van de lijst met nationaal beschermde soorten in afstemming op de situatie in de provincie.

30

Motivering (vastgesteld)

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong.

Ook geldt er een specifieke zorgplicht om nadelige gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt voor alle beschermde soorten, alsmede soorten van de rode lijsten, en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats. Voor deze soorten wordt vastgesteld of nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten. Is dit niet mogelijk, dan dienen preventieve maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen te voorkomen. Beoordeling Het plan voorziet in de realisatie van een nieuw woonperceel ter plaatse van het bestaande weiland. Ook worden enkele landschapselementen verplaatst en toegevoegd. Omdat negateieve effecten op beschermde flora en fauna op voorhand niet volledig zijn uitgesloten, is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het integrale rapport is als Bijlage 4 aan deze motivering toegevoegd. In deze paragraaf is een samenvatting van de bevindingen weergegeven. Gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk, de Groene ontwikkelingszone, Nationaal landschap, natte landnatuur, Ganzenrustgebied, Weidevogelgebied of Natura 2000-gebied. De bescherming van het Gelders Natuurnetwerk, de Groene ontwikkelingszone en Nationaal landschap kent geen externe werking.

Daarnaast hebben de voorgenomen activiteiten een lokale invloedsfeer en is de afstand met het plangebied dusdanig groot dat de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de natte landnatuur, Weidevogelgebied en Ganzenrustgebied hebben. Een negatief effect van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000-gebied kan op basis van de quickscan op voorhand niet uitgesloten worden. Vanwege de korte afstand tot het Natura 2000-gebied Rijntakken, is een significant negatief effecten in de vorm van stikstofdepositie op voorhand niet uitgesloten. Daarom is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. De rapportage daarvan is opgenomen in Bijlage 5. Uit de berekeningen blijkt dat zowel in de gebruiks- als in de realisatiefase van het plan geen deposities >0,00 mol/ha/j optreden op stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden. Significant negatieve effecten zijn daarom uitgesloten. Het onderdeel gebiedsbescherming vormt geen belemmering voor het plan. Soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten.

Beschermde diersoorten benutten het plangebied als foerageergebied en mogelijk bezet een beschermd grondgebonden zoogdier er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen en ongewervelden bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het onderzoeksgebied en amfibieën bezetten er geen voortplantingsplaats. Van de ter plaatse nestelende vogelsoorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van bezette vogelnesten, dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is september-februari. De voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. Deze restrictie staat de uitvoerbaarheid niet in de weg. Mogelijk komen algemeen beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën voor binnen het onderzoeksgebied. Deze soorten staan op de provinciale vrijstellingslijst voor ruimtelijke ingrepen.

Er hoeft dan ook geen ontheffing voor de uitvoering van voorgenomen activiteiten te worden aangevraagd. Aanbevolen is om buiten de kwetsbare periode (augustus-oktober) van de soorten aan het werk te gaan

Motivering (vastgesteld)

31

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong. en één richting op te werken zodat de dieren de mogelijkheid hebben om te vluchten. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt de functie van het plangebied als foerageergebied tijdelijk aangetast. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Conclusie In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De werkzaamheden moeten bij voorkeur buiten de voortplantingsperiode van de vogels worden uitgevoerd. Voor het overige zijn er geen restricties aan het plan verbonden. Vanuit het aspect flora en fauna is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.12

Archeologie en cultuurhistorie

De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet het wettelijke fundament voor de cultuurhistorie en archeologie in Nederland. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Er moet bij het toestaan van ruimtelijke ontwikkelingen in een omgevingsplan rekening gehouden te worden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, waaronder archeologische monumenten (par. 5.1.5.5 Bkl). Dit door regels te stellen ter bescherming van het cultureel erfgoed gericht op: het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van op grond van het omgevingsplan beschermde archeologische monumenten; het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ. Beoordeling Cultuurhistorie Het plangebied ligt niet binnen een specifiek aangewezen cultuurhistorisch waardevol gebied. Er zijn ook geen cultuurhistorische waardevolle gebouwen of elementen aanwezig. Dit aspect vormt daarmee geen belemmering voor het plan. Archeologie Het plangebied ligt op basis van de actuele gemeentelijke archeologische beleidskaart vrijwel geheel binnen een gebied met archeologische waarden (categorie 3 van de beleidskaart) en in de meest noordwestelijke hoek binnen een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde (categorie 6).

Het beoogde woonperceel wordt geheel binnen de eerstgenoemde zone gerealiseerd. Daarom is een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd. De onderzoeksrapportage is opgenomen in Bijlage 6. Uit het onderzoek, dat bestaat uit een bureau- en een veldonderzoek, blijkt dat de kans klein is dat in het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is. Op basis van deze bevindingen is de locatie vrijgegeven. Conclusie Vanuit het oogpunt van zowel archeologie als cultuurhistorie is het plan uitvoerbaar.

