CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-11-05.11 Overzicht beantwoording (technische) vragen Begroting 2025

Gemeenteraadsvergadering 5 november 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Programmabegroting 2025*11.740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beantwoording technische vragen Begroting 2025 Versie: 18 oktober 2024

Inhoud 1. 1.1 Technische vragen CDA ......................................................................................................................................................................2 2. 1.2 Technische vragen GBO ......................................................................................................................................................................3 3. 1.3 Technische vragen OverBetuweNu (OBN) ........................................................................................................................................12 4. 1.4 Technische vragen D66 .....................................................................................................................................................................12 5. 1.5 Technische vragen BOB ....................................................................................................................................................................21 6. 1.6 Technische vragen VVD ....................................................................................................................................................................33 7. 1.7 Technische vragen GL .......................................................................................................................................................................34 8.

1.8 Technische vragen PVDA ..................................................................................................................................................................34 9. 1.9 Technische vragen CU ......................................................................................................................................................................35

1

1.1 Technische vragen CDA N.v.t. Nagekomen vragen Vraag XX: Portefeuillehouder: Ambtenaar: Antwoord op vraag XX:

2

1.2 Technische vragen GBO Vraag 1: Hogere kosten Reinigingsheffing: Vraag: is het mogelijk om een ander ophaalregime te realiseren bv in de winter minder groen ophalen en bv grijs maar 1 x per 4 weken? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek Antwoord op vraag 1: Vanaf 2025 wordt de grijze container nog maar eens per vier weken geleegd. Dit is een maatregel uit het door uw raad vastgestelde Grondstoffenbeleidsplan. Er volgt nog een onderzoek om in de wintermaanden minder vaak de gft-containers te ledigen. Ook dit is een actie uit het Grondstoffenbeleidsplan. Vraag 2: Bestemmingsreserve: Veel bestemmingsreserves kapitaalslasten: Vraag: wat als de periode afloopt: zie bv kunstgras Spero, dat in 2027 afloopt, en waarschijnlijk vervangen moet worden. Waar wordt dan het geld vandaan gehaald voor de daaropvolgende jaren? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 2: Bij de vaststelling van de Kadernota 2022 is ervoor gekozen om voor investeringen in kunstgrasvelden met ingang van 2022 de componentenmethode te hanteren. Op basis van de huidige kunstgrasvelden is toen geïnventariseerd in welk jaar vervanging van de toplaag moet plaatsvinden. De kapitaallasten van die vervangingen zijn destijds verwerkt in de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025. Jaarlijks wordt bij het opstellen van de Kadernota een nieuw jaar toegevoegd aan de meerjarenbegroting.

Mocht in dat toegevoegde jaar sprake zijn van kapitaallasten van vervangingen dan wordt dat bedrag opgenomen in die jaarschijf. Zo zijn in jaarschijf 2028 van de Programmabegroting 2025 de kapitaallasten opgenomen van het kunstgrasveld dat in 2027 vervangen moet worden. Kapitaallasten van velden die in 2028 moeten worden vervangen, nemen we dus op in de Kadernota 2026 in jaarschijf 2029. Enz. Vraag 3: Effecten Septembercirculaire Kan het college aangeven wanneer die effecten aan de raad worden gepresenteerd? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 3: Het college heeft op 15 oktober 2024 het raadsvoorstel inzake de septembercirculaire behandeld en aan de Raad aangeboden.

3

Vraag 4: Krijgt de raad daarbij dan tevens de gevolgen daarvan voor de begroting 2025 en de meerjarenbegroting? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 4: Ja, de effecten zijn daarvan opgenomen. Vraag 5: Weerstandsratio, risico’s Is het een reële gedachte dat er, op basis van de risicoparagraaf een groter beroep zal moeten worden gedaan op de algemene reserve? (denk met name aan sociaal domein en de hogere materiaal- en arbeidskosten) Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 5: De risico's worden op grond van een consistente methodiek elk jaar opnieuw geschat. Als de totale omvang van de risico's structureel toeneemt, kan dat betekenen dat er een groter effect kan ontstaan als risico's zich voordoen. Dit wordt dan vervolgens in de begroting meegenomen en heeft eventueel effect op uitname van de algemene reserve. Vraag 6: Welke (extra) risico’s lopen we als de weerstandsratio zover daalt? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 6: De weerstandsratio in de begroting is 1,9 en is daarmee ruim voldoende. Als de weerstandsratio bijvoorbeeld onder de 1,0 daalt, bestaat het risico dat de liquiditeit en de solvabiliteit onvoldoende zijn en de toezichthouder maatregelen vraagt van het college.

4

Vraag 7: Groot onderhoud gemeentelijke accommodaties: De afschrijvingsperiode van een aantal vastgoedobjecten is verlengd, ter dekking van tekorten. Wij constateren dat, bij verlenging van de gebruiksduur van een object, de onderhoudskosten van een grote importantie zijn, en dus zullen stijgen. Klopt ons doorzicht in deze? Portefeuillehouder: Rik van den Dam, Karel Grimm Antwoord op vraag 7: De verlenging van de levensduur betreft alleen recentelijk gerealiseerde objecten (of nog te realiseren objecten). De tegenwoordig gebruikte materialen leiden in het eerste deel van de levensduur zeker niet tot hogere onderhoudskosten. Extra onderhoudskosten zouden zich mogelijk wel kunnen voordoen richting het einde van de levensduur, maar dat is dus pas over 30 tot 40 jaar. Dat is nog dusdanig ver weg dat het niet nodig is om daar nu al wat voor op te nemen. De DMJOP’s waarop het groot onderhoud is gebaseerd worden om de 3 jaar geactualiseerd. Vraag 8: Hoe is dat dan te rijmen met een substantiële afname van de voorziening groot onderhoud? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Voor de accountant moet jaarlijks bij het opstellen van de jaarrekening een onderbouwing worden gemaakt van de voorziening groot onderhoud.

Daarbij wordt gekeken naar het verwachte onderhoud voor de komende 10 jaar (op basis van de actuele meerjarenonderhoudsplannen) in relatie tot de jaarlijkse structurele storting in de voorziening. Tevens wordt in de onderbouwing meegenomen het nog niet volledig uitgevoerd onderhoud voorgaande jaren plus de huidige omvang van de voorziening. Bij de meest recente berekening (dus medio maart van dit jaar) bleek de voorziening de komende 10 jaar toereikend. Vraag 9: Openbare ruimte: Als er veel geld overblijft is onze conclusie dan juist dat er zowel in 2023 als (naar verwachting) in 2024 niet voldaan wordt aan de kwaliteitseisen conform het IKP-OR? Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 9: We monitoren kwaliteitseisen periodiek door inspecties en door een beleidsschouw. Deze monitoring laat op dit moment nog geen grote afwijkingen zien in de kwaliteitseisen zoals vastgelegd in het IKP OR. Wel zijn er natuurlijk aanbevelingen of eventuele knelpunten waar te nemen in de gehele openbare ruimte. Deze aanbevelingen en knelpunten worden meegenomen in de reguliere beheer- en de onderhoudswerkzaamheden.

5

Vraag 10: Welke risico’s loopt de gemeente als er schade, aan mens of goed, ontstaat door achterstallig onderhoud? Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 10: Natuurlijk zijn er altijd risico’s in de gehele openbare ruimte aanwezig. Letselschade is een van de grootste risico’s aan mens of goed. Dit kan zijn door een vallende boom en/of tak of door een losliggende tegel die uitsteekt. Om deze risico’s zoveel mogelijk te beperken, worden er zoals aangegeven periodiek inspecties en schouwrondes uitgevoerd. Een voorbeeld hiervan zijn de weginspecties of de boomcontroles (visual tree assessment, VTA’s) die periodiek worden uitgevoerd. Zoals hierboven beschreven is, nemen we deze aanbevelingen en knelpunten mee in de beheer- en onderhoudswerkzaamheden om in ieder geval achterstallig onderhoud te voorkomen. Vraag 11: Onze fractieleden krijgen regelmatig vragen en opmerkingen over de slechte staat van wegen en groenonderhoud. Hoeveel klachten krijgt de gemeente en wat is het effect van dergelijke meldingen? Portefeuillehouder: Wijnte Hol, Rik van den Dam Antwoord op vraag 11: We hebben sinds januari 2023 een nieuw meldingen systeem, FIXI. Hierin kunnen alle inwoners, bezoekers en ondernemers meldingen doen ten aanzien van de openbare ruimte. Het is een transparant platform waarin iedereen de meldingen en de voortgang kan zien en volgen.

