CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-06-11.02 Beantwoording raadsvragen PvdA gemeente Overbetuwe, Nota van Antwoorden 2de Marktconsultatie Ambulant Centraal Gelderland

Gemeenteraadsvergadering 27 juni 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Jaarstukken MGR 2023 en Herziene begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027 MGR SDCG18.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Antwoord Nummer Vraag 1 Uitgangspunten die gekozen worden komen uit verschillende rapporten en benchmarks. Indien u doelt op niet-personele overheadkosten zijn deze meegenomen onder de materiële kosten en Zo wordt uit het Berenschot rapport het nieuwe overhead percentage gehaald (in meen uit kapitaallasten. Hieronder vallen o.a. de energiekosten en ICT-kosten. mijn hoofd 21,3%). Dit percentage is in vergelijk met een eerder rapport gedaald. Echter zijn ook de posten die onder overhead vallen gewijzigd. Een aantal posten zijn elders gealloceerd, maar zijn niet meer in de tarief opbouw terug te vinden. Kan de regio dit nader toelichten? 2

De productiviteit waarmee gerekend wordt (1300 uur) is te hoog en inmiddels De opbouw van de productiviteit is gedeeld bij de eerste marktconsultatie en de aangepaste opbouw achterhaald, het berekenen van de gemiddelde loonsommen is curieus (schalen lager dan bij de tweede marktconsultatie. Hierbij is de productiviteit opgebouwd vanuit de verschillende FWG 65 wordt met gemiddelde anciënniteit gerekend). Graag zie ik dit nader toegelicht en componenten waarin uren worden ingevuld, zoals verlof, ziekteverzuim, opleiding, etc. Voor aangepast. Behandeling individueel geldt overigens ook dat de indirect cliëntgebonden tijd ook declarebel is. Voor de loonsommen wordt er gerekend met een gemiddelde van 50% van de hoogste trede en 50% van het gemiddelde van alle treden. Dit brengt de trede benutting tussen de 91% en 95%. Voor de meer specialistische functies (FWG 60 en hoger, schaal 11 en hoger) wordt, vanwege de arbeidsmarktkrapte en inhuur, gerekend met een gemiddelde van 50% van de hoogste trede en 50% van het gemiddelde van de bovenste helft van de treden. Dit brengt de trede benutting tussen de 95% en 98%. Daarnaast geldt dat we voor de MSP schaal altijd uitgaan van de maximale trede, dus de trede benutting is daarvoor 100%. Deze tredebenutting worden landelijk als reëel en marktconform gezien.

3

Tijdens de marktconsultatie werd er breed verwezen naar landelijke benchmarks. Het is Voor overhead en materiële kosten en kapitaallasten worden de landelijke benchmarks van Berenschot ons niet duidelijk welke landelijke benchmarks hierin worden gehanteerd. Hierdoor Care en Jeugdzorg gebruikt voor desbetreffende Cao's. Daarnaast vergelijken en benchmarken wij als kunnen wij geen representativiteitstoets doen. Graag vernemen wij welke benchmarks zijn onderzoeksbureau alle parameterwaarden, productbeschrijvingen en andere inkoopdocumenten met gehanteerd en zien we graag de document zodat we de benchmark kunnen lezen. andere regio's en onderzoeken elders in het land om ook te toetsen en weerspiegelen of de gehanteerde uitgangspunten conform landelijke ontwikkelingen en normen zijn. Echter vormen deze niet de basis voor de tariefopbouw voor dit onderzoek zoals eerder toegelicht.

4

Voor de overhead rekent de regio met een percentage uit de Benchmark Care en Jeugdzorg 2022 van Berenschot. Kunnen wij inzage krijgen in dit Benchmark rapport?

5

Hoe is er rekening gehouden met zwangerschapsverlof of ouderschapsverlof. Tevens de effecten op directe uren? Deze zien wij niet terug in de gestelde uitgangspunten.

6

Bij de berekeningen van personele inzet en productieve uren worden 'overige uren' benoemd. Deze ontbreekt bij GGZ-normen. Kan de Regio dit toelichten? Het is ons niet duidelijk waarom hier onderscheid wordt gemaakt. Hoe is er rekening gehouden met cao effect in de loop van het jaar 2024? Deze informatie Dit is in overleg met de regio aangepast. CAO stijgingen die momenteel al bekend zijn gedurende 2024 zien wij niet terug. zijn nu verhoudingsgewijs meegenomen in de verschillende tariefopbouwen. (NvA 1, vraag 15)

7

8

9

10

11

12

Het is niet aan ons om deze te delen, omdat de rapporten specifiek voor een deelnemende aanbieder worden opgesteld. Deze rapporten omvatten dus bedrijfsgevoelige informatie en kunnen daardoor niet gedeeld worden. Wij ontvangen deze rapporten jaarlijks vertrouwelijk van verschillende aanbieders in het land waar wij ook kostprijsonderzoeken uitvoeren. U kunt de percentages wel echter terugherleiden uit een openbaar nieuwsbericht vanuit Berenschot: https://www.consultancy.nl/nieuws/44600/rol-van-overhead-in-de-zorg-kostenpost-of-zorgheld en vanuit een publicatie van Berenschot zelf: https://www.berenschot.nl/media/1y3cbvgv/infographicbenchmark-care-2023.pdf Deze vallen in de productiviteit onder "Verlof, extra verlof, feestdagen en LFB, bijzonder verlof, etc." Hierbij zijn de verschillende regels rondom verlof zoals opgenomen in de verschillende Cao's per Cao gehanteerd en daarnaast data vanuit het CBS om hiervoor een reëel gemiddeld aantal uren mee te nemen in de productiviteitsopbouw. In beide marktconsultaties zien wij ook voor de GGZ FWG's uren terug onder de categorie Overig niet productief. Voor ons is dit nu duidelijk waar u met uw vraag op doelt.

In de aanbestedingsperiode t/m 2023 zat een afbouw overhead van 41.000 naar 37.000 Overhead is nu als nieuwe parameterwaarde vastgesteld. Daarbij is de definitie van overhead ook per fte. We zien nu een enorme daling. € 31.768 is het bedrag dat nu is meegenomen. anders ten opzichte van hoe deze in de huidige tarieven is opgenomen. Met overhead doelen wij enkel Welke aanleiding heeft de Regio om dit als een reële daling te zien? De rendementen bij de op de personele overhead. Hier komen de materiële kosten en kapitaallasten nog bij. In de systeemaanbieders zijn klein, dan wel negatief. tariefopbouw is dus ook geen afbouw van overhead meegenomen. Hoe vertaalt deze tariefopbouw zich naar de praktijk en het nieuwe tarief? De concepttarieven zijn gedeeld in de tweede marktconsultatie. Deze zijn tot stand gekomen o.b.v. de uitgangspunten en parameterwaarden zoals in de eerste en tweede marktconsultatie gedeeld en gepresenteerd. Waar en wanneer kan je aangeven in welke loonschaal onze collega's werken? In onze Zoals in beide marktconsultaties aangegeven en ook in de hieropvolgende mails met de presentaties praktijk werken de meeste psychologen in school 65 en hoger. Een enkele collega werkt in zijn deze NvA-ronden bedoeld om deze input aan te leveren bij ons. De gehanteerde functiemixen schaal 60 We hebben geen collega's die in schaal 50 werken.

komen tot stand vanuit functie-eisen per product zoals opgenomen in de productbeschrijvingen vanuit de regio. In het tarieven blad jeugd is het specialistische begeleidings tarief nu hoger dan het De producten begeleiding individueel en behandeling individueel zijn niet geheel vergelijkbaar qua behandeltafel A1 en A2 en A1 komt zelfs onder het huidige tarief. Dan kan niet de tariefopbouw. Dit komt doordat voor behandeling individueel indirect cliëntgebonden tijd wel bedoeling zijn toch? declarabel waar dat voor begeleiding individueel niet het geval is. Dit heeft dus effect op de productiviteit in de tariefopbouw. Aan het einde van deze 2e marktconsultatie werden de concepttarieven voor 2024 De uitgangspunten die zijn gehanteerd voor de opbouw van de Behandeling A1 en A2 zijn gepresenteerd. Wat ons daarin opviel was dat de tarieven voor Behandeling A1 en gepresenteerd in de 1ste en 2de marktconsultatie. Deze uitgangspunten en parameterwaarden leiden Behandeling A2 zijn verlaagd ten opzichte van 2023. Erg opvallend aangezien ook tot de gepresenteerde concepttarieven voor 2024 in de 2de marktconsultatie. Deze uitgangspunten zijn gedurende deze 2e marktconsultatie veelal is gesproken over een (extra) indexatie i.v.m. gebaseerd op de productbeschrijvingen en specifieke eisen van de regio. Hierbij wensen wij dan ook te cao-verhogingen en dergelijke.

benadrukken dat de regio voor behandeling A1 en A2 uitgaat van behandeling welke in principe door enkel en alleen HBO-personeel wordt uitgevoerd. De regio heeft het uitgangspunt dat er niet meer WOgeschoold personeel meegenomen dient te worden in de functiemix en dat de tredebenutting voor de functies in de functiemix van deze producten ook recht doet aan het huidige zorglandschap.

