CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-06-11.02 Beantwoording raadsvragen PvdA gemeente Overbetuwe, Nota van Antwoorden 2de Marktconsultatie Ambulant Centraal Gelderland

Gemeenteraadsvergadering 27 juni 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Jaarstukken MGR 2023 en Herziene begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027 MGR SDCG18.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De verdeling in de loonschaal zegt niets over de kosten voor inhuur aangezien deze per definitie hoger zijn dan de kosten voor vast personeel. In de presentatie die jullie hebben gegeven is het punt inhuur wel benoemd aan het begin. Echter is hier verder niet op terug gekomen. Graag zouden wij alsnog willen weten hoe rekening is gehouden met de hogere inhuurkosten als gevolg van de krappe arbeidsmarkt.

66

67

Zoals toegelicht hanteren wij in het tariefmodel overhead conform de definitie van Berenschot. Dit betekent dat het overheadpercentage een percentage is van de totale kosten. Door rekenkundig in het tariefmodel met hoger percentage te rekenen t.o.v. de loonkosten zoals toegelicht in de eerste marktconsultatie, is het bedrag voor overhead voor de tariefopbouw per product altijd gelijk aan het percentage conform de Benchmarks van Berenschot. Het aandeel van het tarief per product is dus altijd gelijk aan het percentage zoals gepresenteerd in de eerste marktconsultatie en zou daarmee de kosten voor overhead m.b.t. het product wat geleverd wordt moeten kunnen dekken. Volgens TransitiePartners doet deze wijze van berekenen ook meer richt aan de AMvB reële prijs waarbij een reële prijs per product moet worden vastgesteld en niet een reële dekking van de kosten per aanbieder over de verschillende producten. Echter zolang een reële prijs per product wordt vastgesteld, zou dit voor aanbieders (of zoals omschreven in de AMvB een gemiddeld efficiënt opererende aanbieder) ook kostendekkend en dus reëel moeten zijn. Daarnaast is TransitiePartners ook gevraagd een advies aan de regio mee te geven omtrent tariefdifferentiatie, overhead kan hierbij een rol spelen en waarbij gedacht kan worden aan een differentiatie met betrekking tot systeemaanbieders.

De regio dient zelf nog te onderzoeken in hoeverre ze dit wensen te implementeren en of het mogelijk is dit te implementeren binnen de huidige contractering.

68

Transitiepartners poogt transparant te zijn in de uitleg en gekozen parameters, maar is daarin niet volledig. De berekening van de tarieven is niet gedeeld op een wijze die navolgbaar is. Een vereiste in het bepalen van reële tarieven. Op basis van de gehanteerde parameters is het gedeeltelijk gissen hoe gekomen is tot de concepttarieven; geregeld is het een black box voor betrokkenen. Ook geeft de door TransitiePartners gekozen aanpak met benchmarks en ‘landelijk onderzoek’ voor ons onvoldoende onderbouwing voor tarieven die rekening houden met regionale en organisatie-specifieke aspecten. Zoals door ons zowel per mail als in de 2e consultatie aangegeven, is het de regio/Transitiepartners die dient te onderbouwen waarom bepaalde parameters zijn gekozen zoals ze zijn gekozen en is het niet aan de aanbieders om het tegendeel van een andere waarde te onderbouwen.

69

Voor wat betreft het te lage tarief voor 45J22 hebben wij in ieder geval drie oorzaken Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 62. geïdentificeerd. Daarnaast kunnen wij de door u genoemde 37% niet herleiden in de Benchmark Care en Benchmark Ten eerste de wijze waarop met de overhead gerekend. Jeugdzorg 2022 van Berenschot. U kunt de percentages zoals door ons gepresenteerd en gehanteerd Wij achten het gekozen overheadpercentage uit de benchmark niet reëel. Een wel terugherleiden uit een openbaar nieuwsbericht vanuit Berenschot: systeemaanbieder als [aanbieder] kent hogere kosten van kwaliteit, registratie, onderzoek https://www.consultancy.nl/nieuws/44600/rol-van-overhead-in-de-zorg-kostenpost-of-zorgheld en en opleidingen. Daarnaast is van een dergelijke aanbieder een bovenmatige inzet te vanuit een publicatie van Berenschot zelf: https://www.berenschot.nl/media/1y3cbvgv/infographicverwachten op het gebied van productontwikkeling, samenwerking met partners en benchmark-care-2023.pdf gemeenten en transformatieopdracht. De kosten daarvan zitten niet in het tarief verdisconteerd. Afstemming met Berenschot leerde dat de percentages in de jeugdzorg op minimaal 37% uitkomen in hun onderzoeken in 2022 en niet op 17.8% bij de Jz en 21.2% bij GGZ zoals in de sheets (nr.7) is opgenomen en met ons gedeeld.

Bovendien is de Care benchmark voor de GGZ met name gericht geweest op grote GGZ instellingen met voornamelijk volwassenen GGZ-diensten en is het aantal deelnemende organisaties bij lange na niet representatief voor generieke toepassing in een specifieke regio. Ondanks herhaaldelijk verzoek heeft TransitiePartners nog steeds niet aangetoond waarom juist déze cijfers van toepassing zouden moeten zijn in dit tariefmodel.

70

Daarnaast pakt de methode van een procentuele opslag op de personeelskosten om de Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 64. overheadkosten te dekken, niet goed uit. Dat betekent namelijk dat een product met relatief lage loonkosten ook een lage overhead vergoeding krijgt. Wij zien die directe samenhang niet. In de huidige kostprijsonderbouwing als onderdeel van de huidige contracten wordt wel gerekend met een vast bedrag als overhead. Procentueel lag dit overigens een stuk hoger. Er is niet aangegeven waarom in het nieuwe model daarvan is afgestapt. De tweede oorzaak voor het te lage tarief is gelegen in de personeelskosten zelf. Vanaf Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 65. schaal 60 wordt er een hogere schaalindeling gehanteerd vanwege krapte op de arbeidsmarkt. Wij herkennen dat de arbeidsmarktkrapte van invloed is op de hoogte van de personeelskosten. Dit geldt echter ook voor de lagere salarisschalen, waardoor het voor ons noodzakelijk is dat de schaalindeling ook voor deze functies wordt aangepast.

71

We verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 34.

72

73

74

Tenslotte achten wij het uitgangspunt van 1273 productieve uren voor GHZ 55 en Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 36. Jeugdzorg schaal 9-10 niet realistisch. Dit is voor ons dan ook niet herkenbaar en veel te Wellicht ten overvloede maar hierbij wensen wij ook nog te benadrukken dat de gehanteerde hoog ingeschat. In onze interne kostprijzen en in andere kostprijsonderzoeken uit andere productiviteit voor GHZ 55 afwijkt van de gehanteerde productiviteit voor Jeugdzorg schaal 9-10. regio’s, bijvoorbeeld het aangrenzende Food Valley, wordt met een veel lagere productiviteit (1200 uur) gerekend. Graag zien wij dan ook een onderbouwing vanuit TransitiePartners waarom deze productiviteit substantieel hoger zou moeten liggen en een onderbouwing waarom dit een reële productiviteitsnorm is. Afsluitend is er nog het punt waarbij het inruilen van een model van tariefberekening als Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 33. onderdeel van de contractering o.i. niet aan de orde kan zijn tenzij er een nieuwe aanbesteding wordt uitgeschreven. Het tariefmodel van Transitiepartners is niet gelijk aan het contractmodel. Het gekozen overheadpercentage voor het product Behandeling A2 is te laag en niet Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 64. realistisch voor een systeemaanbieder.

Bovendien is de vergoeding voor overhead lager bij producten met inzet van personeel in lagere schalen. Dat is geen juist uitgangspunt: de inzet van lager ingeschaald personeel houdt immers geen verband met de overheadkosten

75

De personeelskosten zelf worden ook te laag ingeschaald voor het product Behandeling A2 Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 37. doordat er onder GHZ schaal-60 onvoldoende rekening gehouden wordt met PNIL-kosten.

