CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-06-27.14 Relevant stuk 1, Definitief Wrp Overbetuwe

Gemeenteraadsvergadering 27 juni 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Water- en Rioleringsprogramma 2025 – 202915.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

29/56

PROGRAMMA

6

Wat hebben we

Het begin van het werkelijke ‘programma’ beschrijft ons areaal; wat zijn de voorzieningen die we beheren, hoe zien ze eruit en hoe functioneren ze. In dit hoofdstuk beschrijven we de huidige, of de uitgangs-, situatie.

6.1 Overzicht voorzieningen object vrijvervalriool Gemengd riool Hemelwaterriool Vuilwaterriool drainage riool mechanische riolering (druk-, vacuurm, en persriool) kolken lijn- en roostergoten aantal gemengde overstorten aantal randvoorzieningen (bijlage x) aantal gemalen aantal pompunits drukriolering aantal IBA’s aantal HWA-uitlaten aantal wadi’s oppervlakte infiltrerende verharding aantal + lengte duikers in beheer gemeente lengte watergangen in beheer gemeente

aantal

eenheid 120 km 122 km 97 km 2 km 140 km 18.000 stuks 2,1 km 14 locaties 38 stuks 14 stuks 62 gemalen 627 pompunits 49 IBA's 340 stuks onbekend onbekend 9 km 172 km

We beheren (lees: vervangen) riolen risicogestuurd. Dit betekent dat we grote, belangrijke rioolleidingen scherper in de gaten houden en vervangen dan kleinere leidingen in de woonstraten. Sinds de introductie vorige planperiode heeft dit niet tot grote verschuivingen in investeringen geleid. Het vraagt een scherpere afweging vooraf, waardoor risico’s naar beneden gaan.

30/56

PROGRAMMA

6.2 Huidige situatie stedelijk afvalwater Alle panden waar afvalwater wordt geproduceerd zijn aangesloten op een vuilwater (of gemengd) riool. Dit zijn binnen de kommen vooral vrijvervalriolen. In het buitengebied is dat vooral drukriolering.

31/56

PROGRAMMA

Door middel van inspecteren bekijken we de staat van de riolen. In de afgelopen jaren is hier door personeelstekorten een achterstand in opgetreden. Tijdens het opstellen van dit Wrp is hierop een inhaalslag bezig. Na inspectie komt de beoordeling en het opstellen en uitvoeren van maatregelen. Objecten als de gemalen en bergbezinkvoorzieningen worden door middel van telemetrie en bezoeken beoordeeld op het functioneren. Over het algemeen functioneren die naar behoren. De hydraulische berekeningen (BRP/SSW) zijn verouderd. In de aankomende jaren zal het inzicht geactualiseerd moeten worden. Bij hevige neerslag treedt op plekken water op straat op, maar grote overlast wordt niet ervaren.

32/56

PROGRAMMA

6.3 Huidige situatie hemelwater We volgen de trits vasthouden – bergen – afvoeren. Bij nieuwbouw wordt daardoor standaard gescheiden riolering aangelegd. Bij het vervangen van (gemengde, bestaande) riolering wordt hemelwater vaak afgekoppeld en apart ingezameld. Dat betekent dat hemelwater steeds vaker los van het vuilwater wordt ingezameld en verwerkt. Dit leidt tot een steeds breder scala aan voorzieningen die op hun beurt ander beheer vragen dan gangbare rioolstelsels. Ook hemelwaterstelsels inspecteren we om te bepalen of maatregelen nodig zijn om het stelsel in stand te houden. Regenwater buiten de bebouwde kom mag niet op het riool worden aangesloten. Het uitgangspunt is dat percelen in het buitengebied voldoende ruimte hebben voor verwerking op eigen terrein.

6.4 Huidige situatie grondwater We willen voorkomen dat grondwater tot problemen leidt. De inspanningen die we hiervoor leveren zijn beperkt. We monitoren grondwaterstanden bij ontwikkelingen om in te kunnen schatten wat de grondwaterstanden zijn, zodat bouwpeilen en grondwaterstanden niet tot problemen leiden. Het monitoren gebeurt niet structureel.

We hebben enkele drainagestelsels in Overbetuwe. Dit is in totaal slechts 2 kilometer. Beheer en onderhoud voeren we momenteel niet over deze stelsels. We beschermen drinkwaterwinningen door zorgvuldig naar afkoppelen in relatie tot verontreinigingen te kijken.

33/56

PROGRAMMA

6.5 Huidige situatie (stedelijk) oppervlaktewater We maken in toenemende mate gebruik van oppervlaktewater voor de afvoer van ingezameld hemelwater. Het totaal aan watergangen in de kernen in beheer bij de gemeente is 172 kilometer met 9 kilometer aan duikers. Het watersysteem in de kernen staat logischerwijs in verbinding met het omliggende watersysteem. Dit systeem staat op haar beurt onder invloed van het systeem van de grote rivieren. Het functioneren van het stedelijk oppervlaktewatersysteem hebben we momenteel onvoldoende in beeld. Gezien de rol in de verwerking van het stedelijk water is baggeren onderdeel van het takenpakket voor de gemeentelijke watertaken.

34/56

PROGRAMMA

6.6 Huidige situatie duurzaamheid, circulariteit en klimaatadaptatie Het programma Duurzaamheid geeft inzicht in de duurzaamheidsprincipes binnen de gemeente. Waar overlap zit, trekken we samen op. Duurzaamheid gaat veel verder dan alleen het waterbeheer binnen de gemeente. Daarom ligt er ook een duidelijke knip; op water vinden we elkaar, op andere zaken niet. In 2023 heeft Overbetuwe met het groene icoonproject ‘Flessestraat Heteren’ de prijsvraag voor Groene Icoonchallenge gewonnen. Ook is het project ingediend voor de Regiodeal. Dit is een voorbeeld van waar twee disciplines elkaar vroegtijdig vinden en elkaar versterken. In het IKP-OR worden gebiedsgerichte maatregelen voorgesteld om de fysieke leefomgeving mooier, beter begaanbaar, duurzamer, klimaatbestendiger en beter beheerbaar te maken. Plannen op het gebied van water en riolering komen samen met de maatregelen uit het IKP-OR.

6.7 Huidige situatie integraal (en samen-) werken In ruimtelijke initiatieven treedt verschil op in wat er gecommuniceerd wordt en wanneer welke advisering wordt gevraagd en gebracht. Dit leidt ertoe dat advisering een grote druk op de ambtelijke organisatie legt. We informeren inwoners en bedrijven op gezette tijden over de werking van de riolering. Daarnaast op het moment dat we gaan afkoppelen of maatregelen in de buurt treffen. De samenwerking in de regio is gestart vanuit de waterketen met de gedachte de kwaliteit van het werken te verhogen, de kwetsbaarheid te verlagen en kosten te besparen. Vanuit de samenwerking komen verschillende projecten voort om samen effectiever de waterketen te kunnen beheren.