32

Motivering (vastgesteld)

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong.

5.13

Verkeer en parkeren

Parkeren De gemeente Overbetuwe heeft haar parkeerbeleid en -normen vastgelegd in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016 (hierna: de Nota). Uitgangspunt is dat parkeren op eigen terrein plaatsvindt. Hierna is een overzicht opgenomen van de parkeerbehoefte in de nieuwe situatie en het aantal te realiseren parkeerplaatsen. Het plan maakt de realisatie van één vrijstaande woning mogelijk. Op basis van de Nota geldt een parkeernorm van 2,7 parkeerplaatsen voor deze woning (locatie: overige kernen). In het plan is voorzien in een erf met ruimte voor minimaal 3 parkeerplaatsen bij de woning. Hiermee worden op eigen terrein voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd. In de planregels is ter waarborging tevens een parkeerregeling opgenomen. Verkeer De realisatie van één nieuwe vrijstaande woning leidt tot een beperkte toename van de verkeersgeneratie. In de huidige situatie is er sprake van hooguit incidenteel verkeer. De nieuwe woning genereert op basis van de kencijfers van het CROW (publicatie 381) circa 8,2 vervoersbewegingen per etmaal. De woning wordt via de bestaande perceelsontsluiting op de Peperstraat aangesloten. Gezien het zeer geringe aantal verkeersbewegingen, is op voorhand duidelijk dat het plan geen onevenredig negatieve effecten op de verkeersafwikkeling tot gevolg heeft. Het verkeer gaat direct op in het heersende verkeersbeeld.

Er zijn in dit opzicht geen belemmeringen voor het plan aan de orde.

5.14

Gezondheid

In artikel 1.3 van de Omgevingswet zijn de maatschappelijke doelen van de wet uiteengezet, waaronder het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving. Landelijk bestaat de wens om gezondheid meer integraal en volwaardig te betrekken in het beleid over de fysieke leefomgeving. De inrichting van de fysieke leefomgeving kan direct bijdragen aan de gezondheid van inwoners. Binnen de Omgevingswet hebben decentrale overheden de mogelijkheid om hun eigen gezondheidsambities en regels vast te leggen en uit te werken via instrumenten, zoals de omgevingsvisie, -verordening en programma's. Beoordeling en conclusie Dit TAM-omgevingsplan maakt de realisatie van één nieuwe woning mogelijk. Bij de inrichting van het plangebied is in ruime mate ruimte voor groen behouden. Dit draagt bij aan het behoud van een gezonde en prettige woon- en leefomgeving. Daarnaast ligt het plangebied op een locatie, waar de verblijfskwaliteit goed is. Dit is uit de voorgaande paragrafen gebleken. Er zijn ook geen geitenhouderijen in de omgeving van het plangebied aanwezig. Het plan houdt op een vernatwoorde wijze rekening met het gezondheidsbelang en de beoogde functie is met het oog op de gezondheid verantwoord op deze locatie.

5.15

Duurzaamheid

Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties vereist dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen het onderdeel duurzaamheid integraal onderdeel uitmaakt van de belangenafweging in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Duurzaamheid is een breed begrip; de gemeente verstaat hieronder in ieder geval de volgende aspecten: duurzaam en zorgvuldig omgaan met water; duurzaam energieverbruik en beperking van energieverbruik en gebruik van andere natuurlijke hulpbronnen; duurzaam materiaalgebruik en hergebruik; bevorderen van het klimaatadaptief vermogen van de omgeving; natuurinclusief bouwen;

Motivering (vastgesteld)

33

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong. versterking van landschaps-, natuur- en groene waarden. Beoordeling Bij het bepalen van de inrichting van het plangebied, de landschappelijke inpassing en de beeldkwaliteit van de nieuwe bebouwing is duurzaamheid een integraal onderdeel in het ontwerpproces geweest. In het landschappelijk inpassingsplan in Bijlage 1 is hierover het nodige opgenomen. Hieronder worden de voornaamste overwegingen, maatregelen en principe beschreven: Het hemelwater van dakoppervlakte en verharding wordt zoveel mogelijk afgekoppeld van het gemengd rioolstelsel en door middel van bijvoorbeeld een wadi of zakgreppel binnen het plangebied opgevangen. Dit komt ten goede aan het grondwater en beperkt verdroging en voorkomt het overstorten van rioolwaterzuiveringsinstallaties. Ter vermindering van hittestress blijft de woonkavel zo groen mogelijk en zal de hoeveelheid verharding bij voorkeur zo beperkt mogelijk worden toegepast. De voorgeschreven beeldkwaliteit maakt vele “onzichtbare” technieken mogelijk. Te denken valt aan zonnepanelen integraal te verwerken in het dakvlak van de bebouwing en het toepassen van duurzame bouwmaterialen. De nieuwe woning wordt gasloos gerealiseerd en zal energiezuinig zijn. Hiermee wordt bijgedragen aan verduurzaming van de woningvoorraad.