76

Tenslotte achten wij het uitgangspunt van 1260 productieve uren voor GHZ schaal-55 voor De productiviteitsopbouw zoals gepresenteerd is uitgebreid toegelicht. De productiviteitsopbouw is het product Behandeling A2 niet realistisch. juist op deze manier opgebouwd om transparant en zorgvuldig te zijn in de verschillende tijdscomponenten waaraan medewerkers uren kwijt zijn gedurende de zorgverlening, alle neventaken, verlof, ziekte, etc. Hierbij is ook benoemd waarom een verschillende productiviteit is gehanteerd voor de verschillende Cao's, denk hierbij aan verschil in verlofuren maar ook ziekteverzuim. Daarbij is ook een verschil gehanteerd tussen de verschillende opleidingsniveaus en dus schalen/FWG's binnen een Cao. Dit heeft o.a. te maken met uren voor opleiding. Daarbij is het ook van belang om te verwijzen naar het feit dat voor de individuele behandelproducten de declarabele tijd afwijkt van alle andere producten, omdat indirect cliëntgebonden tijd ook declarabel is. Als de productivieitsopbouw voor dit tariefonderzoek wordt vergeleken met andere regio's, dan wijkt de productiviteit niet af en is deze voor dit tariefonderzoek zelfs lager dan bepaalde regio's met dezelfde uitgangspunten qua declarabiliteit.

Voorbeelden van regio's met openbare rapporten zijn o.a.: Alkmaar (https://hulpinregioalkmaar.nl/application/files/5416/7048/6776/20221208_PB221684_Toelichting_o pbouw_tarieven_jeugdhulp_Alkmaar_def4.pdf), Noord-Oost Brabant (https://www.rioz.nl/sites/default/files/2022-03/Bijlage%20bij%20het%20Productenboek%20%20berekening%20tarieven.pdf) en Lekstroom (https://www.houten.nl/fileadmin/user_upload/Rapportage_opbouw_tarieven_jeugdhulp_regio_Lekst room_1.pdf).

77

TransitiePartners deelt slechts enkele onderzoeken en bronnen die ze gebruikt heeft voor Gedurende de marktconsultaties en in de presentaties is benoemd welke bronnen zijn gehanteerd. de invulling van de parameters, sommige bronnen die wel gedeeld zijn, zijn niet openbaar TransitiePartners volgt dit proces juist op deze wijze om transparant en zorgvuldig te zijn. In de NvA's toegankelijk (Benchmark Care Berenschot). Daarmee is TransitiePartners onvoldoende zijn daarnaast ook aanvullende links opgenomen van deze bronnen indien deze openbaar zijn. De transparant en toont zij onvoldoende aan waarom de door haar gekozen waarden passend voornaamste gehanteerde bronnen zijn de regionale inkoopdocumenten, productbeschrijvingen en zijn. specifieke eisen. Deze zijn openbaar te vinden op de website van Inkoop SDCG of als het goed is al in het bezit van alle aanbieders. Daarnaast hebben wij gedurende de marktconsultaties, presentaties en NvA's verwezen naar de bronnen die verder openbaar zijn zoals CBS, indexcijfers NZa (voor Cao Jeugdzorg) en vergelijkingsrapporten van andere regio's. Verder is ook input uit de eerste NvA vanuit zorgaanbieders verwerkt en meegenomen, een voorbeeld hiervan is de aanpassing van reistijd.

Daar waar bronnen zijn gebruikt die niet openbaar toegankelijk zijn, kan TransitiePartners deze niet delen omdat deze bedrijfsgevoelige informatie bevatten welke het juridisch niet mogelijk maakt om deze rapporten te delen. Dit geldt voor de Benchmark van Berenschot. Echter zijn de cijfers van de Benchmark Care af te leiden uit een openbaar nieuwsbericht vanuit Berenschot: https://www.consultancy.nl/nieuws/44600/rol-van-overhead-in-de-zorg-kostenpost-of-zorgheld en vanuit een publicatie van Berenschot zelf: https://www.berenschot.nl/media/1y3cbvgv/infographicbenchmark-care-2023.pdf De voorgestelde tarieven liggen voor een aantal producten (IAG, FACT en MST) fors onder Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 12. onze kostprijs. Met name de daling van 45j22 (IAG) (Behandeling A2) is zeer zorgelijk, aangezien het huidige tarief al onder kostprijs lag. De gerekende productiviteit ligt voor vrijwel alle producten fors boven het voor ons U geeft aan dat het ziekteverzuim voor het huidige jaar hoger zal uitvallen en dat deze trend doorzet. realistisch uitgangpunt. Met name de uren voor ziekteverzuim en niet-productieve uren Echter vanuit diverse landelijke ontwikkelingen, zoals beschreven in wijken fors af.

Het is algemeen bekend dat het ziekteverzuim het huidige jaar hoger zal https://www.vernet.nl/2023/10/30/daling-verzuim-onder-zorgmedewerkers-zet-door/, uitvallen dan het gemiddelde van 2018 - 2022 en dat deze trend al een paar jaar doorzet, https://www.vernet.nl/2023/07/28/verzuim-in-het-tweede-kwartaal-opnieuw-gedaald/ en toch wordt er door het rekenen met 2018 en 2019 gerekend met een (te) laag gemiddeld https://www.vernet.nl/2023/04/25/verzuim-zorgsector-in-eerste-kwartaal-gedaald-ten-opzichte-vanpercentage. een-jaar-geleden/ is juist het beeld zichtbaar dat het ziekteverzuim aan het afnemen is. Dit wordt ook nog bevestigd in de cijfers voor de eerste 2 kwartalen van 2023 vanuit het CBS: https://azwstatline.cbs.nl/#/AZW/nl/dataset/24015NED/table?dl=79EA2. 2018-2022. Het ziekteverzuimpercentage moet conform AMvB aansluiten bij een reële waarde. Door een gemiddelde te nemen over de laatste 5 jaren wordt er bijvoorbeeld ook rekening gehouden met de Corona-periode die juist voor een hoger ziekteverzuimpercentage heeft gezorgd. Daarnaast stelt de gemeente tarieven vast voor de toekomst en dient conform de AMvB dat ook te gebeuren om toekomstwaardige reële waarden. Om daarin dus ook te compenseren voor ziekteverzuim en een reële waarde te hanteren wordt gekozen voor een gemiddelde van 5 jaar. Hierin wordt huidige trend van daling in het verzuim dan ook meegenomen.

78

79

80

In de looncomponent lijkt geen rekening te worden gehouden met een aandeel PNIL. Inzet Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 37. PNIL is in de huidige arbeidsmarktkrapte vrijwel onvermijdbaar. Dit niet opnemen in de tarieven, is zeer risicovol voor de aanbieders.