13

Verder zagen wij dat het tarief voor begeleiding specialistisch Jeugd zelfs nog hoger ligt dan het tarief voor behandeling A2.

14

Concepttarieven 2024 Tarieven behandeling J&O liggen altijd iets hoger dan tarieven GGZ. Zoals ook aangegeven door iemand tijdens webinar, Dit klopt bij behandeling B 54J11 (GGZ) tarief ligt iets lager dan 45J23 (J&O) 1,96 vs 2,04 Bij behandeling C is dit anders 54J12 (GGZ) is hoger dan behandeling 45J24 2,44 vs 2,39 Moet dit niet andersom zijn? Niet consequent?

De producten begeleiding individueel en behandeling individueel zijn niet geheel vergelijkbaar qua tariefopbouw. Dit komt doordat voor behandeling individueel indirect cliëntgebonden tijd wel declarabel waar dat voor begeleiding individueel niet het geval is. Dit heeft dus effect op de productiviteit in de tariefopbouw. Dat de tarieven van behandeling J&O altijd hoger dienen te liggen dan de tarieven van behandeling GGZ is een aaname en geen standaard richtlijn. Het gaat erom dat er een reële prijs per product van toepassing is en dat deze vanuit reële uitgangspunten en parameterwaarden wordt opgebouwd. Hierbij zijn bijvoorbeeld de functie-eisen uit de productbeschrijvingen van de regio ook leidend. Dat de tarieven voor J&O niet standaard hoger dienen te zijn dan de tarieven GGZ blijkt ook vanuit bijvoorbeeld andere regio's zoals Rijk van Nijmegen of Midden Ijssel Oost Veluwe

15

In het bijgevoegde document zie ik de concepttarieven voor 2024 staan. Hierbij valt mij op De regio heeft besloten de tarieven van de NZA te volgen voor de producten Kindergeneeskunde. Deze dat het tarief voor het product 53A02 (Kindergeneeskunde licht) best fors is verlaagd t.o.v. zijn terug te vinden op: https://zorgproducten.nza.nl/Home.aspx het tarief in 2023. Kunt u mij misschien toelichten wat de reden daarvan is?

16

Hoe kan het dat het tarief voor A2 in het voorstel lager is dan het huidige tarief? Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 12. We hebben de tariefopbouw uit 2020 ernaast gehouden en zien alleen een verschil in productieve uren. En er wordt gerekend met de CAO GHZ, terwijl dat eerder de CAO Jeugdzorg en JGGZ was (en dat lijkt ons ook de bedoeling, zie ook vraag 4). Sinds die berekening is er i.i.g. 3x geïndexeerd en zijn er allerlei CAO verhogingen geweest. Voor ons is het volledig onbegrijpelijk dat het voorgestelde tarief lager is dan het huidige tarief.

17

We hebben in de eerste vragenronde aangegeven dat tarief A2 hogere kosten kent, die niet evenredig in tarief meegenomen zijn. In de beantwoording van die vraag is gezegd: onderbouw dat. Bij deze: Voor (A2) vaktherapie zijn meer en andere ruimten en materialen nodig dan voor behandeling B en C. Daarvoor huren wij ruimtes. De losse zaalhuur komt boven op de materiele kosten van de praktijk. Gemiddeld komt dit neer op €17,50 per uur, die dus van het uurtarief afgaan en veel hoger zijn dan het percentage materiele kosten waarmee gerekend wordt in de opbouw.

18

Ook speelt mee dat 85% van de vaktherapie alléén met kinderen / jongeren gedaan wordt. Dat het volgens u lastiger is om de behandelmomenten te plannen voor kinderen / jeugdigen in het Die zijn moeilijker in te plannen tijdens schooltijd of in vakanties (en na Corona zien we dat product A2 heeft volgens ons geen invloed op de productiviteit en cliëntgebonden tijd. Uiteindelijk zal scholen daar minder dan voorheen ruimte aan bieden). Dat de tijd die je kan plannen met er tegen evenveel tijd aan zorg geboden worden. Uiteraard ook in lijn met de beschikking en kinderen en jongeren beperkter is, betekent wat voor de (verminderde) cliëntgebonden toewijzing. Echter dient er beter en eerder afgestemd te worden op welke dagen en momenten de tijd. behandeling kan plaatsvinden. Met het huidige tariefvoorstel geef je als regio en gemeenten het signaal af dat je Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 12. stimuleert dat duurdere zorg ingezet wordt. Is dat de bedoeling? Toelichting: Binnen Behandeling kun je de inzet van product A2 zien als afschalen (en ‘goedkopere’ zorg). Voor ons is het inzetten van diverse producten en het navenant factureren daarvan een heel bewuste keuze, gebaseerd op samen de verantwoordelijkheid willen dragen voor goede en betaalbare zorg. We zijn dankbaar dat dit door gemeenten en de regio ook als positief gezien en gewaardeerd wordt.

Nu zien we dat de vergoeding van product A2 lager zou gaan uitvallen, terwijl de andere, duurdere, producten onevenredig meer gaan stijgen. Wij vinden dat een stijging van de tarieven noodzakelijk is om zorg te kunnen blijven leveren. Maar het is (als we zo vrij mogen zijn) compleet van de zotte dat er zo’n scheefheid komt in de tarieven. Tarief A2 is in de huidige opzet absoluut niet kostendekkend. En veel erger nog: het signaal dat je als regio en gemeenten hiermee afgeeft, is dat je bevordert dat duurdere zorg ingezet wordt. En ontmoedigt dat afgeschaald wordt. Het percentage product A2 dat wij in onze praktijk inzetten is ongeveer 30%. Naar ons Het is niet mogelijk om de inzet van een vaktherapeut te declareren op Behandeling D. De functie-eisen weten zijn we (een van) de grootste aanbieder van product A2 in de regio. Met dit voorstel van het product Behandeling D zijn namelijk hoger dan de inzet van een vaktherapeut welke HBO / is het voor ons onmogelijk om product A2 te blijven aanbieden. Wat hierbij een rol speelt HBO+ niveau is. Voor Behandeling D dient de behandeling hoofdzakelijk geleverd te worden door WO is dat aanbieders die (JGGZ) product behandeling D bieden en een vaktherapeut inzetten, en WO+ geschoolde medewerkers en dient voor een gedeelte ook de Ams-functie ingezet te worden. die inzet kunnen declareren op het tarief van Behandeling D.

Als je dat vergelijkt met het tarief voor A2, dan is het verschil meer dan €50 per uur, voor dezelfde inzet. En als je die vergelijking zou maken voor C, dan is het verschil ook nog ongeveer 10 euro per uur. Dat dit wel erg scheef ligt, lijkt ons vanzelfsprekend. Kan de voorgestelde 4,94% voor stijging personeelskosten omhoog? In de huidige CAO Wij zijn op de hoogte van het feit dat de onderhandelingen voor de Cao Jeugdzorg 2024 e.v. nog Jeugdzorg onderhandelingen wordt gesproken over loonstijgingen van 6,7 tot 10%, dus als lopende zijn. Omdat de nog geen enkele duidelijkheid is over met welk percentage de salarissen gaan het percentage niet aangepast wordt, komen aanbieders alsnog snel opnieuw in de stijgen binnen de Cao Jeugdzorg en op welke data deze stijgingen van toepassing zullen zijn is nu problemen na vaststelling van de CAO. Een andere optie is het toevoegen van een clausule gekozen om voor de te verwachte stijging van personeelskosten de voorlopige OVA 2024 mee te aan de inkoopafspraken die waarborgt dat contractafspraken aangepast worden als zo’n nemen in de tariefopbouw. Daarnaast worden de materiële kosten en kapitaallasten daarbij ook nog stijging zich voordoet. Het is onredelijk en oneerlijk om aanbieders alle geïndexeerd met de voorlopige CPI 2024.