In 2024 zijn er tot nu toe 7991 meldingen ingediend. Deze meldingen zijn heel uiteenlopend van geluidsoverlast, tot meldingen over te hard rijden tot een losliggende stoeptegel. Samen met onze eigen waarnemingen, de inspecties en beleidsschouw vullen onze inwoners, bezoekers en bedrijven/instellingen ons aan om de openbare ruimte schoon, heel en veilig te houden. Onze eigen dienst en onze aannemers zijn verantwoordelijk om deze meldingen zo snel als mogelijk op te lossen om risico’s in de toekomst te voorkomen. Vraag 12: Wordt de actualisatie inderdaad voorzien voor 2024. Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 12: De actualisatie van de integrale beheerplannen wordt voorzien in 2025 i.v.m. het vaststellen van het beleidsplan openbare verlichting en de financiële consequenties die daaruit volgen. 6

Vraag 13: Tot slot vermelden we hier wederom dat er in deze begroting géén overzicht met de betekenis (en uitleg) van de gebruikte afkortingen is opgenomen. Kan die alsnog worden toegevoegd? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 13: Lijst is toegevoegd, zie afzonderlijke bijlage. Vraag 14: Kunnen we erop rekenen dat in toekomstige documenten als jaarstukken, beraps, kadernota en begroting een dergelijk overzicht standaard wordt opgenomen? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 14: Ja, we zullen dit standaard gaan opnemen. Bij de jaarstukken van 2023, die in juli 2024 in de raad is behandeld, was de lijst opgenomen. Vraag 15: Het college heeft aangegeven 70% te willen bezuinigen en 30% lastenverhoging te willen realiseren. In de programmabegroting missen wij een staartje van de genomen bezuinigingen die uitkomen op 70% en de lasten die verhoogd worden met 30%. Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 15: Het aanvullende (structurele) bedrag bij het opstellen van de begroting 2025 bedroeg 1,2 miljoen euro. Dit betreft de aanvullende uitgaven van de WMO/Jeugd. Dit bedrag is opgenomen in het staatje op pagina 8. Op pagina 9 is opgenomen op welke wijze de dekking hiervan plaatsvindt. Via lastenverzwaring is een bedrag van 360.000 euro (30%) opgenomen, via ombuigingen 825.000 euro (70%).

7

Vraag 16: Is er al meer bekend over de verplaatsing van de tennisvelden bij de Helster in Elst? Is de verkenning begonnen en/of afgerond? Er staat namelijk niets hierover in de programmabegroting, zowel beleidsmatig als financieel. Portefeuillehouder: Wijnte Hol, Karel Grimm Antwoord op vraag 16: Antwoord: De verkenning van de locatiestudie naar de verplaatsing van de tennisvelden en padelbanen van ETV is in de afrondende fase. De behandeling van Fase I van het locatieonderzoek, inclusief financiële verkenning, is op de integrale raadsplanning opgenomen voor de voorbereidende raad van 28/1 en de raadsvergadering van 11/2 2025. Op dit moment gaan we uit van een grondexploitatie voor de herontwikkeling van locatie De Helster, met minimaal een budgettair neutraal resultaat waarin verplaatsing van de tennisvereniging ETV De Helster mogelijk wordt gemaakt. Vraag 17: Gaat het college nog participatie- acties ondernemen in wijken of kernen waar geen directe aanspreekpunten bv. vanwege het ontbreken voor overleg zijn. Denk bv. aan Elst Zuid en Oost. Portefeuillehouder: Evert Westerbeek Antwoord op vraag 17: Participatie zoals verwoord in deze vraag, vereist een behoefte vanuit een wijk, dorp of een kern. Wij kennen de kernen en wijken waarin geen (geformaliseerde) aanspreekpunten (meer) zijn.

Op plekken waar deze behoefte ooit was, zijn we present via onze dorpscontactpersonen en de opbouwwerkers waarmee zij samenwerken. Veelal wordt aansluiting gezocht bij projecten (denk aan: spelen, herinrichting en reconstructie van gebieden), initiatieven (zoals die van Overbetuwe Doet) en vraagstukken in de fysieke leefomgeving waarbij inwoners rechtstreeks betrokken zijn. Het doel van dit aansluiten is altijd om te zien en te ervaren of er behoeften zijn waaraan we een gemeentelijke bijdrage kunnen leveren. Bij het bepalen van onze rol en bijdrage volgen we de gemeentelijke visie op interactie met de samenleving. De uitgangspunten van deze interactievisie en ons participatiebeleid zijn terug te vinden via: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR673151/1

8

Vraag 18: Er wordt gesproken om in meerdere kernen een Huiskamer+ zoals in Heteren op te richten, te beginnen in 2025 met 1. Hoe denkt het college in komende jaren hieraan vorm te kunnen geven, gelet op het feit, dat niet alle kernen, dorpen beschikken over een eigen ruimte? Blijven de participatiemedewerkers in Heteren in 2025 actief? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek Antwoord op vraag 18: De verwachting is dat niet in elk dorp een Huiskamer+ zal komen. Dit is niet alleen afhankelijk van de beschikbare ruimte, maar ook van de vraag of vrijwilligers (met professionele ondersteuning) deze inzet kunnen en willen leveren. De doorontwikkeling van de Huiskamers vindt plaats in overleg met de initiatiefnemers. De gemeente is in deze samenwerkingspartner. De besturen van de Huiskamers gaan hierover. Tijdens het RTGC in november zal dit nader worden toegelicht. De Huiskamer+ in Heteren is een pilot en zal eind 2024 worden geëvalueerd. Mede afhankelijk daarvan wordt bekeken welke condities nog meer van belang zijn om een Huiskamer+ te starten. Overigens beschikt alleen Elst niet over een eigen ruimte. De Participatiemedewerkers blijven in ieder geval actief tot met het eind van de overeenkomst die gesloten is met de huiskamer. Dit betekent tot en met 30 juni 2025.

Vraag 19: Hoe kan het zo zijn, dat Overbetuwe voor wat betreft voortijdige schoolverlaters procentueel afwijkt ten opzichte van andere gemeenten? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek Antwoord op vraag 19: In november 2023 zijn de definitieve vsv-cijfers over schooljaar 2021-2022 gepubliceerd. In een informatiememo van 1 oktober 2024 rapporteren wij het onderstaande hierover: In november 2023 zijn de definitieve vsv-cijfers over schooljaar 2021-2022 gepubliceerd. Gemeente Overbetuwe Landelijk

2022-2023 2.35% 2.38%

2021-2022 1.67% 2.37%

2020-2021 1.63% 1.88%

2019-2020 1.48% 1.72%

2018-2019 1.39% 2.02%

Deze cijfers lopen altijd ruim achter. Voor de gemeente Overbetuwe zien wij een vsv-percentage van 1.67%. Dit is een stijging van 2% ten opzichte van schooljaar 2020-2021. Deze stijging is niet in lijn met de landelijke trend (+26%). De landelijke stijging wordt vooral gezien als een effect van de covid-19 pandemie. In Overbetuwe zien wij in deze periode juist geen grote stijging. De voorlopige cijfers voor het schooljaar 2022-2023 laten wel een stijging zien. 9

Het aantal meldingen kan hoger liggen, doordat deze jongeren door de extra inzet van schoolmaatschappelijk werk en jongerenwerkers nu goed in beeld zijn. De schoolmaatschappelijk werkers en leerplichtconsulenten zetten in op het bewust maken van scholen van de noodzaak van vroege signalering en op tijd melden van verzuim. Het gaat hier om voorlopige cijfers. We wachten de definitieve cijfers af om conclusies te kunnen trekken op basis van feitelijke gegevens. Belangrijke redenen van vsv die landelijk worden genoemd zijn groenpluk, de (toename van de) complexiteit van problematiek en het maken van een verkeerde studiekeuze. In maart 2024 werden de voorlopige vsv-cijfers van het schooljaar 2022-2023 gepubliceerd. Landelijk is het vsv-percentage ongeveer gelijk gebleven, in Overbetuwe zien we een stijging van 1.67% naar 2.35%. Ondanks de stijging zitten wij onder het landelijk gemiddelde van 2,38%. Het laat zien dat de acties die we inzetten op vsv nodig blijven én dat we hier middels het regionale actieplan vsv een impuls aan geven. Regionaal zien we een stijging van 2.39% naar 2.60%. Zie onderstaand tabel voor een vergelijking tussen gemeentes in de regio.