81

82

83

84

De productiviteit van vooral de functiemix GHZ 45 t/m 55 (1260 uur), GGZ 50 en 55 (1294 In de marktconsultaties is toegelicht hoe de productiviteit per schaal / FWG is opgebouwd en hoeveel uur) en JZ schaal 7 t/m 10 (1273 uur) zijn niet realistisch. De reden dat de niet haalbaar zijn uren zijn meegenomen per component in de productiviteitsopbouw. Daarnaast vermoeden wij dat u zit in de normen die worden gehanteerd bij niet clientgeboden uren, doelt op de productiviteit van de behandelproducten. Dit komt namelijk niet naar voren in uw vraag. innovatie/ontwikkeling en ketenoverleg. Deze zijn niet reëel als wij kijken naar de Voor individuele behandelproducten geldt dat de indirect cliëntgebonden tijd ook declarabel is. Dit afgelopen jaren. betreft dus ook o.a. cliëntgebonden overleg en cliëntgebonden consult. Onder niet cliëntgebonden Door het hanteren van deze uitgangspunten is bijvoorbeeld het product 45J22 ten uren vallen dus enkel de interne werkoverleg welke niet cliëntgebonden zijn. Verder zijn de opzichte van het in 2023 gehanteerde tarief zelfs gedaald. Zonder enige aanpassing in het productieve uren voor deze FWG's en schalen hoger t.o.v. van WO-geschoolde FWG's en schalen zorginhoud en/of aanpassing in de van toepassing zijnde eisen.

omdat deze medewerkers meer opleidingsuren hebben, meer uren bestenderen aan ketenoverleggen en ook meer tijd kwijt zijn aan interne werkoverleggen. Het antwoord op de vraag over de niet productieve uren van 93,9 uur geeft nog Hierin zitten de uren die medewerkers kwijt zijn aan niet-cliëntgebonden tijd die niet onder de onvoldoende beeld van de grondslag van deze uren. We zien dat deze uren in de praktijk eerdergenoemde onderdelen (zoals opleiding en ketenoverleg valt). Hiervoor zijn aparte onderdelen namelijk fors hoger liggen (circa 200 uur). Zeker voor de behandelfuncties is dit opgenomen in de productiviteitsopbouw. Onder de component "Overig niet productief" vallen realistischer. Het advies is dan ook om hiermee rekening te houden in de productieven bijvoorbeeld persoonlijke verzorging en pauze. Deze uren komen voort uit benchmarks met andere uren. regio's (zie o.a. de benoemde regio's bij vraag 76) en de gemeenten en input van aanbieders voor dit tariefonderzoek. In principe stellen de Cao's dat een medewerker vanaf een dienst van meer dan 5,5 uur recht heeft op 0,5 uur pauze. Een maximale werkweek bestaat voor 1 FTE uit 36 uren. Op basis van een gemiddeld aantal werkweken van 43 op jaarbasis, komt dit uit op 86 uren pauze waarin een medewerker dus niet productief is. De overhead is in de herijking opgenomen als percentage.

In de uitgangspunten voor de Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 64. huidige tariefopbouw is de overhead als vast bedrag per fte opgenomen. Dit sluit veel beter aan op de werkelijke overheadkosten die wij als systeemaanbieder hebben. Organisatiekosten fluctueren namelijk niet met de hoogte van de personeelskosten, wel met de omvang van de aantallen medewerkers. Opvallend is dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen reguliere en systeemaanbieders. Dit terwijl wij als systeemaanbieder hogere administratieve lasten en kosten van kwaliteit en registratie hebben waar ook een reële vergoeding bij past. Een tweede punt is de personeelskosten. We waarderen dat er voor bepaalde functies een De regio heeft als uitgangspunt dat de huidige wijze van berekenen van de tredebenutting voor de hogere schaalindeling wordt toegepast vanwege krapte op de arbeidsmarkt. Wat ons schalen 9 tot en met 11 reëel en marktconform is. De regio geeft aan dat zij herkennen dat deze betreft is dit ook van toepassing op de salarisschalen Jeugdzorg 9-11. schalen voornamelijk HBO-medewerkers betreffen waarvan de arbeidsmarktkrapte beperkter is. Daarnaast is voor de schaal 11 al een afwijkende berekening van de tredebenutting van toepassing.

85

Het uitgangspunt van 1273 productieve uren voor Jeugdzorg schaal 9-10 is het hoogste van alle categorieën. Dit is voor ons niet herkenbaar en te hoog.

86

In onze interne kostprijs en in andere kostprijsonderzoeken uit andere regio’s, Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 36. bijvoorbeeld de aangrenzende regio FoodValley, wordt met een veel lagere productiviteit (1200 uur) gerekend. Graag zien wij dan ook een onderbouwing vanuit TransitiePartners waarom deze productiviteit substantieel hoger zou moeten liggen en een onderbouwing waarom dit een reële productiviteitsnorm is. Verder willen wij aangeven dat het voor ons als zorgaanbieder niet duidelijk is welke Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vragen 34 en 77. onderzoeken TransitiePartners heeft gebruikt om tot de uitgangspunten voor de tariefopbouw te komen. Graag ontvangen wij hier meer informatie over evenals de toegezegde informatie over de tariefopbouw in absolute getallen. In de presentatie hebben wij diverse parameters gezien en de concepttarieven. In de Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 34. presentatie werd verteld dat de berekeningen van de concepttarieven nog volgen. Graag ontvangen wij deze berekeningen, zodat wij kunnen zien hoe deze is opgebouwd en waarom wij met de huidige tarieven niet uitkomen.

Op dit moment gaan jullie er voor de salariscomponent vanuit dat 50% in de maximale Wij hebben uw overzichten vergeleken met de meegenomen salariscomponent in de tariefopbouw van trede van een schaal zit en 50% in het gemiddelde van alle treden van een schaal. Wij de producten die u benoemt. Uw overzichten delen wij niet in de NvA omdat deze bedrijfsgevoelige leveren begeleiding basis WMO (02A16) en groepsbegeleiding (07A51 en 07A52). informatie bevatten. Wij kunnen u echter bevestigen dat de meegenomen salariscomponent door de Bijgevoegd heb ik 2 overzichten opgenomen met de schalen en treden van onze berekening van 50% in de maximale trede van een schaal zit en 50% in het gemiddelde van alle treden begeleiders basis en groepsbegeleiders. Zoals jullie kunnen zien komen wij met de huidige van een schaal, hoger uitkomt dan het gemiddelde van de door u gehanteerde salariscomponent in uw berekening niet uit, omdat wij veel medewerkers in hoge/de hoogste treden hebben overzichten. zitten. Graag zien wij dat hier ook rekening mee wordt gehouden in de tariefberekening.

87

88

89

90

De productiviteitsopbouw zoals gepresenteerd is uitgebreid toegelicht. De productiviteitsopbouw is juist op deze manier opgebouwd om transparant en zorgvuldig te zijn in de verschillende tijdscomponenten waaraan medewerkers uren kwijt zijn gedurende de zorgverlening, alle neventaken, verlof, ziekte, etc. Hierbij is ook benoemd waarom een verschillende productiviteit is gehanteerd voor de verschillende Cao's, denk hierbij aan verschil in verlofuren maar ook ziekteverzuim. Daarbij is ook een verschil gehanteerd tussen de verschillende opleidingsniveaus en dus schalen/FWG's binnen een Cao. Dit heeft o.a. te maken met uren voor opleiding. Daarbij is het ook van belang om te verwijzen naar het feit dat voor de individuele behandelproducten de declarabele tijd afwijkt van alle andere producten, omdat indirect cliëntgebonden tijd ook declarabel is. Als de productivieitsopbouw voor dit tariefonderzoek wordt vergeleken met andere regio's, dan wijkt de productiviteit niet af en is deze voor dit tariefonderzoek zelfs lager dan bepaalde regio's met dezelfde uitgangspunten qua declarabiliteit.

Voorbeelden van regio's met openbare rapporten zijn o.a.: Alkmaar (https://hulpinregioalkmaar.nl/application/files/5416/7048/6776/20221208_PB221684_Toelichting_o pbouw_tarieven_jeugdhulp_Alkmaar_def4.pdf), Noord-Oost Brabant (https://www.rioz.nl/sites/default/files/2022-03/Bijlage%20bij%20het%20Productenboek%20%20berekening%20tarieven.pdf) en Lekstroom (https://www.houten.nl/fileadmin/user_upload/Rapportage_opbouw_tarieven_jeugdhulp_regio_Lekst room_1.pdf).