35/56

PROGRAMMA

7

Wat moeten we doen

Het uitvoeringsprogramma staat in het teken van de beheerinspanningen, de maatregelen, en de onderzoeken die nodig zijn om van de huidige situatie in de gewenste situatie te komen. Dit hoofdstuk beschrijft hoe we aan de opgaven invulling gaan geven.

7.1 De opgave Het Wrp gaat, naast de ouderwetse zorgplichten voor stedelijk water, ook in op de raakvlakken met andere werkvelden. De reikwijdte van het plan wordt daarmee nog breder dan het laatste GRP. Om de raakvlakken én de gewenste richting op het gebied van stedelijk water te verkennen, is het ambitieniveau met een fors aantal medewerkers van de gemeente, College en de Raad besproken. Uitgangspunten voor dit Wrp zijn: -

-

-

-

“Beheersmatig gaan we orde op zaken stellen” o We gaan de aankomende tijd proactief beheren en vervangen buizen wanneer het echt nodig is met toekomstbestendig materiaal. De wereld vraagt andere stelsels, robuustere systemen en daar rekenen en ontwerpen wij naar. “Onze watertaken zijn klimaattaken” o Onze watertaken zijn klimaattaken. En als zodanig gaan we ook met de financiering om. “Klimaatadaptatie zit (qua water) bij iedereen tot in de voortuin” o Klimaatadaptatie zit qua water tot in de voor (én achter-)tuin. We stimuleren (ook financieel) om maatregelen op eigen terrein te treffen. “De rioolheffing dekt de lasten” o De rioolheffing dekt de lasten. Deze is 100% kostendekkend én we maken financieel ruimte voor klimaatadaptatie.

7.2 Beheer bestaande stelsels en gebieden 7.2.1

Inspecteren, beoordelen, maatregelen

Bestaande stelsels houden we duurzaam in stand. Dat betekent dat we periodiek visueel inspecteren; eens per 10 jaar willen we de toestand van bestaande stelsels in beeld brengen (dat is ongeveer 30 km per jaar). We

36/56

PROGRAMMA

beoordelen de inspectiebeelden en bepalen waar maatregelen nodig zijn om de stelsels in stand te houden. Deze maatregelen komen jaarlijks op het maatregelenprogramma. Vervolgens voeren we de maatregelen uit; deze maatregelen zijn zgn. exploitatie uitgaven.

7.2.2

Adaptief beheer

We vullen ons rioolbeheersysteem met de meest actuele gegevens. Naast de vaste gegevens over de ligging van bijvoorbeeld strengen en putten, leggen we mutaties daarin vast. Dit houdt in dat we revisiegegevens periodiek bijwerken, dat we nieuw areaal toevoegen en dat we inspectie- en reinigingsgegevens vastleggen. De actuele liggingsgegevens van ondergrondse systemen wisselen we uit met het kadaster (WION/Klic). We brengen het hydraulisch functioneren van alle stelsels in het stedelijk waterbeheer in beeld. We berekenen het gangbare functioneren, maar brengen meteen ook in beeld hoe de stelsels en systemen werken wanneer we extremere weersomstandigheden te verwerken krijgen; we laten de omstandigheden van morgen los op de stelsels van vandaag. Deze berekeningen doen we in de Systeemoverzichten Stedelijk Water; SSW. Voor de kern Elst is dit in 2023 afgerond. De berekeningen van de overige kernen zijn verouderd. We gaan deze berekeningen de aankomende jaren actualiseren. We gaan in beeld brengen waar welke stelsels liggen om de verschillende waterstromen te verwerken. We brengen in beeld welke afstromingsrichtingen erbij horen en wat de over- of ondercapaciteiten zijn.

Deze vlekkenkaarten maken we voor het afvalwater (gemengde- plus vuilwaterstelsels), het hemelwater (hemelwaterstelsels en -voorzieningen), het grondwater en het stedelijk oppervlaktewater (met name als voorziening voor de afvoer en buffering van hemelwater). Grotere ingrepen die nodig blijken uit de inspecties, waar we investeringen van maken, zoals structuur aanpassingen of vervangingen plaatsen we op een integrale meerjarige investeringsplanning. Vervanging van rioolonderdelen doen we risicogestuurd. Dit betekent dat we tegen vergelijkbare kosten, een hogere kwaliteit (lager risico) in de toestand van de riolering bewerkstelligen. Bij grote riolen (diameter 400/600 of meer) onder belangrijke wegen of met een belangrijke afstromingsfunctie accepteren we minder risico. Deze leidingen vervangen volgens een strenger risicoprofiel dan kleineren riolen in woonstraten. Knelpunten die uit de SSW-en naar boven komen, én systeemaanpassingen die uit de vlekkenkaarten komen brengen we, op basis van hoe we in de toekomst willen dat onze stelsels functioneren, in de meerjarige investeringsplanning samen. Feitelijk is de investeringsplanning het samenbrengen van alle investeringen die uit de verschillende onderzoeken en inventarisaties komen. De werkzaamheden volgend uit de investeringen worden altijd integraal gerelateerd aan overige boven- en ondergrondse voorzieningen.

7.2.3

Onderhoud

Structurele reiniging van riolen is nodig om de werking in stand te houden. Riolen die sneller vervuilen reinigen we vaker dan riolen die minder snel vervuilen. Maatwerk is hier noodzaak. Daarom beoordelen we altijd wat er van de aannemer aan informatie terugkomt.

37/56

PROGRAMMA

De eigen buitendienst reinigt kolken en lijngoten. Het verwijderen van straatvuil zorgt ervoor dat voorzieningen voor de verwerking van hemelwater minder snel vervuilen. Daarom rekenen we een deel van de kosten voor het straatvegen toe aan de riolering (50% van de kosten). Gemalen en bergbezinkvoorzieningen inspecteren we jaarlijks. We reinigen ze tweemaal per jaar. Deze werkzaamheden gebeuren door de eigen buitendienst. Kleine storingen en het onderhoud van de drukriolering liggen ook bij de buitendienst; zodra de storing groter is of specialistische werkzaamheden nodig zijn, wordt het werk uitbesteed. Het watersysteem heeft een nadrukkelijke rol in het bufferen en afvoeren van hemelwater. Dat betekent dat vuil in de watergangen terechtkomt doordat hemelwater afstroomt en vuil van het oppervlak meeneemt. Het terug op diepte brengen van watergangen vinden we daardoor een taak in de verwerking van hemelwater. De kosten voor baggeren brengen we 100% ten laste van de rioolheffing; dit zijn de kosten die we zelf maken voor baggeren plus de innameverplichting voor baggerspecie uit watergangen die gebaggerd worden door het waterschap.