Vraag 20: Paragraaf bedrijfsvoering: Kan het college een vinger krijgen achter het langdurig ziekteverzuim, dat afwijkt van andere gemeenten? Portefeuillehouder: Patricia Hoytink-Roubos Antwoord op vraag 20: Op basis van de laatste gesprekken (oktober 2024) met de Arbodienst, het management en P&O is het beeld dat er sprake is van een groter aandeel medisch ziekteverzuim (meer dan 60% van de medewerkers die een contactmoment hebben gehad met de Arbodienst) ten opzichte van andere organisaties. Het medisch ziekteverzuim is moeilijk beïnvloedbaar en dit kan deels de afwijking ten opzichte van andere gemeenten verklaren. In 10

onze organisatie is ook sprake van werk gerelateerd verzuim of een combinatie verzuim. In samenwerking met de Arbodienst, de vertrouwenspersoon, het management en P&O wordt het ziekteverzuim en specifiek het werk gerelateerd verzuim nader geanalyseerd. De uitgezette vragenlijsten in het kader van de RI&E kunnen hierbij ondersteunend zijn. Uit de analyse moet zichtbaar/ duidelijk worden welke werk gerelateerde oorzaken (waaronder werkdruk) ten grondslag liggen aan dit verzuim en op welke wijze daarop sturing moet worden gegeven. Nagekomen vragen Vraag XX: Portefeuillehouder: Ambtenaar: Antwoord op vraag XX:

11

1.3 Technische vragen OBN N.v.t. Nagekomen vragen Vraag XX: Portefeuillehouder: Ambtenaar: Antwoord op vraag XX:

1.4 Technische vragen D66 Vraag 1: Er wordt het volgende vermeld op pagina 5: “De jaarschrijven 2026 .. kennen een structureel tekort van rond de 6 miljoen. Dit tekort wordt deels veroorzaakt door dat van 2026 gemeenten zelf meer belasting mogen heffen’ en een paar regels later: ‘Op welke wijze de gemeente vervolgens haar inkomsten mag verhogen, is nog niet duidelijk.’ Is eigenlijk al bekend of er door het Rijk überhaupt nog gewerkt wordt aan en/of overlegd wordt met de VNG over deze alternatieve financiering? Wij kunnen er zelf niets meer over terugvinden muv de motie die 8 oktober 2024 in de tweede kamer is aangehouden Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 1: Dit is bij ons niet bekend. Vraag 2: Pag. 9 In dit lijstje zijn een aantal dekkingen eerder al als bijlage bij de kadernota gevoegd als mogelijke dekking en daarmee toegelicht. Graag een nadere toelichting waar de bedragen (en/of inhoudelijke maatregel) afwijkt ten opzichte van de voorstellen in de kadernota. Graag een toelichting op de voorgestelde besparing op de woonadviseur: is bekend welk effect de inzet van de woonadviseur tot nu toe is geweest? Portefeuillehouder: Rik van den Dam, Karel Grimm

12

Antwoord op vraag 2: 1. Participatiebudget (200.000) Maatregel 3.5) Het voorgestelde bezuinigingsbedrag was 91.000. Het college heeft ervoor gekozen om op het bestaande budget van 400.000 een bedrag van 200.000 te bezuinigen. De participatie wordt op een alternatieve manier vormgegeven. 2. Woonadviseur (25.000) maatregel 2.18. Bedrag is conform het voorstel voor ombuiging bij de kadernota 3. Beheerplannen (200.000) maatregel 2.09. Dit betreft een aanvullend bedrag. Het college gaat na in hoeverre binnen de beschikbare budgetten uitgaven kunnen worden getemporiseerd of effectiever kunnen worden ingezet. 4. Afschrijving nieuwbouw (101.000) maatregel 5.24. Dit betreft een lager bedrag. We verlengen de afschrijvingstermijn alleen van lopende nieuwe investeringen. 5. Sociaal Domein welzijnsorganisaties. Dit betreft een nieuwe bezuinigingsmaatregel. Het totale budget voor de welzijnsorganisaties bedraagt 4,02 miljoen. De voorgestelde ombuiging behelst 7,5% van dit bedrag. Vooralsnog is de concrete invulling van deze ombuiging nog niet bekend, deze zal in samenspraak met de welzijnsorganisaties worden ingevuld.

Voor een voorbeeld van mogelijke maatschappelijke effecten van deze ombuiging verwijzen wij naar de dekkingsvoorstellen zoals deze in de Kadernota 2025 met de raad zijn gedeeld (bijlage 1 en 2, inclusief de bijbehorende formats waar ook het maatschappelijke effect is ingevuld) Effecten woonadviseur: De vrijwillige woonadviseurs zijn sinds 2023 actief. In mei 2024 is door Forte Welzijn gerapporteerd welk effect de woonadviseur tot dat moment had. We hebben hieronder een overzicht opgenomen van deze eerste resultaten. Een evaluatie over de periode na mei 2024 moet nog volgen. • Op dit moment (mei 2024) zijn er 5 vrijwillige woonadviseurs bekwaam en inzetbaar. • In deze periode (juni 2023 tot en met mei 2024) zijn 60 adressen bezocht, waarvan 30 tweemaal bezocht. • Op een enkeling na geeft iedereen aan te willen verhuizen. • Van de 60 bezochte adressen hebben 3 huishoudens aangegeven dat ze daadwerkelijk zijn verhuisd. • Op basis van advies van de woonadviseurs hebben 10 adressen aanpassingen gedaan. • Het advies over energiebesparende maatregelen is een vast onderwerp van het woonadviesgesprek. • Vanuit de 60 adressen zijn er 10 adressen doorverwezen naar het Sociaal Team Overbetuwe, 2 adressen naar Forte Geldzaken, 4 adressen Forte Opbouwwerk en 10 adressen naar de woningcorporaties. • Een adres is doorverwezen naar de energiefixer.

Vraag 3: Pag.12 Op sommige plekken lijkt het erop dat de kolom omschrijving niet meer past bij de waarde. Wat is de juiste omschrijving (mn bij OZB, hondenbelasting en begraafrechten)? Portefeuillehouder: Rik van den Dam

13

Antwoord op vraag 3: De opmerking is juist. Naast de reguliere prijsinflatie zijn deze tarieven extra verhoogd als gevolg van het collegebesluit om de tarieven onder andere kostendekkend te maken. Dit had in de omschrijving opgenomen moeten worden. Vraag 4: Pag. 17 Hier gaan de baten in twee jaar tijd van resp 280k en 238k naar 0k. Is dit in beide gevallen het gevolg van rijksoverheidsbeleid? Portefeuillehouder: Chantal Teunissen Antwoord op vraag 4: Ja. Dit betreffen in beide gevallen baten uit de SPUK Gala (Brede Spuk). Deze middelen zijn vooralsnog beschikt tot en met 2026 en daarom ook als zodanig verwerkt in onze begroting. Vraag 5: Pag. 26/27 Waar vinden we de lasten die te maken hebben met Participatiecultuur en Interactie met de samenleving? Zitten die bij een ander programma (bedrijfsvoering?) Portefeuillehouder: Evert Westerbeek Antwoord op vraag 5: Participatiecultuur is opgenomen onder programma 3 en het participatiebudget onder programma 7 (bedrijfsvoering) Vraag 6: Pag.