[Aanbieder] kan het model volgen en komt in haar narekening op dezelfde prijsstelling uit. Dank voor u bericht en fijn om te vernemen dat u het tariefmodel kunt volgen en uw narekening op Het tarief komt echter hoger uit dan wat wij op basis van kostendekking en investeringen dezelfde prijsstelling uitkomt. U heeft aangegeven in uw mail dat de door u aangeleverde informatie nodig hebben. uiterst bedrijfsgevoelige informatie bevat en daarom niet kan worden opgenomen in een algemene nota van antwoorden. Wij respecteren dit en zullen dat dan ook niet opnemen in deze NvA. Het kan zijn dat een tarief voor bepaalde aanbieders hoger uitkomt dan de kosten, dit kan ook enerzijds veroorzaakt worden door een efficiënte bedrijfsvoering van aanbieders. Op basis van uw aangeleverde gegevens zien wij en de regio echter geen grond om de tariefopbouw en gehanteerde uitgangspunten en parameterwaarden aan te passen voor de door u benoemde producten.

91

Allereerst hartelijk dank voor opnieuw een prettige onlinebijeenkomst. Fijn om de Dank voor u bericht en fijn om te vernemen dat u het tariefmodel en de uitgangspunten kunt volgen en uitgangspunten te kunnen volgen en de daaruit ontstane concepttarieven gepresenteerd fijn om te vernemen dat u het onderzoek als reproduceerbaar en betrouwbaar beoordeeld. Deze te hebben gekregen. Dit voelt voor mij als een reproduceerbaar onderzoek qua parameters opmerking bevat echter geen verdere vraag waar wij op kunnen reageren. en daardoor voelt het als een betrouwbaar onderzoek. Nogmaals dank daarvoor!

92

Tegelijkertijd zijn er ook onderdelen waarvan ik de keuze voor het betreffende Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 79. uitgangspunt niet begrijp. Met niet begrijpen bedoel ik dat ik de bron die gehanteerd wordt wel snap en kan volgen, maar niet begrijp dat dit vanuit jullie en/of de gemeenten als uitgangspunt gehanteerd wordt. Het betreft, mijns inziens, een papieren werkelijkheid die verdedigbaar is maar niet aansluit bij de werkelijkheid van zorgaanbieders in het hier en nu. Voorbeelden hiervan zijn: Uitgangspunt van het verzuimpercentage. Jullie rekenen volgens mij met de gemiddelde cijfers van de afgelopen 5 jaar. Een legitieme bron, maar cijfers (CBS) laten zien dat het afgelopen jaar (4 kwartalen) het verzuim structureel minimaal tussen de 7 en 8 procent zat. Nogmaals, de methode die gekozen is kan goed uitgelegd worden maar voelt meer als een papieren te verantwoorden werkelijkheid dan dat dit echt aansluit bij de realiteit van nu. Kortom, is het mogelijk om dit naar boven bij te stellen? Uitgangspunt voor de loonstijging binnen de cao-jeugd qua personeel is een voorlopige Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 21. indexatie van 4,94%. Een collega zorgaanbieder heeft tijdens de onlinebijeenkomst al aangegeven dat dit voelt als uit de lucht gegrepen.

De vakbonden zijn bij de onderhandelingen van tafel gelopen, terwijl er een aanbod werd gedaan van rond de 7%. De aanname dat het dan toch neerkomt op 4,94% lijkt me dan ook niet passend. Een percentage van 8 of 9% minimaal lijkt beter passend. De vakbonden zetten immers in op minimaal 10% (eigenlijk vergelijkbaar met hoe dit is gegaan bij de cao ggz). Kortom, kan dit naar boven aangepast worden zodat dit beter aansluit bij de te verwachten realiteit.

93

94

95

96

97

De overige punten die opvielen waren, dat er bij de producten behandeling jeugd individueel (en dan de J&O producten) gerekend wordt met de cao-GHZ en cao-jeugd. Ik heb me laten vertellen dat dit is gedaan, omdat deze cao’s het meeste vertegenwoordigd zijn binnen deze producten. Klopt dit?

Dit klopt inderdaad. De reden dat naast de Cao Jeugdzorg voor de producten Behandeling J&O ook de Cao GHZ wordt meegenomen in de tariefopbouw is dat er in de regio ook een groep aanbieders is die deze producten leveren en de Cao GHZ hanteren. Daarbij zijn de Behandeling J&O producten ook bedoeld voor de doelgroep die onder de gehandicaptenzorg valt. De Cao GGZ wordt juist niet meegenomen doordat voor deze doelgroep en dus de aanbieders die Behandeling GGZ bieden er aparte producten zijn ingekocht. Dit betreffen specifiek Behandeling B (J-GGZ) en Behandeling C (JGGZ) ten opzichte van Behandeling B (J&O) en Behandeling C (J&O). Is het, in het verlengde hiervan, mogelijk om een eerlijker mix te hanteren in overhead Voor overhead worden de landelijke benchmarks van Berenschot Care en Jeugdzorg gebruikt voor percentages voor de producten J&O? Vanzelfsprekend snap ik dat dit dan ook geldt voor desbetreffende Cao's. Hierin is dus een onderscheid gemaakt voor de verschillende Cao's dus voor de de overige parameters, maar dat lijkt me prima. Een overhead van 21% is bij ons nodig om producten J&O Behandeling is voor de functies in de functiemix waarbij de Cao GHZ is gehanteerd ook aan de huidige verantwoordingsverplichtingen te kunnen voldoen en de behandelaren het overheadpercentage GHZ gehanteerd en voor de functies in de functiemix waarbij de Cao voldoende te ondersteunen.

Jeugdzorg is gehanteerd ook het overheadpercentage Jeugdzorg gehanteerd. De eerlijke mix zoals door u benoemd wordt hierdoor dus al gehanteerd. De reden waarom wij de Benchmarks van Berenschot hanteren is toegelicht in het antwoord op vraag 62. Daarbij wensen wij nogmaals te benoemen dat de door ons gehanteerde overheadpercentages de percentages van de totale kosten zijn. Ons is niet duidelijk waarop u doelt met de genoemde 21%. En daarbij is onze definitie van overhead enkel de personele overhead. Een aparte parameter in de tariefopbouw zijn nog de materiële kosten en kapitaallasten. Ons is ook niet duidelijk of u dezelfde definitie voor overhead heeft gehanteerd. Laatste punt is het tarief van behandeling jeugd individueel (J&O) A2. Ten opzichte van Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 12. 2023 zal dit tarief per 1-1-2024 negatief worden geïndexeerd met 6,3%. Het tarief gaat dus Daarbij zijn de producten begeleiding individueel en behandeling individueel niet geheel vergelijkbaar achteruit. Nu snap ik dat dit een herijking is van de tarieven, maar dit lijkt me een qua tariefopbouw. Dit komt doordat voor behandeling individueel indirect cliëntgebonden tijd wel onwenselijke ontwikkeling. Is het mogelijk om in ieder geval het huidige tarief te declarabel waar dat voor begeleiding individueel niet het geval is.

Dit heeft dus effect op de bevriezen? Het gaat dan niet omhoog t.o.v. 2023, maar het wordt niet minder. Daarnaast productiviteit in de tariefopbouw. wordt er voor specialistische begeleiding een hoger tarief gehanteerd dan voor behandeling A2 en wat mij betreft moeten alle producten behandeling altijd een hoger tarief hebben dan een begeleidingsproduct. Afsluitend zou ik nog een gedachtegang mee willen geven over de tarieven. Dit hoeft wat Allereerst bedankt voor uw uitgebreide toelichting en gedachtegang. Zoals zowel in de mij betreft niet meegenomen te worden als vraag, maar zou wat mij betreft passend zijn marktconsultaties als in beide Nota van Antwoorden aangegeven is TransitiePartners ook gevraagd een om te hanteren vanaf 1 januari 2024. De gedachtegang is als volgt: Gedurende de huidige advies aan de regio mee te geven omtrent tariefdifferentiatie. De regio dient zelf nog te onderzoeken in contractperiode is het tijdens bijeenkomsten met de inkoopregio regelmatig gegaan over hoeverre ze dit wensen te implementeren en of het mogelijk is dit te implementeren binnen de huidige J&O versus J-GGZ producten. Deze zijn beiden ingekocht, maar de gemeenten willen toe contractering. naar alleen het J&O model. Dit lijkt mij een goede beweging.

