CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-09-03.15 Relevant stuk 3. Toelichting bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Gemeenteraadsvergadering 3 september 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Buitengebied , Groene Woudsestraat 4, Driel"13.786 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op voorhand wordt geadviseerd de kap van het populierenbos buiten het broedseizoen (maart-juli) uit te voeren. Herpetofauna en vissen Doordat de poelkikker als strikt beschermde soort van het plangebied gebruik maakt, zijn nadere maatregelen opgenomen ten aanzien van het werken buiten de kwetsbare perioden en ecologische begeleiding tijdens eventuele werkzaamheden in of in de buurt van water. Van deze maatregelen zullen alle aanwezige amfibieën profiteren. Indien de genoemde onderdelen worden toegepast, is geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk.

28

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Grondgebonden zoogdieren Voor de meeste grondgebonden zoogdieren is geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk. Dit geldt ook voor de das, mits aan enkele voorwaarden voldaan kan worden en steenmarter. Voor de kleine marterachtigen is wel nader onderzoek noodzakelijk om in kaart te brengen of en op welke wijze het gebied voor deze soorten fungeert. Vleermuizen Voor de kap van de populierenopstand en voor de sloop van gebouwen is nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen noodzakelijk. Ongewervelden Voor de groep ongewervelden zijn voor de huidige plannen geen nadere maatregelen noodzakelijk. Bescherming houtopstand Het mogelijk te kappen populierenbos valt niet onder een uitzonderingsregels zoals opgenomen in de Wet Natuurbescherming - bescherming houtopstanden. Hierdoor geldt voor het kappen van de opstand een meldingsplicht bij Provinciale Staten. Gebiedenbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000 gebied of Natuur Netwerk Nederland. Door de ligging buiten het NNN, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties doordat de bescherming van het NNN in Gelderland geen externe werking kent.

Uit deze quick scan bleek dat er met betrekking tot vleermuizen, buizerd, steenuil, eekhoorn en kleine marterachtigen te weinig gedetailleerde gegevens voorhanden waren om een gefundeerde uitspraak te kunnen doen welke gevolgen de geplande ontwikkelingen zullen hebben op betreffende soortgroepen. Om de functie van het gebied voor deze soorten en groepen in kaart te kunnen brengen, is nader onderzoek7 uitgevoerd in de periode april-december 2022. Hierbij zijn verspreid over deze periode verschillende inventarisaties uitgevoerd door deskundigen op het gebied van de te inventariseren soorten. De conclusies uit het aanvullend onderzoek worden navolgend uiteengezet. Vleermuizen In te slopen productiebedrijf is een zomerverblijf van gewone dwergvleermuis vastgesteld. Door de geplande werkzaamheden is sprake van het verwijderen van deze verblijfplaats en is zonder gerichte maatregelen mogelijk sprake van schade aan individuen en de populatie. Voor het slopen van het gebouw is daardoor een ontheffing en het treffen van mitigerende maatregelen noodzakelijk voorafgaande aan en tijdens de werkzaamheden. De te treffen mitigerende maatregelen dienen in de ecologisch werkprotocol te worden uitgewerkt. Het aanvragen van een ontheffing en het treffen van maatregelen hoeft pas in een later stadium te worden gedaan, aangezien de sloop pas in een later stadium wordt uitgevoerd.

Steenuilen Binnen het te ontwikkelen deel van de productielocatie en in het te slopen productiebedrijf, is geen vaste rust- of verblijfplaats of essentieel foerageergebied van steenuil aanwezig. Hierdoor zijn geen specifieke maatregelen ten aanzien van deze soort noodzakelijk.