7.2.4

Onderzoeken

Aanvullend op de reguliere onderzoeken op het (gangbare) functioneren en de toestand van de stelsels, voeren we onderzoeken uit om in te kunnen spelen op de toekomst. We gaan, wanneer er verdenkingen zijn van verkeerd aangesloten lozingen op het riool (vuilwater op hemelwaterstelsels of hemelwater op vuilwaterstelsels) onderzoek doen naar foutaansluitingen. Afhankelijk van de verdenking bepalen we de best passende onderzoeksmethode. We volgen de ontwikkelingen op het gebied van riolering in het buitengebied. We weten onvoldoende wat de demografische ontwikkelingen in het buitengebied gaan betekenen voor de werking van de rioolstelsels. Mogelijk is lokale zuivering op plekken doelmatiger dan de aanleg van drukrioolstelsels. Mogelijk zijn groene zuiveringen (helofytenfilters) doelmatiger. We reserveren een budget om jaarlijks de kennis op peil te brengen zodat, wanneer we ingrepen in het buitengebied moeten doen, we weten welke afwegingen we kunnen en moeten maken. In de afgelopen jaren zijn veel peilbuizen geplaatst waarmee (tijdelijk) grondwaterstanden konden worden gemonitord. Om beter gebruik te kunnen maken van deze meetpunten, breiden we de grondwatermonitoring uit. We inventariseren en actualiseren de bestaande meetpunten en nemen de meetpunten van toekomstige uitbreidingen op in ons meetnet.

We hebben weinig zicht op het functioneren van het stedelijk oppervlaktewatersysteem. Dat geldt voor de hoeveelheden en stromingsrichtingen, maar dat geldt ook voor de kwaliteit. In de planperiode onderzoeken we de waterkwaliteit en leggen daarin de relatie met het veranderende klimaat. Benodigde aanpassingen combineren we waar mogelijk met andere ingrepen. Investeringen die nodig blijken, komen in het volgende Wrp aan bod.

38/56

PROGRAMMA

7.3 Nieuwbouw 7.3.1

Toekomstbestendige stelsels

Bij in- en uitbreidingen leggen we in principe altijd een gescheiden stelsel aan. We voorkomen onnodige vervuiling door vuilwater in te zamelen en naar de zuivering te brengen. Hemelwater verwerken we zo lokaal als dat kan. Perceeleigenaren hebben de verplichting waterstromen gescheiden aan te leveren op het moment dat er wordt ge- of verbouwd. Bij nieuwbouw (inbreiding of een nieuwe wijk) geldt altijd dat het een postzegel in een groter geheel vormt. De inzameling van vuilwater zal altijd ergens een aansluiting nodig hebben. En het hemel- en grondwater raakt altijd aan het (bodem-)watersysteem. Daarom verwachten we van de initiatiefnemer dat deze altijd een waterhuishoudkundig- en rioolplan (impact van het plan op afval-, hemel-, én grondwater) maakt om aan te tonen dat de postzegel inde omgeving past. Problemen veroorzaakt door het plan worden opgelost door ditzelfde plan. Iedere ontwikkeling heeft de verplichting om de berging en afvoerende functie minimaal in stand te houden en waar mogelijk te verbeteren. Toekomstige stelsels moeten niet alleen het voorziene gangbare functioneren bieden, ook toekomstige extremen mogen niet tot problemen leiden. Daarom toetsen we vandaag naar de normen van morgen. Het watersysteem biedt zo een buffer voor tijden van teveel, maar zeker ook voor tijden van te weinig water.

Bij nieuwe stelsels kijken we, om een zo duurzaam mogelijk stelsel te bouwen, naar de voorziene levensduur, het gebruik van materiaal en beheerkeuzes; nieuwe stelsels beheren we op basis van beeld én geleid door functie.

7.3.2

Onderzoeken

We worden ons steeds bewuster van de druk die op onze natuurlijke hulpbronnen staat. Daarom willen we het gebruik van drinkwater beperken. Hoogwaardig drinkwater willen we bij voorkeur niet voor laagwaardige doeleinden gebruiken. Hoe we dit gaan doen, is nog niet duidelijk. Op verschillende plekken in het land lopen experimenten over het verkleinen van kringlopen; verschillende waterstromen kunnen (delen van) andere waterstromen vervangen. Zo kan bijvoorbeeld grijswater worden ingezet voor toiletspoelingen. Om te onderzoeken of we grijswaterstromen zouden willen introduceren, nemen we ieder jaar een onderzoeksbudget op, zodat het bij nieuwbouw mogelijk toe kan worden gepast. Voorwaarde is dat de vlekkenkaarten (stromingsrichtingen en over- of ondercapaciteiten) op orde zijn, zodat we een reële inschatting van de te behalen winst kunnen maken en varianten kunnen afwegen.

7.4 Klimaatadaptatie 7.4.1

LAS

Het klimaat confronteert ons met veranderende weersomstandigheden. Buien met meer en intensere neerslag. Perioden van droogte en hitte. Dit vraagt aanpassingen in onze leefomgeving. De klimaateffecten zijn breder dan de wateraspecten die we in dit Wrp behandelen. Zo vraagt de bestrijding van hitte meer groen voor schaduw of andere manieren van bouwen van gebouwen.

39/56

PROGRAMMA

Deze aspecten vallen buiten de reikwijdte van dit Wrp. Raakvlakken met water zijn bijvoorbeeld de aanleg van extra waterberging voor tijden van teveel water en buffering tegen tijden van te weinig water. Deze aanpassingen vragen ruimte, soms integraal met ruimte voor groen of andere aanpassingen. Parallel aan het opstellen van dit Wrp is de eerste Lokale Adaptatie Strategie (LAS) van Overbetuwe opgesteld. Hierin vindt een eerste verkenning plaats van ruimtelijke maatregelen die, passend bij alle klimaateffecten in de verschillende kernen in Overbetuwe, het veranderende klimaat het hoofd kunnen bieden.

7.4.2

Groenblauwe structuren

Wat opvalt is dat aanpassingen in de ruimte vaak een gecombineerd effect hebben; klimaatadaptatie is breder dan een wateropgave. Groenstroken verlagen en beplanten zorgt ervoor dat afstromend hemelwater wordt opgevangen en (klimaatbestendig) groen zorgt voor verkoeling. Daarom zoeken we voor klimaatadaptatie altijd naar groenblauwe structuren om meerdere doelen in de fysieke ruimte te realiseren.

7.4.3

Water en bodem sturend

Een belangrijk toekomstbestendig én klimaatadaptief uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen is het principe “Water en Bodem Sturend” (WBS). Dit principe gaat uit van de randvoorwaarden die door het bodem- en watersysteem aan een gebied worden gesteld. Zo is het niet verstandig om te bouwen op plekken waar (toekomstig) waterberging nodig is, of op plekken waar het grondwater (hinderlijk) hoog komt te staan. Wanneer water als ruimtelijk beeldbepalende randvoorwaarde geldt, moeten we wezenlijk andere ruimtelijke keuzes maken. Om dit niet alleen in dit Wrp tot uiting te laten komen, maken we een Water en Bodem Sturend-signaleringskaart. Op deze kaart brengen we de belemmeringen en kansen in beeld op het gebied van afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater. De WBS-signaleringskaart combineert gegevens over onder- en overcapaciteiten (en dus de (on-)mogelijkheden tot aansluiten), stromingsrichtingen, en optredende (grond-)waterstanden in een bepaald gebied. De WBS-signaleringskaart geeft, voor alle wateraspecten op een willekeurige locatie, inzicht in de uitdagingen en kansen wanneer een ruimtelijke ontwikkeling wordt voorzien.