29 Zijn er evt extra lasten met de huiskamer+ verbonden en zo ja, waar vinden we de extra lasten voor een tweede huiskamer+ of wordt hier tzt een voorstel voor gemaakt? (Inmiddels weten we dat BOB een aanvraag heeft gedaan voor en RTGC over dit onderwerp.) Portefeuillehouder: Evert Westerbeek Antwoord op vraag 6: De extra lasten zijn relatief gering en vallen deels ten laste van het reguliere budget voor de Huiskamers en deels ten laste van de middelen van het Integraal Zorgakkoord waarvan wij hopen dat deze ook voor 2025 worden toegekend (IZA). Tijdens het RTGC in november kan dit nader worden toegelicht. Vraag 7: Pag. 29 In de begroting voor 2024 zien we het beleidsplan 18- 18+ staan, deze staat niet meer voor 2025 genoemd. Nav het gesprek met de jongeren is een notitie toegezegd, wanneer kan de raad deze verwachten? Portefeuillehouder: Chantal Teunissen Antwoord op vraag 7:

14

Wij verwachten een korte notitie over de bijeenkomst met jongeren op 17 september jongstleden op korte termijn met de raad te kunnen delen. Een eerste analyse van de opbrengst van deze avond leert dat een aantal aandachtspunten zijn benoemd waar betrokken beleidsadviseurs en professionals mee aan de slag kunnen. Een specifiek beleidsplan lijkt vooralsnog niet acuut noodzakelijk, omdat deze aandachtspunten voldoende passen binnen het vigerende beleid. Wel blijven wij vinger aan de pols houden of een overzichtelijk beleidsplan ’18-/18+’ nodig is in de toekomst. De gehele levensloop van onze inwoners (-9mnd – 100+) heeft de aandacht binnen huidig en toekomstig beleid. Vraag 8: In de tekst op pag 35 staat: “Gelet op de lagere budgetten voor re-integratie moet dat met minder middelen.” Het budget op pagina 38 toont geen daling van het budget. Graag een nadere toelichting. Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 8: Helaas is de tekst niet helemaal volledig. De budgetten blijven gelijk maar we moeten deze inzetten voor een steeds groter worden groep inwoners. Inwoners met een indicatie banenafspraak maken geen deel uit van ons uitkeringsbestand maar blijven ondersteuning nodig hebben in de vorm van begeleiding en het verstrekken van loonkostensubsidie. Vraag 9: Pag. 35 We missen hier de Lokaal Educatieve Agenda.

Is dit document nu in ontwikkeling? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek Antwoord op vraag 9: De Lokale Educatieve Agenda is wordt de komende tijd opgesteld en naar verwachting in juni 2025 opgeleverd. De planning is als volgt:

15

Vraag 10: Pag.36 Volgt er nog een voorstel voor de toekomstvisie voor mensen in WSW verband zoals in de begroting 2024 aangekondigd of is deze inmiddels niet meer relevant? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 10: Door een externe partij is een onderzoek gedaan naar mogelijke toekomstscenario's voor de inrichting van een sociaal ontwikkelbedrijf. Het rapport hiervan bood echter onvoldoende richtsnoeren voor verdere gesprekken. Met name financiële uitwerking en de juridische/aanbestedingsrechtelijke gevolgen van de scenario's waren niet goed uitgewerkt. Deze nadere uitwerking is nu opgepakt. Alle stakeholders, waaronder raadsleden, zullen betrokken worden bij de beoordeling van de toekomstscenario's. In het eerste of tweede kwartaal van 2025 kunnen de scenario's met raadsleden besproken worden. Vraag 11: Pag. 37 In de begroting van 2024 zijn nog verschillende doelstellingen genoemd. Deze of andere specifieke resultaten we dit jaar niet meer terug, terwijl een aantal wel in de tekst op pagina 37 genoemd worden. Kunnen de specifieke resultaten nog worden toegevoegd? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek

16

Antwoord op vraag 11: Er zijn voor dit taakveld geen specifieke resultaten in de begroting opgenomen vanuit het Uitvoeringsprogramma die in 2025 worden verwacht. Terugblikken op de resultaten uit 2024 doen wij in de jaarrekening en bestuursrapportages. Jaarlijks terugkerende activiteiten die in de begroting van 2024 zijn benoemd worden uiteraard gecontinueerd in 2025: Resultaat 2024 Jaarlijks met een thematische culturele activiteit bijdragen aan een van de andere doelstellingen uit het sociaal domein Meer initiatieven met een cultureel-maatschappelijk doel ondersteunen Erfgoed zichtbaar en beleefbaar maken door onder andere een jaarlijks erfgoedfestival Het onderzoek naar erfgoed (motie juni 2024) is ten tijde van het opstellen van de begroting (rond de zomer) niet meegenomen. Vraag 12: Pag. 39 Deze indicator was vrij constant, maar is van 277, 2 in 2022 naar 157,4 in 2023 gegaan. Waar ligt dat aan? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 12: De daling lijkt negatief maar is positief. Ons uitkeringssysteem is sterker gericht op de financiële afwikkeling van uitkeringen dan het volgen van reintegratievoorzieningen. Door een nog betere registratie wordt nu een realistisch beeld weergegeven. Vraag 13: Pag. 44 Vermeld wordt dat het streven is om een minimale solvabiliteit van 20% te realiseren. De solvabiliteit in 2025 is naar verwachting 19% (zie tabel pag. 10).

Welke interventies (niet inhoudelijk, maar financieel technisch) zijn mogelijk om deze ratio op 20% te krijgen? En als gekozen zou worden voor verdere bezuinigingen met de verhouding 70/30 om uit te komen op een solvabiliteit van 20%, over welke grootte van besparingen resp extra inkomsten hebben we het dan? Portefeuillehouder: Rik van dan Dam Antwoord op vraag 13: De verwachte omvang van het eigen vermogen (AR + BR's) per 31-12-2025 is € 40.054.000. Dat gedeeld door het verwachte totale vermogen per 31-122025 van € 212.035.000 leidt tot een solvabiliteit van 18,9%. Om op 20% uit te komen, moet het eigen vermogen stijgen met € 2.950.000. Om een bedrag van € 2.950.000 te realiseren met de verhouding 70/30 betekent dat er besparingen moeten zijn ter grootte van 70% x € 2.950.000 = € 2.065.000 en lastenverzwaringen (extra inkomsten) van 30% x € 2.950.000 = € 885.000. Welke financieel technische interventies er mogelijk zijn is een politieke keuze.

17

Vraag 14: Pag. 72 Veel beleidsplannen genoemd in de tabel hebben 2024 als jaartal voor actualisatie. Welke beleidsplannen zijn al geactualiseerd, welke volgen nog en wanneer kunnen wij deze in de raad verwachten. (Visie op vastgoed en lichtplan staat nu voor 1e kwartaal 2025 op de planning van afgelopen raadsvergadering) Portefeuillehouder: Wijnte/Karel Antwoord op vraag 14: De integrale beheerplannen, het beheerplan wegen en het beleidsplan Licht in Overbetuwe worden allemaal in 2025 aangeboden aan het college/raad. Ivm integraliteit is er een verband tussen deze plannen. Vandaar dat de vaststelling van deze plannen aan elkaar zijn gekoppeld. De visie op Vastgoed staat inderdaad gepland voor het 1e kwartaal van 2025. Over de gemeentelijke accommodaties niet zijnde gebouwen is het tarievenbeleid in de raad geweest en zijn een aantal punten verder uitgewerkt in de sportnota. Vwb de nota voorziening groot onderhoud gebouwen: De basis voor beleid hierover ligt nu in het MJOP. Deze wordt om de 3 jaar geactualiseerd. In een volgend document passen wij dit overzicht van beleidsdocumenten aan. Beleidsdocument

Datum vaststelling

Geplande actualisatie [1]

Integrale beheerplannen Openbare Ruimte

14-12-2010

2024

Beheerplan wegen 2014 - 2018

17-03-2015

2024

Water- en Rioleringsprogramma 2025 – 2029

27-06-2024

2029 [2]

Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR)

21-03-2023

2028

Beleidsplan Licht in Overbetuwe

06-02-2018

2024

Speelbeleid Samenspel(en) in Overbetuwe

15-02-2022

2030

Nota Voorziening groot onderhoud gemeentelijke accommodaties

11-04-2013

2024

Grondstoffenbeleidsplan

27-06-2024

2029

Gemeentelijke accommodaties niet zijnde gebouwen (sportvelden, veldmeubilair, sportinventaris)

