CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-09-03.15 Relevant stuk 3. Toelichting bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Gemeenteraadsvergadering 3 september 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Buitengebied , Groene Woudsestraat 4, Driel"13.786 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Toelichting

Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel Gemeente Overbetuwe Status:

Vastgesteld

Datum:

4 Juni 2024

IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0393BUITGroenewoud-VSG1

Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Datum 4 Juni 2024

Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST

Telefoon 0481 362 300

E-Mailadres info@overbetuwe.nl

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en beschrijving plangebied 1.3 Huidige bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

5 5 5 6 8

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

9

Hoofdstuk 3

Toekomstige situatie

10

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

14 14 15 19

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Milieueffectrapportage 5.2 Archeologie en cultuurhistorie 5.3 Bodem 5.4 Bedrijven en milieuzonering 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Externe veiligheid 5.8 Natuur 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Water 5.11 Verkeer en parkeren

21 21 21 24 25 26 27 27 28 30 31 34

Hoofdstuk 6 Juridische opzet van het plan 6.1 Algemene opzet 6.2 Toelichting op de verbeelding en regels

35 35 35

Hoofdstuk 7 Financiële toelichting 7.1 Economische uitvoerbaarheid

39 39

Hoofdstuk 8 Overleg en inspraak 8.1 Inleiding 8.2 Inspraak 8.3 Overleg 8.4 Vaststellingsprocedure 8.5 Beroep

40 40 40 40 40 40

(vastgesteld)

3

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

4

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Groene Woudsestraat 4 in Driel bevindt zich het huidige drinkwaterproductiegebouw en de grondwaterwinning van drinkwaterbedrijf Vitens. De locatie heeft de naam 'Fikkersdries'. Vitens heeft het voornemen om een deel van de zuivering te vernieuwen en te verduurzamen. Daartoe is de wens om een nieuwe reinwaterkelder en productiegebouw te realiseren. Vervolgens wordt een deel van de bestaande bebouwing gesloopt. Het initiatief is in strijd met het vigerende bestemmingsplan, omdat het beoogde gebruik in strijd is met de (deels) ter plaatse geldende bestemming 'Agrarisch met waarden'. Tevens past de nieuwbouw niet binnen het bestaande bouwvlak. Om de realisatie van het plan mogelijk te maken, moet een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld. Een bestemmingsplan bestaat uit het juridische bindend deel, de regels en verbeelding, en uit een toelichting. Voorliggend document voorziet in de toelichting van het bestemmingsplan.

1.2

Ligging en beschrijving plangebied

Het plangebied ligt aan de Groene Woudsestraat 4, ten zuidwesten van de kern Driel, in de gemeente Overbetuwe. Navolgende afbeeldingen tonen de globale ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Driel en de globale begrenzing van het plangebied. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan.

Plangebied bij benadering zwart omcirkeld ten opzichte van de kern Driel (bron: PDOK viewer).

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Globale begrenzing van het plangebied (bron: PDOK Viewer).

1.3

Huidige bestemmingsplannen

Het plangebied maakt deel uit van het bestemmingsplan "Buitengebied Overbetuwe", dat op 30 april 2014 is vastgesteld. Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan, met daarop het plangebied rood omlijnd.

Uitsnede geldend bestemmingsplan met globale begrenzing plangebied aangeduid met rode lijn (bron: ruimtelijk eplannen.nl). Enkelbestemmingen Het plangebied heeft de enkelbestemmingen 'Bedrijf', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - overige bedrijvigheid', en 'Agrarisch met waarden', met de functieaanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - openheid' en 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - zegen'. Bedrijf

6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

De bestemming 'Bedrijf' met de functieaanduiding 'overige vormen van bedrijvigheid' omvat het grootste deel van het plangebied. Voor de gronden met deze aanduiding is in bijlage 5 bij de regels van het bestemmingsplan, per adres, de aard van de bedrijvigheid gespecificeerd. Voor het perceel aan de Groene Woudsestraat 4 betreft dit 'waterwinning'. Ter plaatse van deze bestemming is ook een bouwvlak opgenomen. Agrarisch met waarden Een deel van het plangebied heeft de bestemming 'agrarisch met waarden', met de functieaanduidingen 'openheid' en 'zegen'. De voor 'agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, hobbymatig agrarisch grondgebruik en het houden van dieren uitsluitend op de begane grondvloer, met bijbehorende bestaande bedrijfswoning(en) en nevenactiviteiten. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'openheid' zijn bestemd ten behoeve van het behoud en de bescherming van openheid en de gronden ter plaatse van de aanduiding 'zegen' zijn bestemd ten behoeve van het behoud en de bescherming van de zegen. Dubbelbestemmingen Daarnaast gelden binnen het plangebied twee dubbelbestemmingen in het kader van archeologische verwachting. Het grootste deel van het plangebied kent de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2'.

Daarnaast kent een klein deel van het plangebied aan de noordkant de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 4'. Deze dubbelbestemming worden navolgend beschreven. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van archeologische waarden in de bodem. Op deze gronden is uitsluitend bebouwing toegestaan, voor zover geen bouwwerkzaamheden dienen te worden verricht die dieper reiken dan 0,3 m, ongeacht het grondoppervlakte. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1' De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud van de (potentieel) aanwezige archeologische waarden. Op deze gronden is uitsluitend bebouwing toegestaan, voor zover geen bouwwerkzaamheden dienen te worden verricht die dieper reiken dan 0,3 m beneden het maaiveld en die een grondoppervlakte bestrijken die groter is dan 50 m2. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud van de (potentieel) aanwezige archeologische waarden.

Op deze gronden is uitsluitend bebouwing toegestaan, voor zover geen bouwwerkzaamheden dienen te worden verricht die dieper reiken dan 0,3 m beneden het maaiveld en die een grondoppervlakte bestrijken die groter is dan 100 m2. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 3' De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud van de (potentieel) aanwezige archeologische waarden. Op deze gronden is uitsluitend bebouwing toegestaan, voor zover geen bouwwerkzaamheden dienen te worden verricht die dieper reiken dan 0,3 m beneden het maaiveld en die een grondoppervlakte bestrijken die groter is dan 500 m2.

