24-11-05.11 Overzicht beantwoording (technische) vragen Begroting 2025
Tekst van het document
Vraag 22: Blz.39 Aantal re-integratievoorzieningen: aantal per 10.000 inwoners 15-64 jaar Teruglopend van 267,2 in 2020 naar 157,4 - in 2023 Kunt u dit duiden en bied dit voldoende mogelijkheden voor onze inwoners? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 22: Zie het antwoord op vraag 12 van D66. Nagekomen vragen
32
1.6 Technische vragen VVD Vraag 1. De Solvabiliteit staat in de begroting voor het jaar 2025 op 19%. Welk bedrag zou er aan de algemene reserve toegevoegd c.q. minder onttrokken moeten worden om dit kengetal voor 2025 op 20% uit te laten komen? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 1: Zie antwoord op vraag 13 van D66. Vraag 2. Voor het dekken van het incidentele deel van het tekort voor 2025 wordt € 2,6 miljoen onttrokken aan de algemene reserve (P9). In plaats van een onttrekking uit de algemene reserve kan een incidenteel tekort ook worden gedekt door één of meerdere projecten uit te stellen. Welke projecten komen op basis van de (objectieve) status waarin zij verkeren als eerste in aanmerking om uitgesteld te worden, waardoor er lasten in 2025 vrij vallen en om welk bedrag gaat het dan voor 2025 per project? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 2: Een van de dekkingsvoorstellen in de Kadernota 2025 om jaarschijf 2025 sluitend te krijgen, was een vrijval van € 211.000 aan kapitaallasten in 2025 (zie pagina 24 Kadernota 2025). Daarnaast is in de Programmabegroting 2024 een incidentele besparing van € 100.000 opgenomen in jaarschijf 2024 en 2025 vanwege lagere kapitaallasten door vertraging in de uitvoering. Dat betekent dat in 2025 dus al € 311.000 aan lagere kapitaallasten gerealiseerd dient te worden.
De kapitaallasten van bijna alle grote projecten (MFC Wanmolen, MFSC Elst, Meeuwenberg) zitten niet in jaarschijf 2025, maar vanaf 2026. De enige grote projecten waar vrijval van kapitaallasten in 2025 mogelijk is, zijn de centrumplannen Driel en Oosterhout. Samen gaat het om ruim € 0,3 miljoen. Deze zetten we in voor de geraamde vrijval van € 311.000. Nagekomen vragen Vraag XX: Portefeuillehouder: Ambtenaar: Antwoord op vraag XX:
33
1.7 Technische vragen GroenLInks N.v.t. Nagekomen vragen Vraag XX: Portefeuillehouder: Ambtenaar: Antwoord op vraag XX:
1.8 Technische vragen PvdA N.v.t. Nagekomen vragen Vraag XX: Portefeuillehouder: Ambtenaar: Antwoord op vraag XX:
34
1.9 Technische vragen ChristenUnie Vraag 1: Specificatie aanvullende structurele dekking 2025, tabel pag. 9: is in deze tabel eventuele relatie met ombuigingsmogelijkheden zoals voorgesteld bij kadernota 2025 aan te geven, inclusief eventuele aanpassingen (bijv aangepast, nieuw, n.v.t., …)
Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 1: 1. Participatiebudget (200.000) Maatregel 3.5) Het voorgestelde bezuinigingsbedrag was 91.000. Het college heeft ervoor gekozen om op het bestaande budget van 400.000 een bedrag van 200.000 te bezuinigen. De participatie wordt op een alternatieve manier vormgegeven. 2. Woonadviseur (25.000) maatregel 2.18. Bedrag is conform de kadernota 3. Beheerplannen (200.000) maatregel 2.09. Dit betreft een aanvullend bedrag. Het college gaat na in hoeverre binnen de beschikbare budgetten uitgaven kunnen worden getemporiseerd of effectiever kunnen worden ingezet. 4. Afschrijving nieuwbouw (101.000) maatregel 5.24. Dit betreft een lager bedrag. We verlagen de afschrijvingstermijn alleen van lopende nieuwe investeringen. 5. Sociaal Domein welzijnsorganisaties. Dit betreft een nieuwe bezuinigingsmaatregel. Vraag 2: 1. uitgangspunten voor deze begroting, tabel pag. 12: a. klopt het dat kolom ‘voorstel’ niet klopt met de waarde die erachter vermeld staat (bijv. voorstel hondenbelasting (onder 9. Belastingen) verhogen met prijsinflatie, terwijl de waarde 12,2% is conform niet-vastgestelde in kadernota 2025 ombuiging A.07 en bijv. voorstel begraafrechten (onder 10. Heffingen) verhogen met prijsinflatie, terwijl de waarde 22,2% is niet-vastgestelde in kadernota 2025 ombuiging 1.01)? b. in geval van ja onder a, wat is daarvan de reden? c.
is het mogelijk om in de tabel op pag. 12 onder ‘voorstel’ de relatie tot de ombuigingen te verduidelijken door het ombuigingsnummer op te nemen, waar relevant en daarbij aan te geven hoe zich dat verhoudt tot de vastgestelde kadernota 2025 (bijv. conform, aangepast, nieuw vlg ombuigingsvoorstellen kadernota 2025, aanvullend ombuigingsvoorstel, …)?
Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 2: De opmerking is juist. Naast de reguliere prijsinflatie zijn deze tarieven extra verhoogd als gevolg van het collegebesluit om de tarieven onder andere kostendekkend te maken. Dit had in de omschrijving opgenomen moeten worden. 35
Voor wat betreft het 2e deel van de vraag, zie antwoord op vraag 1. Vraag 3: In bijlage 1 en 2 van kadernota 2025 is op duidelijke wijze inzicht gegeven in ombuigingen 2025 en 2026 -2028 inclusief opgenomen dekkingsvoorstellen 2025. Is het voor transparantie en eenduidige traceerbaarheid mogelijk om geactualiseerde versies te delen van: d. bijlage 1, met daarin inzicht in eventuele mutaties tov vastgestelde kadernota 2025 e. bijlage 2, met markering ‘opgenomen in begroting 2025’ in aanvulling op blauwe markering ‘opgenomen in vastgestelde kadernota 2025’?
Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 3: De geactualiseerde versies van bijlage 1 en bijlage 2 zijn als bijlage bij dit antwoorden bestand gevoegd. Vraag 4: in kadernota 2025 is in 1.6.3 Vervolgproces aangegeven dat het college voorstelt om in oktober – december 2024 zoekrichtingen met de raad uit te werken (i.s.m. agendacommissie en inclusief inhoudelijke bespreking van in de kadernota 2025 gehanteerde afwegingscriteria & voor zover mogelijk inzicht in ontvangen financiële middelen en daadwerkelijke kosten voor taken die incidenteel en structureel in medebewind en/of vanuit de nationale overheid gedelegeerd uitgevoerd worden conform motie M47). Het is inmiddels half oktober 2024, wat is de status van deze planning en motie?
Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 4 Het college heeft recentelijk een agenderingsverzoek bij de Agendacommissie neergelegd voor het opstarten van het proces in het 4e kwartaal. Vraag 5: in de 2e Berap van zowel 2023 als 2024 wordt aangegeven dat er voordeel op de OZB te verwachten is (€ 0,5M in 2024 en € 0,1M in 2024) als gevolg van areaaluitbreiding. In hoeverre is er in begroting 2025 rekening gehouden met OZB-meevallers?
Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 5: Incidentele meevallers worden niet meegenomen, structurele voordelen zijn wel meegenomen.
7
https://overbetuwe.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/b555bce5-e8f4-45e5-85f4-11394b1db113
36
Vraag 6: bij vaststelling kadernota 2025 is motie M18 aangenomen (uiterlijk bij begroting 2025 beleid of kader voor de minimale omvang van de algemene reserve en een reserve weerstandsvermogen/-capaciteit voor te stellen en dit als expliciet beslispunt in het conceptbesluit over de programmabegroting ter besluitvorming aan de raad voor te leggen.). In coalitieprogramma 2024 en begroting is aangegeven dat er gestreefd wordt naar een algemene reserve van minimaal € 10 miljoen. In het concept-besluit begroting 2025 is geen beslispunt over de algemene reserve opgenomen. In het overzicht openstaande moties pfh. Van den Dam raad 1 oktober 2024 is de status ‘Maakt onderdeel uit van de begroting 2025, derhalve 5 november.’. Waar is de uitvoering van de motie terug te vinden in programmabegroting 2025?
Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 6 De uitgangspunten/resultaten rondom weerstandsvermogen/algemene reserve zijn opgenomen in programma 7 Financiën en bedrijfsvoering (pag.44) van de begroting. We hebben de omvang van de algemene reserve ( 10 miljoen) expliciet opgenomen als resultaat. Indien de raad de programmabegroting goedkeurt, is daarmee voldaan aan de uitvoering van de motie. Vraag 7: Beleidsindicatoren a. programma 1, pag. 18: omvang huishoudelijk restafval kg per inwoner aug 2024 (148) is meer dan een verdubbeling t.o.v. 2022 (2023 ontbreekt) en een stijging i.t.t. de daling v.a. 2020. Wat is de verklaring van deze stijging? b. programma 2, pag. 35: stijging van winkeldiefstallen, diefstallen uit woning, misdrijven, vernielingen en verwijzingen Halt. Welke maatregelen worden er genomen om (verdere) stijging van deze indicatoren te voorkomen?