De andere optie die u schetst is bij TransitiePartners ook verantwoordelijkheid te laten dragen voor dit soort kostenstijgingen bekend en deze zullen wij ook bespreken met de regio. De regio is momenteel nog van mening dat dat de geraamde OVA voor 2024 het enige daadwerkelijk bekende percentage is voor 2024 en de Cao Jeugdzorg omtrent stijging van personele kosten. Anderzijds stelt de regio dat dit aansluit bij de contractafspraken en er daarmee voor de eventueel nieuwe tarieven 2024 zowel duidelijkheid gegeven kan worden aan de kant van zorgaanbieders als gemeenten omdat er geen herijking hoeft plaats te vinden. Echter zoals benoemd zullen wij de optie tot herijking besprekken en voorleggen aan de regio.

19

20

21

22

23

De regio heeft als uitgangspunt dat het huidige gehanteerde percentage voor materiële kosten en kapitaallasten een reëel marktconform uitgangspunt is voor alle zorg die onder Behandeling A2 valt. De regio hanteert hierbij het feit dat er een reële prijs per product dient te zijn. Daarnaast heeft de regio en de gemeenten geen invloed op huurprijzen en de verschillende ruimtes die gehuurd worden door aanbieders. De regio is van mening dat hierin ook een bedrijfsvoeringskeuze van de regio zit.

In de tariefopbouw voor de J&O codes wordt -naast CAO jeugdzorg- gerekend met de CAO De reden dat naast de Cao Jeugdzorg voor de producten Behandeling J&O ook de Cao GHZ wordt Gehandicaptenzorg. Is dat een fout? Was (en moet toch zijn) combi van CAO Jeugdzorg en meegenomen in de tariefopbouw is dat er in de regio ook een groep aanbieders is die deze producten CAO JGGZ. In onze beleving is het niet passend om de CAO GHZ mee te nemen en is het in leveren en de Cao GHZ hanteren. Daarbij zijn de Behandeling J&O producten ook bedoeld voor de ieder geval onterecht dat de CAO GGZ niet meegenomen is doelgroep die onder de gehandicaptenzorg valt. De Cao GGZ wordt juist niet meegenomen doordat voor deze doelgroep en dus de aanbieders die Behandeling GGZ bieden er aparte producten zijn ingekocht. Dit betreffen specifiek Behandeling B (J-GGZ) en Behandeling C (J-GGZ) ten opzichte van Behandeling B (J&O) en Behandeling C (J&O). Kan de opbouw voor het tarief consultatie D blijven zoals het de afgelopen jaren De functiemix die is gehanteerd voor de tariefopbouw van Consultatie D komt inderdaad voort uit de gehanteerd is? En als dat niet kan, is het dan denkbaar dat er een product Consultatie D functie-eisen zoals opgenomen in de productbeschrijving. Het klopt dat hier staat dat Opdracht wordt voor J&O komt? uitgevoerd door het inzetten van deskundige met een Ams opleidingsniveau.

Echter hierbij staat ook: In het tariefvoorstel wordt vastgehouden aan het mixtarief voor consultatie D. Terwijl er "of door een verpleegkundig specialist die werkzaam is in een GGZ-instelling.". In de regio zijn er ook nu gerekend wordt met 100% AMS, dat is dus echt een andere keuze. En past ook niet bij casussen waarbij een verpleegkundig specialist wordt ingezet door zorgaanbieders. Hier dient dus om wat in de product specifieke eisen staat: ‘Opdracht wordt uitgevoerd door het inzetten van beide redenen ook rekening te worden gehouden in de tariefopbouw. deskundige met een Ams opleidingsniveau.’. We zijn benieuwd naar hoe de regio hiernaar kijkt. En klopt het dat wij de enige aanbieder zijn met J&O producten én een psychiater? Zoals aangegeven is het voor ons niet toereikend als er met de mix gerekend wordt. Met dit voorstel is het voor ons onmogelijk om product consultatie D te blijven aanbieden

24

In de eerdere onderbouwing stukken vanuit de aanbesteding inmiddels een aantal jaren geleden. Werden berekeningen gemaakt op basis van fulltime 1872 uur. Momenteel gebruiken jullie 1878 uur. Bij ons is fulltime werkweek 36 uur (CAO jeugdzorg). Benieuwd hoe dit verschil tot stand is gekomen. Mogelijk heeft dit te maken met het schrikkeljaar? Het maakt wellicht verder niets uit, maar het viel mij even op.

De gehanteerde 1878 uren komt voort uit de verschillende Cao's en staat gelijk aan 1 FTE. Deze komen tot stand vanuit inderdaad een werkweek van 36 uren. Echter een jaar heeft meer dagen dan precies 52 weken. Daarmee komt het aantal beschikbare uren op jaarbasis boven de 1872 uren.

25

Daarnaast wordt een ziekteverzuimpercentage van 6,5% gebruikt. Deze lijkt mij niet realistisch. Het laagste percentage wat In het derde kwartaal van 2022 van toepassing was is 6,6%. De overige percentages liggen rond de 7 en zelfs 8%. Kunt u dit nog Aanpassen dan wel duiden?

Het ziekteverzuimpercentage moet conform AMvB aansluiten bij een reële waarde. Door een gemiddelde te nemen over de laatste 5 jaren wordt er bijvoorbeeld ook rekening gehouden met de Corona-periode die juist voor een hoger ziekteverzuimpercentage heeft gezorgd. Daarnaast stelt de gemeente tarieven vast voor de toekomst en dient conform de AMvB dat ook te gebeuren om toekomstwaardige reële waarden. Om daarin dus ook te compenseren voor ziekteverzuim en een reële waarde te hanteren wordt gekozen voor een gemiddelde van 5 jaar. De bron is: https://azwstatline.cbs.nl/#/AZW/nl/dataset/24015NED/table?dl=79EA2 en dan de jaren 2018-2022.

26

Mogelijk is er een fout In de terminologie geslopen: in nieuwe onderlegger noemt u de Wij doelen inderdaad op de productiviteit. Dit is in sheets in de marktconsultatie ook als zodanig declarabiliteit als percentage. Echter bedoelt u hier m.i. de productiviteit. De productiviteit benoemd. De productiviteit is het aantal uren wat declarabel is conform de richtlijnen van de regio. Dit betekent de declarabele uren waarbij de niet werkbare uren eraf zijn gehaald. Dat is zoals is een percentage van het totaal aantal uren wat conform de Cao een fulltime medewerker op jaarbasis ik lees wat u hier berekent dan wel bedoeld. Mogelijk is het fijn om dit woord aan te werkt, 1878 uur. Dit percentage is berekend door van het totaal uren het aantal niet productieve uren passen om ruis hierin te voorkomen. af te trekken en waar van toepassing ook nog de indirect cliëntgebonden uren hiervan af te halen. Hoe bereken je je productieve uren? De productieve uren per jaar bereken je door het totaal aantal uren te verminderen met het aantal vakantie-uren, de feestdaguren en een schatting van het ziekteverzuim van de werknemer. Vervolgens deel je de totale kosten per periode door het aantal productieve uren, et voilà: daar is de kostprijs per productief uur

27

Het tarief voor A2, behandeling HBO +, meestal vallende in functieschaal 9 of 10 van de jeugdzorg. Komt nu uit op een tarief van € 1,57 per minuut. Terwijl de prijs in 2023 € 1,64 per minuut is! Bij een indexatie op de CAO, kan er geen daling in het tarief plaatsvinden. Deze productcode wordt veel gebruikt bij vaktherapeuten en systeemtherapeutisch werkers. Met name bij inzet vaktherapeuten zijn er ook nog extra kosten voor materialen (denk aan beeldende of psychomotorische (gezins)therapie: zaalhuur, sport en spelmaterialen zoals ballen , ballonnen , hockeysticks etcetera). En zal dus juist hoger moeten uitkomen dan de indexatie. Ik verwacht dat dit een fout is, kunt u het juiste tarief geven?