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 4' De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud van de (potentieel) aanwezige archeologische waarden. Op deze gronden is uitsluitend bebouwing toegestaan, voor zover geen bouwwerkzaamheden dienen te worden verricht die dieper reiken dan 0,3 m beneden het maaiveld en die een grondoppervlakte bestrijken die groter is dan 2.500 m2. Gebiedsaanduidingen Tot slot kent het plangebied verschillende gebiedsaanduidingen, namelijk 'milieuzone grondwaterbeschermingsgebied', 'milieuzone - waterwingebied' en 'waardevol landschap'. Deze gebiedsaanduiding worden hieronder beschreven. Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied De gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater in verband met de drinkwatervoorziening. Ter plaatse mogen geen gebouwen worden gebouwd. Milieuzone - waterwingebied De gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - waterwingebied' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater in verband met de drinkwatervoorziening.

Ter plaatse mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Waardevol landschap De gronden ter plaatse van de aanduiding 'waardevol landschap' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het beschermen en ontwikkelen van de bijzondere kwaliteiten van het waardevol landschap. Ontwikkelingen ter plaatse van deze aanduiding mogen alleen plaatsvinden indien het geen aantasting van de bijzondere kwaliteiten van het waardevol landschap tot gevolg heeft of als de ontwikkeling leidt tot behoud of versterking van die bijzondere kwaliteiten. Strijdigheid met het geldende bestemmingsplan De beoogde ontwikkeling is op diverse punten in strijd met het geldende bestemmingsplan. De locatie waar de nieuwe bebouwing gerealiseerd wordt is momenteel deels voorzien van de bestemming 'Agrarisch met waarden'. Deze bestemming staat het gebruik van de gronden voor het gewenste type bedrijvigheid niet toe. Daarmee is het plan in functioneel opzicht strijdig met het geldende bestemmingsplan. Ook in ruimtelijk opzicht is de beoogde ontwikkeling in strijd met het geldende plan, aangezien de nieuwe bebouwing buiten de bestaande bouwvlakken gesitueerd is. Om de ontwikkeling alsnog mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan opgesteld te worden.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt de beoogde toekomstige situatie beschreven. In hoofdstuk 4 wordt de toets aan het beleidskader weergegeven, waarna in hoofdstuk 5 de haalbaarheid van het plan aangetoond wordt voor wat betreft milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op de juridische planopzet en hoofdstuk 7 gaat in op de financiële toelichting. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 overleg en inspraak beschreven.

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

Het plangebied bestrijkt een perceel dat onder kadastrale sectie O nummer 510 geregistreerd staat. In het plangebied is momenteel reeds een grondwaterwinningslocatie van drinkwaterbedrijf Vitens aanwezig. Ten noorden van het plangebied ligt de provinciale weg N837. Ten oosten en zuiden van het plangebied is de Groene Woudestraat gelegen. Rondom het plangebied liggen voornamelijk agrarische gronden, met incidenteel bebouwing (woningen of agrarische bedrijfsbebouwing). Direct grenzend aan het perceel (aan de zuidoostzijde) zijn twee woningen gelegen, maar deze maken geen onderdeel uit van het plangebied.

Momenteel is Vitens al gevestigd in het plangebied. De op het perceel aanwezige bebouwing ligt verspreid over het plangebied. Het terrein is gefragmenteerd gegroeid, zowel qua verharding als groen. De bebouwing is centraal op het perceel geclusterd, met aan de westelijke en oostelijke uiteinden bomen. Het meest oostelijk gelegen gebouw is de huidige drinkwaterproductielocatie 1, met geïntegreerde ronde reinwaterkelder en parkeerplaats. Centraal in het plangebied liggen twee zeskantige reinwaterkelders en ten westen hiervan ligt een vierkante reinwaterkelder met productielocatie 2. De productielocatie heeft door de groene inrichting in het westen en oosten van het perceel en de bomenrij aan de noordkant een natuurlijke omkadering met zichtbare winning. Het perceel ligt rondom in het groen.

De navolgende afbeelding toont een luchtfoto van de locatie in de huidige situatie.

Luchtfoto bebouwing noordelijke deel plangebied (bron: PDOK Viewer).

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Hoofdstuk 3

T oekomstige situatie

Vitens wenst een nieuwe zuiveringsinstallatie te realiseren aan de Groene Woudsestraat 4 te Driel, aan de noordzijde van de bestaande zuiveringsinstallatie (zwarte arcering, hierna aangeduid als "de nieuwe zuiveringsinstallatie"). In de toekomstige situatie wordt een nieuwe reinwaterkelder en productiegebouw gerealiseerd.

Bedrijfsperceel (rood) Er wordt een verzorgde en technisch optimale bedrijfskavel beoogd. Op onderstaande afbeeldingen is de toekomstige inrichting van het perceel weergeven. De eerste afbeelding betreft de plattegrond van de toekomstige bedrijfskavel en de tweede afbeelding geef een 3d-impressie van het nieuwe gebouw weer.

Toekomstige inrichting perceel

10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

3d-impressie van de nieuwe bebouwing Natuurperceel (groen) Zoals in paragraaf 1.3 reeds beschreven, is het plangebied in het bestemmingsplan "Buitengebied Overbetuwe" (vastgesteld op 5 maart 2013) gekenmerkt als 'waardevol open landschap' en bestemd "voor het beschermen en ontwikkelen van de bijzondere kwaliteiten van het waardevol landschap" (artikel 46.9). De nieuwe zuiveringsinstallatie creëert een breuk in het open landschap en tast de bijzondere kwaliteit van dit landschap aan. Vanwege het maatschappelijk en economisch belang van de waterwinning is de gemeente echter bereid, onder voorwaarden, deze ontwikkeling toe te staan. Vitens is eigenaar van het betreffende perceel en heeft samen met de gemeente gezocht naar mogelijkheden om de impact van de nieuwe zuiveringslocatie zo klein mogelijk te laten zijn en het verlies aan landschappelijke kwaliteit te compenseren. Hiertoe is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld voor het groen omrande perceel (bijlage 1 van de regels). In het landschappelijk inpassingsplan is deels vernatting en de aanleg van extra waterbuffering, extensief beheer en het deels inzaaien met maaimengsel N12.02 kruiden- en faunarijk grasland opgenomen. Hierdoor wordt de versterking van de bijzondere kwaliteiten gewaarborgd.