Portefeuillehouder: Rik van den Dam, Patricia Hoytink-Roubos Antwoord op vraag 7: Antwoord deel A: De 148 kg restafval is het gemiddelde per inwoner voor NL. Een eigen berekening laat zien dat het 68 kg was in Overbetuwe over 2023. Antwoord deel B: Woninginbraken: Met betrekking tot de (poging tot) woninginbraken zijn hieronder de cijfers bekend vanuit de politie: Onderwerp Locatie Aantal 2024 Aantal 2023 (volledig) Verschil (t/m 17 juli) Diefstal in/uit woning Herveld 2 3 -1 8
https://overbetuwe.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/d684b0ec-6874-495b-9f20-0c048ac6c812
37
Diefstal in/uit woning Diefstal in/uit woning Diefstal in/uit woning Diefstal in/uit woning Diefstal in/uit woning Diefstal in/uit woning Diefstal in/uit woning Diefstal in/uit woning
Andelst Elst Zetten Heteren Oosterhout Randwijk Valburg Driel
0 10 7 1 1 1 2 0
2 16 4 4 1 1 0 3
-2 -6 +3 -3 0 0 +2 -3
In het overzicht is te zien dat er enkele ‘hotspot’ locaties zijn, de politie heeft dit onder de aandacht. In Zetten en Valburg is een lichte stijging te zien van woninginbraken. Landelijk wordt aangegeven dat er een lichte daling is met betrekking tot woninginbraken. Alleen Noord-Brabant en Flevoland hebben een stijging in het aantal woninginbraken. Gezien de landelijke cijfers, steken de cijfers van de gemeente Overbetuwe hierbij gunstig af. Welke maatregelen worden er genomen? Er wordt via de sociale media en lokale kranten ingezet op preventie en bewustwording, zoals “sluit ramen, deuren en laat uw woning aan de buitenkant eruit zien alsof er iemand thuis is”. Ook hebben wij afgelopen zomer een slachtoffer geïnterviewd en dit gedeeld op sociale media. Dit is gedaan om te laten zien wat de impact is van een woninginbraak. Elk jaar zijn er acties rond de piekmomenten van woninginbraken, onder de noemer “zomeroffensief” en “donkere dagen offensief”, worden acties uitgezet op bewustwording en reguliere (verkeers-)controles vanuit de politie. Voorbeelden hiervan zijn de “witte voetjes” acties en de led borden langs de doorgaande wegen, maar ook het stimuleren van Buurtpreventie door hen te faciliteren met borden en stickers. Vernielingen: Met betrekking tot vernielingen kan geen scherp beeld gegeven worden over stijgingen of dalingen.
Via het jeugdgroepenoverleg (JGO) is bekend dat er vernielingen worden gepleegd, maar zijn er geen signalen van een toename bekend bij de gemeente Overbetuwe (en Veiligheid). Welke maatregelen worden er genomen? Vernielingen worden gemonitord in het JGO. De politie stuurt voor elk JGO cijfers van overlast van jongeren, vernielingen en rond de jaarwisseling ook de vuurwerkmeldingen. Hierbij zijn geen zichtbare trends of ontwikkelingen bekend. Wat wel zichtbaar is, is dat rond de jaarwisseling er een stijging is van het aantal vernielingen, ten opzichte van de “reguliere” dagen. Dit is afleidbaar van de vuurwerkperiode, waarbij (illegaal) vuurwerk wordt afgestoken, wat soms schade veroorzaakt. 38
Misdrijven Allereerst: misdrijven is een breed begrip gezien hier alle delicten onder vallen alle ernstige strafbare feiten onder zoals moord, verkrachting, diefstal, afpersing e.d. Over ‘misdrijven’ kun je geen specifieke uitspraken te doen is lastig. Over “misdrijven” algemeen is dat er een stijging is van meisjes tussen de 12 en 18 jaar die verdacht worden van een misdrijf (Aantal meisjes in Overbetuwe dat verdacht wordt van misdrijf vorig jaar gestegen | Overbetuwe | gelderlander.nl). Volgens politie bronnen van de periode februari 2024 en augustus 2024 is hiertussen een daling van het aantal misdrijven. In dit overzicht is te zien dat het aantal misdrijven per maand in Overbetuwe lager ligt dan het gemiddelde van heel Nederland. Periode, 2024 Overbetuwe (per 1.000 inwoners) Februari 2,7 Maart 2,5 April 2,6 Mei 2,0 Juni 2,3 Juli 1,9 Augustus 2,3 Bron: Politie, Overbetuwe in Cijfers - Openbare orde en veiligheid
Nederland (per 1.000 inwoners) 3,7 3,7 3,6 3,7 3,6 3,9 3,9