28

Of begrijp ik op basis van inzet functiemix dat onze vaktherapeuten op dezelfde code als De productomschrijvingen en specifieke eisen met de daarbijhorende functie-eisen blijven hetzelfde. onze orthopedagogen moeten gaan werken/ schrijven? Dus dat we vanaf januari Afwijkingen m.b.t. declareren op andere codes is dus niet van toepassing. De productbeschrijvingen en productcode B gaan gebruiken? specifieke eisen blijven van toepassing en dus leidend. Onze psychiater werkt op consultatie D. De kerninflatie bij het CBS is voor 2024 natuurlijk Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 23. nog niet bekend. De kerninflatie voor 2022-2023 was 4,9%. Stel dat de kerninflatie voor 2024 4,0% is, dan wordt het nieuwe tarief wat wij kwijt zijn aan onze psychiater 180,00*1,04=187,20. Wij zijn dus een hoger tarief kwijt op basis van de kerninflatie, dan wat wij voor consultatie D ontvangen (186,60). Ik vraag me af of de berekening klopt. Daarnaast valt het op dat de dyslexie codes 54D11 en 54D12 een ander tarief hebben.

TransitiePartners heeft dit als optie voorgelegd aan de regio omdat conform de handreiking van het Kunt u mij uitleggen wat hier de reden van is? NKD de Dyslexie Diagnose en Dyslexie Behandeling een andere inzet van medewerkers benodigen en Dit wijkt ook af van alle voorgaande jaren waarbij zowel behandeling als diagnostiek er daardoor sprake is van een andere functiemix. De regio kiest er echter voor om eenzelfde tarief te eenzelfde TYPE inzet dan wel tarief had. Op zich Natuurlijk prima om dit op een gegeven hanteren voor beide dyslexie codes zoals nu ook het geval. Deze optie als tarief is ook gepresenteerd moment op een andere manier te duiden. Maar ik kon het niet goed begrijpen aan de hand bij de 2de marktconsultatie. van uw stukken. Tariefdaling ten opzichte van huidige 2023 tariefstelling ambulante individuele TransitiePartners en de regio hebben ook ingezien dat de gepresenteerde concepttarieven lager behandeling. Wij constateren dat het TP tariefmodel voor de ambulante behandeling uitvallen dan de huidige tarieven incl. indexatie. TransitiePartners heeft ook aangegeven bij de regio (45J21/22) en de consultatie (45J15/16/18) een dáling van de huidige tarieven berekend. dat inhoudelijk gezien dit niet wenselijk geacht door de regio.

De regio hanteert echter momenteel het Een daling van € 0,07 per minuut ten opzichte van het huidige tarief voor 45J22 in Centraal uitgangspunt dat de berekende en onderbouwde reële tarieven passend zijn bij de huidige Gelderland waarbij een minimale indexatie het tarief juist doet stijgen met € 0,11 per productbeschrijvingen, inkoopdocumenten en zorgvorm specifieke eisen. De uitgangspunten die zijn minuut ten opzichte van het huidige tarief, is voor ons onbegrijpelijk en onacceptabel. Ten gehanteerd voor de opbouw van de Behandeling A1 en A2 zijn gepresenteerd in de 1ste en 2de overvloede maar ook zoals gemeld in de bijeenkomst van dinsdag 24-10 is hierbij is nog marktconsultatie. Deze uitgangspunten en parameterwaarden hebben geleid tot de gepresenteerde géén rekening gehouden met de te verwachten forse stijging a.g.v. de CAO concepttarieven voor 2024 in de 2de marktconsultatie. Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op de onderhandelingen. In de buurregio FoodValley is een soortgelijk proces gelopen met een productbeschrijvingen en specifieke eisen van de regio, zoals reeds benoemd. Hierbij wensen wij dan vergelijkbare uitkomst: een dáling van het ambulante tarief voor individuele behandeling.

ook te benadrukken dat de regio voor behandeling A1 en A2 uitgaat van behandeling welke in principe Deze daling is, voor ons onterechte gronden en niet in lijn met de door enkel en alleen HBO-personeel wordt uitgevoerd. De regio heeft het uitgangspunt dat er niet ambulantiseringsgedachte zoals verwoord in de regionale en gemeentelijke meer WO-geschoold personeel meegenomen dient te worden in de functiemix en dat de beleidsstukken, berekend. Na een extra consultatieronde is dit gecorrigeerd naar een tredebenutting voor de functies in de functiemix van deze producten ook recht doet aan het huidige lichte stijging. Wij zullen derhalve eenzelfde keuze maken in de regio Centraal Gelderland zorglandschap. Wij zijn op de hoogte van het feit dat de onderhandelingen voor de Cao Jeugdzorg 2024 als wij in de regio FoodValley hebben moeten doen. e.v. nog lopende zijn. Omdat de nog geen enkele duidelijkheid is over met welk percentage de salarissen gaan stijgen binnen de Cao Jeugdzorg en op welke data deze stijgingen van toepassing zullen zijn is nu gekozen om voor de te verwachte stijging van personeelskosten de voorlopige OVA 2024 mee te nemen in de tariefopbouw. Daarnaast worden de materiële kosten en kapitaallasten daarbij ook nog geïndexeerd met de voorlopige CPI 2024. De andere optie die u schetst is bij TransitiePartners ook bekend en deze zullen wij ook bespreken met de regio.

De regio is momenteel nog van mening dat dat de geraamde OVA voor 2024 het enige daadwerkelijk bekende percentage is voor 2024 en de Cao Jeugdzorg omtrent stijging van personele kosten. Anderzijds stelt de regio dat dit aansluit bij de contractafspraken en er daarmee voor de eventueel nieuwe tarieven 2024 zowel duidelijkheid gegeven kan worden aan de kant van zorgaanbieders als gemeenten omdat er geen herijking hoeft plaats te vinden. Echter zoals benoemd zullen wij de optie tot herijking besprekken en voorleggen aan de regio.

29

30

31

Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vragen 12 en 17.

32

33

Vennootschapsbelasting: ongelijk speelveld wordt niet gecorrigeerd Vennootschapsbelasting wordt geheven over de winst van een bedrijf of organisatie. De winst wordt Daarnaast is nog een punt relevant met betrekking tot de vennootschapsbelasting. Voor hierdoor kleiner, alleen blijft van belang dat het tarief nog altijd kostendekkend is. Als met name GGZ-partijen wordt een vrijstelling van de VPB toegepast die voor J&Oonderzoeksbureau gaan wij over reële tarieven en de totstandkoming van deze tarieven. Wij hebben aanbieders niet zou gelden. Deze ongelijke behandeling levert een ongelijk speelveld op. In geen enkele invloed op of, hoe en op welke wijze een zorgaanbieder of bedrijf winst behaalt en het tariefmodel is daarin niets teruggevonden; deze ongelijkheid werkt dus door in de hoeveel deze dan zou zijn. Daarnaast hebben wij geen invloed op gaten die geconstateerd worden in tarieven voor allen. de wet- en regelgeving. Als dit wél is opgenomen in het tariefmodel, dan is de vraag waar dat te zien is. Concreet, aan de hand van recentste openbare jaarrekeningen: partijen als [aanbieder], [aanbieder] en [aanbieder] maken door gebruik te kunnen maken van die vrijstelling minder kosten, waar partijen als [aanbieder] en [aanbieder] die kosten wel maken maar niet terugzien in de tarieven en er dus geen dekking voor terugvinden.

Ergo, deze laatste partijen worden onevenredig benadeeld door deze omissie in het model. Of omgekeerd, de eerst genoemde partijen genieten onevenredig financieel voordeel hiervan. Per saldo klopt het niet. Omdat bovenstaande al langere tijd boven de sector hangt en het er op lijkt dat VWS hierin geen besluit wenst te nemen, is e.e.a. aangemeld bij Jeugdzorg Nederland én de Jeugdautoriteit als voorbeeld van een ongelijke behandeling van gelijke partijen. En dus niet toegestaan. Waarop geacteerd dient te worden. Graag ontvangen we jullie reflectie op bovenstaande. Wijziging tariefmodel is wijziging contractdocumenten is wijziging aanbesteding. De huidige contractering betreft een open house procedure en geen aanbesteding. De regio heeft op Een ander punt dat we in de bijeenkomst aangestipt hebben, is de wijziging van voorhand al voorzien dat wijzigingen gedaan kunnen worden, waaronder wijzigingen in de tarieven en tariefmodel. Meerdere aanwezigen hebben gemotiveerd aangegeven dat het inwisselen dus ook de onderbouwing daarvan en de opbouw van de tarieven. Als wijzigingen van ‘wezenlijke aard’ van het tariefmodel tijdens een lopende contractering niet kan. Het huidige model is zijn dan betekent het dat toetreding tot zorgvormen en producten wordt opengesteld voor nieuwe onderdeel van de aanbestedingsdocumenten. Dit zijn de documenten die onderdeel aanbieders.