De bijgebouwen kunnen ruimte bieden aan natuurinclusieve elementen, met ruimte voor o.a. vleermuizen, huismussen en/of gierzwaluwen. De aanplant van bomen en struiken zijn veelal soorten die vruchten-besdragend zijn. Aan te planten boom- en struiksoorten zijn onder andere appel, peer, pruim, kers, zomereik, walnoot, hondsroos, sleedoorn, hazelaar en de bottelroos. Deze beplanting heeft naast een landschappelijk-cultuurhistorische meerwaarde ook een ecologische meerwaarde.

34

Motivering (vastgesteld)

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong.

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planopzet

Algemene opzet

Inleiding Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het juridisch-planologisch mogelijk maken van één nieuw woonperceel met bijbehorende bebouwing en tuin-/landschapsinrichting op de hoek Peperstraat-Dijkstraat te Oosterhout. Het TAM-omgevingsplan wordt als een nieuw hoofdstuk opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. Het TAM-omgevingsplan (nieuwe hoofdstuk) wordt bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening, op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. Het TAM-omgevingsplan wordt in een later stadium opgenomen in het definitieve omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. Het 'TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong.' bestaat uit de volgende onderdelen: De motivering In de motivering is de ontwikkeling beschreven en verantwoord in het licht van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zowel op basis van het beleid als op basis van milieu-hygiënische aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet. De regels De regels worden zoals gezegd opgenomen als afzonderlijk hoofdstuk binnen het omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe.

De regels bevatten de bouw- en gebruiksregels, die zijn gekoppeld aan werkingsgebieden op de digitale verbeelding. De regels van dit hoofdstuk gelden naast de overige regels van het omgevingsplan. De (digitale) verbeelding Op de digitale verbeelding zijn werkingsgebieden opgenomen, die zijn gekoppeld aan bepaalde (primaire) functies, in dit geval 'Agrarisch', 'Groen' en 'Wonen'. Ook zijn er een bouwvlak en enkele werkingsgebieden (maatvoeringen) voor specifieke regels opgenomen. Tot slot zijn werkingsgebieden met het oog op de borging van de belangen van bepaalde andere functies opgenomen, namelijk een A-waterloop en een waterkering. De opzet van het plan Het omgevingsplan bevat regels, die bindend zijn voor eenieder. Gekozen is voor zoveel mogelijk concrete regels, omdat er sprake is van een concreet initiatief. Daarbij is waar mogelijk aansluiting gezocht bij de planregels van het bestemmingsplan 'Oosterhout' en de recente herziening van de bestemmingsplannen voor de kernen Driel, Randwijk, Slijk-Ewijk en Valburg. Deze bestemmingsplannen maken allen onderdeel uit van het van rechtswege ontstane omgevingsplan. Hiermee wordt de rechtseenheid binnen het tijdelijke omgevingsplan bevorderd.

6.2

Toelichting op de regels

Op de verbeelding zijn werkingsgebieden opgenomen, die zijn gekoppeld aan functies met bijbehorende regels. Hierna worden deze functies met bijbehorende regels kort toegelicht. Agrarisch Het westelijke gedeelte van het plangebied behoudt de functie 'Agrarisch', die ook op basis van de geldende bestemming van toepassing is. Hier blijft een weide aanwezig. De gronden zijn bedoeld voor grondgebonden agrarisch gebruik, hobbymatig agrarisch gebruik, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Ten dienste van de betreffende functies mogen met een omgevingsvergunning alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Hiervoor zijn beoordelingsregels opgenomen.

Motivering (vastgesteld)

35

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong.

Groen Voor het zuidoostelijke perceelsgedeelte is het werkingsgebied 'Groen' opgenomen. Deze gronden zijn bedoeld voor groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, paden, beeldende kunstwerken en in-/uitritten. Ten dienste van de betreffende functies mogen met een omgevingsvergunning alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Hiervoor zijn beoordelingsregels opgenomen. Wonen Het toekomstige woonperceel krijgt het werkingsgebied 'Wonen'. Deze gronden zijn bedoeld voor de functies wonen (eventueel met een aan huis gebonden beroep/bedrijf), groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en bijbehorende voorzieningen, waaronder tuinen en parkeervoorzieningen. Er zijn beoordelingsregels voor het bouwen van hoofdgebouwen, aan-/uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde opgenomen. Het hoofdgebouw moet binnen het bouwvlak worden gebouwd. In de beoordelingsregels zijn verder maatvoeringseisen voor de verschillende typen bouwwerken opgenomen. Indien aan deze beoordelingsregels wordt voldaan, kan een omgevingsvergunning worden verleend. Waterstaat - Waterkering en Waterstaat - Waterlopen Deze twee werkingsgebieden zijn opgenomen met het oog op de overkoepelende belangen van respectievelijk de waterkering en de A-waterloop.