28-10-2008

2024

Visie op vastgoed

20-02-2018

2024

Vraag 15: Pag. 82 Welke trend is er vwb het aantal vacatures dat langer openstaat? Is deze gelijk, stijgt deze of daalt deze? Hoe verhoudt zich het verloop binnen Overbetuwe zich tot andere gemeenten van onze grootteklasse? Portefeuillehouder: Patricia Hoytink-Roubos

18

Antwoord op vraag 15: De trend binnen onze organisatie is dat de vacatures die langer openstaan gelijk blijven. Het verloop binnen onze organisatie laat niet een grote afwijking zien ten opzichte van andere gemeenten van onze grootteklasse (bron: VNG-personeelsmonitor). We zien op basis van de VNGpersoneelsmonitor dat het verloop en de instroom van medewerkers bij gemeenten in 2023 ten opzichte van 2022 gestegen is. Vraag 16: Pag. 85 Is deze formatie ontstaan vanwege de taak als gemeente om meldingen over verhuurders in behandeling te registreren? Wanneer wordt de inzet op dit onderdeel geëvalueerd en is/wordt overwogen om dit in een samenwerkingsverband met andere gemeenten op te pakken? Portefeuillehouder: Karel Grimm Antwoord op vraag 16: Er is 0,4 fte formatie ontstaan voor een handhavingsjurist om uitvoering te kunnen geven aan de Wet goed verhuurderschap. Dit betreft inderdaad de wettelijke taak om meldingen over problemen met verhuurders in behandeling te nemen. Uw raad is hierover op 19 december 2023 per TIC geïnformeerd (zie ook zaaknummer 2023-070812). Hierin staat ook dat wij eind 2024 het meldpunt zullen evalueren. Bij het instellen van het meldpunt is er gekeken of er mogelijkheden zijn om samen te werken met de regio. De regiogemeenten hebben besloten om dit individueel op te pakken. Vraag 17: Pag.

85 Moeten we uit de tabel met de indicatoren opmaken dat het percentage inhuur tlv de formatie op 19% uitkomt voor 2025 en de inhuur niet ten laste van de formatie 22%? Dus dat in totaal ruim ⅓ van het personeel dat op een vaste formatie plaats of op een project werkzaam is, is ingehuurd? Is dit een bewuste keuze of het gevolg van niet te vervullen vacatures? Is of wordt geëvalueerd of het effectiever is om inhuurbudgetten die min of meer structureel zijn aan de formatie toe te voegen? Portefeuillehouder: Patricia Hoytink-Roubos Antwoord op vraag 17: Binnen het personeelsbudget (vaste formatie) wordt naar verwachting 19% besteed aan inhuurkosten. Hiervoor zijn diverse redenen, bijvoorbeeld de krappe arbeidsmarkt, vervanging personele knelpunten (bijv. ziekte of zwangerschap), specifieke kennis en tijdelijke invulling formatie. De 22% is het totale aandeel van de inhuurkosten zowel binnen het personeelsbudget als de budgetten buiten het personeelsbudget ten opzichte van het totale aandeel loonkosten van het personeelsbudget. Dit laatste betreft bijvoorbeeld inhuurkosten voor eenmalige projecten. Naar verwachting wordt er dus circa 1/5 deel van de totale loonkosten besteed aan inhuurkosten voor zowel binnen als buiten het personeelsbudget.

Het streven is om meer te focussen op strategische personeelsplanning zodat de juiste afwegingen gemaakt kunnen worden over de flexibele schil. Op dit moment wordt een inhuuranalyse uitgevoerd om te kijken of er aanscherping plaats moet vinden van deze flexibele schil. Dit heeft ook te maken met de verscherpte handhaving op inzet van ZZP-ers en de afspraken die zijn gemaakt in de Cao over inzet via payroll.

19

Vraag 18: Pag. 87 Is er al zicht op wanneer de BBV en BADO aangepast worden en of dit nog haalbaar is voor de volgende rechtmatigheidsverklaring moet worden afgegeven? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 18: Nee, er is geen zicht op aanpassing en tijdsindicatie. Voor de rechtmatigheidsverklaring 2024 is het dezelfde situatie als dat het voor 2023 was. Vraag 19: pag. 102 Is het niet gebruikelijk om kapitaallasten pas op te nemen het jaar na voltooiing van een project? Of is hier sprake van een andere situatie? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek Antwoord op vraag 19: De kapitaallasten nemen we inderdaad op in het jaar na voltooiing. De kapitaallasten van de 1e inrichting De Meeuwenberg (€ 4.500) zijn opgenomen vanaf jaarschijf 2025 in plaats van vanaf 2027. We passen dit bij de eerstvolgende bestuursrapportage aan. Vraag 20: pag. 103 Voor deze formatie is slechts 1 jaar geld opgenomen in de begroting.

Wat betekent dit voor de praktische invulling van deze formatie, dat het volledig met inhuur wordt ingevuld? En hoe realistisch is het om het volledige bedrag op te nemen als er eerst nog geworven moet worden voor deze functies en vol in te zetten op de taken die met deze formatie gemoeid zijn als niet zeker is of deze wel doorgezet kunnen worden? Antwoord op vraag 20: Vanaf 1 januari 2025 komen medewerkers in principe tijdelijk in dienst van onze organisatie en anders via inhuur. Op basis van de reacties op de vacatures wordt de wijze van invulling beoordeeld. Op basis van het uitgangspunt tijdelijk in dienst of anders via inhuur wordt verwacht dat het volledige bedrag nodig is voor het uitvoeren van de taken. Mocht dit niet zo zijn dan wordt hierover integraal gerapporteerd via de bestuursrapportages. Nagekomen vragen

20

1.5 Technische vragen BOB Vraag 1:Waarom heeft u bij de opstelling van deze begroting niet het advies van de VNG1 gevolgd? Graag toelichting op de concrete onderdelen van dit advies. Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 1: Het college heeft het advies van de VNG gevolgd. In paragraaf 6.1. en 6.2 van de kadernota zijn de elementen van het betreffende advies van de VNG opgenomen en uitgewerkt. In het 4e kwartaal van 2024 start het traject met de Raad over de Kadernota 2026 en het invulling geven van de genoemde adviezen voor wat betreft de tekorten in de ravijnjaren. Vraag 2: Op 21 juni heeft de provincie Gelderland ons geïnformeerd over een aantal richtlijnen voor de Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028, o.a. indexatie Wmo en verlenging richtlijn jeugdzorg. - Zijn deze uitgangspunten gehanteerd? Specifiek: zijn de extra middelen voor indexatie Wmo conform die uitgangspunten niet geraamd? Als is afgeweken van deze uitgangspunten: wat is hiervan de onderbouwing? Hoe zijn de landelijke bedragen jeugd precies vertaald naar de gemeente Overbetuwe, zoals in de brief van de provincie benoemd? Portefeuillehouder: Chantal Teunissen/Evert Westerbeek Antwoord op vraag 2: Ja, bij het opstellen van de begroting zijn de richtlijnen van de Provincie Gelderland gehanteerd. De extra middelen voor indexatie Wmo zijn dus niet geraamd.

De landelijke bedragen jeugd zijn vertaald naar de gemeente Overbetuwe zoals benoemd in de brief van de provincie.

1 VNG brief

21

Vraag 3: Voldoen en voldeden de voor onze gemeente relevante contracten voor jeugdhulp aan de op 2 december 2022 door de ALV-VNG algemeen verbindend verklaarde Contractstandaarden Jeugd, met name op het punt van de indexatie van tarieven tijdens de looptijd van deze contracten? Zo niet, waarom niet en op welke onderdelen niet? Portefeuillehouder: Chantal Teunissen Antwoord op vraag 3: Voor alle nieuwe contracten Jeugdhulp zijn de contractstandaarden van toepassing inclusief indexatie van tarieven (OVA). In de regio centraal Gelderland betreft dit concreet de overeenkomst Verblijf Jeugd. Ook bij de inkoop 2020 is sprake geweest van reële tarieven zoals de jeugdwet vraagt, met een afgesproken systematiek van indiceren. Vraag 4: Wat is het maximale risico over 2024 als zorgaanbieders Wmo en Jeugdwet via de rechter alsnog aanspraak krijgen op een eerdere ingangsdatum van de besproken reële tarieven? Portefeuillehouder: Chantal Teunissen, Evert Westerbeek Antwoord op vraag 4: De reële tarieven voor de contracten Jeugd Verblijf zijn ingegaan gelijktijdig met de nieuwe contracten per 1 juli 2024, daar voorzien we geen risico op een eerdere ingangsdatum. De reële tarieven Wmo en Jeugd Ambulant zijn ingegaan per 1 april. Het financiële effect van een eerdere ingangsdatum van deze tarieven per 1 januari 2024 is ongeveer € 500.000.