Indien huidige aanbieders niet akkoord zijn met de wijzigingen kunnen zij zich uitschrijven uitmaken van de aanbesteding uit 2019 en daarmee onderdeel van het fundament van de op de zorgvorm en/of het product. contractering. Voor élk van de ‘percelen’ is een document aanwezig zoals hieronder ‘2.a Onderbouwing tarieven Behandeling.pdf’ is voor het perceel ‘Behandeling’. Het vervangen van het bestaande tariefmodel door het model van TP, is een wijziging in de set aan documenten die onder de aanbesteding ligt en daarmee de contractering. De opmerking dat ‘binnen de bestaande productbeschrijvingen, die niet wijzigen’ een herijking plaatsvindt is mogelijk terecht, maar dat wordt niet ‘binnen het bestaande tariefmodel’ gedaan. Wij zullen dit ook bij de regio Centraal Gelderland aanhangig maken.

34

Opstelling per product uit het productenboek Er is tijdens de 2e sessie toegezegd dat er, analoog aan de hierboven staande documentatie, per product eenzelfde opstelling zal worden verstrekt door TP. Opdat door aanbieders een goede vergelijking kan worden van de herijkte parameters ten opzichte van die in de huidige tariefopbouw. Hiertoe is door ons per mail het document 2.a Onderbouwing tarieven Behandeling.pdf’ ‘toegezonden aan TP. Op woensdag 25-10-2023 is de gewijzigde presentatie en een XLS-sheet ontvangen van. Die laatste zou naast de bestaande opbouw gelegd moeten kunnen worden. Dit is echter niet mogelijk. Hieronder staan beide modelleringen náást elkaar; links de huidige, rechts de toegestuurde. Deze twee zijn niet met elkaar te matchen waardoor een antwoord op de vraag of het de werkelijkheid benadert niet kan worden beantwoord door aanbieders. Wij roepen TP nogmaals op om, conform de linker werkwijze, dit aan te leveren.

35

Ambulante Spoed Hulp versus reguliere ambulante inzet: hoe in het model? Op dit moment wordt ASH gezien als een reguliere ambulante inzet van zorgprofessionals. apart product. De regio geeft hierop terug dat ASH onder de huidige behandelproducten blijft vallen en Bij de aanbesteding in 2019 is hier reeds bij opgemerkt dat 1) niet juist is, 2) de dat hiervoor contractueel geen nieuw product komt of een apart tarief. De regio neemt deze vraag, op declarabiliteit van de uren onvoldoende is ter dekking van 24/7 beschikbaarheid van deze advies van TransitiePartners, echter wel mee met de interne gesprekken over een mogelijk nieuwe dienst, 3) de onregelmatige inzet van deze professionals hogere kosten met zich inkoop. ASH is verder ook niet specifiek benoemt in de productbeschrijvingen of specifieke eisen. Voor meebrengt dan een ‘9-5’-inzet waarop de het model is gebaseerd. TransitiePartners zijn deze documenten onder andere leidend bij de opbouw en totstandkoming van Deze fout zit nog steeds in de productdefinities in de regio. Daarnaast is de regio van reële tarieven per product. mening dat er niet meer dan een X aantal uren voor beschikbaar is. De voormalige trajectfinanciering van deze afwijkende dienstverlening dient opnieuw besproken te worden omdat er onvoldoende dekking is op deze wijze van deze dienst.

Op dit moment zit deze dienst in het tariefmodel opgenomen alsof het reguliere ambulante dienstverlening is waarmeer er wederom onvoldoende dekking te genereren is voor deze inzet. Hoe wordt volgens TP deze specifieke dienst in haar model op een juiste wijze gefinancierd?

Wij betreuren het dat voor u nog niet geheel duidelijk is hoe de gepresenteerde uitgangspunten en parameterwaarden zich vertalen naar de tarieven. Vanuit meerdere aanbieders (zie o.a. vragen 90 en 91) hebben wij begrepen dat de methodiek en de uitgangspunten en parameterwaarden wel navolgbaar zijn en dat ook duidelijk is hoe de tarieven tot stand komen. Echter blijft hoe dan ook het uitgangspunt wel dat inhoud leidend dient te zijn aan het tarief. In beide marktconsultaties zijn wij daarom zo transparant en zorgvuldig als mogelijk geweest. Hierbij is per parameter per product toegelicht hoe deze is opgebouwd, hoe deze tot stand komt en wat de inhoudelijke keuze, het uitgangspunt en de bron is voor de totstandkoming van de gehanteerde parameterwaarde. De XLSsheet en opbouw per product kan in bepaalde mate wel degelijk vergeleken worden met de bestaande opbouw. Echter doordat TransitiePartners voor dit tariefonderzoek gebruikt maakt van hun eigen model, welke is geaudit en goedgekeurd door KPMG, en welke uitgebreid is toegelicht en gepresenteerd in de 1ste marktconsultatie, is het niet mogelijk een exact zelfde opbouw te maken als de huidige bestaande opbouw. Hierbij komt dat het model van TransitiePartners enkele andere definities en parameters kent dan de huidige opbouw. Een voorbeeld is overhead (zie ook vraag 8).

Het tariefmodel van TransitiePartners is uitgebreid in de eerste marktconsultatie toegelicht en hierbij is ook toegelicht hoe per parameter een tarief wordt berekend. Aan de hand van de parameterwaarden uit de gedeelde opbouw van TransitiePartners zou deze opbouw nagerekend kunnen worden. Het belang van TransitiePartners is dat de gehanteerde en gepresenteerde uitgangspunten en parameterwaarden worden geconsulteerd en getoetst bij de zorgaanbieders. De basis hiervan zit in de productbeschrijvingen en inkoopdocumenten van de regio. Inhoud dient altijd leidend te zijn bij de opbouw van een tarief. De regio wenst juist reële tarieven te betalen en ziet ook in dat het zorglandschap is veranderd waardoor bepaalde parameterwaarden vanuit de bestaande opbouw wellicht niet meer reëel zijn. Bij publicatie van de 2de NvA zal ook een voorbeeldberekening van het tariefmodel gedeeld worden welke nog ondersteunend is aan de nu gedeelde XLS-sheet met de tariefopbouw per product. Hiermee zou het voor iedere aanbieder zelfs dan volledig mogelijk zijn op de tariefsberekening per product na te rekenen. Wij wensen echter ook te benadrukken dat het voor TransitiePartners niet gaat om een rekenkundige toetsing, maar een inhoudelijke toetsing en consultatie van de gehanteerde en gepresenteerde enmet parameterwaarden.

Wij hebben dezeuitgangspunten vraag besproken de regio, omdat wij Ambulante Spoed Hulp niet terug zien als

36

37

38 39 40 41

42

43

Productiviteit(berekening) wijkt af van buurregio. TransitiePartners is helaas niet bekend met de productiviteitsopbouw zoals deze in de regio Foodvalley In de sessie en in de gestelde vragen is aandacht gevraagd, uitleg gevraagd, hoe de is gehanteerd. Zover wij weten is deze ook niet openbaar. De productiviteitsopbouw zoals productiviteitberekening is gedaan en hoe deze sterk af kan wijken van de omliggende gepresenteerd is uitgebreid toegelicht. De productiviteitsopbouw is juist op deze manier opgebouwd regio’s. In de regio Foodvalley is deze voor ambulant individuele behandeling in de om transparant en zorgvuldig te zijn in de verschillende tijdscomponenten waaraan medewerkers uren afgelopen maanden op 1.200 uur gezet in een vergelijkbaar herijkingstraject. Waar die in kwijt zijn gedurende de zorgverlening, alle neventaken, verlof, ziekte, etc. Hierbij is ook benoemd eerste aanleg 1.220 uur was. Beide regio’s kennen eenzelfde declarabiliteit: waarom een verschillende productiviteit is gehanteerd voor de verschillende Cao's, denk hierbij aan cliëntgebonden tijd (dus zowel direct als indirecte cliëntgebonden tijd) maar toch is er een verschil in verlofuren maar ook ziekteverzuim. Daarbij is ook een verschil gehanteerd tussen de verschil in de wijze waarop is gerekend en daarmee de uitkomst. verschillende opleidingsniveaus en dus schalen/FWG's binnen een Cao. Dit heeft o.a.

