CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-11-05.13 Relevant stuk 1, Beleidsplan “Onderwijskansenbeleid: Samen bouwen aan gelijke kansen in Overbetuwe (2024-2028)”

Gemeenteraadsvergadering 5 november 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Beleidsplan “Onderwijskansenbeleid: Samen bouwen aan gelijke kansen in Overbetuwe (2024-2028)”10.075 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

geld-volgt-kind, groepsfinanciering) en komen in samenspraak tot een nieuwe kostprijs. Waar nodig kijken we of er nog aan andere knoppen in de subsidieregeling gedraaid moet worden. In ieder geval willen we aandacht besteden aan de inkomenscompensatie voor niet-KOT ouders en aan de startleeftijd (wel of niet starten met twee dagdelen ve op tweejarige leeftijd). 22

•

•

•

•

Een van de vragen die we in dit verband ook met elkaar willen beantwoorden is welke kinderen mogelijk buiten het ve-aanbod vallen en meer of andere ondersteuning nodig hebben. Werken gemeente en aanbieders aan een stevige positionering van de nieuwe pedagogisch beleidsmedewerkers/coaches VE binnen de organisaties, met een focus op het verbeteren van de (educatieve) kwaliteit en uitvoering van ve. Zij krijgen een inhoudelijke en coachende rol in het creëren van een uitdagend en ontwikkelingsstimulerend aanbod voor doelgroeppeuters. Ook vervullen de coaches een brugfunctie naar JGZ, zorg en het onderwijs. Gemeente en kinderopvangorganisaties onderzoeken of hierin gezamenlijke focuspunten geformuleerd kunnen worden en of gezamenlijk overleg en scholing van toegevoegde waarde is9. Onderzoeken de ve-partners met elkaar of en hoe de peuters en kinderopvang een plek kunnen krijgen in de bestaande integrale ondersteuningsstructuur voor leerlingen in het primair onderwijs. Ontwikkelt de vve-werkgroep een onderwijskansenkaart met daarop het beschikbare taal-, speel- en zorgaanbod voor gezinnen in Overbetuwe en de routes daar naar toe.

Doorgaande lijn kinderopvang en onderwijs • Krijgen ook professionals uit het onderwijs een plek in de vve-beleidsgroep. Denk bijvoorbeeld aan twee IB’ers van scholen met een relatief hoog aantal doelgroepkinderen. • Zorgt de vve-werkgroep voor een update van het bestaande protocol rondom de warme overdracht van kinderopvang naar basisschool met daarin concrete afspraken over het wie, wat en wanneer van de overdracht. Een van de zaken waar we ook afspraken over willen maken is wat te doen als ouders geen toestemming geven voor de warme overdracht. • Wordt het overdrachtsformulier door de vve-werkgroep geactualiseerd, waarbij de focus ligt op wat het kind al kan en aangeboden heeft gekregen, wat het nodig heeft voor een goede start op school en om tot ontwikkeling te komen en waarin ruimte is voor het perspectief van ouders. • In het gemeentelijke vve-overleg onderzoeken we wat wenselijk en werkbaar is in de gemeente Overbetuwe om de doorgaande lijn een impuls te geven. Bestaande initiatieven, eventueel ook uit andere gemeenten, worden geïnventariseerd en onderzocht op kwaliteit en uitvoerbaarheid. Welke initiatieven zijn kansrijk, kunnen op gemeenteniveau worden gerealiseerd en welke kwaliteitscriteria willen we daarbij hanteren? Het gaat hierbij bijvoorbeeld om initiatieven als: o Het met elkaar formuleren van ontwikkeldoelen eind peuter/begin kleuter.