Vraag 5: Is in deze begroting voor 2025 rekening gehouden met indexatie van de tarieven voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp conform het advies van de VNG2? Is de indexatie conform het advies van de VNG verwerkt? Zo nee, waarom niet? Portefeuillehouder: Chantal Teunissen, Evert Westerbeek Antwoord op vraag 5: Nee, conform de uitgangspunten zoals opgenomen in de Kadernota 2025 is voor indexatie een stelpost in de begroting opgenomen op basis van de IMOC.

22

Vraag 6: Is er een overzicht van eenmalig ingezette middelen (zoals bij de Huiskamer in Heteren), die zijn ingezet met als doel in 2025 of 2026 te bezien in welke mate die voortgezet moeten worden? Welke eenmalige subsidies eindigen in 2025 of 2026, welke bedragen zijn hiermee gemoeid? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek Antwoord op vraag 6: Gelet op het onderwerp van uw overige vragen en het voorbeeld dat u noemt beperken wij ons in de beantwoording tot de incidentele middelen binnen het Sociaal Domein. Hieronder een overzicht van deze tijdelijke middelen: 2025 2026 2027 NPO middelen beschikbaar 62.500 Budget 2025 op basis van voorlopige raming en is afhankelijk van tot medio besteding in 2024. 2025 POK middelen beschikbaar 180.000 180.000 180.000 Naast deze jaarlijkse middelen is er nog € 459.500 beschikbaar in de tot en met bestemmingsreserve overhevelingen. Dit wordt in de jaren 2024-2026 2027 besteed cf collegebesluit (2024-052874 via TIC lijst). Spuk Gala (brede spuk) beschikbaar 736.724 584.050 Deze bedragen worden door het Rijk nog geïndexeerd. tot en met 2026 IZA middelen regionaal Nog niet bekend welke middelen Overbetuwe uit dit regionaal budget beschikbaar in 2025 en 2026 ontvangt. tot en met 2026 ESF tbv reintegratie beschikbaar 108.047 Budget 2025 op basis van voorlopige raming en is afhankelijk van tot en met besteding in 2024.

2025 SPUK energiearmoede beschikbaar 251.537 Budget 2025 op basis van voorlopige raming en is afhankelijk van tot en met besteding in 2024. 2025 SPUK gemeentelijke hulp beschikbaar 48.000 Budget 2025 op basis van voorlopige raming en is afhankelijk van gedupeerden tot en met besteding in 2024. toeslagenproblematiek 2025

23

Vraag 7: Kunt u de structurele hogere uitgaven voor Wmo en Jeugd toelichten of aangeven waar die zijn toegelicht (de recente halfjaar-rapportage verwijst voor financiële informatie naar de reguliere financiële p&c cyclus)? In de begroting staat “Een deel van de uitgaven ad € 1,2 miljoen kent een structureel karakter.” Welk deel kent een structureel karakter, op basis waarvan is dit deel bepaald (onderbouwing)? 1 VNG brief

1 https:6://vng.nl/artikelen/indexatie-bij-inkoop-jeugdhulp-en-wmo-ondersteuning-2025

Portefeuillehouder: Evert Westerbeek, Chantal Teunissen Antwoord op vraag 7: In 2025 is sprake van hogere uitgaven ad €2,2 miljoen. Daarvan is €1,2 miljoen structureel. Zie ook de financiële begroting, p.102. Het structurele karakter betreft voornamelijk de gevolgen van toenemende zorgvraag (volume), stijgende tarieven en zwaardere zorg. Vanaf 2026 wordt rekening gehouden met lagere uitgaven ten gevolge van de Hervormingsagenda Jeugd. Zie hiervoor ook de voetnoot op p.32 in de Begroting. Vraag 8: In hoeverre zijn de hogere uitgaven Wmo in lijn met het Wmo-voorspelmodel? Hoe is in deze begroting verwerkt dat voor onze gemeente vanaf 2027 een sterkere stijging is voorzien van het aantal Wmo gebruikers dan op basis van het Wmo-voorspelmodel3, terwijl die stijging in 2023 en 2024 nog onder die van het Wmo-voorspelmodel lag (op basis van gegevens tweede half jaar 2023)? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek Antwoord op vraag 8: De grafiek uit Waarstaatjegemeente.nl waarnaar verwezen wordt in de vraag betreft een vergelijking van de ontwikkeling van het aantal Wmo gebruikers volgens het voorspelmodel op gemeentelijk niveau ten opzichte van het landelijk niveau. In de grafiek staat voor 2028 een lokale stijging (voor Overbetuwe) voorspeld van 15% ten opzichte van 2023, waar landelijk in datzelfde jaar een stijging van 9% voorspeld is.

Wij begroten op basis van deze lokale voorspelling, dus in dit geval houden we rekening met de stijging van 15% in 2028 ten opzichte van 2023 (exclusief indexatie). Elk jaar bij de Kadernota en de Begroting wordt, indien daar aanleiding toe is, de meerjarige verwachting geactualiseerd op basis van het voorspelmodel en de daadwerkelijke uitgaven.

3 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gemeentelijke-monitor-sociaal-domein

24

Vraag 9: In het coalitieakkoord is afgesproken “het structurele deel voor zowel het gat in de begroting 2025 als gevolg van de meicirculaire en mogelijk nog aanstaande ontwikkelingen, als in de begroting voor 2026 en verder, te dekken volgens de verdeling 70% beperking van de uitgaven en 30% verzwaring van de lasten (waaronder OZB verhoging). Incidentele tekorten worden in mindering gebracht voordat de afgesproken verdeling wordt toegepast. Bij het beperken van de uitgaven zijn het fysieke en het sociale domein van gelijkwaardig belang.” - Hoe is voor de begroting 2025 de aansluiting tussen de tabel bovenaan pagina 9 en deze afspraak? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 9: Het aanvullende (structurele) bedrag bij het opstellen van de begroting 2025 bedroeg 1,2 miljoen euro. Dit betreft de aanvullende uitgaven van de WMO/Jeugd. Dit bedrag is opgenomen in het staatje op pagina 8. Op pagina 9 is opgenomen op welke wijze de dekking hiervan plaatsvindt. Via lastenverzwaring is een bedrag van 360.000 euro (30%) opgenomen, via ombuigingen 825.000 euro (70%).

Vraag 10: Graag een toelichting per maatregel van de 5 regels onder het kopje ‘dekking via ombuigingen’, inclusief de verwachte effecten voor inwoners? Wat is het percentage van de ombuiging op de totale relevante budgetpost? Specifiek voor de tariefsverhogingen: hoe verhouden de tarieven na verhoging zich tot de regio (Arnhem, Nijmegen, Lingewaard) en (bij de zwembadkaartjes) voor zover bekend tot het landelijk gemiddelde (zowel wat betreft tarieven voor losse zwemkaartjes en zwemles als voor aan verenigingen en scholen berekende tarieven). Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 10: Overzicht bezuinigingen incl. toelichting 1. Participatiebudget (200.000) Maatregel 3.5) Het voorgestelde bezuinigingsbedrag was 91.000. Het college heeft ervoor gekozen om op het bestaande budget van 400.000 een bedrag van 200.000 te bezuinigen. De participatie wordt op een alternatieve manier vormgegeven. 2. Woonadviseur (25.000) maatregel 2.18. Bedrag is conform het voorstel voor ombuiging bij de kadernota 3. Beheerplannen (200.000) maatregel 2.09. Dit betreft een aanvullend bedrag. Het college gaat na in hoeverre binnen de beschikbare budgetten uitgaven kunnen worden getemporiseerd of effectiever kunnen worden ingezet. 4. Afschrijving nieuwbouw (101.000) maatregel 5.24. Dit betreft een lager bedrag. We verlengen de afschrijvingstermijn alleen van lopende nieuwe investeringen. 5.

