24-06-27.14 Relevant stuk 1, Definitief Wrp Overbetuwe
Tekst van het document
Water- en rioleringsprogramma Gemeente Overbetuwe Beleid en maatregelen voor het stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater voor de periode van 2025 tot en met 2029
Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Gecontroleerd door Vrijgegeven door Datum Versie Document referentie
30129769 Wrp Overbetuwe 51015904 Gemeente Overbetuwe Dorine ter Linde, Carl Geuljans, Tjeerd Dijkstra, Rudi Muller Tjeerd Dijkstra, Willem Peters Tjeerd Dijkstra 2023-07-26 1 Wrp Overbetuwe Definitief
2/56
Samenvatting Voor u ligt het eerste Water- en rioleringsprogramma van de gemeente Overbetuwe. Dit Wrp geeft voor de eerste keer invulling aan de planvorm ‘programma’ die we onder de Omgevingswet facultatief in kunnen zetten op het gebied van de gemeentelijke watertaken onder. In dit water- en rioleringsprogramma (Wrp) beschrijven we hoe wij als gemeente omgaan met onze wettelijke zorgplichten voor het stedelijk water. Bovendien beschrijven we onze facultatieve zorgtaken voor het oppervlaktewater en de rol van water bij klimaatadaptatie. Goedwerkende voorzieningen, zoals riolering, zijn nodig om deze waterstromen in goede banen te leiden voor: -
Het beschermen van de volksgezondheid Het beschermen van het milieu Het handhaven van de kwaliteit van de openbare ruimte.
Uitgangspunten voor dit Wrp zijn: -
“Beheersmatig gaan we orde op zaken stellen” o
We gaan de aankomende tijd proactief beheren en vervangen buizen wanneer het echt nodig is met toekomstbestendig materiaal. De wereld vraagt andere stelsels, robuustere systemen en daar rekenen en ontwerpen wij naar.
-
“Onze watertaken zijn klimaattaken”
-
“Klimaatadaptatie zit (qua water) bij iedereen tot in de voortuin”
o o
-
Onze watertaken zijn klimaattaken. En als zodanig gaan we ook met de financiering om. Klimaatadaptatie zit qua water tot in de voor (én achter-)tuin. We stimuleren (ook financieel) om maatregelen op eigen terrein te treffen.
“De rioolheffing dekt de lasten” o
De rioolheffing dekt de lasten. Deze is 100% kostendekkend én we maken financieel ruimte voor klimaatadaptatie.
Om aan deze opgaven invulling te geven, voeren we activiteiten uit voor het: -
Beheer Nieuwe gebieden Klimaatadaptatie Samenwerking, faciliteren en stimuleren
3/56
We dekken onze activiteiten en dus de kosten van de samenhangende personele bezetting onder de rioolheffing. Deze is 100% kostendekkend en dus gezond en in verhouding met de ambities. De rioolheffing zal daardoor als volgt moeten stijgen: Jaar
Tarief incl. korting
2024
€ 106,74
2025
€ 143,06
2026
€ 148,85
2027
€ 153,51
2028
€ 228,13
2029
€ 228,30
De oorzaak van de lage heffing en benodigde stijging om dat op te vangen is deels de teruggave aan de belastingbetaler van ongeveer €1,6 miljoen per jaar. Omdat per 2028 het ‘voordeel’ vervalt, is van 2027 naar 2028 een forse stijging nodig. De belangrijkste oorzaken voor de stijging zijn de indexatie van kosten en de toename van het areaal. Voor een aanzienlijk kleiner deel komt de stijging voort uit de beleidsambities en de eerste stappen die we op het gebied van klimaatadaptatie willen zetten.
4/56
Inhoudsopgave
Samenvatting ........................................................................................................................... 3 1 Inleiding ......................................................................................................................... 9 1.1 Aanleiding............................................................................................................ 9 Van GRP naar Wrp ............................................................................................. 9 Gemeentelijke watertaken ................................................................................. 10 1.2 Doel van dit Wrp ................................................................................................ 10 1.3 Ontwikkelingen water- en rioleringszorg ........................................................... 10 Klimaatadaptatie ............................................................................................... 10 Omgevingswet................................................................................................... 11 1.4 Planperiode van het Wrp ................................................................................... 11 1.5 Proces ...............................................................................................................
11 1.6 Leeswijzer ......................................................................................................... 11 2
Even terugkijken .......................................................................................................... 12 2.1 Terugblik op het GRP 2018-2022 ..................................................................... 12 2.2 Aandachtspunten voor het nieuwe beleid ......................................................... 13
3
Communicatie en participatie ...................................................................................... 14 3.1 Communicatie ................................................................................................... 14 3.2 Samenwerking................................................................................................... 14 3.3 Faciliteren en stimuleren ................................................................................... 14
4
Wat willen we bereiken ................................................................................................ 15 4.1 Waarom water- en rioleringszorg ...................................................................... 15 Doelen water- en rioleringszorg ........................................................................ 15 Water- en rioleringszorg in Overbetuwe ........................................................... 15 4.2 De Omgevingsvisie ........................................................................................... 16 Samenspel ........................................................................................................ 16 Identiteit ............................................................................................................. 16 Ontwikkeling ...................................................................................................... 17 4.3 Stedelijk afvalwater ........................................................................................... 17 De wettelijke zorgplicht ..................................................................................... 17 Inzamelen en transporteren naar een zuivering ............................................... 17 Beheer bestaande stelsels ................................................................................
18 Nieuwbouw ........................................................................................................ 18 4.4 Hemelwater ....................................................................................................... 19 De zorgplicht ..................................................................................................... 19 Schoonhouden – scheiden - zuiveren ............................................................... 19 Vasthouden – bergen – afvoeren ...................................................................... 19 Hinder – overlast - schade ................................................................................ 20 Nieuwbouw ........................................................................................................ 20
5/56
4.5
4.6
4.7
4.8
Grondwater........................................................................................................ 21 De zorgplicht ..................................................................................................... 21 Grondwateroverlast en -onderlast ..................................................................... 21 Nieuwbouw ........................................................................................................ 22 Stedelijk oppervlaktewater ................................................................................ 22 Geen zorgplicht, wel verweven met zorgplichten.............................................. 22 Berging, afvoer en waterkwaliteit ...................................................................... 22 Duurzaamheid, circulariteit en klimaatadaptatie ............................................... 23 Duurzaamheid en circulariteit ............................................................................ 23 Klimaatadaptatie ............................................................................................... 23 Integraal (en samen-)werken ............................................................................ 24
5
Taakopvatting .............................................................................................................. 26 5.1 Algemeen .......................................................................................................... 26 5.2 Wat doet de gemeente ...................................................................................... 27 5.3 Wat doet de gemeente in samenwerking met anderen .................................... 27 5.4 Wat verwachten we van inwoners en bedrijven. ............................................... 27 Algemene zorgplicht lozen van afvalwater ........................................................ 28 Vergunningen en verordeningen ....................................................................... 29
6
Wat hebben we............................................................................................................ 30 6.1 Overzicht voorzieningen .................................................................................... 30 6.2 Huidige situatie stedelijk afvalwater .................................................................. 31 6.3 Huidige situatie hemelwater .............................................................................. 33 6.4 Huidige situatie grondwater ............................................................................... 33 6.5 Huidige situatie (stedelijk) oppervlaktewater ..................................................... 34 6.6 Huidige situatie duurzaamheid, circulariteit en klimaatadaptatie ...................... 35 6.7 Huidige situatie integraal (en samen-) werken.................................................. 35
7
Wat moeten we doen .................................................................................................. 36 7.1 De opgave ......................................................................................................... 36 7.2 Beheer bestaande stelsels en gebieden ........................................................... 36 7.2.1 Inspecteren, beoordelen, maatregelen ................................................ 36 7.2.2 Adaptief beheer.................................................................................... 37 7.2.3 Onderhoud ........................................................................................... 37 7.2.4 Onderzoeken ....................................................................................... 38 7.3 Nieuwbouw ........................................................................................................ 39 7.3.1 Toekomstbestendige stelsels .............................................................. 39 7.3.2 Onderzoeken ....................................................................................... 39 7.4 Klimaatadaptatie ............................................................................................... 39 7.4.1 LAS ......................................................................................................