Binnen deze werkingsgebieden gelden aanvullende regels op de overige werkingsgebieden, waarbij beperkingen aan het bebouwen van de gronden worden gesteld. Er zijn aanvullende beoordelingsregels opgenomen, waaraan moet worden voldaan om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken te kunnen verkrijgen. Tevens is een voorrangsregeling opgenomen, waaruit blijkt welke bepalingen bij eventuele strijdigheid voorgaan. Met deze regels zijn de belangen van het functioneren en onderhouden van de waterloop en waterkering geborgd. Algemene regels In de algemene regels zijn regels opgenomen, die voor het gehele werkingsgebied van dit TAM-omgevingsplan van toepassing zijn. Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In dit artikel zijn beoordelingsregels voor het bouwen opgenomen, die voor elke omgevingsvergunningplichtige bouwactiviteit van toepassing zijn. Het betref onder meer een regeling voor ondergronds bouwen, parkeren en ondergeschikte bouwdelen.

Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat een algemene strijdig gebruiksbepaling, alsmede de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met het TAM-omgevingsplan. Ook is een parkeerregeling opgenomen, die van toepassing is bij een wijziging van het gebruik. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van de regels uit het omgevingsplan. Het gaat hier om kleinschalige afwijkingen van de voorschreven maatvoering of overschrijdingen van de bouwgrenzen. Overgangs- en slotregels

36

Motivering (vastgesteld)

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong. In dit hoofdstuk is overgangsrecht voor bouwwerken en voor gebruik opgenomen.

Motivering (vastgesteld)

37

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong.

Hoofdstuk 7

Financiële toelichting

De realisatie van de ontwikkeling is in handen van één initiatiefnemer. Met deze partij heeft de gemeente een anterieure overeenkomst gesloten (zie hierna). Niet is gebleken dat de initiatiefnemer over onvoldoende middelen beschikt om de ontwikkeling te kunnen realiseren en de exploitatiebijdrage aan de gemeente te voldoen. Er zijn geen onvoorziene, hoge kosten te verwachten. De gemeente draagt bovendien geen hoge, financiële risico's. De ontwikkeling is dus economisch uitvoerbaar. De ontwikkeling betreft een bouwactiviteit waarvan kosten moeten worden verhaald, zoals bepaald in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Om de verschuldigde kosten te verhalen, is de gemeente op basis van arti-kel 13.13 van de Omgevingswet een overeenkomst aangegaan met de initiatiefnemer. Daarin zijn alle kosten voor de grondexploitatie meegenomen inclusief eventuele financiële bijdragen en nadeelcompensatie. Het opnemen van kostenverhaalsregels in het omgevingsplan is dus niet noodzakelijk.

38

Motivering (vastgesteld)

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong.

Hoofdstuk 8 8.1

Overleg en inspraak

Inleiding

De procedures voor een wijziging van het omgevingsplan zijn door de wetgever geregeld. Daarnaast bepaalt de Omgevingswet dat bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldige participatie moet plaatsvinden en de gemeente overleg met belanghebbende instanties moet voeren.

8.2

Participatie

De wijze waarop participatie wordt uitgevoerd is door de wetgever niet bepaald. Gemeenten kunnen hiervoor beleid opstellen. De gemeente Overbetuwe beschikt over beleid op dit gebeied. Gezien de kleinschalighewid van het initiatief is een uitvoerig participatietraject niet vereist en niet doelmatig. De initiatiefnemer de omwonenden tijdig op de hoogte gebracht van het initiatief en de buurt goed en tijdig geïnformeerd. Er zijn geen overwegende bezwaren naar voren gekomen.

8.3

Overleg

Bij de voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan moet overleg worden gevoerd met bestuursorganen en instanties die belast zijn met de behartiging van belangen, welke in het plan (mogelijk) in het geding zijn, zoals de provincie en het waterschap. De stukken behorende bij het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan wordt aan de betrokken vooroverlegpartners voorgelegd.

8.4

Wijziging van het omgevingsplan

Het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan is door de gemeente bekendgemaakt en gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kon een ieder zijn zienswijzen kenbaar maken tegen het plan. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Ook is er geen aanleiding geweest tot ambtshalve wijzigingen aan het plan. De omgevingsplanwijziging wordt vervolgens vastgesteld door de gemeenteraad.

8.5

Beroep

Tegen het besluit van de gemeenteraad tot wijziging van het omgevingsplan kunnen belanghebbenden gedurende zes weken beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. werking.

Motivering (vastgesteld)

39

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong.