40/56

PROGRAMMA

7.4.4

Klimaat-meekoppel-budget

Sommige ruimtelijke initiatieven worden geïnitieerd door vervanging van de riolering. In deze gevallen kan de vakdiscipline water en riolering meedenken om de bovenruimte klimaatbestendiger in te richten en onderdeel te maken van het project. Deze aanpassingen maken dan onderdeel uit van het project en vallen dus binnen het investeringsbudget. In de gevallen waar water en riolering volgend zijn of zelfs helemaal geen werkzaamheden voorzien, is vaak ook door simpele aanpassingen een klimaatbestendiger bovenruimte mogelijk. Voor de gevallen waar werkzaamheden aan het watersysteem of de bovenruimte mogelijk zijn, zonder dat het initiatief vanuit dit Wrp komt, stellen we een budget beschikbaar; het klimaat-meekoppel-budget. (= out of pocket én ruimte kapitaal lasten) Dit budget stelt de gemeentelijke organisatie in staat om beter kansen te benutten en bij iedere ingreep te zoeken naar het stapje beter.

7.5 Samenwerking, faciliteren en stimuleren Het is belangrijk te realiseren dat de gemeente de opgaven in een doelmatige verwerking van de waterstromen niet alleen kan. Daarbij hebben we onze inwoners en bedrijven, maar ook het waterschap en buurgemeenten nodig.

7.5.1

Binnen de gemeente

Het is belangrijk om voor de eigen discipline orde op zaken te brengen en te houden. Daarnaast is het van belang dat we andere disciplines snappen, elkaar vinden en dat we elkaar kunnen helpen om net dat stapje extra te zetten en ons ingrijpen beter te maken. Dat betekent dat we, op basis van inzicht in bijvoorbeeld onze eigen structuurkaarten en aandachtspunten, elkaar zoeken en samen kansen benoemen en benutten. Soms vraagt dat boven de waan van de dag uitstijgen en, los van één initiatief (postzegel), bekijken wat de wereld van morgen nodig heeft. Minimaal betekent dit dat de disciplines elkaar vooraan in een project opzoeken en elkaar op de hoogte brengen van specifieke kansen en knelpunten. Hiervoor is een werkbaar format en procesgang nodig zodat informatie onafhankelijk van individuen uitwisselbaar en herleidbaar wordt. Op deze wijze kunnen uitgangspunten eenduidig naar initiatiefnemers worden gecommuniceerd. Resultaat zal een beter werkbaar proces met kwalitatief hogere input én output zijn. Om morgen geen spijt te krijgen van de keuzes van vandaag, zal de advisering op orde worden gebracht. We laten structureel iemand aansluiten met ‘water/klimaat bril’. Dat betekent dat van planfase naar ontwerp naar aanleg compleet met directievoering en toezicht iemand meekijkt die weet waar het over gaat.

Met name in watersystemen en inrichtingen die tientallen jaren mee moeten gaan, is het belangrijk te weten waarom iets is bedacht en daaraan vast te houden.

7.5.2

Regionale samenwerking

We werken met buurgemeenten, waterschap Rivierenland en de provincie samen aan opgaven in de waterketen en het watersysteem. Eén van de concrete onderdelen waar we aan werken is de aanpak van funderingsschade.

41/56

PROGRAMMA

We blijven hierbij aangehaakt, ondanks dat de problematiek in onze gemeente zeer beperkt is. Daarnaast werken we samen aan onderzoeken en andere ‘best practices’ waarbij we van elkaar kunnen leren. Zo onderzoeken we samen de hoogte en ontwikkelingen van de rioolheffingen in de regio, werken we aan zoetwaterbeschikbaarheid en de bescherming van drinkwaterbronnen, kijken we naar de waterkwaliteit, en bijvoorbeeld de werkwijzen rondom de Omgevingswet. De kansen in de samenwerking benutten we samen en we dragen actief bij op het moment dat er zaken relevant voor Overbetuwe zich voordoen.

7.5.3

Onze inwoners, bedrijven en initiatiefnemers

Vooral onze inwoners spelen een belangrijke rol; ruim 70% van de ruimte is in particulier en privaat bezit. Dat betekent dat wat er op die terreinen gebeurt, van grote invloed is op het functioneren van onze stelsels. Dat betekent dat we samen aan de lat staan om te voorkomen dat extremen tot grote(re) problemen leiden. We willen dus actiever aan de slag met het voorlichten en stimuleren van eigen actie. Wanneer de gemeente in een wijk aan de slag gaat, zullen we de inwoners actief meenemen in wat ze zelf kunnen doen. Wanneer in de leefomgeving aan de slag gaan, zoeken we de inwoner op en gaan we op zoek naar waar we samen kansen kunnen benutten. Vanuit het programmaplan Duurzaamheid zijn we begonnen met verschillende initiatieven voor het duurzaam vergroenen van onze leefomgeving. Het verwijderen van stenen en het aanbrengen van groen leidt niet alleen tot een meer biodiverse leefomgeving die klimaatbestendiger wordt, mensen komen ook meer tot elkaar en de gezondheid van omwonenden neemt toe. We streven naar eenduidigheid in onze benadering ‘naar buiten’. We maken onze uitgangspunten en eisen onafhankelijk van degene bij wie het project ligt. We maken een set aan regels en uitgangspunten die iedere ontwikkelaar en projectleider mee kan nemen in zijn initiatief.

42/56

PROGRAMMA

8

Hoe gaan we dat doen

Om activiteiten uitgevoerd te krijgen, zijn menskracht en financiële middelen nodig. Dit hoofdstuk beschrijft de benodigde middelen en organisatie van het werk. We berekenen welke rioolheffing op lange termijn kostendekkend is en welke personele inzet nodig is.

8.1 Personeel Om alle voorziene werkzaamheden gedaan te krijgen, is voldoende en voldoende gekwalificeerd personeel nodig. Met behulp van de Kennisbank Stedelijk Water (Stichting RIONED) is een globale inschatting gemaakt van deze benodigde personele capaciteit in de komende jaren. Deze inschatting maakt gebruik van landelijke kengetallen.