39 7.4.2 Groenblauwe structuren ...................................................................... 40 7.4.3 Water en bodem sturend ..................................................................... 40 7.4.4 Klimaat-meekoppel-budget .................................................................. 41 7.5 Samenwerking, faciliteren en stimuleren .......................................................... 41 7.5.1 Binnen de gemeente ............................................................................ 41 7.5.2 Regionale samenwerking .................................................................... 41 7.5.3 Onze inwoners, bedrijven en initiatiefnemers ...................................... 42
8
Hoe gaan we dat doen ................................................................................................ 43 8.1 Personeel .......................................................................................................... 43 8.1.1 Benodigde personele capaciteit; de getallen ....................................... 43 8.1.2 Benodigde personele capaciteit; de praktijk ........................................ 44
6/56
8.2
Financiën ........................................................................................................... 44 8.2.1 Kostendekking ..................................................................................... 45 8.2.2 Kosten en uitgaven .............................................................................. 46 8.2.3 Rioolheffing .......................................................................................... 47
Bijlage 1 ................................................................................................................................. 49 Locaties randvoorzieningen ........................................................................................ 49 Bijlage 2 ................................................................................................................................. 50 Uitgangspunten rioolheffingsberekening ..................................................................... 50 Bijlage 3 ................................................................................................................................. 53 Rioolheffingsberekening .............................................................................................. 53
7/56
ALGEMEEN
8/56
ALGEMEEN
1
Inleiding
In dit water- en rioleringsprogramma (Wrp) beschrijven we hoe wij als gemeente omgaan met onze wettelijke zorgplichten voor het stedelijk water. Bovendien beschrijven we onze facultatieve zorgtaken voor het oppervlaktewater en de rol van water bij klimaatadaptatie. Dit Wrp is de opvolger van het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2018-2022 voor de periode van 2025-2029.
1.1 Aanleiding Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Maar weinig mensen beseffen hoe belangrijk riolering en (goed) waterbeheer is. Pas als het mis dreigt te gaan en er bijvoorbeeld stank- of wateroverlast optreedt, krijgt het publiekelijk aandacht. Verder gaat de inzameling en transport van afvalwater en het beheer van watersystemen ongemerkt aan inwoners voorbij, terwijl we dagelijks veel inspanning verrichten om deze kostbare infrastructuur en voorzieningen in stand te houden. In dit Water- en rioleringsprogramma beschrijven we hoe wij als gemeente Overbetuwe omgaan met de gemeentelijke watertaken voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater. Naast deze watertaken geven we extra aandacht aan oppervlaktewater, klimaatadaptatie, duurzaamheid en samenwerking. Hiermee werken we vanuit onze taken voor water en riolering aan een toekomstbestendig Overbetuwe.
Van GRP naar Wrp Het Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022 loopt, na een tweejarige verlenging, af in 2024. De Omgevingswet is in 2024 in werking getreden waarmee de verplichting om een GRP op te stellen is vervallen. Echter blijft het nodig om beleid te hebben voor het water en riolering in onze gemeente. Ook in de Omgevingswet staan namelijk de gemeentelijke watertaken die aanleiding zijn om dit Water- en rioleringsprogramma op te stellen; deze wettelijke zorgtaken zijn niet vervallen en de wetgever beveelt aan de wijze van uitvoering van het water- en rioolbeleid te verwoorden in een Wrp.
9/56
ALGEMEEN
Gemeentelijke watertaken In dit Wrp geven we aan hoe wij onze wettelijke zorgplichten/watertaken invullen: Watertaak
Wetgeving
Verantwoordelijk voor
Stedelijk afvalwater
Wet milieubeheer artikel 10.33 (Omgevingswet art. 2.16 lid 1a-3)
de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt van de in de gemeente gelegen percelen.
Hemelwater
Waterwet artikel 3.5 (Omgevingswet art. 2.16 lid 1-a1)
een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater.
Grondwater
Waterwet, artikel 3.6 (Omgevingswet art. 2.16 lid 1-a2)
het voorkomen of beperken van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming.
Drinkwater
Drinkwaterwet, artikel 2 (Omgevingswet art. 2.1, lid 3).
een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening samen met provincie en waterschap.
1.2 Doel van dit Wrp Het Wrp beschrijft onze beleidsopvattingen over de invulling van de gemeentelijke watertaken. We beschrijven wat we zelf doen, wat we verwachten van onze waterpartners. Daarnaast beschrijft dit Wrp wat we gaan doen om deze beleidsdoelstellingen te realiseren. Goedwerkende voorzieningen, zoals riolering, zijn nodig om deze waterstromen in goede banen te leiden voor: -
Het beschermen van de volksgezondheid Het beschermen van het milieu Het handhaven van de kwaliteit van de openbare ruimte.
Tot slot bevat dit Wrp de onderbouwing en de berekening van de te innen rioolheffing (zoals bepaald in de Gemeentewet artikel 228a).
1.3 Ontwikkelingen water- en rioleringszorg Binnen de water- en rioleringszorg zijn nieuwe ontwikkelingen gaande. In dit plan geven we extra aandacht aan de volgende ontwikkelingen.
Klimaatadaptatie De belangrijkste ontwikkeling, in ruimtebeslag en benodigde middelen, is klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie vraagt steeds meer aandacht bij ruimtelijke ontwikkelingen. Bij extremere regenbuien is het niet mogelijk al het hemelwater ondergronds te verwerken. Daarom is het van belang de openbare ruimte zo in te richten dat afstromend regenwater niet tot problemen leidt. Naast veel neerslag krijgen we ook vaker te maken met meer en langere periodes van droogte. Om de effecten hiervan tegen te gaan, houden we het water zo veel mogelijk vast waar het valt. Kortom, een veerkrachtige inrichting van het watersysteem speelt een cruciale rol in klimaatadaptatie.
10/56
ALGEMEEN
Omgevingswet De Omgevingswet is sinds 1 januari 2024 in werking. De Omgevingswet biedt de nieuwe wettelijke basis van waaruit wij onze doelen, maatregelen en regels vormgeven. De omgevingsvisie van de gemeente is de integrale visie waar water en riolering ook onderdeel van (zou moeten) zijn. Hierin leggen wij onze ambities en beleidsdoelen voor de gemeentelijke watertaken vast. In het omgevingsprogramma beschrijven wij welke maatregelen, middelen en kosten nodig zijn om deze doelen te realiseren. We stellen lokale regelgeving op als sturingsinstrument voor onze inwoners en bedrijven zodat nieuwe plannen in lijn zijn met ons beleid. Deze regels nemen wij op in het omgevingsplan.