te maken met We hebben nu dus de situatie dat teams cliënten en gezinnen uit Ede en Arnhem uren voor opleiding. Als de productivieitsopbouw voor dit tariefonderzoek wordt vergeleken met behandelen en daar dezelfde inzet plegen maar voor diezelfde inzet op een verschillende andere regio's, dan wijkt de productiviteit niet af en is deze voor dit tariefonderzoek zelfs lager dan wijze productief zouden zijn en (o.a.) daardoor ook anders gefinancierd worden. bepaalde regio's met dezelfde uitgangspunten qua declarabiliteit. Voorbeelden van regio's met Wij horen graag van TP en de regio hoe dit uitgelegd kan worden. openbare rapporten zijn o.a.: Alkmaar Wij pleiten derhalve nogmaals voor een gelijke keuze bij een gelijke werkwijze: 1.200 uur (https://hulpinregioalkmaar.nl/application/files/5416/7048/6776/20221208_PB221684_Toelichting_o als uitgangspunt. pbouw_tarieven_jeugdhulp_Alkmaar_def4.pdf), Noord-Oost Brabant (https://www.rioz.nl/sites/default/files/2022-03/Bijlage%20bij%20het%20Productenboek%20%20berekening%20tarieven.pdf) en Lekstroom (https://www.houten.nl/fileadmin/user_upload/Rapportage_opbouw_tarieven_jeugdhulp_regio_Lekst room_1.pdf). Op welke wijze heeft u de PNIL verwerkt in uw onderzoek? De kosten van inhuur zijn verwerkt in de berekening van de tredebenutting en dus in de personeelskosten bij de opbouw van een tarief.

Voor de meer specialistische functies (FWG 60 en hoger, schaal 11 en hoger) wordt, vanwege de arbeidsmarktkrapte die hier voornamelijk heerst en daarvoor dus personeel ingehuurd dient te worden, gerekend met een gemiddelde van 50% van de hoogste trede en 50% van het gemiddelde van de bovenste helft van de treden. Dit brengt de trede benutting tussen de 95% en 98%. Daarnaast geldt dat we voor de MSP schaal altijd uitgaan van de maximale trede, dus de trede benutting is daarvoor 100%. Hierdoor wordt dus gerekend met een hoger tredebenutting wat zorgt dat de personeelskosten in de tariefopbouw verhoogd worden. Het uitgangspunt van de regio is dat de inzet van PNIL niet wil gestimuleerd dient te worden en wil juist een prikkel in de markt zetten om vast personeel aan te nemen. Hanteert u de door de VNG geadviseerde 6,3% indexatie in uw berekeningen? Dit betreft een volledig nieuw tariefonderzoek waarbij tarieven worden geadviseerd met prijspeil 2024. De herijkte tarieven zullen voor 2024 dus niet geïndexeerd worden. Per wanneer gelden de nieuwe tarieven? De tarieven zoals wij deze adviseren aan de regio zijn reële tarieven vanaf 1-1-2024. Echter is het afhankelijk van de besluitvorming van de regio of en wanneer deze tarieven geldig zijn.

Is het door u berekende uurtarief voor JGGZ behandeling C en D inclusief indirect Voor Jeugd Behandeling Individueel geldt dat zowel de direct en indirect cliëntgebonden tijd declarabel cliëntgebonden tijd? is. Bij de tarieven staat de indexatie wel voor consultatie benoemd echter voor behandeling C Indexatie is enkel toegevoegd bij functies vanuit de Cao Jeugdzorg. Dit is gedaan omdat de Cao en D niet. Zou u dit kunnen toevoegen. Jeugdzorg die geldt op 1-1-2024 nog niet bekend is. In Consultatie A, Consultatie B en Consultatie C is een Jeugdzorg functie meegenomen, waarvoor deze indexatie geldt. In behandeling D is geen Jeugdzorg Cao meegenomen, dus ook geen indexatie. Het gaat hier niet over de indexatie die jaarlijks wordt gedaan over de gehele tarieven. Dit betreft een volledig nieuw tariefonderzoek waarbij tarieven worden geadviseerd met prijspeil 2024. De herijkte tarieven zullen voor 2024 dus niet geïndexeerd worden. In de presentatie werd verteld dat er een aanpassing bij begeleiding basis jeugd is gedaan Het uitgangspunt van de regio is dat de zorg gedurende kantooruren wordt geboden, zoals ook waardoor er niet meer met ORT is gerekend. Dit omdat het uitganspunt van de regio is dat opgenomen in de productbeschrijving en ziet daaarom geen reden om het ORT-percentage aan te dit volledig planbare zorg binnen kantooruren betreft. passen.

Bij [aanbieder] bieden wij hoofdzakelijk begeleiding basis jeugd, ook in het weekend en buiten kantooruren. En voor de dingen die wij in het weekend aanbieden is juist de meeste vraag en zijn er de grootste wachtlijsten. Voor een deel omdat begeleiding aan jeugdigen vaak ook buiten schooltijd gegeven moet worden, en dat weekend dagen zonder invulling door school o.i.d. vaak extra belastend zijn voor de betreffende gezinnen. (En hoeveelheid kantooruren buiten schooltijden om is ook beperkt.) Dit doet mij denken dat het uitgangspunt van de regio niet aansluit bij de behoeften van haar inwoners die van deze ondersteuningsvorm gebruik wensen te maken. In onze optiek is het wel wenselijk dat er rekening gehouden wordt met ORT in de tariefopbouw gezien wij daar in de praktijk ook rekening mee moeten houden. Dat brengt mij tot de volgende vragen: In hoeverre is er bij het uitgangspunt dat begeleiding basis jeugd tijdens kantooruren gepland kan worden rekening gehouden dat de meeste van deze kinderen naar school gaan?

Een vraag die ik graag zou willen stellen is dat ik het bijzonder vindt dat er in berekening veelal is gekozen voor een GHZ/ jeugdzorg CAO basis terwijl de GGZ pas enkel bij de behandeling C en D om de hoek komt kijken. In mijn beleving is dit geen evenwichtige presentatie van welke CAO’s er verhoudingsgewijs gehanteerd worden. Tevens is de CAO GGZ ruimer opgesteld in de arbeidsvoorwaarden dan GHZ en JZ en zou dit dus niet evenredig zijn. Ik stel dit voorzichtig omdat ik hier onvoldoende zicht op heb en het hier mogelijk in de marktconsultatie II over is gegaan. Mogelijk dat jullie hier nog iets over kunnen zeggen/ kunnen duiden waarom er voor deze constructie is gekozen. Waarbij opgemerkt mag worden dat de voorgestelde tarieven voor begeleiding onder de streep zeer netjes uitvallen. Neemt niet weg dat ik me afvraag waarom er voor deze keuze is gegaan.

De gecontracteerde inkoopdocumenten, productbeschrijvingen en specifieke eisen blijven hierbij in stand en zijn de basis voor de tariefopbouw per product. Hierin staat ook een of meerdere doelgroepen opgenomen per product waarvoor het product bedoeld is. Daaruit kan enerzijds afgeleid worden welke Cao van toepassing is in het kader van de beschreven doelgroepen. Daarnaast is ook met de regio onderzocht en besproken welke aanbieders welke producten leveren en welke Cao deze aanbieders hanteren. Ook dit is meegenomen in de totstandkoming van de functiemix met de daarbijbehorende Cao's. De Cao GGZ komt naast de door u genoemde Behandeling C en D binnen Jeugd ook terug in Behandeling B, Dyslexie en Consultatie A t/m D.

44

In de context/ wetenschap dat alle concept tarieven op een eenduidig manier berekend Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 12. zijn ontstaat er zoals dat altijd gaat met dit soort situaties ook uitzonderingen. Daarnaast zijn de producten begeleiding individueel en behandeling individueel niet geheel Mijn andere vraag gaat dan ook over één specifieke tariefontwikkeling die mij verbaasde, vergelijkbaar qua tariefopbouw. Dit komt doordat voor behandeling individueel indirect namelijk product A2, deze wordt in de herrijking naar beneden bijgesteld. Los van dat dit cliëntgebonden tijd wel declarabel waar dat voor begeleiding individueel niet het geval is. Dit heeft dus kan voorkomen, ontstaat er een bijzondere situatie namelijk dat het begeleidingstarief effect op de productiviteit in de tariefopbouw en dus de concepttarieven die de uitkomst zijn van de hoger wordt dan het behandeltarief. Ik vind dit lastig uit te leggen omdat we binnen de berekening. behandeling die wij bieden er medewerkers zijn met een hogere salarisschaal dan in de begeleiding, al deze behandelingen dienen te gebeuren met betrokkenheid van een Regiebehandelaar, er zijn dus meer kosten aan verbonden en toch is het tarief lager.