Daarnaast verkleint het verdiept bouwen en het aanbrengen van een gedeeltelijke grondwal de impact op het waardevol open landschap. Met al deze maatregelen wordt de aantasting van de kwaliteit van het waardevol landschap beperkt. Dit wordt planologisch mogelijk gemaakt en verankerd door middel van het wijzigen van de bestemming van "agrarisch met waarden" naar "natuur". De gronden tussen het bedrijfsperceel en de provinciale weg krijgen dus de bestemming 'natuur' en voorzien in een natuurvriendelijke inrichting. Het waterpeil wordt opgezet, en het beheer en gebruik geëxtensiveerd, om zo tot een verhoging van natuurwaarden te komen. Onderstaande afbeelding geeft de toekomstige inrichting van het groene perceel weer.

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

De aanleg van een natuurvriendelijke oever langs de productielocatie alsook twee noord-zuidgerichte natuurvriendelijke oevers zorgen voor de vergroting van de opvangcapaciteit en het langer vasthouden van water. Op deze manier draagt de inrichting van dit gebied bij aan de kernkwaliteiten van het landschap en een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Naast een natuurinvulling van deze kavel zijn er diverse kansen beschreven: natuurvriendelijk beheer productielocatie, extensief maaien, etc.; kruidenrijke vegetatie rondom taluds bestaande reservoirs; opwaarderen populierenbos, nieuwe aanplant, mantel-zoom vegetaties; meer open water, schoon water vasthouden. Op de grens van het plangebied aan de noordzijde is een natuurvriendelijke oever voorzien. Voor deze oever zijn enkele uitgangspunten geformuleerd: aanleg natuurvriendelijke oevers, 1:3 met oeverbeplanting, eventueel gestuwd om peil hoog te houden; aanleg brede natuurzone, fysieke begrenzing productiebedrijf, onderhoudspad zuidzijde, flexibel en gevarieerde oever, 1:5-1:10, bufferzone water (fluctuerend peil). Op onderstaande afbeelding is de principe opzet van deze oever weergegeven.

12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Principeopzet natuurvriendelijke oever.

Agrarisch perceel (geel) Om aan te sluiten bij landschappelijke kwaliteiten van het waardevol open landschap en deze verder te versterken heeft de gemeente de wens om in de toekomst een grotere oppervlakte op een vergelijkbare wijze om te vormen naar natuur. Vitens is bereid hieraan mee te werken en het geel omrande perceel hiertoe in zetten. Op dit moment is deze omvorming naar natuur enkel mogelijk als Vitens in der minne met de huidige pachter tot een regeling omtrent de beëindiging van diens pachtrechten kan komen. Indien dit succesvol zou zijn, legt Vitens een landschappelijk inpassingsplan ter goedkeuring voor aan de gemeente. Dit plan sluit aan bij de hiervoor benoemde (en op dat moment mogelijk al gerealiseerde) landschappelijke inpassing. Na goedkeuring door de gemeente zal Vitens deze inpassing binnen circa 1-2 jaar realiseren. Vanwege het voorgaande is een wijzigingsbevoegdheid in het plan opgenomen. Mocht er niet op minnelijke wijze worden uitgekomen met de pachter over de ontpachting van het geel omrande perceel, dan treden Vitens en de gemeente in overleg om te onderzoeken hoe compensatie op een andere duurzame wijze te realiseren.

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Hoofdstuk 4

Beleidskader

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Beoordeling Voorliggende ontwikkeling is in lijn met het gestelde in de NOVI.

De nieuwbouw van een drinkwaterproductiegebouw en een reinwaterkelder, zorgt voor een verdere veiligstelling van het drinkwater in Driel en omgeving voor toekomstige generaties. Daarbij is nadrukkelijke aandacht voor de landelijke kenmerken en de identiteit van het gebied. 4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Natuurnetwerk Nederland (NNN), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij het NNN en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van het NNN is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in juridisch-planologische procedures te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Beoordeling Het voorgenomen plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het bepaalde in het Barro.

14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Algemeen De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden waarbij een nieuwe Laddersystematiek is gaan gelden. De Ladder dient alleen doorlopen te worden wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het is daarom van belang om te beoordelen of de ontwikkeling in onderhavig plan aangemerkt wordt als een stedelijke ontwikkeling. De definitie voor een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1, lid 1, Bro) luidt als volgt: ''ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen''. Beoordeling Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Uit jurisprudentie blijkt dat (nuts)voorzieningen, zoals windmolens, infrastructuur, zonneparken, hoogspanningslijnen, mestvergisters en transformatorhuisjes niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling hoeven te worden beschouwd.

De strekking van de in de Bro opgenomen regeling met betrekking tot duurzame verstedelijking is gericht op het tegengaan van leegstand van bebouwing (elders). Dat is hier niet aan de orde. Bovendien wordt het drinkwaterproductiegebouw gerealiseerd op een terrein waarop Vitens reeds water wint. Hierdoor past de ontwikkeling qua aard en schaal op deze locatie. Dit tezamen maakt dat toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is. 4.1.4

Conclusie

Onderhavig plan is niet in strijd met het Rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Algemeen

Samen met gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijf Vitens zorgt de provincie onder andere via de ruimtelijke bescherming voor schoon grondwater. De drinkwaterwinningen worden beschermd op verschillende niveaus (grondwaterbeschermingszones): waterwingebieden; grondwaterbeschermingsgebieden; boringsvrije zones; intrekgebieden; koude-warmte-opslagvrije zone; kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied; minder kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied. De grondwaterbeschermingszones zijn benoemd in de Provinciale Omgevingsverordening. Deze verordening bevat onder andere regels voor het grondwaterbeheer en de bescherming hiervan. De grondwaterbeschermingszones uit de verordening (zie navolgende afbeelding) worden ook ruimtelijk beschermd. Dit staat beschreven in zowel de Provinciale Omgevingsvisie als de Provinciale Omgevingsverordening.

Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Grondwaterbeschermingsgebied Fikkersdries ten opzichte van plangebied (bron: Drinkwater, beschermingsgebiedenkaart provincie Gelderland). 4.2.2

Omgevingsvisie en -verordening provincie Gelderland

Omgevingsvisie Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennisen onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema's: Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer. Circulaire economie: sluiten van kringlopen. Biodiversiteit: werken met de natuur. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden. Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio.

Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Omgevingsverordening De Omgevingsverordening (geconsolideerde versie januari 2023) richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. De provinciale verordening bevat daarnaast een algemene instructieregel klimaatadaptatie (artikel 2.65b).

Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. b. c. d.

waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.

Beoordeling Met voorliggend plan wordt, door de herontwikkeling van het perceel, de drinkwaterproductie gegarandeerd. Deze ontwikkeling draagt bij aan de blijvende toekomstige beschikbaarheid van kwalitatief hoogwaardig drinkwater voor alle bewoners van Driel en omgeving. De locatie Fikkersdries is de op één na grootste drinkwaterproductielocatie van Vitens, waarmee het een belangrijk aandeel heeft in de drinkwatercapaciteit van de provincie Gelderland en hiermee ook de gemeente Overbetuwe. Om in de toekomst schoon drinkwater te behouden zal men zich moeten blijven ontwikkelen en aanpassen aan de uitdagingen van de toekomst. Met voorliggend initiatief wordt hieraan een bijdrage geleverd en gepoogd om de capaciteit veilig te stellen voor de toekomst. Raadpleging van de digitale versie van de Omgevingsverordening wijst uit dat in het plangebied provinciale belangen spelen. Het plangebied is gelegen binnen een gebied dat op kaart 2: 'Regels Glastuinbouw' is aangemerkt als 'glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied'. Op kaart 7 'Regels Landschap - kaart 1' is het plangebied aangeduid als 'waardevol open gebied'. Tot slot is de locatie op kaart 9 'Regels Water en Milieu' getypeerd als 'boringvrije zone', 'koude-warmte-opslagvrije zone', 'waterwingebied', 'grondwaterbeschermingsgebied' en 'intrekgebied'.

Daarnaast stelt de provincie specifieke eisen rondom klimaatadaptatie. Artikel 2.16: Nieuwvestiging en uitbreiding glastuinbouwbedrijf Met onderhavige ontwikkeling is er geen sprake van glastuinbouw. De regels omtrent glastuinbouw hebben geen betrekking op dit plan en zodoende is het plan niet in strijd met het beleid van de provincie ten aanzien van glastuinbouw.

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel Artikel 2.55: Ontwikkeling in waardevol open gebied Bij nieuwe ontwikkelingen dient de openheid van het Waardevol open gebied niet te worden aangetast. De nieuwe zuiveringsinstallatie zorgt voor een breuk in het open landschap en tast de bijzondere kwaliteit van dit landschap aan. Vanwege de maatschappelijke en economische belangen van de waterwinning is de gemeente echter bereid, onder voorwaarden, deze ontwikkeling toe te staan. De initiatiefnemer en de gemeente hebben gezamenlijk gezocht naar mogelijkheden om de impact van de nieuwe zuiveringslocatie zo klein mogelijk te laten zijn en het verlies aan landschappelijke kwaliteit te compenseren. In het voortraject zijn er verschillende locaties onderzocht. Hieronder een overzicht van alternatieve locaties die zijn overwogen.

De voorgestelde alternatieve locaties 1, 2, 3 en 4 liggen binnen het waterwingebied. Hier wint Vitens haar grondwater en maakt daar drinkwater van. In de ondergrond is hiertoe bestaande infrastructuur aanwezig. De benodigde ruimte voor de nieuwbouw is groter en niet passend te maken op een van deze locaties. De voorgestelde alternatieve locatie 5 is een bestaand populierenbos met een beperkte natuur en historische waarde. Echter geldt hier ook dat de benodigde ruimte voor de nieuwbouw groter is en niet passend is te maken op deze locatie. Tevens wordt het bestaande bos in de huidige landschappelijke inpassing versterkt, waardoor er juist extra kwaliteit aan dit deel wordt toegevoegd. Door het gebied open en groen te houden, te vernatten en natuurlijk te beheren wordt aangesloten bij de kernkwaliteiten van het open landschap. Het perceel wordt uit het agrarisch gebruik genomen, en krijgt een natuurlijk beheer. Het gebied wordt niet meer bemest. Het gebied wordt natuurlijk beheerd, extensief gemaaid (1-2 per jaar), maaisel wordt afgevoerd om het geheel langzaam te verschralen. Het maaisel wordt opgebouwd uit gras met kruidenvegetatie op basis van kruidachtigen die van nature voorkomt op de aanwezige bodemsoort. Hierdoor ontstaat een vochtig kruidenrijk grasland. De waarde als weidevogelgebied wordt door de landschappelijke inpassing versterkt.

Het nu relatief intensief gebruikte weiland tussen gebouw en weg wordt omgevormd naar natte natuur. De variatie en

18

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel soortenrijkdom neemt daardoor toe. Het gebied wordt vernat door de aanleg van enkele brede watergangen met natuurvriendelijke oevers met zeer flauwe taluds. Op die manier ontstaan gradiënten en variatie, die een positieve bijdrage levert voor de aanwezige planten en dieren in het gebied. Verder zorgen de nieuwe watergangen en de verlaagde patio binnen de bebouwing voor de opvang en het vasthouden van regenwater. Hierdoor wordt, naast water- en natuuropgaven ook een invulling gegeven aan klimaatopgaven Afdeling 3.2: Grondwaterbescherming met het oog op de waterwinning (artikel 3.3 t/m 3.37) In deze regeling zijn aanvullende provinciale regels opgenomen ter bescherming van de water winnende functie van deze gronden. Voorliggend plan versterkt en breidt deze functie juist uit in dit gebied. Onderhavige ontwikkeling zorgt voor een toekomstbestendige bedrijfsvoering en garandeert kwalitatief drinkwater voor Driel en omgeving. Artikel 2.65b: Klimaatadaptatie In afdeling 2.7 van de Omgevingsverordening Gelderland is artikel 2.65b opgenomen, waarin aanvullende provinciale eisen staan met betrekking tot klimaatadaptatie. Voor voorliggend plan worden zoveel mogelijk duurzame materialen gebruikt. De groene ruimten krijgen een klimaatadaptieve inrichting, met natuurlijkvriendelijke oevers (zie paragraaf 2.2).