1.4 Planperiode van het Wrp Dit plan geldt voor de periode 2025 tot en met 2029 als handvat voor de uitvoering van onze (wettelijke) watertaken. Jaarlijks rapporteren we de voortgang van de uitvoering aan het bestuur en sturen we, waar nodig, bij.
1.5 Proces Dit Water- en rioleringsprogramma hebben we opgesteld in samenwerking tussen de verschillende afdelingen van onze gemeente én waterschap Rivierenland. Het proces is begeleid door ingenieursbureau Sweco. In interviews, overleggen en werksessies hebben wij visies, beleid en beheer(smaatregelen) afgestemd. Tijdens deze werksessies sloten diverse disciplines binnen de gemeente en waterschap aan. We hebben de (nieuwe) doelen en de mogelijke uitwerking van de belangrijkste ontwikkelingen besproken.
1.6 Leeswijzer Algemeen
1.Inleiding 2.Even terugkijken
Structuur Wrp
In de figuur staat de opbouw van dit Wrp. De onderverdeling (Algemeen, Visie, Plan, Programma) wordt gebruikt om zoveel mogelijk in te spelen op de nieuwe planstructuur zoals die onder de Omgevingswet gemeengoed zal gaan worden.
3.Participatie Visie
4.Wat willen we bereiken
Plan
5.Taakopvatting
Programma
6.Wat hebben we 7.Wat moeten we doen 8.Hoe gaan we dat doen
Besluit
9.Advies en besluit
11/56
ALGEMEEN
2
Even terugkijken
Om lerend te evalueren maken we gebruik van de cirkel van Demming: “Plan-do-check-act” is een methodologie om van het verleden te leren en daarmee betere plannen voor de toekomst te maken op basis van inzichten uit evaluaties. In dit hoofdstuk kijken we terug op de vorige planperiode (2018-2022, welke is verlengd met 2 jaar) om door te pakken op wat er goed gaat en te verbeteren wat er beter kan.
2.1 Terugblik op het GRP 2018-2022 Het GRP van 2018 tot en met 2022 is, na een evaluatie, verlengd met een periode van twee jaar. De evaluatie dient als input voor de visievorming van het stedelijk waterbeheer en daarmee ook voor het opstellen van onderliggend Wrp. Wanneer in algemene zin naar het GRP wordt gekeken, vallen een aantal punten op. Ten eerste valt op dat verschillende doelen niet worden behaald. Dit heeft voornamelijk te maken met: 1. tekort aan personeel; - Een tekort aan personeel leidt ertoe dat werkzaamheden die in het GRP waren beschreven zijn blijven liggen. De bezetting die aan gemeentelijke watertaken kon werken is tijdens de looptijd van het GRP verder afgenomen. 2. (te) grote hoeveelheid aan projecten; - Veel nieuwe projecten leiden ertoe dat er meer advisering nodig is dan er tijd aan beheer besteed kan worden. 3. bewuste keuzes; - De invloed van bestuurders en inwoners hebben ertoe geleid dat de doorlooptijd van projecten fors langer is geworden. Hierdoor wordt de tijdsbesteding aan deze projecten fors groter. 4. (oppervlakte) water is onvoldoende in beeld. - Als een deel van het areaal niet in beeld is, worden plannen op de postzegel benaderd en ontbreekt een integrale langjarige aanpak waardoor suboptimale oplossingen worden bedacht.
12/56
ALGEMEEN
Het GRP was in grote mate gericht op riolering, en niet op water in meer algemene zin. Terwijl water en riolering, bewoond gebied en inmiddels ook klimaat onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Ten tijde van de evaluatie werd de kwaliteit van alle voorzieningen voor de uitvoer van de gemeentelijke watertaken niet op peil gehouden, maar ging deze achteruit. Niet alle werkzaamheden liggen op schema en er is buiten het oplossen van incidenten te weinig ruimte voor andere aspecten. Uit de evaluatie blijkt dat een focus nodig is op het inhalen van achterstanden, doorgaan en instandhouding van het huidige beleid en het voldoen aan de hedendaagse standaarden.
2.2 Aandachtspunten voor het nieuwe beleid Verschillende taken zijn blijven liggen, met risico’s voor de toekomst tot gevolg. Een aanpak waarbij minder naar de postzegel wordt gekeken, en meer naar de toekomst, is noodzakelijk. De evaluatie maar vooral de leerpunten voor het nieuwe beleid zijn door middel van een Ronde Tafel Gesprek met een afvaardiging van de Gemeenteraad besproken. Bij het opstellen van het nieuwe beleid voor de gemeentelijke watertaken, krijgen de volgende punten (meer) aandacht: •
•
•
•
•
Een realistische en toekomstbestendige insteek o We gaan het beleid actualiseren o We zullen zaken weer op orde brengen o We doen nu geen dingen waar je later spijt van krijgt Beheersmatig orde op zaken stellen o We gaan proactief beheren, met risico’s goed in beeld o We gaan personeel en kennis op beheergebied op orde brengen en houden o We zullen een inhaalslag plegen op achterstanden Watertaken worden klimaattaken o We gaan bij ingrepen in of aan het riool altijd de bovengrond meenemen o We zullen - naast ons eigen ingrijpen - ook adviseren en stimuleren o We dragen zorg voor afvalwater. Dat is niet gelijk aan de zorg voor het klimaat; kortom, beheer van afvalwatervoorzieningen is een specialisme, omgaan met het klimaat is dat ook. Aandacht is nodig voor beide disciplines Klimaatadaptatie doen we in de openbare én particuliere ruimte o We beseffen dat klimaatmaatregelen een kwestie zijn van ‘enen-en’ o We stimuleren particulieren zelf in actie te komen en brengen dit in balans met gemeentelijke ingrepen en eventuele dwangmaatregelen De rioolheffing dekt de kosten o We kunnen op de lange termijn de uitgaven dekken o We kijken kritisch naar waarde, risico en kosten; een lage rioolheffing is niet leidend
13/56
ALGEMEEN
3
Communicatie en participatie
Ons werk staat in het teken van het creëren en onderhouden van een prettige leefomgeving. Dat doen we voor en met ondernemers en inwoners. De hoofdlijnen van communicatie participatie in het kader van de gemeentelijke watertaken vatten we hier samen.
3.1 Communicatie In de geest van Omgevingswet betrekken we onze inwoners en ondernemers bij onze plannen. Om effectief te kunnen communiceren is een breed aanbod aan communicatiemiddelen beschikbaar. Zo richten we ons op social media lokale media, ontmoetingen, bestuurlijke activiteiten en benutten we contactmomenten zoals evenementen en bewonersavonden.
3.2 Samenwerking We steunen initiatieven en gaan we de samenwerking aan met onderwijsinstellingen en ondernemers/organisaties. Voor onderwijsinstellingen kunnen we bijvoorbeeld gastlessen verzorgen over het stedelijk (afval)watersysteem. Op deze manier worden ook jongvolwassen watergebruikers geïnformeerd over het belang van een duurzame waterkringloop. We volgen hierbij de algemene uitgangspunten uit de interactievisie van de gemeente en specifiek de interactiewijzer, te vinden via de website van de gemeente.