Tegelijkertijd gaat het De onderbouwing die u geeft waarom tariefdifferentiatie toegepast zou moeten worden, is voor ons vervolgens ook over tariefdifferentiatie. Zo hebben de grote aanbieders een regionale ook een herkenbaar beeld uit deze regio maar ook uit andere regio's en de landelijke ontwikkelingen. functie, soms een crisisdienst en doen ze wetenschappelijk onderzoek. Wat dat betreft Wij zullen uw input ook meenemen in ons advies. snap ik de wens tot tariefdifferentiatie en ondersteun ik dit van harte. Zou het niet een goed idee zijn om de indeling die wordt gehanteerd voor de jaarverantwoording zorg aan te houden voor de tariefdifferentiatie? De check die uitgevoerd kan worden is welke accountantsverklaring afgegeven moet worden.

Op die manier ontstaan er 4 categorieën, te weten: 1) Solisten/zzp (hoeven geen jaarverantwoording aan te leveren en dus ook geen verklaring van de accountant); 2) Micro-organisaties (zijn verplicht tot een verkorte verantwoording en volstaan met een samenstellingsverklaring van de accountant/controller/boekhouder); 3) Kleine organisaties (zijn verplicht tot volledige verantwoording en moeten een beoordelingsverklaring van een onafhankelijke accountant overleggen); 4) (Middel)Grote organisaties (zijn verplicht tot de meest uitgebreide verantwoording en moeten een controleverklaring van een onafhankelijk accountant overleggen); Als voorbeeld kun je dan bijvoorbeeld het volgende hanteren: Categorie 1: tarief - 10%; Categorie 2: tarief – 5%; Categorie 3: tarief zoals voorgesteld; Categorie 4: tarief +10% (of +5%). Dit zorgt denk ik voor een eerlijke verdeling van het geld en past bij de mate waarin moet worden voldaan aan aanvullende eisen door de verschillende categorieën organisaties.

98

De functiemix (aandeel FWG 40 en 50 binnen basis en specialistisch) lijkt niet reel en ik mis Dit proces wordt gekozen omdat de inkoopdocumenten, uitgangspunten, productbeschrijvingen en de beargumentering op welke wijze daar onderzoek naar is gedaan onder de aanvullende eisen van de regio als basis dienen voor de tariefopbouw per product. Deze worden gecontracteerde aanbieders. Hoe kun stellen jullie (c.q. gemeenten) dat dit een reële aangevuld, waar nodig, met landelijke en regionale benchmarks en normen. Daarnaast gebruikt kostprijs onderzoek is? TransitiePartners ook eigen onderzoeken, ervaringen en gegevens vanuit regio's en zorgaanbieders die zij tot hun beschikking hebben. De marktconsultaties en NvA's zijn bedoeld om alle gepresenteerde uitgangspunten en parameterwaarden te toetsen bij alle aanbieders enerzijds en anderzijds transparant te zijn in de opbouw en toe te lichten waarom gekozen is voor deze uitgangspunten en parameterwaarden. Indien bepaalde uitgangspunten en gehanteerde parameterwaarden niet reëel worden geacht door aanbieders dan ontvangen wij, zoals toegelicht in de marktconsultatie, onderbouwd waarom deze niet reëel zouden zijn en wat volgens aanbieders wel reëel is. Dus er wordt ook input opgehaald bij de zorgaanbieders en deze wordt ook beoordeeld en besproken en eventueel meegenomen in de tariefopbouw.

Vanuit zowel de kant van de gemeenten als de kant van de aanbieders wordt gevraagd om op basis van de inhoud mee te denken en te reageren op de gepresenteerde uitgangspunten en onderdelen per product. Hierbij wordt ons inziens wel degelijk rekening gehouden met de gezamenlijke verantwoordelijkheid en wordt ons inziens een reëel, zorgvuldig en transparant proces en tariefonderzoek uitgevoerd. In principe wordt de door u geschreven methodiek in ons proces omgedraaid waarbij eerst input wordt opgehaald bij de regio en daarna in de vorm van een marktconsultatie aanbieders worden betrokken en zij kunnen en mogen reageren op alle gepresenteerde uitgangspunten en parameters en waarbij dus onderzoek wordt gedaan naar de uitgangspunten. Dit kan gezien worden als een"uitvraag". Dit proces heeft TransitiePartners ook gevolgd in meerdere regio's en werd door zowel gemeenten als zorgaanbieders als zeer prettig ervaren. Daarnaast zorgt dit ook voor minder administratieve last welke fors is bij het doen van een uitvraag. Wat van belang is bij de functiemix is dat de inkoopdocumenten, uitgangspunten, productbeschrijvingen en aanvullende eisen van de regio hierin leidend zijn. Het kan in het meest extreme voorbeeld bijvoorbeeld niet zo zijn dat een aanbieder WO personeel inzet waar door de regio MBO personeel vereist wordt.

Dit is dan een keuze van de aanbieder zelf waarin af wordt geweken van de inkoopdocumenten en regionale eisen. Hiermee is de vraag dan ook of voldaan wordt aan de gewenste inzet en eisen.

99

Op welke wijze is onderzoek gedaan naar de reistijd onder de contractanten? Hoe is nu de Bij de eerste marktconsultatie is een uitgangspunt gepresenteerd voor reistijd o.b.v. aannames en verhoging onderbouwd t.o.v. vorige keer? uitgangspunten vanuit medewerkers van de gemeenten binnen de regio. Dit uitgangspunt is gepresenteerd. Hierop is in de eerste Nota van Antwoorden veel input ontvangen vanuit verschillende aanbieders. Samenvattend kwam dit neer op dat er aanbieders waren die zich niet herkende in het uitgangspunt omdat de reistijd hoger diende te zijn, maar ook aanbieders die zich er niet in herkende omdat zij enkel zorg leveren op een eigen locatie en dus helemaal geen reistijd hebben. Alle input is met de regio besproken. Het uitgangspunt van 60 uur reistijd per jaar is daarna, o.b.v. deze input, aangepast voor de individuele producten (behalve HO), waar indirecte cliëntgebonden tijd niet declarabel is naar 90 uur reistijd per jaar. Hierbij is het uitgangspunt dat er ongeveer 13 minuten reistijd is tussen de afspraken. Daarnaast hanteert de regio het uitgangspunt contactmomenten screento-screen zijn en daarbij er ook aanbieders en casussen zijn waarbij de individuele zorg op locatie bij de aanbieder zelf plaatsvindt. Op welke wijze zijn de reiskosten (niet reistijd) meegenomen in de tariefbepaling? Reiskosten vallen onder overhead conform de definitie van Berenschot.

No show mag dan wel onderdeel zijn van de huidige beschrijvingen en tarieven maar op De eerste basis voor no-show is terug te vinden in de inkoopdocumenten en eisen die de regio stelt. De welke wijze is onderzoek gedaan naar het percentage no show, welke is toegenomen in de regio heeft het volgende opgenomen in de Specifieke Inkoop Voorwaarden rondom no-show: " 9. Noloop der jaren. Het is niet te achterhalen op welke wijze dit onderdeel terug te vinden is in show kan niet worden gedeclareerd". Hierbij komt dat de regio aanbieders stimuleert om no show het tarief. zoveel mogelijk te beperken. Er wordt gekozen om een verschil tussen de individuele producten en groepsproducten in het uitgangspunt rondom no-show door de regio te hanteren. Voor groepsproducten geldt dat er vaker meerdere medewerkers tegelijkertijd betrokken zijn en indien één jeugdige of cliënt niet komt er nog altijd wel jeugdigen of cliënten op de groep aanwezig zijn, waar wel zorg aangeleverd dient te worden. Het is voor aanbieders dan niet mogelijk om een medewerker bijvoorbeeld naar huis te sturen. Dus de kosten blijven gelijk voor aanbieders terwijl er één jeugdige of cliënt minder is. Om deze reden is het uitgangspunt van de regio dat er bij groepsproducten in de tariefopbouw gedeeltelijk rekening dient te worden gehouden met no-show.