Door het nemen van voorgenoemde maatregelen wordt aangenomen dat voldoende rekening wordt gehouden met de aspecten duurzaamheid en klimaatadaptie. Daarmee vormen de Omgevingsvisie en -verordening geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan. Conclusie Het provinciaal beleid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Overbetuwe 2040

De gemeenteraad van Overbetuwe heeft op 1 oktober 2019 de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie is erop gericht de kwaliteit van de leefomgeving op niveau te houden en waar mogelijk (verder) te verbeteren. Een vitale en aantrekkelijke leefomgeving in Overbetuwe is belangrijk, voor nu en in de toekomst. Om deze optimaal te houden, hanteert Overbetuwe haar identiteit als fundament. In de (door)ontwikkeling als gebied, moet rekening gehouden worden met belangrijke trends. Deze trends dwingt Overbetuwe in de verdere ontwikkeling te kiezen voor een focus op zes opgaven: Vitaal buitengebied in beweging; Innovatieruimte voor ondernemerschap; Samen werken aan energietransitie; Gevarieerde dorpse woonomgeving; Netwerk verbonden met samenleving; Voorzieningen geclusterd. Beoordeling Met dit bestemmingsplan wordt een juridisch-planologisch kader geboden voor het realiseren van nieuwe gebouwen op het perceel van een bestaand waterproductiegebouw. Bij de totstandkoming van de toekomstige inrichting van het perceel, heeft de landschappelijke inpassing een prominente rol gespeeld en is rekening gehouden met thema's als duurzaamheid en natuurinclusiviteit.

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

4.3.2

Landschapsontwikkelingsplan Gemeente Overbetuwe

In het Landschapsontwikkelingsplan (afgekort tot LOP) uit 2009 zijn de (algemene) doelstellingen en gebiedsspecifieke opgaven voor Overbetuwe geformuleerd. De hoofddoelstelling is het ontwikkelen van een sterke samenhangende landschappelijke structuur met een eigen Betuwse identiteit, die tegenwicht biedt aan de verstedelijking en waarbij belangrijke landschappelijke waarden duurzaam in stand worden gehouden. De gemeente heeft haar landschapsvisie beschreven in het Landschapsontwikkelingsplan. Er zijn vijf algemene doelstellingen geformuleerd: 1. In stand houden en versterken van de waardevolle samenhang tussen kom-oeverwal en uiterwaard (gradiënten); 2. Behouden en versterken van de openheid, grootschaligheid en de kenmerkende weidebouw in de kommen, t.o.v. de kleinschalige structuur van de oeverwallen; 3. Waardevolle landschappelijke en historische elementen en structuren beter herkenbaar maken in het landschap; 4. Benutten van de landschapsecologische potenties die het watersysteem biedt. 5. Verbeteren van de overgangen tussen de stads- en dorpskernen en het platteland (recreatieve verbindingen en ruimtelijke kwaliteit). In het Landschapsontwikkelingsplan zijn verschillende deelgebieden opgenomen, waarin gebiedsspecifieke opgaven zijn opgenomen. Het plangebied valt binnen deelgebied 2a 'Open kommen Hollanderbroek, Liendermeint, De Meilanden en Weerbroek'.

Het LOP geeft voor het deelgebied 2a: open kommen Hollanderboek aan dat gradiënten, het zicht op de stuwwal en de ruimtelijke contrasten aangezet kunnen worden. Dit deelgebied is gericht op de instandhouding om openheid te behouden. Hier is een zonering van functies gewenst, zodat elke functie optimaal tot zijn recht komt. Het gebied is gewaardeerd als waardevol open gebied. In de Omgevingsvisie van de gemeente Overbetuwe wordt voor dit gebied het volgende beoogd: de kenmerkende openheid en grootschaligheid van de komgebieden behouden en versterken. Tegelijkertijd ligt de productielocatie van Vitens midden in het open gebied, aan weerszijden geflankeerd door robuuste bosblokken en bomenrijen daartussen. Het vormt (nu ook al) een groen eiland in het open gebied. Ten noorden van de productielocatie snijdt de provinciale weg schijnbaar argeloos door het open komgebied en voegt zich niet in het kavelpatroon. Bij het inpassen van de weg is om de openheid te behouden voor gekozen deze onbeplant te laten. Lage hagen zorgen voor een bescheiden inpassing. De weg is hiermee ontworpen als een autonoom element in de open kom. Beoordeling Voor het voorliggende plan “nieuwbouw Fikkersdries” is hetzelfde concept gekozen. Er is, qua richting van het gebouw, expliciet gekozen voor het kiezen van de richting van de landschappelijke kavellijnen, en niet voor de weg.

Hierdoor liggen beide elementen los in het open landschap. Door het groen ten zuiden van het gebouw te versterken, wordt de huidige karakteristiek van een groen eiland in de open kom versterkt. Het gebouw is langgerekt en minimalistisch vormgegeven, net zoals het landschap. Een doorgaande dakvorm verbindt de losse gebouwdelen tot een samenhangend geheel. Qua maat en schaal sluit deze zo beter aan bij de grootschaligheid van de open kom. Een groene wal tegen het gebouw aan zorgt voor de belangrijkste inpassing. Er is in het landschappelijke inpassingsplan bewust voor gekozen geen bomen voor of direct rond het gebouw te planten, omdat het niet aansluit bij de gebiedskarakteristiek. Aanwezige landschappelijke structuren (vooral achter het gebouw, tegen het Hollanderbroek aan) worden versterkt door gevarieerde nieuwe aanplant. Hiermee draagt voorliggende ontwikkeling bij aan de ambities en doelstellingen uit het gemeentelijk Landschapsontwikkelingsplan. 4.3.3

Conclusie

Onderhavig plan is in lijn met het gemeentelijk beleid.

20

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel

Hoofdstuk 5 5.1

M ilieu- en omgevingsaspecten

Milieueffectrapportage

Algemeen De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In de bijlage van het Besluit m.e.r zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. In onderdeel C zijn activiteiten genoemd waarbij direct sprake is van een m.e.r.-plicht als bij besluiten de genoemde drempelwaarden worden overschreden. Voor de activiteiten die zijn genoemd in onderdeel D geldt dat als de drempelwaarden1 worden overschreden een m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden moet een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gedaan. Beoordeling Gelet op de geringe omvang van het plan worden geen nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. Het milieubelang wordt in navolgende paragrafen in voldoende mate afgewogen. Een passende beoordeling op basis van de Wet natuurbescherming is niet nodig, waardoor het plan om die reden geen m.e.r.-plicht heeft. Ook een nadere beoordeling in een m.e.r.-beoordeling of plan-m.e.r. is niet noodzakelijk.