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Grondgebonden zoogdieren en buizerd Van deze soorten zijn geen vaste verblijfplaatsen binnen de te ontwikkelen gebiedsdelen aanwezig. Hierdoor zijn geen ontheffing of nadere maatregelen noodzakelijk. Stikstof In het kader van voorliggende ontwikkeling is een stikstof berekening voor de aanleg- en gebruiksfase8 uitgevoerd. Voor de beoogde gebruiksfase is, in vergelijking met de huidige gebruikssituatie, geen toename van stikstofdepositie berekend (0,00 mol/ha/j). Er zijn enkel afnames van depositie berekend. De maximaal berekende afname bedraagt 0,29 mol/ha/j. De resultaten van deze berekening zijn opgenomen in bijlage 3 van het stikstofonderzoeksrapport. Voor de aanlegfase is een maximale stikstofdepositiebijdrage berekend van 0,04 mol/ha/j. In vergelijking met de referentiesituatie met landbouwgrond is er geen toename berekend (0,00 mol/ha/j), de grootst berekende afname van depositie is 0,25 mol/ha/j. De resultaten van deze berekening zijn opgenomen in bijlage 4 van het stikstofonderzoeksrapport. Ook voor de alternatieve berekening waarin geen elektrisch materieel is opgenomen zijn er geen toenames in stikstofdepositie berekend (0,00 mol/ha/j), zonder saldering met landbouwgrond is de maximale bijdrage 0,09 mol/ha/j.

Het inzetten van elektrisch materieel is dus niet nodig om op het gebied van stikstofdepositie een negatief effect op de omliggende Natura 2000-gebieden te voorkomen. Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase er geen depositietoenames berekend zijn ten opzichte van de referentiesituatie (0,00 mol/ha/j). Op basis van de resultaten zijn significant negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden op voorhand uit te sluiten voor zowel de aanleg als het gebruik van Fikkersdries III. Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

5.9

Luchtkwaliteit

Algemeen Eisen met betrekking tot luchtkwaliteit zijn verankerd in de Wet milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2 en vormen een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio's om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.

Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moeten worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m3 verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft. Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein.

Gevoelige bestemmingen, zoals scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden. Beoordeling Dit bestemmingsplan maakt de verplaatsing en uitbreiding van de bebouwing van het drinkwaterproductiebedrijf mogelijk. De nieuwe bebouwing zal geen toename van het aantal verkeersbewegingen met zich meebrengen. Er is dus geen sprake van een significante verslechtering van de luchtkwaliteit ter plaatse. Conclusie Het aspect lucht vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

5.10

Water

Rijksbeleid - Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is op 18 maart 2022 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2022-2027, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. In het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 wordt allereerst de nationale belangen opgesomd: waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang.

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Deze nationale belangen worden aangevuld met drie hoofdambities: 1. Een veilige en klimaatbestendige delta: Naast bescherming tegen overstromingen is de ambitie dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht is. In het Deltaprogramma is afgesproken dat overheden stresstesten uitvoeren om de risico's in kaart te brengen en een adaptatiestrategie met een uitvoeringsprogramma opstellen; 2. Een concurrerende, duurzame en circulaire delta: een goede zoetwatervoorziening is van groot belang voor de economie. Nederland moet in 2050 weerbaar zijn tegen zoetwatertekorten. Daarom werkt het Rijk in de planperiode van het NWP samen met de zoetwaterregio's en de gebruikers aan maatregelen om ervoor te zorgen dat Nederland ook in droge perioden over voldoende zoetwater beschikt voor bijvoorbeeld landbouw, natuur, historisch groen, industrie en scheepvaart. 3. Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur: Het Rijk werkt aan schoon en ecologisch gezond (grond)water voor duurzaam gebruik en een leefomgeving van hoge kwaliteit. In de planperiode van het NWP wordt gewerkt aan structurele vermindering van lozingen en verspreiding van opkomende stoffen, onder andere via het Actieprogramma PFAS in water. Het beleid voor grondwaterkwaliteit is erop gericht verontreiniging van bodem en grondwater zo veel mogelijk te voorkomen.

De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving, zoals de energietransitie, de woningbouw, herstel natuur en de landbouwtransitie is noodzakelijk. Daarnaast hebben de vijf volgende thema's een centrale rol in dit waterprogramma: 1. 2. 3. 4. 5.

Klimaatadaptatie; Waterveiligheid; Zoetwater; Grondwater; Scheepvaart.