Sociaal Domein welzijnsorganisaties. Dit betreft een nieuwe bezuinigingsmaatregel. Het totale budget voor de welzijnsorganisaties bedraagt 4,02 miljoen. De voorgestelde ombuiging behelst 7,5% van dit bedrag. Vooralsnog is de concrete invulling van deze ombuiging nog niet bekend, deze zal in samenspraak met de welzijnsorganisaties worden ingevuld. Voor een voorbeeld van mogelijke maatschappelijke effecten van deze ombuiging verwijzen wij

25

naar de dekkingsvoorstellen zoals deze in de Kadernota 2025 met de raad zijn gedeeld (bijlage 1 en 2, inclusief de bijbehorende formats waar ook het maatschappelijke effect is ingevuld) Voor wat betreft de tariefstijging van zwembadkaartjes verwijzen wij naar ombuigingsvoorstel 1.03 waar zowel risico als maatschappelijk effect is aangegeven. Eem los kaartje recreatief zwemmen kost in Arnhem €6,40, in Bemmel €9,00, in Huissen €6,25 en in Overbetuwe na verhoging €5.25. Vraag 11: Hoe is bij tariefsverhogingen rekening gehouden met mogelijk afnemende vraag als gevolg van de tariefstijgingen en met flankerende maatregelen voor toegankelijkheid voor mensen met een minimum-inkomen? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 11: De belangrijkste flankerende maatregel voor mensen met een laag inkomen is de meedoenregeling. Of tariefstijgingen tot een afnemende vraag leiden, zal moeten blijken uit een monitoring van het effect van tariefstijgingen. Het effect van een mogelijk afnemende vraag specifiek door minima zal bij de reguliere (jaarlijkse) evaluatie van de meedoenregeling worden betrokken. Vraag 12: Op pag. 17 wordt aangegeven dat afhankelijk van de keuzes die de raad in 2024 maakt, gewerkt zal worden aan de vernieuwing van sportaccommodatie De Kruisakkers in Elst.

Is in de begroting 2025 rekening gehouden met wat minimaal nodig is om de wettelijke zorgplicht van de gemeente voor het bewegingsonderwijs in te kunnen vullen? Zo ja, welke stelpost is daarin meegenomen? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek, Karel Grimm Antwoord op vraag 12: In 2025 kunnen wij voldoen aan onze wettelijke zorgplicht voor het bewegingsonderwijs. Hiervoor is dus geen aanvullende stelpost nodig. Vraag 13: Op pag. 28 is sprake van het project Huiskamer+. Wat zijn de doelstellingen van dit project? Aangezien dit via de begroting wordt gemeld: wat zijn de verwachte effecten op de uitgaven van de gemeente van dit concept? Is hier sprake van nieuw beleid (wij begrijpen dat de indicatiestelling hierop is aangepast en dat de wijkverpleging is aangegeven dat in nieuwe situaties geen indicatie meer voor Wmo-zorg thuis wordt gegeven maar dat mensen met een bestaande indicatie die indicatie houden)? Hoeveel personen maken nu gebruik van de Huiskamer+, die zonder dit concept een indicatie voor Wmozorg thuis zouden hebben gekregen? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek

26

Antwoord op vraag 13: Met de Huiskamer+ willen we een brug slaan naar die inwoners die anders verstoken blijven van sociaal contact. Door hen de mogelijkheid te bieden ontmoetingsactiviteiten te bezoeken in een kleine setting waar ook een zorgprofessional aanwezig is. Deze professional biedt de inwoner zorg die anders thuis zou hebben plaats gevonden, maar is ook behulpzaam bij bijvoorbeeld de toiletgang. Indien nodig kan ook een casemanager dementie aansluiten als er vragen zijn rondom de niet-pluisfase. We bieden een warme, inclusieve omgeving waar ouderen kunnen deelnemen aan een scala van activiteiten en programma's, aangepast aan de interesses en capaciteiten van de deelnemers, die hun welzijn bevorderen, sociale interactie aanmoedigen en hen ondersteunen bij het behouden van een actieve levensstijl. We willen sociale isolatie verminderen en een ondersteunende omgeving bieden voor zowel de deelnemers als hun families. Een direct financieel effect is lastig te meten. De Huiskamer+ bevindt zich in de beginfase en de deelname is nog beperkt. De Huiskamer+ draagt bij aan meer welzijn voor de inwoners. Een mogelijk effect kan zijn dat aanspraak op duurdere zorg wordt uitgesteld. Er is geen sprake van nieuw beleid, maar een uitwerking van het bestaande beleid.

Uw vraag over het aanpassen van de indicatiestelling door de wijkverpleging interpreteren wij als volgt: de wijkverpleging kan na een huisbezoek de Wmo-consulent adviseren een maatwerkvoorziening voor de inwoner in te zetten. De Wmo-consulent kan dit onderbouwde advies opvolgen en een indicatie afgeven. De Huiskamer+ is een pilot en duurt tot en met december 2024. Er nemen wisselend 5-7 inwoners aan deel. Zoals eerder gesteld, inwoners met een behoeftevraag kunnen daarvan gebruik maken, waar ze voorheen thuisblijven. Een verzorgende kan deze zorg nu in de Huiskamer bieden. Het is dus niet zo dat dit de Wmo-ondersteuning vervangt. Vraag 14: Op pag. 29 wordt aangegeven dat (na de eerdere vertraging) in 2025 wordt gestart met het zelf uitvoeren van de complexe schuldregelingen. In welk tempo is voorzien dat de uitvoering overgaat van de Kredietbank naar de gemeente (‘starten met’ graag concretiseren)? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 14: De start hiervan is voorzien op 1 januari 2025.

27

Vraag 15: Op pag. 36 wordt het LTHP Onderwijs aangekondigd. Is hiervoor een stelpost opgenomen? Zit hier een risico (zo ja, binnen welke bandbreedte)? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek Antwoord op vraag 15: Dit betreft het Integraal Huisvestingsplan (IHP). Alles wat in de periode 2025-2028 wordt gerealiseerd, is verwerkt in de begroting. De overige investeringen maken wij inzichtelijk in het herijkte IHP dat wij in Q1 2025 aan uw raad aanbieden. Vraag 16: Op pag. 39 wordt in 2024 een forse stijging van het percentage voortijdig schoolverlaters VO en MBO gemeld (van 1,7% naar 2,4%). Dit wijkt ook af van het landelijk beeld bij gemeenten uit onze grootteklasse4. Het relatief verzuim in onze gemeente ligt eveneens hoger dan bij gemeenten uit onze grootteklasse. Waar kunnen we een duiding vinden wat de ontwikkeling bij deze indicator betekent voor het beleid en de uitgaven op programma 5? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek Antwoord op vraag 16: In onze informatiememo van 1 oktober 2024 rapporteren wij aan de raad over de 1. de signalen uit het door het Algemeen Bestuur van de MGR-SDCG vastgestelde jaarverslag van het Regionaal Bureau Leerlingzaken Midden-Gelre (RBL) over schooljaar 2022-2023; 2.

de landelijke ontwikkelingen op het gebied van het Doorstroompunt (voorheen RMC) en de wettelijke taken van de gemeenten in de regio Arnhem om in te zetten op het voorkomen van voortijdig schoolverlaten (vsv) voor de jongeren van 18 tot 23 jaar. 3. de vsv cijfers over schooljaar 2022-2023 en 2021-2022. We staan in deze memo aan de raad ook stil bij een aantal belangrijke acties die nodig zijn of blijven om voortijdig schoolverlaten aan te pakken. Denk hierbij aan de blijvende inzet van de acties op vsv middels het regionale actieplan vsv. Lokaal zijn wij ook actief bezig om het netwerk rondom vsv-er te versterken, door inzet van extra jongerenwerkers en schoolmaatschappelijk werk. Hiermee dragen wij lokaal ook bij aan vroege signalering van jongeren die dreigen uit te vallen.