Mijn inziens zou dit ongunstige effecten kunnen hebben op de langere termijn, de opmaar vooral de afschaling binnen de behandelproducten mix D,C,B,A wordt bemoeilijkt, er is het risico dat meer gestuurd worden op B,C, en D constructies (dus duurder) en voor organisaties vergelijkbaar aan de onze zou dit betekenen dat begeleiding bieden kostentechnisch interessanter wordt dan behandeling wat zou kunnen betekenen dat de shift die eerder is gemaakt dat bijvoorbeeld een [aanbieder] zijn PMT heeft afgestoten want te duur, nu bij ons zou gebeuren en dat [aanbieder] deze handschoen op zou pakken in de tariefmix D. Ik voorzie het risico dat onder de streep de kosten uiteindelijk zullen toenemen en niet evenredig zullen zijn ten opzichte van het hanteren van het huidige tarief en of een kleine indexatie.

45

We vinden de CAO GGZ verhogingen onvoldoende meegenomen in een aantal jeugd Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 12. behandeling schalen. De behandeling A2 komt zelfs uit op een verlaging in vergelijking met het huidige tarief en ook de marge bij behandeling B is minimaal. Zeker de verlaging bij A2 strookt ook niet met de eerste berichten dat er minimaal met 5% ge-indexeert zou worden. Ook merken wij dat we het ingewikkeld vinden, gezien de krapte op de arbeidsmarkt, dat Als u hier doelt op de kosten voor opleiding dan wordt er nog een extra tegemoetkoming in het tarief behandelaren in opleiding niet al op enige wijze worden tegemoetgekomen in tarief. Een van 2% meegenomen voor opleidingskosten. GZ opleiding of bijvoorbeeld een systeemtherapeut zijn gedurende een lange periode in Daarnaast blijven de huidig gecontracteerde productbeschrijvingen, inkoopdocumenten en specifieke opleiding. Zij doen daar kennis op waar de client, en de gemeente, van profiteert maar eisen, waaronder de functie-eisen per product van toepassing en dus leidend. mogen pas na behalen diploma in een andere 'schaal' schrijven. Bij een systeemtherapeut kan dat om een sprong van A1 of A2 naar C zijn. Waar kunnen wij de onderbouwing vinden voor het tarief van hulp in het huishouden? Deze is terug te vinden in de presentatie van de eerste marktconsultatie, welke u als goed is heeft ontvangen.

Dit betreffen de producten Algemene voorziening Huishoudelijke ondersteuning, Huishoudelijke ondersteuning en Maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning - eigen regie. Wat is de verdeling geworden over de 5 HBH treden? Of met hoeveel % rekent u in de Deze verdeling is terug te vinden in de presentatie van de eerste marktconsulatie, welke u als goed is maximale HBH Schaal? heeft ontvangen. Welke productiviteit rekent u mee? En welk percentage ziekteverzuim is hierin verwerkt? De productiviteitsopbouw per schaal/FWG kunt u vinden in de presentatie van de tweede marktconsultatie die 25 oktober is gestuurd. Wij benoemen niet specifiek in het antwoord op deze vraag alle verschillende percentages in het kader van overzicht. Het is namelijk niet duidelijk op welke schaal / FWG u doelt. Welke bedrag wordt gebruikt voor de reiskosten? Reiskosten vallen onder overhead conform de definitie van Berenschot. De definitie van overhead: Dit betreft enkel de personele overhead, dus het geheel van functies dat sturend en ondersteunend is aan het primaire proces en de kosten die aanvullend gemaakt worden door het personeel (bijv. reiskosten). Hieronder vallen dus bijvoorbeeld ICT-ondersteuning, aansturing en coördinatie en de financiële administratie.

Hoe is aanlooptijd verdisconteerd voor behandeling groep? De aanlooptijd is verdisconteerd in de producten Behandeling Groep door 30 minuten extra op te nemen in de tariefopbouw voor dit product. Een groepsproduct wordt opgebouwd naar een dagdeel en dan teruggerekend naar een uurtarief zoals in deze regio gebruikelijk is. Het uitgangspunt van de regio is dat voor Behandeling Groep geldt dat 1 dagdeel gelijk is aan 3 uren. Echter i.v.m. deze aanlooptijd heeft de regio dit aangepast naar 1 dagdeel is gelijk aan 3,5 uren. Moet Jeugdzorg Schaal 12 niet naar 13, indien de FWG 70 voor Klinisch Psycholoog is Voor product Behandeling C (J&O) is dit inderdaad een aanpassing die nog niet was toegepast. Daar is aangepast naar FWG 75? de schaal 12 dus inderdaad opgehoogd naar schaal 13. Voor het product consultatie C geldt dat op basis van uitgangspunten van de regio en input van aanbieders op beide marktconsultaties de FWG 75 is aangepast naar FWG 70 met daarnaast schaal 12 in de functiemix. In de 2de marktconsultatie is gevraagd en toegezegd: hoe is het tarief opgebouwd per Het is niet het geval dat in de 2de marktconsultatie een verzameling van aannames in percentages zijn product analoog aan de opbouw zoals deze is opgesteld in de ‘productbladen behandeling gepresenteerd. In de 1ste marktconsultatie, waarvan u ook de opname heeft ontvangen indien u niet 2020’.

We krijgen nu een verzameling van aannames in % die tijdens de 2de aanwezig kon zijn, is het tariefmodel van TransitiePartners toegelicht en gepresenteerd en is ook al marktconsultatie zijn gepresenteerd. Het toegestuurde excel is niet wat is gevraagd en verder toegelicht op basis waarvan de uitgangspunten en gehanteerde parameterwaarden zijn toegezegd op dinsdag 24 oktober. vastgesteld. M.b.t. het eerder toegestuurde bestand verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 34.

46

47

48 49

50

51

52

53

54

Welk loon in euro’s wordt nu gebruikt?

We gebruiken de salariskosten conform de genoemde CAO's waarbij verhoudingsgewijs rekening is gehouden met de al bekende Cao-stijgingen in 2024 voor de verschillende Cao's. Omdat er niet gerekend wordt met specifieke trede, maar wel met specifieke schalen en FWG's worden de salarissen als volgt vastgesteld: Er wordt gerekend met een gemiddelde van 50% van de hoogste trede en 50% van het gemiddelde van alle treden. Dit brengt de trede benutting tussen de 91% en 95%. Voor de meer specialistische functies (FWG 60 en hoger, schaal 11 en hoger) wordt, vanwege de arbeidsmarktkrapte en inhuur, gerekend met een gemiddelde van 50% van de hoogste trede en 50% van het gemiddelde van de bovenste helft van de treden. Dit brengt de trede benutting tussen de 95% en 98%. Daarnaast geldt dat we voor de MSP schaal altijd uitgaan van de maximale trede, dus de trede benutting is daarvoor 100%. Deze tredebenutting worden landelijk als reëel en marktconform gezien.

55

Welke overhead wordt gebruikt?

De definitie van overhead is gelijk aan de definitie zoals Berenschot deze hanteert. Dit betreft dus enkel de personele overhead, dus het geheel van functies dat sturend en ondersteunend is aan het primaire proces en de kosten die aanvullend gemaakt worden door het personeel (bijv. reiskosten). Hieronder vallen dus bijvoorbeeld ICT-ondersteuning, aansturing en coördinatie en de financiële administratie. Het overheadpercentage is het percentage van de totale kosten conform definitie Berenschot. Enkel rekenkundig in het tariefmodel wordt met hoger percentage gerekend t.o.v. loonkosten zoals toegelicht in de eerste marktconsultatie, zodat het uiteindelijke meegenomen percentage gelijk is aan het percentage per Cao uit de Berenschot Benchmark. De materiële kosten en kapitaallasten worden in de genoemde overheadpercentages niet meegenomen, maar als aparte parameter en dus apart percentage meegenomen in de tariefopbouw per product. Deze herleiden wij uit dezelfde bron.

56

Is productieve uren gelijk aan te declareren uren per medewerker (direct client gebonden tijd)?