Conclusie Een nadere beoordeling in een (vormvrije) m.e.r-beoordeling of plan-m.e.r. is niet noodzakelijk.

5.2

Archeologie en cultuurhistorie

5.2.1

Archeologie

Algemeen Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet 2016, uitgewerkt in het Besluit Erfgoedwet archeologie, is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Beoordeling Volgens het vigerende bestemmingsplan heeft het grootste deel van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2'. Dit betekent dat een vrijstelling van archeologisch onderzoek geldt voor ontwikkelingen met een oppervlakte tot 100 m2 en een diepte van 0,3 m onder maaiveld. Voor een klein deel van het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde Archeologische verwachting 4'. Dit betekent dat een vrijstelling van archeologisch onderzoek geldt voor ontwikkelingen met een oppervlakte tot 2.500 m2 en een diepte van 0,3 m onder maaiveld. Deze dubbelbestemmingen uit het vigerende bestemmingsplan worden overgenomen in voorliggend bestemmingsplan.

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel Desalniettemin is een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek2 uitgevoerd. De bevindingen uit dit onderzoek worden navolgend uiteengezet. Bureauonderzoek De basis van het bodemprofiel wordt gevormd door grof grindig zand van de Formatie van Kreftenheye. Deze zandige sedimenten worden bedekt met een dik pakket fluviatiele klei van de Formatie van Echteld die voor de bedijking afgezet is. In de zuidoostelijke hoek is mogelijk nog sprake van afzettingen van de stroomgordel van Homoet-Kamp. In theorie is deze vanaf het laat-Neolithicum bewoonbaar. Resultaten van onderzoeken in de omgeving en het AHN-beeld geven niet direct aanleiding om de stroomgordel binnen het huidige plangebied te verwachten. Er is sprake van een poldervaaggrond op een ondergrond van rivierklei. Ter plaatse van het pompstation zal de bodem verstoord zijn tot op nog onbekende diepte. In de rest van het plangebied kan bodemverstoring opgetreden hebben als gevolg van de aanplant en het rooien van bos en het agrarische gebruik van het land. De verstoringsdiepte is vooralsnog niet bekend. Booronderzoek Het archeologisch verkennend boordonderzoek is uitgevoerd op basis van onderstaand boorplan (bijlage 3 van het onderzoeksrapport).

Boorpuntenkaart met profielraaien en coördinaten boorpunten (bron: Hamaland Advies). De bodemopbouw in het plangebied kan grofweg in vier categorieën opgedeeld worden: boringen met komafzettingen, boringen met komafzettingen waarin een vegetatiehorizont (laklaag) aanwezig is, boringen met oeverafzettingen onder komafzettingen (al dan niet met een vegetatiehorizont in de komafzettingen). In één boring wordt het pakket komklei afgewisseld door een laag met crevasseafzettingen. Boringen met komafzettingen tot de maximale boordiepte In 9 van de 27 boringen is alleen komklei aangetroffen binnen de maximale boordiepte. Het gaat om boring 8, 10, 15, 16, 21, 22, 23, 25 en 27. De top van de komafzettingen is op minimaal 25 cm-mv 22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel (boring 8; 7.69 m+NAP) en maximaal 115 cm-mv (boring 25; 7.59 m+NAP) aangetroffen. De komklei bestaat uit grijze tot blauwgrijze, al dan niet roestige, kalkloze klei die met de toenemende diepte van (matig) gerijpt naar ongerijpt gaat. Afhankelijk van de diepte komen roestvlekken voor boven de grondwaterspiegel. Onder de minimale grondwaterstand is sprake van reductie (blauwgrijze ongerijpte klei zonder roestvlekken). Boringen met een vegetatiehorizont In 13 boringen is op variërende dieptes in de komafzettingen een vegetatiehorizont waargenomen. Het betreft boring 1-5, 9, 11-14, 17, 18 en 20. De vegetatiehorizont bestaat uit donkergrijsbruine, (iets) humeuze, kalkloze, matig gerijpte klei waarin geen plantenresten waargenomen zijn. De vegetatiehorizont komt altijd voor onder een laag matig gerijpte komklei en gaat ook weer over in matig of ongerijpte klei. Dit wijst erop dat het vegetatieniveau niet volledig tot rijping is gekomen en slechts tijdelijk buiten de directe invloedssfeer van de hoofdstroom gelegen heeft in de nabijheid van de oevers van de rivier, waardoor plantengroei op kon treden. De top van de vegetatiehorizont komt voor tussen minimaal 80 cm-mv in boring 20 (6.72 m+NAP) en maximaal 155 cm-mv in boring 4 (6.29 m+NAP).

De basis ligt tussen 95 cm-mv in boring 20 (6.57 m+NAP) en 180 cm-m in boring 4 (6.04 m+NAP). De dikte van de laag varieert tussen 15 en 25 centimeter, waarbij deze in de meeste boringen een dikte van 15-20 centimeter heeft. Alle boringen met de vegetatiehorizonten zijn in het drassige noordelijk deelgebied gezet; op het al bestaande terrein van het pompstation in het zuidelijk deel van het plangebied ontbreken vegetatiehorizonten. Boringen met oeverafzettingen In boring 6, 19, 24 en 26 zijn aan de basis van de komafzettingen binnen de maximale boordiepte oeverafzettingen van de Homoet-Kamp stroomgordel aangetroffen. Deze afzettingen bestaan uit zandige klei of sterk siltig zand en zijn ongerijpt en kalkrijk. De top van deze afzettingen ligt op minimaal 190 cm-mv (boring 24; 6.51 m+NAP) en maximaal 265 cm-mv (boring 6; 4.95 m+NAP). De basis van de afzettingen is niet bereikt. Boven de oeverafzettingen is in alle gevallen een dik pakket met komafzettingen aangetroffen. In boring 6 en 19 is in deze komklei tevens sprake van een vegetatiehorizont. In boring 6 is deze horizont tussen 95 en 120 cm-mv aangetroffen (6.65 en 6.40 m+NAP); in boring 19 tussen 80 en 95 cm-mv (6.88 en 6.73 m+NAP). Logischerwijs zouden er in boring 11 ook oeverafzettingen van de Homoet-Kamp aangetroffen zijn. Deze zijn binnen de maximale boordiepte van 250 cm-mv niet aangetroffen.