3.3 Faciliteren en stimuleren Wij nemen een faciliterende en stimulerende rol in bij burgerinitiatieven ten aanzien van het inrichten van de openbare ruimte. Wij stimuleren inwoners niet alleen om in gesprek te gaan met ons, maar vooral ook met elkaar om zo samen de schouders eronder te zetten. Onze ambtelijke organisatie heeft hierin een faciliterende rol. Wij verwachten anderzijds, net als binnen het programma Duurzaamheid, ook een actieve rol van onze bewoners, waarin zij zelf bijvoorbeeld buurtdialogen organiseren bij de aanvraag van omgevingsvergunningen of bestemmingsplanwijzigingen. Om samenwerking te faciliteren zijn wij als gemeente goed bereikbaar via social media, internet en persoonlijk contact en hebben korte lijnen tussen gemeenteraad, gemeentebestuur, inwoners, vrijwilligers en ondernemingen. Op de website Overbetuwe.nl kunnen onze inwoners terecht voor informatie over het klimaatadaptief inrichten van tuin en omgeving. De komende periode willen we deze website verder onder de aandacht brengen bij onze inwoners. Dit doen we in overleg met/met behulp van onze communicatieafdeling.
14/56
VISIE
4
Wat willen we bereiken
In dit onderdeel beschrijven we onze visie op de gemeentelijke watertaken; wat willen we bereiken. Deels is dit een beschrijving van relevante passages uit de Omgevingsvisie, deels uit de opvattingen over de zorgplichten en deels zaken die in toenemende mate relevant zijn voor de invulling van onze gemeentelijk watertaken. Dit hoofdstuk beschrijft wat we willen bereiken…
4.1 Waarom water- en rioleringszorg Doelen water- en rioleringszorg Ons (afval)watersysteem beschermt de volksgezondheid en het milieu door het vuile water af te voeren naar de zuivering. Het systeem verwerkt hemelwater om wateroverlast zoveel mogelijk te voorkomen, maar ook genoeg hemelwater vast te houden voor de functies die hiervan afhankelijk zijn. We willen een zo natuurlijk mogelijk grondwaterniveau zonder grondwateroverlast of -onderlast. Het water- en rioolsysteem is daarmee een belangrijk onderdeel van de leefomgeving, waarmee er een directe relatie ligt met andere vakgebieden in de bovengrondse en ondergrondse openbare ruimte. Goedwerkende voorzieningen, zoals riolering, zijn nodig om deze waterstromen in goede banen te leiden voor: -
Het beschermen van de volksgezondheid Het beschermen van het milieu Het handhaven van de kwaliteit van de openbare ruimte.
Water- en rioleringszorg in Overbetuwe Met College en de Raad zijn de uitgangspunten en ambities voor de uitwerking van de zorgplichten besproken om de richting van dit Wrp te bepalen. Uitgangspunten voor dit Wrp zijn: 1. “Beheersmatig gaan we orde op zaken stellen” a. We gaan de aankomende tijd proactief beheren en vervangen buizen wanneer het echt nodig is met toekomstbestendig materiaal. De wereld vraagt andere stelsels, robuustere systemen en daar rekenen en ontwerpen wij naar.
15/56
VISIE
2. “Onze watertaken zijn klimaattaken” a. Onze watertaken zijn klimaattaken. En als zodanig gaan we ook met de financiering om. 3. “Klimaatadaptatie zit (qua water) bij iedereen tot in de voortuin” a. Klimaatadaptatie zit qua water tot in de voor (én achter-)tuin. We stimuleren (ook financieel) om maatregelen op eigen terrein te treffen. 4. “De rioolheffing dekt de lasten” a. De rioolheffing dekt de lasten. Deze is 100% kostendekkend én we maken financieel ruimte voor klimaatadaptatie.
4.2 De Omgevingsvisie De basis voor de Omgevingsvisie is in 2019 gelegd. Gelijktijdig aan het opstellen van dit Wrp wordt de Omgevingsvisie geactualiseerd. De Omgevingsvisie vormt een integrale en toekomstbestendige koers voor de leefomgeving in Overbetuwe; een inspirerende visie die richting geeft, uitdaagt om initiatief te nemen en aangeeft hoe mensen aan kunnen sluiten bij realisatie.
Samenspel De leefomgeving is van ons allemaal. Daarom wil Overbetuwe samen met alle belanghebbenden in de gemeente aan de slag met de visie. Dit doet ze door middel van 6 leidende principes: 1. Verbonden met leefomgeving; Overbetuwe kent een sterke verbondenheid tussen mensen en samenwerking tussen organisaties. Deze verbondenheid is een belangrijke basis voor de gezamenlijke zorg voor de leefomgeving. 2. Faciliteren van initiatief; De gemeente vervult een faciliterende rol bij initiatieven. 3. Gezamenlijke uitwerking; Door middel van programma’s (zoals dit Wrp) legt de gemeente taakverdelingen en de wijze van samenwerking vast in de uitvoering van (gezamenlijke) taken. 4. Ruimte voor maatwerk; De gemeente volgt een consistente koers met transparante afwegingen. Daarbij zijn niet op voorhand voor alle situaties oplossingen te bieden, maar denkt de gemeente steeds vaker mee om te komen tot gezamenlijke kwaliteit en gedeelde oplossingen. 5. Betrouwbaar en transparant; De gemeente is een betrouwbare partner op basis van transparantie en vertrouwen. 6. Kwaliteit in proces verankerd; De inwoner en ondernemers uit de gemeente zijn als contextkenner vroegtijdig betrokken bij het maken van plannen.
Identiteit De Betuwse identiteit vormt telkens het vertrekpunt voor ontwikkelingen. Ieder plan dient bij te dragen aan het versterken van deze identiteit. Deze identiteit wordt gevat in de volgende elementen: -
Bodem en landschapstypen; het rivierenlandschap wordt zichtbaar gekenmerkt door de rivieren en watergangen. Onzichtbaar
16/56
VISIE
-
door de weg van het grondwater. De uiterwaarden, komgronden, oeverwallen en andere landschapselementen vragen elk hun eigen benadering. Netwerken en infrastructuur; belangrijke verbindingen liggen van oudsher op hoge gronden en op de dijken. De snelwegen A15, A50 en de Betuweroute (spoorlijn) lopen door Overbetuwe. Occupatie; de elf kernen van de gemeente kennen elk hun eigen karakteristieken. Gezien de ligging aan de A15 en de A50 zijn verschillende bedrijventerreinen aanwezig en vormt Overbetuwe een belangrijke regionale schakel tussen Arnhem, Nijmegen en Wageningen.
Ontwikkeling Ontwikkeling, tot slot, wordt vormgegeven in de Omgevingsvisie door te focussen op zes opgaven: -
Vitaal buitengebied in beweging; Innovatieruimte voor ondernemerschap; Samen werken aan energietransitie; Gevarieerde dorpse woonomgeving; Netwerk verbonden met samenleving; Voorzieningen geclusterd.
4.3 Stedelijk afvalwater De wettelijke zorgplicht Stedelijk afvalwater is huishoudelijk afvalwater of een mengsel van huishoudelijk afvalwater met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. De gemeente zorgt voor de inzameling het transport van dit water naar een rioolwaterzuivering. Ze doet dit op het gehele gemeentelijke grondgebied. Deze zorgplicht kent een resultaatsverplichting; overal waar vuilwater wordt geproduceerd, zamelt de gemeente dit in (Wet milieubeheer artikel 10.33 > Omgevingswet art. 2.16 lid 1a-3).