8.1.1

Benodigde personele capaciteit; de getallen

De invulling van de dagelijkse taken in het gemeentelijk waterbeheer is berekend met de formatiescan van de Kennisbank Stedelijk Water van Stichting RIONED. We berekenen met de formatiescan, aan de hand van de grootte van de gemeente, de arealen binnen de gemeente, de hoeveelheid werkbare uren, voorziene investeringen en de mate van uitbesteding van werkzaamheden het gewenste aantal fte’s dat werkzaam is aan de gemeentelijke watertaken.

Rol / Functieprofiel Team beleid fysiek (beleid) Team ruimte (beheer) Team ruimte – Ingenieursbureau (ontwerp, gegevensbeheer, projectleiding, werkvoorbereiding en toezicht) Team openbare werken (buitendienst) Team financiën en dienstverlening (financiën, belasting en inning, kcc) Totaal

Benodigde inzet (fte) 1,6 2,3

1,3 4,9 1,1 11,2

43/56

PROGRAMMA

8.1.2

Benodigde personele capaciteit; de praktijk

We zien dat de benodigde bezetting ten opzichte van het vorige GRP is toegenomen. In het vorige GRP was een benodigde bezetting berekend van 9,7 fte. Destijds was de inschatting van de eigen organisatie dat circa 9,5 fte beschikbaar was (verdeeld over beleid, openbare werken, publiekszaken, buitenruimte en vastgoed, en projectrealisatie). De belangrijkste verschuivingen ten opzichte van het GRP zijn: -

Voor beleid rekenen we 0,7 fte meer bezetting toe voor extra klimaattaken; de advisering vooraan in projecten brengen we op orde; De beheertaak groeit. Hier rekenen we 0,8 fte meer voor: o Het areaal neemt toe en we willen het beheer in zijn geheel weer op orde brengen; o Nieuwe projecten vragen, naast de beleidsmatige inbreng, ook gedegen technische inbreng. Daardoor neemt de benodigde bezetting voor projectrealisatie toe; o Net als bij de beheertaak ‘binnen’, neemt het werk buiten toe wanneer we een groter areaal krijgen; de benodigde bezetting groeit daardoor.

Het areaal groeit en het takenpakket van de ‘rioolbeheerder’ verbreedt. Er komen andere typen riolering bij (hemelwater, grondwater), klimaatadaptatie vraagt andere inspanningen en advisering in nieuwe ontwikkelingen vragen (veel) tijd. De personele lasten rekenen we toe aan de rioolheffing.

8.2 Financiën De vervangingswaarde van alle voorzieningen om de stromen afval-, hemel-, en grondwater in onze gemeente te verwerken bedraagt ruim €360 miljoen. De rioolheffingsberekening is grotendeels gebaseerd op de systematiek uit het vorige GRP en afspraken die daaruit zijn voortgevloeid. Hierbij zijn de belangrijkste uitgangspunten (uitgangspunten en de uitkomsten van de berekeningen zijn opgenomen in bijlagen 2, 3 en 4): -

-

-

De riolen die nu aanwezig zijn worden na een theoretische levensduur (70 jaar voor vrijvervalriolen) na het aanlegjaar voor vervanging op de financiële planning gezet. Investeringen die uit het oude GRP niet zijn uitgevoerd worden meegenomen in de aankomende 10 jaar; Van gemalen en persleidingen wordt een gemiddeld investeringsbedrag per jaar als uitgangspunt genomen om grote schommelingen in de investeringen te voorkomen; Exploitatiebudgetten zijn geïndexeerd ten opzichte van 2018 (prijspeil vorig GRP). Door de inflatie van de afgelopen jaren is de prijsstijging in de grond, weg-, en waterbouw fors. Dit leidt waar relevant tot een indexatie van circa 45%; De berekeningen zijn, conform de financiële doorkijken in andere beheerplannen, gedaan voor een periode van 10 jaar; De berekeningen zijn op prijspeil van 1 januari 2024;

44/56

PROGRAMMA

-

-

Btw is apart in beeld gebracht en voor compensabele posten (sommige exploitatielasten en de kapitaallasten) meegerekend voor compensatie uit het btw compensatie fonds; Dit Wrp gaat uit van 100% kostendekking; dat betekent dat alle kosten die we maken voor de gemeentelijke watertaken voor maximaal 100% uit de rioolheffing worden gedekt; Door een afspraak in verband met het afbouwen van de eerder opgebouwde hoogte van de voorziening, wordt de stand van de voorziening einde 2027terug gebracht naar €1 miljoen, waardoor jaarlijks ongeveer €1,6 miljoen wordt teruggegeven aan de burger door middel van een verlaging in de rioolheffing; Voor- en nadelen op jaarbasis (op basis van realisatie) leiden tot een storting of onttrekking aan of van de voorziening, waarbij de stand van de voorziening binnen de bandbreedte van €1 miljoen en €2,5 miljoen blijft om tegenvallers op te kunnen vangen. Eventuele over- of onderschrijdingen hierop worden ten gunste of ten laste van de rioolheffing gerekend.

8.2.1

Kostendekking

Kosten voor aanleg en instandhouding van riolering en overige voorzieningen worden gedekt vanuit verschillende bronnen. Nieuwe aanleg van riolering en voorzieningen in nieuwbouwplannen worden betaald vanuit de grondexploitatie en wordt dus verdisconteerd over de verkoopprijs van percelen. Hierbij geldt duidelijk dat als het plan een probleem buiten het plan veroorzaakt, het oplossen van de knelpunten ten laste komt van de grondexploitatie. Instandhouding van aangelegde stelsels (beheer, onderhoud, vervanging van riolering en hemel-, en grondwatervoorzieningen) wordt gedekt vanuit de rioolheffing. In 2024 was de grondslag van de rioolheffing (artikel 7 van de verordening rioolheffing Overbetuwe 2024) als volgt: -

Waterverbruik tot 500 m3 €106,74 Waterverbruik van 500 tot 2500 m3 €213,48 Waterverbruik van 2500 tot 5000 m3 €320,22 Bij meer dan 5000 m3 o Voor de eerste 200.000 m3 €0,09 per m3 o Voor de volgende 100.000 m3 €0,08 per m3 o Voor de hoeveelheid daarboven €0,04 per m3

Voor de berekening van de benodigde ontwikkeling rioolheffing in dit Wrp zijn de verschillende categorieën teruggerekend naar het basistarief en daaraan gerelateerd het (rekenkundig) aantal heffingseenheden, in totaal 21.759 stuks bij het begin van de berekeningen (1 januari 2025). Als gevolg van woningbouw zal het aantal heffingseenheden stijgen. We rekenen met een stijging van 200 heffingseenheden per jaar voor de rekenperiode.