Dit betekent echter niet dat deze afzettingen hier niet aanwezig zijn. Waarschijnlijker is dat deze dieper in de ondergrond voorkomen: In boring 6, direct ten noorden van boring 11, is de top van de oeverafzettingen van Homoet-Kamp op 265 cm-mv (4.95 m+NAP) aangetroffen en in boring 19, direct ten zuiden van boring 11, lag de top op 210 cm-mv (5.58 m+NAP). Boring met crevasse-afzettingen In boring 7 zijn tussen 70 en 130 cm-mv crevasse-afzettingen aangetroffen (7.36-6.76 m+NAP), bestaande uit grof, matig gesorteerd zand met kleibrokken en grind. De afzettingen zijn roestig en kalkarm. Op de crevasse-afzettingen is een 50 centimeter dikke laag komklei afgezet. De crevasseafzettingen gaan scherp over in de onderliggende komafzettingen en zijn erosief afgezet Geconcludeerd wordt dat, op basis van voorgaande onderzoeksresultaten, voor de geplande ontwikkeling geen vervolgonderzoek uitgevoerd hoeft te worden. 5.2.2

Cultuurhistorie

Algemeen Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast

Toelichting (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij de realisatie van ruimtelijke ontwikkelingen. Beoordeling Raadpleging van de 'Kaart historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie' van de provincie Gelderland wijst uit dat binnen het plangebied geen elementen met cultuurhistorische waarde aanwezig zijn. Ook in de directe omgeving van het plangebied zijn geen rijks- en gemeentelijke monumenten, beschermde gezichten en gebieden, en gezichten met bijzondere waarden aanwezig. Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.3

Bodem

Algemeen In het kader van een bestemmingsplan moet zijn aangetoond dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Hiertoe is het uitvoeren van een verkennend milieukundig bodem- en grondwateronderzoek noodzakelijk. Beoordeling In het kader van voorliggende ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek3 uitgevoerd. Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt het volgende:

Situering onderzoekslocatie Deellocatie A - landbodem Ter plaatse van de onverdachte deellocatie 'A' zijn in de bovengrond zeer licht verhoogde gehalten nikkel aangetoond. De bovengrond is indicatief geclassificeerd als 'altijd toepasbaar'. PFAS is in aangetoond in een gehalte boven de detectiegrens. De gehalten zijn echter dermate gering dat er geen verdere gebruiksbeperkingen zijn anders dan dat de grond niet onder het grondwater en/of in een grondwaterbeschermingsgebied kan worden gebruikt. In de ondergrond is plaatselijk een zeer licht verhoogd gehalte nikkel en molybdeen aangetoond. De ondergrond is indicatief geclassificeerd als 'altijd toepasbaar'.

24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel Het grondwater bevat (zeer) licht verhoogde concentraties barium en xylenen. Barium is waarschijnlijk van nature in een licht verhoogde concentratie in het grondwater aanwezig. De oorzaak van de (zeer) licht verhoogde concentraties xylenen is onbekend. Deellocatie A - waterbodem Sloot A bevat een licht verhoogd gehalte aan nikkel. De waterbodem heeft voor toepassing in een oppervlaktewaterlichaam kwaliteitsklasse A, voor toepassing op landbodem kwaliteitsklasse wonen en is vrij toepasbaar voor verspreiding op aangrenzend perceel. Sloot B is opgedeeld in drie vakken. De waterbodem binnen vak 1 en 2 bevat geen verhoogde gehalten en is voor toepassing in een oppervlaktewaterlichaam, toepassing op landbodem en verspreiding op aangrenzend perceel vrij toepasbaar. Vak 3 bevat een laag slib met daaronder de waterbodem. Het slib bevat licht verhoogde gehalten cadmium, PAK en PCB. Zowel het slib als de waterbodem heeft voor toepassing in een oppervlaktewaterlichaam kwaliteitsklasse A, voor toepassing op landbodem kwaliteitsklasse wonen en is vrij toepasbaar voor verspreiding op aangrenzend perceel. PFAS is aangetoond in een gehalte boven de detectiegrens.

De gehalten zijn echter dermate gering dat er geen verdere gebruiksbeperkingen zijn anders dan dat het slib en de waterbodem niet onder het grondwater en/of in een grondwaterbeschermingsgebied kan worden gebruikt. Deellocatie B - landbodem Er zijn plaatselijk zeer licht verhoogde gehalten nikkel aangetoond. De bovengrond is indicatief geclassificeerd als 'altijd toepasbaar'. PFAS is aangetoond in een gehalte boven de detectiegrens. De gehalten zijn echter dermate gering dat er geen verdere gebruiksbeperkingen zijn anders dan dat de grond niet onder het grondwater en/of in een grondwaterbeschermingsgebied kan worden gebruikt. Het grondwater bevat (zeer) licht verhoogde concentraties barium en xylenen. Barium is waarschijnlijk van nature in een licht verhoogde concentratie in het grondwater aanwezig. De oorzaak van de (zeer) licht verhoogde concentraties xylenen is onbekend. Er zijn geen verontreinigingen aangetoond in gehalten/concentraties boven de tussenwaarde, nader onderzoek is niet nodig. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

5.4

Bedrijven en milieuzonering

Algemeen Indien door middel van een ruimtelijke ontwikkeling nieuwe, gevoelige functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu mogelijk kan worden gemaakt. Hierbij moet rekening worden gehouden met omliggende functies met een milieuzone. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van een nieuwe gevoelige functie. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009)4 als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningenhoreca en kleine bedrijven. Ook

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding aangeduide deel voor de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies gelegen buiten betreffend perceel. Naast de gebiedstypen 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied' kent de VNG een vierde gebiedstype. Namelijk, voor gebieden waar sprake is van een sterke functiemenging, zoals bij stadscentra, woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid/zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen, kent de VNG-brochure het begrip 'gebied met functiemenging'. Dit betekent dat op gebouwniveau meerdere functies gecombineerd zijn, zoals wonen boven winkels. In de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' is voor gebieden met functiemenging een aparte lijst (bijlage 4 VNG-uitgave) opgenomen. In tegenstelling tot rustige woonwijken zijn in dergelijke levendige gebieden desgewenst ook milieubelastende activiteiten op kortere afstand van woningen mogelijk. Het kan gaan om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen.