Winkeldiefstallen In de afgelopen 5 jaar zijn er meer meldingen geweest van winkeldiefstallen in Overbetuwe. Bekend is dat winkeldiefstallen worden gepleegd bij supermarkten. Een grote oorzaak hiervan is dat de mogelijkheid is van zelfscan kassa’s en dat producten niet altijd worden afgerekend. Hierin hebben de supermarkten maatregelen genomen, door extra in te zetten op controles. Welke maatregelen zijn er genomen? In maart is er vanuit het Keurmerk Veilig Ondernemen een informatiebijeenkomst georganiseerd “Jatten met Jaap”, waarbij er een winkelcentrum scan gedaan zou worden. De bedoeling was dat er door een persoon “fake” winkeldiefstallen zouden worden gepleegd en de goederen zouden direct worden terug gegeven. Een dag later zou de informatiebijeenkomst zijn, met tips en voorbeelden vanuit de scan. Helaas is gebleken dat er onvoldoende interesse was in de informatiebijeenkomst (2 aanmeldingen) voor het centrum van Elst, terwijl in het KVO (Keurmerk Veilig Ondernemen overleg) is aangegeven dat hier behoefte aan was. Wij waren hierdoor vanuit de gemeente genoodzaakt om deze bijeenkomst te annuleren. We blijven echter de winkeldiefstallen via het KVO monitoren waarbij de wijkagenten en boa’s alert zijn op signalen van winkeldiefstallen. Ook hebben de ondernemers van Elst goede contacten onderling om winkeldieven te weren.
Er is ook gekeken naar een collectief winkelverbod, maar dat heeft het niet gehaald door te weinig belangstelling bij de ondernemers. 39
Halt Elk jaar wordt er een werkplan opgesteld (zo is er ook weer een voor 2025) en worden werkafspraken gemaakt tussen Stichting Halt en de gemeente. Er is een ruim aanbod op preventielessen die worden gegeven door Stichting Halt, die betaald worden door de gemeente Overbetuwe. De aangeboden preventielessen van Halt worden bij alle scholen in Overbetuwe voorgelegd in de “menukaart”. Scholen kunnen daarbij kiezen welke preventielessen er gegeven worden tijdens lesuren. In het werkplan staat het aanbod waar scholen zich op kunnen aanmelden bij Stichting Halt. In de cijfers is te zien dat er een afname is van het aantal doorverwijzingen naar Halt. Vraag 8: op pag. 52 wordt aangegeven ‘De hondenbelasting is een algemene belasting waarvan de opbrengst in de algemene middelen vloeit en van waaruit gemeenten zelf mogen bepalen waaraan het wordt besteed. Uit onze inkomsten van de hondenbelasting worden onder andere de aanleg, het onderhoud en de schoonmaak van de hondenvoorzieningen (honden uitlaatplaatsen en hondenlosloopgebieden) betaald.’ En dat in december 2024 de Verordening hondenbelasting gemeente Overbetuwe 2025 wordt aangeboden aan de raad. Welk % van inkomsten uit hondenbelasting wordt in 2025 (o.v.b.
programmabegroting 2025, welke +10% extra is) besteed aan niet-hond gerelateerde kosten? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek Antwoord op vraag 8: Naar verwachting wordt in 2025 ongeveer 48% van de inkomsten uit hondenbelasting besteedt aan niet-hond gerelateerde kosten. De hond gerelateerde kosten bestaan uit directe en indirecte kosten. De directe kosten voor het beheer en onderhoud van de hondenuitlaatveldjes en losloopveldjes bedragen in 2025 ongeveer €200.000. De indirecte kosten voor het innen en controleren van de belasting, communicatie en beleid zijn ongeveer €25.000. In totaal zijn de hond gerelateerde kosten voor 2025 ongeveer €225.000. Dit is ongeveer 52% van de totale verwachte inkomsten van €430.000. Vraag 9: op pag. 102 staat ‘In onderstaande tabel is per programma aangegeven wat de nagekomen financiële mutaties zijn ten opzichte van de Kadernota 2024’. Wordt hier inderdaad kadernota 2024 bedoeld, aangezien de tabel refereert aan kadernota 2025?
Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 9: De opmerking is juist. Dit moet zijn 2025.
40
Vraag 10: In hoeverre is septembercirculaire 2024 verwerkt in begroting 2025 en indien dit nog niet verwerkt is, wanneer wordt inzichten vanuit de septembercirculaire verwacht?
Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 10: Het college heeft op 15 oktober 2024 het raadsvoorstel inzake de septembercirculaire behandeld en aangeboden aan de Raad. Nagekomen vragen Vraag XX: Portefeuillehouder: Ambtenaar: Antwoord op vraag XX:
41