Inzamelen en transporteren naar een zuivering We zamelen het stedelijk afvalwater in en transporteren dit naar een voorziening waar het wordt gezuiverd voordat het in het milieu wordt gebracht. We doen dit om de volksgezondheid te beschermen en te zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving. Het afvalwater wordt bij voorkeur schoongemaakt op een centrale rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) van het waterschap. In sommige gevallen is een alternatief nodig, omdat een individuele oplossing doelmatiger blijkt wanneer het bestaande rioolstelsel te ver weg ligt. Dit is maatwerk en heeft niet de voorkeur. In stedelijk gebied (in de bebouwde kom) zamelen we stedelijk afvalwater in door middel van vrijvervalriolen. In het buitengebied zamelen we in door middel van de drukriolering. Drukriolering is alleen bestemd voor huishoudelijk afvalwater, dus niet voor hemelwater of bedrijfsafvalwater. In bestaande, veelal gemengde, riolen, is de capaciteit om water vast te houden en af te voeren beperkt. Wanneer het harder regent dan waarop die riolen zijn ontworpen, kan water uit het riool in gebouwen tot overlast leiden. Om dit te voorkomen zijn riooloverstorten aangebracht waarmee rioolwater in het
17/56
VISIE
oppervlaktewater terechtkomt. Omdat dit in het oppervlaktewater leidt tot een verslechtering van de waterkwaliteit, willen we riooloverstorten zoveel mogelijk voorkomen.
Beheer bestaande stelsels De riolen die we in het verleden hebben aangelegd, moeten we in stand houden en zorgen dat ze minimaal de verwachte levensduur volhouden. Daarom inspecteren we de riolen, beoordelen we wat we zien en voeren we maatregelen uit om gebreken te herstellen. Op plekken waar we minder risico accepteren doen we dit actiever dan op plekken waar er minder ellende van komt als er eens iets mis gaat. Dit noemen we risicogestuurd beheer. Een ander principe dat we volgen in ons beheer is “adaptief beheer”. De ingrepen die we nu aan het stelsel doen om het minimaal in stand te houden, doen we toekomstbestendig. Dat betekent dat we altijd naar de dag na morgen kijken om te bepalen wat er nodig is; volstaat de voorziening of het stelsel nog, of gaan we onderdelen vervangen voor robuustere alternatieven. Dit geldt in capaciteiten, maar zeker ook in materiaalgebruik. We passen telkens materialen en werkwijzen toe die de dag na morgen een stapje beter of mooier maken. Wij beheren onze eigen voorzieningen. Dit houdt in dat we met eigen mensen het werk kunnen verzetten om het stelsel in stand te houden en om het klaar te stomen voor de toekomst. Beheertaken die vanwege gebruikt materiaal, software of kennis specialistische inzet vragen, besteden we uit.
Nieuwbouw Op het moment dat we nieuwe stelsels aanleggen, houden we schoon hemelwater en vuil stedelijk afvalwater uit elkaar. Dat betekent dat voor deze waterstromen aparte voorzieningen worden getroffen. Op de perceelgrens verwachten we daarom dat deze waterstromen gescheiden worden aangeleverd. Huishoudelijk afvalwater brengen we naar de zuivering. Bedrijfsafvalwater mag hierin zijn vermengd, zolang het de werking van de riolering of de zuivering niet negatief beïnvloedt. Dit kan zowel in hoeveelheid als in samenstelling het geval zijn. Nieuwe bedrijfslozingen worden hierop beoordeeld. We willen de toename van afvalwater (en afval in zijn algemeenheid) verder beperken. Dit houdt in dat we steeds minder hoogwaardig drinkwater inzetten voor laagwaardig gebruik. Als, in het kader van drinkwaterbesparing, het bij nieuwbouw mogelijk is om grijs water in te zetten voor laagwaardige toepassingen zoals toiletspoeling, betekent dit dat er nog een stelsel wordt bijgelegd. De effecten op milieu, belasting van zoetwatervoorraden, en kosten zijn bepalend voor de afweging welke stelsels waar nodig zijn. Ervaringen uit het beheer zijn noodzakelijk aan de voorkant bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen; bij voorkeur passen we robuuste, toekomstgerichte stelsels en voorzieningen toe.
Net zoals grootschalige nieuwbouwplannen op dit moment worden geconfronteerd met congestie van bestaande (stroom)netten, kan het voorkomen dat een grote ontwikkeling niet zomaar kan worden aangesloten op het bestaande stelsel of de bestaande afvoer naar de zuivering (“rioolcongestie”). Aanpassingen in het bestaande stelsel zullen daarom
18/56
VISIE
onderdeel worden van deze projecten. Kennis over de technische staat van bestaande stelsels wordt daarom steeds belangrijker om vooraf in projecten te betrekken.
4.4 Hemelwater De zorgplicht Hemelwater is al het water dat – vast of vloeibaar – uit de lucht valt. Hemelwater is relatief schoon en mag, mits niet verontreinigd, zonder extra zuivering in het milieu worden gebracht. De gemeente zorgt voor inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater op openbaar terrein en daar waar de perceeleigenaar dit niet zelf kan; de eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair zelf verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater. In tegenstelling tot de afvalwaterzorgplicht, kent de hemelwaterzorgplicht een inspanningsverplichting (; Waterwet artikel 3.5 > Omgevingswet art. 2.16 lid 1-a1).
Schoonhouden – scheiden - zuiveren Hemelwater dat van (niet vervuilde) oppervlakken stroomt en in het milieu terechtkomt is relatief schoon. Dit willen we zo houden. We zetten in op ‘schoonhouden – scheiden – zuiveren’. Daarom zamelen we hemelwater in en verwerken we het apart van stedelijk afvalwater. Wanneer bestaande gemengde stelsels aan vervanging toe zijn, leggen we gescheiden riolering terug. Hemelwater gaat daarmee naar het oppervlaktewater of bergings-/infiltratievoorzieningen, het afvalwater naar de zuivering. We willen, door de bouwregelgeving te volgen, voorkomen dat uitlogende materialen als lood en zink afvloeiend hemelwater verontreinigen. Bij afstroming van verontreinigde oppervlakken treffen we maatregelen om negatieve effecten op de bodem of waterkwaliteit te voorkomen. Als dit niet haalbaar is, voeren we het water af naar de zuivering.
Vasthouden – bergen – afvoeren We willen hemelwater zo lokaal mogelijk verwerken. De perceeleigenaar heeft een belangrijke rol in het vertragen van afvloeiend hemelwater. Op het perceel willen we dat het hemelwater zoveel mogelijk wordt vastgehouden. Onze zorgplicht treedt in werking wanneer hemelwater wordt aangeboden om centraal te bergen. Bij voorkeur blijft afvloeiend hemelwater zichtbaar stroomt het zo lokaal mogelijk naar groen of oppervlaktewater. Dit leidt minder tot foutaansluitingen (vuilwater aangesloten op hemelwaterriolen of hemelwater aangesloten op vuilwaterriolen). Als dit niet mogelijk is, zijn voorzieningen nodig voor het transport en verwerking op een plek verderop. In laatste instantie, als voorgaande stappen niet mogelijk zijn, is afvoer naar de RWZI mogelijk. Buiten de bebouwde kom mag hemelwater nooit zijn aangesloten op de drukriolering. We gaan ervanuit dat percelen buiten de bebouwde kom voldoende ruimte hebben om hemelwater te verwerken of af te voeren naar oppervlaktewater.