Inhoudsopgave

Regels

5

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3

Inleidende regels Toepassingsbereik Begrippen Meet- en rekenbepalingen

5 5 5 9

Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Functies en activiteiten Agrarisch Groen Wonen Waterstaat - Waterkering Waterstaat - Waterlopen

10 10 10 11 13 14

Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

15 15 15 16 16

Hoofdstuk 4 Artikel 13

Overgangsregels Overgangsrecht

18 18

(vastgesteld)

3

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong.

4

(vastgesteld)

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong.

Regels Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het mogelijk maken van de realisatie van één vrijstaande woning aan de Peperstraat (ong.) te Oosterhout, en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22a.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22a’ gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Toepassingsbereik

a. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. b. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. c. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Peperstraat (ong.) te Oosterhout, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1734.0408OOSTpeperstr-VSG1 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

Artikel 2

Begrippen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk 22a van dit omgevingsplan gelden de begripsbepalingen die, op de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in Bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Omgevingsbesluit en Bijlage I bij de Omgevingsregeling. Daarnaast gelden de volgende begripsbepalingen bij de toepassing van dit hoofdstuk 22a: 2.1

TAM-omgevingsplan

Het TAM-omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong.' van de gemeente Overbetuwe. 2.2

Aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit

Een beroeps- of bedrijfsactiviteit die op een kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend. Onder een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit wordt ook een bed & breakfast verstaan. 2.3

Aan- en uitbouwen

Een aan een hoofdgebouw gebouwde ruimte, die daaraan ruimtelijk (door zijn constructie of afmetingen) ondergeschikt is, waarbij een aanbouw een zelfstandige ruimte is en een uitbouw een uitbreiding van een reeds bestaande ruimte van het hoofdgebouw is.

Regels (vastgesteld)

5

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong.

2.4

Agrarisch bedrijf

Een bedrijf, dat is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden, fokken en/of africhten van dieren, inclusief pensionstallen als ondergeschikte nevenactiviteit. 2.5

Bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 2.6

Bed & breakfast

Een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf in combinatie met het serveren van ontbijt. 2.7

Bedrijf

Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroeps- of bedrijfdactiviteiten daaronder niet begrepen. 2.8

Begane grond

De onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder. 2.9

Bestaand

a. bij gebruik: legaal aanwezig op het moment van het van kracht worden van dit TAM-omgevingsplan; b. bij bouwwerken: legaal aanwezig op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan, en bouwwerken die op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan mogen worden gebouwd krachtens een daartoe verleende omgevingsvergunning voor het bouwen. 2.10

Bijgebouw

Een vrijstaand gebouw, dat door zijn vorm, functie, situering en/of afmetingen ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 2.11

Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 2.12

Bouwgrens

De grens van een bouwvlak. 2.13

Bouwlaag

Een gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een kelder en de ruimte(n) in de kap. 2.14

Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 2.15

Bouwperceelsgrens

De grens van een bouwperceel. 2.16

Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

6

Regels (vastgesteld)

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong.

2.17

Bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 2.18

Dak

De gesloten bovenbeëindiging van een gebouw. 2.19

Detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop en/of te huur aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit. 2.20

Erf

Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. 2.21

Erfafscheiding

Afscheidingen op de grens van percelen. 2.22

Erker

Een ruimte als uitbreiding van een ruimte of ander vertrek in een gebouw, die buiten de gevel uitsteekt en in open verbinding staat met het bedoelde vertrek, waarbij de buitenzijde wordt begrensd door kozijnen. 2.23

Extensief recreatief medegebruik

Recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte. 2.24

Gebouw

Elk bouwwerk, dat voor een mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden (twee of meer wanden die tot de constructie behoren) omsloten ruimte vormt. 2.25

Grondgebonden agrarisch bedrijf

Een agrarisch bedrijf waarvan de bedrijfsvoering volledig of nagenoeg volledig is gericht op het gebruik maken van grond als productiemiddel ten behoeve van de teelt van gewassen of de weidegang van vee. 2.26

Hobbymatig agrarisch grondgebruik

Het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren op niet bedrijfsmatige wijze. Onder hobbymatig agrarisch gebruik wordt niet verstaan een volkstuin. 2.27

Hoofdgebouw

Een gebouw, of een gedeelte daarvan, exclusief aan- en uitbouwen, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 2.28

Huishouden

Een persoon of vaste groep personen die gezamenlijk en bestendig, voor onbepaalde tijd samenwonen. 2.29

Inwoning

Twee huishoudens die, in afwijking van het begrip woning, één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn.

Regels (vastgesteld)

7

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong.