57

We weten niet hoe het bestand TransitiePartners tariefopbouw onderbouwing Centraal Gelderland ambulant’ doorwerkt in productbladen behandeling product A2.

58

Ja dit is het geval. Voor de Behandeling Individueel producten, waaronder ook Dyslexie en Consultatie, geldt dat ook de indirecte cliëntgebonden tijd declarabel is, daarom is deze hierbij niet verdisconteerd in de productiviteit. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 34. Wij wensen daarbij nogmaals te benoemen dat TransitiePartners nu een ander tariefmodel hanteert dan is gehanteerd bij de tariefopbouw van de huidige tarieven en daarbij dus ook niet de opsteller is van de productbladen behandeling product A2 waarna u verwijst. Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 12.

Onbegrijpelijk is voor ons de daling van het tarief Behandeling A2 (45j22): deze gaat van 1,64 euro per minuut naar 1,57 euro per minuut en dat betekent een daling van 4,3% naar 2024. Deze daling wordt nog onbegrijpelijker als rekening wordt gehouden met een verwachte index (VNG) van 6,525% per 1 januari. De optelsom geeft dus feitelijk een reële daling van 10% van het tarief! Het aangehaalde voorbeeld is de behandeling A2. Dezelfde exercitie kunnen we doen voor Hierbij wensen wij te reageren op de daling van het product 45A25 BSO+ (gescheiden). De daling in dit het product 45a25, BSO(+) (combinatie en regulier). Onbegrijpelijk hoe dit product kan product wordt veroorzaakt doordat voor dit product conform de productomschrijving en dalen tussen 2023 en 2024 met 3,0%. inkoopdocumenten nog de kinderopvangtoeslag van het tarief wordt afgehaald. Deze kinderopvangtoeslag is gestegen (wat eigenlijk jaarlijks gebeurt), waardoor het tarief daalt. Deze kinderopvangtoeslag krijgen de ouders zelf en daardoor mogen de BSO+ deze precieze kosten doorbelasten aan de ouders zoals voorheen ook gebruikelijk was. In principe als puur naar het tarief gekeken wordt, stijgt het tarief voor BSO+. Dit is ook zichtbaar voor het product 45A26 BSO+ (totaal). Bovenstaande voorbeelden en uitwerkingen zijn niet te rijmen met het ter beschikking Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 34.

stellen van reële tarieven door de gemeenten. Methodisch is niet helder en transparant welke veranderingen in de percentages leiden tot welke veranderingen in de tarieven. Het lijkt of de twee bestanden los van elkaar zijn komen te staan. Zorgaanbieders hebben naast reële tarieven recht op transparantie in de doorwerking (het effect van elke verandering) in de tarieven. Van daaruit is een helder onderhoud mogelijk. Bij de beantwoording van de vragen van [aanbieder] na de eerste consultatie hebben we bijna louter procedurele en geen inhoudelijke antwoorden ontvangen.

59

60

61

62

63

De voorgestelde tarieven voor individuele behandeling jeugd wijken qua aanpassing fors af Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 12. van de overige tarieven. Voor behandeling A2 valt het tarief zelfs lager uit. Met de loonstijgingen voor 2023 en 2024 is dit niet acceptabel. Graag een nadere verklaring over de onderbouwing van deze tarieven. In de twee marktconsultaties zijn wij als aanbieders meegenomen in het proces om te De gehanteerde norm voor overhead (personele overhead) komt voort uit een landelijke benchmark komen tot reële tarieven. Ondanks dat de gehanteerde parameters zijn aangegeven van Berenschot. Aan deze benchmark nemen zowel grote (systeem) als kleine aanbieders deel. Zo missen we hierin nog transparantie. nemen er voor de Berenschot Benchmark Care jaarlijks meer dan 70 zorgaanbieders deel. Wij begrijpen TransitiePartners hanteert voor een belangrijk deel als onderbouwing de Benchmark Care als adviesbureau dat niet iedere aanbieder exact hetzelfde percentage overhead heeft. Dit heeft van Berenschot. Wij hebben onze vraagtekens bij deze benchmark, met name of dit een enerzijds ook te maken met hoe een aanbieder is ingericht, welke zorgvormen een aanbieder biedt en representatieve afspiegeling geeft voor het Sociaal Domein. Wij vinden de gehanteerde welke rol een aanbieder in het regionale en soms landelijke zorglandschap heeft.

Juist vanwege het overheadpercentages voor een systeemaanbieder niet passend en zouden graag zien dat grote aantal aanbieders welke deelnemen aan de Benchmark en de diversiteit aan zorgaanbieders, het overheadpercentage opgehoogd wordt. zowel in grootte als in zorgaanbod zijn ons inziens de gehanteerde percentages daarmee een reëel marktconform uitgangspunt, hetgeen wat ook door aanbieders voor dit tariefonderzoek in deze regio en tevens in deze NvA wordt erkend. Een andere reden voor ons om deze bron te gebruiken is dat binnen de Benchmarks van Berenschot onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende sectoren / Cao's. Dat de overhead hiertussen verschilt is wat wij ook als input in deze regio, maar ook in andere regio's terughoren van aanbieders. Hiermee wordt ons inziens ook meer recht gedaan aan de werkelijke kostenstructuur per sector / Cao. Daarnaast is TransitiePartners ook gevraagd een advies aan de regio mee te geven omtrent tariefdifferentiatie, overhead kan hierbij een rol spelen en waarbij gedacht kan worden aan een differentiatie met betrekking tot systeemaanbieders. De regio dient zelf nog te onderzoeken in hoeverre ze dit wensen te implementeren en of het mogelijk is dit te implementeren binnen de huidige contractering. Daarnaast missen wij de berekening van de concepttarieven. De parameters en We verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 34.

gehanteerde uitgangspunten zijn weergegeven, maar we kunnen onvoldoende controleren of de voorgestelde tarieven ook kloppen op basis van de gehanteerde parameters. Graag ontvangen wij dan ook de exacte en uitgewerkte berekening van de tarieven zodat transparant is hoe de tarieven per product tot stand zijn gekomen.

64

Het concepttarief voor Behandeling A2 voor 2024 komt lager te liggen dan het huidige tarief in 2023. Vanuit een herijking van de tarieven is dit een mogelijkheid, echter kunnen wij ons niet volledig vinden in de gehanteerde methodiek en parameters. Dit betreffen de overhead, inschaling en productieve uren. Onze ervaring is dat de overhead en niet-gebonden cliëntkosten binnen het Sociaal Domein hoger liggen dan bijvoorbeeld de Langdurige Zorg. Dit geldt ook voor een product als Behandeling A2. Door het hanteren van een procentuele opslag op de personeelskosten is onze aanname dat de overhead van ons als systeemaanbieder onvoldoende meegenomen wordt. Helemaal bij producten met een relatief laag tarief, maar waarbij juist de overhead nadrukkelijk meer werk heeft vanwege onder andere registratie en declaratie. Graag willen wij u verzoeken de wijze van berekening van overhead voor dit product aan te passen.

65

Vanwege de arbeidsmarktkrapte is niet alleen een stijging van personeelskosten bij de De regio heeft als uitgangspunt dat de huidige wijze van berekenen van de tredebenutting voor de FWG-schalen >60 aanwezig, maar merken wij dit ook bij de lagere schalen. Wij willen u FWG schalen 50 en 55 reëel en marktconform is. De regio geeft aan dat zij herkennen dat deze schalen dan ook vragen voor de FWG schalen 50 en 55 rekenmethode te hanteren zoals deze ook voornamelijk HBO-medewerkers betreffen waarvan de arbeidsmarktkrapte beperkter is. voor de hogere FWG-schalen gehanteerd wordt. De 1273 productieve uren die momenteel gehanteerd worden als uitgangspunt zijn Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vragen 2 en 36. volgens ons te hoog. Graag willen wij u verzoeken deze uren naar beneden bij te stellen, naar bijvoorbeeld 1200 productieve uren. Dit aantal uren wordt door andere gemeenten in verschillende regio's veelal gehanteerd als productieve uren en is in onze ogen realistischer. Tijdens de eerste vragenronde hebben wij een vraag gesteld over de inhuur kosten; hoe Wij verwijzen u hiervoor naar het antwoord op vraag 37. hier rekening is gehouden in de tarieven. Bij het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar het antwoord op vraag 17, echter gaat vraag 17 over loonschalen van het personeel en niet over inhuur kosten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=73900920-15c2-437c-a6a5-ecf86391c371