Dit kan ook zinvolle input leveren voor de update van het overdrachtsformulier. o Gezamenlijke scholing/studiedagen voor pm’ers en leerkrachten (bijv. elk jaar een of twee thema-avonden) o Het faciliteren van gezamenlijke evaluatiemomenten tussen medewerkers van kinderopvang en onderwijs. Een voorbeeld is het twee keer per jaar met elkaar evalueren van de warme overdracht. o Het onderzoeken van mogelijkheden voor een eventuele overlap/doorloop in functies: nu zit er een harde knip bij 4 jaar in de personen die betrokken zijn bij het kind en gezin: voor 4 jaar zijn dit de kinderopvang en voorschoolse zorgcoördinator en vanaf vier jaar het onderwijs en samenwerkingsverband. Zijn er bijvoorbeeld mogelijkheden voor jonge kindspecialisten / peuter-kleuter IB’ers die kinderen en ouders in de leeftijd van 2 tot 6 jaar ondersteunen?

9 https://goab.eu/C16-N239-Handreiking-voor-gemeenten-Inzet-pedagogisch-beleidsmedewerker-voor-nog-betere-voorschoolse-educatie.html

23

•

Onderzoeken we met elkaar hoe we het voorschoolse kunnen verbinden aan de bestaande integrale ondersteuningsstructuur voor het onderwijs.

Onderwijsachterstandenbestrijding in de basisschool • Spannen wij ons in om met elkaar te verkennen hoe de doelgroepkinderen in Overbetuwe verspreid zijn over de scholen. We gebruiken hiervoor de beschikbare openbare data vanuit het CBS én stimuleren scholen om systematisch bij te houden hoeveel kinderen met een vveindicatie instromen in groep 1. Spreiding van doelgroepkinderen over de scholen is belangrijke beleidsinformatie: het laat zien op welke plekken (scholen/wijken) meer investering nodig is dan op andere plekken, denk hierbij bijv. aan extra inzet op NT2, samenwerking met de bibliotheek of welzijn. Hieraan gekoppeld hoort ook een gesprek over integratie/segregatie: zorgen we met elkaar voor voldoende spreiding van doelgroepkinderen over de scholen? • Vragen we het onderwijs om deel te nemen aan de vve-werkgroep zodat we in gezamenlijkheid kunnen werken aan de doorgaande lijn kinderopvang – school. • Zorgen we ervoor dat het thema vve en oab een structurele plek krijgt op de agenda van het LEA, zodat schoolbesturen op dit thema aangehaakt blijven. • Verkennen we met de scholen met veel/zware doelgroep de behoefte aan gemeentelijke kennisdeling en samenwerking.

Een eerste inventarisatie in januari/februari 2024 bij de IB’ers van de drie zwaarste doelgroepscholen heeft de volgende punten naar boven gebracht: o Ouders en kinderen hebben in veel gevallen meer nodig dan scholen kunnen bieden. Extra inzet via de vrijwilligers van Forte School en VoorleesExpress kan een mooie aanvulling zijn, maar soms is meer nodig om (taal/opvoed)vaardigheden van ouders te versterken of om een gezin uit een isolement te halen. o Er komen veel kinderen de school in die nog niet “schoolrijp” zijn, denk bijv. aan problemen met verstaanbaarheid, zindelijkheid, beurtgedrag, samen spelen. Dat heeft invloed op wat scholen in groep 1 en 2 met deze kinderen kunnen bereiken en hoe goed scholen ze klaar kunnen stomen voor groep 3. o De samenwerking met de kinderopvang kent nog veel verschijningsvormen en tevredenheid hierover verschilt. Het delen van goede voorbeelden over hoe een samenwerking ingericht kan worden kan helpend zijn. o Er komen kinderen de school in die geen voorschoolse educatie hebben gehad maar wel tot de doelgroep lijken te behoren. De vraag die scholen hebben is of ouders voldoende geïnformeerd en verleid worden tot voorschoolse educatie. Scholen kunnen een rol spelen in de toeleiding omdat zij veel gezinnen in beeld hebben, bijvoorbeeld via broertjes/zusjes op school.

o De stappen naar een integrale zorgstructuur waarin ook het jonge kind een duidelijke plek krijgt wordt de scholen toegejuicht. o Niet alle scholen hebben een even zware NT2-problematiek. Dit pleit voor gerichte inzet op een aantal specifieke scholen hierop. o In de kleutergroepen is vooral behoefte aan extra mankracht, zodat er meer gelegenheid ontstaat om in kleine groepjes te werken en maatwerk te bieden in het taalaanbod.