Voor individuele producten heeft de regio het uitgangspunt dat indien er no-show is de medewerker de tijd kan besteden aan indirect cliëntgebonden tijd zoals verslaglegging, administratie of overleg met collega's of netwerk van cliënt of jeugdige, of de medewerker zou de tijd kunnen besteden aan andere jeugdigen of cliënten door deze te bellen, digitaal te spreken of een afspraak in te plannen. Dit uitgangspunt van de regio is niet veranderd sinds de contractering. Tenslotte ziet de regio dat de meerderheid van alle casussen geen no-show betreffen. Daarom acht de regio voor groepsproducten 5% een reëel uitgangspunt.

100 101

102

Ik heb de discussie gehoord in de presentatie over de bestaande productbeschrijving in relatie tot reële prijs. Deze twee dingen kunnen niet helemaal los van elkaar gezien worden. Om de inhoudelijke beschrijving gaat het niet maar bijvoorbeeld wel over no show. Ook is er niet inhoudelijk in beschreven wat de verhouding mbo en hbo-ers is (FWG 45/50). Om dat onderdeel van de prijs (niet de productbeschrijving) te bepalen moet je onderzoek doen naar welke inschaling in deze producten worden geboden door de aanbieders.

De opbouw van de tariefberekening is gepresenteerd in de eerste marktconsultatie. Hier kunt u ook de verhoudingen tussen de gebruikte functiemix per product vinden en het no-show percentage bij groepsproducten. Verder hebben we bij die eerste marktconsultatie uitgelegd hoe wij van productbeschrijvingen tot een reeël tarief komen. Daar waar o.b.v. de input en vragen van alle zorgaanbieders de gepresenteerde uitgangspunten en parameterwaarden zoals gepresenteerd in de eerste marktconsultatie zijn gewijzigd, is dit in de 2de marktconsultatie toegelicht en gepresenteerd. Hierbij zijn tevens de concepttarieven gepresenteerd.

103

Wij zouden op diverse antwoorden kunnen reageren echter dat kost extra tijd voor ons Voor de overhead hanteren wij inderdaad de Benchmark Care voor de GGZ, GHZ en VVT. Echter voor maar ook voor jullie. Wij leggen uit waarom wij ervoor kiezen ons voornamelijk te de Jeugdzorg Cao hanteren wij de Benchmark Jeugdzorg van Berenschot. Aan deze benchmark nemen beperken bij het onderzoek zoals deze door TransitiePartners is uitgevoerd. Zoals eerder zowel grote (systeem) als kleine aanbieders deel. Zo nemen er voor de Berenschot Benchmark Care geschreven naar jullie zijn wij blij dat jullie Berenschot voor de Jeugd GGZ als uitgangspunt jaarlijks meer dan 70 zorgaanbieders deel. Wij begrijpen als adviesbureau dat niet iedere aanbieder nemen. Wat wij echter hebben ontdekt is dat de door jullie overgenomen percentages, exact hetzelfde percentage overhead heeft. Dit heeft enerzijds ook te maken met hoe een aanbieder is waaronder 21,2% indirecte kosten overhead uit een recent onderzoek van Berenschot care ingericht, welke zorgvormen een aanbieder biedt en welke rol een aanbieder in het regionale en soms komt. Berenschot geeft zelf aan dat dit percentage niet los gezien kan en mag worden van landelijke zorglandschap heeft. Juist vanwege het grote aantal aanbieders welke deelnemen aan de de andere componenten overhead.

Deze componenten zijn alleen gedeeld met de grote Benchmark en de diversiteit aan zorgaanbieders, zowel in grootte als in zorgaanbod (waaronder ook instellingen die meegedaan hebben met het onderzoek. De instellingen hebben alleen de Jeugd GGZ) zijn ons inziens de gehanteerde percentages daarmee een reëel marktconform cijfers ontvangen die betrekking hebben op de eigen organisatie. Het onderzoek uitgangspunt, hetgeen wat ook door aanbieders voor dit tariefonderzoek in deze regio en tevens in Benchmark care is uitgevoerd onder grote instellingen die voornamelijk volwassen deze NvA wordt erkend. Een andere reden voor ons om deze bron te gebruiken is dat binnen de behandelen. Berenschot geeft aan dat de kosten binnen de jeugdzorg echt anders liggen Benchmarks van Berenschot onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende sectoren / Cao's. Dat en dat hiervoor het onderzoek van 6-4-2022 bedoeld is. Betreffende percentages zijn de overhead hiertussen verschilt is wat wij ook als input in deze regio, maar ook in andere regio's representatief en door de prijscompensaties 2023 en 2024 door te voeren worden terughoren van aanbieders. Hiermee wordt ons inziens ook meer recht gedaan aan de werkelijke tarieven verkregen die redelijk zijn.Voor de Jeugdzorg en ook de jeugd GGZ betekent dit kostenstructuur per sector / Cao.

De gehanteerde bronnen zijn daarom ons inziens wel reëel en dat de overhead geen 32,8 zou moeten zijn maar tussen de 37 en 38%.Wij nemen aan dat representatief voor de verschillende sectoren en Cao's met betrekking tot dit onderzoek. jullie dit mee gaan nemen in de verdere besluitvorming. Gelet op wat er nu ligt vragen wij u het onderzoek te heroverwegen.. Zijn jullie er van bewust dat de percentages die jullie gebruiken om de tarieven van in ieder geval de jeugd GGZ , afkomstig uit een onderzoek door Berenschot, niet representatief voor de Jeugd ggz en dat daarvoor het onderzoek van 6-4-2022 gebruikt zou moeten worden. Graag lezen wij uw reactie hierop? Wij zijn natuurlijk bereid bovenstaande mondeling toe te lichten

104

Zijn jullie bereid het onderzoek van 6-4-2022 te gebruiken om te komen tot reële tarieven? Enkel en alleen het gebruiken van het onderzoek van Berenschot van 6-4-2022 is in strijd met de AMvB reële prijs. Daarnaast staan in dit onderzoek ook geen functiemix en functie-eisen voor de verschillende producten benoemd. Enkel dit onderzoek gebruiken om te komen tot reële tarieven is daarom niet mogelijk. Uiteraard is dit onderzoek wel bij TransitiePartners bekend en worden de gehanteerde uitgangspunten en parameterwaarden wel gebenchmarkt met dit onderzoek waar mogelijk. Daarbij zoals eerder toegelicht wordt er bijvoorbeeld ook gebenchmarkt met de onderzoeken in verschillende andere regio's. Bij behandeling B komt geen psychiater in voor, betekent dit dat dit dan vergeleken moet De inkoopdocumenten, productbeschrijvingen en specifieke eisen veranderen niet voor de regio. In de worden met basis ggz? functie-eisen van de productbeschrijving van Behandeling B is niet beschreven dat de inzet van een psychiater benodigd is en dit is ook niet de verwachting van de regio. Om deze reden is geen psychiater opgenomen in de functiemix. De regio Centraal Gelderland kent verder geen specifieke producten Basis GGZ en Specialistisch GGZ, maar kent de producten Behandeling. Schaal 55 missen wij in behandeling B In plaats van schaal 55 is schaal 60 opgenomen in de functiemix.