2.30

Kamerverhuur

Het bedrijfsmatig verhuren of het aanbieden van kamers voor bewoning. Hieronder wordt niet verstaan de verhuur door particulieren van maximaal twee kamers in de door hen zelf bewoonde woning. 2.31

Kelder

Een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,5 m boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen; bij bebouwing gelegen in geaccidenteerd terrein gelegen beneden peil. 2.32

Luifel

Afdak of overkapping aan of bij een gebouw, aan de openbare zijde, al of niet ondersteund. 2.33

Nutsvoorzieningen

Voorziening ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen/installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen. 2.34

Ondergeschikte bouwdelen

Bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten het gebouw uitsteken, zoals schoorstenen, windvanen, dakoverstekken, windvanen, balkons en liftschachten. 2.35

Ondergronds

Onder peil. 2.36

Overkapping

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een dak en maximaal één gesloten wand. 2.37

Peil

a. Voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst, mits het gebouw op een afstand van niet meer dan 20 m van die weg is gelegen: 35 cm boven de kruin van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. voor overige gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde: de gemiddelde bouwhoogte van het aansluitend terrein. 2.38

Seksinrichting

Een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang als zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 2.39

Tuin

Een stuk grond in particulier eigendom dat ten dienste staat van het woon- of werkgenot. 2.40

Verdieping

De bouwlaag respectievelijk bouwlagen die boven de begane grond gelegen is/zijn. 2.41

Voorgevel

De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt.

8

Regels (vastgesteld)

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong.

2.42

Waterhuishoudkundige voorzieningen

Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. 2.43

Woning

Een (gedeelte van een) gebouw inclusief aan- en uitbouwen dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Artikel 3

Meet- en rekenbepalingen

Bij de toepassing van de regels van dit TAM-omgevingsplan wordt als volgt gemeten: 3.1

bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen. 3.2

goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen en wolfseinden buiten beschouwing gelaten. 3.3

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 3.4

oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Regels (vastgesteld)

9

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong.

Hoofdstuk 2 Artikel 4 4.1

Functies en activiteiten

Agrarisch

Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Agrarisch' heeft de volgende functies: a. de uitoefening van grondgebonden agrarische activiteiten ten behoeve van grondgebonden agrarisch bedrijf, met dien verstande dat fruit- en boomteelt niet is toegestaan; b. extensief receatief medegebruik met bijbehorende wegen en paden; c. hobbymatig agrarisch grondgebruik; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen; een en ander met bijbehorende voorzieningen. 4.2

Beoordelingsregels bouwwerken

4.2.1

Gebouwen

Het is verboden om op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Agrarisch' gebouwen te bouwen. 4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

a. Het is verboden om op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Agrarisch' zonder omgevingsvergunning bouwwerken, geen gebouwen te bouwen. b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de in artikel 4.1 bedoelde functies verlenen, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregel: 1. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 1 meter.

Artikel 5 5.1

Groen

Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Groen' heeft de volgende functies: a. groenvoorzieningen; b. beeldende kunstwerken; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; een en ander met de bijbehorende voorzieningen. 5.2

Beoordelingsregels bouwwerken

5.2.1

Gebouwen

Het is verboden om op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Groen' gebouwen te bouwen. 5.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

a. Het is verboden om op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Groen' zonder omgevingsvergunning bouwwerken, geen gebouwen te bouwen. a. Het is verboden om op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Groen' overkappingen te bouwen. b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het bouwen bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde ten dienste van de in artikel 5.1 bedoelde functies verlenen, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregel: 1. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4

10

Regels (vastgesteld)

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong. meter. 5.3

Specifieke functieregels

5.3.1

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Groen', wordt in ieder geval begrepen het gebruik of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen ten behoeve van: a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is met het oog op de in artikel 5.1 bedoelde functies; b. het bedrijfsmatig gebruiken van de gronden.

Artikel 6 6.1

Wonen

Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Wonen' heeft de volgende functies: a. b. c. d.

wonen in woningen, waarbij inwoning is toegestaan; aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven, in- en uitritten en parkeervoorzieningen. 6.2

Beoordelingsregels bouwwerken

6.2.1

Hoofdgebouwen

a. Het is verboden om op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Wonen' zonder omgevingsvergunning hoofdgebouwen te bouwen. b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van hoofdgebouwen, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: 1. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; 2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de maatvoering 'maximum goothoogte' is aangegeven op de verbeelding; 3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de maatvoering 'maximum bouwhoogte' is aangegeven op de verbeelding; 4. de inhoud mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de maatvoering 'maximum volume' is aangegeven op de verbeelding; 5. het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de maatvoering 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven. 6.2.2

Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

a. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen te bouwen, voor zover niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 22.26 en/of 22.36. b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: 1. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend op minimaal 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; 2. de gezamenlijke oppervlake van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag maximaal 50% van de oppervlakte van het erf bedragen, maar niet meer dan 150 m², met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen niet meer dan 90 m² mag bedragen; 3. de goothoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 3,5 meter; 4. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 4,5 meter;

Regels (vastgesteld)