Een integrale aanpak van samenhangende nationale en regionale opgaven vereist een gebiedsgerichte aanpak. Daarom zijn voor de rijkswateren in dit Nationaal Waterprogramma gebiedsgerichte uitwerkingen opgenomen. Het gaat om de Noordzee, de Zuidwestelijke Delta, de RijnMaasmonding, de grote rivieren, het IJsselmeergebied, de Waddenzee en Eems-Dollard en de Kanalen in het beheer van het Rijk. Deze zijn verbonden met de diverse gebiedsgerichte programma's en uitwerkingen onder het Nationaal Waterprogramma, zoals de Gebiedsagenda's Grote Wateren. Voor de overige wateren van Nederland wordt in andere programma's de gebiedsgerichte uitwerking van het waterbeleid meegenomen. In de eerste plaats in de Omgevingsagenda's onder de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In het coalitieakkoord van eind 2021 is aangegeven dat de komende jaren structureel meer budget wordt uitgetrokken voor instandhouding van wegen, spoor, hoofdwatersysteem en vaarwegen. Het structureel extra budget loopt op via een geleidelijk ingroeimodel. De budgettaire kaders voor instandhouding zijn daarmee verruimd. Voor het Hoofdwatersysteem en het Hoofdvaarwegennet zal het ministerie binnen deze budgetaire kaders nog aanvullende keuzes moeten maken om de instandhoudingsopgaven op termijn beheersbaar te houden.

Regionaal Waterprogramma Gelderland 2021-2027 Het Regionaal Waterprogramma (RWP) 2021 – 2027 Provincie Gelderland is op 26 februari 2019 vastgesteld. In het Provinciaal Waterprogramma 2021-2027 zijn de opgaven van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationaal Waterplan vertaald naar strategische doelstellingen voor Gelderland. Het Waterplan is onderverdeeld in drie deelprogramma's: 1. Waterveiligheid: het programma 'Waterveiligheid' draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit het primaire en het regionale watersysteem. 2. Waterkwaliteit: Dit programma draait om het tegengaan van verontreinigingen en kwaliteit van zowel oppervlaktewater als grondwater. De drinkwatervoorzieningen worden ook beschermd. 3. Klimaatadaptatie: de verspilling moet worden aangepakt. De provincie wil een goed functionerend

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). In het plan zijn deze programma's verder uitgewerkt in maatregelen, in samenhang met economische, milieu- en maatschappelijke opgaven. Dit heeft geleid tot een integrale visie op de ontwikkeling van de provincie Gelderland. In de Omgevingsverordening is onder andere regelgeving opgenomen voor de regionale en primaire waterkeringen. Voor bestemmingsplannen c.q. wijzigingsplannen zijn randvoorwaarden opgenomen die een onbelemmerde werking, instandhouding en het onderhoud van de primaire en regionale waterkeringen mogelijk maken, Dit geldt voor de beschermingszone en de kernzone die hoort bij de waterkeringen zoals opgenomen in de vastgestelde leggers van de waterschappen.

Waterschapsbeleid - Waterbeheerprogramma 2022-2027 Waterschap Rivierenland Op 26 november 2021 is het waterbeheerprogramma (WBP) van waterschap Rivierenland vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende zeven programma's: Beschermen tegen overstromingen: Het programma 'Waterveiligheid' draait om de bescherming tegen overstromingen (onder andere de versterking van de dijken) vanuit het primaire en het regionale watersysteem. Water eerlijk verdelen: Dit programma draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op het tegengaan van de bodemdaling, het bevorderen van biodiversiteit en een gezond (grond)water; Voorbereiden op extreem weer: Dit thema focust zich op de beperking van steeds extremer weer, bijvoorbeeld door hittestress oppakken.