24

Ouderbetrokkenheid • In de vve-werkgroep stellen we een aantal doelen van educatief partnerschap met elkaar vast waar we in gezamenlijkheid aan willen werken. Aan deze doelen koppelen we (voorbeeld)activiteiten, voorzien van bronnen/materialen/methoden en samenwerkingspartners zodat op organisatie- en locatieniveau zicht en grip komt op de vorm en mogelijke invulling van educatief partnerschap. Denk hierbij bijvoorbeeld aan zichtbaarheid van het aanbod vanuit gemeente, GGD, bibliotheek, Forte en Voorleesexpress. Maar ook aan het delen van goede voorbeelden van verteltassen, spelinloop of warme overdracht. • Met name de samenwerking met de bibliotheek vinden we interessant om verder te onderzoeken. We denken dan bijvoorbeeld aan meertalige boeken, expertise rond interactief voorlezen in andere talen, en op plekken met veel doelgroepkinderen een koppeling tussen kinderopvang en de bibliotheek op school. Ook het Boekstart koffertje willen we graag breed beschikbaar maken, bijv. ook voor kinderen die op latere leeftijd als nieuwkomer in de gemeente komen wonen. • Samen brengen de vve-partners vervolgens in kaart op welke doelen en voor welke doelgroep nog onvoldoende aanbod is. We zien dat er nu in ouderbetrokkenheid veel focus is op de kinderen met een indicatie tussen 2 en 4 jaar oud.

We willen verder kijken dan deze groep en kijken wat er nodig is in de periode daarvoor en in de basisschoolleeftijd. Ook willen we in het bijzonder aandacht hebben voor ouders met een andere culturele achtergrond en kinderen (en hun ouders) die niet deelnemen aan voorschoolse educatie. • Daar waar gezamenlijkheid of bundeling van activiteiten mogelijk is (locatie/organisatieoverstijgend) zoeken we elkaar op. Denk bijvoorbeeld aan bijeenkomsten in de bibliotheek over interactief voorlezen of gezamenlijke scholing over cultuursensitiviteit in ouderbetrokkenheid. • We zorgen dat professionals in kinderopvang en onderwijs goed zicht hebben op ondersteuningsmogelijkheden voor ouders in de gemeente, zodat zij laagdrempelig kunnen doorverwijzen. Resultaatafspraken • Gemeente en schoolbesturen, bij voorkeur samen met ve-aanbieders, formuleren met elkaar een of meerdere resultaatafspraken. Dit doen zij op het moment dat hierover meer informatie beschikbaar is vanuit het ministerie van OCW en de Inspectie van het Onderwijs10. • Deze resultaatafspraken zijn onderdeel van een kwaliteitsdialoog: dat wil zeggen dat we met elkaar ook het gesprek aan gaan over de kwaliteit van het vve-aanbod en de afspraken en ambities die we daarover met elkaar willen vastleggen in bijvoorbeeld een kwaliteitskader.

Monitoring evaluatie • We stellen met elkaar een aantal basis-indicatoren vast die van belang zijn om te meten en weten. Het gaat dan in eerste instantie met name om cijfers rond bereik en toeleiding. We spannen ons gezamenlijk in om hierover op regelmatige basis gegevens te verzamelen en met elkaar te bespreken. De uitgevoerde monitor door Sardes eind 2023 kan hiervoor een basis vormen. • Bij het verder doorontwikkelen van het beleid (o.a. middels het kwaliteitskader vve) kijken we met elkaar hoe we ook op andere thema’s eenvoudig gegevens kunnen verzamelen. Denk hierbij aan een thema als doorgaande lijn kinderopvang – onderwijs (op hoeveel scholen is sprake van samenwerking, voor hoeveel kinderen vindt een warme overdracht plaats, hoe tevreden zijn we hierover?). Belangrijk hierbij is het uitgangspunt dat het niet alleen gaat om het verzamelen van cijfers en feiten, maar ook om het gestructureerd ophalen van meningen en ervaringen.

10 Onderzoek en advies worden in de eerste helft van 2024 verwacht.

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=d05ce648-caae-43fe-b8ff-7f481f0a61d3