11

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong. c. het bevoegd gezag kan, in afwijking van het bepaalde onder b.1, een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van erkers aan de voorgevel of een naar de openbare weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: 1. de horizontale diepte mag niet meer bedragen dan 1,5 meter, gemeten vanuit de gevel waaraan wordt gebouwd; 2. de breedte mag niet meer bedragen dan 60% van de breedte van de gevel waaraan wordt gebouwd; 3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4 meter. 6.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

a. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde te bouwen, voor zover niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 22.26 en/of 22.36. b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: 1. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1 meter; 2. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 2 meter; 3. de bouwhoogte van masten mag niet meer bedragen dan 6 meter; 4. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 2 meter; 5. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 3 meter. 6.3

Vergunningplicht voor afwijken

6.3.1

Maximale oppervlak te aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het bepaalde in lid 6.2.2 sub b.2, een omgevingsvergunning verlenen voor een grotere gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en/of overkappingen, als wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: a. b. c. d. e.

de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 180 m²; de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving mag niet onevenredig worden aangetast; het woon- en leefmilieu van omwonenden mag niet onevenredig worden aangetast; de gebruikmogelijkheden van omliggende functies mogen niet onevenredig worden beperkt; op eigen terrein moet voldoende parkeergelegenheid aanwezig zijn, waarbij moet worden voldaan aan de parkeernormen, zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016. Indien deze nota bij een aanvraag is gewijzigd, moet met de wijziging rekening worden gehouden.

6.3.2

Maximale bouwhoogte aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het bepaalde in lid 6.2.2 sub b.4, een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen met een hogere bouwhoogte, als wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: a. de stedenbouwkundige kwaliteit mag niet onevenredig worden aangetast; b. het woon- en leefmilieu van omwonenden mag niet onevenredig worden aangetast; c. de maximale bouwhoogte, zoals bepaald in lid 6.2.2 sub b.4, mag met niet meer dan 1 meter worden overschreden. 6.3.3

Bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het bepaalde in lid 6.2.3 sub b, een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een hogere bouwhoogte, als wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: a. de stedenbouwkundige kwaliteit mag niet onevenredig worden aangetast; b. het woon- en leefmilieu van omwonenden mag niet onevenredig worden aangetast;

12

Regels (vastgesteld)

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong. c. de maximale bouwhoogte, zoals bepaald in lid 6.2.3 sub b, mag met niet meer dan 1 meter worden overschreden. 6.4

Specifieke functieregels

6.4.1

Aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten

Aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten zijn ter plaatse van een op de verbeelding als 'Wonen' aangewezen locatie toegestaan als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de woning behoudt in/op elke bouwlaag de uitstraling van een woonhuis; b. degene die de activiteiten uitoefent, moet tevens bewoner van de woning zijn; c. de beroeps- of bedrijfsactiviteit mag niet leiden tot een onevenredige toename van de parkeerbehoefte, waarbij moet worden voldaan aan het bepaalde in lid 11.2; d. er mag geen detailhandel plaatsvinden, met uitzondering van ondergeschikte detailhandel als onderdeel van het aanwezige beroep of bedrijf aan huis; e. maximaal 50% van de woonoppervlakte mag worden gebruikt voor het beroep of bedrijf aan huis. 6.4.2

Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing

a. Het in gebruik nemen van gronden en/of bebouwing, niet zijnde bestaande bebouwing, voor de in artikel 6.1 onder a en/of b bedoelde functies is uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. uiterlijk binnen één jaar na eerste ingebruikname als bedoeld in de aanhef, moet de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in Bijlage 1 gerealiseerd zijn; 2. de onder a bedoelde landschappelijke inpassing moet na realisatie duurzaam in stand worden gehouden. b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde onder a. ten behoeve van een afwijkende invulling van de noodzakelijke landschappelijke inpassing en inrichting, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: 1. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de in het plangebied en de omgeving aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische, waterhuishoudkundige en/of ecologische waarden; 2. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de in Bijlage 1 beschreven uitgangspunten en randvoorwaarden.

Artikel 7

Waterstaat - Waterkering

7.1

Functieomschrijving

7.1.1

Algemeen

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Waterstaat - Waterkering' heeft de volgende functies: a. het instand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering; b. bij de onder a. genoemde functie behorende voorzieningen zoals kunstwerken, dijksloten en andere waterstaatswerken. 7.1.2

Voorrangsbepaling

Bij strijd tussen het bepaalde in dit artikel en het bepaalde elders in de regels van dit TAM-omgevingsplan, prevaleert het bepaalde in dit artikel. 7.2

Beoordelingsregels bouwwerken

a. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwwerken te bouwen op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Waterstaat - Waterkering'. b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de in lid 7.1.1 bedoelde functies, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregel:

Regels (vastgesteld)

13

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong. 1. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 meter; c. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de elders in de regels van dit TAM-omgevingsplan toegestane functies, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: 1. de bij de betrokken functies behorende beoordelingsregels voor bouwwerken worden in acht genomen; 2. het belang van de waterkering wordt niet onevenredig geschaad en hieromtrent wordt vooraf schriftelijk advies ingewonnen bij de beheerder van de waterkering; d. Het bevoegd gezag kan aan de onder c. bedoelde omgevingsvergunning voorschriften verbinden teneinde het doelmatig en veilig beheren en/of functioneren van de waterkering te waarborgen.