45/56

PROGRAMMA

8.2.2

Kosten en uitgaven

De kosten van de planperiode is een optelling van alle inspanningen om bestaande stelsels in stand te houden die leiden tot zgn. exploitatielasten (outof-pocket), kosten die gemoeid zijn met investeringen (voor vervangen en/of verbeteren, gedekt door kapitaallasten), kapitaallasten van investeringen in het verleden, onderzoek, personele lasten en interne kosten zoals overhead en doorbelastingen vanuit andere afdelingen. Voor de planperiode zien de totale lasten er als volgt uit: Nieuwe investeringen (lasten via kapitaallasten)

Nieuwe kapitaallasten

Oude kapitaallasten

Exploitatie en onderzoeken (incl. personeel en overhead)

Klimaat (koppelbudget, 0,7 fte + onderzoek)

Compensabele btw

2025

€ 1.909.017

€0

€ 1.012.371

€ 3.054.397

€ 260.000

€ 482.190

2026

€ 1.163.231

€ 59.737

€ 1.012.371

€ 3.054.397

€ 310.000

€ 505.235

2027

€ 1.163.231

€ 100.536

€ 1.012.371

€ 3.054.397

€ 360.000

€ 524.302

2028

€ 1.163.231

€ 141.335

€ 1.012.371

€ 3.054.397

€ 410.000

€ 543.370

2029

€ 1.163.231

€ 182.133

€ 1.012.371

€ 3.054.397

€ 410.000

€ 551.938

De exploitatie en onderzoeken zijn als volgt opgebouwd: Directe lasten Loonkosten huidige formatie taakveld riolering

€ 649.876**

Interne verrekeningen

€ 46.763**

Structureel onderzoek

€ 148.991*

Calamiteitenbudget

€ 150.800*

Rioolreiniging, inspectie en beoordelen

€ 117.500*

Kleine maatregelen volgend uit inspectie

€ 72.500*

Onderhoud rioolstelsel

€ 29.000*

Onderhoud rioolgemalen

€ 429.207*

Kolken en vuilafvoer

€ 97.173* Subtotaal directe lasten

€ 1.741.810

Indirecte lasten Overhead: opslag uurtarief

€ 658.350**

Compensabele BTW: exploitatie en investeringen

€ 482.190

Kwijtschelding

€ 55.000**

Kosten waterbeheer

€ 195.237**

Kosten straatreiniging (toekenning van 50%, obv bestek 2024)

€ 108.000

Subtotaal indirecte lasten

€ 1.016.587

46/56

PROGRAMMA

Nieuwe lasten Baggeren

€ 150.000

Samenwerkingsagenda

€ 46.000

Diverse kleine adviesvragen

€ 25.000

Uitbreiding personeel ivm areaal 0,8fte

€ 75.000

Uitbreiding personeel ivm klimaat 0,7fte

€ 70.000

Nieuwe onderzoeken (onderstaand)

€ 90.000 €100.000***

Klimaat-meekoppel-budget Subtotaal nieuwe lasten Totaal exploitatielasten (2025)

€ 296.000 € 3.054.397

De nieuwe onderzoeken zijn de volgende (verdeeld over de jaren): Opstellen SSW’s (in 2025, 2026, 2027 en 2028) Opstellen vlekkenkaarten rioolcapaciteiten, hemelwaterafvoer, 2025) Opstellen integraal meerjaren investeringsprogramma (2029) Opstellen signaleringskaart Water en Bodem Sturend Onderzoek grijswaterstromen (jaarlijks) Onderzoek foutaansluitingen (plus kleine maatregelen, 2026) Onderzoek afvalwater buitengebied (jaarlijks) Actualisatie/bijhouden grondwatermeetnet (jaarlijks) Inventarisatie stedelijk oppervlaktewater (2025) Onderzoek waterkwaliteit (irt klimaat/krw, 2025) Systeemaanpassingen stedelijk oppervlaktewater (PM; naar nieuw Wrp) Opstellen nieuw Wrp (2029) Nb: * posten zijn geïndexeerd t.o.v. posten in het vorige GRP. Nb: ** posten zijn overgenomen op basis van begroting 2024 ivm ontbreken getallen 2025. Nb: *** het klimaat-meekoppel-budget is een ingroeimodel. Het gaat uit van €100.000 budget met ingang van 2025 via exploitatie/out of pocket. Met ingang van 2026 komt daar jaarlijks €50.000 budget bij om kapitaallasten te dekken. Uiteindelijk is in 2028 €250.000 beschikbaar; €100.000 via exploitatie, €150.000 om kapitaallasten te dekken. Wanneer de bijdragen in investeringen achterblijven, zal het resterende budget (max. €250.000 per jaar) als exploitatielast terugkomen.

8.2.3

Rioolheffing

De rioolheffing voor 2024 bedraagt €106,74 voor een huishouden (waterverbruik lager dan 500 m3). In de bijlagen zijn de tabellen van de kostendekkingsberekeningen opgenomen.

47/56

PROGRAMMA

Voorgesteld wordt om uit te gaan van: -

De huidige stand van de voorziening, conform afspraak in 2017, af te bouwen naar ongeveer €1 miljoen aan het eind van 2027; De voorgestelde dekking van (water)klimaat maatregelen mogelijk te maken; Per 2025 al te stijgen met het tarief om een nog grotere sprong in de heffing te voorkomen; Bij het actualiseren van het Wrp opnieuw de kostendekking te berekenen om zo grip op de benodigde ontwikkeling van de rioolheffing te houden.

De beleidsvoornemens én de stijging in prijzen voor de uitvoering (ten opzichte van 2017 zijn de prijzen in de gww-sector met 45% toegenomen) leiden ertoe dat de rioolheffing, om kostendekkend te zijn, voor de planperiode van dit Wrp volgens de volgende tarieven moet worden aangepast:

Jaar

Tarief incl. korting

2024

€ 106,74

2025

€ 143,06

2026

€ 148,85

2027

€ 153,51

2028

€ 228,13

2029

€ 228,30

De rioolheffing in Overbetuwe is, mede door keuzes in het verleden, zeer laag. Zeker wanneer dit landelijk (€225) en in de regio wordt vergeleken.

48/56

BIJLAGEN

Bijlage 1 Locaties randvoorzieningen Locatie ID

Locatie soort

Locatie naam

Coordinaat Coordinaat X (RD) Y (RD)

3863

Bergbezinkbassin

BBB425- Kerkstraat 6

178344.1

435227.9

4123

Bergbezinkbassin

BBL416- Wageningsestraat

178162.7

435914.1

5003

Bergbezinkbassin

BBR302- Bretagnesingel 19 l

179913.2

441223.3

5004

Bergbezinkbassin

BBB462- Broekstraat 7

182610.8

436119.9

5008

Bergbezinkbassin

BBB211- Haydnstraat 81

186921.3

437798.4

5009

Bergbezinkbassin

BBB212- Willemstraat 39

186223.9

436658.6

5023

Bergbezinkbassin

BBR301- Bredeweg 6

177256.8

440299.5

5024

Bergbezinkbassin

BBB402- Molenstraat 1

177230.5

438580.5

5025

Bergbezinkbassin

BBB304- Cremerstraat 68

183965.1

441104.4

5843

Bergbezinkbassin

BBR497- Paulstraat 38

182464.9

433190.2

8512

Bergbezinkbassin

BBB456- Peperstraat 33

184865.6

432430.4

8583

Bergbezinkbassin

BBR409- De Veldse hofstede 98

177569

437440.6

8584

Bergbezinkbassin

BBB161- Van der Veenstraat 12

185768.5

437428.9

9503

Bergbezinkbassin

BBB303- Flessenstraat 11

180449.1

440888.4

49/56

BIJLAGEN

Bijlage 2 Uitgangspunten rioolheffingsberekening 1

Uitgangspunten Dit Wrp heeft een looptijd van 5 jaar; 2025 tot en met 2029. De kostendekkingsperiode die beschouwd is, is 10 jaar en daarmee gelijk aan andere beheerdisciplines in de gemeente. Vervangingsinvesteringen en onderhoudswerkzaamheden zijn voor de hele technische levensduur (maximaal 70 jaar voor vrijvervalriolen) in beeld gebracht.