In behandeling B is nu terecht MSP (Psychiater) opgenomen echter jullie gaan uit dat de In behandeling B is in de functiemix geen MSP opgenomen. Dit is enkel het geval bij Behandeling C behandeling voor 1/3 wordt uitgevoerd door de psychiater en klinisch en 1/3 door een GZ (jggz), Behandeling D en Consultatie D. Echter voor geen enkel van deze producten zien wij dat de psycholoog en iets minder dab 1/3 door HBO+. Deze mix is onmogelijk omdat het tekort schaal MSP voor 33% is meegenomen in de functiemix. Wij vermoeden echter dat u doelt op het aan hoog opgeleide behandelaren groot is en feitelijk ook niet noodzakelijk. Hoe is deze product Behandeling C waarin u de FWG MSP en FWG 75 bij elkaar heeft opgeteld. De gehanteerde mix ontstaan? En zijn jullie het met ons eens dat de mix niet realistisch is? functiemixen komen voort uit de functie-eisen uit de productbeschrijvingen en inkoopdocumenten van de regio. De regio stelt daarin per product welke functieniveau / functieniveaus zij verwachten van de medewerkers die ingezet worden. Deze zijn dus de basis voor de gehanteerde functiemix. De regio is van mening dat deze gestelde eisen tot op heden wel reëel zijn en benodigd voor de zorgverlening aan de jeugdigen binnen deze producten.

Wij krijgen nu 99% Behandeling C toegewezen en door RCG is geconstateerd dat wij ook Nee, de complexiteit en zorgvraag/zorgbehoefte van de jeugdige / cliënt blijft leidend in welk product cliënten behandelen die passen in behandeling D passen. De complexiteit van de ingezet / toegewezen wordt. problematiek is het uitgangspunt welk bepaald of het behandeling A,B,C of D is. wordt dit los gelaten? Het verschil tussen behandeling B en behandeling C is veel groter geworden mbt de De gehanteerde functiemixen komen voort uit de functie-eisen uit de productbeschrijvingen en functiemix. B is lichter geworden en c is zwaarder geworden. Hierdoor wordt de kloof inkoopdocumenten van de regio. De regio stelt daarin per product welke functieniveau / tussen B en C veel te groot. Waarop is dit gebaseerd? functieniveaus zij verwachten van de medewerkers die ingezet worden. Deze zijn dus de basis voor de gehanteerde functiemix. De regio is van mening dat deze gestelde eisen tot op heden wel reëel zijn en benodigd voor de zorgverlening aan de jeugdigen binnen deze producten. De constatering dat de functiemixen voor Behandeling B lichter zijn geworden en voor Behandeling C zwaarder wordt niet herkend door de regio. Dit wordt onderbouwd door het feit dat de inkoopdocumenten, productbeschrijvingen en specifieke eisen niet veranderen voor de regio.

Daarnaast vergeleken met de opbouw vanuit de contractering 2020 zien wij een klein verschil in percentages qua functiemix. Echter daarin zien wij juist dat beide functiemixen iets hoger zijn vastgesteld wat deels onderbouwd kan worden door de verandering in het zorglandschap en de arbeidsmarktkrapte. Wij maken ons zeker ook zorgen mbt de hoge stijgingen van bepaalde producten en Het uitgangspunt voor de regio m.b.t. dit tariefonderzoek is dat er reële tarieven vastgesteld dienen te vragen ons af of dit wel juist is. Het lijkt ons onmogelijk dat de afgelopen jaren aanbieders worden voor prijspeil 2024. De regio ondersteunt het proces en methodiek zoals gevolgd is voor dit gewerkt hebben voor tarieven die 20 tot 30% onder de kostprijs liggen. Wij willen dit ook tariefonderzoek. TransitiePartners is niet het bureau geweest wat bij de contractering in 2020 de noemen omdat niemand gebaad is bij financiële problemen bij gemeenten waardoor tarieven heeft berekend en opgebouwd en daardoor kan niet met 100% zekerheid en duidelijkheid drastische maatregelen genomen moeten worden. Is ook dit niet een signaal dat het aangegeven worden waarin hiertussen de verschillen qua tarief ontstaan. Daarmee is het dus ook te gehouden onderzoek en of de methode waarop jullie de nieuwe tarieven willen vaststellen voorbarig om te zeggen dat aanbieders beneden de kostprijs hebben gewerkt.

Het zorglandschap is niet juist is? immers in de afgelopen jaren ook veranderd. Het feit dat de concepttarieven voor verschillende producten fors hoger uitvallen kan grotendeels onderbouwd worden vanuit de Cao-ontwikkelingen van het laatste jaar en het aankomende jaar en daarnaast ook de inflatie welke natuurlijk effect heeft. Bijvoorbeeld op energiekosten. De regio is zich hier ook bewust van. Landelijke berichten laten ook zien dat de indexatie die de verschillende regio's wordt gehanteerd ook lager is dan de stijging in kosten, zoals Cao-ontwikkelingen. Bij een tariefonderzoek is het noodzaak dat reële parameterwaarden worden gehanteerd en reële tarieven worden vastgesteld. Enkel terugvallen op de indexatie is daarbij dus geen optie voor TransitiePartners. In andere regio's waar momenteel een tariefonderzoek wordt uitgevoerd of recent is uitgevoerd zal eenzelfde beeld qua tariefstijgingen zichtbaar zijn. Daarnaast is TransitiePartners van mening dat een tarief niet het sturingsmechanisme is voor aanbieders en gemeenten om de totale kosten in het sociaal domein te besparen en zo efficiënt als mogelijk te benutten. Dit wordt natuurlijk mede ondersteund door de AMvB reële prijs.

Het sturingsmechanisme zit wat TransitiePartners betreft ook meer in de samenwerking tussen aanbieders en gemeenten op het gebied van tijdigheid van passende zorg/hulp (instroom, uitstroom en doorstroom) en kwaliteit van zorg/hulp.

105

106 107

108

109

110

111

De percentages die jullie (onterecht) gebruiken voor het berekenen van de overhead jeugd De gehanteerde norm voor overhead (personele overhead) komt voort uit een landelijke benchmark ggz in relatie tot productiviteit is echt niet haalbaar. Jullie hanteren een productiviteit voor van Berenschot. Juist vanwege het grote aantal aanbieders welke deelnemen aan de Benchmark en de bijvoorbeeld HBO+ 1295 uren productief met een overhead van ongeveer 32,8%. diversiteit aan zorgaanbieders, zowel in grootte als in zorgaanbod zijn ons inziens de gehanteerde Berenschot Benchmark care 10-2023. HBO+ 1220 uren productief met een overhead van percentages daarmee een reëel marktconform uitgangspunt, hetgeen wat ook door aanbieders voor dit ongeveer 38,1% Berenschot kostprijzen in de jeugdwet: de update 6-4-2022. Het verschil tariefonderzoek in deze regio en tevens in deze NvA wordt erkend. Het aantal deelnemers aan deze is: productiviteit ongeveer 6% / overhead 5,3%. benchmarks is een stuk groter dan het aantal deelnemers aan het onderzoek waar u naar refereert. Een Zijn jullie het met ons eens dat door het toepassen van een onderzoek welk niet bedoeld is andere reden voor ons om deze bron te gebruiken is dat binnen de Benchmarks van Berenschot voor jeugd er een ongewenste situatie is ontstaan? onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende sectoren / Cao's.

Hierin zit dus ook een verschil tussen de GGZ, Jeugdzorg en GHZ bijvoorbeeld. Dat de overhead hiertussen verschilt is wat wij ook als input in deze regio, maar ook in andere regio's terughoren van aanbieders. Hiermee wordt ons inziens ook meer recht gedaan aan de werkelijke kostenstructuur per sector / Cao. M.b.t. de productiviteit staat het volgende benoemd in het onderzoek waarna u refereert: "Onder productiviteit verstaan we de direct cliëntgebonden uren: de zorg die feitelijk geleverd wordt". Hierin wijkt dit af van de productiviteit voor de producten Behandeling Individueel voor de regio Centraal Gelderland. Daarbij geldt namelijk dat indirect cliëntgebonden tijd ook declarabel is. De productiviteit voor Behandeling betreft dus direct en indirect cliëntgebonden uren. Om deze reden kan het onderzoek van Berenschot zoals door u benoemd niet vergeleken worden met de uitgangspunten van dit tariefonderzoek.