Het waterschap wil verder vroegtijdig meedoen aan projecten en goed samenwerken met partners; Werken aan schoon water: In het programma 'Schoon Water' speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol, alsmede de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch); Bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur: het bevorderen van biodiversiteit, het borgen van de waterkwaliteit voor drinkwater of het faciliteren van recreatief medegebruik zijn thema's die aan bod komen; Toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit: de verduurzaming van de processen en het inspelen op de klimaatadaptativiteit vormen grote uitdagingen voor de komende jaren; Toewerken naar circulariteit: het waterschap wil onder ander zuinig zijn op de grondstoffen d en het hergebruik stimuleren. Een inzicht in de financiën wordt ook weergegeven. Bijna elk programma is onderverdeeld op dezelfde manier: ambitie op lange termijn, doelen, strategie en maatregelen planperiode. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; verordening, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Beoordeling Voorliggende ontwikkeling voorziet in een vernieuwd waterproductiebedrijf. De locatie Fikkersdries is de op één na grootste drinkwaterproductielocatie van Vitens, waarmee het een belangrijk aandeel heeft in de drinkwatercapaciteit van de provincie.

Met voorliggend initiatief wordt de capaciteit veiliggesteld voor de toekomst. Binnen het plangebied wordt bebouwing en verharding toegevoegd (zie onderstaande tabel). Verharding

Toelichting (vastgesteld)

Huidige situatie

Toekomstige situatie

Toename verharding

33

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Bebouwing

5.695 m2

±12.000 m2

±6.300 m2

Verharding

5.574 m2

±5.000 m2

±-600 m2

Halfverharding

127 m2

±3.000 m2

±2.900 m2

Totaal verharding

11.396 m2

±20.000 m2

±8.400 m2

In totaal neemt de verharding met circa 0,84 ha (8.400 m2) toe. Waterschap Rivierenland heeft een vuistregel ten aanzien van watercompensatie en stelt dat 436 m3 waterberging per hectare verharding voor compensatie in open water of 664 m3 waterberging per hectare verharding voor compensatie in een technische voorziening (bv. in wadi's of kratten) gerealiseerd dient te worden. Het plangebied biedt genoeg ruimte voor deze compensatie. Op 3 juli 2023 heeft Vitens overleg gevoerd met het waterschap over voorliggend plan. Hierin heeft het waterschap aangegeven dat er inderdaad voldoende mogelijkheden zijn voor watercompensatie en verder geen problemen te voorzien. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

5.11

Verkeer en parkeren

Algemeen Bij de ontwikkeling en uitbreiding van functies moet rekening gehouden worden met de parkeer- en verkeersdruk. Beoordeling Onderhavige ontwikkeling leidt niet tot extra verkeersbewegingen of parkeerdruk. Er is voldoende gelegenheid om te parkeren op eigen erf. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische opzet van het plan

Algemene opzet

Inleiding Dit hoofdstuk bevat de concrete vertaling van het beleidsgedeelte en de gewenste ontwikkelingen (voorafgaande hoofdstukken) in het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan (de verbeelding en regels). Het bestemmingsplan 'Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel' bestaat uit de volgende onderdelen: De toelichting In de toelichting is de ontwikkeling beschreven en verantwoord, zowel op basis van het beleid als op basis van milieuhygiënische aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet en de uitvoerbaarheid van het plan. De regels De regels bevatten de bouw- en gebruiksregels binnen de verschillende bestemmingen en algemene regels die in het gehele plangebied gelden. Daarnaast zijn waar nodig afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen, om het plan de benodigde flexibiliteit te geven. De verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen 'Agrarisch met waarden', 'Bedrijf - Waterwinning', 'Natuur', 'Leiding - Gas', 'Waarde - Archeologie', 'Waarde - Archeologische verwachting 1', 'Waarde Archeologische verwachting 2', 'Waarde - Archeologische verwachting 3' en 'Waarde - Archeologische verwachting 4'. Er is een bouwvlak opgenomen in de bestemming 'Bedrijf - Waterwinning'. Op de gronden met de bestemming 'agrarisch met waarden' is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming te veranderen in 'natuur'.