2

Het Wrp houdt rekening met een jaarlijkse uitbreiding van het aantal heffingseenheden van 200 per jaar gedurende de 10 jaar doorkijk. Het aantal stijgt daarmee van 21.759 (rekenkundig) naar 23.759 in 2034. Er is gerekend met een rekenkundig aantal aansluitingen; bedrijfslozingen zijn hierin verdisconteerd.

3

Vervangingsinvesteringen van vrijvervalriolen zijn bepaald aan de hand van het gehele areaal per 1 januari 2024 aanwezig. De technische levensduur leidt, bovenop aanlegjaar, tot het vervangingsjaar. Dit geeft een theoretisch inzicht in de vervangingen.

4

Vervangingsinvesteringen van gemalen en mechanische riolering zijn bepaald door de gehele vervangingswaarde te delen door de gemiddelde technische levensduur. Aanlegjaren en capaciteiten zijn hierin cruciaal voor de vervangingswaarde. Deze zijn momenteel slecht geregistreerd in het beheerpakket.

5

De kosten voor nieuwe aansluitingen komen ten laste van de aanvrager/grondeigenaar. Dit geldt zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied. Over het algemeen geldt; de veroorzaker betaalt.

6

De onderbouwing van het aantal fte’s is eveneens onderbouwing voor de bijbehorende kosten; de fte’s die nodig zijn voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken worden bekostigd uit de rioolheffing.

7

Een nieuwe doorrekening van het kostendekkingsplan is nodig tegen het einde van de looptijd van dit Wrp om te voorkomen dat prijsstijgingen, verandering van koers of uitvoering van het werk of andere omstandigheden voor grote verrassingen zorgen en, dus, grote aanpassingen in de rioolheffing nodig zijn.

8

We bekostigen de taken die we uitvoeren voor de gemeentelijke watertaken. Daarbij is de gemeente ook verantwoordelijk voor (het watergedeelte) binnen klimaatadaptatie en het stedelijk deel van het watersysteem en het beheer daarvan, aangezien hemelwater in onze gemeente altijd raakvlakken heeft met het oppervlaktewatersysteem.

50/56

BIJLAGEN

9

De kosten van sub-taakveld waterbeheer worden doorbelast in de rioolheffing.

10

De rioolheffing is 100% kostendekkend. Dat wil zeggen dat we alle kosten die we voor deze zorgplichten maken, dekken onder de rioolheffing. We rekenen de stand van de voorziening zodanig door dat we onvoorziene tegenvallers op kunnen vangen, maar een te hoge stand vinden we onacceptabel.

11

We rekenen kosten voor straatreiniging (50% van de totale kosten hiervoor) toe aan de rioolheffing, aangezien we met straatreiniging voorkomen dat riolen daardoor sneller vervuild raken en hiermee beperken we dus de kosten voor rioolreiniging.

12

De gederfde inkomsten door kwijtschelding en niet inbare rioolheffing rekenen we als kostenpost toe aan de rioolheffing. Dit is €55.000 per jaar.

13

Btw wordt toegerekend aan de posten waarvoor we ook daadwerkelijk btw betalen. Dit zijn enkele exploitatielasten en de kapitaallasten volgend uit investeringen. Deze btw mogen we via het btwcompensatiefonds van het Rijk terugvragen. Echter, door de korting op het gemeentefonds ter hoogte van dit btw-compensatiefonds, zouden we meer kosten maken dan we in de heffing berekenen als we deze btw buiten beschouwing laten.

14

Alle kosten zijn op het prijsniveau van 1 januari 2024. Inflatie wordt buiten beschouwing gelaten.

15

Afschrijving vindt plaats op annuïteitsbasis. Vrijvervalriolen Rioolgemalen en persleidingen Technische installaties rioolgemalen Pompunits drukriolering Technische installaties pompunits

Technisch 70 50 20 40 15

Financieel 60 45 15 45 15

16

Kosten voor onderzoek e.d. worden als out-of-pocket kosten geboekt en dus meteen afgeschreven.

17

Het rentepercentage voor kapitaallasten is 1,5%.

18

Conform de Financiële verordening ontstaan kapitaallasten in het jaar nadat de investering wordt gedaan.

19

De boekwaarden (en kapitaallasten) worden binnen de afdeling financiën per periode van 5 jaar berekend. Deze boekwaarden en kapitaallasten worden voor de doorkijk van dit Wrp gelijk gehouden.

20

Per jaar bekijkt de organisatie welke voorziene exploitatielasten (mn de onderzoeken) en investeringen in de opvolgende jaren nodig zijn. Daarom zijn de in dit Wrp opgenomen posten niet zondermeer leidend in de gemeentebegroting.

51/56

BIJLAGEN

21

De exploitatielasten zijn geïndexeerd ten opzichte van het vorige GRP.

22

Het uitgangspunt van het rioolheffingstarief is het tarief conform de Verordening Rioolheffing 2024; €106,74 voor een gemiddeld huishouden (met een drinkverbruik tot 500 m3).

23

Voor- en nadelen op jaarbasis (op basis van realisatie) leiden tot een storting of onttrekking aan of van de voorziening, waarbij de stand van de voorziening binnen de bandbreedte van €1 miljoen en €2,5 miljoen blijft om tegenvallers op te kunnen vangen. Eventuele over- of onderschrijdingen hierop worden ten gunste of ten laste van de rioolheffing gerekend.

24

Conform de afspraken uit het oude GRP 2018-2022, uitgangspunt 28, wordt de hoogte van de rioolheffing zo berekend dat de hoogte van de voorziening riolering aan het eind van 2027 de minimumomvang van € 1 miljoen heeft bereikt. De rioolheffing is berekend zonder het effect van inflatie; de cijfers in de volgende bijlage zijn daarom benodigde aanpassingen van het tarief bovenop het inflatiecijfer.