112

In reactie op de 1e marktconsultatie hadden wij een opmerking gemaakt over de Alle 3 de door u genoemde methodieken zijn gehanteerd bij de opbouw van de tarieven. Er wordt inschaling van medisch specialisten waarmee gerekend wordt (wij zien dat de kosten voor gerekend met een gemiddelde van 50% van de hoogste trede en 50% van het gemiddelde van alle medisch specialisten die de zorg uitvoeren in de maximale trede van de schaal zitten. Bij treden. Dit brengt de trede benutting tussen de 91% en 95%. Dit geldt voor alle FWG's vanaf FWG 55 een bepaling waarbij 50% in het gemiddelde van de schaal zit, zal het tarief lager zijn dan en lager en voor alle schalen vanaf schaal 10 en lager. Voor de meer specialistische functies (FWG 60 en de kosten die hiervoor gemaakt worden). In uw reactie in de nota van antwoorden geeft u hoger, schaal 11 en hoger) wordt, vanwege de arbeidsmarktkrapte en inhuur, gerekend met een aan dat er OF gerekend wordt met een gemiddelde van 50% van de hoogste trede en 50% gemiddelde van 50% van de hoogste trede en 50% van het gemiddelde van de bovenste helft van de van het gemiddelde van alle treden OF met een gemiddelde van 50% van de hoogste trede treden. Dit brengt de trede benutting tussen de 95% en 98%.

Daarnaast geldt dat we voor de MSP en 50% van het gemiddelde van de bovenste helft van de treden OF voor de MSP schaal de schaal (dit betreft de hoogste FWG in de Cao GGZ) altijd uitgaan van de maximale trede, dus de trede maximale trede. Het is voor ons niet duidelijk welk uitgangspunt dan nu gehanteerd wordt benutting is daarvoor 100%. Deze tredebenutting worden landelijk als reëel en marktconform gezien. voor welke producten. Kunt u dit verder toelichten? Wat wordt bedoeld met MSP? En hoe wordt de trede benutting berekend? Ook hadden wij een opmerking gemaakt over de percentages werkgeverslasten (de De percentages op sheet 6 van de presentatie van de 2de marktconsultatie zijn inderdaad de percentages van de werkgeverslasten komen niet in alle gevallen overeen). U geeft aan dat percentages voor 2024. Deze zijn al verwerkt in de gepresenteerde tariefvoorstellen voor 2024. deze percentages voor 2024 rondom Prinsjesdag bekend gemaakt zijn en meegenomen zullen worden in de tariefopbouw per product. Zijn de percentages op slide 6 dan de percentages die nu definitief gehanteerd worden na Prinsjesdag? En is dit al verwerkt in de concept tariefvoorstellen voor 2024 of volgt er nog een update? Het tarief voor het product kindergeneeskunde licht (53A02) gaat omlaag tov de huidige De regio heeft besloten de tarieven van de NZA te volgen voor de producten Kindergeneeskunde.

Deze tarieven, terwijl er juist sprake is van hogere kosten ivm de CAO-verhoging ziekenhuizen. zijn terug te vinden op: https://zorgproducten.nza.nl/Home.aspx. De regio verwacht hiermee beter aan Als toelichting geeft u aan het NZa tarief te hanteren hiervoor. Op dit moment wordt niet te sluiten bij de inhoud en de opbouw van de tarieven zoals deze landelijk gebruikelijk zijn. het NZa tarief gehanteerd. Wat is momenteel het uitgangspunt voor de tariefbepaling? TransitiePartners is niet de partij die de huidige tarieven heeft berekend en opgebouwd. Het is daarom Wat is de reden dat per 2024 het NZa tarief gevolgd gaat worden en daarmee het tarief niet door ons toe te lichten hoe het huidige tarief is opgebouwd. De huidige contractering betreft een dus omlaag gaat? Betreft dit dan een wijziging van uitgangspunt die doorgevoerd wordt open house procedure. De regio heeft op voorhand al voorzien dat wijzigingen gedaan kunnen worden, tijdens het lopende contract? waaronder wijzigingen in de tarieven en dus ook de onderbouwing daarvan en de opbouw van de tarieven. Als wijzigingen van ‘wezenlijke aard’ zijn dan betekent het dat toetreding tot zorgvormen en producten wordt opengesteld voor nieuwe aanbieders. Indien huidige aanbieders niet akkoord zijn met de wijzigingen kunnen zij zich uitschrijven op de zorgvorm en/of het product.

113

114

115

De regio Centraal Gelderland zegt per januari binnen de lopende contractperiode reële Zowel bij de 1ste als 2de Marktconsultatie is door de regio duidelijk benoemd dat er nog tarieven in de markt te willen zetten waarbij een indexatie vanwege gestegen (loon)kosten besluitvorming door de gemeenten over het advies van TransitiePartners dient plaats te vinden en dus niet toereikend zou zijn. Gevolg is dat de regio volledig opnieuw tarieven vast gaan stellen. dat ingang per januari nog niet bekend is. Het is nog niet bekend of en wanneer er een nieuwe Het lijkt er op dat dit een voorbereiding is op de nieuwe aanbesteding voor contracten aanbesteding plaatsvindt. Dit zal tijdig door de regio worden gecommuniceerd. Daarnaast betreft de m.i.v. 2025. Kan de regio dit bevestigen dan wel ontkrachten? huidige contractering een inkoop en geen aanbesteding.

116

Loonwijzingen CAO 2023 zijn deze meegenomen? Deze waren er lopende het jaar 2023, De Cao's geldend op 2024 zover bekend zijn meegenomen. Dit betreft een volledig nieuw maar niet verdisconteerd in de tarieven (er was geen geen tussentijdse aanpassing). Daar tariefonderzoek waarbij tarieven worden geadviseerd met prijspeil lopen we al op achter. U meldt: de boodschap geven wij door aan de gemeente Mooi, 2024. Het onderzoek heeft dus geen betrekking op 2023. maar wat wordt er vervolgens mee gedaan door de gemeenten? Zoals gezegd, we lopen steeds achter de feiten aan en het risico ligt zo bij de aanbieders en niet bij de gemeenten. Wanneer is de definitieve besluitvorming over de tarieven? De regio kan hier nog geen definitieve uitsluitsel over geven en is tevens afhankelijk hierin van 11 gemeenten. Tot slot vernemen we graag op korte termijn het vervolgproces en de besluitvorming van De regio kan hier nog geen definitieve uitsluitsel over geven en is tevens afhankelijk hierin van 11 de gemeenten naar aanleiding van de uitkomsten door Transitiepartners. gemeenten. Uren opleiding zijn veel te laag met alles wat de regio van ons vraagt. Namelijk kleinschalig U benoemt ook veel factoren die van invloed zijn voor de producten Verblijf.

Dit tariefonderzoek werken, intensievere inzet om verblijf te voorkomen, werken volgens de presente betreft enkel de zorgvormen Begeleiding, Groepsbegeleiding, Behandeling en Huishoudelijke benadering enz. Daarnaast vragen de regio flexibilisering van het zorgaanbod, participatie ondersteuning. Daarnaast hebben wij vanuit de regio vernomen dat er verschillende overlegtafels zijn in samenwerkende voordeuren en RET. Dit alles zonder vergoeding en dan toch aan de waar deze onderwerpen besproken worden. landelijke benchmark willen houden. Transformatie kost tijd en geld. Hoe ziet de regio dit?

117 118 119

120

Voor de WMO leveren wij ook vervoer dagactiviteit (08803). Is er al bekend wat hiervan het tarief voor 2024 wordt?

Vervoer is niet regionaal ingekocht maar dit is lokaal per gemeente ingekocht. Wij moeten u helaas doorverwijzen naar de desbetreffende gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=73900920-15c2-437c-a6a5-ecf86391c371