19/56
VISIE
Hinder – overlast - schade We willen een aantrekkelijke leefomgeving en willen voorkomen dat (gezondheids)schade optreedt. Om te bepalen hoever onze zorgplicht reikt, maken we onderscheid in hinder, overlast en schade. Hinder is lastig maar niet onoverkomelijk; onze inwoners en bedrijven moeten het besef hebben dat het een keer kan gebeuren. Overlast is onwenselijk en willen we beperken door, waar mogelijk en doelmatig, structurele maatregelen treffen. Schade moeten we voorkomen. Ingeval van schade starten we een onderzoek naar de mogelijke oorzaken en naar kostenefficiënte maatregelen om dit te beperken. Net als bij de stedelijk afvalwater zorgplicht werken we telkens met kennis van nu naar stelsels en voorzieningen voor de omstandigheden van morgen; adaptief naar robuuste stelsels en voorzieningen.
De mate van hinder – overlast – schade bepalen we als volgt: -
-
Hinder o Kortdurende periode van water op straat; o Verkeer en gebruik van de openbare ruimte is (soms beperkt) mogelijk. Overlast o Langere periodes van water op straat; o Verkeer en gebruik van de openbare ruimte is niet overal meer mogelijk (te hoge waterstand op straat, ondergelopen tunnels). Schade o Grote hoeveelheden water op straat en in panden met schade als gevolg; o Verkeer en gebruik van de openbare ruimte (én particulier gebied) is in een groot gebied niet mogelijk; o Schade aan gezondheid en/of goederen direct te relateren aan water.
Nieuwbouw Bij nieuwe ontwikkelingen kijken we of de natuurlijke omstandigheden het toelaten om er te bouwen; de bestaande of natuurlijke situatie wordt leidend in de ruimtelijke keuzes die we gaan maken. Dit noemen we Water en Bodem sturend. Bij nieuwbouw vormt de verwerking van hemelwater duidelijk een ruimtelijke component. Om water te bufferen (voor perioden van (te) veel én (te) weinig neerslag) verwachten we in ieder nieuw plan voldoende ruimtelijke inpassing van oppervlakkige hemelwatervoorzieningen (dat kunnen verlaagde groenstroken of grasvelden zijn, of zogenoemde wadi’s). Het hemelwater verwerken we zo lokaal als het kan. Voldoende open ruimte kan bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van nieuwe plannen. Door middel van een watertoets toetsen we of er voldoende aandacht is voor water als ruimtelijk principe in een plan. De eisen hieraan volgen de randvoorwaarden die worden opgelegd door het bestaande stelsel waarop wordt aangesloten en de eisen die door het waterschap aan de werking van het watersysteem worden gesteld. We kijken ook hier telkens met de kennis van nu naar een systeem van morgen; robuust en adaptief. In algemene zin geldt dat een waterprobleem dat wordt gecreëerd
20/56
VISIE
door een ruimtelijk plan of een ingreep, wordt door datzelfde plan opgelost; de veroorzaker betaalt. We verwachten dat onze inwoners zelf in actie komen in de verwerking van hemelwater. Daarom zetten we niet in op de ondergrens, maar stimuleren ook de initiatieven die meer willen doen dan we minimaal verwachten.
4.5 Grondwater De zorgplicht Grondwater is al het water dat zich in de bodem bevindt. De gemeente treft maatregelen in openbaar gebied wanneer structureel nadelige gevolgen optreden voor de aan de grond gegeven bestemming als gevolg van te hoge of te lage grondwaterstanden. Ze doet dit waar het doelmatig is en de verantwoordelijkheid niet bij de waterbeheerder of provincie ligt. Perceeleigenaren zijn altijd zelf verantwoordelijk voor de bouwkundige staat van bouwwerken op het perceel. Net als de hemelwaterzorgplicht, kent de grondwaterzorgplicht een inspanningsverplichting (Waterwet, artikel 3.6 > Omgevingswet art. 2.16 lid 1-a2). Grondwater wordt gevoed door hemelwater en oppervlaktewater. Een belangrijke factor die er in het rivierengebied bij komt is de invloed van de rivieren. Het grote regionale watersysteem heeft een grote impact op de grondwaterstanden in onze gemeente. De gemeentelijke zorgplicht gaat over het ondiepe grondwater in het stedelijk gebied. Grondwater is lokaal lastig te beïnvloeden, maar kan grote invloed hebben op de functie van een locatie. Bij langdurige droogte kan het grondwater wegzakken, bij langdurig natte perioden kan het grondwaterpeil stijgen. Er zal altijd sprake zijn van een bepaalde mate van fluctuatie.
Grondwateroverlast en -onderlast Particulieren zijn zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen tegen overlast of onderlast door grondwater. Bouwkundig moet het object bestand zijn tegen wisselende omstandigheden. Wanneer problemen aantoonbaar worden veroorzaakt door onrechtmatig handelen door een buur (particulier of de overheid), heeft de gemeente de plicht om te onderzoeken waar de problemen vandaan komen. Onder voorwaarden kan de gemeente gehouden worden om maatregelen te treffen tegen overlast of onderlast door het grondwater. Wanneer dat is wordt bepaald door een combinatie van de volgende termen in de zorgplicht: -
Structureel o Regelmatig terugkerende of blijvende gebeurtenis (geen incident); o Een grondwaterstand ter plaatse van bebouwing/infrastructuur die gedurende minimaal vier aaneengesloten weken gelijk staat aan het maaiveld of hoger dan in een lokaal waterhuishoudingsplan is vastgelegd.
21/56
VISIE
-
Nadelig o Significante belemmering van het normale gebruik van de bestemming zoals vastgelegd in het bestemmingsplan/omgevingsplan; o Of chronische gezondheidsklachten; o Of schade aan gebouwen of infrastructuur.
Op het gebied van grondwateronderlast waardoor verzakking van panden met slechte fundering op kan treden, wordt in de regionale samenwerking in de aankomende periode een uitwerking gemaakt.
Nieuwbouw Water en bodem zijn belangrijke ruimtelijk sturende principes. Daarom moet bij nieuwbouw altijd de afweging worden gemaakt of bouwen op een natte plek verstandig is. Daarom houden we altijd rekening met de grondwaterstanden. We monitoren op tijd om een goede voorspelling over grondwaterstanden te kunnen doen en daarmee bouwpeilen te bepalen. Evenals voor het hemelwater, toetsen we door middel van de watertoets of nieuwbouw binnen acceptabele grenzen voor het watersysteem mogelijk is.
4.6 Stedelijk oppervlaktewater Geen zorgplicht, wel verweven met zorgplichten Hemelwater dat wordt gebufferd voordat het wordt afgevoerd, hoge grondwaterstanden waardoor sloten vol water blijven staan en het grotere watersysteem leiden ertoe dat we veel oppervlaktewater hebben. In een veranderend klimaat spelen deze voorzieningen een steeds belangrijkere rol in de omgang met hemelwater door teveel te bufferen voor perioden met te weinig neerslag, maar hebben ook een belangrijke waarde als natuur, recreatie en in de beleving van ruimte. Water is een ruimtelijke kwaliteit.