25

52/56

BIJLAGEN

Bijlage 3 Rioolheffingsberekening

Investeringen: Jaar 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034

Vrijverval riolen / MIP 1.385.455 639.669 639.669 639.669 639.669 5.392.695 2.098.202 4.763.680 4.299.505 2.036.868

aanlegjaar + technische levensduur = theoretisch jaar van investering

Gemalen bouwkundig mech/el 162.860 191.562 162.860 191.562 162.860 191.562 162.860 191.562 162.860 191.562 162.860 191.562 162.860 191.562 162.860 191.562 162.860 191.562 162.860 191.562

Persleidingen 169.139 169.139 169.139 169.139 169.139 169.139 169.139 169.139 169.139 169.139

totale totale totale vervangingswaarde vervangingswaarde vervangingswaarde delen door delen door delen door technische technische technische levensduur = levensduur = levensduur = jaarlijkse investering jaarlijkse investering jaarlijkse investering

Subtotaal invest. 1.909.017 1.163.231 1.163.231 1.163.231 1.163.231 5.916.256 2.621.764 5.287.242 4.823.067 2.560.429

totaal theoretische investering

Verloop kapitaallasten: Jaar 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034

Kap.last Oud

1.012.371 1.012.371 1.012.371 1.012.371 1.012.371 1.012.371 1.012.371 1.012.371 1.012.371 1.012.371 constant na periode begrotingscyclus gemeente

Kap.last Nieuw

0 59.737 100.536 141.335 182.133 222.932 384.427 462.263 607.784 741.519

obv annuïteit

53/56

BIJLAGEN

Exploitatieoverzicht:

Jaar 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034

Expl 3.054.397 3.054.397 3.054.397 3.054.397 3.054.397 3.054.397 3.054.397 3.054.397 3.054.397 3.054.397 deels btw, basis begroting 2024

Klimaat Nieuwe budget onderzoeken 100.000 90.000 150.000 90.000 200.000 90.000 250.000 90.000 250.000 90.000 250.000 90.000 250.000 90.000 250.000 90.000 250.000 90.000 250.000 90.000

btw

btw

Extra 0,7 fte ivm klimaat 70.000 70.000 70.000 70.000 70.000 70.000 70.000 70.000 70.000 70.000

geen btw

Btw expl zonder Btw klimaat klimaatposten 265.895 39.900 265.895 50.400 265.895 60.900 265.895 71.400 265.895 71.400 265.895 71.400 265.895 71.400 265.895 71.400 265.895 71.400 265.895 71.400 btw over onderzoeken en koppelbudget, niet over fte’s

Exploitatiebegroting voor 2025 Directe lasten Loonkosten huidige formatie taakveld riolering Interne verrekeningen Structureel onderzoek Calamiteitenbudget Rioolreiniging, inspectie en beoordelen Kleine maatregelen volgend uit inspectie Onderhoud rioolstelsel Onderhoud rioolgemalen Kolken en vuilafvoer

exploitatie 649.876 46.763 148.991 150.800 117.500 72.500 29.000 429.207 97.173 1.741.810

Indirecte lasten Overhead: opslag uurtarief Compensabele BTW: exploitatie en investeringen Kwijtschelding Kosten waterbeheer Kosten straatreiniging (toekenning van 50%) Nieuwe lasten Baggeren Samenwerkingsagenda Diverse kleine adviesvragen Uitbreiding personeel ivm areaal 0,8fte Uitbreiding personeel ivm klimaat 0,7fte Nieuwe onderzoeken Klimaat-meekoppel-budget Totaal

btw

31.288 31.668 24.675 15.225 6.090 90.133 20.406

658.350 0 55.000 195.237 108.000 1.016.587 150.000 46.000 25.000 75.000

31.500 9.660 5.250

los in berekening los in berekening los in berekening 296.000 3.054.397

265.895

54/56

21.959 22.159 22.359 22.559 22.759 22.959 23.159 23.359 23.559 23.759

4.208.667 2.604.333 1.000.000 1.000.000 1.000.000 1.000.000 1.000.000 1.000.000 1.000.000 1.000.000

-1.604.333 -1.604.333 -1.604.333 0 0 0 0 0 0 0

5.813.000 4.208.667 2.604.333 1.000.000 1.000.000 1.000.000 1.000.000 1.000.000 1.000.000 1.000.000

3.141.495 3.298.341 3.432.273 5.146.473 5.195.839 5.245.206 5.440.614 5.534.796 5.710.877 5.872.696

143,06 148,85 153,51 228,13 228,30 228,46 234,92 236,94 242,41 247,18

-73,06 -72,40 -71,75

216,12 221,25 225,26 228,13 228,30 228,46 234,92 236,94 242,41 247,18

4.745.828 4.902.675 5.036.606 5.146.473 5.195.839 5.245.206 5.440.614 5.534.796 5.710.877 5.872.696

63.130 39.065 15.000 15.000 15.000 15.000 15.000 15.000 15.000 15.000

4.808.958 4.941.740 5.051.606 5.161.473 5.210.839 5.260.206 5.455.614 5.549.796 5.725.877 5.887.696

305.796 316.296 326.796 337.296 337.296 337.296 337.296 337.296 337.296 337.296

176.394 188.939 197.507 206.074 214.642 223.210 257.124 273.469 304.029 332.113

4.326.768 4.436.505 4.527.304 4.618.103 4.658.901 4.699.700 4.861.195 4.939.031 5.084.552 5.218.287

1.012.371

1.012.371

1.012.371

1.012.371

1.012.371

1.012.371

1.012.371

1.012.371

1.012.371

1.012.371

360.000

410.000

410.000

410.000

410.000

410.000

410.000

410.000

3.054.397

3.054.397

3.054.397

3.054.397

3.054.397

3.054.397

3.054.397

141.335

182.133

222.932

384.427

462.263

607.784

741.519

1.163.231

1.163.231

5.916.256

2.621.764

5.287.242

4.823.067

2.560.429

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

Heffingseenheden

310.000

5.813.000

Saldo voorziening per 31-12

260.000

'teruggave'

Stand eind 2024 in 3 jaar terugbrengen naar 1mln

3.054.397

Saldo voorziening per 1-1

3.054.397

Opbrengst heffing

3.054.397

106,74

Tarief incl. korting

0

Korting ivm teruggave 2017

59.737

Te dekken door Tarief excl. Ont. Vz. tarief

100.536

Btw expl.

Opbrengst bespaarde rente vz

1.163.231

Btw inv.

Totaal incl. Btw

1.163.231

Subtotaal excl. Btw

1.909.017

Kap last. Oude inv.

2027

Klimaat Exploitatie (koppelbudget, (incl. 0,7 fte, personeel en onderzoek) overhead)

2026

Kap last. Nieuwe inv.

2025

2024

Nieuwe investeringen

BIJLAGEN

Kostendekkingsberekening; verloop lasten, heffing en voorziening:

55/56

BIJLAGEN

56/56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=73e5a769-37c0-4fa2-8d82-e561e23e2cb1