Beoordeling Hinder als gevolg van onderhavige ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft de verplaatsing en beperkte uitbreiding van de drinkwaterproductiebedrijf. Een dergelijke functie kan worden gezien als een hinderveroorzakende functie. Er zijn woonbestemmingen gelegen, direct ten zuiden van het bedrijfsperceel. De ontwikkeling vindt echter plaats aan de noordkant van bedrijfsperceel, op minimaal 120 meter afstand van de woonbestemming. De huidige bedrijfsbestemming verandert niet en daarmee zal het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen niet verder worden aangetast. In het kader van de milieuregelgeving zal, net zoals nu, de specifieke bedrijfsvoering worden geregeld, waarbij ook gekeken wordt naar gevoelige functies in de omgeving. Hinder van bestaande bedrijvigheid op de ontwikkeling Een drinkwaterproductiebedrijf op zichzelf is geen hindergevoelige functie. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

5.5

Geluid

Algemeen De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het kader van het bestemmingsplan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende wegen en industrieterreinen. Beoordeling Het bestemmingsplan omvat geen (nieuwe) geluidsgevoelige functies. Aangezien de bestemming van de locatie ook niet veranderd (Bedrijf - Overige vormen van bedrijvigheid (waterwinning)), hoeft er in het kader van de ruimtelijke procedure geen akoestisch onderzoek verricht te worden

26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel Daarnaast leidt het plan niet tot een toename van het aantal verkeersbewegingen, waarmee een akoestisch onderzoek naar de hinder van verkeer van en naar de inrichting niet nodig is. De nu doodlopende weg zal mogelijk moeten worden verstevigt of worden verbreed (kanten). Aanpassingen aan de weg zouden onderzocht moeten worden in het kader van reconstructie5, tenzij op voorhand al kan worden bepaald dat de aanpassingen niet tot significante (1,5 dB en hoger) gevolgen leiden. Doordat het aantal verkeersbewegingen niet extra toeneemt als gevolg van voorliggende ontwikkeling, zal daar hier geen sprake van zijn. Daarnaast gaat de Wet geluidhinder uit van gezoneerde wegen, formeel vallen 30 km/uur wegen hier dus niet onder. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.6

Geur

Algemeen De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt in eerste instantie het wettelijk kader bij de beoordeling van een aanvraag om een milieuvergunning voor dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft hiervoor geurbelastings- en afstandsnormen in relatie met geurgevoelige objecten in de nabijheid van de (geprojecteerde) veehouderij. De Wgv heeft betrekking op twee aspecten. Ten eerste speelt de geurbelasting een rol bij de beoordeling of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten tweede moet bij de belangenafweging voor een zorgvuldige besluitvorming worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Beoordeling Voorliggend plan maakt geen nieuwe geurgevoelige c.q. -belastende functies mogelijk. Op het vlak van geurhinder zijn geen belemmeringen aanwezig. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan..

5.7

Externe veiligheid

Algemeen Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt als er iets mis gaat tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. Bij externe veiligheid worden twee soorten risico's benoemd: Het Plaatsgebonden Risico (PR): is de kans per jaar dat een onbeschermd persoon komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR wordt weergeven met een contour rondom een activiteit; Het Groepsrisico (GR): geeft de kans per jaar aan dat een groep personen tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico bestaat uit een invloedsgebied waarbinnen het risico verantwoord moet worden. Beoordeling Het plan betreft het vervangen van het bestaande drinkwaterpompstation Fikkersdries te Driel. Doordat het pompstation niet buiten bedrijf kan, wordt aan de noordkant eerst een nieuw pompstation gerealiseerd. Vervolgens wordt de bestaande bebouwing gesloopt. Door de ontwikkeling neemt het aantal personen binnen het plangebied niet toe. Op een drinkwaterpompstation verblijven personen niet

Toelichting (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel langdurig. Het ruimtelijk plan staat ook geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten toe waar personen gaan verblijven. Omdat nieuwbouw van dergelijke objecten is uitgesloten, kan een toetsing aan externe veiligheid achterwege blijven. Ter volledigheid, nabij het plan liggen een tweetal hogedruk aardgastransportleidingen (N-568-34 en N-568-30) op minimaal 200 meter ten westen en ten zuiden van het plangebied. Uit de risicokaart blijkt dat bij beide aardgastransportleidingen geen 10-6 risicocontour wordt berekend. Doordat het aantal per personen niet toeneemt met dit plan zal dit geen consequenties hebben op de hoogte van het groepsrisico. Conclusie Het ruimtelijk plan staat geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten toe. Externe veiligheid is dan ook geen toetsingskader voor onderhavige procedure. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.8

Natuur

Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden in en om het plangebied. Vanaf 1 januari 2017 geldt hiervoor de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt bepaalde plant- en diersoorten, natuurgebieden en bossen. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurwet- en regelgeving van een negatief effect geen sprake is, dan wel dat daarvoor respectievelijk een vergunning of ontheffing kan worden verkregen. Beoordeling Ten behoeve van voorliggend plan is een ecologische quick scan6 uitgevoerd. Navolgend worden de conclusies uiteengezet. Flora Beschermde vaatplanten ontbreken op de planlocatie waardoor geen schade aan deze soorten te verwachten is en geen nader onderzoek of een ontheffing noodzakelijk is. Vogels Door de voorgenomen werkzaamheden zijn er negatieven effecten te verwachten op enkele soorten uit categorie 1-4 - buizerd en steenuil. Hierdoor is nader onderzoek naar beide soorten noodzakelijk. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen starten of worden uitgevoerd, kunnen maatregelen noodzakelijk zijn om te voorkomen dat door de werkzaamheden broedende vogels worden verstoord doordat enkele soorten als broedvogel niet zijn uit te sluiten. Dit dient door een ecoloog te worden beoordeeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=fe4e156e-2fb2-4ed4-8ade-4466267fda81