4 Dashboard - Onderwijs - Overbetuwe (waarstaatjegemeente.nl)

28

Vraag 17: Niet expliciet vermeld in de begroting (voor zover wij kunnen zien) is de besteding van de POK-gelden, in totaal 596.431 in 2024, 180.000 euro in zowel 2025, 2026 als 2027. Hierover hebben we wel separaat een memo5 gezien, die we graag bij de begrotingsbehandeling betrekken. Naar aanleiding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) deed het vorige kabinet voorstellen om de publieke dienstverlening fundamenteel te verbeteren. Het doel van de beschikbare gelden is extra ondersteuning van mensen in kwetsbare posities en het voorkomen dat mensen in zo’n positie terecht komen. De gemeentelijke POK-middelen zijn toegekend in het kader van: 1. 2. 3. 4.

Meer capaciteit voor de uitvoering van de dienstverlening in onze gemeente; Extra ondersteuning door onze gemeente voor mensen met complexe problematiek; Bij meervoudige problematiek betere coördinatie tussen de uitvoerders in uw gemeente; Versterken van het leervermogen in onze gemeente om de uitvoering continu te verbeteren.

Onze indruk uit de recente memo is dat de inzet is gericht op intensivering van bestaande inzet (c.q. uitbreiding reguliere inzet) en niet zo zeer op anders werken. We hebben daarbij ook eerste landelijke tussenevaluatie betrokken (als referentie, waarin o.a. onze buurgemeente Lingewaard ‘ter kleuring’ is meegenomen)6. Kunt u nader toelichten of en hoe deze middelen in 2025 en 2026 worden ingezet voor met name doelstellingen 3 en 4? Portefeuillehouder: Rik van den Dam Antwoord op vraag 17: Op 1 oktober 2024 heeft het college de bestedingen voor de POK-gelden voor de jaren 2025 en 2026 vastgesteld. Deze inzet is sterk gericht op anders werken binnen de uitvoering. We investeren sterk op het werken met de verordening sociaal domein. We zorgen ervoor dat er grondige kennis aanwezig is van de verordening bij consulenten. Daarnaast wordt erop ingezet dat middels intervisie bijeenkomsten complexe casus besproken kunnen worden. Kwaliteitsmedewerkers hebben sterk de focus op een goede ondersteuning van inwoners bij complexe casus. Bij de invoering van de hervormingsagenda jeugd investeren we in intensieve opleidingen. Tevens zorgen we ervoor dat de integrale werkwijze met en tussen partners nog verder wordt gestimuleerd.

Met genoemde ontwikkellijnen zetten we er sterk op in dat er een betere coördinatie is bij complexere ondersteuningsvragen en versterken we het leervermogen binnen en buiten onze organisatie,

5 https://overbetuwe.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/125fced4-c88a-4918-b8b3-d94ba18ead1c

6 https://platformsociaaldomein.online/assets/uploads/documents/Rapport_1e_tussenevaluatie_POK-middelen.pdf

29

Vraag 18: Ten opzichte van de programmabegroting 2024 wordt er bij inkomsten eenzelfde bedrag aan leges verwacht voor 2025, nl € 2.400.000,00. Er wordt in 2025 2 fte toegevoegd aan wonen. Worden er geen extra inkomsten gegenereerd uit de extra personele bezetting? Portefeuillehouder: Rik van den Dam, Karel Grimm Antwoord op vraag 18: Naar verwachting zal een deel van de extra capaciteit op wonen indirect wel tot extra inkomsten leiden. Het betreft dan met name het deel dat op de uitvoering zit (bijvoorbeeld bij begeleiden van de ruimtelijke procedures). Het is echter aannemelijk dat dit pas later (vanaf 2026) tot extra inkomsten gaat leiden, omdat pas bij het daadwerkelijk in procedure gaan van een plan de leges verhaald worden. Vraag 19: Afboeking restant boekwaarde n.a.v. nieuwbouw De Meeuwenberg (TV 4.2) (€ 652.000) Als gevolg van de verhuizing van PO-school De Meeuwenberg naar de locatie Fazantstraat moet het huidige hoofdgebouw op die locatie (is zowel functioneel en technisch afgeschreven) worden gesloopt. De restant boekwaarde van dat gebouw is € 652.000 en dient door de sloop in één keer te worden afgeschreven. 1. Wat was de termijn voor de afschrijving van de boekwaarde? 2.

Hoe komt het dat de afschrijftermijn verschilt met de functionele en technische afschrijftermijn? Portefeuillehouder: Evert Westerbeek Antwoord op vraag 19: Als gevolg van de verhuizing van PO-school De Meeuwenberg naar de locatie Fazantstraat moet het huidige hoofdgebouw op die locatie (is zowel functioneel en technisch afgeschreven) worden gesloopt. De restant boekwaarde van dat gebouw is € 652.000 en dient door de sloop in één keer te worden afgeschreven. 1. Wat was de termijn voor de afschrijving van de boekwaarde? De 652 K aan afschrijving betreft onderstaande investeringen. Deze investeringen zijn gedaan in de periode 2018/2019. • De Vallei aanpassing gebouw € 9624,15 • De Vallei Bedrage achterstallig en planmatig onderhoud € 404.216,19 • De Vallei Aanpassing SKAR-gedeelte € 238.370,09 -------------------Totaal €652.210,43

30

Bovenstaande investeringen zijn aanpassingen/renovatie voor een deel van het gebouw. Voor renovatie staat een afschrijvingstermijn voor 25 jaar. Deze afschrijftermijn komt overeen met de afschrijftermijn die is opgenomen in de financiële verordening van Gemeente Overbetuwe. De eerste en derde investering zijn op deze manier opgenomen. De post met betrekking tot het achterstallig en planmatig onderhoud is de afschrijvingstermijn 15 jaar. 2. Hoe komt het dat de afschrijftermijn verschilt met de functionele en technische afschrijftermijn? De verplichte afschrijftermijn die opgenomen is in de financiële verordening komt niet overeen met technische afschrijftermijn. Het huidige pand is onvoldoende groot voor het gevraagde programma van De Meeuwenberg. De leeftijd en de bouwwijze van destijds maken het gebouw technisch en functioneel niet aanpasbaar voor de Meeuwenberg. Nieuwbouw is daarnaast voordeliger dan het huidige pand op het gewenste niveau te brengen. Vraag 20: Vervreemden van vastgoed (TV 6.1) (- € 100.000) Een van de quick wins uit de Kadernota 2022 betreft het vervreemden van vastgoed. De gemeente heeft een groot aantal panden in ons bezit. De verwachting (uit de Kadernota 2022) is dat er in de periode tot 2026 elk jaar een pand kan worden vervreemd met een incidentele opbrengst van € 100.000.

1.Kunt u een overzicht geven om welke panden dit gaat? 2.Welke boekwaarde staat hiertegenover? Portefeuillehouder: Karel Grimm Antwoord op vraag 20: Dit gaat over de panden: Het Kriekske in Valburg - BW pand = € 1.000 en BW grond = € 103.000 De Klimboom in Heteren - BW pand = € 282.000 en BW grond = € 47.000 Randwijks Hof in Randwijk - BW pand = € 21.000 en BW grond = € 96.000 OBC-locatie van der Duyn van Maasdamstraat - BW pand = € 0 en BW grond = € 0

31

Vraag 21: Blz. 97: Bij enkele faciliterende grondcomplexen kunnen niet alle plankosten verhaald worden op de ontwikkelaar. Vanaf 2025 wordt dit jaarlijkse tekort geraamd op € 75.000. Dit wordt met name veroorzaakt door: • Toenemende intensiteit van participatietrajecten • Vertraging door ruimtelijk procedures • Mutaties van projectmedewerkers 1. In het kader van de omgevingswet dient de initiatiefnemer het participatietraject te organiseren. Hoe is het dan mogelijk dat toenemende intensiteit van participatietrajecten drukken op de plankosten voor de gemeente? Portefeuillehouder: Karel Grimm Antwoord op vraag 21: Ook als het participatietraject wordt uitgevoerd door initiatiefnemers vloeien daar extra werkzaamheden (plankosten) uit voor de gemeente. Dit bestaat onder ander uit het begeleiden van de initiatiefnemer bij het opstellen van een participatieplan en het beoordelen van de rapportage en beantwoorden van vragen die hieruit voortkomen. Deze extra kosten (uren) komen ten laste van het project. Omdat de te verhalen plankosten zijn gemaximaliseerd, kunnen deze extra plankosten niet worden verhaald.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=4856d18f-20fb-49a4-b0b1-11118ab08569