Ook zijn er enkele nadere aanduidingen opgenomen, die in de volgende paragraaf waar nodig worden toegelicht. De opzet van het plan Het bestemmingsplan is een juridisch plan, dat bindend is voor de inwoners en voor de overheid. Qua systematiek en inhoud is aangesloten bij het huidige bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe'. Gekozen is voor een concreet, gedetailleerd plan, omdat sprake is van concrete ontwikkelingen, waarbij het uit landschappelijk-stedenbouwkundig oogpunt gewenst is dat de bouw- en gebruiksmogelijkheden concreet worden vastgelegd. Dit betekent onder meer dat de bouwvlakken op maat zijn opgenomen. Het plan sluit daarnaast aan op de vereisten vanuit het LOP van Overbetuwe. Bouwplan Indien een aanvraag om omgevingsvergunning wordt ingediend, zijn in eerste instantie de bestemming met bijhorende regels van belang. Als het nieuwe en het beoogde gebruik past binnen de toegekende bestemming, dan kan de omgevingsvergunning worden verleend.

6.2

Toelichting op de verbeelding en regels

Op de verbeelding zijn de bestemmingen onderscheiden. De bestemmingen zijn afgeleid uit het gebruik (de aanwezige functies). De bestemmingen vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken. Hierna worden de in het plan opgenomen bestemmingen nader toegelicht.

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Agrarisch met waarden Het westelijk deel van het plangebied blijft bestemd als 'Agrarisch met waarden'. Binnen de agrarische bestemming zijn geen gebouwen toegestaan. De gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf, hobbymatig agrarisch grondgebruik, het behoud en de bescherming van openheid en van de zegen, alsmede voor extensieve dagrecreatie met bijbehorende wegen en paden, water en voorzieningen voor de waterhuishouding. De aanduidingen ter bescherming van de openheid en zegen, zoals opgenomen in het huidige bestemming, zijn met het oog op de bescherming van deze landschapswaarden in dit plan overgenomen. Ter plaatse van deze functieaanduidingen geldt een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van een aantal soorten werkzaamheden, die deze waarden zouden kunnen aantasten. Vergunning kan worden verleend, wanneer wordt aangetoond, dat de werken en werkzaamheden geen blijvend onevenredige afbreuk aan deze waarden doen. Daarbij moet een advies van de waterbeheerder worden verkregen. Tevens ligt er een wijzigingsbevoegdheid op deze gronden, ten behoeve van een bestemmingswijziging naar 'natuur'. Om aan te sluiten bij de landschappelijke kwaliteiten van het waardevol open landschap en verder te versterken heeft de gemeente de eis dat in de toekomst een groter oppervlakte op een vergelijkbare wijze wordt omgevormd naar natuur.

Dit perceel is op dit moment nog niet vrij van pacht. Indien het perceel vrij van pacht is, legt Vitens een landschappelijk inpassingsplan voor dit perceel ter goedkeuring voor aan de gemeente. Dit plan sluit aan bij de landschappelijke inpassing van het groene perceel. Na goedkeuring van de gemeente zal Vitens deze inpassing binnen circa 1-2 jaar realiseren. Voor de omzetting van dit geel omrande perceel is een wijzigingsbevoegdheid in het plan opgenomen. Mocht er niet op minnelijke wijze worden uitgekomen met de pachter over de ontpachting van dit geel omrande perceel, dan treden Vitens en de gemeente in overleg om te onderzoeken hoe compensatie op een andere duurzame wijze te realiseren. Bedrijf - Waterwinning Het zuidelijk deel van het plangebied heeft de bestemming 'Bedrijf - Waterwinning'. Deze gronden zijn bestemd voor bedrijven ten behoeve van waterwinning, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding. Ter plaatse van deze bestemming is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen tot 12 meter hoogte gebouwd mag worden.