Artikel 8

Waterstaat - Waterlopen

8.1

Functieomschrijving

8.1.1

Algemeen

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Waterstaat - Waterlopen' heeft mede de functie van het beheer en onderhoud van een watergang. 8.1.2

Voorrangsbepaling

a. Bij strijd tussen het bepaalde in dit artikel en het bepaalde in artikel 7, prevaleert het bepaalde in artikel 7. b. Bij strijd tussen het bepaalde in dit artikel en het bepaalde elders in de regels van dit TAM-omgevingsplan en met uitzondering van artikel 7, prevaleert het bepaalde in dit artikel. 8.2

Beoordelingsregels bouwwerken

a. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwwerken te bouwen op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Waterstaat - Waterlopen'. b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de in lid 8.1.1 bedoelde functies, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: 1. het bouwwerken is noodzakelijk met het oog op het beheer en onderhoud van de watergang; 2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 meter; c. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de elders in de regels van dit TAM-omgevingsplan toegestane functies, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: 1. de bij de betrokken functies behorende beoordelingsregels voor bouwwerken worden in acht genomen; en 2. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren van de waterloop en hieromtrent wordt vooraf schriftelijk advies ingewonnen bij de beheerder van de waterloop; of 3. het betreft het vervangen, vernieuwen of veranderen van een bestaand bouwwerk, voor zover de situering niet verandert en de oppervlakte en bouwhoogte niet worden vergroot. d. Het bevoegd gezag kan aan de onder c.

bedoelde omgevingsvergunning voorschriften verbinden teneinde het doelmatig en veilig functioneren van de waterloop te waarborgen.

14

Regels (vastgesteld)

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong.

Hoofdstuk 3 Artikel 9

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 10 10.1

Algemene bouwregels

Ondergeschikte bouwdelen

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevelen kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1,5 meter bedraagt. 10.2

Bestaande maten

In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dan wel de Omgevingswet tot stand zijn gekomen meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud in afwijking daarvan als maximaal toegestaan. 10.3

Overschrijding bouwgrenzen

De bouwgrenzen, niet zijnde de grenzen van het werkingsgebied 'Wonen' mogen worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 2,5 meter; b. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 meter. 10.4

Beoordelingsregels ondergronds bouwen

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels: a. ondergrondse gebouwen (kelders) zijn uitsluitend toegestaan, daar waar bovengrondse gebouwen aanwezig zijn; b. ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag ondergronds; c. in afwijking van het bepaalde onder a. kan het bevoegd gezag tevens een omgevingsvergunning verlenen, teneinde ondergrondse gebouwen toe te staan daar waar bovengronds geen gebouwen zijn toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels: 1. de bebouwde oppervlakte van de ondergrondse gebouwen bedraagt niet meer dan 25 m², met dien verstande dat het bebouwingspercentage dan wel de maximaal toegestane oppervlakte met het meerekenen van de bebouwde oppervlakte van de ondergrondse gebouwen niet wordt overschreden. In afwijking van het bepaalde in Artikel 3 wordt als bebouwde oppervlakte van ondergrondse gebouwen de oppervlakte van de vloer gemeten, inclusief muren; 2. de ondergrondse ruimte vanuit de binnenzijde van de bebouwing, waaronder deze wordt gerealiseerd, toegankelijk is; 3. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast, dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; 4. het peil rond de bebouwing niet kunstmatig wordt verhoogd. 10.5

Beoordelingsregels parkeren

a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en voor het gebruiken van

Regels (vastgesteld)

15

TAM-IMRO TAM-omgevingsplan Oosterhout, Peperstraat ong. gebouwen waar al dan niet een omgevingsvergunning voor nodig is, wordt slechts verleend, indien is aangetoond dat wordt of zal worden voldaan aan de parkeernormen, zoals neergelegd in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016, aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Overbetuwe op 6 december 2016 en met dien verstande dat, indien deze beleidsregels bij aanvraag van de omgevingsvergunning zijn gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging; b. Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a, mits: 1. het voldoen aan deze bepaling door bijzondere omstandigheden op zwaarwegende bezwaren stuit; of 2. voor zover op andere wijze in de benodigde parkeergelegenheid wordt voorzien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=21bafb71-cf22-4c2a-95a3-a21253ec4ff9