Berging, afvoer en waterkwaliteit We willen een duurzaam oppervlaktewatersysteem waarin afvoer en berging zichtbaar zijn en blijven. Voor de verwerking van hemelwater is het belangrijk dat het systeem voldoende capaciteit en doorstroming heeft. Nu en in de toekomst. Als er dus veel aanvullende berging en afvoer wordt voorzien, is aanpassing op de toekomst nodig. Aanpassingen in het bestaande systeem ten bate van nieuwe ontwikkelingen komen daardoor ten laste van deze projecten. Daarnaast is het voor de natuur-, recreatieve, en belevingswaarden belangrijk dat oppervlaktewater van voldoende kwaliteit is. Negatieve invloeden hierop willen we voorkomen. Samen met het waterschap werken we toe naar het halen van de vereiste kwaliteit volgens de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Hiervoor zetten we de volgende stappen: -
Systeeminzicht verkrijgen: we brengen in beeld hoe het systeem werkt en wat (mogelijke en toekomstige) ontwikkelingen betekenen voor de werking; Afkoppelen: werkt twee kanten op omdat afgekoppeld hemelwater in het watersysteem zorgt voor doorstroming en overstorten vanuit het gemengde stelsel vermindert;
22/56
VISIE
-
Herstellen en voorkomen van foutaansluitingen: foutaansluitingen zorgen voor onbedoelde vuilwaterlozingen op het watersysteem.
4.7 Duurzaamheid, circulariteit en klimaatadaptatie In het rivierengebied hebben we al sinds het ontstaan van de gemeente te maken met de grillen van het natuurlijke systeem; water zit in ons DNA. Daarom zit het handelen naar de waarden en mogelijke effect van water ons ook in het DNA.
Duurzaamheid en circulariteit We zetten in op adaptief beheer. Ingrepen in het in stand houden van het systeem richten we op een toekomstbestendiger systeem. Zowel op het gebied van toegepaste materialen als het duurzaam en doelmatig behouden wat aanwezig is. We beheren en ontwerpen onze stelsels op de situaties ‘wat als’ (wat als… het meer regent, het minder regent) maar kijken ook naar de situatie daarna, wat als… het echt mis gaat. Het gaat daarom niet alleen over het ontwerp van watersystemen, maar ook voorzieningen op die daarop invloed hebben. Dat kunnen bijvoorbeeld onderbroken stoepranden zijn waardoor water makkelijk de berm in stroomt, het toepassen van holle wegen om wat extra water te bufferen op straat, etc. We volgend de richtlijnen van Circulair GWW. Circulariteit en adaptief beheren kan elkaar bijten; soms is een levensverlengende ingreep niet optimaal voor toekomstgerichte systemen; in dergelijke gevallen kiezen we voor toekomstbestendige systemen en dus voor de langere termijn. Wanneer we systeemkeuzes moeten maken, vrijverval of pompen, lokaal verwerken of verderop, vervangen of herstellen, gaan we altijd voor de meest duurzame optie. Ook in het gebruik van energie zetten we in op de minst belastende manieren om waterstromen te sturen. Daarbij gebruiken we materialen die een zo klein mogelijke voetprint op onze wereld hebben.
Hergebruik gaat voor nieuw materiaal. En waar nieuw nodig is, gebruiken we hernieuwbare grondstoffen. Dit voeren we door in ons eigen handelen en verwachten dat in het handelen van onze leveranciers.
Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. Het gaat vaker en heviger regenen, het wordt voor langere aaneengesloten perioden droger en het wordt warmer. De huidige leefomgeving is niet altijd goed voorbereid op deze omstandigheden; klimaatadaptatie gaat verder dan alleen het water of het riool. Dit vraagt extra inspanningen in de projecten die in het kader van de gemeentelijke zorgplichten worden gepland om ervoor te zorgen dat deze extreme omstandigheden tot minder overlast leiden voor onze inwoners. Daarnaast vraagt dit ook extra inspanningen bij ingrepen in de openbare ruimte, waarbij water en riolering in eerste instantie niet het initiatief heeft. Riolen moeten niet alleen worden vervangen en regenwater afgekoppeld; de fysieke bovengrondse inrichting vraagt vaak aanpassingen om een teveel en soms tekort aan water en hitte het hoofd te bieden. Dit noemen we klimaatadaptatie. Naast ingrepen in de openbare ruimte zijn ook maatregelen op particulier terrein
23/56
VISIE
noodzakelijk. En dat terwijl we niet van iedereen kunnen verwachten dat iedereen evenveel kennis over het klimaat en klimaatadaptatie heeft. Daarom zetten we in op faciliteren en stimuleren; wij zien het als onze taak om particulieren in actie te krijgen. In dit Wrp maken we – ook financieel - ruimte om dat stapje extra voor klimaatadaptatie binnen en buiten water- en rioolprojecten mogelijk te maken. We werken samen op regionaal niveau en pakken klimaatadaptatie lokaal op. In de Lokale Adaptatie Strategie (LAS) hebben we een doorsnede door de functiegebieden in het Integraal KwaliteitsPlan Openbare Ruimte (IKP-OR) en een kern-gerichte aanpak op klimaateffecten beschreven. Deze samenvatting geeft disciplines water- en riolering, wegen, groen en ander ruimtelijke partners houvast in klimaatadaptiever handelen.
4.8 Integraal (en samen-)werken Toekomstgericht werken vraagt inzicht in hoe werkt wat we hebben nu, en hoe reageert de gehele buitenruimte als het mis gaat. Daarvoor moeten we bij ingrepen in de openbare ruimte vroeg op zoek naar elkaars meerwaarde. Dat vraagt ook dat we uit de postzegel van een ontwikkeling stappen en kijken naar de effecten op het functioneren van het systeem. Los van de goede inhoud, gaat het ook steeds vaker om elkaar snappen. Wat speelt er, wat is er nodig, waarom worden daarom dingen bedacht en waar kun je elkaar helpen. Dat vraagt vroeg, doorlopend en goede afstemming door de disciplines heen. We zetten in op eenduidige, herleidbare uitgangspunten met water als duidelijk ruimtelijk principe. Dit maakt het ook voor andere afdelingen en disciplines helder hoe we op water gebied onze leefomgeving zo aangenaam mogelijk maken. We willen ook optrekken met de ‘buitenwereld’. Het waterschap beheert het watersysteem, ontwikkelaars bouwen woningen en particulieren bezitten de meeste gronden in de bebouwde kom. We willen daarom helder communiceren wat we verwachten bij bijvoorbeeld ontwikkelingen en wat we van onze inwoners verwachten. Samenwerken betekent ook dat we samen kijken hoe we elkaars doelen kunnen ondersteunen. Daarom gaan we aan de slag met het stimuleren van goede initiatieven op het gebied van de verwerking van water en klimaatadaptatie.
24/56
PLAN
25/56
PLAN
5
Taakopvatting
Dit hoofdstuk bevat de passages die we onder de Omgevingswet de onderdelen voor het Omgevingsplan noemen. Hierin bakenen we af wat de gemeente doet, wat de gemeente niet doet, wat we van partners in de waterketen en het watersysteem verwachten en welke normen en regels we hanteren. We hebben het hier over de taakopvatting.
5.1 Algemeen Verantwoordelijkheden in het stedelijk waterbeheer zijn afhankelijk van 1) het type water, 2) de plek waar het zich bevindt, en 3) de route van het water. Omdat riolen en watersystemen altijd een relatie hebben met andere infrastructuur in de openbare ruimte, zullen we altijd (moeten) samenwerken met andere overheden en inwoners. Naast de watertaken die de gemeente vervult, spelen daarom ook het Rijk, provincie, drinkwaterbedrijven, waterschap, en ook inwoners en bedrijven een rol.