Ter plaatse van deze bestemming is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waarin is geregeld dat het in gebruik nemen van nieuwe bedrijfsgebouwen uitsluitend is toegestaan onder de voorwaarde dat de landschappelijke inpassing binnen twee jaar na ingebruikname van de nieuwe bedrijfsgebouwen is aangelegd ter plaatse van de bestemming 'Natuur', en in overeenstemming met het inrichtingsplan. Bovendien dient die landschappelijke inrichting na realisatie in stand te worden gehouden. Natuur Het noord(oostelijk) deel van het plangebied krijgt de bestemming 'Natuur' in het bestemmingsplan. Deze gronden zijn bestemd voor het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke, ecologische en natuurwaarden, waterhuiskundige doeleinden, waterberging, waterlopen en extensieve dagrecreatie, met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden. Gebouwen mogen hier niet worden gebouwd, met uitzondering van een natuurobservatiepost. Hierdoor wordt de versterking van de bijzondere kwaliteiten gewaarborgd. Daarnaast verkleint het verdiept bouwen en het aanbrengen van een gedeeltelijke grondwal de impact op het waardevol open landschap. Hoewel de bouwhoogte van 10 meter hoger is dan gewenst is hiermee akkoord gegaan door de gemeente, omdat dit een specifieke eis is voor Vitens om het zuiveringsproces te kunnen uitvoeren.

Leiding - Gas In het westelijk deel van het plangebied is een leiding gelegen. Ter plaatse van de leiding en een belemmeringsstrook van 4 meter aan weerszijden van de hartlijn van de aardgastransportleiding is daartoe de bestemming 'Leiding - Gas' opgenomen. Deze gronden zijn bestemd voor de aanleg en

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringenstroken. In principe mogen hier uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding(en) worden gebouwd. Waarde - Archeologie 2 en Archeologische verwachting 1, 2, 3 en 4 In het plan zijn met het oog op de archeologische verwachtingswaarden (zie paragraaf 5.2.1) dubbelbestemmingen opgenomen. Op basis van deze dubbelbestemmingen is archeologisch onderzoek nodig indien sprake is van bodemverstorende ingrepen groter dan bepaalde drempelwaarde en dieper dan 30 cm-Mv worden uitgevoerd. Naast de betreffende dubbelbestemming hebben de betrokken gronden altijd nog een hoofdbestemming. De regels van de hoofdbestemming en de dubbelbestemming zijn dan beide van toepassing. Bij strijd tussen deze regels prevaleren de regels van de dubbelbestemming. De reden hiervoor is dat de belangen van de dubbelbestemming zwaarder wegen dan die van de hoofdbestemming.

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In dit artikel is een regeling met betrekking tot ondergronds bouwen opgenomen. Dit is in beginsel uitsluitend toegestaan, daar waar bovengronds ook gebouwen zijn toegestaan. Tevens is een regeling opgenomen ten aanzien van bestaande afwijkende maatvoeringen, zoals hoogten en oppervlakten. Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan. Algemene aanduidingsregels Op de verbeelding zijn verschillende gebiedsaanduidingen opgenomen: 'milieuzone grondwaterbeschermingsgebied', 'milieuzone - waterwingebied' en 'overige zone - waardevol landschap'. Het plangebied maakt namelijk onderdeel uit van een grondwaterbeschermingsgebied en waterwingebied en behoort tot een landschappelijk waardevol gebied (grootschalige openheid). In de algemene aanduidingsregels zijn specifieke regels opgenomen ter bescherming en waarborging van deze belangen.

Deze zijn van toepassing naast de opgenomen bestemmingen en prevaleren in geval van strijd met de hoofdbestemming. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Het gaat hier onder meer om kleinschalige afwijkingen van de voorschreven maatvoering, overschrijdingen van de bouwgrenzen, de maximale inhoud van (bedrijfs)woningen, tijdelijk kamperen. Algemene wijzigingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een wijzigingsplan afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Dit betreft kleine wijzigingen van de bestemmingsgrenzen en het bouwen van kleine gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen.

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Algemene procedureregels In dit artikel is de procedure in geval van toepassing van de in het plan opgenomen wijzigingsbevoegdheden beschreven. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Het voor alle bestemmingsplannen verplichte overgangsrecht is opgenomen. Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Hoofdstuk 7 7.1

Financiële toelichting

Economische uitvoerbaarheid

Op basis van artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkelingen die concreet mogelijk worden gemaakt door het bestemmingsplan moeten (economisch) uitvoerbaar zijn, omdat er anders sprake is van een oneigenlijke bestemming. Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op initiatief van drinkwaterbedrijf Vitens. Het bestemmingsplan maakt geen (bouw-)plannen mogelijk waarvoor een exploitatieplan noodzakelijk is. Het opstellen van een exploitatieplan voor voorliggend bestemmingsplan is derhalve niet noodzakelijk. De initiatiefnemer beschikt over voldoende middelen om de voorgestane ontwikkeling te kunnen realiseren. Er zijn geen onvoorziene hoge kosten te verwachten. Ook is er geen sprake van onzekere financiële bijdragen van anderen. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond. De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is hiermee aangetoond.

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Hoofdstuk 8 8.1

Overleg en inspraak

Inleiding

De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd voordat een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien kan het noodzakelijk zijn om belanghebbenden de gelegenheid te bieden om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dit is afhankelijk van de inspraakverordening van de gemeente. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.

8.2

Inspraak

De Wro zelf bevat geen bepalingen over inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Inspraak zal gezien de geringe omvang van de ontwikkeling niet plaatsvinden. Wel heeft de initiatiefnemer op 16 mei 2023 een ronde langs de nabije buren van locatie Fikkersdries gemaakt. Aan de keukentafels zijn de plannen voor de nieuwe zuiveringsinstallatie besproken en over en weer vragen gesteld. Daarnaast is op 8 juni een grote bijeenkomst voor de inwoners van Driel (waar de nieuwbouwlocatie is beoogd) georganiseerd. Ook hier zijn de plannen voor de zuiveringsinstallatie en de aanhakende projecten (transportleiding en zoektocht naar extra drinkwater) op en nabij Fikkersdries toegelicht. Vanuit beide participatiemomenten is er een vraag & antwoorden overzicht gemaakt. Deze is vindbaar voor iedereen via www.vitens.nl/fikkersdries onder het kopje “documenten”.

8.3

Overleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening geeft aan dat het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zullen worden geïnformeerd.

8.4

Vaststellingsprocedure

Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 19 oktober 2023 tot en met 29 november 2023 voor een periode van zes weken voor eenieder ter inzage gelegen en digitaal beschikbaar gesteld op de websites www.overbetuwe.nl en www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende deze periode kon eenieder zienswijzen tegen het ontwerp bestemmingsplan indienen. In bijlage 6 bij deze toelichting van het bestemmingsplan zijn de binnengekomen zienswijzen samengevat en van een antwoord worden voorzien.

8.5

Beroep

Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

40

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Eindnoten

1. - een oppervlakte van 100 hectare of meer; - een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen; - een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. 2. Hamaland Advies (2023) Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied PB Fikkersdries te Driel, Gemeente Overbetuwe. Projectnummer: 223699, 24-04-2023 3. Ortageo (2022) Verkennend (water)bodemonderzoek productielocatie Fikkersdries in Driel. Rapportnummer: 216778/R01, 6 juli 2022. 4. VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering', 2009. 5. In de Wet geluidhinder is reconstructie van een weg als volgt beschreven: "een of meer wijzigingen op of aan een aanwezige weg ten gevolge waarvan uit akoestisch onderzoek als bedoeld in artikel 77, eerste lid, onder a, en artikel 77, derde lid, blijkt dat de berekende geluidsbelasting vanwege de weg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidsbelasting die op grond van artikel 100 dan wel het bepaalde krachtens artikel 100b, aanhef en onder a, als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting geldt met 2 dB of meer wordt verhoogd". 6. Ecochore (2022) Quick scan natuuronderzoek Fikkersdries Fase I. Rapportnummer: 221514, maart 2022. 7. Ecochore natuurtechniek (2023) Addendum: Aanvullend ecologisch onderzoek Fikkersdries fase I. Rapportnummer: 221604, februari 2023. 8.

Royal HaskoningDHV (2023) Notitie stikstofdepositie Vitens Fikkersdries. Kenmerk: BI6964-MI-ME-230420-1044, 20 april 2023.

Toelichting (vastgesteld)

41

Dorpstraat 67 6661 EH Elst Postbus 11 6660 AA Elst telefoon (0481) 362 300 fax (0481) 372 482 info@overbetuwe.nl www.overbetuwe.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=fe4e156e-2fb2-4ed4-8ade-4466267fda81