26/56
PLAN
5.2 Wat doet de gemeente De gemeente is verantwoordelijk voor de invulling van de gemeentelijke watertaken: -
Inzamelen en transporteren van stedelijk (huishoudelijk) afvalwater; Inzamelen en verwerken van hemelwater waar de perceeleigenaar dit niet redelijkerwijs zelf kan; Het treffen van maatregelen ter bestrijding van grondwaterover- of onderlast.
Wat we daarin willen bereiken hebben we in het voorgaande hoofdstuk beschreven.
5.3 Wat doet de gemeente in samenwerking met anderen Het ingezamelde huishoudelijk afvalwater brengen we naar de zuivering. Daardoor stemmen we met het waterschap Rivierenland af wat we in de waterketen doen en wat we in de toekomst verwachten. Ingezameld hemelwater moeten we verwerken op een plek waar dit kan. Dit vraagt steeds vaker ruimte binnen ontwikkelingen. Daarom stemmen we het waterbelang af met andere disciplines binnen de gemeente. Waar we ingezameld hemelwater moeten lozen op oppervlaktewater, zoeken we de samenwerking met het waterschap. Het grondwater is binnen onze gemeente veelal afhankelijk van het grotere watersysteem. Daarom zoeken we afstemming met drinkwaterbedrijven, provincie en het waterschap. Over het algemeen geldt dat de waterketen en het watersysteem zich niet houden aan bestuurlijke grenzen. We kunnen ook nog altijd veel leren door naar de buren te kijken en zaken samen op te pakken. Daarom werken we ook samen binnen de regionale samenwerking.
5.4 Wat verwachten we van inwoners en bedrijven. De gemeentelijke watertaken regelen de resultaten en inspanningen die we als gemeente moeten regelen. Hierin kunnen we veel zelf regelen en sturen. Maar we kunnen niet alles zelf. We zijn afhankelijk van hoe gebruikers van de stelsels handelen. Wat men door het toilet spoelt bepaalt het functioneren van de riolering. In de bebouwde kommen, bijvoorbeeld is vaak 70% of meer van het totale oppervlak in particulier bezit. Wat hiervan vrijkomt aan afstromend hemelwater bepaalt het functioneren van openbare voorzieningen. We willen daarom dat onze inwoners en bedrijven ons helpen in het goed laten functioneren van de riolering en voorzieningen in het stedelijk waterbeheer. Daarom verwachten we ook iets van inwoners en bedrijven.
27/56
PLAN
Wij verwachten: 1. Dat de inwoners en bedrijven binnen Overbetuwe het riool, de IBA’s en septic tanks verstandig gebruiken (o.a. geen doekjes, verfresten of vet door het riool spoelen); 2. Dat de inwoners in het buitengebied (drukriolering) geen hemelwater lozen op de systemen die bedoeld zijn alleen voor het inzamelen van vuilwater; 3. Dat rioolaansluitingen zorgvuldig worden aangelegd en onderhouden (o.a. aansluiten op het juiste riool, voldoende diep); 4. Dat inwoners en bedrijven hemelwater van dak en het eigen perceel zelf opvangen en bergen en verwerken als dat redelijkerwijs mogelijk is; 5. Bij nieuw- en verbouw eisen we, in lijn met de waterbergingseisen van Waterschap Rivierenland een compenserende waterberging. Het betreft hier compenserende waterberging gerekend ten opzichte van álle verharding in de uiteindelijke situatie, ongeacht de oppervlakte van het plan. Dus dit is ook onafhankelijk van sloop/verwijdering van verharding ten opzichte van de oude situatie. Per ontwikkeling dient de ontwikkelaar met gemeente en waterschap af te stemmen hoe invulling te geven aan de bergingsopgave (bijvoorbeeld door een waterhuishoudkundig plan). In een bestaande situatie is het soms lastig dan wel onmogelijk deze bergingsopgave te realiseren. Op basis van maatwerkafwegingen dient de ontwikkelaar dan samen met de gemeente en het waterschap af te wegen wat haalbaar is.
Als de hemelwaterberging leegloopt in de gemeentelijke riolering of andere gemeentelijke watervoorzieningen, dan moet dit geleidelijk gebeuren; 6. Dat hinder (water-op-straat) vaker, binnen marges, wordt geaccepteerd; 7. Dat initiatiefnemers voor de planvorming peilbuizen plaatsen en grondwaterstanden meenemen in het waterhuishoudkundig plan. Peilbuizen dienen in overleg met gemeente te worden geplaatst, zodat deze ze over kan nemen in het grondwatermeetnet; 8. Dat inwoners en bedrijven bij grondwateroverlast controleren of hun woning of bedrijf voldoende waterdicht is. In het Bouwbesluit 2012 is opgenomen dat een kelder waterdicht moet zijn als dit een verblijfsruimte is.
Algemene zorgplicht lozen van afvalwater Vóór 1 januari 2024 bevatten het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) en het Activiteitenbesluit de algemene zorgplichtbepalingen voor degene die voornemens is afvalwater te lozen. De bruidsschat van de Omgevingswet neemt deze bepalingen over. In dit Wrp beschrijven we deze zorgplichtbepaling om te borgen dat de lozer de doelmatige werking van het riool niet hindert. Degene die loost en weet - of logischerwijs had kunnen weten - dat door het lozen nadelige gevolgen kunnen ontstaan, zorgt in ieder geval voor:
28/56
PLAN
- de bescherming van de doelmatige werking van de voorzieningen voor afvalwaterbeheer (zoals de openbare riolering);
- doelmatig afvalwaterbeheer.
Vergunningen en verordeningen Jaarlijks wordt de hoogte van de rioolheffing vastgelegd in de verordening rioolhefing. De Verordening fysieke leefomgeving 2024 brengt alle regels over de fysieke leefomgeving samen. Op het gebied van de riolering (hoofdstuk 4 van die verordening) is het verboden om zonder omgevingsvergunning een aansluiting van particulier riool op het openbaar riool tot stand te brengen of te wijzigen. Bevoegd gezag (gemeente) kan in de omgevingsvergunning voorschriften of beperkingen opnemen. Aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of de IBA of wijziging van die aansluiting is in ieder geval bezwaarlijk als: a) de hoogteligging van het aansluitpunt (binnenonderkant buis) lager ligt dan de bovenzijde van het openbaar riool, vermeerderd met 200 millimeter en de benodigde hoogte voor het afschot van de aansluitleiding (1%); b) de bovenzijde van een lozingtoestel lager is gelegen dan 150 millimeter boven de kruin van de straat, tenzij via een pompinstallatie voorzien van terugslagklep wordt aangesloten; c) de afvoer van afvalwater en hemelwater op het particulier terrein niet gescheiden plaatsvindt, terwijl een gescheiden openbaar riool aanwezig is; d) de gevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater en/ of bronneringswater betreft, waarvoor krachtens de geldende milieuwetgeving een vergunning benodigd is, maar niet is verleend, of niet aan
de geldende algemene regels is voldaan; e) het openbaar riool ter plaatse niet over voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te lozen vloeistoffen te kunnen afvoeren; f) het een lozing van drainagewater betreft; g) de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet verontreinigd bronneringswater betreft, die zonder bezwaar op het oppervlaktewater kan worden aangesloten of middels retourbemaling kan worden afgevoerd; h) een omgevingsvergunning voor het aan te sluiten perceel of betreffende activiteit is geweigerd; i) de lozing van het afvalwater de doelmatige werking van de openbare riolering en de Riool Water Zuivering Installatie (RWZI) belemmert; j) het afvalwater dat naar het druk- of vacuümriool wordt afgevoerd ook hemelwater bevat.